"Er was eens…." een serie korte sprookjes

Er was eens…..

(maandag 17 april – tweede paasdag) Er waren eens een moeder en een kleine prins en het was droog weer buiten. Moeder en de kleine prins gingen naar oma fietsen. Op hun stalen rossen Trek en Scott. Hie-haa. Ze volgden de nummers en praatten onderweg. Ze reden door het bos en langs het water. Ze keken goed uit onderweg. En op de brug stopten ze kort om met een voorbijganger te praatten. Het ging goed, tot ze van de brug af kwamen. Toen had Scott last van zijn achterpoot ehhh -band. Gelukkig kon mama Scott weer op de ‘been’ helpen en zo konden moeder en de kleine prins weer verder. Langs de lichten en over de rechte weg spoedden ze zich. De kleine prins leek wel te vliegen! Toen de nummertjes op waren, betrok de lucht. Het begon hard te waaien en het werd koud, maar gelukkig waren de moeder en de prins er al bijna. Na ruim anderhalf uur waren de kleine prins en zijn moeder veilig bij oma.
En toen ging de moeder nog een stukje hardlopen. Want de zon scheen weer. Moeder ging naar de berg en straalde de berg op. Moeder had leren vliegen van de kleine prins. Na een fotostop schoot moeder weer naar beneden. Moeder genoot. Groot en veel. En moeder zette even door en ging sneller dan ooit tevoren op de vijf. Met foto en berg op zesentwintig minuten. En zo was de paasdag een prachtdag geworden.
Er was eens…. (18 april) een dagje hard werken en veel doen. De oude rooie roos bleef prikkelbaar. Onbuigzaam. Alleen ging de roos te water. De roos nam het op tussen de mannetjes van twee. Vaak met en soms even niet. Het waren allemaal hondertjes en vijftigjes. Roosje deed haar best, maar echt gemakkelijk werd het niet meer. Desalniettemin houdt de roos van water. En daar was de oude rooie roos moe van deze ene keer.
Er was eens….(19 april) Een klein meisje en een witte fiets. De fiets moest naar buiten en het meisje ging mee. De fiets wilde hard en het meisje ging soms hard mee. Ze gingen naar de grensdijk. Het meisje en de witte fiets. De ene keer zei de fiets: we gaan hard tot aan de brug. De andere keer zei het meisje: we gaan hard tot het viaduct. En elke keer werkten de fiets en het meisje in harmonie samen. Hard om het water heen. Zachtjes over het water heen. Het meisje en de fiets zitten niet meer aan elkaar vast. Dat geeft het meisje meer houvast. De fiets en het meisje waren op tijd weer thuis. Tevreden en wel.
En toen liet het meisje de fiets alleen achter en ging ze het water in. Ze nam de vissenstaart voor de helft mee. Gedoe met techniek en weer de hondertjes. Wel tien! En de beentjes moeten losjes meedoen. De arme fiets hield zijn plekje aan de haakjes vast.
Er was eens… (20 april) Een hele grote groep  met krijgertjes. Ze renden door het bos. En langs de palen. Ze renden lang niet allemaal even hard. En ze deden alsof ze touwtje sprongen. Het laatste krijgertje was niet blij, die voelde zich al moegestreden voor het begon. Het was een rare club krijgertjes die rondjes gingen rennen. En elk rondje hard en zacht. Steeds weer een rondje. Het laatste krijgertje kreeg maar weinig verschillen tussen hard en zacht. Het laatste krijgertje deed ‘r best en hobbelde wat mee. Maar het laatste krijgertje bleef hobbelen en hobbelen en hobbelen. Ook negen rondjes. Het laatste zwijgende krijgertje werd een twee-na-laatste krijgertje. En het krijgertje liep op het gras. Verloren. Uiteindelijk worden kleine krijgertjes ook groot. Later, als ze volhouden en de strijd aan blijven gaan.
Er was eens… (21 april) Een koning en een heksje die gingen uit fietsen. Ze gingen een zwierig groot rondje maken. Om het water heen. De koning op het sterke paard, die de wind niet omgeblazen kreeg. Het heksje op een witte merrie die scheef ging in de wind. Ze gingen langs het water. En daar bemerkten ze hun fout. De Grote Boze Wind nam ze mee de verkeerde kant op. De Grote Boze Wind dreef ze het bos in. Dat is nogal bochtig voor de slanke witte merrie. En toen dreef de Grote Boze Wind de koning en de heks bijna de Ellendig Lange Dijk af. De Lange Dijk en de Grote Boze Wind spanden samen. Het heksje liet zich niet klein krijgen en nam het voortouw. Met de gedachte dat ze soms even achter het sterke paard van de koning kon schuilen zette de heks de witte merrie in. Het heksje lachte de wind uit. De heks daagde de dijk uit en probeerde er steeds sneller vanaf te zijn. De strijd duurde eventjes, maar de koning en het heksje kwamen als overwinnaars uit de bus. Toen de Ellendig Lange Dijk voorbij was, gaf de Grote Boze Wind het op.
Maar de koning en het heksje gaven nog niet op! De heks nam stiekem een beetje tovergel en nam de arme koning mee op sleeptouw in de pas. Het heksje kon het niet laten het tempo toch elke keer weer ietsje op te voeren. Voor de koning nauwelijks een probleem. Na vier keer ietsje sneller moest de vijfde keer wel erg snel en toen nam de koning de touwtjes in handen en dreef het tempo op met de belofte op rust in de zesde. De beentjes protesteerden, maar de koning en  het heksje luisterden niet naar hun onderdanen, zoals ze eerder ook de Wind en de Dijk niet de overhand hadden gegeven. En de koning en de heks behaalden de overwinning. De dag was nog lang en gelukkig.
Er waren eens… (22 april) twee kleine kaboutertjes die rustig gingen rennen. Een rondje om het Weerwater en het Kasteel.  Het mooie rondje Weerwater wordt langzaam aan vervuild. En ook het Kasteel is nog lang niet af. Het tempo lag niet erg hoog en grotendeels ging het soepel. Behalve toen de weg versperd werd door gevaarlijke monsters. Behalve op het einde, toen had de kleine kabouter geen zin meer. Er waren honderd redenen te verzinnen om geen zin meer te hebben in de laatste tien minuten, maar de kabouters gaven niet op en maakten zelfs een extra lusje voor de veertien-plus.
Er was eens… (23 april) een heel kleine zeemeermin die helemaal alleen naar het water ging. Er was nog 1 andere zeemeermin in baan 2. Hadden we allebei de helft. De opperzeegod had een goede tip voor de kleine zeemeermin: kijk vooruit! Dat lijkt gemakkelijker dan het is. De zeemeermin oefent maar door en door. Ze voelt zich al helemaal thuis in het water, maar de fijne kneepjes komen nog!
Daarna ging de zeemeermin het land op en nam ze Ed Sheeran mee. Maar Ed durft het water niet in. Dus mag Ed mee op het stalen ros. Lekker rustig aan. Ed houd de kleine zeemeermin wel in. Hij zingt uit volle borst en de kleine zeemeermin danst haar voeten een beetje rond. Lekker op de wind. Waar het stalen ros naar toe wil. Met de wind mee over de Trekweg. De zonsondergang tegemoet. En zo vervaagt een mooie en volle week in een wolk van geluk.

En ze leefde nog lang en gelukkig…..

Categories: Uncategorized | Comments Off on "Er was eens…." een serie korte sprookjes

Fietsweek en een afscheid

10 april. Naar de fietstraining. Ik ga… op de fiets. Lekker rustig. Mijn eigen tempo. Ik fiets wat mensen voorbij die in een groepje gaan. Ik ben ruim op tijd. Ik wacht in stilte. Ik heb het koud. We gaan achter SJ aan met alle volwassenen. Dat zijn er niet zoveel. Ik fiets naast FS en we kletsen. Via een omweg naar de havenkom en van daaruit gaan we de dijk op. 100 omwentelingen per minuut. Mij zegt het niets: dat is gewoon hard. Ik fiets in het midden, hou AS een stukje bij, maar voornamelijk fiets ik mijn eigen hart eruit. Best ver, best zwaar. We moeten in de hoogste versnelling naar boven trappen. 60 omwentelingen zegt de trainer. ‘t Zal wel! Ik moet enorm lachen om de A380 die een bocht boven ons maakt en waar Manuel in zit te zwaaien. Mij lukt dat niet. Ook ik ga 4 keer omhoog. Als laatste weliswaar en dan mag ik meteen doorgaan met uitfietsen. Dat haat ik nou zo! Net alsof ik niet mijn best doe en niet uit hoeft te rusten en al die supersnellen wel. Dat soort trainersmethoden háát ik. We fietsen heel lang uit en ik kwebbel met MZ. Goed voor mij, dat fietsen in een groep. We zijn veel te laat en in de havenkom wordt er even naar de wachtende kinderen gebeld. Het wordt kil. Ik fiets naast de trainer voorop en uit mijn ongenoegen, maar van hem had ik niet meer omhoog hoeven fietsen. Voor mij de omgekeerde wereld: als de snellen meer aankunnen moeten zij meer doen en niet ik minder. Ik vind het niet erg voorop tegen de wind in te moeten fietsen. Ik durf mijn arm zelfs uit te steken tegenwoordig! Ik ben wel blij als we er zijn. Voor mij is 35 kilometer een flink rondje (na 10 kilometer infietsen).
11 april. zwemmen! Er was geen trainer, zo was aangekondigd. Maar één van de medezwemmers nam de taak als interim op zich. Jammer dat 1 iemand in baan 2 zijn eigen ding bleef doen, maar goed.. ik zat dus weer in baan2. En hield dat goed bij. Wat zeg ik? Prima bij. Vooral met pullboui. We deden een piramide: 50-100-150-200-150-100-50 en elke keer heen snel en langzaam terug. Daarna deden we 10×50 afgewisseld schoolslag en borstcrawl. Het idee was met keerpunt, maar er zijn nog dingen die ik écht niet kan ( lees: durf). Deed ik het zonder pullboui. Toen 100m beentjes: yek. 150 armen: okidoki. En 150 schol: neeeehh Ik was het na 100m zo zat dat ik overging op rugslag. Toen nog uitzwemmen tot de teller op 2500m stond.
12 april. Een lange werkdag die vroeg begon ( om 8 uur al) en me op een middag waarop ik normaal niet werk, naar Tilburg bracht. Alsof dat nog niet genoeg drukte was, nam ik een belangrijk besluit op sportgebied. Ik ga zonder mijn trainer verder. Ik hoorde de laatste tijd steeds minder van mijn heldencoach. Hij reageerde nog maar mondjesmaat op mijn schema en toen ik aangaf zelf onder zijn begeleiding de schema’s te willen opzetten, werd het helemaal stil. Hij hielp me wel verder, maar het was net iets te weinig steun voor mij. Op een indringende mail die ik zondag verstuurde hoorde ik weer helemaal niks, niet eens een korte memo of het ontvangen was. Vandaag was de maat vol. Ik stuurde een app waaruit bleek dat onze wegen zich scheidden. De reactie daarop was ook lauw en toen trok ik gefrustreerd de hardloopschoenen aan, laat op de regenachtige avond. Ik liep natuurlijk niet echt lekker, en voelde mezelf nogal stampen. Maar dat werkt altijd nog beter dan veel snoepen of alcohol gaan drinken! Mijn trainer heeft me heel, heel ver gebracht en ik ben hem dankbaar voor alles wat hij mij geleerd heeft. Op het gebied van hardlopen, alle wijze lessen en hij heeft zeker mijn kijk op sport en wellicht het leven in het algemeen veranderd, maar juist dat maakt het afscheid niet gemakkelijker. De regen en de vermoeidheid maakten het lopen net zo min gemakkelijker en na 6 km stond ik weer binnen. De trainer had er nog een hele dag langer voor nodig om de mail te schrijven dat hij inderdaad niet meer aan mijn verwachtingen kon voldoen.
13 april. Zo stond ik donderdag op de atletiekbaan: voor het eerst in jaren trainerloos, maar niet alleen. Er blijken veel mensen om me heen die mij willen helpen om vooruit te komen. Ik moet het durven vragen. Deze training was voor mij net zo warrig en onvoorspelbaar als ik mezelf voelde. Na het inlopen en de oefeningen gingen we rondjes lopen. Hardlopen en wandelen afgewisseld, waarbij het (denk ikachteraf) steeds de truc was het hardlooptempo gelijk te houden. De trainer blies op zijn fluitje als we mochten wisselen. Het was totaal onduidelijk hoeveel tijd we waarvoor kregen. Ik liep vrolijk en eerlijk met een meneer te kletsen. De tijd vloog voorbij. Voor mijn gevoel vloog ik zelf niet zo. Fijn dat het nu de hele tijd licht blijft.
14 april. Ik wilde rustig aan doen. Daar vroeg mijn lijfje om. Ik luister dan niet vaak, maar deze keer wel.  Stiekempjes. Gingen we op deze goede vrije vrijdag lunchen bij Manuel. En daarna fietsen met Vincent en Manuel. Lekker rustig aan. Ik vond het niet eens erg! Maar… ook niet gemakkelijk! We fietsten naar de Shell op de Waterlandseweg voor een ijsje voor Vincent. En toen over het vier bruggen pad naar de Ijspressie voor nog een ijsje voor Vincent. Niet dat het warm was, maar toch! We gingen even lekker racen op een glad stuk asfalt en dat was genoeg voor mij. Even merken dat het lukt. Onder de A6 lag veel water, heel veel water. Zonder natte voeten redden Vincent en ik dat niet. Ik verwierp direct het plan om er een loopje aan te koppelen. Zo vriendelijk was ik dan voor mezelf. En daar was ik blij mee, want meestal ben ik dwangmatiger dat ik het schema moet volgen.
15 april. De Knipscheertijdrit. De eerste tijdrit van mijn leven. Ik vond het spannend. Eng. Ik wilde mezelf een beetje pushen; als ik niet laatste werd, mocht ik als bonus gaan zwemmen. Eerst reed Vincent. Dat vond ik leuk en lief en hij deed het supergoed. Toen moest ik anderhalf uur wachten voor ik mocht starten. Ik zag SG en kletste met haar. Ik was gespannen, maar ik was er niet ziek van. Regen gooide het infietsplan overboord. Ik stond met een hartslag van 120 vlak voor de start! En toen ging ik. Lekker trappen. Ik deed mijn eigen ding. De andere helmen en sterren ten spijt. Mijn ding, mijn tempo, mijn eerste tijdrit, mijn fietsje. Mijn beentjes, mijn wind. Ik dacht aan alle geweldige verhalen van de rest, aan de bloemen langs de kant en dat ik hier zo kort mogelijk van moest genieten. Ik werd ingehaald. Prima dan. Behalve die ene keer met een tegemoetkomende auto. Ik vond het soms wankel, maar de fiets is wel fijn. Die paar bochten. Op de Vogelweg vond ik het echt leuk. Het ging redelijk. Daarna wind mee vond ik saai. Recht. Makkelijk. Ik gaf niet alles, veel, maar niet alles. Ik telde wel af. Kreeg een ritme, raakte het weer kwijt. Toen tegen de wind in. Zwaar. Ik wilde rond de 26 blijven rijden en aan het einde leegtrappen, maar ik kon het niet. Niet het tempo, niet leegtrappen. Ik moest plassen, lekker onhandig. Zadel zat niet meer lekker. Ik reed wel even fijn alleen. Zag de finish in de verte. Ver-te. Rob en Vincent stonden er! Fijn. En toen was het gedaan. Iets van 42 minuten. Hoihoi! Ik vond het netjes. Zonder fietsbenen, zonder ervaring en vast niet laatste. Wel erg snel weer bij, dus niet doodgetrapt, dat kan ik toch nog niet goed. Verzuring is mij nog niet bekend, helaas.
En niet laatste! Niet eens de laatste vrouw! Zelfs geen een a laatste! Gemiddeld mooi 30 gereden en in 41:48 officiële tijd. Tevreden. Op naar het zwembad, want de vermoeidheid valt mee. Baan 2, beetje oneerlijk, want iemand anders gaat dan naar baan 1, maar dat moet zij weten. We missen de F1. Ik zwem liever dan dat ik autoracen kijk. Hmmm, dat geeft te denken. De trainer gaat ons in baan 2 instrueren over de arminzet, ik moet dichterbij en schuiner insteken. Wij allemaal. Fijn om nog eens zulke tips te krijgen! Ook al is de trainer mijn favoriet niet, ik ga er gelijk mee aan de slag. Het voelt onrustiger. Ik hou het zonder pullboui maar net bij. Dus doe ik soms even met. Beentjes hebben al hard gewerkt. Het uur komt niet vol, maar ik vind het goed zo. Ik word een stuk gemakkelijker zonder trainer.
alhoewel:…. als de enorme honger gestild is wil ik eigenlijk nog hardlopen. Alles op 1 dag doen. Ik voel me goed. Eventjes een half uurtje. Net voor het donker is. Ik ga. De benen genieten! Het is onbegrijpelijk, maar ik heb energie te over lijkt het. Ik ga om de wijk, over de bospaden en ik ga zo onwijs lekker. Het tempo ligt belachelijk hoog. Mijn hoofd bemoeit zich er niet mee, die snapt het niet. Ik hoor de vogels, ruik de avondlucht en voel de grond. Het is verbijsterend. Ik ga onverhard, langs de school en ruim om de wijk heen. Ik wil 5km halen. En dat lukt in een recordtijd onder de 27 minuten! 5.24 km in een gemiddeld tempo van 5:24. Ik heb het lekker warm. De sprinttriathlon lukt me wel. Nu nog een trainer in de uitverkoop zoeken, want ik ken mezelf niet goed genoeg om te zeggen of dit een slimme, leerzame dag was of een domme, overactieve.
17 april, Pasen, uitslapen en nergens last van. Of het moeten mijn armen zijn van het zwemmen. Hooguit. En een somber gevoel van verlies. Vandaag wil ik wel de F1 zien. Na veel schilderen en een spelletje Catan ga ik naar buiten. Het regent en dat past goed. Mijn horloge weigert. Ik word er woedend van. Mega gefrustreerd. En verdrietig. De regen stopt, de Apple Watch kan aan en ik ren maar wat. Voel me een olifant met een waterhoofd. Somber, triest, ongelukkig. En in de zon veel te warm gekleed. Dan drupt alles leeg. Hartslag is redelijk laag. Het tempo valt achteraf mee, maar ik voel me niet lekker. Gelukkig is het stil langs de plassen. Ik ga ook nog even via het bos naar de volgende brug. Het komt me allemaal zinloos voor. Dat ligt weer niet aan mijn benen. Ik haal het uur niet, vind het niet erg. Toch netjes soort van uitgelopen. Na een herstart doet de Garmin weer mee, ik wil ook een reboot. Deze week heb ik de tijd bij lange na niet gehaald. Dat voelt niet goed, maar aan de andere kant: voor het eerst in tijden heb ik goed gevoeld wat ik wel en niet aankon. Ik heb veel extra gewerkt en gepiekerd, dus misschien niet de sporttijd gehaald, maar wel veel bereikt deze week.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fietsweek en een afscheid

Afwisselende rustweek….

3 april: ‘s Morgens vol zenuwen samen met Joyce op weg naar het Sport Medisch Adviescentrum in Amersfoort voor een heuse sportkeuring. Ik ging op de fiets en op de loopband. Eerst werd ik gewogen, gemeten en hoewel er nog een paar kilo af mag, is het best oké. Bloeddruk √ Toen werd ik volgeplakt en kreeg ik een kapje op. Fietsen. Steeds ietsje zwaarder. Ik hield het goed vol tot ik het echt warm kreeg en ik daar even aan moest wennen. Na 27 minuten ofzo kreeg ik er genoeg van.

De plakkertjes die ik van mijn lijf haalde, om mijn hartslag te meten


Dan zit dat in mijn hoofd en blijkbaar klopt dat ook wel. Ik voelde mijn beentjes verzuren – zo ver ben ik nog nooit gegaan! Dus ik kan het wel… Ik fietste nog door, tot het niet meer ging. Dat is bij mij een beslissing, geen kwestie van kapotte spieren. Ik drupte leeg en dan zo’n stom mondkapje…. Even uitfietsen en toen moest ik echt naar de toilet! Daarna op de loopband. Sokken aan en gaan rennen. Even wennen, zo’n oersaaie loopband, maar het tempo bleef laag. Eerst 7 km per uur, toen 8, toen 9 en dat was allemaal nog goed te doen. 10 km per uur ook en dat verbaasde me. Ik ging maar niet meer kijken hoe hard en hoe lang nog, ik ging het logo bestuderen en de letters op de oogkaart. Weer met kapje op. 11 kilometer per uur was ook nog prima vol te houden. De loopband meette in mijlen. Tja, je moet wat uit verveling… 12 kilometer per uur hield ik nog 3 minuten vol, maar het werd iets zwaarder. 13 kilometer per uur zag ik eigenlijk niet meer zitten, maar dat trok ik ook nog een minuut en toen heb ik nog 30 seconden 14 kilometer per uur gevraagd (zo goed en kwaad als dat ging) en die telde ik af en toen was ik op. Niet verkeerd hoor. Mijn conditie is gewoon excellent. VO2max van 44,6, waar alles boven de 41 voor mijn leeftijd al uitmuntend is. Eventjes uitwandelen en dan nog maar vragen of 2 kilo zoveel uitmaakt, hoe die verhoudingen zijn en dat is eigenlijk het enige wat nog iets aangescherpt kan. Ik krijg de hartslagzones thuis gestuurd. Douchen en na dik anderhalf uur waren we klaar. Tijd om saampjes uit te gaan eten! Ik kreeg mijn “rapport” al ‘s middags en het is eigenlijk allemaal ruim voldoende en goed.
‘s Avonds begonnen in een heerlijk weertje de fietstrainingen weer van de triatlonvereniging. Mijn spiertjes trokken nog maar een beetje en het was te lekker om niet te gaan. Ook al ben ik niet zo’n snelle! Ik vind rijden in een groep met klikpedalen nog steeds ‘eng’. We gingen rustig infietsen, stukje hard (ik niet zo), stukje verder, stoppen / uitklikken, stukje hard, inklikken (schiet niet op bij mij), verzamelen, weer een stukje hard tot de dijk (maar ik fietste achteraan) en dan de dijk op richting

mooi uitzicht op de oostvaardersdijk


Duin. We gingen in een klein vierkantje manoeuvreren leren. Echt iets voor mij – maar niet heus. Wel leerzaam. Dan weer met veel bochtjes naar het zwembad. Ik voelde mijn spiertjes wel, die vanmorgen ook al tot het gaatje waren gegaan. Van het zwembad naar de brug hard en dat lukte mij wonderwel. Vertrouwen is ook heel wat. Brug op, ik ging lekker door. Brug af en ik raakte aan de praat met een lieve PABO-studente. We fietsten door het Kromslootpark over het stomme hobbelpad terug. Ik was er best moe van. Van de dag.
4 april: Zwemmen weer vandaag. Door naar baan 2. Samen met 5 andere heren en 1 dame. Ik ruil met een andere dame van baan: mag zij voorop zwemmen in baan 1. Ik weet wel wie het zwaarder heeft 😉 Ik zwem lekker in, maar vergeet mijn horloge aan te zetten. Aan het begin van de training merk ik dat. We gaan 10 keer 75m zwemmen op snelheid. Ik vind het oké. Pullboui/achtje mee en mijn armen het werk laten doen. Ik heb dan meer drijfvermogen (maar dat is in het buitenwater straks met een wetsuit aan ook zo) en kan prima meezwemmen.

Thuis vond er nog 'iemand' het plankje om op te eten!


Mijn benen hoeven zich niet in te spannen! Ik hou ze (gemakkelijk) bij. Ik zwem op de derde plek en vind het lastig elke keer bijna tegen de meneer voor me aan te zwemmen. Ook halverwege ‘een beetje hangen’ is niet mijn cup of tea. We doen hierna 200m armen (makkiebakkie), 100m benen (neeeeeh) en 100m rug (die is makkelijker in baan 1). Dan gaan we 10x50m doen om en om hard en zacht. Ik merk geen verschil en raak de tel dan ook kwijt. Ik zwem iets meer naar achter, maar dat helpt niet tegen het tegen-je-voorganger-aan-komen. Daarna nog 150m hele slag of alleen armen. Ik doe hele slag en dat valt nog wat tegen: die is best vermoeiend! Dan nog even uitzwemmen tot de 50 minuten. Het zit er weer op!
5 april Na een ongedurig en onrustig dagje samen met Vincent naar het zwembad in Poort getogen. Ook daar stap ik dapper baan 2 in. In het zwembad in Poort is het Grote Nadeel van baan 2 dat de bodem afloopt. Dat ziet er niet alleen raar uit, maar eigenlijk kun je dus ook niet staan. En dat is best lastig! Ik zwem in zonder de hele tijd het achtje te gebruiken. Eigenlijk ben ik dat voorlopig nog niet van plan, maar ik probeer het toch maar. We krijgen techniekdingen. Bij het slepen word ik ook een keer naar voren geduwd! Het lukt redelijk. Niet anders dan in baan 1. Wat zullen ze daar blij zijn dat ik weg ben, ik heb het tempo daar erg hard opgevoerd… Na alle techniek doen we drie keer 3×100. Eerst in redelijk tempo, dan hoog tempo en tot slot vol tempo. Tussendoor de schoolslag vind ik nog het ergste. Elke laatste 100m van de serie doe ik zonder achtje en dat merk ik goed. Dat is wel zwaarder voor me. Ik zwem lekker uit mét het achtje.
6 april. Na weer een dagje werken ‘s avonds op naar de training. Het was lekker weer, maar niet al te warm. Ik ging rustig aan doen, want dit is immers een rustweek. We liepen een eindje in en we deden loopscholing op de baan. Van mij hoefde dat niet. Toen gingen we 12 keer 500 meter lopen op hoog tempo. Daar tussen in elke keer 100 meter terugwandelen. Heus: rustig aan doen vond ik oké. Maar ik liep met wat snellere lieden mee en ik wil me niet laten kennen en het ging gewoon goed en de hartslag zat hoog in zone 4 en net in de nieuwe zone 5. En de andere dames kunnen gewoon doorkwebbelen he! Uiteindelijk hadden we te weinig tijd voor 12 keer en werden het er ‘maar’ 8. De laatste paar ging ik iets meer vooraan lopen en dan gaat het tempo ietwat omhoog. Ik snap niet ik zo hard kan lopen, zou dat aan de baan liggen? We liepen nog een rondje uit en toen vond ik het wel goed geweest.
7 april

fietsen en......


... lopen


Er stond slechts een stukje fietsen op het schema. Wie bedenkt zoiets 😉 oh-ja, ikzelf tegenwoordig…. Maar Joyce had het even nodig om met iemand te kletsen en dan gaan we lekker saampjes lopen. Dus eerst op de tijdritfiets via Nobelhorst en de bloemen naar Joyces huis. Het ging lekker, maar ik hield me dan ook echt in. Gewoon lekker rustig fietsen. Ik had mijn hardloopschoenen in en rugzakje bij me en dacht diep diep diep na of ik mijn schema’s niet helemaal liever alleen en zelf zou maken. Verdrietig, maar beter. Joyce liep lekker de hele weg te kletsen. Het tempo was superconstant en de kilometers vlogen voorbij. Niet dat ik het heel gemakkelijk vond, maar ik ga gewoon door. We lopen 8 kilometer en na een heerlijk glas cola stap ik weer op de fiets voor een klein ommetje en om Vincent van school te halen.

terug in baan 1


8 april. Na een redelijk kalme dag op naar het zwembad. In baan 2 zwemmen 8 mensen, in baan 1 twee. Samen met een andere meneer uit baan 2 vullen we baan 1 aan. Ik zal niemand vragen mijn tempo te volgen. Geen achtje in deze baan. Inzwemmen zonder, en alleen als we alleen armen doen, mag dat ding erbij. We doen techniek-dingen en ik vind het wel best. Ik ga hard en de trainer geeft me daar een compliment over. Dan mag hij me ook aanspreken dat benen alleen benen zijn en dat de armen op het plankje moeten blijven… Ik zwem vooraan en die andere meneer uit baan 2 houdt me bij. Ik hou de zwemmers in baan 2 ook bij. We zwemmen een piramide: 50-100-150-200-150-100-50. Ik deed de eerste blokken voorop, de andere meneer de laatste. Van een heldin aan de kant die haar baby voedt, krijg ik een tip die ik meteen oppik en kan toepassen. Over het insteken. Nog meer armspieren kweken. We zwemmen nog op de rug en dan zwemmen we 200 meter uit. Ik maak er onbewust weer 200 meter van. Uitzwemmen doe ik met achtje.

Ik win van mammmmaaaaaaaa!!!!!


9 april. Ouder&Kind training van een nieuwe trainster. Ik ga er met Vincent op af. Klein groepje en eerst even kennismaken. De kinderen hebben het voor het zeggen. Ik wist al dat ik niet moe zou worden. We jogden rond en toen deden we tikkertje op het veld. Daarna mocht Vincent de weg wijzen. Ik vond hem behoudend en onzeker, maar hij vond het geweldig. Minuutje rennen, minuutje wandelen. Viel ik me toch! Ik struikelde en kwam in de brandnetels terecht. Dat deed zeer, maar verder niks. Door naar de speeltuin. En we deden yoga. Toen gingen we met ogen dicht lopen en Vincent leidde me. Gaaf! Vincent vond het eng toen ik hem mocht leiden. We deden ook een vertrouw-op-mij oefening. Tot slot gingen we een weerbericht masseren. Het ging veel te snel voorbij. We jogden alweer terug. En toen gingen we sprinten, wat Vincent natuurlijk gigantisch won. Heerlijk weer, heerlijke training.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Afwisselende rustweek….

Fotoboek van de week


Categories: Uncategorized | Comments Off on Fotoboek van de week

Weekje uitgeschreven op vouwblaadjes











 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Weekje uitgeschreven op vouwblaadjes

De eerste officiële Run Bike Run in Hilversum (+ uitzwemmen)

Anke appt Manuel het verslag 🙂
[21:19, 19-3-2017] Anke van Genesen: ik ging vanmorgen om 7 uur G ophalen. We gingen allebei alleen en gister besloten we dat samen misschien gemakkelijker was. Voor mij aan de ene kant wel, dan heb ik aanspraak en kan ik me niet druk maken, aan de andere kant: G…. Topvrouw. ik ben blij dat ik haar had meegenomen. Ze kent iedereen, durft gewoon te vragen of iemand mijn banden oppompt, wijst me op de hiaten op mijn fiets (anders had ik niet mee mogen doen!) en geeft tips voor de wisselzone.
[21:21, 19-3-2017] Anke van Genesen: Net voor de race ging ik nog even naar de WC en ja hoor, mijn lijf kiest dit moment uit om het maandelijkse ongemak te laten ingaan! Door naar de start dan maar. Degene die gister minstens net zo slecht zwom in baan 1 als ik, was er ook. Ene WF. Ken je zijn naam? Die kan niet zwemmen, maar wel lopen!!!
[21:21, 19-3-2017] Anke van Genesen: Ik wist al dat ik laatste zou worden. Gisteren ging het fietsen VOOR GEEN METER. Vorige jaren hebben anderen van de TVA al de laatste plekken bezet, dus ik zag de twee uur op mijn schema wel goedkomen.
[21:22, 19-3-2017] Manuel: Welke hiaten waren er aan je fiets?
[21:22, 19-3-2017] Anke van Genesen: Er zaten lastige heuveltjes in het looprondje van ruim een KM, dus 4 keer heuvels op en af. Onverhard. Ik liep al snel achterop en W haalde mij wel in. Ik zag nogal op tegen wisselen. Gelukkig was mijn lieve schoonmoeder er
[21:23, 19-3-2017] Anke van Genesen: Ik miste een dopje. EEN DOPJE. daar zit nu een kurk in
[21:23, 19-3-2017] Anke van Genesen: het wisselen ging goed, snel en ondanks de modderblub lukte alles (fiets los, helm op, schoenen ruilen)
[21:24, 19-3-2017] Anke van Genesen: En toen fietsen. UCH. gelukkig hadden we dus mijn banden op de goede spanning gebracht, kreeg ik mezelf vastgeklikt en lag het tempo aardig hoog voor mij
[21:25, 19-3-2017] Manuel: Dopje? Waar moet dan een dopje in?
[21:25, 19-3-2017] Anke van Genesen: Ik begon te denken dat ik dat fietsen binnen 45 minuten zou halen! De keerpunten vond ik wat akelig. En dan die lui op de TTB (time trial bike) die langs komen zoeven alsof ik stilsta! En er waren stukjes wind tegen. Je komt mekaar ook tegen, dus ik ontdekte dat ik de laatste niet was.
[21:25, 19-3-2017] Anke van Genesen: Dopje aan het uiteinde van het stuur. Vraag me niet waarom!!!!!
[21:26, 19-3-2017] Manuel: Anders loopt je stuur leeg? 😉
[21:27, 19-3-2017] Anke van Genesen: Het begon te regenen. Ook nog. En er reden motoren van de NTB om te controleren op stayeren. Grappig genoeg maakte ik geeneens kans op stayeren: ik fietste alleen met niemand in de wijde omtrek om te kúnnen stayeren. Alsof ik die snelle gasten ook maar 100m zou kunnen bijhouden 😀
[21:27, 19-3-2017] Anke van Genesen: En de grap: ik genoot ervan! Ik vond het leuk om daar te trappen, om me zo in te spannen, om lekker af te zien.
[21:28, 19-3-2017] Anke van Genesen: Ik heb zelfs iemand ingehaald!!!!!!! Een man. ook nog. Ik dacht: nu ben ik een-a-laatste, maar er kwamen er nog vier achter me. En 1 mevrouw was afgestapt
[21:29, 19-3-2017] Manuel: Zie je, je hoeft je niet zo te onderschatten!!!
[21:29, 19-3-2017] Manuel: Stoer hoor!!!
[21:30, 19-3-2017] Anke van Genesen: En in het wisselvak was het lekker druk: mensen voor de volgende wedstrijd, mensen die al (lang) gefinshed waren. Goed voor mij, dan val ik niet op. Maar ik deed het weer hartstikke goed: horloge lappen, schoenen wisselen, goed strikken, helm af, startnummer omdraaien!
[21:30, 19-3-2017] Anke van Genesen: Het lopen daarna ging he ee l er g moe mo e i zzz za aaaa mmm
[21:31, 19-3-2017] Anke van Genesen: weer die heuveltjes, inlopers voor de volgende wedstrijden, de lieve trainster van TVH die maar bleef strooien met goede adviezen. “Je lacht nog steeds, meid, wat fijn om jouw te zien, zo hoort het”
[21:32, 19-3-2017] Anke van Genesen: Mijn lieve schoonmoeder was ook gebleven, ondanks de regen.
[21:32, 19-3-2017] Manuel: Goed dat je support had.
[21:32, 19-3-2017] Anke van Genesen: Ik heb (weer) 1 KAPITALE fout gemaakt. Je mag 1 keer raden manuel. je hoeft maar 1 ding te bedenken.
[21:32, 19-3-2017] Anke van Genesen: Die laatste kilometer was echt, echt afzien.
[21:33, 19-3-2017] Anke van Genesen: Ik liep alleen maar op: ik moet en zal het halen onder de anderhalf uur
[21:33, 19-3-2017] Manuel: Geen idee…wat kan er nog fout gaan nadat je aan het lopen bent met je startnummer op de juiste plek?
[21:33, 19-3-2017] Anke van Genesen: Ondanks het afzien, genoot ik ook nog van een mevrouw die haar man de streep over schreeuwt, inlopende mannen die mij wel willen trekken (neeeeee, ik wil het alleen doen), de trainster, schoonma
[21:34, 19-3-2017] Anke van Genesen: Manuel, wat kan ik nou NIET. Als je aan deze ezel denkt, dan weeeeeeeet je het toch wel
[21:34, 19-3-2017] Anke van Genesen: kom op
[21:34, 19-3-2017] Manuel: Bij het lopen?
[21:35, 19-3-2017] Manuel: Route volgen?
[21:35, 19-3-2017] Anke van Genesen: in de wedstrijd, de hele wedstrijd.
[21:35, 19-3-2017] Anke van Genesen: zelfs ik kon de route nog volgen. bij het lopen ging het pas echt fout.
[21:36, 19-3-2017] Manuel: Eten?
[21:36, 19-3-2017] Anke van Genesen: ja juist ja
[21:36, 19-3-2017] Manuel: Energietekort?
[21:36, 19-3-2017] Anke van Genesen: eten. of voornamlijk het gebrek daaraan
[21:36, 19-3-2017] Anke van Genesen: ik had een gelletje bij me. de hele tijd. ik had een bidon op de fiets. de hele tijd. ik had een goed voornemen
[21:36, 19-3-2017] Anke van Genesen: maar ik nam niks
[21:37, 19-3-2017] Anke van Genesen: en dat komt je na 5 kwartier topsport duur te staan. dat voel je dan wel.
[21:38, 19-3-2017] Manuel: Vergeet je het? Of denk je het niet nodig te hebben?
[21:38, 19-3-2017] Anke van Genesen: op 2 boterhammen met stroop en 1 beker chocomelk en een halve bidon water vooraf. dan voel je je na 1 uur en 20 minuten misselijk slecht dom
[21:39, 19-3-2017] Manuel: Dit is dus echt een heel belangrijk punt voor de HD
[21:39, 19-3-2017] Anke van Genesen: het is een combi van vergeten, de moeite niet nemen, en koppigheid
 
[21:39, 19-3-2017] Anke van Genesen: Dus ik kwam na 1 uur en 27 minuten en 33 seconden supertevreden over de streep en viel mijn schooonmoeder in de armen.
[21:40, 19-3-2017] Anke van Genesen: en na 5 winegums was ik weer helemaal bij
[21:41, 19-3-2017] Manuel: Heel knap gedaan Anke! Mag je heel trots op zijn.
[21:43, 19-3-2017] Anke van Genesen: Dus kwart over 10 gingen we weer naar huis. 11 uur stond ik onder de douche. en vincent en rob hebben zandkoekjes voor me gebakken die heel goed vulden
[21:43, 19-3-2017] Anke van Genesen: en toen kreeg ik spierpijn van het stilzitten en schilderen
[21:45, 19-3-2017] Manuel: Toen ik je zwemafstand zag dacht ik al dat je de RBR heel goed doorgekomen was!
[21:46, 19-3-2017] Anke van Genesen: even voor het perspectief: anderhalf jaar geleden stelde merijn een triatlon voor en was het vastberaden antwoord NEE een jaar geleden had ik geen racefiets een half jaar geleden was een TA nog de afkorting voor tandarts
[21:46, 19-3-2017] Manuel: Je maakt reuzestappen!!
[21:47, 19-3-2017] Anke van Genesen: Dus ik ging ‘rustig’ zwemmen. Om de spierpijn eruit te zwemmen. HEUS. Mocht ik lekker veel met pullboui zwemmen. Achter M . koel water.
[21:49, 19-3-2017] Anke van Genesen: inzwemmen ging dus lekker (vonden mijn benen ook) en we gingen om de beurt voorop. Zo lekker om achter iemand aan te zwemmen! kalm aan. toen moesten we 4x250m: 100m hele slag (arme beentjes), 50m alleen benen (ARME beentjes) en 100m armen. ik heb mezelf niet gespaaard, niet gesmokkeld. M had vanmrogen 10km in 50min getraind, dus die vond dat hij de flippers mocht gebruiken. doe ik niet. spierpijn eruit
[21:50, 19-3-2017] Anke van Genesen: en toen nog schoolslag (haat ik) en rugslag. Waarin ik me bedacht dat zwemmen en eten helemaal een onmogelijke combinatie is
[21:50, 19-3-2017] Anke van Genesen: en toen uitzwemmen. ik wilde perse het uur halen. en zwom maar door en door. zandkoekjes werken als een dolle blijkbaar
[21:51, 19-3-2017] Manuel: Dus die 2500 meter was inclusief schoolslag en rugslag???
[21:51, 19-3-2017] Anke van Genesen: en 200m benen ja
[21:52, 19-3-2017] Anke van Genesen: ik denk dat mijn horloge wel een beetje de goede kant op gesmokkeld heeft
[21:52, 19-3-2017] Manuel: Je begint een dolfijntje te worden 😉
[21:52, 19-3-2017] Anke van Genesen: haha
[21:56, 19-3-2017] Anke van Genesen: en nu? ben ik nou trots dat ik 2,5 uur gesport heb vandaag: 20km fietsen, 7km lopen en 2500m zwemmen? nee. er waren 70 deelnemers beter dan ik. ik zwom in baan 1. ik ben er moe van.  baal dat ik ‘maar’ 10,5 uur van de 11 uur op het schema heb ‘gehaald’ Vergeet dat ik extra werkuren heb gemaakt. zucht dat ik de was niet af heb en nog een mail moet sturen 
[21:58, 19-3-2017] Anke van Genesen: ik voel me onrustig en erg moe. maar wel rummikub gespeeld. en naar de winkel gegaan. en gekookt. maar soms zou ik wel eens tevreden met mezelf willen zijn. 
[22:01, 19-3-2017] Manuel: Ik weet niet of je wat aan hebt…maar je mag echt tevreden en trots zijn op wat je tot nu toe bereikt hebt. En nog meer met wat je vandaag gepresteerd hebt. Een klein foutje dat je kunt oplossen. Voor de rest was het uitstekend.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De eerste officiële Run Bike Run in Hilversum (+ uitzwemmen)

Snelle blog van volle week

De hele week druk geweest met werken en sporten. Bloggen komt er niet zo van dan!
Dus dan maar heeeeeeeel kort!

op maandag met Manuel in het donker in diverse zones gaan lopen. In zone 4 kon ik lekker hard, dat was fijn.
op dinsdag zwemtraining. Het zwemmen went een beetje.
Het is zo druk op het werk, dat al het sporten er bij gedrukt lijkt. En ik heb het schema nog wel zelf gemaakt! 
op woensdag lekker samen met Vincent op de racefiets. Voor Vincent de eerste keer dit jaar! Heerlijk genieten. Naar de sluisjes gefietst en gekletst en gelachen. 
en daarna zwemmen. Het gaat eigenlijk gewoon gemakkelijk nu. 300m achter elkaar borstcrawlen is geen probleem meer.
Op donderdag ga ik met Rob naar een concert van Loreena McKennitt. En de hele dag werken. Er past geen sport bij! Een ‘rustdag’
vrijdag ochtend vroeg maar gaan hardlopen dan. Manuel weer meegetrokken en het bos door. Halverwege aan het bellen geslagen met oppasmams, school, werk en Vincent. Uiteindelijk toch 12 kilometer gerend.
zaterdag regende het. de fiets op dus, want dat moet ik ook maar eens proberen. het ging voor geen meter Zwaar, wind tegen, regen, sloompies, langzaam, laag tempo. Ik zie ineens erg op tegen een run-bike-run! Ik voel me een enorme amateur tussen allemaal profs. Helaas is dat ook echt de waarheid…. Het zwemmen ging wel redelijk, maar ook dat voelde erg heavy aan. Ik wil op de bank kruipen en niet sporten, maar…. ik laat de bank voor wat ie is.
De run bike run is apart geblogd.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Snelle blog van volle week

rustweek

6maart: drie kwartier hardlopen. In diverse zones. Zone 1 was zwaar langzaam, zone 2 ging lekker, zone 3 ging goed, terug naar zone 1 is erg lastig, zone 4 is flink aanzetten, dan weer zone 1 inwandelen, zone 4 nog een keer en uitwijken voor de bus, zone 1 is uithobbelen. En dat na een druk werkdagje.
7maart: zwemmen! Ik zou van iemand het wetsuit (eventueel) overnemen, dus ik ging proberen er in te zwemmen. het viel mee want het zat best goed; het viel tegen, want het was (veel) te warm. Na 20/25 minuten deed ik ‘m uit. toen kreeg ik een tip van de trainer om mijn armen niet voor me, maar voor mijn gevoel naast me te leggen. Nog even en ik vlieg door het water!
8maart: vanuit de bijeenkomst in Den Haag bij het CBS rechtstreeks door naar het zwembad. Dan ben ik (ook van het autorijden) wat vermoeid en dan is piramidezwemmen (van 50m naar 75m naar 100m naar 125m en terug in diverse tempo’s, afgewisseld met 25m schoolslag) te moeilijk bijhouden voor mij. Dat vergt veel inspanning. Maar ik heb het geloof ik wel goed gedaan. Lekker met een man meegezwommen (of zwom hij met mij mee?). Na 50 minuten had ik totaal geen zin meer, maar met de rugslag en 2x50m rustige brostcrawl kwam het nog wel een beetje op gang. Met hartslagmeter gezwommen.
9maart: Hardlooptraining. Ik ging er wel redelijk open heen. Laat maar komen, die training! Ik ben een beetje door mijn persoonlijk crisis heen – over tot de orde van de dag. Inlopen met PZ. Ik liep gezellig te kwebbelen. Op de baan moesten we iets doen, wat voor mij onmogelijk te onthouden was. Beginnen op 1000m en dan elke keer 100m minder op Z2-tempo en daarna 100m dribbelen en daar tussendoor van 500m na 100m in Z4 met daarna 100m wandelen. Onmogelijk te onthouden voor me. Dus moest ik met mensen die het wel snapten mee gaan rennen. Liep ik vrolijk (in D2) te kletsen met HB. Z2 was wel een beetje te hoog qua hartslag, dus ik liet de heren gaan. Ging ik met SK mee lopen. Of er achter als we tegen de wind in liepen – hihi. In Z4 trok ik flink door. Ik lapte elke ronde. Uiteindelijk redden we de laatste 500m Z2 niet helemaal, want het was tijd en we liepen uit. Ik had in een uur 10 km gelopen. Dat is knap voor een training, want de uitleg duurde zeker een paar minuten stilstaan!
10maart: Drukke dag voor de boeg, dus eerst gaan fietsen. Racefiets van stal gehaald, banden opgepompt en voor half 9 zat ik trillend op de fiets. Trillerig vanwege de klikpedalen. Ik vind ze echt een beetje eng… Maar eenmaal in het Kotterbos, in de stilte met de ontluikende zon boven de grondmist uit ging het fietsen steeds beter. Met de wind en de vogels in de oren genoot ik er gewoon van. Lekker een beetje trappen, snelheid komt later wel weer. Nu weer even wennen aan de superlichte fiets en de smalle bandjes. Het was zo mooi buiten: de grondmist, de kleur van de lucht. Jammer dat ik tegen de wind in over de polderweg fietste, dat kwam het tempo niet ten goede. Ik ging voor een uurtje losfietsen, maar op de Trekweg had ik zo lekker wind mee, dat ik een afslagje verder nam. De laatste kilometers klikte ik af en aan: toch weer 25km de beentjes losgefietst.
En ‘s avonds kon ik mijn triathlonfiets halen. Met een ligstuur; voor de snelheid. Ik kreeg er gratis fietstips bij en ik ben er superblij mee. Ik fietste wat voorzichtig terug door de stad in de schemering, maar dit is mijn vorm van fietsen: liggen en trappen en meer niet. Kom maar op!
11maart: Spa Francorchamps Circuit Run met Vincent. Zie https://anke.badnews.nl/wordpress/?p=11655
12 maart: Spierpijn ken ik niet, rust eigenlijk ook niet en zeker niet als het lente is én er een gloednieuwe triathlonfiets stil staat te staan. Ik hield het uit tot een uurtje of 3 en toen moest het hoor: een beetje trillerig vanwege de klikkers opgestapt en heel rustig de bebouwde kom uitgetrapt. In het bos merkte ik al dat de fiets wel wilde… Helaas was het op de Trekweg in het Kotterbos druk met honden. De brug over over de vaart en de A6. Ik zag op de brug in de verte 2 mensen op het fietspad. Toen ik de brug af sjeesde kon ik ze al niet meer zien. Maar toen begon de pret: gaan liggen, opschakelen en trappen-trappen-trappen. Ik voelde de bovenbeentjes nu wel even! En ineens zag ik de mensen voor me. Wacht even: ik ga ook 30 km/uur. De snelheid van een brommer! Niet aan denken wat er gebeurt als….. Keurig achter de mensen afremmen en op adem komen en rustig inhalen en dan dóór. Makkie. Heerlijk. Geweldig. Zo kan ik 90 kilometer wel overleven. Mijn benen denken er anders over. Tandje eraf, brugje op, tandje erbij, brugje af. Over de 40 km per uur. (niet aan denken hoe hard dat is!) Dan rustig richting Trekweg. Bochtjes zijn niet zo geschikt. De Trekweg is OVERgeschikt. Maar ik moet om vier uur bij Vicoos zijn, dus ik steek de stad weer in. Ik wil snel weer weg bij Vicoos, weer fietsen. Ik kan dit racemonster niet weerstaan. Lieve Oostvaardersdijk: wij worden dikke vrienden komende zomer! 🙂
Rustweek: 25 km gerend, 46 kilometer gefietst en 4300 meter gezwommen. Slechts 6,5 uur gesport. Tja.

Categories: Uncategorized | Comments Off on rustweek

Spa Francorchamps Circuit Run Dubbel Genieten

Samen met Vincent 1 ronde over het Circuit van Spa Francorchamps rennen. Dat is 7 kilometer lang.

Hallo Vincent, wat heb je precies gedaan op het Circuit in de Belgische Ardennen?
Samen gerend met mijn moeder over het circuit Spa Francorchamps. Voor de eerste keer. En naar de mooie bergen gekeken van de Ardennen. Omdat daar een evenement was, waardoor je op het circuit mocht en dat je daarover kon rennen. Dat kan maar 1 keer per jaar.
Had je er veel voor getraind?
Heel veel, heel vaak bij de Woondome in Almere met mijn moeder. De laatste keer zijn we zes keer omhoog gelopen.
Vond je het spannend?
Ja, heel erg, zodat ik de ochtend daarvoor niet had gegeten. Maar toen we daar waren was het ineens een stuk minder spannend.
Wat dacht je toen je op de startstreep stond?
Oh, nou gaat het gebeuren!! Ik dacht: ik hoop dat ik niet terugval op de Eau Rouge. Dat is een stuk wat heel steil omhoog gaat en dat stuk is genoemd naar het riviertje Eau Rouge wat daar stroomt.
Hoe ging de eerste bocht?
Lekker, maar we moesten wel naar de buitenbocht omdat papa dan foto’s kon nemen. En ik dacht meteen: dit gaat best wel lekker. Ik vond meteen een lekker tempo om op te rennen.
Wat deed papa toen jullie aan het hardlopen waren?
Foto’s maken, ook van een andere mevrouw die ik ken en van ons foto’s maken.
Hoe is het nu écht om die hele steile helling van Eau Rouge op te rennen?
Zwaar, maar ik merkte dat er ook heel veel mensen gingen lopen. Ik en mijn moeder hadden afgesproken dat we door zouden rennen. Ik had gedacht dat het nog zwaarder was. Ik heb er wel erg spierpijn van gekregen daarna.
Wat vond je het minst leuke stukje van de race?
Ehm…. Even denken. Ik vond het laatste stukje dat je de finish nog niet zag, dat je alleen maar bomen en weg zag niet leuk en vooral saai. En ik voelde dat het toen ook zwaarder werd, mijn lichaam werkte niet meer zo goed mee. Toen ik de finish zag, kreeg ik wel weer wat extra kracht.
Wat vond je het leukste stukje van de race?
De laatste bocht, omdat ik dan de finish zag en allemaal mensen die mij toe’jogen’ dat ik bijna over de streep kwam. Ik vond het zo fantastisch! En het eerste stuk omdat ik toen dacht: ik kan het en dit wordt de leukste wedstrijd ooit. Toen kon ik de grijns niet meer van mijn gezicht afhalen!
Ben je onderweg nog gestopt om wat te drinken of om uit te rusten?
Nee. Want ik had afgesproken met mama dat we zouden doorlopen en dat we zouden gaan dribbelen. Dat is heel langzaam rennen. We deden kleine stukjes omhoog wel een beetje dribbelend, maar meestal hielden we een hoger tempo vast. We zagen wel andere mensen gaan wandelen, maar wij zijn gewoon doorgegaan.
Was het leuk om met mama te lopen?
Ja, het is wel gezelliger dan alleen. Als ik alleen loop, heb ik niet echt leuke verhalen erbij. Mama was één van de enigen die nog praatte. En ik vond het ook fijn dat ze me toejuichte tijdens het rennen. Ze heeft mij een beetje gecoached en ik denk niet dat ik het zonder haar had gekund.
Waren er nog meer mensen aan het hardlopen?
Ja, nog zo’n tweehonderdvijftien andere deelnemers. Het wordt elk jaar drukker, want het is heel mooi daar. Uiteindelijk splitst de groep zich ook een beetje op. Er waren ook mensen die harder gingen lopen. Wij liepen een beetje in het midden. Het was best een beetje vol.
Wat vond het je gemakkelijkste stuk? En wat het zwaarste?
Alle stukken die naar beneden gingen waren gemakkelijk, hihi. De rest was zwaarder omhoog. Het zwaarte stuk was ehh, Eau Rouge en de rest van de stukken omhoog eigenlijk ook.
Hoe voelt het om door de busstop chicane te moeten rennen, beschrijf dat eens voor ons.
Best wel bijzonder als je bedenkt dat hier ook race-auto’s rijden normaal. Je ziet ook slipsporen van auto’s. En dan te bedenken dat er ook Formule 1 auto’s rijden, dat voelt best wel speciaal aan.
En toen over de finish. Wat voelde je het allermeeste?
Spierpijn! Ik heb meteen spierpijn gevoeld. Ik was ook trots. En blijdschap; ik heb het gehaald.
Vind je de medaille mooi?
Jahh, de kat is er zelfs jaloers op! Het hele circuit staat erop en de Belgische vlag. Ik ben er gewoon blij mee.
Ga je volgend jaar weer?
Ja! En als het kan, zelfs liever de 14 kilometer. Dat zijn twee rondjes. Eau Rouge is dan wel zwaar, maar voor de rest is het een prachtig circuit.

En dan nu de vragen voor mama, gesteld door Vincent.

Hallo Anke, vond jij het leuk?
ja ik vond het ondzettend gaaf
Ben je blij me je medaille?
ja maar hij ligt alweer in het laatje ik geef niet zoveel om de medaille
Vond het leuker dan vorig jaar?
ja vorig jaar lag er sneeuw het was heel zwaar en nu was het veel leuker met zen tweeen en hoefde ik niet met me zelf bezig te zijn
Vond je het gezellig om met Vincent mee te rennen?
ja dat was geweldig
Welk stuk vond je het zwaarst?
toen ik mijn schoenveter had gestrikt en Vincent moest inhalen terwijl ik nog omhoog moest rennen terwijl ik er bijna was
En welk stuk vond je het lichtst?
het eerste stukje oftewel de eerste bocht omdat het daar nog omlaag gaat en dan ben je nog vers weetje
Hoe voelde het toen je de eerste bocht doorging, hoe voelde je je toen?
o dat was eh heel bijzonder om daar met Vincent te lopen
En hoe was het toen je bijna bij de eindstreep was?
ik vond het jammer dat het zo snel voorbij ging en ik was heel erg trots op Vincent omdat hij zonder stoppen  7km had gerend
Wat vond jij het leukste stuk
ja alles eigenlijk omdat het een soort droom was die uitkwam om met Vincent te rennen
En wat vond je het saaiste stuk?
het saaiste stuk is dat stukje dat je bija benenden bent en dat je vlak gaat lopen bijna op 5km en toen wou Vincent wat langzamer en ik dacht we moeten 5km in een half uur rennen en toen gingen we even langzamer maar we hebben 5km binnen een halfuur gehaald.en dat is eigenlijk wel jammer want dan hebben we er minder lang van genoten.ik stelde Vincent voor om nog een rondje te gaan maar dan moes ik alleen
 wat was jou tijd
ja echt heel knap!!!40 minuten maar!!!beetje te snel maar toch maar daardoor ben ik nog trotser
 
Het was echt heel, heel erg gaaf. Het was heerlijk om zo samen te kunnen genieten en Vincent te kunnen coachen. Dat ik zelf zo’n tempo nog haal is al wonderlijk, maar dat zo’n klein ventje zo’n afstand in zulk een korte tijd aflegt, daar ben ik echt wel erg, erg trots op! Onze officiele tijd was 40:03 (Vincent) en 40:05 (ik). Daarmee is Vincent 66ste van de 140 mannen geworden en ik ben 16de van 104 vrouwen geworden.

Maar de grootste winst: DIT WAS FANTASTISCH

Categories: Uncategorized | Comments Off on Spa Francorchamps Circuit Run Dubbel Genieten

Tropenweek qua sporturen!

maandag 27 februari. Ik zat ergens mee. En hoe kun je dat dan beter verwerken als rennend rond de wijk in je uppie? Ik liep diep in gedachten verzonken en ik zou niet meer weten waar ik gelopen heb, maar met elke stap kwam de oplossing dichterbij. Ik kwam misschien niet direct fysiek sterker uit dit loopje, maar sommige stappen zet je op een ander gebied. Ik heb me misschien niet heel erg goed aan de opgegeven loopzones gehouden, maar de druk was wel verdwenen.
dinsdag 28 februari. Bij het zwemmen zijn de periodes aangebroken van veel zwemmen. De techniek verdwijnt weer wat naar de achtergrond. Afstanden maken is het idee. We deden 5 keer : 50m benen, 100m armen, 150m hele slag. Gelukkig mochten we na de tweede keer benen de eerste 50 m ook hele slag doen en die deed ik dan maar op hoog tempo. Jaja! Er zit zelfs beduidend tempoverschil in tegenwoordig! Aan het einde, toen iedereen bijna weg was, ging ik met ogen dicht zwemmen. Heel apart. Wel prettig. Ik heb maar liefst 2350m gezwommen, een nieuw record!
woensdag 1 maart. Weer zwemmen. De trainer sprak me toe dat ik anders moet insteken. Arm recht naar beneden. Dat heb ik maar geprobeerd, maar ik doe nog íets niet goed, maar ik weet niet precies wat. Dat frustreert me. Het gaat er niet slechter door, ik zwem nog altijd flink door voor baan 1 en ik heb er steeds minder moeite mee. Wederom zwem ik dezelfde afstand als gisteren.
Tot nog toe valt de hoeveelheid sporturen wel mee toch? 3 Uurtjes pas en het is al woensdag! Maar… in deze week (weken) wordt de sportbelasting opgevoerd. Nu gaat alles nog in een redelijk langzaam tempo, maar voor de halve triathlon straks moet mijn lichaam natuurlijk wel urenlang aan de gang blijven. Daarvoor leg ik nu de basis. Stonden er vorige week nog 10 uur sport op het programma, deze week zijn dat er al 11. Of ik die ga halen? Lees maar verder!
donderdag 2 maart. Ik zag niet uit naar de training, maar gaandeweg viel het wel mee. ( met andere woorden: prima trainer, lekker weer en net te koud aangekleed, niet ellenlang inlopen) We gingen kilometertjes op de baan lopen. Als je -net als ik- ongeveer 50 minuten op de 10 kilometer loopt, was de bedoeling dat je 5:30 over de kilometer zou doen. De eerste keer deed ik er 5:23 over en dat kwam nog het dichtste bij! De volgende 4 waren allemaal sneller. Ik verzonk in gedachten en wilde vooral alleen lopen en zelf mijn ding doen. Het maakte me verdrietig. Dat zorgde voor wat wrevel toen anderen me aardig wilden komen supporten. Ik heb de rest van de avond met nieuwe hardloopschoenen aan op de bank gelegen. 
vrijdag 3 maart. In het weekend stond 3 uur fietsen, maar ik verplaatste ze naar deze dag. Eigenlijk stond er rustdag, maar dat werd ‘m dus niet! Het eerste uur ging Manuel meefietsen, die moest daarna naar de tandarts. We fietsten over het asfalt met de mountainbikes. Mijn fiets raakte naast het fietspad, gleed weg, ik gleed mee en mijn tand gleed over het asfalt, net als mijn knieën en kin. Niks ernstigs verder, alleen een stukje tand minder. En dat is toch …eh… minder! Dus ik fietste naar de tandarts en die had om 12 uur tijd voor een reparatie. Nog dik twee uur over dus. Om te fietsen. Ik trapte nog een heerlijk rondje oostvaardersplasssen weg en kwam uit op 3 uur en 60 kilometer. Door naar de tandarts die me weer voorzag van een complete tand en een rekening. Thuis grijnsden de schoenen me zo breed toe dat ik wel moest toegeven aan ze. Ik trok Manuel van zijn lunch af mee voor een rondje van 6 kilometertjes. De schoenen doen het uitstekend en de laatste kilometer konden ze ook tempo maken. Kijk, en dan beginnen de sporturen te tellen! ‘s Avonds ging ik kijken voor een tijdritfiets. Een snelle racefiets voor de rechte lijnen zeg maar. Volgende week kan ik ‘m ophalen. Nieuwe schoenen, nieuwe tand, nieuwe fiets, nieuwe inzichten: het wordt me de sportweek wel zeg.
zaterdag 4 maart. Anderhalf uur rondjes rennen. Manuel mocht weer mee en we gingen naar het Beatrixpark. In plaats van slingeren en kringelen gingen we over het skeelerpad lopen. Eerst samen 1 verkenning-inlooprondje en toen ging Manuel op het kilometerpunt bij de berg steeds de andere kant op in zijn hogere tempo. Ik bleef in de lage hartslagzones hangen. Als we elkaar tegenkwamen, draaide ik om tot we weer bij het 1 kilometer punt waren. Ik zag een beetje op tegen zone 3. Maar enige minuten voordat ik die in moest, voelde ik dat ik overging van koolhydraten- op vetverbranding. Het gaat allemaal zwaarder aanvoelen, de hartslag gaat omhoog en het gevoel ‘doorbuffelen’ krijgt een betekenis. Ik liep zone 3 in een aardig tempo helemaal vol. Manuel en ik dribbelden weer naar de auto die (wel) opgeladen was. Anderhalf uur en dik 13 kilometer. En dan einde van de middag: zwemmen! Ik probeerde mee te zwemmen in het tempo van baan 2, maar dan in mijn ‘eigen’ baan 1. In baan 1 zwemmen 4 of 5 mensen, in baan 2 een stuk of 10. Dus al hou ik het tempo vol, ik kies er nog even voor om om de anderen heen te zwemmen. Ik ontdekte het ademhalen en vooral het uitademen onder water. Daarom ga ik aan het einde van de les beter: dan hou ik mijn adem niet meer in omdat dat niet lukt en blaas ik onder water uit! Dus naast het ‘ploep’ van de goede insteek hoor ik nu ook ‘bobbelebobbelebobbele’ Geen gesplash meer onder water ! We moesten 500 meter achter elkaar zwemmen en dat lukte me prima. Maar ik zwom nog even uit in het volgende uur. 2600m gezwommen. Niet binnen een uur, maar toch!
zondag 5 maart. Een hele rustige dag. Bank, spelletjes, uitslapen. Maar wel zwemmen! Lekker in Almere Poort. We hadden een invaltrainer. We gingen om de beurt voorop. Ik vind zwemmen ook nog leuk nu ik het door begin te krijgen. Ik ben erg tevreden met het feit dat ik de afgelopen week zo sportief ben geweest.
Dat ik dat gewoon aankan: ruim 11 uur sporten. 37 kilometer hardlopen, 60 kilometer fietsen en 9450m zwemmen.
En ondertussen wat zaken uitvogelen, ontdekken van jezelf en nieuwe spullen kopen. En ik heb ook nog gewerkt de afgelopen week.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Tropenweek qua sporturen!