verKOUdheid

Maandag 6 februari: Ik ben verkouden. En niet gewoon een beetje hoesten en wat keelpijn: nee, mijn neus zit echt helemaal dicht! Niets meer, en vooral niks minder. Ik voel me wattig, traag en denk een tandje lager. Dat het uurtje hardlopen vandaag zonder opdracht misplaatst in het schema stond, was geen toeval. Ik snakte letterlijk naar een dagje niet-hoeven-sporten. En dus reed Rob nét niet tegen een andere auto aan en kon Vincent zijn eten nét binnen houden toen ik zei dat ik de hele avond niet ging sporten.
Dinsdag 7 februari: Het hielp! Op tijd naar bed en tocothonolin deden hun werk: de verkoudheid was zo goed als voorbij gedreven. Ik kon weer zwemmen! Ware het niet dat ik uitgenodigd werd voor een les yoga, die anders wegens te weinig deelnemers niet door zou gaan. Yoga is niet mijn ding. Dat is nog zwak uitgedrukt: ik ben niet van het stil liggen en gedachten verdrijven in een wankele positie. Zeker niet als het samenvalt met een zwemtraining. Maar ik ging naar yoga, sociaal als ik ben. En om de verkoudheid alle kans te geven voorgoed te verdwijnen. Een beetje spieren oprekken dan maar in plaats van door het water schieten. Goed van mij he?
Woensdag 8 februari: Vandaag houdt niets mij uit het zwembad! Ik verval ‘s middags in een heerlijke kalmte, waardoor ik bijna te rustig ben voor zwemtraining. Desalniettemin liggen Vincent en ik om half 6 in het water. En dat voelt goed. Geen gehap naar lucht, zo min mogelijk pullboui en vooral veel zwemmen. Dit is duidelijk een duurtraining van JC. Graag. We zwemmen hondertjes. Ik hou de dames met achtjes en flippers zonder hulpmiddelen bij. Het tempoverschil is matig, maar ik let goed op mijn slag. Nog even en ik weet echt hoe het moet. Het zou zelfs een gewoonte kunnen worden ooit, dat geploeter door het water. Dit is de eerste les zonder dat we alleen-benen doen (wat ik nogal afschuwelijk vind) en daardoor telt mijn horloge alle slagen. Ik heb nog nooit zoveel gezwommen. Ha! 220o meter in net iets minder dan een uur. It feels good 😀
Donderdag 9 februari: Baantraining. Het is dezelfde trainer als vorige week, waarbij ik niet naar de hartslag moet kijken. Deze keer is de groep nog groter, alle volwassenen gaan mee. Dan ben ik langzaam. En de verschillen zijn veel en veel te groot. Hoe snel ik ook ga, ik blijf te langzaam. En het inlopen gaat al op 10km/h en meer. Dat houdt mijn hart inderdaad niet bij. We lopen lekker ver en lang buiten de baan in. Ik ben zwijgzaam, heb geen zin om iemand iets te zeggen. Op de baan gaan we allemaal intervallen lopen. Ik vind het best. Voor de puzzelaars onder ons; we doen dit:  tempo’s 1, 2 en 3  400t1,300t2,200t3,100t4 pauze 400t1,400t2,400t3 dribbelpauze 400t1,400t3,400t2 dribbelpauze 200t3,200t1,200t3,200t1,200t3. Ik tel het zo’n beetje uit en doe precies wat ik moet doen. Maar dan een hartslagzone te hoog, hah 😐 . Aan het einde maak ik opnieuw kennis met JB die voor het eerst meetraint op de baan. Al haar kinderen beoefenen de triatlonsport op groots nivo. Ik vind het een geweldige vrouw. Zij doet zelf natuurlijk ook aan (de hele) triatlon, maar nu de kinderen niet meer zo willen, laat ze hen ook stoppen. De heldin! Wordt hopelijk vervolgd.
Vrijdag 10 februari: Het is koud. IJskoud. Koude noordenwind. IJzig. Maar ik ga fietsen en Manuel (hoe toevallig) ook. Rondje om de Oostvaardersplassen. Ik ging weg met het idee 50 kilometer te fietsen (het blijft toch rustweek anke…) of na het fietsen nog te hardlopen. (rustweeheeek) Eerst zijn mijn handen te koud. Dan mijn armen. We rijden door het bos om iets minder wind tegen te hebben. Daarna worden mijn voeten koud. Gevoelloos koud. Op de dijk hebben we wind mee – laat dat maar aan Manuel over. Eigenlijk is het te koud voor een goed gesprek. We komen 1 andere fietser op de dijk tegen – malloot… Maar het kan nog gekker: wel twee wandelaars! Met deze temperaturen is dat een horde. Ik wil verder over de dijk rijden en door het Wilgenbos. Manuel gaat mee. Ikzelf zou nog meer gefietst hebben om persé de 50km te halen (en niet te hoeven hardlopen), maar eigenlijk is het gewoon te koud en kil en niet heel erg leuk. Na 43,5 kilometer staan we weer voor de deur voor een warme kop thee. Mocht het dit jaar weer 30 graden worden (nu kan ik dat niet geloven), dan zal ik terugdenken aan deze ijzige rit.
zaterdag 11 februari: Ik ga hardlopen met Joyce door het Beatrixpark. We vertrekken even over half tien en na een paar minuten begint de sneeuw te dwarrelen. Uiteraard prikt Joyce meteen door mijn mopperige stemming heen. We starten met kletsen. En de sneeuw wordt dichter. Dat is geweldig. Langzaam wordt de wereld wit onder onze voeten. Wij kwebbelen door. We cirkelen om het park, ronde na ronde. Ik laat zone 1 lekker los en tempo blijft laag. Het sneeuwen neemt serieuze vormen aan en het dwarrelt maar door. We genieten in de overtreffende trap: van het knerpende geluid onder de voeten, van het wit, van onze voetstappen die vervagen, van elkaars gezelschap. Over de berg, achter de berg, voor de berg langs: we doen het allemaal en het is allemaal onverhard door de sneeuw. Het is niet zo koud. We zien in de verte twee andere lopers, maar voor de rest is het park van ons. We lopen anderhalf uur en mijn schouders zijn een centimeter of tien gezakt. Helaas moeten we Vincent ophalen, anders hadden we nog wel een paar uur door kunnen kletsen. Geen snelheidsrecord, wel een sneeuwrecord en een topochtend.
‘s Middags gaan we zwemmen. Wij hebben een heel prettig uitziende trainer, die ons volwassenen normaal geen training geeft, maar grotendeels zwemmen we toch onder water helaas. De oefeningen zijn voor mij abracadabra, dus ik laat Dick voorop zwemmen. Ik hou het goed bij tegenwoordig. Telkens iets met 4 keer 50, 4 keer 75 en daarvan 25m zelf kiezen (ik kies meteen de rugslag en geen schoolslag) of de laatste 5 meter versnellen. Marc merkt op dat wij niet in hartslagzones tellen, maar in overlevingszones en ik merk dat je daarvan ook onder water de slappe lach kunt krijgen. We doen veel te veel benen naar mijn zin, dat pruim ik echt niet. Aan het einde gaan we overdwars door het bad zwemmen, onder water, tegen elkaar in. Hoewel ik de zin van deze oefening voor triatleten (gezamenlijk het water in) prima begrijp, vind ik het helemaal niets. Ik kan niet zo onder water, ik ben niet zo snel en ik vind het onrustig en moeilijk te volgen. Blijkbaar doe ik nu toch iets structureel goed met mijn armen, want ik word op zondagochtend wakker met spierpijn in mijn bovenrug en bovenarmen.
Zondag 12 februari: Maar er is geen spierpijn die mij ervan weerhoudt nogmaals te gaan zwemmen. Fietsen door de sneeuw wordt het namelijk niet vandaag. Marc en Vincent gaan mee naar Almere Poort. Ik duik vrij snel het water in en zwem 250m in met pullboui en 250m zonder. Weg spierpijn. So Far. Trainer PZ geeft duidelijk aan hoe en wat we moeten zwemmen. 4x100m techniek op d 25m heen en toepassen op de 25m terug. Hij kijkt ook goed en geeft me een compliment dat mijn arm nu mooi hoog gehouden wordt, maar ik moet nog iets meer vanuit mijn schouders zwemmen. Ja, dat voel ik. Ik begrijp het meteen en kan het ook nog eens meteen toepassen. We doen nog andere oefeningen en ik zwem de hele tijd voor de drie heren uit. We doen maar 1 keer 50m benen en 1 keer 50m schoolslag als rust. Dan heeft PZ nog een tip: ik steek verkeerd in, met mijn platte hand en dat kost teveel energie. Heel lang geleden, toen ik nog in het pierenbad zwom, is me dat ook gezegd, maar nu valt het kwartje op zijn plek. Daardoor lijkt het alsof ik aantik! Daar komt die ‘klacht’ vandaan! PZ doet het superhelder voor en dan schiet ik ineens door het water! Het voelt alsof ik veel meer kracht kan zetten, de hele beweging (scherp insteken, extra doorhalen naar achter, pink als laatste het water uit en arm hoog houden, schouder mee kracht laten zetten en weer fel insteken) valt ineens op zijn plek. Sensationeel. Ik voel nog voor ik het bad uitga al dat ik weer echt vermoeid ben en dat mijn schouders nu al branden. Ik zal morgen ook nog wel aan de trainer denken en voelen dat ik hem door heb. Hoewel ik hem wel twee keer bedank, zegt dat eigenlijk niet genoeg: hij heeft me enorm verder geholpen. Ik heb nog nooit zoveel gezwommen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on verKOUdheid

5 jaar geleden begon het allemaal….. En nu?

Maandag 30 januari: Uitlopen na de Kidney Run. “Als je geen spierpijn hebt” stond er in het schema. Natuurlijk niet! Manuel ging mee door het donker en we liepen maar zo een beetje te kwebbelen en het uur liepen we vol. Gewoon over het asfalt, niet al te hard. Niet al te lastig, maar ook niet buitengewoon soepel. Echt een uitlooprondje, niet meer en niet minder.
Dinsdag 31 januari: Zwemmen tussen 9 en 10 uur. We hadden de trainer die ik niet zo mag en het was druk. Ook baan 1 was goed bezet. Ik voelde me prima en ging voorop. Met gemak. Eerst was dat leuk om te merken, maar ik ben daar om te zwemmen en niet om te wachten. En als je snel de voorste bent, dan moet je wachten tot de laatste er ook is. We gingen veel zwemmen op armen en laat ik daar nu helemaal sterk in zijn! We ruilden de kop om en dan moet ik me zelfs inhouden. We doen ook benen en rug, maar vooral veel honderd-metertjes. Ik krijg het prima meegeteld en ook het 1 op 7 ademen lukt me goed. Ik ga echt over na 1 op vier ademen. Aan het einde word ik stiksjachereinig van het gewacht en van het feit dat ik niet van mezelf waardeer dat ik al zover gekomen ben met zwemmen. Ik heb voor mijn doen een flink end gezwommen in het uurtje.
Woensdag 1 Februari
Vijf jaar geleden zette ik de eerste hardloopstappen met Evy. Meteen de eerste minuut ging ik de mist in, want lopen was toen voor mij nog gewoon wandelen! Ik was toen vastbesloten om voor pasen 5 kilometer aan 1 stuk te kunnen hardlopen. Die 20 minuutjes eens in de twee dagen, dat zou me lukken! In een oude sportbroek, op oude schoentjes: Ik vond het leuk. Het was best lastig toen om een minuutje te blijven lopen, maar ik kwam na 20 minuten blij thuis. Als ik toen geweten had wat er volgen zou: 10 kilometer, een halve marathon, een loopclub, een marathon en volledige overgave. Ik zou het destijds niet begrepen hebben, laat staan dat ik het kon geloven! En nu zijn nog verder: 8300 hardloopkilometers heb ik in al die tijd gemaakt! De tien kilometer onder een uur, een ernstige hardloopdip, nog een marathon, een trailrun door de rivier en een trainer met een echt plan! En nu… de triatlon; zwemmen, vele sporturen en een eigen mountainbike. Het is lastig terugkijken voor mij, moet ik trots zijn? Uitkijken naar de komende vijf jaar? Deze dag ga ik in elk geval ‘vieren’ door terug te gaan naar toen: De eerste Les van Evy ga ik herhalen. Deze keer samen met Vincent.

mama wandelt....


mama rent....


Wandelen en hardlopen wisselen elkaar af. Vincent wordt er gék van; wandelen en dan een vrouwtje met een raar accent. We lopen/wandelen naar de Woondome en dan zit les 1 er op. We lopen een paar keer de Woondome-helling op en af. De meneer in de auto vindt het ‘geen speelplaats’, maar die loopt zelf blijkbaar niet. Voor de rest komen we onderweg meerdere mensen tegen die ons prijzen. Met les 2 lopen/wandelen we weer terug. Ik vind dat Vincent wat schamper doet over deze eerste lessen, maar ja – we zijn duidelijk 5 jaar verder!
En de gewone training pakken we een paar uur later weer op in het zwembad. Weer dezelfde trainer als gister en hij schreeuwt me toe dat ik niet meer moet aantikken. Maar ik weet niet wat ik verkeerd doe en dus kan ik het niet veranderen. En dat maakt me onzeker. Of ik ben gewoon moe van de intervallen van Evy, of van het zwemmen gisteren, maar vandaag zwemt het niet soepel. We doen veel techniek en ik doe mijn best, maar ik kan de snelsten (met snorkel en/of achtje) niet bijhouden. Ik vind het zwaar. Ik doe mijn best en we zwemmen nu weer hartstikke veel, maar zo lekker als het gister ging, zo stroperig ging het vandaag.
Donderdag 2 februari: Baantraining. Gelukkig een andere trainer, maar van deze kerel slaat mijn hart op hol – haha: letterlijk. Ik heb de hele training een hoge hartslag, maar niet té hoog. We lopen behoorlijk op tempo in en het is een hele grote groep (30 mensen). Ik weet niet of ik het tempo hoog vind liggen of dat het werkelijk zo is. We doen de loopscholing op de trap. En lopen weer hard terug naar de baan, maar wel in verschillende tempo’s en lantaarnpalen tellend. Ik heb eigenlijk al geen zin meer… Op de baan wordt het mij te ingewikkeld: 300 meter, waarvan 2o0 meter duurtempo en 100 meter wedstrijdtempo en dat vier keer. En dan 50 meter wandelen en 50 meter dribbelen tussendoor. Of zoiets. Ik loop maar met SK mee, maar eigenlijk is haar tempo voor mij net te hoog vandaag. Aan het begin zeer zeker. Ik hark maar wat mee. Daarna gaan we nog vierhonderdjes doen in 200 meter deurtempo en 200 meter wedstrijdtempo met 50m wandelen- 100m dribbelen- 50m wandelen tussendoor. Het is me wat teveel getel, gewissel en ge-interval. Ik zie de trainer van de snelle groep op het bankje gaan zitten en het liefst wil ik erbij gaan zitten. Mijn hoofd heeft geen zin meer en mijn benen werken ook niet mee. Maar ach, ik ga dapper door. Tot slot moeten we nog een kilometer lopen in diverse tempo’s, maar ik loop de hele kilometer in 1 tempo en ik vind het best. Blij dat ik klaar ben met deze exercitie.
Vrijdag 3 februari. Here we go again! Sportochtend! Ik fiets op de ‘Kubus’ met Vincent mee naar school en dan fiets ik verder met een flinke omweg naar de Kemphaan. Ik heb dik een uur en fiets om het Weerwater heen. Ik heb mijn rugzakje op met daarin mijn trailschoenen. Ik fiets een hele tijd achter een meeuw aan die net als ik 21 kilometer per uur gaat. Het druppelt zelfs een beetje aan de andere kant van het Weerwater. Ik ga niet hard vandaag: dit gaat om in beweging blijven en niet om snelheidsrecords. Ik neem lekker de onverharde paden op de Kemphaan en kom precies tegelijk met Joyce aan. Ik ga met haar onverhard hardlopen. Ik heb erge last van een aft op mijn tong die mij het praten (en eten) belemmert, dus ik mag luisteren naar Joyce haar verhalen! Heerlijk! Ik hoeft alleen maar het tempo te drukken en dat is aan mij besteed. Ik hoeft, wil en ga niet hard. Mijn streven is de 8 minuten halen op een kilometer, maar dat lukt maar 1 van de tien keer. (in die ene kilometer dat we de sloot over moeten). Mijn hartslag blijft laag tot ik ga kleppen. Dat is pas na kilometer 7. We doen ruim 5 kwartier over de 10 kilometer, maar ze zijn allemaal onverhard. Het is heerlijk! Intussen zijn alle druppels weg. We halen mijn fiets weer uit de auto en ik vervolg mijn bike-run-bike. Ik fiets helemaal de andere kant van Almere langs en de zon komt er zelfs door. Ik ben ruim op tijd weer op school. Ik heb inmiddels wel stevige trek, want ik loop en fiets op 1 bord pap en 1 lekkere (!!) cola-gel. Als ik thuiskom heb ik 50 kilometer volgemaakt op mijn sportochtendje en ben ik ruim drieëneenhalf uur in beweging geweest.
4-2 Midden in de nacht komt het binnen geslopen: niet erg stilletjes, maar met veel herrie, waar ik wakker van wordt! En ‘s morgens zit het vast. Hartstikke dicht. Mijn neus, mijn hoofd: het lijkt één pot snot. Verkoudheid. Snipverkouden. Snotter, snuf, nies. Het klinkt een beetje raar en het is vermoeiend. Ik doe alles net een klein tempootje lager, behalve spelletjes winnen dan. Ik wil toch gaan zwemmen, kijken hoe dat voelt. Ik zit naast een zwemmoeder en vlak voor de les geeft ze me een gouden tip: ik moet meer slepen met mijn elleboog hoog. Van haar pik het meteen en ik ga oefenen en oefenen. We hebben weer dezelfde trainer – drie keer in 1 week – dat had echt niet gehoeven! We beginnen met de opdrachten waar we woensdag mee stopten, naduwen met de armen. Ik zwem heel veel (bijna alles) lekker met achtje. Het gaat soepel en ik haal zelfs 1 op vier met ademen: dat is het probleem niet. En om me niet te irriteren, zwem ik een baantje extra in plaats van op de rest (en trainer) te wachten. Zo haal ik de langste afstand ooit en breek ik wat snelheidsrecords. Maar wat ben ik MOE daarvan!
5 februari: Mijn neus zit vol met snot. Verder voel ik me moe, maar niks ernstigs. We gaan ons te buiten in de Decathlon en dan moeten de nieuwe spatborden, fietsbroeken en jasjes natuurlijk wel getest worden! Hoe suffig ik ook ben. Vincent gaat mee. Rob blijft even rustig thuis. We gaan maar weer het Kotterbos in. Modderig en glibberig. Vincent fietst voor mij uit en hij geniet. Ik voel me soms net een visje dat naar adem hapt, maar ik trap heerlijk gestaag door en trek me niks aan van het (lage) tempo. Het glibbert me wat zeg. En het is druk met wandelaars en ik zie zelfs andere mountainbikers! Door de modder haal ik Vincent even in. We rijden terug over de weg naar het ‘moeilijke’ stukje. Op mijn schema stond immers ‘technisch uitdagend’. Vincent neemt de makkelijke route. Ik kom de heuveltjes niet op. Dat ligt voornamelijk aan de modder waarin mijn fiets wegglijd. Erger is het dat ik de gladde helling ook niet af durf. Tot zover de uitdaging… Vincent probeert het tenminste nog om de steile helling op te komen! We fietsen dik een uur en dan zijn mijn heerlijk broek en de spatborden goedgekeurd.
De tien (!) sporturen van deze week zitten er weer op. Had ik dat ooit kunnen bedenken toen ik 5 jaar geleden begon? Van 18 minuten naar 10 uur! Van een paar minutenloopjes naar 10kilometer hardlopen-zwemmen-mountainbiken-koppeltraining. Nee, dat had ik nooit kunnen vermoeden!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 5 jaar geleden begon het allemaal….. En nu?

Rennen-zwemmen-fietsen-zwemmen-rennen-fietsen

23-01 Gelukt! Ik heb spierpijn Ik heb zelden spierpijn, maar vandaag trekken mijn bovenbenen. Niets wat me weerhoudt van de lunchwandeling en ook niet van het uitdribbelen. Met Manuel door het donker. De eerste tien minuten lopen we zwijgend naast elkaar en we gaan heel erg langzaam. Ik hoeft ook niet veel te zeggen. Geen route-idee, geen zin en een te hoge hartslag (maar ik zet er geen beperking meer op) We hobbelen wat richting het centrum over het nieuwe pad en over het skeelerpad terug. De spierpijn is op wonderlijke wijze geheel uitgebannen.
24-1 Zwemmen! Ik mag weer zwemmen! Ik doe het voor nop- mijn horloge ligt nog thuis en daar báál ik van. Onwijs. Hoe weet ik nu hoe het gaat of hoe ver ik kom 🙁 Het voelt lekker en goed, maar ik heb geen bewijs!!!! Met achtje vlieg ik er doorheen, en zonder achtje kom ik er achter dat ik gewoon zo min mogelijk met mijn benen moet flipperen. Met betweter meneer D lijk ik toch elke keer een wedstrijd te doen. Hij zegt elke keer hoeveel seconden ik achter hem binnen kwam. Wacht maar, tot we alleen op armen mogen, dan zwem ik jouw er met je achtje finaal uit. We zwemmen flink wat op tempo. Ook een keer alleen benen (BLEHHHH) en schoolslag en rugslag. Het tempoverschil begint nu echt te komen. Ik had zeker een record gezwommen als ik mijn horloge bij me had gehad. GRMBL
25-1 Woensdagmiddag. Werkjes af, Vincent heeft geleerd. Wij gaan fietsen. In het bos. Op de mountainbike. Op de AllTerrainBike. Het is best killetjes buiten. Vincent schakelt zich suf over de weg. De verre brug over en dan begint het feest: het ATBpad over de heuveltjes. We hoeven maar 1 keer af te stappen. Dan even instructie geven over het bos en daar de kleine bink: YAHOOOOO hoor ik en hij gilt het alleen maar uit van de pret. Modder, boompjes, kuiltjes: we omzeilen het. Ik alles, Vincent pakt bij voorkeur de kuilen en de modder mee. We lachen hardop en hebben grote pret. Over vieze modderjongetjes en balletmoedertjes. Vincent volgt het pad en gaat ook een stuk voorop. Hij gaat over de takken! Heldje. We maken foto’s en stoppen regelmatig. We fietsen het heuveltje met de vogeltjes (kunstwerk) 2 keer over en gaan dan terug. Van Vincent hoeft dat niet. We gaan illegaal het bos door, omdat we het verboden-voor-fietsers-bord helemaal niet zien (neuh). Dwars door het bos. Vincent vindt het ge-wel-dig. Ik vind terug over de heuveltjes prima, maar Vincent laat zich de kans niet ontnemen nogmaals door het bos te slingeren. Ik roep over het lange rechte pad: “saai”, Vincent roept terug: ‘neem balletles!’. De heuveltjes in tegengestelde richting zijn iets moeilijker, maar het gaat al stukken beter als zaterdag. Over het brede pad fietsen we terug richting de brug en richting huis. Vincent door de plas met modder tot op zijn helm, ik netjes om de plas. Modderjongetjes en balletmoedertjes.
Het modderjongentje en het balletmoedertje naar de zwemles. Er was eens een modderjongetje wat geen zin had en een boze balletmoeder die het arme jongetje meenam in de grote koets. Halverwege kreeg het balletmoedertje spijt van het watergeploeter, maar het modderjongetje kreeg net heel goed les. Dus moest het balletmoedertje door en nog flink op tempo ook. De andere prinsesjes in de baan namen hun vrije kwebbeluren ruimschoots op. En zo ging het uur voorbij. Leerde de modderjongen zijn borstcrawl verbeteren en leerde balletmoeder wat het is om hard te zwemmen. Het horloge mocht deze keer wel mee, maar is niet erg accuraat.
26-1: kerst is een maand geleden, carnaval over een maand. En ik heb geen zin in training. Wanneer wel?! Het is bitter koud en ik heb 3 lagen aan. Op de toilet doe ik een lastige ontdekking die al het tempo-verlies direct rechtvaardigt. De training begint goed: wandelend! Ik zet mijn kwebbelmuts maar op (bij gebrek aan oorwarmers) en dat helpt. Ik hobbel zorgeloos mee, of dat nu met de snelle mevrouw mee is of met de langzame meneer; ik socialiseer me door deze training heen! We gaan op de baan 400tjes en 800tjes afwisselen in zone 3. Dat kan ik! van de 400m moeten we de laatste 50meter wandelen, van de 800m moeten we de laatste 100meter wandelen. Ik hou de hartslag keurig rond de 160 en babbel met de mensen om me heen die dezelfde kilometertijden lopen op de 10 kilometer. Jawel, leutertempo van bijna 12 kilometer per uur! Hoezo, tempo-beperkingen?! Gelukkig heb je dat op de baan niet door hoe hoog het tempo ligt. We maken de tijd vol en lopen weer uit. Ik heb geen spijt van de drie laagjes.
27-1: Fietsen. Rustig fietsen. Mijn buik doet pijn, ik heb de hele ochtend redelijk doorgewerkt en ik ben narrig. Ik voel me vervelend. En die arme Manuel moet weer mee in het slome tempo en langs een zwijgzame anke. Gelukkig heeft hij wel tosti’s gegeten. We fietsen over het asfalt. Ik tenminste zeker, Manuel pakt nog ergens een stukje onverhard mee. We fietsen richting het sluisje op de Knardijk, maar bij de Praambult heb ik het wel gezien. We fietsen terug over de Trekweg. Langzaam aan word ik wat opgewekter (hoewel de buikkrampen niet verminderen). Ik hoefde maar drie kwartier te fietsen, maar het duurt veel langer voor ik weer thuis ben. Ik ben helemaal opgekikkerd!
28-1 De Kidney Run – Aparte Blogpost
29-1 Zelfs ik had spierpijn! Nou ja… in mijn armen dan ! Onbegrijpelijk, maar waar. De dag zat weer vol met het afmaken van het laadpunt en een bezoekje. Maar daartussen kon ik nog een klein familie-uitje plannen: ik moest mijn nieuwe fiets proberen! Hij rijdt heerlijk. Lekker soepel. Licht. Gemakkelijk. En ook fijn in het bos. Ik kwam moeiteloos de heuveltjes op en af. Jammer van de modder, nu is mijn fiets vies 🙁 En de spierpijn? Die is helemaal opgelost 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rennen-zwemmen-fietsen-zwemmen-rennen-fietsen

De Kidney Run 2017

Zo’n zaterdag van hot naar her: maar liefst twee voortgezet onderwijs-scholen bezoeken en naar de winkel en Rob helpen met graven voor de laadpaal. Nou zo dus. En dan een wedstrijd in het vooruitzicht. Ik heb het maar niet van tevoren opgezocht., maar met mijn wedstrijdfobie was het al meer dan een jaar geleden dat ik me aan de tien kilometer durfde te wagen. Om precies te zijn (achteraf opgezocht): september 2015- Just Aap Run. Anderhalf jaar! Destijds in de voorbereiding naar de marathon toe. Op topconditie. En op top-zenuwen. Nu: niet op top-ren-conditie. De focus ligt in de breedte: veel verschillende sporten. Hoe het ermee staat qua loopsnelheid? Geen flauw idee.
Waar maakte ik me druk om? Nou, dat ik in Almere Buiten wilde eten terwijl Vincent in Almere Haven zou hardlopen.
Waar maakte ik me nog meer druk om? Heel misschien eventjes over wat ik aan moest doen. Hooguit een halve minuut. En dat het niet verstandig was om mijn nieuwe mountainbike uit te proberen vlak voor de wedstrijd. En dat er geen zwemles was, maar daar kon ik toch niet heen. Ik maakte me even druk dat ik juist deze dag niet op mijn best was, maar dat koste ook hooguit een halve minuut. Kortom: 1 minuutje stress.
Was er niks anders om me druk over te maken? Nee. Ik baalde even dat ik Vincent niet zou kunnen zien lopen, maar eten was toch ook wel van belang. En de natuur kun je niet sturen. En ik doe gewoon mijn groene shirtje aan en lange lichte mouwen.
Beste trainer: lees mee: IK MAAKTE ME NAUWELIJKS DRUK EN WAS AMPER ZENUWACHTIG EN AL HELEMAAL NIET OVERMATIG GESPANNEN. Wacht even… Draaide ik me bij de Just Aap Run destijds nog liever om voor de wedstrijd om weer naar huis te gaan van de angst, nu was ik er vrij open over: als ik er 70 minuten over zou doen en ik had alles gegeven, dan zou ik content zijn. Maar voor 55 minuten en energie over hebben aan het einde, ging ik het niet doen. Ik zou geven wat ik kon, en niets meer of minder. En dan zou ik wel zien wat het is dat ik kon. Ik wist niet of ik mezelf zou verbazen of teleur zou stellen. Ik wist wel dat ik begin december op 53:30 zat, maar of dat vandaag ook ging lukken?! Ik ging het zien.
Beste trainer: lees het nog maar een keer over. Het staat er echt. En zo was het ook. Vraag maar na bij Manuel en A, met wie ik meereed. Ik haalde echt een beetje mijn schouders op. Vincent had onwijs goed gelopen en 30 seconden gewonnen tov vorig jaar. Ha, dat gaat beter zonder stress mammie in de buurt! Ik had gegeten, spulletjes bij me en het werk gereduceerd tot ik er niet meer aan hoefde te denken. Ik had een gelletje genomen vlak voor de start (alles is meegenomen), de goede schoenen gestrikt, het nummer opgespeld en de trui lag klaar. Horloge zonder alarmen aan. Op tijd naar de WC gegaan. Beetje losgerend, heel klein beetje. In het startvak vond ik het best spannend, hoor. Niet superspannend of oh-jee, maar gewoon afwachtend spannend.
En toen gingen we. Ik ging wat hard van start. “wat hard” is wel een understatement. De eerste kilometer stond op 4:47. Ik schrok me lam! Ik hou van de dijk. Laat mij maar rechtdoor lopen. Maar ik wist wel dat ik iets langzamer moest gaan, dit was niet houdbaar. Gniffelend dacht ik: ach, die eerste kilometer heb ik mooi meegenomen! Ik relativeerde het dus razendsnel en liet de berekening voor later helemaal achterwege. De tweede kilometer lag nog steeds onder de 5 minuten. Ik sprak mezelf even toe dat dit toch echt wat te gek werd en ging op zoek naar mijn eigen tempo. DH van TVA haal me in en riep me na. Vorig jaar kon ik haar nog bijhouden in de crosscups, maar dit jaar is haar snelheid enorm verbeterd, al zegt ze zelf van niet! We moesten de wijk in. Nogmaals: laat mij over de dijk lopen, dan snap ik heen en terug beter dan dit gedwaal en deze bochtjes. Kilometer 3 zag ik voorbij komen en toen schrok ik echt, want zonder bril zag ik de 5 voor een 6 aan. Ik ging wel iets langzamer, maar 6 minuten? Ik begreep het wel snel gelukkig en wederom legde ik het naast me neer. Ik werd ingehaald door een meisje en dat vond ik wel even ‘potdorie’. Maar ik moest op zoek naar mijn eigen snelheid. Mijn ding doen. En alles onder de 5:30 houden zou ook een goede tijd opleveren. De vierde kilometer lag met 5:15 meer in mijn richting. In mezelf lachte ik weer dat het nu ook niet de bedoeling was om elke kilometer langzamer te gaan lopen. Ik keek naar de zwemmer op het gebouw en vond dat een mooi punt om straks de laatste anderhalve kilometer op te lopen. Je mocht ook niet afsnijden over de parkeerplaats. Verder vond ik geslinger door de wijk vermoeiend. Ik vond de vijfde kilometer niks: langs de winkelstraat met kerels die bier sjouwden en een stukje omhoog. De vrijwilligers van TVA juichten me toe en dat was lief. Toen weer dat lekker stuk dijk, lekker koel. Ik kwam bij een man-en-vrouw te lopen en bij een meneer en dat tempo hield ik heel goed vol. Dat was erg prettig. Ik hoefde niet op te letten qua tempo, gewoon volgen. En naar de lampjes naast de route kijken. Of in de verte. het tempo lag weer ietsje hoger. Ha, mooi, zei ik mezelf: de eerste 5 km langzamer en nu elke km ietsjepietsje sneller: doe je best, ikke! De wijken weer in. Langs de schreeuwkinderen met Chinees, langs het donkere pad en toen ging de meneer er vandoor. Ik kon niet volgen. Voor ons dook een vertrager op en man-en-vrouw haalden mij net iets te langzaam in, dus ik ging ze alledrie voorbij. Moest ik alleen lopen. Ietsje sneller. Het ging goed. Ik hou niet van die zevende kilometer- als ik die maar heb gehad, komt het wel goed. Op tempo dan. Door naar nog een lastige kilometer, die achtste. De meneer verdween in de verte. Ik was de route kwijt: was ik al langs de AH, kwam de afsnijparkeerplaats al? Een wandelaar inhalen. Ik begon wel wat af te zien, maar goed, dat weet je ook van tevoren: het is niet allemaal leuk, snel en moeiteloos. En dat ik me dat gewoon zonder negativiteit kon realiseren, was een enorme winst. Tijd onder de 50 minuten? Niet van belang. Ik was voor de wedstrijd niet óp van de zenuwen en had mezelf tijdens de race ook in de hand. Dan is de tijd niet belangrijk. Ik dacht aan 51 minuten, maar ik kreeg het niet berekend. Ik wilde in elk geval niet meer boven de 5:30 komen. En toen vergat ik de zwemmer en na km 9 ging het mis. Ik was op. Kapot. Sjit zeg. Ik moet naar de plee en mijn buik protesteert. Nog een keer die rotte winkelstraat. Man-en-vrouw en nog een meid haalden me in. Ik kon het niet bijbenen. Knap jammer. Ik vocht heus door, nog 5 minuten en dan ben ik bij de chocomelk, maar ik voelde echt dat mijn benen niet meer konden. En gek genoeg was dat ook fijn. Ik had dus echt alles gegeven. Misschien iets te snel gestart, maar dit was wat ik wilde: aan het einde op en over zijn. Moeizaam dat laatste klimmetje op, A die schreeuwt dat Manuel me op de foto zet en ik trek nog even door, maar qua tijd valt er niks te halen: boven de 51 minuten en ruim onder de 52. Ik ben blij. Ik ben ongelooflijk blij: dit is dus wat ik kan en ik hoeft me helemaal niet te schamen. Ik ben geen man (dat is duidelijk) en ik ga echt lekker op tempo voor een vrouw van 43. Misschien niet elke training, maar in een wedstrijd kan ik dus best geven wat er in zit. Kon ik ooit sneller? Ja. Kan ik nu sneller? Nee. En dan is het dus goed.
Na de finish klok ik ‘m zelf af op 51:25. Ik neem de chocomelk aan en de grijns overheerst de pijn en de vermoeidheid. Ik ben heel snel weer bij. Heel snel. Maar dan moet ik toch eerst naar de Dixie! De tijd zegt mij niks. Helemaal niks. Snel? Ten opzichte van wie? Voor Manuel zou het erg sloom zijn, voor mijn collega onmogelijk snel. Kortom: dit is mijn tijd. Niet die van AS, MB of DV (die me inhaalde en razendsnel was). Ik hoor hoe SG een nieuw PR neerzet. Maar ik kan haar niet vinden om te feliciteren. We halen nog een chocomelk. Ik spreek mijn collega even en dan pikken we nog net een paar regendruppels mee op weg naar de auto. De grijns is niet van mijn gezicht te verwijderen. Ik ben zo trots op mezelf dat alles (behalve het te snel starten en zo zwaar eindigen) zo goed ging! Dat alles vooraf te handelen was, dat ik zo tevreden kon zijn. Ik ben van de 44 dames in mijn leeftijdscategorie achtste geworden in 51:26. Niet slecht, niet slecht. Ja, er waren er 7 nog beter en als ik de laatste kilometer misschien had gered had ik zelfs zevende kunnen zijn, maar nu is het gewoon oké en ben ik blij. Ik heb meer gewonnen dan een eindtijd en een vaantje. Ik heb geleerd dat je ook zonder wedstrijdstress kunt lopen. En die winst is het beste wat ik kan zijn.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Kidney Run 2017

werk, rennen, werk, zwemmen, werk, fietsen, werk, crosscupje

16 januari: De dag na de trail, de dag na het weekend van de eerste wedstrijd, de drukke werkdag waarop ik op en neer naar Den Haag rij. De dag dat ik niet stil wil zitten. Of toch wel? Het is Blue Monday: een sombere, saaie, kille dag. Toch ga ik ‘avonds met Manuel een rondje rennen. Door het donker. Langzaam aan dribbelen. Het is zilverachtig donker. Door het ijs schittert alles een beetje. Over 6 kilometer doen we 45 minuten, maar dat is niet erg. Ik ben helemaal tevreden en laat blue monday achter me als silver monday
17 januari: Weer zo’n dag. Op en neer naar Delft deze keer. Bakken met werk te doen. Veel tegelijk. Maar ‘s avonds op de bank hangen? Ho maar – dat stemt me niet blijer. Ik verstuur een appje naar het triatlonmaatje of hij mee gaat zwemmen en hoop dat hij niet antwoord, maar helaas: “natuurlijk ga ik”. Oké dan: ik weet niet of het er later deze week nog van komt. Plankje, achtje, brilletje, badmuts, handdoek en off-we-go. Ik zwem voorop. Nog altijd in baan 1, maar ik ben intussen degene die de opdrachten moet onthouden. Moet tellen. Het gaat me goed af inmiddels. Met achtje adem ik 4op1. Ik krijg 1 tip van de trainer (armen ver weg leggen) en een dikke duim. De volgende kleine mijlpaal in het zwemmen is daar: ik hoeft niet meer alleen maar te denken aan hoe ik de slag uitvoer en overleef in het water, ik kan nu mijn gedachten af laten dwalen naar het werk en hoe ik dat morgen eens aan zal pakken.
18 januari: Werk-werk-werk. Ineens leg ik het maar naast me neer, want ik wil met Vincent naar buiten om te rennen! Het is zo mooi buiten met bevroren, witte bomen. We kleden ons goed aan tegen de kou. We gaan langs de plassen en ik geef de training. Rustig inlopen (wat gaat mama sloom) en dan heuveltjes op en af. In de intervallen loopt de tienjarige mama er compleet uit. Maar niet op de langere afstand. We pakken een trapje mee en laten ons op de foto zetten. En we nemen vier keer de steile helling. Koud hebben we het niet.
En daarna weer zwemmen. Nu zwem ik helemaal vooraan. Ik voel het wel. Dat ik gister ook al zwom en twee uur eerder rende. We doen een hele korte onderwaterarmslag (op z’n hondjes) en dan heb ik de armslag pas écht door.
19 januari: Bedrijfsuitje. Katapult bouwen in de kou. En laat thuis: geen mogelijkheid voor een training. Ptjndkk-ie
Ingezonden stuk: “20 januari 2017, Almere. Ik ging met Anke mee om te gaan hardlopen. We reden eerst naar de Kemphaan, ons startpunt. Het was koud en Anke had geen zin. Ik ook eigenlijk niet zoveel, maar ach, we waren er dan toch! Onverhard. Dat ging het worden voor ongeveer anderhalf uur. Voor zover aangevroren grond onverhard is! We liepen over nieuwe paden, maar ik verdwaal daar toch wel meestal. Anke probeerde me een paar keer weg te sturen maar daar trapte ik niet in. Het tempo lag zo laag dat er ruimschoots ruimte was om te kletsen. We liepen een pad in wat niet afgesloten was, maar dat had het wel moeten zijn, want eigenlijk liep het dood. Over leuke steile bevroren zandhopen, dat dan weer wel. En het fietspad was ook zo bedekt dat het prima voor onverhard door kon gaan. We liepen rond en Anke heeft lekker over scholen en leren lezen lopen kwebbelen. We zouden twee rondjes maken van ongeveer dezelfde lengte, dus halverwege kwamen we bijna langs de auto eigenlijk. Best raar. Het tweede rondje leek korter te worden (iets met de weg niet weten en niet twee keer een doodlopend pad nemen), dus toen belandden we aan de andere kant van de Waterlandse weg. Het werd eigenlijk een beetje zwaar en op het lange rechte pad waren we het allebei wel zat geloof ik. Ik vond het pad lang duren (oneindig) en Anke zweeg ook, nou dat wil wat zeggen! Na 7 kwartier waren we weer bij de auto. Gelukkig had Anke water mee want ik was het weer eens vergeten. Van onze verslaggever Manuel M
Zaterdag 21 januari. De fiets van Vincent is er! De mountainbike. En als ie dan eenmaal groen en glimmend in elkaar zit, dan moet die even getest worden natuurlijk. Conclusie 1: dat ding doet het voor geen meter op asfalt. Conclusie 2: Het schakelt weer anders. Conclusie 3: Je kan er mee vallen en dat is niet leuk. Conclusie 3: Heuveltjes zijn moeilijk op te komen. Conclusie 4: Langs het water fietsen over bevroren modder is best spannend. Conclusie 5: Dit is ontzettend gaaf! Vincent riep “yahoo” door het hele bos, kreeg het warm van het trappen en vond het wat onwennig.
Zondag 22 januari: De CrossCup. Ik had geen zin. Helemaal geen zin. Gewoon geen enkele zin. Niks. Ik voelde me mokkig en moe. Ik wilde op de bank of in bed liggen met een boek en chocolade. Niet door de kou rennen in het bos. Er zat één voordeel aan het ontbreken van enige motivatie: dan kun je je er ook niet druk over maken. Voor de 8 kilometer waren het deze keer 3 rondjes van drie kilometer. (en het was niet eens georganiseerd door de triatlonvereniging) Al die opgewonden, snelle mensen die staan te trappelen. Ik vond er niks an vandaag. Ik wilde er wel een uurtje over doen. Natuurlijk vertrok ik te snel. En toen begon de ellende pas echt: de hartslagbeperking stond nog aan! Volgens mijn horloge mocht de hartslag niet uit zone 1 komen – nou dat is een illusie in een wedstrijd natuurlijk! En dan is een uur heel lang 🙁 Ik werd veelvuldig door bekenden ingehaald, maar ik haalde de andere meiden ook in. Ik vond 3 rondjes heerlijk. Beter dan vier. 1 Drukke ronde, 1 ronde om lekker te lopen en 1 ronde nog iets sneller en rust. Hier en daar lag sneeuw. Ik ken dit rondje wel, ik verheug me op het bos uit de Grijze Jager. Maar helaas is alles nu kaal en kil. Ik riep nog naar SG dat het mijn horloge was dat piept vanwege de hartslag toen ik haar inhaalde. Mijn hoofd was niet rustig. Ik had er teveel stress in zitten om lekker te kunnen lopen. Teveel dingen die ik nog wilde doen. Die ik had kunnen doen in deze tijd. Teveel onrust om me heen. Teveel onrust in mij. Maar ik trapte gewoon door, want wat in mijn hoofd zit, zit niet in mijn benen. Die benen die kunnen wel. Ik vond het lastig achter de finish door te lopen: ongelijke grond en sneeuw. Ik vertraagde wat en pakte mijn eigen steady tempo, terwijl de snellere club mij nu achterliet. Dik 16 minuten had ik er over gedaan, zag ik in de gauwigheid. Het uur moest wel haalbaar zijn! Ik bedacht dat ik nu toch niet meer veel kon doen en dat ik daar nu toch lekker door het bos aan het lopen was en ik vond het wel een beetje afzien, maar toen ik me erbij neerlegde, viel het eigenlijk allemaal wel mee (het onafgebroken gepiep laat ik terzijde, dat bleef hinderlijk en ik snap heel goed dat er niemand om me heen liep). De tweede ronde ging redelijk: ik liep achter een mevrouw in een stoere broek en ruim voor een meneer en ik zag SG ook nog even. Ik werd ingehaald door de winnaars. Mijn trainer stond ook aan te moedigen. En daar is MB! Nooit geweten dat ik zo naar haar uit kon kijken, maar haar aanmoediging en fototoestel doen me heel goed. Ik wist niet eens dat ik haar miste… De tweede ronde had ik iets sneller gelopen, want de klok stond op 33 minuten. En dan begint mijn hoofd te rekenen: ik wil graag onder de 50 minuten komen, maar dan zal ik toch echt aan moeten zetten. Heb ik dat nog? Mijn benen juichen van wel, maar mijn hartslag en hoofd stribbelen tegen. Ik ga inlopen op de mevrouw met de stoere broek. Ik heb alle tijd, maar verhoog het tempo wel degelijk. Of vertraagt zij? De man achter me blijft achter me. Ergens voor het Grijze Jagersbos is mijn Garmin de route kwijt, wat resulteert in een totaal andere kilometertijd als ik ervaar: ik ben echt sneller gaan lopen en niet 20 seconden langzamer! Piep toch op, horloge!! Ik loop hard in op mijn voorgangster. Straks, het laatste stukje als ik over het bruggetje ben, dan ga ik alles op alles zetten. Kijken of ik dat kan.

De eindsprint: het laatste beetje....


Net over het bruggetje haal ik haar in en we beginnen aan een heerlijk eindsprint. Zij wint en ik zit net boven de 50 minuten. Maar ik ben er eindelijk eens echt moe van. Ik kan toch zeker 5 minuten niets zeggen. Echt heel tevreden voel ik me niet, ondanks dat ik het ruim onder het uur geflikt heb, want ik voel mezelf in de weg zitten. Het waren dan ook geen 9 kilometers. Ik zet allereerst de hartslagbeperking UIT.

Categories: Uncategorized | Comments Off on werk, rennen, werk, zwemmen, werk, fietsen, werk, crosscupje

De draad weer oppakken

Het gaat elke dag beter. En dat is fijn. Op maandag werk ik de hele dag en dat is vermoeiend, maar ‘s avonds sta ik ook weer moeiteloos bij een nieuwjaarsborrel. Nog een sportloze dag kan er nu wel bij!
Op dinsdag 10 januari kan ik me weer vrij bewegen, gemakkelijk werken en dus ook sporten! Ik wil zo graag zwemmen, maar ik zie er ook een beetje tegenop: gaat het weer lukken? Ik neem me voor om rustig aan te doen en als het niet lukt met ademhalen, gewoon wat eerder te stoppen. Goed idee, maar als ik in het water lig en 25 meter gezwommen heb, is het hele voornemen vergeten. Het gaat lekker, ik heb het naar mijn zin en ik ga gewoon op tempo zwemmen. Ik schijn volgens de man naast me een wedstrijd te doen, maar ik doe niet mee: hij mag me inhalen hoor. Totdat… we op armen gaan zwemmen. Dan haal ik hem in met een achtje tussen de benen. Blijkt hij de hele tijd met achtje te zwemmen. De trainer vind ook dat het steeds beter gaat, alleen nog niet consistent helemaal correct. Work in progress mate.
Woensdag is het tijd om ook het lopen weer op te pakken. Als Vincent gaat zwemmen, ga ik lopen. Is eens een andere omgeving, daar in Almere Poort. Het gaat om drie kwartier, veelal in de lage zones. Ik start lekker op, maar de hartslag is torenhoog. Het waait dan ook hard! Ik kom op het strand uit en gelijk is zone 2 vergeten. Stormachtige wind, donker en het hele strand voor mij alleen – dat is puur genieten. Ik mag straks in zone 4 en ik ben wel zo dat ik uitmeet wind mee te hebben! Het tempo zit er lekker in, maar zone 4 wordt zone 5. Ik wandel een stukje heeeeeeel erg langzaam (nog langzamer dan de forenzen) en na een korte dribbel mag ik nog een keer 5 minuten de hoge hartslagen in. Ik ben eigenlijk rond en plak er nog maar een heen-en-weertje achteraan over het saaie fietspad. Ik dribbel de 7 kilometer vol en kijk even mee in het zwembad.
Donderdag heb ik GEEN ENKELE zin om naar de training te gaan. Moe na een drukke werkdag, het is koud en regenachtig, ik ben wat duf van achterin de auto zitten, ik heb slagroomtaart gegeten (wat een reden is om wél te gaan trainen), er staat niks op het schema, dit is mijn rustweek, we eten te laat, ik wil gewoon eigenlijk echt niet. Er is 1 doorslaggevende reden om wel te gaan: de wetenschap dat om kwart over zeven alle smoesjes opzij geschoven zijn. Ik voeg er aan toe dat ik mijn trainer ook niet wil zien, maar dat is net degene die we als eerste tegenkomen op de parkeerplaats! Ik herken hem zonder bril te laat om direct om te keren. 13 Minuten over 7 al zijn alle bezwaren verdwenen. Ik ga gewoon niet te hard en loop van de regen, de kou, de anderen, de snelheden te genieten. We gaan iets vreselijk lastigs doen met 1x500m, 2x400m, 3x300m, 4x200m en 5 keer 100m met daartussen in wandelen en dribbelen combinaties. En als we gelapt worden, een serie minder. Abracadabra voor mij, dus ik blijf bij AS en twee anderen lopen. Achteraan. Prima! We lopen een 300 en een 100 minder. Vincent geniet totaal niet helaas, ook niet na 15 minuten, ook niet na 25 minuten en na 50 minuten nog steeds niet. Maar hij was er wel al die tijd – op de baan!
Vrijdag: ik zou moeten fietsen, maar het weer is slecht en ik wil niet twee keer de fiets schoonmaken. Rust dan maar. Ik klets met een andere heldin van de triatlonvereniging en voor de derde keer deze week blijken deze mega-sporters ook gewoon mensen te zijn, met menselijke probleempjes, kwaaltjes en hun eigen demonen. Woensdag was er ook al zo’n heldin die meer demonen te bestrijden heeft en dat doet op een manier die ik begrijp en zeer waardeer: sportend, zwoegend en vurig.
Zaterdag: de eerste wedstrijd van het jaar, de eerste run-bike-run ever, het opstapje richting de triatlon. Ik zal er een aparte blog over schrijven (lees hier). En ‘s avonds weer zwemmen, zei de gek! Ik zwom heel veel met achtje: een beetje de benen sparen mocht best vond ik. En dan kan ik heel goed meekomen. Heel Goed. Dan zwem ik zowat vooraan. Het was druk. We deden telkens een versnelling en daarna een stuk rustig en ik kon het verschil goed maken. Door goed uit te ademen onder water, lukte het prima om 4 op 1 te ademen. Ook zonder achtje! misschien niet superveel gezwommen, maar het viel de trainer (PZ) zelfs op dat ik het echt onder de knie begin te krijgen.
Zondag: 7 uur opstaan! Zondagmorgen! We verzamelden om 8 uur in Almere om naar Schoorl te rijden. Gelukkig reed er iemand anders en kon ik lekker achterin tot rust komen. Tegen de tijd dat we er waren, zag ik er wel wat tegenop. Maar ik ging met de langzame groep mee. Eerst naar het beginpunt rennen en dan ben ik al best bekend in Schoorl. We gingen de route van 10 kilometer lopen en maar zien of we daarna nog meer zouden lopen. Ik kan eenvoudigweg voorop. Lekker rustig aan. Rugzakje vol met water en spullen en lekker kwebbelen met totaal nieuwe Johnny’s en met nieuwe bekenden van de TVA; KH en SK. Door het mooie bos, fijne lichte heuvels en heide. Het sneeuwde nog heel lichtjes. Het was er druk, in de Schoorlse Duinen. Duinen ja. Zand. Mul zand. Veel zand. Zwaar zand. Maar ik vond het echt top. Mooi. Prettig. Onverhard. Ik kon harder als ik dat wilde. Fotootjes maken. En dan het stukje strand. Heerlijk! Echt geweldig! Maar iets te kort. De duinopgang was een kwelling: steil en mul zand. We gingen de duinen weer in. Ik koos graag mijn eigen paadje. Begon liever wat alleen te lopen. We liepen steeds verder uit elkaar. Weer wachten. De zon was intussen doorgebroken en het was nog mooier geworden. We kwamen bij het meer. Ik ging achterop lopen, ook lekker. Eigenlijk moest ik iets eten, maar ik kwam er niet zo toe. Dat maakte me nukkig. Mopperig. Liep ik toch weer alleen halverwege de groep. De man achter me was ook geen kletskous. Weer wachten. Ik begon er genoeg van te krijgen. Dieptepuntje was wel de laatste klim: ik wist dat het daarna alleen nog maar afdalen was via de trap en liet het hele tempo varen en wandelde omhoog. Bij het buitencentrum vertrok de helft en wij gingen met een man of 5/6 door. Anders moesten we op de snelle groep wachten en dat zag ik niet zitten. De trap weer op! Ik was er eigenlijk klaar mee. We verdwaalden en misten de witte route. Toen ik wist waar ik was, wilde ik gewoon terug, terwijl de anderen nog moed, kracht en zin hadden om dezelfde weg terug te rennen. 1 Man ging met mij mee. Wij wachten tot we weer met ons kleine groepje waren en renden naar de parkeerplaats terug. Al met al 15 kilometer rondgehobbeld. Ook na een banaan bleef ik wat mokkig. Gewoon te laat gegeten en wellicht toch wat moe. We moesten nog een half uur wachten op de andere groep.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De draad weer oppakken

De Henschotermeer Games – Wedstrijd Evaluatie

Wedstrijd evaluatie

Wat ging er goed? Wat kon er beter? Hoe gaan we dat doen?
Wedstrijd: Henschotermeer Games
Datum: 14 januari 2017
Weersomstandigheden: Koud, lichte sneeuw van tijd tot tijd.
Doelstelling: Doen! Wissels oefenen.
Vul bij ieder van de onderstaande punten je evaluatie in.
 

  • Voorbereiding (wedstrijddag)

Wat ging er goed? Weinig zenuwen, want er hoefde helemaal niks. Weinig aan voorbereid. Alles tevoren klaargelegd, maar geen beslissing genomen of ik de schoenen zou wisselen.
Wat kon er beter ? Jammer dat Vincent niet mee kon doen, want zijn fiets was er nog niet. Gelukkig ging Manuel mee. Klein beetje gestresst, want we hadden net te weinig tijd vlak voor de start en het begon te sneeuwen!
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Volgende keer toch iets meer tijd nemen, maar nu liepen we door de sneeuw (!!) van de parkeerplaats naar de start en dat was iets verder dan gedacht. Ik had goed nagedacht over waar ik mijn fiets wilde neerzetten en even getest hoe ik die over het hekje kon tillen. 
Wat kan een ander voor mij doen? Volgende keer mag Manuel het niet meer zo perfect voorbereiden hoor, want dan valt mijn gepruts zo op 🙂 

  • Start
Wat ging er goed? Kleine groep deelnemers. Goed geluisterd naar de briefing. Ik ging er volkomen neutraal in, dat was lekker: geen zenuwen, geen gedoe. 
Wat kon er beter ? Ik starte wat onrustig, voelde alsof niet alles echt op orde was; misschien omdat de zenuwen ontbraken hihi.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Toch maar even gaan inlopen. En niet 5 minuten van tevoren een boterham naar binnen werken. Maar daar had ik toch wel profijt van onderweg.
  • Tijdens eerste run (2,5km)
Wat ging er goed? Ik ging lekker door en deed mijn eigen ding. Sneeuw en kou is gewoon niet mijn beste omstandigheid (herinner ik me uit Belgie 2016) Ik keek lekker om me heen.
Wat kon er beter ? Te hard gestart. Kon niet goed mijn weg vinden op het strand en vertrouwen op mijn schoenen. 
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Inlopen. Accepteren. Niet laten opfokken. Dat lukte me na twee kilometer ook wel en ik begon te grijnzen! Toen kon het me niet schelen dat ik laatste was. 
  • TA1
Wat ging er goed? Ik kon mooi de schoenen wisselen. Netjes mijn tijd genomen. Ook handschoenen gewisseld godzijdank. Fiets goed overgezet. Nummer netjes omgedraaid. Kratje met spullen erin was erg fijn. Jasje niet aangedaan; ik had het warm genoeg.
Wat kon er beter ? In plaats van het horloge uit zetten, is de volgende fase aanzetten gemakkelijker! 
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Vaak oefenen en dit soort foutjes accepteren. 
Wat kan een ander voor mij doen? Ik moet een lijstje in het kistje plakken met wat ik moet doen: dan werk ik gewoon de lijst af. 
  • Tijdens fietsen
Wat ging er goed? Ik GENOOOOOT. Ik lette goed op de route, zodat ik mijn plan voor rondje twee kon bepalen. Waar ik liever niet meer wilde afstappen. Ik haalde vader en zoon al snel in. Ik vond het ook leuk om nog een dame in te halen. 
Wat kon er beter ? Ik had hier en daar iets eerder moeten terugschakelen. 
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Oefenen, oefenen, oefenen.
Wat kan een ander voor mij doen? Ik had veel aan de mountainbike cursus: ik wist tenminste wat ik doen moest technisch (al lukte dat niet altijd)
  • TA2
Wat ging er goed? De tijd genomen wederom. Ik vond het toch zwaar om met de fiets te rennen door het mulle zand, terwijl de mensen voor de lange cross er tussendoor winkelden. Handschoenen terug gewisseld.
Wat kon er beter ? Ohoh, helm vergeten!! Kon ‘m nog net op tijd weggooien, maar toen liep ik al wel. Ik had een winegum moeten nemen, want ik werd aardig vermoeid.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Lijstje maken in het kratje. Dit was niet zo sjiek.
  • Tijdens lopen
Wat ging er goed? Ik ging door, ook al sneeuwde het en lag ik zowat laatste! Ik was moe en voelde de vermoeidheid erg goed. Ik bleef rennen, want ik wilde de ene mevrouw voorblijven, maakte de wereld in de striemende sneeuw maar heel klein. 
Wat kon er beter ? Het tempo. Ik ging een stuk minder hard dan de eerste run. Ik kon niet beter of harder of eindsprinten. 
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Accepteer dat zand & sneeuw je ding niet zijn. Of misschien de volgende keer wel! Blijven voelen hoe belangrijk het is om dit soort dingen te dóén, ongeacht het resultaat. Oefening baart kunst!
  • Na de wedstrijd
Wat ging er goed? Snel weer helemaal hersteld. Ondanks de kou en nattigheid. Tevreden. Verrast dat ik het fietsen zo geweldig had gevonden. Lekker meteen aan de thee.
Wat kon er beter ? Omkleden had iets eerder gekund. Ik had dieper kunnen gaan, maar dit was een prima probeersel. 
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Goed evalueren en de verbeterpunten blijven zoeken. 
Wat kan een ander voor mij doen? Mag volgende keer de enorme sneeuwbui uitblijven als we naar de auto lopen?! 
  • Tactiek
Wat ging er goed? Het ontbreken van tactiek was een verademing. Ik ging er wat dat betreft volkomen blind in. 
Wat kon er beter ? Volgende keer weet ik wat me te wachten staat en hoe dat werkt met wisselen.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Zet je horloge goed aan in de wissels, dan weten we hoe lang je over dingen doet. 
Wat kan een ander voor mij doen? Informatie, tips: welkom! Vooral over wisselen, want dat was nieuw. 
  • Coaching
Wat ging er goed? Fijn dat ik alle tijd in het schema kreeg: ik moest het toch wel halen binnen 2,5 uur! Ik heb hulp gevraagd aan deskundigen. 
Wat kon er beter ? Ik had me beter kunnen voorbereiden. 
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Iets meer tijd nemen om naar de details te kijken: waar moeten we precies zijn, wat wil ik na de wedstrijd etc.
  • Voeding
Wat ging er goed? Ik had netjes ontbeten.
Wat kon er beter ? De avond van tevoren geen nieuw restaurant uitproberen / niet 5 minuten voor de start nog gaan eten / onderweg eten. Te weinig vocht.
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Je moet alles proberen he. En dat eten vlak voor de start viel niet verkeerd: ook al was het een broodje met chocopasta. 
Wat kan een ander voor mij doen? Ik heb al hulp gevraagd over de voeding. 
  • Overig
Wat ging er goed? Ik heb het bij het fietsen uitgeschreeuwd van de pret! De afstand was misschien kort, maar voor de eerste keer lang genoeg.
Wat kon er beter ? Het afzien mag ik nog wel meer uitbuiten: dieper durven te gaan, en niet denken dat ik het (bijna) niet meer kan. 
Wat kan ik daar zelf in betekenen? Durf het ‘s. Trek je niks aan van de anderen: misschien doen die dit wekelijks. Dat ging me behoorlijk goed af: ik vond het niks erg dat Manuel sneller was, ik was trots dat ik niet laatste was (op 1 na…) en dat ik het gedaan had.

 
Is je doelstelling gehaald?
Wat was hierin bepalend? Ik ben het aangegaan. Ik heb het gedaan en was niet vol van stress. Door het ontbreken van een ander doel, was er plaats voor het toelaten van het genieten.
Wat zou je volgende keer anders doen? Mijn horloge netjes mee laten lopen. En mijn helm op tijd afzetten. 
Waar ben je trots op? Op de medaille 😀    Nee, geintje. Dat ik er lekker voor gegaan ben en dat ik me zo niets van de anderen heb aangetrokken, dat ik de tijd helemaal links heb laten liggen en mezelf met niemand heb vergeleken. En dat ik ‘s avonds gewoon weer ben gaan zwemmen! 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Henschotermeer Games – Wedstrijd Evaluatie

Rust Ziek & INGESCHREVEN!

De titel zegt alles: het jaar begon met drie rustdagen. Dat was op 1 en 2 januari nog net te pruimen, maar ik ging op de derde januari werken om ‘s avonds te kunnen gaan zwemmen. Bij het avondeten werd ik echter helemaal niet lekker, draaierig en zwakjes en voor het toetje lag ik in bed en daar bleef ik. Koorts, koud, klam, hoofdpijn, misselijk, heel veel slapen en toch niet uitrusten. Griep. Woensdag ging het nog wel en was het vooral slapen en zwak zijn, maar woensdagavond voelde ik me totaal niet lekker. Ik heb in heel 2016 niet zoveel spierpijn gehad als ik nu had! Mijn benen deden zoveel pijn dat ik er niet van sliep. Donderdag kon ik niet eens blijven staan zonder dat alles begon te draaien, dus aan een hardlooptraining mocht ik niet eens denken! Vrijdag kon ik alweer de hele dag op de bank zitten en een boek lezen. En toen heb ik de meest sportieve activiteit van de week gedaan:

IK HEB ME INGESCHREVEN VOOR DE TRIATLON OP 9 SEPTEMBER

Omdat ik in moest schatten welke tijden ik zou zwemmen/fietsen/lopen had ik er bijna de brui aan gegeven, maar nu is het toch echt en staat het vast. Op zaterdag keek ik toe bij de zwemles en keek ik goed naar de andere zwemmers. Dat was al vermoeiend! Op en neer naar de Albert Heijn lopen, was een activiteit op zichzelf die eindigde op de bank.
Op zondag ging het weer ietsje beter en warempel: er was zelfs weer kracht om buiten een stukje te wandelen! Nou ja, het voordeel van het jaar ziek beginnen: het kan alleen maar beter worden 😀

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rust Ziek & INGESCHREVEN!

Brief aan mezelf, terugblik op 2016 en vooruit naar 2017!

He Anke,

Het was me het jaartje wel he… Duidelijk een geval van “je-hebt-maar-één-potje-energie”! Zaten we aan het begin van 2016 nogal aan de grond, we hebben het toch maar overleefd! Laten we daar nog maar een keer bij stilstaan: we hebben het niet alleen ‘overleefd’, we hebben het heel wat beter gemaakt, zeg nou zelf! Die prachtige omarming van de modder in het Pampushout was wel een lichtpuntje he. En weet je nog dat je ook voor de CliniClowns gewerkt hebt? Maar ja, het leek allemaal een beetje eindig eigenlijk. Zeker op het gebied van sport was het doelloos. In maart die zware halve marathon in de Ardennen: dat viel wat tegen toch? Nu kijk ik er op terug als iets zwaars en de aanzet naar het verleggen van grenzen, maar de sneeuw, de droge lucht en de heuvels waren best killing toen.
Dit jaar gaan we het weer doen: Eau Rouge op. Maar dan samen met het beste loopmaatje ever: Vincent! We zijn op de 26ste maar vast begonnen aan de training samen: 1 keer de woondome op. En ik zonder ontbijt. Daar omheen hebben we saampjes 6 kilometer hardlopen -ohnee- gejogd! Want we deden er wel drie kwartier over.
En daarna verschoof de focus volledig. Nieuwe baan, werken en dat koste wel energie zeg. Minder tijd over om te sporten. Minder tijd om te bloggen. Moeheid voert de boventoon. Niet bij de pakken neerzitten natuurlijk. Integendeel. Ik ben nu eenmaal van de uitdaging en toen Rob opperde dat ik ook wel eens kon proberen om de triatlon op te pakken, ging het vuurtje branden. Vorig jaar nog bedacht de trainer hetzelfde en het antwoord was helder en wel: nee. Ik had geen racefiets, geen geld voor een racefiets en zwemmen kon ik absoluut NIET. Tja, die racefiets kwam er. Omdat je niet alles in 1 keer kunt doen.
Maar deze week kwam het fietsen er niet aan te pas. In plaats van door het bos trappen, werd het door het bos wandelen met Vincent op 30 december. Door de prachtig berijpte natuur en alleen maar genieten en kijken. Het is bijna een rustdag: of telt 10 kilometer wandelen in 2 uur zo niet mee? Fysiek misschien niet meer nee.
En dan toch, ondanks alle vermoeidheid, ondanks het nieuwe werk: Gewoon die eerste trailwedstrijd doen van 21km. Tjonge Anke, ook daar kijken we gemengd op terug he. Echt eens een keer te weinig gegeten! Dat maakte ook deze halve marathon geen overweldigend succes. Tja, er is echt maar 1 potje energie hoor! Hier ben je het schema ergens kwijtgeraakt: die kon je echt niet langer als leidraad zien helaas. En de vakantie gaf ook niet echt oplaadmogelijkheden met een zieke Vincent natuurlijk en die hitte op Kos! Een echt doel qua sport paste er simpelweg niet bij.
En toen heb je jezelf werkelijk in het diepe gegooid Anke: je meldde je in het zwembad. Hoe eng was dat! Hoe moeilijk was dat! Wat een overwinning, meid. Sta daar maar eens bij stil: niemand, maar dan ook werkelijk niemand verplichtte je te zwemmen, maar je deed het wel: je pakte het aan, pakte het op en wat een vooruitgang heb je daar geboekt! Niet dat jij er bij stilstaat, want jij doet een dag later gewoon mee aan een trail van 28 kilometer. Door het onweer, door de modder, door het zand, over de heuveltjes. Gelukkig heb je er alleen maar genoten. Met al die afwisseling kun je de energie een beetje opladen en het geeft tegenwicht voor het werk wat je doet.
En nu doen we het twee dagen achter elkaar, dat zwemmen. Zowel op 27 als op 28 december oefen ik met borstcrawl. Ik durf de uitdaging van de medezwemmen om om het snelst te zwemmen nog niet aan, maar ik merk en voel het verschil. De laatste training in gemengde groepjes al ganzenbordend geniet ik. Ik spiek bij de snelle anderen en zonder al te veel inzet gaat het zwemmen zelfs beter. In het diepe!
Je gaat gewoon elke dag sporten: waar loop je voor weg, meid? De eerste 15 dagen van augustus élke dag. Anke: stel je eens even voor hoe dat er voor anderen uitziet: een nieuwe baan en extra veel uren gaan sporten! Ik weet hoe jij het ziet: “als ik het kan, kan iedereen het toch?” en zo stap je er al snel weer overheen. Nee, Anke, niet iedereen gaat naar de Ardennen voor een trail van 33 kilometer (op de 15de dag sporten achter elkaar). Het was gaaf he, zwaar en langzaam. Maar wat heb je overwonnen! De rivier door, de klimmetjes, de hitte: het was echt een hele grote grens over. Jammer dat het verloren ging en zo snel verleden en vergeten was. Je hebt er weinig lessen uit meegenomen, ook niet de kracht die je geleverd hebt.
Van de TVA-training op 29 december was alleen het gedeelte over het gras leuk. Dát kan je, daar glimlach je bij! De rest was donker en ging traag, maar Anke: je doet alles wel. Wie had ooit kunnen denken dat jij bij de triatleten mee zou trainen?!
De vakantie in de Ardennen was wel helemaal jouw ding: spelletjes winnen, wandelen, fietsen en race-auto’s. Toen leek het potje zo vol, dat het overliep. Wat was jij even vreemd ziek: ineens kwam al die moeheid van een half jaar er uit. Er moest rust komen, maar in je schema geloofde jij toen niet meer. Waarschijnlijk was het ziek-zijn en de eis om rust de manier om je doelen wat uit te stippelen, maar jij wilde niks horen, niks begrijpen, niets vertrouwen en vooral niks geloven. Soms moet je je eerst even afkeren van een idee: wie had gedacht dat jij het zwemmen onder de knie zou krijgen?! Maar ja, jij genoot er van. Alles kan! 40 Kilometer fietsen en direct daarop hardlopen: Je gaat alle uitdagingen aan. Dat zie je zelf niet he?! jij voelt alleen hoe zwaar het is. Alsof het nooit genoeg is, ga je ook mountainbiken. Why not?!?! Dat is leuk he, maar wel doodeng. Zijn er nog grenzen te verleggen Anke? Fysiek lijkt er weinig onmogelijk te zijn, maar mentaal zul je hard moeten werken: die wedstrijdangst, die faalangst, die moeten we echt maar achterlaten in 2016. En dat zelfvertrouwen, dat zelfbeeld moet echt verbeteren. Waarschijnlijk is dat moeilijker dan leren zwemmen en leren mountainbiken, maar ook deze uitdaging ga je weer niet uit de weg.
Op de laatste dag van het jaar doe ik het jaarlijkse rondje langs de snelwegen. Maar dit jaar niet om het snelst, maar netjes in lage hartslagzones. En met mijn beste vriendin en spiegeltje: Joyce. We raken elkaar nooit kwijt! In mijn hoofd dan, want hardlopend kunnen we er wat van… Ik in zone 3 en Joyce liep maar door. Een prachtige verbeelding van onze vriendschap: ik bewonder haar om de kracht die ze heeft en dat ze nooit opgeeft; zij is de enige die mij door en door kent.
Overigens niet de enige keer dat we samen liepen deze week. Op woensdagmiddag 29 december waren we ook al samen rondom Soesterberg te vinden. Langs de bunkers over onverhard terrein en toch ook even in de mist op de startbaan. 
En dan staat het daar op de kaart voor 2017: De Halve Triatlon. 1,9 kilometer zwemmen in buitenwater, 90 kilometer fietsen en 21km hardlopen. “Stom idee” van de trainer, maar zelf had je het niet onder ogen durven zien! Tja, als je kijkt naar afgelopen jaar, is niets onmogelijk meer. Maar beloof me Anke, luister en kijk goed om je heen. Luister naar de trainer; die bedoelt het echt meestal het beste, hoe hard jij er ook tegenaan trapt. Luister naar Rob: die weet ook best wat goed voor je is, hoe maf zijn ideeën ook lijken! En luister naar jezelf: dat is het moeilijkste van allemaal, want jij roept het hardst dat je je grenzen niet kent. Nee-nee: probeer dat maar achterwege te laten. En kijk ook goed: kijk naar je beste vrienden en zie eens met hen mee als zij naar jouw kijken. Kijk bovenal naar je kleine spiegeltje: daar loopt een tiener die je misschien wel plaagt dat hij de enige echte triatleet in huis is, maar jij bent een voorbeeld hoor! Zet soms het andere brilletje op om naar jezelf te kijken: je zult verbaasd staan van wat je ziet Anke.
Het afgelopen jaar heb ik 1841 kilometer hardgelopen alles bij elkaar. Gemiddeld 5 kilometer per dag. Met als topmaand juli met 197 kilometer. December is door de SantaStreak ook bijna tot 190 gekomen. 
Daarnaast heb ik gefietst vanaf maart. Duidelijk een zomeractiviteit! Maar wacht even… Dat had ik vorig jaar al niet gedacht! En bijna naar Veldhoven gefietst: die activiteit staat zowel bij Vincent als bij mij in de top 3 van Leuke Dingen In 2016.
En tot slot: dat zwemmen. Vanaf juli kwam dat er ook nog bij. Vanaf augustus, in het ‘grote bad’ ben ik het pas gaan registreren. Al met al heb ik toch bijna een marathon bij elkaar gezwommen. En had ik al twijfels over of ik ooit zou fietsen: zwemmen leek me helemaal onmogelijk! En kijk nou eens……
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Brief aan mezelf, terugblik op 2016 en vooruit naar 2017!

Een weekje Facebook

Ik doe mee aan een SantaStreak van JustKeepRunning. Elke dag van december minstens 2,5 kilometer ‘hard’-lopen. Dat pas ik in tussen het zwemmen en fietsen. Elke dag post ik op Facebook wat ik heb gedaan.

In de opdracht stond elke 10 minuten wisselen tussen zone 1 en zone 2

In de opdracht stond elke 10 minuten wisselen tussen zone 1 en zone 2


Het zwemmen ging heel erg lekker! Ik moet goed denken bij de 'nieuwe' slag (pink als laatste uit het water-elleboog hoog- kracht uit de bovenarmen): vooral aan het einde van de les. Het uurrecord zat 'm in de afstand: 2025m volgens het horloge.


 

Het gaat niet zo goed: mijn spieren trekken, ik voel me niet heel erg lekker, dus dit was min of meer een rustdag.


Ondanks de tegenvaller op het werk, toch lekker doorgelopen. Alles op gevoel gelopen. Het verbaast me hoe goed me dat afging. We deden een steigerun van 800m steeds sneller én steeds langzamer! En toen 4 keer 400m hetzelfde tempo.


Het is erg passen en meten. Vincent fietst mee, want zijn achileespees speelt op. Het gaat heel traag en het is heel zwaar.


Jawel joh: lekker fietsen door het Kotterbos met als enige doel: blijven fietsen! √ Gelukt en genoten. Daarna lopen het duister in. Heerlijk. Het liep lekker. 5km binnen een half uur.


3km hardlopen - 11km fietsen - 3km hardlopen


 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een weekje Facebook