
maandag eerst eveneen stuk fietsen maar de training gingen we niet halen omdat we moe waren. en omdat het een beetje druppelde ook Dus gingen vincent en ik samen een stuk Eerst naar de oostvaardersdijk en dan nog een stukje verder de dijk op naar de noorderplassen. dan werd het wel muggen happen Ik ging voorop en versloeg de meesten muggers. toen de noorderplassen linksaf in en daar ging vincent voorop en helemaal los. zaten we een end op 30km per uur. dat brugggetje kwam maar niet en kwam maar niet…..Toen mocht Vincent zeggen welke kant op en zonder dat hij het wisten reden we terug naar het Blocq en weer terug de dijk over maar nu met wind mee en dat was fijn want dan konden we gewoon rustig aandoen.
dinsdag ging ik maar weer zwemmen in het zwembad in baan twee maar dat is nu echt saai Ik ging gewoon mijn deel voorop omdat ik medelijden had met de anderen die al hadden hardgelopen en dat was zwaar geweest eigen keuze natuurlijk. ik zwem nu ook in baan 2 niet meer met hulpmiddelen en dat gaat ook goed Alleen had ik op een gegeven moment geen zin meer nou ja niet stoppen natuurlijk we deden ook veel schoolslag en benen en rugslag n die ging helemaal mis want ik raakte gedesorienteird.
woensdag maakte ik oververhit kennis met de nieuwe trainer Ik moet het nog afwachten en ben terughoudend De weegschaal deed het niet oh wat jammer Nou ja een beetje want dan weet ik het ook niet van het vetpercentage Toen moest ik liggen en uitrusten en dat kan ik wonderwel haha mar ik geloof dat de v02max wel super in orde is. en toen op de fiets Ik had geen metertjes in de buurt dus ik deed gewoon wat ik voelde Het was best wel enorm warm en Vincent zat er doorheen te tetteren wat mij net als allemaal andere dingen irriteerde Toen ging ik op de loopband en gelukkig was het niet zo lang allemaal Ook daar geen kilometertijden in beeld en gewoon lekker lopen Tot mijn veter los ging en dat haalde me uit het ritme maa rik zat er ook snel weer in. toen ik het zat was zat ik op het omsalgpunt grappig dat ik dat dus blijkbaar zo voel als dat ik het gehad heb en geen zin meer heb. toen mocht ik even douchen en ik heb geen idee of het resultaat goed was of niet of zo maar ik deed gewoon wat ik kan Na een korte, niet verfrissende douche omdat het warm was moest ik vertellen wat ik dan verwacht maar ik kon het niet echt goed meer bedenken. Iets met een schema en een overzicht naar de challenge toe en dat ik hier en daar watkan schuiven maar dat moet ik meteen melden. Ik was er niet goed bij met me hoofd
we gingen zwemmen met een hele club op woensdagavond en jemig daar zag ik me tegenop Gister vroeg een man in baan 3 of ik ook meeging en toen kreeg ik al de kriebels want die lui zijn allemaal een stuk sneller als ik. en toen vroeg KH ook nog wie er mee ging hardlopen na het zwemmen en toen kreeg ik het echt benauwd ook als was het weer ook al flink benauwd. maar ik zei wel ja, want nu kan het nog en straks als ik een trainer heb is het vast gedaan met onverantwoorde acties hahahahahaha. en toen ging het strand op in half wetsuit en toen ging mijn brilletje stuk kah dus Ik kon een brilletje op sterkte lenen maar beter dan niks Echt wel vet balen want ik had dus een fijn brieletje.
Ik vond het wat er nu helemaal niet koud en kon al supersnel meezwemmen We gingen naar de boei en ik ging de blauwe badmuts volgen Stom natuurlijk want bijhouden zit er niet in Het weerwater is wel goorder maar daar moet ik maar niet aan denken Ik maakte soms het brilletje maar even schoon en ik ging gewoon lekker zwemmen en een beetje richting het kasteel enzo en die blauwe badmuts maar volgen he Inenen waren we dan bij de boei en toen riep SG hallo tegen me en je kunt het zo gek niet bedenken of iedereen ging daar een beetje liggen te kletsen daarzo Nou ja zeg
Toen gingen we terugzwemmen en ik raakte de badmuts een tijdje bijster maar ik hield gewoon de zwemmers in de smiezen en ik moet zeggen ik zwom best door Ik kreeg wel honger want ik had natuurlijk zul je wel denken weer maar twee boterhammen gegeten. dat was dan wel jammer weer maar miden in het weerwater is niet de plek om leidzaam te gaan wachten Ik ging nog iemand aan het inhalen ook en toen had ik de navigatie door je moet dan voor je kijken en een punt zoeken van bomen waar een deuk in zit of het bos lager word en daar zwem je dan heen en toen haalde ik de oranje badmuts nog in ook. Ik heb me daar 1875 meter een beetje gezwommen en dat ging dus kei loei goed. ook uit het water komen ging primo en ik dacht de hele tijd ik ga dus echt niet meer lopen want ik ken ze niet bijhouden. dat zou zo onverstandig zijn Maar ja toen het pak uit was en ik me oke voelde dacht ik ik ga toch maar en we hadden geen haast
Ze verklaarden me wel voor gek toen ik zie dat zes dertig ook hardlopen is Ik kleede me om en met zijn drietjes gingen we niet voor het hele rondje weerwater maar toch een stukkie op zes minuten. Nou zeg dat ging echt zo soepel alsof het niet bloedheet was en ik niet al een maximaal test had gedaan en nog nieks gezwommen had zeg maar. toen zei T dat we even moesten wandelen en toen zetten KH haar horloge uit AHA zo komen ze aan snelle tijden en stoppen ze toch onderweg dan ken ik het ookIk had het onzalige plan om onder desnelweg door te gaan en toen liepen we op nieuw asfalt echt heet dus maar ik ging gewoon goed KH kletst heerlijk door Wat een heldin zeg. en die vinden dat ik hard loop maar ja dat is alleen in een wedstrijd en niet in de training of in de intervallen ik had geen last met ademhalenof de hitte ofiets We stopten na dik vier kilometer en dat had ik alleen nooit gedaan maar ik geloof dat T er zat van had op zijn nieuwe schoenen en vers uit een blessure. had ik me daar een leuke koppeltraining gemaakt toch en wat een eind gezwommen supervet
op donderdag weer naar de training op de baan. ik zag er niet een s tegenop. ging maar gewoon mee het zal me wat ik doe het wel Zit iedereen te zuueren dat ik zo afgevallen ben maarhet zijn maar een paar kilo Inlopn met veel zwemoefeningen onderwijl en die vallen me juist niet zo goed want spierpijn in me arme van bijna de half distance zwemmen heb ik wel Op de baan deden we ook nog loopscholing en ik kwam moeiteloos mee maar toch niet als snelste
We gingen drie keer 4honderd lopen en dat dan drie keer en de eerste 3 keer rustig en toen zei de trainer in 1dertig en dat is dus kei snel. dat vond gelukkig iedereen echt die mensen hebben soms geen idee de tweede serie moest dan 4 seconden sneller De eerste keer mocht j kijken en timen maar de tweede en 3de keren dan niet en dan moest je op gevoel doen Ik timede dus de eerste op 2twaalf en dat vond ik goed De tweede te snel en de derde weer rond twee-dertien We deden maar de halve rust telelkens Toen regelde ik bijna een wetsuit voor Vincent En daarna ging ik keurig ongeveer 3 keer 4 seconden sneller Blijkbaar was dat mijn comfoort zone. ik liep dan achter MB aan die een tijdklok bezit in dr lijf De laatste deed ik zelf en die moest 4 seconden sneller dus maar ik ging zonder MBtijdsklok 8 seconden te sneller Maar wel twee keer en ik was twee keer precies gelijk en toen was het tijd helaas past vincent niet in het wetsuit jammer maar helaas
vandaag op vrijdag gingen we fietsen, manuel en ik. we gingen maar vroeg al om acht uur en het waaide best vet flink. ik had niet zoveel trek omdat Manuel meestal in zijn eentje wat sneller gaat dan ik en dan kan manuel wel honderd keer zeggen dat langzamer gaan niet zo moeilijk ismaar ik hou toch het idee dat ik hem dan ophoudt. we gingen naar de vaart en onderweg moesten we busjes schoolieren en andere omzijlen. we hadden eerst wind tegen Veel wind tegen Heel veel wind zelfs eigenlijk tegen. vooral richting de stichtse brug. niet dat het afdoet aan het feit dat het wel gezelliger is met zijn beidjes maar het tempo tegen de wind in is best wel laagjes aan. achja het idee was gewoon drie uur en 25kilometer per uur en dan dus vijfenzeventig kilometer maar dat gaat op basis van het eerste uur niet lukken
Het enige wat een beetje opschoot was de brug af en dan nog….. Huizen door zonder schelepnpaaden was ook niet beter met alle drempels en bochten Maar ik heb geen angst meer voor de klikpedaalen Rondom Naardenvesting ging manuel zeggen dat ik gel moest nemen en ik weet dat dan best maar ik vind het moeilijk om daarnaar te handelen Gelukkig is manuel streng en had ik bij het derde bankje geen exkuus meer. daarna begon de pret: de vesting een keer uit kregen we wind mee of het was het geletje hihihi De hollandse brug op was echt wel gemakkelijker en af al helemaal al haalde ik de 50 niet hoor. Toen gingen we de mist in of eigenlijk we gingen de libellen zomerweek in en die dames houden niet echt rekening met wielrenners en duin is ook niet erg vriendelijk voor fietsers wind mee of niet. dus duurde het nog tot marina en we gingen de dijk op en toen was het toppiedoppie superspeed wind mee!!!! ging het eindelijk lekker hard en ik ging natuurlijk een foto maken en zo maar dat ging goed dat durf ik best op de fiets intussen met dertig kilometer per uur Ik vond het wel eng dat het water opspatte en van dat er zijwind kwam soms. Maar na de bocht werd het echt feest en manuel vond het wel leuk dat het eindelijk opschoot
Alhoewel de dijk dan nog lang is en dan moeten we nog terug en daar maak ik me dan zorgen over We gingen ook nog om de oostvaardersplassen heen tja waarom niet? een stukje uitrusten maar het was niet supersoepetltjes gemakkelijk ofiets al ging het de hele tijd goed en snel Ook toen we de skeelers inhaalden Verder zagen we bekant niemand Maar er was ook geen regen en ook geen lekke banden. manuel herinnerde me er steeds aan dat we op knardijk op een bankje gel moesten gaan eten en ik maar hopen dat het bankje bezet was maar helaas dus niet. nog een colagel dan maar omdat het moet van manuel Maar oké het hielp want ik vond de knardijk niet meer zo erg en weer wind tegen wel prima Op de weg die heel lang duurt richting de praambult gingen we stayeren en dat helpt loeigoed en vind ik ook superleuk Echt erg fijn dat ik tegen de wind in trappen niet al te erg vindt want dat hebben we nogal is wat hier in de polder Op het fietspad vond ik het wel een beetje genoeg want we hadden dan ook 75 kilometer erop zitten en we waren er nog lang niet maar dan is negentig de magische halve afstand natuurlijk wel een uitdaging om een benchmark neer te zetten maar dat werd het dan ook weer niet helemaal Ik zag dat manuel het moeilijk had want die zuert dan wel bij mij om gels maar zelf had ie niks en we waren toch al dik drie uur onderweg. ik wilde perse het rondje rond maken langs de vaart en toen had manuel het wel gehad eigenlijk Maar 1 keer in de wijken weer en met geen wind meer tegen was het toch wel zonde om te stoppen op 86 kilometer ook al was het bekant tijd om vincent te halen. Dus gingen we nog een rondje verder om de wijk en hoerahoi hoi hoi 90 kilometer in 3 uur 41 ongeveer met alle stoppjes voor de gel erbij en zonder de stops drie uur 36 voor de eerste keer en met zoveel tegenwint niet heel slecht voor dit beginnelingen. Ik moest verder vliegen naar school en naar de winkel dus tijd voor een douche of voor spierpijn had ik niet echt maar energie om ook weer te gaan zwemmen ook eventjes niet. dan eet ik liever veel pannenkoeken met ze allen!
zaterdag vandaag had ik nergens last van. ik bedoel van geen spieren ofzo helemaal niets alleen dat ik wat weinig slaap en daar ben ik vermoeid van geloof ik Toen vincent op de aikido was gingen Joyce en ik hardlopen Deze x moest mijn horloge geherstart worden en toen konden we eindelijk gaan en we gingen eerst wat neutraal kletsen over hardlopen als zijn we wel erg eerlijk tegen elkaar en daar kan ik niet altijd goed tegen maar van Joyce ken ik het wel hebben Ik had een lange broek aan en het was eigenlijk wel warm We gingen naar de dijk de Oostvaardersdijk dus. Joyce begon haar hart uit te storten en ik ben blij dat ik haar zo goed snap en mee kan voelen dat is voor ons allebei erg goed. de kilometrs gingen aan ons voorbij en we liepen zellefs onverhard. Weer terug om de noorderplassenbuurt daar op het asfalt had ik wel erge spijt van me lange broek maarja niets aan te doen. we verdwaalde een beetje in de muziekwijk maar wisten wel welke kant we op moesten en zo kwamen we weer in het beatrispark en we gingen terug naar de aikido daar maakten we de 14 kilometer vol langs de alkmaargracht en toen was het welletjes. Mijn benen waren er echt moei van geworden
Maar ze moesten nog zwemmen natuurlijk en dat ging heulemaal niet soepel. Die beentjes voelden beton aan en ik deed dan ook maar 300 meter zonder het achje. De rest allemaal met. Ik kreeg een opmerking voor de les waar ik van schrok want iedereen vind mij afgevallen behalve de weegschaal beetje lastig toch. en toen na een half uur en een kilometer aan opdrachten bleek mijn horloge het niet te doen Ik werd gek En die meneer voor mij kon ik niet bijhouden en ik zat nog wel in baan 1 daar waren 4 mense en in baan twee iets van negen maar deze man hoort in baan drie geloof ik En mijn nieuwe brilletje zat niks lekker en het wilde gewoon niet met het zwemmen. Het voelde niet goed aan dat heb je soms. ik accepteerde het ook wel maar wat duurde het uur lang zeg en ik was blij toen het om was en toen had ik ook nog flinke trek ook
Vandaag op zondag hoefde ik eigenlijk helemaal niks meer te trainen Ik had genoeg uren gemaakt en genoeg afwisseling en genoeg onverantwoorde dinger er waren gewoon veel andere grote en kleine taakjes 1 daarvan was om iets te gaan omruilen bij de Lidl en ik dacht ach, ik ken net zo goet gaan lopen eigen lijk en dan
maar hardlopen ook. Gewoon joggen prima en naar de winkel toe dan maar echt rustig anders kom je daar zo bezweet aan he Die twee kilometer gingen lekker suffig Het omruilen was een makkie Natuurlijk had ik wel een rugzakje bij Ik ging over de evernaar en toen had ik zin om over het pad langs het water te gaan in de regenboogbuurt. Ik dacht ik ga een kilometer droortrappen en dat werd de 4de dan. Ik moest inhouden voor honden en wandelaars en ik deed er 5zeven over. toen ging ik weer langzamer en ik ging rechtdoor langs de vaart Ik liep gewoon te genieten van de zwanen met hun kleintjes en de ander mensen buiten en de wind en de zon, want het was best warm Toen ging ik iets verder als ik dacht en bijna thuis dacht ik nou dan maar 8 kilometer dan heb ik ook vet veel getraind deze week Ik zat netjes op 6 minuten per kilometer precies en het belangrijkste ik had heerlijk en ongedwongen gelopen. En nog nooit zoveel getraint in een week wel 12 uur en dat is echt het meeste ooit Nu is het aan de nieuwe trainer om mij weer in te tomen haha.
in triatletentaal (dat wil zeggen: puntloos, rare zinsopbouw en taalfouten toegestaan)
gaan we nog lopen deze week?!
maandag: fietsend met vincent naar de training, lekker rustig. maar net voor de training start, sta ik weer met een lekke achterband. rustig vervangen en zelf een stukje tegen de wind in fietsen en mijn weg terug zoeken door haven. weer naar huis fietsen en dat is voor vincent wel heftig. met JC mee gefietst – ik dacht dat die de andere kant op woonde.
dinsdag: zwemmen. baan 2. kon stoppen na een half uur, had ook weinig zin meer. deed goed mee hoor, zelfs netjes op kop gezwommen en dat alles zoveel mogelijk zonder pullboui, maar de uitdaging lijkt weg. ik kan zwemmen. punt. was de spierpijn niet voor niets! uiteraard wel het uur volgemaakt.
woensdag: weer zwemmen. na een goed gesprek met KD over dat ik echt meer rust mag nemen.
Ik spring in het koele water en heb de slag meteen te pakken. ik doe vandaag rustig aan alles met pullboui. de eerste 500m inzwemmen in 10 minuten in elk geval! en daarna zwem ik achteraan en ik hou me in. pas als ik de pullboui achterlaat moet ik wat meer mijn best doen. aan het einde zwem ik de 250m zonder pullboui in iets meer dan 5 minuten. ik zwem 2800m in een uur. het begint ergens op te lijken.
donderdag: mopperdemopper: de hele dag prachtig weer en de rest van het weekend regen als ik vrij ben… Bah. Vincent ging niet mee naar de training – te moe. Zou ik de fiets gaan? Korte broek aan? Hoe lang blijft het droog? Het zou lang droog blijven. Wacht ‘s even: waarom ga ik dan niet fietsen?! Nu het kan? Even naar de wind gekeken en gekozen voor de tijdritfiets. Sinds de bikefit heb ik daar nog niet op gezeten. Dat wordt tijd! Ik zoek de rechte wegen op. Blijft toch wennen die pedalen en die lichte fiets. Het is te warm voor de fietstrui. Ik kan gewoon met redelijk wind tegen 27 km per uur fietsen. En ik span me niet echt in. Wel wat natuurlijk, maar nog niet super. Het is wel raar om te gaan liggen als een bolletje op de fiets. Gaat dit wennen?! Ik neem de weg en het is gewoon zomers, zo fijn!
Ik rij bijna een kikker dood en een vlinder weet ik ook niet of die het overleefd heeft. De Knardijk op met 40 km per uur! Hoe gaaf is dat! Je mag hier maar dertig… hihihi. Dat liggen begint te wennen en ik zet mooi door. Soms ga ik een stukje zo-hard-ik-kan. Langs het Bovenwater bijvoorbeeld. En dan de oostvaardersdijk op. Ik ga liggen, blijf liggen en hou een snelheid aan van meer dan dertig kilometer per uur. Genietend van de zon. Het is echt kicken. Niet dat het niet zwaar is en de knieën, tenen en bovenbenen voel ik wel, maar het weegt niet op tegen het gelukzalige gevoel wat ik van dit racemonster krijg. Aan het einde van de dijk ga ik nog door, omdat ik zo lekker ‘lig’. Naar het Bloq en dan besluit ik toch terug te gaan. later in de zomer komen de Noorderplassen er wel bij. Eigenlijk is het best gevaarlijk met deze snelheden over het fietspad razen, maar iedereen kijkt Ajax of Songfestival. Ik ga langs de Vaart en doe bruggetje snel-bruggetje langzaam. Door naar de manege en ik denk: laatste keer versnellen. Maar de Trekweg vraagt er met tegenwind toch ook nog om!
Het is nog steeds droog en warm. In de wissel krijgt Vincent een kus en ik ga naar de WC. Hardloopschoenen aan en de 50 km gaan halen. Ik heb 47,5 kilometer gefietst. Het is wat zwaarder, maar… ik heb een prima tempo. Drie kilometer is echt te weinig. Ik heb het veeeeeel te heet Dus door voor 5km. De laatste kilometer is best zwaar, maar ik haal het in 29 minuten.
Vrijdag. De Grote Dag. Eindelijk. Ik heb er lang naar uitgekeken. En toch was ik gespannen. Niet te erg, de nieuwsgierigheid won het. Wat? Ik heb in het buitenwater gezwommen!!! Vorig jaar kon ik geen borstcrawl, zou ik nooit, maar dan ook nooit nooit nooit in het water gesprongen zijn. En nu, ik lag te lachen in het koude water, in de golfjes, de stromende regen en in mijn wetsuit en ik genoot, ik glunderde, ik straalde. Het kan zo gek lopen soms…. Gister benijdde ik een paar meiden die op Facebook zette dat ze in het Gooimeer hadden gelegen. Ik reageerde. En vanmorgen kreeg ik een SMS van GN of ik met haar meeging.
Twijfel! Op deze dag? Net nu? Kan dat?! Kan ik dat?!! Dúrf ik dat? Wil ik dat? Ja en ja drukte de nee weg. Met G durf ik dat wel. Ze overschat me nogal eens, maar zij helpt me beter dan wie ook. Even mis ik de trainer die mij beloofd had de eerste keer mee te gaan, maar GN heeft mij al zoveel geholpen, dit is haar ‘missie’ die ik aanneem. En zo reed ik naar Almere Haven met mijn wetsuit in mijn te warme winterjas. Een beetje angstig, maar ook opgetogen. Pak aan, foto waar spanning in geschreven staat, schoenen uit en gaan! Koud is het toch. Heel even. Dat viel mee, een wetsuit is top.
Onmiddellijk overheerst trots en euforie. Gezicht in het water is even flink koud en de ademhaling moet nog op orde komen, maar de slag heb ik meteen door. Wat voel ik me stoer en heldhaftig!! We gaan langs de kant zwemmen richting flats. Ik zie weinig, het brilletje beslaat. Koud heb ik het niet, bang ben ik al helemaal niet. Ik adem lekker 1 op 2, vandaag moet er nog niks. Ik zwalk rond. De richting is een dingetje. Navigeren lukt me totaal niet. Ik lach er om en probeer even ver van de kant te blijven, maar dat lukt niet zo best. Intussen is het geluid van het water zalig, blijf ik goed liggen en gewoon zwemmen. Staan lukt al niet meer. Hoe ver we gaan, heb ik geen idee van. Dat het giet, merk ik ook niet. Navigeren,genieten en lekker doorgaan is het belangrijkste. G in de gaten houden. Ik wil terug, want het moet niet meteen too much worden. Terug gaat ietsje beter met navigeren: ik richt me op het oranje huisje. Nu ga ik echt aan het genieten: ik heb de slag te pakken, kan zelfs 1 op 4 ademen, en alle vrees is weg.
Dit lukt me gewoon. Deze droom komt uit. Dit voelt geweldig. Groots. Een overwinning. Ik kan zwemmen. We gaan nog een stukje de andere kant op. Heb ik nu al bijna een kilometer gezwommen? Ik wrijf mijn brilletje schoon, wat een gouden greep is. Dat maakt navigeren een stuk gemakkelijker! G lacht om me, dat ik de regen gemist heb. Ik kan de bodem zien, ik kan prima meekomen en ik weet waar ik heen wil en ik lig volkomen rustig in het water. Natuurlijk voel ik dit qua energie, maar echt loodzwaar is het niet. Raar dat ik de bodem zie, maar niet kan staan. Ik krijg vrijwel geen goor water binnen. Terug richt ik me op het grijze vlak. Een tamelijk rechte lijn zwem ik. Dan het strand weer op. Hier zag ik tegenop, dat het koud zou zijn, maar niets is minder waar. In het zonnetje is het zelfs warm. Ik heb geen woorden om te zeggen hoe geweldig dit was. 38 minuten lagen we in het water. Ik vind 1400 meter een heel eind voor een beginner. Ik doe snel warme kleren aan. Dit was echt amazing. Heb ik gewoon in het Gooimeer gezwommen! Liefst morgen weer. Het was meer dan fantastisch en geweldig tegelijk.
Zaterdag: het hardlopen wordt een ondergeschoven kindje deze week… De tuin, de veiligheidsdag, de F1, de Almere City Run: het gaat allemaal voor vandaag. Maar zwemmen in het zwembad ga ik toch echt doen! Ik moet wegens drukte van de ‘trainer’ naar baan 1. Onze trainer JC heeft hulp van Vincent vandaag en wat is die streng: we mogen niks zeggen en hij telt de rustseconden voor ons weg! Inzwemmen met achtje en dan 50 benen (de flippers gaan ruim op kop), 150 armen (ik haal ze bij) en 150 hele slag (ik haal ze in) en dat twee keer.
Ik rust liever niet. Daarna 4×100 steeds iets sneller. Ik ‘mag’ voorop en vind het tempoverdelen moeilijk. Ga ik te hard? Voor baan 1 eigenlijk wel… Maar voor mijzelf niet. Daarna 10×50 sprint. Ik bedenk een telsysteem met de bidon en de tegels langs de kant. Ik zwem heel flink door; lekker. Dan moeten we van ons trainertje 2 keer 50m op onze rug. Ik vind het saai in het zwembad. Sinds ik gister buiten heb gezwommen is dit onwijs saai. Ik ben verwend. Bij de 200m rustig uitzwemmen laat ik M voorop gaan. Ik moet me vreselijk inhouden. Bij het uitzwemmen vraag ik Vincent mijn 250m te klokken. Begin november heb ik dat ook een keer gedaan. Toen deed ik 5:53 over de 5 banen. Nu zegt Vincent vijf vijfenvijftig en dat stelt me teleur. Er zijn dan ook andere zwemmers in de baan. Hij als het verkeerd: 5 minuten en 55 honderdste. Dat is SUPERkeurig.
Zondag: moederdag, uitslaapdag, shoppen met mams in Utrecht dag en dat is ook vermoeiend-dag! Maar dat brengt me bij de vraag van de titel: gaan we nog lopen deze week?! Nou , toch echt wel! Genoeg gerommeld met het schema. Om 8 uur ga ik. Rustig aan. Ik juich als ik zie dat de poort open is en ik weer langs
de Oostvaardersplassen kan lopen. Mijn dag is al goed door de vader die met zijn peutertje hardloopt, maar dit maakt de grijns zo groot dat het tempo moeiteloos hoog ligt. De zon is zo gaaf! Ik haal 5km vrij gemakkelijk binnen een half uur.
Door naar de dijk en dan is het even wat zwaarder. Blokje om door het bos en weer terug langs de plassen met de ondergaande zon in de rug. De herten staan majestueus in het landschap. Ik wil de tien kilometer binnen een uur halen, maar het prachtige wild tegen de ondergaande zon in doet me stilstaan voor een foto.
Dan maar geen uur. Ik zet toch nog even aan (nare ambitie) en haal het nog ook! Dan gaat de rem er op, maar ik geniet er niet minder om. Het is groots en geweldig.
De zon is prachtig rood en geeft alles een fantastische kleur. Ik was van plan 12 kilometer te lopen, dus alles daarna is zwaar. De zon gaat onder, de rode lucht kleurt donkerder en het mooiste stuk is voorbij. Tot 14 kilometer gaat het nog, dan wordt het echt trekken.
Het koelt af, het licht vervaagt en ik moet naar de WC. Maar de 15 kilometer is sterker! Wat een fijne zondagavond.
een zinloze rustweek
Twee jaar geleden: hardlopen en fietsen werd afgewisseld in de natuurmarathon rondom de Oostvaardersplassen. Eerst een flink stuk hardlopen en dan een stukje fietsen. Ik was blij dat ik weer mocht gaan hardlopen, maar dat beviel totaal niet. “Het was RAMPzalig. Mijn spieren deden ERG veel pijn. Fietsen, afkoelen en dan weer gaan hardlopen KEN NIE. Wauw Auw AUW.” schreef ik. KEN NIE: het kan niet, oordeel geveld. Tweederde van de schema’s die ik kreeg bleef volledig oningevuld.
Even terug naar vorig jaar: ik had net een nieuwe baan en kocht van het salaris een heuse racefiets. Tweedehands via Marktplaats. Gedachten aan een triatlon ontbraken, het was gewoon leuk om ook wat te gaan fietsen en Vincent vond het zo fijn. En naast hardlopen en fietsen zou je in een triatlon moeten zwemmen. No way, dat ik ga zwemmen, dus ‘nee’ is het enige wat in mij opkomt als ik aan die rare driedubbele sport denk. Eenderde van het schema bleef oningevuld.
Deze week was een rustweek. Waarin nog altijd veel meer sporturen staan dan 1 of 2 jaar geleden. Het hele schema is ingevuld: hardlopen na fietsen is even gemakkelijk geworden als zwemmen. Maar maandag had ik geen enkele zin om naar de fietstraining te gaan. Het weer was slecht, mijn zin was ver onder nul en ik hoefde niet van mezelf. Had ik toch iemand vergeten in deze: “mama, je gaat wél. Al die keren dat ik van jouw móést zwemmen en hardlopen: nu moet jij fietsen, zin of niet”. De deksel op je neus van je eigen opvoeding. En tegenstribbelen “ik heb echt geen zin deze keer” hielp voor geen meter. Dus ik zat bloedjesjachereinig op de fiets. Bleek de hele groep volwassenen ook nog eens samen te gaan. Vertaald betekent dit: supersnelle 25jarigen voor wie 27km/u een infietstempo is. En ik en AS. Wij bleven achteraan kletsend fietsen en kwamen ook de brug op. Daar moesten we wachten tot de haantjes hadden uitgevochten wie het snelste was. Toen richting Muiden rijden en ik moet bekennen dat het droog was en enorm grappig om die snelle lieden te zien koersen en wedijveren. Ik reed mijn eigen hardst. Realiseerde me dat ik vorig jaar nog geen fiets had, nog geen ambitie en dat ik van al deze mensen hier de aller-allergrootste progressie heb gemaakt. Toen ik dat durfde te bekennen tegen meneer MC (die ik ooit helemaal niet mocht), werd ik getrakteerd op heel veel fietstrainingstips. Na de fietstraining was ik erg blij dat ik “moest” gaan.
Dinsdag weer zwemmen. Ook dat had ik een jaar geleden niet durven dromen. Dat ik daar in baan 2 lag en me na 3 kwartier begon af te vragen hoe lang ik nog ‘moest’ Ik had totaal geen zin meer. Niets. Stoppen is geen optie, maar het uur duurde een hele tijd. Kreeg ik na de training een ENORM compliment van DR dat ik goed zwom en dat de techniek echt goed is. Zij heeft het me geleerd! En ikzelf heb er veel effort in gestoken.
Woensdag had ik geen zin. Geen zin in sporten. Iemand had me erop gewezen dat één sportloze dag in anderhalve maand best wel absurd is. Dus ging ik niet zwemmen vandaag. Omdat ik geen zin had en omdat het rustweek is.
Donderdag was er geen training in verband met dodenherdenking. Dus na 2 minuten stilte en laat eten vertrokken Vincent en ik met zijn tweetjes voor een ‘fartlektraining’. In zo’n training ga je spelen met alles wat je tegenkomt: korte stukjes sprinten (en verliezen van je kind) en op de schommels staan. Glijbanen opklimmen en cirkelen om de boompjes heen. Klimmen op de rotsen en de spin. De trapjes op en af huppen. En met ogen dicht en hand-in-hand de brug over. En daar in de avondzon stond ons een mooie verrassing te wachten: een hele kudde herten. Stilstaan en genieten hoorde ook bij deze training.
We gingen door naar de heuvel en genoten van de avondlucht. We vertelden 2 meiden waar de herten stonden en toen gingen wij omhoog rennen. We liepen over het intervallenpad zonder intervallen maar met huppeltjes en toen ging mijn buik in protest. Auw. Mijn darmen bemoeiden zich er ook mee. In plaats van langs de ganzen staken we op mijn verzoek bij het Oostvaarderscentrum weer terug naar het trapje. We zagen nog een hertje en ik moest echt inhouden. Mijn tempo werd bepaald door mijn darmwerking. Heel lastig. Vanuit onze straat rende Vincent alleen naar huis, kon ik er wandelend achteraan met mijn gedachten bij een WC
Vrije beVrijdingsDag Vrijdag. ik had de fietskeuring bij Vanderlinde, de fietsenwinkel in Almere die triatlon op zijn zachtst gezegd hoog in het vaandel hebben staan. Allebei mijn fietsen zouden helemal worden afgesteld. En ik vond het vreselijk spannend en eng. Eerst een vragenlijst. Grappig: ‘wat voor soort fietser ben je?’ was de vraag. Na enig twijfelen kon ik gemakkelijk wegstrepen dat ik geen wedstrijdfietser ben en cyclosportief voel ik me ook niet. Recreatief leek mij het beste. Jaja, met een tijdritfiets, zal die jongen wel gedacht hebben. Toen ik bij de vraag daarna meldde dat ik voor de halve triatlon trainde, heeft hij van recreatief toch maar cyclosportief gemaakt 🙂 Eerst werden mijn spieren goed bekeken, mijn beenlengte, de kracht van mijn armen en rugspieren, de stand van mijn voeten. Er was niets bijzonders. En toen werden mijn klikschoenen afgesteld. En mijn zadel op de goede hoogte gezet, zodat mijn knieën een goede hoek
maken. En de afstand tot mijn stuur en de stand van de stuur van mijn racefiets: alles kwam aan bod. Het maakte wel degelijk verschil! Het voelt wat relaxter aan allemaal. Mijn racefiets heeft zijn remmen verkeerd om zitten. Na nog een kopje thee volgde alle aanpassingen ook voor mijn tijdritfiets. Nog veel heftiger, want ik kreeg een nieuw zadel en de zithouding is echt totaal anders. Alles werd opgeschreven en heel erg duidelijk uitgelegd. Die arme jongen (die zelf triatlon eredivisie doet) moest al mijn gekwebbel aanhoren. Het duurde al met al bijna drie uur! Toen ging ik naar Manuel om Vincent op te halen en te lunchen. Daarna gingen Vincent en ik naar Hilversum fietsen. Heerlijk, lekker even voelen of de
racefiets anders zit en voelt. In elk geval met klikpedalen! En zonder lekke banden deze keer. We fietsten goed door. Het was bewolkt, maar niet koud. We zouden er anderhalf uur over doen. Zonder de stops op de beug en bij de stoplichten lukt het in 1:31. We lachen onderweg en het is gezellig dit met Vincent te kunnen doen. In Hilversum klets ik lekker met opa en oma en we aten apatatjes. Note to me: Rob volgende keer schone en warme kleren meegeven. Ik ga terug op de fiets. Opmerking 1: nu heb ik wind tegen. Opmerking 2: dat moet sneller kunnen als anderhalf uur. Opmerking 3: dit blijft een training, geen wedstrijd. Opmerking 4: zei die gast vanmorgen niet iets over langzaam wennen…. neeh, vast niet. Ik vind het leuk om elektrische fietsers in te halen. Aan het einde is het best zwaar zo alleen. Met Vincent is relaxter als met mijzelf. Na een uur en 20 minuten ben ik weer thuis. ‘Nu al?’ is mijn deel. Er stond inderdaad dat ik rustig moet wennen aan de nieuwe houdingen. Mislukt. Of is 65 kilometer rustig….
zaterdag: geen zin. Ik bedoel, geen animo om lekker alleen anderhalf uur in zone1 te gaan lopen. Muziekje van Ed op, rondje Beatrixpark om er in te komen. Tempo zone1 ligt lekker. Motivatie is matig. Na het Beatrixpark steek ik de stad door. Op de Esplanade loop ik vast in het bevrijdingsfestival. Daar baal ik van. Onhandig. Verderop pak ik de
hobbel weer op. Zin is langs het pad niet te vinden helaas. Ik word ingehaald zelfs! Eenmaal over de brug aan de overkant begint de ellende echt: kale vlakte, betonblokken, zinderigheid in de lucht, snelweg naast je. Geen bal aan. En verderop waar het eerst mooi strand was met uitzicht op de skyline is het fietspad ook afgesloten. Langs de busbaan richting Mc. Ook niks aan. Ik kan maar de wc bij de Mc maar doe dat niet. Ik ga straks bij het zwembad. Ik haal tien km in 65 minuten en dan is de zin echt leeg. Totally op. Wel is het weer mooi, maar ik ben het zat. Suf hobbel ik nog twee kilometer terug naar de auto. Ik ben niet moe of bezweet, maar ik ben d’r gewoon kláár mee. Het was niet eens anderhalf uur.
Een paar uur later sta ik weer bij de laadpaal. Nu voor het zwembad. De jeugd triatlons zijn weer gestart, dus het is erg rustig bij de kinderlevens. Er zijn twee banen leeg. Ik heb een afspraak met ei,and, maar die komt niet. Kans: extra zwemmen! Die pak ik direct. Een half uur onafgebroken zwemmen, heb ik nog nooit gedaan. ik zwem 300m in met mijn achtje. Dan doe ik hem weg. Het eerste idee is elke 300m te wisselen, maar na 300m ga ik zonder achtje verder.
Ik zwem een kilometer vol en besluit dan eens te kijken hoelang ik zonder achtje over 1000m doe. Nog 3oom extra dus. Ik zet wat aan. Ik kom uit op zo’n 23 minuten. Vind ik prima! Ik zwem nog iets van 100m uit en dan begint de les. Ik kan -als ik dat wil- na een half uur stoppen. Ik blijf in baan 1. Want daar is het erg rustig. Techniekjes
en dan 4x250m op kilometertempo. Ik ga te langzaam! Nou ja zeg, ik had er 20 minuten over moeten doen. We wisselen de kop af. Ik zet aan en de laatste 250m doe ik ruim onder de 5 minuten met achtje. Ik kan het dus wel, maar 100om achter elkaar?! Ik weet het niet hoor. Rug met achtje is ook apart! We doen nog die stomme schoolslag en 2 keer sprinten. Dat vind ik me een partij leuk! Een ander zwemt bij de 200m rustig voorop, mij iets te rustig, maar hé, het is en blijft baan 1. Ik zwem nog uit en -tjonge- dan is het uur om en heb ik anderhalf uur gezwommen opeens. Hoi Zondag doe ik niks. Niets. Geen sport. Geen inspanning. Het is tenslotte een rustweek….. En dan is bijna 9 uur genoeg sport 🙂
10 kilometer Noordwijkerhout
Vooraf: ik zou de halve marathon gaan lopen, ideetje van GN. Maar ik heb de laatste tijd wel erg weinig lange lopen gedaan om dat veilig te verantwoorden. En ik hou DH en GN niet bij! Voor de wedstrijdspanning kan ik net zo goed 10 kilometer doen. Vincent gaat zelfstandig 5 kilometer lopen. Omzetten is snel gebeurd en in vergelijking met een duatlon of triatlon is een hardloopwedstrijd een eitje met maar 1 tas! De dames vertrekken het eerst en dan is voor Vincent de spanning voelbaar. Ik neem een gelletje, een beetje toverdrank kan geen kwaad! Nog snel even naar de WC en dan het startvak in. Ik hou mijn hartslag argwanend in de gaten, maar boven de honderd komt die niet uit. Punt voor Anke! Ik ben wel gespannen, maar het verlamt me niet. Ik hoop rond de 5:30 te gaan lopen of ietsje harder, zodat ik op 53-55 minuten uitkom. Het is mij wat te warm en te zonnig eigenlijk. Ik heb de route niet bekeken, ik laat me verrassen.
Start!
Kilometer 1: ik ga niet al te hard van start en zoek mijn ruimte. Ik voel me goed en mijn benen hebben hier echt zin in. Rustig proberen iets van een eigen tempo te zoeken. vier tweeenveertig! Dit is te gek! Iets langzamer is prima. Al voelt dit ook prima. Hoe kan dat nou?! Dit is verre van 5-dertig. Ik leg het naast me neer en ga wel zien waar ik uitkom.
Kilometer 2: Saaie rechte weg. Ik kijk naar de mensen om me heen en de nummertjes op de weg. Voel de wind en de gel stroomt door mij heen, haha. Ik hou van de wind en vind een eigen tempo wat me bevalt. De rest zal me wat, ik doe dit voor mezelf, alleen voor mezelf. Geen trainer, nog wat vage tips op de achtergrond, maar ik doe dit helemaal alleen. Yeah right, ik ga “iets” langzamer met 4:55.
Kilometer 3: Nog meer lange rechte weg. Hoe zou het Vincent vergaan? Hij zit in mijn gedachten. Mijn hartslag blijft onder de 170, dus ik heb nog over. Dat zal ik straks wel nodig hebben als de gel opgebruikt is. Ik ben vooral benieuwd wanneer dat zal zijn. Ik gok rond de 6 kilometer. Voor nu kachel ik door. Weer 4:55. Raar hoog tempo voor mij. Zo gaat er iets om de 50 minuten komen, maar ik droom niet vooruit en blijf in het moment. Ik ga zien wat er vandaag in zit.
Kilometer 4: drankpost sla ik over. Jammer dan. Ik vind de weg grappig vol toeristen en hardlopers en tussen de bollenvelden. Het tempo ligt vast op 4:55. Er volgt een kort moment van spijt dat ik niks gedronken heb, maar terug kan ik ook niet meer.
Kilometer 5: Wie zou sneller zijn, Vincent of ik? Vincent zal wel binnen zijn. Ik zie wel een flinke heuvel. En een golfbaan. Ik onthou de kilometertijd niet, maar de vijf-kilometertijd ligt op 24:22. Top. Iets met ’50 minuten’ heeft eventjes de overhand.
Kilometer 6: Tussen de bollenvelden en de fotograferende Japanners door. We zijn net iets te laat in Halfweg, want we zijn al over de helft. Weer een bocht door en dan slaat het toe: de gel is op. Het buffelen begint hier. Niet dat ik me inhoud, vooral de bocht remt even af. Ik loop naast een man en het tempo blijft hoog. Net boven de 5 minuten. Kan ik hebben, maar het zou fijn zijn als het onder de 5:10 blijft. Niet druk over maken! Voelen dat de verbranding overgaat is ook wel grappig ergens.
Kilometer 7: Ik loop met de man mee. We wisselen 3 zinnen en ik stel voor de conversatie 3 kilometer uit te stellen. Hij kan iets harder doorlopen dan ik. Deze twee kilometer zijn afzien. Ik wil ze binnen tien minuten afhandelen en dat geeft me kracht. Deze kilometer is weer wat sneller met 4:52. De weg is weer lang en de wind dwarrelt om ons heen. Dat vind ik zalig.
Kilometer 8: lange rechte weg en wind. Ik neem nu wel twee slokken water en een spons. Kost me een paar seconden, maar straks levert het wat op hoop ik. Binnen tien minuten… Even doorzetten. Ik weet niet hoe lang ik over deze kilometer doe, mis het. Ik ga aan het doorzetten. Nu nog tien minuten en dan ben ik er klaar mee. Ze kunnen al op me wachten. Of ik het binnen 50 minuten haal? Op dit moment zal het me een rotzorg zijn!Kilometer 9: Hoe ik het doe kan me niet meer schelen, maar ik zet er nog de sokken in. Ik trek nog hard door en raak het spoor wat bijster. Haal deze en gene nog in en stamp verder. Doorzetten is doorbijten geworden en zo snel mogelijk naar de finish zien te komen. Ik ga lekker.

Kilometer 10: Noordwijkerhout weer in. Veel bochtjes. Klinkertjes. Woonwijk. En dan is het doorbijten ook op. Tandenknarsen en volhouden – meer is er niet over. 50 Minuten kan me niet meer schelen, ik wil er zijn, ik ben op, ik ga kapot. Ik wil niet meer. Afzien. De hartslag loopt op, maar mijn gezichtsveld wordt heel klein en ik merk niks meer op.
Mijn horloge tikt de tien kilometer af op 49:22. Maar de finish is nog twee bochten verder. Vincent moedigt me aan, maar een eindsprint zit niet meer in mijn benen. Kan me ook niet meer schelen, ik geef wat ik kan, dit is waar ik nu ben. Ik finish en klok zelf 50:05. Ik vind het onmiddellijk helemaal prima en goed.
Klaar!! Gefinisht!!
Dan ben ik leeg, emotioneel klaar en ik heb zeker 6 minuten nodig om bij te komen. Ik drink, zeg niks, vreet winegums, vraag Vincent niets en kan ook niet veel meer. Dus ik heb alles gegeven wat ik had en daar ben ik onwijs gelukkig over. Dan ben ik opeens weer bij: Vincent heeft ‘maar’ 3,8km gelopen omdat de wegwijzer fout stond en dat op flink tempo. Ik ben trots op hem. Kleine held!
En ik ben blij met wat ik zelf gedaan heb: geen wrok over een paar seconden. Ik heb sinds de Kidney Run 1 minuut en 20 seconden gewonnen. Ik heb lekker gelopen, ik heb afgezien, ik heb kracht getoond en ik ben volkomen tevreden. Dat de andere meiden de HM binnen de 1 uur 50 lopen, vind ik knap van ze; zonder een greintje jaloezie.De officiële tijd is 50:03. Wederom vind ik dat helemaal goed. Er zijn 5 vrouwen in mijn categorie sneller en 19 langzamer. Had ik 4 seconden sneller kunnen lopen? Vast wel. Maar was het meer dan 10 kilometer? Ook wel. Het is helemaal goed zo. Dat zijn heel veel punten voor Anke 😀
kort (maar krachtig)
maandag: tussen het werk en de vergadering door even een half uurtje trappen. Samen met Vincent geoefend op het stayeren: vlak achter elkaar fietsen. Ik grotendeels voorop.
dinsdag: zwemmen ‘s avonds. Baan 2. Veel gezwommen en geleerd dat je zelfs onderweg kan hoesten in het zwembad. Ingewikkelde piramide gezwommen: Inzwemmen;
100heel-100armen-50heel, daarna 50benen-100armen-150heel-100armen-50benen-100armen-150heel-100armen-50benen-100armen-150heel. Toen 50 wrikken buik, 50wrikken rug en 2×100 100heel, 100armen en 2×150; 150 heel, 150armen. Tot slot 1×200 heel en 150 uitzwemmen armen. Voor de kenners onder ons 😉
woensdag: ik wilde fietsen én zwemmen én hardlopen, maar fietsen kon niet in het woensdag-programma worden ingepast. Zwemmen wel. Baan 2 weer. Ik zwom de helft met en de helft zonder pullboui en nam netjes een deel van het ‘op kop zwemmen’ voor mijn rekening. De dames waar ik eerst zo tegen op zag, dat zij zoveel en zo goed konden zwemmen, hou ik nu (met gemak) bij.
‘s Avonds terug naar de oude loopclub. Met angst en beven (letterlijk) heen gerend, maar ik mocht mee.
Trapjes en heel veel asfalt. De conditie en de kracht is geen enkel probleem, de snelheid is duidelijk verminderd. Niet slecht, maar minder dan toen ik ‘alleen maar’ rende. De trainster pikte het erg goed op, lieve meid is dat toch zeg. Leuk om bij te kletsen en de kaders weer eens te herzien van ‘supermensen-triatleten’ naar hooggemiddelde hardlopers. En gewoon terugrennen he, maar dat was behoorlijk koud.
donderdag: Vrije koningsdag. Na het rondje vrijmarkt en de bui op de fiets gesprongen. Band weer niet honderd procent. Elke 5km iets harder. 13 min/ 12 min/ 11 min/ 10 min en wind mee op de dijk en doorbikkelen tot 9 min. Toen een blokje uitfietsen.
Zin ontbrak een beetje, maar de heren schaakten samen, dus ik ging nog even rennen. Gemiddelde tempo van 5:40 en ik vond het wel best. Ik schaamde me toen ik de trainster van gister tegenkwam: alsof ik altijd alleen maar sport (en is dat dan niet zo…..) 5 km in 28 minuten is tegenwoordig wat aan de langzame kant,
hahaha! Ministukje schelp uit de buitenband gehaald en voor de vierde keer een binnenband vervangen; hopelijk is dat nu over.
vrijdag: fietsen op de fietsendrager: 3 stuks, 3 mountainbikes en op naar Lage Vuursche! 
Papa, mama en kindje gingen lekker trappen over de worteltjes, door het zand, over de heuvels, over de bobbels en door het bos, bos bos bos. Vincent voorop voor de route, mama die nog moet leren schakelen achteraan. Soms een stopje, niet te snel en helemaal niet druk! Op het laatst nog even lekker hard trappen (dat kan mama dan weer wel). Het uur vloog voorbij, veel te snel.
zaterdag: eerst even rustig aan uitfietsen. Muziekje op van Ed en vooral kalm aan genieten.
Beetje dijk, beetje zon, lekker door het Wilgenbos en mijn eigen tempootje van niks. ‘s Middags lekker gaan zwemmen. Baan 2 is te druk, dus wij -2 dames- steken over naar baan 1.
Daar volgen we het programma van baan 2 gewoon. Het gaat goed, maar mijn hemel- wat voel ik me onuitstaanbaar woedend, kwaad en agressief. Daar helpt niets meer tegen.
Zondag: na de wedstrijd in Noordwijkerhout (aparte blog) weer gaan zwemmen. 15 of 16 mensen verdeeld over 2 mensen per baan. Ik ben gestrest, omdat ik me een uur verrekend heb en maar net op tijd ben. De eerste drie kwartier zwem ik supergoed
(ook al is het met pullboui) en vooral de snelle banen gaan me goed af, het laatste kwartier speelt de gemiste lunch me parten. Ik zwem maar wat mee. Uiteindelijk bedank ik de trainer: mijn grote vriend zal het niet worden, maar ik leer ongelooflijk veel van hem en ik stel hem persoonlijk verantwoordelijk dat ik de borstcrawl heb geleerd. Nog steeds geeft hij me tips en helpt hij me.
"Er was eens…." een serie korte sprookjes
Er was eens…..
(maandag 17 april – tweede paasdag) Er waren eens een moeder en een kleine prins en het was droog weer buiten. Moeder en de kleine prins gingen naar oma fietsen. Op hun stalen rossen Trek en Scott. Hie-haa. Ze volgden de nummers en praatten onderweg. Ze reden door het bos en langs het water. Ze keken goed uit onderweg. En op de brug stopten ze kort om met een voorbijganger te praatten. Het ging goed, tot ze van de brug af kwamen. Toen had Scott last van zijn achterpoot ehhh -band.
Gelukkig kon mama Scott weer op de ‘been’ helpen en zo konden moeder en de kleine prins weer verder. Langs de lichten en over de rechte weg spoedden ze zich. De kleine prins leek wel te vliegen! Toen de nummertjes op waren, betrok de lucht. Het begon hard te waaien en het werd koud, maar gelukkig waren de moeder en de prins er al bijna. Na ruim anderhalf uur waren de kleine prins en zijn moeder veilig bij oma.
En toen ging de moeder nog een stukje hardlopen. Want de zon scheen weer.
Moeder ging naar de berg en straalde de berg op. Moeder had leren vliegen van de kleine prins. Na een fotostop schoot moeder weer naar beneden. Moeder genoot. Groot en veel. En moeder zette even door en ging sneller dan ooit tevoren op de vijf. Met foto en berg op zesentwintig minuten. En zo was de paasdag een prachtdag geworden.
Er was eens…. (18 april) een dagje hard werken en veel doen. De oude rooie roos bleef prikkelbaar. Onbuigzaam. Alleen ging de roos te water. De roos nam het op tussen de mannetjes van twee. Vaak met en soms even niet. Het waren allemaal hondertjes en vijftigjes. Roosje deed haar best, maar echt gemakkelijk werd het niet meer. Desalniettemin houdt de roos van water. En daar was de oude rooie roos moe van deze ene keer.
Er was eens….(19 april) Een klein meisje en een witte fiets. De fiets moest naar buiten en het meisje ging mee. De fiets wilde hard en het meisje ging soms hard mee. Ze gingen naar de grensdijk. Het meisje en de witte fiets. De ene keer zei de fiets: we gaan hard tot aan de brug. De andere keer zei het meisje: we gaan hard tot het viaduct. En elke keer werkten de fiets en het meisje in harmonie samen. Hard om het water heen. Zachtjes over het water heen. Het meisje en de fiets zitten niet meer aan elkaar vast. Dat geeft het meisje meer houvast. De fiets en het meisje waren op tijd weer thuis. Tevreden en wel.
En toen liet het meisje de fiets alleen achter en ging ze het water in. Ze nam de vissenstaart voor de helft mee. Gedoe met techniek en weer de hondertjes. Wel tien! En de beentjes moeten losjes meedoen. De arme fiets hield zijn plekje aan de haakjes vast.
Er was eens… (20 april) Een hele grote groep met krijgertjes. Ze renden door het bos. En langs de palen. Ze renden lang niet allemaal even hard. En ze deden alsof ze touwtje sprongen. Het laatste krijgertje was niet blij, die voelde zich al moegestreden voor het begon.
Het was een rare club krijgertjes die rondjes gingen rennen. En elk rondje hard en zacht. Steeds weer een rondje. Het laatste krijgertje kreeg maar weinig verschillen tussen hard en zacht. Het laatste krijgertje deed ‘r best en hobbelde wat mee. Maar het laatste krijgertje bleef hobbelen en hobbelen en hobbelen. Ook negen rondjes. Het laatste zwijgende krijgertje werd een twee-na-laatste krijgertje. En het krijgertje liep op het gras. Verloren. Uiteindelijk worden kleine krijgertjes ook groot. Later, als ze volhouden en de strijd aan blijven gaan.
Er was eens… (21 april) Een koning en een heksje die gingen uit fietsen. Ze gingen een zwierig groot rondje maken. Om het water heen. De koning op het sterke paard, die de wind niet omgeblazen kreeg. Het heksje op een witte merrie die scheef ging in de wind. Ze gingen langs het water. En daar bemerkten ze hun fout. De Grote Boze Wind nam ze mee de verkeerde kant op. De Grote Boze Wind dreef ze het bos in. Dat is nogal bochtig voor de slanke witte merrie. En toen dreef de Grote Boze Wind de koning en de heks bijna de Ellendig Lange Dijk af. De Lange Dijk en de Grote Boze Wind spanden samen.
Het heksje liet zich niet klein krijgen en nam het voortouw. Met de gedachte dat ze soms even achter het sterke paard van de koning kon schuilen zette de heks de witte merrie in. Het heksje lachte de wind uit. De heks daagde de dijk uit en probeerde er steeds sneller vanaf te zijn. De strijd duurde eventjes, maar de koning en het heksje kwamen als overwinnaars uit de bus. Toen de Ellendig Lange Dijk voorbij was, gaf de Grote Boze Wind het op.
Maar de koning en het heksje gaven nog niet op! De heks nam stiekem een beetje tovergel en nam de arme koning mee op sleeptouw in de pas. Het heksje kon het niet laten het tempo toch elke keer weer ietsje op te voeren. Voor de koning nauwelijks een probleem. Na vier keer ietsje sneller moest de vijfde keer wel erg snel en toen nam de koning de touwtjes in handen en dreef het tempo op met de belofte op rust in de zesde. De beentjes protesteerden, maar de koning en het heksje luisterden niet naar hun onderdanen, zoals ze eerder ook de Wind en de Dijk niet de overhand hadden gegeven. En de koning en de heks behaalden de overwinning. De dag was nog lang en gelukkig.
Er waren eens… (22 april) twee kleine kaboutertjes die rustig gingen rennen. Een rondje om het Weerwater en het Kasteel.
Het mooie rondje Weerwater wordt langzaam aan vervuild. En ook het Kasteel is nog lang niet af. Het tempo lag niet erg hoog en grotendeels ging het soepel. Behalve toen de weg versperd werd door gevaarlijke monsters. Behalve op het einde, toen had de kleine kabouter geen zin meer. Er waren honderd redenen te verzinnen om geen zin meer te hebben in de laatste tien minuten, maar de kabouters gaven niet op en maakten zelfs een extra lusje voor de veertien-plus.
Er was eens… (23 april) een heel kleine zeemeermin die helemaal alleen naar het water ging. Er was nog 1 andere zeemeermin in baan 2. Hadden we allebei de helft. De opperzeegod had een goede tip voor de kleine zeemeermin: kijk vooruit! Dat lijkt gemakkelijker dan het is. De zeemeermin oefent maar door en door. Ze voelt zich al helemaal thuis in het water, maar de fijne kneepjes komen nog!
Daarna ging de zeemeermin het land op en nam ze Ed Sheeran mee. Maar Ed durft het water niet in. Dus mag Ed mee op het stalen ros. Lekker rustig aan. Ed houd de kleine zeemeermin wel in. Hij zingt uit volle borst en de kleine zeemeermin danst haar voeten een beetje rond. Lekker op de wind. Waar het stalen ros naar toe wil. Met de wind mee over de Trekweg. De zonsondergang tegemoet. En zo vervaagt een mooie en volle week in een wolk van geluk.
En ze leefde nog lang en gelukkig…..
Fietsweek en een afscheid
10 april. Naar de fietstraining. Ik ga… op de fiets. Lekker rustig. Mijn eigen tempo. Ik fiets wat mensen voorbij die in een groepje gaan. Ik ben ruim op tijd. Ik wacht in stilte. Ik heb het koud. We gaan achter SJ aan met alle volwassenen. Dat zijn er niet zoveel. Ik fiets naast FS en we kletsen. Via een omweg naar de havenkom en van daaruit gaan we de dijk op. 100 omwentelingen per minuut. Mij zegt het niets: dat is gewoon hard. Ik fiets in het midden, hou AS een stukje bij, maar voornamelijk fiets ik mijn eigen hart eruit. Best ver, best zwaar. We moeten in de hoogste versnelling naar boven
trappen. 60 omwentelingen zegt de trainer. ‘t Zal wel! Ik moet enorm lachen om de A380 die een bocht boven ons maakt en waar Manuel in zit te zwaaien. Mij lukt dat niet. Ook ik ga 4 keer omhoog. Als laatste weliswaar en dan mag ik meteen doorgaan met uitfietsen. Dat haat ik nou zo! Net alsof ik niet mijn best doe en niet uit hoeft te rusten en al die supersnellen wel. Dat soort trainersmethoden háát ik. We fietsen heel lang uit en ik kwebbel met MZ. Goed voor mij, dat fietsen in een groep. We zijn veel te laat en in de havenkom wordt er even naar de wachtende kinderen gebeld. Het wordt kil. Ik fiets naast de trainer voorop en uit mijn ongenoegen, maar van hem had ik niet meer omhoog hoeven fietsen. Voor mij de omgekeerde wereld: als de snellen meer aankunnen moeten zij meer doen en niet ik minder. Ik vind het niet erg voorop tegen de wind in te moeten fietsen. Ik durf mijn arm zelfs uit te steken tegenwoordig! Ik ben wel blij als we er zijn. Voor mij is 35 kilometer een flink rondje (na 10 kilometer infietsen).
11 april. zwemmen! Er was geen trainer, zo was aangekondigd. Maar één van de medezwemmers nam de taak als interim op zich. Jammer dat 1 iemand in baan 2 zijn eigen ding bleef doen, maar goed.. ik zat dus weer in baan2. En hield dat goed bij. Wat zeg ik? Prima bij. Vooral met pullboui. We deden een piramide: 50-100-150-200-150-100-50 en elke keer heen snel en langzaam terug. Daarna deden we 10×50 afgewisseld schoolslag en borstcrawl. Het idee was met keerpunt, maar er zijn nog dingen die ik écht niet kan ( lees: durf). Deed ik het zonder pullboui. Toen 100m beentjes: yek. 150 armen: okidoki. En 150 schol: neeeehh Ik was het na 100m zo zat dat ik overging op rugslag. Toen nog uitzwemmen tot de teller op 2500m stond.
12 april. Een lange werkdag die vroeg begon ( om 8 uur al) en me op een middag waarop ik normaal niet werk, naar Tilburg bracht. Alsof dat nog niet genoeg drukte was, nam ik een belangrijk besluit op sportgebied. Ik ga zonder mijn trainer verder. Ik hoorde de laatste tijd steeds minder van mijn heldencoach.
Hij reageerde nog maar mondjesmaat op mijn schema en toen ik aangaf zelf onder zijn begeleiding de schema’s te willen opzetten, werd het helemaal stil. Hij hielp me wel verder, maar het was net iets te weinig steun voor mij. Op een indringende mail die ik zondag verstuurde hoorde ik weer helemaal niks, niet eens een korte memo of het ontvangen was. Vandaag was de maat vol. Ik stuurde een app waaruit bleek dat onze wegen zich scheidden. De reactie daarop was ook lauw en toen trok ik gefrustreerd de hardloopschoenen aan, laat op de regenachtige avond. Ik liep natuurlijk niet echt lekker, en voelde mezelf nogal stampen. Maar dat werkt altijd nog beter dan veel snoepen of alcohol gaan drinken! Mijn trainer heeft me heel, heel ver gebracht en ik ben hem dankbaar voor alles wat hij mij geleerd heeft. Op het gebied van hardlopen, alle wijze lessen en hij heeft zeker mijn kijk op sport en wellicht het leven in het algemeen veranderd, maar juist dat maakt het afscheid niet gemakkelijker. De regen en de vermoeidheid maakten het lopen net zo min gemakkelijker en na 6 km stond ik weer binnen. De trainer had er nog een hele dag langer voor nodig om de mail te schrijven dat hij inderdaad niet meer aan mijn verwachtingen kon voldoen.
13 april. Zo stond ik donderdag op de atletiekbaan: voor het eerst in jaren trainerloos, maar niet alleen. Er blijken veel mensen om me heen die mij willen helpen om vooruit te komen. Ik moet het durven vragen. Deze training was voor mij net zo warrig en onvoorspelbaar als ik mezelf voelde. Na het inlopen en de oefeningen gingen we rondjes lopen. Hardlopen en wandelen afgewisseld, waarbij het (denk ikachteraf) steeds de truc was het hardlooptempo gelijk te houden. De trainer blies op zijn fluitje als we mochten wisselen. Het was totaal onduidelijk hoeveel tijd we waarvoor kregen. Ik liep vrolijk en eerlijk met een meneer te kletsen. De tijd vloog voorbij. Voor mijn gevoel vloog ik zelf niet zo. Fijn dat het nu de hele tijd licht blijft.
14 april. Ik wilde rustig aan doen. Daar vroeg mijn lijfje om. Ik luister dan niet vaak, maar deze keer wel. Stiekempjes. Gingen we op deze goede vrije vrijdag lunchen bij Manuel. En daarna fietsen met Vincent en Manuel. Lekker rustig aan. Ik vond het niet eens erg! Maar… ook niet gemakkelijk! We fietsten naar de Shell op de Waterlandseweg voor een ijsje voor Vincent. En toen over het vier bruggen pad naar de Ijspressie voor nog een ijsje voor Vincent. Niet dat het warm was, maar toch! We gingen even lekker racen op een glad stuk asfalt en dat was genoeg voor mij. Even merken dat het lukt. Onder de A6 lag veel water, heel veel water. Zonder natte voeten redden Vincent en ik dat niet. Ik verwierp direct het plan om er een loopje aan te koppelen. Zo vriendelijk was ik dan voor mezelf. En daar was ik blij mee, want meestal ben ik dwangmatiger dat ik het schema moet volgen.
15 april. De Knipscheertijdrit. De eerste tijdrit van mijn leven. Ik vond het spannend. Eng. Ik wilde mezelf een beetje pushen; als ik niet laatste werd, mocht ik als bonus gaan zwemmen. Eerst reed Vincent. Dat vond ik leuk en lief en hij deed het supergoed. Toen moest ik anderhalf uur wachten voor ik mocht starten. Ik zag SG en kletste met haar. Ik
was gespannen, maar ik was er niet ziek van. Regen gooide het infietsplan overboord. Ik stond met een hartslag van 120 vlak voor de start! En toen ging ik. Lekker trappen. Ik deed mijn eigen ding. De andere helmen en sterren ten spijt. Mijn ding, mijn tempo, mijn eerste tijdrit, mijn fietsje. Mijn beentjes, mijn wind. Ik dacht aan alle geweldige verhalen van de rest, aan de bloemen langs de kant en dat ik hier zo kort mogelijk van moest genieten. Ik werd ingehaald. Prima dan. Behalve die ene keer met een tegemoetkomende auto.
Ik vond het soms wankel, maar de fiets is wel fijn. Die paar bochten. Op de Vogelweg vond ik het echt leuk. Het ging redelijk. Daarna wind mee vond ik saai. Recht. Makkelijk. Ik gaf niet alles, veel, maar niet alles. Ik telde wel af. Kreeg een ritme, raakte het weer kwijt. Toen tegen de wind in. Zwaar. Ik wilde rond de 26 blijven rijden en aan het einde leegtrappen, maar ik kon het niet. Niet het tempo, niet leegtrappen. Ik moest plassen, lekker onhandig. Zadel zat niet meer lekker. Ik reed wel even fijn alleen. Zag de finish in de verte. Ver-te. Rob en Vincent stonden er! Fijn. En toen was het gedaan.
Iets van 42 minuten. Hoihoi! Ik vond het netjes. Zonder fietsbenen, zonder ervaring en vast niet laatste. Wel erg snel weer bij, dus niet doodgetrapt, dat kan ik toch nog niet goed. Verzuring is mij nog niet bekend, helaas.
En niet laatste! Niet eens de laatste vrouw! Zelfs geen een a laatste! Gemiddeld mooi 30 gereden en in 41:48 officiële tijd. Tevreden. Op naar het zwembad, want de vermoeidheid valt mee. Baan 2, beetje oneerlijk, want iemand anders gaat dan naar baan 1, maar dat moet zij weten. We missen de F1. Ik zwem liever dan dat ik autoracen kijk. Hmmm, dat geeft te denken. De trainer gaat ons in baan 2 instrueren over de arminzet, ik moet dichterbij en schuiner insteken. Wij allemaal. Fijn om nog eens zulke tips te krijgen! Ook al is de trainer mijn favoriet niet, ik ga er gelijk mee aan de slag. Het voelt onrustiger. Ik hou het zonder pullboui maar net bij. Dus doe ik soms even met. Beentjes hebben al hard gewerkt. Het uur komt niet vol, maar ik vind het goed zo. Ik word een stuk gemakkelijker zonder trainer.
alhoewel:…. als de enorme honger gestild is wil ik eigenlijk nog hardlopen. Alles op 1 dag doen. Ik voel me goed. Eventjes een half uurtje. Net voor het donker is. Ik ga. De benen genieten! Het is onbegrijpelijk, maar ik heb energie te over lijkt het. Ik ga om de wijk, over de bospaden en ik ga zo onwijs lekker. Het tempo ligt belachelijk hoog. Mijn hoofd bemoeit zich er niet mee, die snapt het niet. Ik hoor de vogels, ruik de avondlucht en voel de grond. Het is verbijsterend. Ik ga onverhard, langs de school en ruim om de wijk heen. Ik wil 5km halen. En dat lukt in een recordtijd onder de 27 minuten! 5.24 km in een gemiddeld tempo van 5:24. Ik heb het lekker warm. De sprinttriathlon lukt me wel. Nu nog een trainer in de uitverkoop zoeken, want ik ken mezelf niet goed genoeg om te zeggen of dit een slimme, leerzame dag was of een domme, overactieve.
17 april, Pasen, uitslapen en nergens last van. Of het moeten mijn armen zijn van het zwemmen. Hooguit. En een somber gevoel van verlies. Vandaag wil ik wel de F1 zien. Na veel schilderen en een spelletje Catan ga ik naar buiten. Het regent en dat past goed. Mijn horloge weigert. Ik word er woedend van. Mega gefrustreerd. En verdrietig. De regen stopt, de Apple Watch kan aan en ik ren maar wat. Voel me een olifant met een waterhoofd. Somber, triest, ongelukkig. En in de zon veel te warm gekleed. Dan drupt alles leeg. Hartslag is redelijk laag. Het tempo valt achteraf mee, maar ik voel me niet lekker. Gelukkig is het stil langs de plassen. Ik ga ook nog even via het bos naar de volgende brug. Het komt me allemaal zinloos voor. Dat ligt weer niet aan mijn benen. Ik haal het uur niet, vind het niet erg. Toch netjes soort van uitgelopen. Na een herstart doet de Garmin weer mee, ik wil ook een reboot. Deze week heb ik de tijd bij lange na niet gehaald. Dat voelt niet goed, maar aan de andere kant: voor het eerst in tijden heb ik goed gevoeld wat ik wel en niet aankon. Ik heb veel extra gewerkt en gepiekerd, dus misschien niet de sporttijd gehaald, maar wel veel bereikt deze week.
Afwisselende rustweek….
3 april: ‘s Morgens vol zenuwen samen met Joyce op weg naar het Sport Medisch Adviescentrum in Amersfoort voor een heuse sportkeuring. Ik ging op de fiets en op de loopband. Eerst werd ik gewogen, gemeten en hoewel er nog een paar kilo af mag, is het best oké. Bloeddruk √ Toen werd ik volgeplakt en kreeg ik een kapje op. Fietsen. Steeds ietsje zwaarder. Ik hield het goed vol tot ik het echt warm kreeg en ik daar even aan moest wennen. Na 27 minuten ofzo kreeg ik er genoeg van.
Dan zit dat in mijn hoofd en blijkbaar klopt dat ook wel. Ik voelde mijn beentjes verzuren – zo ver ben ik nog nooit gegaan! Dus ik kan het wel… Ik fietste nog door, tot het niet meer ging. Dat is bij mij een beslissing, geen kwestie van kapotte spieren. Ik drupte leeg en dan zo’n stom mondkapje…. Even uitfietsen en toen moest ik echt naar de toilet! Daarna op de loopband. Sokken aan en gaan rennen. Even wennen, zo’n oersaaie loopband, maar het tempo bleef laag. Eerst 7 km per uur, toen 8, toen 9 en dat was allemaal nog goed te doen. 10 km per uur ook en dat verbaasde me. Ik ging maar niet meer kijken hoe hard en hoe lang nog, ik ging het logo bestuderen en de letters op de oogkaart. Weer met kapje op. 11 kilometer per uur was ook nog prima vol te houden. De loopband meette in mijlen. Tja, je moet wat uit verveling… 12 kilometer per uur hield ik nog 3 minuten vol, maar het werd iets zwaarder. 13 kilometer per uur zag ik eigenlijk niet meer zitten, maar dat trok ik ook nog een minuut en toen heb ik nog 30 seconden 14 kilometer per uur gevraagd (zo goed en kwaad als dat ging) en die telde ik af en toen was ik op. Niet verkeerd hoor. Mijn conditie is gewoon excellent. VO2max van 44,6, waar alles boven de 41 voor mijn leeftijd al uitmuntend is. Eventjes uitwandelen en dan nog maar vragen of 2 kilo zoveel uitmaakt, hoe die verhoudingen zijn en dat is eigenlijk het enige wat nog iets aangescherpt kan. Ik krijg de hartslagzones thuis gestuurd. Douchen en na dik anderhalf uur waren we klaar. Tijd om saampjes uit te gaan eten! Ik kreeg mijn “rapport” al ‘s middags en het is eigenlijk allemaal ruim voldoende en goed.
‘s Avonds begonnen in een heerlijk weertje de fietstrainingen weer van de triatlonvereniging. Mijn spiertjes trokken nog maar een beetje en het was te lekker om niet te gaan. Ook al ben ik niet zo’n snelle! Ik vind rijden in een groep met klikpedalen nog steeds ‘eng’. We gingen rustig infietsen, stukje hard (ik niet zo), stukje verder, stoppen / uitklikken, stukje hard, inklikken (schiet niet op bij mij), verzamelen, weer een stukje hard tot de dijk (maar ik fietste achteraan) en dan de dijk op richting
Duin. We gingen in een klein vierkantje manoeuvreren leren. Echt iets voor mij – maar niet heus. Wel leerzaam. Dan weer met veel bochtjes naar het zwembad. Ik voelde mijn spiertjes wel, die vanmorgen ook al tot het gaatje waren gegaan. Van het zwembad naar de brug hard en dat lukte mij wonderwel. Vertrouwen is ook heel wat. Brug op, ik ging lekker door. Brug af en ik raakte aan de praat met een lieve PABO-studente. We fietsten door het Kromslootpark over het stomme hobbelpad terug. Ik was er best moe van. Van de dag.
4 april: Zwemmen weer vandaag. Door naar baan 2. Samen met 5 andere heren en 1 dame. Ik ruil met een andere dame van baan: mag zij voorop zwemmen in baan 1. Ik weet wel wie het zwaarder heeft 😉 Ik zwem lekker in, maar vergeet mijn horloge aan te zetten. Aan het begin van de training merk ik dat. We gaan 10 keer 75m zwemmen op snelheid. Ik vind het oké. Pullboui/achtje mee en mijn armen het werk laten doen. Ik heb dan meer drijfvermogen (maar dat is in het buitenwater straks met een wetsuit aan ook zo) en kan prima meezwemmen.
Mijn benen hoeven zich niet in te spannen! Ik hou ze (gemakkelijk) bij. Ik zwem op de derde plek en vind het lastig elke keer bijna tegen de meneer voor me aan te zwemmen. Ook halverwege ‘een beetje hangen’ is niet mijn cup of tea. We doen hierna 200m armen (makkiebakkie), 100m benen (neeeeeh) en 100m rug (die is makkelijker in baan 1). Dan gaan we 10x50m doen om en om hard en zacht. Ik merk geen verschil en raak de tel dan ook kwijt. Ik zwem iets meer naar achter, maar dat helpt niet tegen het tegen-je-voorganger-aan-komen. Daarna nog 150m hele slag of alleen armen. Ik doe hele slag en dat valt nog wat tegen: die is best vermoeiend! Dan nog even uitzwemmen tot de 50 minuten. Het zit er weer op!
5 april Na een ongedurig en onrustig dagje samen met Vincent naar het zwembad in Poort getogen. Ook daar stap ik dapper baan 2 in. In het zwembad in Poort is het Grote Nadeel van baan 2 dat de bodem afloopt. Dat ziet er niet alleen raar uit, maar eigenlijk kun je dus ook niet staan. En dat is best lastig! Ik zwem in zonder de hele tijd het achtje te gebruiken. Eigenlijk ben ik dat voorlopig nog niet van plan, maar ik probeer het toch maar. We krijgen techniekdingen. Bij het slepen word ik ook een keer naar voren geduwd! Het lukt redelijk. Niet anders dan in baan 1. Wat zullen ze daar blij zijn dat ik weg ben, ik heb het tempo daar erg hard opgevoerd… Na alle techniek doen we drie keer 3×100. Eerst in redelijk tempo, dan hoog tempo en tot slot vol tempo. Tussendoor de schoolslag vind ik nog het ergste. Elke laatste 100m van de serie doe ik zonder achtje en dat merk ik goed. Dat is wel zwaarder voor me. Ik zwem lekker uit mét het achtje.6 april. Na weer een dagje werken ‘s avonds op naar de training. Het was lekker weer, maar niet al te warm. Ik ging rustig aan
doen, want dit is immers een rustweek. We liepen een eindje in en we deden loopscholing op de baan. Van mij hoefde dat niet. Toen gingen we 12 keer 500 meter lopen op hoog tempo. Daar tussen in elke keer 100 meter terugwandelen. Heus: rustig aan doen vond ik oké. Maar ik liep met wat snellere lieden mee en ik wil me niet laten kennen en het ging gewoon goed en de hartslag zat hoog in zone 4 en net in de nieuwe zone 5. En de andere dames kunnen gewoon doorkwebbelen he! Uiteindelijk hadden we te weinig tijd voor 12 keer en werden het er ‘maar’ 8. De laatste paar ging ik iets meer vooraan lopen en dan gaat het tempo ietwat omhoog. Ik snap niet ik zo hard kan lopen, zou dat aan de baan liggen? We liepen nog een rondje uit en toen vond ik het wel goed geweest.7 april
Er stond slechts een stukje fietsen op het schema. Wie bedenkt zoiets 😉 oh-ja, ikzelf tegenwoordig…. Maar Joyce had het even nodig om met iemand te kletsen en dan gaan we lekker saampjes lopen. Dus eerst op de tijdritfiets via Nobelhorst en de bloemen naar Joyces huis. Het ging lekker, maar ik hield me dan ook echt in. Gewoon lekker rustig fietsen. Ik had mijn hardloopschoenen in en rugzakje bij me en dacht diep diep diep na of ik mijn schema’s niet helemaal liever alleen en zelf zou maken. Verdrietig, maar beter. Joyce liep lekker de hele weg te kletsen. Het tempo was superconstant en de kilometers vlogen voorbij. Niet dat ik het heel gemakkelijk vond, maar ik ga gewoon door. We lopen 8 kilometer en na een heerlijk glas cola stap ik weer op de fiets voor een klein ommetje en om Vincent van school te halen.
8 april. Na een redelijk kalme dag op naar het zwembad. In baan 2 zwemmen 8 mensen, in baan 1 twee. Samen met een andere meneer uit baan 2 vullen we baan 1 aan. Ik zal niemand vragen mijn tempo te volgen. Geen achtje in deze baan. Inzwemmen zonder, en alleen als we alleen armen doen, mag dat ding erbij. We doen techniek-dingen en ik vind het wel best. Ik ga hard en de trainer geeft me daar een compliment over. Dan mag hij me ook aanspreken dat benen alleen benen zijn en dat de armen op het plankje moeten blijven… Ik zwem vooraan en die andere meneer uit baan 2 houdt me bij. Ik hou de zwemmers in baan 2 ook bij. We zwemmen een piramide: 50-100-150-200-150-100-50. Ik deed de eerste blokken voorop, de andere meneer de laatste. Van een heldin aan de kant die haar baby voedt, krijg ik een tip die ik meteen oppik en kan toepassen. Over het insteken. Nog meer armspieren kweken. We zwemmen nog op de rug en dan zwemmen we 200 meter uit. Ik maak er onbewust weer 200 meter van. Uitzwemmen doe ik met achtje.
9 april. Ouder&Kind training van een nieuwe trainster. Ik ga er met Vincent op af. Klein groepje en eerst even kennismaken. De kinderen hebben het voor het zeggen. Ik wist al dat ik niet moe zou worden. We jogden rond en toen deden we tikkertje op het veld. Daarna mocht Vincent de weg wijzen. Ik vond hem behoudend en onzeker, maar hij vond het geweldig. Minuutje rennen, minuutje wandelen. Viel ik me toch! Ik struikelde en kwam in de brandnetels terecht. Dat deed zeer, maar verder niks. Door naar de speeltuin. En we deden yoga. Toen gingen we met ogen dicht lopen en Vincent leidde me. Gaaf! Vincent vond het eng toen ik hem mocht leiden. We deden ook een vertrouw-op-mij oefening. Tot slot gingen we een weerbericht masseren. Het ging veel te snel voorbij. We jogden alweer terug. En toen gingen we sprinten, wat Vincent natuurlijk gigantisch won. Heerlijk weer, heerlijke training.
























