Aller shortest blog

ma 31-10 : 20z1-5z2-5z1-5z3-5z1-5z4-5z1-5z2(werdZ3)-z1 met Manuel in het donker. Z4 ging lekker hard! (1 km in 5 minuten)


 

1-11 Zwemmen. Ik mocht kortere stukken doen, heel veel armen. Het begint te wennen. Geen spierpijn 🙁


2/11 en 3/11 niet gesport.... 4-11 Eerst hardlopen op kalm tempo.....


.... door het bos en langs het water.


 

4-11 Daarna fietsen met de klik-pedalen.


5-11 Eerste keer ATB cursus - thema remmen! Leuk, kletsnat geworden en weer een blauwe plek 'gescoord'....


Stoer einde van de cursus: van de trap af!!! (dit een mede-cursist)


5-11 En zwemmen! Mijn huidige tijd op de 250m. Nog niet snel, maar ik kan dit WEL intussen!!!!!!!!!!


6-11 Met Joyce door Lelystad. Veel kletsen, weinig.....

6-11 Met Joyce door Lelystad. Veel kletsen, weinig.....


... onverhard. 13 KM zonder één druppel regen.


 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Aller shortest blog

Shortest Blog (ik ben ook benieuwd wat er volgende week overblijft!)

maandag: niet gesport, tenzij een bedrijfsuitje in een escape room meetelt, maar nee. hardloopspullen ongebruikt in de auto.
dinsdag: zwemmen. Als 1 grote groep, met t-shirt aan. Ik hoorde bij de nummers 1, wat zielig was voor de nummers 2 die moesten planken terwijl wij zwommen: ik als langzaamste. Het was ook zielig voor de andere nummers 1, want we deden een wedstrijd en ze moesten veel tijd van mij goedmaken. Ik heb gesprint, onder water gezwommen, een koprol gemaakt, beenslag gedaan zonder plankje en uit het bad geklommen. Ik vond het zwaar en niet al te leuk, ik ben daar nog niet goed genoeg voor. Cijfer: 6,5
woensdag: rennen met Vincent er op de stadsfiets naast. Gelukkig dat Vincent mee ging, want ik had het zwaar in het bos in zone 2 en hij vertelde vrolijk over zijn boek. Cijfer: 7
donderdag: geen TVA: wel heel veel stress op het werk en een informatie-avond op school. Had het graag allebei ingeruild voor een baantraining.
vrijdag: weer stress op het werk, waardoor het hardlopen niet haalbaar was. *zucht* Wandelen met een vriendin door het mooie herfstbos is vooral gezellig, maar voelt niet sportief voor me. Dus zodra de vriendin weg was, hardloopschoenen aan en kijken of ik nog een keer naar het bos kan. Het idee was onverhard, maar ik liep eerst over het asfalt. Het was zo mogelijk nog zwaarder dan woensdag. Ik liep te sloffen en te harken. De miezer deerde mij niet, maar ik zat mezelf wel aardig in de weg. Ik moest zone 1 aanhouden, maar dat lukte echt niet: het horloge bleef maar piepen dat de hartslag te hoog was. Ik had muziek op. Het voelde zo zwaar aan dat ik me maar niks van aantrok van het horloge. Ik haalde Vincent van school en met heel veel moeite liep ik 10km in 72 minuten. En toen nog naar huis: ik gaf het in onze wijk gewoon op. Zelfs een verf-hug hielp niet echt. Cijfer: 6-
zaterdag: Vincent aikido, ik een rondje rennen om het weerwater. Het was mooi: dat helpt altijd. Het hoefde niet snel: eerst 15min in z1, dat helpt ook. Dan 15 minuten Z2, dat is vooral fijn. Al zag ik al de hele tijd op tegen de 10 minuten Z3. Ze vielen mee. Ze vallen in het stuk-wat-ik-altijd-graag-op-tempo loop, dus ik hield het prima vol. Kreeg het wel warm. Toen uitlopen langs het centrum in Z1 en nog een stukje omlopen door de Stedenwijk, omdat ik anders zo lang stil moet zitten. Tempo’s liggen niet al te hoog, maar ik viel er niemand mee lastig en dit is gewoon waar ik sta (z1 – 8:00  z2-6:30  z3-5:40). Cijfer: 7,5
Daarna fietsen. Voor het eerst op de mountainbike! Robs mountainbike. Spannend… Stukje asfalt: wat een heavy fiets zeg. Eerste heuveltje: hond (mooi excuus) – stilstaan – niet op tijd teruggeschakeld. Aha, zwaar dus. Maar slingeren door het bos is TOP. Alert blijven, niet snel hoeven: herfst ten top in het bos: dit is gaaf! Ik ben om. Nog een keer de heuveltjes (nog een keer niet snel genoeg geschakeld). Op de terugweg had ik het schakelen door. Ik schrijf me in voor de ATBcursus. Cijfer: ook een 7,5
En ach, dan ook nog zwemmen (na weer een potje Kolonisten van Catan winnen). Met zijn tweetjes in baan 1. JC als trainer, dus geen gekkigheid. Inzwemmen, techniekzwemmen, dan 4×100 meter armen (fijn), rug (best fijn), benen (niet fijn) en hele slag (okĂ©) en dat twee keer. Dan nog eens de hele slag voor 2 keer 150 meter. Ik heb de pullboui niet meer meer nodig. Dat kan ik dus gewoon nu. Moeiteloos. Wel zwaar hoor, maar ik kan het, heb een (langzaam) ritme en hou het lang vol. Ik kan ook wel 4 op 1 ademen als dat moet. Mijn benen waren duidelijk vermoeider vandaag. Cijfer: 7
zondag: op de mountainbike van Rob door het Kotterbos. Eerst wennen, lef verzamelen, dan ploeteren op de heuveltjes. Na de brug over de Vaart in het omlaag gaan flink vallen in de prikkels. Zadel rechtzetten en doorgaan over de heuveltjes. Ik ga niet (meer) hard, maar het is onwijs gaaf. Me in laten halen. En dan nog een keer vallen bij het omhoog gaan: fiets sloeg vast, anke in de brandnetels. De mannen halen mij in over de verharde weg. Het stuk achter de TBSkliniek is erg lastig en eng voor me. Op de volgende brug eet ik een gel. Lekker niet, maar het helpt goed: de heuveltjes van gister zijn nu al een makkie en ik stop niet meer. Mooi door het bos en de modder. In het gelletje zat ook lef. Nog even over het gewone bospad aanzetten en weer naar huis. Naweeën: tintelende rechter bovenarm, tintelende linker wijsvinger en een hele vette blauwe plek. Cijfer: 7,5

Categories: Uncategorized | Comments Off on Shortest Blog (ik ben ook benieuwd wat er volgende week overblijft!)

Shorter Blog

maandag: Hardlopen door de naastgelegen wijk. Het idee dat mijn vriendinnetje vlakbij was, sterkte me. Slecht teken: zone 1 beviel het beste! Lekker sloom ritme wat ik na 25 minuten moest inruilen voor 5 minuten zone 3. Dat ging ook nog best. Zone 2 leek wat zwaarder en na 25 minuten weer 5 minuten zone 3 leek bijna onmogelijk. Uiteindelijk was het laatste blokje alsnog het snelste, terwijl het zo absoluut niet aanvoelde! Nog een paar minuten heeeeeeeeeel langzaam uithobbelen.
dinsdag: Trein ellenlang vertraagd, zware middag gewerkt, te weinig en te laat gegeten en enorme trek Ă©n overwerk wat af MOEST maakte mijn humeur ijskoud onder het vriespunt. Door dat werk miste ik nipt het zwemmen; dat accepteerde ik wel, maar ik wist al dat het niet meer in te halen was. 🙁
woensdag: werken-werken-werken, zwemmen hoeft ik er niet meer in te passen vanaf vandaag en dan nog even fietsen. Ik heb vandaag tijd voor een wat langere rit, dus dit wordt het touren wat eigenlijk later in de week staat – ik dacht voor anderhalf uur. Lekker over de dijk. Ik trek me helemaal niks van het tempo aan. Ga gewoon lekker verder en baal zo van het onverharde pad achter de noorderplassen dat ik er extra hard overheen sjees. Ik wil langs het sluisje. Voor de eerste keer ever moet ik daar wachten omdat de sluis open staat. Het Wilgenbos is puur genieten. Maar op het laatste stukje terug naar de dijk gaat het mis. Te steil, te laat geschakeld en de klikpedalen komen niet los: welbewust liet ik me in het gras naar rechts vallen. Daarbij gingen twee dingen mis: mijn sleutels/telefoon zitten aan die kant en veroorzaken een blauwe plek en er ligt nog een braamtak – auwtsj. Wankel stap ik weer op en ik moet echt opnieuw de balans uitvinden. Ik heb geen pijn en niemand heeft het gezien. Als ik thuis kom heb ik de anderhalf uur net niet gehaald, maar ik hoefde ook maar 5 kwartier.
donderdag: op het werk heb ik geen last van een blauwe plek op mijn billen, maar bij de hardlooptraining….. wel. We lopen in en ik constateer na 10 minuten dat ik geen zin heb vandaag. Ik vraag de anderen iets te vertellen, maar het feit dat ik als enige reeds weekend heb, kan me niet opbeuren. Na 15 minuten heb ik nog geen zin. Ook niet in het trappetje. Ook niet in de loopscholing. En al helemaal niet in een oefening die je samen moet doen. Ik kijk vaak op mijn horloge; niet naar het tempo, maar naar de tijd die voorbij kruipt. Toch blijf ik meedoen. De beste afleiding is Vincent die er duidelijk meer zin in heeft als zijn moeder en op prachtige wijze de benen onder zich vandaan rent. We gaan 400m lopen, dan 800m en dan nog 800m en 400m. De laatste 100m moet je versnellen. Ik heb nog steeds geen zin. Ik loop alleen en diesel lekker door. Ik vind mijn tempo niet hoog liggen en voel mijn blauwe plek wat trekken. Blijkbaar ga ik onbewust anders lopen. Maar ik doe het wel! Inclusief versnelling. Inclusief kijken op mijn horloge of er nog veel na dit kan komen (gelukkig niet). We lopen nog een rondje uit om de baan en dan is de beproeving voorbij. Ik kan me niet heugen dat ik daar ooit eerder blij om was. Eigenlijk begint de beproeving dan pas: als ik de auto uitstap heb ik ongenadige spierpijn. Mijn bovenbenen doen Ă©cht zeer. Net als de ontbrekende zin heb ik dit nog niet eerder meegemaakt!
vrijdag: Spierpijn, oorpijn, hoofdpijn, lusteloos. Ik doe mee. Ik ga mee vliegtuigen kijken en tellen, ga mee naar de winkel, maar ik sleep mezelf vooruit. Vandaag even niet!
zaterag: Vandaag wel dan? uitslapen doet me goed. Ik wil wil, de spierpijn is weg, andere pijntjes ook. Ik ga fietsen, in verband met de belasting lijkt me dat beter dan lopen. Snel 3 kwartiertjes: elke 5 minuten versnellen. Ik ga de 3 kwartier niet volmaken. Ik heb het KOUD. 5 minuten is een mooie interval. In de tweede ‘stint’ zitten er honden in de weg. In de derde een scherpe bocht. In de vierde een oversteek en de vijfde mis ik en begin ik te laat. Ik krijg het warmer en het gaat best lekker. In de zesde versnelling ga ik tegen de wind in en ik ga langs de dijk. Achter de stripheldenbuurt de laatste keer versnellen. Dan vind ik het goed en versnel ik naar huis. Ik kan zwemmen!
We wandelen tijdens Vincents’ les en dan ga ik zwemmen. Het is kantje boord: kan eigenlijk net niet, maar toch wel. Eenmaal in het water vergeet ik het en ga weer lekker! We hebben met zijn tweeĂ«n een baan en nemen ieder een kant: ik mag het dichtst bij de kant blijven. We zwemmen in en de andere man in mijn baan (PO) heeft een horloge om de rondes bij te houden. We gaan 500 meter zwemmen zonder pauze. 100m Hele slag, 100m armen, 100m benen (bah), 100m armen en 100m rug. Mijn brilletje zit te strak en verkeerd om. Ik hou de man alleen bij met mijn benen wonderlijk genoeg. Ik ga lekker door. Rugslag kan met ogen dicht! Omdat ik langzaam ben, heb ik minder pauzes, maar dat deert mij niets. We doen 4×50 techniek: slepen, bijleggen, heup aantikken en lange slag. Ik kan het net onthouden. We doen het twee keer. Ik doe het 1 keer met achtje en daarna zonder achtje. De andere man lijkt wat vermoeider te raken. Ik diesel door. En dan: 300 meter zwemmen en na elke baan het bad uit en aan de diepe kant buikspieroefeningen (10x) en aan de andere kant rugspieroefeningen. Dan is het zwemmen opeens rust! Ik krijg zoiets moeilijk geteld. Ik ‘spijbel’ en neem elke keer het trapje het bad uit. Dat vind ik moeilijk zat! En erin duiken kan ik ook niet. Dan uitzwemmen. Ik heb nog energie over, maar ik heb trek. “77 baantjes” meld mijn baangenoot; “zullen we er nog 4 doen?” Ik heb alle vier de baantjes nodig om uit te tellen dat ik dan 2 kilometer heb gezwommen in een uur. Met oefeningen! En ik ben niet doodop. Als ik niet zo veel honger had en Rob en Vincent niet op me wachtten, had ik nog een uur kunnen zwemmen!
zondag: onverhardlopen. Om half 11 ontmoete ik Manuel in het park en we liep onafgebroken kwebbelend langs de Oostvaardersplassen en door het Kotterbos. Het ging niet snel, de hartslag lag nog iets te hoog, maar ik trok me nergens iets van aan. Ik liep gewoon. De temperatuur was laag met 5 graden, maar met twee laagjes aan ging het goed en werd ik uiteindelijk wel lekker warm. Beetje modder, zand, smalle paden, brede paden, bomen, kleine stukjes asfalt en prachtig zonlicht tussen de bomen door. Manuel had een hoop te vertellen over zijn werkzaamheden en ik vond het heerlijk alleen te hoeven luisteren. We kwamen veel (wel 5!) mountainbikers tegen. We liepen uiteindelijk bijna anderhalf uur. Nadeeltje was dat ik het na een dik uur eigenlijk wel zat was. Maar ja, doorlopen dan toch he. Uiteindelijk toch weer een sportweek met bijna 7 uur volgemaakt.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Shorter Blog

Short blog

Werken, sporten, sociaal leven: dat biedt weinig ruimte voor lange blogs. Meestal schrijf ik door de week heen een beetje mee, maar deze keer niet. Ik kijk terug. En dat gaat vast sneller! Kijken of ik per training in een paar regels kan neerschrijven hoe het was en ging. Goede oefening voor me 🙂
Maandag 10 Oktober: Een leuk “rondje” in het donker door de wijk. Alle straatjes door. Muziekje op. En KOUD. Thema van de week, dat KOUD…. 15 minuten zone 1 zijn lastig, het remt af. In zone 2 warm ik wel lekker op. Ik ren lekker, maar mijn gedachten zijn onrustig. Ik heb deze oefening in januari ook gedaan (15 minuten zone 1 – 15 minuten zone 2 – 15 minuten zone 1 – 15 minuten zone 2) en toen heb ik in een uur 9 kilometer gelopen. Nu zit ik daar nĂ©t 100 meter onder. Ik maak de 10 kilometer natuurlijk vol.
Dinsdag 11 Oktober: Zwemmen! Eerlijk bekennen: ik verheug me er bijna op. De strenge leraar staat voor de klas/het bad. De verschillen zijn groot. Een ander meisje mag nog even gaan oefenen in het pierenbadje. Ik blijf met twee heren in baan 1.

Plankje, achtje en tenen 🙂


We doen techniek. Heel veel techniek. Ik wil graag weten waarom ik bepaalde oefeningen doe en -ondanks de drukte- legt RO dat elke keer erbij uit. Voor de arminsteek: dubbel insteken. Arm hoog houden: slepen. Waterkracht voelen: met vuisten zwemmen en wrikken. Voor het extra zetje aan het einde: je heup aantikken. 1 op 7 ademen was onmogelijk zwaar voor me. Wij in baan 1 moeten vooral op de techniek letten bij de laatste 10×50. Voor mij geldt: niet meer je schouder aantikken. En ik krijg nog een tip: ook met pullboui kun je meetrappelen. Dat had ik zelf nooit bedacht! Ik tel de baantjes mee, maar deze keer is het niet ver wat we zwemmen. Ik ben voor het eerst niet uitgeput als ik het bad uitkom.
Woensdag 12 oktober: Fietsen met Vincent. Hehe, het komt er dan eindelijk van! Vincent heeft al heel lang niet meer op zijn fiets gezeten, dus het echte tempo ontbreekt. Voor de tweede keer deze week ben ik ietwat te koel gekleed. Ik fiets elke tiende minuut hard. En wacht dan weer op wandeltempo. We gaan over de bruggen tussen het Kotterbos en de Ibisweg over de Vaart en de A6. Op de rechte Ibisweg hebben we wind mee en dat komt het tempo ten goede. We fietsen terug via de Trekweg en daar hebben we dan wind tegen. Dat is niet goed voor het tempo en koud op de koop toe. Binnen een uur zijn we weer thuis.
Donderdag 13 oktober: Hardlooptraining. Gok ‘s: voor de derde keer in 1 week te koud gekleed! Lange mouwen alleen is niet echt genoeg. We gaan inlopen over het gras en het onverharde pad. Heerlijk, maar met de invallende duisternis en veel mensen in 1 groep ook wel erg spannend. 1 Trainster voor een hele grote groep (dik dertig mensen). Op de baan een aantal loopscholingsoefeningen en daarna deelt ze ons in twee groepen in. Ik voel me moeiteloos ‘langzaam’. We gaan “maar” 5 vierhonderdjes lopen op hoog tempo, maar rusten tussendoor zit er niet in, want dan heeft ze oefeningen voor ons klaarstaan: squats (gelukkig is de andere groep sneller!), planken, planken met kniehef en jumping jacks. Ik probeer de rondjes netjes af te tellen in 2 minuten, maar ik ben de enige die op de startlijn begint en moet dus de rest inhalen. Alleen de laatste ronde ben ik het ook zat om als enige ‘braaf’ te wezen en hard te lopen. We lopen een rondje om de baan uit. Wederom niet veel kilometers gemaakt.
Vrijdag 14 oktober: Stukje fietsen met Manuel en Vincent. We gaan Manuels medaille laten graveren. Hoe is het mogelijk dat ik voor de vierde keer te koud gekleed ga?! Ik moet de hoogtes harder trappen, maar dan blijft Vincent te veel achter. Manuel houdt me met zijn marathonconditie goed bij. Vincent vindt het fietsen op de lange rechte wegen met wind tegen saai. We trappen een uurtje rond, maar de snelheid ligt niet al te hoog.
Zaterdag 15 oktober: Zwemmen. Ik begon in baan 2, want baan 1 was de eerste twintig minuten voor een wedstrijdzwemmer. Ik was de langzaamste, maar als het zo druk is in de baan, dan zwem je ook minder, want je stopt eerder en wacht meer. Ik doe wel alles mee: inzwemmen 100m en dan 5 keer 100 meter verschillende slagen: slepen, lange slag, bijleggen, armen. Ik kan dat best. Toen 8 keer 50m borstcrawl. Na de tweede keer ging ik terug naar baan 1. Ik zwom vandaag lekker met pullbooui. Zwaar genoeg voor mijn armen. Daarna 50m schoolslag. Ik luisterde elke keer mee met baan 2 en deed ook mee: alleen iets langzamer dan. Er was 1 andere -nog tragere- man in “mijn” baan 1. Daarna moesten we 400m achter elkaar zwemmen. Toe maar! Maar ik ging door en door en aan het einde begin ik het echt heerlijk te vinden. Moe, maar fijn. Ik raakte (natuurlijk) de tel kwijt, maar hield baan 2 in de gaten en ging een baantje extra. Toen nog 50 m rugslag en ik had mijn eigen baan! De andere man was gestopt (of verzopen, dat kan ook…) Tot slot nog uitzwemmen en proberen drie op 1 te ademen en dat gaat me ook ooit lukken. Ik was niet kapot, maar wel lekker moe. ‘s Avonds had ik -hoe wonderlijk- kramp in mijn benen.
zondag 16 oktober Hardlopen! Lekker onverhard. Grotendeels. ‘s Morgens best wel vroeg op zondag. Met Manuel het eerste rondje na zijn marathon. Kalmpjes aan. Mijn hartslag is de laatste dagen wat hoog, dus daar trek ik me maar niks van aan. We lopen te kwebbelen. De hele weg. We gaan niet snel, want we gaan ‘hertjes kijken’: slow-running. En die hertjes zien we hoor! Ze springen voor ons over. Foto maken lukt niet, maar de hele hertenfamilie is compleet, neem dat van me aan. We gaan over nieuw aangelegde paden, nieuwe paden en door de zon. Ik heb twee laagjes aan en wat denk je? Voor het eerst deze week NIET koud. We zwerven door het bos en het zonlicht is prachtig. Het is heerlijk. Ongedwongen bijpraten over (on)belangrijke zaken des levens. Heel fijn. Na tien kilometer in een dik uur sta ik weer aan de voordeur.

geel is zwemmen, rood is fietsen, blauw is hardlopen.


Dat was een apart weekje. Elke dag iets. Veel verschillende dingen en toch niks heel intensiefs. Ook qua wintertijd goed in te passen. En kort bloggen lukt me ook best 😉

Categories: Uncategorized | Comments Off on Short blog

Nog een rustweek! Het moet niet gekker worden…

Maandag 3 oktober: Rustweek houdt dus niet in dat ik op de bank blijf hangen. ‘s Avonds ga ik gewoon lekker hardlopen. Lage intensiteiten, dus allemaal niet hard of ver deze week. Manuel gaat mee: die mag toch taperen in de week voor zijn marathon. Dan kan ik hem wel bijhouden. We gaan pas laat: om 21:00 uur. Ik ga in lange broek en met lange mouwen. De herfst treed nu echt in. We lopen te kwebbelen en ik bereid Manuel voor op de route door Eindhoven. Ik ga een 800 meter hard alsof ik op de baan ben, maar het fietspad rent anders. Het is pikkedonker! Ik haal Manuel weer bij en we kletsen verder en nemen de verlichtte paden. Ik versnel nog een keer, maar dan voor een kilometer lang. Best een eindje! We lopen nog een stukje om en dan ga ik door tot er tien kilometer op zitten in 63 minuten.
Dinsdag 4 oktober: Zwemmen! Ik heb er bijna zin in… Al heb ik nog wel buikpijn voor ik ga. Ik begin een bekend gezicht te worden. In baan 1. Langzaam aan. Vorige keer blijken we al 1700m te hebben gezwommen. Ik zwem rustig in, 100m. Er is een mij onbekende trainer. We
gaan 100m borstcrawlen zonder hulpmiddel, dan 100m school- 100m borst-100m rug-100m borst-100m benen-100m borst-100m armen en 100m borst. Ik krijg teveel water binnen tijdens de tweede borstcrawl en laat de andere even voorbij om uit te hoesten. Hoort er vast bij, bij zwemmen. De trainer vraagt of het me goed gaat (wat aardig) en dat ik gewoon rustig aan moet doen. Ik doe de borstcrawl zonder achtje. Het valt niet mee, maar voor iemand die in juni nog nooit geborstcrawld had, is het een hele overwinning!

1 van deze heb ik niet gedaan......


Dan drie keer 75m armen. “hou je eigen tempo aan”, zegt de vriendelijke trainer. Ik ga proberen 3 op 1 te ademen. Er zit veel meer rust in mijn slagen als in het begin. Ik verzuip niet meer zomaar. Dan 3 keer 75m de hele borstcrawl. Tussendoor heb je dan wat rust, maar die neem ik niet zo en ik kan niet goed zien hoe ver de anderen elke keer zijn. Ik ben nog niet goed in baantjes tellen. Slecht zelfs. Heel slecht eerlijk gezegd! Ik ga er van uit dat ik de laatste ben, maar 1 meneer smokkelt en die slaat regelmatig wat over. Dat doe ik dus niet. Ik kom hier om te zwemmen en ik wil net zoveel zwemmen als de rest. Tot slot 10 keer 50m (dat is op en neer) je mag 1 keer kiezen en 1 keer de borstcrawl. Bij het kiezen neem ik elke keer het achtje mee en adem 3 0p 1. Ik tel hardop mijn banen af. En dat helpt, want ik kom netjes tot 10. Zo heb ik deze keer toch al weer 1800 meter gezwommen. Dat is al bijna twee kilometer: zo zie ik het dan maar…. Het uur is voorbij en Dees verzekert me dat er een moment komt dat ik niet meer op wil houden. Dat moment is al zo’n beetje aangebroken…. 😉
Woensdag en donderdag: Woensdag wilden we gaan fietsen, heus, maar Vincents lekke band en de uren die daarop volgden voor we gewisseld-terug gewisseld en gepompt hadden waren genoeg om de zin voorgoed te doen verdwijnen. Donderdag zit vol met een open data middag in Den Haag en een vergadering in Almere. Geen training dus. Twee hele rustdagen. Twee dagen zonder sport. Potjandikkie: het lijkt wel een echte rustweek….
Vrijdag 7 oktober: hardlopen! Moet er ook weer eens van komen. Ik ga met Manuel mee die zijn beentjes losloopt voor de marathon dit weekend. Onverhard, of althans zoveel mogelijk. Lekker rustig aan. We hebben het over: * Manuels aanstaande marathonweekend * yoga * de ACR vergadering * open data * Vincent (willekeurige volgorde). Ondertussen lopen we door het bos en langs de plassen. Er staan honderden paarden. Prachtig! We stoppen voor een foto en hobbelen verder. Het is echt geen enkele moeite. Ik loop zo’n beetje onverhard, maar later ben ik het ook zat en neem lekker het asfalt mee. Het is me wel goed vandaag. Buitengewoon relaxed rondje.

zaterag 8 oktober: Time to Swimm again! Baan met zijn drietjes, maar ik blijf de langzaamste! Het gaat mij ook nog niet om snelheid. Inzwemmen gaat al lekker. Na een dag bankhangen naast een ziek kind. Ik oefen met pullboui en 3 op 1 ademen. Zou je van zwemmen een grotere longinhoud krijgen? Ik hou het prima vol in elk geval. We moeten slepen en dan gaat het om de arm hoog houden. Een soort hardloopscholing-oefeningen in het zwembad. Ik weet wel graag waar ik het om doe. We doen veel borstcrawlen en ik doe het zonder hulpmiddelen. Lukt. Ok na een half uur nog. Gewoon vol proberen te houden! We doen van alles en ik kijk af van de anderen. Ik probeer 4 op 1 te ademen en dat is nog gemakkelijker dan 3 op 1. Ik doe de schoolslag, de rugslag, veel borstcrawl: alleen benen (zo langzaaaaaaaam) en alleen armen: dan ben ik snel. Met andere woorden: ik zwem enkel op mijn armen en zal ergens ooit moeten leren meer kracht uit de benen te halen om sneller te zwemmen. Goed om te weten, maar nu vind ik het niet erg langzaam te zijn. De andere kant ademen is lastig. Ik kom volgens mij ergens een baantje te kort. Ik ben een beetje moe. Meer niet. Geen uitputting meer. Niet meer helemaal kapot. Gewoon een beetje moe. En volgens de meneer in mijn baan met horloge hebben we 2 kilometer gezwommen. Ik heb hooguit 50 meter minder gedaan, maar ik reken me niet rijk. Ik kan de oefeningen niet meer herhalen. Ik ben echt vooruit gegaan, en niet zo’n beetje ook. Ik heb alle vertrouwen in het water, ik durf het diepe in, ik ben geen één moment meer bang of onzeker. Ik ben alleen nog niet zo snel. Ik kan trots zijn op mezelf, want dat heb ik toch maar mooi helemaal zelf geleerd. 😀

GJ voorop!


anke voorop


Zondag 9 oktober  Ik zou met alle mannen mee gaan fietsen, maar Vincent was net ziek geweest en daarom bleef hij met Rob thuis. Bleef mijn zwager GJ over. Die heeft een mooiere fiets dan ik, maar we waren allebei bang dat de ander sneller zou zijn! Toen de grote helden van de marathon in toptijden binnen waren gekomen, vertrokken GJ en ik voor een rondje Oostvaardersplassen. Het begin ging hartstikke goed: wel veel wandelaars op de weg en zelfs paarden, maar het tempo lag best hoog. GJ fietste voor me uit, maar ik kon ook gemakkelijk bijhalen. We hadden een tempo van 28km/uur; redelijk stevig tempo, maar ik vond het wel opmerkelijk gemakkelijk met zijn tweetjes. De dijk op was mooi en ik kwebbelde maar raak. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar mijn hartslag. Die lag na het rommelige begin weer onder de 150. Primo. De Knardijk was niet zo erg deze keer, we hadden wind mee. We werden ingehaald door een hele groep fietsers en bij het buitencentrum was het weer druk. We reden door tot de sluizen en GJ ging met gemak op kop. Ik kon hem bijhalen en gemakkelijk achter hem blijven hangen op het smalle pad. Ik ken elke bocht, en daarom was het logischer dat ik voorop zou gaan. GJ raakte wat vermoeid, dus dat was nog een reden om hem te trekken en het voortouw te nemen. Of zijn conditie nu op was, of dat het kwam omdat ik moeiteloos vooraan ging of omdat het tempo ineens lager kwam te liggen als GJ’s verwachting was; feit was dat GJ na een uur aanzienlijke moeite kreeg met fietsen. Te snel begonnen? Verkeerde onderwerp? Te weinig voeding? Ik had geen moeite met langzamer gaan, maar GJ had het best zwaar. We gingen door het Kotterbos en via de Evenaar naar huis. De brug over de Buitenring was echt lastig voor GJ. Ik had geen enkele moeite. Daar voelde ik me niet goed bij, eerder het tegengestelde, dat ik het voor GJ vervelend vond. Ik reed nog een klein stukje extra om ook aan de 35km te komen. We waren bijna anderhalf uur onderweg geweest. Ik had lekker gefietst. Relaxed en toch best op tempo.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nog een rustweek! Het moet niet gekker worden…

Rustweek – ach, dat is 'maar' 4 (vijf) keer sporten in een week….

De eerste keer was ‘vals’ Ik hoeft deze week maar 1 keer te lopen op de training op donderdag, maar ik ging vandaag ook al: DINSDAG 27 september. Jawel, jawel, de MAANDAG was een hele dag zonder sport: niks, nada, noppes, niets. Bijkomen van een koppeltraining, die wel directe spierpijn opleverde, maar een dag later nog nauwelijks pijn meer gaf. Dinsdagavond ging ik hardlopen. Met MZ – het nieuwe triatlon maatje. MZ kan al heel goed fietsen en heel hard rennen. Zwemmen nog niet. Volgend jaar gaan wij allebei de halve triatlon doen in Almere. We wonen bij elkaar in de buurt, hebben hetzelfde doel en dezelfde beperkingen: (familie)tijd,voeding en (hoewel om andere redenen) wedstrijd-fobie. En dat zijn de overeenkomsten. De verschillen zijn wellicht groter: MZ is een grote optimist en hij gaat er van uit dat hij volgend jaar de halve haalt. Ik ben een pessimist (met minder zelfvertrouwen) die denkt dat het een hele zware dobber wordt. En zo renden we op ‘uitlooptempo’ langs de Vaart door het donker. MZ mocht het eerste deel volkwebbelen, want ik loop eigenlijk iets te hard. Voor dit moment, voor deze rustweek, voor waar ik nu sta is dit geen uitlooptempo (boven de 10km/uur). Ik ben verbaasd over het gemak waarmee MZ er van uit gaat dat hij met een paar uren trainen per week een halve gaat volbrengen volgend jaar. Waarom hij geen wedstrijden doet: omdat het veel tijd kost en hij zelf ook hard kan trainen. Ik zou graag wat ‘gemak’ en ‘vertrouwen’ van hem overnemen, maar dan moeten we nog maar vaak gaan hardlopen samen! Het is namelijk wel erg gezellig en goed voor mij om het van de andere (optimistische) kant te bezien. We lopen voornamelijk over het asfalt, tot we bij de natuurbrug komen, dan moet ik onverhard. Dit is voor MZ nieuw en ik ga aan het genieten. Door het donker door het bos, hoe top is dat! Dat je de weg nog net ziet… Het brengt mij een dikke grijns en het kan me niet schelen dat mijn tempo verlaagt. Hierover moeten we het nog even eens worden! We lopen naar het Oostvaarderscentrum, wederom (in mijn geval: natuurlijk!) onverhard. Ik begin het wat zat te worden, maar op het smalle pad zet ik het tempo goed door en dan zit ik er eindelijk echt in en ga kwekken. Na een uur zijn we van het ene naar het andere huis gelopen. Bij de koffie aan onze bar kletsen we nog even verder.
De tweede keer: woensdag 28 september: Zwemmen. Na een dag op een congres rij ik gedachteloos naar het zwembad. Wéér het verkeerde zwembad _GRRRR_ maar ik heb nog tijd om door te rijden naar Poort en ben daar net op tijd. De langzame baan in. Met drie andere dames. Ik merk al bij het inzwemmen dat het me moeite kost vandaag. Is het omdat ik al zoveel gewerkt heb? Lichte verkoudheid? Even wennen? Ik heb moeite met adem halen en recht liggen. Zonder achtje ben ik nergens. We gaan 6 keer 100m inzwemmen: 15 seconden rust tussen de 100m in en de ene keer de hele borstcrawl, de andere keer alleen armen. Alleen armen lukt wel, de hele slag lukt maar 50 meter: dan voel ik me een verzuipende baksteen. Daarna gaan we oefeniningen doen: slepen en oksel aantikken lukt me nog wel (antilliaans zwemmen-gevoel), maar schouder/been/schouder aantikken is een motorische RAMP. Bijleggen is een ritmische ademhalingsramp en ik doe het nog fout ook. Dan iets van 300m verdeeld in rugslag, schoolslag en hele borstcrawl. Heel langzaam begin ik in een ritme te komen, maar vandaag blijft het een hele opgave om te zwemmen. Wil ik te hard? Eis ik te veel van mezelf? Zit het werk nog teveel in mijn hoofd? We gaan nog 200 meter de borstcrawl zwemmen. Ik kan de baantjes niet meer tellen, ik ben vermoeid. Niet meer doodmoe, maar algeheel vermoeid. Ik probeer het toch nog een keer met bijleggen bij het uitzwemmen en begrijp het denk ik, hopelijk kijkt de trainer niet. Dan is het tijd. Gek hoor, van een uurtje hardlopen wordt ik minder moe en meer ontspannen, maar dit zwemmen is nog geen repeterende beweging voor mij die me tot rust kan brengen. Voor Dees geldt het omgekeerde.
De derde keer: 29 september: TVA training. Hardlopen. Het regende, dus het was niet druk, dus de snelle en langzame volwassenen waren 1 groep. Ik was in gezelligheidsmode: vandaag kom ik voor de lol. De ultra-langzame. Ik ga lopen te kletsen als ik heb gehoord wie er voor de hele triatlon en marathon (!) gaan. Beide verrassingen. Weer op de baan volgen een aantal loopscholingsoefeningen zoals de skipping en zo. De lucht fascineert me mateloos en is prachtig: het is rood, de lucht lijkt te branden en de zon is al bijna onder. Ik kijk meer omhoog dan naar mijn voeten. En dan is er ook nog een regenboog. Nou ja, een regenboogstreep: de zon is al onder, dus deze is uniek! Mijn nieuwe Iphone maakt hier goede foto’s van. Dan gaan we rennen (ohja, daar kwamen we ook voor!). 6 Rondjes van 300 meter (driekwart baan) en dan 100 meter wandelen. De 300meter op flink tempo. En weg zijn rappe gasten. Ik loop lekker achteraan met een thee-wc-moeder die maar 1 ronde doet en dan naar de WC gaat. De tweede ronde ga ik maar iets sneller dan: iets meer mijn tempootje. Ik voel me wankel en onevenwichtig. Spierpijn in mijn bovenbenen-binnenkant en ik heb het idee te zwalken. Het voelt een beetje labiel gewoon. Maar ik blijf genieten van de prachtige kleuren in de lucht. En dan behoor ik tot de langzaamste 5 mensen op de baan: met 5 min/km. Ja, echt langzaam – NOT   Gelukkig kom ik daar niet voor en ik doe de rondjes werktuigelijk. Wandelen doe ik node. Na deze 6 rondjes (ik ben al twee keer gelapt), volgen 3 keer 700 meter op iets langzamer tempo en 100 meter wandelen. Ik kom er in! Ik pak lekker mijn eigen tempo op en neem soms Vincent mee en soms het licht wat om de baan heen aan gaat. Ik hobbel lekker door en haal de andere kwebbelkliek bij en in. De lucht is prachtig donkerblauw geworden. Ik geniet van deze avond. We gaan uitlopen en ik hoor de thee-wc-moeder uit. Het uur is omgevlogen en ik ben lekker sociaal bezig geweest met sporten.
De vierde keer: 30 september: Fietsen dan maar! Ik haalde Manuel op en we gingen een uurtje trappen en bijpraten. Manuel is met zijn marathon-conditie tien keer te snel voor mij, dus moeten we maar trappend kwebbelen. Ik hoeft toch maar cruise-tempo aan te houden. Op naar de sluizen! Het is bewolkt en niet zo warm. ‘t Blijft een rare gewaarwording voor mij, dat ik easy aan het fietsen ben en me inhou voor Manuel. Ik snap nu dat hij zegt dat dat niet erg is en niet lastig of moeilijk, maar rennend ligt het altijd omgekeerd. Bij de sluizen mag Manuel bepalen hoe we terug gaan en hij wil het rondje Oostvaardersplassen wel afmaken. Mijn best: zolang ik maar niet te veel hoeft te bedenken op mijn vrije dag! Waar wij het over hebben? Over (aankomende) triatleten, de werkster, het werk (van anderen) en wat we (niet) eten. Ik heb niet 1 keer moeite met de klikpedalen en fiets zonder moeite de nare Knardijk af. En dan komt de Oostvaardersdijk en de spijt…. het waait best wel eigenlijk. Nu praten we over Manuels vierde marathon (over een week al!) en ondanks dit eindeloos boeiende onderwerp blijft de dijk een lang end. Manuel maakt een mooie foto en we moeten een stukje om omdat ze aan het knutselen zijn op het fietspad. Ik hoefde maar een uurtje te fietsen, maar dat is niet gelukt. We praten over artikelen in de Runners World, ons aankomende huisgenootje en over concertkaartjes. Na 1 uur en drie kwartier zijn we 37 kilometer verder en heb ik buitengewoon heerlijk rond-gecruised.
En dan de vijfde keer: 1 oktober – zwemmen. Ik doe de hele dag rustig aan. Ik heb niet zoveel zin, omdat ik meer zin heb om op de bank te blijven lezen. Maar goed, ik ga toch maar. Eerst zwemt Vincent en ga ik nog even naar de stad. Ik ga inzwemmen en in dit zwembad heb ik de slag eerder te pakken. Omdat dit bekend is? Omdat ik de mensen hier ken? Omdat het hier dieper is? Omdat ik de hele dag rustig aan heb gedaan? Anyway: ik ga beter. Na het inzwemmen gaan we zonder hulpmiddelen 25 benen doen, dan 50 alleen armen en dan 75 de hele slag. Zonder hulpmiddelen! Het gaat me redelijk af zeg. Ik doe het eerste half uur zonder achtje of plankje en dat vind ik al goed van mezelf. En zonder te verzuipen er toevallig ook nog bij! Ik word er wel moe van hoor. Als we even rusten, sta ik te trillen op mijn benen van de inspanning! Daarna volgt iets met de hele borstcrawl en een stuk rugcrawl. Ook hierbij laat ik de hulpmiddelen achterwege. Dat is goed voor mijn zelfvertrouwen. Ik ga wel gruwelijk scheef bij de rugslag! Dan gaan we achter elkaar zwemmen 10 keer 50m. Ik ga niet voorop! Maar ik ben de derde en ik neem mooi mijn achtje mee. En dan moet ik me inhouden!! Dat is zo nieuw voor mij dat ik er van schrik. Het gebeurde net zo opeens als het moment waarop ik kon zwemmen: ik lag recht, ging hard vooruit en ademende nog maar 1 op 4. Ik had de slag, het ritme, het zwemmen ineens te pakken. Zomaar. Opeens. Van het ene op het andere moment. Alle angst is weg. Ik voel me thuis in het water. Ik ben niet bang dat ik geen adem kan halen, want ik haal het keer op keer. Ik neem me voor 1 op 3 ademhaling te gaan oefenen. Het valt niet mee. Soms lukt het een keer, maar meestal kom ik links te veel het water uit en dat kost snelheid. Ik merk het, ik voel het. Overduidelijk. De baantjes krijg ik niet geteld. Ik let alleen op mezelf. Ik probeer op links te ademen, probeer het te combineren. Ik blaas voornamelijk uit. En zo komt het dat het me steeds beter lukt. We gaan nog meer zwemmen, maar ik durf het niet aan om zonder het achtje te proberen. Ik geniet er enorm van dat ik de slag te pakken krijg. Snelheid komt later, ik hou dit vol! Het moeilijkste is altijd het bad uitgaan, want dan voel ik de vermoeidheid. Deze keer is het een tevreden moeheid. Geen uitputting meer! Het ging echt weer een hele stap beter deze les. Samen met GN tel ik uit dat ik wel 1,7 kilometer gezwommen heb. Ik kan dat niet bijhouden: ik ben alleen met zwemmen bezig.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rustweek – ach, dat is 'maar' 4 (vijf) keer sporten in een week….

Een blog met mopper, prikkelbaar, grenzen verleggen en een koppeltraining

foto tijdens fietsen


Maandag 19 september mocht ik gaan hardlopen: 30 minuten zone 1 en 30 minuten zone 2. Ik ging alleen. Ik was boos. Ik voelde me bedonderd op mijn werk en was echt woest eigenlijk. Meestal helpt lopen wel. Maar deze keer niet. Ik bleef mokkig, kwaad en ongelukkig. Dan loop het niet. Niet lekker. Toen ik het lichtje even uitdeed op het stille fietspad ging het even beter. Ik reageer morgen op de mails. Voor vanavond laat ik het bij deze mopperrun.
Dinsdag 20 september zwemmen. Laat op de avond, om 21:00 uur pas. Na twee werkdagen. Dat wordt wat… Ik ben niet meer zo zenuwachtig, maar nog wel afwachtend. Het wordt een uurtje zwemgrenzen verleggen++!! We slepen, doen een zwemsteigerun  (nog nooit van gehoord tot vandaag). We zwemmen veel. 5 keer 200 meter. We moeten om de drie slagen ademen. Ik ben net blij dat het me op twee lukt, haha! En we sprinten. Ik ben geen partij voor de meneer waar ik tegen zwem, maar hij wacht vriendelijk op me. Ik ben helemaal kapot. Zwemsprinten is het nog niet voor me! Tip van de trainer: nog een stukje meer afzetten met de handen en de bewegingen vloeiender maken. HĂ©! Dat betekent dat het ademhalen nu behoorlijk lukt! Er was een meisje wat veel te weinig adem kreeg. Ik doe mijn eigen ding. Moeilijk zat. En vermoeiend genoeg. We moesten ook nog een tik-aan oefening doen, maar die coördinatie mist bij mij nog volkomen! Ik moest er van lachen en dat werkt niet onder water. Ik heb het een uur volgehouden en was heel, heel erg moe. Maar ik vind het ook heel, heel erg LEUK.
Woensdag 21 september Fietsen Ik wilde ‘s middags met Vincent fietsen, maar dat lukte niet. Vincents band werkte niet mee. Ik werd er bloedje-geirriteerd van. Ik was al prikkelbaar vandaag. Ik hoefde maar drie kwartier. Dan om 7 uur maar, net voor het donker. Irritatie + invallende duisternis = geen mogelijkheid voor easy tempo. Ik ging lekker door. Dijk langs met mooie zonsondergang. Ik kon niet kiezen: Wilgenbos of fietspad later? Dus nam ik eerst het fietspad later en zou ik terug door het Wilgenbos. De zon ging echt al onder en ik trapte lekker door. Niks easy. Wel erg mooi. In het Wilgenbos begon ik echt te genieten van de vogels, de herfstgeuren en het vliegen over het fietspad. Weer terug op de dijk is de zon onder en het licht zo mogelijk nog mooier. Er springt een hert voor mijn fiets langs. Het tempo verlaagt iets, maar zo voelt het absoluut niet. Eigenlijk is het net te donker als ik om 8 uur thuiskom. De irritatie hangt nog om me heen, maar ik voel me iets beter.

foto door Vincent


donderdag 22 september Hardlooptraining op de baan. Een grote ‘langzame’ groep. Eerst een rondje buiten de baan, dan een hele serie oefeningen en ik kreeg er maar geen zin in. We moesten 800-tjes lopen op langzaam tempo. En dat deed ik. Liefst sloeg ik de rust over, en kachelde ik door. Ik liep lekker alleen en nam een advies ter harte: ik nam tijd voor een paar onverwerkte, opgekropte en opgeschoven emoties. Dus mijn benen liepen prima, maar mijn hoofd liep niet mee. En als ik stilstond druppelde ik leeg, dus ik ging liever alsmaar door. Ik was niet aanspreekbaar en blij dat het donker werd. Nog een rondje uitlopen om de baan en toen was ik blij dat ik klaar was.
vrijdag 23 september: de tri-together triathlon gaat niet door. Met mijn vriendin Joyce en haar dochter zouden we met zijn drietjes een triathlon doen: haar dochter zwemmen, ik fietsen en Joyce (met mij?) hardlopen. Een kwart triathlon: ik moest 40 km fietsen. Maar de zwemdochter viel van haar motor en had godzijdank niets meer als een hele flinke hersenschudding en spierpijnen, maar dat is voor zwemmen in buitenwater toch geen beste combinatie. Dan gaat het niet door: dit was ons drietjes of niet.
Toch hou ik mijn schema aan en ga ik vandaag losjes fietsen. Heel losjes zelfs. Ik ga langs een hardlopende Manuel fietsen. Ik heb nog honderd dingen te doen varieërend van werk tot poetsen, maar het is zulk lekker weer! De band van mijn racefiets is lek, dus ik achtervolg Manuel op de stadsfiets. Dat kan ook prima. Het is raar om naast iemand te fietsen die loopt. Ik had vandaag ook niet kunnen lopen, mijn buik doet te veel pijn. Ik baal er van dat ik daardoor morgen ook niet kan zwemmen. Manuel vertelt over zijn bezoek aan de podoloog. Dat had ik met mijn blessure ook moeten doen destijds. We gaan door het Kotterbos. Ik weet niet of de ramen dicht zijn en verlaat Manuel voor een stukje om snel langs huis te fietsen (tuurlijk waren ze dicht). Ik fiets nog mee tot de dijk en verder tot bij de gevangenis. Dan moet ik terug naar school. Kan ik nog een stukje wat sneller fietsen. Ik heb een uur te veel gefietst volgens het schema.
Zaterdag: niks gezwommen dus. Met pijn in het hart en wat mensen die me aanspreken van de triathlon-vereniging (want Vincent zwemt wel)
Zondag 25 september: De Eerste Koppeltraining. Ik zag er best tegenop om 40km in anderhalf uur te moeten fietsen. Dat is niet helemaal mijn tempo, net iets te snel. Ik ga een rondje Oostvaardersplassen doen. Ik eet twee broodjes en drink twee glazen melk. Eerst zou het nieuwe triathlon-maatje meegaan, maar die is te laat wakker. Joyce gaat om 11 uur mee hardlopen. Even voor half tien stap ik op mijn racefiets en dan ga ik. Het is al zonnig en ik heb meteen het tempo erin. Ik moet omfietsen richting de dijk. Het rondje Oostvaardersplassen is namelijk net iets te kort en de weg is opgebroken. Dat worden 14 kilometers Oostvaardersdijk! De wind valt tegen. Voor me fietst iemand en die wil ik inhalen. Helaas stopt degene en dat haalt mijn tempo (van 29km per uur) er even uit. Ik weet dat ik het hiervan moet hebben, dadelijk heb ik wind tegen. Er is nog iemand die voor me fietst en als ik die (wel) inhaal, knal ik bijna tegen een brommertje op. Verder gaat het prima, al is het lastig het tempo hoog te houden voortdurend. Ik kijk weinig om me heen, fiets alleen maar. De Knardijk. Ik hou er niet van. Wind tegen, veel lager tempo van 24km per uur. Ik zit op schema en ben met 20km onder de drie kwartier. Ik ga het net halen. Mijn benen voel ik verzuren. Dat gevoel ken ik nog niet, maar ik stop er ook niet voor. Bij een slokje drinken word ik tegelijkertijd ingehaald door twee fietsers en dat helpt me uit balans. Ik pak het weer op en neem de weg in plaats van het fietspad langs de Vaart. Bij de Praambult steek ik rechtdoor naar de Tuureluurweg. Ik hou van lange rechte polderwegen. Ook al is er wind tegen. Ik vind dit stuk zwaar. Net over de helft tot net over 30 kilometer: beetje “net niks”. Ik ga de brug over het Kotterbos in en merk meteen als ik wind mee heb! Fietsen lijkt meer op zeilen qua afhankelijkheid van de wind. Ik krijg er weer pret in. Voor twee mountainbikers moet ik inhouden. De Trekweg knal ik over, dat vind ik een prettig stuk. Niet dat ik echt hard ga, maar het voelt wel snel! Daarna achter de Stripheldenbuurt door, waar wandelaars zijn. Ik moet afstappen voor een auto en ik krijg haast. Ik wil de 40 km nu liever net wĂ©l als net nĂ­Ă©t binnen 90 minuten scoren. In razend tempo achter de Sieradenbuurt door. Gek genoeg gaan deze laatste 5 kilometer weer als een razende! Het lijf heeft nog wat over blijkbaar. Ik moet op het fietspad nog een paar mensen opzij bellen en dan haal ik de 40 kilometer net, maar dan ook nĂ©t binnen 90 minuten!(1:29:54) Ik ben blij en fiets snel terug naar huis in nog een hoog tempo.
Ik twijfel over het lopen: gaat dat lukken, hoe ver zal ik gaan? Deze koppeltraining houdt in dat ik oefen met twee sporten na elkaar. Dus na deze fietsinspanning volgt het hardlopen. Ik had een half uurtje met mijn vriendin mee gemogen volgens het schema. Ik zet thuis snel mijn fiets weg, helm af, hardloopschoenen aan. Is Joyce er nog niet! Ik sta te trappelen en luister naar Rob. Als ik de deur uit stap, komt Joyce er aan. We wachten tot zij ook satellieten heeft gevonden en dan gaan we hardlopen. Ik opteer voor 6 kilometer, maar dat kunnen we verlengen. Het doet PIJN. Mijn benen schreeuwen het uit van de pijn en ik schreeuw terug dat ze stil moeten zijn en door moeten gaan. Het tempo hoeft niet hoog, we moeten erbij blijven kwebbelen. De eerste twee, drie kilometer vind ik afzien. Toch twijfel ik nog even of we niet 8 kilometer zullen lopen, maar ik kies voor de bekende ruim 6 kilometer. Bij het Oostvaarderscentrum is mijn lijf gewend aan rennen en houden de protesten op. 6:15 gemiddeld per kilometer zitten we op. We lopen onverhard en ik vind het wel tof aan het worden. Gaan we al terug?! Nee, wat mij betreft pakken we een brug verder. We lopen te kletsen door het bos. Heerlijk! Het is best warm en Joyce heeft gisteren nog (hard) gelopen, dus nu kakt zij een beetje in. We wisselen elkaar af, maar laten het er niet bij zitten! Dan SMSt Rob dat hij onverwacht weg gaat en daarmee is Vincent alleen thuis. Mooie reden voor ons om terug te lopen. Ik heb genoeg bewezen dat ik in elk geval fietsen en lopen gekoppeld krijg. Dus het is onmogelijk maar waar: op 9 kilometer stoppen we voor de deur. Net geen tien kilometer. Daar heb ik het moeilijk mee, maar mijn lijf is te blij, mijn benen zijn er voor het eerst eerder klaar mee dan het hoofd. En de oogst? 4 Slokken water en 6 winegums onderweg. Daar blijf ik een ezel in. Ik heb spierpijn op plaatsen in mijn bovenbenen die ik nog niet kende. Het was een aparte ervaring en dan heb ik nog geeneens gezwommen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een blog met mopper, prikkelbaar, grenzen verleggen en een koppeltraining

De week van de ondergaande zonnetjes

Maandag 12 september: rustdag. Tenminste qua sport. Als de wandeling in de hete avond niet meetelt. Of die in de warme middagzon. En dit is nog maar het begin van de tropische week!

Zone 4 in de groene vlakken


Dinsdag 13 september is geen rustdag. Maar dit is rustweek, en daar hou ik me maar aan. Stukje rennen. Het wordt alweer vroeg donker. Ik neem Manuel maar weer eens een keer mee. Ik doe wat wisseltempo’s: 5 minuten in die vreselijk langzame zone 1, 7 minuten heerlijk zone 2 met ruimte genoeg om te kletsen en luisteren. Dan sprint ik weg voor 1 minuut zone 3 en 2 minuten zone 4. Daarna wandel ik tot Manuel weer bij is, haha – dat klinkt goed! Maar die hou ik in zone 1 niet bij. Hij vertelt van zijn laatste mooie loop rond Hilversum, ik mopper over het werk. De laatste zone 4 klets ik vol en die gaat niet zo hard daardoor. Verder is het tempo best aardig, al zeg ik het zelf. Omdat het rustweek is, zijn we binnen een uur weer thuis.
Woensdag 14 september. Ik zit twee uur met een doodzieke Baksteen bij de dierenarts. Heel lastig. En het is ook nog eens bloedjeheet. Ik wil gaan zwemmen en sta net op tijd bij het zwembad. Maar daar zitten wel erg veel kinderen… Ik zie geen plankjes of achtjes… Binnen een paar tellen snap ik het al: in de zomervakantie was het zwemmen in dit bad, maar nu die vakantie voorbij is, moet ik naar Poort. Ik ben het al zat. Ik ga naar huis terug. Na het eten ga ik lekker een rondje fietsen in plaats van zwemmen. Klikpedalen proberen. Ik ben relaxed en geniet van het zonnetje. Ik rijd weg langs de regenboogbuurt naar de Trekvogelweg. Als ik daar aan het doortrappen ben, bedenk ik dat ik op de oostvaardersdijk liever de zonsondergang had gezien. Ik ben nog onderweg en ga het proberen om daar bij zonsondergang te zijn. Ik zie de boswachter niet over het hoofd in de auto, maar hij laat me met een vriendelijk gebaar voorgaan. Ik trap op hoog tempo door richting de bruggen over de A6 en de Vaart. Ik zie de auto ruim op tijd, maar denk net te laat aan de klikpedalen. Gelukkig heb ik onverwacht de linker razendsnel los. Dan door het Kotterbos. Het licht is prachtig, maar de ondergaande zon lijkt nog wel een stukje weg! Het is heerlijk stil en dit lijkt een volle zomeravond, behalve dat het al september is. Ik trap echt flink door en voorbij het Oostvaarderscentrum haal ik heren in die me proberen bij te houden. Ik heb geen idee hoe hard ik fiets, maar ik ben nog een kleine 5 kilometer van de dijk verwijderd, dus ik ga het wel halen. Ik trap flink door en ben op tijd om van een prachtig plaatje te genieten met bootjes op het meer en de ondergaande zon. Nu terug naar huis, want een racefiets met licht heb ik niet. Maar de maan is ook prachtig. 25 kilometer in een uurtje. Dat moet iets sneller worden en iets langer ook voor de trio-triatlon.

Donderdag 15 september. Het is een rotdag. Vincent is ziek thuis, de poes gaat heel slecht, het is nog heet en benauwd en ik moet ‘s middags naar Schiedam. Het huis is een bende, mijn werk is een bende, mijn hoofd loopt om en het gaat steeds slechter met Baksteen. ‘s Avonds ga ik toch naar de training. Ik heb geen zin, ik hoeft niet hard te gaan, ik wil geen woord zeggen, maar ik gĂĄ wel. Rondje omlopen en iedereen heeft het nog over zijn of haar triathlon. Ik sluit me af. We doen loopscholingsdingen. Hoeft niet van mij, maar okĂ©, ik huppel me ietsje blijer. Dan krijgen we in tweetallen een dobbelsteen. Een prachtig jong meisje die loopt als een hinde vertrouwt erop dat onze tempo’s gelijk liggen. Gooien met de dobbelsteen om het aantal honderd-meters te bepalen. Wij gooien elke keer 6 voor de 600 meter. In drie tempo’s: onder duurtempo (1 of 4), duurtempo (2 of 5) en boven duurtempo (3 of 6). Wij hebben een abbonnement op 6, maar voor mijn gevoel lopen we gewoon lekker een gewoon deurtempo: we kletsen er in elk geval bij. Mijn medeloopster studeert geneeskunde. Ze loopt niet alleen mooi, ze is nog slim ook! Tussendoor mogen we een minuut rusten en dan gooien we weer 6 en 6. Mij best. Ik vind het prima om te luisteren naar de knappe studente. Verder op de baan is het te druk voor mijn benevelde hoofd. Nog een keer 600 meter! Tempo 2 dit keer, maar nu krijgt mijn loopgenote last van haar knie-blessure en ze stopt. Ik loop door. In mijn eentje gooi ik 5 en 6. Dat is even uittellen, hoeveel 500 meter is op de baan! Ik gooi nog een keer en vind het niet erg alleen te lopen. Weer 5-en! Ik kom precies uit en dan is dit deel van de training voorbij. We gaan planken. Grappig genoeg knap ik daar een beetje van op. De meneer van vorige week is er ook; zal ik hem vragen of we samen de halve triatlon gaan doen volgend jaar?! Mijn hoofd staat er niet naar. Ik heb mijn trainer ook gezien vanuit een ooghoek, maar ook daar voel ik geen behoefte tot communicatie. De man van vorige week spreekt mij aan over het zwemmen en ik vraag hem maar of we volgend jaar samen voor de halve zullen gaan. Het antwoord is verrassend snel en volmondig ja. We wisselen gegevens uit en nu ik het niet alleen hoeft te doen, lijkt de halve triatlon geen onhaalbare zaak meer. Ik app de trainer terug dat het een goed plan is. Hij denkt dat ik door de andere verhalen ben geinspireerd, maar niets is minder waar. Eenmaal thuis eist een stervend huisdier alle aandacht en energie op.
Vrijdag 16 september. Weer een onrustige en korte nacht, want ik lig alleen maar naar de poes te luisteren. Bij elke stuiptrekking of spin-geluid van het beestje zit ik rechtop. We gaan er midden in de nacht zelfs alledrie bij zitten, omdat ik denk dat ze de ochtend niet meer haalt. Maar ze blijft in leven. Ze is zo verzwakt, afwezig en ongelukkig dat we moeten besluiten haar in te laten slapen. Dat is intens verdrietig en vermoeiend. We zijn heel teneergeslagen en rouwen om ons gezinslid dat 15 jaar bij ons was. Ik wil graag rennen of fietsen, maar het duurt een hele tijd voor ik iets kan beslissen. Vanwege het donker dat al voor 8 uur intreedt, wordt het rennen in plaats van fietsen. Ik wil nogmaals de zon onder zien gaan op de dijk. Kilometer 1 – 6:30  een mooie tijd die ik aan ga houden denk ik. Kilometer 2 gaat sneller en bij kilometer 3 zit ik er lekker in. Ik luister naar de muziek, hoor de natuurgeluiden er doorheen en ik wil de 5 kilometer in een half uur lopen. Dat is lekker doorgaan dus, want ik heb iets goed te maken! Ik haal het en in kilometer 6 sta ik op de dijk. Mooi, maar de zon zit achter de wolken. Ik pik het tempo weer op, het is nog niet donker. Ik loop over het fietspad terug en de lengte valt me deze keer mee. Eigenlijk zou ik nu ook wel de 10 kilometer binnen een uur willen lopen. Na 8 kilometer wordt dat zwaarder. Ik drup van het zweet, maar ik wil het ook! Kilometer 9 vind ik echt afzien en kilometer 10 moet ik nog een keer heel flink aanzetten. Ik moet van mezelf tot boven op de brug doorgaan, maar net daaronder springt het horloge naar de 10 kilometer. Precies binnen een uur! Het horloge is vol qua database, dus wandel ik al wissend de brug over. Dan ga ik joggen naar huis: ik heb nog een kwartier voor 2 kilometer. Inmiddels is het helemaal donker in de wijk. Als ik langs huis loop (geen enkele hardloper stopt op 11,9 km) is de buurpoes op knuffelvisite bij ons.
Zaterdag 17 september. Een heerlijk voortkabbelende dag. Met zwemmen. Ik ben voor het eerst niet in de zenuwen. Ik zie wel hoe het me gaat. Geen ambitieuze trainer en ik ga het gewoon proberen in de langzame baan. Het is weer eventjes wennen, ik moet na 2 weken even weer de slag te pakken krijgen. Maar het lukt me wel! Ohja, het ging om het uitademen onder water, om het ritme: kort in-ademen en contact met het water houden. Ik pak het achtje er maar even bij voor de ligging. Daar ben ik niet de enige in! Ik ben niet eens de allerlangzaamste in de baan. Voor iemand die drie maanden geleden nog nooit de borstcrawl had gedaan, is dit fantastisch hoor! Ik zwem toch zo’n 200 meter in en dan moeten we 4 keer 100 zwemmen en elke keer in een andere (gezamenlijk vrij te bepalen) slag. Eerst verzint het jonge meisje dat we de vingers over het water scheren. Ik doe 50 meter zonder achtje, 50 meter met. Dan verzint ze dat we schouder moeten aantikken. Daarna met twee armen vooruit liggen voor we de slag afmaken. Klink lastig en ik vond het alleen in het diepe bad echt eng, in het minder diepe stuk lukte het me wel! Tot slot twee keer dezelfde arm strekken. Ik word moe. Ik heb het warm, maar ik geniet ook. Ik blaas vooral onder water uit. Ik voel de bewegingen van het water van zoveel mensen en vang het meestal redelijk op. Nu volgt 100 meter langzaam zwemmen. Ik ga zonder achtje en neem mijn eigen trage tempo aan, maar dan doe ik de slag wel goed. We doen daarna 3 keer 100 meter: 25 meter alleen benen heen, 75 meter alleen armen. Ik krijg kramp in mijn benen elke keer, maar dan zijn ze goed gestrekt, komt de slag alleen uit mijn heupen en daar word ik moe van. Alleen de armen is wat ik gewend ben en dat gaat prima. Het ritme zit er na 3 kwartier wel in. Helemaal gewend aan het geluid van de bubbels, het water in mijn oren en de beweging. We moeten eerst 100 meter zwemmen, dan 200 meter en tot slot 300 meter. Onbekend of wij dat halen binnen de tijd. Tussendoor 25 meter schoolslag en pauzes. Ik kan het niet meer bevatten en hoor alleen het begin. 100 Meter doe ik zonder achtje. Daarna ben ik te moe en neem ik het achtje erbij. Ik ga gewoon aan de gang, raak de tel kwijt van de baantjes, sla de pauzes over en ga lekker verder. Te moe om te tellen? Kan best, maar ik heb een perfect ritme, het gaat gewoon goed en als er een ademhaling mist, schrik ik daar ook niet meer van. Ik haal de 200 meter zeker ook en wacht heel even. De 300 meter weet ik niet of ik die gehaald heb, misschien net wel, misschien net niet. Al met al heb ik uitgerekend toch wel ruim een kilometer gezwommen en dat vind ik een heel eind! Ik heb het warm, klets onder de douche en luister naar de verhalen van de triatlon-helden. Ik reken mezelf nog niet tot de geweldenaren die zich voor volgend jaar alweer hebben opgegeven. Ik ben vandaag trots als een pauw dat ik een uur gezwommen heb en dat ik alweer ietsje minder uitgeput ben als in het begin en dat het ook nog eens wat beter gaat.
Zondag 18 september: Familiedag, Rustdag, Klimdag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De week van de ondergaande zonnetjes

Beter, better en de draad weer oppakken

Maandag was ik weer ietsje beter, maar nog wel erg moe van gewone dingen. Ik was nog een dag ziek op het werk en ik zat gewoon veel op de bank niks te kunnen doen. Het ligt niet aan mijn ijzer gehalte (HB van 8,3 is prima), mijn hartslag bij de dokter is laag (55!) en mijn bloeddruk is ook in orde. Ik voel me een aansteller, maar mijn lijf liegt niet: ik ben veel moe-er dan ik normaal ben. Overtraining lijkt het niet te zijn, daarvoor is dit te plotseling en overspannenheid lijkt ook vreemd. De laatste fietstraining moest ik overslaan. We wandelen een uurtje rond, en dat voel ik. Maar ik ben niet meer zo hondsmoe, dus morgen pak ik de draad weer op!
En dat deed ik dinsdag ook: weer aan het werk, met de trein het halve land door, mails verwerken: ineens paste alles weer op een rijtje in mijn hoofd. Van zo’n lange dag ben ik dan wel moe, maar dat is niet gek! ‘s Avonds doe ik aan sport: yoga. Ik vind er geen **** aan: het is mij te sloom, te weinig inspannend. Ik moet er wel van lachen en merk dat ik totaal niet in balans ben. Ik kan me redelijk in mezelf terugtrekken en ben blij als de les afgelopen is. Ik heb ontzettend

Scott wacht geduldig


zin gekregen om te gaan zwemmen, maar misschien is dat morgen nog iets te veel van het goede. Ik wil in elk geval weer sporten! Dat de zin terug is, dat maakt me energieker en beter.
Woensdag had ik het niet meer: veel werk verzet, Vincent weer van kamp gehaald en toen ontdekte ik dat het alweer vroeger donker wordt. Dus voor het eten ging ik een uurtje fietsen. Ik had de trainer geappt of dat mocht, maar die heeft het met het oog op de triathlon komend weekend te druk om te antwoorden. Het is heerlijk om te fietsen! Bewegen. Mezelf een beetje uitdagen. En me een beetje in proberen te houden. Ik ga door het bos en over de bruggen. Ik zie een vader in een ACR t-shirt harlopen met zijn zoon op de fiets ernaast. Ik zie andere fietsers: dat zijn de helden, ik ben de amateur. Maar ik ben het meest blij dat ik dit weer kan! Voor fietsen is de hartslag wat hoog. Ik kijk niet naar het tempo, maar naar de hartslag. Ik trap lekker door over de lange rechte weg. Wil ik al terug? Nee, ik ga de snelweg over en blijf trappen en trappen. Ik wil over het fietspad langs de bowlingbaan, maar daar besluit ik nog een stuk Trekweg mee te pakken. Ik ga gewoon lekker. De eerste 5 km in 12 minuten, de tweede en derde 5 km in 10 en een halve minuut. Ik ga dus flink door. En dat vind ik leuk! Ik neem de hele Trekweg. Ik ben nog geen uur onderweg en ik pees door. Dan langs de Hogering nog maar. Ik neem het weggetje achterom langs de Sieradenbuurt en dan naar huis terug. Ik heb ordinair veel honger. Verder voel ik me goed. Ik zou door kunnen fietsen, maar het is op dit moment verstandiger me in te houden. Dat was een mooi begin weer! Ik pak het sporten weer op.
En dan krijg ik een bericht terug van de trainer. Als ik in het krantje zit te kijken van de triatlon appt hij vrolijk dat hij blij is dat het weer goed gaat. En dan komt via mijn horloge een puntloos berichtje binnen waar ik eerst hard om moet lachen en daarna helemaal door van slag ben. Hij appt dat ik morgen best mee kan trainen met de club, want er zullen weinig mensen zijn zo vlak voor het triathlonweekend. Hij sluit af met de tekst: “iedereen doet wel iets dit weekend en jij volgend jaar jij die halve toch
Ik moet zeker anderhalf uur nadenken over een antwoord hierop! Wat een uitdaging, wat een vertrouwen… Over een jaar een halve marathon?! Anderhalve kilometer zwemmen, negentig kilometer fietsen en daarna nog een halve marathon lopen? Wat moet ik daar op zeggen: ik twijfel tussen ‘ohja, joh, makkie’ of ‘ben je helemaal van de pot gerukt’ en alles wat daar tussenin zit. Voor het eerst kan ik het niet met woorden oplossen en ik stuur een hele rits aan emoticons terug. Poppetje stil-poppetje denkt-meisje down-oh-bliksempje-poppetje ondersteboven-rood kruis-meisje denkt-tanden op elkaar-grijnzend duiveltje-spiralen-lachend poppetje-ondersteboven teken-uhoh-spookje-leeg tekstballonnetje. Ik kon het niet beter zeggen! En wat krijg ik als antwoord? “Mooie manier om top idee te zeggen”     😐
Donderdag weer een dag werken en dan is er training. Zoals gewoonlijk zie ik er tegenop. Als er alleen maar snelle mensen zijn, ga ik zelf, alleen hardlopen. Er zijn maar 12 mensen, en die lijken me allemaal sneller, maar nu hebben ze me al gezien. Ik ga gewoon langzaam mee. We lopen buiten de baan in en we zijn allemaal stil. Ik raak met een man aan de praat en dan doen we een paar korte steigeruns. Mijn hartslag zit al snel in zone 3. We rekken en strekken en dat voel ik wel! We moeten het trapje op op hoge frequentie en dat volhouden en dan loopt mijn hartslag al zomaar uit naar zone 4. Het is warm, maar deze hartslag is wel wat zorgelijk! We gaan de baan op en daar gaan we verschillende afstanden, verschillende tempo’s lopen. Ik loop met de meneer mee en de eerste 800 m kwebbelen we er op los. 200 m dribbelen. Dan 600 meter die we op duurtempo ook nog kunnen volpraten. Vincent moedigt me aan. 200 m dribbelen. Daarna volgen 400 m op flink tempo. And it does! Nu loopt mijn hartslag op naar 178. Dat is zone 5! geen paniek: adem blijven halen. 200 m dribbelen. Nog 200 meter op hoog constant tempo en dan loopt de meneer mij er hard uit. We wandelen terug. Dan doen we alles in gehalveerde afstanden nog een keer en dan op hogere tempo’s. De meneer en ik blijven samen lopen voor zolang dat lukt. 400 m op flink duurtempo gaan perfecto. 100 m dribbelen en bijpraten. De hartslag ligt hoog, maar daalt ook weer supersnel. 300 m op hoog tempo. Dat lukt ook nog, maar zonder een gesprek te voeren! Dit is zone 3-4, maar mijn hartslag noemt het zone 5 en die zit tegen de 180 aan. 100 m dribbelen. Dan 200 meter hoog tempo: Vincent loopt 150 meter met me mee en trekt me. 100 m dribbelen. Dan nog 100 meter sprinten. Ik laat de man iets voorgaan om me niet aan hem op te hoeven trekken en trek alles eruit, hoe zwaar het ook is. Hartslag 180. Zweet hoor je bijna stromen. Maar het lukt me wel! Even uitwandelen en dan daalt die hartslag razendsnel weer naar 130 terug. We lopen een rondje buiten de baan om uit en ik loop met de moeder van Ch mee, die dit al een jaar doet! Ik heb heerlijk gelopen: het was gezellig en gevarieerd. Maar die hoge hartslagen: tjeempie: ben ik toch nog niet echt opgeknapt dan? Ik loop met Vincent nog een rondje uit over de baan en dan gaat de zon onder.
Vrijdagmorgen snel een tien-uurtje kopen bij de winkel en door naar het zwembad! Ik zie er tegenop, ik zie er naar uit. Ik zie er tegenop omdat ik niet weet of ik de borstcrawl nog ken, ik zie er naar uit omdat ik zwemmen leuk vind! Het water is niet zo koud, jammer. Ik ga in de langzame baan zwemmen, ik ben niet snel, ik ben geen turbo! Eerst 5 minuten schoolslag. Ik bedenk het ter plekke, mijn eigen training! Zelfs mijn langzame schoolslag is al sneller dan de kwebbelaars in deze baan aanhouden, maar ik voel me hier prima thuis. Ik wil me vandaag niet op laten jagen, bij de TVA zijn ze toch allemaal zoveel sneller en beter dan ik. Ik moet even rustig voor mezelf kunnen oefenen. Dan de schoolslag met de ademhaling erbij. Ik moet er even aan wennen en voel dat ik opnieuw conditie ergens vandaan moet halen. Maar het gaat lekker en na 5 minuten heb ik de slag te pakken en geniet ik van het water. De rust, de bodem, de beweging: ik vind het heerlijk. Dan even bijkomen en ik neem het achtje en ga de borstcrawl doen. Ik let niet zozeer op de armslag, die lukt gewoon goed, maar ik let op de ademhaling. Ik hou mijn hoofd zo veel mogelijk in het water. In het begin is dat lastig en voel ik adem tekort te komen, maar al na 50 meter heb ik het te pakken. Ik ga dit 15 minuten doen. Op de ‘terugweg’ gaat het steeds op hetzelfde moment mis: als de bodem weer lager wordt, lukt het me moeilijk de slag vast te houden. Ik concentreer me op dit moment en merk dat het raar is als de bodem dichterbij komt, dat ik dan uit balans raak. Daar zwem ik doorheen en ik blijf kalm. Het voelt als een kleine overwinning wanneer het goed lukt! Ik moet elke keer kijken voor een vrije baan. Ik ga langzamer (maar dan nog haal ik iedereen in) en concentreer me op het uitademen. Dat blijkt de sleutel weer te zijn. En een opsteker is ook om terug te denken aan de eerste keren dat ik hier een baan van 25 meter al onoverkomelijk vond! Ik merk wel dat ik nog moe wordt en ondanks dat ik geniet, is het nog geen routine. Ik hou het nog even bij de armslag en ademhaling, de benen steunen op de pullboy (zo heet een achtje officieel) Ik zou door kunnen naar de snelle banen, maar dit inhalen bevalt me wel: het legt geen enkele druk op me. Na een kwartier ga ik de rugslag doen. Helemaal fantastisch fijn. Ontspannend zelfs. De benen moeten nu meeflipperen. Ik sta wel te tollen als ik even uitrust! Kletsen is niets voor mij deze 3 kwartier. Ik let heel goed op mijn persoonlijke energiebalans. Ik ga een keer in een hele rustige schoolslag op en neer. Ik ga ook nog een keer op en neer met flipperende beentjes, maar dat is zo suf! Toch ben ik net zo snel als de langzame schoolslagsters. En dan de hele borstcrawl. Heel rustig. Ik doe de hele slag echt superkalmpjes en let vooral op het uitademen. Het ritme is heerlijk. Het gaat goed. Mijn benen flipper ik enkel mee om te blijven liggen. Ik leg ze zo hoog mogelijk en vraag me af of dat de truc is. Langzaam houdt in dat ik de armbeweging met een pauze erin maak om onder water te kunnen uitademen. Ik kom nu prima op en neer in het bad. 3 Kwartier is voor mij lang genoeg, maar ik had dit ook nog wel wat langer willen vasthouden. De laatste banen doe ik als de rest uitstapt en ik het gaat echt weer een stukje beter. Ik ben moe, heb geen behoefte aan gepraat en kleed me kalm weer aan. Ik vond het heerlijk.
Motto van de Triathlon Almere

Motto van de Triathlon Almere


Zaterdag was een soort van rustdag. Niet bepaald een triatlon-loze dag, want we keken naar de hitte trotserende helden bij de Challenge Almere. Ik heb nog steeds grote bewondering voor mensen die een triatlon doen. Met tropische temperaturen. De meesten kijken er niet bij alsof het gemakkelijk is. Ik voel met ze mee! We zien de winnaar finishen en enkele teamgenoten op de halve triatlon komen binnen. Wat een helden zijn dat. De slogan is: If You Can Dream It, You Can Do It. Werkelijk?
Zondagochtend ga ik zelf maar weer eens hardlopen. Met C en W gaan we de ATBroute in het Kotterbos doen. Het is bewolkt en ik ben de eerste. Tien uur afspreken was niet in het bos, maar bij C thuis. Ik heb mijn rugzakje al om en wil gaan. Ik heb nog meer te doen vanmiddag! Al lopend begin ik te piekeren. Stap voor stap mijmer ik verder. Ik neem een ommetje om de rest voor te laten gaan. Veel hebben ze niet aan mij deze ochtend; mijn gezelligheid zit stil in mijn hoofd. Mijn hartslag is hoog. Erg hoog. Ik hobbel lekker door in mijn tempo en laat me door geen enkel heuveltje ontmoedigen. Ook natte voeten deren me niet. Mijn gedachten echter wel. Ik loop volkomen neutraal: ik vind het niet bijster leuk, niet vervelend. Ik ga over de brug voor de anderen uit lopen. Dit is echt mijn ‘stukje’ route: dit doe ik het liefst en gemakkelijkste alleen. Hard ga ik niet. Ik schuif maar met mijn gedachten tot het plan zich langzaam ontvouwd. Ik heb een beetje hulp nodig, maar ik voel me al wat lichter. Ik loop nog een rondje erbij en haal de andere twee op het asfalt in. Ik begin een beetje te kletsen. Het volgende stukje is ‘van C’. Daar maakt zij lekker tempo, maar ik blijf iets achter. Het ruikt er naar herfst. Moeten ze tien tellen op mij wachten voor we de brug weer overgaan. Ik ga langzaam wat bewuster aan het lopen en iets meer aan het genieten. Daarmee gaat de hartslag ook weer wat naar beneden en kom ik in de goede zones terecht voor een trailrun die best behoorlijk warm aan het worden is. Het stukje met de hoge heuvels achter de stripheldenbuurt vind ik altijd leuk, dat kun je niet doen zonder aandacht. Weer de brug over en dan heb ik geen zin meer. Ik moet mijn gedachten op een rij zien te krijgen en wel NU en daardoor gaat mijn tempo omhoog. Ik ben alles gewoon zat. Ik neem een ommetje en verbaas me erover dat ik de enige ben die de weg hier echt kent. Dan ga ik met ze mee aan het lopen en we raken aan de praat. Over de triathlon. C wil dat ook nog wel een keer doen. Ze wordt gebeld door haar dochter en we stoppen even. De zon komt er door. Dan komen we op mijn tempo-stuk langs het spoor en ik ga lekker stevig door. Mijn hartslag houdt zich eindelijk uitstekend en ik ben ook kwijt wat me dwarszat. Mijn rentijd zit er op. Ik baal een beetje dat ik mijn trailschoentjes niet aan heb, die hebben iets meer grip op alle modder. We gaan nog door het bos en eindelijk klets ik ook mee. Het zit er alweer bijna op. Het laatste stukje neem ik een sprint en de andere willen wel volgen, maar houden dat net iets minder lang vol. Ik spring snel op de fiets naar huis en dat gaat dan weer volkomen moeiteloos. Alsof ik niet net 14 kilometer door het bos heb gelopen over ongelijke paden. Maar ja, ook niet in een hoog tempo dan. Dat lijkt weer weggeĂ«bd, dat tempo. Thuis wacht de douche en vanmiddag een verjaardag.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Beter, better en de draad weer oppakken

2 Heerlijke trainingen en toen viel ik om

29 augustus: Weer aan het werk na twee weken vakantie en een beetje moe daarvan. Hoe kan het toch dat ik zelfs buikpijn van de zenuwen heb als ik naar een fietstraining moet? Dat ik eventjes teleurgesteld ben als ik zie dat de training echt doorgaat? Mijn fiets fietste zelfs niet lekker op weg naar de groep. Ik ben er onzeker van. En dan mag ik met de langzame groep mee. Veel mensen alsnog. En een andere mevrouw en jongen zonder klikpedalen! Kijk, nu gaat mijn zin met elke trapronde omhoog. Ik fiets naast “Dees” en we gaan aan het kletsen over de F1, waar zij vrijdag ook waren. Wat een ongelooflijk vrolijke kwebbel is dat, die fleurt je hele avond in een oogwenk op. Maar we letten totaal niet op het rondje wat we fietsen en dat betaalt zich uit als we op snelheid het rondje moeten fietsen. Ik volg Dees en we constateren beide dat wij de weg niet weten en niet voorop zouden moeten fietsen! We moeten stoppen voor de bus en rijden verkeerd, waardoor het rondje langer wordt. Ik kom aardig mee en geniet van het fietsen op tempo. Omdat ik dubbel lig van het lachen van binnen. Dan fietsen we verder rond in Poort en we gaan rondjes fietsen. Ik doe mijn uiterste best om rond te fietsen op hun tempo en dat hou ik twee rondes vol. De derde ronde haak ik af en neem de afsnijroute binnendoor. Dat mag. Dan gaan we nog 6 keer die rondjes fietsen en dan als groep en sommigen krijgen een briefje dat ze moeten wegsprinten. Ik snap er helemaal geen hout van en krijg geen briefje. Ik ga meefietsen en hou het redelijk bij, maar niet helemaal. Ik geniet overigens wel van dit clubje: na een hele zomer achter de allersnelsten aanfietsen, is dit een verademing. De moeder van C is de langzaamste op haar gloedjenieuwe fiets. We stoppen na 3 ronden omdat we iets niet goed doen. Nog een keer proberen en ik blijf in de groep meerauschen. Het is inderdaad gemakkelijker. Ik wil klikpedalen: kijken of die echt het verschil maken. Dees is zo schattig om te zeggen dat ik inmiddels echt wel lekker meefiets. We gaan alweer terugfietsen en stom genoeg vind ik het vreselijk jammer. Ik kom langs een meneer te fietsen met kramp in 4 tenen en pijn in zijn voet. Die heeft de vierdaagse gelopen. En triatlons gedaan. Die stopt nu echt niet voor een “beetje” kramp! Het zijn giganten en hij lacht zich kapot om mijn verhaal van ons trouwen. En dan is de training weer voorbij. We staan nog heel lang te kletsen met Dees en haar vader, die echt mee gaan lopen in Spa volgend jaar. Ik ben enorm opgekikkerd. Buikpijn was voor niks. Energie gratis aangevuld.
30 augustus: Geen zin in rennen. Nergens zin meer in. Rotdag op het werk heeft alle energie opgezogen. Zelfs niks-doen is niet leuk. Niks is leuk vandaag. Morgen zien we wel weer verder.
31 augustus: En dan is het schema om zeep. Zo voelde het. Er stond vandaag zwemmen op het programma, maar ik wil werken en mezelf bewijzen en het liefst wil ik zwemmen en weer blij worden, maar zwemmen kan eigenlijk nog net niet. Ik heb ook slecht geslapen en dan zou zwemmen wel eens iets te vermoeiend kunnen zijn. Ik zit maar wat te werken en te dubben wat ik ga doen. Ga ik toch zwemmen? Of lopen? Of allebei niet en gewoon doorwerken? Of ga ik allebei wel doen. Wetend dat zwemmen eigenlijk nauwelijks een optie is, word ik nog ongeduriger. Om 4 uur besluit ik niet te gaan zwemmen. Wat niet maakt dat ik meer zin in wat-dan-ook heb. Een uur na het eten, om half 8 doe ik snel de renspullen aan. Ik zit nog even, maar dan moet ik toch echt gaan, wil ik voor het donker thuis zijn. Route geen idee, ik heb stom overgetikt wat er op het schema staat: 5 minuten zone 1, 8 minuten zone 2 en dan 2 minuten zone 3. En dat vier keer. Laat ik maar niet te ver weg gaan, dan kan ik snel naar huis. Ik piel met het horloge om het geluid aan te zetten en ga richting de Evenaar. Zomaar. Zone 1 voelt al aan als dikke traagheid. Dadelijk mag ik naar zone 2, acht heerlijke minuten lang. Er loopt een man voor me met zijn vrouw op de fiets ernaast. Ik ga bijna ten onder aan ambitie om ze in te halen. Daarom volg ik ze, omdat ik toch geen andere route of doel heb. Gniffel-gniffel. Ik haal ze niet in, maar ik zie wel een oude bekende van wie ik nooit had gedacht dat ze ooit zou gaan hardlopen! Ik zit inmiddels in zone 3 en ga flink door, maar ik wil wel omkeren om haar te zeggen hoe goed ze bezig is. Doe ik niet, ik moet nog iemand inhalen… Helaas, ik val terug naar hobbelzone 1, dus het gaat me niet lukken. Ik constateer dat de watten aan het oplossen zijn. Ik geniet van de prachtig gekleurde lucht en al die pokemon-vangers. Van het meisje op de racefiets zonder bel die twee hardlopers wil inhalen. Ik denk terug aan het gesprekje met de triatlete op het schoolplein vanmiddag. Ik krijg een SMSje van de andere baas, wat beter nieuws is naar ik hoop. Ik schakel heerlijk over naar zone 2 en loop langzaam zone genieten in daar langs de Vaart. Het moment om over de route te gaan denken. Het bos lokt. Lukt dat qua afstand? Zal ik echt onverhard gaan lopen? De vragen waren niet langer onzeker, ik was niet langer wattig en boos, maar ik klaarde op bij de ondergaande zon. Ik voelde langzaam aan dat het ongenoegen weg spoelde en ik begon weer te denken: aan zwemmen in de vaart, aan de tempo’s die me gemakkelijk af gingen, aan die grappige Pokemonjaagsters die ik inhaalde, aan dat prachtige licht, over wat ik de baas moet antwoorden. Ik was inderdaad wel even verbaasd hoe dat nu toch komt dat het lopen je uit een depressie kan trekken, maar toen alweer afgeleid door de prachtige wolken. Ik besloot het natuurpad te nemen. Toen ik “mijn” favoriete bospad voorbij liep, dacht ik alleen maar: waarom-waarom-waarom…. Waarom heuveltjes, omlopen, onverhard. Tot ik het poortje achter me hoorde dichtvallen, ik het geknerp onder mijn schoenen hoorde en ik heuvel op mocht. Ik lachte. Hardop. Stik maar met je gedoe op het werk. Ik hoor krekels en kikkers. Een eend in het water. Het schitterende licht. De rust. Het ruisen van het riet. De panoramafoto’s mislukken en ik ga te zacht als ik stilsta, maar het kan me geen ruk schelen. De waaroms zijn weg, de twijfel is weg en ik voel me een stuk beter. De zon gaat onder en ik duik het bos in. Anders is het te ver om. Jawel hoor, onverhard smal pad en zone 3. Waarom ook niet?! Als iemand vanmiddag had gezegd: ga je lekker uitleven in het bos in zone 3 over te smalle paden, was ik ingestort. Nu was het precies wat ik nodig had: snelheid, behendigheid en een beetje lef. Zone 1 stond ik weer op het fietspad. Ik hobbelde nog een bospad terug en in mijn koppie was ruimte voor het antwoord aan de baas, mijn eigenwaarde en een heldere kijk op de zaken. Nog een keer op hoge snelheid over het brede onverharde pad. Ha! Ik loop er gewoon lekker van te genieten. De brug op laat ik zone 2 wat hoger zijn als compensatie voor het stilstaan daarstraks. Ik word omringd door krekels. Het ruikt naar een zomeravond. Vochtig en bloemrijk. Ik zie de drone en ga over het skeelerpad. Ik heb last van spieren die ik nog niet kende: een combinatie van fietsen en stress? Het is niet ernstig. Ik geef nog een keer alles in zone 3 en had net tot het bruggetje willen komen, maar dat lukt niet binnen het uur. Ik hobbel naar huis in een fijn eigen tempo en precies voor de deur kan ik nog tien kilometer bijschrijven in augustus op de loopkalender. Toch weer 140 kilometer gerend. En bijna drie keer zoveel gefietst. En gezwommen. Waarom dacht ik vanmiddag ook alweer dat ik niks kon? Als ik uit de douche stap, verbaas ik me er nog over dat een rondje hardlopen zulk een goed medicijn kan zijn.
1 september, 2 september: Ik slaap. Op donderdag 1 september kruip ik doodmoe terug in bed en ik slaap verder en verder. Ik ben twee keer wakker en sta pas tegen half 6 op. Geen koorts, geen extreme pijn ergens, maar ik en moe-moe-moe en moe. Ook de hele nacht slaap ik moeiteloos verder. Vrijdag werk ik een uurtje om daarna weer voor langere tijd op de bank in slaap te liggen. Ik wil morgen wel zwemmen, maar ik vraag me af of dat verstandig is. Voor de trainer hĂ©t bewijs dat het niet verstandig is! Daar leg ik me – letterlijk- maar weer bij neer. Het stukje naar school fietsen is een wereldopgave en bij de keyboardles hou ik met moeite mijn ogen open. Vroeg naar bed is geen enkel probleem!
3 september: Ohja! Ik ben op en ik scharrel rond. Ik maak me zorgen of ik overspannen ben, want de mails van het werk brengen me keer op keer uit evenwicht. Of misschien ben ik overtraind? Dat zou ook raar zijn, want ik bouw het niet te snel op ofzo. Misschien heb ik een ijzertekort: daar lijkt het op. Tijdens Vincents zwemles (hij wel 😐 ) lopen we door de stad en daar ben ik extreem moe van, vallen mijn ogen dicht in de auto op weg naar huis. Ik snap het gewoon niet: een paar dagen geleden liep ik nog heerlijk en nu lukt NIKS me meer. Ik word moe van de winkel, van opstaan, van de wasmachine aanzetten!
4 september: Vandaag een stukje fietsen mag van de trainer. Maar ik kan het gewoon nog niet. Ik ben nog draaierig, ik ben nog moe en ik kan weinig onthouden. De hele dag ben ik wakker, ik klets met het bezoek (maar moet soms drie keer iets vragen) en ik drink veel ferro-ranja. Ik ben bang dat ik me aanstel, maar ik blijf me zo ontzettend moe voelen! Het fietsen lukt ook niet omdat het zoveel regent vandaag, maar ik weet dat het de werkelijke reden niet is. Zat ik vorige week nog boordevol energie, nu is het nergens meer te vinden en daar baal ik van. En nu ga ik weer slapen (het is 9 uur ‘s avonds).

Categories: Uncategorized | Comments Off on 2 Heerlijke trainingen en toen viel ik om