Fietsweek Plus

maandag 1 augustus: Ik voelde me de hele dag niet lekker. Dat heb je soms zo. Buikpijn, hoofdpijn, suffig. En toen kwamen de op zondagavond bestelde klik-pedalen binnen. Ik durfde niet naar de TVA training. Daar voelde ik me niet goed genoeg voor (hoe je dat ook leest). Dus ging ik samen met Rob en Vincent de pedaaltjes uitproberen. Ik vond het eng. Bang om te vallen he. Langs de Oostvaardersplassen natuurlijk en fietsen met schoenen die aan je fiets vast geklikt zitten is een eitje! Het gaat gewoon nog net iets gemakkelijker. Je gebruikt nog een groepje extra spieren en ik floot er gewoon langs. Nu was ik natuurlijk extra alert op de klikkers bij het afstappen en ging het goed. Ik kreeg ze mee langs de dijk. Bij het gemaal deden we een fotostopje en toen wilde ik afstappen, stoppen, iets aan Rob vragen en daarbij ‘vergat’ ik 1 voet los te wrikken. En dan zit je dus aan je fiets vast… Gelukkig stond Rob er al en viel ik tegen hem aan en toen was ik al los. Geen schade. Langs het sluisje. Die schoenen lopen zo onhandig! Ik nam met Vincent het schelpenpad, Rob het bos. Het ging bijna mis en Vincent miste mij op een haar na toen ik remde. We fietsten weer richting huis, of beter: richting de IJspressi. Ik vloog vast vooruit om op het stoplichtknopje te drukken. Dat zijn net de dingen die gemakkelijker gaan. Rob stak hier en daar nog wat af door het bos en toen reden we door naar het welverdiende ijsje! Helaas: de hoofdpijn wist van weinig wijken en de stoel zat daarna ook nog heerlijk.
Dinsdag 2 augustus: Hardlopen Die arme Manuel moest weer ‘s mee op een -voor hem- wandelrondje. Ik noem het zone 1. Onverhard. We moesten Manuels schoenen toch testen! Die van mij werden een beetje nat in de miezer en van het natte gras en toen maakten ze leuke geluiden. Ik vond het moeilijk binnen zone 1 te blijven. Vooral tegelijk met praten. We gingen gewoon langs de oostvaardersplassen, gewoon door het kotterbos, gewoon over de natuurbrug waar ik soms ietsje harder mocht. Het werd langzaam aan donker en dat was wel gaaf. Ondanks de miezerigheid was het te warm voor mijn regenjasje. De lampjes voor de paal op het fietspad gingen aan. Die werken op zonne-energie. Dat was leuk. We kwamen niemand tegen. Jammer voor Manuel dat het zo sloompjes ging, maar ik kon het net als hij prima aan. Ik denk dat als ik het nog 1 keer zeg dat ie dan pissig wordt, die arme Manuel die zo langzaam mee moet hobbelen voor anderhalf uur, waarbij blessures nog niet eens de kans krijgen uit te groeien. Na 12 kilometer zat de dribbel er op voor Manuel en ik had er gewoon genoeg van en heb het op een wandelen gezet. Zelfs voor mijn doen. Op zo’n druilerige zomeravond is het om tien uur alweer donker.
3 augustus: Zwemmen werd fietsen Ik zou naar de zwemles, maar ik had (1) een dubbele afspraak en (2) zwemmen ging eigenlijk niet lukken op deze dag, dus na een middagje doorwerken werd het fietsen. Even oefenen met de klikpedalen en kijken of het echt iets helpt en hoe het voelt. Rondje Oostvaardersplassen moet lukken. 5 Kilometer langzaam infietsen en dan wind mee op de dijk. Wind mee, klikpedalen… Dat werd m! Ik ging hard. Heel hard en heel soepel. Ik vond de klimpedalen gewoon heerlijk! Je hebt net meer kracht. Ik ging gewoon 40 kilometer per uur. En wat?! Toen werd ik i n g e h a a l d . Door twee heren die lekker samen stayerden. Oké, ik speelde ook vals met mijn muziek aan! En later door nog een kerel zeg. Maar ik genoot van het rondje en ik maakte zelfs een foto. Toen was één van de mannen afgehaakt. Ik ging de knardijk op en dat was echt eng! De wind kwam van de zijkant en ik werd van mijn fiets geblazen. Ik ging door het bos. Allemaal bochten. Ik zag op tegen wind-tegen. Het was erg mooi buiten met de ondergaande zon. Er vloog een stukje een roofvogel naast me mee. In een uur fietste ik iets van 27 km. Ik was verbaasd. Wind tegen viel mee. Ik vind het ook wel weer leuk, lekker beuken. Het tempo ligt wel lager dan zeg. Mijn voeten waren wat stijfjes van al dat stilhouden en vastzitten. Doorgaan! Ik kwam uiteindelijk in het Kotterbos uit en ik wil straks de 40km in anderhalf uur voltooien. Nog even dooroefenen! Nu liet ik het tempo wat vieren en maakte de 35 km vol. Rustig fietste ik naar huis, blij met de klikpedalen. Het afstappen viel ook mee.
Donderdag 4 augustus: hardlooptraining Een klein groepje was het, heel klein eigenlijk, mannetje of tien, vrouwtje of 3. Vakantie he. JC stond voor deze selectie, waarbij ik zeker weet dat ik achteraan hoor. Inlopen. Lantaarnpalen tellen: 3 op tempo heen, 1 langzaam terug en dat een keer of 6. Ik kom als laatste aan. Ik merk dat ik meer moeite heb met lopen na een zware werkdag. Good to know. Op de baan een paar loopscholingsoefeningen die triatleten veel te snel afraffelen. En toen beloofde JC het simpel te houden: eerst 1 rondje, dan 2, dan 3, dan 4 en tot slot 5. Tot zover simpel! Na de ‘stint’ 15 seconden stilstaan per ronde, dus eerst 15 seconden, dan 30, dan 45 enzovoorts. En alles op hetzelfde tempo, 90% van je tien kilometer tempo. Simpel he…. Ik liep met een meneer mee die 6 weken geleden 5 ribben heeft gebroken bij een val van zijn fiets en die nog wat conditie miste. We liepen te praten. Ik liet hem praten! Dat ging 3 stints prima, al vond ik mijn tempo wat hoog liggen. De meneer zwakte wat af en ik ging alleen verder. Ook wel prettig. Maar na 3 van de 5 rondes in de laatste stint was ik er wel klaar mee. Ik had ouderwetse steken en ik wilde niet afzwakken. Heel langzaam haalde ik nog een knul in. Ik trapte maar door en door. Ik moest en zou die vijf rondes doen ook! Ik was de op 1 na laatste. We gingen uitlopen. Toch bijna 9,5 kilometer gelopen in 63 minuten, inclusief stilstaan! Ik vergeet heel snel hoe hoog de hartslag was in de laatste ronde en hoe zwaar ik het had. De hartslag ligt snel onder de 100 en ik heb lekker gelopen en afgezien.
Vrijdag 5 augustus: Fietsen met Vincent (en Murphy – die van de wet van…..) Ik heb er maar een aparte blog aan gewijd, want dat zijn die 100 kilometer zeker waard! Zie Onze Fietstocht.
Zaterdag 6 augustus: Geen spierpijn. Vermoeidheid. Geen zadelpijn. Verbrand in mijn snoet. Geen klachten verder. Ik heb mijn fiets helemaal schoongemaakt samen met Rob. Ik ging tijdens de zwemles van de jeugd in het pierebad oefenen. Ik vond het moeilijk. De slag in de armen heb ik nu wel te pakken en ik moet nog verder oefenen met recht liggen en flipperen, maar adem halen is nog een enorm karwei! En dan zie ik de andere dat zo moeiteloos doen. Heel soms lukt het een stukje. Ik wil te veel lijkt het wel. Het pierebad is iets te kort nu om echt door te oefenen. Tijdens de eerste tien minuten van de grote-mensen les ga ik het diepe bad in en dat is zo anders! Zo eng! Zolang ik kan staan, lukt het net, maar daarna is de baan oneindig en is ademen nog lastiger! Ik red het 1 baan goed te doen en dan ben ik kapot en doodmoe. Ik moet mijn hoofd alleen opzij doen om adem te halen. De kracht moet in mijn armen zitten en die moet oneindig zijn. Na het inzwemmen laat ik de mannen hun eigen langzame baan en ben ik een beetje wanhopig. Zou ik het ooit leren? Ik weet niet goed hoe ik het verder moet doen. Ik moet een tijd alleen gaan oefenen. Maar ik weet niet precies hoe. ‘s Avonds wil, moet en mag ik nog even mijn schoenen, gereviseerde fiets proberen. Ik scheur pas na half 9 weg. Ik moet en zal ‘even’ naar de sluizen. Ik zie twee andere wielrenners, een paar vissers, vier auto’s, een hert en veel konijnen. Ik ga hard. Lange stukken keihard. De sluis fiets ik voorzichtig over. Ik ga terug over de Knaldijk. Ietsje minder hard misschien, maar nog altijd boven de 25 km per uur. Dit is leuk, het is net vliegen. Het wordt donker en ik vraag me af wat ik mezelf toch wil bewijzen. Overigens heb ik nog steeds geen zadelpijn, geen spierpijn.
Zondag 7 augustus: Hardlopen Eigenlijk wilde ik blijven liggen in bed. Dus ik had een beetje de pest in toen Manuel me kwam ophalen. We gingen naar de Kemphaan om onverhard te lopen. Ik moest voor 7 kwartier, maar ik stelde mijn horloge in op anderhalf uur. Eerst vertelde Manuel van zijn 30kilometerloop’je’. We liepen zonder route gewoon lekker onverhard. Mijn horloge piepte lekker toch niet, want het geluid staat uit. Ik hield keurig zone 2 aan. We zwierven lekker en ik ging Manuel vertellen van onze fietstocht. Arme Manuel: had ik deze keer geen medelijden met hem omdat hij langzaam moest, maar omdat hij naar heel veel geleuter moest luisteren! Ik had er weer meer last van dan Manuel. We liepen een hele tijd over het ruiterpad en het mulle zand. Best zwaar, maar ik kwekte de tijd wel om hoor. Ik had de nieuwe rugzak mee om te testen. Hij zat prima, het is fijn dat alles goed bij de hand is en het drinken ging ook behoorlijk goed. Alleen het buisje zit wat in de weg. We gingen kriskras de Kemphaan over. Dat was wel leuk en heel wisselend zwaar! Door mijn eindeloze geleuter was Manuel het spoor even bijster, maar ik gelukkig nog net niet. Ik heb geen idee hoe hard we liepen ofzo. Het was best warm. Op een gegeven moment had ik er gewoon een beetje genoeg van. Ik vond het wel prima, alles ging goed. Langzaam, maar goed. Al heb ik geen idee hoe ik volgende week het driedubbele moet lopen mét heuveltjes! Maar ja, dat gaan we meemaken. Na 1 uur en 33 minuten waren we rond. 13 Kilometer. Ik had er trek van, was eventjes moe en bezweet en dat was het dan. Dankjewel Manuel voor het meelopen en luisteren!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fietsweek Plus

Met Vincent (volgens de Wet van Murphy) naar Veldhoven fietsen.

Route op de telefoon, de Garmin fietscomputer, papiertjes aan Vincents stuur en in mijn tasje. We vertrokken in Zeist, waar Rob ons met de auto mee naar toe genomen had, voor de 100 of 110 kilometer naar Veldhoven. Het weer zag er goed uit en we gingen op zoek naar punt 82. Rustig aan. We hadden de tijd. Ik had snoepjes bij me, pasjes, geld en regenjasjes. We hobbelden Zeist door en kwamen langs weides en stiltegebieden. Langs mooie kastelen en over wegen met prachtige bomen. We kwamen door Houten (en vroegen ons af of de dorpen Papieren en Metalen ook bestonden) en Werkhoven, waar het stil was alsof iedereen werkte. We fluisterden in het stiltegebied en maakten moppen over de moppen. We telden koeien, wezen elkaar op paarden en het ging lekker. Tot net buiten Werkhoven. We haalden 2 mensen in en ik riep ‘naar rechts’, maar dat hoorde Vincent achter me niet en die ging rechtdoor. BOTSING!!!! En Vincent schoof over het asfalt. Zijn knie flink geschaafd. De mensen wilden al helpen, er kwam iemand uit het huis, maar ik had pleisters en zakdoeken bij me. Dikke tranen en veel bloed. Ik spoelde de wond uit. Verder leek er niks te zijn. Grote pleister erop. We zouden naar het volgende dorp en het pontje fietsen en daar jodium halen en als het niet ging, ons op laten halen. Fietsen lukte. Langzaam- maar fietsen ging goed. We gingen de Lek over. Er dreigde regen, maar die dans ontsprongen we net. Het was wel erg nat overal, maar wij waren echt precies droog gebleven. Het pontje vonden we wat eng, zeker toen er ook een vrachtwagen bij kwam staan! Lopen ging Vincent moeilijk af met zijn knie. De pleisterplaats was qua terras te nat om te blijven, dus we reden Beusichem in. Daar gingen we bij de snackbar zitten en namen iets te drinken. Vincent had pijn aan zijn knie. Veel pijn. Steken. In zijn knie. Maar er was niks dik. Behalve de tranen. Ik ging naar de supermarkt, maar de jodium, betadine én wondzalf waren allemaal op! Argh. Ik probeerde Vincent moed in te praten en Rob deed mee op de telefoon, om verder te gaan, maar Vincent had pijn en wilde naar huis. Ik dacht echt: hij krijgt er spijt van, volgende keer durft hij helemaal niet meer. Maar aan de andere kant: als er echt iets stuk is in zijn knie, dan is doorfietsen onverstandig. De knie werd niet dik en de schaafzalf-pleister deed even veel pijn, maar meer niet. We zaten lang te soebatten en ik moest terug naar de winkel voor afdekgaas voor de wond en tape. Na anderhalf uur dwong ik Vincent tot een soort compromis dat we door zouden fietsen naar Geldermalsen en als het daar niet lukte, zouden we de trein nemen. We stapten op en Vincent hield de felgele regenjas aan tegen de kou. Al snel reden we Beusichem uit en het ging goed. WE GAAN ERVOOR, schreeuwde Vincent uit. Nu gaan we ook doorfietsen ook!! zei hij keer op keer. Ik wist het wel…. Maar ik was ook stil van trots op deze kleine doorzetter met een pleister over zijn hele knie. Ik kon hem niet goed uitleggen dat ik niet boos keek, maar dat het een mengeling was van trots, van ik-wist-het-wel en van medelijden. Ik had zijn pijn graag overgenomen, die deed mij ook zeer. Ik zei hem voor een achterop komende wielrenner aan de kant te gaan, maar deze wielrenner sprak de kleine gele vogel aan over zijn pleister: “Ben je gevallen kerel?” Nou toen wilde Vincent wel even stoer doen en melden dat hij ging doorfietsen ook! Deze meneer wist waar hij het over had, want hij was zelf zo vaak gevallen. En dat het goed kwam, beloofde hij Vincent ook. Hij fietste met ons mee voor een stuk en vertelde dat hij zelf jarenlang professioneel had gefietst. Toen ging hij naast Vincent fietsen en gaf hem drie fietstips: hoe hij zijn voeten neer moest zetten op de pedalen, hoe hij zijn knieën moest houden (bijna tegen de stang aan) en welke versnelling hij moest nemen om zijn knieën niet stuk te rijden. “Ga maar een versnelling lager zitten”, zei de meneer en dat deed Vincent. “Nu kun je langer en sneller”, beloofde de man en toen moesten wij naar links en hij rechtdoor. Maar Vincent wilde deze meneer nog vragen waarom hij geen helm op had. De meneer antwoordde dat hij zichzelf en zijn fiets zo goed kende dat hij geen veiligheid meer nodig had. Hij had zelfs geen handschoenen! Hij kende de triatlon, want zijn broer was triatleet en had Ironman gedaan en Almere ook. “Hawaii?!” vroeg Vincent. “Is er een andere?” antwoordde de man. “Dat wil ik ook doen!” zei Vincent. “Dan moet je veel eten” verzekerde de man hem. In dat kwartiertje heeft de triatleet-to-be meer geleerd dan in een heel jaar! Het is ongelooflijk hoe zo’n kleine ontmoeting zoveel kan betekenen. Vincent luisterde en bleef in de lagere versnellingen rondtrappen. Of het kwam dat we wind mee hadden, omdat de jongen geïnspireerd was geraakt of vanwege een paar simpele tips: het tempo lag hoog en moeiteloos. De knie leek vergeten. Ware het niet dat de pleisters los lieten. We stopten nog een keer om de jas uit te doen en de pleister vast te plakken. In Geldermalsen bewonderde Vincent vanaf zijn fiets de electronica-winkel. Ik moest onthouden waar die was, hij onthield wat er voor mooie spullen in de etalage stonden! Toen kreeg ik het zwaar. Ik had trek en werd ongedurig en lastig. Dat vertelde ik Vincent ook. We reden richting de M die we zagen vanaf het moment dat we de A15 overstaken. Gave oversteek was dat: auto’s, een goederenspoor en het lege land weer in! De M liet lang op zich wachten en Waardenburg ook. Bij de McDonalds wilde Vincent een grote friet en ik een wrap. Inmiddels was de zon doorgebroken en nu nam de wind ook af. Ik heb stukken voor Vincent uit gefietst om de wind tegen te houden. Dat kon hij goed aangeven en dan probeerde ik het tempo vast te houden. Naast de grote friet at meneertje ook een deel van mijn patatjes op. Ik denk toch niet dat de meneer dát bedoelde met veel eten, maar goed… Vincent zag Corvettes, dus zijn dag was ook goed. De pleisters gingen er af en de wond zag er al ietsje beter uit. Het werd niet dik
ker. We waren pas op de helft en het was inmiddels al twee uur. Maar we gingen door! Ik zag nogal op tegen de grote brug samen met de A2 waar we over moesten: de Martinus Nijhof-brug. Het viel mee, het fietspad was breed, het uitzicht geweldig, maar stoppen durfde ik niet aan. Toen we de brug af reden voelde ik het gelijk: lekke band. Onder aan de brug stopten we en was mijn achterband lek. Nu moesten we voor mij stoppen. Ik wilde het graag zelf proberen om de band te vervangen. Ik vond het spannend en bleef Rob SMSen. Het ging redelijk goed, maar ik werd er wel smerig van. De band er af halen is een lastig werkje. Nieuwe binnenband er op en dan met het patroon proberen op te blazen. Nog nooit eerder gedaan! Dat was even wat irritatie toen het niet meteen lukte, maar uiteindelijk dan toch wel. En toen hoorden we PANG en liep alle lucht weer weg. Het ventiel was niet goed meer. Dan maar lopend naar de fietsenmaker in Zaltbommel, die gelukkig in de buurt zat. Ik zag onze tocht toch nog voortijdig eindigen… Maar de fietsenmaker zat er, had tijd, had een band en het was zo gepiept en nog niet duur ook! (onbetaalbaar) We liepen de boulevard op en dat was geweldig, maar toen stokte mijn Garmin horloge. Panic! Nog meer als de lekke band. Maar ook de Garmin kregen we weer aan de praat en we gingen maar weer verder. Ik raakte de tijd een beetje kwijt. Zaltbommel is best mooi. Het ging hartstikke goed met de papieren route: Vincent riep de nummers van de fietsknooppunten en ik zag voor mij het routestreepje, dus het ging uitstekend. 1 Keer reden we wat om, maar toen leidde ik ons weer terug naar de route. De nummers waren onlogisch. De papiertjes waren niet stevig genoeg, maar de tape bood uitkomst. Never leave home without….. plakband! We gingen de Maas over over een kleinere parallelbrug waar koeien pootje baden en toen gingen we Den Bosch in. We reden langer door de natuur als ik dacht, maar opeens werd het dan ook stads. Toen we het spoor overstaken, begonnen de bellen te rinkelen: Vincent schoot me toch weg! Het stonk in de oude wijk. We wilden een terrasje pakken in Den Bosch, maar er was een soort festival en het was ontzettend druk en onoverzichtelijk. We fietsen Den Bosch uit en gingen daarna ergens op een bank zitten om uit te rusten. Het was al 5 uur geweest. Rob zou ons tegemoet rijden en we spraken af bij de McDonalds in Best. Nog zeker anderhalf uur fietsen. We waren wel een beetje moe. Mama wilde graag dat we naar Veldhoven kwamen en dat waren we ook van plan, al zou het laat worden. We gingen weer door en toen ben ik ergens de weg kwijtgeraakt. De route voor mijn neus was leeg. Mijn telefoon kwam ook nauwelijks bijgeladen tijdens de korte rust en het horloge piepte ook al een keer dat de batterij het bijna opgaf. Gelukkig blijken tape en papier standvastig! Vincent riep de bingonummers en alles was perfect aangegeven. Het was erg mooi onder Den Bosch, maar doodstil. We kwamen over onverharde paden en dat is lastig op een racefiets. Extra zwaar. En dat terwijl we natuurlijk al moe werden. En die rust zo rond etenstijd hielp nu niet mee. En dat ik het spoor bijster was ook niet. We lachten nog wel hoor! Om de ongeneerde boer die Vincent liet; maar goed dat er niemand was. Wat een megaboer was dat zeg uit dat kleine lijffie wat maar door- en doortrapte op 25 kilometer per uur. Om de mooie brug en de domme Dommel. Om de paarden met zebradekens lachten we en het feit dat mama geen moppen kent. We zochten een villa uit in Sint Michielsgestel. Maar een ijskraam passeerden we niet. Er waren steeds meer onverharde paden. We fietsen een stukje langs de A2 en even wist ik ons te plaatsen. Ik dacht dat we aan de andere kant van de A2 bij Boxtel zaten! Niet dus. We kwamen bij Liempde en bij punt 52 hadden we het zo’n beetje gehad. Aan de ene kant wilden we zo snel mogelijk verder, aan de andere kant wilden we stoppen en er zijn. We stopten, wisselden de papiertjes om en belden Rob en SMSten (o)ma. Ik zag weer  een onverhard pad, maar dit stukje had ik op de kaart bestudeerd en ik wist waar de supermarkt was. Daar leidde ik Vincent heen. Ondanks dat oma ons lekker eten zou geven en dat we op weg waren naar de Mac voelde ik dat we NU iets substantieels moesten eten. Ik haalde ons ieder een hard broodje, iets te drinken en water voor in de bidons, want die waren -net als de apparaten- ook leeg. Het ging er zo in! Door naar punt 56, dan 57, daarna 36 en dan 19. Dat ik zelf moe was, merkte ik aan het feit dat ik die nummers nog maar per twee kon onthouden en niet per 4 zoals eerder op de dag. Nog een paar onverharde paden en we zagen de A2 alweer liggen. Punt 19 en daarna punt 70, waar de Mac was. Toen zei Vincent: Ik denk dat nu mijn band lek is. Ik wist 1 ding meteen zeker: die gaan we niet meer vervangen. Vincent voorband was zo plat als een dubbeltje en op punt 19 op de kruising van de Broekdijk en de Koppelstraat belde ik Rob. Die was slechts een paar minuten van ons vandaan met de auto zonder navigatie, maar hij kwam ons halen. Vincents tellertje stond op 99,4 kilometer. Zijn metertje zit in zijn wiel en hoeft niet opgeladen te worden, dus ook de wandeling in Zaltbommel telde mee. We liepen het kruispunt in alle vier de richtingen op en neer tot de teller op honderd kilometer stond. Even later haalde Rob ons op. Over die honderd kilometer hadden we 5 uur en 15 minuten gefietst. We waren echter wel bijna tien uur onderweg geweest. Ik twijfelde even of ik zelf door zou fietsen, maar dat zou gedoe worden, dus
onze fietstocht hield op. Door alle pech die met ons mee ging, zouden we kunnen zeggen dat we het niet hebben gehaald. Maar we reden door naar Veldhoven om oma’s boontjes en frikandellen helemaal op te eten! En te vertellen van onze avonturen. Ik voelde me best vies en smerig, maar ik vond het ook een hele belevenis. We hebben ons geen moment verveeld! En Vincent weet nog niet of hij het allemaal leuk vond, maar later zal hij hierop terugkijken als een prachtig avontuur waarin hij heeft doorgezet, niet opgegeven en heel veel pech overwonnen heeft. 10 Jaar en dan 100 kilometer fietsen! En laat naar bed. De volgende morgen zonder spierpijn weer op met een knie die nog steeds goed beweegt en zadelpijn hebben we ook niet. We vervingen Vincents band en raad ‘s: de reserveband was ook lek! Dus die pech hebben we mooi vermeden! En nat zijn we ook niet geworden. Het was een prachtige tocht. Waarin we hebben aangetoond dat je uren lol kunt hebben van drie moppen. “Er stonden twee koeien in de wei” “nee, Vincent: dat zijn er veel meer!” Die mop zijn we wel veertig keer begonnen! En ik ken geen mop, dus we vertelden elke keer dezelfde mop. Zo gezellig is het de hele tijd geweest.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Met Vincent (volgens de Wet van Murphy) naar Veldhoven fietsen.

Trainingsdagen, saampjes onverhard en wel of geen zwemles.

Eens in de vier weken krijg ik een nieuw schema. En dat is de laatste tijd toch elke keer eventjes ‘schrikken’. Na anderhalf jaar schema’s van Merijn was ik gewend aan 3 tot 6 uur hardlopen en daar zijn ook wat fietsuurtjes bijgekomen vanaf juni. Sinds een paar weken blijft het daar niet bij en zijn de uren aardig opgehoogd. Was het vorige keer al schrikken dat er 7 of 8 uur bij de totalen stond, nu staat er 9 uur, 12 uur, 8,5 uur en dan een rustweek met ‘maar’ 5 uur sporten. En ik ga nergens voor! De trainingsuren voor een triathlon zijn drie keer zo hoog per week. De loopuren zijn in verband met de trail half augustus nog niet echt verminderd. Dan valt mijn oog op augustus en de eerste 11 dagen van augustus staat er dagelijks een sportactiviteit op het programma. Maandag TVA-fietstraining, dinsdag zelf hardlopen, woensdag heb ik een extra zwemtraining aangevraagd (ook bij de TVA), donderdag TVA-hardlooptraining, vrijdag de lange duurloop, zaterdag TVA-zwemmen en zelf een duurrit fietsen en zondag is de rustdag. En soms wisselt er wat; dat het fietsen naar de zondag gaat en dan is er elke dag iets. Je zou er spontaan spierpijn in je voet of kuiten van krijgen, ware het niet dat die opspelende blessure door de verschillende sporten juist sneller afneemt! Dit zijn natuurlijk 3 verschillende sporten en mijn trainer weet als geen ander wat hij doet, maar als je zo op het eerste oog kijkt, dan is het elke keer toch even slikken. Ik heb er het volle vertrouwen in en wie weet went het! Dat ik er sterker van word, merk ik al en dat ik het leuk vind weet ik zeker. Ik krijg er echter ook veel meer honger van! Ik lijk soms onverzadigbaar. Kom maar op met al dat bewegen!

Zoek de zijdes

Zoek de Zijdes


Maandag 25 juli Fietstraining: Snel de fietsen op de auto! Rob gaat mountainbiken en ik ben om 1 minuut voor 7 bij de fietstraining. We gaan achter JC aan. Ik kom nooit in deze buurt, leuk hoor. Ik klets wat met AS en rij zelfs een beetje vooraan. Dan gaan we ‘het-rondje-van-de-tijdrit’ rijden. De snellen 4 keer, en ik hoeft maar drie keer. (geen idee wie nog meer langzaam zijn). 2 Zijdes hard, 1 zijde zacht. Ik vind dat al moeilijk, want een vierkant heeft 4 zijden; hoe lastig moet dat voor triatleten zijn? Dat blijkt al gauw: ze gaan gewoon alles hard. Ik ga maar twee zijden op mijn ‘hard’, maar de zijdes zijn me totaal onduidelijk. Haal ik iemand in de snelle zijde in, maar zijn derde zijde gaat later in ofzo? Het zal me wat. Ik ga op mijn eigen snelle tempo 2 zijdes hard en 1 zijde zacht, van dit vierkantje, wat niet vierkant is. Ook al ben ik de laatste! Ik doe ook mijn best. Misschien wel het meest van allemaal. In het derde rondje verwacht ik al ingehaald te worden, maar dan loopt mijn ketting eraf en vast. Ik heb het zo weer gemaakt, maar ik word al heel snel ingehaald in deze ronde. Omdat ik zelf de zijdes ook vaag blijf vinden, ga ik drie zijdes hard en een klein stukje wat minder hard. We moeten wachten op twee mannen die niet al te snel waren en toch vier rondes deden. Ik moet nog veel leren van dat fietsen, maar ik ga wel degelijk harder als in het begin. Ik ga heus vooruit. Achteraan. Op de terugweg spreekt een vriendelijk veelbelovend jeugdtalent me aan. Ze is prachtig bruin. Nu fiets ik achterop, want van 0 naar 18 kilometer per uur blijft een opgave voor me zonder klik-pedalen. Toch voel ik me geen moment on-welkom. Rob heeft ook lekker gefietst. Fietsen weer op de auto en lekker naar de douche.
Dinsdag 26 juli Looptraining: Ik hoeft ‘maar’ 5 kwartier onverhard in zone 1 te lopen. Ik rij naar Joyce in de avond om voor de zonsondergang rond te lopen door Almere. Zoveel mogelijk onverhard. We nemen de schelpenpaden, de graspaadjes en gaan door het Vaartsluisbos. Soms moeten we stukjes verhard, maar dat is ook prima. Anders kom je de bruggen niet over. Ik zet node het geluid van mijn horloge weer aan. Zone 1 is anders niet vol te houden. Maar ik word wel gek van het gepiep dat ik langzamer moet. Dat wil ik niet. Alle pijn uit mijn kuiten en mijn voet waar ik vorige week last van had, is verdwenen. Joyce kwebbelt heerlijk verder. We komen in het Vaartsluisbos en ik blijf iets achter bij Joyce.

Twee zonnetjes voor me


De ondergaande zon maakt het onwijs mooi. De hele wereld lijkt voorzien van een laagje bladgoud. Ik zit helemaal in het ritme van mijn voetstappen en geniet erg van deze avond. Het licht is onwijs mooi. Nog een schelpenpad en naast de verharde weg over het gras. Het gaat allemaal best lekker, maar het is niet heel gemakkelijk. Misschien is het toch nog wat benauwend. We maken nog een ommetje en Joyce heeft zelfs nog een bergje in de buurt om de vijf kwartier vol te maken. 11 Kilometer en dat niet eens echt in zone 1.
Woensdag 27 juli:
Beste JC,
Je bent een beste trainer. Je helpt me bij het zwemmen, je informeert me bij het fietsen, je bent zelf niet de snelste, maar wel degene die degelijke training geeft. Omdat je al die plusjes al hebt, kan dit minnetje er wel tussen. Ik had zin om te zwemmen. Niet een beetje, maar heel veel. Ik verheugde mij er op. Heel veel. Ik was ruim op tijd. Met GN stond ik voor de deur en er kwamen steeds meer triatleten met hun plankjes. Maar jij niet, JC; en jij had een sleutel. Jij zou training geven. Om half 6 belde MB je en was jij net weer thuis op je fiets. We zouden om 5 uur beginnen met de training beweerde je. Ammehoela! Overal staat half 6, ik had het nog zo gecontroleerd. Dus we stonden daar voor niks met zijn allen. 1 Man mopperde hardop: en op dinsdag mogen we ook al niet meer. Heel even dacht ik: fijn, daar kom ik onderuit, maar dat maakte onmiddellijk plaats voor En ik wil dit zo graag! Dat laatste bleef hangen. In de auto voelde ik me helemaal verslagen. Teneergeslagen. Je had toch kunnen wachten toen er om 5 uur niemand was?! Ik was niet boos; maar diep, diep teleurgesteld. Ik plofte thuis op de bank neer en bleef de hele avond zitten. Gelukkig was er een excuusmail, opgesteld in triatleten-taal qua zinsbouw en vergeef ik het je vanwege alle plusjes die al op je conto staan, maar wil je dit nooit meer doen JC?!
Donderdag 28 juli: Hardlooptraining.  Grimmig vroeg ik me af of we niet een half uurtje eerder zouden beginnen… Maar nee, JC was er wel, maar JV gaf de training. Ik had deze trainer nog nooit gezien en aan de reacties van de anderen begreep ik dat hij dan ook een tijd wegens een militaire opleiding tot sectie (niet sexy) commandant afwezig was geweest. Ik kreeg een stevige hand en had meteen een beeld van een schreeuwerige strenge man voor me. Het was een drukke dag geweest op het werk, het was warm en ik had laat gegeten. Waardige excuses. We liepen buiten de baan de brug over en toen commandeerde JV ons een setje skippings te doen. Niemand begon. MB probeerde het, maar werd gecorrigeerd. Ik werd er helemaal melig van: deze giganten, deze triatleten, ze weten niet wat een skipping is! Een soort kniehef joh. Er waren er maar heel weinig die het correct deden. Ik moest er inwendig om gniffelen. JV ws gelukkig niet heel streng. De steigerun begrepen ze dan weer wel. Zo’n beetje. Ze gaan meteen hard en dan nog harder dan hard. Brug op. Grote stappen brug af en dan gaan die helden extra lang rusten omdat JV ze toch niet kan zien. Ik moet er zo om lachen! We moesten nog het trapje op en JV wist precies wie aan te moedigen. Voor een commandant zat er veel zicht op zijn mensen in. Schreeuwen op de juiste toon. De baan op. Ik luisterde niet zo best: 800 meter, 600 meter, 400 meter; maar daartussen was me even een raadseltje. Iets met 300, 200 en 100 meter dribbelen. 800 meter net onder duurtempo ging nog wel, maar het was zo heet op de baan met de zon erop! No thanks. Hoe moet ik in ‘s hemelsnaam die dribbelmeters uittellen? Ik ben echt slecht in baanrondes afmeten. Vraag me elke keer af waar alle baantekens voor staan. JV kan aansluiten in de rij met mensen die me aanraden korter grondcontact te maken en mijn knieën hoger op te trekken. 600 meter op iets hoger dan duurtempo. Niet voor JV, maar voor mezelf ging ik toch maar weer eens aan het werk met mijn loophouding. Knieen optrekken, afzetten: het werkt wel… JV scoorde dikke punten door dit op te merken! En hij voegde er aan toe dat ik het niet voor hem hoefde te doen. Een commandant met een heel heldere kijk. De strenge schreeuwerige commandant met het Brabants accent is absoluut een prima trainer, weg met die vooroordelen! De 400 meter moest flink op tempo. Flink zweten. Toen van de baan af wandelen en twee keer het rondje met het trapje. Vanaf de baan kon de commandant de snelle mannen makkelijk toeroepen! Dus schreeuwen zat wel in de opleiding blijkbaar. Ik deed het ook netjes twee keer. En daarna moesten we 400, 600 en 800 meter rondjes lopen. Geen idee wat daartussen. Ik kwam bij S te lopen die te snel was gestart geloof ik. Ik was ook moe en vuurrood. We deden bijna een tomaten-wedstrijd. Wij maakten er 200 meter dribbelen van. Toen 600 meter wat langzamer (dat ging vanzelf) en ik haalde JC in. Ik zei maar niks meer van het zwemmen. Nog een keer 200 meter dribbelen en toen logen S en ik dat we al bijna op het tweede rondje zaten en deden we iets van 600 meter in plaats van 800. Anders moest de rest zo lang wachten – jaja. Vind ik zo lollig, dat die supersportieve triatleten afsnijden en smokkelen als het ze uitkomt! Grinnik. We liepen nog een rondje uit om de baan en zo kon ik weer 9,5 kilometer bijschrijven in een uur. De Garmin had het ook warm: die meet helemaal niet meer zo best. Hartslag en tempo sloeg ie maar over. Toch kom ik deze maand helemaal niet zo laag uit in de loopkilometers en ga ik de 150 wel weer over!
Vrijdag 29 juli: Het prachtige Rondje Hoge Veluwe wat zomaar een eigen blog verdient! Lees: De Hoge Veluwe
Zaterdag 30 juli: zwemles Ik durfde me niet echt te verheugen, stel dat het weer mis was? Maar deze keer stond RO als trainer klaar. De eerste trainer die begin deze maand vond ik dat een lange weg te gaan heb met zwemmen. Het pierenbad is nog een prima plek voor me dan! Ik heb veel filmpjes gekeken en weet nu goed wat de bedoeling is van een borstcrawl. Ik merk ontzettend goed het verschil met recht in het water liggen. Daar heb ik nog echt mijn pullboy (achtje) voor nodig. Ik doe de armslag rustig en elke keer zo goed mogelijk. Ik let op de stand van mijn handen en hoe ik mezelf door het water kan trekken. Ik probeer het ook wel zonder

Een achtje


het achtje, maar dan lig ik beduidend lager in het water. Als ik iets wil weten over de armslag of als ik me afvraag of je beter kunt trappelen als je op de waterlijn ligt, dan ga ik ‘spieken’ Ik kijk af bij de andere zwemmers. Ik zie dat ze hun benen iets uiteen houden. De armslag gaat behoorlijk goed nu. Eigenlijk is het pierenbadje nog iets te kort. Dan het ademhalen. Ik durf nu probleemloos onder water uit te ademen. Inademen is een enorme uitdaging. En dan komt RO me zeggen dat ik het dadelijk maar eens in baan 1 moet proberen. Dat is onmiddellijk Het Compliment van de Week. Ik voel me vereerd, maar ik ben er nog niet klaar voor. De lange weg te gaan doorloop ik niet in drie weekjes hoor. Ik moet de ademhaling nog onder controle krijgen. En dat is het moeilijkste deel. Ik ontdek dat ik door mijn mond moet ademen een weet waarom je recht moet liggen 9anders krijg je gewoon niet genoeg lucht). Heel soms heb ik de slag even te pakken. laat ik maar meteen om de drie keer proberen te ademen, moeilijk is het toch. Ik vind het leuk in het water. Ik zou het wel in het grote bad willen proberen, maar daar is het me te druk en -suffig- te diep. Dat is zo anders dan hier in het pierenbad, daar ben ik al voor gewaarschuwd dat het eng is als je ineens niet meer kunt staan! Maar als RO het verzoek voor de laatste 10 minuten herhaalt ga ik het toch proberen. Hij heeft het over 200 meter, maar die opdracht snap ik totaal niet. ‘Om aan het tempo te wennen’, voegt hij er aan toe en dat vat ik ook maar op als compliment. Ik ben er nog niet helemaal klaar voor, maar ik ga toch lekker letterlijk het diepe in! Het is inderdaad eng. De rest moet langzaam zwemmen, maar ik heb het gevoel dan niet de ruimte te hebben en heb geen idee hoe ver de meneer voor mij zwemt. Grappig. Maar ik heb genoeg om me zelf druk over te maken. Armslag goed doen en ademhalen en het ís diep! Ik kan hier niet meer staan! En het is ver! Ik worstel me er echt doorheen. En ik ben moe ook. RO geeft me nog mee dat ik mijn hoofd alleen opzij moet proberen te draaien om adem te halen. En dat ik mijn schouder niet meer aan hoeft te tikken: dat was goed als oefenen, maar nu moet ik doormaaien. Dat gedeelte lukt, maar ademhalen is nog een hoofdstuk apart. En wennen aan de diepte ook. GN blijkt (vandaag) ook in de langzame baan te zwemmen en zegt me dat ik ook heel goed vooruit ga en dat is het tweede compliment van de dag. Maar ik ben heel erg moe en vind het niet erg dat de les voorbij is. Dit is zwaarder dan trailrunnen zeg. En ik heb beretrek! Ik ga best vooruit op de lange weg, maar het einde is nog niet in zicht. Bedankt RO, voor het vertrouwen!
zondag 31 juli Duurritje fietsen. Het klinkt bijna als een rustdag: “alleen maar” anderhalf uur fietsen wat er gister niet van kwam. ‘s Ochtends doen we ons in de Decathlon tegoed aan klik-schoenen, een betere camelbag voor mij, goede handschoenen voor Rob, schoenen voor Vincent en een BH met ‘ingebouwde’ hartslagmeter voor mij. Na de F1-race trok ik me van de bank en ging bepakt en bezakt testen of de Garmin Edge (een fietscomputertje) de route goed kan aangeven. Dit voor de lange toch van Vincent en mij die op het programma staat. De klik-pedalen proberen we vanavond pas uit. Ik ga lekker rustig en ik ken de weg wel langs de plassen en over de dijk. Ik rij natuurlijk verkeerd om en heb wind tegen. De route is hartstikke duidelijk. Ik ga rustig aan en maak geen haast. Lekker een beetje naar de muziek luisteren en om me heen kijken naar de skyline, de plassen en de heldere lucht met witte wolken erin. Ik maak wat foto’s, neem de wind mee langs de Noorderplassen, slinger om de koe heen en bewonder de bootjes en het mooie groen. Dan ga ik de stad weer in en komt het opletten op de route. Samen met de knooppunten is het heel erg goed te doen. Ik wijk expres van de route af om de Leegwaterplas heen. Uiteindelijk kom ik weer bij punt 52. Punt 74 mis ik echt, maar gelukkig ken ik in Almere de weg en zit ik zo weer op de route. Ik versnel nog eventjes voor de lol, maar gewoon langzaam trappen is ook prima. Ik volg trouw de knooppunten en ga een rondje extra om de wijk heen om de anderhalf uur vol te maken. Dik 30 kilometer op de fietsteller. Na het eten gaan we naar buiten om de klik-pedalen te testen. Maar de mijne passen niet! Ik ben klaar om te vallen, klikt het niet eens tussen mij en de pedalen 🙁

Categories: Uncategorized | Comments Off on Trainingsdagen, saampjes onverhard en wel of geen zwemles.

nationaal park de Hoge Veluwe

Dit is er dan zo één. De weekpost komt wel. Maar dit is één van die keren dat de training te mooi was om te verstoppen in de weekpost. Ik heb het nog nagekeken, maar niet eerder was er een training dit jaar die een 8,5 kreeg. Dus dat verdient een ‘eigen’ hoekje!
Joyce nam mij mee. Ze vroeg wel of ik al op de Veluwe had gelopen, maar dat gebied is zo groot. Ze nam me mee. Ik was zo dom een half uurtje later dan afgesproken bij haar te zijn. Druk pratend reden we de A1 af. We namen de afslag naar Hoenderloo en toen pas had ik in de gaten dat we niet ‘gewoon’ op de Veluwe gingen lopen, maar door Het Nationale Park. Waar natuur en stilte de baas zijn. Rugzakje om, dagkaartje kopen, met de plattegrond bepalen dat we naar Schaarsbergen gaan lopen (19km) en terug op een witte fiets gaan. Nog een positief werktelefoontje en toen konden we gaan.
Al na 2 kilometer lag de bewoonde wereld achter ons. Leegte heerste. Wijdsheid. Stilte. Smalle paden en een duidelijke route. Het miezerde een beetje. Het was zo mooi. Ik mocht Joyce leren dat het in dit soort gevallen helemaal niet erg is om boven op de heuvel even stil te staan en te genieten. Welkom in de wereld van de trails! Ik was ongelooflijk dankbaar dat ik met Joyce mee mocht, dat ze dit voor ons had uitgekozen en dat ik daar samen met haar mocht zijn. Ik had de woorden niet om haar te bedanken. “Dankje” klinkt zo kleintjes, zo formeel. Ik voelde me veel grootser dan dat! Het was een eer, een blijheid, een groot hart en overlopende dank.
Joyce dacht er echter zelf iets anders over. Ze vond het zand zwaar. Dat was het ook. Mul zand. We wandelden een stukje. Ik jubelde van binnen: hoe langzamer, hoe langer we hier zijn! Het enige wat ik opgekregen had was een tijd van 2 uur en een kwartier. Ik kreeg Joyce moeilijk aan het verstand gebracht dat we hier enkel liepen om te genieten, ongeacht welk tempo. Tjeempie: dat heb ik dan ook uiteindelijk geleerd. Er was ook bos. Prachtige oude, originele bossen. Boomwortels en hele zachte ondergrond. En toen liepen er 3 kleine everzwijntjes voor ons weg. Ze zien er schattig uit, maar ik hoeft moeders niet te zien. Er staat een bordje “Pas op Grofwild”. Ongeacht hoe het verder gaat, deze dag is geslaagd.
De temperatuur is aangenaam. We lopen een klein stukje van de belevenisroute. We zien niemand. Nergens. Geen mens te bekennen. Ik kijk niet naar de kilometers. Het boeit me niet. Helemaal niks. Ik kwebbel maar door tegen Joyce. Ze is te slim voor een backbox: dan snap je de regel, maar kun je die nog niet toepassen. Ik werkte het vieze gelletje naar binnen op 7 km. Met mezelf had ik 7 en 14 kilometer afgesproken. En toen kwamen we bij het ‘keerpunt’. We waren bang dat niet te kunnen vinden, maar aldaar was het duidelijk. Nog meer zand op weg naar Schaarsbergen of nog een klein stukje zand en dan richting Otterlo lopen. Ik vond het allemaal goed. Als ik er maar bij mocht fietsen! Otterlo bood iets meer escape-mogelijkheden, dus verlieten we de oranje-rode route en ploeterden we over het ruiterpad. Wel zand. Ik  nam vooral het zand. Joyce nam de zijkanten.
Waar we de andere route kruiste kreeg Joyce een telefoontje. We stopten en toen zagen we de herten. Eerst één, maar het bleken er meer. Veel meer. Terwijl Joyce stond te bellen, keek ik met tranen in mijn ogen naar het bewegende roedel. Ik kon ze horen. Ze waren ver weg, maar zoveel herten heb ik nog nooit gezien. Ook niet in de Oostvaardersplassen. Er liep een meneer die de beesten opjoeg. Dat lag niet aan ons. Wij liepen weer door en kwamen op de route naar Otterlo uit. De regen was inmiddels helemaal verdwenen.
Toen liepen we door een hekje en daarachter was een lage struiken bos. Bomen die Italiaans aandeden. Lage bomen. Kruip door, sluip door. Kabouterpaadje. Helemaal geweldig. Ik kon alleen maar hardop lachen. En tussen de struiken door manoeuvreren. Het leek helemaal niet op Nederland! Daarvoor maakte de route dat rare ommetje! Dit was het meer dan waard. Het was geweldig. En leuk.
Weer op de zandwegen kwamen we de meneer van de herten tegen. Zijn excuus waren hele dure fototoestellen. Deze meneer wist dus best hoe een Iphone werkt voor een foto! De eerste mens die we zagen na anderhalf uur hardlopen – wat een wonderbaarlijke ervaring. Hij nam de zon mee. Dat had niet gehoeven van mij. Ik werd er mopperig van. Tot ik bedacht dat ik dus niet moest wachten tot 14 kilometer met de gel. Deze keer vroeg ik het stopje aan. Dat hielp wonderwel snel. Ik kon er weer tegen! De zon ging weer schuil achter wat wolken en bladeren.
We kwamen een oud stel tegen. Ze leken net papa en mama aan de wandel, hihi. Dat maakt het aantal mensen onderweg gelijk aan het aantal jonge everzwijntjes. Hoe vaak kun je dat nou zeggen?! We liepen al richting Otterlo toen de laatste verrassing kwam. Een single track. En niet zomaar een single-track, maar met kleine heuveltjes, de prachtigste kleur groen, een overdonderende stilte en de zon door het bladerdek was dit het meest perfecte stukje Nederland wat ik ooit heb gezien. Ik wilde het vastpakken en vasthouden. We namen een foto en toen ging ik even alleen verder. Meer mezelf kon ik niet worden. Dichterbij wat ik het liefste doe kon ik niet komen. Heuveltje. Bomen. Wortels. Licht. Ik was alleen maar daar op dat moment, helemaal in dat ene moment en dat realiseerde ik me ook en dat pakte ik vast zoals je iets vast kunt pakken wat tijd en ruimte omhult. Ik genoot tot in mijn tenen, in mijn hoofd en met mijn benen. Ik kon hardop zingen: “i will fly and touch the sky”, ik kon wel huilen van geluk, ik kon zo hard of zacht rennen als ik wilde. Wat ik daarvan wel of niet deed, hou ik lekker voor mezelf 🙂
Joyce vond de heuveltjes zwaar. Die zat aardig aan haar tax en dat kon ik me ook voorstellen. Jammer dat ik haar niet kon doorgeven hoe ik er over dacht. En toen stonden we bij de ingang van het park in Otterlo. Tientallen mensen. Die de asfaltweg nemen. Het is als wakker worden na een hele diepe slaap. Auto’s. Fietsen. En ik merkte dat ik best trek had. We zouden naar het parkrestaurant gaan. Hardlopen. Ik had nog tijd over. Energie ook. En ik kon me op een pannenkoek verheugen. Joyce had minder energie meer over. Zij nam het asfalt, ik nam zoveel mogelijk de onverharde paden. Deze schoenen zijn gewoon niet gemaakt voor asfalt! Dan voelen ze opeens niet lekker meer aan. Ik raakte Joyce al bijna even kwijt. Aan het einde nam ik het onverharde pad en zij de asfaltweg en toen presteerde ik het om de laatste paar honderd meter de verkeerde kant op te gaan. Ik voelde me net een kind wat mama Joyce kwijt was. Ik was ook moe hoor! En als dan blijkt dat je terug moet rennen, alleen, dan moet ik mijn best doen om niet in paniek te raken. Aan de ene kant wil ik dan snel stoppen en eten, aan de andere kant: in die onverschilligheid kun je ook nog gevaarlijk lang doorgaan omdat het besef een beetje weg is. Het duurde niet lang of ik zag het felgele t-shirtje zitten. Ruim 19 kilometer. Meer dan genoeg.
Een heerlijk bakje hangop en een pannenkoek verder zat het feestje er gelukkig nog niet op. Ik baalde dat ik ‘s middags een andere belofte had. Uit dit prachtige natuurpark wilde ik eigenlijk niet weg! We hadden nog tijd om een witte fiets uit te zoeken. Via het asfalt reden we richting Slot Hubertus. Hoe lekker is fietsen dan! Ik begon te begrijpen dat Joyce niet zomaar ‘moe’ of ‘op’ was, maar dat haar heup onwijs veel pijn doet met dat mulle zand. Daar loopt ze dus vaak doorheen. Voor de hertjes, de zwijntjes, de vergezichten en de lage bomen. Omdat je er zoveel meer energie voor terug krijgt als de pijn kost. Tjonge. Daar past alleen maar respectvolle stilte.
We fietsten nog 7 kilometer erbij. Laat dat zwemmen maar zitten vandaag. Dit was meer dan mooi genoeg. Ik heb enorm genoten en het geweldig gehad. Dit is Nederland in een trail. Dit is heel puur. En… heel veel zand 😉

Categories: Uncategorized | Comments Off on nationaal park de Hoge Veluwe

Rustweek! heet dat dan…..

Maandag 18 juli: Fietstraining. Ik had totaal geen zin. Omdat het vorige week zo tegenviel en omdat ik gewoon nog niet zo snel ben als de rest. Zeker nu het seizoen er voor de kinderen op zit en de volwassenen 1 groep vormen. Ik kwam daar wel aan met Vincent (Rob en Vincent gingen samen een ijsje halen op de fiets) en daar schrokken ze van: “Hij mag niet mee hoor…..” Ik ging achteraan meefietsen. We gaan naar de Gooimeerdijk, zei JC. Ik mag die trainer wel. Er waren een paar mannen uit het Oost’n van het land die mee kwebbelden met mij. De hele snelle jeugd vooraan. We reden al snel door de Havenkom en toen moesten we ‘kop over kop’ de hele dijk af. Ik wachtte maar op de laatste groep: de langzaamsten. Samen met de trainer, 1 jongen en de enige andere vrouw ging ik mee. En nu begreep ik de bedoeling. Ik kon het afkijken! De voorste fietst hard, de rest er zo dicht mogelijk achter (eng….) en als de voorste aangeeft dat het genoeg is, gaat hij (of zij) naar links en neemt de tweede het over. Je laat je dan afzakken tot plek vier. Ik vind het aansluiten nog behoorlijk eng, maar het was ook wel leuk. JC liet zich het verste afzakken en ik hield het wel redelijk vol en vond het leuk! Je hoeft je inderdaad alleen te  concentreren als je vooraan fietst, dat voelde ik wel. We kwamen bij de Stichtse Brug en daar moesten we drie keer naar boven fietsen en weer naar beneden. Ik hoefde het maar twee keer te doen. Had ik even de tijd om JC te vragen waar dat kop-over-kop fietsen goed voor is: het scheelt toch gauw een paar hartslagen en je houdt toch snelheid. Je kunt rusten en hoeft maar een stuk van de tijd op te letten. Kijk! Daar heb ik wat aan! Hij raadde me aan in de groep te fietsen omdat dat nog gemakkelijker fietst als achteraan. We gingen door de polder terug. Ik merkte goed dat ik bij de aanzet keer op keer kracht tekort kwam om aan te sluiten. Zou dat het verschil met klikpedalen zijn? Ik kwebbelde een eindje met MB die Vincent ook al zo klein inschat. We fietsen ons zoek in Almere Haven en één voor één haakten er een paar af die vast naar huis fietsten. Het was heerlijk weer. Ik was er moe van geworden, maar van deze training heb ik meer geleerd en ik heb er ook wat aan gehad.
Dinsdag 19 juli: Niets doen. Rust week. Stil zitten. Dat komt goed uit, want van de twee hoge tempo-trainingen in het hardlopen vorige week is mijn linkerkuit pijnlijk geworden. Het zit op allerlei plaatsen in mijn voet. Rust is prima!
Woensdag 20 juli: Bloedjeheet! Gelukkig dat ik een rustdag heb. Ik zit er helemaal niet mee! Of eigenlijk: ik zit er juist wel warmpjes bij 🙂
Donderdag 21 juli: Hardlooptraining. Het is nog steeds warm en ik weet niet of het went. Ik vind het juist steeds benauwder worden. Met de hele familie gaan we naar de atletiekbaan; moeders gaat ook mee. Deze keer is R de trainer. Ik ben geen fan van hem. Dat heb je soms zo. We lopen in om de sportvelden. Ik klets met DH. Ik ken haar inmiddels van de Crosscups en heb bewondering voor dit kleine Braziliaanse vrouwtje. Als ik had geweten dat ze bij de TVA zat, had ik haar elke keer ingehaald, hihihi. Op de baan ging R ons beschermen tegen onszelf en de hitte met duizendjes-lopen. Ik denk dan meteen: hoe meet je dat uit dan?! Op duurtempo. Dat is zone 2, vertelde hij erbij. Lijkt mij uitstekend! Na de duizend meter (twee en een half baantje) 200 meter uitwandelen. Ik liep eerst even met GN mee, maar haar zone 2 is mijn zone 4, dus die liet ik gaan. Ook MBs zone 2 is nog iets te hoog gegrepen voor mij. Ik merkte dat ik zowiezo moeilijk in zone 2 kon blijven, het liep elke keer snel op naar zone 3. Na het eerste duizendje kwam ik bij R te lopen. Niet dat ik een kletskous ben, maar we raakten aan de praat. Hij vertelde me waarom hij niet meer voor ‘de hele’ traint en dat toch niet erg vindt. Het blijft een kwestie van energie-verdeling. Grappig dat je dan geen klik hebt, maar wel kilometers lang hetzelfde tempo loopt en dat je toch iets kunt delen! Ik was verbaasd en liet zone 2 voor wat ie was. Ik ben niet zo goed in het tellen van rondjes en het steady houden van het tempo, dus het was prima R bij te blijven. Er zijn lieden die mij in hun zone 2 met 15 kilometer per uur voorbij stuiven! We liepen nog een rondje om de baan om uit te lopen en toen hoorde ik van GN hoe onvoorbereid ze in Klazienaveen met rugpijn en een verkoudheid de halve triatlon had afgelegd. Ze blijven toch verbazen, die helden!
Vrijdag 22 juli: Langzame duurloop Eindelijk, eindelijk, eindelijk, naar twee vakanties en 6 lange weken enkel contact via whattsapp, konden Joyce en ik er weer eens samen op uit om bij te praten! Veel te lang geleden. Veel en veel en veel te lang. Ik had eerst therapie en om kwart voor 11 vertrokken we voor een rondje Oostvaardersbos, Oostvaardersplassen en voornamelijk bijkletsen! We hadden allebei nieuwe trailschoenen. De mijne zijn veel te snel versleten, maar ik moet wel nieuwe hebben voor ik de oude kan terugsturen en Joyce heeft eindelijk ook trailschoenen gekocht. Die van mij zaten meteen al heerlijk, maar ze lijken vooral geschikt voor ruwer terrein als we vandaag zouden doorlopen! Het was weer lekker warm en nu zit de benauwdheid in de grond en overal lijkt het wel, want het was drukkend heet. Van mij hoefde het tempo helemaal niet hoog. Wel van onze kaakspieren, maar de rest mocht gewoon op het dooie gemakje! De schoenen zaten op het asfalt niet zo best. Mijn horloge is geluidloos geworden en dat is zalig. We kwamen paardjes tegen en het zweet druppelde al van me af. We bespraken Joyce’s vakantie. Zij is dan ook drie weken met de hele familie weg geweest! Dat kostte met gemak een kilometer of 6. En snel gingen we niet hoor! We liepen ook door het bos terug en toen kwam de zon er ook nog door. Het was erg mooi met de gele bloemen, maar het leek zuid-Frankrijk wel met de zinderende lucht. We namen de afslag om over het hek te klimmen, toen de boswachters ons tegemoet reden! “Verkeerde afslag dames?” We knikten braaf ja en antwoorden vriendelijk dat het zo warm was en toen maakten ze het hek voor ons open. We gingen door het volgende stukje bos. Ik wil zo min mogelijk asfalt met mijn nieuwe schoenen! Ik merkte dat ik het eigenlijk best wel zwaar had, in combinatie met het lage tempo zeker. We liepen langs de Oostvaardersplassen en het was echt wel zwaar met de hoge luchtvochtigheid. Ik kletste intussen en toen moest ik het pad langs het spoor nemen met mijn trailschoenen! We maakten een drink- en zweetveeg-pauze en zagen een unieke trein rijden. Toen waren we er wel klaar mee eigenlijk. Mijn opdracht van 5 kwartier zat er op. We liepen nog een heel klein stukje door over het fietspad en ik vond warempel nog een pad door het Kotterbos wat ik niet kende en waar ik nooit was geweest! Een boom versperde de weg en we moesten even wandelen, maar dat vond ik niet eens erg. Zo klaar was ik er eigenlijk mee! We liepen de brug over en dat asfalt vond ik niks. Dat was nog warmer leek het! We kwamen bij de Laan der VOC en gek genoeg was het gewoon OP. Ik vond het best en na 13 km zette ik het horloge uit en wandelden we het laatste stukje tot thuis. Hoewel het niet eenvoudig was geweest, was het een heerlijk tochtje om samen te lopen! De schoenen zijn √

de wissel


Zaterdag 23 juli: Eerst reden we naar Rotterdam om de Kleine Bikkel aan te sporen. Zo noemde de vrijwilligers Vincent. Hij was één van de 11 deelnemers aan de lange afstand Kids-Run Bike Run. Hij was de enige tienjarige. Veruit de jongste tussen de 12 jarigen en 14 jarigen. Zenuwen. Gekwebbel en persoonlijke uitleg. En daar ging de makker! Eerst twee kilometer hardlopen, dat kan ie constant. Toen op het fietsje en 4 rondjes van 2,5 kilometer. Hij had al vrij snel op de fiets een groot meisje ingehaald en lag op 1 andere meisje voor (die dacht de lange afstand wel even te doen, terwijl ze eerst de korte zou doen) en op 1 grote jongen ook! Ik zag hem bij het derde rondje wat instorten. Toen kon de grote jongen hem inhalen en had hij wat meer moeite met de bochten. Ze vonden hem allemaal onwijs schattig. Volgens de hoofd-vrijwilliger had die kleine man moeten winnen: wat vonden ze hem een held. En hij ging ook hard hoor! Na het fietsen kwam de wissel waar hij tegenop zag en ik zag hem moe zijn, maar er volgde nog een kilometer lopen. Nederlands top-triatleet Rob Barel zei over Vincent: “Zie die kleine sprinkhaan daar eens gaan joh!” en ik kon het niet nalaten om te antwoorden: “wacht maar af!” Heel constant haalde hij de grote jongen weer in die moest wandelen. Tot op het laatste stuk, toen kon de 14jarige Daan het niet op zich laten zitten en haalden zijn lange benen Vincent nog in. Op 7 seconden. Ik hoorde hoe hij finishte in 41 minuten en 26 seconden. Wat een topprestatie! Hij was helemaal stuk: dat straalde eraf. Zelfs de prachtige medaille was eigenlijk te zwaar. Tot zover het verhaal van een trotse moeder! Die was ook moe van dat stukje op en neer rijden en de drukkende warmte die overal blijft hangen. Ik mocht nog zwemmen. Node ging ik erheen: het pierenbadje deelde ik met een moeder en haar kleine kind. Armslag oefenen. Recht liggen. Ik vond het heerlijk. JC vertelde me hoe ik mijn armen beter in kan zetten en ik had beter naar Vincent moeten luisteren! Ik vind het reuze moeilijk om aan alles tegelijk te bedenken, maar ik vind het ook heerlijk om in het water te liggen en mezelf vooruit te duwen. Vingers ontspannen, hand als een schepje insteken, doorduwen, omhoog hoeken. En ondertussen uitademen. Over het inademen en mijn beenslag maak ik maar niet meer druk! Ik vond het vreselijk aardig van JC dat hij me verder hielp. Grappig dat ik dit technisch zo goed wil doen! Het uur vloog voorbij. Ze zijn allemaal zo vriendelijk! Ik weet zeker dat ik morgen spierpijn in mijn armen heb.
Zondag 24 juli: Spierpijn niet, maar wel heel erg moe. Raar om de rustweek zo vermoeid af te sluiten! Het zal een combi zijn van de warmte, wat weinig slapen, het vele rijden en de therapie. Ik heb plannen om te fietsen, een klein stukje de trailschoenen uit te laten, maar er komt allemaal niks van. Een dutje op de bank is het geworden. Met al die rust is de trekkende en licht-geblesseerde kuit weer helemaal weggetrokken.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rustweek! heet dat dan…..

Een tegenvallende fietstraining, twee snelle loopjes, een 'stukje' fietsen, my first trailwalk en de eerste zwemles!

Maandag 11 juli: De eerste fietstraining. Ik zag erg uit naar de fietstraining. Dat leek mij best leuk. Het waaide behoorlijk hard, maar dat vind ik niet zo erg. Ik vond het ook spannend. Heel spannend. Want al die anderen zijn wel sneller dan ik ben natuurlijk! In het begin fietste ik nog met een meneer mee. We deden wat oefeningen met 1 been fietsen en ik voelde me het enige sukkeltje zonder klikpedalen 🙂 We moesten in groepjes fietsen. Dat is wel lastig voor mij, want dat kan ik niet inschatten hoor. En om de kop fietsen begreep ik wel, maar dat was ook zwaar voor me. Ik blijk een te zware versnelling te nemen. We gingen de Hollandse brug op. Omhoog tegen de wind in in de laagste versnelling. Ik vergat dat ik nog lager kon en vond het saai. Terug omhoog mochten we in de hoogste versnelling en dat was best goed. Mijn benen vinden het niet verkeerd, maar mijn hoofd vond het weinig uitdagend. Weer omhoog en ik was niet eens de langzaamste. Maar ik moest wel eerder stoppen om te wachten op de rest. We gingen over de dijk en namen de wind mee. Dan ben ik echt strak de langzaamste, maar ik ben nog nooit zo snel gegaan! Ik word hier nu in grote stappen vele malen beter van, dat weet ik en daar word ik stil van. We fietsten rustig terug. Ik zwijgend achterop. Voor de kleine bochtjes moet ik mijn stuur anders vasthouden. Om alles even goed te laten doordringen, fietste ik naar huis. Ik had toch wind mee! En die tip van het stuur was even wennen, maar helemaal te gek. De training bekoort mij niet direct.
Woensdag 13 juli: Gister kreeg ik de training er niet tussen gepropt, maar vandaag wel. Ineens moest ik maar gaan. Het was weer een uurtje zone-swappen. Eerst 10 minuten in zone 1. Ik had geen idee van de route en ging eens een keer richting het centrum van Almere Buiten. Om na tien minuten zone 1 te bedeken dat langs het Meridiaanpark ook heel lang geleden is. Gelukkig mag ik door naar zone 2, want zone 1 vind ik zo moeizaam: al dat inhouden. Een kwartier in zone 2 is eenvoudigweg genieten. Lekker zo’n tien kilometer per uur lopen en om je heen kijken! Aan het einde van het Meridiaanpark ga ik naar links voor de Vaart langs en volgt 5 minuten zone 3. Dat is prima te doen. Ik haal een elfje in op de fiets! Zo schattig. Ik zie er al een beetje tegenop om straks aan het einde 15 minuten in zone 3 te moeten blijven rennen. Nu loop ik langs de Vaart over het rechte pad en ik ga terug naar zone 1. Dan is het niet zo erg en zijn 5 minuten al snel dribbelend voorbij. Ik ga ook nog achter de stripheldenwijk langs. Ik mag zone 2 weer in en dat gaat weer heerlijk. Ik blijf dadelijk gewoon laag in zone 3 zitten. Ik merk dat ik de sieradenbuurt ook nog langs kan. het wordt een hele tippel zo! Zone 3. Ik zag er misschien iets teveel tegenop. Het gaat heerlijk! Ik bouw het langzaam op en ga pas bij ons in de straat wat hoger in zone 3 zitten. Ik loop om via de school, anders zit het uur er net niet op. En dan haal ik de tien kilometer nét niet binnen het uur. Ik heb er 40 seconden meer voor nodig. Dat vind ik niet slecht, want een kwart van de tijd heb ik heel rustig gedribbeld. Ik ben razend tevreden dat ik dit nog kan!
Donderdag 14 juli: Heldinnen-Ode. Ik had geen zin. Gewoon niks. Te laat gegeten, spierpijn óp mijn voet (?) van gisteren, moe: alle redenen om gewoon eens geen zin te hebben mee te moeten lopen tussen de Geweldenaren van de Triathlonvereniging. Maar ik ga nu eenmaal wel. Inlopen lukte nog wel. Ik zei nog tegen die meneer naast me dat ik geen kwebbel ben en toen begon hij me vrolijk te onderhouden over de Tour de France! Daarna moesten we planken, op een zij planken en in de lucht fietsen. Halleluja, ineens zijn de kaatssprongen niet meer zo erg! Maar in plaats van me uit het veld te laten slaan, werd ik er een beetje vrolijker van. Toen gingen we volgens de trainer 2, 4, 6, 8, 10 minuten hardlopen. Dat is dertig minuten, vertelde hij er vrolijk bij. Tussendoor een minuutje rust: dribbelen of wandelen. En ohja, die andere minuten flink doorlopen. 90% van je 10 kilometertempo. Dus de snellen konden in de laatste 10 minuten 2 kilometer halen. Even voor de duidelijkheid: dit is de langzame groep! De trainer ging fluitend op zijn fluitje de tijd bijhouden. Ik ging wat hard mee, maar na 1 minuut waren we al klaar. Tot zover de telcapaciteiten van triatleten. Ze kunnen alles, maar hebben toch echt een kleine beperking! In de twee minuten kwam ik naast Astrid te lopen. Flink hoge hartslag in zone 4, maar ik vond dat qua vermoeidheid wel 90%. Zo voelde het in elk geval. We raakten aan de praat en ik heb verteld hoe Astrid onze Voorbeeld Triatleet is. Ik begon in de wandelminuut, maar de volgende 4 minuten kwebbelden we door. Jawel: ik liep rond de 12 kilometer per uur te kletsen. En onderwijl haalde Astrid volkomen moeiteloos haar heldenstatus op. Ze traint niet alleen voor de HELE marathon terwijl ze ouder is als ik ben, ze ‘doet’ komend weekend niet alleen ‘even’ een halve triathlon erbij, ze heeft daarnaast niet alleen maar 2 grote zoons, maar ze werkt er OOK NOG fulltime bij in de zorg. En ze lacht en vindt alles leuk! Zelfs dat ze Vincent 3 jaar jonger had ingeschat, verpakte ze zo vriendelijk dat het een compliment werd. De minuten vlogen voorbij. Mijn hartslag lag ook hoger als die van Astrid. Tjonge, wat een Geweldige Inspiratie Bron, zo’n vrouw. De tien minuten ging ik alleen aan. Ik legde mijn tempo (noodgedwongen) iets lager als dat van Astrid. Kan ze ook nog: het hoge tempo van de 2 minuten vasthouden op de 10 minuten. Ik trappelde maar door over de atletiekbaan. Ook toen het eten een beetje in de weg zat. Ik constateerde dat tien minuten eigenlijk een makkie moest zijn. Ik werd door nog snellere kerels moeiteloos ingehaald, maar ik heb zelf ook mensen ingehaald! En ik had een kleine supporter naast de baan. Na tien minuten verzamelden we en gingen we buiten de baan uitlopen. Ik raakte aan de praat met de meneer van het fietsen die zondag ook de halve triathlon gaat doen in Klazienaveen en me geduldig wegwijs maakte in hoeveel tijd hem dat gaat kosten. 1,9 Kilometer zwemmen in 40 minuten. De halve marathon in 1 uur en 3 kwartier. Ze zijn wel goed he? Maar vandaag keek ik niet alleen maar meer tegen deze supersporters op, ik kan ook best een beetje meekomen. Thuis keek ik naar het resultaat: 9,6 kilometer trainen in een dik uur. Inclusief planken. En twee keer een kilometertijd onder de 5 minuten!! Het zal wel aan de baan liggen! Hoeveel denk je dat ik in die tien minuten gelopen heb? Jawel, 2 kilometer! Langzame groep…. ammehoela. Ik kwam met veel meer zin terug van de training dan ik van tevoren had. Door de Helden en Heldinnen.
15 juli: Fietstochtje Vincents vakantie begon om 12 uur. We aten een lekker broodje en om 1 uur zaten we op de racefiets voor een rondje om Almere heen. En Almere is Groot! We fietsen onder de A6 door, over de A27 heen en over het Paradijsvogelpad. Al vrij snel waren we in Nobelhorst. Nou ja, snel… We hadden niet zo’n hoog tempo. Dat was prima de luxe voor ons allebei. We reden de Witte Brug over en zo verder naar de Kemphaan. Vincent had zin in een winegummetje waarvoor we naast de stadsboerderij een stopje voor maakten. Ik keek even op de kaart en onthield de nummertjes 84, 81, 80, 97 om Almere Haven door te komen zonder verdwalen. We kwamen langs het kasteel en langs de volkstuinen en langs de manege. En zo zaten we al naast het Gooimeer op weg naar de havenkom voor een ijsje. De wind hadden we nu tegen en Vincent stayerde er op los achter me, lekker uit de wind. Het ijsje van Mariola was werkelijk heerlijk! Toen moesten we nog verder naar de A6 brug langs het Gooimeer en hadden we flink wind tegen. Dat kwam het tempo bepaald niet ten goede. En het humeur werd er niet beter op toen Vincent mij onder de A6 door bij de Hollandse Brug wel weer kon inhalen. We gingen het fietspad op richting de Marina. Lastig los zand. Ik zag een openbare WC en ik moest zo nodig dat ik vergat dat ik nog nooit op zo’n gore plek heb gezeten! Snel verder aub. We gingen langs waar de Duin triatlon werd gehouden en ik wilde Vincent even naast me hebben voor de gezelligheid. Helaas was de wind óf gedraaid óf waren wij nog niet genoeg gedraaid, maar het ging nog steeds langzaam. De windmolens stonden even stil toen wij er langs fietsten. Een andere wielrenner haalde ons in en vond dat ik voor mijn kind moest gaan fietsen omdat ik meer kracht zou hebben als hij. Dus dat deed ik dan maar weer. Tot we de goede kant op draaiden en wind mee kregen. Toen ging ons tempo omhoog en konden we lekker naast elkaar gaan fietsen. Vincent ging me vertellen hoe de film ging die ze ‘s morgens hadden gekeken in de klas. Een eindeloos verhaal, maar de kilometers vlogen voorbij. We stopten niet bij de Trekvogel, maar reden en vertelden door. We gingen langs de Oostvaardersplassen en zagen de paarden rond paraderen. We reden een stukje door naar het Oostvaarderscentrum en daar heeft Vincent nog een welverdiend Raket-ijsje gekregen. En toen terug naar huis. Om 4 uur waren we thuis. We hadden ongeveer 2 uur 20 minuten gefietst en afhankelijk van op welke meter je keek 48,5 of 50,3 kilometer gefietst. We houden het gewoon op bijna 50 kilometer. De vakantie is goed begonnen!
16 juli: Een trailwalk met kersen. Ik ging met 3 andere dames en 1 meneer door het Kotterbos trainen. Dat deze mensen niet de snelsten zijn wist ik al, maar des te gezelliger! Toen ik naar het bos fietste begon ik erg te twijfelen of ik wel mee moest gaan. Mijn linkervoet is op de wreef zo pijnlijk dat ik niet goed kan lopen. Ik wilde het een kilometer aanzien. Meneer R, mevrouw H en mevrouw F zijn flink ouder dan ik ben, dus die kan ik vast wel bijhouden! Ik klets de eerste kilometer met C en de pijn in mijn voet neemt af. Dan moeten we wachten op de rest. Dit is mij nog nooit overkomen! Dat ik STIL GA STAAN. Daarna loop ik lekker voorop over het asfalt, even in mijn eigen tempo voelen hoe mijn voet het doet, maar die heeft het opgegeven de aandacht te trekken en doet netjes mee. Ik maak de foto’s en loop achteraan met meneer R mee. En dan gebeurt het volgende: we wandelen de heuveltjes op! Heerlijk kletsend gebeurt het zomaar plotseling. Totaal nieuw voor mij. Niet onprettig, maar tot het moment dat het plaatsvond nogal onvoorstelbaar voor me. Het bos is mooi. Ik ga even een stukje sneller en geniet alleen van de vlinders die voor me uit vliegen, maar maak dan weer een fotostop om nog langer naar meneer R te luisteren. Meneer R gaat terug naar de auto, wij dames hobbelen verder. Ik beken de ‘dame van het facebookbericht’ te zijn. Dan ga ik met C voorop lopen en we hobbelen door, niet snel, maar onafgebroken. Net als het praten, ook onafgebroken. Tot we weer op het asfalt zijn, dan staan we s t  i   l    . Minuten lang. Te wachten op de andere twee dames. H was bang van de brandnetels. Tijd genoeg voor winegums. Zo werkt het dus! We stijgen de berg op en ik pak weer even een eigen tempo. Even vlinders kijken en me dol genieten. Ik ken de weg. Ik ga netjes over de heuveltjes en las om er weer bij te gaan horen nog maar een fotostop in.  Dan loop ik met mevrouw F mee. Het is voor mij zo’n goede les dat er mensen zijn die niets om tijd geven en enkel joggen voor hun plezier! Ze kent Merijn via haar man: die is sportleraar op de basisschool. We stoppen. Om kersen te eten. De anderen dan, ik moet niks van verse kersen hebben. Ook niet echt van stoppen trouwens. Ik kwebbel weer verder met mevrouw F. Het gaat heerlijk, maar wel eindeloos lang. Over het pad langs het spoor onderbreek ik haar, want dat pad moet en zal ik op tempo doen. Even de benen losgooien en de hartslag wat verhogen! Fijn. Daarna jog ik weer verder met mevrouw F en kletsen we verder. Zij snapt mijn ambities niet en ik kan er maar moeilijk bij dat de grootste zorg is dat je niet laatste wordt. Als ik dan aan Astrid denk… Ik ben blij als we er zijn. Nog geen 14 kilometer in (heel erg ruim) twee uur. Meestal niet het moment waarop ik aan de recovery drank hoeft. Mijn voet heeft zich zeer keurig gedragen. Op de fiets gaan we naar huis.
Zwemles: mama leert de techniek. Ik zat naast de familie B. te wachten in het zwembad, terwijl meneer B candy crush aan het spelen was. Zweminstructeur Rob kwam eerder om mij te vertellen hoe de borstcrawl technisch in elkaar stak, terwijl de kinderen met zijn tienen het bad dwars door gingen met allemaal oefeningen. Goed opletten voor mij. Ik spring al zo het onverwarmde water in. Eerst legde Rob me uit waarom ik recht moet liggen. Net onder de waterlijn. Dan het bewegen met de benen. Grappig genoeg gaat die bijna in 1 keer goed. Voeten lang maken, bewegen vanuit de heupen. Enkel om languit te blijven liggen in het water, want de beenslag levert hooguit 8% van de snelheid. Hoofd in het water om lang gestrekt te blijven liggen, brilletje op. Ik kan mijn adem dit stuk best inhouden. Dan de armslag. Rob legt het heel duidelijk en goed uit: met de armen ‘schep’ je jezelf naar voren. Peddeltjes maken. Ik begrijp het helemaal en ben blij met deze uitleg: ik weet waarom ik wat moet doen. Scheppen. Armen doorhalen. Dat gaat ook nog goed in het pierenbadje! En dan die ellende met adem halen. Eerst moet ik ontdekken dat ik onder water kan uitademen. Het is de ontdekking van de dag. De ontdekking van de maand. Misschien wel van dit jaar! Dan hoor je de bubbels! Ineens voelt het wel echt aan of ik aan het zwemmen ben. Nu komt het moeilijkste stuk: inademen. Ik moet rustig blijven ademen “alsof ik gewoon buiten loop”. Rustig de slag doen. Ik haal mijn hoofd te laat uit het water. Dan zit mijn arm in de weg. Ik begrijp het zelf wel. Dit moet ik echt te pakken krijgen, maar het lukt me wel! Ik moet ook veel naar de anderen kijken. En oefenen. Er komt een andere instructeur, want dadelijk mogen de grote mensen zwemmen. Verschil moet er zijn: zij hebben vanmorgen 25 kilometer gelopen. Ik mag in het kleine badje blijven oefenen. Rob beweert dat ik over een week of vier de borstcrawl onder de knie kan hebben (leuke woordspeling, want die knie is juist het enige dat niets hoeft te doen), maar ik straal het ongeloof uit! Ik probeer het nog een dik half uur en kijk nog in het grote bad naar de zwemmers, maar zelf hou ik het voorlopig even bij het pierenbad. Nu ben ik zo moe dat ik alles moet verwerken en ik naar huis ga met Vincent. Liefst zou ik morgen weer een uurtje gaan oefenen! Maar in plaats daarvan ga ik morgen enorm uitrusten. In de hangmat liggen. En de Transition lezen, het triatlon-blad.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een tegenvallende fietstraining, twee snelle loopjes, een 'stukje' fietsen, my first trailwalk en de eerste zwemles!

Week-verslag van een volle week mét twee rustdagen!

Maandag 4 juli: Er stond de eerste fietstraining van de Triatlon Vereniging op het programma, maar Vincent had Aikido examen. Dat was afgelopen op hetzelfde moment dat 10 km verderop de fietstraining begon. Dus de eerste fietstraining volgt volgende week. Maar ik ging wel fietsen hoor! Ik ging gewoon zelf: muziekje mee, en anderhalf uur gaan. Ik besloot elke 5 km van tempo te wisselen. Eerst 5 kilometer rustig aan, dan 5 kilometer snel. De snelle 5 kilometers zat ik al langs de Vaart! Ik had niet echt een route in mijn hoofd, want de fietsafstanden zijn me nog niet zo bekend. Ik vond het wel erg lekker en fietste flink door tussen de 5 en 10 kilometer. Toen weer 5 kilometer rustig langs de Groene Kathedraal. Ik genoot erg van mijn tochtje. De volgende 5 snelle kilometers reed ik langs de windmolens. Met vette tegenwind. Die 5 kilometer gingen me minder gemakkelijk af! In de rustige kilometers haal ik dan 22-24 km per uur, in de snelle kilometers zit ik rond de 28 km per uur. Lange uitgestorven kaarsrechte polderwegen. Weinig inspirerend eigenlijk. Dan zijn 5 rustige kilometers tegenwind ronduit saai. Ik besloot nog een “ommetje” te maken via het Kotterbos en de brug aldaar. Dat waren de zware kilometers, maar ik ging heftig door! De laatste kilometer deed ik binnen 2 minuten, net geen 30 kilometer per uur. Toen ging de zon een beetje onder en ik hoorde het liedje van mijn vriendinnetje die op een internetloze vakantie zit. Ik pakte mijn telefoon voor een foto en wie appte mij? Mijn vriendin! Daardoor miste ik wel de bocht en was het tempo er helemaal uit, maar whatsappen op de fiets lukt me ook. In 1 uur en 25 minuten heb ik 35 kilometer gefietst.
Dinsdag 5 juli: Hardlopen.Er stond een heel programmaatje klaar, maar ik voelde mijn benen nog van de trail en misschien had ik het er niet helemaal uitgefietst. Manuel ging ook een stukje uitlopen en dat combineerden we. Gewoon een stukje rennen. Ik moet zeggen: ik was nogal gepikeerd en hoewel ik me voornam niks te zeggen, heeft die arme Manuel toch heel wat gemopper moeten aanhoren.  Echt een samenhangend verhaal heb ik ook niet verteld. We liepen langs de kassen en de plassen. Langs de paarden en de paden. Doordat ik uit mijn hummetje was, voelde het ook een beetje inspiratieloos. Ruim 10 kilometer gelopen in 1 uur en 8 minuten.
Woensdag: Rustdag 1. Die kon ik best gebruiken en die had ik ook best verdiend. Ik was namelijk voor het werk “even” op en neer gereden naar Den Haag ‘s morgens.
Donderdag: Rustdag 2. Het etentje stond al zo lang gepland, ik kon er niet omheen en kon niet bij de TVA (triatlon-vereniging-almere) zijn. Inmiddels wist ik waarom ik wat humeurig was geweest en ging het beter. Ik had mijn hardloopspullen bij en hoopte eerder te stoppen met werken en misschien voor het etentje een stukje te gaan. Maar dan ben je zo bezweet. Na het etentje dan? Me een stukje verder met de auto laten afzetten en terugrennen? Met een volle buik? Het was te gezellig, het werd te laat, het was al donker en de hardloopspullen blijven onaangeroerd liggen in de auto.
Vrijdag 8 juli: Hardlopen – duurloop Waarom het niet wilde? Was het omdat de GPS maar niet op wilde starten? Of omdat ik niet op wilde starten? Omdat ik ‘s middags moest werken en voor Vincent op tijd thuis moest zijn? Of was het omdat het regende van tijd tot tijd? Ik zal toch niet nu al overtraind zijn?? Of dat ik lopen nu niet meer leuk vindt?! Misschien kwam het omdat het Hollandse Hout in Lelystad mij maar niet kan bekoren of door de miljarden muggen. In elk geval was het gewoon niet zo. Arme Manuel: mocht hij weer met mij mee, liep er een zo mogelijk nog ongemotiveerderde Anke naast als hij dinsdag tegenkwam. We waren vaak genoeg stil, en van mijn kant uit was dat ook wel goed ook. Ik raakte de weg een beetje bijster, terwijl we deze tocht anderhalf jaar geleden toch ook al een keer liepen. Het tempo was ook bedroevend en er zaten ook verharde wegen tussen. Na 7 kilometer was ik het al helemaal beu. Maar goed: het enige sterke punt van deze loop was dat ik maar doorging, hoewel ik liefst was gaan wandelen. En dat ik Manuel niet ging uitschelden. Sorry man, als ik zo nu en dan wat onaardig was… Ik was dolblij toen ik de auto weer zag na bijna 12 kilometer volgens mijn GPS die een stukje heeft gemist. Ik had 90 minuten moeten lopen, maar het waren er 86. Ik gok dat ik van 80 minuten niet echt heb genoten. Volgende keer beter!
Zaterdag 9 juli: Fietsen én zwemmen! Ik ging samen met Vincent fietsen! Het was zijn idee om naar Hilversum te gaan. Op naar opa en oma bij de nieuwe kachel! Op zaterdagmorgen mocht mijn fietsje voorzien van nieuwe bel naar buiten en Vincent nam zijn Trekkie mee. Rustig aan gingen we. Ik had de knooppunten opgeschreven en geld voor een ijsje in Blaricum bij me. Knooppunten afstrepen is leuk. Het spoorbaanpad is niet leuk, want dat is grotendeels dicht. Maar langs de Vaart ging het goed! Over de bruggetjes. We kwamen een hele groep fietsers tegen. HoiHoiHoiHoiHoi hoorde ik Vincent achter me tegen iedereen zeggen. En toen langs de Esso door het Cirkelbos. Ik vergiste me, dacht dat het hekje eerder kwam, waardoor ik veel verder voor Vincent uit scheurde. Op het fietspad langs het Gooimeer deden we even eigen tempo, maar zo ver blijft Vincent niet achter mij… Brug op moest ik zelfs hard werken om hem bij te blijven! Op de brug keken we even en toen door naar het ijsje. Ik heb een lesje ‘stayeren’ gegeven: uit de wind fietsen. Vincent stayerde achter mij aan. In Blaricum reden we bijna verkeerd, maar het ijsje was geduldig, lekker en zeer verdiend. De Ferrari was het hoogtepunt van Vincents fietstocht! Toen over heel veel bospaadjes achter de grote huizen langs. De a1 over en toen wilde ik graag over de hei heen. Vincent vond dat best zwaar, de onverharde paadjes, maar ik vond het leuk. We kwamen bij Anna’s Hoeve en over het snelweg-fietspad (breed en goed geasfalteerd) Hilversum in. Vincent was wat moe na een slechte nacht en het tempo daalde wel. Maar oma had lekker brood! Binnen 3 kwartier hadden wij de 34 kilometer afgelegd. Rob haalde ons met auto en fietsenrek weer op. Ik had terug kunnen fietsen, maar dan was zwemmen niet meer gelukt. (en het lukte toch maar net deze maand, anders had ik drie TVA trainingen in 1 week gemist)
Zwemmen: Deze keer was er een andere instructeur die het jammer vond dat hij niet eerder wist dat ik de borstcrawl nog niet onder de knie had, want hij was bereid eerder te komen om het me te leren. Volgende week! Nu mocht ik in de langzame baan oefenen. Ik deed wat ik vorige week ook deed: flipperen met mijn benen, recht liggen, in het water liggen. Vanuit mijn heupen proberen en maar zoeken naar de juiste slag, het juiste gevoel. Het ging alweer beter. De meiden raden me aan het eens met het achtje te proberen en dan lig ik een stuk stabieler in het water! Maar dan kan ik niet flipperen en moet ik de armslag doen ik van Vincent heb geleerd. En da’s even leuk! Dat gaat iets sneller. Ik keek elke keer heel goed af bij de anderen. 1 Keer zat ik er echt goed in en toen was het even heerlijk stil en rustig met mijn hoofd in het water. Dan is het wel gaaf dat zwemmen! Ik denk dat ik op aanraden van de anderen ook op de dinsdagavond ga zwemmen. Als ik de techniek van de borstcrawl straks begrijp. Dan is het zaak om te oefenen, oefenen en oefenen. Ook de tweede keer vond ik het leuk. Apart.
Zondag 10 juli: Hardlopen Een dagje chaos verhelpen in huis: je kunt het huishouden noemen, opruimen of poetsen of strijken, maar het moest gebeuren. Ik werd er ontzettend lastig van. En toen moest ik er even uit, voor ik iemand zou gaan uitschelden. Er stond nog iets op het programma: 5 minuten zone 1, 5 minuten zone 2, 5 minuten zone 3 en dan een half uur zone 2. Tenslotte terugtellen: 5 minuten zone 3, 5 minuten zone 2 en 5 minuten zone 1. Een uur dus. Ohja, 27 graden. Kort hemdje en ik ging gewoon. Net toen ik zone 2 in mocht vroeg een lieve moeder mij naar de speeltuintjes, waardoor ik stil stond. Vond ik niet erg hoor. Zone 2 was ik al snel. En toen zone 3. Aanzetten! Dat helpt voor 2 zaken goed: een rood tomatenhoofd en even wat agressie kwijtraken. Ik liep verhard over het fietspad langs de Hogering. Geen idee hoe ver ik zou gaan. Geen idee hoe hard ook, maar die benen deden het vanzelf! Het hoofd druppelde voornamelijk. Gek genoeg ging het hartstikke goed. Op ‘mijn’ pad door het bos ontdekte ik dat ik dat hardlopen niet meer zo leuk vind omdat ik dat al kan en het fietsen en zwemmen is nog zo nieuw, daar ‘hoeft’ ik nog niks. Tamelijk ontluisterend vond ik dat voor wat betreft het hardlopen. Ik liep maar door en heel soms liep ik iets te hard voor zone 2. Maar de agressie verdween met elke zweetdruppel. Ik ging nog langs de plassen en toen mocht ik weer door naar zone 3. Ik ging wel iets minder snel, maar ik had nu ook duidelijk  meer tegenwind. In de 5 minuten zone 2 werd ik zomaar door een lange duurloper ingehaald of ik stilstond! Zo erg was het niet. Ik had er al 9 km op zitten en wilde de tien ook halen. Dus liet ik zone 1 een beetje bengelen en maakte ik een klein ommetje. Als ik die mevrouw niet had gesproken over de speeltuintjes had ik de 10km net in een uur gehaald! Nu had ik er anderhalve minuut langer voor nodig. Na 10 energieke kilometers kom ik de zondagavond met het uit-eten en een schoon huis wel door!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Week-verslag van een volle week mét twee rustdagen!

De BLOG verandert


Vanaf nu ga ik anders bloggen.
Een ander schema met beduidend meer sporturen vraagt een andere blog.
Van zo’n 5 uur per week hardlopen, gaan de sporturen nu zo’n 7 á 8 uur in beslag nemen. Fietsen en zwemmen komt daarbij.
Sommige zaterdagen staat er zelfs eerst een paar uur fietsen en dan een zwemles. Twee trainingen op een dag!
Elke training beschrijven, dat wordt te veel. Kost teveel tijd. Die ik liever in beweging stop.
Dus vanaf nu: een weekverslag.
Soms een extra verslag als ik tijd/zin/iets te melden heb. Of na een wedstrijd.
Ik ga door met mezelf uitdagen en nieuwe doelen stellen.
Mijn hardloop-afstanden die ik vorig jaar haalde, ga ik dit jaar niet halen.
Mijn fietsafstanden worden daarentegen veel omvangrijker!
En of ik sneller word? Dat zal wel niet, maar ik wordt wel in het geheel getrainder. All-rounder.
Ik hoeft niet meer sneller te worden: ik wil de tijd die ik sporten steek voornamelijk als ontspannen tijd zien.

Hebben we net een beetje een ritme met werken, komt dit erbij! Het huishouden wordt een ondergeschoven project geloof ik 🙂

Categories: Uncategorized | Comments Off on De BLOG verandert

Bergrace Trailrun 28km

Mail aan de trainer: “Ik heb met volle teugen genoten. Ook toen ik zeiknat regende in een vette onweersbui met hagel. Ook toen ik glijdend over de modder naar beneden ging. Ook toen ik in de felle zon door het eindeloze mulle zand hobbelde. Vooral toen ik tussen de bomen op het smalle pad van de zon tussen de bladeren genoot. Vooral toen ik dwars door de grote plassen heen ging. Ik vond alles een zegen om daar te mogen wezen. Het is me bijna vier uur gelukt om alles fantastisch te vinden.” Dus over enige vorm van tempo hebben we niet meer! Over 28km bijna net zo lang doen als over een marathon….. Tsja.

8ste van de 13 finishsters (en 5 afhaaksters)


Wedstrijdverslag:
=======
Wedstrijd: BergRaceTrailRun Lunteren,
Datum: 3 juli 2016
Weersomstandigheden: bewolkt, onweer, zon. Circa 20 graden
Doelstelling: Uitlopen ongeacht enige tijd en vooral genieten

  • Voorbereiding (wedstrijddag)

Wat ging er goed?  Geen spanning. De eerste zwemles was enger. Ik wilde hoe dan ook uitlopen en gaf werkelijk helemaal niks om de tijd. Super Relaxed!
Wat kon er beter ? Best wel een opgave na een hele week al gesport te hebben. Vooral het zwemmen had mijn spieren een flinke optater gegeven, dus ik begon al met spierpijn.
Wat kan een ander voor mij doen? Fantastisch dat er 6 uur voor in het schema stond! Daar raakte ik dan ook helemaal niet opgefokt van.
Bij de start

  • Wat ging er goed?  Ik was heel kalm. In het startvak staan met een hartslag van 75 is me nog nooit gebeurd (meestal is tie dan al boven de 100) Ik maakte me nog heel even zorgen om de heftige regen. Ik had alles bij me.

Tijdens lopen

  • Wat ging er goed? Ik heb alleen maar lopen te genieten en heb me geen 1 moment laten opfokken. Ik at redelijk op tijd. Ik vond echt alles fantastisch: ook toen ik zeiknat regende, uitgleed, het mulle zand in de zon op de sahara leek en ik weer moest wandelen omhoog. Ik lachte om het onweer en vond het spannend. Ik stampte door de modder, ook al stonk het. Ik stond stil op het wondermooie paadje tussen de bomen en de zon tussen de bladeren, gewoon om even te laten doordringen hoe geweldig het was dat ik daar mocht zijn en was gekomen. Ik ‘vierde’ zelfs mijn allerlangzaamste HM ooit! (3uur en 10 minuten) Ik genoot gewoon van alles. Ik vond het heerlijk een race te mogen lopen, dan helemaal alleen te komen lopen in een prachtig landschap en als er iets gebeurt vinden ze me vast wel terug. Het enige wat ik hoeft te doen is de bordjes volgen en dat is briljant! Lekker eenzaam zwerven en volkomen veilig zijn. Lekker klimmen naar boven, glijden naar beneden of juist met de hakken in het zand omlaag. Ik sprak met de vrijwilliger in de stromende regen. Ik rende verkeerd met andere dames mee. Ik deelde de winegums met een man die ik net niet ingehaald kreeg. Ik riep MeisjeSanne onderweg na, die Held van het heldenbord. 
  • Wat kon er beter? Iets met tempo 😉 ? Wie weet in de toekomst weer. Nu even niet.
  • Wat kan ik daar zelf in betekenen? Proberen het tempo heel lang vol te houden, ook als het tempo niet zo hoog is door blijven rennen. Nu stopte ik wel elke keer eventjes en dan is het ritme er weer uit. Toen ik het een tijdlang had, bleef ik zeer regelmatig lopen op 7 minuten/km.
  • Wat kan een ander voor mij doen? Ik vond het heel erg vervelend dat de 14km lopers (heren) me al snel voorbij gingen snellen. Dat haalde mij ontzettend uit mijn tempo. Zeker elke keer opzij stappen op de smalle paden. Dat houdt mij op. Niet zo sterk van de wedstrijdleiding, want de snelle kerels (van de 14km) startten al 6 minuten na de dames op de 28 km (twee rondjes).
  • Er was 1 ronde van 14 kilometer. Sommige mensen renden die 1 keer, ik en anderen 2 keer. In de eerste ronde verheugde ik me er al op om in de tweede ronde eenzamer te kunnen lopen, met mezelf alleen te zijn. Ik was de hele tijd blij dat ik nog een rondje mocht, maar doorrennen was ook een kleine overwinning. De tweede ronde was geweldig. Het voelde alsof alles van mij was: de modder, de hagel, de stroompjes op het pad, het zand, de vogels, de vlinders, de gele bloemen, de hekjes, het kalfje. 

Na de wedstrijd

  • Wat ging er goed? Ik was vooral erg tevreden dat ik 28 km zware trail had volbracht. Ik voelde me helemaal trots. Zelfs dat ik het nog net binnen de 4 uur had gedaan ook. Ik was niet eens laatste: er kwamen nog drie dames achter me! (en daarachter nog meer, maar toen was ik al weg) En hoewel de man mij toch nog had ingehaald (wat ik niet erg vond) was hij natuurlijk ook langzamer, want hij was vier minuten eerder vertrokken! 
  • Wat kon er beter? Eigenlijk had ik iets sneller iets warms aan moeten doen of even rekken. Nu koelden de spieren wel erg snel af (spierpijn!)
  • Wat kan een ander voor mij doen? Als ik zelf alle druk er af haal, dan moeten alle anderen dat ook doen. Manuel, Merijn: bedankt daarvoor.

Tactiek

  • Wat ging er goed? Er was geen tactiek, gewoon gaan en als het niet lukte (maar dan ook echt niet), dan had ik na 1 rondje kunnen stoppen. Ik had vieze (nieuwe) gels bij me. Ik lette niet op de kilometers of voedingstijd, maar bedacht op een moment dat als ik mezelf dan toch wilde bewijzen dat ik het kon, dat ik dan ook moest eten. Hoe vies ook.

Coaching

  • Wat ging er goed? Wereldzet om 6 uur in het schema te plakken. Ik neem aan dat je als trainer wel weet wat je doet?! Ik heb nog nooit eerder zoveel dagen achter elkaar gesport.
  • Wat kan ik daar zelf in betekenen? Heel goed de grens blijven voelen.

Voeding

  • Wat ging er goed?  Sportdrank vooraf, Genoeg brood. Genoeg reserves en vieze gels waarvan ik er van tevoren al 1 nam. Genoeg water bij me. Ik schijn het wat te leren.
  • Wat kon er beter ? De winegums dichter bij de hand houden. Dat kan met deze rugzak niet en dat is knap lastig.
  • Wat kan ik daar zelf in betekenen? Ik heb bedacht dat ik opzetbare zakjes moet vinden.
  • Wat kan een ander voor mij doen? Idee om regelmaat aan te brengen.

Overig

  • Wat ging er goed? Het was zo ontzettend mooi en ik mocht er van genieten van mezelf.
  • Wat kon er beter? Heel weinig. Volgende keer zal het toch weer anders zijn.
  • Wat kan ik daar zelf in betekenen? Dit me nergens druk om maken is erg gaaf. Ik verheugde me in de eerste ronde met al die inhalers op de rust in de tweede ronde. Ik nam me voor dan dwars door de plas te gaan en dat werkte bevrijdend.

 
Is je doelstelling gehaald? yep
Wat was hierin bepalend? Ik heb gewoon echt alleen maar genoten en ik vond alles geweldig. Dat besefte ik ook, waardoor er geen ruimte was voor twijfels of slechte gedachten.

Hele vuile benen! En vieze en natte kleren!


Waar ben je trots op? Dat ik 28km onder zware omstandigheden een trail heb gelopen en gewoon maar doorging en dat ik het maar leuk en geweldig bleef vinden.
=======
De minpuntjes: Die inhalers, dat modder met paardenpoep en honderden voeten er doorheen STINKT, pijn in knieën en voet achteraf, de sticker op de vooruit en dat mijn schoen nu al stuk is. Weegt niet op tegen de pluspunten: even als eerste vrouw lopen omdat de rest fout loopt, bordjes mogen zoeken, de geweldige uitzichten, de lieve vrijwilligers, de tweede ronde in stilte, de geluiden van de vogels, bordjes zoeken en volgen, vrij zijn van elke verplichting, de geweldige luchten, hoe regendruppels van de bomen waaien en zilver kleuren in de zon, hekjes onderweg en de ontdekking dat je iets puur voor jezelf aan het doen bent. Al die pluspunten wegen zwaarder dan een paar minnetjes.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Bergrace Trailrun 28km

De eerste zwemles!

Half zes op een zaterdagavond: Ik had nog net geen bandjes om, maar verder….. Ik zwom met een plankje voor me uit en was bezig om te proberen recht in het water te liggen en te flipperen met mijn benen vanuit mijn buik. Volgende keer mag ik in het pierenbadje leren drijven. Nu was er een baan vrij voor mij en de zwangere zwemster. Volg je ‘m? Mama wil leren zwemmen.
Er moest een zwembril komen en een badmuts. En nu moet er nog een beter (wedstrijd)zwempak komen. En ik moet oefenen. Heel, heel, heel veel oefenen. Er is nog een lange weg/baan te gaan. Maar nu kan ik met mijn benen bewegen vanuit mijn heupen en ik heb flippers aangehad. En ik kan een hele tijd mijn hoofd onder water houden. Ik heb de armslag ook geprobeerd, maar dat is nog wat veel tegelijkertijd. ‘t Is best zwaar, dat geploeter door het water. Maar wel erg leuk! Het is nogal wennen.
Dat was de samenvatting van de hak op de tak. Puntsgewijs:  *Ik vond het DOODeng en zag er ENORM (in het kwadraat) tegenop *Ze moesten een baan voor me vrijmaken, normaal leren nieuwe zwemmers in het pierebadje, maar dat was nu niet bruikbaar *Er was maar 1 leraar. *het water was niet koud *ik moest met het plankje 4 baantjes gaan zwemmen en met mijn benen ‘flipperen’ *mijn baanspeelster gaf me de tip mijn knieën stiller te houden *ik deed vreselijk mijn best *ik raakte de tel al snel kwijt *ik kreeg flippers te leen *ik was heel erg vermoeid! Dan is flippers aandoen lastig! *proberen recht te liggen en tenen naar achter en bewegen vanuit de heupen *het gaat maar heel langzaam *zwemmen vanuit je buik, dat was een goede tip! *ik ga wat minder mijn best doen en dan krijg ik de slag een beetje te pakken *ik mag het plankje wegdoen en moet proberen recht te blijven liggen *ja, het kan nog moeilijker! *baantjes tellen laat ik achterwege, dat past er gewoon niet meer bij! *de volgende oefening is: drijven! *afzetten tegen de kant en languit liggen *klinkt gemakkelijker dan het is *ik moet het brilletje op en mijn hoofd in het water *MEGA OVERWINNING *dan kan ik opeens best recht liggen! *ik moet het tien keer doen, maar ik probeer het wel twintig keer geloof ik *de meester raad me een wedstrijdbadpak aan *en dan kijk ik ín het water, lig recht en flipper met mijn benen vanuit mijn buik en heupen en het gaat zowaar! *ik moet de armslag toevoegen *héél moeilijk! *teveel tegelijk *eerst uitdrijven, hoofd onder water, dan de benen en als de armen erbij komen verzuip ik bijna… *en ik ben al moe! *hoe steek ik mijn armen in het water?! *ik probeer het van de anderen af te kijken, maar dit is nog echt een stap (beweging) te ver *het uur zwemles is om *ik heb nog een lange weg te gaan volgens de trainer (niet de meest opbouwende kritiek van de dag) *ze zijn heel vriendelijk en vragen me hoe ik het vond (de trainsters van Vincent), maar dat weet ik nog niet precies! *ik kleed me om en ben moe, voldaan en te moe om te weten wat ik er precies van vind.
Achteraf vond ik het stiekem geweldig. Ik wil dit graag leren! Dat vind ik zo’n uitdaging! Ik zou morgen weer willen oefenen. Hé, wanneer is me dat met een sport eerder gebeurd… Wacht even , op 1 februari 2012 had ik dat ook… Toen had ik gympen aan en zette ik de eerste hardloopstappen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De eerste zwemles!