Zone 1!!!! 4 dames + 1 trainer = lekker op het gemakje bijpraten met Lb en ski-talent-moeder. Lantaarnpalen tellen, eerst 2 links en rechts, dan 4 brug af en op en af en op, dan nog eens 6 links brug af brug op rechts brug af brug op. 45 (ellenlange) seconden rust. Duurlooptempo lekker wat te hoog leggen. Gestrekte benen lopen. 2,4,6 lantaarnpalen en die brug. En maar kletsen. 10 Kilometertempo. Ook lekker iets te hoog leggen: vermanend vingertje van de trainer dat ik een A tempo loop met 4:40 🙂 De rest ging mee hoor.
Hartslag van 167 in 45 seconden terug naar 128. Mooi! En maar lantaarnpalen tellen en kwebbelen. Nog 1 keer voor ons rapido’s 3 lantaarnpalen naar links tellen en dan zo hard mogelijk terugrennen. Dat was leuk! Ik ging dik voluit met een sprint brug-af en ik moest en zou 2 van de drie dames inhalen voor ik bij de trainer was! Anke kan best hard! Uitlopen en verder kletsen. Nog geen uurtje. Amper moe, maar eerlijk is eerlijk: het is niet in zone 1 gebleven.
om 8 uur 5 minuten stilte en daarna trainen
som: 3 x (5 minuten zone 1, 5 minuten zone 2 en 5 minuten zone 3) = 45 onverhard
Om vier uur trok de zon meer dan het werk. Ik ga morgen wel een uurtje (of wat) langer door. Nu ga ik onverhard de zon in. Weer een blokje in de buurt. Inlopen was koud: ondanks de lange mouwen. Zone 2 was leuk, zone drie was best aanpoten. Soms pakte ik maar een klein stukje verhard mee. Ik moest ook nog SMSen met twee mensen intussen, maar daar is zone 1 zeer geschikt voor. Gelukkig kwam ik een mooi setje paarden tegen onderweg voor de foto.
Verder heb ik zo’n 7 hardlopers gezien, veel honden en evenveel blazende ganzen. En door naar zone 3! Ik had het intussen niet meer koud. Mams begon te SMSen dat ze er al aan kwamen en Rob kwam ook richting huis. In zone 1 ging het gehobbel weer prima: dan kan ik terug SMSen. Zone 2 was weer leuk, maar ik kwam er door alle stress dat ik ook op tijd thuis moest zijn wel even boven. Ik liep de hele tijd te denken dat ik zone 3 best over kon slaan als ik daar zo geen zin in had, maar toch… toen het horloge piepte voor zone 3 zette ik toch weer aan. Niet al te snel deze keer en in plaats van onverhard trapjes op en af. Ik was na 45 minuten en 30 seconden heel keurig weer thuis en moest razendsnel douchen. 7 Kilometer: ze gingen best goed, maar niet echt relaxed, omdat ik het gevoel had te spijbelen en na een half uur had ik ook nog wat haast. Maar ja, de pannekoeken moeten toch echt verdiend worden! 😉
Lekker weer, lekker lopen en dat in korte broek en kortere blogjes
Vanaf deze maand worden de blogs korter: werken en hardlopen en huishouden kosten alles bij elkaar genoeg tijd. Dus bloggen bungelt ergens achteraan. Officieel zat met het kwartiertje rennen naast Vincent de op het schema vermeldde rentijd er op, maar ik had nog een training onverhard tegoed, en die laat ik me niet afnemen! Dus na de F1-race toog ik naar buiten. Historische dag:
Voor het eerst dit jaar in korte broek!
Park door en verder om de wijk op zoek naar de onverharde paden. Dat is best gemakkelijk. En lekker rustig. Ik probeer mijn hartslag rond de 150 te houden. Ook best gemakkelijk. De lucht is strakblauw en de lange mouwen zijn duidelijk een overschatting.
De brug over is verhard en druk eigenlijk: ik kom wel een stuk of tien mensen tegen. Ik duik het bos weer in en neem het pad naar links eerst. Lekker onverhard. Vergeleken bij de modder van het Naardermeer is het niks.
Ik hoop dat het volgende bos ook weer open is, maar helaas: Staatsbosbeheer vind begin mei nog geen eind april, dus ik slinger terug naar de driesprong. Nu neem ik het pad rechtdoor.
Ik slinger weer het bos door en kom bezweet op het pad langs de plassen waar de ganzen blazen. Ik leg de 5 kilometer binnen het half uur af, al weet ik dat niet ter plekke. Ik kies speciaal voor het pad waar ik weer terug kom op de driesprong waar ik alle paden nu gehad heb. Ik heb de 6de kilometer nog lekker tempo gemaakt. En dan moet ik naar de WC. Ik ben toch van tevoren gegaan?!
Het tempo valt helemaal weg en ik heb ineens totaal geen zin meer. Ik loop nog wel lekker tussen de vlinders door en ik hobbel het park door. Na 7,5 kilometer en 45 minuten is het me wel klaar. Ik loop lekker knijpend naar huis (teveel informatie misschien) en ik haal het net! Ik heb een prachtig figuurtje gelopen. Tot zover de kortere blog….
Rondje Naardermeer met Joyce deze keer.
Vooraf: regenjasje, trailschoenen schoongemaakt, rugzakje gepakt, twee boterhammen gegeten. Check √ De meeste beste vriendinnen gaan op een dag als deze samen thee drinken of naar de sauna, maar Joyce en ik begeven ons willens en wetens naar het Naardermeer. Op voor een nat avontuur!
Kilometer 1: Regen. En KOUD. Ik had IJSkoude handen. Laag tempo. Van de benen dan. De mondjes stonden niet stil. De Muggenberg bood weinig fraai uitzicht.
Kilometer 2: Nog steeds koud en ik voelde me wat krakkemikkig. Nog steeds kwebbelend.
Kilometer 3: Over het tapijt-pad van houtsnippers. De regen verminderde. De kou nam af. Welkom ritme!
Kilometer 4: De regen verdwijnt. Het gekletst blijft. Ik begin erg lekker te lopen.
Kilometer 5: Horloge verstopt onder laagjes kleding, dus het maakt mij niks uit.
Kilometer 6: Modder. Serieuze modder. Er omheen is zo zinloos, dat ik er maar gelijk dóórheen stamp. Hebben we dat ook gehad.
Kilometer 7: Verhard. Bah. Nog een hardloper! Verder zien we niemand. Ophaalbruggetje en hé, het is nog steeds droog….
Kilometer 8: Joyce blijft op de verharde weg, ik neem het KOEIENpad. Wat enkel bestaat uit modder, pollen, modder, waterplassen, modder en klei. Het is LOEIzwaar, maar GIEREND leuk!



Kilometer 9: Regendruppels. Een paar. Dat kan mijn voeten niet natter maken! Joyce gaat een stukje mee langs de koeien. Dan verhard verder over het spoor, langs het balkende ezeltje, over de Vecht.
Kilometer 10: Regendruppels weer weg. Fort Uitermeer. Joyce neemt het fietspad: haar kleine dream-to-come-true. Ik kies…. de modder
Kilometer 11: “gewoon een kwestie van de ene voet voor de andere en je komt elke trail door” volgens de trainer. Maar wat als de-ene-voet-voor-de-andere niet lukt wegens omgeploegde modder?! Dan moet je er maar overheen vliegen!
Dat kan ik niet, dus ik zweef. Nauwelijks afzetmogelijkheden betekent dat je het grootste deel van de tijd vrij van de aarde bent. Hardlopen kun je het nauwelijks noemen, wandelen lijkt er meer op, maar ik vind zweven toch prettiger klinken! Het is heel, heel erg leuk. De wolken breken letterlijk en figuurlijk open. De vele waterpoeltjes zijn zilveren pareltjes tussen de bruine modderkluiten en felgroene grassprietjes. Joyce wacht me op.
Kilometer 12: Vind ik het zwaarste: verhard recht fietspad. Mijn voeten waren net aan een modderbad gewend. Na deze kilometer pakken we wat water en een winegum. Ik heb geen trek vandaag.
Kilometer 13: Joyce verlicht de eindeloze rechte asfaltkilometer door me op de prachtige natuur te wijzen. Er breekt een klein zonnetje door!
Kilometer 14: Een niets-zeggende uitkijkpost: maar nu moeten we ook alles gehad hebben, nu we er toch zijn.
Kilometer 15: Over de plankjes naar de volgende uitkijkpost. Deze blijft leuk. Het blijft droog. De zon doet haar best.Wij ook.
Kilometer 16: Deze was ik vergeten! Het kan nog drassiger. Kletsnat gras. Moeras mag ook. Ik word tot aan mijn knieën nat! Maar ik geef er niks meer om: mijn schoenen en mijn beste vriendin helpen me hier moeiteloos doorheen.

Kilometer 17: Een sprookje! De zon komt door op het slingerende plankjespad. Ik voel me een dansend elfje, balancerend over een randje geluk. We komen een fotograaf tegen: slecht moment op dat smalle pad, maar mijn voeten zijn toch al hopeloos nat en vuil.
Kilometer 18: Nu is het nog een kwestie van teruglopen. Langs de huizen, de ooievaar in het veld. Half verhard. Ik neem de zijkanten van de weg. Ik voel mijn voet nu wel. Maar ik zet nog een keer aan tot op het heuveltje.
Kilometer 19: De zon komt er zowaar doorheen. Spoor over. Twijfel: is 19km genoeg….
Kilometer 20: Ik ga alleen de halve marathon afmaken. Joyce loopt langzaam uit. Ze is top, dat ze dit ‘zomaar’ met me doet. Zelfs als het de hele tijd geregend had, had ik mijn zonnetje bij me gehad. Het uitzicht op de Muggenberg is nu een feest van kleur.
Kilometer 21: Ik zet alles op alles, want dit moet van mezelf de snelste kilometer worden. Het valt niet mee. Moe, wind tegen, en een beetje asfalt-achtige ondergrond. 6:13. De laatste honderd meter slof ik wel uit.
Ik deed er net zo lang over als vorig jaar, toen ik voor het eerst alleen naar het Naardermeer ging. 2 Uur en 3 kwartier. I don’t care. Behalve dat het eigenlijk nog te kort was! Het afstropen van de sokken is net zo erg als ik gedacht had. Mijn voet doet de rest van de dag zeer, maar de volgende dag is de pijn volledig weg. Het Naardermeer is helemaal niet ‘naar meer’.
Traininkie
De heule koningsedag zat ik me aar te wagte tot ik ‘s eindelijk ken gaan rennen. Het war een klein clupske dat in de kou kwamt hollen. Met ze zessen waren we, en twee trainerts. Dus ging d’r unne trainerin maar meedoen als deelnemert. Met se achten waren we dus. We gingen un heul end inlopen,
dat ging wel lekkuh!! Dit was voor d’n eurste keer dees jaar da’k zonder pijn an me voet aan een traininkie begon. Dat wou ik zo houwen, dus ik ging me maar ‘s lekker nie uitsloven dees avond. We deden wat oefeninkies en liepen weer verder en verdersop gingen we wat loopscholinkjes doen. Kop d’r rechtop; dat was de opdracht zo’n bietje. Toen renden we door naar één of ander hofke en daar gingen we rondjes rennen.
Tellekens een iets groter rondje of een straatje verder zo je wilt, en tellekens ietsje harder ook nog is. Nou, ik vertaalde dat dus naar hartslagen. ‘k Wilde zo’n bietje van honderdveertig, honderdvijfenveertig en dan tot honderdzestig, zo, snappie? Honderdveertig is niet eg hard en de rest liep lekker op mijn uit. Maar ik dee gewoon m’n eigenste dingetje. Met aan het end van het rondje een iets hogere hartslag. Stukkie uitlopen en dan heul sloompies zodat de hartslag weer naar beneden kent. Nog een rondje.
Nog een rondje. Hoger hartslaggie. De rest voor mijn uit: ik vond het wel best. Volgens mij ken ik niet zo goed tegen vlees zo vlak voor ik gaat rennen, want mijn buik deed niet zo heul lekker. Het laatste rondje ging wel lekker met een hartslaggie van honderdzestigt en bekant honderdenzeventigst. Omdat ‘k de laatste wart, hoefde ik nog maar drie rondjes terug te lopen: dus d’n eerste hard en de laatste lekker kalmpjes an. Ik haalde toch nog net effe iemand in, die d’r veters strikte. We gingen uitlopen en ik liep maar lekker achterop, want mijn buik en darmen wilden er graag snel weze. Dus dat was een paar kilometertjes knijpe en gelijk een stukkie van de coolink-down missen. Maar de oranje limo maakte het weer goed! En het mooiste kwam een daggie later: geen pijn aan het pootje! Kijkt, daar wil ik best voor achterop lopen.
Eigen intervallen invulling
Ik wilde me zo goed aan het schema houden deze week! 1 Keer moet dat toch lukken! En gister stond er 45 minuten op het programma, onverhard. Eventueel te ruilen met 45 minuten
tussen zone 1 en zone 2 die voor het weekend staat. Ik had er ‘s avonds tijd voor nu het weer later donker wordt. Maar….. in de nacht van zondag op maandag werd ik misselijk wakker en heb ik even boven de WCpot gehangen. Daarna was slapen wat lastiger, waardoor de nacht niet al te lang was. En dat merkte ik maandag wel: mijn maag vond alles weer oké, maar ik was moe. Dus ik stelde de loop van maandagavond uit naar dinsdagochtend. Nachtje goed slapen werkte wonderwel. Geen ontbijt, en om 10 over 8 stond ik met regenjas aan buiten klaar om Vincent naar school te ‘lopen’.
Ik koos voor de 45 minuten wisselen tussen zone 1 en zone 2, maar na 7 minuten en 1 km was het plan kaduuk. Ik besloot ter plekke 2 km langzaam aan te lopen en kind naar school te joggen en dan 2 km een wat hoger tempo te pakken. Rondje om de school, afscheidskusje+”leuke koningsspelen” en dan weer door. De volgende 2 kilometer gingen beter. Ik had het naar mijn zinnetje, het voelde niet zwaar, ik ging niet loeihard en het regende niet. Het was ook niet warm. Ik verzon een beetje ter plekke de route. Stukje onverhard, dan maar iets minder snel- maar dat was het niet!
Toen een kilometer heel kalmpjes aan. Je raad het al: minstens net zo lastig als snel lopen. Ik lette maar weer eens een keer goed op mijn loophouding: knieën naar voren, kort grondcontact. Het regende een beetje, maar eigenlijk niet eens genoeg om echt nat van te worden. Toen mocht ik een kilometer flink doorlopen van mezelf. Niet op mijn top, maar gewoon comfortabel flink hard. Ik ging aan het tellen. Het liep erg lekker. Toen weer terug op (heel) kalm tempo naar huis, naar de douche, het werk en het ontbijt. Ik voelde me een beetje opgejaagd en moest echt even omschakelen om aan het werk te gaan, maar toen ik er eenmaal inzat, kon ik veel gemakkelijker allemaal dingen bedenken en plaatsen.
Rondom Lage Vuursche
Wisselvallig weer: het ene moment felle zon, en dan opeens felle hagel. ‘s Morgens is er in Huize de Boer nog hard gewerkt en na de lunch neem ik Vincent mee voor een bezoek aan opa en oma en Manuel mee voor een rondje hardlopen bij kasteel Groeneveld. Vincent gedropt, verder gereden, auto geparkeerd voor kasteel Hoge Vuursche en hopen op mooi weer.
Legenda: * = aantal sterren geeft aan hoe leuk/fijn het was van * tot *****
√ = afgehandeld: van √=koeltjes tot √√√√√=gelukzalig!
– = minnetjes, niet echt prettig; van 1 – (mwah) tot – – – – – – – (nee, BAH)
Regenjasje, trailschoenen, rugzakje √
Route? Nee, die hadden we niet echt vaststaan. Richting Groeneveld, dan doorsteken richting Lage Vuursche. Plan klaar, ik was er nog lang niet klaar voor, maar we gingen! √
Modderig √√ Lekker Zonnetje √√√ Prachtige bomen √√
GENIETEN √√√√√√√√√√
Vandaag had ik niet zoveel tekst, soms klets ik Manuel helemaal gek, maar nu even niet. – Spoorweg en veel honden. – – Pijnlijke bovenbenen. Gelukkig allebei. Geen reden om te stoppen.
We zijn al vrij rap op het terrein van Kasteel Groeneveld en slingeren om de modderpoelen heen.*** Het is best warm in de zon. Ik hobbel maar door. Niet hard, maar steady √ Het tempo wisselt.
De tuinen zijn erg gaaf rondom het Kasteel. Niets teveel van verwacht! ***** Maar helaas – – dat weten meer mensen met allemaal brave honden. ZON ****
We gaan een klein stukje op tempo tegen de wind in, omdat ik daar even zin in heb. ** Zwaar, maar het lukt *
Het paard op de heuvel is onaards geweldig: het lijkt zo uit het boek van de Grijze Jager te komen. Stapper, Arnouds paard.
Omlopen en op het hek van Amerpoort stuiten – – – –, maar kunnen onverhard blijven lopen. ** Ik ben deemoedig, maar weet niet waarom. 🙁
Toch weer naar dezelfde spoorwegovergang — WACHTEN – – – – – – – 🙁
Weer een modderpad, nu maakt het niet meer uit: dwars d’r doorheen is ook oké: de schoenen beschermen tegen uitglijden. √√
Manuel vertelt, dat moet ie van me. Helpt enorm. √√√
Net als de winegums!! *** 🙂
Soestdijkerstraatweg oversteken bij Kivitsdal. Tjonge, hoe heb ik hier vorige zomer óóit 28 kilometer voetenpad kunnen lopen?????? ——- Nu kom ik amper voort. Zeuren en stoppen helpt niet en is geen optie. Ik gok dat we op 8km zitten, maar het blijken er tien te zijn. Tjonge. We verlaten snel het fietspad, nog voor de golfbaan. Er komen circa 15 hagelstenen voorbij. Voor de rest zon Zon ZON √√√√√
Het is zo gruwelijk mooi. Al dat lichtgroen, al die frisheid. Lammetjes heb ik gezien, bloesems: het is erg mooi buiten nu. 🙂
Dan komen we via via op de Zwarteweg. Manuel vertelt gelukkig. Dit is absoluut geen goede plek voor mij, hier word ik diep verdrietig. Ooit monteerde ik wat op deze plek opgenomen was, langs deze heuveltjes. Het lijkt een vorig leven. Ik blijf naar Manuel luisteren en doorlopen, ook al is dit heuvelig én verhard. We moeten notabene uitwijken voor auto’s: dood-eng! Als we het modderpad opgaan, is het leed geleden en is het heuveltje bedwongen.* overwonnen√ We moeten nog een weg oversteken en ik weet precies waar de auto staat (links van me op ca 1,5km afstand), maar ik ben de route en de duur van de loop totaal kwijt. Het is een kwestie van doorhobbelen en doorkwebbelen. Dat helpt allebei enorm goed.√√ En de winegums ook √
Aan de ene kant ben ik de pijn in mijn linkervoet en het rennen doodmoe –, aan de andere kant kan ik in dit tempo nog uren doorgaan. √ Langs de campings. Still Sunny ***
Soesterdijkerstraatweg weer oversteken. Verhard lopen richting het BosBad. Wilde ik altijd al eens lopen, hier. √√ Nog een kwartiertje lopen gok ik.
Manuel houdt nu permanent de route bij √ Anders zou ik totaal verdwalen, dat geef ik toe. En daar heeft Manuel geen zin meer in. 😉
Het is nog steeds mooi √√√√ Modderig √√√ Dat maakt nu echt niets meer uit. Vermoeiend √√ Ver: ik haal de 15 kilometer en de 16 ook nog! √
Na bijna 2 uur staan we weer bij de auto. Moe, maar niet kapot. Hoe ik over 3 weken 21 km onverhard moet lopen, blijft me een beetje een raadsel. Maar vandaag heb ik er toch weer 17 afgelegd. ***
Vincent ophalen die op de kermis is geweest en oliebol eten; die is dik verdiend! √* 🙂
just me, myself and a thousand dandelions!
(gewoon ik, mezelf en duizend paardenbloemen)

Tot op het laatste moment twijfel: verhard flink trainen of onverhard genieten? Inspanning of ontspanning?! Twijfel!

Het werd ontspanning! Hé: dit is mijn vrije dag! Mooi weer, zacht gepedicuurde voetjes, heuveltjes, bospaden = perfecto!

Het bos is juist nu zo prachtig! Alles is nog vers groen. De brandnetels zijn nog klein en jong. De zon staat laag. Heerlijk!

Ik maakte bochtjes en kronkeltjes over de bospaden. En ik genoot! Van de kleuren, de vogelgeluiden, de geuren.

Onderweg had ik links en rechts kramp en pijnlijke benen, maar vooral trek! (note to self: 125gr magere yoghurt is nog steeds te weinig!) Daarom hield ik het na 45 minuten voor gezien.
En weer lekker uitfietsen. Geen snelle tijden te melden. Wel een Grote Dikke Grijns.
over spijbelen, afvallen, nieuwe schoenen en een hardlooptraining
Over spijbelen: Dat heb ik maandag gedaan. Ik was moe. Of beter Moe. Nee: M O E. Vermoeid. Een stuk wandelen ging best, maar de hoofdpijn was niet zo best. Ik lag voor tienen in bed en dat beviel me véél beter dan energie opladen door hard te lopen. Soms, heel soms, heel heel soms is spijbelen best fijn! Ik zou me daar niet schuldig over moeten voelen.
Over afvallen: Daarom spijbelde ik maandag. Ineens had ik genoeg van al die broeken die net te strak zitten. De lekkere koekjes. Het olifanten-gevoel. En dan ga ik netjes aan het lijnen – binnen de punten eten: veel fruit en groente, 2 boterhammetjes en yoghurt: kom maar op! Ook al zijn de batterijen van de weegschaal leeg en heeft die weegschaal dus geen stem in deze. Daarom voelde ik me maandag ‘wat zwakjes’. Dinsdag wende ik er in de loop van de dag al aan en voelde ik me weer goed, maar ik zeg streng tegen mezelf dat ik deze avond ook nog oversla.
Over nieuwe schoenen: na heel lang twijfelen, rekenen, zoeken, vergelijken en nog een keer rekenen heb ik ze dan eindelijk besteld: nieuwe Brooks. Hetzelfde merk als ik al jaren heb. Maar dan met een andere extensie, die ik overigens ook al eerder uitgeprobeerd heb. Brooks Glycerine 12. Prachtig blauw zijn ze. En ze zitten als pantoffeltjes. Daar moet op getraind worden!
Ohja, over een hardlooptraining: Het was één grote groep van razendsnel (in zijn uppie, arme M) tot erg traag (met z’n drietjes) en heel veel daar tussenin (en ik voorin). En een trainer (dezelfde als vorige week) die iets had bedacht met kracht- en souplesse-oefeningen. Plus mooi weer én die fijne schoenen: dat kon niet mis gaan. Eerst een oefening, dan de brug op hoog tempo over en terug op rustiger tempo en dan nog een oefening. We zijn 4 keer die brug over gejaagd en de eerste twee keer ging ik (te) hard, dus de derde keer hield ik me in en de vierde keer ging ik nog maar ‘s (te) hard. Toen souplesse-oefeningen met een moe lijf en daar moesten de schoenen nog even op studeren! Ik geef gewoon de schoenen de schuld, ha!
We renden de lage brug op duurlooptempo over en terug en toen liep ik lekker met de snelle politieagente te kletsen. Ik denk dat we dat ook zo’n vier keer hebben gedaan, maar; moe he: dan is dat minder duidelijk! We moesten nog lantaarnpalen sprinten, maar toen had ik geen zin meer en dan doe ik ook maar half mee. Daarna liepen we weer terug door het park. Ook nu mochten we nog een stuk ‘eigen tempo’ en dan ga ik zo lekker en voor mijn gevoel traag rond de 5:50 hangen. De zon ging onder en de maan hing prachtig in de lucht. De schoenen zijn helemaal goed gekeurd: ze zijn mooi, zitten lekker en kunnen hard en ook rustig aan uitlopen. En ik heb ook nog eens erg keurig in de goede lage hartslagzone gelopen! Voor tien kilometer en een beetje. 1 Minpuntje: mijn linkerbeen is stijf, stram, onrustig en pijnlijk. Alsof ik maar op 1 schoen gelopen heb! Weird.
Heen en weertje in een fijn weertje tussen de (domme) gansjes
Het was echt oer-Hollands weer: hoge witte stapelwolken, soms een felle zon en soms een felle bui. Het is het hele weekend al een beetje druk met de veiligheidsdag, huishoudelijke klussen en Vincents sporten: leuk allemaal, maar drie kwartier onverhard lopen moet er een beetje tussen worden gepropt voor mijn gevoel. Zondagmiddag 5 uur heb ik het onweer afgewacht, alles gestreken, Vincent aangemoedigd en geknuffeld en moed verzameld. 40 Minuten zone 2, dat is te doen. Vincent gaat een foto van me maken en dan thuis rekenen.
Ik ga lekker door de modder en de plassen stampen, eens een keer in mijn eentje. De eerste kilometer gaat snel. Toen had ik vast snelle muziek op staan 🙂
Dan ga ik een kilometer iets minder hard, want ik maak een foto van de mooie lucht en ik moet me wat inhouden om in zone 2 te blijven.
Ik ga de brug over en zoek alle bekende onverharde paden op. Dan kom ik de ganzen tegen. Enorme families ganzen. Honderden ganzen en veel gansjes. Naast het pad. Op het water. In het gras. Op het pad. En boos dat ze doen tegen mij! Het is maar goed dat ik ze niet versta, want ze blazen naar me en volgens mij hebben ze een heel gakkend scheldwoordenkanon voor me geopend.

Ik zie bekenden op de fiets en ineens kan zone 2 me gestolen worden! Wanneer krijg je nu de kans om fietsers op dit pad in te halen als je rent (niet vaak, want eigenlijk is fietsen verboden) en dan nog wel dat meisje wat laatst o-zo-trots haar eerste 5 kilometer liep?! Dan maar even zone 4 doorpiepen! Hoe vrolijk kun je iemand gedag zeggen die op het pad fietst?! Ze maken het pad wel lekker gans-vrij 🙂
Dat moet ik verderop onder de heldere lucht met in de verte de paarden weer zelf doen, dat gans-verjagen. Weer een langzame kilometer en ook weer netjes zone 2. Aan het einde van het pad kijk ik achterom. Verhard verder? Andere lopers zijn over het fietspad gegaan en ik mag onverhard lopen, dus om nu via het verharde pad naar huis te gaan? Nee. Ik ga hetzelfde pad weer terug. Nogmaals de gans-dans! Maar dan met wind tegen. De snelle en langzame kilometers wisselen elkaar keurig af.
Ik weet nu waar de uitdrukking ‘dom gansje’ vandaag komt: gansje ligt gezellig met de hele familie (kind of 15) langs het pad in de namiddagzon, ziet een roze reus aankomen; dus wat doet het domme gansje? Die gaat proberen voor langs het roze geval te kruisen met het hele gezin.
En dan boos worden als de roze reus moet uitwijken omdat alle domme gansjes in serie dezelfde domme beslissing nemen!
Ik ga weer huiswaarts en krijg zijsteken, te laat verkeerd gegeten – ik weet het. iIk loop inderdaad precies hetzelfde pad terug, maar als de 40 minuten om zijn (ik mocht er dus 45, maar had een keer zuinig ingesteld op mijn horloge) wil ik toch graag de 7 kilometer volmaken en nog even hard doorlopen. De gemiddelde hartslag zit helemaal boven in zone 2 (lees: net zone 3). 7 kilometer binnen 45 minuten: dat was genieten. Was getekend, een roze gansje.









