Er stond niets op het schema. Duh, alsof de trainer echt denkt dat ik DRIE dagen stil blijf zitten! Dat lukt me niet hoor. En… ik wil graag de 170 kilometer halen in februari. Op 28 februari staan er 166,5 op de teller, dus die laatste 3,5 kilometer kunnen best. Ik heb het gevoel dat ik nu helemaal zelf mag kiezen en ik trek snel de trailschoenen aan. De hartslagmeter laat ik thuis, lekker puh! Ik ga om onze wijk heen. Het eerste stukje is verhard lopen, maar eenmaal het bruggetje over, is daar het bos. Heerlijk zachte paden, geluid van vogeltjes. Ruimte om je heen en een klein zonnetje. Soms een
paar stapjes verhard een fietspad oversteken en dan door naar het volgende onverharde pad. Het lijkt alsof ze dit speciaal voor mij hebben neergelegd! Zodat ik hier om mijn eigen wijk heen kan slingeren op mijn trailschoentjes. Ik wist niet eens dat het pad zo ver doorliep en ik geniet met volle teugen. Ik moet even een stukje over het asfalt fietspad, maar dat ik dadelijk de kleine paadjes tussendoor terug kan nemen stemt me weer gerust. En even later is er weer zand en smalle wegen en opletten waar de kuiltjes zitten. Ik heb het al lang niet meer koud.
Of ik krakende takken hoor of een in Almere verdwaalde specht maakt me niet uit: ik vind de natuurgeluiden prettig en doe net alsof ik de auto niet hoor. Ik kijk op van de bloesems op de takken en kan het niet laten er even een foto van te nemen. Veelbelovend! Ik ren rechtdoor en hou gemakkelijk de onverharde weg aan. Ik passeer voor de tweede keer de wandelaars en ik kruis voor de tweede keer de hardloopster. Op de verharde brug moet ik haar wel inhalen: mijn tempo is op het asfalt echt vooruit gegaan. Het laatste stukje park is ook onverhard. Ik neem de tijd voor een SMS waarin ik om een foto vraag.
In nog geen half uurtje ben ik weer thuis, 4 kilometer rijker, een stuk tevredener en gelukkig niet moe! Want er moet nu gefietst worden met de knul op de racefiets. Ik kan hem op mijn stadsfiets niet bijhouden, maar het is een training die langer duurt dan het hardlopen en we komen ook nog eens een stuk verder!
13 kilometer in 50 minuten: dat haal ik niet zonder trappers. Maar de 170 kilometer van februari zijn mooi gehaald hoor. De rest van de middag verloopt minder sportief, maar is qua eten lekkerder!
Toch is februari nog niet klaar na de 28ste. Dit is een schrikkeljaar en we hebben een dag extra. Toch blijft het de kortste maand en precies daarom heb ik februari uitgekozen om volgens mijn Apple Watch en Fitnessprogramma juist deze maand elke dag het beweegdoel te halen. Dan gaat het niet om het half uurtje beweging op een dag, maar om de actieve calorieën die je verbruikt.
Meestal staat mijn programma ingesteld op sporter en moet ik 550 actieve kcal per dag halen, maar op de rustdagen haal ik dat niet! Dus ben ik in februari een niet-sporter. Dan hoeft ik maar 340 actieve kcal op een dag te ‘scoren’ en dat lukt me meestal wel. Op 29 februari moeten we nog een uurtje wandelen, want ik laat het nu niet op me zitten dat ik 28 dagen het doel haal en die laatste dag niet! En dan krijg ik mijn mooie ‘medaille’ voor de Perfecte Beweegmaand. Februari was kort, maar krachtig!
Stukje lopen, stukje fietsen en een felbegeerde medaille!
Afscheid van de Woondome.
Volgende week staat de CircuitRun in Belgie voor de deur. Vandaag stond de laatste ‘grote’ oefening op het programma. Hierna vertoon ik mij voorlopig niet meer bij de Woondome en ik ben vastbesloten het asfalt van Almere na 5 maart ook te laten voor wat het is. Manuel deed me uitgeleide: hij liep met me mee in zone 1 naar de Woondome. Niet dat Manuel mij geen geen twee uur bij zou kunnen houden, maar hij mag morgen voor een (hele) hele lange duurloop de weg op. Arme jongen, moest hij mijn gemor en gescheld op de wereld aanhoren. En het gepiep van het horloge, want je opwinden en daarbij hardlopen lukt mij vandaag echt niet in zone 1. Bij de Woondome verlaat Manuel mij en mag ik gelukkig in zone 2 naar boven. Een kwartier lang. Met de nadruk op ‘lang’ en ‘lang’zaam. Al snel ben ik de tel kwijt. Ik app Joyce dan ook onderweg en maak
een foto. Maar ik ren wel stug op en neer. En op en neer. En bijna ‘boven’ is de hartslag elke keer net boven zone 2 en bijna ‘neer’ is de hartslag weer bijna zone 1. En zo nog een paar keer op en neer. Omhoog, omlaag. En op en neer. Ik weet niet meer of ik 7 of 8 keer heb gehaald. Ik ga een kwartiertje in zone 1 uitlopen en neem de tijd voor een gelletje. Ook zonder de opwinding blijkt zone 1 out-of-range en ligt de hartslag te hoog. Ik kan de schuld geven aan de brug-stijging, maar ook voor de brug ligt de hartslag boven de 135. Met deze tempoverschillen vliegt het uur voorbij! Ik kijk uit naar Joyce en net over de Vaart loopt de lieve schat me tegemoet. Ik mag door naar zone 2 voor een half uur -om de bruggen over te steken. Ach, daar zat ik eigenlijk toch al! Mijn horloge geeft de kilometers niet meer weer en ik moet zeggen dat ik dat heel prettig vind. Ik kijk naar de hartslag en hoe lang ik nog in welke zone moet zitten, maar hoe ver ik kom is van ondergeschikt belang. Eerlijk: ik kijk helemaal niet meer op het horloge, want Joyce en ik beginnen te kletsen en dan is alles van ondergeschikt belang! Stiekem zelfs het lopen. De bruggen op en af, slingeren om een stuk of drie afsluitingen op het fietspad heen, omhoog lopen naar het station: we kletsen en bespreken en delen en praten maar door. De route is saai en bekend over het Spoorbaanpad, het weer is somber; maar naast me loopt mijn persoonlijke zonnetje. Mijn beste vriendinnetje. Mijn loopmaatje.
Mijn vertrouweling. Mijn beste therapeut. Een onmisbaar maatje op velerlei gebied. De pijn in mijn linkervoet is vrijwel geweken na een week waarin ik innerlijk een station verder gereisd ben. Uiteraard bespreken we dat. En de kinderen komen ook alledrie aan de beurt. De huishoudbeurs. De hondjes, die onmogelijk geinig zijn (voor mij dan). Vlak voor station Muziekwijk moet ik voor het laatste half uur terug naar zone 1. Ik verwacht er niks van, en daar krijg ik gelijk in. Maar het gepiep wordt 9 van de tien keer gesmoord in geklets. Voorbij muziekwijk is het even nieuw voor me. Ik bekijk 1 keer op het horloge dat ik al op 12,5 kilometer ben en ik vermoed de 15 kilometer wel te halen vandaag. Stiekem zat dat voor twee uurtjes in mijn hoofd.
Het moeilijkste gedeelte volgt als we de Hogering zijn overgestoken: Almere Poort. Ik heb een bloedhekel aan het lange fietspad en herhaal dat ik hier nu langzaam overheen moet. Wonder boven wonder haal ik zelfs zone 1! En dat terwijl ik me nog opwind ook. We gaan richting het huis van Joyce’s zoon. En zo loop ik voor het eerst van mijn leven verder door Poort dan de 30-van-Almere me ooit gebracht heeft en het is er best oké. Na 2 uur kan Joyce me zijn appartement aanwijzen. Ik heb er 16,6 kilometer opzitten en ik vind het best. We wandelen naar het station van Almere Poort.
Om 11 uur nemen we een trein terug naar Oostvaarders voor een beker chocomelk en een stroopwafel (of twee). De ochtend is omgevlogen! Ik ben ietsje moe, maar het voelt totaal niet alsof ik 16 kilometer heb gelopen. Ik ging natuurlijk ook niet al te snel, maar ik had best nog een uur door kunnen rennen. Joyce rent weer naar huis en neemt op vrijwillige basis de Woondome mee in haar rondje; kijk, wat een heldin! Ik fiets nog wat van hot naar her en mijn voet is licht gevoelig. Als een beetje spierpijn. Mijn hart maakt nog een sprongetje als ik zie dat ik de Woondome in dat kwartier 10 keer ‘bedwongen’ heb. Dat ging wel lekker moeiteloos eigenlijk. Ben ik nu klaar voor de helling van Eau Rouge?
De nieuwe trailschoenen uitproberen samen met 't 'kleine' loopmaatje, waar geen maat op zit!
Loopmaatje 1 werkt, loopmaatje 2 heeft andere verplichtingen en loopmaatje 3 zit op school. De ochtend is prachtig. Zonnig, koel. Maar ik zit binnen de zaken af te maken. Mijn voet doet nog nauwelijks pijn. Als Vincent en ik ‘s middags willen gaan, komt er natte sneeuw uit de lucht. Mooi is dat. Buienradar belooft ons een droog window tussen 15:40 en 17:10. In die tijd gaan we samen onverhard lopen, want ik wil mijn nieuwe Brooks Cascadia 10 trailschoenen nu dolgraag proberen! Ze zijn mooi paars, zitten als pantoffels en ik verlang naar bos en modder. Vincent durft het aan voor de tien kilometer te gaan. We gaan het park door en onze voeten, benen en nieuwe schoenen moeten even wennen. We kletsen wat en Vincent heeft voor de eerste kilometer voorbij is al een blackbox voor me. Ik los ‘m gelukkig snel op!
We gaan een trapje op en een verharde brug over en een trapje af en dan worden mijn schoenen pas echt vies van de modder. Vincent vindt mijn blackbox maar moeilijk. Ik loop netjes in zone 2.
De zon en de donkerblauwe lucht vormen een schitterend decor. Vincent neemt het fietspad en ik loop naast het fietspad door de modder. Duidelijk te merken dat hij dan gemakkelijker loopt dan ik. We gaan het pad langs de Oostvaardersplassen op. De lucht en de ruimte zijn zo ontzettend mooi. Er staan honderden paarden. Intussen zijn er al drie kilometer onder de voeten/voetjes doorgegaan en zitten we op een straf tempo van 6:05. Ik maak wat foto’s, maar de kracht en pracht van de ruimte is niet in een plaatje vast te leggen.
We gaan verhard onder het spoor door en ik constateer dat Vincent weer een broek heeft waar hij uitgegroeid is. Ik ga het onverharde pad op, terwijl Vincent het fietspad verder volgt. Ik moet en mag flink aanzetten over de modder. Hier merk ik dat ik trailschoenen aan heb. Waar ik een paar weken geleden wat glibberde, sta ik nu stevig en voelt het minder moeilijk het tempo aan te houden. We komen elkaar weer tegen en gaan onverhard verder langs het spoor. We gaan richting de berg en Vincent weet best dat hij het spoor moet volgen, maar de paden zijn ook eigenwijs. We lopen langs het water en ik beloof hem dat de berg er opeens zal zijn.
Zodra hij de heuvel in zicht krijgt, sprint hij omhoog! Ik mag de hoogtes in zone 4 nemen (pas naderhand zie ik dat het zone 3 had moeten blijven) en ga over het betere pad naar boven. We hebben boven even de tijd om een paar foto’s te nemen en dan racet de knul omlaag.
Dat vindt hij leuk! We gaan over de natuurboulevard en het volgende mag Vincent niet lezen: op de klimmetjes zetten we samen aan en ik hou hem absoluut niet bij! Met een strakke sprinttechniek moet ik op de kleine eindjes mijn meerdere erkennen. Omlaag gaat hij ook graag hard. We draaien af bij het fietspad (hij verhard en ik onverhard) en gaan de poort door. Meneer kiest de weg rechtsom, want die is korter. We zijn al een tijdje op weg en ik merk wat vermoeidheid bij mijn kleine compagnon, maar hij laat zich niet kennen.
Terwijl we door het bos lopen, word ik helemaal op de hoogte gebracht over alle dinosaurussen en wie tegen wie strijd en voor welk beest ik hard moet weglopen. We gaan richting fietspad en dan zijn mijn 45 minuten onverhard van het schema voorbij en lopen we over het asfalt. Dat is voor de jongen gemakkelijker. We hebben er 7 kilometer op zitten. Nu moet ik gaan kletsen en ik weet niet waarover! Leerpuntje voor de mama:
volgende keer moet ik weten wat ik hem ga vertellen de laatste kilometers! We gaan nog een stukje onverhard lopen door het bos omdat dat het kortste is. Vincent krijgt het echt wel zwaarder. We gaan de brug over en ik zeg hem keer op keer dat het niet erg is als het tempo wat lager komt te liggen, maar Vincent zet door. De negende kilometer is de snelste en ligt lekker nog net in de 5 minuten. We gaan door de Sieradenbuurt en Vincent heeft moeite met rustig ademen en er springt ook bijna een lantaarnpaal op zijn route! Hij kan niet wachten tot mijn horloge piept en hij tien kilometer heeft gelopen.We lopen hand in hand over de brug en halen twee wandelaars met hond in. Ik doe op het fietspad langs de Laan der VOC een paar intervallen, maar ik ben ook best vermoeid. Vincent kan niet meer mee en hij haalt me in als ik 1 lantaarnpaal dribbel. Het piepje komt als ik vooruit gerend ben. 10 Kilometer in 64 minuten en 26 seconden.
Nog een klein stukje door naar huis en dan is Vincent officieel doodmoe en toegetreden tot de tien-kilometer-lopers. Mijn schoenen zijn vies en goedgekeurd.
H E L D We doen een goede cooling down en dan is de Held alweer klaar om de snoepjeskast te plunderen en de dino’s los te laten in de douche. We hebben geen druppel regen of sneeuw gezien. We hebben lekker gelopen samen en nog 75% onverhard ook.
Dobbelen in zone één
Training met de club. Alleen bij geen spierpijn. (er staat niks over voetpijn gelukkig) In een lage zone houden. Dat is zone 2 met een hartslag tussen de 135 en 154: niks hard! Niet snel en harder willen en hoeven te gaan. De beste maatjes gaan wel met de snelle groep en lieve trainster mee. Het maakte mij allemaal niks uit: ik hoeft me niet zo nodig te bewijzen vandaag. Dus ik loop langzaam mee in te kletsen met de meneer die naast me loopt en ik ben blij dat ik mijn handschoenen heb meegegrist, want ik ga het niet warm krijgen vanavond. We gaan naar het favoriete fietspad van de trainer, net op het moment dat ik per ongeluk laat vallen dat mijn kind een triatleet in wording is en daarmee de meneer letterlijk versteld doe staan. We mogen zelf kiezen welke loopscholingsoefeningen we doen; zo zal het de hele training blijven voor mijn gevoel: vrijheid, blijheid! Doe maar wat! Dan komen de dobbelstenen te voorschijn.
Klein, rood en lichtgevend. We moeten een partner van gelijke sterkte zoeken, maar die zijn hier niet voor mij. Niet getreurd: samen met een meneer die in alles mijn tegenpool zal blijken te zijn vorm ik een gelegenheidsduo. De ene gooit het aantal lantaarnpalen dat we 1 van de drie richtingen op zullen volgen, de ander gooit het aantal herhalingen wat we moeten doen. Duurlooptempo heen, tien-kilometertempo terug. Voor mijn gelegenheidspartner ligt dat tien-kilometertempo onder mijn duurlooptempo, maar ik zit daar niks mee. Ik probeer het tempo wel iets op te voeren, maar het komt niet in mijn richting en dat vind ik helemaal niet erg! Na 4 keer 4 lantaarnpalen, volgt nog een set van 3 keer 2 en we kletsen er vrolijk op los. Waar ik heel star ben in het volgen van trainingen, is mijn partner-van-de-avond juist iemand die puur voor de lol loopt: en soms (zoals de afgelopen tijd) een paar maanden niet, dan weer een paar maanden vol voor de marathon gaat en zo werkt hij ook: met 4 of 5 totaal verschillende eigen ondernemingen geniet hij van de tijd die hij overheeft om te kitesurfen notabene! Ik ben verbaasd dat je ook zo anders kunt leven als ik doe. De vragen van mijn kant worden echter onderbroken omdat we elk apart verder moeten en voor ‘ons eigen’ gaan dobbelen: je gooit 1 keer het aantal lantaarnpalen. Ik gooi 4 en ga vier, drie, twee en één lantaarnpaal langzaam heen, snel terug. Even een stukje wat tempo oppakken, maar ik voel me ook iets onder het tien kilometertempo op de kleine stukjes prima thuis. Ik gooi ook nog een keer 2. En dan worden de dobbelstenen weer opgeborgen en gaan we drie lantaarnpalen de ene kant op, drie de andere kant op in diverse tempo’s en in een steigerun terug naar de trainer op het derde pad. Ik schakel over op mijn hartslag en schrik even: een hartslag onder de 130? De hartslagmeter heeft het zeker ergens af laten weten, maar het verklaart waarom ik de handschoenen gewoon aan blijf houden.
We steigeren wat en doen zelfs een heerlijk stukje antilliaans joggen en dan dribbelen we lantaarnpalen tellend terug naar de trainer, want elke oneven lantaarnpaal moeten we skippen. De trainer wijst me volkomen terecht op het gebrek aan energie dat ik in de skippings steek. Tijdens het uitlopen moeten we daarom allemaal ‘voor straf’ een paar stevige skippings laten horen! We lopen ook een stukje achteruit en joggen terug naar het buurthuis. Dat ik nog geen 6 kilometer heb afgelegd in een uur deert me niks. Dat ik een gemiddeld tempo heb van lik-me-vestje zal me wat. Dat ik geen pijn heb in mijn voet, dat is pas belangrijk! Dat ik heerlijk heb genoten van de variatie, dat is interessant! Dat ik me fantastich en energiek voel, dat zijn belangrijke zaken! De gemiddelde hartslag ligt onder de 127. Het ligt niet aan de hartslagmeter: die heeft “keurig” een maximale hartslag van 190+ gemeten in de opwarmfase en voortdurend aangestaan en de juiste metingen verricht. Ik ben er heel blij mee en erg tevreden over. Met deze trainer volgt een gedegen cooling-down, waar ik wél mijn best in doe. Het maantje staat er fijn bij en ik heb een heerlijk uurtje gehad. De andere groep is afgemat, ver gegaan en heeft hard gelopen. Ik benijd ze niet.
VaartSluisBosCross: verslag van de veldvulling
Niks deed het me: ik zag er niet tegenop, ik was niet bang voor de modder na anderhalve dag onafgebroken regen, ik maakte me maar eens helemaal nergens zorgen om. Lichte zorgen om mijn linkervoet/hiel zijn op zijn plaats, want gisteren deed het Onwijs Veel Pijn na een wandeling door de stad (?) en was het ‘s avonds zo goed als helemaal over. (??) Gelukkig kon ik met de auto’s mee en hoefde ik niet te fietsen, wat in de voorspelde regen leek me dat niks. De regen bleef uit, maar het waaide flink. Eerst het kind aanmoedigen
en dan vrolijk een beetje rondstappen en me vast verheugen op de flesjes water die voor naderhand klaar staan. Lekker beppen in het startvak en dan gaan we al! Net als vorig jaar heeft mijn horloge kuren. Dat ding werkt ALTIJD, maar hier niet: valt uit, zoekt satellieten en start niet op. ARGH. Nu moet ik op modder letten en op het horloge én loop ik 400 meter ‘voor niks’ 🙁 Daarna kom ik er al snel in. Modder. Glibber. Glij. Corrigeer. Bang om in het water te tuimelen. Veel op en
neertjes in de route: aan de ene kant van de sloot heen, aan de andere kant terug. Het duurt even voor er ruimte komt en 1 stuk langs de sloot (heen) is lastig. Hoe en wat de anderen doen, zal me een zorg zijn. Ik hou mijn eigen evenwicht vast en bedenk me keer op keer hoe ontspannen ik hier lekker loop te lopen. Het stukje schelpenpad is een ware verademing, maar van korte duur. Ik neem de veilige glibberige omweg liever dan de shortcut door de sloot, waarbij ik omhoog moet klimmen. Nog een rondje. Ergens bedenk ik dat drie rondjes in plaats van vier ook niet erg zou zijn en ik heb nog nooit zo vaak serieus overwogen af te breken. Zoveel mensen die ik dat zie doen! Maar ik zie ook snelle mensen doorstampen en langzamere lieden doorzetten. De fotografen die er voor ons staan en de vrijwilligers en de aanmoedigers die “kom op mama” roepen (voor elke mama dan dus): stoppen is nauwelijks een optie, hoe aantrekkelijk ook.
Ik vind niet dat ik aan de kant hoeft voor de allersnelsten en ik erger me daar een beetje aan. Als zij met zijn drietjes willen bepalen wie het snelste is, moeten ze zelf maar een route gaan rennen. Als ik aan de kant wordt geroepen door een inhaler, ga ik me echt veldopvulling voelen. Het gaat ook om de winnaars: degenen die als eerste de 8, 6 of 4 kilometer (weer) winnen. Het zijn altijd dezelfden. Maar die honderd anderen die hier door de modder ploeteren: zijn die minder? Zijn die slechter? Lopen die minder goed? Neem nou die ene man, die deze crosscup als onderdeel doet van zijn lange duurloop (en weet dat hierna nog minstens 15 kilometer komt), is die minder goed omdat hij nu langzamer loopt dan normaal? Of die vrouw die moet stoppen omdat het gewoon te zwaar is voor haar heupblessure waar ze net van terugkomt? En dat ventje wat moet gaan wandelen omdat hij het gewoon niet meer haalt, is die slechter dan die razendsnelle vrouw met haar spikes en lange benen? Misschien heeft die mevrouw in het roze al wel 50 kilometer getraind deze week en loopt ze daarom niet zo hard vandaag, je weet het niet. Ik loop daar over na te denken, terwijl mijn voeten wegschuiven en ik voortdurend balanceer en corrigeer. Ben ik slechter omdat ik deze keer misschien minder hard ga als ik zou kunnen omdat ik mentaal zo moe ben?
Eigenlijk zouden ze naast de huldiging van de winnaars ook willekeurig drie finishers moeten uitkiezen en vereren en naar hun verhaal moeten luisteren. In de derde ronde zie ik mijn trainer langzaam dichterbij komen. Ik wil niet dat hij mij inhaalt! Dat betekent dat ik op het schelpenpad flink aan moet zetten en het laatste stukje voordat hij finish echt hard moet lopen voor mijn doen. Ik red het echt maar nét. Maar ik mag nog een rondje langer! Of ik dat nu erg moet vinden of niet, dat weet ik niet. Aan de ene kant kan ik niet lang genoeg genieten van dit modderfeest
(ik verbaas mezelf het meest dat ik dit opschrijf, maar het is echt zo), aan de andere kant ben ik zo moe dat het niet snel genoeg voorbij kan zijn. Het voelt aan alsof ik al 30 kilometer heb gelopen in plaats van 7. En de modder aan mijn voeten voelt aan als 10 kilo lood meezeulen. En dan is het parcours opeens leeg. De meesten zijn blijkbaar al gefinisht, of heb ik verkeerd geteld? Ik voel me ineens nog veel meer de veldopvulling. De laatste restjes. De toeschouwers, de fotografen, de meeste vrijwilligers: ze staan bij de finish van de anderen, de snellen.
Dit restje doorzetters en afzieners, daar is geen eer aan te behalen. Als ik op mijn horloge kijk, zie ik dat ik pas 7 kilometer heb gelopen en dan schuif ik onderuit in de modder. Ik mankeer niks, sta weer op en loop weer verder, maar dan met vieze handen. Nu het zo rustig is, kan ik de gemakkelijkste weg kiezen: dat dan weer wel. Ik vraag aan de laatste vrijwilliger in de Grote Modderpoel of ik de laatste ben, maar dat ontkent hij. Ik zie dat er inderdaad nog andere mensen achter me lopen en herken mijn ‘concullega’ van de vorige crosscups. Voor mij gaat een meneer wandelen. Deze meneer is altijd sneller geweest dan ik ben! Een meisje voor me laat haar tempo ook danig vieren en ik zie haar uitstappen, afsnijden en teruglopen. Ikzelf ben kapot. Ik weet dat de andere dames gestopt zijn: ze hebben me toegejuicht.Ik kan me dat voorstellen: als dit de eerst cross is die je doet, komt er nooit meer een vervolg. Het valt mij al erg zwaar. ik heb trek, moeite me echt te concentreren en ik besef dat ik de wereld heel klein moet maken om hier verder te blijven rennen. Want wandelen is pas een optie als het écht niet meer kan of als mijn gevoelige hiel het opgeeft. En dan trekt de wind nog aan en blaast je bijna glijdend terug over de modder! Achter me zie ik degene aankomen die ik vorige keer liet winnen. Ik zie haar altijd pas in de laatste ronde. Deze keer moet en zal ik voor haar finishen.
Mijn benen hebben die kracht nog wel en ik zet lekker aan over het gras om ‘r voor te blijven. Ik denk dat ik onder het uur ben gebleven en heb meer dan 8 kilometer gelopen. En dan zijn de waterflesjes op. Je handen schoonmaken bij de jerrycan mag niet, want dat is het drinkwater, roept de mevrouw van de organisatie. Ik voel me dan pas echt veldopvulling, een slechte langzame loper, onbelangrijk. Alleen de winnaars hangen nog rond te wachten op de prijsuitreiking. Na mij komen nog een boel mensen binnen. Ook voor hen geen flesje water. Telfoutje vermoed ik, maar het voelt aan alsof ‘wij slomen’ het niet verdiend hebben. Ik haal mijn mok omdat ik 3 van de 4 wedstrijden heb gelopen en dan gaan we snel weg. Met mijn eigen water was ik mijn handen en mijn schoenen zitten onder de modder, net als mijn broek.
Ik heb genoten. Ook al voelde ik me er voor de organisatie slechts bij om het aantal deelnemers op te voeren. Dat gaf me een kater-achtig gevoel. Over de ruim 8 kilometer heb ik 58 minuten gedaan. Ik heb er 58 minuten van mogen genieten. Het was echt leuk om op mijn oude schoenen door de modder te gaan. Mijn voet is gevoelig, mijn spieren weten wel dat ze bijna een uur kei-hard hebben gewerkt en ik ben buitengewoon tevreden en al snel weer uitgerust en opgemonterd. De afgelopen week heb ik namelijk bijna 50 kilometer gelopen en het was emotioneel een hele zware rollercoaster, dus als je dat optelt heb ik net zo’n topprestatie geleverd als degene die als eerste vrouw over de finish kwam, toen ik nog een rondje mocht genieten!
Ik doe het water zelf wel in mijn mok en schrijf op Facebook dat alle atleten topprestaties hebben geleverd: niet alleen de (2!) atleten die gehandicapt zijn. Ik heb volgende keer een mooie theemok om mijn water in mee te nemen en het vaantje heb ik ook enorm verdiend; ééntje waar ik hartstikke trots op ben. Dat ik ergens halverwege in het klassement sta, zit me niet helemaal lekker, maar ik voel ook dat ik het heerlijk vond om ze lang mogelijk te genieten van deze heerlijke crosswedstrijdjes, waarin ik dubbel en dwars alle modderfobieën met (een doffe) glans en een hele brede lach heb overwonnen!
Bruggen in de mist
Uiteindelijk hoefde ik niemand te pesten met een uur zone 1. En een uur bruggen op en af rennen. En minstens een halve marathon lopen. Joyce kon op het laatste moment niet mee en dat vond zij erger dan ik. Muziek op, zo dat je nog net het horloge hoort piepen en vanuit school vertrekken. Hetzelfde rondje zo’n beetje als vorige week. Maar dezelfde foto’s kan ik niet gebruiken, want de wereld is in de mist gehuld.
Dit vind ik mooier als de somberte vorige week. Maar ik heb nog steeds een hekel aan zone 1 en inhouden/afremmen/rustig aan doen en een ritme vinden. Als ik Almere uit ben, wordt de wereld tussen de mist heerlijk klein. De snelweg is slechts hoorbaar, niet zichtbaar. Ik ga de lange rechte weg op en dat is niet zo slim, want hier ben ik ook niet goed zichtbaar en loop ik langs de weg. Nog moeilijker een ritme te vinden.
Ik kom al met al 1 auto tegen, dus het valt mee. Ik ben blij op het fietspad te zijn, maar dan moet ik naar het toilet. Ik zou me in de mist kunnen verstoppen, maar stel dat die ene andere auto dan net langs komt… Ik heb net iets meer nodig dan een uur om bij de brug te komen.
Dus gaat er van een uur bruggen lopen 2 minuten af! Ik zie geen brug tot ik erop sta. Eigenlijk wil ik best ergens in de mist gaan zitten, want ik zie kind noch kraai. Zone 2 is wel prima, maar ik ga me niet haasten op de bruggen vandaag. Nu ik me ook niet hoeft te richten op de allersnelste halve marathon, vind ik een hartslag van 140 prima. Omlaag lopen lukt me niet meer en ik zie uit naar het dichtstbijzijnde bos.
Ik weet al waar ik ga… Laat ik daar nu in de mist net 1 man op de brug spotten! Ik wacht tot hij de andere kant op loopt en stop de tijd even. Een paar minuten later sta ik opgelucht weer op de brug voor nog 3 kwartier op en af rennen. Niemand meer gezien. Geen fiets, geen hardloper, geen wandelaar, geen hond.
De zon die door de wolken probeert te komen is mooi. 2 Bruggen over, helemaal tot onderaan, omdraaien, weer twee bruggen over. Rondje de andere kant op lopen en voelen dat het al zwaarder wordt, maar ik kan nu lekker door.
Ik krijg ook wel een beetje zat van deze bruggen. Nog 1 keer op en neer: haal ik dat? Ach ja, gewoon nogmaals. De zon doet haar uiterste best. Er komen wat kleurtjes door en dan voornamelijk een goudgele tint. Nu draai ik gelijk om als ik de A6 over ben en ik sta na een uur (eerlijk: 58 minuten) weer aan de andere kant van de bruggen die ik een keer of vier overgestoken ben. Nu nog naar huis! Of eigenlijk: terug naar school. Ik kom een hondenschool tegen en 1 hardloper.
Ik neem lekker het onverharde pad door het bos. Mijn voet heeft inmiddels behoorlijk last van mij: we lijden samen. Pijnlijke hiel en ik heb trek en ben moe. Gemakkelijk of moeiteloos gaat het al niet meer. Ik ga de halve marathon wel halen, maar ga ik dan meteen naar huis of loop ik door? Ik denk er kilometerslang over na. En dan krijg ik veel zin in negerzoenen. Die heb ik thuis niet en bij de Plus naast mijn auto en de school hebben ze die wel. Dus ik loop door. De zon heeft gewonnen en de mist trekt helemaal op. Ik loop over hetzelfde schelpenpad als in het begin en dan zie ik na 23 kilometer mijn auto.
Het gaat geen 25 kilometer worden, de negerzoenen roepen en mijn linkervoet schreeuwt het uit van de pijn. Ik ga wel even rustig in de auto zitten te wachten tot ik de kids mee kan nemen uit de klas voor hun vrije middag. Voor Joyce hou ik een negerzoen (of twee) apart, die ze hardlopend komt halen! We kletsen deze keer bij in de huiskamer, maar volgende keer neem ik haar mooi mee de bruggen op en af!
Yo Harry!
Het was mijn beste training niet. Verre, verre van. Dat lag niet aan jouw trainerscapaciteiten hoor! Integendeel: het was hartstikke goed wat je bedacht had voor zo’n onverwachte grote en gemêleerde groep. Terwijl je op het laatste moment hoorde dat je er alleen voor stond. Ik heb heus lekker mee-geloopschoold en mee de kou getrotseerd bij het lange inlopen. Zelf vond ik het supergoed om die loopscholingsoefeningen te herhalen aan het einde van de les. Wat een hels verschil! Dat kan ook komen omdat ik toen echt last van mijn voet had en nauwelijks de uitvoering kon bijhouden van vermoeidheid.
Nee hoor, Harry, dat dit voor mij een rot-training was, lag niet aan jouw. Je hebt zelfs vriendelijk gevraagd hoe het met mijn trainingen ging, maar ik was daar totaal niet mee bezig. De afgelopen week zat ik in een emotionele rollercoaster en ik was aan het einde van de training zo hondsmoe, dat ik me nauwelijks fitter voelde dan aan het einde van een ultraloop (ook al heb ik dat nog nooit gedaan: ik denk dat het zo voelt als ik me voelde). Het lijkt me sterk dat het komt van 5 keer dat ‘bruggetje’ op en af rennen in een paar tempo’s. Dat heb ik al zo vaak gedaan en in zwaardere omstandigheden ook tegen wind en regen in; maar vandaag viel het me lood- en loodzwaar. Je hebt me er ergens in de training ook heel fijn opgewezen dat ik mezelf zo klein maakte, dat ik mijn armen meer mee mocht bewegen. Daarmee ging ik de laatste keren veel soepeler en rechterop naar boven in het hoogste tempo, maar het koste me moeite om me niet kleintjes te voelen. Bedankt voor de eye-opener: want dat was het wel, dat ik me klein en opgesloten voelde en blijkbaar loop ik dan ook zo. Grappige wetenschap.
Ach Harry, ondanks dat ik niks heb genoten van je training heb ik wel erg veel geleerd! Iets wat ik wel al wist, maar nog maar eens aan den lijve moest ondervinden: als ik in mijn hoofd druk ben en veel te verwerken heb, dan is hardlopen zwaarder voor me. Dus als ik op 1 maart begin met werken, dan is het volkomen irreëel om op 5 maart een PR te willen lopen op het F1Circuit. Ik ben blij dat ik dat nu alvast heb geleerd, waarvoor dank. En om terug te komen op je vraag: de rest van de trainingen gaat gelukkig een stuk beter!
Groeten Anke
Van de woondome/daken* af schreeuwen!
* doorstrepen wat niet van toepassing is
Ik kan zeggen dat het veel moeite en gesprekken heeft gekost. Of dat ik maanden bezig ben geweest; maar dat is allemaal niet waar. Nou ja, een beetje waar. Het feit dat ik niet voor een marathon train en moeite heb mijn verdere doelen te bepalen, ligt in ‘m in het feit dat ik me al een tijd redelijk werkeloos voel. Echt verder kijken is er niet bij en alle tijd stop ik in het solliciteren en zoeken naar werk en inkomen. Nu is er deze maand weer een opdracht voor de CliniClowns, maar ik blijk toch op zoek naar meer vastigheid. En ineens is het op mijn pad gekomen: werk. Een vaste baan. Na 9 jaar eigen baas weer een baas in het vooruitzicht. Ik kan het amper geloven. Geen video verzamelen, maar data collecteren. Het contract moet nog getekend worden en de details uitgewerkt, maar ik ga nu een andere weg inslaan qua werk en ik zie er enorm naar uit. Tja, dan moet je eruit als hardlopertje! Zeker als je bedenkt dat ik gisteren niet vooruit kwam en een beetje griep op de bank lag uit te bannen. Deze avond moest er gelopen worden, ook al was ik er stil en beduusd van.
Ik haalde Manuel op en hij moest eerst stap voor stap vertellen hoe het in Schoorl was geweest. We hielden superkeurig zone 1 aan. Ik hoefde alleen maar te luisteren en dat was fijn. Door naar zone 2 na 15 minuten was ook geen probleem. Ik zag wel op tegen de Woondome-helling in zone 4. Manuel had 2 uur minder nodig om te vertellen hoe het in Schoorl was dan hij over de 30 kilometer liep. En toen ging ik naar boven sprinten. En naar beneden ook. Vorige week in zone 2 haalde ik de vier keer en ging ik al snel te hard
voor mijn hartslag, maar deze keer ging het bijna perfect! De eerste keer ging goed, snel en soepel. De tweede keer omhoog ging ook prima. Toen ik beneden was, ging mijn hartslag iets te ver omlaag, maar de derde keer boven was ik alweer keurig in zone 4. En toen begon het door te dringen: ik ga straks gewoon weer werken! De vierde keer moest ik weer hard naar boven lopen en vooral ook hard naar beneden, want dan is het lastig om zone 4 aan te houden. Ik heb werk! En ik ben er blij mee! De vijfde keer drong het echt tot me door dat ik me gelukkig mag prijzen en boven op de Woondome schreeuwde ik het uit van blijdschap. Niemand die er last van heeft. En ik heb de Woondome helling binnen 5 minuten ook nog eens 5 keer gehaald. De zesde keer haalde ik het niet tot boven, toen waren de vijf minuten om en moest ik terug naar zone 1. Eindelijk was ik, 5 uur nadat ik het werkaanbod kreeg, niet langer beduusd; maar gewoon BLIJblijBLij.
We dribbelden terug in zone 1. Ik dacht dat ik zone 2 in mocht, maar we moesten wel heel langzaam gaan en als er ook maar een politieauto voorbij kwam, begon mijn horloge me weer terug te piepen. Ik kon wel fluiten, huppelen, dansen; maar ik moest in zone 1 blijven dribbelen. Ik had het koud. 1 Truitje was echt te weinig. Maar echt moe werd ik er niet van. Het voldane gevoel overstemde alles. Na 55 minuten (tien minuutjes extra) was het rondje vol.
Meer werken en minder hardlopen? Dat denk ik niet, want hardlopen is er wel tussen te passen. Ik ga wel minder bloggen. “Goede reis” zei mijn toekomstige baas, toen ik vanmiddag richting huis ging. Ik denk dat dat een mooie metafoor is: een nieuwe weg, een nieuwe afslag op de route die een mooie reis belooft te worden! Hard vooruit, met veel wilskracht, veel oefenen en aan jezelf werken: het lijkt een beetje op het hardlopen van een (halve) marathon.
Uitdribbelen werd net iets anders
– Koud: 2 á 3 graden: natte sneeuw 🙁 was ik gister maar gegaan, maar toen had ik overal (spier)pijntjes en minder tijd.
– Nuchter. 2 Glazen water. Maar ik heb de afgelopen weken genoeg ‘buffer’ opgebouwd. 8)
– Enya. In november heeft ze een nieuwe CD uitgebracht en gisteren stoorde ik Vincent met haar muziek. Dan maar naar buiten. Door Weer en Wind. Met Dark Sky Island. 😮
– Half uurtje, DUHUH Dan is de CD nog niet eens afgelopen! Dribbelen. DUHUHUHUH 😐
– De eerste kilometer ging langzaam. 6:58 Door overstekende auto’s en natte voeten. Onder andere.
– De tweede kilometer ging iets sneller. 6:37 Ondanks een brug op. Plan gewijzigd: dribbelen => elke km ietsje sneller 😉
– De derde kilometer loopt lekker onverhard langs de paarden in de Oostvaardersplassen. Het uitzicht is voor mij alleen en de opdracht slaagt. 6:16 🙂
– De vierde kilometer gaat lekker. Heerlijk tempo. Sneeuw in mijn gezicht. Lekker nummer uptempo (en dat voor Enya) 5:47 🙂
– De vijfde kilometer moet ik aanzetten: ook op het trapje en door de modder. Warm! Ik zie 1 andere dappere, dik ingepakte loopster. Ik ken d’r nog ook! 5:16 Mooi 😀
– Nog een stukje uitjoggen en dan ben ik na 5 en een halve kilometer weer thuis. 35 minuten. Nat, maar niet verkleumd. Hongerig en tevreden. 🙂 De hartslagmeter is helemaal op hol geslagen en meld in het begin hartslag >200 en aan het einde ook. No way 😐
Zone – 1 Bruggen – bijna mislopen en uitfietsen
Zone 1
2 Uur stond er op het programma. Eerst een uur zone 1. Dan een half uur bruggen op en af lopen en tot slot nog een half uur lekker in zone 2 naar huis lopen. Ik fietste mee naar school en vanaf daar ging ik alleen verder; met mijn rugzakje en met de muziek van Loreena McKennitt. Zone 1 is Ver Schrik Ke Lijk. Alleen maar afremmen. Langzamer gaan.
Joggen. Weer remmen. Rustig aan. En nog langzamer. Toch had ik binnen een kilometer al natte voeten van een zompig grasveld. Tot daar onverhard lopen. Afremmen! Ik ging over de Trekweg. Dat is rechtuit en simpel om in 1 sloom tempo te blijven lopen.
Weet je hoe lang een uur kan duren!? Ik probeerde best in een ritme te komen, maar elke keer piepte het horloge dat de hartslag boven de 135 slagen per minuut uitkwam. Ik ging onder de snelweg door en nam een slok van het vieze appel-gelletje. Heel af en toe kwam een waterig zonnetje me vergezellen. Verder was het net zo grijs en somber als hardlopen in zone 1. Maar ik deed keurig wat me opgedragen was. De kilometertijden zie ik niet op mijn horloge, dus daar maak ik me niet druk over. Ik kijk alleen maar naar de hartslag en hoe lang ik nog moet doorgaan met joggen.
Bruggen
Ik ben net iets te vroeg bij de brug. Ik gok in een half uur drie keer op en neer te kunnen. Eerst een lange brug over de A6, daarna een brug over de Vaart.
Lekker in zone 2. Eindelijk krijg ik het warm en kan ik op een fijn tempo doorstappen. Ik trek me er niks van aan dat ik die brug akelig vind. Naar beneden moet ik behoorlijk het tempo erin houden om in zone 2 te blijven. En nog een brug! Ik doe er 12 minuten over en op de één of andere manier denk ik dus best nog een keer heen en weer te kunnen.
Dat ik daar een rekenfout maak, zie ik pas als ik de Vaart en de A6 weer over ben en ik nog maar 8 minuten over heb om nog een keer terug te komen. Ik draai dus iets eerder om en nu is het wat zwaarder als de eerste twee keer om naar boven te lopen en weer omlaag. Ik slinger (nogmaals) om de hondjes heen en als ik bijna boven ben is het half uur bruggen-rennen al voorbij!
Dat voelde veel minder lang als zone 1. Ik ben er best moe van, maar moet nog naar huis.
Bijna misgelopen!
Ik ga Manuel tegemoet lopen. Ik ga door het Kotterbos. Het zonnetje is erdoor gebroken en de kleuren zijn overweldigend. Ik vind het blauw in de lucht de mooiste kleur die ik ken. Dan kan ik het fietspad niet op. Ik snap wel waarom, want ik zie verderop de herten staan. Ik hoop maar dat Manuel begrijpt dat ik buitenom moet lopen. In zone 2 schiet ik lekker op. Als ik bij de Natuurboulevard kom, zie ik dat je er daar wel in kunt en dat verwart me. Is Manuel al niet daar?
Ik SMS hem en meld dat ik bij de Natuurbrug omgelopen ben. Manuel SMSt net voorbij de brug te zijn. Dus ik keer om. SMS weer. Manuel SMSt dat hij het tussenpad neemt en weer begrijpen we elkaar niet, want ik denk dat hij de natuurbrug/boulevard al voorbij is en dus een ander tussenpad neemt. Ik zeg hem terug richting Almere te gaan. Ik wacht nog een paar minuten afkoelen. Na nog een hap gel snap ik dat Manuel nog niet zo ver is als ik hem toebedeeld had. Ik ga hem achterna. Neem met wat moeite het tempo weer op. Mijn voet is -vriendelijk gezegd- gevoelig.
Voor ik het Kotterbos uit ben, zijn de twee uur om. Ik ben nog lang niet thuis en nog helemaal lang niet bij mij fiets. Als ik de witte brug over ga richting de Evenaar kom ik (niet toevallig) Manuel toch nog tegen! We lopen lekker een stuk op en ik besluit dat 18 kilometer er nu toch 21 gaan worden op weg naar mijn fiets. Ik heb het inmiddels weer koud. Ik loop langs huis en Manuel gaat naar huis. De laatste 2 kilometer naar school zijn loodzwaar. Ik had thuis moeten stoppen om wat te dumpen en het tempo gaat ernstig omlaag. Ik moet nog een rondje om de school lopen en ga ook nog pinnen. Net binnen de 2 en een half uur zit de halve marathon er op.
Uitfietsen
Het uitfietsen doe ik na de lunch met de Brinta waar ik in het Kotterbos onbedwingbare zin in kreeg. Mokkend hou ik het 25 minuten vol. Mijn voet, knieën en spieren doen toch nog pijn en ik ben nog vermoeider van de halve marathon als vorige week. Toch ben ik blij dat ik weer eens alleen heb afgezien in zone 1 en op de bruggen, en na heb kunnen denken. Volgende week ga ik terug naar de bruggen. Kijken of ik 6 keer op en neer kan in een uur.




