over spijbelen, afvallen, nieuwe schoenen en een hardlooptraining
Over spijbelen: Dat heb ik maandag gedaan. Ik was moe. Of beter Moe. Nee: M O E. Vermoeid. Een stuk wandelen ging best, maar de hoofdpijn was niet zo best. Ik lag voor tienen in bed en dat beviel me véél beter dan energie opladen door hard te lopen. Soms, heel soms, heel heel soms is spijbelen best fijn! Ik zou me daar niet schuldig over moeten voelen.
Over afvallen: Daarom spijbelde ik maandag. Ineens had ik genoeg van al die broeken die net te strak zitten. De lekkere koekjes. Het olifanten-gevoel. En dan ga ik netjes aan het lijnen – binnen de punten eten: veel fruit en groente, 2 boterhammetjes en yoghurt: kom maar op! Ook al zijn de batterijen van de weegschaal leeg en heeft die weegschaal dus geen stem in deze. Daarom voelde ik me maandag ‘wat zwakjes’. Dinsdag wende ik er in de loop van de dag al aan en voelde ik me weer goed, maar ik zeg streng tegen mezelf dat ik deze avond ook nog oversla.
Over nieuwe schoenen: na heel lang twijfelen, rekenen, zoeken, vergelijken en nog een keer rekenen heb ik ze dan eindelijk besteld: nieuwe Brooks. Hetzelfde merk als ik al jaren heb. Maar dan met een andere extensie, die ik overigens ook al eerder uitgeprobeerd heb. Brooks Glycerine 12. Prachtig blauw zijn ze. En ze zitten als pantoffeltjes. Daar moet op getraind worden!
Ohja, over een hardlooptraining: Het was één grote groep van razendsnel (in zijn uppie, arme M) tot erg traag (met z’n drietjes) en heel veel daar tussenin (en ik voorin). En een trainer (dezelfde als vorige week) die iets had bedacht met kracht- en souplesse-oefeningen. Plus mooi weer én die fijne schoenen: dat kon niet mis gaan. Eerst een oefening, dan de brug op hoog tempo over en terug op rustiger tempo en dan nog een oefening. We zijn 4 keer die brug over gejaagd en de eerste twee keer ging ik (te) hard, dus de derde keer hield ik me in en de vierde keer ging ik nog maar ‘s (te) hard. Toen souplesse-oefeningen met een moe lijf en daar moesten de schoenen nog even op studeren! Ik geef gewoon de schoenen de schuld, ha!
We renden de lage brug op duurlooptempo over en terug en toen liep ik lekker met de snelle politieagente te kletsen. Ik denk dat we dat ook zo’n vier keer hebben gedaan, maar; moe he: dan is dat minder duidelijk! We moesten nog lantaarnpalen sprinten, maar toen had ik geen zin meer en dan doe ik ook maar half mee. Daarna liepen we weer terug door het park. Ook nu mochten we nog een stuk ‘eigen tempo’ en dan ga ik zo lekker en voor mijn gevoel traag rond de 5:50 hangen. De zon ging onder en de maan hing prachtig in de lucht. De schoenen zijn helemaal goed gekeurd: ze zijn mooi, zitten lekker en kunnen hard en ook rustig aan uitlopen. En ik heb ook nog eens erg keurig in de goede lage hartslagzone gelopen! Voor tien kilometer en een beetje. 1 Minpuntje: mijn linkerbeen is stijf, stram, onrustig en pijnlijk. Alsof ik maar op 1 schoen gelopen heb! Weird.
Heen en weertje in een fijn weertje tussen de (domme) gansjes
Het was echt oer-Hollands weer: hoge witte stapelwolken, soms een felle zon en soms een felle bui. Het is het hele weekend al een beetje druk met de veiligheidsdag, huishoudelijke klussen en Vincents sporten: leuk allemaal, maar drie kwartier onverhard lopen moet er een beetje tussen worden gepropt voor mijn gevoel. Zondagmiddag 5 uur heb ik het onweer afgewacht, alles gestreken, Vincent aangemoedigd en geknuffeld en moed verzameld. 40 Minuten zone 2, dat is te doen. Vincent gaat een foto van me maken en dan thuis rekenen.
Ik ga lekker door de modder en de plassen stampen, eens een keer in mijn eentje. De eerste kilometer gaat snel. Toen had ik vast snelle muziek op staan 🙂
Dan ga ik een kilometer iets minder hard, want ik maak een foto van de mooie lucht en ik moet me wat inhouden om in zone 2 te blijven.
Ik ga de brug over en zoek alle bekende onverharde paden op. Dan kom ik de ganzen tegen. Enorme families ganzen. Honderden ganzen en veel gansjes. Naast het pad. Op het water. In het gras. Op het pad. En boos dat ze doen tegen mij! Het is maar goed dat ik ze niet versta, want ze blazen naar me en volgens mij hebben ze een heel gakkend scheldwoordenkanon voor me geopend.

Ik zie bekenden op de fiets en ineens kan zone 2 me gestolen worden! Wanneer krijg je nu de kans om fietsers op dit pad in te halen als je rent (niet vaak, want eigenlijk is fietsen verboden) en dan nog wel dat meisje wat laatst o-zo-trots haar eerste 5 kilometer liep?! Dan maar even zone 4 doorpiepen! Hoe vrolijk kun je iemand gedag zeggen die op het pad fietst?! Ze maken het pad wel lekker gans-vrij 🙂
Dat moet ik verderop onder de heldere lucht met in de verte de paarden weer zelf doen, dat gans-verjagen. Weer een langzame kilometer en ook weer netjes zone 2. Aan het einde van het pad kijk ik achterom. Verhard verder? Andere lopers zijn over het fietspad gegaan en ik mag onverhard lopen, dus om nu via het verharde pad naar huis te gaan? Nee. Ik ga hetzelfde pad weer terug. Nogmaals de gans-dans! Maar dan met wind tegen. De snelle en langzame kilometers wisselen elkaar keurig af.
Ik weet nu waar de uitdrukking ‘dom gansje’ vandaag komt: gansje ligt gezellig met de hele familie (kind of 15) langs het pad in de namiddagzon, ziet een roze reus aankomen; dus wat doet het domme gansje? Die gaat proberen voor langs het roze geval te kruisen met het hele gezin.
En dan boos worden als de roze reus moet uitwijken omdat alle domme gansjes in serie dezelfde domme beslissing nemen!
Ik ga weer huiswaarts en krijg zijsteken, te laat verkeerd gegeten – ik weet het. iIk loop inderdaad precies hetzelfde pad terug, maar als de 40 minuten om zijn (ik mocht er dus 45, maar had een keer zuinig ingesteld op mijn horloge) wil ik toch graag de 7 kilometer volmaken en nog even hard doorlopen. De gemiddelde hartslag zit helemaal boven in zone 2 (lees: net zone 3). 7 kilometer binnen 45 minuten: dat was genieten. Was getekend, een roze gansje.
Trailimerick
Die het trail lopen wilde leren,
Ze nam Eagle Manuel mee,
Voor anderhalf uur zone 1 en 2,
Anders zou ze het niet eens gaan proberen!
Voor de fladderende vogeltjes regende het erbij,
maar dat is niet zo erg voor mij,
We parkeerden de fietsen midden in het Kotterbos,
Toen konden de trail- en hardloopremmen los,
Al maakte me dat niet direct heel erg blij.
Ik had niet erg veel zin,
Zeker niet in het begin,
Ik hobbelde achter de Eagle aan,
Die ik moeiteloos voorop liet gaan,
Ik volgde desalniettemin!
We kwebbelden nog even,
Voor we over heuveltjes werden gedreven,
Genietend van de mooie omgeving,
Werd het pad een hele beleving,
En ben ik wat achter gebleven.
Het ging echt niet snel,
Ik schaamde me soms wel,
Hobbelend door zone twee,
Kwam ik niet echt mee,
Het spijt me Manuel!
De brug was net sterk genoeg,
De steile afdaling was niet waar mijn knie om vroeg,
Mijn spieren deden zeer,
Maar de zin kwam toch wel weer,
Die de watten in het hoofd verjoeg.
De regen was opgehouden,
Terwijl we langzaam verder sjouwden,
Ik vond het niet vanzelf lopen,
Soms leek het wel alsof we kropen,
maar ik liet me niet tegenhouden.
Het tempo kon nog meer omlaag,
Veel zat er niet in vandaag,
Terwijl het heerlijk naar de bloeiende hagen rook,
Ontdekten we nog een nieuw pad ook!
Zo vorderden we gestaag.
Toen we werden ingehaald,
Had ik van het gestamp genoeg gebaald,
Ik zette er de sokken in,
En dat was heel goed voor de zin!
Zeker 8 minuten heb ik gestraald!
Toen waren de oorspronkelijke anderhalf uur voorbij,
En was ik best wel blij!
Niet qua tempo, dat was sneu,
Het joggen was ik echt wel beu,
Maar het volhouden was een overwinning voor mij.
We hobbelden terug naar de fiets,
In een tempo van helemaal niets,
Maar ik was niet ontevreden,
Want ik heb hier weinig van geleden,
En dat is toch ook een belangrijk iets!
Best een zware training
Aan het begin van de training besloot ik definitief mee te gaan doen aan de Trail des Fantomes. Een trail in de Ardennen. Een andere meid van de club doet mee en ze daagde me uit. Het stond de hele middag voor mijn neus op antwoord te wachten. Voor mij geen nieuwe records meer op de marathon of de tien kilometer, want dat houdt asfalt in. Ik kies nu voor bos, ongedwongen lopen en onverhard met je eigen spulletjes slepen en foto’s maken onderweg. Toen ik wegrende met de snelle groep mee, riep ik naar de ander dat ik mee zou gaan. Ik werd er heel erg blij van.
Trainer Harry beloofde ons een vrij zware training. Ik vond alles best. Ik durfde het nog niet aan om in korte broek te gaan trainen en had een driekwartbroek aan. En de korte sokken. Dat was mijn enige belemmering: de korte sokken. En mijn hoofd: ik kan nog niet zo snel denken. We deden een paar opwarmoefeningen en dribbelden op een best hoog tempo naar de Hema bakkerijen. Daar gingen we rondjes lopen van ca 850 meter om de Hema bakkerij heen. Hét moment om te bedenken dat wij nog maar twee boterhammen in huis hebben. Rondjes lopen om de Hema Bakkerij was me prima gelukt, maar we moesten het niet gewoon ‘op-tien-kilometer-tempo’ lopen, maar een minuut boven het tien-kilometer-tempo. Ik hoeft geen records meer te lopen! De trainer had opgezocht wat het tempo was waarop je moest lopen. Moest je je tijd op de tien kilometer zeggen! Die heren begonnen met 42 en 43 minuten en ik zag al wat mensen inzinken. Ik raakte bijna in paniek: mijn tijd op de tien kilometer? Normaliter? Of vandaag? Of de snelste ooit? Die laatste twee liggen minstens 5 minuten uit elkaar! De dames die ik vreselijk snel had ingeschat riepen 56 en 58 minuten en toen moest ik. Ik heb me veilig aan de 50 minuten gehouden, Harry mag denken wat hij wil, maar op dit moment zou dat wat hoog gegrepen zijn zelfs! Hij moest mijn richttijd van 4:55 twee keer herhalen: ik kan dat soort dingen nauwelijks onthouden. Zes rondjes in dat tempo moesten we lopen. Tussendoor mocht je 1 minuut rusten en na het vierde en vijfde rondje anderhalve minuut. Ik vond het best: gewoon rondjes rennen en een beetje kijken of de tijd rond de 4:55 lag. Elke keer als ik keek ging ik te snel. Ik kreeg het warm, rende door en richte me daarop. In de tweede ronde gaf Harry advies om nog beter te lopen en ik dacht stiekem: liever over het gras, maar ik vond het wel aardig dat hij iedereen echt iets mee wilde geven. In de derde ronde wilde Harry weten hoe het met mijn trainingsdoelen stond, maar ik kreeg hem netjes uitgelegd dat ik niet veel te kletsen heb met een kilometertijd onder de 5 minuten! De vierde en vijfde ronde vond ik heel zwaar. We moesten met de klok meelopen. Bij de laatste dacht ik: ga maar en ik keek niet 1 keer op mijn horloge naar de tijd. Ik liep gewoon zo hard ik kon en was net zo snel als in de derde ronde. Toen was ik moe inderdaad. We deden nog een paar oefeningen die laten zien hoe moeilijk het is als je moe bent om een juiste uitvoering te doen. Alsof ik dat nog niet wist!
saaihaai
Ik had de hele dag zin om onverhard te gaan lopen, maar dat ging niet door, want Rob kon mee wandelen tijdens de training van Vincent en de soep viel niet zo goed, dus achteraf was het niet zo erg. Maar als je vier keer per week gaat rennen, dan is een beetje schuiven ook zo klaar
en dus ging ik in het donker Manuel ophalen voor drie kwartiertjes. Net om wakker voor te worden. Elke 5 minuten wisselen tussen zone 1 en zone 2. Reden om slapend te gaan lopen. Ondanks dat het 15 graden is, dan is een lange broek toch geen overbodige luxe, want warm zul je het niet krijgen van de training. Zone 2 is niet al te snel en zone 1 is echt langzaam. Helaas kan Manuel daar niks aan veranderen. Die had het ook al heel snel gehad, dus toen ik 5 minuten slohohohohoom moest lopen, ging hij tegen de klok in hetzelfde rondje lopen, maar dan lekker op tempo. Dat maakt het nog saaaaaiihaaaaier. We ontdekten gelukkig een leuk nieuw hofje vol prachtige bloesems, die niet voor niks het Juwelenhof heet.
Ik werd er niet sneller van. En de schoenen zijn ook op, dus mijn voet doet ook erg veel pijn al tijdens het lopen tegenwoordig. We kwebbelden over Manuels nieuwe (nog onbekende) vakantiebestemming, maar ik had niet echt veel te vertellen. Het laatste stukje ging ik met Manuel mee intervalletjes doen langs de lantaarnpalen, maar dan op de helft van zijn snelheid ongeveer. Voor het eerst in tijden was ik blij dat de training er op zat: ik was er niet moe van geworden, het was langzaam, saai en ik voelde me tonnetje-rond. Het was donker, nog saaier, sloom en oninspirerend. 1 Voordeel: nu mag ik later deze week nog een keer onverhard lopen 🙂
Zware intervallen met bloesems en Vincent
In het schema stond 5 minuten inlopen in zone 1, 5 minuten in zone 2 en dan tien keer twee minuten en tot slot 5 minuten uitlopen in zone 1. Het schema kwam uit op 45 minuten. Maar ik niet. En eigenlijk niemand in de buurt. (Behalve Vincent, maar die wil net als mijn trainer triatleet worden, dus dat telt niet) Uiteindelijk bedacht Manuel dat ik dan 15 keer de 2-minuten moest doen. Die twee minuten bestonden uit: 1 minuut in zone 4 (hard), 30 seconden wandelen (bah) en daarna 30 seconden zone 1. En dat dan vijftien keer!
Vincent ging wel mee onder de bloesems door rennen, want hij heeft een nieuwe hardloopbroek en nieuwe hardloopschoenen. Welja. Voor mij kwam het ontbijt er niet van, maar Vincent moest wel eten van mij.
De eerste vijf minuten waren een makkie, een koud kunstje letterlijk. De tweede vijf minuten waren gaaf onder de bloesems door. Het rook er heerlijk en wat was het mooi. De zon kwam er ook bij. En toen ging ik versnellen, Vincent zou 5 keer meedoen. Hij begon met roepen: is dit nou hard, mama! Om 20 seconden later af te haken. En me tijdens de wandelpauze weer in te halen.
We kwamen mensen tegen en nu herkenden ze de kleine jongen allemaal als echte hardloper! Met het joggingpak niet, maar de strakke broek was duidelijk: “Jong geleerd…, goedzo knul”; “knap hoor jongen” enzovoorts. En wat waren er veel hardlopers op deze zondagochtend met heerlijk weer! En wie liep daar hard te zweten?! Die arme mama! Na drie keer was ik gelukkig de tel kwijt. Ik had er niet aan moeten denken hoe vaak ik nog moest versnellen.
Vincent kon me niet bijhouden en ik verbood het hem ook, want hij kon me blijven zien op het lange rechte pad. 1 Meneer werd wel 5 keer ingehaald door me voor hij voorgoed voorbij was. Ik zweette me kapot en had echt spijt van de lange mouwen en lange broek. Vincent kreeg het erg zwaar, want zijn maag gaf duidelijk te kennen wat te laat eten met je doet. Hij wandelde graag mee, maar de rest dribbelde hij voort.
Ik moest erg lachen om een lief klein meisje wat voor haar hardlopende moeder uit fietste. En toen begon ik te bedenken dat tien keer meer dan genoeg was geweest. Eerlijk gezegd begon ik mijn trainer aardig te vervloeken… Die had daar niet op zijn fietsje langs moeten komen, zoals een hoop andere triatlonners, want ik was geweldadig geworden! Gelukkig had ik niet veel adem om luidop te mokken. Vincent sneed een stukje af en ik deed de zoveelste versnelling.
Waarom was ik de tel ook kwijt geraakt? Had ik er al tien gehad en kon ik gevoeglijk stoppen of nog niet?! Vincent ging wandelen en ik ging dapper door. Ik bedacht dat ik het met de tijd kon afmeten en toen ik twee versnellingen verder was, was ik er achter dat ik de tien al ruim gepasseerd was. Maar die laatste konden nu ook nog wel. Ik wandelde elke keer terug richting Vincent en ik had met ‘m te doen met zijn buikpijn. Hij hobbelde wel steeds een stukje verder. De laatste versnelling ging wel langzamer dan de eerste paar en ik moet zeggen dat ik me een stuk minder comfortabel voelde, maar de kilometertijd begon nog met een 4 hoor.
En toen konden we naar huis dribbelen. Ik ging heel lang te hard volgens de hartslag, tot Vincent naast me kon wandelen, zo langzaam moest ik! Hij begon weer helemaal op te leven en te kwebbelen.
We waren het er over eens dat het heerlijk weer was en ik had honger. Uiteindelijk liep ik bijna 8 kilometer in 50 minuten, kan ik het helpen dat ik het rondje nog steeds niet kan timen 🙂
perfecte onverhardlopendwaling
onverhard = geen asfaltpaden
hardlopen = op redelijk tempo, sneller dan 10 minuten per kilometer
ver-dwaling = de richting niet rechtstreeks volgend, zonder route
perfect – Dat was het! En zonnig, nadat we eerst in de auto hadden gewacht tot de locale bui vertrokken was. En modderig was het ook. Slijkerige dikke modder. En we waren de richting zodanig kwijt, dat ook het pad zoek was: we ragden recht door het bos heen. En we kwamen schapen tegen. Op het pad en naast het pad nog honderd meer. En we liepen langs het fietspad door het gras (ook zompig). Ik heb hardop lopen lachen van het genieten. En we gingen maar gewoon een onverhard pad in als we het zagen.
De spieren waren druk aan het werk, aan het corrigeren en balanceren en dragen en dat ook in een beetje hardloop-tempo. En we klommen over het hek en gingen over de brug en onder de bomenhaag door. Het was helemaal zalig!
En ik vond ergens een soort van hobbel-ritme, waardoor ik helemaal in de flow kwam, ik moest bij het eerstvolgende hekje echt weer een beetje landen. En de uitzichten, niet te vergeten; waren adembenemend: op het kasteel, de bospaden, de lage zon. We, dat zijn Manuel en ik. De route: ik wilde over het lange rechte Waterlandse pad.
Na anderhalve kilometer nam Manuels navigatie-instinct het over, nou-nou: dat heb ik geweten! Die kan me paden uitzoeken! Ik wist niet dat aan deze kant van het Kemphaanbos zoveel onontdekte onverharde paden waren. En als ze er niet waren, dan gingen we door het natte gras of over het ruiterpad.
We kruisten regelmatig keurige fietspaden, maar er was altijd wel een onverhard muizenpaadje te spotten. Waar normaal de Almere City Run veilig op het fietspad blijft, slingerden wij om de stadstuintjes heen. En we kwamen wel honderd blatende schapen tegen.
Met lammetjes. Ik hoefde maar een uurtje te rennen, maar toen namen we een ‘verkeerde’ afslag omdat we geen watjes wilden zijn: dat pad hield op te bestaan tegen een diepe, brede sloot aan. Er was geen andere mogelijkheid als door het bos. Hoe gaaf is dat, om -nu er nog net geen brandnetels zijn- tussen de takken door te banjeren?
Hardlooptempo is dan ver te zoeken, dat wel. Ik wilde ook langs het Stevenspad, waar de bomen een haag vormen, maar ik moest even geduld hebben, want het kostte ons 5 kwartier om daar te geraken. Toen liet ik de hartslagbeperking lekker varen en de laatste 500 meter had ik nog bakken energie over om het tempo een beetje op te schroeven. Ach, vergeleken met alle modder, plassen en ongelijke grond, was dit onverharde paadje hemels! Op het hardlooptempo valt nog wel wat aan te merken, want er zijn dagen dat ik de 10 kilometer in een uur loop (en Manuel heeft die dagen meestal), maar deze dag kostte het wel dik 5 kwartieren. En toch was het vermoeiender én: veel toffer! Had ik al geschreven hoe onwijs veel leuker het was? Het was perfect!
lantaarnpalen tellen
Voor mijn werk moet ik alle lantaarnpalen van Nederland inventariseren. Almere heeft het bestand al ingeleverd. Alle ruim 45duizend lantaarnpalen staan op die lijst. Vandaag heb ik ze live ‘in het eggie’ geteld. Een paar dan. En een hoop dubbel.
Maar eerst het begin: training. Wij waren nét voor de enorme hagelbui binnen. Niet iedereen was zo gelukkig! De trainers stelden het nog even uit om naar buiten te gaan en bakkeleiden in mijn voordeel wie welke groep zou meenemen. Er waren 3 mensen voor de AB groep en daar hoorde ik niet bij! Ik wilde graag vooraan lopen vandaag om wat zicht op de weg te hebben en ruimte voor me te zien. Ik had het wat koud met mijn regenjasje over slechts een t-shirtje. We gingen op het Gerrit Schulte fietspad een paar loopscholingsoefeningen doen. Ik wilde graag in beweging blijven, maar de rest stoof er vandoor bij de steigerrun! Hallo hé, dit is een CD-groep… Maar ik kon ze al na 2 keer bijhouden, of dat nu was omdat ik opgewarmd was weet ik niet hoor! En toen gingen we lantaarnpalen tellen. Eerst 10 op snelheid heen, dan 5 langzaam terug, 15 op snelheid heen, 5 langzaam terug, 20 op snelheid en (je raad het al) 5 langzaam terug. Weer stoven er een aantal vandoor. Dat houden ze net 10 lantaarnpalen vol en dan kom ik pas op stoom (of zij zijn afgeroomd) en dan moet ik zelf gaan tellen. En hoe!
Ik telde de lantaarnpalen en vond het buitengewoon ironisch dat ik daarmee bezig was. Dit is mijn werk, geen hobby… Al snel begon ik met zo’n 12 kilometer per uur af te vragen hoe de lantaarnpalen toch in elkaar zitten met de nummering.
En dan weer vijf palen terugtellen. Ik had niet het gevoel echt heel hard te gaan, maar hield het tempo prima bij. Eerlijk gezegd: ik weet nog niet precies hoe de telling van lantaarnpalen in Almere in elkaar zit. En bij de laatste vijf lantaarnpalen terug, bleek dat we nogmaals dezelfde piramide moesten doen, maar dan met 20-15-10 lantaarnpalen. Ik vond het een beetje door elkaar lopen, maar ik telde en telde en telde en telde. Lantaarnpaal voor lantaarnpaal. Ik had onderweg net tijd over voor een fotootje. Thuis maar eens uitzoeken hoe dat werkt met de nummers. Het laatste blokje van tien heb ik flink aangezet en lekker hard gerend. Toen moesten we de kwebbelaars die doorgelopen waren weer bijhalen.
Dat gedaan hebbende, kreeg ik een sneer van de meneer die ik vorige keer vergezeld had dat ik niet zo hard hoefde te lopen. Wie bepaalt dat nou! We gingen het fietspad nog afrennen op wedstrijdtempo, maar nu werd ik wel ingehaald. Ik vond het niet erg, ik ging nog altijd vlot hard en mijn maag en darmen vonden het de hoogste tijd zich er danig mee te bemoeien. Mijn uitlooptempo moest iets lager van de trainster. Ze heeft eigenlijk altijd gelijk. We gingen uitlopen en ik hobbelde lekker langzaam mee. We moesten met tweetallen op de plaats dribbelen tot de laatste en dan aansluiten. Heel grappig. We waren met een uurtje alweer terug. En het heeft amper geregend eigenlijk!
De lantaarnpalen hebben de eerste twee nummers van de postcodewijk. Hoe het verder zit en waarom er nummers worden overgeslagen?! Ik heb nog geen idee. Ik tel en verzamel ze alleen maar.
Lekker onverhard over de Kemphaan rennen.
Vermoeidheid is een raar ding. Mijn hoofd is heel erg moe, ik kan moeilijk dingen goed bedenken. Vroeg naar bed dus op zaterdagavond en om half 10 schoot ik mijn bed uit, na tien uur slaap. Dat werd toch wel krap om een uur later bij de Kemphaan te zijn, waar ik met mijn vriendin Joyce had afgesproken. Maar ik haalde het! En nog veel belangrijker: ik had er zin in. Lekker onverhard en ongedwongen lopen.
We slingerden al snel over de onverharde paden en Joyce mocht van mij het woord doen: graag zelfs, want mijn spieren waren stram en moesten er echt even inkomen! Ze had gelukkig ook een hoop te vertellen. We kwamen via paden achteraf waar ik ook nog nooit geweest was.
We kwamen weer bij het verharde pad en ik moest en zou het eerstvolgende onverharde pad weer in. Het was warm buiten. Joyce liep ik korte broek en we hadden allebei een t-shirt aan. Wat was ik jaloers op haar korte broek! Het voelde aan als op vakantie hardlopen. Het rook lekker, het was warm, maar niet zonnig en overal waren vogels te horen. Tenminste: die hoorde ik tussen het heerlijke gekwebbel door! Ik moest Joyce elke keer een beetje inhouden, want die had zoveel energie!
Niet dat ik haar niet bij kon houden, maar ik wilde niet mijn energie helemaal op verbruiken en de hare ook niet. We liepen een heel klein stukje over het fietspad en moesten een hele kudde wandelaars inhalen. We waren ze net voor met het onverharde pad inslaan. Daar kwebbelde Joyce weer fijn onbekommerd verder. Nou ja, onbekommerd was het niet, maar ik vond het fijn om te luisteren. We liepen langs de speeltuin en een aanleghaven die volledig nieuw voor ons was. Toen een stukje op het fietspad. Ik kon niet wachten tot het volgende bospad. Gek genoeg viel het me steeds minder zwaar. Mijn hartslag was lekker laag. Alleen die lange broek: dat was wel jammer; te warm. De kilometertijden begonnen met een 7, maar dat boeide me voor geen meter. Het laatste kwartiertje kwebbelde ik wat voort en toen kwam het zonnetje er ook nog door.Ik was wel moe, maar ik had ook nog een hele tijd door kunnen rennen. We renden allebei de negen kilometer vol: dus ik deed een paar rondjes extra 😉 En nog waren we na dat dikke uurtje niet uitgepraat en bleven we nog doorkletsen naast de auto’s. Heerlijk: van dit soort loopjes heb ik geen enkele last: niet aan mijn voet; niet moe, maar energiek en heerlijk voldaan.
Met Vincent en een startnummer 6 kilometer lopen


"ik haat auto's en treinen en de politie en mijn horloge en mijzelf en zes kilometer en de burg en mama en Alles!"
For the record: brug op, brug af – omdraaien: brug weer op en brug weer af. En het laatste stukje vals omhoog!

Het Hoogste Punt van Flevoland over.










