Een vol hoofd

Na de eerste week werken zit mijn hoofd vol informatie. Ik vind het heerlijk en vergeet de tijd als ik al die nieuwe dingen in besprekingen hoor. Mijn hersenen draaien overuren en ik draai maar wat graag mee. Daarnaast is een beetje rust nodig, dat is een vereiste. Ik kan kiezen uit het doorgaan met verzamelen van informatie en lezen van artikelen en maken van verslagen, maar ik moet soms ook even wat energie naar buiten brengen. Want er is maar 1 ding jammer aan werken: dat het zoveel vrije tijd kost! 😉
De tandarts en de verdoving hebben hun werk goed gedaan, waardoor ik moeiteloos om half twee klaar ben als Joyce komt om mee een rondje te lopen. Joyces hoofd zit zo mogelijk nog voller en er zit veel klem wat ze graag kwijt wil. Ik ben ten volle bereid te luisteren. Nog blijer ben ik met haar, omdat ze mijn tempo laag houdt. Als ik alleen was gegaan vanmorgen, zou ik te hard zijn gegaan. Mijn hartslagmeter werkt niet (balen!), dus er zit geen rem op mij. Ik had het ritme van mijn hoofd gevolgd, wat voor mijn benen iets te heftig is. Nu loop ik lekker ontspannen en komt het ‘gewone’ leven voorbij. Even geen datasets, geen nieuw ambtelijk vakjargon, geen nieuwe namen en functies. Het uitzicht is me bekend hier langs de plassen. Ik loop rechtop en kijk in de verte en zie de dieren in de ruimte en die zijn prachtig. Ik zoek de onverharde paden met liefde op.
Mijn benen willen graag wat sneller, willen graag iets meer uitdaging. Ik spreek met Joyce af dat ze op het verharde fietspad blijft lopen, terwijl mijn trailschoenen over de modder mogen. Ik verhoog zonder moeite mijn tempo en geniet er even van! Ik weet ontzettend goed hoe belangrijk het is om vandaag niet toe te geven aan hard-gaan. In de Losse Veter stond een stukje: “de grootste factor bij overtraining is niet zozeer de fysieke stress, maar alles wat er omheen is (…) Mentale stress (…)” Ik zit mentaal natuurlijk vrij hoog op de stressladder, dus fysiek moet ik alleen maar rustig lope;n ‘voor de leuk’. En dat lukt me prima! Ik geniet van het bos, de hond die keurig voor ons wacht, het gesprek, de ondergrond. Én van even hard de heuvel ophollen. Boven kan ik moeiteloos stilstaan voor een pauze en een foto. Ik loop niet op tijd of op ‘moeten’, maar op genieten. En langzaam stroomt mijn hoofd leeg. Joyce voelt het ook, maar haar benen zitten vol en worden zwaarder. Ik pak nog een setje heuveltjes extra mee, terwijl zij op het fietspad gaat lopen. Die kleine momenten van snelheid oppakken en mezelf testen, heb ik ook even nodig. Ik loop een rondje extra, met mijn armen wijd  om zoveel mogelijk te ‘omarmen’.
Joyce heeft het deze keer zwaarder dan ik. Vorige week was het omgekeerd, dus voor mij is dat geen probleem. Ik begin te kletsen en als ze wil, mag het tempo lager van me. Gek genoeg heb ik niet zoveel te vertellen over het werk. Alsof het nog twee gescheiden werelden zijn. Als ik aan het werk ben, denk ik niet aan hardlopen en omgekeerd past het ook nog niet in elkaar. We gaan over het fietspad langs de Evenaar lopen: asfalt. Joyce kiest daarvoor en omdat ze toch al met míj mee ‘moest’, heb ik geen enkel bezwaar. Vorige keer heeft ze voor mij een rondje overgeslagen en nu kan ik haar ‘terugbetalen’. Maar laten we wel wezen: toen kreeg ik er met moeite 7 kilometer uit en de het-voelt-zwaar-loopster naast me gaat gewoon dóór tot de tien kilometer! Soms wil ik haar onderweg wel een dikke knuffel geven, maar dat loopt zo lastig! Dus bij deze Joyce: een dikke, virtuele knuffel. Twee lege(re) hoofdjes komen na een dik uur weer thuis aan. Net als in onze hoofden breekt er een klein zonnetje even door, als een knipoogje. Dan raast het leven (boodschappen, kind halen, kapper, muziekles, eten maken, wassen) weer door.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een vol hoofd

Kort Moe Langzaam Rustig aan Rondje

Werken is Leuk, ik krijg er Energie van, maar ik moet ook veel informatie verwerken.
Dan is een kort rondje in een rustig tempo naast een buitengewoon afgetrainde Manuel in taperfase voor de marathon een prima oplossing.
Snelheid? I don’t care. Regen? I don’t care. Links of rechts? I don’t care!
Dat de beentjes even moe zijn als het hoofd, dat slaapt nog beter! Gelukt √
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Kort Moe Langzaam Rustig aan Rondje

Loopmaatjes Feestje

Toch wat koele zondagochtend, maar met een prachtig veelbelovend zonnetje. “Ga je mee?” En ik werd twee keer getrakteerd op een JA. Samen met Vincent ging ik Manuel ophalen. De ene gaat volgende week een marathon lopen, de andere heeft volgende week een zwemwedstrijd. Mooi he, dat ik -die volgende week niks hoeft te presteren- met deze helden mee mag?! Ik was de beperkende factor met mijn drie kwartier in zone 1 en een cadans van 90+. Gelukkig voor de Kleine Held en Grote Held, wilde mijn hartslagmeter niet meedoen. Tot zover zone 1, tot daar aan toe alle beperkingen. Lekker lopen was de leus! Jaagde ik de arme loopmaatjes over de onverharde wegen! Vincent kwebbelde en Manuel en ik mochten luisteren. We gingen de brug bij de Evenaar over en Vincent nam de binnendoorweg naar beneden, terwijl wij grote mensen om moesten lopen. We werden door twee razendsnelle heren van de club ingehaald. Dat zijn meestal Manuels concurrenten, maar vandaag liepen ze ons er met gemak uit. Arme Manuel, maar die mag mij en Vincent de schuld geven. Ik begreep de heren totaal niet: zij bleven over het asfalt van het fietspad lopen, terwijl wij lekker door de modder liepen en een prachtig zicht hadden op de paarden. Onbegrijpelijk voor me. Totaal onbegrip: loop je dan voor de lol?! Mogen de schoenen dan niet vies worden? Ik vond de modder prima en het uitzicht verhelderend en het gekwebbel zalig. We gingen over het intervallenpad en Vincent weet al wat dat betekent: tussen twee palen mag je hard! Hij hield zich er aan, maar wij oudjes niet hoor. Manuel liet zich 1 keer verleiden, maar de Triatleet-To-Be versnelde sneller als de lange marathonbenen! De kleinste beentjes hadden daarna wel een vuurrood koppie en de lange benen slechts een vuurrood t-shirt… Op de berg namen we pauze (hoe nieuw is dat voor Manuel!!) voor een foto, wat niet lukte. En toen weer verder. Zaten er al vijf kilometer op?! Ik was verbaasd, het vloog voorbij. Spreekwoordelijk dan, want het tempo lag laag voor mijn idee. Burg over en trapje af en dan weer onverhard. Vincent werd wat moe en hij werd het onverharde pad en mama ook moe. Maar stoppen is nicht im frage! Hij vraagt het wel, maar loopt gewoon door. Zegt eerst: “ik heb het nu wel zwaar hoor” en vervolgt: “ik heb een nieuw lievelingsnummer” om vervolgens luidkeels door het bos The Final Countdown te zingen! Heel zwaar….. Nog een klein stukje en Manuel verbaasde me door te zeggen dat de gemiddelde tijd op 6:15 lag. Ik dacht dat hij een grapje maakte! Maar 7,5 kilometer in dik drie kwartier…. dat klopt toch aardig. Best snel voor de kleine. Best snel voor mij. Best snel voor een week voor de marathon. Maar Manuel had er geen last van: voor hem is het nog steeds prima langzaam/lage hartslag. Vincent had er na de douche al geen last meer van, want die was gewoon terecht trots op ‘weer zeven kilometer’. Ik had er geen last van (maar mijn voet wel een beetje), want ik heb heerlijk genoten! Hoe kan het ook anders: met modder, gekwebbel en dubbel loopmaatjesgeluk!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Loopmaatjes Feestje

Een pareltje aan de hardloopketting.

Nog 1 dag zonder vaste baan. Vanaf volgende week, de eerstvolgende werkdag: dan heb ik een vaste baan. Een jaarcontract, de titel ‘Data Consultant’, veel nieuwe dingen te leren, doelen te halen en dan komt het hardlopen weer lager op de ladder van belangrijkheid te staan. Ik stop niet, maar ik zal wel (tijdelijk zeker) minderen. Vanmorgen, toen de auto gewassen was, haalde ik Joyce op en door de mist reden we naar Bussum. De heide aldaar. In de laaghangende bewolking. Het was best fris. We gingen onverhard lopen. Ongeveer 50 meter van onze tocht was geasfalteerd, de rest waren bospaden en… vlonders! We joegen de schapen aan de kant en namen de bruggen. Gaaf hoor, de mist in!

Het was gewoon genieten. Alles was door de mist heel sereen en kalm. Behalve wij, want wij waren een beetje onrustig. We gingen van de hak op de tak, dit en dat, van hot naar her. Het horloge piepte er tevergeefs tussendoor.
We gingen de natuurbrug over en er kwam rust in. De mist over de heide en de onverharde route maakte me dankbaar en kalm. Ik vond het heerlijk daar! Er leek bijna niemand anders te zien! We kozen lukraak de paden uit: onverhard, smal, breed; we gingen gewoon een richting in. We konden ons ook niet focussen op de uitzendtoren, want die was niet te zien! We kwamen langs de huizen van Bussum. Ik bleef wel aanvoelen waar we waren en hoe ik rond wilde. Het tempo lag lekker laag en de nadruk lag op de beleving. We kwamen nog meer wild tegen:

De mist trok al een beetje op, maar de rust, kalmte en sereniteit bleef lekker hangen. We kwamen een soort van stuwwal tegen, waar we overheen gingen. In de verte was nu een wandelclubje te zien. Het was tien voor half elf en ik dacht dat we nog tien minuutjes hadden voor de zon de wolken zou verdrijven. Ik mocht intussen door zone 2 lopen, na het eerste half uur zone 1. Niet dat ik me daar ook maar iets van aantrok, maar toch… We kwamen weer bij de natuurburg en gingen er nogmaals overheen. We kwamen een ruiter tegen. Natuurlijk wilden we nog een keer over de vlonders heen!
Helaas had ik niet precies gelijk met mijn zonnetje, want de zon had om half 11 nog niet gewonnen van de wolken. Naast de vlonders zwom een zwanenstelletje. Het was allemaal erg mooi en uniek. De schapen waren verderop gaan staan.


Wij gingen het bos weer in en terug richting de auto. Ik heb me rot gelachen over het verhaal van de hond van Joyce en de mol die een hartaanval kreeg. Ik groette vrolijk een fietser, maar die leek me niet te horen. Ik nam het hem niet kwalijk. Het uurtje was om. Ik was nog lang niet moe. Logisch ook, want we hadden maar acht kilometer afgelegd. Het ging niet om de afstand, maar om 8 kilometer schoonheid en beleving. Acht kilometer energie opdoen en genieten. Een heerlijk natuur-avontuur. Thanks Joyce, voor de heerlijke loop over de wortels, van de hak op de tak en over de vlonders. (en voor het bedenken van de mooie titel)
 
 
 
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een pareltje aan de hardloopketting.

Ode aan een Vriendin

Ze wist het nog eerder dan ik, die beste vriendin van mij: ik stond er niet tussen bij de uitslagen van de Spa Francorchamps Circuit Run! Zij was verbaasd en ik diep-bedroefd. Ik voelde me niet eens goed genoeg om bij de uitslagen te staan! 🙁 Dus fietste ik naar háár toe om ‘uit te huilen’. Zij was voorbereid om te gaan lopen, ik nog in spijkerbroek. We brachten haar hondjes naar de trimster voor we zelf gingen trimmen. Ik las haar voor van 2 vriendinnen die samen bijna 3 uur over een halve marathon deden. De ene vol irritante pijnen, de andere vol irritatie over het toegeven aan pijnen. 
Ik ruilde mijn spijkerbroek om voor hardloopkleding en nu voelde ik me voor het eerst zoals jij je vaak voelt Mijn Vriendin; fysiek niet helemaal in orde. Jij met je reumatische pijn die de trots niet kan verhullen dat je ooit-ooit-ooit nog een marathon zou kunnen gaan lopen. Jij overwint jezelf, je lijf en met alle wilskracht die jij bezit kun je de 42,2 kilometer ook ooit overwinnen. Ooit. Als je daar aan toe bent. Die ooit. Komt ooit.
De zon riep ons over de natte paden langs de Vaart. Een kort, rustig rondje. Ik vertelde wat, jij deelde nog iets. We liepen gewoon maar wat voor mijn idee en het ging stroef, maar goed. Jij bent gewend aan spierpijnen, maar voor mij waren de trekkende heupen en krakende rug nieuw. Ik had al snel door dat dit niet mijn beste rondje ging worden, maar  klagen en mopperen zul je van mij niet horen! ‘Gaan we voor het rondje van 9 kilometer’, vroeg je op 2 kilometer en ik zei optimistisch ‘ja, natuurlijk’. Toen moest ik na 3 kilometer mijn veter strikken en mijn maag begon te protesteren. Spierpijn, moeite met lopen, maag-darmklachten: ik ben dat niet gewend. Ik weet dat jij je vaker loopt te verbijten en nu mocht ik eens met je meevoelen en dragen. Zonder klagen.
We waren nog niet op de helft en ik verlangde al naar een toilet! Ik zei niks. Ik ging niet wandelen. Ik ging niet mokken. Ik ging niet klagen. En dat hoefde ook niet. Jij begon te kletsen en ik liet je graag begaan. Je leidde me af. Ik hoefde niks te zeggen. Ik hoefde niets aan te geven. Je wist het best, maar oordeelde niet. “We gaan langzamer” merkte je op, maar daar gaf ik niks om. Ga door met je verhaal! Ik hoefde niet te gaan wandelen. Ik hoefde me niet op te winden: ik hoefde alleen maar te luisteren en niks meer of minder te doen als doorgaan met rennen.
Ik onderbrak je verhaal niet, maar één van de snelste jochies van Almere fietste ons tegemoet. Ik heb hem bij wedstrijden zo vaak gezien, dat ik hem inmiddels (her)ken. Of hij mij ook herkende weet ik niet, maar de grijns die hij ons vanaf zijn (race)fiets toezond, was duidelijk: ‘kijk die twee daar eens gezellig rennen en keuvelen‘. Ik zag ons door zijn ogen en voelde geen minachting van deze jeugdige geweldenaar, maar de waardering die ik zelf voor jouw voelde, Vriendin. Voorzichtig vroeg ik je om het rondje om de Leeghwaterplas over te slaan. Je was niet eens verbaasd, oordeelde wederom niet, vroeg niks en zei gewoon: “prima joh”. Je vervolgde je verhaal. Geen uitleg nodig, geen excuses; gewoon doorgaan. Dat was zo prima en perfect!

Schreef ik aan het andere loopmaatje....


7 Kilometer. Een kippeneindje. Ik vond het ver deze keer en moet eerlijk bekennen dat ik fysiek nog lang niet gezond ben, hoe hard mijn hoofd dat ook weer wil. De uitslagen zijn gecorrigeerd in België en ik ben van de 17 dappere dames die een halve marathon renden als 11de geëindigd. Vóór mij slechts 2 Nederlandse dames. Er zijn zelfs nog 22 heren achter mij gefinisht. Ik holde direct door naar het toilet. Niets heb ik je hoeven uit te leggen, mijn lieve vriendin. Geen klacht over dat ik je run zou hebben verstoord, kon ik ontdekken. Je was nog eerder blij dat je mij nu eens een keer mee kon slepen!
Lieverd, als Ooit is aangebroken, zal ik je ondersteunen: ik ga naast je lopen. Pratend, afleidend en ik weet dat ik me nergens aan hoeft te irriteren. I’m ready. Maar vandaag niet. Ooit.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ode aan een Vriendin

Spa Francorchamps 2016

Weerbericht bij vertrek


Gister voelde ik me niet zo best. Mijn keel deed pijn en fietsen zou er gezien de regen niet van komen. Daar baalde ik van. We gingen op visite bij mensen die ziek waren en daar werd ik niet beter van. Ik zocht ‘s avonds op of een paracetamol kwaad kan, in de hoop dat ik daarop goed zou slapen. Er zijn zelfs mensen die tijdens het lopen medicijnen nemen, maar de avond van tevoren blijft onvermeld. Ik werd midden in de nacht dan niet wakker van hoofdpijn, maar mijn maag vond het geen perfect idee geweest. Toch voelde ik me beter, hoewel ik flink gespannen was over de weersomstandigheden die waren afgekondigd.

Eau Rouge in de sneeuw


Omdat er zoveel sneeuw werd aangekondigd gingen we al om 8 uur van huis weg. Mist kwamen we tegen onderweg. En een gratis toilet omdat ik ongeveer een liter sportdrank aan het wegdrinken was. Regen rondom Luik ook, maar sneeuw? Ik begon al ernstig te twijfelen aan de organisatie tot we de de Haute Fagnes op reden. Witte bossen, witte huizen: sneeuw all-over, maar niet op de wegen gelukkig. Daardoor waren we er al om 11 uur en was het circuit nog niet eens open. Het zag er wel mooi uit: Eau Rouge in de sneeuw. We reden het circuit op, maar net zo bijzonder als de eerste keer was dat nu niet meer. We moesten iets verder weg parkeren en de sneeuw om het circuit was echt een blikvanger.

De busstop chicane vanuit de pitsstraat


We liepen snel naar de potboxen en ik haalde mijn startnummer (bij de V nog!). De baan was vrij van sneeuw geveegd. Het was niet koud. Het idee van de trailschoenen was meteen ‘van de baan’. We liepen rond, maar ook hier gold: de verwondering van de eerste keer was eraf. Ik liep met mijn startnummer langs de start en we liepen door de pitstraat om op een afgelegen stukje de drone te proberen. We liepen naar de busstop-chicane en al die tijd liep ik me af te vragen hoe de rest van de baan erbij zou liggen en wat me te wachten stond. Deze vragen maakten me zenuwachtig. Vincent maakte intussen een sneeuw-engeltje naast de F1 baan. Als je Eau Rouge dan van zo dichtbij ziet, is het echt een enorme berg! Nadeel van op tijd zijn: ook tijd genoeg om te twijfelen! Ik had wel tijd om de drie bolletjes te eten. Toen we in de pitsstraat stonden, vloog er een hele horde zwanen over. Ik vond dat een slecht teken: zwanen horen niet met veel kabaal over besneeuwde race-circuits te vliegen! Een half uurtje van tevoren begon ik mijn sokken aan te doen en toen had ik besloten wat te dragen onderweg. Rob en Vincent zouden een heel rondje gaan wandelen. Ik moest nog naar de WC en dat bedacht ik een beetje te laat: 15 minuten voor de start. Maar ik moest nog echt wel wat achterlaten. Ik drong voor bij twee heren en toen zei ik voor het eerst dat ik de 21km in ongeveer 2 uur wilde lopen. Dat was al lang mijn verwachting, maar nu had ik het gezegd! Gezien de prestatie van vorig jaar (14 km in 1:14), zou het nu haalbaar moeten zijn: zelfde baan en dan 1 rondje extra.

Starten vanuit de pitsstraat


 

Foto gemaakt door Rob


Ik stond 3 minuten voor tijd in de pitsstraat achter het rood-witte lint. Net iets te onrustig. Aftellen en gaan! Ik ging los en moest om de sneeuw in de pitsstraat heen slingeren. Ik zag de snelsten al gauw verdwijnen. Ik ging behoorlijk lekker mee. Iets te goed, wat ik schrok me lam van de eerste kilometertijd van 4:37! Toen moest ik Eau Rouge op en ik nam kleine stapjes en ging lekker naar boven. Rustig aan, dacht ik alsmaar. Dan komt het lange stijgende Kemmel. Ik werd door veel mensen ingehaald en dat vond ik lastig te verteren. Alsof ik langzaam ging! Dat hield me erg tegen en ik kwam er niet lekker in. Ik bedacht me ook dat ik eigenlijk liever over de sneeuw had gelopen dan over het asfalt.

Eindeloos stijgende Kemmel


Ik zal hierna toch echt meer op zoek gaan naar de natuur en het avontuur, als naar de verharde, geveegde wegen. Eigenlijk bedenk ik dat wat vroeg, nu moet ik nog wat kilometers asfalt overwinnen vandaag! Na 3 km moest ik een kort stopje maken omdat mijn linkerschoenveter van deze Ascis schoenen altijd los gaat! Ik hoefde nog niets te drinken. Het uitzicht op de bergen met sneeuw was erg mooi en het zicht op de pitsstraat in de verte ook. Daar begint de 14 kilometer nu! Ik mocht naar beneden en dat ging heerlijk. Toch was ik nog steeds bezig met de prestatie en niet zozeer met de omgeving. Het beekje wat niet bevroren was en tussen de sneeuw door klatert, de anderen die rennen, de medical car: ik merkte het best op, maar ik voelde ook mijn voet, de warmte, het afdalen. Ik kende de weg en vond de afdaling lekker lang. Ook nu werd ik gedemotiveerd door het inhalen. Op de kartbaan was het stil. Wel hoorde ik in de verte de Medical Car met sirenes aankomen. Dat is foute boel, voor wie dan ook. De Car moet zowat helemaal rond. Rare sirenes hebben de Belgen! Deze keer viel het volgende stuk stijgen me erg mee. Ik wist nog goed dat ik daar een half jaar geleden over het voetpad liep te denken: ‘daar rende ik-daar rende ik’ en nu liep ik daar weer en dacht ik: daar wandelde ik. De busstop in de verte zien was vast prettig: de eerste ronde zat er bijna op en ik ging eigenlijk heel erg goed.
Er was geen muziek en de lucht bleef zwaar bewolkt. Nu liep iedereen nog door bij de finish: zelfs een kwartier is te kort voor de eerste finishers van de 7 kilometer! Ik had er onder de 38 minuten over gedaan en dat vond ik zelf al opmerkelijk. Het ging goed! Zelfs met wat verval ging ik onder de twee uur blijven! Ook nu ging de kilometer door La Source en langs de wegversmalling lekker. Wie is nu aan het verbouwen aan de weg op een F1 circuit?! Eau Rouge doemde weer op en nu zag ik er echt tegenop als een berg! Kleine stapjes, niet stoppen en naar boven klimmen. Het leek veel zwaarder als de woondome! Ik werd weer ingehaald en ook door supersnelle lieden met een andere kleur nummer. Ik had een oranje voor de 21km, de 14km was in de meerderheid met groene nummers en de 7km had een blauw nummer. Ik had het erg warm intussen en zweette wat af. Weer dat lange, zware stuk omhoog. Ik hoopte Rob en Vincent te zien. Ik had een droge mond inmiddels. Bij de post pakte ik een paar slokken water mee. In de verte zag ik Vincent. Er liepen een paar mannen met me mee voor nu even. Ik lachte en zwaaide naar Rob en Vincent, maar ik vond het ook zwaar. Zwaarder dan vorig jaar. Omdat ik wist dat er nog een rondje kwam? Omdat de lucht droger en ijler was? Omdat ik niet topfit was?
Ik bewonderde de sneeuw in de zon op de verre bergen en toen begon het te regenen. Kleine druppels, maar wel echte regen. Het afdalen ging weer goed tot de tweede bocht. Toen moest ik naar de wc en mijn maag deed zeer. Ik werd heel misselijk en ik wist het zeker: twee rondjes en dan kap ik er mee. Mijn tempo vertraagde en ik hield de mannen niet meer bij. Ik voelde me echt niet lekker. Eigenlijk wilde ik doorrennen naar de WCs bij de pits en Rob een SMS sturen dat ik op hen zou wachten. Het leek nog erg ver weg en ik kan me weinig meer herinneren van het volgende stuk. Ik haalde mensen in die de 7 kilometer of 14 kilometer deden en dat hielp me goed. Ik zag ook (veel) mensen die gingen wandelen. Dat sterkte me in het idee dat het behoorlijk zwaar was. De gedachten aan leuke dingen had ik niet voorhanden. Ik ging weer richting de busstopchicane en de misselijkheid zakte weg gelukkig. Ik dacht: ach, als ik toch moet wachten op Rob en Vincent, laat ik dan maar doorlopen. Nu ben ik er toch. Ik zou twee rondjes rennen en 1 rondje genieten, dus die laatste heb ik nog tegoed. Zo liep ik nogmaals naar de start/finish en ik liep door! Dat was wat lastig, want er stopten mensen die maar 2 of 1 rondje deden voor mijn neus. De tijd lag inmiddels op 1 uur 19 en dat was een groot verval. Ik wist onmiddellijk dat ik over dat laatste rondje meer dan 40 minuten ging doen. Dromen laten voor wat ze zijn en nu: plezier maken! Dat had ik eerder moeten doen, dat loslaten.

Wegwerkzaamheden!


Ik keek om me heen naar de wegversmalling, ik keek omhoog naar de top van Eau Rouge en ik zag 14km-finishes die een foto maakten en me nog aanmoedigden. Ik blijf rennen: zo nam ik me voor. Hoe zacht ook! En het tempo was er inderdaad wel uit met een tijd van boven de 7 minuten. Op Kemmel was het lastig vol te houden te blijven rennen, maar ik begon weer wat te leven. Ik vroeg me af hoe het in de bossen zou zijn rondom het circuit. Ik zag dat de hokjes goed afgesloten zijn. Ik hobbelde naar boven en bedacht dat ik dit rondje hierna nog maar 1 keer heeft te doen: volgend jaar met Vincent! Ik zag waar wij zaten toen we naar de F1 wedstrijd keken in 2005. Toen was er geen sneeuw, maar regen. Die was nu opgehouden, sterker nog: niet alleen ik, maar ook het weer klaarde op! Ik deed er langer over toen ik me liep te verbazen en verheugen op de top, maar het was wel leuker als de eerste keren. Ik liet de drankpost aan me voorbij gaan. Het was een stuk rustiger nu. Het afdalen ging eigenlijk heel erg goed. Ik had geen last van mijn schoenen of mijn tenen. Ja, als ik er aan dacht, dan voelde ik mijn voet en mijn linkerhiel natuurlijk wel pijn doen, maar ik dacht er maar niet aan. Ik kon eindelijk een beetje op mijn eigen tempo komen. Voor me liep  een meneer in een groen shirt en die haalde ik langzaam in. De mensen die mij nu nog inhaalden waardeerde ik wel: dat ze nog iets over hebben. Als ik het groene shirt inhaal, hoor ik hem mopperen op zichzelf en hijgen en moet ik mijn tempo verhogen om van ‘m af te komen. En zo kwam ik op 17 kilometer! Hé, dat laatste stukje lukt me nu ook. Ik kom in een heerlijk ritme van 5:24 ofzo. Dat bevalt me prima. Er komt een gewone wagen voorbij rijden. De meneer met de paraplu maakt het geluid voor de karts. Ik heb het Automotive Centre net niet écht gezien en nu kijk ik wel. De caravans die daar in de sneeuw staan: rare Belgen! Ik neem de laatste bocht en haal de wandel-ren-wandel-ren meneer voor de laatste keer in als hij wandelt. Hier wandelen weer meer mensen en ik wil ze wel toeroepen: niet doen! Ik ga door en door en ik merk dat ik moe ben. Ik heb geen enkele reserve meer over. Dan breekt er een klein zonnetje door. Ik vind het fantastisch, maar ik ben op het punt dat er niets meer echt doordringt. Ik ben dood- en doodop. Ik grimlach om mijn schaduw en wil wel op mijn houding letten, maar het lijf is fysiek aan zijn einde. Daar is de oranje deur, nog 1 bochtje en ik zie de busstop-chicane. Het lijkt veel en veel harder te stijgen dan in de eerste ronde. Waar zijn Rob en Vincent? Ik ben echt kapot. Aan het einde van mijn latijn. Ik kijk nog even om en er lopen nog mensen achter me. De pitsstraat langs. Had ik vorig jaar nog energie over, nu ben ik leeg. Ik heb niks om naar uit te kijken, nergens zin in: ik ben echt op. Helemaal leeg en óp. Ik zie Rob en Vincent staat aan de andere kant om me voor het laatste stukje aan te moedigen. De klok is de twee uur gepasseerd en ik voel me een loser en een verliezer. Alsof ik de laatste ben. Ik kan niet achterom kijken en zie dat ik van de vrijwilliger mijn nummer moet laten zien. Ik doe snel de rits open en na 2 uur 3 minuten en 30 seconden finish ik. Ik kan niks meer zeggen en voel me net zo moe als na de marathon.
Vincent babbelt voor twee. Ik wil weg. Ik voel me echt alsof ik verloren heb en tegelijkertijd voel ik ook helemaal niks meer omdat ik overal te moe en kapot voor ben. Doe mij die medaille maar en een warme trui omdat het moet, maar ik ben leeg. Moet ik eten? Moest ik naar de toilet? Ik vergeet alles en wandel een beetje als een zombie rond. Ik krijg mijn medaille en vind ‘m prachtig, maar ik ben zo onwaarschijnlijk moe! Ik ben totaal niet trots dat ik deze halve marathon heb volbracht en dat ik door al die pijn heen gelopen ben. Als ik zie op de telefoon dat de gemiddelde tijd toch echt onder de 6 minuten per kilometer ligt, kan ik even ontspannen. Ik zie nog andere mensen met een oranje nummer binnenkomen, dus laatste was ik niet. Maar meer komt er niet meer binnen. Trui aan. En dan loop ik eerst de WC voorbij zelfs! Mijn maag ligt overhoop. We lopen naar de auto, maar er zit geen snelheid meer in me. De kracht is totaal weggevloeid. Ik heb zelfs de energie niet meer om in tranen uit te barsten. Bij de auto pak ik automatisch de spullen die ik nodig heb en ik kleed me om. Ik kan nog best denken, maar het gaat stroperig. De natte spullen van mijn lijf halen, ik wil eierkoeken, ik moet iets drinken, ik wil iets vertellen, maar ik weet niet wat. De meeste dingen doe ik werktuigelijk, trots ontbreekt compleet. Dat ik een halve marathon met 380 hoogte meters heb overwonnen dringt niet door. Ik denk alleen maar: de langzaamste halve marathon ooit! Niet dat dat waar is, maar ik had er meer van verwacht. Dat ik doorgelopen heb toen ik me ziek voelde en bij wijze van spreken het quit-SMSje al had verstuurd komt niet binnen. Dat ik de zon heb gezien en mijn schaduw, dat is weggevallen. Ik zit versfut in de auto en we laten het circuit achter ons, terwijl ik eierkoeken verorber. De auto reageert niet goed op alle pekel tussen de remmen en zet wat cruciale systemen uit. Daardoor komen we in de kleine dorpjes rondom het circuit. Ik herken de punten en dan dringt het verband door: de eerste keer dat ik hier was om te fietsen en mountainbiken in mijn tienerjaren heb ik ook net zo afgezien en was ik ook zo uitgeput. Ook toen lag er sneeuw. We komen langs de plaats waar ik destijds in het cafe bijkwam en even verder langs de camping waar ik zuurkool at (ik lust geen zuurkool!). De tranen lopen over mijn wangen. Ook omdat ik me nu pas realiseer dat ik tijdens het hardlopen eigenlijk niks van dit soort dingen heb kunnen bedenken. Ik ben te moe om in slaap te vallen en langzaam aan delen we de belevenissen van de afgelopen uren. Vincent en Rob hebben flink door moeten lopen en ook Vincent is wat gedesoriënteerd geraakt op het circuit. Als we een dal verder zijn is alle sneeuw weer opgelost! Vincent moet voorbij Den Bosch naar de WC en ik loop met hem mee. Mijn voet doet opvallend weinig pijn en ik ben langzaam, maar ik kom wel vooruit en ik kan nog lopen! Ik ben onwijs moe. Onwaarschijnlijk uitgeput. Om half 7 staan we bij de snackbar voor de welverdiende hamburger. Ik eet ‘m met smaak op, maar heb niet echt trek. Om half 10 heb ik gedoucht en om 10 lig ik te slapen. Niet omdat ik tevreden, rustig kan slapen, maar omdat ik de vermoeidheid voel van een hele zware halve marathon.
Een dag later wordt het duidelijker: ik ben ook na 10,5 uur slapen moe, mijn keel doet zeer, mijn maag is nog van streek, mijn hartslag in rust ligt tegen de 60 (waar onder de 50 normaal is) en ik voel me verre van fit. Toch ga ik met Vincent uitfietsen. Ik kom bezweet terug. Blijkbaar is dit tegenwoordig met mijn conditie het equivalent van ziek-zijn. De uitslagen en de mogelijkheid om mezelf cijfermatig te tonen dat ik niet slecht gelopen heb in vergelijking met de rest laat op zich wachten. Langzaam leg ik me erbij neer dat ik deze race niet fit gelopen heb en dat ik toch een behoorlijke prestatie heb geleverd  met zoveel hoogteverschillen en dat ik door ben gegaan toen ik graag wilde stoppen. Ik rust uit en mijn voet is nauwelijks pijnlijk. Over volgende doelen denk ik nog maar niet na.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Spa Francorchamps 2016

Easydepeasy in een potje

Melding op Facebook van de organisator van de Spa Francorchamps Circuit Run:

Dat is officieel veel sneeuw. En dat wordt niet minder. Dat smelt niet 1-2-3 weg. Daar komt nog meer sneeuw bij.
Pani….. Nee, laat maar. Hier wordt de hoofdopdracht: 3 rondjes genieten van een unieke kans! Niks meer en niks minder. Lopend, schuifelend, glijdend en soms een beetje hardlopend.
Vandaag staat er 30 minuten ‘easydepeasy’ op het schema. Geen idee hoe dat moet, maar in de stralende middagzon lukt dat ook wel, als ik aan de sneeuw 300 km verderop denk. Ik kan mooi naar de markt lopen om de lege pot gedroogd fruit te vullen! 2 Kilometer heen, 2 kilometer terug: dat zal wel easypeasy zijn in een half uur. Rugzakje om en 8 graden is warm te noemen, dus 1 laagje is genoeg. FOUT. In de schaduw met wind tegen is het gewoon te koud voor 1 laagje met een tempootje 8 minuten per kilometer. Hartslag <130, dat kan dus ook!
Ik ben te laat voor de markt. Half 4 en de markt is weg. Ik koop 1 cadeautje en hobbeldebobbel weer terug. Door de zon en met wind mee is het wel opgewarmd te krijgen. De EasyDePeasy is een makkiedebakkie. Over 4,5 kilometer doe ik 36 minuten. No problemo.
De pot blijft leeg. Is er ruimte genoeg voor alle verwachtingen. Die duw ik achter glas en dan heb ik zelf meer ruimte om te genieten. De dromen die enig tijdsdoel in zich hebben, kunnen er in de pot bij. Ruimte zat. Alle beren op de weg ernaast proppen; die doen een winterslaap. Deksel erop en pas na de circuitrun open maken. Dan kan ik in de sneeuw een PR halen op de halve marathon op een F1circuit.  Makkiedebakkie. Easydepeasy.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Easydepeasy in een potje

Generale Repetitie?

Eigenlijk moest ik gister trainen, maar ik heb gewerkt. Nog niet de nieuwe baan, maar het ‘oude’ werk afronden. Ik was moe en het regende en het was donker, waardoor ik de opdracht niet kon meelezen op mijn hand, dus ik stelde de oefening een dag uit. Dan zou het ook nog regenen en ik wilde graag in de (koude) regen oefenen. Komende zaterdag is de weersverwachting voor de omgeving Spa: SNEEUW. Een F1 baan kunnen ze niet schoonvegen of pekelen, dus de kans dat ik dit jaar in een witte wereld Eau Rouge moet bedwingen wordt aannemelijk. Maar vanmorgen scheen de zon. Kraakhelder weer. Toen ik de ‘alarmmail’ met de weersvooruitzichten kreeg, raakte ik een beetje in paniek. Ik heb al niet meer het idee dat ik weet hoe ik flink moet hardlopen, laat staan dat ik enig idee heb hoe ik naar boven moet klimmen met sneeuw! Buiten begon het te hagelen en ik haalde meteen de warme trui, de regenjas en de warme broek tevoorschijn. 2 Vliegen in 1 klap: paniek bedwingen en oefening in de hagel! Op mijn hand schreef ik het plan op: bruggen op en neer in diverse zones. Dit plan had ik echt niet uit mijn hoofd kunnen leren. Voor ik de straat uit was, was de hagel weg en scheen de zon weer scherp en fel. De eerste 2 kilometer liep ik hard: 5:37 per kilometer. Toen kwam ik bij brug 1: zone 4 omhoog en zone 2 -oh nee zone 1- omlaag. Ik had het bloedjeheet! Ik snakte naar de buien en kreeg veel zon. Dus ik nam het onverharde modderpad als troost. Ik hield mijn horloge in de gaten om onderweg zone 2 aan te houden: die bevalt me uitstekend. Nog een brug. Naar boven in zone 2 en omlaag in zone 4. En toen had ik ‘geluk’ in de vorm van wind-tegen! Dus ik ging wel hard naar beneden, maar de hartslag was ook hoog. Ik draaide me om voor dezelfde brug, maar dan in zone 4 naar boven knallen en wind meenemen en weer in zone 1 afdalen. Naar boven met 14 kilometer per uur: dat beviel me wel! Ik nam het bekende, heerlijk onverharde pad langs de Oostvaardersplassen. Er vielen een paar druppels en ik hoopte dat het door zou zetten, maar helaas… Het bleef zonnig, scherp licht met in de verte een regenboog; afkoelen zat er niet in. Ik liet het tempo hier en daar wat vieren en hield zoveel mogelijk zone 2 aan. Ik liep om voor de laatste brug met de hoop een paar herten te zien. Ik telde hoopvol nog tien hageldruppels af en zag in de verte herten en toen begon de klim in zone 2 de laatste brug op. De voorgeschreven tijd van 45 minuten zat er op, maar ik mocht nog 1 keer naar beneden knallen. Ik haalde de 15 kilometer per uur! Toen ging ik lekker uitlopen naar huis. Ik snapte niet waarom mijn horloge trilde op de brug, tot ik merkte dat het door de wind kwam! Het waaide echt behoorlijk dus. Ik hobbelde terug door het park. Thuis had ik haast om in de douche en op het toilet te komen en ik vergat de cooling-down. Niet zo slim, want ik heb gemerkt dat die het beste werkt tegen pijn in mijn voet. Die pijn droeg ik de rest van de dag. Voor een generale repetitie miste ik toch wel wat elementen: kou en sneeuw bijvoorbeeld en een lange helling ook. Telt de wind ook mee? Ik denk nog lang niet klaar te zijn voor Spa Francorchamps en moet nog zien hoe ik de halve marathon in de sneeuw door ga komen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Generale Repetitie?

Stukje lopen, stukje fietsen en een felbegeerde medaille!

Er stond niets op het schema. Duh, alsof de trainer echt denkt dat ik DRIE dagen stil blijf zitten! Dat lukt me niet hoor. En… ik wil graag de 170 kilometer halen in februari. Op 28 februari staan er 166,5 op de teller, dus die laatste 3,5 kilometer kunnen best. Ik heb het gevoel dat ik nu helemaal zelf mag kiezen en ik trek snel de trailschoenen aan. De hartslagmeter laat ik thuis, lekker puh! Ik ga om onze wijk heen. Het eerste stukje is verhard lopen, maar eenmaal het bruggetje over, is daar het bos. Heerlijk zachte paden, geluid van vogeltjes. Ruimte om je heen en een klein zonnetje. Soms een paar stapjes verhard een fietspad oversteken en dan door naar het volgende onverharde pad. Het lijkt alsof ze dit speciaal voor mij hebben neergelegd! Zodat ik hier om mijn eigen wijk heen kan slingeren op mijn trailschoentjes. Ik wist niet eens dat het pad zo ver doorliep en ik geniet met volle teugen. Ik moet even een stukje over het asfalt fietspad, maar dat ik dadelijk de kleine paadjes tussendoor terug kan nemen stemt me weer gerust. En even later is er weer zand en smalle wegen en opletten waar de kuiltjes zitten. Ik heb het al lang niet meer koud. Of ik krakende takken hoor of een in Almere verdwaalde specht maakt me niet uit: ik vind de natuurgeluiden prettig en doe net alsof ik de auto niet hoor. Ik kijk op van de bloesems op de takken en kan het niet laten er even een foto van te nemen. Veelbelovend! Ik ren rechtdoor en hou gemakkelijk de onverharde weg aan. Ik passeer voor de tweede keer de wandelaars en ik kruis voor de tweede keer de hardloopster. Op de verharde brug moet ik haar wel inhalen: mijn tempo is op het asfalt echt vooruit gegaan. Het laatste stukje park is ook onverhard. Ik neem de tijd voor een SMS waarin ik om een foto vraag. In nog geen half uurtje ben ik weer thuis, 4 kilometer rijker, een stuk tevredener en gelukkig niet moe! Want er moet nu gefietst worden met de knul op de racefiets. Ik kan hem op mijn stadsfiets niet bijhouden, maar het is een training die langer duurt dan het hardlopen en we komen ook nog eens een stuk verder! 13 kilometer in 50 minuten: dat haal ik niet zonder trappers. Maar de 170 kilometer van februari zijn mooi gehaald hoor. De rest van de middag verloopt minder sportief, maar is qua eten lekkerder!
Toch is februari nog niet klaar na de 28ste. Dit is een schrikkeljaar en we hebben een dag extra. Toch blijft het de kortste maand en precies daarom heb ik februari uitgekozen om volgens mijn Apple Watch en Fitnessprogramma juist deze maand elke dag het beweegdoel te halen. Dan gaat het niet om het half uurtje beweging op een dag, maar om de actieve calorieën die je verbruikt. Meestal staat mijn programma ingesteld op sporter en moet ik 550 actieve kcal per dag halen, maar op de rustdagen haal ik dat niet! Dus ben ik in februari een niet-sporter. Dan hoeft ik maar 340 actieve kcal op een dag te ‘scoren’ en dat lukt me meestal wel. Op 29 februari moeten we nog een uurtje wandelen, want ik laat het nu niet op me zitten dat ik 28 dagen het doel haal en die laatste dag niet! En dan krijg ik mijn mooie ‘medaille’ voor de Perfecte Beweegmaand. Februari was kort, maar krachtig!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Stukje lopen, stukje fietsen en een felbegeerde medaille!

Afscheid van de Woondome.

Volgende week staat de CircuitRun in Belgie voor de deur. Vandaag stond de laatste ‘grote’ oefening op het programma. Hierna vertoon ik mij voorlopig niet meer bij de Woondome en ik ben vastbesloten het asfalt van Almere na 5 maart ook te laten voor wat het is. Manuel deed me uitgeleide: hij liep met me mee in zone 1 naar de Woondome. Niet dat Manuel mij geen geen twee uur bij zou kunnen houden, maar hij mag morgen voor een (hele) hele lange duurloop de weg op. Arme jongen, moest hij mijn gemor en gescheld op de wereld aanhoren. En het gepiep van het horloge, want je opwinden en daarbij hardlopen lukt mij vandaag echt niet in zone 1. Bij de Woondome verlaat Manuel mij en mag ik gelukkig in zone 2 naar boven. Een kwartier lang. Met de nadruk op ‘lang’ en ‘lang’zaam. Al snel ben ik de tel kwijt. Ik app Joyce dan ook onderweg en maak een foto. Maar ik ren wel stug op en neer. En op en neer. En bijna ‘boven’ is de hartslag elke keer net boven zone 2 en bijna ‘neer’ is de hartslag weer bijna zone 1. En zo nog een paar keer op en neer. Omhoog, omlaag. En op en neer. Ik weet niet meer of ik 7 of 8 keer heb gehaald. Ik ga een kwartiertje in zone 1 uitlopen en neem de tijd voor een gelletje. Ook zonder de opwinding blijkt zone 1 out-of-range en ligt de hartslag te hoog. Ik kan de schuld geven aan de brug-stijging, maar ook voor de brug ligt de hartslag boven de 135. Met deze tempoverschillen vliegt het uur voorbij! Ik kijk uit naar Joyce en net over de Vaart loopt de lieve schat me tegemoet. Ik mag door naar zone 2 voor een half uur -om de bruggen over te steken. Ach, daar zat ik eigenlijk toch al! Mijn horloge geeft de kilometers niet meer weer en ik moet zeggen dat ik dat heel prettig vind. Ik kijk naar de hartslag en hoe lang ik nog in welke zone moet zitten, maar hoe ver ik kom is van ondergeschikt belang. Eerlijk: ik kijk helemaal niet meer op het horloge, want Joyce en ik beginnen te kletsen en dan is alles van ondergeschikt belang! Stiekem zelfs het lopen. De bruggen op en af, slingeren om een stuk of drie afsluitingen op het fietspad heen, omhoog lopen naar het station: we kletsen en bespreken en delen en praten maar door. De route is saai en bekend over het Spoorbaanpad, het weer is somber; maar naast me loopt mijn persoonlijke zonnetje. Mijn beste vriendinnetje. Mijn loopmaatje. Mijn vertrouweling. Mijn beste therapeut. Een onmisbaar maatje op velerlei gebied. De pijn in mijn linkervoet is vrijwel geweken na een week waarin ik innerlijk een station verder gereisd ben. Uiteraard bespreken we dat. En de kinderen komen ook alledrie aan de beurt. De huishoudbeurs. De hondjes, die onmogelijk geinig zijn (voor mij dan). Vlak voor station Muziekwijk moet ik voor het laatste half uur terug naar zone 1. Ik verwacht er niks van, en daar krijg ik gelijk in. Maar het gepiep wordt 9 van de tien keer gesmoord in geklets. Voorbij muziekwijk is het even nieuw voor me. Ik bekijk 1 keer op het horloge dat ik al op 12,5 kilometer ben en ik vermoed de 15 kilometer wel te halen vandaag. Stiekem zat dat voor twee uurtjes in mijn hoofd. Het moeilijkste gedeelte volgt als we de Hogering zijn overgestoken: Almere Poort. Ik heb een bloedhekel aan het lange fietspad en herhaal dat ik hier nu langzaam overheen moet. Wonder boven wonder haal ik zelfs zone 1! En dat terwijl ik me nog opwind ook. We gaan richting het huis van Joyce’s zoon. En zo loop ik voor het eerst van mijn leven verder door Poort dan de 30-van-Almere me ooit gebracht heeft en het is er best oké. Na 2 uur kan Joyce me zijn appartement aanwijzen. Ik heb er 16,6 kilometer opzitten en ik vind het best. We wandelen naar het station van Almere Poort. Om 11 uur nemen we een trein terug naar Oostvaarders voor een beker chocomelk en een stroopwafel (of twee). De ochtend is omgevlogen! Ik ben ietsje moe, maar het voelt totaal niet alsof ik 16 kilometer heb gelopen. Ik ging natuurlijk ook niet al te snel, maar ik had best nog een uur door kunnen rennen. Joyce rent weer naar huis en neemt op vrijwillige basis de Woondome mee in haar rondje; kijk, wat een heldin! Ik fiets nog wat van hot naar her en mijn voet is licht gevoelig. Als een beetje spierpijn. Mijn hart maakt nog een sprongetje als ik zie dat ik de Woondome in dat kwartier 10 keer ‘bedwongen’ heb. Dat ging wel lekker moeiteloos eigenlijk. Ben ik nu klaar voor de helling van Eau Rouge?

Categories: Uncategorized | Comments Off on Afscheid van de Woondome.