Mijn hoofd duizelt. Data. Open Data. Privacy. Nieuwe namen. Plaatsen. Nog meer data. Ik verzamel het. In mijn hoofd. En nu heb ik een data-overload. Out Of Order. Er kan niks meer bij. Ik ben M O E Er komt niks meer uit. Er kan niks meer bij. Ik weet de weg naar huis niet meer. Heb moeite met woorden vinden. Mogelijkheid 1: ga op de bank/in bed liggen rusten. Mogelijkheid 2: Ga met een laptop bij de hardlooptraining van het kind zitten in de hoop dat er nog iets uitkomt. Mogelijkheid 3: Stukje joggen nu het licht is. Ik kan niet kiezen. Mogelijkheid 2 vervalt, want die helpt toch niet. Ik ga in renkleertjes naar de training toe en ga voor mogelijkheid 3. Joggen. Er
staat niks in het schema en gister ging ik al. En morgen ook. Joggen dus. Rustig aan! Een must: rust. Niet kijken naar de hartslag, gewoon de beentjes volgen. Kilometer 1 in 6:04. Uhm… da’s niet zo rustig. Ik gooi het op een data-misread. Zo snel ga ik niet hoor. Ik ga gewoon lekker. De zon is mooi. Ik stop de omgevingsdata er bij. Hopelijk lossen de data-watten dadelijk een beetje op. Ik doe eerst de stomme zijde en straks mag ik door het Wilgenbos. Dat past er nog net bij. Brug. Eendjes of zijn het ganzen? Ik loop hardop mee te zingen met de muziek. Onder de 6 minuten?! Joggen, joggen, joggen… Duizelt het tussen mijn oren. Joggen? Ik neem me echt voor om rustig aan te doen. Heus waar. Lepelaarsbos. Als er om de bocht niemand is, zing ik hard mee. “If we all light up…” Saaie kilometer 3. Ik ga nog niet zachter. Het waait hard. De watten verwaaien. Mooi excuus voor een langzame volgende kilometer. Ik maak nog een fotootje. Inmiddels kijk ik niet meer alleen naar het fietspad voor me, maar naar de vogels en de ondergaande zon. 5:53? Weg excuus en nu ga ik echt, heus, serieus langzamer aan doen.
Ik moet mijn andere schoenveter opnieuw strikken, heb langs het gemaal dik wind tegen, dus ik heb alle redenen om te vertragen. En inderdaad: 6:05 is…echt… nog niet zo… in de trant van joggen…. Brugje over: het Wilgenbos gaat me ophouden! Daar geloof ik dan maar in! Ik ga SMSen met het wandelende loopmaatje en ik stop de telefoon weer weg om alleen maar te genieten van de bomen. De datawatten verdwijnen compleet en ik voel de bomen. Ik kom niemand tegen. Alles is van mij! Ik dans er bijna bij. Echt, nu weet ik zeker dat ik langzamer ga. 5 kilometer in 30 minuten. Laat ook maar. Ik weet niet hoe ver ik nog moet, als ik nu écht ga joggen, haal ik het dan wel?! Ik wandel het sluisje over en app nog maar wat. Onverhard! Als dat me niet vertraagd… Maar ook dat is een hopeloze missie: de heuveltjes en modder dagen me uit. Weer 10 kilometer per uur.
Ik ga niet door het Vaartsluisbos. Er zijn grenzen. Iets met trainingstijd van een uur en unstoppable Anke die niet langzaam kan. Ik mag me nog inspannen van mezelf tot ik weer onder de Hogering door ben. Yeah right. 5:50. Ik ga aan het SMS-en en appen tegelijk en ga echt langzamer. Terwijl ik nog ‘maar’ 4 minuten heb.
De zon gaat prachtig onder en ik loop geheel op mijn gemakje. Ik durf niet te kijken naar de hartslag. Zou de trainer op deze ondoordachte actie geprikkeld reageren? Gelukkig was ik gewoon ontoerekeningsvatbaar! Ik moet opnieuw geupload worden! Ik ben blij met de laatste kilometer van 6:21! Het gaat de goede kant op, maar net nu ben ik er en nog op tijd ook. De gemiddelde hartslag is nogal een beetje veel te hoog voor een ingelast rondje joggen. Laten we het daar maar niet over hebben, want dan schaam ik me. Ik voel me een stuk beter en dat is belangrijk. De data is ingeda(t)ald. De vermoeidheid in het hoofd is weggewa(dat)aid. Reloaded. Nu is het weer Open Data geworden.
Data Dizziness
Van rode lucht naar rood hoofd
De training van maandag dan maar vandaag. De energiebalans is wat zoek. Gister een congres, vandaag een interessante belangrijke meeting in Utrecht. Dat werken en heel veel leren kost bergen energie, maar daar worden de benen niet moe van. Dus ligt het hoofd op de bank en trappelen de voeten. Ik weet niet welke trainer ik wil, want
ik heb de vorige keer beloofd mijn best weer te gaan doen aan de trainer van de snelle groep. Ik zal me aan mijn belofte moeten houden. Het inlopen gaat prima: ik hobbel rustig mee, maar wel achteraan. Mijn hoofd kan niet veel prikkels verwerken. De lucht is prachtig gekleurd. We gaan de brug op en af lopen. De trainer deelt me bij de ‘langzame’ groep in: die kan nog niet weten dat mijn benen best kunnen lopen en ik mijn best best kan doen!
De lucht is rood en geel. Het is veel te ingewikkeld voor mij qua opdracht: 3 keer de brug op tot verschillende lengtes, omhoog snel en omlaag langzaam. Zulke opdrachten zijn voor mijn hoofd te complex, laat ik maar niet vooraan gaan lopen. Dat gaat al heel snel mis. De benen doen wel wat het hoofd niet kan: hard gaan! Ik loop op energieniveau en op hartslag. En ik zet mijn techniek in van kleine felle stappen om hoge snelheden te halen. Rond de 12/13 kilometer per uur omhoog doet mijn benen goed.
De eerste serie brug op en af van circa 11 minuten gaat prima. Ik loop voor op de langzame groep en moet grijnzen als de trainer zegt dat ik het mooi aan het uitvoeren ben. Beloofd he. We moeten een minuut wachten en mijn hoofd weet niet meer hoe ik dat moet timen. Dat hoofd is rood,maar gelukkig is het inmiddels donker! Dat hoofd is leeg. We doen nog een serie, maar ik loop op een laag energieleveltje. Dat voelt wattig, zwaar en ietwat wazig aan. Na 30 kilometer marathon zeg maar. Heel klein wereldje. Ga me niet in de weg lopen, want dat kan ik nauwelijks meer ontwijken! Gelukkig kan ik nog net beredeneren aan de andere groep tot waar ik moet lopen en om kan keren. Deze serie loop ik eigenlijk maar ietsje langzamer op de snelle stukken. Ik tel ook uit dat ik ‘maar’ drie van de vier keer hoeft. Dus ik span me de derde keer nog in en dan jaagt de trainer mij nog 1 keer het trapje op op hoge snelheid! Als straf voor al die keren dat ik niet netjes heb meegedaan? Ik merk dat mijn evenwicht het moeilijk heeft. Daarna is het energielevel kritisch laag in het oranje vlak belandt. We moeten nog een keer versnellen, maar ik krijg het er moeizaam uit. Nu zijn én de beentjes én het hoofd moe! Ik zet nog 1 keer heel hard aan en loop van achter naar bijna voorop met een respectabele 15 kilometer per uur. Nu is het energielevel in het rood gezakt. Een beetje kletsen en uitlopen tegelijk lukt me enige minuten lang absoluut niet. Kan niet tegelijk. Pas later. Ik haal de tien kilometer deze training. Bij de cooling down vallen mijn ogen dicht. Nu zijn mijn benen moe en mijn hoofd rood én moe. It could be worse.
Blij Ei II
Tweede paasdag. En omdat het gewoon een maandag was, stond er een training op het programma van de club, maar die ging niet door. Dus heb ik geruild met woensdag. En het loopmaatje is weer hersteld van zijn marathon, dus die ging weer mee. Drie kwartier in zone 2. Ik had een ernstig gebrek aan zin. Eerst ontbijten, dan naar de winkel, daarna een potje Rummikuppen en toen duldde het loopmaatje geen uitstel meer en stond hij voor de deur. Het stormde buiten, dus het bos lieten we links liggen. Met die wind is het niet gemakkelijk elkaar goed te verstaan, maar we konden prima kletsen terwijl we tegen de wind in liepen. Naast de vaart namen we
wind mee en het tempo ging lekker omhoog! Mijn benen (knieën, lies) renden bijna onder me vandaan! Er kwamen een paar anderen aan die tegen de wind in liepen, gossie. We liepen wel door het bos, maar namen de fietspaden. Ik liep lekker te genieten en me voor mijn gevoel niet echt zwaar in te spannen. Dat is mooi in zone 2. We moesten over de Evenaar tegen de wind in en dat was lekker heftig! Ik vond het na drie kwartier wel prima. Het laatste stukje gingen we door het bos en toen hobbelde ik naar huis. Ik heb weer 9 kilometer op de teller gezet. Bleek dat ik een uur had mogen lopen 🙁
Blij Ei
Geen paasontbijt, maar een paasrondje. Gisteren was ik te moe (waarvan?!), dus ik had het rondje van 45 minuten uitgesteld naar vanmorgen. Regen of niet. Niet dus, geen regen. Wel een felgeel regenjasje. Eerst 10 minuten in zone 1. Ik keek gewoon een beetje op mijn horloge en dat timede wel prima weg. Lekker rustig aan beginnen – helemaal top. En deze paasochtend was superrustig! Zit iedereen in de kerk? Of aan de eieren? Ik heb 1 andere hardloper gezien! Ééntje!! Op een normale zondagochtend om half 11 zijn dat er minstens 11!
Ik begon keurig volgend de opdracht, te joggen in zone 1. Na iets meer dan 10 minuten en 1,5km ging ik door naar zone 2. Ik liep zo’n zes minuten in zone 2 en dat ging ook prima, ondanks de tegenwind. Het was wat op en neer schakelen op het horloge tussen de pagina’s. Ik kwam op het fietspad en daar wilde ik de drie versnellingen gaan doen die in de opdracht stonden. Ik kwam een meneer met hond tegen die me heel vriendelijk Fijne Pasenwenste! Ik timede twee minuten af en toen mocht ik 1 minuut wandelen. Tralalala. De kerklok sloeg vrolijk elf uur. Ik wilde een foto maken van een mooie gele narcis, net zo geel als ik, maar die waren nog allemaal verstopt!
En nog een keer aanzetten voor twee minuten. Leuk hoor: kijken op de tijd, de hartslag en een beetje meetellen en ohja –daarvoor was ik hier– flink doorrennen. De minuut wandelen is eigenlijk net zo lastig, maar ik trok me vandaag niets veel aan van ik-moet-zus-en-zo-hard-of-zo-en-zo-ver. Ik hou mijn energielevel echt goed in de gaten onderweg en dat is totaal nieuw voor me. Redelijk gezapig en prestatieloos; nieuw op die manier.
De laatste versnelling ging ook weer lekker en toen stond ik weer onder de treinrails en mocht ik nog een aantal minuutjes in zone 2. Ik zat eerst nog hoog in zone 2 met een hartslag boven de 150 en onder de 154. Dat leverde ongeveer eenzelfde kilometertijd op als de kilometer voor ik de versnellingen oppakte. Toen ging ik nog een kilometer laag in zone 2 aan het lopen met een hartslag van maximaal 140. Ik kreeg wat trek, wat vermoeidheid en gelukkig ook wat wind mee. Ik liep een stukje onverhard door de nieuwe schooltuin. Kan allemaal in Almere: van de Tang naar de tuin over de Evenaar! De laatste kilometer hobbelde ik in zone 1 langs de oude Albert Heijn en een straatje om en toen wilde ik weer naar huis. Ik heb voor het eerst deze week de voorgeschreven tijd van 3 kwartier gehaald! En netjes de opdracht uitgevoerd ook nog. En -ook niet onbelangrijk- zonder echt doodmoe te zijn geworden. Netjes+keurig+opgewekt=tevreden!
Groot Rondje Laarder Wasmeer
* Aanbeveling 1 (van het loopmaatje): ga ‘s zonder apparatuur lopen. Ik dacht dat hij dat zelf wilde gaan doen en antwoordde dat ik dat niet snel zou doen. Hahaha. Ik raadde hem aan het horloge mee te nemen en te verstoppen. Goed idee eigenlijk…
* Aanbeveling 2 (van de Held-trainer): er bestaan niet verschillende potjes energie in je lichaam; het is een grote pot waar je alles mee moet doen, dus houd daar een beetje rekening mee.
Ja heren, oké dan! Mijn persoonlijke ondertiteling luidt: Ga lekker onverhard lopen en hou je niet aan zones of kilometertijden en blijf voelen hoe het gaat. Ga alleen en wees onafhankelijk. Praktische tips: neem een OVkaart mee en een rolletje Detro’s en kijk maar welke heuveltjes en uitdagingen je tegen gaat komen. Gestript van welke opdracht dan ook, had ik er zin in. Kind bij oma op deze Goede Vrijdag en trailschoentjes aan. Lekker eigen muziekje op en gaan. Maximaal anderhalf uur, bij voorkeur liefst de minimale 80 minuten die het schema voorschrijft. Ik heb een vaag idee welke richting ik op wil.
Het eerste het beste heuveltje wat ik tegenkwam ging ik op! Ik zwierf zonder vast plan en kwam over een onverwacht bruggetje, door een prachtig smal pad en via de parkeerplaats bij de hoge heuvel bij Anna’s Hoeve. Die zat als enige in het plan om overheen te gaan. Het was een flink lastige beklimming, omdat er heel veel bomen op de weg lagen. Ik zocht lekker mijn weg en mijn horloge zat te diep onder twee lagen kleding om zich er qua hartslag of tempo mee te kunnen bemoeien. De gedachte was slechts: dit wil je toch, en de grijns was het ja-antwoord.
De muziek die voorbij kwam zette mij stap voor stap op z’n plek. Ik merk dat alle spieren door de onverharde en ongelijke ondergrond worden getraind. De stijgingen zijn te merken in de kuiten. Slinger door een poortje en gewoon maar een weg inslaan.
Soms langs de bordjes Rondje Laarder Wasmeer, maar soms ook niet. Ruiterpaden, smalle bospaadjes, kleine heuveltjes, modder; ik nam het allemaal mee en stopte het in mijn Schatkistje van Ervaring. Mooie vormen in de bomen, boomwortels, een groepje wandelende kinderen die de ballonnen volgen en een onverwacht pad inslaan – ik laad het moeiteloos in. Ondertussen mijmer ik over doodgewone zaken: hoe fijn het is een oma te hebben waar ik Vincent met een gerust hart kan achterlaten, wat prettig het is om salaris bijgeschreven te krijgen en hoe leuk het is zelf zomaar ergens heen te gaan. Ik zie bebouwing voor me en lijk totaal de weg kwijt te zijn. Ik hoor ook veel auto’s. Even verderop kan ik het plaatsen: De Witte Bergen, aha. Ik steek 1 asfaltweg over en zie niemand op het fietspad, maar zodra ik kan wijk ik van het halfverharde fietspad af. Ik kom via een breed zandpad bij het Bluk de heide op.
Daar word ik overvallen door wind en regen. Als mijn trainer meedoet aan een wedstrijd waarvan hij zelf weet/denkt dat fysiek niet aan te kunnen, moet ik niet piepen over een beetje regen. Dat doe ik ook niet, maar de bus vervalt als optie. Ik stamp door het zand tegen de wind in en geniet van de miezerbui. Daar loopt het groepje kinderen weer! Ik maak een groter ommetje over de hei en zoek paden tussen de heuveltjes uit. De regen vervaagt en ik draai richting een groepje bomen. Het enige waarvoor ik op mijn horloge kijk, is voor de tijd. Het is tijd om de terugweg weer op te zoeken. Ik ken de richting. Daar is het groepje kinderen weer! Tjonge, het is een flinke speurtocht voor ze. Ik ontwijk ze en neem de rand van de heide. In de verte zijn de huizen herkenbaar. Ik loop tegen een school aan, maar verkies het onverharde pad om het hek heen. Voor de zoveelste keer stuit ik op het groepje kinderen. Zouden zij de korte route elke keer nemen? Ik word moe, wil terug en ga ze maar weer inhalen.Tussen het Laarder Wasmeer en het waterleidingbedrijf door haal ik de als indianen geschminkte kinderen in en het blijkt één van de diverse groepen te zijn!
Ik kom weer uit bij de heuvel bij Anna’s Hoeve en nogmaals ga ik omhoog: nu via het eenvoudige boomloze pad. Ik ga aan de straatzijde naar beneden en moet lachen om de bankjes die onder water staan.
Dan ga ik Anna’s Hoeve nogmaals door en ik neem ook de laatste heuveltjes met een vermoeiend plezier.
Het energielevel zakt merkbaar en ik maak nog 1 ommetje om te eindigen bij hetzelfde heuveltje als waar ik op begon.Nog een klein stukje verhard. Er zitten 11,5 kilometer op en daar heb ik 80 minuten over gedaan. Ik vind het prima. Zone 2. Ongeveer 7 minuten per kilometer. Ik ben niet uitgeput, ben slechts een beetje moe en ik voel me snel weer goed. Zoonlief heeft dé LaFerrari van zijn dromen in het echt gezien en oma heeft een heerlijke douche en een kop thee.
Het schatkistje is weer gevuld.
rennen met mama
hoera!!! We zijn gaan rennen; ik met mama.
we beginnen rustig zei mama 🙁 zucht ik ben meer van snelheid maar het moet maar. mama moest in zone 2 rennen voor 3 kwartier
we gingen langs de Aurora en toen kwam ik Yasine Antaris en Tyroon tegen. ze wouden wel mee rennen maar dat hielden ze niet vol hahaha 😉
ik wou naar Karin rennen maar ik raakte de weg kwijt. (dom van me hè) 🙁
dus we kwamen in de Molenbuurt met hele mooiè bloemen. En een oranje brievenbus in het midden
eindelijk wist ik waar ik was het…CENTRUM
en toen begon mama te zeuren dat ze naar huis wou.
omdat ze naar de toilet moest ik vond het heerlijk dat we gingen stoppen.
(ik had er geen zin in) maar ik heb het gedaan met mijn nieuwe horloge.
we hebben 5 kilometer gerend 😉
ik heb het laatste stuk harder moeten rennen om het in een halfuur te lopen.
en dat is gelukt!! 🙂
groeten vincent
De Smokkel Training
Koekjes vreten of gaan trainen?
Lekker op de bank hangen of gaan trainen?
Moe zijn van het werk of gaan trainen?
Toegeven aan gewoon-geen-zin of toch maar gaan?
Mijn voet doet pijhijn… Ik heb al een uur gewandeld. Mijn hartslag is te hoog.
Die koekjes, de bank en het moe zijn lokken enorm, maar ik ga…. Ik ga trainen.
Is de ‘stomme’ trainer er nog ook, in zijn eentje voor zo’n 17 mensen. Niet dat de trainer een nare man is, maar we hebben geen klik. De koekjes schreeuwen naar me. Zal ik luisteren en nu nog weggaan? Ik ga maar mee, omdat ik er toch ben. Daarmee heb ik meteen de grootste inspanning van de training volbracht. En zo loop ik te kletsen en ik kwebbel zelfs met de Snelle Meneer P die gister nog 30 kilometer binnen 2 uur heeft gelopen. Hij heeft de bank ook niet laten winnen, maar loopt net als ik en nog 12 anderen met de langzame groep mee.
Geen idee wat we moeten doen. Iets met langzaam inlopen tot de vierde lantaarnpaal en de oneven keren in steigerun terug en de even keren in duurtempo. Weet-ik-t. Ik hoor het allemaal niet en hobbel maar wat mee. Ik begin te kletsen met dezelfde geniet-van-het-leven-en-kitesurfmeneer van vorige keer en zijn tempo ligt (heerlijk) laag. Ik blijf bij ‘m, omdat ik het anders zielig vind als hij helemaal alleen achteraan loopt. Deze ‘arme’ excuus-meneer klets ik de oren van het hoofd: ik word er goed in! We moeten nog een keer lantaarnpalen tellen en iets met een tien kilometertempo doen, maar van de 6 keer haal ik hooguit drie keer mijn tienkilometer tempo. Ik schaam me. Een klein beetje. En ik hoor luid en duidelijk de koekjes doorkomen. Sorry trainert.
Ik span me 1 keer in als we op onze max moeten lopen. Dan begin ik wel ietsje later, maar ik haal zone 4 eventjes en ben zelfs een seconde of tien buiten adem. Dan hobbelen we weer lekker terug. We praten nog na met de trainer over hoe belangrijk rust is. Toch schaam ik me dat ik kom trainen en me vervolgens niet echt inspan. Ik zeg buiten nog tegen de trainer dat er een tijd komt dat ik weer heel goed mee ga doen, maar vandaag nog even niet. En dan scoort de trainer dikke punten door verder niets aan te merken en gewoon hard te gaan lachen! Wat een prettige reactie. Voor ik ga douchen is van het pak koekjes nog maar de helft over.
LoopMaatje Manuels Marathon
Kerel, de afgelopen maanden ben ik eerlijk gezegd een paar keer strontjaloers op je geweest: lekker trainen voor een marathon, terwijl ik amper vooruit kom. En -laten we wel wezen- het was destijds mijn idee! Toen ik nog dacht dat ik dat best kon. Ik heb gekozen om de trainingstijd in het vinden van werk te stoppen en dat is me ook gelukt, maar goed: ik was bij tijd en wijle tóch jaloers op je heerlijke loopjes van Amsterdam naar Almere en dan die laatste kilometers moeiteloos versnellen… Ik benijdde je topconditie hoor! Ik leefde mee alsof ik zelf moest gaan lopen; hield je zoveel mogelijk aan de tapering en hoopte met je mee dat de verkoudheidsvirussen je passeerden.
En vandaag was JOUW dag. Jouw marathon. Het zou JOUW PR worden. Ik had al langer het idee je nu maar eens terug te betalen en met je mee te lopen, zoals je mij in Eindhoven voortgeduwd hebt, maar of ik je bij kon houden was echt een vraag voor mij. Ik werd er minstens net zo zenuwachtig van als jij! En terwijl wij hier nog zaten te rummikuppen in regenachtig Almere, zette jij de eerste 5 kilometer zo snel neer dat ik stiekem hoopte dat je bij de 34 kilometer wat vermoeider zou zijn. Met lichte angst en beven ging ik richting Bunnnik. Als ik jouw halve marathontijd zou lopen, zou ik een gat in de lucht springen! Ik wilde hoe dan ook met je mee, al zou ik het maar een klein stukje volhouden.
Met een routekaartje in de hand wandelde ik naar de verzorgingspost. Daar is namelijk – altijd nodig- een wc! Ik was veel te vroeg en kletste fijn met de vrijwilligers. Wat een helden zijn dat. Niet dat die snappen hoe het voelt om een marathon te lopen en al 32 kilometer te hebben afgezien, maar ze moedigen toch iedereen aan. En ik heb wat mensen voorbij zien komen! Sommige snap je niet dat ze nog lopen (en op een sub4uur tijd ook nog), anderen lijken net begonnen! Ik was vergroeid met mijn telefoon en zag je vanaf 29 kilometer steeds dichterbij komen. Toen de app even haperde, kreeg ik het benauwd. Elke 100 meter telde ik af voor je.
Ik zag je in de verte komen. Herkende je loopstijl. Ik ging je fris tegemoet en de vrijwilliger zou ons fotograferen. Mén, ik zag meteen aan je dat het zwaar is. Ik hoefde niets te vragen; ik hoefde je alleen maar te steunen. Aan een half woord had ik genoeg toen je mokte over het parcours en de lange saaie, rechte weg. Ik begon tegen je te praten en je hoefde niks terug te zeggen. Ik voelde met je mee, met één Heel Groot verschil: ik voelde me fit en in staat naast je te lopen kwebbelen, terwijl jij het zwaar had. Ik keek om me heen naar de landgoederen, terwijl jij het onverharde pad vervloekte.
Ik vertelde een (redelijk) onsamenhangend verhaal over de 250km-trail die mensen door de Ardennen maakten, jij hoefde niet eens te luisteren. Ik weet hoe je je voelt. Terwijl ik baal, weet ik ook dat ik het niet van je kan overnemen. De enige tekst die ik stellig vermijd is het-gaat-goed. Want nee, na 34 kilometer hardlopen, gaat het gewoon niet meer goed. Je bewustzijn vernauwd, alles doet pijn, de zin is weg en het gaat alleen maar om afmaken. Dus ik melde regelmatig dat je goed bezig was. Dat je het ging halen. Anyway. Ik vroeg je nog maar een gelletje te nemen. Het liefst had ik wat van je vermoeidheid overgenomen en wat kracht teruggeven, maar meer dan afleiden kon ik niet doen. Er stonden mensen langs de kant, ik moest je weer bijhalen toen mijn schoenveter het maar weer eens liet afweten en het tempo lag nog altijd hoog voor me. Maar ik lette er niet op. Ik ging niet voor tijden of hartslagen: ik was daar enkel en alleen voor jouw. Je geblesseerde collega stond langs de kant; dat kreeg je nog net uitgelegd. We liepen door Bunnik, dat was best weird. Het was een onmogelijk vreemde gewaarwording voor mij dat jij het zwaar had, dat jij -die mij meermaals voortgetrokken hebt en meegenomen kreeg- jij, off all people ook een soort van grens had. Eerlijk: die heb ik nog nooit gezien!Meestal was jij al lang genoeg klaar met een wedstrijd om weer bijgekomen te zijn als ik eens binnenliep. We haalden veel mensen in. Misschien zag jij dat niet meer zo, maar ik herkende zeker een aantal dames van toen ik bij de post stond en jij liep ze moeiteloos voorbij. Je bleef rennen. Oh, wat voelde ik me schuldig toen je zei: de langzaamste kilometer; ik voelde me er bijna verantwoordelijk voor! Ik had je graag die paar extra seconden gegeven op de volgende kilometer, maar je kon mij voor het allereerst niet bijhouden. Het verbaasde me dat ik deze ene keer degene was die een stapje voor je liep. Ik wees je nog op een appel op een kunstwerk; maar ik kende ook je antwoord: ‘wat kan mij die appel schelen’. De laatste kilometers wilde je zelf doen. Dat snap ik. Sowiezo was dit jouw race, jouw afzien, jouw topprestatie. Voor ik je ‘verliet’ heb ik tegen je geschreeuwd dat je niet meer mocht gaan wandelen, ook al zou je dan nog een PR lopen. En ik heb The Final Countdown voor je gezongen. Daarmee haalde je nog iemand in.
Ik pakte mijn telefoon en moest even mijn weg zoeken terug naar de auto. Ik rende door en rende anderen tegemoet die ‘pas’ op de 35km zaten. In mijn hoofd moedigde ik je aan. Op de parkeerplaats reed een auto deze telefoonstaarder bijna om en ik koos van lieverlee het onverharde wandelpad. Ik bleef rennen om niet teveel af te koelen en telde de kilometers met je af. Dat ik ook best hard liep, merkte ik niet op. ‘Je loopt verkeerd’ zei een wandelend stel. Ik keek net even op van mijn telefoon. Vlak voor ik weer bij de auto was, zag ik dat jij er was. Wat een heerlijk fantastisch vet PR heb jij gelopen! Ik hoorde in de verte de speakers en deed een rondedansje. Het wandelende stel verklaarde mij nu definitief voor gek, maar in uitleg had ik geen zin. Ik wilde nog 800 meter lopen om mijn eigen 10 kilometertijd ook neer te zetten.
Eindelijk even met mezelf bezig en ik was verbijsterd weer eens onder het uur te blijven (55 minuten).Manuel: ik ben trots op je. Je hebt loon naar werken gekregen en ik vond het fijn iets terug te kunnen doen voor je, na wat jij voor mij hebt betekent tijdens de marathon in Eindhoven. We zijn je ‘s avonds de door en door verdiende patat en hamburger komen brengen en ik vond het fijn je verhaal te horen. Je zult het nog een keer allemaal moeten/mogen herhalen. Maar dan op een iets rustiger tempo. Geniet van je PR, van de geweldige prestatie die je geleverd hebt en van dit behaalde doel.
Een vol hoofd
Na de eerste week werken zit mijn hoofd vol informatie. Ik vind het heerlijk en vergeet de tijd als ik al die nieuwe dingen in besprekingen hoor. Mijn hersenen draaien overuren en ik draai maar wat graag mee. Daarnaast is een beetje rust nodig, dat is een vereiste. Ik kan kiezen uit het doorgaan met verzamelen van informatie en lezen van artikelen en maken van verslagen, maar ik moet soms ook even wat energie naar buiten brengen. Want er is maar 1 ding jammer aan werken: dat het zoveel vrije tijd kost! 😉
De tandarts en de verdoving hebben hun werk goed gedaan, waardoor ik moeiteloos om half twee klaar ben als Joyce komt om mee een rondje te lopen. Joyces hoofd zit zo mogelijk nog voller en er zit veel klem wat ze graag kwijt wil. Ik ben ten volle bereid te luisteren. Nog blijer ben ik met haar, omdat ze mijn tempo laag houdt. Als ik alleen was gegaan vanmorgen, zou ik te hard zijn gegaan. Mijn hartslagmeter werkt niet (balen!), dus er zit geen rem op mij. Ik had het ritme van mijn hoofd gevolgd,
wat voor mijn benen iets te heftig is. Nu loop ik lekker ontspannen en komt het ‘gewone’ leven voorbij. Even geen datasets, geen nieuw ambtelijk vakjargon, geen nieuwe namen en functies. Het uitzicht is me bekend hier langs de plassen. Ik loop rechtop en kijk in de verte en zie de dieren in de ruimte en die zijn prachtig. Ik zoek de onverharde paden met liefde op.
Mijn benen willen graag wat sneller, willen graag iets meer uitdaging. Ik spreek met Joyce af dat ze op het verharde fietspad blijft lopen, terwijl mijn trailschoenen over de modder mogen. Ik verhoog zonder moeite mijn tempo en geniet er even van!
Ik weet ontzettend goed hoe belangrijk het is om vandaag niet toe te geven aan hard-gaan. In de Losse Veter stond een stukje: “de grootste factor bij overtraining is niet zozeer de fysieke stress, maar alles wat er omheen is (…) Mentale stress (…)” Ik zit mentaal natuurlijk vrij hoog op de stressladder, dus fysiek moet ik alleen maar rustig lope;n ‘voor de leuk’. En dat lukt me prima! Ik geniet van het bos, de hond die keurig voor ons wacht, het gesprek, de ondergrond. Én van even hard de heuvel ophollen.
Boven kan ik moeiteloos stilstaan voor een pauze en een foto. Ik loop niet op tijd of op ‘moeten’, maar op genieten. En langzaam stroomt mijn hoofd leeg. Joyce voelt het ook, maar haar benen zitten vol en worden zwaarder. Ik pak nog een setje heuveltjes extra mee, terwijl zij op het fietspad gaat lopen.
Die kleine momenten van snelheid oppakken en mezelf testen, heb ik ook even nodig. Ik loop een rondje extra, met mijn armen wijd om zoveel mogelijk te ‘omarmen’.
Joyce heeft het deze keer zwaarder dan ik. Vorige week was het omgekeerd, dus voor mij is dat geen probleem. Ik begin te kletsen en als ze wil, mag het tempo lager van me. Gek genoeg heb ik niet zoveel te vertellen over het werk. Alsof het nog twee gescheiden werelden zijn. Als ik aan het werk ben, denk ik niet aan hardlopen en omgekeerd past het ook nog niet in elkaar. We gaan over het fietspad langs de Evenaar lopen: asfalt. Joyce kiest daarvoor en omdat ze toch al met míj mee ‘moest’, heb ik geen enkel bezwaar. Vorige keer heeft ze voor mij een rondje overgeslagen en nu kan ik haar ‘terugbetalen’. Maar laten we wel wezen: toen kreeg ik er met moeite 7 kilometer uit en de het-voelt-zwaar-loopster naast me gaat gewoon dóór tot de tien kilometer! Soms wil ik haar onderweg wel een dikke knuffel geven, maar dat loopt zo lastig! Dus bij deze Joyce: een dikke, virtuele knuffel. Twee lege(re) hoofdjes komen na een dik uur weer thuis aan. Net als in onze hoofden breekt er een klein zonnetje even door, als een knipoogje. Dan raast het leven (boodschappen, kind halen, kapper, muziekles, eten maken, wassen) weer door.
Kort Moe Langzaam Rustig aan Rondje

Werken is Leuk, ik krijg er Energie van, maar ik moet ook veel informatie verwerken.
Dan is een kort rondje in een rustig tempo naast een buitengewoon afgetrainde Manuel in taperfase voor de marathon een prima oplossing.
Snelheid? I don’t care. Regen? I don’t care. Links of rechts? I don’t care!
Dat de beentjes even moe zijn als het hoofd, dat slaapt nog beter! Gelukt √










