De Smokkel Training

Koekjes vreten of gaan trainen?
Lekker op de bank hangen of gaan trainen?
Moe zijn van het werk of gaan trainen?
Toegeven aan gewoon-geen-zin of toch maar gaan?

foto genomen tijdens het uurtje wandelen


Mijn voet doet pijhijn… Ik heb al een uur gewandeld. Mijn hartslag is te hoog.
Die koekjes, de bank en het moe zijn lokken enorm, maar ik ga…. Ik ga trainen.
Is de ‘stomme’ trainer er nog ook, in zijn eentje voor zo’n 17 mensen. Niet dat de trainer een nare man is, maar we hebben geen klik. De koekjes schreeuwen naar me. Zal ik luisteren en nu nog weggaan? Ik ga maar mee, omdat ik er toch ben. Daarmee heb ik meteen de grootste inspanning van de training volbracht. En zo loop ik te kletsen en ik kwebbel zelfs met de Snelle Meneer P die gister nog 30 kilometer binnen 2 uur heeft gelopen. Hij heeft de bank ook niet laten winnen, maar loopt net als ik en nog 12 anderen met de langzame groep mee.
Geen idee wat we moeten doen. Iets met langzaam inlopen tot de vierde lantaarnpaal en de oneven keren in steigerun terug en de even keren in duurtempo. Weet-ik-t. Ik hoor het allemaal niet en hobbel maar wat mee. Ik begin te kletsen met dezelfde geniet-van-het-leven-en-kitesurfmeneer van vorige keer en zijn tempo ligt (heerlijk) laag. Ik blijf bij ‘m, omdat ik het anders zielig vind als hij helemaal alleen achteraan loopt. Deze ‘arme’ excuus-meneer klets ik de oren van het hoofd: ik word er goed in! We moeten nog een keer lantaarnpalen tellen en iets met een tien kilometertempo doen, maar van de 6 keer haal ik hooguit drie keer mijn tienkilometer tempo. Ik schaam me. Een klein beetje. En ik hoor luid en duidelijk de koekjes doorkomen. Sorry trainert.
Ik span me 1 keer in als we op onze max moeten lopen. Dan begin ik wel ietsje later, maar ik haal zone 4 eventjes en ben zelfs een seconde of tien buiten adem. Dan hobbelen we weer lekker terug. We praten nog na met de trainer over hoe belangrijk rust is. Toch schaam ik me dat ik kom trainen en me vervolgens niet echt inspan. Ik zeg buiten nog tegen de trainer dat er een tijd komt dat ik weer heel goed mee ga doen, maar vandaag nog even niet. En dan scoort de trainer dikke punten door verder niets aan te merken en gewoon hard te gaan lachen! Wat een prettige reactie. Voor ik ga douchen is van het pak koekjes nog maar de helft over.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Smokkel Training

LoopMaatje Manuels Marathon

Kerel, de afgelopen maanden ben ik eerlijk gezegd een paar keer strontjaloers op je geweest: lekker trainen voor een marathon, terwijl ik amper vooruit kom. En -laten we wel wezen- het was destijds mijn idee! Toen ik nog dacht dat ik dat best kon. Ik heb gekozen om de trainingstijd in het vinden van werk te stoppen en dat is me ook gelukt, maar goed: ik was bij tijd en wijle tóch jaloers op je heerlijke loopjes van Amsterdam naar Almere en dan die laatste kilometers moeiteloos versnellen… Ik benijdde je topconditie hoor! Ik leefde mee alsof ik zelf moest gaan lopen; hield je zoveel mogelijk aan de tapering en hoopte met je mee dat de verkoudheidsvirussen je passeerden.
En vandaag was JOUW dag. Jouw marathon. Het zou JOUW PR worden. Ik had al langer het idee je nu maar eens terug te betalen en met je mee te lopen, zoals je mij in Eindhoven voortgeduwd hebt, maar of ik je bij kon houden was echt een vraag voor mij. Ik werd er minstens net zo zenuwachtig van als jij! En terwijl wij hier nog zaten te rummikuppen in regenachtig Almere, zette jij de eerste 5 kilometer zo snel neer dat ik stiekem hoopte dat je bij de 34 kilometer wat vermoeider zou zijn. Met lichte angst en beven ging ik richting Bunnnik. Als ik jouw halve marathontijd zou lopen, zou ik een gat in de lucht springen! Ik wilde hoe dan ook met je mee, al zou ik het maar een klein stukje volhouden.

het routekaartje; de auto kon niet dichterbij


Met een routekaartje in de hand wandelde ik naar de verzorgingspost. Daar is namelijk – altijd nodig- een wc! Ik was veel te vroeg en kletste fijn met de vrijwilligers. Wat een helden zijn dat. Niet dat die snappen hoe het voelt om een marathon te lopen en al 32 kilometer te hebben afgezien, maar ze moedigen toch iedereen aan. En ik heb wat mensen voorbij zien komen! Sommige snap je niet dat ze nog lopen (en op een sub4uur tijd ook nog), anderen lijken net begonnen! Ik was vergroeid met mijn telefoon en zag je vanaf 29 kilometer steeds dichterbij komen. Toen de app even haperde, kreeg ik het benauwd. Elke 100 meter telde ik af voor je.

Foto gemaakt door een vrijwilliger langs de kant. Top!


Ik zag je in de verte komen. Herkende je loopstijl. Ik ging je fris tegemoet en de vrijwilliger zou ons fotograferen. Mén, ik zag meteen aan je dat het zwaar is. Ik hoefde niets te vragen; ik hoefde je alleen maar te steunen. Aan een half woord had ik genoeg toen je mokte over het parcours en de lange saaie, rechte weg. Ik begon tegen je te praten en je hoefde niks terug te zeggen. Ik voelde met je mee, met één Heel Groot verschil: ik voelde me fit en in staat naast je te lopen kwebbelen, terwijl jij het zwaar had. Ik keek om me heen naar de landgoederen, terwijl jij het onverharde pad vervloekte. Ik vertelde een (redelijk) onsamenhangend verhaal over de 250km-trail die mensen door de Ardennen maakten, jij hoefde niet eens te luisteren. Ik weet hoe je je voelt. Terwijl ik baal, weet ik ook dat ik het niet van je kan overnemen. De enige tekst die ik stellig vermijd is het-gaat-goed. Want nee, na 34 kilometer hardlopen, gaat het gewoon niet meer goed. Je bewustzijn vernauwd, alles doet pijn, de zin is weg en het gaat alleen maar om afmaken. Dus ik melde regelmatig dat je goed bezig was. Dat je het ging halen. Anyway. Ik vroeg je nog maar een gelletje te nemen. Het liefst had ik wat van je vermoeidheid overgenomen en wat kracht teruggeven, maar meer dan afleiden kon ik niet doen. Er stonden mensen langs de kant, ik moest je weer bijhalen toen mijn schoenveter het maar weer eens liet afweten en het tempo lag nog altijd hoog voor me. Maar ik lette er niet op. Ik ging niet voor tijden of hartslagen: ik was daar enkel en alleen voor jouw. Je geblesseerde collega stond langs de kant; dat kreeg je nog net uitgelegd. We liepen door Bunnik, dat was best weird. Het was een onmogelijk vreemde gewaarwording voor mij dat jij het zwaar had, dat jij -die mij meermaals voortgetrokken hebt en meegenomen kreeg- jij, off all people ook een soort van grens had. Eerlijk: die heb ik nog nooit gezien!

hoe loop je er nog zo knap bij, na 37 kilometer?


Meestal was jij al lang genoeg klaar met een wedstrijd om weer bijgekomen te zijn als ik eens binnenliep. We haalden veel mensen in. Misschien zag jij dat niet meer zo, maar ik herkende zeker een aantal dames van toen ik bij de post stond en jij liep ze moeiteloos voorbij. Je bleef rennen. Oh, wat voelde ik me schuldig toen je zei: de langzaamste kilometer; ik voelde me er bijna verantwoordelijk voor! Ik had je graag die paar extra seconden gegeven op de volgende kilometer, maar je kon mij voor het allereerst niet bijhouden. Het verbaasde me dat ik deze ene keer degene was die een stapje voor je liep. Ik wees je nog op een appel op een kunstwerk; maar ik kende ook je antwoord: ‘wat kan mij die appel schelen’. De laatste kilometers wilde je zelf doen. Dat snap ik. Sowiezo was dit jouw race, jouw afzien, jouw topprestatie. Voor ik je ‘verliet’ heb ik tegen je geschreeuwd dat je niet meer mocht gaan wandelen, ook al zou je dan nog een PR lopen. En ik heb The Final Countdown voor je gezongen. Daarmee haalde je nog iemand in.

Nog 1 kilometer, nog 1 kilometer..... Ik weet niet waar ik zelf was.


Ik pakte mijn telefoon en moest even mijn weg zoeken terug naar de auto. Ik rende door en rende anderen tegemoet die ‘pas’ op de 35km zaten. In mijn hoofd moedigde ik je aan. Op de parkeerplaats reed een auto deze telefoonstaarder bijna om en ik koos van lieverlee het onverharde wandelpad. Ik bleef rennen om niet teveel af te koelen en telde de kilometers met je af. Dat ik ook best hard liep, merkte ik niet op. ‘Je loopt verkeerd’ zei een wandelend stel. Ik keek net even op van mijn telefoon. Vlak voor ik weer bij de auto was, zag ik dat jij er was. Wat een heerlijk fantastisch vet PR heb jij gelopen! Ik hoorde in de verte de speakers en deed een rondedansje. Het wandelende stel verklaarde mij nu definitief voor gek, maar in uitleg had ik geen zin. Ik wilde nog 800 meter lopen om mijn eigen 10 kilometertijd ook neer te zetten. Eindelijk even met mezelf bezig en ik was verbijsterd weer eens onder het uur te blijven (55 minuten).
Manuel: ik ben trots op je. Je hebt loon naar werken gekregen en ik vond het fijn iets terug te kunnen doen voor je, na wat jij voor mij hebt betekent tijdens de marathon in Eindhoven. We zijn je ‘s avonds de door en door verdiende patat en hamburger komen brengen en ik vond het fijn je verhaal te horen. Je zult het nog een keer allemaal moeten/mogen herhalen. Maar dan op een iets rustiger tempo. Geniet van je PR, van de geweldige prestatie die je geleverd hebt en van dit behaalde doel.

Categories: Uncategorized | Comments Off on LoopMaatje Manuels Marathon

Een vol hoofd

Na de eerste week werken zit mijn hoofd vol informatie. Ik vind het heerlijk en vergeet de tijd als ik al die nieuwe dingen in besprekingen hoor. Mijn hersenen draaien overuren en ik draai maar wat graag mee. Daarnaast is een beetje rust nodig, dat is een vereiste. Ik kan kiezen uit het doorgaan met verzamelen van informatie en lezen van artikelen en maken van verslagen, maar ik moet soms ook even wat energie naar buiten brengen. Want er is maar 1 ding jammer aan werken: dat het zoveel vrije tijd kost! 😉
De tandarts en de verdoving hebben hun werk goed gedaan, waardoor ik moeiteloos om half twee klaar ben als Joyce komt om mee een rondje te lopen. Joyces hoofd zit zo mogelijk nog voller en er zit veel klem wat ze graag kwijt wil. Ik ben ten volle bereid te luisteren. Nog blijer ben ik met haar, omdat ze mijn tempo laag houdt. Als ik alleen was gegaan vanmorgen, zou ik te hard zijn gegaan. Mijn hartslagmeter werkt niet (balen!), dus er zit geen rem op mij. Ik had het ritme van mijn hoofd gevolgd, wat voor mijn benen iets te heftig is. Nu loop ik lekker ontspannen en komt het ‘gewone’ leven voorbij. Even geen datasets, geen nieuw ambtelijk vakjargon, geen nieuwe namen en functies. Het uitzicht is me bekend hier langs de plassen. Ik loop rechtop en kijk in de verte en zie de dieren in de ruimte en die zijn prachtig. Ik zoek de onverharde paden met liefde op.
Mijn benen willen graag wat sneller, willen graag iets meer uitdaging. Ik spreek met Joyce af dat ze op het verharde fietspad blijft lopen, terwijl mijn trailschoenen over de modder mogen. Ik verhoog zonder moeite mijn tempo en geniet er even van! Ik weet ontzettend goed hoe belangrijk het is om vandaag niet toe te geven aan hard-gaan. In de Losse Veter stond een stukje: “de grootste factor bij overtraining is niet zozeer de fysieke stress, maar alles wat er omheen is (…) Mentale stress (…)” Ik zit mentaal natuurlijk vrij hoog op de stressladder, dus fysiek moet ik alleen maar rustig lope;n ‘voor de leuk’. En dat lukt me prima! Ik geniet van het bos, de hond die keurig voor ons wacht, het gesprek, de ondergrond. Én van even hard de heuvel ophollen. Boven kan ik moeiteloos stilstaan voor een pauze en een foto. Ik loop niet op tijd of op ‘moeten’, maar op genieten. En langzaam stroomt mijn hoofd leeg. Joyce voelt het ook, maar haar benen zitten vol en worden zwaarder. Ik pak nog een setje heuveltjes extra mee, terwijl zij op het fietspad gaat lopen. Die kleine momenten van snelheid oppakken en mezelf testen, heb ik ook even nodig. Ik loop een rondje extra, met mijn armen wijd  om zoveel mogelijk te ‘omarmen’.
Joyce heeft het deze keer zwaarder dan ik. Vorige week was het omgekeerd, dus voor mij is dat geen probleem. Ik begin te kletsen en als ze wil, mag het tempo lager van me. Gek genoeg heb ik niet zoveel te vertellen over het werk. Alsof het nog twee gescheiden werelden zijn. Als ik aan het werk ben, denk ik niet aan hardlopen en omgekeerd past het ook nog niet in elkaar. We gaan over het fietspad langs de Evenaar lopen: asfalt. Joyce kiest daarvoor en omdat ze toch al met míj mee ‘moest’, heb ik geen enkel bezwaar. Vorige keer heeft ze voor mij een rondje overgeslagen en nu kan ik haar ‘terugbetalen’. Maar laten we wel wezen: toen kreeg ik er met moeite 7 kilometer uit en de het-voelt-zwaar-loopster naast me gaat gewoon dóór tot de tien kilometer! Soms wil ik haar onderweg wel een dikke knuffel geven, maar dat loopt zo lastig! Dus bij deze Joyce: een dikke, virtuele knuffel. Twee lege(re) hoofdjes komen na een dik uur weer thuis aan. Net als in onze hoofden breekt er een klein zonnetje even door, als een knipoogje. Dan raast het leven (boodschappen, kind halen, kapper, muziekles, eten maken, wassen) weer door.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een vol hoofd

Kort Moe Langzaam Rustig aan Rondje

Werken is Leuk, ik krijg er Energie van, maar ik moet ook veel informatie verwerken.
Dan is een kort rondje in een rustig tempo naast een buitengewoon afgetrainde Manuel in taperfase voor de marathon een prima oplossing.
Snelheid? I don’t care. Regen? I don’t care. Links of rechts? I don’t care!
Dat de beentjes even moe zijn als het hoofd, dat slaapt nog beter! Gelukt √
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Kort Moe Langzaam Rustig aan Rondje

Loopmaatjes Feestje

Toch wat koele zondagochtend, maar met een prachtig veelbelovend zonnetje. “Ga je mee?” En ik werd twee keer getrakteerd op een JA. Samen met Vincent ging ik Manuel ophalen. De ene gaat volgende week een marathon lopen, de andere heeft volgende week een zwemwedstrijd. Mooi he, dat ik -die volgende week niks hoeft te presteren- met deze helden mee mag?! Ik was de beperkende factor met mijn drie kwartier in zone 1 en een cadans van 90+. Gelukkig voor de Kleine Held en Grote Held, wilde mijn hartslagmeter niet meedoen. Tot zover zone 1, tot daar aan toe alle beperkingen. Lekker lopen was de leus! Jaagde ik de arme loopmaatjes over de onverharde wegen! Vincent kwebbelde en Manuel en ik mochten luisteren. We gingen de brug bij de Evenaar over en Vincent nam de binnendoorweg naar beneden, terwijl wij grote mensen om moesten lopen. We werden door twee razendsnelle heren van de club ingehaald. Dat zijn meestal Manuels concurrenten, maar vandaag liepen ze ons er met gemak uit. Arme Manuel, maar die mag mij en Vincent de schuld geven. Ik begreep de heren totaal niet: zij bleven over het asfalt van het fietspad lopen, terwijl wij lekker door de modder liepen en een prachtig zicht hadden op de paarden. Onbegrijpelijk voor me. Totaal onbegrip: loop je dan voor de lol?! Mogen de schoenen dan niet vies worden? Ik vond de modder prima en het uitzicht verhelderend en het gekwebbel zalig. We gingen over het intervallenpad en Vincent weet al wat dat betekent: tussen twee palen mag je hard! Hij hield zich er aan, maar wij oudjes niet hoor. Manuel liet zich 1 keer verleiden, maar de Triatleet-To-Be versnelde sneller als de lange marathonbenen! De kleinste beentjes hadden daarna wel een vuurrood koppie en de lange benen slechts een vuurrood t-shirt… Op de berg namen we pauze (hoe nieuw is dat voor Manuel!!) voor een foto, wat niet lukte. En toen weer verder. Zaten er al vijf kilometer op?! Ik was verbaasd, het vloog voorbij. Spreekwoordelijk dan, want het tempo lag laag voor mijn idee. Burg over en trapje af en dan weer onverhard. Vincent werd wat moe en hij werd het onverharde pad en mama ook moe. Maar stoppen is nicht im frage! Hij vraagt het wel, maar loopt gewoon door. Zegt eerst: “ik heb het nu wel zwaar hoor” en vervolgt: “ik heb een nieuw lievelingsnummer” om vervolgens luidkeels door het bos The Final Countdown te zingen! Heel zwaar….. Nog een klein stukje en Manuel verbaasde me door te zeggen dat de gemiddelde tijd op 6:15 lag. Ik dacht dat hij een grapje maakte! Maar 7,5 kilometer in dik drie kwartier…. dat klopt toch aardig. Best snel voor de kleine. Best snel voor mij. Best snel voor een week voor de marathon. Maar Manuel had er geen last van: voor hem is het nog steeds prima langzaam/lage hartslag. Vincent had er na de douche al geen last meer van, want die was gewoon terecht trots op ‘weer zeven kilometer’. Ik had er geen last van (maar mijn voet wel een beetje), want ik heb heerlijk genoten! Hoe kan het ook anders: met modder, gekwebbel en dubbel loopmaatjesgeluk!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Loopmaatjes Feestje

Een pareltje aan de hardloopketting.

Nog 1 dag zonder vaste baan. Vanaf volgende week, de eerstvolgende werkdag: dan heb ik een vaste baan. Een jaarcontract, de titel ‘Data Consultant’, veel nieuwe dingen te leren, doelen te halen en dan komt het hardlopen weer lager op de ladder van belangrijkheid te staan. Ik stop niet, maar ik zal wel (tijdelijk zeker) minderen. Vanmorgen, toen de auto gewassen was, haalde ik Joyce op en door de mist reden we naar Bussum. De heide aldaar. In de laaghangende bewolking. Het was best fris. We gingen onverhard lopen. Ongeveer 50 meter van onze tocht was geasfalteerd, de rest waren bospaden en… vlonders! We joegen de schapen aan de kant en namen de bruggen. Gaaf hoor, de mist in!

Het was gewoon genieten. Alles was door de mist heel sereen en kalm. Behalve wij, want wij waren een beetje onrustig. We gingen van de hak op de tak, dit en dat, van hot naar her. Het horloge piepte er tevergeefs tussendoor.
We gingen de natuurbrug over en er kwam rust in. De mist over de heide en de onverharde route maakte me dankbaar en kalm. Ik vond het heerlijk daar! Er leek bijna niemand anders te zien! We kozen lukraak de paden uit: onverhard, smal, breed; we gingen gewoon een richting in. We konden ons ook niet focussen op de uitzendtoren, want die was niet te zien! We kwamen langs de huizen van Bussum. Ik bleef wel aanvoelen waar we waren en hoe ik rond wilde. Het tempo lag lekker laag en de nadruk lag op de beleving. We kwamen nog meer wild tegen:

De mist trok al een beetje op, maar de rust, kalmte en sereniteit bleef lekker hangen. We kwamen een soort van stuwwal tegen, waar we overheen gingen. In de verte was nu een wandelclubje te zien. Het was tien voor half elf en ik dacht dat we nog tien minuutjes hadden voor de zon de wolken zou verdrijven. Ik mocht intussen door zone 2 lopen, na het eerste half uur zone 1. Niet dat ik me daar ook maar iets van aantrok, maar toch… We kwamen weer bij de natuurburg en gingen er nogmaals overheen. We kwamen een ruiter tegen. Natuurlijk wilden we nog een keer over de vlonders heen!
Helaas had ik niet precies gelijk met mijn zonnetje, want de zon had om half 11 nog niet gewonnen van de wolken. Naast de vlonders zwom een zwanenstelletje. Het was allemaal erg mooi en uniek. De schapen waren verderop gaan staan.


Wij gingen het bos weer in en terug richting de auto. Ik heb me rot gelachen over het verhaal van de hond van Joyce en de mol die een hartaanval kreeg. Ik groette vrolijk een fietser, maar die leek me niet te horen. Ik nam het hem niet kwalijk. Het uurtje was om. Ik was nog lang niet moe. Logisch ook, want we hadden maar acht kilometer afgelegd. Het ging niet om de afstand, maar om 8 kilometer schoonheid en beleving. Acht kilometer energie opdoen en genieten. Een heerlijk natuur-avontuur. Thanks Joyce, voor de heerlijke loop over de wortels, van de hak op de tak en over de vlonders. (en voor het bedenken van de mooie titel)
 
 
 
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een pareltje aan de hardloopketting.

Ode aan een Vriendin

Ze wist het nog eerder dan ik, die beste vriendin van mij: ik stond er niet tussen bij de uitslagen van de Spa Francorchamps Circuit Run! Zij was verbaasd en ik diep-bedroefd. Ik voelde me niet eens goed genoeg om bij de uitslagen te staan! 🙁 Dus fietste ik naar háár toe om ‘uit te huilen’. Zij was voorbereid om te gaan lopen, ik nog in spijkerbroek. We brachten haar hondjes naar de trimster voor we zelf gingen trimmen. Ik las haar voor van 2 vriendinnen die samen bijna 3 uur over een halve marathon deden. De ene vol irritante pijnen, de andere vol irritatie over het toegeven aan pijnen. 
Ik ruilde mijn spijkerbroek om voor hardloopkleding en nu voelde ik me voor het eerst zoals jij je vaak voelt Mijn Vriendin; fysiek niet helemaal in orde. Jij met je reumatische pijn die de trots niet kan verhullen dat je ooit-ooit-ooit nog een marathon zou kunnen gaan lopen. Jij overwint jezelf, je lijf en met alle wilskracht die jij bezit kun je de 42,2 kilometer ook ooit overwinnen. Ooit. Als je daar aan toe bent. Die ooit. Komt ooit.
De zon riep ons over de natte paden langs de Vaart. Een kort, rustig rondje. Ik vertelde wat, jij deelde nog iets. We liepen gewoon maar wat voor mijn idee en het ging stroef, maar goed. Jij bent gewend aan spierpijnen, maar voor mij waren de trekkende heupen en krakende rug nieuw. Ik had al snel door dat dit niet mijn beste rondje ging worden, maar  klagen en mopperen zul je van mij niet horen! ‘Gaan we voor het rondje van 9 kilometer’, vroeg je op 2 kilometer en ik zei optimistisch ‘ja, natuurlijk’. Toen moest ik na 3 kilometer mijn veter strikken en mijn maag begon te protesteren. Spierpijn, moeite met lopen, maag-darmklachten: ik ben dat niet gewend. Ik weet dat jij je vaker loopt te verbijten en nu mocht ik eens met je meevoelen en dragen. Zonder klagen.
We waren nog niet op de helft en ik verlangde al naar een toilet! Ik zei niks. Ik ging niet wandelen. Ik ging niet mokken. Ik ging niet klagen. En dat hoefde ook niet. Jij begon te kletsen en ik liet je graag begaan. Je leidde me af. Ik hoefde niks te zeggen. Ik hoefde niets aan te geven. Je wist het best, maar oordeelde niet. “We gaan langzamer” merkte je op, maar daar gaf ik niks om. Ga door met je verhaal! Ik hoefde niet te gaan wandelen. Ik hoefde me niet op te winden: ik hoefde alleen maar te luisteren en niks meer of minder te doen als doorgaan met rennen.
Ik onderbrak je verhaal niet, maar één van de snelste jochies van Almere fietste ons tegemoet. Ik heb hem bij wedstrijden zo vaak gezien, dat ik hem inmiddels (her)ken. Of hij mij ook herkende weet ik niet, maar de grijns die hij ons vanaf zijn (race)fiets toezond, was duidelijk: ‘kijk die twee daar eens gezellig rennen en keuvelen‘. Ik zag ons door zijn ogen en voelde geen minachting van deze jeugdige geweldenaar, maar de waardering die ik zelf voor jouw voelde, Vriendin. Voorzichtig vroeg ik je om het rondje om de Leeghwaterplas over te slaan. Je was niet eens verbaasd, oordeelde wederom niet, vroeg niks en zei gewoon: “prima joh”. Je vervolgde je verhaal. Geen uitleg nodig, geen excuses; gewoon doorgaan. Dat was zo prima en perfect!

Schreef ik aan het andere loopmaatje....


7 Kilometer. Een kippeneindje. Ik vond het ver deze keer en moet eerlijk bekennen dat ik fysiek nog lang niet gezond ben, hoe hard mijn hoofd dat ook weer wil. De uitslagen zijn gecorrigeerd in België en ik ben van de 17 dappere dames die een halve marathon renden als 11de geëindigd. Vóór mij slechts 2 Nederlandse dames. Er zijn zelfs nog 22 heren achter mij gefinisht. Ik holde direct door naar het toilet. Niets heb ik je hoeven uit te leggen, mijn lieve vriendin. Geen klacht over dat ik je run zou hebben verstoord, kon ik ontdekken. Je was nog eerder blij dat je mij nu eens een keer mee kon slepen!
Lieverd, als Ooit is aangebroken, zal ik je ondersteunen: ik ga naast je lopen. Pratend, afleidend en ik weet dat ik me nergens aan hoeft te irriteren. I’m ready. Maar vandaag niet. Ooit.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ode aan een Vriendin

Spa Francorchamps 2016

Weerbericht bij vertrek


Gister voelde ik me niet zo best. Mijn keel deed pijn en fietsen zou er gezien de regen niet van komen. Daar baalde ik van. We gingen op visite bij mensen die ziek waren en daar werd ik niet beter van. Ik zocht ‘s avonds op of een paracetamol kwaad kan, in de hoop dat ik daarop goed zou slapen. Er zijn zelfs mensen die tijdens het lopen medicijnen nemen, maar de avond van tevoren blijft onvermeld. Ik werd midden in de nacht dan niet wakker van hoofdpijn, maar mijn maag vond het geen perfect idee geweest. Toch voelde ik me beter, hoewel ik flink gespannen was over de weersomstandigheden die waren afgekondigd.

Eau Rouge in de sneeuw


Omdat er zoveel sneeuw werd aangekondigd gingen we al om 8 uur van huis weg. Mist kwamen we tegen onderweg. En een gratis toilet omdat ik ongeveer een liter sportdrank aan het wegdrinken was. Regen rondom Luik ook, maar sneeuw? Ik begon al ernstig te twijfelen aan de organisatie tot we de de Haute Fagnes op reden. Witte bossen, witte huizen: sneeuw all-over, maar niet op de wegen gelukkig. Daardoor waren we er al om 11 uur en was het circuit nog niet eens open. Het zag er wel mooi uit: Eau Rouge in de sneeuw. We reden het circuit op, maar net zo bijzonder als de eerste keer was dat nu niet meer. We moesten iets verder weg parkeren en de sneeuw om het circuit was echt een blikvanger.

De busstop chicane vanuit de pitsstraat


We liepen snel naar de potboxen en ik haalde mijn startnummer (bij de V nog!). De baan was vrij van sneeuw geveegd. Het was niet koud. Het idee van de trailschoenen was meteen ‘van de baan’. We liepen rond, maar ook hier gold: de verwondering van de eerste keer was eraf. Ik liep met mijn startnummer langs de start en we liepen door de pitstraat om op een afgelegen stukje de drone te proberen. We liepen naar de busstop-chicane en al die tijd liep ik me af te vragen hoe de rest van de baan erbij zou liggen en wat me te wachten stond. Deze vragen maakten me zenuwachtig. Vincent maakte intussen een sneeuw-engeltje naast de F1 baan. Als je Eau Rouge dan van zo dichtbij ziet, is het echt een enorme berg! Nadeel van op tijd zijn: ook tijd genoeg om te twijfelen! Ik had wel tijd om de drie bolletjes te eten. Toen we in de pitsstraat stonden, vloog er een hele horde zwanen over. Ik vond dat een slecht teken: zwanen horen niet met veel kabaal over besneeuwde race-circuits te vliegen! Een half uurtje van tevoren begon ik mijn sokken aan te doen en toen had ik besloten wat te dragen onderweg. Rob en Vincent zouden een heel rondje gaan wandelen. Ik moest nog naar de WC en dat bedacht ik een beetje te laat: 15 minuten voor de start. Maar ik moest nog echt wel wat achterlaten. Ik drong voor bij twee heren en toen zei ik voor het eerst dat ik de 21km in ongeveer 2 uur wilde lopen. Dat was al lang mijn verwachting, maar nu had ik het gezegd! Gezien de prestatie van vorig jaar (14 km in 1:14), zou het nu haalbaar moeten zijn: zelfde baan en dan 1 rondje extra.

Starten vanuit de pitsstraat


 

Foto gemaakt door Rob


Ik stond 3 minuten voor tijd in de pitsstraat achter het rood-witte lint. Net iets te onrustig. Aftellen en gaan! Ik ging los en moest om de sneeuw in de pitsstraat heen slingeren. Ik zag de snelsten al gauw verdwijnen. Ik ging behoorlijk lekker mee. Iets te goed, wat ik schrok me lam van de eerste kilometertijd van 4:37! Toen moest ik Eau Rouge op en ik nam kleine stapjes en ging lekker naar boven. Rustig aan, dacht ik alsmaar. Dan komt het lange stijgende Kemmel. Ik werd door veel mensen ingehaald en dat vond ik lastig te verteren. Alsof ik langzaam ging! Dat hield me erg tegen en ik kwam er niet lekker in. Ik bedacht me ook dat ik eigenlijk liever over de sneeuw had gelopen dan over het asfalt.

Eindeloos stijgende Kemmel


Ik zal hierna toch echt meer op zoek gaan naar de natuur en het avontuur, als naar de verharde, geveegde wegen. Eigenlijk bedenk ik dat wat vroeg, nu moet ik nog wat kilometers asfalt overwinnen vandaag! Na 3 km moest ik een kort stopje maken omdat mijn linkerschoenveter van deze Ascis schoenen altijd los gaat! Ik hoefde nog niets te drinken. Het uitzicht op de bergen met sneeuw was erg mooi en het zicht op de pitsstraat in de verte ook. Daar begint de 14 kilometer nu! Ik mocht naar beneden en dat ging heerlijk. Toch was ik nog steeds bezig met de prestatie en niet zozeer met de omgeving. Het beekje wat niet bevroren was en tussen de sneeuw door klatert, de anderen die rennen, de medical car: ik merkte het best op, maar ik voelde ook mijn voet, de warmte, het afdalen. Ik kende de weg en vond de afdaling lekker lang. Ook nu werd ik gedemotiveerd door het inhalen. Op de kartbaan was het stil. Wel hoorde ik in de verte de Medical Car met sirenes aankomen. Dat is foute boel, voor wie dan ook. De Car moet zowat helemaal rond. Rare sirenes hebben de Belgen! Deze keer viel het volgende stuk stijgen me erg mee. Ik wist nog goed dat ik daar een half jaar geleden over het voetpad liep te denken: ‘daar rende ik-daar rende ik’ en nu liep ik daar weer en dacht ik: daar wandelde ik. De busstop in de verte zien was vast prettig: de eerste ronde zat er bijna op en ik ging eigenlijk heel erg goed.
Er was geen muziek en de lucht bleef zwaar bewolkt. Nu liep iedereen nog door bij de finish: zelfs een kwartier is te kort voor de eerste finishers van de 7 kilometer! Ik had er onder de 38 minuten over gedaan en dat vond ik zelf al opmerkelijk. Het ging goed! Zelfs met wat verval ging ik onder de twee uur blijven! Ook nu ging de kilometer door La Source en langs de wegversmalling lekker. Wie is nu aan het verbouwen aan de weg op een F1 circuit?! Eau Rouge doemde weer op en nu zag ik er echt tegenop als een berg! Kleine stapjes, niet stoppen en naar boven klimmen. Het leek veel zwaarder als de woondome! Ik werd weer ingehaald en ook door supersnelle lieden met een andere kleur nummer. Ik had een oranje voor de 21km, de 14km was in de meerderheid met groene nummers en de 7km had een blauw nummer. Ik had het erg warm intussen en zweette wat af. Weer dat lange, zware stuk omhoog. Ik hoopte Rob en Vincent te zien. Ik had een droge mond inmiddels. Bij de post pakte ik een paar slokken water mee. In de verte zag ik Vincent. Er liepen een paar mannen met me mee voor nu even. Ik lachte en zwaaide naar Rob en Vincent, maar ik vond het ook zwaar. Zwaarder dan vorig jaar. Omdat ik wist dat er nog een rondje kwam? Omdat de lucht droger en ijler was? Omdat ik niet topfit was?
Ik bewonderde de sneeuw in de zon op de verre bergen en toen begon het te regenen. Kleine druppels, maar wel echte regen. Het afdalen ging weer goed tot de tweede bocht. Toen moest ik naar de wc en mijn maag deed zeer. Ik werd heel misselijk en ik wist het zeker: twee rondjes en dan kap ik er mee. Mijn tempo vertraagde en ik hield de mannen niet meer bij. Ik voelde me echt niet lekker. Eigenlijk wilde ik doorrennen naar de WCs bij de pits en Rob een SMS sturen dat ik op hen zou wachten. Het leek nog erg ver weg en ik kan me weinig meer herinneren van het volgende stuk. Ik haalde mensen in die de 7 kilometer of 14 kilometer deden en dat hielp me goed. Ik zag ook (veel) mensen die gingen wandelen. Dat sterkte me in het idee dat het behoorlijk zwaar was. De gedachten aan leuke dingen had ik niet voorhanden. Ik ging weer richting de busstopchicane en de misselijkheid zakte weg gelukkig. Ik dacht: ach, als ik toch moet wachten op Rob en Vincent, laat ik dan maar doorlopen. Nu ben ik er toch. Ik zou twee rondjes rennen en 1 rondje genieten, dus die laatste heb ik nog tegoed. Zo liep ik nogmaals naar de start/finish en ik liep door! Dat was wat lastig, want er stopten mensen die maar 2 of 1 rondje deden voor mijn neus. De tijd lag inmiddels op 1 uur 19 en dat was een groot verval. Ik wist onmiddellijk dat ik over dat laatste rondje meer dan 40 minuten ging doen. Dromen laten voor wat ze zijn en nu: plezier maken! Dat had ik eerder moeten doen, dat loslaten.

Wegwerkzaamheden!


Ik keek om me heen naar de wegversmalling, ik keek omhoog naar de top van Eau Rouge en ik zag 14km-finishes die een foto maakten en me nog aanmoedigden. Ik blijf rennen: zo nam ik me voor. Hoe zacht ook! En het tempo was er inderdaad wel uit met een tijd van boven de 7 minuten. Op Kemmel was het lastig vol te houden te blijven rennen, maar ik begon weer wat te leven. Ik vroeg me af hoe het in de bossen zou zijn rondom het circuit. Ik zag dat de hokjes goed afgesloten zijn. Ik hobbelde naar boven en bedacht dat ik dit rondje hierna nog maar 1 keer heeft te doen: volgend jaar met Vincent! Ik zag waar wij zaten toen we naar de F1 wedstrijd keken in 2005. Toen was er geen sneeuw, maar regen. Die was nu opgehouden, sterker nog: niet alleen ik, maar ook het weer klaarde op! Ik deed er langer over toen ik me liep te verbazen en verheugen op de top, maar het was wel leuker als de eerste keren. Ik liet de drankpost aan me voorbij gaan. Het was een stuk rustiger nu. Het afdalen ging eigenlijk heel erg goed. Ik had geen last van mijn schoenen of mijn tenen. Ja, als ik er aan dacht, dan voelde ik mijn voet en mijn linkerhiel natuurlijk wel pijn doen, maar ik dacht er maar niet aan. Ik kon eindelijk een beetje op mijn eigen tempo komen. Voor me liep  een meneer in een groen shirt en die haalde ik langzaam in. De mensen die mij nu nog inhaalden waardeerde ik wel: dat ze nog iets over hebben. Als ik het groene shirt inhaal, hoor ik hem mopperen op zichzelf en hijgen en moet ik mijn tempo verhogen om van ‘m af te komen. En zo kwam ik op 17 kilometer! Hé, dat laatste stukje lukt me nu ook. Ik kom in een heerlijk ritme van 5:24 ofzo. Dat bevalt me prima. Er komt een gewone wagen voorbij rijden. De meneer met de paraplu maakt het geluid voor de karts. Ik heb het Automotive Centre net niet écht gezien en nu kijk ik wel. De caravans die daar in de sneeuw staan: rare Belgen! Ik neem de laatste bocht en haal de wandel-ren-wandel-ren meneer voor de laatste keer in als hij wandelt. Hier wandelen weer meer mensen en ik wil ze wel toeroepen: niet doen! Ik ga door en door en ik merk dat ik moe ben. Ik heb geen enkele reserve meer over. Dan breekt er een klein zonnetje door. Ik vind het fantastisch, maar ik ben op het punt dat er niets meer echt doordringt. Ik ben dood- en doodop. Ik grimlach om mijn schaduw en wil wel op mijn houding letten, maar het lijf is fysiek aan zijn einde. Daar is de oranje deur, nog 1 bochtje en ik zie de busstop-chicane. Het lijkt veel en veel harder te stijgen dan in de eerste ronde. Waar zijn Rob en Vincent? Ik ben echt kapot. Aan het einde van mijn latijn. Ik kijk nog even om en er lopen nog mensen achter me. De pitsstraat langs. Had ik vorig jaar nog energie over, nu ben ik leeg. Ik heb niks om naar uit te kijken, nergens zin in: ik ben echt op. Helemaal leeg en óp. Ik zie Rob en Vincent staat aan de andere kant om me voor het laatste stukje aan te moedigen. De klok is de twee uur gepasseerd en ik voel me een loser en een verliezer. Alsof ik de laatste ben. Ik kan niet achterom kijken en zie dat ik van de vrijwilliger mijn nummer moet laten zien. Ik doe snel de rits open en na 2 uur 3 minuten en 30 seconden finish ik. Ik kan niks meer zeggen en voel me net zo moe als na de marathon.
Vincent babbelt voor twee. Ik wil weg. Ik voel me echt alsof ik verloren heb en tegelijkertijd voel ik ook helemaal niks meer omdat ik overal te moe en kapot voor ben. Doe mij die medaille maar en een warme trui omdat het moet, maar ik ben leeg. Moet ik eten? Moest ik naar de toilet? Ik vergeet alles en wandel een beetje als een zombie rond. Ik krijg mijn medaille en vind ‘m prachtig, maar ik ben zo onwaarschijnlijk moe! Ik ben totaal niet trots dat ik deze halve marathon heb volbracht en dat ik door al die pijn heen gelopen ben. Als ik zie op de telefoon dat de gemiddelde tijd toch echt onder de 6 minuten per kilometer ligt, kan ik even ontspannen. Ik zie nog andere mensen met een oranje nummer binnenkomen, dus laatste was ik niet. Maar meer komt er niet meer binnen. Trui aan. En dan loop ik eerst de WC voorbij zelfs! Mijn maag ligt overhoop. We lopen naar de auto, maar er zit geen snelheid meer in me. De kracht is totaal weggevloeid. Ik heb zelfs de energie niet meer om in tranen uit te barsten. Bij de auto pak ik automatisch de spullen die ik nodig heb en ik kleed me om. Ik kan nog best denken, maar het gaat stroperig. De natte spullen van mijn lijf halen, ik wil eierkoeken, ik moet iets drinken, ik wil iets vertellen, maar ik weet niet wat. De meeste dingen doe ik werktuigelijk, trots ontbreekt compleet. Dat ik een halve marathon met 380 hoogte meters heb overwonnen dringt niet door. Ik denk alleen maar: de langzaamste halve marathon ooit! Niet dat dat waar is, maar ik had er meer van verwacht. Dat ik doorgelopen heb toen ik me ziek voelde en bij wijze van spreken het quit-SMSje al had verstuurd komt niet binnen. Dat ik de zon heb gezien en mijn schaduw, dat is weggevallen. Ik zit versfut in de auto en we laten het circuit achter ons, terwijl ik eierkoeken verorber. De auto reageert niet goed op alle pekel tussen de remmen en zet wat cruciale systemen uit. Daardoor komen we in de kleine dorpjes rondom het circuit. Ik herken de punten en dan dringt het verband door: de eerste keer dat ik hier was om te fietsen en mountainbiken in mijn tienerjaren heb ik ook net zo afgezien en was ik ook zo uitgeput. Ook toen lag er sneeuw. We komen langs de plaats waar ik destijds in het cafe bijkwam en even verder langs de camping waar ik zuurkool at (ik lust geen zuurkool!). De tranen lopen over mijn wangen. Ook omdat ik me nu pas realiseer dat ik tijdens het hardlopen eigenlijk niks van dit soort dingen heb kunnen bedenken. Ik ben te moe om in slaap te vallen en langzaam aan delen we de belevenissen van de afgelopen uren. Vincent en Rob hebben flink door moeten lopen en ook Vincent is wat gedesoriënteerd geraakt op het circuit. Als we een dal verder zijn is alle sneeuw weer opgelost! Vincent moet voorbij Den Bosch naar de WC en ik loop met hem mee. Mijn voet doet opvallend weinig pijn en ik ben langzaam, maar ik kom wel vooruit en ik kan nog lopen! Ik ben onwijs moe. Onwaarschijnlijk uitgeput. Om half 7 staan we bij de snackbar voor de welverdiende hamburger. Ik eet ‘m met smaak op, maar heb niet echt trek. Om half 10 heb ik gedoucht en om 10 lig ik te slapen. Niet omdat ik tevreden, rustig kan slapen, maar omdat ik de vermoeidheid voel van een hele zware halve marathon.
Een dag later wordt het duidelijker: ik ben ook na 10,5 uur slapen moe, mijn keel doet zeer, mijn maag is nog van streek, mijn hartslag in rust ligt tegen de 60 (waar onder de 50 normaal is) en ik voel me verre van fit. Toch ga ik met Vincent uitfietsen. Ik kom bezweet terug. Blijkbaar is dit tegenwoordig met mijn conditie het equivalent van ziek-zijn. De uitslagen en de mogelijkheid om mezelf cijfermatig te tonen dat ik niet slecht gelopen heb in vergelijking met de rest laat op zich wachten. Langzaam leg ik me erbij neer dat ik deze race niet fit gelopen heb en dat ik toch een behoorlijke prestatie heb geleverd  met zoveel hoogteverschillen en dat ik door ben gegaan toen ik graag wilde stoppen. Ik rust uit en mijn voet is nauwelijks pijnlijk. Over volgende doelen denk ik nog maar niet na.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Spa Francorchamps 2016

Easydepeasy in een potje

Melding op Facebook van de organisator van de Spa Francorchamps Circuit Run:

Dat is officieel veel sneeuw. En dat wordt niet minder. Dat smelt niet 1-2-3 weg. Daar komt nog meer sneeuw bij.
Pani….. Nee, laat maar. Hier wordt de hoofdopdracht: 3 rondjes genieten van een unieke kans! Niks meer en niks minder. Lopend, schuifelend, glijdend en soms een beetje hardlopend.
Vandaag staat er 30 minuten ‘easydepeasy’ op het schema. Geen idee hoe dat moet, maar in de stralende middagzon lukt dat ook wel, als ik aan de sneeuw 300 km verderop denk. Ik kan mooi naar de markt lopen om de lege pot gedroogd fruit te vullen! 2 Kilometer heen, 2 kilometer terug: dat zal wel easypeasy zijn in een half uur. Rugzakje om en 8 graden is warm te noemen, dus 1 laagje is genoeg. FOUT. In de schaduw met wind tegen is het gewoon te koud voor 1 laagje met een tempootje 8 minuten per kilometer. Hartslag <130, dat kan dus ook!
Ik ben te laat voor de markt. Half 4 en de markt is weg. Ik koop 1 cadeautje en hobbeldebobbel weer terug. Door de zon en met wind mee is het wel opgewarmd te krijgen. De EasyDePeasy is een makkiedebakkie. Over 4,5 kilometer doe ik 36 minuten. No problemo.
De pot blijft leeg. Is er ruimte genoeg voor alle verwachtingen. Die duw ik achter glas en dan heb ik zelf meer ruimte om te genieten. De dromen die enig tijdsdoel in zich hebben, kunnen er in de pot bij. Ruimte zat. Alle beren op de weg ernaast proppen; die doen een winterslaap. Deksel erop en pas na de circuitrun open maken. Dan kan ik in de sneeuw een PR halen op de halve marathon op een F1circuit.  Makkiedebakkie. Easydepeasy.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Easydepeasy in een potje

Generale Repetitie?

Eigenlijk moest ik gister trainen, maar ik heb gewerkt. Nog niet de nieuwe baan, maar het ‘oude’ werk afronden. Ik was moe en het regende en het was donker, waardoor ik de opdracht niet kon meelezen op mijn hand, dus ik stelde de oefening een dag uit. Dan zou het ook nog regenen en ik wilde graag in de (koude) regen oefenen. Komende zaterdag is de weersverwachting voor de omgeving Spa: SNEEUW. Een F1 baan kunnen ze niet schoonvegen of pekelen, dus de kans dat ik dit jaar in een witte wereld Eau Rouge moet bedwingen wordt aannemelijk. Maar vanmorgen scheen de zon. Kraakhelder weer. Toen ik de ‘alarmmail’ met de weersvooruitzichten kreeg, raakte ik een beetje in paniek. Ik heb al niet meer het idee dat ik weet hoe ik flink moet hardlopen, laat staan dat ik enig idee heb hoe ik naar boven moet klimmen met sneeuw! Buiten begon het te hagelen en ik haalde meteen de warme trui, de regenjas en de warme broek tevoorschijn. 2 Vliegen in 1 klap: paniek bedwingen en oefening in de hagel! Op mijn hand schreef ik het plan op: bruggen op en neer in diverse zones. Dit plan had ik echt niet uit mijn hoofd kunnen leren. Voor ik de straat uit was, was de hagel weg en scheen de zon weer scherp en fel. De eerste 2 kilometer liep ik hard: 5:37 per kilometer. Toen kwam ik bij brug 1: zone 4 omhoog en zone 2 -oh nee zone 1- omlaag. Ik had het bloedjeheet! Ik snakte naar de buien en kreeg veel zon. Dus ik nam het onverharde modderpad als troost. Ik hield mijn horloge in de gaten om onderweg zone 2 aan te houden: die bevalt me uitstekend. Nog een brug. Naar boven in zone 2 en omlaag in zone 4. En toen had ik ‘geluk’ in de vorm van wind-tegen! Dus ik ging wel hard naar beneden, maar de hartslag was ook hoog. Ik draaide me om voor dezelfde brug, maar dan in zone 4 naar boven knallen en wind meenemen en weer in zone 1 afdalen. Naar boven met 14 kilometer per uur: dat beviel me wel! Ik nam het bekende, heerlijk onverharde pad langs de Oostvaardersplassen. Er vielen een paar druppels en ik hoopte dat het door zou zetten, maar helaas… Het bleef zonnig, scherp licht met in de verte een regenboog; afkoelen zat er niet in. Ik liet het tempo hier en daar wat vieren en hield zoveel mogelijk zone 2 aan. Ik liep om voor de laatste brug met de hoop een paar herten te zien. Ik telde hoopvol nog tien hageldruppels af en zag in de verte herten en toen begon de klim in zone 2 de laatste brug op. De voorgeschreven tijd van 45 minuten zat er op, maar ik mocht nog 1 keer naar beneden knallen. Ik haalde de 15 kilometer per uur! Toen ging ik lekker uitlopen naar huis. Ik snapte niet waarom mijn horloge trilde op de brug, tot ik merkte dat het door de wind kwam! Het waaide echt behoorlijk dus. Ik hobbelde terug door het park. Thuis had ik haast om in de douche en op het toilet te komen en ik vergat de cooling-down. Niet zo slim, want ik heb gemerkt dat die het beste werkt tegen pijn in mijn voet. Die pijn droeg ik de rest van de dag. Voor een generale repetitie miste ik toch wel wat elementen: kou en sneeuw bijvoorbeeld en een lange helling ook. Telt de wind ook mee? Ik denk nog lang niet klaar te zijn voor Spa Francorchamps en moet nog zien hoe ik de halve marathon in de sneeuw door ga komen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Generale Repetitie?