Weesp – Almere: de lange duurloop in de herkansing.

Het mocht van de fysio op drie voorwaarden: 1) De paarse schoenen aan 2) een laag tempo en 3) eerst de rug-losmaak oefening doen. Ik mocht een lange duurloop doen. Dus om 10 voor negen namen mijn loopmaatje en ik de trein naar Weesp en vandaag zouden we terug lopen naar het station van Almere (ik) of naar huis (hij). Op het eerste stuk langs de saaie drukke weg wisselden we alle roddels uit bij de herrie van de auto’s en zo konden we erin komen. We moesten wel lachen en na dik twee kilometer kwam ik er lekker in en had ik geen last meer van voet of stijfte. Het was vet zonnig -ik had me gelukkig ingesmeerd. Alle tijden begonnen met een 6.
Bij Muiden kon het grote genieten beginnen. De leuke bruggetjes, de straatjes, de draaibrug (die gelukkig niet open was) en daarna de dijk op met uitzicht op het Muiderslot. Dat gras ging natte voeten opleveren! Maar het was heerlijk, dan maar een lager tempo hoor. Schapen, koeien, de mist in de verte. Het was erg mooi en ik genoot me rot! Meestal heb ik dan vooral zin om langzamer te gaan en meer tijd te genieten, maar ik vond nu wel leuk om door te hobbelen. Je kon uitkijken over het water en Pampus.

Er lagen koeienvlaaien en we kwamen ook nog een paar obstakels tegen die de klimvaardigheid testen. Ik had geen last van mijn voet (behalve dat die nat was), geen last van mijn knie (behalve de trapjes op en af) en geen last van spierpijnen of motivatiedipjes. We gingen een dijkje op en daar stond een fantastisch dijkhuisje te koop. Daar zou ik zo willen wonen! Helemaal te gek.
Om de tijd te doden, gingen we een spel ‘blackbox’ spelen: woordraadseltjes. We kwamen langs het echobos, waar we de fluisterschelpen moesten uitproberen. Jammer voor de slapende man op het bankje! De verrassingen tijdens deze eerste tien kilometer maakten het helemaal de moeite waard. Toen we ook nog eens een prachtig, lief kerkje aan de dijk tegenkwamen schoot ik helemaal vol (of was het zweet?). Het leek wel het buitenland, terwijl we gewoon in Muiderberg waren. Het was de zon, het licht en de omgeving die het ongelooflijk mooi maakte.
Het spel hield ons aan de praat. En toen gingen we de brug op terug de polder in. Dan volgt het saaie stuk. De zon schijnt fel, het is moeilijk om tegelijk na te denken en te puzzelen en ik voel het tempo in mijn benen zakken. Het tempo komt niet boven de 6:30 uit, maar voelt aan alsof ik een olifant ben. Het helpt even als de zon verdwijnt en we de vlakte achter ons laten. Inmiddels zitten er 15 kilometer op. Ik ga echt wel die 2 uur en een kwartier volmaken! Hoe dan ook. En dat is vanaf kilometer 17 vooral een tandje lager.
Eindelijk komen de tijden boven de 6:30 uit. Mijn hartslag blijft onder de 150, wat acceptabel is. Ik ben bezweet en moe, heel moe eigenlijk. Toch loop ik het station in stad voorbij en even later is de laatste puzzel opgelost. Ik loop door tot het volgende station parkwijk. Dan is de tijd om en is mijn doel bereikt: 21 km gelopen. 135 minuten.

Ik zie er moe uit in de trein!


Ik neem de trein naar huis (en struikel nog op de trap van het station omdat ik tegelijkertijd de rozijntjes aanval) en ben even voor 12 uur weer thuis. Ik voel me voldaan en tevreden. En moe – ik was vergeten dat je van een halve marathon rennen in de zon moe wordt. Het rare is dat ik geen trek heb, alleen dorst. Na de douche val ik een zak chips aan voor de lunch. Ik heb geen last van mijn voet. In de loop van de dag gaat mijn linkerknie fel aan het protesteren, dat is dan weer jammer zeg.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Weesp – Almere: de lange duurloop in de herkansing.

Rondje Oostvaardersplassen op de fiets

Ik vertrok meteen toen de jongen op school zat. Voor een ‘snel’ rondje om de hele oostvaardersplassen. Ik had namelijk maar twee uur de tijd. Echter, ik gokte verkeerd: ik had tegen de klok in moeten fietsen en ik ging met de klok mee. Tegen het kleine beetje wind in wat er stond. Ik had echter meer last van alle “bejaarden” op de fiets die ik in ging halen. Vlak voor de dijk stopte ik om me in te smeren en ontdekte ik dat ik geen water bij me had.

De dijk is lang en ik schoot lekker op met mijn muziekje op mijn oren. Ondanks de wind begonnen alle tijden met 2minuten. Ik trapte flink door. Ik wilde iemand ver voor me inhalen, maar dat is niet gelukt. Het hield wel het tempo erin.
Ik kwam in het bos tot rust en dacht: waarom wil ik eigenlijk zo hard? Ik heb nog dik een uur en dit is mooi, dit ruikt lekker, dit is rustgevend, dit geluid van de blaadjes is zo leuk! Ik ging twee kilometer iets langzamer, maar toen moest ik weer “oudjes” inhalen en begonnen de tijden gewoon weer met een 2. De halve marathon deed ik in  een uurtje.

Ik ging lekker naar de muziek luisteren, want ondertussen ken ik de route wel een beetje. Het was wel druk op deze zonnige middag. Al ben ik nog nooit een grasmaaiertje op dat fietspad tegengekomen! Ik ging de uitdaging toch maar zoeken in 40 kilometer binnen twee uurtjes. Ik kwam in het bos en ving er een prachtige zonnestraal op de foto:

Stop de zon in een doosje


Ik maakte het rondje helemaal rond en toen had ik 1) tijd over en 2) nog een paar kilometer te gaan voor de veertig; dus ik fietste nog door het wijkje langs de bossen.
40 Kilometer binnen 2 uur (1:58) en ik was ook weer op tijd op school.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rondje Oostvaardersplassen op de fiets

Paarden, natte schoenen en samen met mijn kind een kleine-triatlon fietsen!

Vandaag ging ik voor een langzame loop. Gewoon eens niet op de tijd letten en het bos in. Ik had al bedacht dat mijn schoenen dan te nat zouden worden, dus ik deed de witte schoenen aan. De lucht was strakblauw. Aan het einde van het park waren mensen met een bootcamp bezig. Ik had zin om me er even bij aan te sluiten voor wat opwarming!
De kilometertijd lag rond de zes minuten en na een klein kwartiertje liep ik het bos in. Alles ruikt zo zalig naar de herfst! Deze woensdagochtend waagde zich niemand tussen de bomen. En zo kwam ik op mijn pad deze familie tegen:

Ik wandelde  ze voorbij en het kon me niet schelen dat mijn kilometertijd daardoor verprutst was, want ik dacht alleen maar dat zij het vast niet snapten: zo’n tweebenig mens die probeert een beetje harder te gaan! Ik genoot van de zon tussen de bomen door, van de lage begroeiing en de bruggetjes. Mijn schoenen, sokken en voeten werden inderdaad hartstikke nat van het gras!
Er is wel veel gekapt in het bos, daarom dacht ik dat ik me het niet goed herinnerde dat er drie brugjes over niks waren, maar ik had wel gelijk hoor! Door mijn gefotografeerd en de aanpassing van het tempo aan standje-genieten-maar ging de 5 kilometer niet eens meer binnen een half uur. Ik draaide langs de plassen en genoot van de blauwe lucht boven de gele halmen. Ik werd ingehaald door een mannelijke duurloper, maar dat gaf mij niks. Ieder zijn eigen tempo. Ik moest me bedwingen om geen praatje te beginnen en hem met welke-marathon-dan-ook succes te wensen. Ik luisterde wel lekker naar de muziek, maar die stond heel zacht. Ik wilde geen vogelgetsjirp, ganzenroep of ritselende blaadjes missen!
Ik had het wel warm hoor en op het asfalt met mijn piepende, natte schoenen ging mijn tempo weer wat omhoog. (kilometer 6 en 7 gingen zelfs onder de zes, foei) Ik deed 43 minuten over de 7 kilometer en iets van 48:50 over 8 kilometer. Toen was het rondje rond en stond ik bij het trappetje.
De mensen van de bootcamp waren nog steeds bezig, maar ik sloot me toch maar even niet aan met mijn rode, bezweette koppie. Ik wilde nog door het bos achter de wijk lopen, maar daar kreeg ik spijt van! Daar moeten ze blijkbaar nog veel hout verzamelen en het was er een herrie van gezaag en tractoren. Maar toch weer tien kilometer, hoewel ik daar deze ochtend 1 uur en 3 minuten over deed. Dat was niet waar het om ging.
Ik had ervan genoten. Mijn voet deed geen pijn, de douche deed wonderen. Een uurtje was ik klaar voor deel 2 van de mini-triatlon: samen met Vincent zou ik gaan fietsen. We gingen eerst langs de Albert Heijn voor broodjes en lekkernijen voor onderweg. Daarna gingen we dat in het bos opeten.

Mama moet uitrusten hoor!


We fietsten verder naar de nieuwe bruggen over het water en over de snelweg. Dat vond de jongen prachtig! We namen lekker vaak pauze onderweg. We moesten namelijk heel ver gaan fietsen. Ondertussen moesten we insmeren, plassen, pepernoten eten, op adem komen en naar de auto’s kijken en zwaaien. We gingen onder de snelweg door en weer door het bos heen en over een snelweg heen en over een andere snelweg heen en weer onder de snelweg door.
Mama, doorfietsen!

Mama, doorfietsen!


Al met al hebben we een halve marathon op de fiets volbracht! We waren wel twee en een half uur onderweg! (waarvan 1 uur en drie kwartier fietsend).
Nu het zwemmen nog. Dat heb ik aan Vincent overgelaten. Die is namelijk veel en veel beter de borstcrawl. Zo hebben we samen de triatlon toch maar mooi volbracht!
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Paarden, natte schoenen en samen met mijn kind een kleine-triatlon fietsen!

Stukje fietsen

Vanmorgen was ik aan alle kanten stijfjes! Mijn rechtervoet – een beetje. Mijn rechterlies – een klein beetje. Mijn linker-hamstring – nogal. Mijn linkerknie – een beetje. Echt een dagje voor de bank en de zon. Maar ja, die zon is wel verleidelijk! Dus stapte ik ‘s middags toch maar op de fiets. Met een jurkje aan deze keer! Ik fietste bellend met mijn zus naar mijn vriendin 10 kilometer verderop. Half uurtje voor mij.
Ik was erop voorbereid dat niet iedereen op mijn tempo fietst, maar dat voor sommigen een uurtje fietsen bestaat uit naar een theehuis fietsen – een half uur thee drinken en terug fietsen, was bij mij niet in me opgekomen! 🙂
Het was gemakkelijk fietsen en lekkere thee, dat wel. 😀
Maar ja, energie nog niet echt op, zon nog niet weg. Hoewel er op het terras al 10 druppels vielen. Dus in mijn eentje nam ik een ommetje naar huis.

Langs het weerwater terug en toen wilde ik onder dat ene viaduct door en over de witte brug en toen langs de manege.
Ik ging niet zo hard hoor, ik genoot gewoon lekker van het zonnetje en zette een muziekje op. Vlak voor ik thuis was vielen er een 40tal druppels. Maar ik werd er niet nat van en met deze middagbesteding was alle stijfheid verdwenen. Daarvoor is toch geen beter medicijn dan 30 kilometer rondjes trappen 🙂
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Stukje fietsen

Training in korte sprints

Het was twijfelen geblazen. Ga ik weer trainen, doe ik daar mijn voet een plezier mee, en mijn rechterknie? Ik wilde rustig aan doen, maar wanneer dan gaan trainen? Tegen de avond besloot ik om toch te gaan en met de C/D (de ietsje-minder-presteerders) mee te gaan en me niet te laten opfokken. Maar… de beste trainer ging de A/B (de beste lopers) trainen en toen hij ook nog vertelde dat de andere trainer naar de helling ging, veranderde mijn keuze op slag! “Achteraan lopen”, nam ik mezelf stellig voor.
We gingen lekker rustig inlopen. Ik voelde voornamelijk mijn knie. Inmiddels werd het donker en we cirkelden tussen de bomen door. Huppelend met wat oefeningen. Toen gingen we op het voetbalveldje loopscholing doen. Triplings, skippings, kaatssprongen en korte sprints. Mijn knie werkte nadrukkelijk niet mee. Dat was pijnlijk.
Daarna was het tijd voor het serieuze trainingswerk. We gingen 100 meter intervallen doen. Het tempo moest wel hoog liggen, maar we mochten niet echt sprinten en daarna 100 meter rustig terug lopen. En dat acht keer. Ik hoorde bij de tweede groep die mocht starten en naast mij bestond de groep uit 8 snelle heren. Dus ik begon meteen maar achteraan. Vreemd genoeg leek ik daardoor behoorlijk langzaam en voelde het ook zo, maar de snelheid lag op zo’n 13/14 kilometer per uur. De tweede ging gelukkig iets langzamer… De derde, vierde en vijfde haalde ik nog altijd een snelheid van 12 kilometer per uur. Bij de zesde begon ik de dames van de eerste  groep eenvoudig in te halen. Kortom: ik léék dan misschien laatste en langzaamste, maar dat was echt niet zo hoor! De laatste 100 meter versnelling ging ik door tot 13,8 kilometer per uur. Dit deed mijn voet en knie goed. Ik had er weinig last meer van zo tijdens het rennen en de inspanning.
Na dit eerste trainingselement dribbelden we verder naar een nieuwe plek om 200 meter te gaan hardlopen. Dit hoefde ‘maar’ 6 keer. Ik liep vrolijk met iedereen te kletsen en vertrok weer als laatste. Grappig genoeg lag de snelheid bij deze 200 metertjes hoger als bij mijn 100 meters! Elke keer haalde ik boven de 13 kilometer per uur. Zo haalde ik al na 4 keer de dames van groep 1 in. Er was nu ook 1 man die afhaakte en beduidend langzamer ging lopen. Ik liep elke keer met hem rustig terug. De laatste keer zette ik even alles op alles en ik haalde een snelheid van 15 kilometer per uur! Daar werd zelfs ik wat moe van… Onvoorstelbaar dat er mensen zijn die dat kilometers lang volhouden zeg. Mijn hartslag loopt dan op tot tegen de 170. (jawel, de hartslagmeter deed ook weer prima mee)

Het leek er even op dat de training nu klaar was en alle snelle heren kregen weer een grote mond, maar de trainer vond dat we best nog tijd over hadden voor 300 meters! Dat hoefde dan maar 4 keer gelukkig. Ik moest er zelf ook even overheen, en wat een end is dat zeg dan ineens. Deze keer leek ik achteraan nog best snel te lopen.  Aan mijn tempo lag het niet, dat bleef 13/14 kilometer per uur, maar de heren voor mij…. Na die eerste keer liep ik ook nog lekker te kletsen toen we moesten versnellen en dat kwam het tempo niet ten goede. Ik was vermoeid en het tempo bleef steken op zo’n 11 kilometer per uur. Behalve de laatste keer: ik wilde de vrouw van de andere groep nog inhalen en ik zette het op een lopen. Mijn hartslag passeerde de 170 net en ik raakte wat buiten adem. Het tempo ging omhoog naar 12,8 kilometer per uur, maar ik haalde haar net niet in. ;(
Tot mijn (en anderen) grote genoegen vervielen in verband met de tijd de 400 meters en we hobbelden weer terug naar het beginpunt. We hadden behoorlijk wat afstand afgelegd, ik zat aan de tien kilometer. Het was een leuke training en ik was blij dat ik toch gegaan was. Mijn knie en voet protesteerden niet langer.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training in korte sprints

Een rondje het donker in knallen

Zaterdag bleek de beslissing om voortijdig te stoppen met hardlopen een goede: mijn voet ging niet meer pijn doen en er was prima mee te lopen. Toch blijft er dan een beetje een ‘katterig’ gevoel over. Ontevreden en onzeker. Gelukkig kwam het er op zaterdag niet meer van om na een dagje Dolfinarium ook nog eens te gaan hardlopen. Maar vandaag had ik een leuk gesprek met een mede-hardloper en ik kreeg er steeds meer zin in. Mijn voet deed ook geen pijn meer, dus niets stond me in de weg eigenlijk!
Even voor 8 uur ging ik in korte broek op weg voor een uurtje rustige duurloop. Zo voelde het ook. Ik liep in een lekker ritme met mijn muziek op en ik ging zonder route-plan op weg. Vastbesloten te stoppen als mijn voet niet mee zou doen. Het liep allemaal heel lekker en al snel bleek het tempo met 5:40 ook uitstekend. Ik genoot van de mensen op straat en besloot toch nog een stukje bos mee te gaan pakken. Ik kwam twee (marokkaanse) mannen tegen die net klaar waren met lopen en elkaar trots high-fivden. Ik ging er sneller door de brug over en de tweede kilometer kwam uit op 5:20. Zo voelde het helemaal niet! Het werd al donker aan de ene kant met prachtige donkere wolken. De kleur groen werd feller en sprong eruit in het bos. Prachtig was het. En ik probeerde het wel, maar zoiets is niet te fotograferen. Terwijl ik dat in de derde kilometer toch probeerde in het verder volledig verlaten bos, maakte het tempo er niet minder om. Met 5:23 ging het alleen maar sneller!
Ik besloot verder door het bos te lopen. De lucht kleurde er rood bij en het was kwart over 8, dus voor het echt donker zou worden, was ik het bos uit dacht ik. Maar nadat ik besloten had langer door het bos te lopen, was het 100 meter verder opeens wel aardig donker aan het worden! Het was stil en helemaal op mijn gemak was ik niet, waardoor ik nog maar iets sneller ging lopen. 5:20. Dat is allemaal boven de 11 kilometer per uur.
Ik draaide de rechte weg op en het werd echt snel donkerder. Alleen maar rechtdoor tot in de wijk, bedacht ik en ik ging nog maar eens ietsje sneller. 5 Kilometer in 28 minuten ofzo. Ik had nu een hoog tempo te pakken en kwam 1 auto tegen die zijn koplampen al aan moest. Na 32 minuten liep ik de wijk min of meer in, was het donker en kwam ik andere wandelaars tegen. 6 Kilometer hoog tempo gehad en mijn voet en mijn benen vonden het heerlijk.
Ik ging iets langzamer lopen. Ik hou niet zo van dat stukje en vond dat het tempo ook weer niet te hoog moest liggen. Kilometer 7 was met 5:31 dan ook niet meer zo snel, maar de 7 kilometer had ik in 37 minuten en 50 seconden gelopen. Voor een duurloop is dat iets te hard. Het was inmiddels gewoon echt donker en de enigen die ik tegenkwam waren andere hardlopers met kerstboomlampjes. Ik begon te voelen dat ik met een veel te snelle duurloop bezig was, maar ik dacht: nu ga ik ook door ook en ik liep gewoon rechtdoor. 8 Kilometer in 43 minuten. Dat is wel lachen, want ik weet nog dat er niet zo heel lang geleden een tijd was dat ik 8 kilometer binnen 50 minuten heel wat vond. Ik hou niet van het meridiaanpark in het donker en het zou ook iets te ver om zijn, dus ik nam een ander recht pad waar ik vriendelijk door een scooterrijder werd begroet. Ik zette nog maar ‘s aan en kilometer 9 ging met 5:13 nog net iets sneller dan kilometer 8. Nu maakte het me niet meer uit: ik moest en zou binnen de 55 minuten blijven en alles eruit gooien in de laatste kilometer. Dan ga ik kilometer 11 wel uit-wandelen! Met 5:05 was kilometer 10 de snelste en had ik er 53:30 over gedaan.
Ik ging heerlijk langzaam uitrennen. Niettemin haalde ik in het uur de elf kilometer nog altijd gemakkelijk. Mijn gemiddelde tempo op de 10 kilometer was 5:22, dat is 11,2 kilometer per uur. Zonder wedstrijddruk. Zomaar op een zondagavond. Zonder iets te hoeven bewijzen. Alleen om de feest-lekkernijen eraf te rennen. Mijn hartslagmeter moet nu echter wel echt even gewassen worden: in het begin lijkt me een hartslag van 140 wat te laag als ik zo hard ging (het voelde wel zo), maar een hartslag die oploopt tot 240 is toch wel erg van slag! Ik heb heel goed uitgestrecht en liep zonder last van mijn voet weer behoorlijk tevreden naar binnen.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een rondje het donker in knallen

De Groeten uit de Bus van "Missie-Mislukt"

Misschien moest ik het volgende maar niet opschrijven: ik had gister eigenlijk al behoorlijk last van mijn voet. Voornamelijk als ik de voet juist niet gebruikte. Ik ging liever een stuk wandelen tijdens de atletiek, want ik was er behoorlijk sjachereinig van. Gaat het net weer goed met hardlopen, begint die peesplaat weer opnieuw! Daarbij had ik ook last van mijn linkerknie en bij vlagen nam ook mijn linkervoet de pijn over. Krakkemikkig dagje op de bank dus! Voor vandaag stond er een loop van twee uur op het programma, op een lekker laag tempo en dat wilde ik graag doen. Ik zou met mijn loopmaatje gaan en die moest na mijn gezelschap nog anderhalf uur extra, dus ik vond het zielig hem alleen 3,5 uur te laten lopen. Ik nam mijn OVkaart mee!
Om kwart over negen had ik me ingesmeerd tegen de zon met het vaste vertrouwen dat mijn voet zeker minder zeer ging doen tijdens het lopen. Als alle kilometertijden maar met een 6 zouden beginnen. De eerste kilometer was mijn voet voelbaar, maar al kletsend was er niks van de pijn te merken. We gingen totaal niet snel. Pas bij kilometer twee begon mijn loopmaatje over mijn voet te vragen en merkte ik dat het nog niks minder pijnlijk werd. Ik had er veel energie voor nodig en kwam daardoor niet echt lekker in een ritme. We kozen voor de bospaden en het was prachtig in al dat herfstige zonlicht dat in stralen naar beneden kwam. Ik vond dat het niet opschoot en kwam er ook na 5 kilometer nog niet echt in. Qua tempo ging het zoals gepland: 6:22-6:12-6:19-6:24-6:20 en zelfs 6:31. Ik wilde over de witte brug heen.
Maar daarna begon ik ineens tegen de rest van de route op te zien: weer dat stuk langs het kasteel waar ik de vorige keer liep en uitvond dat ik de Almere City Run niet zou gaan lopen. (9 mei 2014) Omdat ik toen ook pijn aan mijn voet had, wat ik liever negeerde. Ik nam ineens het besluit: ik moet wijzer geworden zijn en nú laten blijken iets geleerd te hebben: ik moet dadelijk stoppen. De pijn in mijn voet gaat niet weg tijdens het lopen en als ik nu doorga omdat mijn hoofd, mijn benen en mijn zin het wel volhouden om tot twee uur door te lopen, kan ik straks wéér een halve marathon vergeten. Ik ga tot de volgende bushalte en dan neem ik de bus. Ik vond het heel moeilijk en dacht nog even: hoe ga ik dit nu weer vertellen?! Moet dat arme loopmaatje 2,5 uur alleen lopen! Ik had het echt moeilijk met zeggen dat ik tot de volgende bushalte mee zou lopen, maar gelukkig begreep hij het onmiddellijk en trapte vervolgens ook niet in mijn ontkenning dat ik het eigenlijk af moest maken en niet op mocht geven. Want toen ik het had gezegd ging het beter en dacht ik: ach, nu ben ik op de helft, die andere helft gaat vast ook lukken. En de tiende en laatste kilometer ging dan ook in een tijd net onder de zes minuten.
Het is soms zo moeilijk om verstandig te zijn. Maar dit had ik mezelf beloofd. Ik bedacht dat ik door kon lopen als de bus niet kwam, dat ik langzamer zou gaan en mijn loopmaatje vroeg of hij boos moest worden op me. Nee, dat helpt absoluut niet, maar toen hij grappend zei dat hij dan ‘eindelijk zijn eigen tempo kon volhouden’ en ‘niet meer naar mijn gezanik hoefde te luisteren’ (ik was al niet meer zo gezellig vrees ik), kwam de bushalte in zicht. We werden nog door triatlonners ingehaald – wat een helden. Ik voelde me een enorme anti-held. Een dappere anti-held die iets heel moedigs ging doen, dat dan wel. Ik zou mijn loopmaatje blijven ondersteunen via de telefoon. En zo keek ik hem na terwijl ik afkoelde (letterlijk en figuurlijk) bij de enige bushalte binnen een kilometer omtrek.
Even later zat ik lekker te stinken in de bus. Met de telefoon mijn loopmaatje volgend. Mijn voet hield zich helemaal rustig en ik dacht een paar keer: zal ik mijn medereizigers van de stank afhelpen en naar huis rennen, maar ik stapte 1 keer over en bleef zitten tot ik bijna thuis was. Toen ik naar huis liep, was mijn voet wat stijf, gelukkig niet meer pijnlijk. Ik mocht van mezelf dit weekend nog een keertje of twee keertjes een uur lopen zodat ik toch netjes drie uur heb gelopen, maar van mijn loopmaatje en van mijn vriend mag dat even niet. Streng zijn ze zeg. Voor mij hield ik er zo even de moed in.
Na de douche dacht ik: he, ik ga gewoon NU fietsen en ik fiets mijn loopmaatje gewoon tegemoet! Dus fietste ik snoeihard 7 kilometer naar hem toe, want hij moest nog een uur. Ik was wat frustratie kwijt door het keiharde trappen en kon nog behoorlijk gezellig meefietsen en hem ondersteunen tot hij 35 (!) kilometer had gelopen. Ik ben de conditie nog niet kwijt blijkbaar, maar mijn hartslag was wel alsmaar heel hoog. Ik moet de hartslagband hoognodig uitspoelen, want een hartslag van 220 is ongeloofwaardig.
Mijn voet doet niet meer zoveel pijn als gisteren. Ook niet na een uur achter de computer zitten. Ik loop pijnloos naar de supermarkt. Ik weet dus best dat ik er goed aan heb gedaan, maar het knaagt aan me dat ik op moest geven. Na een nacht stilliggen is het belangrijk om te voelen hoe mijn voet morgen reageert en of ik er echt goed aan heb gedaan te stoppen. Het kan zijn dat ik toch last heb van mijn voet en dus eigenlijk helemaal niet had moeten gaan vandaag, maar aan de andere kant van het spectrum staat dat ik nooit te weten zal komen hoe het had gevoeld als ik door was gegaan vandaag. En dat is in elk geval goed om te weten!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Groeten uit de Bus van "Missie-Mislukt"

7 Kilometer tempoloop Twee

Ik had niet zoveel zin. Je hebt van die dagen dat je liever op de bank blijft hangen. En dat zijn juist de dagen dat je er uit moet! Dus om half tien had ik genoeg moed verzameld. Ik heb zelfs in de tuin nog even staan dralen en toen beloofde ik mezelf dat ik maar 5 kilometer hoefde te gaan. Daarna mocht ik gewoon stoppen, als de tijden rond de 5:30 per kilometer lagen. Ik train immers NIET voor een halve marathon in 1uur50. En dan mag soms wat smokkelen best. 5 Kilometer dus.
Ik was de straat nog niet uit of ik werd al heel lief aangemoedigd door een mevrouw op de fiets: “Het gaat goed, je gaat als een speer!” Ik vond het zo leuk dat de eerste kilometer in een superspurt ging van 5:13. Nog vier te gaan. En dit tempo is te hoog, dus ik mocht best iets zachter. Ik slalomde om de vuilniswagen heen en al vrij snel zat de tweede kilometer er ook op. Snel ja, in totaal had ik er 10 minuten 22 seconden over gedaan. Waar blijft de 5:30? Als ik dan eenmaal een hoog tempo heb, kan ik niet meer langzamer.
De hele tijd zit ik met mijn rechtervoet: het is weer stijf en een beetje pijnlijk. Ik weet niet hoe erg het moet worden en of ik nu meteen weer moet stoppen met trainen. Het is tijdens een training snel weg, maar het zeurt een beetje na overdag. Het is meer stijf dan pijnlijk, dus het is lastig voor me om in te schatten wanneer ik te ver ga. Vervelend is dat. Ook mijn knieen zijn gevoelig, maar als ik loop, heb ik nergens last van.
De derde kilometer ging ietsje minder hard, maar ik schrok me dan ook een luchtsprongetje van een grote hond die ineens uit de bosjes kwam. Het tempo was ik toen opeens even kwijt. Ach, dacht ik, laat ik voor zes kilometer gaan. Nu heb ik het toch heet, nu heb ik toch een tempo en dan heb ik iets meer vergelijk met vorige week. Was ik weer op de helft. Ik had geen idee van de route, ik liep gewoon maar om de wijk heen.
In kilometer vier ging mijn hartslag ineens omlaag. Nogal raar, want ik ging juist weer iets harder. Ik probeerde in het moment te blijven, hoewel dat niet echt lukte, keek ik wel meer vooruit. Ik kwam een mauwende kat tegen dwars door de muziek op mijn koptelefoon. Over vijf kilometer deed ik weer 26 minuten en een paar seconden. Het blijft toch elke keer hetzelfde gaan en ik haal de 25 minuten net niet.
Kilometer zes ging het minst snel, net als vorige week. Mijn koptelefoon begon ook weer te piepen dat hij bijna leeg was. Nog even volhouden, dacht ik alsmaar tegen dat hinderlijke gepiep, anders weet ik niet hoe hard ik ga!
 

Deze keer ging kilometer zes in 5:23. Eerlijk is eerlijk; het is nog steeds 7 seconden te snel voor de 5:30 die in de “opdracht” staat.
En als je dan toch al zover bent: doe dan die laatste kilometer ook! En pers die eruit, want daarna mag je echt lopen en wandelen naar huis. Zo ging de laatste kilometer weer lekker snel. 5:19. Zodra het horloge piepte zette ik het uit. Deze keer keek ik even voor ik op reset drukte en ik zag 37:04 staan. Ha! Net ietsje sneller. Feitelijk net onder de 37 minuten, want er tellen 6 seconden mee van de laatste meters. De hartslag daalde overigens weer spectaculair van 180 naar 145, terwijl het tempo echt omhoog ging. Het lijkt me dat het weer tijd is voor een wasbeurtje voor de hartslagmeter!
Ik ging even wandelen, maar dat schiet zo niet op! Dus hobbelde ik heerlijk langzaam terug naar huis. Deed ik over de eerste twee kilometer 10 minuten en 22 seconden, de laatste twee uitloop- en wandel kilometers duurden bijna 15 minuten. Moe en voldaan kwam ik thuis. Grinnikend over het feit dat ik ruim 9 kilometer had gerend in 53 minuten, dus half lopend zou een uur er ook nog in gezeten hebben! Nu hopen dat de voet niet opspeelt. Hoewel: uren later in de auto stak het opeens echt. In de auto! Waardeloos. Dan wordt morgen de echt-lekker-op-de-bank-liggen dag.
 
Opmerking een dag later: Ik zat er toch zo eens over na de denken, dat die hartslag plotseling zakt. En toen wist ik het vannacht: Dat waren de stukken waarop ik ging ‘ruiken’ aan de omgeving. Er was net gemaaid tussen de 3 en 4 kilometer en dat vind ik erg lekker ruiken. Het klopt werkelijk precies met de plek waar de hartslag lager werd! Op het laatste stuk liep ik het bos in wat zo heerlijk naar herfst ruikt en hoewel het tempo dus omhoog ging, werd mijn ademhaling dieper. Dat is er één om te onthouden en nog eens uit te testen!

Categories: Uncategorized | Comments Off on 7 Kilometer tempoloop Twee

Dan maar weer een stukje fietsen

Middag vrij. Niks te doen. Dan kun je op de bank gaan hangen. Maar daar verdien je geen extra calorien mee. En ik heb er maar 1200 per dag, dus een beetje beweging kan geen kwaad. Dus om kwart over 1 vertrok ik voor een rondje Oostvaardersplassen. Ik had het advies met-de-klok-mee gekregen. Ik had geen haast. Wilde gewoon twee uur fietsen. En liefst een kilometer of veertig.
De wind kwam van voor het eerste stuk. Best zwaar. Alle tijden begonnen met een drie. Maar met mijn eigen muziek op de koptelefoon (lopend werkt ie beter) was het toch wel lekker om buiten te zijn. De dijk op. Ik had het gevoel dat de wind toch echt van voor kwam! Maar de tijden begonnen met een twee. Het is zo’n eind – die dijk. Ik haalde wel oudere mensen in. De zeilbootjes vaarden me tegemoet, dat is toch verdacht…. Grappig dat ik ineens totaal anders naar de zeilboten kijk. Er was ook veel vrachtvervoer op het water. 13 kilometer dijk is meer dan genoeg. Toen had ik echt even wind mee! Lekker. Ik had er 20 kilometer opzitten en was een uurtje onderweg. Die snelheid op de fiets is toch wel fijn hoor.
Ik ging het bos in. Het rook er ZALIG. Echt al herfstig. Heel fijn. Ik moest plassen en na 23 kilometer stapte ik van de fiets af voor weer een korte pauze. Ik genoot echt van het stuk door het bos. Er waren ook andere dinsdagmiddagwandelaars, maar ik haalde de gemiddelde leeftijd omlaag en het tempo omhoog. Het is dat je in je eentje fietsend weinig anders te doen hebt als op je horloge kijken naar rondetijden. Bij de sluizen stopte ik even voor een paar slokken water, maar feitelijk is het er saai en is fietsen leuker.
Voor mijn gevoel had ik langs de vaart wéér wind tegen, dus misschien was klok-mee net zo goed als tegen-de-klok-in. De tijden waren weer terug in de hoge 2 of lage 3. De kilometers waren niet genoeg. Het rondje is te klein. Dus ik ging het kotterbos nog door en toen ging de vaart er wel zo’n beetje uit. Mijn benen waren moe – die geef ik gewoon de schuld, haha. Ik besloot het rondje echt rond te maken en op de heuvel te gaan zitten om bij te komen. Maar eenmaal bij de heuvel dacht ik dat de bank thuis toch beter zat. De tijden begonnen nu alleen nog met een drie. Ik moest zelfs op mijn stuur liggen, want mijn armpjes waren moe. Maar… nog geen twee uur volgefietst, nog geen 40 kilometer. Dus dan neem je een ommetje. Streberig. 
40 Kilometer, 2 uur en 2 minuten. Volgens Garmin heb ik 2500 calorieen verbruikt, maar dan zou ik dit tempo gerend moeten hebben en dat lukt me never never nooit! (zou ook een nieuw marathon record opleveren, dus dat geef ik op!) Het zijn er ‘maar’ iets van 1100. Dat is toch meer dan ik al op heb vandaag. Ik eet alleen een banaan en 1 koekje extra. En plof op de bank.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Dan maar weer een stukje fietsen

Training naar het donker

Er was 1 trainster voor 2 groepen. Het nivo ligt tussen beginner die rondhobbelt en supersnelle trailrunner. Kortom: wat een opgave! De trainster is erg goed, maar dit was zelfs voor haar wat moeilijk. Om acht uur renden we in laag tempo (voor sommigen laag, voor anderen hoog) naar een dichtbij gelegen schoolgebouw. Ik sprak een vrouw die komend weekend haar eerste marathon gaat lopen. Ik hoop voor haar dat het leuker is als mijn marathonervaring!
Ik had zin in de training, na een dag stilzitten. Ik had mijn “oude” witte schoenen aangedaan. Ik heb ze begin dit jaar aangeschaft en twee maanden geleden ingeruild voor ‘zwaardere’ schoenen met meer ondersteuning. Het was een verademing om deze weer aan te hebben, ze waren zo licht dat het leek of ze me meer snelheid gaven!
We gingen eerst oefeningen doen. Het leek wel dansen! Wat een originaliteit zeg. Ik vond het allemaal wel grappig en het ging erg goed. Springen, schuin, sirtaki, als op een hinkelbaan. Er waren al snel twee kilometer voorbij. Toen gingen we het fietspad een stukje verder af. Ik kwam met de oude juf van school te kletsen en wat zij me vertelde gaf mij nog meer energie. We moesten een stukje snel en ik schoot er vandoor. Het was een klein stuk, dus ik kon even mijn schoenen uitlaten en wat energie verbruiken. Ik kwam van ver achteraan en ik vond echt dat de rest niet genoeg zijn best deed als ik degene was die hen voorbij moest lopen. Ik zocht voor het rustige stuk de juf weer op en daardoor liep ik bijna achterop. Het langere stuk zette ik er weer de sokken (cq schoenen) in tot ik mijn hartslag tegen de 170 had en tijden rende onder de 4:30!! Het was maar een klein stukje…. We deden het nog een keer: eerst het lange stuk, daarna het korte stuk hard. Mijn hartslag bleef iets lager, maar het tempo niet.

Het was een SUPERMOON, komt maar een paar keer per jaar voor dat de maan zo dichtbij staat. Had ik goed gezien dus!

Het was een SUPERMOON, komt maar een paar keer per jaar voor dat de maan zo dichtbij staat. Had ik goed gezien dus!


Ik genoot van de maan. Hij was superhelder en net niet helemaal vol. De kleuren werden er allemaal heel zacht van. Ik trok me terug in mezelf, want de groep was zo groot dat je je niets van de anderen aan kón trekken. We gingen stukjes uitlopen en ik weet niet waar ik de kracht vandaan haalde, maar ik rende de volgende keer gewoon het korte sprintstukje ónder de 4 minuten! Ik haalde dan ook iedereen in met de gedachte: het is te kort dit! Het waren honderd meters. Het laatste sprintstukje deed ik rond de vier minuten. Ik kwam er echt in. Maar het leek of er overal mensen in heel veel verschillende tempo’s liepen om me heen. Ik liep niet voorop hoor, dus het was moeilijk peilen hoe hard anderen liepen.
Tijd om me te verheugen op de aflevering van morgen en te genieten van de wind tijdens de laatste lantaarnpaaloefening. Ik had echt het gevoel dat ik er in ging komen en dat het nu te donker was om mijn vuurrode zweetkoppie te zien toen we terug gingen hobbelen. Zo voelde het tempo voor mij in elk geval!
Ik kletste met de juf toen we nog even op en neer mochten sprinten. 1 Blokje rechts-rechts-rechts langzaam en ik drong maar eens naar voor. Tweede blokje links-links-links ietsje harder. Er liepen alleen mannen voor me en ik had al zo’n vermoeden dat ik niet op z’n hardst moest gaan, en jawel, derde blokje (rechts-rechts-rechts) hard. Als je zin en energie had. Nou, plenty.
Toen liepen we met een kleine ommetje terug. Ik liep lekker mee te kleppen en er was nog niet eens een uur voorbij! Ik had lekker getraind en voor mijn gevoel niet het beste van mijn schoenen laten zien. Ik vond 7,9 kilometer ook nogal weinig, maar ik snap dat er andere lopers zijn die het zwaar vonden. Je moet er echt zelf iets van maken. Hopelijk volgende keer weer twee trainers en een duidelijkere training. Inmiddels stond de maan helder aan het firmament.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training naar het donker