Ik mocht nog 1 keer met de A-B groep mee en ondanks pijntjes had ik er zin in. Nog 1 keertje lekker alles eruit halen en hard lopen en intervallen doen. Voor de zekerheid deed ik een knieband om. Alle gaatjes in mijn gebit zijn weer gevuld en de verdovingen uitgewerkt, dus da’s ook geregeld. Lekkere macaroni gegeten, ook afgecheckt. De leuke trainer was er, dus eigenlijk stond er niks in de weg. Of het moeten de superlangzame kilometers zijn die ik ‘s middags met een vriendinnetje en haar hond heb gewandeld, maar nee, daar werd ik niet moe van.
We begonnen het inlopen en al snel merkte ik dat het dus NIET lukte. Ik kwam niet in een ritme. Mijn passen waren klein en mijn knie deed pijn en ik voelde me wat vermoeid. Toch de verdoving? We gingen oefeningen doen en ik kreeg het niet goed voor elkaar om te hupsen en te springen. Mijn knie kreeg het voornamelijk niet voor elkaar. Toen ging het al opvallen: ” je loopt mank”.
We gingen intervallen doen: dan trek ik meestal wel bij, vind ik het ritme en kan ik gáán. Maar nu deed mijn rug pijn en ik kwam NIET op tempo. Het lukte gewoon niet! Ik hinkelde, voelde me instabiel en kreeg mijn hartslag niet omhoog en het tempo al helemaal niet. Ik liep achteraan. Ver achteraan. Ik kon ze gewoon niet bijhouden! “Is er iets met je?” Vreselijk dat het antwoord dan een keer ‘ja’ moet zijn en ik gaf mijn knie de schuld.
Het opdrukken ging nog wel en uitlopen ook wel hoor. Al had ik het gevoel dat ik bleef wankelen! Ik deed mijn knieband af en we moesten nog een stuk op tempo lopen. Ik kwam nog steeds niet mee en hoewel ik bij elke stap last had van mijn knie, was dat niet ergste. Ik had gewoon Geen Energie. Helemaal niks. Niet alleen mijn benen wilden niet, ik kon ook gewoon niet meer. Ik zweette me kapot bij een hartslag die niet boven de 160 uitkwam! De kikkersprongen sloeg ik over met mijn knie. Maar ik wilde niet opgeven, zo stom ben ik dan ook wel weer, dat ik niet alleen in het donker terug durf te rennen (en dan heb ik nog geen sleuteltje van de fiets). Dus ik rende nog een keer ‘op tempo’ een heel stuk heen en weer. Nou ja, rennen – meer een soort van hobbelen.
En ergens daar had ik door dat ik gewoon ziek aan het worden was. Ik kon de kwebbeltantes bij lange na niet eens bijhouden! Het beste was om maar meteen de halve marathon uit mijn hoofd te zetten. Ik voelde me zo beroerd dat ik dat niet eens erg vond. Dat ik me enorm verheugde op drie weken rust. Per direct ingaand! Ik was zo ongelooflijk uitgeput.
We gingen via een omweg naar het beginpunt toe en ik was helemaal doodmoe. Niet moe zo van: lekker-getraind-wat-zal-ik-slapen-straks, maar moe in de zin van ogen dicht en ik wil alleen nog maar slapen. De cooling down deed ik met mijn ogen dicht, zo uitgeput was ik. De trainer zei nog dat ik moet uitkijken met de knie-blessure, maar ik had intussen door dat het veel dieper zat.
Terwijl ik naar huis fietste merkte ik dat ik ook mijn gedachten nog nauwelijks op een rij kon zetten. Na 8 weken hard werken vanaf juni en daarna 6 weken hard trainen, was ik nu helemaal leeg. Ik was bijna te moe om te douchen. Om 10 uur lag ik in bed, om 5 over tien sliep ik om pas 10 uur later weer wakker te worden. Nog net zo moe en met hoofdpijn kado. Ik heb op dinsdag ook nog 6 uur geslapen en hoewel de koorts ontbreekt, voelt alles aan als een rare griep. Ik heb nergens specifiek pijn, maar ik slaap maar en slaap maar. Zelfs dinsdag- op woensdagnacht weer urenlang. Nu is het woensdag en met dit gebrek aan energie is het onmogelijk een halve marathon te lopen. Ik heb nu ook overal spierpijn: van mijn nek tot in mijn voet.
Drie weken niet hardlopen gaan nu in.
Een rampzalige training en een energieniveau van nul
Uit het Land der Ongemakken: Protest van de Onderdanen

Hier spreken uw onderdanen: namens de benen, knieen en voeten – een open brief:
best hoofd,
we zijn bereid mee te gaan in alle ongemakken, soms laten we van ons horen en zo ook vandaag de eerste kilometers. het was ons bijna gelukt je binnen een kilometer om te laten draaien met onze kleine pasjes, de trekkende pijntjes over de gehele linkerkant. maar helaas… je gaat maar door en door. en om ons te pesten pak je lekker het trapje naar beneden (keurt knie af) en ook nog eens het ruiterpad!
zeg nou zelf, koppie, da’s toch onhandig met dat zand en al dat natte gras en die oneffenheden overal! maar nee, we hobbelen maar door en door, kilometer na kilometer en daarboven ook nog eens klagen over het stagnerende tempo. wij PROTESTEREN. en….het helpt!
we gaan het ruiterpad af en dan maar het betonpad op. maar nu de voeten kunnen opdrogen beginnen de knieën aan hun stutten te trekken: dit is teveel belasting. we zijn nu al 5 kilometer aan het afzien, het is warm met de lange broek aan en het pad is te hard, te zacht, te oneffen en pijnsignalen helpen niks. na 31 minuten geven wij, arme onderdanen de strijd op, op het (beton)pad bij de manege.
vergeet niet dat wij degenen zijn die jouw hierheen helpen hoor hoofd! we willen het bos in over een halfverhard pad en als het even kan willen wij straks zonder knieband, zonder schoenen, zonder pijn, maar mét genoeg energie en ontbijt achter de kiezen om ons te helpen, verder.
veel groeten van de Protesterende onderdanen: de knieën (met name links), de voeten (met name rechts), de bovenbenen (de linker hamstring) en de (rusteloze) kuiten.
Want op dat betonpad naast de manege gebeurden er drie dingen die op zich niks met elkaar te maken hebben: ik kwam zo’n prachtig lopende afrikaan tegen met lichtgevend paarse schoenen, ik liep het bekende bospad in en een stuk voor me uit liep een mevrouw. De afrikaanse man bekeek ik eens goed en ik vond zijn houding zo perfect dat ik weer ‘s aan mijn eigen houding dacht: armen lager, rug rechter. Dat ging al beter. Die mevrouw voor me; die kan ik inhalen! Ja, die kracht heb ik, dacht ik. En dit bospad loopt zo lekker dat ik het gemor van de onderdanen naast me neer kon leggen. Na 6 kilometer kwam ik eindelijk weer eens in mijn ritme. Ik voelde het! Het bos om me heen met de bladeren op de grond, de herfstgeur en de aangename temperatuur raakten me positief aan en ik kon eenvoudig versnellen. Nog voor het bankje was de dame die voor me liep ingehaald. Het ging lekker! Het voelde weer goed om te hardlopen. Samen met de zon brak een glimlach door. In foto’s maken had ik geen zin, hoe hard ik liep bekeek ik niet meer omdat het niet van belang was, want dit was het juiste tempo PUNT. De foto van dat bospad zit in mijn hoofd. Ik dacht aan de mevrouw die ik op woensdag en vrijdag zag lopen en ik ben trots op haar. Met het hoofd vol positieve gedachten kan ik vrolijk de andere snelle hardloopmannen begroeten en de zwoegende hardloopdame. De brug op gaat soepeler dan een half uur geleden en ik kijk mee naar de mooie lucht boven het gemaaide veld. De tijden komen onder de 6 minuten te liggen en ineens heb ik er weer vertrouwen in dat ik de halve marathon in Eindhoven kan uitlopen. Ik ga ietsje rustiger aan doen na 8 kilometer en toch blijft het tempo rond de 10 kilometer per uur liggen.
Het voelt goed aan en op het saaie fietspad in de wijk lach ik stilletjes de onderdanen uit. De positieve gedachten werken stukken beter dan de klachten en de pijntjes. Ik ga net als Paula Radcliffe voortaan weer tellen en mezelf vertellen dat ik dit best kan. Door het gehobbel over dat lastige ruiterpad (daar hebben de benen wel gelijk in) lukken de 10 kilometer net niet binnen het uur, maar ik heb de route keurig gepland. Ik sta na 10 kilometer weer voor de deur. Volgens de telefoon heb ik daar een uur en 18 seconden over gedaan.
In het bos is de garmin het spoor weer wat bijster geraakt en daardoor doe ik er volgens garmin langer over. Het zal me wat! De rest van de dag kan ik vooruit met het goede gevoel wat hardlopen moet geven. Ondanks de klachten van de het onderstel.
Langzame lange duurloop
Lange broek aan, t-shirt: dat is een ik-kan-niet-kiezen keuze. Maar ik koos wel weer eens voor de “oude” marathonschoenen, de blauwe. Fijn vertrouwd. En voor een knieband. Veiliger. Ik had geen tabletten meer merkte ik. Om kwart voor negen stond ik mijn loopmaatje en we gingen aan het hobbelen. De eerste kilometer was ik bezig met rommelen met mijn belt en proberen niet verkrampt te lopen. Beide mislukte.
In de tweede kilometer liet ik de belt voor wat ie was: een stom ding. In de derde kilometer vond ik een soort van ritme en ging de verkramping eraf. De passen werden ook iets groter. Het tempo werd niet hoger. Bleef rond de 6:30 schommelen. Voelt hobbelig en langzaam. Het was zonnig. In de vierde kilometer was de omgeving te vertrouwd en leek het allemaal nog zover weg.
Kilometer vijf was midden op de dijk, op het rondje terug. We hobbelden verder en verder. Ik vind het niet meer spannend, niet moeilijk, maar ook niet meer interessant of echt enorm genieten. Het was prachtig weer (al had iets minder zon gemogen), het was geen moeite, er was geen pijn: waar blijft het Grote Genieten dan toch? Dat ontbreekt er gewoon even aan. Kilometer 7, 8 en 9 gaan voorbij in 6:22. We komen een schoolklas tegen, kletsen over hardloopevents, mede-hardlopers, katholicisme en onze lagere school. Kilometer tien. Ik drink weer wat. Daar is de mevrouw die ik op woensdag ook altijd zie! Ze wandelt niet langer, ze loopt nu ook echt hard. Ik ben trots op haar.

Kilometer elf alweer en het tempo daalt iets, maar blijft rond de 6:30. Wat zijn dit toch een fijne schoenen. We halen een clubje sportende vrouwen, waarvan 3 moeders van school in. Kotterbos. Fietspad. En ineens ben ik de weg kwijt. Ik heb geen idee waar ik ben! Heel raar. Het duurt ook maar even, maar alles om me heen is onbekend. Ik denk nog wel even aan de eerste keer dat ik hier een halve marathon liep en er natte sneeuw lag. Ik heb niet zoveel meer te kletsen en ik voel dat dit niet de halve marathon afstand gaat worden!
Na 14 kilometer gaan we ‘mijn’ bospad op. We besluiten dat nog uit te lopen en het is er zo fijn! Het ruikt er lekker en even krijg ik er weer zin in. Waarom zouden we niet gewoon tot de Albert Heijn doorhobbelen? Maar ik geloof dat mijn loopmaatje ook last heeft van spierpijnen en vermoeidheid. Het tempo daalt nog wat en na 10 Engelse mijlen is het ook wel zat geweest. We zijn de brug over, ik ga nog tot de volgende hekjes en na 16 kilometer in een uur en drie kwartier laat ik het erbij. Ik had twee uur gemoeten en 18 kilometer, maar “Nou En”. Het gemiddelde tempo is precies 6:30 per kilometer.
Uiteindelijk wandelen we op flink tempo door en na twee uur (exclusief albert heijn bezoek waar ik eindelijk een colaflesje met mijn naam vind) staan er precies 18 kilometer op de teller. Heb ik me tóch aan de opdracht gehouden. 🙂

Sloom stukje hardlopen en een wijs besluit
Ik heb al twee dagen gewandeld. Samen met mijn schoonmoeder door de Hilversumse bossen en gisteren op mezelf langs de Oostvaardersplassen.
Wandelen gaat langzaam en zeker alleen is het tamelijk ongezellig. Maar voor mijn knie is het werelds, die vind dit een prima beweging. Vandaag was het feestje voor de knie voorbij. In dit heerlijke herfstweer moest het wandeltempo maar weer eens een (rustig) hardlooptempo worden. Door het bos.
Al in de eerste kilometer wilde ik opgeven! Dat is me nog niet vaak gebeurd. Mijn knie voelde zich hoogst oncomfortabel. Mijn stappen leken helemaal ongelijk en kwamen qua ritme niet met mij overeen. Ik ging naar de muziek luisteren die ik op het laatste moment gelukkig nog had meegegrist en nam ook nog de verkeerde kant op het andere bos in! De eerste kilometer ging rampzalig langzaam.
Tijdens de tweede begon ik er een heel klein beetje in te komen, maar de tijden bleven in de hoge 6 minuten hangen. En ik ook. Ik leek niet vooruit te komen. Ik kon ook niet goed een routekeuze maken en kwam achter de wijken terecht. Alsof ik alsmaar niet te ver weg van huis durfde: ik kon gewoon wandelend naar huis. Toch begon ik in de derde kilometer mijn draai iets te vinden. Alles was nog steeds gevoelig: mijn knie, mijn voet, mijn hoofd, ik had trek en ik vond geen ritme, noch een goed gevoel in het hardlopen.
In kilometer vier, langs de hogering, zag ik ineens helder mijn probleem: ik heb maanden mentaal veel stress gehad en toen ik vond dat dat voorbij moest zijn, ben ik mezelf lichamelijk gaan uitputten met het idee dat ik ‘wel even’ in 6 weken een halve marathon in een toptijd kan lopen. Ik had mezelf beloofd dat ‘nee’ ook een antwoord kon zijn, maar dat was ik uit het oog verloren. Het gaat niet om die twaalf seconden die ik op de 10 kilometer te kort kom, het gaat erom dat ik nu het plezier in hardlopen kwijt ben. Of dat wedstrijdstress is of overtraindheid maakt eigenlijk niet uit. Het leven hangt niet af van het feit of ik de halve marathon in eindhoven in 1uur50 loop of niet; pa en ma zijn er toch niet bij (daar komt veel zeer vandaan, lijkt het). Ik besloot de halve marathon-tijd te laten voor wat die is en de hele ‘opdracht’ uitlopen te laten worden. Er viel een last van me af werkelijk. Ik kon weer vooruit kijken en warempel: de tijd kwam rond de 6 minuten te liggen! Ik loop 5 kilometer in 31 minuten. Nou – wow.
Ik had een route-idee door het bos, want dat had ik mijn zoon beloofd en ineens vond ik het ook wel best: als ik dan maar 7 kilometer zou lopen in 45 minuten, de helft van de tijd waarin ik het gisteren gewandeld heb. Daar doe ik mijn best nog voor (maar moeilijk is dat niet). Ik moet lachen om hardlopende jongens die foto’s maken en zwaai zelfs naar de wegwerkers. Intussen ben ik overtuigd dat mijn lange broek en lange mouwen een vergissing zijn. Ik draai mijn lievelingspad op en het tempo gaat weer omlaag.
Het ruikt lekker, het is mooi met de laaghangende mist, maar mijn eigen tempo is helemaal zoek geraakt. Ik heb het gevoel maar wat rond te hobbelen. Ik haal de 7 kilometer in 44:27 ruim binnen de tijd, maar het lijkt me niet meer echt vrolijk te maken. Dit stuk bos is prachtig en over de open ruimte die volgt,
blijft er een vogeltje voor me uit vliegen. Ik krijg ‘m niet op de foto. Na 8 kilometer heb ik simpelweg geen zin meer. Het is wel klaar met mij en het hardlopen. Het tempo en de runner’s high ga ik vandaag niet meer vinden. Er is nog een lieve mevrouw met een leuke hond en dan kom ik bij de brug. Ik kom studentjes tegen en om ze te ontwijken op de brug, besluit ik nog langs de plassen te lopen. Ik weet niet waarom, want het tempo is compleet weg. Ik blijf gewoon maar kilometers rennen boven de 6:30 en toch is het allemaal behoorlijk mooi en stil. De zon komt erdoor en dan is de lange broek echt niet fijn meer. Hoewel ik de weg goed ken, ben ik het spoor bijster: ik weet niet hoe ver het nog is naar huis (hoe vaak heb ik dit al gedaan?!), ik weet alleen dat ik blijf lopen tot het centrum. En dan? Dan loop ik door tot het trapje.
Na 9 kilometer krijg ik steken in mijn rechterzij. wattus?! Ik ben het centrum voorbij en ga 10 kilometer niet eens meer in een uur halen. Het is op. Ik ga wandelen. Ik ga gewoon wan-de-len! Ik fotografeer nog 1 paddestoel en zie dezelfde mevrouw als vorige week. Ik wandel tot het trapje.
Ik ga nog een stukje hardlopen, maar het lijkt echt nergens op. Het voelt ook nergens naar. Dus haal ik het geren net tussen de twee bruggen in en dan besluit ik uit te wandelen door het park. Ik heb 10 kilometer erop zitten en daar heb ik een uur en 5 minuten over gedaan (of zoiets – het zal me wat). Ik voel me een zwakkeling dat ik wandel in mijn hardloopkleding, maar ondanks 9 uur slaap vannacht voel ik me gewoon moe. Ik wil graag de halve marathon lopen in Eindhoven en daarna ga ik drie weken uitrusten en niet hardlopen. Ik heb stiekem voor daarna wel weer een plan, maar laat ik nu eerst toegeven dat ik simpelweg iets teveel van mezelf heb gevraagd. Hé, ik zit in de senioren-categorie bij hardlopen! 🙂
Voordeel van dit tempo en van deze loop: mijn knie en mijn voet durven de rest van de dag niet te protesteren en laten die kant over aan het hoofd wat heen en weer geslingerd wordt tussen: “accepteer het nu dat deze halve marathon het niet wordt” en “als ik nu eens een keer weer een flinke intervaltraining doe en mezelf op de proef stel, zou ik dan niet wat meer zelfvertrouwen krijgen”. Ook pijnlijk vermoeiend.
Een gouden medaille voor slecht lopen
Ik had gisteren de hele reeks aan redenen genoemd waarom ik het niet zou gaan halen. De grootste stond er nog niet eens bij en was wel het gebrek aan zelfvertrouwen. Angst voor blessures, om het niet te kunnen, het niet binnen 50 minuten te halen. Ik had een haas in mijn loopmaatje (iemand die meeloopt voor het houden van tempo) en een knieband om (hoewel dat niet helpt volgens de fysio).
Gelukkig hoefde ik aan de lijst van redenen niet ‘slecht slapen’ toe te voegen, maar ‘slecht eten’ mag toch wel en ‘zenuwen’ ook absoluut. Mijn hartslag op de heenweg in de auto lag op 94 – behoorlijk hoog. We waren op tijd (eerst naar de WC), startnummers ophalen (weer naar de wc), kijken bij de start en de auto proberen te verplaatsen (nog ‘s naar de wc) en een stukje inlopen wat de zenuwen noch het zelfvertrouwen kon opvijzelen. Om 5 voor 1 drongen we wat naar voor in het startvak. De 5 kilometer startte ook om 1 uur voor 1 rondje: 10 kilometer-lopers moesten 2 ronden. In de eerste kilometer heb ik op vrij lompe wijze mensen ingehaald tot ik behoorlijk vooraan liep. Er gebeurde voor mij een wonder: het snelste meisje van Almere haalde ik in! Voor mij was de race toen al geslaagd 🙂
(als er meer foto’s komen, zal ik die erbij zetten)
De eerste kilometer liep ik veel te hard. Veel, veel te hard met een tijd onder de 4:40. Mijn hartslag liep op naar 170, maar mijn ademhaling kreeg ik niet goed onder controle. Daar baalde ik van en ik kreeg mijn gedachten ook niet op orde. “Dit kan ik niet”, vormde de basis. Voorts kwam alles in de trant van “dit is niet leuk” en “ik had meer moeten eten” ruimschoots voorbij. Het is dan ook absoluut geen leuk fietspad in de zon om over te lopen, al niet toen we uit Weesp kwamen en het tempo héél wat lager lag. De tweede kilometer haalde het snelle meisje ons weer in. Terecht hoor. Hoewel ook kilometer twee nog (net) onder de 5 minuten zat. We gingen de bocht om en even onder de bomen lopen. Het verdreef de negatieve gedachten niet. Integendeel. Het hielp me ook niet dat ik een haas had. Ik voelde me alsof ik hem aan het ophouden was en niet mijn eigen race kon lopen. Alsof ik iets moest bewijzen wat ik niet kon. Ik wilde het graag opgeven. Gewoon stoppen op 5 kilometer na 1 rondje: 50 minuten was onhaalbaar in dit veel te hoge tempo.
Ik probeerde mijn ademhaling wat meer onder controle te krijgen en dat lukte best een beetje omdat er ook dames (van de 5 kilometer) werden aangemoedigd door een triatlon-coach-fietster. We haalden ze in. Op naar de volgende vrouw! Dat ging gemakkelijk. (lichte glimlach) Tussen de 3 en de 4 kilometer ging ik wat aan het mopperen tegen mijn haas en vertellen dat ik er heus mee ging kappen. Mijn hartslag ging nog wat omhoog en het tempo bleef net boven de 5 minuten liggen, maar ik kon de rust niet vinden. Ik voelde me wat misselijk. Ik beloofde de tien kilometer uit te gaan lopen binnen het uur, dat gaf iets rust. Na 4 kilometer stuurde ik mijn haas vooruit en het is aan de ene kant frustrerend dat hij moeiteloos zijn tempo ernstig omhoog gooit en aan de andere kant voelde ik me bevrijd. Nu was ik weer alleen met mijn gedachten. Langs het topsportcentrum (weer even schaduw) en ik ging gewoon langzamer lopen. Niet echt zeer veel langzamer natuurlijk, maar het voelde in elk geval wat kalmer.
Ik ging door de finish en zag de vrouw die ik al had ingehaald en die mij intussen weer ‘te grazen’ had langskomen en finishen! De tijd stond nog op 24 minuten en ik dacht niet meer aan stoppen. Ik hoefde ook niks te drinken en daar had ik geen spijt van toen ik een andere dame inhaalde, maar iets verderop in de zon toch weer wel. Weer dat vreselijke fietspad in de zon. Er fietste nog een moeder ook met haar jonge zoontje wat net kon trappen! Ik werd ingehaald door mannen en besloot met grote stelligheid dat ik dit fietspad NOOIT meer zou lopen. Mijn tijd lag rond de 5:30 en voelde inmiddels comfortabel aan. 6 kilometer in 31 minuten – ondanks de bezwaren in mijn hoofd was ik niet langer ontevreden. In een uur moet het lukken, dat ga ik toch wel doen, dacht ik. 7 kilometer in 36 minuten exact. Dat gaf me wel een goed gevoel. (nog een glimlachje)
Inmiddels liep ik op met een man die precies mijn tempo had. Heel vlak 5:26. Ik bleef twee kilometer lang achter hem hangen. “U bent de derde vrouw” meldde een vrijwilliger langs de kant en dát was de opmerking die me echt op de been ging houden! Intussen bewonderde ik de quads en minimotoren. Ik wilde graag bij de man blijven tot de bushokjesdump en de laatste anderhalve kilometer nog wat versnellen. Maar ik was wat misselijk geworden en na 8 kilometer kon ik alleen nog maar denken aan uitlopen en dat dat niet in 49 minuten zou lukken. Kilometer 9 werd met 5:39 veruit de langzaamste, sjips. Had ik daar maar even door kunnen zetten… Nog een klein stukje en mijn haas liep nog net even mee. Ik baalde ervan dat het me niet in mijn beoogde tijd ging lukken, maar dat ik in elk geval derde werd. Een trainster die mij heel goed kan aanmoedigen stond langs de kant en gaf me de kracht om het nog net af te maken. De spreker zei warempel mijn naam goed! Gelukkig lachte ik daar nog om toen ik finishte.
Mijn knie en voet deed geen pijn, maar ik was aan het schelden en ik was woedend toen ik de klok op 50 minuten zag springen net voor ik de finish overging. Te lang! Ik had er te lang over gedaan en slecht gelopen. Wat een neerdalende tempolijn. Ik was echt niet blij, hoe stom is dat als je in de top drie gefinished bent? Ik dronk wat sportrank en een appel hielp me ook wel iets, maar ik was erg kwaad op mezelf, hoewel ik minder dan 20 seconden over de 50 minuten heen was. Maar eerlijk is eerlijk, het waren geen tien volle kilometers geweest. Ik liep naar de trainster en andere clubleden die toch echt dachten dat ik tweede was zelfs. Met de medaille in mijn hand ging ik rondwandelen om de knie niet op te sluiten nu. We deden een jas aan en misschien was ik naar huis gegaan, maar nu wilde ik weten of ik tweede of derde was! Er was zelfs een seniorencategerie voor veertig-plussers.
Gelukkig keek ik niet naar mijn hartslag, want ik was helemaal in de zenuwen toen en jawel! Ik was EERSTE in de categorie dames 40+ geworden met een tijd van 50:12. (twaalf seconden maar, grmbl)
Ik kreeg een gouden medaille!
De rest van het podium was al naar huis (en met een gevoelige knie is de 1 best hoog). Het vergoedde heel wat van mijn boosheid en ik voelde me er wel degelijk beter door, maar het neemt niet weg dat ik slecht gelopen heb en weer in wat valkuilen getrapt ben zoals: te weinig eten en drinken van tevoren, totaal gebrek aan zelfvertrouwen en (hoe vaak nog?!) te hard starten. Ik heb het doel om de halve marathon over twee weken in 1 uur en 50 minuten te halen bijgesteld naar een nieuw persoonlijk record (dus: sneller dan 1 uur, 56 minuten en 30 seconden). Ik hoop dat het dan regent. 😐
Op weg naar huis was mijn hartslag in de auto gedaald naar 73 slagen per minuut. Dat was minder dan een uur ná de wedstrijd en nu was de hartslag lager dan op de heenweg! Ik zou wel iets willen doen aan die blokkerende wedstrijdstress, want vandaag heeft het me niet geholpen.


Verder ben ik best blij met mijn eerste medaille en ik hoop dat het niet de laatste zal zijn, maar ik heb toch geen goed gevoel over de wedstrijd. In de loop van de dag (na nogmaals winnen, maar dan zittend met een bordspelletje) speelt mijn knie wat op en is traplopen een verzoeking.
Ik was inderdaad de derde dame overall. Op een totaal van 35 dames niet heel slecht. 27ste van de in totaal 90 deelnemers.
319=startnr 1=positie 🙂 24:08-eerste doorkomsttijd (na 4,8km) 26:04- tweede doorkomsttijd 50:21 bruto 50:12 netto
Blauwe plekken, joggen en 10 goede redenen…
Gisteren heeft de fysiotherapeute mijn knie behandeld, wel een uur lang. Ik moest ermee blijven wandelen door de dag heen. En jawel, het gaat echt beter! Ik voel mijn voet weer zelfs…. ook al zit die los en is die goed genezen. Vanmorgen zat er een blauwe plek op mijn knie. Daar had ik last van. Nog meer last had ik van de weegschaal die aangeeft dat ik teveel extra’s mee moet sjouwen.
Toch ging ik aan het eind van de middag lekker een rondje joggen: een kort rondje moet het worden op laag tempo JOGGEN. Ik wil de wijk niet uit en mijn kleine man gaat mee. Eerst rennend, maar eigenlijk gaat hij veel te hard 😉
Ik zie aan mijn houding dat ik me hier al een hobbezakje voel. Het is warm en deze driekwartbroek zit niet alleen te strak, maar drukt ook nog op de blauwe plek! We lopen de straat uit en ondertussen houdt het jochie adem over voor een spelletje met dierenletters! Ik zal blij zijn als hij dadelijk zijn fietsje pakt en ik langzamer kan gaan 🙂 De eerste kilometer doen we in 6 minuten. Dan komt meneer naast me fietsen en hij vindt dat ik veel te langzaam ga…..
We lopen alle straatjes door en de knul heeft gelijk: ik doe 6:30 over een kilometer. Het gaat tergend langzaam voorbij en het is warm buiten. In de laatste straat doen we 1 lantaarnpaal langzaam – 1 snel. Meneertje de trainer dwingt me het de hele straat vol te houden… Fijn zo zeg.
Uitlopen via de trapjes gaat zo mogelijk nog langzamer. De tijd per kilometer loopt op tot bijna 7 minuten! Ik hobbel echt door het park en snap best dat je zo langzaam niet kunt fietsen! Mijn blauwe plek doet pijn en dan mag meneer de weg bepalen. Ik ga nogmaals op en neer en het wordt een leuk vormpje:

Ik wil wel stoppen als de 5 kilometer erop zitten en ik daar beschamend lang over heb gedaan (dik een half uur), maar het rondje moet nog afgemaakt worden hoor ik streng vanaf de fiets! Het moest een rondje joggen zijn in langzaam tempo en dat is het geworden, maar ik zie nu nog meer op tegen de wedstrijd!Hoe kan ik morgen nu sneller zijn? Ik weet wel tien goede redenen waarom de wedstrijd een mislukking wordt!
1) Het wordt warm >20 graden
2) Mijn knie is nog steeds gevoelig en de blauwe plek is nu geel
3) Mijn hak blijft zeer doen, maar niet tijdens het lopen, dus dat kan ik niet beoordelen
4) Ik ga het nooit halen in 50 minuten!
5) Ik ben te dik en sleep minstens 5 kilo te veel mee
6) Vorige week heb ik een training gemist
7) Ik moet fit zijn om maandag met mijn schoonmoeder te kunnen wandelen
8 ) Slecht eten en slecht slapen en weinig drinken
9) De motivatie is nog steeds niet helemaal terug, want ik heb geen vastomlijnd einddoel. Die halve marathon is nauwelijks haalbaar
10) ‘s Morgens ben ik een stijf, stram hobbezakje.
11) Een nieuw PR is absoluut onhaalbaar
12) Ik moet alles opsparen voor de halve marathon, om die binnen de twee uur te lopen (1:50 hoeft al niet meer)
13) Ik voel me verkouden
14) Mijn hartslag wil niet meer zo hoog worden
15) Ik heb geen afspraak bij de fysiotherapeute gemaakt voor deze week
16) Er gaat iemand voor me lopen, dus ik kan mijn eigen tempo niet bepalen. Ik weet nog niet of dat goed of slecht zal uitpakken
OH! Dat zijn al 16 redenen. Moet ik er morgen 1 kiezen?!
Rondje met de klok mee – tegen de rest in blijkbaar.
Atletiekles. Een uur. Voor het kind althans. Meestal zit ik naast de baan te wachten, maar vandaag was de atletiekbaan het beginpunt van het rondje. Een rustig rondje. De knie blijft protesteren, ook na de fysiotherapeutische behandeling. Het is 16 graden, dus ik heb een korte broek aan. De hartslagmeter heeft kuren, want wandelend loopt de hartslag volgens dat ding al op tot 185. Lijkt me sterk… Ik vind het wel spannend om te rennen (haal ik het wel, ben ik niet geblesseerd), maar zo’n hoge hartslag is echt wat overdreven.
Al in de eerste 50 meter blijkt dat ik de autosleutel in de hand moet houden. Tamelijk onhandig. Ik besluit 2 kilometer langzaam te lopen, dan 1 kilometer hard. Dus kilometer 3, 6 en 9 moeten op tempo. Het is even de weg zoeken in de wijk richting de vaart. Ik loop met de klok mee, heb ik het bekende stuk voor het laatst. Het is stil overal. Toch zijn de eerste 2 kilometer niet erg langzaam met 5:38 en 5:34. Ik heb even last van mijn rug en dan gaat het vloeiend, hoewel ik de hele weg mijn knie zal blijven voelen. Ik heb inderdaad het lef om de derde kilometer grotere stappen te nemen. Tempo is 5:16
Hierna mag ik weer twee kilometers lekker van de omgeving genieten.

Bedoel je dit soort stille, volkomen verlaten wegen, zus, als je zegt dat hardlopen zo akelig eenzaam is? Dat er zoveel enge mensen zijn? Ik zag aan deze kant van de vaart helemaal niemand. Pas bij het gemaal zie ik een andere hardloopster. Ik herken haar lange broek, want ik heb ‘r net nog gezien bij de atletiekbaan! Ik zwaai vrolijk en vind het reuzeleuk een medeloopster te zien op precies de helft. De helft?! Dit is pas kilometer 4,5 en ik wil door voor tien!
Ik ga het Wilgenbos in en geniet van de brug, het wilde bos en warempel! nog een hardloper. Deze man ken ik zelfs van de club. Ook hij komt me tegemoet en ik weet dat hij ook bij de atletiekbaan is begonnen. Verder is het doodstil in het bos – sorry zus 🙂
Kilometer zes gaat weer op tempo en dat tamelijk moeiteloos. Maar het sluisje zorgt voor een lichte vertraging. 5:15 De sleutel die ik alsmaar moet vasthouden wordt echt irritant. Kilometer 7 en 8 gaan richting de 6 minuten (maar net niet helemaal)

Verdraaid, ik zie aan de andere kant mijn “mede/tegemoet”loopster. Ik kan even niet harder, ik wil alles in de negende kilometer stoppen. Ik heb er nog net de tijd voor, maar zal een ommetje moeten maken. Ik ga langs de tussenring op de ventweg en mijn passen zijn groot, mijn ademhaling moeizamer en ik denk dat mijn hart dit best kan. Het zou mooi zijn als de kilometertijd eens met een 4 begon en ja hoor! ik haal het net: 4:57. Ik moet even twee keer kijken 😀
Kilometer tien gaat langzaam, rustig aan. Ik heb er 8 minuten de tijd voor als ik om 7 uur weer naast de baan moet staan, maar als ik daadwerkelijk weer bij de atletiekbaan sta heb ik nog anderhalve minuut over voor het zeven uur is. Ik ben om 2 minuten over zes vertrokken. Met een gemiddelde van 5:39 per kilometer en een hartslag van 152 hoeft ik me niet echt slecht te voelen voor een trainingsrondje, maar ik vraag me toch ernstig af hoe ik nog 7 minuten sneller zou moeten lopen in een wedstrijd. We gaan het zien. Dan heb ik ook vast van tevoren gegeten, dat was er vandaag niet van gekomen.
De loopster in lange broek is er al en ik spreek haar aan, maar ik durf haar niet te vragen hoe lang haar rondje was.
Rondje door het donkere bos
De knie is hard aangepakt door de fysio (dat zal je leren!) en blijft de hele dinsdag beurs voelen. Het maakt dat ik me oud en krakkemikkig voel en daardoor vergaat de zin in hardlopen me. Als het elke keer pijnlijk is, waarom zou ik niet stoppen met dat geren dan? Waarom zou ik dan zondag een 10 kilometer wedstrijd gaan lopen? Om te kijken hoe mijn knie zich houdt en omdat het van de fysio mag, komt mijn loopmaatje mij om half 9 ‘s avonds ophalen. Dan doet mijn knie al veel minder pijn, want ik kan moeiteloos de stofzuiger de trap opsjouwen. Het lijkt dus niet echt aan de pijntjes te liggen.
Mijn telefoonprogrammaatje doet het niet. ohnee! Mijn horloge gelukkig wel. We besluiten het bos in te gaan, hoewel het inmiddels hartstikke donker is. In mijn eentje zou ik dat nooit durven! Maar ik ben gelukkig niet alleen, anders zou ik waarschijnlijk niet eens buiten zijn geweest! Weer voel ik me de eerste twee kilometers een oude vrouw die wat voorthobbelt. Daarna komen we kletsend in het bos uit en het volgen van het zilveren fietspad en luisteren naar ons geklets vergt genoeg aandacht. Ik heb regelmatig zin om gewoon te stoppen, maar dan loop ik in mijn eentje in het donkere bos, dus da’s geen optie.
Nog steeds ongeïnspireerd, maar inmiddels wel volledig pijnloos lopen we door het donker. Dan zie je het beter als met lampje. Zou het komen omdat ik inmiddels uitgedaan ben en me bijna ga vervelen en er niks is om me druk over te maken? Ik kijk niet eens naar de tijden die we lopen: het voelt aan alsof ik over elke kilometer 8 minuten doe. In werkelijkheid valt het mee.

Hoe minder zin, hoe sneller we gaan! Ik voel me ook helemaal niet geroepen om harder of verder te gaan lopen. Gewoon de overbekende fietspaden graag. Ik heb nog geen idee waarom ik er maar niet lekker inkom. Het is niet ongezellig of saai, maar ik voel me echt een sloom ezeltje. Mijn pasjes zijn klein en dat werkt blijkbaar verwarrend. Na een kilometer of 8 heb ik eindelijk het gevoel dat het wel goed gaat, maar dan is de meeste energie al opgesoupeerd.
In het park daagt het me opeens, we hebben bijna de 10 kilometer gehaald en dan snap ik het van mezelf waarom ik blokkeer: ik ben gewoon doodsbang voor de wedstrijd van zondag! 10 Kilometer op snelheid moeten lopen durf ik niet meer. Ik ben toch niet meer zo snel als eerder, ik hoeft het ‘maar’ in 50 minuten te doen en toch heb ik nu al wedstrijdvrees…. Bang om weer een blessure op te lopen of juist te zacht te gaan en mezelf teleur te stellen. Alle pijn uit mijn knieën en enkels vloeit weg en mijn passen worden groter en zelfverzekerder. En dan piept het horloge dat ik 10 kilometer heb gehaald. Dik een uur. Het is goed geweest. Ik heb nog een paar dagen de tijd om mezelf moed in te praten:
Het maakt niet uit als je 50 minuten over de 10 kilometer doet – Je moet gewoon niet geblesseerd raken – Ook al loop je een halve marathon in 2 uur, da’s ook goed!
Meer kan ik er nu niet verzinnen en misschien zegt dat wel genoeg.
Linkerknie contra rechtervoet
rechtervoet: “ik doe al maanden mijn best. pijn. peesplaat. pijn in de hak. ze moet nu echt maar eens luisteren met dat hoofd! HALLO hoofd, hier rechtervoet, ik doe pijhijn! hou ‘s op met dat geren. stop het gehol”
hoofd: “hardlopen zullen we. lekker ruimte maken voor de gedachten, heerlijk! tempo’s verbeteren. het gaat supergoed! hou ‘s op met zeuren daar beneden, slaat nergens op. we kunnen hard hoor!”
rechtervoet: “auw auw. niet naar de knijpmevrouw gaan. plies. ik doe netjes de oefening. maar ben ik niet duidelijk genoeg? hoe stijf zal ik me houden? kan ik hulp zoeken om het hoofd iets duidelijk te maken? hellup?!”
linkerknie: “hulp? okee. hier. ik doe meestal mee met het hoofd; geen bezwaar – lekker rennen. maar rechtervoetje, als je hulp nodig hebt – hier ben ik hoor. wat moet ik doen?”
hoofd: “doe lekker niks zeg, bemoei je er niet mee”
rechtervoet: “beetje onsteking en stijf zijn helpt niks: je moet echt iets wezenlijk pijnlijks doen”
hoofd: “hou op daar onder zeg. loop gewoon lekker mee en ga normaal doen, we moeten sneller en wedstrijden lopen en oefenen weten jullie wel?!”
linkerknie: “uhm…..ik heb toch al ooit iets gedaan? hum, hoe was het ook weer? teveel kilometers, iets met opbouw…..”
hoofd: “jaja, het was toen teveel kilometers in te korte tijd. maar nu mogen we lekker door het gras enzo, mooie uitzichten. lekker natworden en keurig uitrekken.”
linkerknie: “ohja, ik weet het weer!! buitenste banden iets teveel aanspannen. ik doe mee hoor rechtervoet, en ik kan het beter ook! let maar op!!”
hoofd: *kreun*
linkerknie: “ik weet het nog! ik weet het nog! ik doe ook weer mee! leuk pijn doen! voelen jullie mij?! hoofd?! rechtervoet? gaat ie goed zo?”
rechtervoet: “HéHé, niet zo hard, zo val ik niet meer op.”
hoofd: *zucht* “okee, okee, dan slaan we vandaag voor één keer, horen jullie dat goed: voor één keer een training over. trouwens: ik zal jullie hebben: we gaan meteen naar de fysio”
rechtervoet en linkerknie: *kreun*
Een goed getimede ronde in Eindhoven, natuurlijk met regen!
Zondagochtend, half 8. Ik logeerde bij mijn zus en had niet best geslapen. Gisteravond waren we in de sauna, dus ik denk dat een temporondje voor de ontspannen spieren wat te veel gevraagd is. het regent. Ideaal om in bed te blijven liggen dus. Maar dat komt het humeur niet ten goede en vandaag heb ik geen tijd meer om te gaan lopen, want ik heb veel gesprekken te voeren met oude bekenden en familie. OPSTAAN, korte broek aan, telefoon in plastic tasje en om kwart voor 8 stond ik buiten. Ik twijfelde nog even: zou ik 10km ‘elke kilometer harder’ gaan lopen? Ik liet het van de eerste kilometer afhangen, maar mikte op een tijd van 6 minuten per kilometer.

Het was stil en nat op de Eindhovense straten. Bekend! De Marathonlaan oversteken was een makkie: er was geen auto te bekennen. Ik ging langs de sportvelden en voelde me een hobbelzakje. Ik zag konijnen en werd met nootjes bekogeld door een eekhoorn! Agressief wild in Eindhoven zeg. Ik nam het stukje waar de halve marathon ook langs komt om te proberen of ik daar ga lopen en jawel: de eerste kilometer in een prachtige tijd van 6:01. Wist ik nog niks of ik sneller zou gaan (maar niet tot de 10 kilometer) of gewoon alles vlak op 6 minuten zou lopen. De Boschdijk oversteken leverde evenmin enige vertraging op. Ik heb nu gemerkt hoe weinig stoplichten er zijn in Almere!
Ik ga langs de Anthony Fokkerweg aan het lopen en het blijft gestaag regenen. Kilometer 2 loopt letterlijk en figuurlijk lekkerder en met een tijd van 5:46 besluit ik 5 km op te bouwen (elke km harder) en dan 5 km af te bouwen. Kilometer 3 houdt zich keurig aan mijn ‘regels’ en gaat in 5:41. Ik kom op dreef! Het is best een lang stuk zo onder de spoorbrug door. Ik kom niemand tegen en het wordt allengs lichter buiten. Kilometer 4 gaat met 5:34 helemaal volgens plan en dan draai ik het fietspad langs de herdgang op.
De regen zet door en ik zet ook door: ik moet toch echt een kilometer aanzetten om nog sneller te gaan! Mijn benen hebben het naar hun zin en ik kom warempel een andere hardloper tegen! Wat een rare, wie gaat er nu lopen met dit weer zeg?! Daardoor mis ik de 5de kilometer, potverdorie. Het moet wel sneller gegaan zijn en ik ga meteen vertragen en een foto maken. Achteraf ga ik 5:11, dus de missie verloopt vlekkeloos. Kilometer 6 gaat in 5:45 en dat vind ik dus ook goed. Ik ga om het bos heen, van mijn zus mag ik er niet doorheen in mijn eentje. Het wonder wil dat er nóg een gek loopt door dit hondenweer, zelfs met hond! Ik zie ook een verzopen fietser. Daarna is het stil. Er is een kilometer lang niemand te bekennen. Terwijl ik midden in de stad loop langs een enorm Philipsgebouw. Niemand! Kilometer 7 gaat netjes precies in 6 minuten.
Wederom is het oversteken van de Boschdijk, normaal toch een grote, drukke 4 baans weg, een makkie. Hoewel het intussen half 9 is, lijkt Eindhoven te slapen. Het valt op deze manier niet mee om langzamer te gaan lopen. Hoewel ik niks heb gegeten, heb ik ook geen trek. Kilometer 8 gaat in 6:19 en voelt al traag aan, ik ben bang dat ik de laatste kilometer moet wandelen zeg!! Ik neem zomaar een willekeurig pad en warempel zijn er opeens een handvol hondenbezitters die hebben gewacht tot het droog was. Het lijkt een drukte van belang. Ik kom via het pad op een stuk wat ik lijk te herkennen van de halve marathon van vorig jaar omdat ik de Pitstop zie, wat ik toen al een stomme naam vond voor een kindercentrum (als het dat is). Ik ga nog even iets sneller, want met al die honden en foto’s heb ik genoeg vertraagd. Kilometer 9 gaat in 6:26. Hoe kan ik nog langzamer zeg? Voor het eerst hoop ik stoplichten nodig te hebben, maar het mag niet baten. De eekhoorn bij de sportvelden heeft plaats gemaakt voor een horde kinderen-met-spikes die niet met nootjes gooien. Ik maak een ommetje door het bos achter mijn zusjes huis en neem alle tijd voor een foto.
Het is gestopt met regenen en ik krijg trek in de zondagse warme broodjes. Ik kan de dag die komen gaat nu weer aan en voel me een stuk beter dan gisteren! Kilometer 10 gaat in de superlangzame tijd van 7:22. Het was best moeilijk om langzamer en langzamer te gaan, hoe gek dat ook klinkt. Het lijkt alsof er uit alle hoeken ineens hardlopers komen opzetten nu het droog is. Watjes!Ik doe over de 10 kilometer precies een uur. Exact. Kom maar op met die reünie en die familiedag en nog zo’n 200 kilometer rijden voor de boeg: al is het de hele dag zonnig (en dat zal het blijken te zijn), ik kan alles weer hebben!



