Proberen II

Het ging niet goed. Tenminste: niet met mijn knieen, mijn voet, mijn blessures. Ik had eigenlijk de dag nadat ik had hardgelopen van alles weer ‘een beetje’ last. Daar baalde ik van. Daar baalde ik ENORM van. Daar BAALDE ik ÉNORM van. Ik ging weer wandelen (balend) en fietsen (balend). Niet dat dat pijn deed, maar ik voel gewoon weer alles alsof ik voor niks heb stilgezeten. Balen.
Maar ik laat me niet kisten: ik ga gewoon voor de herkansing. Ik doe geen strakke broek aan, gewoon een lekker slechte katoenen sportbroek (die lekker zit) en mijn marathon-schoenen. (die ook lekker zitten) Het plan is….. ‘ik zie wel‘ 3 Kilometer minstens. Desnoods wandelend (terwijl ik er eergisteren bijna 6 wandelde). Desnoods deels wandelend. En ohja, ik heb gewacht tot het regent natuurlijk. Van die saaie, grijze drizzle.
Kilometer 1: Mijn hartslagmeter werkt niet. Mijn reserve hartslagmeter werkt niet. Mijn telefoon vergeet ik aan te zetten (blijkt achteraf). En ook daarvan werkt de hartslagmeter dus niet. Mijn regenjasje zit binnenstebuiten. Mijn telefoonband zit niet lekker. Mijn benen voelen aan alsof ze oorspronkelijk van een saaie, grijze olifant zijn geweest. En ik heb geen idee welke route ik zal nemen. Kortom, dat ik die eerste kilometer in 6 minuten en 40 seconden loop mag sowiezo wel een wondertje heten.
Kilometer 2: Ik ben in het bos en er zit een ritme in mijn blauwe schoenen. Het is niet zo hoog, maar het is tenminste iets. Ik loop hier lekker in het bos en eigenlijk gaat het best goed. Ik ga gewoon een beetje op en neer lopen door die bossen. Over het asfaltpad. Slingerend om de honden heen. Het zal me een worst wezen hoe lang ik erover doe. Als ik de drie kilometer maar haal, rennend. Met minimale pijnbeleving.
Kilometer 3: Ik haal iemand in! Yeah! Eigenlijk is het te warm voor een regenjasje en lange mouwen. Ik begin me af te vragen hoe ik dit ooit 10 kilometer of nog beter 21 of nog erger 42 kilometer heb volgehouden. Hardlopen is best zwaar eigenlijk. Dit is niet het ideale moment om daarachter te komen, nu het net lekker loopt. Er komt mij een jonge gast tegemoet in korte broek en korte mouwen die zulke grote passen neemt dat hij wel lijkt te vliegen! Hallo, hier Dikke Grijze Olifant.
Kilometer 4: Ik kan nu elk moment stoppen. Geen probleem. Dat mag. Van mij. Het mag echt. Geen schande. Stop dan. Stop maar. Maar ik doe het alsmaar niet. Ik ga gewoon iets langzamer. Dan doe ik hier 7 minuten over, maar ik stop NIET. Olifantje hobbelt gewoon door. Ook nu het stopt met zachtjes regenen. Heb ik niet voor mijn niks mijn regenjasje aan – fijn. Denk ik, heel even. Als ik nu stop word ik langer nat. Maar als ik nu stop heb ik tenminste nergens een vergelijkingstijd mee. Of ik stop met hardlopen voor de komende 500 meter. Of ik wandel gewoon helemaal naar huis. Jeempie! Wat “fijn” dat ik nu ineens weer voel hoe dat ook alweer voelde na 40 kilometer. Ik kan gewoon stoppen. Echt. Theoretisch. Heb ik nergens pijn? Eh, nee, het gaat net lekker. Stoppen? Als ik bij de ingang van het bos ben. Dan stop ik echt. Het tempo wordt wel steeds lager.
Kilometer 5: De Vliegende hardloper komt me weer tegemoet. De wil zeker snel landen voor het nog harder gaat regenen. Ik geef het rekenen op hoe ver hij gekomen is tijdens mijn vierde-kilometertje-die-aanvoelt-als-veertig. De ingang van het bos! Ja NU stop ik. Oke, tot het bruggetje dan en dan ga ik echt wandelen. Echt. Anders worden het toch weer 5 kilometer. Hoeft niet. Bruggetje over gerend. Ik kan de volgende straat niet door! Dan moet ik (van wie) intervallen doen (van WIE ook alweer?!). Dus ik neem de straat hierachter. Arme mensen met hun doornatte hondjes. Kijk, ik ren nog steeds! Ik zie mijn huis en de thee aan het einde. Nou ja, ik wéét het van die thee. Goed onthouden, deze straat is ideaal om langzaam (denk in: slohohoom) uit te lopen. Maar de 7 minuten doe ik er niet over. 6:44
Ik heb ze toch gehaald. Vijf hele kilometers achter elkaar hard gelopen. Dat kostte wel bijna 33 minuten, maar dat zal me wat – ik had vast wind tegen. Snel naar binnen. Thee. Droog. En toen ontdekte ik dat de telefoon niet had gewerkt! GRMBL. Twee koppen thee. Natte spullen uit en een hartslag die binnen een kwartier van 113 naar 65 terugloopt. Ik ben wel moe van die 5 vijf kilometer. Maar….. ik heb nergens pijn! Niet aan mijn hak of knie en mijn voet zit hartstikke ‘los’. Ik wacht met spanning morgen af……
 
Morgen.
Opstaan. Trap aflopen.
ONTDEKKING
Trap weer oplopen.
Nogmaals trap af.
Het is toch echt waar: geen pijn.
Hak: geen pijn. Knie: geen pijn. Nog eens goed voelen. Nee, geen schijn van pijn.
Naar school lopen. Pijnloos.
Grote vraagtekens. Hormonen -vraagteken    Afgevallen -vraagteken   Gezond eten -vraagteken    Stressperiode voorbij -vraagteken
Hé, zo wordt het weer leuk! Plannen voor de toekomst 🙂
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Proberen II

Proberen…..

Negentien dagen niet hardgelopen. Alle hardloopkleding lag netjes opgevouwen in de kast, alles! Dat komt zelden voor. Maar nu wandel ik weer helemaal pijnloos, dus ik mag best een stukje gaan hardlopen. Mijn telefoon begon maandag al te vragen, maar ik ben braaf stil blijven zitten. Kost een hoop pepernoten en andere suikers, maar je moet toch iets als je niet kunt bewegen….
De weegschaal schoot vanmorgen naar boven uit, maar niet zo erg hoog als ik verwacht had. Mijn vriend ging naar de winkel en ik vroeg hem nog of ik de sleutel mee moest nemen, maar hij zou binnen 20 minuten terug zijn. Dan moet ik mijn drie kilometertjes toch kunnen volbrengen met wandelpauzes?
Lange broek aan, lange mouwen aan, zon aan en gaan! Ik wilde niet ver weg gaan, niet lang en het was even wennen toen ik in het park liep. Ik voelde alles: knieen, voeten, spieren. Maar ik voelde ook de zon en het ritme van mijn voeten en de vrijheid die ik zo gemist had. Het plan was 800 meter rennen, 200 meter wandelen. Dus ik kwam na 900 meter tot de ontdekking dat ik het meteen al niet met mezelf eens was! Ik wandelde een stukje – saai! Maar ook even fijn. Kilometer 1 ging altijd nog in 6:21 – met wandelpauze dus.
Bij kilometer twee voelde ik nog alles. Ik moest er echt inkomen. Ik vroeg me af waarom ik dit ook weer leuk vond? Nog steeds kan ik de afstanden niet inschatten: ik had een te kort rondje uitgezocht en ging in boogjes lopen om op 3 kilometer te kunnen komen. Deze keer ging ik netjes na 800 meter lopen. Maar dat is dus ook niet wat ik zoek.
Ik was bij dat ik weer mocht gaan rennen door het bos. Langs die andere snelle loper: ik heb in al die tijd geleerd, dat je andere lopers niet kunt beoordelen: ieder schema is anders; maar deze had duidelijk niet stil gezeten (en ook niet vorige week de marathon gelopen)
Eindelijk ging het hardlopen lekker (ondanks de korte foto-stop) en ik maakte moeiteloos kilometer drie vol zonder dat ik het door had. 6:09 Zomaar. Ik moest van mezelf 500 meter lopen. Weet je hoe lang dat is? Eindeloos! De hele straat door! En nog verder! Ik werd er gek van om de postbode achterna te wan-de-len en hield het 350 meter vol. Toen ging ik door het park terughobbelen. Rond de 6 minuten. Ik zag de auto nog niet staan. Tja, dan worden het vier kilometer, want ik krijg het nog altijd warm van rennen en dan is stil voor de deur wachten niet de ideale oplossing.
Ik wandel tot aan de school en deze 300 meter lijken de perfecte afstand. Vanaf daar ren ik weer naar huis. Worden het toch 5 kilometer. In 35 minuten. Maar liefst. Dat betekent dat inclusief wandelpauzes ik op een gemiddelde tijd van net onder de 7 minuten uitkom. Met dit tempo kan ik de marathon onder de 5 uur uitlopen.
Thuis weet ik waarom ik dit doe: het voelt zó goed! Ik ben trots op die stomme, langzame 5 kilometertjes. Ik kan de wereld weer aan! Hier word ik blij van!
Zelfs mijn telefoon is blij met me:

Let's see......

Categories: Uncategorized | Comments Off on Proberen…..

Twee weken niet hardlopen – een interview met mij

Twee weken stil gezeten: is het vol te houden?
Makkie! Nee, echt waar. Het valt me mee. Ik was natuurlijk eerst ziek en eigenlijk voelde ik me al snel een stuk beter en was ik de hele tijd koortsvrij, maar nu merk ik pas dat ik vorige week ook nog behoorlijk moe was. Mijn hartslag bleef ook hoog hoor, die neemt nu weer wat af.
Geen spijt dus dat je de halve marathon in Eindhoven niet hebt gelopen?
Nee, niet echt, nee. Ik had anders niet zo’n uitgeruste vakantie gehad. Ik had misschien wel graag met een langzame medeloopster meegelopen. Maar eigenlijk heb ik er amper aan gedacht op zondag.
Vakantie?
Ja, even hard rijden in Duitsland. Dat kost ook energie! En al dat zwemmen is ook vermoeiend. Er waren wel hele grappige kledinghangers in het vakantiehuisje. Werd ik elke morgen wakker met uitzicht op hardlopertjes, haha. Maar ik had de hardloopschoenen niet meegenomen. (ik twijfelde wel hoor) Ik hoefde dus ook niet weg en dat was ook wel eens lekker. Geen idee hoe het er buiten het vakantiepark uitzag! Ik zag wel bossen met oude ‘rode-lampjes’ caravans erin op de heenweg, dus misschien was lopen daar voor een dame alleen ook niet zo’n best idee.
En de blessures? De peesplaat en de knie? Hoe voelen die nu?
Tja, in het begin, na een weekje zeg maar, toen had ik er nog steeds (veel) last van. Dan had ik net zo goed kunnen blijven lopen, toch? Ik had er ‘s nachts veel last mee, was de hele hak branderig en pijnlijk. En de knie deed in het zwembad elke keer zeer. Liep ik weer met een gevoelige knie die trapjes op. Misschien ben ik in zo’n zwembad wel te voorzichtig en span ik de spieren te hard omdat ik bang ben om te vallen. Aan het einde merkte ik dat het echt aan de stroomversnellingen ligt, dan moet mijn knie zoveel tegendruk leveren dat het bandje gevoelig wordt. De sauna verbeterde het wel, maar ik voelde me toch wel stom dat het niet over ging. Dat maakte de hardloop-pauze ook minder vervelend.
En hoe staat het er nu mee? Hoe verder? Of stop je nu voorgoed? (dat zal mijn moeder fijn vinden)
Tja, verder…. Ik doe nog een week rustig aan. Sinds ik ‘s avonds de oefening op de trap ook (even) niet meer doe, heb ik minder pijn aan mijn hak; vooral ‘s nachts. Ik merk soms ineens hoe het ook weer was om echt pijnloos te lopen. Dus niet ‘tijdelijk wat beter’, maar gewoon dat je nergens last van hebt. Dat heb ik toch wel een jaar niet meer écht gehad.

Soms heeft de app geen gelijk! Op dit moment is "nichts" even het beste voor me.


Stoppen zit er (helaas voor mijn moeder) niet in. Ik verheug me toch weer op kleine stukjes lopen, al is het maar 20 minuutjes! Ik heb natuurlijk ook veel gehoord en meegeleefd met de marathon van Amsterdam en dan kriebelt het toch weer! Straks in november wil ik aan de crossloopjes meedoen hier in Almere. Ik twijfel nog over de afstand en hoe ik weer zal beginnen en wanneer dan precies. Het wordt nu toch weer herfstig weer…. Ik maak ook maar vast plannen voor 2015.
Zoals?
Als die beter geformuleerd zijn, zal ik het laten weten!
Een marathon, een snelle halve marathon, 10 kilometer in drie kwartier, een triatlon? Wat kunnen we verwachten?
Ik zeg nog niks!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Twee weken niet hardlopen – een interview met mij

mail aan de trainer

from: anke
to: trainer
cc: blog
subject: Update van Anke (het is een heel verhaal over de afgelopen vier maanden; van 15 juni tot 12 oktober)
 
Hoi Trainer!
 
Het is een hele tijd geleden dat we elkaar gezien en gesproken hebben. Ik heb het even nagekeken, maar volgens mij was het half augustus, tijdens de temporun in Almere Buiten, dat we elkaar zagen. Ik was toen erg druk met mijn werk en daardoor was ik behoorlijk gestrest. Ik vroeg toen je advies over hoe ik verder moest gaan en je goede raad was: “dan ren je even iets minder”.
 
De afgelopen zomer was voor mij al niet erg goed begonnen met de Almere City Run. Ik moest toen op de halve marathon verstek laten gaan vanwege een peesplaatblessure aan mijn rechtervoet. De halve marathon wilde ik in een tijd van 1 uur en vijftig minuten gaan lopen – daar heb je voor mij nog een schema voor gemaakt en ik was heel erg goed op dreef met een 10-kilometertijd van 47 minuten. Ik heb bij de ACR heel rustig met een vriendin in een beschamend lange tijd de 7 kilometer  gerend. Intussen werd mijn vader 100 kilometer zuidelijker in Eindhoven met ernstige hartklachten opgenomen in het ziekenhuis, dus al met al was het helemaal geen goede dag! De dag daarop kon ik mijn vader en moeder niet terzijde staan, omdat mijn freelance klus begon. Ik heb tussen half juni en half augustus een kinderserie over zeilen gemonteerd voor de televisie, die direct ook is uitgezonden. Geweldig werk waar ik echt erg van genoten heb, maar naast de gezondheidsproblemen van mijn vader viel de klus ook in de zomervakantie van mijn zoontje, wat de nodige schuldgevoelens met zich meebracht. Tot slot kwam het er ook niet van om het hardlopen weer op te pakken, maar ik bleef toch aan de gang waardoor ook de blessure niet helemaal tot rust kon komen. Doordat de serie tijdens de zomer ook is uitgezonden, lag de werkdruk extreem hoog en waren vanaf augustus de avonden waarop ik nog kon hardlopen schaars. De meeste dagen (ook in het weekend) was ik van 9 uur ‘s morgens tot 10 uur ‘s avonds aan het werken achter een computer.
Toen we elkaar tegenkwamen bij de temporun was het werk bijna klaar, was mijn vader gelukkig helemaal opgeknapt en de zomervakantie van de school bijna voorbij. Terwijl ik die 10 kilometer alleen maar balend, verdrietig en zonder enige glimlach heb gelopen, deed ik dat toch nog binnen 56 minuten. Het tempo en de kracht was er nog niet helemaal uit. Zodra het werk eindelijk echt klaar was, nam ik niet de auto naar mijn ouders, ben ik niet naar de school gegaan voor mijn kind, maar heb ik eerst een uur over de Hilversumse hei gerend nabij het werk. Daarmee pakte ik het hardlopen weer op en vond ik je advies “even iets minder hardlopen” lang genoeg geduurd hebben. Dat heeft precies een week standgehouden….
 
Het was eind augustus en ik wilde graag op 12 oktober de halve marathon gaan lopen in Eindhoven zodat mijn ouders erbij konden zijn. Als het even kon in 1 uur en 50 minuten, maar toch zeker in een behoorlijk snelle tijd. Binnen de 1 uur 56 minuten: dat was de tijd van vorig jaar. Daarvoor had ik 6 weken de tijd en ik heb een ambitieus schema uit een hardloopboek gehaald. Ik was vrij van blessures, kon goed meekomen bij de A/B trainingen en liep al snel weer de tempoloop van 7 kilometer binnen de 38 minuten. Ook de wat langere lopen van 15 kilometer of meer kon ik al vrij snel weer aan.
In september scherpte ik de tijd op de tempoloop nog wat aan tot 37 minuten en om van het mooie weer te genieten wat ik in de zomer zo had gemist, ben ik ook gaan fietsen. Ik fietste op een middag graag 40 kilometer om de Oostvaardersplassen heen. Achteraf bezien was ik (weer) iets te fanatiek en speelde de peesplaat aan de rechtervoet toch wat op. Half september moest ik een lange duurloop met pijn in het hart en nog meer pijn aan de peesplaat voortijdig afbreken en nam ik de bus naar huis toe. Het was een goede beslissing, want de pijn trok weg en een paar dagen later kon ik een rondje van 10 kilometer lopen in 53 en een halve minuut. Ik zat niet stil en ging een paar extra rondjes fietsen. Rond 20 september heb ik in het lange duurlooptempo weer een halve marathon gerend van Weesp naar Almere en dat was een heerlijk tochtje! Ook heb ik rond die tijd een stukje gerend in Eindhoven van de halve marathon aldaar en ik leek helemaal klaar om lekker te gaan lopen op de twaalfde oktober.
 
Maar….. Toen kreeg ik last van mijn linkerknie. Niet dat ik me daardoor uit het veld liet slaan, want ik bleef wel trouw het hardloopprogramma volgen, maar in tegenstelling tot de peesblessure viel deze minder hardnekkige klacht mij erg zwaar. Ik liep eind september tijdens de 30 Van Almere de 10 kilometer mee als wedstrijd en ik had ongelooflijk veel last van wedstrijdstress. Ik was er een week van tevoren al onzeker over, omdat de wedstrijd half mei ervoor had gezorgd dat de peesplaatblessure slepend werd (10 km in 47:14). Ik wilde dolgraag de 10 kilometer onder de 50 minuten lopen en daardoor ging ik veel te snel van start. Het resulteerde erin dat ik na 4 kilometer liefst wilde opgeven, maar de wedstrijd toch uitliep. Je had me kwaad moeten zien toen ik in 50:12 over de finish kwam! Dertien seconden te lang. Ik was wel de snelste vrouw in de categorie senioren, maar trots op die medaille ben ik niet vanwege de dertien seconden en de slechte wedstrijdindeling.
 
Met het begin van oktober voelde ik me vermoeid. Mijn knie-blessure was niet van voorbijgaande aard, de peesplaat speelde bij tijd en wijle ook nog op en ik wandelde inmiddels net zo lief als ik ging hardlopen. Na de halve marathon had ik mezelf (in samenspraak met de fysiotherapeute) een rustperiode beloofd van drie weken tot de blessures helemaal over zouden zijn en ik merkte dat ik me daarop verheugde: op een periode niet te ‘hoeven’ hardlopen. Ik kon nog steeds 10 kilometer lopen, maar het tempo was niet meer zo hoog als in september en op de één of andere manier kon ik het plezier in het hardlopen niet meer goed vinden. Vorige week liep ik bij de training helemaal achteraan. Mijn knie speelde erg op waardoor ik mank en pijnlijk liep, maar ook de kracht ontbrak om mee te kunnen komen. Een uur na de training lag ik al uitgeteld te slapen en van de volgende 24 uur sliep ik er 20. En de dag daarop ook. Ik had geen koorts, maar het was toch een griep waarschijnlijk , gezien de spierpijn en het lamlendige gevoel. Ik was helemaal uitgeput.
 
Of ik overtraind was weet ik niet zeker, maar tijdens de training die week werd het me al duidelijk: die drie weken rust gaan per onmiddellijk in! En ik vond het niet eens erg. Ik heb vanaf juni eerst 8 weken mezelf mentaal (over)vermoeid gemaakt en vervolgens heb ik daarop aansluitend mezelf lichamelijk ook nog eens uitgeput. Zo was 2013 mijn hardloopjaar wél (waarin ik een halve marathon onder de twee uur liep en een hele marathon heb gelopen) en word 2014 mijn hardloopjaar niet. Of ik ervan baal dat ik niet in Eindhoven loop vandaag? Ja en nee. Ja, want ik was er graag geweest, zo vlak bij mijn ouders; maar nee, in en met deze conditie is het niet haalbaar en zou ik niet onder de twee uur komen – als ik de finish al zou halen. Mijn ouders hebben een andere feest-afspraak en die andere afspraak maak ik zelf ook.
En toch: ik had je liever morgen een mailtje gestuurd dat ik de halve marathon in Eindhoven onder de 1 uur en 55 minuten (of 1 uur en 50 minuten) had gelopen…
 
Aankomende week gaan we op (de gemiste zomer)vakantie en de hardloopschoenen gaan niet mee. Mijn knie en mijn voet voelen zich al beter. Ik ben weer over de griep heen en ergens voel ik me ook trots op mezelf dat ik niet langer koste-wat-kost een halve marathon moet lopen van mijzelf op mijn eigen hoge standaard. Ik heb het twee keer geprobeerd en het is niet gelukt om een halve marathon te lopen in 1 uur en vijftig minuten. Ik weet op dit moment niet of ik ergens in die zin het woordje ‘nog’ moet laten terugkomen: het is me NOG niet gelukt om een halve marathon te lopen…..
 
Tot zover mijn update van de afgelopen 4 maanden (van half juni tot half oktober)
Minstens tot ergens eind oktober blijven mijn hardloopschoenen in de kast staan. Ik blijf niet binnen zitten en ga wel wandelen en fietsen, maar het hardlopen stel ik even uit.
Voor daarna heb ik geen enkel plan. Wat zou nu verstandig voor mij zijn? Hoe voorkom ik dat ik in 2015 weer in dezelfde valkuilen trap en de Almere City Run weer geblesseerd moet missen; is het een kwestie van te-snel-willen of van teveel-willen-in-een-korte-tijd? Ik snap dat het ook afhangt van mijn eigen ambities en plannen voor 2015 die ik nog niet ken.  (….)
 
Heel veel groeten
Anke
 
mail sent from iDevice
Categories: Uncategorized | Comments Off on mail aan de trainer

Een rampzalige training en een energieniveau van nul

Ik mocht nog 1 keer met de A-B groep mee en ondanks pijntjes had ik er zin in. Nog 1 keertje lekker alles eruit halen en hard lopen en intervallen doen. Voor de zekerheid deed ik een knieband om. Alle gaatjes in mijn gebit zijn weer gevuld en de verdovingen uitgewerkt, dus da’s ook geregeld. Lekkere macaroni gegeten, ook afgecheckt. De leuke trainer was er, dus eigenlijk stond er niks in de weg. Of het moeten de superlangzame kilometers zijn die ik ‘s middags met een vriendinnetje en haar hond heb gewandeld, maar nee, daar werd ik niet moe van.
We begonnen het inlopen en al snel merkte ik dat het dus NIET lukte. Ik kwam niet in een ritme. Mijn passen waren klein en mijn knie deed pijn en ik voelde me wat vermoeid. Toch de verdoving? We gingen oefeningen doen en ik kreeg het niet goed voor elkaar om te hupsen en te springen. Mijn knie kreeg het voornamelijk niet voor elkaar. Toen ging het al opvallen: ” je loopt mank”.
We gingen intervallen doen: dan trek ik meestal wel bij, vind ik het ritme en kan ik gáán. Maar nu deed mijn rug pijn en ik kwam NIET op tempo. Het lukte gewoon niet! Ik hinkelde, voelde me instabiel en kreeg mijn hartslag niet omhoog en het tempo al helemaal niet. Ik liep achteraan. Ver achteraan. Ik kon ze gewoon niet bijhouden! “Is er iets met je?” Vreselijk dat het antwoord dan een keer ‘ja’ moet zijn en ik gaf mijn knie de schuld.
Het opdrukken ging nog wel en uitlopen ook wel hoor. Al had ik het gevoel dat ik bleef wankelen! Ik deed mijn knieband af en we moesten nog een stuk op tempo lopen. Ik kwam nog steeds niet mee en hoewel ik bij elke stap last had van mijn knie, was dat niet ergste. Ik had gewoon Geen Energie. Helemaal niks. Niet alleen mijn benen wilden niet, ik kon ook gewoon niet meer. Ik zweette me kapot bij een hartslag die niet boven de 160 uitkwam! De kikkersprongen sloeg ik over met mijn knie. Maar ik wilde niet opgeven, zo stom ben ik dan ook wel weer, dat ik niet alleen in het donker terug durf te rennen (en dan heb ik nog geen sleuteltje van de fiets). Dus ik rende nog een keer ‘op tempo’ een heel stuk heen en weer. Nou ja, rennen – meer een soort van hobbelen.
En ergens daar had ik door dat ik gewoon ziek aan het worden was. Ik kon de kwebbeltantes bij lange na niet eens bijhouden! Het beste was om maar meteen de halve marathon uit mijn hoofd te zetten. Ik voelde me zo beroerd dat ik dat niet eens erg vond. Dat ik me enorm verheugde op drie weken rust. Per direct ingaand! Ik was zo ongelooflijk uitgeput.
We gingen via een omweg naar het beginpunt toe en ik was helemaal doodmoe. Niet moe zo van: lekker-getraind-wat-zal-ik-slapen-straks, maar moe in de zin van ogen dicht en ik wil alleen nog maar slapen. De cooling down deed ik met mijn ogen dicht, zo uitgeput was ik. De trainer zei nog dat ik moet uitkijken met de knie-blessure, maar ik had intussen door dat het veel dieper zat.
Terwijl ik naar huis fietste merkte ik dat ik ook mijn gedachten nog nauwelijks op een rij kon zetten. Na 8 weken hard werken vanaf juni en daarna 6 weken hard trainen, was ik nu helemaal leeg. Ik was bijna te moe om te douchen. Om 10 uur lag ik in bed, om 5 over tien sliep ik om pas 10 uur later weer wakker te worden. Nog net zo moe en met hoofdpijn kado. Ik heb op dinsdag ook nog 6 uur geslapen en hoewel de koorts ontbreekt, voelt alles aan als een rare griep. Ik heb nergens specifiek pijn, maar ik slaap maar en slaap maar. Zelfs dinsdag- op woensdagnacht weer urenlang. Nu is het woensdag en met dit gebrek aan energie is het onmogelijk een halve marathon te lopen. Ik heb nu ook overal spierpijn: van mijn nek tot in mijn voet.
Drie weken niet hardlopen gaan nu in.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een rampzalige training en een energieniveau van nul

Uit het Land der Ongemakken: Protest van de Onderdanen


Hier spreken uw onderdanen: namens de benen, knieen en voeten – een open brief:
best hoofd,
we zijn bereid mee te gaan in alle ongemakken, soms laten we van ons horen en zo ook vandaag de eerste kilometers. het was ons bijna gelukt je binnen een kilometer om te laten draaien met onze kleine pasjes, de trekkende pijntjes over de gehele linkerkant. maar helaas… je gaat maar door en door. en om ons te pesten pak je lekker het trapje naar beneden (keurt knie af) en ook nog eens het ruiterpad! zeg nou zelf, koppie, da’s toch onhandig met dat zand en al dat natte gras en die oneffenheden overal! maar nee, we hobbelen maar door en door, kilometer na kilometer en daarboven ook nog eens klagen over het stagnerende tempo. wij PROTESTEREN. en….het helpt!  we gaan het ruiterpad af en dan maar het betonpad op. maar nu de voeten kunnen opdrogen beginnen de knieën aan hun stutten te trekken: dit is teveel belasting. we zijn nu al 5 kilometer aan het afzien, het is warm met de lange broek aan en het pad is te hard, te zacht, te oneffen en pijnsignalen helpen niks. na 31 minuten geven wij, arme onderdanen de strijd op, op het (beton)pad bij de manege. vergeet niet dat wij degenen zijn die jouw hierheen helpen hoor hoofd! we willen het bos in over een halfverhard pad en als het even kan willen wij straks zonder knieband, zonder schoenen, zonder pijn, maar mét genoeg energie en ontbijt achter de kiezen om ons te helpen, verder.
veel groeten van de Protesterende onderdanen: de knieën (met name links), de voeten (met name rechts), de bovenbenen (de linker hamstring) en de (rusteloze) kuiten.
Want op dat betonpad naast de manege gebeurden er drie dingen die op zich niks met elkaar te maken hebben: ik kwam zo’n prachtig lopende afrikaan tegen met lichtgevend paarse schoenen, ik liep het bekende bospad in en een stuk voor me uit liep een mevrouw. De afrikaanse man bekeek ik eens goed en ik vond zijn houding zo perfect dat ik weer ‘s aan mijn eigen houding dacht: armen lager, rug rechter. Dat ging al beter. Die mevrouw voor me; die kan ik inhalen! Ja, die kracht heb ik, dacht ik. En dit bospad loopt zo lekker dat ik het gemor van de onderdanen naast me neer kon leggen. Na 6 kilometer kwam ik eindelijk weer eens in mijn ritme. Ik voelde het! Het bos om me heen met de bladeren op de grond, de herfstgeur en de aangename temperatuur raakten me positief aan en ik kon eenvoudig versnellen. Nog voor het bankje was de dame die voor me liep ingehaald. Het ging lekker! Het voelde weer goed om te hardlopen. Samen met de zon brak een glimlach door. In foto’s maken had ik geen zin, hoe hard ik liep bekeek ik niet meer omdat het niet van belang was, want dit was het juiste tempo PUNT. De foto van dat bospad zit in mijn hoofd. Ik dacht aan de mevrouw die ik op woensdag en vrijdag zag lopen en ik ben trots op haar. Met het hoofd vol positieve gedachten kan ik vrolijk de andere snelle hardloopmannen begroeten en de zwoegende hardloopdame. De brug op gaat soepeler dan een half uur geleden en ik kijk mee naar de mooie lucht boven het gemaaide veld. De tijden komen onder de 6 minuten te liggen en ineens heb ik er weer vertrouwen in dat ik de halve marathon in Eindhoven kan uitlopen. Ik ga ietsje rustiger aan doen na 8 kilometer en toch blijft het tempo rond de 10 kilometer per uur liggen. Het voelt goed aan en op het saaie fietspad in de wijk lach ik stilletjes de onderdanen uit. De positieve gedachten werken stukken beter dan de klachten en de pijntjes. Ik ga net als Paula Radcliffe voortaan weer tellen en mezelf vertellen dat ik dit best kan. Door het gehobbel over dat lastige ruiterpad (daar hebben de benen wel gelijk in) lukken de 10 kilometer net niet binnen het uur, maar ik heb de route keurig gepland. Ik sta na 10 kilometer weer voor de deur. Volgens de telefoon heb ik daar een uur en 18 seconden over gedaan. In het bos is de garmin het spoor weer wat bijster geraakt en daardoor doe ik er volgens garmin langer over. Het zal me wat! De rest van de dag kan ik vooruit met het goede gevoel wat hardlopen moet geven. Ondanks de klachten van de het onderstel.

Een High Five in het duits! 😀


 
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Uit het Land der Ongemakken: Protest van de Onderdanen

Langzame lange duurloop

Lange broek aan, t-shirt: dat is een ik-kan-niet-kiezen keuze. Maar ik koos wel weer eens voor de “oude” marathonschoenen, de blauwe. Fijn vertrouwd. En voor een knieband. Veiliger. Ik had geen tabletten meer merkte ik. Om kwart voor negen stond ik mijn loopmaatje en we gingen aan het hobbelen. De eerste kilometer was ik bezig met rommelen met mijn belt en proberen niet verkrampt te lopen. Beide mislukte.
In de tweede kilometer liet ik de belt voor wat ie was: een stom ding. In de derde kilometer vond ik een soort van ritme en ging de verkramping eraf. De passen werden ook iets groter. Het tempo werd niet hoger. Bleef rond de 6:30 schommelen. Voelt hobbelig en langzaam. Het was zonnig. In de vierde kilometer was de omgeving te vertrouwd en leek het allemaal nog zover weg.
Kilometer vijf was midden op de dijk, op het rondje terug. We hobbelden verder en verder. Ik vind het niet meer spannend, niet moeilijk, maar ook niet meer interessant of echt enorm genieten. Het was prachtig weer (al had iets minder zon gemogen), het was geen moeite, er was geen pijn: waar blijft het Grote Genieten dan toch? Dat ontbreekt er gewoon even aan. Kilometer 7, 8 en 9 gaan voorbij in 6:22. We komen een schoolklas tegen, kletsen over  hardloopevents, mede-hardlopers, katholicisme en onze lagere school. Kilometer tien. Ik drink weer wat. Daar is de mevrouw die ik op woensdag ook altijd zie! Ze wandelt niet langer, ze loopt nu ook echt hard. Ik ben trots op haar.

Kilometer elf alweer en het tempo daalt iets, maar blijft rond de 6:30. Wat zijn dit toch een fijne schoenen. We halen een clubje sportende vrouwen, waarvan 3 moeders van school in. Kotterbos. Fietspad. En ineens ben ik de weg kwijt. Ik heb geen idee waar ik ben! Heel raar. Het duurt ook maar even, maar alles om me heen is onbekend. Ik denk nog wel even aan de eerste keer dat ik hier een halve marathon liep en er natte sneeuw lag. Ik heb niet zoveel meer te kletsen en ik voel dat dit niet de halve marathon afstand gaat worden!
Na 14 kilometer gaan we ‘mijn’ bospad op. We besluiten dat nog uit te lopen en het is er zo fijn! Het ruikt er lekker en even krijg ik er weer zin in. Waarom zouden we niet gewoon tot de Albert Heijn doorhobbelen? Maar ik geloof dat mijn loopmaatje ook last heeft van spierpijnen en vermoeidheid. Het tempo daalt nog wat en na 10 Engelse mijlen is het ook wel zat geweest. We zijn de brug over, ik ga nog tot de volgende hekjes en na 16 kilometer in een uur en drie kwartier laat ik het erbij. Ik had twee uur gemoeten en 18 kilometer, maar “Nou En”. Het gemiddelde tempo is precies 6:30 per kilometer.
Uiteindelijk wandelen we op flink tempo door en na twee uur (exclusief albert heijn bezoek waar ik eindelijk een colaflesje met mijn naam vind) staan er precies 18 kilometer op de teller. Heb ik me tóch aan de opdracht gehouden. 🙂

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Langzame lange duurloop

Sloom stukje hardlopen en een wijs besluit

Ik heb al twee dagen gewandeld. Samen met mijn schoonmoeder door de Hilversumse bossen en gisteren op mezelf langs de Oostvaardersplassen. Wandelen gaat langzaam en zeker alleen is het tamelijk ongezellig. Maar voor mijn knie is het werelds, die vind dit een prima beweging. Vandaag was het feestje voor de knie voorbij. In dit heerlijke herfstweer moest het wandeltempo maar weer eens een (rustig) hardlooptempo worden. Door het bos.
Al in de eerste kilometer wilde ik opgeven! Dat is me nog niet vaak gebeurd. Mijn knie voelde zich hoogst oncomfortabel. Mijn stappen leken helemaal ongelijk en kwamen qua ritme niet met mij overeen. Ik ging naar de muziek luisteren die ik op het laatste moment gelukkig nog had meegegrist en nam ook nog de verkeerde kant op het andere bos in! De eerste kilometer ging rampzalig langzaam.
Tijdens de tweede begon ik er een heel klein beetje in te komen, maar de tijden bleven in de hoge 6 minuten hangen. En ik ook. Ik leek niet vooruit te komen. Ik kon ook niet goed een routekeuze maken en kwam achter de wijken terecht. Alsof ik alsmaar niet te ver weg van huis durfde: ik kon gewoon wandelend naar huis. Toch begon ik in de derde kilometer mijn draai iets te vinden. Alles was nog steeds gevoelig: mijn knie, mijn voet, mijn hoofd, ik had trek en ik vond geen ritme, noch een goed gevoel in het hardlopen.
In kilometer vier, langs de hogering, zag ik ineens helder mijn probleem: ik heb maanden mentaal veel stress gehad en toen ik vond dat dat voorbij moest zijn, ben ik mezelf lichamelijk gaan uitputten met het idee dat ik ‘wel even’ in 6 weken een halve marathon in een toptijd kan lopen. Ik had mezelf beloofd dat ‘nee’ ook een antwoord kon zijn, maar dat was ik uit het oog verloren. Het gaat niet om die twaalf seconden die ik op de 10 kilometer te kort kom, het gaat erom dat ik nu het plezier in hardlopen kwijt ben. Of dat wedstrijdstress is of overtraindheid maakt eigenlijk niet uit. Het leven hangt niet af van het feit of ik de halve marathon in eindhoven in 1uur50 loop of niet; pa en ma zijn er toch niet bij (daar komt veel zeer vandaan, lijkt het). Ik besloot de halve marathon-tijd te laten voor wat die is en de hele ‘opdracht’ uitlopen te laten worden. Er viel een last van me af werkelijk. Ik kon weer vooruit kijken en warempel: de tijd kwam rond de 6 minuten te liggen! Ik loop 5 kilometer in 31 minuten. Nou – wow.
Ik had een route-idee door het bos, want dat had ik mijn zoon beloofd en ineens vond ik het ook wel best: als ik dan maar 7 kilometer zou lopen in 45 minuten, de helft van de tijd waarin ik het gisteren gewandeld heb. Daar doe ik mijn best nog voor (maar moeilijk is dat niet). Ik moet lachen om hardlopende jongens die foto’s maken en zwaai zelfs naar de wegwerkers. Intussen ben ik overtuigd dat mijn lange broek en lange mouwen een vergissing zijn. Ik draai mijn lievelingspad op en het tempo gaat weer omlaag.
Het ruikt lekker, het is mooi met de laaghangende mist, maar mijn eigen tempo is helemaal zoek geraakt. Ik heb het gevoel maar wat rond te hobbelen. Ik haal de 7 kilometer in 44:27 ruim binnen de tijd, maar het lijkt me niet meer echt vrolijk te maken. Dit stuk bos is prachtig en over de open ruimte die volgt, blijft er een vogeltje voor me uit vliegen. Ik krijg ‘m niet op de foto. Na 8 kilometer heb ik simpelweg geen zin meer. Het is wel klaar met mij en het hardlopen. Het tempo en de runner’s high ga ik vandaag niet meer vinden. Er is nog een lieve mevrouw met een leuke hond en dan kom ik bij de brug. Ik kom studentjes tegen en om ze te ontwijken op de brug, besluit ik nog langs de plassen te lopen. Ik weet niet waarom, want het tempo is compleet weg. Ik blijf gewoon maar kilometers rennen boven de 6:30 en toch is het allemaal behoorlijk mooi en stil. De zon komt erdoor en dan is de lange broek echt niet fijn meer. Hoewel ik de weg goed ken, ben ik het spoor bijster: ik weet niet hoe ver het nog is naar huis (hoe vaak heb ik dit al gedaan?!), ik weet alleen dat ik blijf lopen tot het centrum. En dan? Dan loop ik door tot het trapje.
Na 9 kilometer krijg ik steken in mijn rechterzij. wattus?! Ik ben het centrum voorbij en ga 10 kilometer niet eens meer in een uur halen. Het is op. Ik ga wandelen. Ik ga gewoon wan-de-len! Ik fotografeer nog 1 paddestoel en zie dezelfde mevrouw als vorige week. Ik wandel tot het trapje.

gisteren stond ik bovenaan, nu onderaan!


Ik ga nog een stukje hardlopen, maar het lijkt echt nergens op. Het voelt ook nergens naar. Dus haal ik het geren net tussen de twee bruggen in en dan besluit ik uit te wandelen door het park. Ik heb 10 kilometer erop zitten en daar heb ik een uur en 5 minuten over gedaan (of zoiets – het zal me wat). Ik voel me een zwakkeling dat ik wandel in mijn hardloopkleding, maar ondanks 9 uur slaap vannacht voel ik me gewoon moe. Ik wil graag de halve marathon lopen in Eindhoven en daarna ga ik drie weken uitrusten en niet hardlopen. Ik heb stiekem voor daarna wel weer een plan, maar laat ik nu eerst toegeven dat ik simpelweg iets teveel van mezelf heb gevraagd. Hé, ik zit in de senioren-categorie bij hardlopen! 🙂
Voordeel van dit tempo en van deze loop: mijn knie en mijn voet durven de rest van de dag niet te protesteren en laten die kant over aan het hoofd wat heen en weer geslingerd wordt tussen: “accepteer het nu dat deze halve marathon het niet wordt” en “als ik nu eens een keer weer een flinke intervaltraining doe en mezelf op de proef stel, zou ik dan niet wat meer zelfvertrouwen krijgen”. Ook pijnlijk vermoeiend.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Sloom stukje hardlopen en een wijs besluit

Een gouden medaille voor slecht lopen

Ik had gisteren de hele reeks aan redenen genoemd waarom ik het niet zou gaan halen. De grootste stond er nog niet eens bij en was wel het gebrek aan zelfvertrouwen. Angst voor blessures, om het niet te kunnen, het niet binnen 50 minuten te halen. Ik had een haas in mijn loopmaatje (iemand die meeloopt voor het houden van tempo) en een knieband om (hoewel dat niet helpt volgens de fysio).
Gelukkig hoefde ik aan de lijst van redenen niet ‘slecht slapen’ toe te voegen, maar ‘slecht eten’ mag toch wel en ‘zenuwen’ ook absoluut. Mijn hartslag op de heenweg in de auto lag op 94 – behoorlijk hoog. We waren op tijd (eerst naar de WC), startnummers ophalen (weer naar de wc), kijken bij de start en de auto proberen te verplaatsen (nog ‘s naar de wc) en een stukje inlopen wat de zenuwen noch het zelfvertrouwen kon opvijzelen. Om 5 voor 1 drongen we wat naar voor in het startvak. De 5 kilometer startte ook om 1 uur voor 1 rondje: 10 kilometer-lopers moesten 2 ronden. In de eerste kilometer heb ik op vrij lompe wijze mensen ingehaald tot ik behoorlijk vooraan liep. Er gebeurde voor mij een wonder: het snelste meisje van Almere haalde ik in! Voor mij was de race toen al geslaagd 🙂
(als er meer foto’s komen, zal ik die erbij zetten)
De eerste kilometer liep ik veel te hard. Veel, veel te hard met een tijd onder de 4:40. Mijn hartslag liep op naar 170, maar mijn ademhaling kreeg ik niet goed onder controle. Daar baalde ik van en ik kreeg mijn gedachten ook niet op orde. “Dit kan ik niet”, vormde de basis. Voorts kwam alles in de trant van “dit is niet leuk” en “ik had meer moeten eten” ruimschoots voorbij. Het is dan ook absoluut geen leuk fietspad in de zon om over te lopen, al niet toen we uit Weesp kwamen en het tempo héél wat lager lag. De tweede kilometer haalde het snelle meisje ons weer in. Terecht hoor. Hoewel ook kilometer twee nog (net) onder de 5 minuten zat. We gingen de bocht om en even onder de bomen lopen. Het verdreef de negatieve gedachten niet. Integendeel. Het hielp me ook niet dat ik een haas had. Ik voelde me alsof ik hem aan het ophouden was en niet mijn eigen race kon lopen. Alsof ik iets moest bewijzen wat ik niet kon. Ik wilde het graag opgeven. Gewoon stoppen op 5 kilometer na 1 rondje: 50 minuten was onhaalbaar in dit veel te hoge tempo.
Ik probeerde mijn ademhaling wat meer onder controle te krijgen en dat lukte best een beetje omdat er ook dames (van de 5 kilometer) werden aangemoedigd door een triatlon-coach-fietster. We haalden ze in. Op naar de volgende vrouw! Dat ging gemakkelijk. (lichte glimlach) Tussen de 3 en de 4 kilometer ging ik wat aan het mopperen tegen mijn haas en vertellen dat ik er heus mee ging kappen. Mijn hartslag ging nog wat omhoog en het tempo bleef net boven de 5 minuten liggen, maar ik kon de rust niet vinden. Ik voelde me wat misselijk. Ik beloofde de tien kilometer uit te gaan lopen binnen het uur, dat gaf iets rust. Na 4 kilometer stuurde ik mijn haas vooruit en het is aan de ene kant frustrerend dat hij moeiteloos zijn tempo ernstig omhoog gooit en aan de andere kant voelde ik me bevrijd. Nu was ik weer alleen met mijn gedachten. Langs het topsportcentrum (weer even schaduw) en ik ging gewoon langzamer lopen. Niet echt zeer veel langzamer natuurlijk, maar het voelde in elk geval wat kalmer.
Ik ging door de finish en zag de vrouw die ik al had ingehaald en die mij intussen weer ‘te grazen’ had langskomen en finishen! De tijd stond nog op 24 minuten en ik dacht niet meer aan stoppen. Ik hoefde ook niks te drinken en daar had ik geen spijt van toen ik een andere dame inhaalde, maar iets verderop in de zon toch weer wel. Weer dat vreselijke fietspad in de zon. Er fietste nog een moeder ook met haar jonge zoontje wat net kon trappen! Ik werd ingehaald door mannen en besloot met grote stelligheid dat ik dit fietspad NOOIT meer zou lopen. Mijn tijd lag rond de 5:30 en voelde inmiddels comfortabel aan. 6 kilometer in 31 minuten – ondanks de bezwaren in mijn hoofd was ik niet langer ontevreden. In een uur moet het lukken, dat ga ik toch wel doen, dacht ik. 7 kilometer in 36 minuten exact. Dat gaf me wel een goed gevoel. (nog een glimlachje)
Inmiddels liep ik op met een man die precies mijn tempo had. Heel vlak 5:26. Ik bleef twee kilometer lang achter hem hangen. “U bent de derde vrouw” meldde een vrijwilliger langs de kant en dát was de opmerking die me echt op de been ging houden! Intussen bewonderde ik de quads en minimotoren. Ik wilde graag bij de man blijven tot de bushokjesdump en de laatste anderhalve kilometer nog wat versnellen.  Maar ik was wat misselijk geworden en na 8 kilometer kon ik alleen nog maar denken aan uitlopen en dat dat niet in 49 minuten zou lukken. Kilometer 9 werd met 5:39 veruit de langzaamste, sjips. Had ik daar maar even door kunnen zetten… Nog een klein stukje en mijn haas liep nog net even mee. Ik baalde ervan dat het me niet in mijn beoogde tijd ging lukken, maar dat ik in elk geval derde werd. Een trainster die mij heel goed kan aanmoedigen stond langs de kant en gaf me de kracht om het nog net af te maken. De spreker zei warempel mijn naam goed! Gelukkig lachte ik daar nog om toen ik finishte.
Mijn knie en voet deed geen pijn, maar ik was aan het schelden en ik was woedend toen ik de klok op 50 minuten zag springen net voor ik de finish overging. Te lang! Ik had er te lang over gedaan en slecht gelopen. Wat een neerdalende tempolijn. Ik was echt niet blij, hoe stom is dat als je in de top drie gefinished bent? Ik dronk wat sportrank en een appel hielp me ook wel iets, maar ik was erg kwaad op mezelf, hoewel ik minder dan 20 seconden over de 50 minuten heen was. Maar eerlijk is eerlijk, het waren geen tien volle kilometers geweest. Ik liep naar de trainster en andere clubleden die toch echt dachten dat ik tweede was zelfs. Met de medaille in mijn hand ging ik rondwandelen om de knie niet op te sluiten nu. We deden een jas aan en misschien was ik naar huis gegaan, maar nu wilde ik weten of ik tweede of derde was! Er was zelfs een seniorencategerie voor veertig-plussers.
Gelukkig keek ik niet naar mijn hartslag, want ik was helemaal in de zenuwen toen en jawel! Ik was EERSTE  in de categorie dames 40+ geworden met een tijd van 50:12. (twaalf seconden maar, grmbl)
Ik kreeg een gouden medaille!
De rest van het podium was al naar huis (en met een gevoelige knie is de 1 best hoog). Het vergoedde heel wat van mijn boosheid en ik voelde me er wel degelijk beter door, maar het neemt niet weg dat ik slecht gelopen heb en weer in wat valkuilen getrapt ben zoals: te weinig eten en drinken van tevoren, totaal gebrek aan zelfvertrouwen en (hoe vaak nog?!) te hard starten. Ik heb het doel om de halve marathon over twee weken in 1 uur en 50 minuten te halen bijgesteld naar een nieuw persoonlijk record (dus: sneller dan 1 uur, 56 minuten en 30 seconden). Ik hoop dat het dan regent. 😐
Op weg naar huis was mijn hartslag in de auto gedaald naar 73 slagen per minuut. Dat was minder dan een uur ná de wedstrijd en nu was de hartslag lager dan op de heenweg! Ik zou wel iets willen doen aan die blokkerende wedstrijdstress, want vandaag heeft het me niet geholpen.


Verder ben ik best blij met mijn eerste medaille en ik hoop dat het niet de laatste zal zijn, maar ik heb toch geen goed gevoel over de wedstrijd. In de loop van de dag (na nogmaals winnen, maar dan zittend met een bordspelletje) speelt mijn knie wat op en is traplopen een verzoeking.
Ik was inderdaad de derde dame overall. Op een totaal van 35 dames niet heel slecht. 27ste van de in totaal 90 deelnemers.

24:08-eerste doorkomsttijd 26:12- tweede doorkomsttijd 50:21 bruto 50:12 netto

319=startnr 1=positie 🙂 24:08-eerste doorkomsttijd (na 4,8km) 26:04- tweede doorkomsttijd 50:21 bruto 50:12 netto


 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een gouden medaille voor slecht lopen

Blauwe plekken, joggen en 10 goede redenen…

Gisteren heeft de fysiotherapeute mijn knie behandeld, wel een uur lang. Ik moest ermee blijven wandelen door de dag heen. En jawel, het gaat echt beter! Ik voel mijn voet weer zelfs…. ook al zit die los en is die goed genezen. Vanmorgen zat er een blauwe plek op mijn knie. Daar had ik last van. Nog meer last had ik van de weegschaal die aangeeft dat ik teveel extra’s mee moet sjouwen.
Toch ging ik aan het eind van de middag lekker een rondje joggen: een kort rondje moet het worden op laag tempo JOGGEN. Ik wil de wijk niet uit en mijn kleine man gaat mee. Eerst rennend, maar eigenlijk gaat hij veel te hard 😉
Ik zie aan mijn houding dat ik me hier al een hobbezakje voel. Het is warm en deze driekwartbroek zit niet alleen te strak, maar drukt ook nog op de blauwe plek! We lopen de straat uit en ondertussen houdt het jochie adem over voor een spelletje met dierenletters! Ik zal blij zijn als hij dadelijk zijn fietsje pakt en ik langzamer kan gaan 🙂 De eerste kilometer doen we in 6 minuten. Dan komt meneer naast me fietsen en hij vindt dat ik veel te langzaam ga…..

Mam, schiet nou toch 's op!


We lopen alle straatjes door en de knul heeft gelijk: ik doe 6:30 over een kilometer. Het gaat tergend langzaam voorbij en het is warm buiten. In de laatste straat doen we 1 lantaarnpaal langzaam – 1 snel. Meneertje de trainer dwingt me het de hele straat vol te houden… Fijn zo zeg.
Uitlopen via de trapjes gaat zo mogelijk nog langzamer. De tijd per kilometer loopt op tot bijna 7 minuten! Ik hobbel echt door het park en snap best dat je zo langzaam niet kunt fietsen! Mijn blauwe plek doet pijn en dan mag meneer de weg bepalen. Ik ga nogmaals op en neer en het wordt een leuk vormpje:

Ik wil wel stoppen als de 5 kilometer erop zitten en ik daar beschamend lang over heb gedaan (dik een half uur), maar het rondje moet nog afgemaakt worden hoor ik streng vanaf de fiets! Het moest een rondje joggen zijn in langzaam tempo en dat is het geworden, maar ik zie nu nog meer op tegen de wedstrijd!
Hoe kan ik morgen nu sneller zijn? Ik weet wel tien goede redenen waarom de wedstrijd een mislukking wordt!
1) Het wordt warm >20 graden
2) Mijn knie is nog steeds gevoelig en de blauwe plek is nu geel
3) Mijn hak blijft zeer doen, maar niet tijdens het lopen, dus dat kan ik niet beoordelen
4) Ik ga het nooit halen in 50 minuten!
5) Ik ben te dik en sleep minstens 5 kilo te veel mee
6) Vorige week heb ik een training gemist
7) Ik moet fit zijn om maandag met mijn schoonmoeder te kunnen wandelen
8 ) Slecht eten en slecht slapen en weinig drinken
9) De motivatie is nog steeds niet helemaal terug, want ik heb geen vastomlijnd einddoel. Die halve marathon is nauwelijks haalbaar
10) ‘s Morgens ben ik een stijf, stram hobbezakje.
11) Een nieuw PR is absoluut onhaalbaar
12) Ik moet alles opsparen voor de halve marathon, om die binnen de twee uur te lopen (1:50 hoeft al niet meer)
13) Ik voel me verkouden
14) Mijn hartslag wil niet meer zo hoog worden
15) Ik heb geen afspraak bij de fysiotherapeute gemaakt voor deze week
16) Er gaat iemand voor me lopen, dus ik kan mijn eigen tempo niet bepalen. Ik weet nog niet of dat goed of slecht zal uitpakken
OH! Dat zijn al 16 redenen. Moet ik er morgen 1 kiezen?!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Blauwe plekken, joggen en 10 goede redenen…