Gisteren heb ik gewandeld. Ik voelde me thuis wat opgesloten en ik ging aan het stappen. Muziekje mee. Lekker weertje met een zonnetje erbij. Ik ging door het bos. Voor me uit een vogel. Ik wandelde en wandelde. Daarna weer langs de plassen. Ik nam een kleine d-tour die erg modderig was. Ik had mijn wandelschoenen aan en door de therapieen ben ik nu helemaal van de pijn in de peesplaat af. Het is gewoonweg verdwenen. ‘s Ochtends is het nog een heel klein beetje even stijf, maar dat is er binnen een half uur uit. Mijn knie is nog licht gevoelig, maar de blauwe plek is ook nog niet helemaal weg. En zo liep ik op een willekeurige donderdagmiddag 10 kilometer in 2 uur en 6 minuten.

Vandaag zouden we dezelfde tien kilometer in hardlooptempo gaan doen, mijn loopmaatje en ik. Evenzo lekker weer, alleen ietsje kouder. We stonden om half 10 buiten met de wandelschoenen aan en een jasje over de lange mouwen. Ik heb de steunkousen weer aan en het bevalt goed. Ze lijken warm, maar houden ‘in’ mijn benen de bloedsomloop lekker koel. Geen vogel deze keer op het pad. Toen hadden we het alweer lekker warm. De hartslag en het tempo liggen iets hoger, waardoor de temperatuur ook mee oploopt. Het gaat heerlijk, niet te snel, met meer dan genoeg adem over voor hele gesprekken. Mijn loopmaatje vertrekt morgen voor een heerlijk lange vakantie naar het verre, verre buitenland. Wat zullen we lang moeten lopen voor hij zijn avonturen verteld heeft als hij terugkomt! Door het bos heen kost toch iets meer gezwoeg dan de asfaltwegen, maar het is een stuk mooier!
We gaan de heuveltjes over en het loopt letterlijk en figuurlijk heel lekker bij mij. Ik heb nergens pijn, nergens last van, ben niet te moe of verveeld; ik loop gewoon heerlijk! Ik ken de weg, ik heb geen verplichtingen, ik loop lekker niks te moeten.

We gaan het bos weer in. De zon staat nu anders als gisteren, maar er is rust, sfeer, hier en daar wat modder (waar je gewoon overheen of omheen kunt) en het ruikt lekker herfstig. De kilometertijden beginnen allemaal (ruim) met 6 minuten, maar het maakt niks uit. Ook niet als we ietsje langer over deze 10 kilometer doen dan 1 uur en 3 minuten. We nemen even fijn het asfalt in plaats van het modderige ganzenpad wat ik gisteren wandelend al lastig vond.

We gaan langs de plassen en daar blijft het mooi met de paarden in de verte. Het is op een paar dames na die aan het bootcampen zijn, overal heel rustig, er zijn op vrijdagochtend weinig mensen te vinden die buiten willen zijn blijkbaar. We nemen een nieuw pad, want dan vermijden we het trapje en een zelf-opgelegde-intervallen-verplichting. Ik heb het pad gisteren ‘ontdekt’.
Eerder dan mijn garmin is de garmin van mijn loopmaatje klaar met tien kilometer, zoals altijd.De wandeling was ook al ‘korter’. Ik haal het nét binnen 1 uur en 4 minuten, 1 uur 3 minuten en 57 seconden om precies te zijn over dezelfde tien kilometer als gisteren. We wandelen het laatste stukje als cooling down. Ik heb het er warm van gekregen, maar ik ben niet overdreven moe. Ik was vermoeider van het wandelen eigenlijk. Ik krijg blessuregewijs ook nergens meer last van. Nu is het zaak rustig aan te blijven doen en niet meteen weer teveel te willen of me te laten leiden door de stappenteller van IOS8 die elke dag op 10.000 uit zou moeten komen.
De Tien Kilometer in Wandel- en Hardlooppas
Meer dan tien kilometer door het Mooie Almere.
Het huishouden is helemaal af. Ik SMSte mijn vriendin of ze naar de training ging, maar zij SMSte zelf tien kilometer te gaan lopen. Ik vroeg of ik mee mocht en tegen twee uur zat ik op de fiets naar haar toe. Ik had lang getwijfeld over de fiets, de lange broek, of ik de steunkousen zou uitproberen (het antwoord is in alle gevallen ja geworden); maar eigenlijk zat het ‘probleem’ in het feit dat ik al wekenlang niet meer dan tien kilometer heb gerend en ik vroeg me ernstig af of ik dat nog kon! Langzaam zouden we gaan, met kilometertijden tussen 6:20 en 6:30. We reden met de auto een stukje verder om rond de Lepelaarsplassen te gaan rennen. Het was prachtig weer, zonnig, niet te warm, maar er stond een fiks windje. Het rondje zou zelfs elf kilometer worden, en onderweg zijn er nul bushaltes of afsnijmogelijkheden.
We renden naar het gemaal toe en het ging hartstikke goed! Ik kwebbelde weer en de eerste twee kilometer gingen zelfs iets sneller dan 6:20. Je loopt dan heerlijk door het bos, het is zo mooi in Almere. We gingen de dijk op en dat is zo’n eind! Niet aan denken, gewoon verder kletsen… Fietsers groetten ons vriendelijk. Aan de ene kant de plassen en aan de andere kant het Markermeer. Wat een fijne stad is dit eigenlijk, zo midden in de natuur! De kilometertijden bleven hartstikke goed rond de 6:20 liggen. Met zijn tweetjes gaat het veel gemakkelijker. Ik heb maar weer eens uitgelegd hoe de kanjertraining werkt 🙂
Na 6 kilometer draaiden we tegen de wind in. En dan ben je in Almere het bokje! Ineens is het echt wel zwaarder, want de wind waait je over de plas tegemoet en die is niet mild! Ik vind het niet erg, ook al lijdt het tempo er wat onder en heb ik minder energie over om hele verhalen te vertellen. Er vloog een helikopter over. Na de dijk loop je ineens tussen het riet en langs helderblauw water. In de verte staan wat huizen, maar verder is het rustig en stil en zit je midden in de natuur. We waren wel blij de bocht om te gaan en de wind te laten voor wat het was. Er zaten bijna ongemerkt al 7 kilometer op! De steunkousen zijn wat warm, maar ik voel dat ze mijn kuiten hartstikke goed afsluiten en op de één of andere manier afkoelen en dat het prima aanvoelt. Ook al voel ik me met mijn nog net 40 jaar wat jong voor steunkousen…. Maar ik zag de Almeerse top-triatlete ook met steunbeenwarmers lopen in leuke kleurtjes, dus ik wil het dan ook best proberen. Twee paar sokken levert echter wel blaren op, dus ik ga de (prijzige) beenwarmers ook eens proberen.
Het werd wat zwaarder en ik voelde mijn knie/voet/andere knie, en mijn vriendin voelde zich wat leeg. Maar wij gaan niet wandelen! We moeten nog een stukkie en leggen het tempo gewoon iets lager. Tussen de 6:30 en 6:40. We gaan een brug over en daar zitten wat mensen met rollators op een bankje. Als je denkt dat het niet mooier kan worden, loop je door een open bos langs het water vol zwanen en eenden. Het is een soort ansichtkaart, maar dan in het echt. Zonnetje erop, kleurtjes helder, een blokje natuur midden in Nederlands nieuwste stad. En dan wordt de route ook nog versperd! Er staat een kudde koeien op het pad. We gaan na 10 kilometer wandelen, maar dat alleen maar om de koeien te passeren!
De man erachter op de fiets had zijn camera al klaar staan, maar rennende dames en rennende koeien heeft hij niet kunnen filmen!
Ik moest er wel om lachen. En we renden weer verder voor het laatste stukje.
We zijn geen stoplicht tegengekomen, we hebben langs het meer gerend, langs plassen, door bossen; over bruggetjes en smalle fietspaden vol modder. We komen nog een ophaalbrug over en dan zijn we terug bij de auto. 11 Kilometer héérlijk gelopen, zo moet het zijn! Genieten, gezellig en mooi.
We gingen netjes strekken en rekken. Over de 11 kilometer hebben we 1 uur en 11 minuten gedaan met een gemiddelde tijd van 6:25. Hoe goed kun je het plannen! Dat is niet op topsnelheid, maar we hebben het mooi gedaan. Mijn hartslag mag nog wel iets lager worden, want die is nu 156 gemiddeld en die is langzaam aan opgelopen. In combinatie met het volgen van een dieet is het prima allemaal. Ik kan nog (gemakkelijk) meer dan tien kilometer lopen.
Dezelfde avond wandel ik samen met mijn vriend nog 4 kilometer in rondjes buiten om de atletiekbaan heen. Daarmee is dit in weken een dag met 23 kilometer op de (hard)loopteller en met 28.000 stappen een hoogtepunt in het grafiekje!
Almere Crosscup in het Beginbos/Kromslootpark
Het begon niet al te best: ik had een half uur getwijfeld welke kleren ik aan zou doen en welke schoenen, maar ik vergat compleet de startnummers. Dus mijn kind moest starten met een noodnummertje en mijn vriend heeft niemand zien rennen, want die was op en neer aan het rijden en ik was alvast aan het inrennen op te hoog tempo met een startnummer. Dat is niet echt rustig. Maar de kleine man heeft goed gelopen en zijn twee kilometer maar mooi volbracht! En vlak voor de start moest ik nog naar de WC. Ik was beledigd door de atletiekmeester die mijn kind te jong had ingeschat voor de twee kilometer en zelf alleen maar vier kilometer ging rennen.
Ik stond dus een beetje onzeker en wat koel aan de start. Maar! Ook vrijwel zonder zenuwen! Gewoon een beetje gezonde spanning, want deze keer was het enige idee: loop maar lekker uit die zes kilometer. Het was druk in het bos. De eerste keer de berg op was in de rij staan. En naar beneden was ook al lekker glibberig en druk. We gingen over de buis heen en toen het bos in. Het rook er heerlijk en mijn tempo lag goed.
Ik startte onder de 6 minuten en dat was wat hard, maar het ging goed de eerste ronde. Ik ging lekker door de modder, door de drukte en ik ergerde me aan het geluid van al die spikes. Ik nam lekker het ommetje omdat het op het ganzepaadje vol was. Ik hoeft niet te winnen dacht ik, ik kan die paar meter wel extra lopen. Er stonden veel mensen langs de kant. We moesten door een slootje en dat was lastig- vooral omhoog. Ik vond het stukje oversteken over de weg met een buis in de weg vervelender en onoverzichtelijker. Langs de plees, achter de finish door en toen nog een keer de berg op. Natuurlijk werd ik door heel veel mensen (vooral mannen) ingehaald. De eerste ronde (behalve bij de start dan) door niet één vrouw. Aan het einde zat nog een stijl klimmetje en toen slalommend naar beneden. De ronde is niet alleen langer dan twee kilometer, maar ging ook snel voorbij. Mijn koppie was al snel rood en ik lekker opgewarmd. Toch had ik geen spijt van de lange broek.
De zon kwam erdoor en het veld ging uit elkaar aan het lopen. Ik ging wat langzamer, omdat het kon en ik keek naar de mensen langs de kant en de bladeren op de grond. Het was vooral glibberig en het rook heerlijk! Het rook zo ontzettend lekker naar herfst dat ik bijna wilde gaan lopen om daar lang van de genieten! Ik ben dol op die geur en alle voeten die op de bladeren hadden gestampt, hadden de geur nog extra versterkt. Zalig, gewoonweg zalig. Ik kon alleen maar lachen, grijnzen en genieten. Ik moedigde een meisje aan wat was gaan lopen en het was prettig te horen dat anderen dat ook deden. Een jongen die voor me liep en door de andere kinderen als ‘Rik’ was aangemoedigd heb ik ook een schouderklopje gegeven; toen ik hem inhaalde, dat wel, haha. Slootje door en toen haalde een vrouw mij in. Ik vond het lastig langs het stukje te lopen wat ietsje krap was en waar snelle mannen me voorbij wilden stuiven. Deze keer nam ik ook het ganzen-afsteekje. Mijn tempo was wat afgenomen. Dat lag vooral aan mijn hoofd; want echt ergens pijn had ik niet echt.
De atletiekmeester was al klaar riep hij tegen mij, maar ik mocht nog langer genieten, riep ik lachend terug. Ik was gestopt met kijken naar de tijden. Ik keek alleen nog om me heen: ik mag nog een rondje! Ik vond het niet erg om nog een keer de berg op te gaan. Dat vind ik minder erg dan de berg af glibberen en me drie keer aan dezelfde takken stoten. Ik werd door de snelle heren van de 8 kilometer ingehaald. Die moesten net als ik nog 1 rondje! Ik kreeg zowaar een beetje trek onderweg. Ook het fijngestampte gras rook erg lekker. De geur van de herfst werd nog versterkt door de zonnestralen. Het was nu rustiger in het bos. Ik werd ingehaald door 1 vrouw, terwijl ik ook 1 dame inhaalde. Die wandelde bijna, maar misschien moesten zij er nog 8; ik wist het niet. Ik vond het leuk te merken dat er onderling nog veel gekletst en aangemoedigd wordt. Deze keer vond ik het slootje echt lastig en ik had er even
spijt van dat ik niet bij de 4 kilometer was gestopt. Het is mooi meer dan 6 kilometer hé! Maar ik liep gewoon mijn eigen wedstrijd en ik liep uiteindelijk de 6 kilometer in iets meer dan 36 minuten, maar toen was ik er nog niet hoor. Toen ik achter de finish was (dan moet je nog 1 keer de berg over), werd ik door de snelste vrouw op de 8 kilometer ingehaald! Deze keer was de laatste beklimming echt lastig en kwam ik niet meer snel omhoog. Maar wel met een grote glimlach!Ik had wel het idee dat mijn sportcoach (met wie ik alleen nog gemaild heb) boven aan de berg stond aan te moedigen en ik vond het ineens echt jammer dat ik nog maar 1 keer naar beneden hoefde. Ik had er echt plezier in, hoewel ik het ook zwaar vond. En daarom ging ik toch echt geen rondje extra meer hoor. Dat het zwaar was kwam vooral omdat het mij wat zonnig was. Als ik nu terugdenk, waren vooral de stukjes in de zon lastig voor me. Nog 1 keer slalommen naar beneden; voor me gleed iemand onderuit, waardoor ik maar niet versnelde en toen mocht ik de finish over. Ze zeiden dat ik zevende was en ik had er 40 minuten over gedaan. Het was dan ook 6,5 kilometer hoor! Ik nam snel iets te drinken en kletste bij met de snelle man van de club. Ik was snel weer op adem en maakte wat foto’s van de collegae-lopers. Fijn om te zien dat anderen het er ook warm van hadden gekregen! Ik vond het leuk, maar ik vond het niet meevallen. Ik had niet zozeer ergens pijn, maar ik was ook niet helemaal tevreden over de tijd. Al heb ik geen idee hoe ik een crossloop in moest schatten en ging het daar helemaal niet om. De heren collega’s waren maar een paar minuten langzamer op de acht kilometer! Dan is het even moeilijk om niet te vergelijken, ook al weet ik dat het zinloos is en dat ik zo uit een blessure komend het maximale uit mezelf het gehaald.
De schoenen waren behoorlijk modderig en ik was blij met de lange broek, want die heeft lekker de modderspetters opgevangen. Het uitdraaien van de auto was nogal lastig en ik vond het erg leuk om veel mensen te zien die ik ken van het hardlopen. Het is toch wel een kliekje, zeker nu het door de atletiekclub wordt georganiseerd.Uiteindelijk was ik van de 22 dames op de 6 kilometer 14de geworden met een tijd van 40 minuten en 2 seconden. Van de vrouwen boven de veertig was ik vierde geworden. Dat zijn geen toptijden, maar het neemt niet weg dat ik weer eens heel, heel erg van het lopen heb genoten! Dit was doodgewoon puur leuk. LEUK met hoofdletters en met een hele grote grijns op het rode koppie.
Een doodgewoon kalm en rustig rondje terwijl het bijna stormt
Het is ineens koud geworden buiten. Tijd voor een lange, warme broek en veel twijfels over de kledingkeuze. Ik had niet zoveel zin en nam me voor om mijn loopmaatje 8 kilometer lang aan het woord te laten. Om half tien had ik genoeg moed verzameld.
We zouden langs de plas met wind mee lopen. Het waaide behoorlijk. Op de weg terug zouden we door het bos gaan. Alles mocht & moest langzaam gaan. Kilometertijden die met een 6 beginnen. Mijn eerste tijd begon met een 7 zelfs! Toch krijg je het dan ook warm.
Net over de brug begon ik te vertellen hoe de kanjertraining in elkaar zit. De tijd en de kilometers vlogen om! Echt om me heen kijken hoefde ook niet, want het is zo bekend allemaal. En met de grijze bewolking ook allemaal best saai. We liepen met wind mee ineens lage 6 minuten-kilometers. Mijn hartslag liep heel langzaam op. En ik vertelde maar over witte en gele petjes, aapjes en adelaars.
We draaiden het bos in. Best lastig ineens die oneffen ondergrond. De bruggetjes lagen er mooi bij. Het was volkomen doodstil in het bos. Op mijn eindeloze geklets na dan. Door het bos ging het tempo wat omlaag. Ik had het inmiddels echt wel lekker warm. De hartslag liep heel langzaam op.
Het verhaal kon ik ademloos blijven vertellen en dat zegt voornamelijk iets over het tempo. Als je zo samen loopt, hoeft je je geen zorgen te maken over het kilometertempo of hoe ver je nog moet. Het gaat vanzelf. Hopelijk dacht mijn loopmaatje dat ook terwijl hij mijn geneuzel over konijntjes aanhoorde. Konijnen hebben we niet gezien. Wel veel konijnenholen. Ik heb ook de paddestoelen gemist.
Na 7 kilometer kwamen we paarden tegen. We moesten een stukje wandelen, maar ze schrokken zo van ons dat ze weg galoppeerden voor ik een foto kon maken. Terwijl het drie tegen twee was, 12 benen tegen 4 benen! We kregen niet eens natte voeten van het bos. Wel een tijd die door het stukje wandelen de zeven aantikte.
En ineens waren de voorgenomen 8 kilometer voorbij. We waren nog niet rond. Ik had helemaal niet geluisterd! Ik had alleen maar gepraat! Tot zover het overboord gooien van alle voornemens. Het was wel lekker rustig gegaan. Voor de deur ging ik nog een heel klein stukje door om de 9 kilometer te halen in een uurtje. Het ging soepel en pijnloos en gemakkelijk. Tijd voor thee en een banaan. Komend weekend moet ik ook best 6 kilometer door het bos kunnen halen. Nu nog bedenken wat ik aan moet doen (als een echte vrouw) 😀
Rondje 'cross' door Kotterbos
Ik had geen idee waarheen, hoe lang of hoe ver ik moest lopen. Het mocht van de fysiotherapeut en ik had er zin in, maar wat? Mijn loopmaatje had een goed idee: neem de fiets naar het kotterbos en ga daar oefenen voor de cross over de heuveltjes. Goed plan! Dus ik liet in het waterige zonnetje mijn fiets achter. Ik had een lange broek aan en een jasje voor de jaszakken en ik had er hartstikke veel zin in! Ik had echt het gevoel dat ik buiten mocht gaan spelen. Daarom ook twee staartjes… Ik was door het fietstochtje ook meteen opgewarmd.
Het ging meteen lekker. Ik begon de route met de felgele kleur en vergiste me dat ik dan niet bij de vogeltjes’berg’ uitkom. Daarom vervolgt de viesgroene lijn de route over een stukje asfalt. Ik rende in een strak tempo en de eerste heuveltjes waren een makkie. Ik nam de groene lijn langs de natuurboulevard.
De tijd lag ver onder de 6 minuten per kilometer. Heuvel af was even wat afremmen op de knie, die nog steeds een blauwe plek draagt. Ik bedwong de heuvels moeiteloos en ik vond de helikopter boven me cirkelend wel stoer. Ik zwaaide maar niet, maar het is jammer dat hij me niet kon fotograferen. Ik had zelf geen zin in foto’s maken, ik wilde alleen maar genieten! De hoge uitkijkheuvel ging bijna te snel. De tweede kilometer ging nog sneller dan de eerste.Toen ging ik het bos in en ik ging wat trager, want er was wat glibberige modder. Ik heb ook het idee dat de garmin wat moeite heeft met natte bladeren. Ik genoot van het water en het bankje en de geuren en de bladeren en de kleuren. Ik nam nog wat slingerpaadjes door het bos. Toen kwam ik op de grijze lijn; het asfalt. De tijd van kilometer drie viel tegen, maar ik was al op de helft. Ik genoot zo, ik ga echt geen vier kilometer doen zondag! Dit geren door het bos is veel te leuk!
Mijn lievelingspad. Blauwe lijn. Zo herfstig. Zo rustig. Zo goud en groen en rood gekleurd. Zo stralend. Het halve zonnetje. Zo’n lekkere temperatuur. Dan even de open vlakte. Zo mooi. Ik genoot echt van elke stap. Ik had nergens pijn. Er liep een man zonder hond. Ik zag een enorme paddestoel die vernield was. De bomen zijn hoog. Het was echt heel erg lekker, mooi, fantastisch, leuk, geweldig en nog wat superlatieven meer. Dan maakt de tijd niet zoveel meer uit, ook al was ie terug in de vijf.
Ik ging om de berg heen en mijn witte schoenen werden nat van het gras en vies van de modder in het bos. Ik nam een ommetje langs de roze lijn om ook aan het einde wat heuveltjes mee te pakken en te voelen hoe dat lukt. Ik krijg altijd zo’n vuurrode kop. Vandaar de rode lijn over de bergjes! De heuveltjes waren wel iets zwaarder, maar het viel me mee. Ik liep om langs de vogeltjes’berg’, die vooral stijl naar beneden het berg-effect meegaf. En daar was mijn fiets weer. Zes kilometer, 36 minuten precies. Snel de warme jas aan en lekker uitfietsen. Ik heb nog wat foto’s gemaakt, maar ik gaf prioriteit aan de wc thuis…
Is het overbodig om te melden dat ik een erg fijne run heb gehad?!
Het grootste probleem is het uploaden met Garmin
Vorige week donderdag heb ik met mijn zoon mee ge-atletiekt.
Ik heb geen talent voor gooien of springen. Maar de sprintjes lukken me wel! We gaan hard met 14/15 kilometer per uur. Echter, door het springen is mijn knie weer verdomd veel pijn gaan doen. Er zit dan ook een ENORME bloeduitstorting. Die ziet er net zo pijnlijk uit als het is en vrijdag ga ik alleen maar een stuk wandelen. Het is heerlijk weer, maar een blauwe plek (van die grootte) negeer je niet zomaar. Ik zal jullie de foto van mijn knie besparen….
Zaterdag blijf ik ook nog braaf stil zitten (heel stil), maar vandaag lukt dat niet! Net voor het donker wordt (en dat is al vroeg tegenwoordig) wil ik gaan hardlopen. (ik wilde eigenlijk al de hele dag gaan). Ik wilde proberen of (en hoe) ik 6 kilometer kon blijven hardlopen. Lange warme broek, korte mouwen, blauwe schoenen. Ik had er zin in! (en teveel gesnoept, terwijl ik zo netjes afgevallen was) Mijn gedachten zijn bij 2 november vorig jaar: de dag dat ik de marathon zou lopen. (toen was het slecht weer op Terschelling, nu niet)
Ik huppelde weg! Het ging meteen best lekker. (telefoon aan/ horloge aan) Ik nam een fijn tempo aan en wilde langs de plassen gaan lopen. (gaat me lukken voor het daglicht weg is). Het duurde voor mijn gevoel een tijdje voor de eerste kilometer erop zat. 5:54 volgens de Garmin. (5:48 volgens de telefoon). De bedoeling was 6:30, dus ik mag best kalmer aan doen. Ik luister lekker naar de muziek (spotify is echt een uitkomst!)
Ik voel de blauwe plek (voorlopig kan ik alleen maar in lange broek rennen). Maar mijn voet geeft geen enkele last! Ik ga de brug op (het hoeft niet zo snel) en ik groet twee meiden op de fiets en een tegemoet komende hardloper. De zon gaat mooi onder. Weer een hardloopster (ook goedendag). Deze kilometer gaat nog sneller! 5:37 volgens de Garmin (5:36 volgens de telefoon). Ik krijg het warm (door die lange broek natuurlijk), het is dan ook nog steeds 15 graden ofzo. (en toch is het november) Had ik dit vorig jaar maar gehad!
Ik reken uit hoe ver ik al ben: op een derde, dat komt overeen met 14 kilometer in de marathon (maar gelukkig voelen de eerste 2 kilometer zo nog niet aan) Ik ben al bijna op de helft! Ik ga het onverharde pad op. (ohja, ik “train” voor de crosscup volgende week) Ik heb echt het gevoel dat het gewoon lekker gaat. (en dat klopt ook) Ik geniet van het uitzicht, van de kracht en van het pad (en negeer de blauwe plek). Het gaat bijna vanzelf! (jammer dat het zo warm is) 5:51 volgens Garmin (dat is langzaam! ugh)
Ik haal lekker veel wandelaars in (die willen zeker voor het donker thuis zijn) en twijfel over de route. Fietspad, rondje extra, langs de palen (waar ik moet intervallen). Het worden de tempowisselingen langs de palen. Ik kan nog best hard (maar heel zacht lukt ook). Al snel zitten er al vier kilometers in hardlooptempo op. 5:38 volgens de telefoon (en daar is Garmin het roerend mee eens)
Het wordt ietsje zwaarder. (ietsjepietsjebeetje misschien) Ik wil gewoon volgende week 6 kilometer crossen, het kan toch niet zijn dat zoiets leuks al na 4 kilometer voorbij is? Ik ga die cross gewoon alleen maar genieten (kan het mij schelen hoe lang ik erover doe). Dat is een stellig voornemen. Het is eingelijk best een eind, die brug op. Het kleine kind, de mevrouw met de hardloopschoenen aan die wandelt en de meneer met wit haar die vast muzikant is; ze doen niks, maar helpen mij toch de brug op! Is het tempo er uit met 5:43? (dat is nog steeds niet “ietsje zwaarder”) Garmin vind het nog steeds 5:39 zelfs. 5 Kilometer in 28 minuten ofzo. Ik ga die 6 ook halen!
De zon gaat NU onder. Er zitten weer wolken voor (net als gisteren). Ik ga nu echt kalmer aan doen (dit is geen wedstrijd). Als ik het maar haal binnen 35 minuten (of 36 minuten), maar dat gaat lukken. Raar, maar deze kilometer gaat veel sneller dan de eerste voor mijn gevoel. Het lijkt zo voorbij te zijn. (wat een rare hond hebben die mensen zeg) Ik doe er iets van 34 minuten en 50 seconden over. Geslaagd! Al is dit wel de langzaamste kilometer hoor: eindelijk een tijd in de 6! (volgens de telefoon 5:56). Met 6:04 zijn de laatste twee cijfers zelfs omgekeerd pas een beetje in de buurt van de streeftijd. (cryptische omschrijving van wat ik bedoel: dat het 6:40 had mogen zijn)
Ik haal het tempo er uit in het park en ga daar lekker over de heuveltjes heen (trainen voor een cross- ahum) en door het gras. Ik loop drie minuten uit en haal eindelijk het beoogde tempo van 6:30. In 40 minuten (39:58) heb ik volgens de telefoon 6,7 kilometer gelopen. Volgens de Garmin 6,5 kilometer in 38 minuten. Dik 10 kilometer per uur. Als ik weer thuis bent, zanikt de telefoon of ik nog ga lopen!
Die cross ga ik ook wel halen (maar ik twijfel door of het 4 of 6 kilometer worden, want er zit een berg in en de vraag is of drie keer de berg net zo fijn is als twee keer de berg in het rondje van 2 kilometer). De hartslag is hoog. Warm? Conditieverlies? Mijn ‘n zorg! Ik ben heel snel weer uitgerust en besef dan pas dat ik best hard heb gelopen. (en dan lekker douchen)
En dan begint het gedonder. Op welke computer ik het ook probeer: de Garmin wil deze sessie niet uploaden. Het kost een hele avond proberen, maar dat helpt niet. Frustrerend! Mijn telefoon heeft de sessie ook opgenomen, maar in het horloge staat het gewoon!! Ik schrijf het maar met de hand over, tenslotte.
Proberen II
Het ging niet goed. Tenminste: niet met mijn knieen, mijn voet, mijn blessures. Ik had eigenlijk de dag nadat ik had hardgelopen van alles weer ‘een beetje’ last. Daar baalde ik van. Daar baalde ik ENORM van. Daar BAALDE ik ÉNORM van. Ik ging weer wandelen (balend) en fietsen (balend). Niet dat dat pijn deed, maar ik voel gewoon weer alles alsof ik voor niks heb stilgezeten. Balen.
Maar ik laat me niet kisten: ik ga gewoon voor de herkansing. Ik doe geen strakke broek aan, gewoon een lekker slechte katoenen sportbroek (die lekker zit) en mijn marathon-schoenen. (die ook lekker zitten) Het plan is….. ‘ik zie wel‘ 3 Kilometer minstens. Desnoods wandelend (terwijl ik er eergisteren bijna 6 wandelde). Desnoods deels wandelend. En ohja, ik heb gewacht tot het regent natuurlijk. Van die saaie, grijze drizzle.
Kilometer 1: Mijn hartslagmeter werkt niet. Mijn reserve hartslagmeter werkt niet. Mijn telefoon vergeet ik aan te zetten (blijkt achteraf). En ook daarvan werkt de hartslagmeter dus niet. Mijn regenjasje zit binnenstebuiten. Mijn telefoonband zit niet lekker. Mijn benen voelen aan alsof ze oorspronkelijk van een saaie, grijze olifant zijn geweest. En ik heb geen idee welke route ik zal nemen. Kortom, dat ik die eerste kilometer in 6 minuten en 40 seconden loop mag sowiezo wel een wondertje heten.
Kilometer 2: Ik ben in het bos en er zit een ritme in mijn blauwe schoenen. Het is niet zo hoog, maar het is tenminste iets. Ik loop hier lekker in het bos en eigenlijk gaat het best goed. Ik ga gewoon een beetje op en neer lopen door die bossen. Over het asfaltpad. Slingerend om de honden heen. Het zal me een worst wezen hoe lang ik erover doe. Als ik de drie kilometer maar haal, rennend. Met minimale pijnbeleving.
Kilometer 3: Ik haal iemand in! Yeah! Eigenlijk is het te warm voor een regenjasje en lange mouwen. Ik begin me af te vragen hoe ik dit ooit 10 kilometer of nog beter 21 of nog erger 42 kilometer heb volgehouden. Hardlopen is best zwaar eigenlijk. Dit is niet het ideale moment om daarachter te komen, nu het net lekker loopt. Er komt mij een jonge gast tegemoet in korte broek en korte mouwen die zulke grote passen neemt dat hij wel lijkt te vliegen! Hallo, hier Dikke Grijze Olifant.
Kilometer 4: Ik kan nu elk moment stoppen. Geen probleem. Dat mag. Van mij. Het mag echt. Geen schande. Stop dan. Stop maar. Maar ik doe het alsmaar niet. Ik ga gewoon iets langzamer. Dan doe ik hier 7 minuten over, maar ik stop NIET. Olifantje hobbelt gewoon door. Ook nu het stopt met zachtjes regenen. Heb ik niet voor mijn niks mijn regenjasje aan – fijn. Denk ik, heel even. Als ik nu stop word ik langer nat. Maar als ik nu stop heb ik tenminste nergens een vergelijkingstijd mee. Of ik stop met hardlopen voor de komende 500 meter. Of ik wandel gewoon helemaal naar huis. Jeempie! Wat “fijn” dat ik nu ineens weer voel hoe dat ook alweer voelde na 40 kilometer. Ik kan gewoon stoppen. Echt. Theoretisch. Heb ik nergens pijn? Eh, nee, het gaat net lekker. Stoppen? Als ik bij de ingang van het bos ben. Dan stop ik echt. Het tempo wordt wel steeds lager.
Kilometer 5: De Vliegende hardloper komt me weer tegemoet. De wil zeker snel landen voor het nog harder gaat regenen. Ik geef het rekenen op hoe ver hij gekomen is tijdens mijn vierde-kilometertje-die-aanvoelt-als-veertig. De ingang van het bos! Ja NU stop ik. Oke, tot het bruggetje dan en dan ga ik echt wandelen. Echt. Anders worden het toch weer 5 kilometer. Hoeft niet. Bruggetje over gerend. Ik kan de volgende straat niet door! Dan moet ik (van wie) intervallen doen (van WIE ook alweer?!). Dus ik neem de straat hierachter. Arme mensen met hun doornatte hondjes. Kijk, ik ren nog steeds! Ik zie mijn huis en de thee aan het einde. Nou ja, ik wéét het van die thee. Goed onthouden, deze straat is ideaal om langzaam (denk in: slohohoom) uit te lopen. Maar de 7 minuten doe ik er niet over. 6:44
Ik heb ze toch gehaald. Vijf hele kilometers achter elkaar hard gelopen. Dat kostte wel bijna 33 minuten, maar dat zal me wat – ik had vast wind tegen. Snel naar binnen. Thee. Droog. En toen ontdekte ik dat de telefoon niet had gewerkt! GRMBL. Twee koppen thee. Natte spullen uit en een hartslag die binnen een kwartier van 113 naar 65 terugloopt. Ik ben wel moe van die 5 vijf kilometer. Maar….. ik heb nergens pijn! Niet aan mijn hak of knie en mijn voet zit hartstikke ‘los’. Ik wacht met spanning morgen af……
Morgen.
Opstaan. Trap aflopen.
ONTDEKKING
Trap weer oplopen.
Nogmaals trap af.
Het is toch echt waar: geen pijn.
Hak: geen pijn. Knie: geen pijn. Nog eens goed voelen. Nee, geen schijn van pijn.
Naar school lopen. Pijnloos.
Grote vraagtekens. Hormonen -vraagteken Afgevallen -vraagteken Gezond eten -vraagteken Stressperiode voorbij -vraagteken
Hé, zo wordt het weer leuk! Plannen voor de toekomst 🙂
Proberen…..
Negentien dagen niet hardgelopen. Alle hardloopkleding lag netjes opgevouwen in de kast, alles! Dat komt zelden voor. Maar nu wandel ik weer helemaal pijnloos, dus ik mag best een stukje gaan hardlopen. Mijn telefoon begon maandag al te vragen, maar ik ben braaf stil blijven zitten. Kost een hoop pepernoten en andere suikers, maar je moet toch iets als je niet kunt bewegen….
De weegschaal schoot vanmorgen naar boven uit, maar niet zo erg hoog als ik verwacht had. Mijn vriend ging naar de winkel en ik vroeg hem nog of ik de sleutel mee moest nemen, maar hij zou binnen 20 minuten terug zijn. Dan moet ik mijn drie kilometertjes toch kunnen volbrengen met wandelpauzes?
Lange broek aan, lange mouwen aan, zon aan en gaan! Ik wilde niet ver weg gaan, niet lang en het was even wennen toen ik in het park liep. Ik voelde alles: knieen, voeten, spieren. Maar ik voelde ook de zon en het ritme van mijn voeten en de vrijheid die ik zo gemist had. Het plan was 800 meter rennen, 200 meter wandelen. Dus ik kwam na 900 meter tot de ontdekking dat ik het meteen al niet met mezelf eens was! Ik wandelde een stukje – saai! Maar ook even fijn. Kilometer 1 ging altijd nog in 6:21 – met wandelpauze dus.
Bij kilometer twee voelde ik nog alles. Ik moest er echt inkomen. Ik vroeg me af waarom ik dit ook weer leuk vond? Nog steeds kan ik de afstanden niet inschatten: ik had een te kort rondje uitgezocht en ging in boogjes lopen om op 3 kilometer te kunnen komen. Deze keer ging ik netjes na 800 meter lopen. Maar dat is dus ook niet wat ik zoek.
Ik was bij dat ik weer mocht gaan rennen door het bos. Langs die andere snelle loper: ik heb in al die tijd geleerd, dat je andere lopers niet kunt beoordelen: ieder schema is anders; maar deze had duidelijk niet stil gezeten (en ook niet vorige week de marathon gelopen)
Eindelijk ging het hardlopen lekker (ondanks de korte foto-stop) en ik maakte moeiteloos kilometer drie vol zonder dat ik het door had. 6:09 Zomaar. Ik moest van mezelf 500 meter lopen. Weet je hoe lang dat is? Eindeloos! De hele straat door! En nog verder! Ik werd er gek van om de postbode achterna te wan-de-len en hield het 350 meter vol. Toen ging ik door het park terughobbelen. Rond de 6 minuten. Ik zag de auto nog niet staan. Tja, dan worden het vier kilometer, want ik krijg het nog altijd warm van rennen en dan is stil voor de deur wachten niet de ideale oplossing.
Ik wandel tot aan de school en deze 300 meter lijken de perfecte afstand. Vanaf daar ren ik weer naar huis. Worden het toch 5 kilometer. In 35 minuten. Maar liefst. Dat betekent dat inclusief wandelpauzes ik op een gemiddelde tijd van net onder de 7 minuten uitkom. Met dit tempo kan ik de marathon onder de 5 uur uitlopen.
Thuis weet ik waarom ik dit doe: het voelt zó goed! Ik ben trots op die stomme, langzame 5 kilometertjes. Ik kan de wereld weer aan! Hier word ik blij van!
Zelfs mijn telefoon is blij met me:
Twee weken niet hardlopen – een interview met mij
Twee weken stil gezeten: is het vol te houden?
Makkie! Nee, echt waar. Het valt me mee. Ik was natuurlijk eerst ziek en eigenlijk voelde ik me al snel een stuk beter en was ik de hele tijd koortsvrij, maar nu merk ik pas dat ik vorige week ook nog behoorlijk moe was. Mijn hartslag bleef ook hoog hoor, die neemt nu weer wat af.
Geen spijt dus dat je de halve marathon in Eindhoven niet hebt gelopen?
Nee, niet echt, nee. Ik had anders niet zo’n uitgeruste vakantie gehad. Ik had misschien wel graag met een langzame medeloopster meegelopen. Maar eigenlijk heb ik er amper aan gedacht op zondag.
Vakantie?
Ja, even hard rijden in Duitsland. Dat kost ook energie! En al dat zwemmen is ook vermoeiend.
Er waren wel hele grappige kledinghangers in het vakantiehuisje. Werd ik elke morgen wakker met uitzicht op hardlopertjes, haha. Maar ik had de hardloopschoenen niet meegenomen. (ik twijfelde wel hoor) Ik hoefde dus ook niet weg en dat was ook wel eens lekker. Geen idee hoe het er buiten het vakantiepark uitzag! Ik zag wel bossen met oude ‘rode-lampjes’ caravans erin op de heenweg, dus misschien was lopen daar voor een dame alleen ook niet zo’n best idee.
En de blessures? De peesplaat en de knie? Hoe voelen die nu?
Tja, in het begin, na een weekje zeg maar, toen had ik er nog steeds (veel) last van. Dan had ik net zo goed kunnen blijven lopen, toch? Ik had er ‘s nachts veel last mee, was de hele hak branderig en pijnlijk. En de knie deed in het zwembad elke keer zeer. Liep ik weer met een gevoelige knie die trapjes op. Misschien ben ik in zo’n zwembad wel te voorzichtig en span ik de spieren te hard omdat ik bang ben om te vallen. Aan het einde merkte ik dat het echt aan de stroomversnellingen ligt, dan moet mijn knie zoveel tegendruk leveren dat het bandje gevoelig wordt. De sauna verbeterde het wel, maar ik voelde me toch wel stom dat het niet over ging. Dat maakte de hardloop-pauze ook minder vervelend.
En hoe staat het er nu mee? Hoe verder? Of stop je nu voorgoed? (dat zal mijn moeder fijn vinden)
Tja, verder…. Ik doe nog een week rustig aan. Sinds ik ‘s avonds de oefening op de trap ook (even) niet meer doe, heb ik minder pijn aan mijn hak; vooral ‘s nachts. Ik merk soms ineens hoe het ook weer was om echt pijnloos te lopen. Dus niet ‘tijdelijk wat beter’, maar gewoon dat je nergens last van hebt. Dat heb ik toch wel een jaar niet meer écht gehad.
Stoppen zit er (helaas voor mijn moeder) niet in. Ik verheug me toch weer op kleine stukjes lopen, al is het maar 20 minuutjes! Ik heb natuurlijk ook veel gehoord en meegeleefd met de marathon van Amsterdam en dan kriebelt het toch weer! Straks in november wil ik aan de crossloopjes meedoen hier in Almere. Ik twijfel nog over de afstand en hoe ik weer zal beginnen en wanneer dan precies. Het wordt nu toch weer herfstig weer…. Ik maak ook maar vast plannen voor 2015.
Zoals?
Als die beter geformuleerd zijn, zal ik het laten weten!
Een marathon, een snelle halve marathon, 10 kilometer in drie kwartier, een triatlon? Wat kunnen we verwachten?
Ik zeg nog niks!
mail aan de trainer
Hoi Trainer!
Het is een hele tijd geleden dat we elkaar gezien en gesproken hebben. Ik heb het even nagekeken, maar volgens mij was het half augustus, tijdens de temporun in Almere Buiten, dat we elkaar zagen. Ik was toen erg druk met mijn werk en daardoor was ik behoorlijk gestrest. Ik vroeg toen je advies over hoe ik verder moest gaan en je goede raad was: “dan ren je even iets minder”.
De afgelopen zomer was voor mij al niet erg goed begonnen met de Almere City Run. Ik moest toen op de halve marathon verstek laten gaan vanwege een peesplaatblessure aan mijn rechtervoet. De halve marathon wilde ik in een tijd van 1 uur en vijftig minuten gaan lopen – daar heb je voor mij nog een schema voor gemaakt en ik was heel erg goed op dreef met een 10-kilometertijd van 47 minuten. Ik heb bij de ACR heel rustig met een vriendin in een beschamend lange tijd de 7 kilometer gerend. Intussen werd mijn vader 100 kilometer zuidelijker in Eindhoven met ernstige hartklachten opgenomen in het ziekenhuis, dus al met al was het helemaal geen goede dag! De dag daarop kon ik mijn vader en moeder niet terzijde staan, omdat mijn freelance klus begon. Ik heb tussen half juni en half augustus een kinderserie over zeilen gemonteerd voor de televisie, die direct ook is uitgezonden. Geweldig werk waar ik echt erg van genoten heb, maar naast de gezondheidsproblemen van mijn vader viel de klus ook in de zomervakantie van mijn zoontje, wat de nodige schuldgevoelens met zich meebracht. Tot slot kwam het er ook niet van om het hardlopen weer op te pakken, maar ik bleef toch aan de gang waardoor ook de blessure niet helemaal tot rust kon komen. Doordat de serie tijdens de zomer ook is uitgezonden, lag de werkdruk extreem hoog en waren vanaf augustus de avonden waarop ik nog kon hardlopen schaars. De meeste dagen (ook in het weekend) was ik van 9 uur ‘s morgens tot 10 uur ‘s avonds aan het werken achter een computer.
Toen we elkaar tegenkwamen bij de temporun was het werk bijna klaar, was mijn vader gelukkig helemaal opgeknapt en de zomervakantie van de school bijna voorbij. Terwijl ik die 10 kilometer alleen maar balend, verdrietig en zonder enige glimlach heb gelopen, deed ik dat toch nog binnen 56 minuten. Het tempo en de kracht was er nog niet helemaal uit. Zodra het werk eindelijk echt klaar was, nam ik niet de auto naar mijn ouders, ben ik niet naar de school gegaan voor mijn kind, maar heb ik eerst een uur over de Hilversumse hei gerend nabij het werk. Daarmee pakte ik het hardlopen weer op en vond ik je advies “even iets minder hardlopen” lang genoeg geduurd hebben. Dat heeft precies een week standgehouden….
Het was eind augustus en ik wilde graag op 12 oktober de halve marathon gaan lopen in Eindhoven zodat mijn ouders erbij konden zijn. Als het even kon in 1 uur en 50 minuten, maar toch zeker in een behoorlijk snelle tijd. Binnen de 1 uur 56 minuten: dat was de tijd van vorig jaar. Daarvoor had ik 6 weken de tijd en ik heb een ambitieus schema uit een hardloopboek gehaald. Ik was vrij van blessures, kon goed meekomen bij de A/B trainingen en liep al snel weer de tempoloop van 7 kilometer binnen de 38 minuten. Ook de wat langere lopen van 15 kilometer of meer kon ik al vrij snel weer aan.
In september scherpte ik de tijd op de tempoloop nog wat aan tot 37 minuten en om van het mooie weer te genieten wat ik in de zomer zo had gemist, ben ik ook gaan fietsen. Ik fietste op een middag graag 40 kilometer om de Oostvaardersplassen heen. Achteraf bezien was ik (weer) iets te fanatiek en speelde de peesplaat aan de rechtervoet toch wat op. Half september moest ik een lange duurloop met pijn in het hart en nog meer pijn aan de peesplaat voortijdig afbreken en nam ik de bus naar huis toe. Het was een goede beslissing, want de pijn trok weg en een paar dagen later kon ik een rondje van 10 kilometer lopen in 53 en een halve minuut. Ik zat niet stil en ging een paar extra rondjes fietsen. Rond 20 september heb ik in het lange duurlooptempo weer een halve marathon gerend van Weesp naar Almere en dat was een heerlijk tochtje! Ook heb ik rond die tijd een stukje gerend in Eindhoven van de halve marathon aldaar en ik leek helemaal klaar om lekker te gaan lopen op de twaalfde oktober.
Maar….. Toen kreeg ik last van mijn linkerknie. Niet dat ik me daardoor uit het veld liet slaan, want ik bleef wel trouw het hardloopprogramma volgen, maar in tegenstelling tot de peesblessure viel deze minder hardnekkige klacht mij erg zwaar. Ik liep eind september tijdens de 30 Van Almere de 10 kilometer mee als wedstrijd en ik had ongelooflijk veel last van wedstrijdstress. Ik was er een week van tevoren al onzeker over, omdat de wedstrijd half mei ervoor had gezorgd dat de peesplaatblessure slepend werd (10 km in 47:14). Ik wilde dolgraag de 10 kilometer onder de 50 minuten lopen en daardoor ging ik veel te snel van start. Het resulteerde erin dat ik na 4 kilometer liefst wilde opgeven, maar de wedstrijd toch uitliep. Je had me kwaad moeten zien toen ik in 50:12 over de finish kwam! Dertien seconden te lang. Ik was wel de snelste vrouw in de categorie senioren, maar trots op die medaille ben ik niet vanwege de dertien seconden en de slechte wedstrijdindeling.
Met het begin van oktober voelde ik me vermoeid. Mijn knie-blessure was niet van voorbijgaande aard, de peesplaat speelde bij tijd en wijle ook nog op en ik wandelde inmiddels net zo lief als ik ging hardlopen. Na de halve marathon had ik mezelf (in samenspraak met de fysiotherapeute) een rustperiode beloofd van drie weken tot de blessures helemaal over zouden zijn en ik merkte dat ik me daarop verheugde: op een periode niet te ‘hoeven’ hardlopen. Ik kon nog steeds 10 kilometer lopen, maar het tempo was niet meer zo hoog als in september en op de één of andere manier kon ik het plezier in het hardlopen niet meer goed vinden. Vorige week liep ik bij de training helemaal achteraan. Mijn knie speelde erg op waardoor ik mank en pijnlijk liep, maar ook de kracht ontbrak om mee te kunnen komen. Een uur na de training lag ik al uitgeteld te slapen en van de volgende 24 uur sliep ik er 20. En de dag daarop ook. Ik had geen koorts, maar het was toch een griep waarschijnlijk , gezien de spierpijn en het lamlendige gevoel. Ik was helemaal uitgeput.
Of ik overtraind was weet ik niet zeker, maar tijdens de training die week werd het me al duidelijk: die drie weken rust gaan per onmiddellijk in! En ik vond het niet eens erg. Ik heb vanaf juni eerst 8 weken mezelf mentaal (over)vermoeid gemaakt en vervolgens heb ik daarop aansluitend mezelf lichamelijk ook nog eens uitgeput. Zo was 2013 mijn hardloopjaar wél (waarin ik een halve marathon onder de twee uur liep en een hele marathon heb gelopen) en word 2014 mijn hardloopjaar niet. Of ik ervan baal dat ik niet in Eindhoven loop vandaag? Ja en nee. Ja, want ik was er graag geweest, zo vlak bij mijn ouders; maar nee, in en met deze conditie is het niet haalbaar en zou ik niet onder de twee uur komen – als ik de finish al zou halen. Mijn ouders hebben een andere feest-afspraak en die andere afspraak maak ik zelf ook.En toch: ik had je liever morgen een mailtje gestuurd dat ik de halve marathon in Eindhoven onder de 1 uur en 55 minuten (of 1 uur en 50 minuten) had gelopen… Aankomende week gaan we op (de gemiste zomer)vakantie en de hardloopschoenen gaan niet mee. Mijn knie en mijn voet voelen zich al beter. Ik ben weer over de griep heen en ergens voel ik me ook trots op mezelf dat ik niet langer koste-wat-kost een halve marathon moet lopen van mijzelf op mijn eigen hoge standaard. Ik heb het twee keer geprobeerd en het is niet gelukt om een halve marathon te lopen in 1 uur en vijftig minuten. Ik weet op dit moment niet of ik ergens in die zin het woordje ‘nog’ moet laten terugkomen: het is me NOG niet gelukt om een halve marathon te lopen….. Tot zover mijn update van de afgelopen 4 maanden (van half juni tot half oktober) Minstens tot ergens eind oktober blijven mijn hardloopschoenen in de kast staan. Ik blijf niet binnen zitten en ga wel wandelen en fietsen, maar het hardlopen stel ik even uit. Voor daarna heb ik geen enkel plan. Wat zou nu verstandig voor mij zijn? Hoe voorkom ik dat ik in 2015 weer in dezelfde valkuilen trap en de Almere City Run weer geblesseerd moet missen; is het een kwestie van te-snel-willen of van teveel-willen-in-een-korte-tijd? Ik snap dat het ook afhangt van mijn eigen ambities en plannen voor 2015 die ik nog niet ken. (….) Heel veel groeten Anke mail sent from iDevice




