… in de loop van de middag kreeg ik meer en meer last van mijn voet. Blijkbaar ‘zag’ die peesplaat me in de Run2Day winkel staan en dacht: “oh nee toch, mij niet gezien.” Bij elke stap deed het weer een beetje pijn. Net teveel om te gaan hardlopen. Balen, want ik had er wel zin in natuurlijk. Al was het maar op en neer door het park (ik had de route al bedacht ja), maar ik was ver-stan-dig. Bah. Ik ging niet lopen. Bah.
We fietsten naar de stad met zijn drieën. Gezellig en best zwaar met alle bruggen en de lage versnelling, maar geen echte uitdaging.
Dus ‘s avonds wilde ik nog even wat energie kwijt. Om half 9 vertrok ik pas. Ik ging deze keer naar de manege in Almere Buiten en ik ging er helemaal langs deze keer! Ik had de muziek van Coldplay op de telefoon staan en daar luisterde ik lekker naar. Ik hoefde niet hard en lette niet op de rondetijden. Ik had anderhalf uur de tijd voor de zon onder zou gaan en die wilde ik wegtrappen op de pedalen. Tijdens de rit besloot ik langs de A27 te gaan, heen rechts ervan, terug links ervan. Ik heb dat ook wel eens gelopen. 😐
‘k Kwam in het katedralenbos uit en vlak bij de kathedraal zag ik een hertje staan. Mooi! Ze vluchtte weg voor mij. Ik kwam door een mooi bos en een meter boven me vloog ineens een roofvogel. Kon ik de musjes en de merels nog een beetje bijhouden in hun vlucht, deze niet hoor.

Ik ging onder de A27 door en kwam langs de molens. Toen had ik wind tegen. En de CD van Coldplay was afgelopen, dus ik schakelde over op Loreena McKennitt. Rustiger aan. Maar ik kon wel lekker om me heen kijken naar de enorme molens.
Lange rechte wegen. *Zucht*
Op de fiets ook saai.
Echter, de zonsondergang was geweldig. Rode zon. Die steeds groter werd. Wijds uitzicht. het is op de fiets lang en recht ook 4 kilometer afzien.
Ik besloot het ommetje te maken over het fietspad naar de Trekweg. Toen ik net onder de A6 door was, zag ik een vos. Die was op een vogelnest aan het jagen en het spijt me dat ik stoorde. Ik werd een beetje moe van de tocht en omdat ik nog niet al te veel had gegeten vandaag. Geen gesnoep.
De zon was onder gegaan (achter de huizen) en voor het eerst in anderhalf uur moest ik stoppen voor een oversteekplaats. Ik fietste met de klanken van She Moved Through the Fair de laatste wijk door en na 30 kilometer in een uur en drie kwartier was ik weer thuis. Niet spectaculair hard, maar ik heb wel een leuke avond gehad, zonder te rennen.
Mijn voet heeft bepaald…..
Een rondje Oostvaardersplassen wind mee!
Mijn voet is aanmerkelijk minder pijn gaan doen de afgelopen dagen. Fijn om te bedenken dat de fysiotherapeute meer last zou hebben van haar elleboog waarmee ze me behandeld heeft! Gisteravond echter was de voet weer pijnlijk. Baluh. Maar deze ochtend kon ik al na 5 minuten gewoon lopen op de voet. De enkel voelt nog stijf aan, maar de blauwe plek die je voelt bij elke stap is vrijwel weg. De trainer stuurde me een mail waarin hij mijn tijd op de 10 kilometer roemde en aangaf dat het niet erg was om even rust te nemen. Ik denk niet dat hij dít bedoelde, maar het was erg bemoedigend. “Je kan vanaf nu niks meer “bij” trainen maar alleen maar afbreken als je te zwaar door blijft trainen.” Helaas kwam die opmerking net te laat, maar toch bedankt….. Voor de rest was dit een enorme rustdag op de bank met een overdaad aan suikers en voelde ik me als een gekooid diertje wat naar buiten MOEST. Op de pedalen! Ik haalde mijn loopmaatje op voor een avondfietstochtje.
Mijn loopmaatje had de windrichting bepaald zodat we op de dijk de wind mee zouden hebben. We fietsten dus tegen de klok in. Ik vertelde van het kinderfeestje en we raceten het Kotterbos door. Ik vond dat ik behoorlijk door moest fietsen om hem bij te houden, maar dat is meer het gevoel dat ik mijn conditie kwijt raak dan de realiteit, want ik ga nog steeds niet zacht. We zagen een ree staan. Even later liep er een vosje. En we hebben een veld vol konijnen zien staan. Er was weinig menselijke activiteit op een paar vissers na. De wind viel me tegen en ik hoopte maar dat het op de dijk beter zou gaan. Langzaam aan trapte ik de sjacherein eruit in het bos aan de andere kant van de Oostvaardersplassen.
Na een uurtje kwamen we op de Oostvaardersdijk. En de belofte werd waargemaakt: wind mee! Het tempo kon eenvoudig omhoog en alle kilometers begonnen met een 2, heerlijk! Zo is de dijk leuk 🙂
Het uitzicht was mooi en we zagen witte reigers. De zon ging langzaam onder en de lucht werd geel en rood. De kleuren waren fantastisch. Ondertussen is het fijn om gezellig wat te kunnen kletsen. Dat leidt de aandacht af van de kilometers en de kilometertijden. We namen een klein ommetje, maar ik vind dat bos waar ik constateerde dat ik erg veel pijn aan mijn voet had niet meer zo leuk. Op de fiets is het gelukkig in een oogwenk voorbij. 😉
De oostvaardersplassen langs fietsen was een feest. Bloedjemooi. Adembenemend. Geel. Ruimtelijk. Stralend. Ik dacht dat ik een tegenligger zag, maar het was een hert en het zwom naar de Oostvaardersplassen toe. We hielden stil en het was hartverwarmend.


We gingen nog een stukje verder en hoewel de kleuren alleen maar mooier en mooier werden en de zon onderging om kwart voor tien, had ik genoeg gefietst. Ik was het gewoon een beetje zat. Niet dat ik stopte ofzo, maar ik vond het wel mooi geweest voor deze avond. 2 uur gefietst, 40 kilometer en een mooie avond gehad. Maar nu mijn voet niet meer zoveel pijn doet, mag ik het nu weer op een lopen zetten? Morgen ga ik het voor een klein stukje proberen.

Nog geen afscheid van de fiets
Vanmorgen ben ik weer opgestapt op de fiets. Het lopen laat nog even op zich wachten. Mijn voet doet nog pijn en is nog erg gevoelig. Ik blijf hopen dat ik er in een week mee wegkom, maar gisteravond drong tot me door dat de Almere City Run niet haalbaar meer is. Daarmee bedoel ik dat ik dat eindelijk accepteerde en er erg verdrietig van was. Dat maakte het eenvoudiger om lekker te gaan fietsen. Later deze dag en morgen staat er regen in het weerbericht, dus nu gaan we snel!
Ik ging richting de manege. Maar dan de manege van Almere Stad, die ligt een heel eind weg in de Pampushout. Ik fietste richting de Noorderplassen. Het ging best lekker en ik besloot de eerste 20 kilometer alles onder de 3 minuten te fietsen. Ik trapte gewoon lekker door. Het gaat zoveel sneller dan hardlopen! Ik was snel bij het zonnepanelen eiland. En vanaf daar rechtdoor.
Ik kijk vaak naar de fietspaden daar en ik wil er liever gaan hardlopen, maar fietsen is nu een mooi alternatief. Ik nam een mooi stukje langs de rechte wegen. Opmerkelijk genoeg kwam ik er een vrachtwagen tegen! Ik zag ook een hardloopster die een lekker eindje aan het gaan was. En een wielrenner die een sigaretje zat te roken. Voor de rest was het stil, waaide het en ik luisterde ik naar de vogels, want ik was mijn koptelefoon vergeten.

Terwijl mijn kind in de klas uitdeelde, reed ik met een grote boog om de manege heen. Ik heb ‘m niet gezien! Ik kwam in de nieuwbouwwijk uit bij Almere Poort. Verrast over waar ik beland was, ging ik onder het spoor door en was ik op het bekende fietspad waar ik wel eens gerend heb. Over 21,1 kilometer deed ik 59 minuten. Toen legde ik het tempo lager. Ik ging op mijn gemakje door de stad heen cirkelen. Even dacht ik nog om de manege op te zoeken, maar het nieuwe doel werd de manege in Almere Buiten.
Ik ontdekte nieuwe industrieterreinen, scholenparken en een prachtige speeldraak in een park. En ik kwam door het bekende Beatrixpark. Een aparte, groene kant van Almere waar ik mijn ogen uitkeek. En toen langs het station in het centrum, waar de winkels nog dicht waren. Ik moest de andere kant van Almere op en trapte door nieuwe wijken. Ik kwam zelfs over een brug over de Vaart die ik eigenlijk nog nooit opgemerkt had.Langs allemaal moderne huisjes kwam ik op het pad dat naar de manege gaat, maar voor ik daar was, besloot ik te kijken of het fietspad alweer open was! Dus ik ‘miste’ alle twee de doelen 🙂
Ik ging niet meer zo snel en kreeg het tempo ook niet meer te pakken. Het fietspad was officieel niet open, maar wel begaanbaar. En toen bedacht ik dat ik naar de tandarts kon fietsen om een afspraak te maken. Maar eerst…. wilde ik over de nieuw geopende brug bij het Kotterbos. Het viel me fietsend tegen hoe lang de Trekweg langs de Vaart is! Lopend wéét je dat het ver is, en ik dacht dat het fietsend sneller voorbij zou zijn.

En dan de brug over: mij wat open aan de kanten, maar wel mooi en op een maandagmorgen ook erg rustig! Ik fietste door het Kotterbos en na een ommetje van 45 kilometer kwam ik dan toch bij de tandarts aan om een afspraak te maken.
Een marathon in 2 uur en tien minuten. Maar dan op de fiets. 46 Kilometer in totaal in 2,5 uur. Laat de regen maar komen, ik kan vanmiddag naar de fysiotherapie!
De fysio deed me minder pijn als een week eerder. De ontsteking zit nu heel diep. Ik heb twee inschrijfnummers voor de Almere City Run: voor de 21 en voor de 14 kilometer. Hopelijk hoeft ik niet terug naar de 7 kilometer!
En nog een stukje rondtrappen!
Op een avond waarop ik eigenlijk de zwaarte vierhondertjes had moeten lopen, ben ik maar weer op de fiets gestapt. Vandaag heb ik mijn eigen voet behandeld en ‘gefrictioneerd’ (dat woord kende ik nog niet), waardoor de pijn nu toeneemt! Hopelijk gaat het zelf genezende mechanisme nu goed aan het werk en lost het de kleine scheurtjes in de pees op.
Een rondje om de Lepelaarsplassen wilde ik ‘even’ fietsen. Dat is om te lopen wat ver als je pas om kwart over acht vertrekt, maar op de fiets gaat het prima. Eerst langs de Oostvaardersplassen, waar het zo laat op de avond lekker rustig is. Ik zette mijn muziek eens een keer aan op de achtergrond. Toen kwam ik door het bos waar ik vorige week voorlopig de laatste kilometers heb hardgelopen en tot de conclusie kwam dat het foute boel was. Fietsend over de dijk merkte ik dat ik wel een prachtig uitzicht had op Amsterdam, maar dat ik ook wind tegen had. Ik koos er door die wind voor om het rondje om te draaien. Langs het Block van Kuffelaer, waar de brug eens een keer niet open stond en dan linksaf in plaats van rechtdoor.
En zo langs de Lepelaarsplassen. Ik vind dat een prachtig stukje natuur; water, bos, lange rechte wegen, een familie ganzen die oversteekt, grazende koeien en bootjes in de zon. Er ligt een mooie brug. Als je moet hardlopen is het pad lang, lang en lang en zonder afsnijmogelijkheden. Op de fiets is het mooi, bochtig, verrassend en met prachtige vergezichten. Zeker bij de laagstaande zon!
Maar toen ik de dijk weer opkwam….. Toen was de lol er even vanaf! MUGGEN, miljoenen muggen, een heel bombardement aan muggen! ARGH!! Gelukkig had ik mijn zonnebril op, maar ik moest mijn hand erboven houden en mijn hoofd omlaag en mijn mond stijf dicht om niet bedolven te worden onder de muggen. Ik was te zeer bezig met het bombardement afweren om blij te zijn dat ik wind mee had! Daardoor was het wel sneller voorbij gelukkig en kon ik weer om me heen kijken. Nadeel van de ondergaande zon en het water 🙁
Ik zag een mooie ooievaar en de zon stond inmiddels heel laag en maakte alles prachtig geel van kleur – zelfs met zonnebril op. De brug stond weer niet open en ik nam een route die ik lopend al eerder had willen proberen, maar die er nooit van kwam. Langs Almere Binnen; dat is de gevangenis! Ik voel me dan extra blij met mijn vrijheid. Ik had beloofd om half 10 weer thuis te zijn en ik moest maar eens flink door gaan trappen. Blijft toch nog lastig in te schatten na een week fietsen hoe ver je nu eigenlijk kunt komen!
De zon was onder gegaan en het was apart over de brug te fietsen waar ik een half jaar geleden ontdekte dat mijn knie niet meer mee liep. 5 Over half 10 was ik thuis. Nog voor de zonsondergang! Ik nam wel een stuk of 50 dode muggen mee naar binnen en we moesten er ook nog een twintigtal naar de andere wereld helpen. Het kriebelt nog steeds overal.
Ik had 26 kilometer gefietst in een uur en twintig minuten. Ik ga elke keer harder, het gemiddelde tempo ligt al op 19,7 kilometer per uur, waar ik begin deze week met een gemiddelde van 18 kilometer per uur begon. Ik heb al bijna 160 kilometer gefietst. Aan calorieverbruik ongeveer evenveel als 50-55 kilometer hardlopen in een week. Maar in meer tijd, terwijl je minder moe wordt! Zo leer je nog eens wat…
Je kunt dat fietsen gewoon elke dag doen. Toch kan ik niet wachten op de dag dat ik weer mag gaan hardlopen. Zo geduldig mogelijk wacht ik tot mijn peesplaat niet langer ontstoken is en ‘zelf’ de kleine scheurtjes weer kan dichten.
Fietsen deel III
Het gaat beter met mijn voet! Hij doet steeds minder pijn. Het duurt niet meer de hele ochtend voor ik er gewoon op kan lopen. De pijn bij elke stap wordt een stuk minder voelbaar, een daarmee de vraag “hoe heb ik dit kunnen negeren?” dwingender. “Hoe kon ik dit aan het begin van de week aanvaarden?” verschijnt al als vraag in mijn hoofd. Dus deze keer zal het echt wel een goede les zijn! Ik heb me lang afgevraagd hoe ver ik kon gaan met hardlopen en die vraag is dan helaas eindelijk beantwoord: mijn pees houdt er het eerst mee op. Niet het doorzettingsvermogen of de conditie of de spierkracht; het zit ‘m in een pees in mijn voet. Tot zover dus. 10 Kilometer in 47 minuten en nu is mijn enige wens niet langer om sneller te worden, maar enkel om beter te worden. Mijn enkel moet beter worden. Als in dat het enkelgewricht nu eerst moet genezen.
Vanmorgen eerst een bezoek aan de fysiotherapeut. Ze kan nog niet zeggen of en hoe ik de Almere City Run kan lopen. Ze deed me minder pijn als eerder deze week. Wat een feest was het om te horen dat zij door mij te behandelen last van háár elleboog had gekregen! Ze heeft opnieuw de pijn opgewekt en de ontsteking aangezwengeld, zodat mijn lichaam de komende dagen weer zelf aan het werk moet om beter en sterker te worden. Dat betekent dat het lopen nog een paar dagen uitgesteld zal worden!
Gelukkig stond de fiets klaar (de andere fiets, want de eerste heeft al een lekke band) en mijn loopmaatje offerde zich op om mee te gaan – ook op de fiets! De eerst paar kilometer dacht ik nog dat ik hem echt niet zou kunnen gaan bijhouden en dat hij een tandje te hard voor me fietste, maar na een paar kilometer was ik aan het tempo gewend. Hij mocht vrolijk vertellen van de trainingen die hij afgelopen week heeft gehad. Ik ben niet meer zo jaloers, ik pak het later wel weer op. We fietsten door het bos zonder overduidelijk einddoel. Op de fiets kun je nog eens een kilometertje extra maken.
Het was heerlijk weer: bewolkt, maar niet te warm. Tijdens een fietstocht gaat de hartslag niet zo snel omhoog en kun je onafgebroken blijven kletsen. Dus rond de hele Kemphaan, vanaf dat we onder de snelweg door gingen tot we via het Shellstation, het Kemphaan terrein over en aan de andere kant van de Vaart weer terug reden heb ik uitgelegd hoe mijn favoriete bordspel Kolonisten van Catan gespeeld dient te worden. Zonder spelmateriaal bij de hand!
We kwamen bij het Block van Kuffelaer en de brug stond weer een keer open. Even rustpauze was niks ergs aan! Maar het werd tijd om het kind weer op school op te halen, dus we fietsten door terug langs de Vaart en het sluisje. Meestal vind ik het fijn om zo ver te kunnen komen op de fiets, maar door het Wilgenbos leg ik liever in een rennend tempo af om van dat bos te genieten. Da’s op de fiets zo voorbij. Na twee uur fietsen hadden we 36 kilometer afgelegd. Ik ben dan niet doodmoe of uitgeput. Na twee uur lopen heb ik onmiddellijk behoefte aan een douche, na twee uur fietsen heb ik zin in water.
Deze week hou ik het bij fietskilometers.
Veroordeeld tot de fiets.
Het gaat heel langzaam beter met mijn voet. Stapje voor stapje – ohnee, juist die stapjes gaan niet beter! Ik ga niet meer hardlopen. Nu heb ik me daar (voor deze week is het in elk geval gelukt) bij neergelegd. Gisteravond was het trainingsavond. Bij gebrek aan beter ben ik maar weer op mijn stadsfiets gestapt met zijn 7 versnellinkjes om de energie (en frustratie) er uit te trappen. Fijn dat het zo lang licht is ‘s avonds zeg. Er dreigde wat regen, maar het regenjasje past gemakkelijk in de fietstas, wat een voordeel!
Ik zou mijn vriendin bij de training gaan ophalen, maar ik wilde eerst een rondje om het Weerwater fietsen. Ik had zin om hard te gaan. Al vind ik dat fietsend nog lastig in te schatten. Alle tijden moesten met een 2 beginnen van mezelf. Helaas ging het mis toen ik de brug op moest, de Vaart over. In de verte zag ik het trainingsgroepje en ik ben terstond omgedraaid. Ik kon er niet tegen om ze daar te zien trainen terwijl ik ‘veroordeeld’ was tot fietsen.
Ik nam de route richting de Kemphaan en uit frustatie ging ik nogal hard! Ik bewonderde de bomen en raakte na het kasteel mijn gevoel voor richting kwijt. Ik kwam onder de snelweg door en langs het Weerwater stikte het van de hardlopers. 🙁
Ik fietste het rondje er snel omheen, omdat ik niet wist hoe laat mijn vriendin klaar zou zijn. Lekker door het bos scheuren! Bij Joymere (van waaruit we lopen) stond een groep oefeningen te doen en ik besloot de halve marathon dan nog even vol te fietsen. Voor 21,1 km had ik net iets langer dan een uur nodig.

Ik heb mijn oordopjes wel op, voor áls ik muziek wil luisteren, maar ik hoor zoveel vogels dat ik de oordopjes vergeet!
Ik ging zitten te wachten, haalde uiteindelijk mijn tasje op en op een langzaam fietstempo heb ik mijn vriendin naar huis gebracht. Het was donker geworden en ik blijk zelfs werkende verlichting op de fiets te hebben!
De pijn aan mijn voet wordt minder. Als ik ‘s nachts naar de WC moet, dan strompel ik erg, maar als ik eenmaal een half uurtje ben opgestaan en de pees doorbloed is, voelt de hak minder pijnlijk. Vorige keer was dat aanleiding om weer te gaan lopen, maar deze keer ben ik verstandiger! Mijn enkel voelt stijf aan.
Ik blijf veel energie hebben, het weer blijft prachtig en ik heb nog tijd, dus ‘s middags ga ik weer fietsen. Rustig aan deze keer, gewoon een rondje naar de sluis op de Knardijk en terug via de andere kant van de vaart. Ik ga niet zo hard en heb behoorlijk last van de wind. Echt- dat merk ik nooit als ik hardloop! Terwijl ik gister in anderhalf uur bijna 30 kilometer heb gefietst, op deze middag was het in dezelfde tijd zo’n 25 kilometer. Vooral voorbij de sluis had ik flink de wind tegen en was de weg lang! Toen bleven de tijden niet meer met een 3 beginnen! Kan ik daar al rennend nogal van balen, nu vond ik het niet erg. Fietssport is voor mij geen wedstrijd, dan is sport tijdverdrijf.Het is fijn te merken dat mijn hak steeds minder pijn doet. Opvallend hoe je wel merkt als het veel pijn doet, maar wanneer het minder wordt, voelt dat snel als ‘normaal’. Morgen ga ik weer naar de fysiotherapeut; benieuwd hoe lang ik nog tot een fietszadel veroordeeld blijf!
Fietsen vanaf de blessurebank
In het schrijven van deze blog heb ik hélemáál geen zin, maar het hoort absoluut hier thuis. Het is niet de eerste keer dat ik ergens pijn heb en daardoor (tijdelijk) niet kan lopen, maar nu hoop ik er echt iets van te leren en deze situatie voortaan te vermijden. Ik sta STIL. Van hardlopen is de komende week geen sprake meer. Al die tijd ging het goed, beter en geweldig en ben ik gewoon doorgegaan. Hoe leuk het ook was, nu moet ik even wachten tot mijn voet beter is.
Mijn rechtervoet doet pijn onder de hak. Ik beschreef al eerder dat elke stap pijn doet. Onder de voet zit een peesplaat die van voor naar achter loopt. Die irriteert al langer en is al eerder een bron van kortstondige looppauze geweest. Achter aan de hiel zit de achillespees en die wordt ook nogal opgerekt, zeker als de passen veranderen en de enkel niet zo sterk is. Onder de hak komen beide pezen samen en nu is de aansluiting van de peesplaat ontstoken. Die kan alleen door rust genezen. De fysiotherapeute moest het met haar elleboog losmaken en zij irriteert het zo erg dat het lichaam nu echt aan de gang moet om de pees gezond te maken. Dat doet mijn lichaam ook maar dat kan alleen maar als ik niet opnieuw aan die peesplaat ga trekken. Ook niet voor 1 kilometer – de komende 4 dagen mag ik wandelen en oefeningen doen om de enkel en peesplaat sterker te maken.
Maar ja, ik kan niet stilzitten, dus gisteren ben ik vast op mijn fiets gesprongen. Geen wielrenfiets of mountainbike, gewoon een huis- tuin en keukenfiets, maar ik kan er mooi mee tegen de wind in. De kilometers vliegen voorbij! Leuk als alle kilometertijden eens met een 3 beginnen! De hartslag gaat iets minder hard omhoog, maar je hoort ook de vogels en hebt ook de tijd om te kijken naar de boten, het water en de natuur. Ik heb over de oostvaardersdijk gefietst. Alsmaar die wind – daar heb ik bij het hardlopen geen last van.
Ik vraag me af waarom ik hardlopen toch leuker vind en ik denk dat het is om de competitie die je met jezelf aangaat. Wat dat betreft is het eens goed om een andere sport te doen, al baal ik van de aanleiding! Ik was blij van de dijk af te zijn en in het bos te komen. Dus nam ik een flink stuk Hollandse Hout mee op weg naar het ‘doel’ van de dag: de sluis op de Knardijk. Het duurde ruim een uur voor ik er dan eindelijk was. Het was heerlijk weer, zonnig en zomers.
Ik nam even een drinkpauze en bekeek de sluizen eens. Lekker hoor, bij het fietsen neem ik gewoon de rust voor een korte stop. Het is niet zo prestatiegericht als het hardlopen (geworden) is. Ik fiets gewoon een rondje en meer niet. Om in conditie te blijven en de hartspier niet te laten verslappen. Meer niet.
Tijd voor de terugrit. Over nog een ander soort asfalt deze keer. Ik ging wat harder om mezelf uit te dagen – maar dat het soepeler ging kan ook iets met de windrichting te maken hebben gehad! Gelukkig heb ik maar 1 hardloper gezien die ik benijdde. Het enige wat me tegenhield om niet de hele middag maar door te fietsen was dat ik nog naar de winkel moest. En op de fiets met de fietstassen valt dat lekker te combineren. Na een ‘omweggetje’ van 2 uur en 40 kilometer verder stond ik ij de AH voor melk en hamburgers.Aangezien ik deze week van de fysiotherapeute —Echt–beloofd– NIET DOEN– niet meer mag hardlopen, zal ik nog wel vaker gaan fietsen. De ironie wil namelijk dat het prachtig weer blijft! Ik heb al gemerkt dat fietsen een betere remedie is als het eten van M&M’s tegen een depressieve bui om te aanvaarden dat de Almere City Run over drie weken misschien toch iets te hoog gegrepen is. Helemaal geloven wil ik dat nog niet, want het duurt nog zo lang en ik doe nu echt 5 dagen achter niks aan hardlopen, maar er komt een moment dat dat vast tot me doordringt (en dan maar hopen dat de M&Ms op zijn).
12 kilometer met veel PIJN en (weinig) moeite
Mijn voet bleef pijn doen. Onder mijn rechterhak lijkt een grote blauwe plek te zitten. Die doet pijn bij elke stap. Mijn enkel is zwak en de peesplaat onder mijn voet is geïrriteerd. Die twee pezen komen samen onder mijn hak en zorgen daar voor pijn. De fysiotherapeut doet haar best, maar dze keer heeft ze me niet binnen een week van de pijn af kunnen helpen. Ik moest van haar zeker één dag rust nemen en liefst nog een dag. “Een paar kilometer op vrijdagavond”, dat mocht van haar. Maar op vrijdag had ik nog te veel pijn en zag ik me genoodzaakt een extra dag rust te nemen. Met moeite en een zak M&M’s 🙁
Vandaag hield ik het niet meer! Mijn enkel voelde ‘s morgens nog stijf, maar de ergste pijn was weg. Het was heerlijk weer. Mijn hak deed weinig pijn meer. Ik stelde het tot de namiddag uit en besloot vanaf de zwemles naar huis te gaan lopen. Dat zijn op minst 5 kilometer, maar dat is recht door de stad. Ik wilde door het bos, dus dan is het ietsje langer. Mooier en fijner om te lopen. Ik ging eerst langs het water vol met bootjes en genoot van de vlindertjes. Haast had ik niet, ik wilde alleen maar kijken hoe het ging. Een lange duurloop van 2 uur zou het toch niet worden. Na 2 kilometer deed mijn hak weer pijn. Eventjes dacht ik aan teruglopen, maar het was zo mooi buiten! Er vloog een vlinder meterslang naast me en die deed me beslissen door te gaan.
Over het sluisje en toen kwam ik in het bos. Het was er mooi en in tegenstelling tot aan het water rustig. Ik had het hele pad voor mezelf en ik genoot van de vogelgeluiden, de lekkere temperatuur en de oase van groen. Het tempo lag rond de 6 minuten per kilometer en dat vond ik best. De schoonheid van de omgeving met de bruggen en de stilte leidde de aandacht af van de pijn. De brug bij het Block van Kuffelaergemaal stond open en er reed een man de rotonde verkeerd om op, al zwaaiend naar mij!
Ik kwam op de dijk, op het asfalt van het fietspad. Er raasden auto’s voorbij, fietsers passeerden me en mijn voet ging serieus pijn doen. Veel pijn.
Meestal klinken de hardloopstappen als stap-stap-stap-stap in een regelmatig ritme. Nu voelde het als stamp-tik-stamp-tik-stamp-tik. Mijn passen moesten zich wel aanpassen aan de pijn aan 1 kant. Ik moest op mijn tenen gaan lopen om de pijn te vermijden. Voor het eerst in tijden en tijden dacht ik aan opgeven en naar huis bellen. Maar ook dan zou ik moeten lopen of wandelen en zou elke stap pijn doen. Dat zou langer duren. Het tempo ging drastisch omlaag, naar 7 minuten per kilometer. Het maakte me niet uit. De afstand zou niet zo ver worden. Het maakte me niet uit. De zon scheen, het was mooi en ik mocht van mezelf door het bos. Het maakte me niet uit. Ik besefte dat ik op deze manier de halve marathon over een maand niet ga lopen. Dat maakte me wél uit. Gelukkig vloog er een vliegje in mijn oog waardoor mijn ogen traanden 😉
Er komen andere halve marathons, maar ik krijg geen andere voeten meer.
Ik hobbelde door het bos en had de kracht om te genieten van de kleine paden, de rust en al het moois van de natuur. Ik deed wel een uur en vijf minuten over de 10 kilometer. Het was warm in het bos. Maar overal was het stil en rustig en ik heb geen enkele andere wandelaar of hardloper gezien. Niemand! Niet in het wilgenbos, niet in het tussenbos, niet in het oostvaardersbos.
Intussen stapelden de kilometers zich langzaam maar zeker op. Het werden er 11 en ik dacht: nu ga ik tot de brug. Tot de volgende brug. Tot het park. In het park ging het weer een beetje. Dus gewoon tot thuis. Het werden 12 kilometers. De limiet voor dit weekend. In een laag tempo van gemiddeld 9,2 kilometer per uur. De hartslag was ook niet erg opgehoogd. Voor ik iets ging drinken thuis, legde ik ijs op mijn hak. Ik ga het schema aanpassen en kijken of ik over een paar dagen weer iets kan oppakken. De komende dagen loop ik pijnlijk door het huis. Ik betreur mijn eigenwijsheid. Ik heb al vaker pijn gehad en ben al eerder geblesseerd geweest. Ik heb zelfs al vaker gedacht: ‘nu kan ik echt niet meer lopen’, maar hopelijk leer ik er eens een keer iets van!
Wisentloop Dronten – Een wedstrijd van 10 kilometer
Twee dagen rust. Na een in het water gevallen training op zondag en met pijn in mijn rechterhak. Dat was na twee dagen rust bijna weg. Twee hele dagen niet lopen, dat was al in geen drie maanden meer voorgekomen! Om 4 uur ‘s middags werd ik toch echt zenuwachtig voor de wedstrijd van woensdagavond. “Gewoon gaan lopen,” had de trainer gezegd, “Als het tegenvalt, doe je alsof het een training was”. Maar ik wilde zo graag onder de 50 minuten komen en mijn 10 kilometer tijd met een 4 laten beginnen. Op mijn pijnlijke hak na (maar de afspraak voor de fysio stond al) was er geen excuus: lekker weer, genoeg gegeten, in vorm. Mijn loopmaatje ging ook mee en er waren nog meer leden van de loopclub.
Om half 7 konden we de auto nog parkeren in de wijk op ongeveer de laatste vrije parkeerplaats. Ik ging in korte broek, maar twijfelde over het shirt met lange mouwen wat zo lekker zit. Startnummer 514. Ik liep nog op en neer naar de auto om mijn portemonnee op te bergen. Het werden toch de korte mouwen. Drentel… Nog een keer naar de toilet… Drentel…. Hoge hartslag…. Drentel…. We liepen een rondje op de camping warm, maar ik voelde me onwijs traag. Er was 1 andere dame van de hardloopclub en ik wilde voor haar proberen te eindigen. Zij kan de marathon binnen 4 uur lopen.
Om half 8 was de start. Er waren zo’n 250 mensen, dus het was even dringen en de tijd aanzetten. Ik raakte de rest kwijt, die liepen snel ver voor me. Ik ging ook mensen aan het inhalen. Altijd leuk als er auto’s voor je moeten stoppen. De eerste bocht om was wat dringen, want ook de mensen die 3 en 6 km liepen deden de eerste ronde mee. ‘Moet ik aan de kant?’ vroeg een langzame vrouw die links liep. “nee hoor” zei een man “ja graag” riep ik. Ik passeerde ze door het midden en besloot bij twee mannen aan te sluiten. In de verte zag ik de andere dame lopen. Straks, dacht ik. Ik ging de eerste kilometer te hard. Ik wilde alles rond de 5 minuten lopen en de laatste 3 kilometer harder dan de eerste 3. Maar ik begon met een rondje van 4:41. Het ging gemakkelijk. Ook de tweede kilometer ging goed in 4:46. We moesten over een smal pad. Dat was onhandig, want dan kan je bijna niet inhalen en ben je afhankelijk van de langzaamste. Mijn hartslag was hoog; net onder de 170 slagen per minuut.
Het eerste rondje zat er al op. 3 Kilometer binnen een kwartier. Ik ging goed! Ik voelde mijn hak, ik kreeg het warm, maar ik vond het ook leuk. Ik hoefde geen water. Door wilde ik. En in de tweede ronde was ik opgewarmd en was er iets meer ruimte. De vierde kilometer ging ik mensen serieus inhalen. Het voelde erg goed, op jacht naar de andere dame! De vierde kilometer liep ik in 4:39, dat is 12,9 kilometer per uur. Ik had het nooit gedacht, maar ik vond het fijn 3 keer hetzelfde rondje te moeten lopen. Alvast te kijken naar de bordjes waar de 8 km ligt, geen verrassingen meer na het eerste rondje. Dus ik moest zorgen dat ik zelf mijn tempo op het smalle pad kon bepalen. Er liep een meisje voor me, maar ze haalde het tempo niet meer toen het asfalt voorbij was, dus ik heb haar op het smalle pad ingehaald. 5 Kilometer; we zijn al op de helft en ik ben 24 minuten onderweg – zo ga ik het halen. Maar het zwaarste gaat nog komen. In de verte zie ik het petje lopen wat ik wil inhalen.
Om ervoor te zorgen dat we op 10 kilometer uitkomen, schreeuwt een heel lief ventje ons persoonlijk welke kant we op moeten. Wat een schat! Er staan mensen voor iedereen te klappen. Ik denk: ik heb morgen pijn aan mijn voeten, maar jij aan je handen! De dame met de pet is me wel erg ver voor. Het tweede rondje zit erop. De man meld mij dat ik de derde vrouw in de categorie 40 ben en zegt natuurlijk mijn naam verkeerd. Ik heb 6,5 kilometer gelopen in 31 minuten. Wow. Dan doen we nog een rondje, ik twijfel namelijk ongeveer 2 seconden of ik zal stoppen. Maar nee, ik stop zelfs niet voor het water.
Dit gaat goed komen. Ik moet me in de zevende kilometer wel weer herpakken. Na de bocht stampt er iemand te veel in mijn buurt. Ik loop ervan weg en bedenk hoeveel mensen ik hier de eerste ronde heb ingehaald. Dat geeft me vleugels, net als de felle zon recht in mijn gezicht. Ik richt me op de volgende man die ik ga inhalen. Dat brengt het tempo terug. Laatste keer dat ik hier ooit loop, denk ik. 8 Kilometer alweer. Ik zou de laatste kilometers harder willen gaan, maar ik weet niet of dat lukt. De kilometertijden blijven ruim onder de 5 minuten. Ik loop alleen op het schelpenpad. Genieten!
De vrouw met het petje ben ik kwijt, maar dit is mijn eigen race dan ook geworden. Er komt een man langs op schaatsen met wieltjes en stokken. Ik hou hem even bij! Nog een bocht om en ik zie mensen nu echt vertragen. De mannen waarbij ik in het begin aanhaakte zie ik ook weer en ik haal ze in. Ik wil niet vertragen, ik moet nog versnellen! Op schaal van een marathon is dit laatste stukje afzien een peulenschil. Het extra hoekje nemen we nog een keer en ik haal dames in die de 6 km lopen. Het is me duidelijk dat mijn eindtijd met een 4 gaat beginnen. Ze staan nog te klappen, diezelfde mensen!
Voor me loopt een shirt met een tekst in trant van: get it out of yourself en ik moet die man bijkomen om de bedrijfsnaam te lezen! Ik ren er nog naartoe en jaag hem op – altijd leuk. Foto. Finish! Op het bord boven de finish staat een tijd die begint met 47…. Ik ben ineens de weg kwijt! Ze knippen de tag van mijn schoen en ik krijg een flesje sportdrank, wat ik graag wil, maar nauwelijks open krijg. Ik ben verbijsterd.

Mijn loopmaatje haalt me op, hij heeft zijn tijd ook weer verbeterd. Dan blijkt de dame waarop ik gejaagd heb niet degene met het petje te zijn! Zij is nog niet binnen (maar haalt het ook binnen de 50 minuten) en heeft vandaag geen petje op! Dan ben ik vast derde geworden in mijn categorie. ‘Of het een PR is’ vraagt iemand van de club. Nou en of! Binnen 3 maanden heb ik weer 5 minuten van mijn 10 kilometer tijd afgehaald. Het moet niet gekker worden. Ik ben snel op adem, maar ik zit eigenlijk vol ongeloof dat me dat gelukt is. En ik heb het gevoel dat ik nog wel iets harder zou kunnen. Mijn gemiddelde hartslag ligt op 169. Ik kan het nog steeds amper geloven. Ik ben blij, maar niet euforisch. Ik ben trots, maar niet kapot. Ik zie het op mijn telefoon en horloge dat ik die 10 kilometer echt ruim binnen de 50 minuten heb gelopen, maar ik geloof het pas als de officiele uitslag er is. Ik ben onthutst, verbijsterd en ietwat ontdaan door mijn prestatie, waardoor ik het niet goed in perspectief kan zien.
We doen wat warmere kleren aan en halen de prijs op. Deze keer geen vaantje, medaille of handdoek, maar een appelpakket! Geweldig! Appel, appelsap en een appeldoosje met opdruk van de Wisentloop.
Mijn loopmaatje heeft het idee om een hamburger te gaan eten bij de Mac, waar ik even aan moet wennen. Dat zijn veel calorieën, maar het hoort er wel bij om het te vieren!
Mijn hak doet erg veel pijn, ik kan er bijna niet meer op lopen. Ik heb de eerste drie kilometer in ongeveer dezelfde kilometertijden gelopen als de laatste drie. Daar ben ik erg tevreden over. Ik heb een tamelijk vlak tempo gelopen en daar ben ik eigenlijk supertrots op.
Als we net thuis zijn heeft mijn loopmaatje weer als eerste de tijden gevonden en stuurt me het bericht dat ik in mijn categorie (Vrouwen 40) TWEEDE ben geworden in een tijd van 47:14. Zevenenveertig veertien. Al die tijd heb ik boven de 12,5 kilometer per uur gelopen. Van de 53 vrouwen die meeliepen was ik de zesde. TOP.
![]()

Vierhondertjes in de regen
Het regende al de hele zondag. Meer een dag om voor de TV te hangen op de bank, spelletjes te spelen en cake te bakken. Aangezien we dat allemaal al hadden gedaan, was het ‘s avonds toch tijd voor wat buitenlucht. Regen of niet. Regenjas aan, oude schoenen die nat mogen worden en er maar het beste van hopen met de druppels! Toen ik naar buiten stapte was het droog.
Op het programma staan 14 vierhondertjes. In mijn hoofd staat: we zien wel hoe veel en hoe hard we het gaan halen; we gaan voor een leuke, ietwat zware intervaltraining. Het inlopen ging op een traag tempo. Om de plassen heen op het fietspad. 3 Kilometer in 20 minuten tijd. Ik had geen route vooraf bedacht, dus ik volgde mijn neus en wilde zo min mogelijk oversteken, dus het slingerde soms nogal! Het eerste vierhondertje ging gepaard met de eerste druppels. Het versnellen viel niet mee. De wind was ook niet erg meegaand. Ik was blij dat de eerste 400 meter erop zaten en ik moest er nog 13! Bij de tweede kwamen er al meer druppels naar beneden. Ik rende langs de plekken waar we vaak trainden en probeerde gewoon zo snel mogelijk te gaan. Toen ik voor de derde keer het tempo opvoerde, brak de bui echt los.
Het was stil op straat. Ik constateerde wind tegen en besloot richting de atletiekbaan te lopen, waar het vorige week zo lekker zonnig was. De brug over. Ik liet mijn horloge maar piepen dat ik sneller moest en dacht: dit is wat er vandaag in zit qua snelheid, het zal me wat. Ik liep het rondje om de doodstille atletiekbaan heen en ook de andere sportvelden lagen er verlaten bij. Het is zo leuk dat je in Almere over het atletiekpad en de marathonlaan kunt hardlopen! En warempel: daar was nóg iemand aan het hardlopen! Ik dacht nog: in de volgende versnellling haal ik je in, maar deze meneer ging rechtdoor waar ik afsloeg. Ik liep in de luwte door de woonwijk en warempel: er ging een vierhondertje best wel heel lekker.

Ik moest door het gras in de rust de brug over en de regen bleef gestaag op me neervallen. Mijn telefoon houdt het tempo bij en dat ligt elke keer rond de 11 kilometer per uur. Ik vond het prima, ik deed gewoon mijn best, maar ik wilde me niet kapot lopen. Eergisteren heb ik een halve marathon gelopen – het is me wel goed. Ik heb al weken geen intervallen op dit nivo meer gedaan. En daarbij doet mijn rechtervoet pijn. Mijn hak doet zeer. Het wordt langzaam aan donker. Somber was het al.
Ik loop langs de vaart in tegengestelde richting dan normaal. Ik wil niet over de straat lopen waar het me nooit lukt en tot mijn verbazing heb ik al 10 vierhondertjes gelopen! Dan zal ik die laatste vier ook maar doen. Ik ben niet kapot of heel erg doodmoe van de versnellingen: ik wil gewoon niet tot mijn maximale lopen. Mijn hartslag loopt in de versnellingen op tot 170, maar daalt in de rust weer tot 150. Liefst zou ik wat korter rusten, zodat ik het eerder gehad heb! Ik begin genoeg van de regen te krijgen. Ik loop de wijk in raak een beetje het spoor bijster waar ik blijf. Letterlijk, want ik dacht dat ik aan de andere kant van het spoor zat!
Nu kan ik mezelf voor de gek houden en doen alsof ik niet doorhad dat er 14 versnellingen op zaten, maar de waarheid is dat ik bij het zien van de helling van de woondome van Almere (waar we heel wat hartslagtesten hebben gedaan) het in mijn hoofd haalde om mijn maximale hartslag te testen. Dus na de 14 versnellingen gewoon op tempo proberen zo lang mogelijk door te gaan. Als je echt niet meer kunt, zou je toch op je hoogste hartslag moeten zitten. Ik was een snelle schaduw van mezelf! 🙂

Ik begon net voorbij het centrum van Almere Buiten en gaf mezelf de opdracht om het tot de brandweerkazerne vol te houden of tot ik echt niet meer kon. Ik bleef maar hard gaan. Mijn horloge wilde juist een lagere hartslag, maar die liet ik lekker piepen. Na een redelijk zware intervaltraining haal ik nog een kilometer lang 12,5 kilometer per uur! Toch iets om trots op te zijn eigenlijk. Bij de kazerne was ik behoorlijk moe en kon ik niet meer, maar dat kwam omdat ik hoognodig een toilet nodig had. 🙁 De hartslag blijft steken op 170 slagen per minuut. Als het tempo eruit is, daalt de hartslag binnen 2 minuten naar 125 slagen per minuut. (en dat terwijl ik echt moet nu!!)
Het was droog. De regen was voorbij. Ik kon rustig uitlopen. Het is donker geworden buiten.
In de wijk heb ik nog een klein extra rondje gemaakt. 15 Kilometer door regen en wind. Niet 1 van de vierhondertjes heb ik binnen de 1 minuut en 50 seconden gehaald. Ik ben nog nooit zo langzaam geweest als deze sessie! Maar ik heb het wel gedaan! Ik ben gegaan, nat geworden, uitgewaaid. Ik ben moe geworden, heb een stuk cake verdiend en ik heb een goede intervaltraining achter de rug. Maar eerst naar de toilet 🙂


