Fietsen vanaf de blessurebank

In het schrijven van deze blog heb ik hélemáál geen zin, maar het hoort absoluut hier thuis. Het is niet de eerste keer dat ik ergens pijn heb en daardoor (tijdelijk) niet kan lopen, maar nu hoop ik er echt iets van te leren en deze situatie voortaan te vermijden. Ik sta STIL. Van hardlopen is de komende week geen sprake meer. Al die tijd ging het goed, beter en geweldig en ben ik gewoon doorgegaan. Hoe leuk het ook was, nu moet ik even wachten tot mijn voet beter is.
Mijn rechtervoet doet pijn onder de hak. Ik beschreef al eerder dat elke stap pijn doet. Onder de voet zit een peesplaat die van voor naar achter loopt. Die irriteert al langer en is al eerder een bron van kortstondige looppauze geweest. Achter aan de hiel zit de achillespees en die wordt ook nogal opgerekt, zeker als de passen veranderen en de enkel niet zo sterk is. Onder de hak komen beide pezen samen en nu is de aansluiting van de peesplaat ontstoken. Die kan alleen door rust genezen. De fysiotherapeute moest het met haar elleboog losmaken en zij irriteert het zo erg dat het lichaam nu echt aan de gang moet om de pees gezond te maken. Dat doet mijn lichaam ook maar dat kan alleen maar als ik niet opnieuw aan die peesplaat ga trekken. Ook niet voor 1 kilometer – de komende 4 dagen mag ik wandelen en oefeningen doen om de enkel en peesplaat sterker te maken.

Dit pad is lang en recht en ver als je loopt- maar dat geldt ook op de fiets.


Maar ja, ik kan niet stilzitten, dus gisteren ben ik vast op mijn fiets gesprongen. Geen wielrenfiets of mountainbike, gewoon een huis- tuin en keukenfiets, maar ik kan er mooi mee tegen de wind in. De kilometers vliegen voorbij! Leuk als alle kilometertijden eens met een 3 beginnen! De hartslag gaat iets minder hard omhoog, maar je hoort ook de vogels en hebt ook de tijd om te kijken naar de boten, het water en de natuur. Ik heb over de oostvaardersdijk gefietst. Alsmaar die wind – daar heb ik bij het hardlopen geen last van.

Ook lang en recht - maar veel levendiger voor mijn gevoel.


Ik vraag me af waarom ik hardlopen toch leuker vind en ik denk dat het is om de competitie die je met jezelf aangaat. Wat dat betreft is het eens goed om een andere sport te doen, al baal ik van de aanleiding! Ik was blij van de dijk af te zijn en in het bos te komen. Dus nam ik een flink stuk Hollandse Hout mee op weg naar het ‘doel’ van de dag: de sluis op de Knardijk. Het duurde ruim een uur voor ik er dan eindelijk was. Het was heerlijk weer, zonnig en zomers.
 
Ik nam even een drinkpauze en bekeek de sluizen eens. Lekker hoor, bij het fietsen neem ik gewoon de rust voor een korte stop. Het is niet zo prestatiegericht als het hardlopen (geworden) is. Ik fiets gewoon een rondje en meer niet. Om in conditie te blijven en de hartspier niet te laten verslappen. Meer niet.
Tijd voor de terugrit. Over nog een ander soort asfalt deze keer. Ik ging wat harder om mezelf uit te dagen –  maar dat het soepeler ging kan ook iets met de windrichting te maken hebben gehad! Gelukkig heb ik maar 1 hardloper gezien die ik benijdde. Het enige wat me tegenhield om niet de hele middag maar door te fietsen was dat ik nog naar de winkel moest. En op de fiets met de fietstassen valt dat lekker te combineren. Na een ‘omweggetje’ van 2 uur en 40 kilometer verder stond ik ij de AH voor melk en hamburgers.
Aangezien ik deze week van de fysiotherapeute —EchtbeloofdNIET DOEN– niet meer mag hardlopen, zal ik nog wel vaker gaan fietsen. De ironie wil namelijk dat het prachtig weer blijft! Ik heb al gemerkt dat fietsen een betere remedie is als het eten van M&M’s tegen een depressieve bui om te aanvaarden dat de Almere City Run over drie weken misschien toch iets te hoog gegrepen is. Helemaal geloven wil ik dat nog niet, want het duurt nog zo lang en ik doe nu echt 5 dagen achter niks aan hardlopen, maar er komt een moment dat dat vast tot me doordringt (en dan maar hopen dat de M&Ms op zijn).
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Fietsen vanaf de blessurebank

12 kilometer met veel PIJN en (weinig) moeite

Mijn voet bleef pijn doen. Onder mijn rechterhak lijkt een grote blauwe plek te zitten. Die doet pijn bij elke stap. Mijn enkel is zwak en de peesplaat onder mijn voet is geïrriteerd. Die twee pezen komen samen onder mijn hak en zorgen daar voor pijn. De fysiotherapeut doet haar best, maar dze keer heeft ze me niet binnen een week van de pijn af kunnen helpen. Ik moest van haar zeker één dag rust nemen en liefst nog een dag. “Een paar kilometer op vrijdagavond”, dat mocht van haar. Maar op vrijdag had ik nog te veel pijn en zag ik me genoodzaakt een extra dag rust te nemen. Met moeite en een zak M&M’s 🙁
Vandaag hield ik het niet meer! Mijn enkel voelde ‘s morgens nog stijf, maar de ergste pijn was weg. Het was heerlijk weer. Mijn hak deed weinig pijn meer. Ik stelde het tot de namiddag uit en besloot vanaf de zwemles naar huis te gaan lopen. Dat zijn op minst 5 kilometer, maar dat is recht door de stad. Ik wilde door het bos, dus dan is het ietsje langer. Mooier en fijner om te lopen. Ik ging eerst langs het water vol met bootjes en genoot van de vlindertjes. Haast had ik niet, ik wilde alleen maar kijken hoe het ging. Een lange duurloop van 2 uur zou het toch niet worden. Na 2 kilometer deed mijn hak weer pijn. Eventjes dacht ik aan teruglopen, maar het was zo mooi buiten! Er vloog een vlinder meterslang naast me en die deed me beslissen door te gaan.
Over het sluisje en toen kwam ik in het bos. Het was er mooi en in tegenstelling tot aan het water rustig. Ik had het hele pad voor mezelf en ik genoot van de vogelgeluiden, de lekkere temperatuur en de oase van groen. Het tempo lag rond de 6 minuten per kilometer en dat vond ik best. De schoonheid van de omgeving met de bruggen en de stilte leidde de aandacht af van de pijn. De brug bij het Block van Kuffelaergemaal stond open en er reed een man de rotonde verkeerd om op, al zwaaiend naar mij!
Ik kwam op de dijk, op het asfalt van het fietspad. Er raasden auto’s voorbij, fietsers passeerden me en mijn voet ging serieus pijn doen. Veel pijn.
Meestal klinken de hardloopstappen als stap-stap-stap-stap in een regelmatig ritme. Nu voelde het als stamp-tik-stamp-tik-stamp-tik. Mijn passen moesten zich wel aanpassen aan de pijn aan 1 kant. Ik moest op mijn tenen gaan lopen om de pijn te vermijden. Voor het eerst in tijden en tijden dacht ik aan opgeven en naar huis bellen. Maar ook dan zou ik moeten lopen of wandelen en zou elke stap pijn doen. Dat zou langer duren. Het tempo ging drastisch omlaag, naar 7 minuten per kilometer. Het maakte me niet uit. De afstand zou niet zo ver worden. Het maakte me niet uit. De zon scheen, het was mooi en ik mocht van mezelf door het bos. Het maakte me niet uit. Ik besefte dat ik op deze manier de halve marathon over een maand niet ga lopen. Dat maakte me wél uit. Gelukkig vloog er een vliegje in mijn oog waardoor mijn ogen traanden 😉
Er komen andere halve marathons, maar ik krijg geen andere voeten meer.
Ik hobbelde door het bos en had de kracht om te genieten van de kleine paden, de rust en al het moois van de natuur. Ik deed wel een uur en vijf minuten over de 10 kilometer. Het was warm in het bos. Maar overal was het stil en rustig en ik heb geen enkele andere wandelaar of hardloper gezien. Niemand! Niet in het wilgenbos, niet in het tussenbos, niet in het oostvaardersbos.
Intussen stapelden de kilometers zich langzaam maar zeker op. Het werden er 11 en ik dacht: nu ga ik tot de brug. Tot de volgende brug. Tot het park. In het park ging het weer een beetje. Dus gewoon tot thuis. Het werden 12 kilometers. De limiet voor dit weekend. In een laag tempo van gemiddeld 9,2 kilometer per uur. De hartslag was ook niet erg opgehoogd. Voor ik iets ging drinken thuis, legde ik ijs op mijn hak. Ik ga het schema aanpassen en kijken of ik over een paar dagen weer iets kan oppakken. De komende dagen loop ik pijnlijk door het huis. Ik betreur mijn eigenwijsheid. Ik heb al vaker pijn gehad en ben al eerder geblesseerd geweest. Ik heb zelfs al vaker gedacht: ‘nu kan ik echt niet meer lopen’, maar hopelijk leer ik er eens een keer iets van!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on 12 kilometer met veel PIJN en (weinig) moeite

Wisentloop Dronten – Een wedstrijd van 10 kilometer

Twee dagen rust. Na een in het water gevallen training op zondag en met pijn in mijn rechterhak. Dat was na twee dagen rust bijna weg. Twee hele dagen niet lopen, dat was al in geen drie maanden meer voorgekomen! Om 4 uur ‘s middags werd ik toch echt zenuwachtig voor de wedstrijd van woensdagavond. “Gewoon gaan lopen,” had de trainer gezegd, “Als het tegenvalt, doe je alsof het een training was”. Maar ik wilde zo graag onder de 50 minuten komen en mijn 10 kilometer tijd met een 4 laten beginnen. Op mijn pijnlijke hak na (maar de afspraak voor de fysio stond al) was er geen excuus: lekker weer, genoeg gegeten, in vorm. Mijn loopmaatje ging ook mee en er waren nog meer leden van de loopclub.
Om half 7 konden we de auto nog parkeren in de wijk op ongeveer de laatste vrije parkeerplaats. Ik ging in korte broek, maar twijfelde over het shirt met lange mouwen wat zo lekker zit. Startnummer 514. Ik liep nog op en neer naar de auto om mijn portemonnee op te bergen. Het werden toch de korte mouwen. Drentel… Nog een keer naar de toilet… Drentel…. Hoge hartslag…. Drentel…. We liepen een rondje op de camping warm, maar ik voelde me onwijs traag. Er was 1 andere dame van de hardloopclub  en ik wilde voor haar proberen te eindigen. Zij kan de marathon binnen 4 uur lopen.
Om half 8 was de start. Er waren zo’n 250 mensen, dus het was even dringen en de tijd aanzetten. Ik raakte de rest kwijt, die liepen snel ver voor me. Ik ging ook mensen aan het inhalen. Altijd leuk als er auto’s voor je moeten stoppen. De eerste bocht om was wat dringen, want ook de mensen die 3 en 6 km liepen deden de eerste ronde mee. ‘Moet ik aan de kant?’ vroeg een langzame vrouw die links liep. “nee hoor” zei een man “ja graag” riep ik. Ik passeerde ze door het midden en besloot bij twee mannen aan te sluiten. In de verte zag ik de andere dame lopen. Straks, dacht ik. Ik ging de eerste kilometer te hard. Ik wilde alles rond de 5 minuten lopen en de laatste 3 kilometer harder dan de eerste 3. Maar ik begon met een rondje van 4:41. Het ging gemakkelijk. Ook de tweede kilometer ging goed in 4:46. We moesten over een smal pad. Dat was onhandig, want dan kan je bijna niet inhalen en ben je afhankelijk van de langzaamste. Mijn hartslag was hoog; net onder de 170 slagen per minuut.
Het eerste rondje zat er al op. 3 Kilometer binnen een kwartier. Ik ging goed! Ik voelde mijn hak, ik kreeg het warm, maar ik vond het ook leuk. Ik hoefde geen water. Door wilde ik. En in de tweede ronde was ik opgewarmd en was er iets meer ruimte. De vierde kilometer ging ik mensen serieus inhalen. Het voelde erg goed, op jacht naar de andere dame! De vierde kilometer liep ik in 4:39, dat is 12,9 kilometer per uur. Ik had het nooit gedacht, maar ik vond het fijn 3 keer hetzelfde rondje te moeten lopen. Alvast te kijken naar de bordjes waar de 8 km ligt, geen verrassingen meer na het eerste rondje. Dus ik moest zorgen dat ik zelf mijn tempo op het smalle pad kon bepalen. Er liep een meisje voor me, maar ze haalde het tempo niet meer toen het asfalt voorbij was, dus ik heb haar op het smalle pad ingehaald. 5 Kilometer; we zijn al op de helft en ik ben 24 minuten onderweg – zo ga ik het halen. Maar het zwaarste gaat nog komen. In de verte zie ik het petje lopen wat ik wil inhalen.
Om ervoor te zorgen dat we op 10 kilometer uitkomen, schreeuwt een heel lief ventje ons persoonlijk welke kant we op moeten. Wat een schat! Er staan mensen voor iedereen te klappen. Ik denk: ik heb morgen pijn aan mijn voeten, maar jij aan je handen! De dame met de pet is me wel erg ver voor. Het tweede rondje zit erop. De man meld mij dat ik de derde vrouw in de categorie 40 ben en zegt natuurlijk mijn naam verkeerd. Ik heb 6,5 kilometer gelopen in 31 minuten. Wow. Dan doen we nog een rondje, ik twijfel namelijk ongeveer 2 seconden of ik zal stoppen. Maar nee, ik stop zelfs niet voor het water.
Dit gaat goed komen. Ik moet me in de zevende kilometer wel weer herpakken. Na de bocht stampt er iemand te veel in mijn buurt. Ik loop ervan weg en bedenk hoeveel mensen ik hier de eerste ronde heb ingehaald. Dat geeft me vleugels, net als de felle zon recht in mijn gezicht. Ik richt me op de volgende man die ik ga inhalen. Dat brengt het tempo terug. Laatste keer dat ik hier ooit loop, denk ik. 8 Kilometer alweer. Ik zou de laatste kilometers harder willen gaan, maar ik weet niet of dat lukt. De kilometertijden blijven ruim onder de 5 minuten. Ik loop alleen op het schelpenpad. Genieten!
De vrouw met het petje ben ik kwijt, maar dit is mijn eigen race dan ook geworden. Er komt een man langs op schaatsen met wieltjes en stokken. Ik hou hem even bij! Nog een bocht om en ik zie mensen nu echt vertragen. De mannen waarbij ik in het begin aanhaakte zie ik ook weer en ik haal ze in. Ik wil niet vertragen, ik moet nog versnellen! Op schaal van een marathon is dit laatste stukje afzien een peulenschil. Het extra hoekje nemen we nog een keer en ik haal dames in die de 6 km lopen. Het is me duidelijk dat mijn eindtijd met een 4 gaat beginnen. Ze staan nog te klappen, diezelfde mensen! Voor me loopt een shirt met een tekst in trant van: get it out of yourself en ik moet die man bijkomen om de bedrijfsnaam te lezen! Ik ren er nog naartoe en jaag hem op – altijd leuk. Foto. Finish! Op het bord boven de finish staat een tijd die begint met 47…. Ik ben ineens de weg kwijt! Ze knippen de tag van mijn schoen en ik krijg een flesje sportdrank, wat ik graag wil, maar nauwelijks open krijg. Ik ben verbijsterd.

Mijn loopmaatje haalt me op, hij heeft zijn tijd ook weer verbeterd. Dan blijkt de dame waarop ik gejaagd heb niet degene met het petje te zijn! Zij is nog niet binnen (maar haalt het ook binnen de 50 minuten) en heeft vandaag geen petje op! Dan ben ik vast derde geworden in mijn categorie. ‘Of het een PR is’ vraagt iemand van de club. Nou en of! Binnen 3 maanden heb ik weer 5 minuten van mijn 10 kilometer tijd afgehaald. Het moet niet gekker worden. Ik ben snel op adem, maar ik zit eigenlijk vol ongeloof dat me dat gelukt is. En ik heb het gevoel dat ik nog wel iets harder zou kunnen. Mijn gemiddelde hartslag ligt op 169. Ik kan het nog steeds amper geloven. Ik ben blij, maar niet euforisch. Ik ben trots, maar niet kapot. Ik zie het op mijn telefoon en horloge dat ik die 10 kilometer echt ruim binnen de 50 minuten heb gelopen, maar ik geloof het pas als de officiele uitslag er is. Ik ben onthutst, verbijsterd en ietwat ontdaan door mijn prestatie, waardoor ik het niet goed in perspectief kan zien.
We doen wat warmere kleren aan en halen de prijs op. Deze keer geen vaantje, medaille of handdoek, maar een appelpakket! Geweldig! Appel, appelsap en een appeldoosje met opdruk van de Wisentloop.
Mijn loopmaatje heeft het idee om een hamburger te gaan eten bij de Mac, waar ik even aan moet wennen. Dat zijn veel calorieën, maar het hoort er wel bij om het te vieren! Mijn hak doet erg veel pijn, ik kan er bijna niet meer op lopen. Ik heb de eerste drie kilometer in ongeveer dezelfde kilometertijden gelopen als de laatste drie. Daar ben ik erg tevreden over. Ik heb een tamelijk vlak tempo gelopen en daar ben ik eigenlijk supertrots op.
Als we net thuis zijn heeft mijn loopmaatje weer als eerste de tijden gevonden en stuurt me het bericht dat ik in mijn categorie (Vrouwen 40) TWEEDE ben geworden in een tijd van 47:14. Zevenenveertig veertien. Al die tijd heb ik boven de 12,5 kilometer per uur gelopen. Van de 53 vrouwen die meeliepen was ik de zesde. TOP.


 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Wisentloop Dronten – Een wedstrijd van 10 kilometer

Vierhondertjes in de regen

Het regende al de hele zondag. Meer een dag om voor de TV te hangen op de bank, spelletjes te spelen en cake te bakken. Aangezien we dat allemaal al hadden gedaan, was het ‘s avonds toch tijd voor wat buitenlucht. Regen of niet. Regenjas aan, oude schoenen die nat mogen worden en er maar het beste van hopen met de druppels! Toen ik naar buiten stapte was het droog.
Op het programma staan 14 vierhondertjes. In mijn hoofd staat: we zien wel hoe veel en hoe hard we het gaan halen; we gaan voor een leuke, ietwat zware intervaltraining. Het inlopen ging op een traag tempo. Om de plassen heen op het fietspad. 3 Kilometer in 20 minuten tijd. Ik had geen route vooraf bedacht, dus ik volgde mijn neus en wilde zo min mogelijk oversteken, dus het slingerde soms nogal! Het eerste vierhondertje ging gepaard met de eerste druppels. Het versnellen viel niet mee. De wind was ook niet erg meegaand. Ik was blij dat de eerste 400 meter erop zaten en ik moest er nog 13! Bij de tweede kwamen er al meer druppels naar beneden. Ik rende langs de plekken waar we vaak trainden en probeerde gewoon zo snel mogelijk te gaan. Toen ik voor de derde keer het tempo opvoerde, brak de bui echt los.
Het was stil op straat. Ik constateerde wind tegen en besloot richting de atletiekbaan te lopen, waar het vorige week zo lekker zonnig was. De brug over. Ik liet mijn horloge maar piepen dat ik sneller moest en dacht: dit is wat er vandaag in zit qua snelheid, het zal me wat. Ik liep het rondje om de doodstille atletiekbaan heen en ook de andere sportvelden lagen er verlaten bij. Het is zo leuk dat je in Almere over het atletiekpad en de marathonlaan kunt hardlopen! En warempel: daar was nóg iemand aan het hardlopen! Ik dacht nog: in de volgende versnellling haal ik je in, maar deze meneer ging rechtdoor waar ik afsloeg. Ik liep in de luwte door de woonwijk en warempel: er ging een vierhondertje best wel heel lekker.

Ik moest door het gras in de rust de brug over en de regen bleef gestaag op me neervallen. Mijn telefoon houdt het tempo bij en dat ligt elke keer rond de 11 kilometer per uur. Ik vond het prima, ik deed gewoon mijn best, maar ik wilde me niet kapot lopen. Eergisteren heb ik een halve marathon gelopen – het is me wel goed. Ik heb al weken geen intervallen op dit nivo meer gedaan. En daarbij doet mijn rechtervoet pijn. Mijn hak doet zeer. Het wordt langzaam aan donker. Somber was het al.
Ik loop langs de vaart in tegengestelde richting dan normaal. Ik wil niet over de straat lopen waar het me nooit lukt en tot mijn verbazing heb ik al 10 vierhondertjes gelopen! Dan zal ik die laatste vier ook maar doen. Ik ben niet kapot of heel erg doodmoe van de versnellingen: ik wil gewoon niet tot mijn maximale lopen. Mijn hartslag loopt in de versnellingen op tot 170, maar daalt in de rust weer tot 150. Liefst zou ik wat korter rusten, zodat ik het eerder gehad heb! Ik begin genoeg van de regen te krijgen. Ik loop de wijk in raak een beetje het spoor bijster waar ik blijf. Letterlijk, want ik dacht dat ik aan de andere kant van het spoor zat!
Nu kan ik mezelf voor de gek houden en doen alsof ik niet doorhad dat er 14 versnellingen op zaten, maar de waarheid is dat ik bij het zien van de helling van de woondome van Almere (waar we heel wat hartslagtesten hebben gedaan) het in mijn hoofd haalde om mijn maximale hartslag te testen. Dus na de 14 versnellingen gewoon op tempo proberen zo lang mogelijk door te gaan. Als je echt niet meer kunt, zou je toch op je hoogste hartslag moeten zitten. Ik was een snelle schaduw van mezelf! 🙂
     
 
Ik begon net voorbij het centrum van Almere Buiten en gaf mezelf de opdracht om het tot de brandweerkazerne vol te houden of tot ik echt niet meer kon. Ik bleef maar hard gaan. Mijn horloge wilde juist een lagere hartslag, maar die liet ik lekker piepen. Na een redelijk zware intervaltraining haal ik nog een kilometer lang 12,5 kilometer per uur! Toch iets om trots op te zijn eigenlijk. Bij de kazerne was ik behoorlijk moe en kon ik niet meer, maar dat kwam omdat ik hoognodig een toilet nodig had. 🙁 De hartslag blijft steken op 170 slagen per minuut. Als het tempo eruit is, daalt de hartslag binnen 2 minuten naar 125 slagen per minuut. (en dat terwijl ik echt moet nu!!)
Het was droog. De regen was voorbij. Ik kon rustig uitlopen. Het is donker geworden buiten.
In de wijk heb ik nog een klein extra rondje gemaakt. 15 Kilometer door regen en wind. Niet 1 van de vierhondertjes heb ik binnen de 1 minuut en 50 seconden gehaald. Ik ben nog nooit zo langzaam geweest als deze sessie! Maar ik heb het wel gedaan! Ik ben gegaan, nat geworden, uitgewaaid. Ik ben moe geworden, heb een stuk cake verdiend en ik heb een goede intervaltraining achter de rug. Maar eerst naar de toilet 🙂
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Vierhondertjes in de regen

Het 21 kilometer parcours van de Almere City Run

Almere City Run 2013


Vorig jaar heb ik de halve marathon van de Almere City Run gelopen. Het was mijn eerste (!) wedstrijd en ik heb er fijne herinneringen aan. Ik liep de halve marathon voor mijn gevoel net onder de twee uur, al gaat de officiele tijd net over de twee uur heen. Dit jaar train ik opnieuw voor de Almere City Run met loopgroep Just Run. De tijd voor een halve marathon heb ik in oktober 2013 in Eindhoven verbeterd naar 1 uur 56 minuten en 30 seconden. Op mijn wensenlijst stond de Almere City Run nog als een trainingsafstand. Dus heb ik gisteren goed de route bestudeerd. Vandaag was het weer totaal anders dan in juni 2013. Zwaar bewolkt, zo nu en dan een bui en windkracht 4. Klinkt als mijn weer! Mijn loopmaatje ging ook mee, want die wil de halve marathon in Almere dit jaar ook gaan lopen.
Regenjas aan en rozijntjes mee. Mijn rechterhiel doet pijn, maar een echte runner laat zich nu een keer niet kennen! Daar zijn fysiotherapeuten voor toch?!
We liepen eerst het rondje door de stad, onder de tunnel door, om het stadhuis heen (er dóórheen kan pas in juni) en door de gelukkig nog rustige winkelstraat. We hadden op de heenweg besloten dat dit een RUSTIGE duurloop was en geen wedstrijd, dus alle kilometer tijden mochten met een zes beginnen. De eerste kilometers gooiden de tunnel nog roet in het eten en ging het onstabiel snel. Na 2,5 kilometer ging het al mis: het fietspad was afgesloten. Moesten we een stukje omlopen. Nouja, we waren net opgewarmd en de hartslag was niet al te hoog, zo rond de 150. We liepen de hele tijd harder dan 10,5 kilometer per uur, maar we kletsten gewoon door alsof we niet aan het hardlopen waren!
Na 5 kilometer hadden we nog geen regendruppel gezien en gingen we langs de vaart aan het lopen. 7 Kilometer gingen tamelijk gemakkelijk binnen de 40 minuten en ik weet nog dat ik vorig jaar begon te stuiteren toen ik 8 kilometer had gelopen binnen 50 minuten. Destijds had ik nog nooit zo hard gelopen. Nu vielen de 8 kilometer binnen de 45 minuten. En net zo moeiteloos als destijds! Alleen nu vergezeld van een paar druppels… 🙁
Geen zwanen op de Vaart, wel kinderen bij de survivalklas, geen supporters op de boten, wel regen op de brug. Zo liepen we richting de Kemphaan. We waaiden droog en liepen 10 kilometer in 55 minuten. Tijd voor een klein handjevol rozijntjes en een paar slokken water. Rozijntjes zijn lastig weg te krijgen, maar wel lekker! We liepen het lange rechte fietspad op richting de rotonde. Destijds haalde ik er mensen in, nu kwamen we niemand tegen. Ik wilde het tempo best terugbrengen naar 6 minuten op de kilometertijden, maar dat kan ik gewoon niet. We zaten in de 5:30 -5:40 en daar bleven we ook!
We gingen het fietspad op door de wijken en dat is veel minder leuk dan de bossen. De spirit ging er een beetje uit bij mij. Waarom zou ik ook rennen alsof dit een wedstrijd was? Ik weet nog dat ik vorig jaar op dit punt met mederenners liep te kletsen en de route ging tot nog toe prima uit mijn hoofd. We staken het bos weer in en toen stak er voor ons een vosje over! Hij was best groot en in een oogwenk verdwenen. Mijn loopmaatje had het niet gezien, omdat hij naar zijn horloge keek. Ik was er helemaal stil van.
 En ik raakte er de route door kwijt blijkbaar, want we gingen verkeerd. We moesten even stoppen om op het kaartje te kijken en toen weer een klein stukje terug lopen.
Er zat een steentje in mijn schoen. Links. Het was lastig, maar ik ga dus echt niet stoppen om die eruit te halen! Het leidt de aandacht af van de pijn aan de andere voet.
We kwamen rond de ruïne van het kasteel te lopen. Dat gebied is niet mooi of inspirerend. Ik had ineens geen zin meer om iets te zeggen en wilde even met mijn eigen gedachten lopen. Sorry, mate; ik had het niet zwaar ofzo, ik wilde gewoon even stilte en rust en mijn eigen ‘zorgen’. Meestal is het heerlijk om samen te kletsen en alle gedachten af te leiden, maar nu wilde ik even niks zeggen en me herinneren wie vorig jaar waar liep en waar ik naar kon zwaaien. Het begon te regenen. Niet hard, maar het was wel een echte bui.Omdat we de hondjes tegen kwamen, sneden we het hoekje deze keer af. De regen zette door en het werd een flinke bui. We kwamen op de 18 kilometer en ik zag de markeringen op de weg staan, maar wij hadden wat meer gelopen al. Ik liet het idee het laatste stukje harder te gaan varen en we liepen tegen de wind in de brug op. Heerlijk! Het brak me weer wat open en toen merkte ik dat ik moe werd. Je ziet de eindstreep al en we regelden de lunch vast.
Bij het strandje wilde ik proberen om nog iets harder te eindigen, maar het zat er niet meer echt in. Nat, verregend en met pijnlijke voeten mis je dan net de wedstrijdspirit! We zouden het toch wel binnen twee uur halen! Nog een stukje door het bos heen. De hartslag ging wel ietsje omhoog, tot de 160. We waren nog niet terug op de finishstreep toen we op de 21,1 kilometer zaten. Daar hadden we 1 uur en 58 minuten over gedaan. Of een minuutje langer hooguit. Binnen de twee uur. Behoorlijk gemakkelijk. Zonder aanmoediging. Zonder wedstrijd-adrenaline. Zonder drankposten.
Toch was ik niet zo tevreden. Ik vraag me af of ik de halve marathon nog 10 minuten sneller zal kunnen lopen. Ik baal ervan dat ik niet meer kon versnellen. En ik ben gewoon een beetje moe. We hebben de halve marathon gelopen met een gemiddeld tempo van 10,6 kilometer per uur. Vorig jaar in de wedstrijd deed ik dat op 10,7 kilometer per uur. De hartslag is echter aanmerkelijk lager, in juni 2013 was dat  gemiddeld 164, nu 156 slagen per minuut. Dus ja, het antwoord is dat je in een wedstrijd echt sneller kan.
Pas een half uur later, op het schoolplein (waar ik naar toe wandel) haal ik het steentje uit mijn schoen.  Een naar ding met scherpe randjes.
Nu nog de 1370 kcal proberen op te eten vandaag! En op naar de fysio om de hak van de rechtervoet te redden…

Categories: Uncategorized | Comments Off on Het 21 kilometer parcours van de Almere City Run

Een training over hartslag

Afgelopen zaterdag, bij de zwemles, nam ik mijn hartslag op. Ik heb een app op de telefoon die dat kan en ik vergelijk die wel eens met de hartslagmeter van de Garmin; die zijn behoorlijk hetzelfde. Een normaal mens heeft een rusthartslag tussen de 60 en 80 slagen per minuut. Terwijl ik op de bank zat bij de zwemles lag mijn hartslag op 43 slagen per minuut. Ik heb het twee keer nagemeten (en ook met de andere telefoon), maar de hartslag bleef onverminderd laag. Een half uurtje later steeg de hartslag wel langzaam aan, maar boven de 50 slagen per minuut is de hartslag niet meer gekomen.
Vandaag zou de trainer tijdens de training meer informatie geven over de hartslagen, dus ik was zeer benieuwd! Heb ik een goede conditie of een zwak hart? Twee uur voor de training lag mijn hartslag nog onder de 50 slagen per minuut. Vlak voor de training, het moment waarop ik een beetje zenuwachtig loop te drentelen (met de vraag of ik de rest nog wel bij kan houden) ligt mijn hartsalg op 65 slagen per minuut. Dat is hoog voor mij.
De training begon met inlopen op een behoorlijk tempo, boven de tien kilometer per uur. Niet heel erg hoor, want er werd genoeg gesnaterd om ons heen. En ik heb er ook geen moeite mee. Ik vind het erger dat de trainer stil gaat staan om uit te leggen dat we moeten aansluiten! Hij deed het expres om te kijken hoe de rest van de training zou verlopen als we te hard begonnen. De eerste kilometer beloofde dan ook wat, ondanks een paar druppels terwijl ik mijn regenjas thuis had gelaten.
We kwamen op het bedrijventerrein en toen deed de trainer weer wat hij altijd doet: er een soort bootcamp van maken. 1 Groep rende op en neer, terwijl de andere tegen de muur moest zitten, alsof er een stoel onder staat. Lekker zwaar voor de benen. Ik liep niet zo hard op en neer. We gingen ook planken: dan lig je op je armen en span je de buikspieren aan, terwijl de anderen over je heen springen. Ik heb de beestjes onder me bestudeerd en hield het aardig vol. We hebben ook “gejuicht” voor de anderen die renden en tenslotte moesten we situps doen, terwijl de andere groep naar de volgende lantaarnpaal rende. De beenspieren hadden het zwaar!
Toen begon het verhaal over de hartslag. Een hart moet bloed rondpompen. Omdat het een spier is, train je die net zo goed als de andere spieren. Hoe lager je rusthartslag, hoe meer conditie je hart heeft. Je hebt minder slagen nodig om het bloed rond te pompen. Ik heb dus een beregoede conditie! Tijdens het verhaal kreeg ik het koud en had ik spijt van de korte mouwen. We hebben op een stoeprandje de spieren weer aangespannen. Toen ging het verhaal verder. Je kunt je maximale hartslag niet trainen of verleggen. Wel kun je érmee trainen, want je hartslag bepaalt de trainingsintensiteit. Een lange duurloop doe je op een lage hartslag, een wedstrijd bijna op je hoogste hartslag.
Het was een heel verhaal. En weinig hardlopen dus! De derde kilometer kostte met veel stilstaan en uitleg wel een half uur! 30 Minuten! 🙁
Dus mochten we nog twee rondjes gaan hardlopen. En we moesten zo hard mogelijk gaan lopen. 1200 Meter was het ongeveer. Ik probeerde nog even om de mannen bij te houden, maar dat is geen lang leven beschoren. Kon de hartslag eindelijk omhoog! Boven de 160 was geen moeite. En het tempo ging navenant omhoog. Ik haalde een tempo boven de 14 kilometer per uur. Het laatste stukje was er ook nog wind tegen. En dan is het even uitpuffen. Mijn hartslag daalt dan razendsnel. Ik ben heel snel weer op adem en kan na 60 seconden alweer hele gesprekken voeren.
Om te kijken of we op de hoogste hartslag kunnen komen, doen we het rondje nog een keer. Pas na de helft moet je gaan versnellen. Ik voel die andere vrouw nog achter me, maar na de busbaan gooi ik het tempo van benen omhoog. “Ach wat” denk ik.
Ik kan nog ietsje harder en ga proberen om die lange man in te halen! Ik haalde hem bij. Dan ben ik ook buiten adem, bij een hartslag die boven de 170 komt. Maar ik had nog genoeg over om tegen hem te zeggen: ” Je laat je toch niet door mij inhalen?! Kom op!” Het werkte, hij ging iets harder en ik kon achter hem uit de wind blijven lopen op hoog tempo 😀
Uiteindelijk ging het eerste rondje in een hoger tempo bij een lagere hartslag. Ik rende toen gemiddeld 15,3 kilometer per uur. Het tweede rondje ging nog altijd in een gemiddeld tempo van 14,3 kilometer per uur. Na het tweede rondje moest ik ook even bijkomen. Na een minuut is mijn hartslag 59 slagen lager. Dat is de laatste bevestiging: mijn conditie is uitstekend.

We lopen nog een kilometertje uit. Mijn voet doet pijn en heeft duidelijk geleden van de bootcamp-aanslag op de peesplaten. Het is één van de kortste en rustigste trainingen van dit jaar! De spierpijn blijft uit. Ik hoeft me ook geen zorgen meer over de belangrijkste spier te maken: mijn hartspier is in een uitstekende conditie!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een training over hartslag

Telkens ietsje harder tijdens de atletiekles

Om 5 uur góót het in Almere. Er kwam een heuse waterval naar beneden! Ik was blij dat het niet een uurtje later naar beneden kwam, want op de planning voor 6 uur stond een loopje van 9 kilometer terwijl Vincent (ook) op de atletiekbaan was. Maar het beïnvloedde de kledingkeuze wel. Ik nam de regenjas mee. Op het laatste moment deed ik er nog een t-shirt met korte mouwen onder aan. De opdracht van de 9 kilometer was om elke kilometer ietsje harder te gaan. Ik eet twee boterhammen om onderweg energie te hebben voor de opdracht.
Ik vertrok in regenjas. De eerste kilometer ging lekker langzaam in 9,3 kilometer per uur. Ik kwam twee andere hardloopsters tegen, maar die haalde ik al snel in omdat zij even moesten stoppen. Ik ging lekker richting het sluisje en het bos. Ik voelde het enorm als inhouden. Het rook wel heerlijk overal na de stortbui van een uur eerder! De hartslag bleef onder de 140 hangen.
Inmiddels was de zon doorgekomen en bemerkte ik mijn vergissing: het was niet gewoon warm, maar heet! De regenjas ging al uit en ik was blij met de korte mouwen en niet blij met de lange broek. Ik maakte nog een foto van het mooie pad.
 Alle tijd zo in de eerste kilometers!
De tweede kilometer ging in 6:18 (9,5 km/u) en de derde  kilometer met sluis-oversteek in 6:14 (9,6 km/u). Ik was nog niet aan het zweten en vooral bezig met me inhouden. De vierde kilometer leidde me het bos door onder de natte bladeren. Geweldig! Ik vond het jammer dat ik moest versnellen. Maar ik deed het toch maar en had last van het wisselende licht. Mijn lijf wilde ook niet zo heel goed meewerken, ik voelde me wat slapjes. Toch ging de vierde kilometer in 5:50 (10,2 km/u).
Ik had er geen idee van of ik om het Block van Kuffelaer (de grote sluizen) heen kon. Ik was vergeten op te nemen hoe ver het was en wilde niet te laat weer terug komen bij de atletiekles.  Dus boven besloot ik om te draaien. Kwam ik de dames weer tegen! En er liep ook een man achter me bleek. Ik kreeg het tempo niet goed te pakken. Al eerder was ik begonnen om ietsje vals te spelen: ik keek op mijn horloge tegen het einde van de kilometer (als mijn telefoon de kilometer al af had) om te zien of ik moest versnellen of vertragen. Zo kwam ik bij de vijfde kilometer bedrogen uit! Ik was te langzaam!! Ik snapte niet hoe het kon, want ik had het gevoel harder te gaan. Natte bladeren? Het omkeerpunt? In elk geval deed ik er 5:54 over. Nog altijd boven de 10 km/u maar ik baalde er flink van.
Kilometer 6 moest namelijk weer terug over het sluisje, dus ik moest aanzetten als ik dat sneller wilde maken. Het lukte me en ik begon eindelijk het gevoel te krijgen op tempo te komen. 5:31 Deed ik erover. 10,8 km/u. De volgende kilometer ging over de harde weg en ik had het fijne tempo gevonden. Het kon me niet meer schelen of ik elke kilometer harder zou halen, deze kilometer ging heerlijk! Ik vond dat ik dan de 9de en 10de (strafkilometer) maar harder moest gaan. 7 Kilometer in 40minuten en 40 seconden. Mijn nieuwe tempo ligt op 11,4 kilometer per uur! Boven de elf kilometer! Dan zweet ik wel en dan komt mijn hartslag boven de 150 uit. Ook de achtste kilometer besloot ik gewoon op een goed, flink tempo te lopen. Warm! Ik krijg er een rood zweetkoppie van.
5 Minuten en 3 seconden. Zolang doe ik over achtste de kilometer. Bijna twaalf kilometer per uur. Bijna… (11,8) De laatste of eigenlijk voorlaatste kilometer komt eraan. En balen: langs de vaart blijkt meer wind te staan. De hartslag loopt op tot boven de 160 en ik heb het gevoel dat ik hard aan het tempo moet trekken. En dat is gek, want ik blijk de negende kilometer net zo hard te lopen als de voorgaande kilometer! Ietsje langzamer nog (5:05). Terwijl deze kilometer zwaar, veel zwaarder aanvoelde! Onbegrijpelijk. Ik baal ervan dat de tijd niet met 4 minuten begint zeg. 9 Kilometer in 50 minuten, hoe kan ik ooit 10 kilometer in dezelfde tijd halen?
Ik besluit de tiende kilometer relaxter te lopen, maar wel op hoog tempo. Om de atletiekbaan heen. De mevrouw met de hond gaat ook die kant op. Inmiddels is mijn telefoon er bijna 500 meter eerder. De tien kilometer heb ik (ruim) binnen een uur gehaald, dus ik heb nog uitlooptijd.De tiende kilometer voelt weer gemakkelijker als de negende en guess what? Die is net zo snel als de achtste! Kortom: minder je best doen en relaxter is ook prima. Nadeel is dat ik er enorm, vreselijk van baal dat ik geen tijd ónder de 5 minuten neer heb gezet. Serieus – ik weet dat ik dat kan en ik moet dat van mezelf ook kunnen halen.
Ik loop nog een uitlooprondje om de atletiekbaan heen. He, daar zijn de dames ook netjes aan het uitrekken! En de man die ik heb gezien komt ook zijn kind ophalen! De mevrouw met de hond is er ook weer. Nu weet ik wat al die mensen doen als hun kind op atletiekles zit! Zij hebben echter geen van allen een lange broek aan. (op de mevrouw met de hond na) De elfde kilometer gaat lekker langzaam in hetzelfde tempo als de tweede kilometer. Nu voelt de rust ook anders aan, niet langer alsof ik me moet inhouden, maar meer alsof ik even uit kan rusten!
Eerlijk gezegd baal ik dat ik de opdracht niet goed heb uitgevoerd. Ik ben niet netjes elke kilometer sneller gegaan, terwijl ik dat wel zou moeten kunnen. Maa ik heb geleerd hoe verschillend tempo’s aan kunnen voelen. Dat het heel veel uitmaakt hoe je ermee bezig bent.
11 Kilometer heb ik afgelegd binnen 1 uur en drie minuten. Ik haal snel Vincent op en drink zijn water op! Thuis heb ik trek en eet ik lekker nog een bordje macaroni met roerbakgroente. De hartslag daalt weer snel en na een uur zit ik al rond de 65.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Telkens ietsje harder tijdens de atletiekles

Hardlopen en spelen in het bos.

Om kwart over tien pikte ik mijn loopmaatje op, die er al tien kilometer hardlopend op had zitten. Ik had gezegd dat ik tussen een uur en anderhalf uur weg zou gaan. Voor de rest was het plan slechts om over de nieuwe brug te gaan. Het tempo hoefde niet hoog te liggen. De zon scheen, het was droog, vrijwel windstil: kortom, heerlijk loopweer.
De eerste kilometer voelde helemaal niet snel aan. Het tempo lag op 10,2 kilometer per uur. We kletsten over de verdere plannen voor de zondag, over vanalles eigenlijk. Dat gebeurt zonder merkbare moeite. Mijn hartslag blijft onder de 150. Al een paar dagen heb ik een hele lage rusthartslag, gisteren is de hartslag in rust niet boven de 50 slagen per minuut gekomen! Of dat nu duidt op een goede condititie weet ik nog steeds niet zeker! Richting het bos gingen we steeds sneller lopen. We liepen gewoon over het fietspad. Onderweg kwamen we veel andere hardlopers tegen, die het weer blijkbaar ook prima vonden!
De eerste vijf kilometer gingen elke kilometer sneller tot een rondetijd van 5:19 op de vijfde kilometer. Na 4,5 kilometer liepen we over het nieuwe fietspad en daarna gingen we de weggetjes over de heuvels op. De poorten van de hardloopspeeltuin waren geopend!!
Eerst een rondje maken met een stijging en daling erin. Lekker op tempo genieten van de kleine uitdaging. Toen liepen we de andere nieuwe paden op. Stukje omhoog, stukje afdalen. Helaas wel voorzien van erg veel vliegende beestjes 🙁 Dat was het enige minpunt, want het was mooi, leuk, uitdagend, speels en verrassend.
We namen een pad langs het water over de balkjes. Dat kwam het tempo niet ten goede, maar de glimlach werd er des te groter van 😀

Ik gaf er niks om dat er grote zwanen lagen, die gingen blazend voor mij aan de kant.
We gingen in elk geval de heuvel nog op, toen we door hadden hoe het poortje open ging 🙂  Ik heb met de heuveltjes geen moeite, voor deze  kleine puistjes schrik ik niet terug. We namen nog een zandpad en toen was er toch nog een poort dicht. We mochten over de heuveltjes weer terug! De zesde kilometer was wel ernstig langzamer door de zwanen, de poortjes en de foto’s.
Na anderhalve kilometer ging de route weer verder over het betonnen fietspad. Tussen de bomen door. Minder leuk qua speelsheid, maar beter voor het tempo. Dat ging meteen weer terug naar ruim 10,5 kilometer per uur. We liepen door naar de nieuwe brug. Het fietspad er naartoe is nog niet helemaal af, maar lopers deert dat niet zo. Stralend liep ik over de brug heen. Ik kon het niet laten blij te zijn met deze prachtige nieuwe route.
 Er moet nog geveegd worden en de laatste aansluiting op de brug moet nog worden gemaakt, maar verder is het af hoor.
Voor nu is de route nog zo nieuw, dat het lijkt of we gezwommen hebben. 
Dan kom je daarna helaas wel op een lange, ietwat saaie rechte weg; die nogal druk is met auto’s op zondag. Lastig voor het tempo, want dan moet je steeds aan de kant. Niet dat het tempo lager werd, integendeel. De tien kilometer legden we af in 57 minuten. Voor een ‘rustige’ duurloop door de speeltuin not too bad! Daarna zakte het tempo ietsje naar 10,4 kilometer puur. Waar de hartslag in het ‘speelgebied’ nog was opgelopen naar 160, lag die nu weer net onder de 150. Het kost allemaal weinig moeite. Ik neem een druivensuikertje aan, maar het is erg fijn om zonder water te rennen.
Na 12 kilometer heb ik geen zin meer. Ik wil het tempo wel lager leggen, maar dat kan ik niet. We lopen door de wijk heen en ik vind nog een nieuwe doorsteek over een graspad. Ik voel dat de koolhydraatjes op zijn: de hartslag loopt iets op en de zin is verdwenen. Ik vraag me dan altijd af waarom ik door blijf rennen. Maar dat doe ik om met mijn loopmaat zijn 25 kilometer te halen. En dat wil hij binnen de 2,5 uur doen. Wat betekent dat ik 15 kilometer gemakkelijk binnen anderhalf uur moet halen. In plaats van wandelen stel ik voor de laatste kilometer juist het tempo omhoog te gooien! We voegen de daad bij het woord en ik loop me af te vragen waarom ik mezelf nog zo wil afbeulen. Gelukkig kom ik adem te kort om hardop te klagen! Het tempo ligt boven de 11 kilometer per uur. Dat lukt best en ik heb het idee dat ik na een paar honderd meter qua tempo gewend ben. 15 Kilometer heb ik gelopen in 1 uur en 26 minuten. Gelijk met de beste 15 kilometer die ik ooit gelopen heb in september van vorig jaar.
Jammer-maar-helaas: We hebben te snel gelopen. De ijszaak is nog dicht. 🙂
Ben ik dan doodmoe? Nou nee, dat valt reuze mee. Na een banaan en twee glazen water ga ik gauw douchen en dan heb ik nog energie om de schuur op te ruimen. Helaas doet mijn rechtervoet wel een beetje pijn. De tevredenheid over de leuke, speelse, verrassende en nieuwe route overheerst echter.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardlopen en spelen in het bos.

Rondje door het bos bij Hilversum

Na alle droogte en dorheid van Cyprus vorige week, snakte ik vandaag naar bomen, groen en bossen. Op het schema stond een run van 7 kilometer op een lage hartslag. Deze was bedoeld ‘om er weer in te komen’ na de vakantie. Maar ja, ‘er weer inkomen’ hoeft niet, en 7 kilometer is zo weinig tegenwoordig- dan wil ik er iets speciaals van maken.  Aangezien Vincent al bij oma was en het werk tijdig af was, besloot ik de renkleding aan te trekken en naar Hilversum te rijden, waar oma en opa een fijne douche hebben voor na de run.
Van de schoenen die ik in Cyprus aan had moet eerst het stof worden verwijderd. Hier draag ik weer een lange broek en lange mouwen in plaats van de korte broek en het hemdje. Niet insmeren, geen water mee voor dit uurtje en ik kan mijn neus gewoon volgen omdat je in Nederland niet kunt verdwalen. Ik steek het spoor over en ga het bos in. Heerlijk! Meteen voel ik me tot rust komen. Ik heb niet het gevoel dat ik hard loop, maar volgens de telefoon en het horloge ligt het tempo boven de 10 kilometer per uur. Ruim.
Ik geniet enorm van de groene waas om me heen. Het groen lijkt wel extra fel! Ik hoor overal vogelgeluiden. En dan ben ik nog amper de stad uit. Aan de andere kant ligt dan ook nog de spoorlijn en er komt een mountainbiker voorbij. In Nederland ben je nooit alleen en is alles aangelegd, betegeld en geregeld. De eerste drie kilometer ligt het tempo hoog en komt de hartslag niet boven de 150 uit. Ook niet als ik het spoor oversteek en de lichten beginnen te knipperen. Ook dat is Nederland: zelfs midden in het bos zijn er spoorbomen! 
Ik krijg het idee dat ik al weer door kan steken en de weg terug zou kunnen gaan vinden, maar ik vind dat veel te snel! Ik kan me na 3,5 kilometer ook niet voorstellen dat ik al op de helft zit. Dus in plaats van rechtsaf door het bos terug, ga ik naar links om te kijken of ik bij dat leuke huisje uit kan komen. Dan loop ik toch weer over stoffige bospaden! Maar nu hoor ik de vogels tussen de bladeren scharrelen in plaats van salamanders die tussen de stenen wegschieten. Ik hoor de wind tussen de bladeren in plaats van het ruisen van de zee. En ik hoor het onafgebroken ruisende geluid van auto’s op de autoweg, de trein in de verte en de grote weg dichterbij.
Al snel weet ik ook weer wat het nadeel is van bos om je heen: het is funest voor je richtingsgevoel. Ik wil wel naar de grote weg, maar ligt die nu voor me of links van me? Door alle bospaden met hun eigen richting weet ik niet meer waar de weg ligt…. Ik slinger weliswaar genietend rond, maar na 5 kilometer ben ik het spoor toch bijster! Ook daarvoor is er in Nederland altijd een dubbele oplossing voorhanden: Je kijkt op de telefoon mét internet op de kaart (“wáár ben ik? hé, de weg ligt daar, dat had ik niet gedacht”) en je kunt een plaatjesroute volgen. In dit geval witte. Wel een mooi plaatje van het water midden in het bos gemaakt.

In noodgevallen kun je altijd nog aan een paar andere wandelaars met honden vragen waar de weg ligt….
Ik heb besloten dat ik eenmaal op de weg het tempo hoog mag leggen tot aan het viaduct. Ik heb geen idee waar ik op de Hilversumsestraatweg uit ga komen, maar het is een stuk verder dan ik gedacht had als ik er eenmaal ben! Ik verhoog het tempo 2 kilometer lang naar 12 kilometer per uur. Daar krijg ik het warm van, begin lekker te zweten en ook mijn hart gaat sneller kloppen tussen de 150 en 165 slagen. Even geen tijd om foto’s van dat leuke huisje te maken of van de provinciegrens: doorgaan is de taak. En dan voelt mijn lichaam gewoon moe aan. Mijn hele lijf is nog moe van weinig slapen de afgelopen dagen. Maar ik kán het wel!
Ik mis het piepje onder het viaduct geloof ik, want dan zijn de twee kilometer echt wel om. Daardoor ren ik langer door op het hoge tempo dan mijn bedoeling was. Mijn telefoon is onderbroken geweest en ik heb mijn horloge een nieuwe ronde in laten gaan bij de versnelling, dus ik heb even geen enkele clou meer hoe ver ik al gelopen heb. Als ik dat bij het klooster heb gevonden, zit ik bijna drie kilometer op hoog tempo en het is genoeg! Ik zie dat ik 8 kilometer heb gelopen en laat meteen het hoge tempo los.
De laatste kilometers hobbel ik lekker door het bos, kijk naar de duiven die zich een hoedje schrikken als mijn telefoon begint te praten. Van mijn voetstappen vliegen ze niet weg! Ik loop lekker stilletjes blijkbaar 🙂
 Ik moet het gat in het hek zoeken, want dat is óók Nederland: alles is afgebakend en als je niet weet waar je erdoor kunt, loop je heel ver om! Ik hobbel langs het ziekenhuis en dan wil ik de 10 kilometer ook volmaken. Ik heb nog wat tijd (want ik had beloofd er tussen een uur en 5 kwartier op uit te trekken) en ik wil het ‘rondje om de vijver’ graag opmeten. Ik kom in het rondje van 500 meter 2 keer dezelfde mevrouw tegen, die me de tweede keer succes wenst. Wat een lieve schat! Ik denk dat ik voor de laatste paar honderd meter tot de 10 kilometer maar niet achter haar aan moet rennen door het paadje en kies de tegengestelde ronde in de hoop dat ze afslaat – wat ze natuurlijk niet doet, dus wens ik haar een fijn weekend als ik haar voor de derde keer met haar hondje tegenkom!
Dan heb ik de tien kilometer gehaald binnen een uur. Ik maak het uur vol! Weer niet netjes het schema gevolgd van 7 kilometer, maar de gemiddelde hartslag blijft onder de 150 liggen en dat was dan weer wel de bedoeling!
Het was een leuk loopje! Nu weet ik weer zeker dat ik de ‘kou’ van Nederland met zijn groene bossen verkies boven de Cypriotische zon met zijn uitgedroogde rotslandschap. Geef mij maar stoffige bospaden om op te verdwalen in plaats van stoffige wegen langs vakantieresorts. Maar het geluid van de golven van de zee klinkt toch beter dan het voortdurende geruis van de autosnelweg!
Ik meet nu mijn voeding anders af en het word mezelf nu duidelijk dat ik in dit uur alle calorieën die ik deze hele dag al gegeten heb er in 1 keer afgetraind zijn! Dus ik mag best een bord met patatjes eten na de douche!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rondje door het bos bij Hilversum

De maand afsluiten!

Na een hele korte nacht en veel machines was, wilde ik toch graag nog een stukje lopen door het BOS in Nederland en de ellenlange schemering weer meemaken. Ook om de maand april tot de maand met de meeste kilometers ooit te maken! Dat record was in handen van de maand september van 2013 met 257,8 kilometers in 1 maand. In april had ik er inmiddels 247 kilometer opzitten, dus het moest een rondje worden van ongeveer 10 kilometer! En ik hoefde geen snelheidsrecords te halen, dus 5 kwartier zou prima zijn.

september 2013


Mijn loopmaatje ging mee, blijkbaar ook toe aan een rustig tempo. Want ik had geen puf om snel te gaan of snel te moeten gaan. De eerste kilometer gingen we boven de 10 kilometer per uur en dat voelde niet als hoog tempo. We liepen over het nieuwe pad en na alle droge gebieden en het stof van Cyprus, was het heerlijk dat alle bomen groen waren en overal planten stonden. We kletsten wat af.
Iemand had mij aangeraden om de hartslagmeter goed om te doen en vast voor het lopen vochtig te maken om op die manier de pieken in het begin te vermijden. En dat werkte! De hartslag begon en bleef onder de 140! Op het treinspoor kwam een goederentrein voorbij.

Ik neem nu lekker gewoon een foto onderweg! We liepen het bos in. Het was al tegen negen uur en nog steeds was het licht. Hoe fijn is dat!
Ik werd erg, erg blij van de openstaande poort die aangeeft dat je het natuurgebied van het bos weer in mag! Helaas stikte het wel van de muggen. Ik heb er zelfs 1 opgegeten. Dat is dan het nadeel van vochtige gebieden!
Het tempo bleef rond de zes minuten per kilometer liggen, ongeveer 10 kilometer per uur. Dat koste geen enkele moeite en het was eenvoudig om hele verhalen te blijven vertellen. De hartslag bleef ook heel erg laag. Ik weet niet of dat komt omdat ik zo weinig had geslapen of dat mijn hart op zeeniveau geen moeite hoeft te doen om op tempo te blijven. We gaan het bospad op en dat kost iets meer inspanning. Inmiddels valt heel langzaam de duisternis in. Het is 9 uur geweest en we hebben dan wel geen zonsondergang gezien, maar de avond is definitief ingevallen. En het duurt langer dan een kwartier voor het donker word!
Als we de brug op lopen, gaat de hartslag even omhoog tot 149 slagen per minuut. Meer word het niet! Ik kan nergens vinden of een lage hartslag verband houdt met 1 nacht slecht slapen.
Over 10 kilometer doen we 1 uur en 10 seconden. Lijkt me heel erg keurig netjes! En dan ben ik moe – doodmoe. De 10 kilometer lijken er wel 40 te zijn geweest! Ik zeg dat ik langzamer ga lopen, maar net zo onmiddellijk als mijn loopmaatje zijn tempo verlaagt, dat lukt me niet. Ik vertraag wel en de laatste kilometer, daar doen we 6 en een halve minuut over, dat is 9,2 kilometer per uur. Het is donker geworden.

Er vluchten katten voor me uit en dat vind ik heel erg grappig. Op Cyprus lopen overal wilde katten rond, maar hier in Nederland kom ik drie katten tegen die niet voor me weglopen! Deze zien er met hun halsbandjes wel vele malen stadser en verzorgder uit…
Na 11  kilometer is het donker, is het genoeg geweest en ben ik moe. Ik heb (zoete) trek en wil door naar huis en naar bed. Met een gemiddelde van 9,7 kilometer per uur hebben we die 11 kilometer binnen 1 uur en tien minuten gelopen. 
De mooiste beloning is het maandtotaal. Nog nooit heb ik in 1 maand zoveel kilometers gemaakt! En ik train niet eens voor een marathon!

April 2014


Ik heb hiervoor minder tijd nodig gehad als in september 2013, toen lag het gemiddelde tempo op 8,5 kilometer per uur. Nu ligt het gemiddelde tempo op 9,4 kilometer per uur. Ik had er wel 3 activiteiten meer voor nodig! In september maakte ik 19 tochten van gemiddeld 13,7 kilometer per uur; de afgelopen maand heb ik 22 tochten gemaakt van gemiddeld 11,7 kilometer. In september heb ik het rondje van 36 kilometer om de Oostvaardersplassen heen gelopen. Het grootste verschil zit ‘m in de hoogte meters: waren het er in september nog 500, de afgelopen maand bijna 1400! Dus: meer gestegen in een hoger tempo! Bij gelijkblijvende hartslag. Dan zie ik ineens de progressie 🙂
Op naar de 260 kilometer in 1 maand, al gaat dat niet in mei gebeuren! Ik heb besloten de komende week even rustig aan te doen en mij aan mijn schema te houden wat de afgelopen week “vakantie” voorschreef!
 

Originele schema


Uitgevoerde schema


Zoek de verschillen
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De maand afsluiten!