Het 21 kilometer parcours van de Almere City Run

Almere City Run 2013


Vorig jaar heb ik de halve marathon van de Almere City Run gelopen. Het was mijn eerste (!) wedstrijd en ik heb er fijne herinneringen aan. Ik liep de halve marathon voor mijn gevoel net onder de twee uur, al gaat de officiele tijd net over de twee uur heen. Dit jaar train ik opnieuw voor de Almere City Run met loopgroep Just Run. De tijd voor een halve marathon heb ik in oktober 2013 in Eindhoven verbeterd naar 1 uur 56 minuten en 30 seconden. Op mijn wensenlijst stond de Almere City Run nog als een trainingsafstand. Dus heb ik gisteren goed de route bestudeerd. Vandaag was het weer totaal anders dan in juni 2013. Zwaar bewolkt, zo nu en dan een bui en windkracht 4. Klinkt als mijn weer! Mijn loopmaatje ging ook mee, want die wil de halve marathon in Almere dit jaar ook gaan lopen.
Regenjas aan en rozijntjes mee. Mijn rechterhiel doet pijn, maar een echte runner laat zich nu een keer niet kennen! Daar zijn fysiotherapeuten voor toch?!
We liepen eerst het rondje door de stad, onder de tunnel door, om het stadhuis heen (er dóórheen kan pas in juni) en door de gelukkig nog rustige winkelstraat. We hadden op de heenweg besloten dat dit een RUSTIGE duurloop was en geen wedstrijd, dus alle kilometer tijden mochten met een zes beginnen. De eerste kilometers gooiden de tunnel nog roet in het eten en ging het onstabiel snel. Na 2,5 kilometer ging het al mis: het fietspad was afgesloten. Moesten we een stukje omlopen. Nouja, we waren net opgewarmd en de hartslag was niet al te hoog, zo rond de 150. We liepen de hele tijd harder dan 10,5 kilometer per uur, maar we kletsten gewoon door alsof we niet aan het hardlopen waren!
Na 5 kilometer hadden we nog geen regendruppel gezien en gingen we langs de vaart aan het lopen. 7 Kilometer gingen tamelijk gemakkelijk binnen de 40 minuten en ik weet nog dat ik vorig jaar begon te stuiteren toen ik 8 kilometer had gelopen binnen 50 minuten. Destijds had ik nog nooit zo hard gelopen. Nu vielen de 8 kilometer binnen de 45 minuten. En net zo moeiteloos als destijds! Alleen nu vergezeld van een paar druppels… 🙁
Geen zwanen op de Vaart, wel kinderen bij de survivalklas, geen supporters op de boten, wel regen op de brug. Zo liepen we richting de Kemphaan. We waaiden droog en liepen 10 kilometer in 55 minuten. Tijd voor een klein handjevol rozijntjes en een paar slokken water. Rozijntjes zijn lastig weg te krijgen, maar wel lekker! We liepen het lange rechte fietspad op richting de rotonde. Destijds haalde ik er mensen in, nu kwamen we niemand tegen. Ik wilde het tempo best terugbrengen naar 6 minuten op de kilometertijden, maar dat kan ik gewoon niet. We zaten in de 5:30 -5:40 en daar bleven we ook!
We gingen het fietspad op door de wijken en dat is veel minder leuk dan de bossen. De spirit ging er een beetje uit bij mij. Waarom zou ik ook rennen alsof dit een wedstrijd was? Ik weet nog dat ik vorig jaar op dit punt met mederenners liep te kletsen en de route ging tot nog toe prima uit mijn hoofd. We staken het bos weer in en toen stak er voor ons een vosje over! Hij was best groot en in een oogwenk verdwenen. Mijn loopmaatje had het niet gezien, omdat hij naar zijn horloge keek. Ik was er helemaal stil van.
 En ik raakte er de route door kwijt blijkbaar, want we gingen verkeerd. We moesten even stoppen om op het kaartje te kijken en toen weer een klein stukje terug lopen.
Er zat een steentje in mijn schoen. Links. Het was lastig, maar ik ga dus echt niet stoppen om die eruit te halen! Het leidt de aandacht af van de pijn aan de andere voet.
We kwamen rond de ruïne van het kasteel te lopen. Dat gebied is niet mooi of inspirerend. Ik had ineens geen zin meer om iets te zeggen en wilde even met mijn eigen gedachten lopen. Sorry, mate; ik had het niet zwaar ofzo, ik wilde gewoon even stilte en rust en mijn eigen ‘zorgen’. Meestal is het heerlijk om samen te kletsen en alle gedachten af te leiden, maar nu wilde ik even niks zeggen en me herinneren wie vorig jaar waar liep en waar ik naar kon zwaaien. Het begon te regenen. Niet hard, maar het was wel een echte bui.Omdat we de hondjes tegen kwamen, sneden we het hoekje deze keer af. De regen zette door en het werd een flinke bui. We kwamen op de 18 kilometer en ik zag de markeringen op de weg staan, maar wij hadden wat meer gelopen al. Ik liet het idee het laatste stukje harder te gaan varen en we liepen tegen de wind in de brug op. Heerlijk! Het brak me weer wat open en toen merkte ik dat ik moe werd. Je ziet de eindstreep al en we regelden de lunch vast.
Bij het strandje wilde ik proberen om nog iets harder te eindigen, maar het zat er niet meer echt in. Nat, verregend en met pijnlijke voeten mis je dan net de wedstrijdspirit! We zouden het toch wel binnen twee uur halen! Nog een stukje door het bos heen. De hartslag ging wel ietsje omhoog, tot de 160. We waren nog niet terug op de finishstreep toen we op de 21,1 kilometer zaten. Daar hadden we 1 uur en 58 minuten over gedaan. Of een minuutje langer hooguit. Binnen de twee uur. Behoorlijk gemakkelijk. Zonder aanmoediging. Zonder wedstrijd-adrenaline. Zonder drankposten.
Toch was ik niet zo tevreden. Ik vraag me af of ik de halve marathon nog 10 minuten sneller zal kunnen lopen. Ik baal ervan dat ik niet meer kon versnellen. En ik ben gewoon een beetje moe. We hebben de halve marathon gelopen met een gemiddeld tempo van 10,6 kilometer per uur. Vorig jaar in de wedstrijd deed ik dat op 10,7 kilometer per uur. De hartslag is echter aanmerkelijk lager, in juni 2013 was dat  gemiddeld 164, nu 156 slagen per minuut. Dus ja, het antwoord is dat je in een wedstrijd echt sneller kan.
Pas een half uur later, op het schoolplein (waar ik naar toe wandel) haal ik het steentje uit mijn schoen.  Een naar ding met scherpe randjes.
Nu nog de 1370 kcal proberen op te eten vandaag! En op naar de fysio om de hak van de rechtervoet te redden…

Categories: Uncategorized | Comments Off on Het 21 kilometer parcours van de Almere City Run

Een training over hartslag

Afgelopen zaterdag, bij de zwemles, nam ik mijn hartslag op. Ik heb een app op de telefoon die dat kan en ik vergelijk die wel eens met de hartslagmeter van de Garmin; die zijn behoorlijk hetzelfde. Een normaal mens heeft een rusthartslag tussen de 60 en 80 slagen per minuut. Terwijl ik op de bank zat bij de zwemles lag mijn hartslag op 43 slagen per minuut. Ik heb het twee keer nagemeten (en ook met de andere telefoon), maar de hartslag bleef onverminderd laag. Een half uurtje later steeg de hartslag wel langzaam aan, maar boven de 50 slagen per minuut is de hartslag niet meer gekomen.
Vandaag zou de trainer tijdens de training meer informatie geven over de hartslagen, dus ik was zeer benieuwd! Heb ik een goede conditie of een zwak hart? Twee uur voor de training lag mijn hartslag nog onder de 50 slagen per minuut. Vlak voor de training, het moment waarop ik een beetje zenuwachtig loop te drentelen (met de vraag of ik de rest nog wel bij kan houden) ligt mijn hartsalg op 65 slagen per minuut. Dat is hoog voor mij.
De training begon met inlopen op een behoorlijk tempo, boven de tien kilometer per uur. Niet heel erg hoor, want er werd genoeg gesnaterd om ons heen. En ik heb er ook geen moeite mee. Ik vind het erger dat de trainer stil gaat staan om uit te leggen dat we moeten aansluiten! Hij deed het expres om te kijken hoe de rest van de training zou verlopen als we te hard begonnen. De eerste kilometer beloofde dan ook wat, ondanks een paar druppels terwijl ik mijn regenjas thuis had gelaten.
We kwamen op het bedrijventerrein en toen deed de trainer weer wat hij altijd doet: er een soort bootcamp van maken. 1 Groep rende op en neer, terwijl de andere tegen de muur moest zitten, alsof er een stoel onder staat. Lekker zwaar voor de benen. Ik liep niet zo hard op en neer. We gingen ook planken: dan lig je op je armen en span je de buikspieren aan, terwijl de anderen over je heen springen. Ik heb de beestjes onder me bestudeerd en hield het aardig vol. We hebben ook “gejuicht” voor de anderen die renden en tenslotte moesten we situps doen, terwijl de andere groep naar de volgende lantaarnpaal rende. De beenspieren hadden het zwaar!
Toen begon het verhaal over de hartslag. Een hart moet bloed rondpompen. Omdat het een spier is, train je die net zo goed als de andere spieren. Hoe lager je rusthartslag, hoe meer conditie je hart heeft. Je hebt minder slagen nodig om het bloed rond te pompen. Ik heb dus een beregoede conditie! Tijdens het verhaal kreeg ik het koud en had ik spijt van de korte mouwen. We hebben op een stoeprandje de spieren weer aangespannen. Toen ging het verhaal verder. Je kunt je maximale hartslag niet trainen of verleggen. Wel kun je érmee trainen, want je hartslag bepaalt de trainingsintensiteit. Een lange duurloop doe je op een lage hartslag, een wedstrijd bijna op je hoogste hartslag.
Het was een heel verhaal. En weinig hardlopen dus! De derde kilometer kostte met veel stilstaan en uitleg wel een half uur! 30 Minuten! 🙁
Dus mochten we nog twee rondjes gaan hardlopen. En we moesten zo hard mogelijk gaan lopen. 1200 Meter was het ongeveer. Ik probeerde nog even om de mannen bij te houden, maar dat is geen lang leven beschoren. Kon de hartslag eindelijk omhoog! Boven de 160 was geen moeite. En het tempo ging navenant omhoog. Ik haalde een tempo boven de 14 kilometer per uur. Het laatste stukje was er ook nog wind tegen. En dan is het even uitpuffen. Mijn hartslag daalt dan razendsnel. Ik ben heel snel weer op adem en kan na 60 seconden alweer hele gesprekken voeren.
Om te kijken of we op de hoogste hartslag kunnen komen, doen we het rondje nog een keer. Pas na de helft moet je gaan versnellen. Ik voel die andere vrouw nog achter me, maar na de busbaan gooi ik het tempo van benen omhoog. “Ach wat” denk ik.
Ik kan nog ietsje harder en ga proberen om die lange man in te halen! Ik haalde hem bij. Dan ben ik ook buiten adem, bij een hartslag die boven de 170 komt. Maar ik had nog genoeg over om tegen hem te zeggen: ” Je laat je toch niet door mij inhalen?! Kom op!” Het werkte, hij ging iets harder en ik kon achter hem uit de wind blijven lopen op hoog tempo 😀
Uiteindelijk ging het eerste rondje in een hoger tempo bij een lagere hartslag. Ik rende toen gemiddeld 15,3 kilometer per uur. Het tweede rondje ging nog altijd in een gemiddeld tempo van 14,3 kilometer per uur. Na het tweede rondje moest ik ook even bijkomen. Na een minuut is mijn hartslag 59 slagen lager. Dat is de laatste bevestiging: mijn conditie is uitstekend.

We lopen nog een kilometertje uit. Mijn voet doet pijn en heeft duidelijk geleden van de bootcamp-aanslag op de peesplaten. Het is één van de kortste en rustigste trainingen van dit jaar! De spierpijn blijft uit. Ik hoeft me ook geen zorgen meer over de belangrijkste spier te maken: mijn hartspier is in een uitstekende conditie!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een training over hartslag

Telkens ietsje harder tijdens de atletiekles

Om 5 uur góót het in Almere. Er kwam een heuse waterval naar beneden! Ik was blij dat het niet een uurtje later naar beneden kwam, want op de planning voor 6 uur stond een loopje van 9 kilometer terwijl Vincent (ook) op de atletiekbaan was. Maar het beïnvloedde de kledingkeuze wel. Ik nam de regenjas mee. Op het laatste moment deed ik er nog een t-shirt met korte mouwen onder aan. De opdracht van de 9 kilometer was om elke kilometer ietsje harder te gaan. Ik eet twee boterhammen om onderweg energie te hebben voor de opdracht.
Ik vertrok in regenjas. De eerste kilometer ging lekker langzaam in 9,3 kilometer per uur. Ik kwam twee andere hardloopsters tegen, maar die haalde ik al snel in omdat zij even moesten stoppen. Ik ging lekker richting het sluisje en het bos. Ik voelde het enorm als inhouden. Het rook wel heerlijk overal na de stortbui van een uur eerder! De hartslag bleef onder de 140 hangen.
Inmiddels was de zon doorgekomen en bemerkte ik mijn vergissing: het was niet gewoon warm, maar heet! De regenjas ging al uit en ik was blij met de korte mouwen en niet blij met de lange broek. Ik maakte nog een foto van het mooie pad.
 Alle tijd zo in de eerste kilometers!
De tweede kilometer ging in 6:18 (9,5 km/u) en de derde  kilometer met sluis-oversteek in 6:14 (9,6 km/u). Ik was nog niet aan het zweten en vooral bezig met me inhouden. De vierde kilometer leidde me het bos door onder de natte bladeren. Geweldig! Ik vond het jammer dat ik moest versnellen. Maar ik deed het toch maar en had last van het wisselende licht. Mijn lijf wilde ook niet zo heel goed meewerken, ik voelde me wat slapjes. Toch ging de vierde kilometer in 5:50 (10,2 km/u).
Ik had er geen idee van of ik om het Block van Kuffelaer (de grote sluizen) heen kon. Ik was vergeten op te nemen hoe ver het was en wilde niet te laat weer terug komen bij de atletiekles.  Dus boven besloot ik om te draaien. Kwam ik de dames weer tegen! En er liep ook een man achter me bleek. Ik kreeg het tempo niet goed te pakken. Al eerder was ik begonnen om ietsje vals te spelen: ik keek op mijn horloge tegen het einde van de kilometer (als mijn telefoon de kilometer al af had) om te zien of ik moest versnellen of vertragen. Zo kwam ik bij de vijfde kilometer bedrogen uit! Ik was te langzaam!! Ik snapte niet hoe het kon, want ik had het gevoel harder te gaan. Natte bladeren? Het omkeerpunt? In elk geval deed ik er 5:54 over. Nog altijd boven de 10 km/u maar ik baalde er flink van.
Kilometer 6 moest namelijk weer terug over het sluisje, dus ik moest aanzetten als ik dat sneller wilde maken. Het lukte me en ik begon eindelijk het gevoel te krijgen op tempo te komen. 5:31 Deed ik erover. 10,8 km/u. De volgende kilometer ging over de harde weg en ik had het fijne tempo gevonden. Het kon me niet meer schelen of ik elke kilometer harder zou halen, deze kilometer ging heerlijk! Ik vond dat ik dan de 9de en 10de (strafkilometer) maar harder moest gaan. 7 Kilometer in 40minuten en 40 seconden. Mijn nieuwe tempo ligt op 11,4 kilometer per uur! Boven de elf kilometer! Dan zweet ik wel en dan komt mijn hartslag boven de 150 uit. Ook de achtste kilometer besloot ik gewoon op een goed, flink tempo te lopen. Warm! Ik krijg er een rood zweetkoppie van.
5 Minuten en 3 seconden. Zolang doe ik over achtste de kilometer. Bijna twaalf kilometer per uur. Bijna… (11,8) De laatste of eigenlijk voorlaatste kilometer komt eraan. En balen: langs de vaart blijkt meer wind te staan. De hartslag loopt op tot boven de 160 en ik heb het gevoel dat ik hard aan het tempo moet trekken. En dat is gek, want ik blijk de negende kilometer net zo hard te lopen als de voorgaande kilometer! Ietsje langzamer nog (5:05). Terwijl deze kilometer zwaar, veel zwaarder aanvoelde! Onbegrijpelijk. Ik baal ervan dat de tijd niet met 4 minuten begint zeg. 9 Kilometer in 50 minuten, hoe kan ik ooit 10 kilometer in dezelfde tijd halen?
Ik besluit de tiende kilometer relaxter te lopen, maar wel op hoog tempo. Om de atletiekbaan heen. De mevrouw met de hond gaat ook die kant op. Inmiddels is mijn telefoon er bijna 500 meter eerder. De tien kilometer heb ik (ruim) binnen een uur gehaald, dus ik heb nog uitlooptijd.De tiende kilometer voelt weer gemakkelijker als de negende en guess what? Die is net zo snel als de achtste! Kortom: minder je best doen en relaxter is ook prima. Nadeel is dat ik er enorm, vreselijk van baal dat ik geen tijd ónder de 5 minuten neer heb gezet. Serieus – ik weet dat ik dat kan en ik moet dat van mezelf ook kunnen halen.
Ik loop nog een uitlooprondje om de atletiekbaan heen. He, daar zijn de dames ook netjes aan het uitrekken! En de man die ik heb gezien komt ook zijn kind ophalen! De mevrouw met de hond is er ook weer. Nu weet ik wat al die mensen doen als hun kind op atletiekles zit! Zij hebben echter geen van allen een lange broek aan. (op de mevrouw met de hond na) De elfde kilometer gaat lekker langzaam in hetzelfde tempo als de tweede kilometer. Nu voelt de rust ook anders aan, niet langer alsof ik me moet inhouden, maar meer alsof ik even uit kan rusten!
Eerlijk gezegd baal ik dat ik de opdracht niet goed heb uitgevoerd. Ik ben niet netjes elke kilometer sneller gegaan, terwijl ik dat wel zou moeten kunnen. Maa ik heb geleerd hoe verschillend tempo’s aan kunnen voelen. Dat het heel veel uitmaakt hoe je ermee bezig bent.
11 Kilometer heb ik afgelegd binnen 1 uur en drie minuten. Ik haal snel Vincent op en drink zijn water op! Thuis heb ik trek en eet ik lekker nog een bordje macaroni met roerbakgroente. De hartslag daalt weer snel en na een uur zit ik al rond de 65.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Telkens ietsje harder tijdens de atletiekles

Hardlopen en spelen in het bos.

Om kwart over tien pikte ik mijn loopmaatje op, die er al tien kilometer hardlopend op had zitten. Ik had gezegd dat ik tussen een uur en anderhalf uur weg zou gaan. Voor de rest was het plan slechts om over de nieuwe brug te gaan. Het tempo hoefde niet hoog te liggen. De zon scheen, het was droog, vrijwel windstil: kortom, heerlijk loopweer.
De eerste kilometer voelde helemaal niet snel aan. Het tempo lag op 10,2 kilometer per uur. We kletsten over de verdere plannen voor de zondag, over vanalles eigenlijk. Dat gebeurt zonder merkbare moeite. Mijn hartslag blijft onder de 150. Al een paar dagen heb ik een hele lage rusthartslag, gisteren is de hartslag in rust niet boven de 50 slagen per minuut gekomen! Of dat nu duidt op een goede condititie weet ik nog steeds niet zeker! Richting het bos gingen we steeds sneller lopen. We liepen gewoon over het fietspad. Onderweg kwamen we veel andere hardlopers tegen, die het weer blijkbaar ook prima vonden!
De eerste vijf kilometer gingen elke kilometer sneller tot een rondetijd van 5:19 op de vijfde kilometer. Na 4,5 kilometer liepen we over het nieuwe fietspad en daarna gingen we de weggetjes over de heuvels op. De poorten van de hardloopspeeltuin waren geopend!!
Eerst een rondje maken met een stijging en daling erin. Lekker op tempo genieten van de kleine uitdaging. Toen liepen we de andere nieuwe paden op. Stukje omhoog, stukje afdalen. Helaas wel voorzien van erg veel vliegende beestjes 🙁 Dat was het enige minpunt, want het was mooi, leuk, uitdagend, speels en verrassend.
We namen een pad langs het water over de balkjes. Dat kwam het tempo niet ten goede, maar de glimlach werd er des te groter van 😀

Ik gaf er niks om dat er grote zwanen lagen, die gingen blazend voor mij aan de kant.
We gingen in elk geval de heuvel nog op, toen we door hadden hoe het poortje open ging 🙂  Ik heb met de heuveltjes geen moeite, voor deze  kleine puistjes schrik ik niet terug. We namen nog een zandpad en toen was er toch nog een poort dicht. We mochten over de heuveltjes weer terug! De zesde kilometer was wel ernstig langzamer door de zwanen, de poortjes en de foto’s.
Na anderhalve kilometer ging de route weer verder over het betonnen fietspad. Tussen de bomen door. Minder leuk qua speelsheid, maar beter voor het tempo. Dat ging meteen weer terug naar ruim 10,5 kilometer per uur. We liepen door naar de nieuwe brug. Het fietspad er naartoe is nog niet helemaal af, maar lopers deert dat niet zo. Stralend liep ik over de brug heen. Ik kon het niet laten blij te zijn met deze prachtige nieuwe route.
 Er moet nog geveegd worden en de laatste aansluiting op de brug moet nog worden gemaakt, maar verder is het af hoor.
Voor nu is de route nog zo nieuw, dat het lijkt of we gezwommen hebben. 
Dan kom je daarna helaas wel op een lange, ietwat saaie rechte weg; die nogal druk is met auto’s op zondag. Lastig voor het tempo, want dan moet je steeds aan de kant. Niet dat het tempo lager werd, integendeel. De tien kilometer legden we af in 57 minuten. Voor een ‘rustige’ duurloop door de speeltuin not too bad! Daarna zakte het tempo ietsje naar 10,4 kilometer puur. Waar de hartslag in het ‘speelgebied’ nog was opgelopen naar 160, lag die nu weer net onder de 150. Het kost allemaal weinig moeite. Ik neem een druivensuikertje aan, maar het is erg fijn om zonder water te rennen.
Na 12 kilometer heb ik geen zin meer. Ik wil het tempo wel lager leggen, maar dat kan ik niet. We lopen door de wijk heen en ik vind nog een nieuwe doorsteek over een graspad. Ik voel dat de koolhydraatjes op zijn: de hartslag loopt iets op en de zin is verdwenen. Ik vraag me dan altijd af waarom ik door blijf rennen. Maar dat doe ik om met mijn loopmaat zijn 25 kilometer te halen. En dat wil hij binnen de 2,5 uur doen. Wat betekent dat ik 15 kilometer gemakkelijk binnen anderhalf uur moet halen. In plaats van wandelen stel ik voor de laatste kilometer juist het tempo omhoog te gooien! We voegen de daad bij het woord en ik loop me af te vragen waarom ik mezelf nog zo wil afbeulen. Gelukkig kom ik adem te kort om hardop te klagen! Het tempo ligt boven de 11 kilometer per uur. Dat lukt best en ik heb het idee dat ik na een paar honderd meter qua tempo gewend ben. 15 Kilometer heb ik gelopen in 1 uur en 26 minuten. Gelijk met de beste 15 kilometer die ik ooit gelopen heb in september van vorig jaar.
Jammer-maar-helaas: We hebben te snel gelopen. De ijszaak is nog dicht. 🙂
Ben ik dan doodmoe? Nou nee, dat valt reuze mee. Na een banaan en twee glazen water ga ik gauw douchen en dan heb ik nog energie om de schuur op te ruimen. Helaas doet mijn rechtervoet wel een beetje pijn. De tevredenheid over de leuke, speelse, verrassende en nieuwe route overheerst echter.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardlopen en spelen in het bos.

Rondje door het bos bij Hilversum

Na alle droogte en dorheid van Cyprus vorige week, snakte ik vandaag naar bomen, groen en bossen. Op het schema stond een run van 7 kilometer op een lage hartslag. Deze was bedoeld ‘om er weer in te komen’ na de vakantie. Maar ja, ‘er weer inkomen’ hoeft niet, en 7 kilometer is zo weinig tegenwoordig- dan wil ik er iets speciaals van maken.  Aangezien Vincent al bij oma was en het werk tijdig af was, besloot ik de renkleding aan te trekken en naar Hilversum te rijden, waar oma en opa een fijne douche hebben voor na de run.
Van de schoenen die ik in Cyprus aan had moet eerst het stof worden verwijderd. Hier draag ik weer een lange broek en lange mouwen in plaats van de korte broek en het hemdje. Niet insmeren, geen water mee voor dit uurtje en ik kan mijn neus gewoon volgen omdat je in Nederland niet kunt verdwalen. Ik steek het spoor over en ga het bos in. Heerlijk! Meteen voel ik me tot rust komen. Ik heb niet het gevoel dat ik hard loop, maar volgens de telefoon en het horloge ligt het tempo boven de 10 kilometer per uur. Ruim.
Ik geniet enorm van de groene waas om me heen. Het groen lijkt wel extra fel! Ik hoor overal vogelgeluiden. En dan ben ik nog amper de stad uit. Aan de andere kant ligt dan ook nog de spoorlijn en er komt een mountainbiker voorbij. In Nederland ben je nooit alleen en is alles aangelegd, betegeld en geregeld. De eerste drie kilometer ligt het tempo hoog en komt de hartslag niet boven de 150 uit. Ook niet als ik het spoor oversteek en de lichten beginnen te knipperen. Ook dat is Nederland: zelfs midden in het bos zijn er spoorbomen! 
Ik krijg het idee dat ik al weer door kan steken en de weg terug zou kunnen gaan vinden, maar ik vind dat veel te snel! Ik kan me na 3,5 kilometer ook niet voorstellen dat ik al op de helft zit. Dus in plaats van rechtsaf door het bos terug, ga ik naar links om te kijken of ik bij dat leuke huisje uit kan komen. Dan loop ik toch weer over stoffige bospaden! Maar nu hoor ik de vogels tussen de bladeren scharrelen in plaats van salamanders die tussen de stenen wegschieten. Ik hoor de wind tussen de bladeren in plaats van het ruisen van de zee. En ik hoor het onafgebroken ruisende geluid van auto’s op de autoweg, de trein in de verte en de grote weg dichterbij.
Al snel weet ik ook weer wat het nadeel is van bos om je heen: het is funest voor je richtingsgevoel. Ik wil wel naar de grote weg, maar ligt die nu voor me of links van me? Door alle bospaden met hun eigen richting weet ik niet meer waar de weg ligt…. Ik slinger weliswaar genietend rond, maar na 5 kilometer ben ik het spoor toch bijster! Ook daarvoor is er in Nederland altijd een dubbele oplossing voorhanden: Je kijkt op de telefoon mét internet op de kaart (“wáár ben ik? hé, de weg ligt daar, dat had ik niet gedacht”) en je kunt een plaatjesroute volgen. In dit geval witte. Wel een mooi plaatje van het water midden in het bos gemaakt.

In noodgevallen kun je altijd nog aan een paar andere wandelaars met honden vragen waar de weg ligt….
Ik heb besloten dat ik eenmaal op de weg het tempo hoog mag leggen tot aan het viaduct. Ik heb geen idee waar ik op de Hilversumsestraatweg uit ga komen, maar het is een stuk verder dan ik gedacht had als ik er eenmaal ben! Ik verhoog het tempo 2 kilometer lang naar 12 kilometer per uur. Daar krijg ik het warm van, begin lekker te zweten en ook mijn hart gaat sneller kloppen tussen de 150 en 165 slagen. Even geen tijd om foto’s van dat leuke huisje te maken of van de provinciegrens: doorgaan is de taak. En dan voelt mijn lichaam gewoon moe aan. Mijn hele lijf is nog moe van weinig slapen de afgelopen dagen. Maar ik kán het wel!
Ik mis het piepje onder het viaduct geloof ik, want dan zijn de twee kilometer echt wel om. Daardoor ren ik langer door op het hoge tempo dan mijn bedoeling was. Mijn telefoon is onderbroken geweest en ik heb mijn horloge een nieuwe ronde in laten gaan bij de versnelling, dus ik heb even geen enkele clou meer hoe ver ik al gelopen heb. Als ik dat bij het klooster heb gevonden, zit ik bijna drie kilometer op hoog tempo en het is genoeg! Ik zie dat ik 8 kilometer heb gelopen en laat meteen het hoge tempo los.
De laatste kilometers hobbel ik lekker door het bos, kijk naar de duiven die zich een hoedje schrikken als mijn telefoon begint te praten. Van mijn voetstappen vliegen ze niet weg! Ik loop lekker stilletjes blijkbaar 🙂
 Ik moet het gat in het hek zoeken, want dat is óók Nederland: alles is afgebakend en als je niet weet waar je erdoor kunt, loop je heel ver om! Ik hobbel langs het ziekenhuis en dan wil ik de 10 kilometer ook volmaken. Ik heb nog wat tijd (want ik had beloofd er tussen een uur en 5 kwartier op uit te trekken) en ik wil het ‘rondje om de vijver’ graag opmeten. Ik kom in het rondje van 500 meter 2 keer dezelfde mevrouw tegen, die me de tweede keer succes wenst. Wat een lieve schat! Ik denk dat ik voor de laatste paar honderd meter tot de 10 kilometer maar niet achter haar aan moet rennen door het paadje en kies de tegengestelde ronde in de hoop dat ze afslaat – wat ze natuurlijk niet doet, dus wens ik haar een fijn weekend als ik haar voor de derde keer met haar hondje tegenkom!
Dan heb ik de tien kilometer gehaald binnen een uur. Ik maak het uur vol! Weer niet netjes het schema gevolgd van 7 kilometer, maar de gemiddelde hartslag blijft onder de 150 liggen en dat was dan weer wel de bedoeling!
Het was een leuk loopje! Nu weet ik weer zeker dat ik de ‘kou’ van Nederland met zijn groene bossen verkies boven de Cypriotische zon met zijn uitgedroogde rotslandschap. Geef mij maar stoffige bospaden om op te verdwalen in plaats van stoffige wegen langs vakantieresorts. Maar het geluid van de golven van de zee klinkt toch beter dan het voortdurende geruis van de autosnelweg!
Ik meet nu mijn voeding anders af en het word mezelf nu duidelijk dat ik in dit uur alle calorieën die ik deze hele dag al gegeten heb er in 1 keer afgetraind zijn! Dus ik mag best een bord met patatjes eten na de douche!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rondje door het bos bij Hilversum

De maand afsluiten!

Na een hele korte nacht en veel machines was, wilde ik toch graag nog een stukje lopen door het BOS in Nederland en de ellenlange schemering weer meemaken. Ook om de maand april tot de maand met de meeste kilometers ooit te maken! Dat record was in handen van de maand september van 2013 met 257,8 kilometers in 1 maand. In april had ik er inmiddels 247 kilometer opzitten, dus het moest een rondje worden van ongeveer 10 kilometer! En ik hoefde geen snelheidsrecords te halen, dus 5 kwartier zou prima zijn.

september 2013


Mijn loopmaatje ging mee, blijkbaar ook toe aan een rustig tempo. Want ik had geen puf om snel te gaan of snel te moeten gaan. De eerste kilometer gingen we boven de 10 kilometer per uur en dat voelde niet als hoog tempo. We liepen over het nieuwe pad en na alle droge gebieden en het stof van Cyprus, was het heerlijk dat alle bomen groen waren en overal planten stonden. We kletsten wat af.
Iemand had mij aangeraden om de hartslagmeter goed om te doen en vast voor het lopen vochtig te maken om op die manier de pieken in het begin te vermijden. En dat werkte! De hartslag begon en bleef onder de 140! Op het treinspoor kwam een goederentrein voorbij.

Ik neem nu lekker gewoon een foto onderweg! We liepen het bos in. Het was al tegen negen uur en nog steeds was het licht. Hoe fijn is dat!
Ik werd erg, erg blij van de openstaande poort die aangeeft dat je het natuurgebied van het bos weer in mag! Helaas stikte het wel van de muggen. Ik heb er zelfs 1 opgegeten. Dat is dan het nadeel van vochtige gebieden!
Het tempo bleef rond de zes minuten per kilometer liggen, ongeveer 10 kilometer per uur. Dat koste geen enkele moeite en het was eenvoudig om hele verhalen te blijven vertellen. De hartslag bleef ook heel erg laag. Ik weet niet of dat komt omdat ik zo weinig had geslapen of dat mijn hart op zeeniveau geen moeite hoeft te doen om op tempo te blijven. We gaan het bospad op en dat kost iets meer inspanning. Inmiddels valt heel langzaam de duisternis in. Het is 9 uur geweest en we hebben dan wel geen zonsondergang gezien, maar de avond is definitief ingevallen. En het duurt langer dan een kwartier voor het donker word!
Als we de brug op lopen, gaat de hartslag even omhoog tot 149 slagen per minuut. Meer word het niet! Ik kan nergens vinden of een lage hartslag verband houdt met 1 nacht slecht slapen.
Over 10 kilometer doen we 1 uur en 10 seconden. Lijkt me heel erg keurig netjes! En dan ben ik moe – doodmoe. De 10 kilometer lijken er wel 40 te zijn geweest! Ik zeg dat ik langzamer ga lopen, maar net zo onmiddellijk als mijn loopmaatje zijn tempo verlaagt, dat lukt me niet. Ik vertraag wel en de laatste kilometer, daar doen we 6 en een halve minuut over, dat is 9,2 kilometer per uur. Het is donker geworden.

Er vluchten katten voor me uit en dat vind ik heel erg grappig. Op Cyprus lopen overal wilde katten rond, maar hier in Nederland kom ik drie katten tegen die niet voor me weglopen! Deze zien er met hun halsbandjes wel vele malen stadser en verzorgder uit…
Na 11  kilometer is het donker, is het genoeg geweest en ben ik moe. Ik heb (zoete) trek en wil door naar huis en naar bed. Met een gemiddelde van 9,7 kilometer per uur hebben we die 11 kilometer binnen 1 uur en tien minuten gelopen. 
De mooiste beloning is het maandtotaal. Nog nooit heb ik in 1 maand zoveel kilometers gemaakt! En ik train niet eens voor een marathon!

April 2014


Ik heb hiervoor minder tijd nodig gehad als in september 2013, toen lag het gemiddelde tempo op 8,5 kilometer per uur. Nu ligt het gemiddelde tempo op 9,4 kilometer per uur. Ik had er wel 3 activiteiten meer voor nodig! In september maakte ik 19 tochten van gemiddeld 13,7 kilometer per uur; de afgelopen maand heb ik 22 tochten gemaakt van gemiddeld 11,7 kilometer. In september heb ik het rondje van 36 kilometer om de Oostvaardersplassen heen gelopen. Het grootste verschil zit ‘m in de hoogte meters: waren het er in september nog 500, de afgelopen maand bijna 1400! Dus: meer gestegen in een hoger tempo! Bij gelijkblijvende hartslag. Dan zie ik ineens de progressie 🙂
Op naar de 260 kilometer in 1 maand, al gaat dat niet in mei gebeuren! Ik heb besloten de komende week even rustig aan te doen en mij aan mijn schema te houden wat de afgelopen week “vakantie” voorschreef!
 

Originele schema


Uitgevoerde schema


Zoek de verschillen
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De maand afsluiten!

Hardopen op Cyprus 4

Om de marathon op Cyprus compleet te maken, kwam ik nog een paar kilometer te kort. Dus na het inpakken toen Vincent nog even op de kinderclub was, heb ik de hardloopschoenen nog 1 keer aangetrokken. Het was inmiddels elf uur, dus niet bepaald koel. Maar het was ook bewolkt, dus het was niet bloedheet.
Ik had een half uur de tijd voor 5 kilometer, maar ik zette meteen nogal hard in. De eerste twee kilometer kwamen onder de 5 minuten uit, een tempo van 12 kilometer per uur. Lekker langs het kerkje en de grote weg. Eigenlijk had ik al door dat één: mijn rondje te kort was en twee: mijn tempo te hoog. Voor 5 kilometer met heuvels en de volle zon….
De derde kilometer ging dan ook niet meer zo snel. Alhoewel, 5:15 (11,5 kilometer per uur) is nog steeds niet heel weinig. Ik begon behoorlijk te zweten.
 Ik had me niet ingesmeerd, dus al te lang kon ik niet gaan.
Om rond de vijf kilometer uit te komen, ging ik weer door het tuintje rennen en dat waren trapjes en hindernissen. Omdat ik ook moe werd, ging de vierde kilometer ook weer minder snel. 5:36, dat is nog altijd 10,7 kilometer per uur.

Ik rende langs het resort en moest nog een stukje om, maar langs de huizen liep ik tot 2 keer toe vast. Ik besloot dan nog maar ‘een rondje om de kerk’ te maken. Omdat het nu echt het aller- allerlaatste stukje rennen was op Cyprus, dus het tempo kon nog best omhoog. Ik genoot van de vogeltjes, van de warmte (echt waar), van de te hoge stoepranden en het kale landschap. De laatste kilometer haalde ik de 11 kilometer per uur weer.
Hoelang ik precies over de 5 kilometer heb gedaan, weet ik niet, maar zeker binnen een half uur en waarschijnlijk binnen 28 minuten ook.
Ik ging aan het wandelen en fotograferen. het laatste stukje voor het resort gaat altijd nog steil omhoog.

Ik kwam uit op 6 kilometer in 37 minuten.
 De Garmin moet ik nog uitlezen, maar dan weet ik pas echt hoeveel en hoever ik gelopen, maar 42 kilometer is het zeker!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardopen op Cyprus 4

Hardlopen op Cyprus 3

Om vijf uur wilde ik al vertrekken, maar toen had ik de niet al te lekkere bananenkoekjes nog niet een uur geleden op. Dus het werd kwart over vijf, met genoeg drinken en ingesmeerd met factor 50. Op weg naar de haven van Paphos! De strandroute is in elk geval goed te rennen.
Ik begon lekker, met rondjes onder de 6 minuten. Hoewel de zon nogal fel scheen en het behoorlijk warm was. De derde kilometer haalde ik echter al niet meer binnen de 6 minuten, omdat de verharde paden daar voorbij waren en dan ploeter je over lossen stenengrond.

Er was een stel, waarvan de man mij kon inhalen, maar zijn vrouw kon het duidelijk niet bijhouden: dus we hebben een kilometer haasje over gespeeld en toen stoomde ik door en heb ze niet meer gezien.

De vierde kilometer leidde me ook nog langs het hek over de stenengrond, maar vanaf de vijfde kilometer kon het tempo op de geplaveide paden weer omhoog naar onder de 6 minuten per kilometer. Het deed me niet zoveel hoe hard ik ging en het was ook niet zo spannend als de eerste keer hardlopen over het pad, omdat ik geen verrassingen zou tegenkomen. Ik werd aangemoedigd door een vrolijke Cyprioot en ondanks mijn koptelefoon had ik geen muziek nodig. Het was wel een stuk warmer, omdat het bijna windstil was. Ik had nog steeds last van de vieze bananenkoekjes die zo nu en dan opspeelden 🙁
Ik hobbelde het pad af met de zon in mijn rug, oei, dacht ik, die heb ik straks van voor! En zo liep ik het drukke toeristenhaventje in.

Doel bereikt, maar leuk was het niet. Veel te veel mensen, een enorme hagedis, gekrioel en geuren van eten. Ik zag nog paasversiering en besloot na 7,5km in precies 3 kwartier om om te keren. Ik maakte nog foto’s en dat kost natuurlijk tijd. Tegen de zon in lopen was geen problem. Het was juist mooi en hoewel er mensen wandelden over het pad, genoot ik toch van de rust na het overvolle haventje!

Ik begon te beseffen dat dit de laatste keer was dat ik dit pad kon lopen en dat ik er van moest genieten. Dat komt het tempo dan misschien niet ten goede, maar het maakt het wel iets minder zwaar om tegen de wind te lopen die toch nog 18 km/uur was. Het tempo bleef rond de 6 minuten hangen. Ik liep 10 kilometer in 1 uur en 1 minuut en 10 seconden (volgens mijn telefoon) Ik werd een beetje gek van het geluid van de zee en de golven. Het was echt stil als ik achter een heuvel liep. Na 11 kilometer ging het tempo er uit. Steenpaden, geen afscheid willen nemen van de tocht, vermoeidheid, foto’s maken en warmte waren diverse oorzaken.

Ik zweette behoorlijk. Ergens wilde ik wel een halve marathon lopen, maar ik voelde waarschijnlijk tegen beter weten in wel dat dat er niet inzat. Mijn eus bleef een beetje lopen en dat is balen, want het ruikt overall zo lekker in Cyprus, zeker zo tegen de avond! Ik wilde dan meer dan 18 kilometer rennen en wandelen vandaag: dan wordt het gebruik van de benenwagen binnen een week goed geleidelijk opgevoerd (21 april nog in almere 10 km rennen, 23 april 11 km rennen, 24 april 16 km wandelen, 25 april 18km wandelen en rennen, dus zou vandaag boven de 18km moeten volgen). Toch een soort van doel….
Na 15 km kwam ik langs het resort en ik nam de gok omdat ik intussen naar de toilet moest, maar ik liep nog door. Tussen de anderhalf en twee uur had ik gezegd weg te zijn en er was pas anderhalf uur om. 15km in 1 uur en 33 minuten. Inclusief fotostops! Niet gek, maar ook niet snel en snelheid zat e rook niet meer in. Alle kilometer kwamen ruim boven de 6,5 minuut uit. (op de veertiende na, die net op 6 minuten kwam) Ik vond een mooi pad door een tuintje heen met een lieve kat er in.

Langzaam ging ik terug naar het resort, en dan bedoel ik echt lekker sloom boven de 7 minuten over de laatste kilometer. Nee, ik kon er moeilijk afscheid van nemen, maar ik was ook moe en wilde stoppen. Dan maar geen halve marathon hoor.

Na een uur en drie kwartier liep ik over het resort en maakte daar nog foto’s. Echt een snelle route was het niet geworden, maar de omstandigheden in aanmerking genomen is dat ook helemaal niet erg.

Ik was niet afgebrand en hoefde niet meer naar het toilet. De koekjes ga ik denk ik ook niet opmaken. Na het douchen kreeg ik de heren zo ver om na de zonsondergang (die achter de wolken viel) nog een stukje te lopen het donker tegemoet. En zo stond ik een uur later weer in de mooie tuin.

En! De wandeling duurde toch mooi twee hele kilometers! Heb ik dat oplopende weektotaal lekker wel gehaald!!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardlopen op Cyprus 3

Hardlopen op Cyprus 2

Ik wilde al bijtijds weg om te gaan lopen, maar we moesten eerst het spel afmaken. Zo kwam het dat ik rond 6 uur op pad ging. Na een wandeling van gisteren van zestien kilometer en vanmorgen een wandeling op tempo van 9 kilometer, vond ik een uurtje wel genoeg. Ik ging de andere kant op de kust langs, richting Coral Bay.
De eerst kilometers gingen lekker, 5:40’ers, dat is 10,5 kilometer per uur met wind tegen van 32km/u!

Maar toen….
Toen hield het mooie kustpad OP
Geeneens meer halfverhard. Het eindigde op de drukke weg.

Ik heb het nog twee kilometer geprobeerd, maar langs de auto’s lopen is geen lolletje en ik dacht: ik loop hier toch echt voor m’n plezier! Het tempo ging er behoorlijk uit en kwam rond de 10 kilometer per uur te liggen.

Ik probeerde nog terug te lopen richting de kust, maar strandde bij een hotel. Ik probeerde nog wat andere routes langs de plaatselijke huisjes, maar meer dan een mooie foto leverde dat niet op.

Ik kwam weer bij de grote weg uit en besloot dan maar hoger te gaan lopen op de weg terug. Ik moest flink stijgen! Toch wilde ik parallel aan de kust blijven lopen en dan kom je door de kleinere straatjes waar je wel raar wordt aangekeken. Ik liep tussen de bananenbomen door.

Intussen nam ik de tijd gewoon om rond te kijken. Ik hoefde niet meer zo snel of zo veel kilometers, ik merkte dat ook ik blijkbaar ergens moe wordt. Na een week met maandag 10km, woensdag 11km hardlopend en donderdag 16km en vrijdag al 9km lopend=46 kilometer de benen gebruikt, dat maakt mij zelfs een beetje moe!
Ik moest ook naar de toilet intussen van al het lekker all-inclusive eten hier op Cyprus. Met een beetje moeite vond ik het pad langs de kust weer terug bij het speeltuintje waar we eerder waren.

Het tempo was ver te zoeken. Ik liep in de zeventjes. Extra ernstig omdat ik nu wel wind mee had! Ik was gewoon een beetje gedesillusioneerd En ik had geen idee meer hoe ver het nog was – onder andere tot aan de toilet.

Het werd er met de ondergaande zon wel mooier en mooier op, maar volgende keer ga ik de andere kant weer op! Opeens ging ik de bocht om en lag het resort daar al. Ik had nog geen uur gelopen en ik nam een klein pad tussendoor. Blijkt er langs het resort een karakteristiek Cypriotisch woongemeenschapje te zijn met gedeeld zwembad en prachtige tuintjes!

Ik stond versteld en raakte verdwaald, met zicht op het huisje! De nood werd wel erg hoog en ik besloot dat de onderneming na 9 kilometer in een uurtje rennen mooi was.

Het toilet, de douche, het italiaanse buffet en een drukkende hitte waren de steekwoorden voor de rest van de korte avond. Het aantal kilometers opvoeren met de benenwagen (ma 10/ wo 11 / do 16/  vrij 18) ga ik morgen doorbreken. Voor nu is het kalinichta (goede nacht n het grieks) en gelukkig lijkt het hier al half elf, maar dat komt omdat de klok een uur verder staat dan in Nederland.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardlopen op Cyprus 2

Hardlopen op Cyprus 1

Ineens was er tijd over. En dan kun je op het balkon gaan zitten, maar het was nog een uur tot aan het eten en tot het donker werd. Het koelde al aardig af en morgen is er geen tijd en is het warmer, dus ik trok de loopschoenen aan en de korte rok en ik zette een pet op. We zijn namelijk op Cyprus.
Vanmrgen hebben we al een stukje route wandelend verkend en ik ga richting Paphos rennen om te kijken hoe ver het is. Maximaal een uur. Het is namelijk anders dan thuis: hier is het warm en ik heb me ingesmeerd en het water moet mee.

Eerst heb ik wind mee. De wind waait stevig met 18 kilometer per uur. Ik ken de eerste anderhalve kilometer Daarna ga ik langs de luxere hotels. Het tempo ligt best hoog. Niet dat ik dat gevoel heb, want voor mijn gevoel loop ik rond de 10 km per uur. De werkelijkheid is dat ik rond de 10,5 km per uur loop.
Dit is wat anders dan thuis: er zitten klimmetjes in en afdalingen. Het pad is soms verhard en vaak ook niet. Ik loop langs de zee en volg de kustlijn. Ik spring over stenen en moet voortdurend opletten waar ik loop. Ik loop langs hele dure hotels en langs hekken. Ik zie de vuurtoren steeds dichterbij komen.

Hoewel ik besloten heb na 5 kilometer om te draaien, wil ik altijd eigenlijk verder lopen om te kijken wat er om de volgende bocht ligt! Ik haal 5 kilometer makkelijk binnen een half uur, dus ik kan ietsje door….
Maar na 5,5 kilometer besluit ik om te draaien.

Panorma van de weg voor me op het keerpunt
Nu heb ik wind tegen en gaat de zon al onder! Ik moet op gaan schieten, want ik heb beloofd een uurtje te gaan. Door het maken van foto’s duurt de 6de kilometer lang. (7:10) Nu ken ik de weg wel en dat is fijn, hoewel het niet afdoet aan de hoogteverschillen. Hoewel ik aanmerkelijk sneller wil gaan, werkt de wind me tegen en wordt het tempo ietsje lager, maar nog altijd rond de 10,3 kilometer per uur.
De vuurtoren in de achtergrond
Ik mis even de route langs het hek en dan zijn er ineens veel minder mensen. Kwam ik daarstraks nog veel wandelaars en zelfs opvallend veel renners tegen, nu loop ik alleen van de dalende zon boven de zee te genieten. Ik moet nog een foto maken en daardoor komt er nog een kilometer net boven de 6 minuten uit.
Ik merk dat mijn telefoon na 6 kilometer is gestopt met opnemen en daar raak ik van in de war. De zevende kilometer vind de telefoon nogal rechtstreeks gegaan en daardoor ook langzaam….. 🙂

Ik krijg nu voor de komende twee/drie kilometer echt haast, want anders mis ik de zonsondergang ‘thuis’ in het vakantiehuisje! De tiende kilometer (die ik aanzie voor de negende) gaat in een tempo van 11,5 kilometer per uur. De hartslag is langzaam aan opgelopen tijdens het lopen van 139 slagen per minuut tot 165 slagen per minuut. Ik wil graag de tien kilometer binnen het uur halen, maar omdat ik me een kilometer vergis denk ik dat me dat net niet lukt.

In de spiegelende ruit maak ik net voor ik het resort weer opren nog een foto van mezelf met de zon die bijna ondergaat. Ik ben behoorlijk moe geworden, maar niet uitgeput. Natuurlijk ben ik wel aardig bezweet. Na een uur en 5 minuten ben ik er weer en verbaas ik me erover dat ik elf kilometer heb gelopen. Hoewel dat wel logisch is als je na 5,5 kilometer omdraait…….

Ik storm het huisje binnen en zie dat we de zonsondergang vanaf het balkon niet kunnen zien. We moeten naar de andere kant van het zwembad lopen en ik heb daar nog alle energie voor! Het is een prachtig gezicht en ik ben blij dat ik het net heb gehaald. Ik had er niet 10 minuten langer over moeten doen. Ik ben trots dat ik 11 kilometer kan lopen, inclusief foto’s nemen binnen een uur en vijf minuten, ín de hitte, in een vreemd land en dan ook nog met stijgingen en dalingen over een halfverhard pad.

Hoewel dit overzicht niet helemaal klopt omdat er ongeveer twee kilometer mist, geeft het een mooi beeld van de stijging en daling.
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardlopen op Cyprus 1