Hartslagmeter werkt, maar buienradar niet

Alles ingepakt, de hele paasdag lekker paaseitjes gesnoept: dus mag ik ‘s avonds even hardlopen. De training van gisteren, toen de hartslagmeter niet werkte, wil ik graag overdoen. Om kwart over 8 staat mijn loopmaatje voor de deur, omdat die ook wel trek heeft in een traininkje. Mijn goede schoenen zitten ingepakt, maar morgen ga ik naar de fysio, dus de oude schoenen kunnen nu nog wel even!
Dit is het overzicht van de hartslagzones waarin ik ga lopen. Eerst ga ik 2 kilometer inlopen op een hartslag die tussen de 11 en 140 ligt. Daarna volgen 3 kilometer in de hartslagzone Z3: tussen de 149 en 164. Dat is een heel comfortabel tempo voor mij. Vervolgens moet ik nog 2 kilometer in hartslagzone 4 rennen, waarbij de hartslag boven de 164 moet komen te liggen. Hoe hoger de hartslag, hoe sneller het tempo.
Ik heb wel een lange broek aan, maar volgens de buienradar blijft het droog. De regenjas blijft dus thuis. Tijdens het inlopen is het tempo laag, zo rond de 9,3 kilometer per uur (6:26). Kunnen we de paasdagen mooi even bespreken! We besluiten naar de manege te lopen. De drie kilometer in zone 3 bevallen me prima. Ik merk dat het niet gemakkelijk gaat, misschien komt het omdat ik gisteren al vrij hard heb gelopen. Het kan ook zijn dat ik een beetje baal van de lichte regen die begint te vallen. Dit tempo komt 2 kilometer per uur hoger uit (11,3 km/u) als het inlopen (5:16). Ook de brug op gaat het niet te hard.
De laatste zone gaat op het bospad vallen. Ik weet niet of dat juist goed is, omdat de hartslag op dat soort paden hoger is, of juist niet omdat het met die hoge hartslag langer duurt voor de 2 kilometer voorbij zijn. Ik heb er erge moeite mee om in Z4 te lopen. Ik raak behoorlijk buiten adem en denk regelmatig: ik kan niet meer! Maar ik spreek mezelf moed in en probeer mijn loopmaatje bij te houden. Het tempo komt boven de 12 kilometer per uur uit. We lopen over het fietspad en het gedruppel uit de lucht gaat maar door en door. De hartslagmeter piept vaak dat de hartslag omhoog moet. Het gemiddelde komt ook net niet boven de 164 uit. Ik kan gewoon niet zoveel harder.

Ik ben blij als de twee kilometer Z4 erop zitten en ga meteen lekker uitlopen. Tempo eruit! Al snel volgt ook de hartslag gelukkig. Helaas houdt het niet op met regenen 🙁
We gaan de 10 kilometer weer halen en wederom binnen het uur. In 58 minuten!
We kletsen gewoon weer verder en lopen nog een blokje om.
Ik heb helemaal geen zin meer, mijn buik klotst van alle paaseitjes en de spinazie. Maar ja, stoppen is ook geen optie, dus we moeten de wijk gewoon nog doorlopen. En als je dan toch geen zin meer hebt, dan duurt wandelen alleen maar langer…
In de grafiek met de hartslag en het tempo kun je mooi het verband zien.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hartslagmeter werkt, maar buienradar niet

Een falende hartslagmeter.

Nadat we op deze paasdag alle Lego hebben gesorteerd, mogen de heren een ijsje en mag ik een rondje gaan rennen. Er staat 9 kilometer op de planning in wisselende tempo’s. Het tempo wordt bepaald door de hartslag. Eerst laag, dan iets hoger, daarna 2 kilometer hoog en dan nog met een lage hartslag uitlopen. Ik doe mijn kniebroek aan en een shirtje met korte mouwen, want het is boven de 20 graden.
Halverwege het park kom ik tot de ontdekking dat ik wel de telefoon heb aangezet, maar de training nog niet. Ik doet het snel, maar ik hoor alleen maar gepiep uit het horloge komen. Mijn hartslag ligt te hoog. Nou is dat de eerste kilometers wel vaker het geval als ik moet opwarmen, maar zo koud is het niet. Mijn hartslag ligt volgens mijn Garmin tegen de tweehonderd aan en dat is wat overdreven. Ik start de oefening opnieuw. Het helpt niet. Ik ga zelfs lopen maar nog blijft mijn hartslag hoog. En dan bedoel ik boven de 170! De hartslagmeter van de telefoon komt niet meer boven de honderd uit. Er is iets mis 🙁

Dit is over de twee eerste kilometer. Waarvan 500 meter wandelend!


Wandelend reset ik het hele horloge. Het wordt wel lastig om op deze manier een training op basis van de hartslag te doen. Ik word er sjachereinig van, maar besluit dat ik nu gewoon op mijn eigen tempo lekker door het bos en om de gevangenis kan gaan lopen.
Ik neem de tijd om een foto te maken van mijn belachelijk hoge hartslag, bij een snelheid van nog geen 5 kilometer per uur. Wandelen met een hartslag van 163? Nee, de hartslagband om mijn middel geeft niet de juiste informatie door.
Na 3 kilometer op mijn telefoon (in 25 minuten zoals je op de foto ziet, dus dat is NIET snel!!) zet ik de Garmin aan voor een ‘gewoon’ loopje en ik sla een totaal nieuwe richting in. Het is uitgestorven op het industrieterrein op deze paasdag. Ik ben niet erg blij dat mijn training in het water valt, en daardoor gaat het tempo lekker omhoog. Dan heb je veel adrenaline. Ik vind zelf overigens helemaal niet dat ik hard ga, want dat is totaal niet mijn bedoeling. Ik bedenk me hoe ik bij het bos moet komen. Ik loop een tempo van 5:36 per kilometer en dat doe ik precies 2 kilometer lang. Dat is 10,7 kilometer per uur! Het bos en de gevangenis kan ik inmiddels niet vinden en ik voel me verdwaald op het lege industrieterrein met de oude verroeste paarse dubbeldekker. Ik wil naar huis terug.
Bij wat volgens Garmin de derde kilometer is, merk ik op dat ik het tempo er goed in heb en dat ik 11 kilometer per uur ga! Ik kom op een bekende weg en heb weer plannen om een ander bos te verkennen. Ik wil ook de volgende kilometer op dit tempo lopen en eerlijk is eerlijk: het gaat gemakkelijk! En ik heb ook nog eens de wind tegen. Ik besluit ook de vijfde kilometer het tempo hoog te houden. Inmiddels krijg ik het wel warm!
Ik loop over het brede pad door het bos en verbaas me over staatsbosbeheer. Dat doe ik wel vaker, maar een bordje naast een breed, bijna geasfalteerd pad wat zegt “verboden toegang, rustgebied voor wild” kan ik totaal niet plaatsen!
 Er staat zelfs een bankje! Toch “rustgebied” voor wild blijkbaar….
Door de foto’s gaat de zesde kilometer niet zo snel, maar hé, dat was ook niet de bedoeling toch! Blijkbaar vind ik alles onder de 10 km per uur langzaam tegenwoordig.
Ik ga de zevende kilometer lekker hard de brug op. Even afreageren. Ik wil onder de 5:00 minuten over de kilometer lopen en het wordt 4:59 (omdat ik voor de hond moest uitwijken). Dat is 12 kilometer per uur. Ik loop nu lekker uit. Mijn telefoon meld me dat ik 10 kilometer heb gelopen in 1 uur en drie minuten. Ik vind dat enorm knap! Bedenk namelijk maar dat ik over de eerste drie kilometer 25 minuten heb gedaan. Reken mee dat ik over de laatste 7 kilometer minder dan 40 minuten heb gedaan! Goeie grutten. Daar kon ik vorig jaar alleen maar van dromen. Toen noteerde ik trots als ik de 7 kilometer binnen de 45 minuten haalde. Langzaam uitlopen betekent ook nog altijd 10,2 kilometer per uur en dan niks moe worden en nog even langs de flats tussen de trappen 3 flinke tempoversnellingen erin gooien (dan gaat het tempo naar 15 kilometer per uur).
Ik ren 8 kilometer binnen 45 minuten. Dat is een gemiddelde van 10,7 kilometer per uur. Onbedoeld. Ik ben bezweet, maar niet doodmoe.
En thuis blijkt dat mijn Garmin aan het begin nog twee kilometer heeft meegepikt ook. Hoewel mijn telefoon het op 11 kilometer houdt, blijft de Garmin dus steken op 10. En dat zet een nieuw record neer: de afgelopen week heb ik bijna 74 kilometer gelopen! Ik kom 1 meter te kort en de meter blijft steken op 73.99 🙂
 Blijft er nog iets te verbeteren, zullen we maar denken…..
 
 
 
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een falende hartslagmeter.

Ongedwongen Vierhondertjes met een mooi gevolg

Vandaag was initieel het plan om 10 kilometer te gaan lopen met mijn loopmaat en diverse meetapparatuur op een hoog tempo, ‘mijn’ wedstrijd zou het worden. Maar ik begon gisteren al terug te krabbelen: ik durfde nog niet zo goed en ik had ook nog 16 vierhondertjes op het programma staan en ik had vandaag meer tijd dan tijdens de paasdagen en ik wilde eigenlijk weer 60 kilometer lopen deze week. Ik twijfelde en twijfelde en twijfelde. Omdat ik nog iets goed had te maken van vorige week met de vierhondertjes besloot ik op het laatste moment dat deze het werden. Geen tijd om me er druk over te maken! Het zou mooi zijn als ik er tien ging halen.
We gingen langs de plassen inlopen. Hartslag was de beperkende factor en die piepte maar door: ‘te hoog’. Mijn hele idee van deze training is na het opgeven van vorige week drastisch veranderd: ik zie het als een training, niet meer als een doel wat gehaald moet worden. Ik doe gewoon een (zware) intervaltraining en die ga ik zo goed mogelijk doen, en als ik de zestien vierhondertjes niet haal, dan niet. Ik ga ervan uit dat ik er tien ga doen. En ik ga niet te hard beginnen!! De eerste paar gaan behoorlijk gemakkelijk. Deze keer luister ik naar mijn horloge als die me meld langzamer te gaan. We gaan door het bos en dat vertraagt de derde al, maar het maakt me niks uit. Het is mooi in het bos met de zon. Ik versnel gewoon elke keer 400 meter en dat ga ik tien keer doen, bedenk ik zelf. Op het fietspad, snijdt mijn garmin zoveel af, dat de 400 meter wel lang duurt. 😉
Na elke snelle 400 meter gaat het herstel rap. Tussendoor kunnen we volop kletsen. Het wordt elke keer door een verhoging van tempo en hartslag onderbroken! Na de vijfde gaat het tempo nog wel omhoog, maar niet te hoog. Ik heb me ingesteld op 10 stuks en daarna uitlopen. De tiende wordt echter gevolgd door de elfde. En door een twaalfde bergop! Waarom niet? We zijn nu toch al een eind van huis. Dan doe ik er ook 15 ook. Ik ben erg blij met wat ik geleerd heb van vorige week: ik voel me ongedwongen en nergens toe verplicht. Ik versnel gewoon, maar niet tot ik uitgeput ben. Ik geniet van de omgeving en van het feit dat mijn lichaam elke keer weer een tempo van boven de 12 kilometer per uur aankan.
We zijn nu op een weg met veel auto’s. Ik hou me voor dat de laatste niet perse hoeft, maar het helpt me qua tempo niet erg. Ik wéét namelijk dat ik mezelf voor de gek hou. De zestiende vierhonderd ren ik keurig in 1 minuut 50. Dan zijn we nog ver, ver van huis. Ik heb zo’n idee dat het nog wel een kilometer of 6 is en dat ik dus niet “maar” 18 kilometer ga lopen, maar dat we op een halve marathon uitkomen. Mijn loopmaatje rekent door en gaat ervan uit dat we die halve marathon binnen de twee uur gaan lopen. Ook dat maakt mij niks uit: ik wil gewoon in een tempo verder waarin ik in elk geval de bushalte haal! Toch ligt dat tempo niks te laag met 10,2 kilometer per uur (5:52). Daarbij heb ik nog alle adem om te praten en te lachen. We moeten nog om een hele plas water heen en bewonderen de brug die er gaat komen. Er wordt gebarbecued. We lopen maar door en dan vallen er een stuk of twintig druppels.
Ik loop met twee hartslagmeters om, want mijn telefoon heeft er nu ook 1. Daar komt weer een nieuw mooi grafiekje uit met de hartslagzones die ik tijdens deze interval training gebruik.
 
We komen de wijk weer in, maar niet in de buurt van de bushalte. En ach, nu zijn we de 18 kilometer ook gepasseerd en het zou stom zijn om de halve marathon niet af te maken. Omdat ik zo heerlijk tevreden loop en zo blij ben met het feit dat ik in de eerste plaats heb geleerd dat ik best die vierhondertjes kan lopen als ik niet te snel begin, ten tweede dat ik het hardlopen gewoon leuk vind en op de derde plaats dat het ook nog eens gewoon erg goed en pijnloos gaat; daarom maakt het me niet uit hoe ver en hoe lang. Het is geen wedstrijd voor me; er bestaat geen betere prestatie dan iets geleerd te hebben en in de praktijk te merken dat het werkt!
Ik wil richting het station lopen voor een ijsje. Ik merk dat ik erg moe aan het worden ben. Niet uitgeput van het lopen, of dat ik ergens last van heb: ik ben gewoon moe en zou mijn ogen wel even willen sluiten 🙂  De afgelopen week heb ik dan ook al ruim 60 kilometer hardlopen afgelegd. Het verbaast me zeer dat we de halve marathon binnen de twee uur afleggen. Ik kom niet meer bij van het lachen bij het idee dat dit een prima manier is om een halve marathon te lopen tijdens een wedstrijd!  Ik heb een yoghurt ijsje verdient! Wat we uitwandelend opeten.
Ik ben buitengewoon tevreden! Ook al was het gemiddelde van de 16 vierhondertjes ‘maar’ 12,5 kilometer en gemiddeld 1:52 in plaats van de 1:50. Ik ben buitengewoon tevreden! Omdat ik nergens pijn heb, heb gehad en omdat ik lekker gelopen heb. Ik ben buitengewoon tevreden! De tijd van de halve marathon komt op 1 uur 57 minuten en 6 seconden uit. Dat is fan-tas-tisch voor een interval training! Gemiddeld met 10,9 kilometer per uur lopen 😀
De moeheid is weg en ik ben dus Buitengewoon Tevreden.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Ongedwongen Vierhondertjes met een mooi gevolg

Training met heel veel tempowisselingen

Om 8 uur stonden we weer met z’n allen (een man en vrouw of twintig) voor de trainster. Ze liet ons meteen over het gras en de heuvels draven. Grappig inlopen hoor, maar wel wat onrustig. Daarna was de loopscholing aan de beurt: huppelen, zijwaarts, klappen, voetheffen, met je handen op je voeten lopen; het was een heel scala aan spierpijn-bevorderende oefeningen! Toen gingen we kleine rondjes hard lopen. Heel eventjes maar, 3 rondjes die een driehoekje waren.

Het ziet er wel erg grappig uit!


Toen gingen we weer langzaam verder en dan bedoel ik zo rond de 9 km per uur lopen. Tussendoor stopten we voor 20 squads en 25 andere oefeningen. Lekker midden op de weg! We waren al een half uur bezig en ik dacht elke keer: wanneer gaat de training nu beginnen?
De grap is dat ik dat eigenlijk de hele training heb gedacht….
We liepen weer een stukje verder en jawel, richting het pas geploegde zand. Niet zo mijn ding: door dat zand ploeteren, maar ik heb drie keer mijn beste beentje voorgezet. Na een slinger om de hekjes gingen we het bos in.
Daar gingen we ook weer rondjes rennen. Hard, harder en een stukje rustig. Verzamelen, linksom, rechtsom. En toen kreeg ik een telefoontje wat me erg goed nieuws bracht. Daardoor was ik ineens zo blij en vol energie dat ik spontaan het verkeerde rondje nam en de ‘rustige’ kant koos. Had ik even tijd om snel het bos in te duiken, maar ik schaamde me diep dat ze (al was het maar 30 seconden) op me moesten wachten…
Het weerwater en Almere

Het Weerwater en Almere


Het zon ging prachtig onder.
Wij liepen weer verder – ik met heel veel adrenaline in mijn lijf. Ik wilde hard gaan, maar daar kwamen we niet echt aan toe. We gingen nog wel rondjes versnellen, maar ik was de weg een beetje kwijt. Het tempo loopt dan ook wel op tot 14 of 15 km per uur, maar het zijn allemaal kleine, korte stukjes. Ik werd er eigenlijk elke keer nét niet echt moe van.
We gingen een heuveltje op, nog een rondje, weer het heuveltje op. Groot rondje en nog 1 keer moesten we alles geven en kon ik over een paar honderd meter gemakkelijk de 16 km per uur halen. We gingen weer terug aan het lopen. Maar blijkbaar was de tijd nog niet op ofzo of de trainster vond dat we niet genoeg ons best hadden gedaan (wat misschien in mijn geval ook wel klopte), dus we moesten nog een keer trapje af, trapje op en versnellen. Velen klaagden over beentjes-die-dat-niet-meer-willen, maar ik had nog steeds energie over.
Zo ook mijn loopvriendin en toen we dan echt aan het teruglopen waren, kwam ik op het onzalige idee dat 10 kilometer ook net niet genoeg was om de hele marathon in twee dagen te lopen. Dat ik er nog best twee bij wilde lopen. Mijn vriendin was het roerend eens en na het stretchen en een bekertje water  in de kantine, besloten wij die twee kilometer gewoon erbij te gaan lopen! We kletsen toch altijd na, dat kan toch ook als je 10 km per uur gaat?! Wij wel tenminste.
 

Ik voelde me wel een beetje een overdrijver, maar ik had nog steeds kracht genoeg en eindelijk het gevoel dat de training begon zeg. Wat is nou twee kilometer? Dat is een marathon-in-twee-dagen!! En zo heb ik de training toch met een goed gevoel af kunnen ronden.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training met heel veel tempowisselingen

De Masten in de Verte

Als je ‘s avonds de polder inrijdt, zie je overal lampen knipperen op alle windmolens. Maar er staan ook 2 masten met rode lampjes. Ik heb me lang afgevraagd waar ze voor waren en waar ze precies staan. Enig zoekwerk leverde een lokatie op aan de Vogelweg en het blijkt een middengolf zendstation. Vorige week (8 april) waren ze al het doel om heen te lopen, maar toen gooide een wegopbreking het plan om. Vandaag ga ik het weer proberen! Deze keer loop ik tegen de klok in. Om 9 uur vertrek ik en om 12 uur moet ik weer op het schoolplein staan – dat moet lukken, want het zijn circa 25 kilometer.
Ik neem water en tabletten mee, doe lange mouwen en een lange broek aan én nieuwe sokken! OVkaart gaat ook mee, ook al zal ik weinig bushaltes tegenkomen. Mij kan niks gebeuren. Mijn muziek gaat aan en ik ga. Als je de andere kant om Almere uit rent, lijkt het veel verder weg allemaal voor je bij de snelweg bent. Ik neem de tijd en in het begin gaat mijn hartslag omhoog omdat ik ook nog op moet warmen. Het tempo hoeft niet hoog te zijn – mag zelfs niet hoog zijn. Elke kilometer moet beginnen met 6 minuten. Ik moet langs een weg waar nu alleen werkverkeer overheen komt, er zijn wel 6 vrachtwagens en tractors met zand die me passeren! Lastig, maar ik kan snel het fietspad op. Dit is het Ibispad en het Kolibripad is afgesloten staat er, dus ik hoop dat ik de brug over kan. Dat is geen probleem gelukkig. Verderop staat wel een autootje, maar die is met de telefoonmast bezig. Via de watsapp krijg ik ‘support’ van mijn loopmaatje over de training waar ik gisteren niet bij was, omdat ik soms ook moet rusten.
Ik moet even kijken of ik nu naar links of naar rechts moet nu ik andersom loop, maar ik moet naar links. Nieuwe gronden verkennen! Ik ga hartstikke goed en mijn hartslag is al gedaald naar 140/145. De masten lijken nog steeds ver weg. Naast me liggen prachtige bloemvelden. De afslag laat op zich wachten en ik weet dat ik dadelijk lekker wind mee krijg! Ik wil me daar niet op verheugen, want ik weet ook dat ik de wind straks tegen krijg. Anders hoeft ik maar even naar de windmolens te kijken! Na het tabletje gaat het ineens geweldig goed. Als ik wind mee krijg gaat het geweldig. Ik heb een heerlijk tempo bij een hartslag van 145 en ik zit helemaal in mijn ritme. Ik geniet enorm van het hardlopen – zo leuk heb ik het nog nooit eerder gevonden! Mijn tijden schieten onder de 6 minuten, maar ik wil niet stoppen of me in gaan houden. Kilometer 9, 10 en 11 gaan in een gemiddelde van 5:30. Ik wil niet stoppen voor een tabletje of een foto. Ik zit er helemaal in! 10 Kilometer in een uur en 1 minuut, da’s heel keurig. De masten komen nu snel dichterbij. Op 12 kilometer haal ik mezelf uit de Runners High om toch even een foto’tje te maken en een tabletje te nemen.
Ik ga linksaf naar de masten toe en hou het tempo nog even vast. Die masten lijken helemaal niet zo groot van dichtbij.
In de dertiende kilometer is mijn doel bereikt.
 

 
Ik neem de tijd voor een foto. Nu begint de weg terug en ik ben pas 1 uur en 20 minuten bezig. Dat ga ik dus wel halen!
De bushalte loop ik voorbij en ik ga over het fietspad. Over 15 kilometer doe ik anderhalf uur. Ik weiger me zorgen te gaan maken over hoe ver ik van huis ben en ga gewoon door en door en door met lopen. Ik moet om wat mannen heen die het fietspad hebben opengebroken en ik bereid me vast voor op de tegenwind.
In kilometer 17 draai ik terug richting Almere. Ik neem mijn moeders advies bij de hand: “Als iets zwaar of niet leuk is, moet je het snel doen; dan ben je ervan af” Niet te snel, want dat lukt niet met windkracht 3 tegen, maar wel door blijven lopen. Dat doe ik de lange rechte polderweg door! Het leveren allemaal lage 6 minuten-kilometers op. Ik schat in dat het er vier zijn tot ik de bocht weer om mag. Ik kom over het gloednieuwe asfalt wat ze vorige week hebben neergelegd. Als ik me bedenk dat het nu nóg zeven kilometer zijn en ik al rond de negentien kilometer zit, moet ik even slikken. Maar de flats worden steeds groter en ik zie in de verte het brugje al waar ik straks overheen ga. Over de halve marathon doe ik 2 uur en tien minuten.Geen toptijd, maar daar ga ik dan ook helemaal niet voor. Door de wind krijg ik ijskoude handen. Ik draai naar links en dan is de wind bijna weg. Ik kom op het bruggetje en dan……

NEEEEEEEEEEEEEEEEE


Dit zal dan het Kolibripad zijn! Vanaf hier is het nog een kilometer of drie naar huis, maar dit fietspad is afgesloten, onbegaanbaar, in onderhoud. Oh nee he. Hoe kom ik nu onder de snelweg door?! Tot overmaat van ramp begint het nu ook nog eens te regenen. Stil blijven staan gaat het niet worden: ik moet terug naar de andere onderdoorgang. De volgende is echt te ver om. Ik reken snel uit dat ik nu nog een kilometer of zeven voor de boeg heb en een blik op het horloge laat zien dat ik nog veertig minuten heb. Dat moet dan maar lukken, er zit niks anders op! Ik doe een ‘wedstrijd’ met een landbouwmachine die ik lekker win! Dat is goed voor de spirit, maar de boer zit droog en ik niet. De 23ste en 24ste kilometer gaan weer in een lage 6 en dan kom ik op het Ibispad. Ik ben blij dat ik deze kant om loop, anders had ik de masten ook deze keer niet gehaald!
Daar is het bruggetje weer, maar nu vanaf de andere kant; wie had dat gedacht? Zoals je ziet heeft de zon de regen verdrongen. Ik zie dat ik er toch echt iets meer vaart achter moet gaan zetten, want het is inmiddels half 12. Hij kán zelf naar huis lopen, maar ik ben er nog lang niet! Vanaf de 26ste kilometer ga ik aan het versnellen. Mijn tempo gaat weer onder 6 minuten per kilometer vallen. Dat is behoorlijk hard werken, want ik begin toch moe te worden. Moet ik weer over de weg met het werkverkeer. Ik hou het tempo gewoon hoog en kom op bekend terrein. Hier kan ik de kilometers visualiseren en onder mijn voeten door laten gaan. Ik bedenk dat mijn loopmaatje nu lekker 30 kilometer moet gaan lopen, omdat hij altijd net iets meer wil lopen dan ik! Dat doet me glimlachen, wat goed is voor het tempo.
Ik word nu echt moe, maar het is twaalf uur geworden. Ik heb nog 5 minuten en besef dat ik de 30 kilometer wel ga halen op deze manier. Ik verheug me op thee en yoghurt. Als ik het schoolplein opga, komt mijn kind me tegemoet rennen. We gaan samen uitlopen in laag tempo terwijl hij over visjes ratelt. Ik ben sprakeloos, moe en dan piept mijn horloge dat ik dertig kilometer heb gerend in 3 uur 7 minuten. Het gemiddelde tempo lag op 6:12 per kilometer: dat is 9,7 kilometer per uur. De gemiddelde hartslag ligt op 146, wat ook heel mooi is gezien de eerste 1,5 kilometer waarop de hartslag rond de 180 lag!  Ik ben moe, maar niet doodop. Mijn linkerknie doet pijn. Mijn rechtervoet doet pijn. Terwijl ik de yoghurt verorber, doe ik wat stretchoefeningen. Al mijn spieren doen pijn. Ik ga gauw douchen voor we weer naar school lopen! Ik heb een pijnlijke schuurplek op mijn rug van de waterbelt. Vanmiddag doe ik kalm aan, ga lekker onder de zonnebank en geniet van een paar liter

THEE


(ook in een koffiebeker)
In de loop van de middag trekt de spierpijn en de pijn in de knie weg. Ik heb alleen nog maar ‘last’ van een zeer voldaan gevoel!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Masten in de Verte

Steigerrun over 8 kilometer

Na het debacle van vrijdag viel het niet mee om zaterdag stil te blijven zitten. Ik wilde best op pad gaan, maar wist het binnen te houden. Ik had nog ietsje last van de spierkramp in mijn zij, maar zaterdagavond was over.
Vandaag stonden er acht schamele kilometers op het programma. Dat is een kort loopje voor me. Elke kilometer harder was de opdracht. Ik doe dat niet voor het eerst en ik weet dat de crux ligt in het rustig beginnen. Hoe moeilijk ook. Ondanks het lekker weer trok ik vertrouwde lange kleding aan. Ik ging heel, heel rustig van start en voelde me een slome jogger. Ik weet hoe belangrijk het is en ik hield mezelf voor: straks mag je hard en harder, straks – straks – straks. Na de eerste 4 kilometer op laag tempo. Straks-staks-straks. De eerste kilometer legde ik af in 7:07 en ik was er trots op! Ook al is dat maar 8 kilometer per uur. (als je dat 42 kilometer doet, heb je ook een marathon gelopen in 5 uur tijd) De hartslag blijft steken onder de 130 slagen per minuut. (125 om precies te zijn)
Die tijd onthou ik dan voor een kilometer en ik probeer te voelen dat ik maar ietsepietsje sneller ga. Net onder de 7 minuten wilde ik uitkomen. Ik kwam medelopers tegen en dan voel ik helemaal een slak! Straks-straks-straks…. De tweede kilometer ging te snel voor wat ik wilde in 6:35, maar ik kreeg het net warm. Ik voel dan dat ik nog erg onder mijn comfortabele tempo loop. Ik hou me in! Ik mocht weer langs de plassen gaan lopen want het hek is echt open – joepie! Ik was blij wind tegen te hebben om het tempo nu nog even te drukken. Kilometer drie in 6:26.
Net iets sneller en nog altijd binnen de norm die ik mezelf had gesteld. Dan ga ik nog altijd minder dan 9,5 kilometer per uur. Tijdens de vierde kilometer zie ik veel fotografen staan en ik zie ook waarom: boven ons cirkelt de zee-arend. Hoe het verder ook gaat vandaag, mijn sessie is vanaf nu al helemaal prachtig. Ik heb alle tijd om te genieten van de uitzichten, de zon, de dieren in de verte en de prachtige kleuren. Ik vind alle bloemetjes die vlakbij staan ook heel sierlijk.
De vierde kilometer ligt helemaal al bijna in mijn comfortabele zone, ik hoeft me niet meer in te houden en af te remmen en ga ook niet hard voor mijn gevoel. 6:17 geeft mijn horloge aan. Al halverwege en nog steeds keurig op schema! Ik verstap me en mijn rechterknie doet even pijn, maar daar kan ik voor nu prima doorheen lopen.
Kilometer vijf loopt heerlijk: dit is mijn tempo. Dat voel ik overal. Ik heb nergens meer pijn, niks houdt me tegen en dit zou ik lang vol kunnen houden. Ik ga onder de 6 minuten uitkomen nu. De vraag is hoe ver, want teveel maakt de laatste kilometers zwaar! Ik wil nog drie tijden in de 5 minuten lopen en pas de laatste kilometer voluit hoeven te gaan. 10,3 km per uur; 5:49. Als ik dit een hele marathon vol hou loop ik die marathon in 4 uur en 6 minuten. De hartslag ligt tijdens deze fijn-tempo kilometers rond de 150 slagen per minuut. Nu ben ik al op drie kwart en mag ik iets over het comfortabele punt gaan zitten. Flink de pas erin.
Ik draai om en krijg de wind in de rug. Ik ga iets harder lopen, maar wel zo dat ik straks nog wat over heb. 2 Meiden op de fiets halen mij langzaam in. Dan heb ik moeite me in te houden. 6 Kilometer in 37 minuten; dat is niet bepaald een hoogvlieger, maar deze oefening is niet bedoeld als wedstrijd. 5:37 Over de zesde kilometer. Het gaat perfect!
Ik wil de zevende kilometer rond de 5 minuten lopen. Liever net iets boven de 5 minuten! Dat is een tempo van 12 kilometer per uur. Ik moet nu doorgaan en kan niet stoppen voor een auto. Ik draai daarom eerder af als ik wilde. Daar zijn de meiden op de fiets weer! Ik begin te zweten, maar hou het tempo hoog. De zevende kilometer loop ik precies in 5 minuten. De laatste moet dus onder de 5 minuten komen te liggen! Ik weet dat ik het kan.
Ik haal de meiden op de fiets in en als ik hen was, zou ik het niet op me hebben laten zitten, maar tienermeiden zitten anders in elkaar. Ik mag voluit gaan en stiekem denk ik al aan de volgende kilometer: ik heb nog parcours over…. Eerst kijken hoeveel ik in de achtste kilometer bespaar! Ik heb geen tijd om mijn tijden op mijn horloge in de gaten te houden, ik ren hard door. Mijn hartslag komt boven de 160, maar blijft onder de 170. 8 Kilometer: opdracht volbracht in 47 minuten; de laatste kilometer in 4:37. Dat is 13 kilometer per uur!
Ik besluit te kijken hoe lang ik dit hoge tempo volhoud en plak er nog een kilometer aan. Om de vrijdag goed te maken…. Deze gaat de helling op, in de felle zon en hitte én ik heb tegenwind! Alle zeilen bijzetten dus en het is erg balen dat ik fietsers tegenkom nét bij de hekjes waarvoor ik een paar seconden in moet houden. Het hart moet hard werken en haalt een hartslag boven de 170 slagen per minuut. De laatste kilometer gaat net iets sneller in 4:35. Ik heb het hoge tempo twee kilometer lang volgehouden.
Het is nog 1 kilometer naar huis. Ik ben bezweet en haal onmiddellijk het tempo eruit. Ik wil de laatste kilometer net zo langzaam rennen als de eerste. Deze kilometer hoeft ik geen moeite te doen om me in te houden! Ik ben blij dat ik even kan bijkomen. Ik maak wat foto’s van mezelf om te laten zien hoe tevreden ik ben dat dit me gelukt is.
Zelfs bij deze laatste kilometer voldoe ik aan mijn gestelde doel: ik doe er maar liefst 7 minuten en 8 seconden over! Die ene seconde langzamer als de eerste is echt te verwaarlozen. Ik loop binnen een uur 10 kilometer en dan sta ik weer voor de deur thuis. Het is allemaal te vlekkeloos voor woorden, maar dat was precies wat ik na de mislukte vrijdagtraining nodig had.
Uiteindelijk blijken de lange mouwen en de lange broek toch te warm in het zonnetje, want het zweet drupt van me af en ik ga direct na het stretchen door naar de douche.
Zo’n steigerrun waarbij je elke kilometer iets harder gaat, geeft een zeer mooi oplopende grafiek:

Rood is de hartslag, blauw is het tempo

Rood is de hartslag, blauw is het tempo


 
En dit is het schema van de kilometertijden.
Het gemiddelde tempo was 5:56 – 10.1 kilometer per uur. De gemiddelde hartslag lag op 144 met als hoogste hartslag (in de negende kilometer) van 177.
Ondanks alles ligt het weektotaal op 58,5 kilometer. Ik mis dan net die anderhalve kilometer! Nou ja, heb ik deze week toch ‘iets’ rustiger aan gedaan als de vorige week….. (toen had ik nog 60 kilometer gelopen)

Categories: Uncategorized | Comments Off on Steigerrun over 8 kilometer

Afgebroken… Opgegeven…

Ik zag er tegenop, 14 vierhondertjes. Maar goed: de weegschaal werkte goed mee en ik hoeft nog minder mee te sjouwen vandaag. Maar goed: het was mooi weer en de korte kleding kon best aan. Maar goed: het stond op mijn horloge en ik ging het toch maar mooi wel doen. Maar goed: ik at twee boterhammen met honing. En ik had support van mijn loopmaatje. We gingen lekker op tijd en gezien de training van woensdag kan ik best een aantal keer het tempo flink opvoeren. Ik ging op de één of andere manier uit van 15 vierhondertjes.
Inlopen via de bakker om brood te bestellen. Het ging niet op een hoog tempo (9 km per uur), maar snel genoeg om het lekker warm te krijgen. Mijn hartslagmeter zat niet erg lekker vandaag. Toen we langs het spoor gingen lopen, bedacht ik nog dat het niet de slimste route was met alle bruggen die we over moesten. Omhoog! 😐 De eerste zette ik meteen hoog in en ik liep lekker hard. Dat ging ook goed. Mijn horloge piepte deze keer dat ik langzamer-langzamer moest. Ik had zelfs tijd om op mijn horloge te kijken! Ik constateerde dat mijn horloge elke 100 meter aangeeft of ik harder of zachter moet.
De tweede ging een keer over de houtjes van de brug. Ook op  hoog tempo. En dan bedoel ik 14 km per uur. “Langzamer-langzamer” Maar niks hoor, ik wilde niet langzamer. Bij de derde ging het eigenlijk mis, maar die ging superhard. Omhoog, de brug op. In de zon. Er fietste een meisje en ik wilde haar bijhouden. Dat dat niet lukte vond ik niet zo leuk, maar het hield het tempo wel extreem hoog. Dat gevoel had ik overigens niet.

Dit is het tabel van de tijden: vierhondertje 1 in 1:44.9 (400 meter) met een gemiddeld tempo van 4:22 per kilometer. (13,75 km/uur) Dan 1 minuut en 50 seconden rust. Vierhondertje twee in 1:42.1 met een gemiddelde tijd van 4:15. (dat is 14,12 km/uur) Weer 1minuut en 50 seconden rust en vierhondertje drie in 1:45.3 met een gemiddelde snelheid van 4:23 per kilometer.


Net voor de vierde ging het mis. Steken in mijn rechterzij. AUW. Erg pijnlijk! Dat heb ik nog nooit gehad. Het voelt als een verkrampte spier. Het vierde vierhondertje laat ik voorbij gaan: ik moet  even lopen.

Wat zijn de oorzaken van pijnklachten in de zij?

Zware fysieke inspanning bij het sporten
Iedereen die aan sport doet, heeft ooit wel eens last gehad van pijn in de zij. In dat geval gaat het om een signaal van je lichaam dat je over je limiet gegaan bent. Door de fysieke inspanning kan het middenrif te kampen hebben met een kramp. Als dit gepaard gaat met een zuurstoftekort en vermoeidheid kan dit je een erg vervelende, stekende pijn bezorgen.”        (bron: http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/114004-pijn-in-de-zij-oorzaken-en-tips-bij-pijnklachten-in-de-zij.html)

In de rust zetten we het weer op een rustig lopen. Ik bedenk dat we deze dan maar in moeten halen aan het einde. Dan worden het er toch vijftien!
Bij de vijfde lijken de problemen weer voorbij en kan ik weer tamelijk moeiteloos de 13 km/uur overschrijden. Mijn gevoel spreekt het tempo tegen. Inmiddels ben ik blij dat ik zomerse kleding aan heb!  De zesde gaat keurig in het juiste tempo en in 1:49 halen we de 400 meter. Mijn horloge piept daar niet eens voor! De zevende gaat eerst naar beneden, dan omhoog en dan hard naar beneden. Vanaf nu gaat het tempo wederom omhoog en loopt tegen de 14 km/uur.
De weg is opgebroken en de achtste vergt daardoor wat bochtenwerk, aanpassing van de ondergrond en die gaat langzamer. We naderen het volgende station. Mijn zij blijft wat doorzeuren de hele tijd, maar aan de rest merk ik dat ik het tempo niet te hoog vind liggen. Paslengte is goed, geen last van spieren of motivatieproblemen. Daar denkt mijn lijf anders over en mijn middenrif geeft het signaal af dat het klaar is. AUW. AUW. AUW. AUW.
Ik moet gaan wandelen. Ik besluit de training op te geven en ik wil graag rustig verder rennen tot het laatste station en dan teruggaan. Ik vind het niet leuk voor mijn medeloper, maar ik vind het nog veel minder leuk voor mezelf eigenlijk. Ik schaam me, want ik ben niet iemand die opgeeft. Ik baal ervan. En dat is zacht uitgedrukt. We gaan langzaam hardlopen, maar ook dat is erg pijnlijk. Ik moet op het eerstvolgende station de trein terug gaan nemen. Het stemt me op zijn zachtst gezegd verdrietig. 🙁 Volgens mijn medeloper ‘is er niks aan de hand’ en ‘kan het gebeuren’ en ‘vergaat de wereld niet’, maar mijn gevoel beaamt dat niet bepaald! Ik ben ook kwaad op mezelf: toch weer te hard begonnen! Maar het ging zo lekker! En waarom mag ik niet ook één keer opgeven van mezelf? Dit is de eerste keer in het jaar dat ík dat moet doen. Ik voel me een loser en ik heb nog pijn ook. De trein laat niet lang op zich wachten – de pijn neemt af en dan zijn de korte kleren ineens wel wat koel.
Zittend in de trein gaat het al gauw beter. We besluiten maar twee stations terug te reizen en vanaf daar in rustig tempo terug te lopen via de bakker waar het brood ligt te wachten. We lopen niet al te snel, circa 9 á 9,5 kilometer per uur. Het gaat best, maar de pijn zeurt een beetje door. Ik besluit me er niks van aan te trekken en wil graag door het zonnetje blijven lopen. Ik baal er al wat minder van, maar vind het wel rottig. ‘Loser‘ blijft er door mijn hoofd spoken. Ik kan slecht tegen opgeven.

Als we het brood ophalen en erbij een eierkoek en een bossche bol (niet voor mij hoor 😉 ) zijn we 12 kilometer onderweg. Ik heb met mijn wandelsessies het gemiddelde omlaag gehaald naar 6min23 per kilometer – dat is 9,4 kilometer per uur. De hartslag is navenant laat: gemiddeld 144 hartslagen per minuut. We wandelen op een hoog tempo met het brood terug naar huis.

Ik ben voornamelijk kwaad, omdat ik het gevoel had dat het zo lekker ging! GRMBL. Later scheld ik nog even in mijn uppie hardop en schop een keer tegen de was. Dat helpt niet, maar het reageert wel even lekker af. Daarna accepteer ik het maar. Node.
Soms zit het mee, soms zit het tegen. 
De zeven vierhondertjes die gelukt zijn, gingen dan ook op een HOOG tempo: gemiddeld 1:47 per 400  meter, dat is 13,5 kilometer per uur. Ik kan het dus wél, alleen moet ik mijn lichaam nog even iets meer tijd geven om ook mee te doen. Dat is nieuw voor mij. Meestal geeft mijn hoofd het eerder op.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Afgebroken… Opgegeven…

De trainer en zijn kaartspel

Het was heerlijk om te gaan trainen: lekker licht, ik had genoeg boontjes gegeten, mijn huis was opgeruimd en voorjaars-schoon en ik had er zin in! De kwebbel- en giebelbende was er niet, mijn vriendin was er wel en mijn favoriete trainer was ook present: dus om 8 uur konden we vrolijk van start. Inlopen op een lekker tempo van 9,5 km p/uur (6:17) en bijkletsen! Mijn hartslag blijft dan ook heel laag, rond de 130. We liepen vervaarlijk op de zandgronden af voor een zwaar parcours…
Eerst deden we naast het zand wat loopscholing. Erg sierlijk was het niet deze keer. Dan is het jammer dat het nog zo licht is 🙂 Drie keer op en neer met een skippnig, dan twee keer skippen met 1 voet en 1 keer skippen met voet om en om; ik hou er niet zo van, zeker omdat ik het gevoel heb niet vooruit te gaan en te willen gaan lopen. Al begrijp ik wel waar het goed voor is. Toen mochten we eindelijk het zand op hoor. Eerst moest een maatje je tegenhouden: altijd lachen! Daarna moesten we door het zand korte sprintjes maken, dat vind ik niet zo erg, maar we moesten ook 3 keer op de balk opdrukken (10keer opdrukken) en dat vind ik niet zo mijn ding. Voor de romp stabiliteit.
 Zo ziet zo’n loopscholingstekeningentje er dan uit. Op en neer en dat veel keer.
Daarna renden we langs de lantaarnpalen: eerst 1 hard – 1 zacht, dan 2 hard – 1 zacht, dan 3 hard – 1 zacht en zo tot aan de busbaan in de verre verte. We kwamen tot 7 lantaarnpalen hard! (en nog 3 bonus tot de busbaan) Ik liep vooraan zo hard mogelijk mee en ik vond het leuk om te zien dat ze eigenlijk 1 voor 1 afvielen, die mannen… Er liep er nog 1 voor me naast de trainer. Het tempo ging dan ook flink omhoog en ik haalde bij de laatste 7 lantaarnpalen 14,5 km/uur. (4:08)
Ik vond het altijd zo oneerlijk dat de eersten op mij moesten wachten als ik vorig jaar een beetje achteraan binnen kwam. Dat zijn de mensen die hun rust nodig hebben, dacht ik dan altijd maar, terwijl ik dat ook nodig heb en er minder tijd voor krijg! Nu baal ik er ervan dat ik moet wachten, want ik wil lopen-lopen-lopen. We werden in tweetallen gedeeld en ik moest met de man voor me mee.
We stonden op een kruispunt langs een busbaan: als je de busbaan overstak, had je 1 kant op altijd rust (naar het zuiden toe). Toen trok de trainer zijn kaartspel! Ik ben dol op die oefening: als je een 1 of 2 krijgt ga je één of twee lantaarnpalen naar het oosten, trekt hij drie of vier voor je dan ga je drie of vier lantaarnpalen naar het westen de brug op, en bij vijf of zes ga je dat aantal lantaarnpalen naar het noorden. Dat doe je op hoog tempo heen en terug, met de ander van het tweetal (hij had ze op gelijk tempo ingedeeld). Na elke kaart mocht je naar het zuiden toe op en neer rustig lopen. Wie het eerste alles compleet had óf zolang de trainer zin had! Het werd donker en de lantaarnpalen gingen aan, allemaal behalve de derde brug op -gemakkelijk te onthouden.

Je krijgt altijd zo'n raar, krasserig effectje van dat op en neer lopen!

Je krijgt altijd zo'n raar, krasserig effectje van dat op en neer lopen!


We begonnen met een sprintje van twee lantaarnpalen: makkie. Rusttijd was kwebbeltijd, want ik ben reuze nieuwsgierig hoe andere mensen hun looppassie indelen. Vier lantaarnpalen en wij waren nog helemaal fris: 16 km per uur brug op en af. Tralalalala. 5 Lantaarnpalen: 15 km per uur. Dat is wel net iets verder dan. Nog een keer twee: 16,3 km per uur. Snel, want ik hoor graag van mijn looppartner hoe lang hij al loopt en wat hij bij de ACR gaat doen. 4 Lantaarnpalen deze keer en die vielen me zwaar, zo even de brug omhoog; ‘slechts’ 14,6 km per uur. Maar ik laat me niet kennen! 6 Lantaarnpalen en het tempo kan weer omhoog: ruim 15 km per uur. Het is donker geworden. Ik wil de 1 lantaarnpaal graag, of de joker die we dan voor de 1 inzetten. Maar nee, nog een keer de 6. Ik moest wachten voor een fietser, dus die ging ietsje minder hard, maar nog altijd op 14 km per uur. Nog maar een keer drie lantaarnpalen brug op: ik geniet van de tegenwind! Heerlijk!  (14,6 km per uur) De laatste (hopen op één, één, één), maar helaas: nog een keer zes. We zetten iets langzamer in (13,3 km per uur), maar als ik merk dat we nog kletsen en de rest al wacht op de kruising, zet ik het laatste stukje hard aan om de dames voor ons nog even in te halen en loopt het tempo op tot 19 km per uur! Leuk!
Toen gingen we weer uitlopen en in mijn geval: uithoren! Deze meneer was door het lopen (onder andere) uit zijn burn-out gekomen en dat kan ik me goed voorstellen, want je krijgt er meer energie van dan van stil op de bank zitten. Ik was dan ook helemaal energiek en voor mijn gevoel was de training te snel afgelopen! Ik had ook maar nauwlijks 10 kilometer gelopen. Mijn gemiddelde hartslag lag op 141, hoewel er wel een uitschieter tussen zat naar 176 (toen ik nog een keer versnelde naar 19 km per uur).
Deze grafiek  van de hartslag laat de intervallen erg mooi zien en de verschillen tussen hard en zacht lopen.
Ik vond het een fijne training!
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De trainer en zijn kaartspel

De Lange Duurloop met felle tegenwind, hagel en een heerlijk zonnetje.

Voor als je vandaag niet buiten bent geweest – het waaide hard! windkracht 5 ongeveer.
Voor als je vandaag niet naar buiten hebt gekeken – er kwamen een paar flinke buien omlaag, soms voorzien van hagel!
Voor als je een hardloper bent – er bestaat geen slecht weer, maar getuige de anderen die ik heb gezien vandaag (1 heel in de verte) waren er weiningen die er zo over dachten.
Voor als je een hardloper bent met een vrije middag -net als ik- dan gá je gewoon! Regenjas aan, telefoon in waterdichte hoes en op! de polder in.

Het plan was om naar de torens te gaan die in de verte staan. Het zou een flinke afstand worden, maar die wilde ik rustig af gaan leggen. Ik had drie uur de tijd en was op alles voorbereid: tegenwind op de terugweg en een flinke bui zou er in die drie uur ook wel vallen. Omdat ik alleen was, kon ik stoppen wanneer ik wilde om een foto te maken. Ik zette de muziek aan.
Eerst onder de bloesems door die uitgebloesemd zijn. Dan over het brugje en onder de snelweg door. De eerste keer onder de snelweg door! Ik had wind mee op de heenweg en besloot energie te sparen voor de route terug. Ik ging niet snel en mijn hartslag lag na 5 kilometer gemiddeld op 138! Wat een overwinning. Die 5 kilometer kostte me wel iets meer dan een half uur, maar ik had de tijd en wilde niet te snel beginnen.
Na de zevende kilometer verwaaide het plan. De weg voor me uit naar de torens was precies vandaag opengebroken! Linksaf liep de weg dood, dus ik sloeg rechtsaf.
Dat vergde een aanpassing! Ten eerste in de route: dan maar richting de andere snelweg. Ten tweede had ik ineens de wind vol tegen. Alsof dat niet genoeg was, begon het te druppelen. En de druppels werden groter. Ik weet nu dat hagel echt een flinke inslag geeft op de huid. Wat doe je bij een driedubbele tegenslag? Grinniken en denken: dan maar allemaal tegelijk en ik ga gewoon dóór! met 1 kleine aanpassing: ik ga om de grote plas heen en zie wel waar ik uit kom en hoe ver de route me nu voert.
Het hield op met regenen terwijl de zon scheen en ik kwam bij een tunneltje onder de snelweg door waar ik al heel lang eens onderdoor wilde. Tijd voor een fotootje!
       
Ik was blij even uit de wind te zijn en nam lekker de tijd 🙂
Het viel me op dat de wind zo heftig was, dat er golfjes op het water kwamen!
Ik nam het tempo weer moeiteloos op en ging verder tegen de wind in, luisterend naar Coldplay. Ik had besloten van elke stap te genieten en dat heb ik ook gewoon gedaan.
Dan valt de wind mee, dan is deze nieuwe route een aangename verrassing, dan is een vertraging in de tiende kilometer om van de golfjes te genieten niet erg. Ik had over tien kilometer iets meer dan een uur gedaan en de hartslag bleef onder de 140 liggen.
Toen kwam ik een fietspad tegen wat niet direct mijn richting op ging – sterker nog: ik wist niet welke richting het opging, maar het zag er aanlokkelijk uit:
Dus ik ging er voor. Ik dacht: anders kom ik bij een bushalte uit.
De wind werd minder en het bos was recht. De zon is heerlijk fel en maakt een prachtig schouwspel van het berkenbos. Er vliegt een roofvogel vlak voor me langs. Het genieten was helemaal niet moeilijk! Gewoon gestaag doorgaan en zo zag ik huizen waar ik het bestaan niet van wist. En wat ik al tijden voor een crematorium aanzag, bleek een golfveld te zijn 😉
Ik kwam bij de vaart en zag in de verte een boot. Ik ging me erop verheugen straks door het bos te lopen een eind verderop. Ik weet nog dat ik hier een paar maanden geleden van de brug waar ik nu onderdoor ga af kwam en dat ik toen na 14 kilometer doodmoe was. Nu zit ik even ver en ik ben nog lang niet moe! Ik verbaas me over de vliegtuigen die laag moeten rondcirkelen in de wind. Ik verbaas me erover dat ik het nu weer heet heb in mijn zwarte broek. En ik verbaas me erover dat ik voor de derde keer onder een snelweg doorga en hoever ik van de oorspronkelijke route ben afgedwaald!
Ik ga het zandpad op langs de snelweg. Neem nog maar een tabletje en bedenk of ik door het bos zal gaan langs de manege of over de het slingerende asfaltpad. ik besluit er een combi van te maken. Na 18 kilometer bedenk ik dat ik nog twee dingen moet doen: de hartslag moet op ongeveer 140 komen te liggen en ik moet kijken of ik nog harder kan. Ik besluit beide meteen aan te pakken, nu er weinig wind is. Het lukt moeiteloos. De achtiende en negentiende kilometer komen zelfs onder de 6:00 minuten uit per kilometer! Helaas vang ik in de twintigste kilometer de wind vol van voren en hou ik het hoge tempo niet vol. Ik sta zelfs even zowat stil door een enorme windvlaag die me tegenhoudt! Ik kies snel het pad tussen de bomen door!
Het slingerende asfaltpad gemaakt voor rollerskates is het laatste stuk wat ik wil volgen. Breed lachend loop ik tussen de prachtige narcissen door. Ik ga kijken tot hoever ik dit pad nog volg, maar als ik langs het station kom, kleurt de lucht behoorlijk donker.
 Ga ik nu ik vlak bij huis ben, het noodlot tarten?
Ik ben 2 uur en 20 minuten onderweg, net als vorige week en ook de afstand is precies gelijk met 22 kilometer. Ga ik door voor de 23 kilometer?
Ik probeer het nog wel even, maar vlak bij de busbaan, op 200 meter van huis, beginnen de hagelstenen me te bombarderen. Het is mooi geweest.
Heel tevreden over dit avontuur stap ik binnen. De route was verrassend en niet star. Het weer was een uitdaging die ik overwonnen heb. Ik heb veel mooie dingen gezien en ik heb echt van alles genoten! Het gemiddelde tempo lag op 9,5 kilometer per uur; maar het voelde helemaal niet aan als snel. Ik had het idee dat we vorige week samen sneller liepen, maar dat is niet zo. De gemiddelde hartslag ligt op 140 en als ik een kwartier thuis ben en ik even netjes (al telefonerend) gestreched heb, is de hartslag alweer gedaald naar 64.
Als er dan toch 1 dingetje is waar ik over zou moeten klagen: wat schreef ik gisteren ook weer op? Deze week ga ik het anders doen? Niet zoveel kilometers maken?! DUH, AHUM, dit was geen goed begin! Maar Hé: als alle kilometers zo plezierig zijn, wil ik er wel 100 maken in een week!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Lange Duurloop met felle tegenwind, hagel en een heerlijk zonnetje.

Twaalf vierhondertjes in een week die rustiger had gemoeten.

Voor een wedstrijd van 10 kilometer staat ongeveer een week tot twee weken rust. Die regel in het handboek heb ik overgeslagen geloof ik.
Waarschijnlijk was dat de reden dat ik woensdag niet zo goed mee kon; ik was ‘even’ vergeten dat ik twee dagen daarvoor mijn Persoonlijk Record met twee minuten had verbeterd! Met de overgang van maart naar april, heb ik het woord ‘rust’ ook maar meteen laten overgaan blijkbaar.
Gister had ik spierpijn. Dat was lang geleden zeg! Blijkbaar worden mijn benen ook moe van 22 kilometer. Vandaag was het weer over. Dus vind ik dat ik gewoon door kan gaan met het trainingsschema. En er stonden slechts 12 vierhondertjes op het programma. Ik heb het de hele dag tot na het avondeten uitgesteld en van lekkere zelfgebakken wafels en frietjes genoten.
Toen het nog net licht was, trok ik de hardloopschoenen aan en ging ervoor! Eerst lekker rustig inlopen en genieten van alle ontluikende bladeren. Ik hield de hartslag mooi laag en gaandeweg kon het tempo toch omhoog. Een gemiddelde hartslag van 140 bij 9,7 kilometer per uur en dat 3 kilometers lang is tegenwoordig prima te doen.
Toen ik de route opdraaide, viel de wind me behoorlijk tegen: hij kwam me tegemoet en trok nog best aan. Ik ging de vierhondertjes aan het aftellen, maar ik vond het niet gemakkelijk om te versnellen naar 13 km/uur. Het ging de derde keer al ietsje minder, maar dat kwam omdat ik niet snel kon starten. Bij de vierde werd het langzaam aan donkerder. Ik was blij het hobbelige fietspad in het licht te doen.
De vijfde ging lekker snel, omdat ik een meneer in wilde halen, die al over de brug was. Bij de zesde bedacht ik wat ik hierboven heb opgeschreven: dat ik in de week na een wedstrijd rustiger aan had moeten doen. Dus die werd ook rustiger. Ik blijk op dat stukje straat niet vooruit te komen! De meneer voor me haalde ik in, maar bij de rust haalde hij mij weer in. Net zolang tot hij afsloeg.
Ik besloot 10 vierhondertjes te lopen en toen was de druk er af. Joh, dacht ik bij mezelf, dan doe ik ze iets rustiger. (ik weet dan dat ik er toch wel twaalf doe, maar dat hoeft dan niet meer persé van mezelf) Ik ging op mijn loophouding letten en op het feit dat het steeds donkerder werd. Ik hield op met tellen of ik het zou halen. Of het daardoor kwam, of doordat ik uit de wind draaide: het werd een stuk gemakkelijker. Dan maar een paar seconden verval. Zo waren de 7de, 8ste en negende snel voorbij. Ik besloot het brugje over te slaan. Inmiddels was het echt donker geworden. Mijn telefoon meldde de tien kilometer weer eens ruim binnen het uur.
Omdat de tiende de laatste kon zijn, ging die lekker net zo hard als de eerste! Dat was de reden om gewoon de elfde ook te doen. Die was dan weer iets langzamer omdat het voetpad oneffen was en de weg niet bekend. Vlak voor de twaalfde zag en hoorde ik in de verte vuurwerk. De twaalfde besloot ik gewoon nog alles te geven. Dus was die weer net zo snel als de eerste twee. 🙂
Je krijgt altijd zo’n leuk golvend grafiekje met het tempo en de hartslag. Hoog – laag – hoog – laag. De gemiddelde hartslag kwam op een keurig nette 146 uit en het gemiddelde tempo op 5:56 – 5:59 (tussen de 10 en 10.1 km/u) Mijn telefoon is altijd wat optimistischer qua afstand en tempo. Ik weet nog steeds niet of ik de Garmin of de telefoon moet geloven!


Daarna rende ik lekker rustig naar huis terug. Lage hartslag, laag tempo. Ik moest naar de toilet en de frietjes zaten best een beetje dwars (al een tijdje), maar ik wilde graag het rondje volmaken.
13 Kilometer later stond ik weer voor de voordeur. En toen kwam het: een weektotaal in de week ná een tien-kilometerwedstrijd van 60 kilometer in de week, líjkt natuurlijk niet eens in de verte op rustig herstellen. Ook al zijn daarvan (maar liefst) 5 kilometer in een heel rustig tempo gegaan.
Volgende week ga ik iets anders indelen, omdat het me niet eenvoudig valt om interval trainingen achter elkaar te doen. Maar dat zou ook aan de afgelopen week hebben kunnen liggen….. Misschien….
Die 3500 calorieen betekenen dat ik al hardlopend weer een halve kilo vet ben kwijtgeraakt. Dat kan wel kloppen, want ik ben deze week weer afgevallen.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Twaalf vierhondertjes in een week die rustiger had gemoeten.