Om de marathon op Cyprus compleet te maken, kwam ik nog een paar kilometer te kort. Dus na het inpakken toen Vincent nog even op de kinderclub was, heb ik de hardloopschoenen nog 1 keer aangetrokken. Het was inmiddels elf uur, dus niet bepaald koel. Maar het was ook bewolkt, dus het was niet bloedheet.
Ik had een half uur de tijd voor 5 kilometer, maar ik zette meteen nogal hard in. De eerste twee kilometer kwamen onder de 5 minuten uit, een tempo van 12 kilometer per uur. Lekker langs het kerkje en de grote weg. Eigenlijk had ik al door dat één: mijn rondje te kort was en twee: mijn tempo te hoog. Voor 5 kilometer met heuvels en de volle zon….
De derde kilometer ging dan ook niet meer zo snel. Alhoewel, 5:15 (11,5 kilometer per uur) is nog steeds niet heel weinig. Ik begon behoorlijk te zweten.
Ik had me niet ingesmeerd, dus al te lang kon ik niet gaan.
Om rond de vijf kilometer uit te komen, ging ik weer door het tuintje rennen en dat waren trapjes en hindernissen. Omdat ik ook moe werd, ging de vierde kilometer ook weer minder snel. 5:36, dat is nog altijd 10,7 kilometer per uur.

Ik rende langs het resort en moest nog een stukje om, maar langs de huizen liep ik tot 2 keer toe vast. Ik besloot dan nog maar ‘een rondje om de kerk’ te maken. Omdat het nu echt het aller- allerlaatste stukje rennen was op Cyprus, dus het tempo kon nog best omhoog. Ik genoot van de vogeltjes, van de warmte (echt waar), van de te hoge stoepranden en het kale landschap. De laatste kilometer haalde ik de 11 kilometer per uur weer.
Hoelang ik precies over de 5 kilometer heb gedaan, weet ik niet, maar zeker binnen een half uur en waarschijnlijk binnen 28 minuten ook.
Ik ging aan het wandelen en fotograferen. het laatste stukje voor het resort gaat altijd nog steil omhoog.

Ik kwam uit op 6 kilometer in 37 minuten.
De Garmin moet ik nog uitlezen, maar dan weet ik pas echt hoeveel en hoever ik gelopen, maar 42 kilometer is het zeker!
Hardopen op Cyprus 4
Hardlopen op Cyprus 3
Om vijf uur wilde ik al vertrekken, maar toen had ik de niet al te lekkere bananenkoekjes nog niet een uur geleden op. Dus het werd kwart over vijf, met genoeg drinken en ingesmeerd met factor 50. Op weg naar de haven van Paphos! De strandroute is in elk geval goed te rennen.
Ik begon lekker, met rondjes onder de 6 minuten. Hoewel de zon nogal fel scheen en het behoorlijk warm was. De derde kilometer haalde ik echter al niet meer binnen de 6 minuten, omdat de verharde paden daar voorbij waren en dan ploeter je over lossen stenengrond.

Er was een stel, waarvan de man mij kon inhalen, maar zijn vrouw kon het duidelijk niet bijhouden: dus we hebben een kilometer haasje over gespeeld en toen stoomde ik door en heb ze niet meer gezien.

De vierde kilometer leidde me ook nog langs het hek over de stenengrond, maar vanaf de vijfde kilometer kon het tempo op de geplaveide paden weer omhoog naar onder de 6 minuten per kilometer. Het deed me niet zoveel hoe hard ik ging en het was ook niet zo spannend als de eerste keer hardlopen over het pad, omdat ik geen verrassingen zou tegenkomen. Ik werd aangemoedigd door een vrolijke Cyprioot en ondanks mijn koptelefoon had ik geen muziek nodig. Het was wel een stuk warmer, omdat het bijna windstil was. Ik had nog steeds last van de vieze bananenkoekjes die zo nu en dan opspeelden 🙁
Ik hobbelde het pad af met de zon in mijn rug, oei, dacht ik, die heb ik straks van voor! En zo liep ik het drukke toeristenhaventje in.

Doel bereikt, maar leuk was het niet. Veel te veel mensen, een enorme hagedis, gekrioel en geuren van eten. Ik zag nog paasversiering en besloot na 7,5km in precies 3 kwartier om om te keren. Ik maakte nog foto’s en dat kost natuurlijk tijd. Tegen de zon in lopen was geen problem. Het was juist mooi en hoewel er mensen wandelden over het pad, genoot ik toch van de rust na het overvolle haventje!

Ik begon te beseffen dat dit de laatste keer was dat ik dit pad kon lopen en dat ik er van moest genieten. Dat komt het tempo dan misschien niet ten goede, maar het maakt het wel iets minder zwaar om tegen de wind te lopen die toch nog 18 km/uur was. Het tempo bleef rond de 6 minuten hangen. Ik liep 10 kilometer in 1 uur en 1 minuut en 10 seconden (volgens mijn telefoon) Ik werd een beetje gek van het geluid van de zee en de golven. Het was echt stil als ik achter een heuvel liep. Na 11 kilometer ging het tempo er uit. Steenpaden, geen afscheid willen nemen van de tocht, vermoeidheid, foto’s maken en warmte waren diverse oorzaken.

Ik zweette behoorlijk. Ergens wilde ik wel een halve marathon lopen, maar ik voelde waarschijnlijk tegen beter weten in wel dat dat er niet inzat. Mijn eus bleef een beetje lopen en dat is balen, want het ruikt overall zo lekker in Cyprus, zeker zo tegen de avond! Ik wilde dan meer dan 18 kilometer rennen en wandelen vandaag: dan wordt het gebruik van de benenwagen binnen een week goed geleidelijk opgevoerd (21 april nog in almere 10 km rennen, 23 april 11 km rennen, 24 april 16 km wandelen, 25 april 18km wandelen en rennen, dus zou vandaag boven de 18km moeten volgen). Toch een soort van doel….
Na 15 km kwam ik langs het resort en ik nam de gok omdat ik intussen naar de toilet moest, maar ik liep nog door. Tussen de anderhalf en twee uur had ik gezegd weg te zijn en er was pas anderhalf uur om. 15km in 1 uur en 33 minuten. Inclusief fotostops! Niet gek, maar ook niet snel en snelheid zat e rook niet meer in. Alle kilometer kwamen ruim boven de 6,5 minuut uit. (op de veertiende na, die net op 6 minuten kwam) Ik vond een mooi pad door een tuintje heen met een lieve kat er in.

Langzaam ging ik terug naar het resort, en dan bedoel ik echt lekker sloom boven de 7 minuten over de laatste kilometer. Nee, ik kon er moeilijk afscheid van nemen, maar ik was ook moe en wilde stoppen. Dan maar geen halve marathon hoor.

Na een uur en drie kwartier liep ik over het resort en maakte daar nog foto’s. Echt een snelle route was het niet geworden, maar de omstandigheden in aanmerking genomen is dat ook helemaal niet erg.

Ik was niet afgebrand en hoefde niet meer naar het toilet. De koekjes ga ik denk ik ook niet opmaken. Na het douchen kreeg ik de heren zo ver om na de zonsondergang (die achter de wolken viel) nog een stukje te lopen het donker tegemoet. En zo stond ik een uur later weer in de mooie tuin.

En! De wandeling duurde toch mooi twee hele kilometers! Heb ik dat oplopende weektotaal lekker wel gehaald!!
Hardlopen op Cyprus 2
Ik wilde al bijtijds weg om te gaan lopen, maar we moesten eerst het spel afmaken. Zo kwam het dat ik rond 6 uur op pad ging. Na een wandeling van gisteren van zestien kilometer en vanmorgen een wandeling op tempo van 9 kilometer, vond ik een uurtje wel genoeg. Ik ging de andere kant op de kust langs, richting Coral Bay.
De eerst kilometers gingen lekker, 5:40’ers, dat is 10,5 kilometer per uur met wind tegen van 32km/u!

Maar toen….
Toen hield het mooie kustpad OP
Geeneens meer halfverhard. Het eindigde op de drukke weg.

Ik heb het nog twee kilometer geprobeerd, maar langs de auto’s lopen is geen lolletje en ik dacht: ik loop hier toch echt voor m’n plezier! Het tempo ging er behoorlijk uit en kwam rond de 10 kilometer per uur te liggen.

Ik probeerde nog terug te lopen richting de kust, maar strandde bij een hotel. Ik probeerde nog wat andere routes langs de plaatselijke huisjes, maar meer dan een mooie foto leverde dat niet op.

Ik kwam weer bij de grote weg uit en besloot dan maar hoger te gaan lopen op de weg terug. Ik moest flink stijgen! Toch wilde ik parallel aan de kust blijven lopen en dan kom je door de kleinere straatjes waar je wel raar wordt aangekeken. Ik liep tussen de bananenbomen door.

Intussen nam ik de tijd gewoon om rond te kijken. Ik hoefde niet meer zo snel of zo veel kilometers, ik merkte dat ook ik blijkbaar ergens moe wordt. Na een week met maandag 10km, woensdag 11km hardlopend en donderdag 16km en vrijdag al 9km lopend=46 kilometer de benen gebruikt, dat maakt mij zelfs een beetje moe!
Ik moest ook naar de toilet intussen van al het lekker all-inclusive eten hier op Cyprus. Met een beetje moeite vond ik het pad langs de kust weer terug bij het speeltuintje waar we eerder waren.

Het tempo was ver te zoeken. Ik liep in de zeventjes. Extra ernstig omdat ik nu wel wind mee had! Ik was gewoon een beetje gedesillusioneerd En ik had geen idee meer hoe ver het nog was – onder andere tot aan de toilet.

Het werd er met de ondergaande zon wel mooier en mooier op, maar volgende keer ga ik de andere kant weer op! Opeens ging ik de bocht om en lag het resort daar al. Ik had nog geen uur gelopen en ik nam een klein pad tussendoor. Blijkt er langs het resort een karakteristiek Cypriotisch woongemeenschapje te zijn met gedeeld zwembad en prachtige tuintjes!

Ik stond versteld en raakte verdwaald, met zicht op het huisje! De nood werd wel erg hoog en ik besloot dat de onderneming na 9 kilometer in een uurtje rennen mooi was.

Het toilet, de douche, het italiaanse buffet en een drukkende hitte waren de steekwoorden voor de rest van de korte avond. Het aantal kilometers opvoeren met de benenwagen (ma 10/ wo 11 / do 16/ vrij 18) ga ik morgen doorbreken. Voor nu is het kalinichta (goede nacht n het grieks) en gelukkig lijkt het hier al half elf, maar dat komt omdat de klok een uur verder staat dan in Nederland.
Hardlopen op Cyprus 1
Ineens was er tijd over. En dan kun je op het balkon gaan zitten, maar het was nog een uur tot aan het eten en tot het donker werd. Het koelde al aardig af en morgen is er geen tijd en is het warmer, dus ik trok de loopschoenen aan en de korte rok en ik zette een pet op. We zijn namelijk op Cyprus.
Vanmrgen hebben we al een stukje route wandelend verkend en ik ga richting Paphos rennen om te kijken hoe ver het is. Maximaal een uur. Het is namelijk anders dan thuis: hier is het warm en ik heb me ingesmeerd en het water moet mee.

Eerst heb ik wind mee. De wind waait stevig met 18 kilometer per uur. Ik ken de eerste anderhalve kilometer Daarna ga ik langs de luxere hotels. Het tempo ligt best hoog. Niet dat ik dat gevoel heb, want voor mijn gevoel loop ik rond de 10 km per uur. De werkelijkheid is dat ik rond de 10,5 km per uur loop.
Dit is wat anders dan thuis: er zitten klimmetjes in en afdalingen. Het pad is soms verhard en vaak ook niet. Ik loop langs de zee en volg de kustlijn. Ik spring over stenen en moet voortdurend opletten waar ik loop. Ik loop langs hele dure hotels en langs hekken. Ik zie de vuurtoren steeds dichterbij komen.

Hoewel ik besloten heb na 5 kilometer om te draaien, wil ik altijd eigenlijk verder lopen om te kijken wat er om de volgende bocht ligt! Ik haal 5 kilometer makkelijk binnen een half uur, dus ik kan ietsje door….
Maar na 5,5 kilometer besluit ik om te draaien.

Panorma van de weg voor me op het keerpunt
Nu heb ik wind tegen en gaat de zon al onder! Ik moet op gaan schieten, want ik heb beloofd een uurtje te gaan. Door het maken van foto’s duurt de 6de kilometer lang. (7:10) Nu ken ik de weg wel en dat is fijn, hoewel het niet afdoet aan de hoogteverschillen. Hoewel ik aanmerkelijk sneller wil gaan, werkt de wind me tegen en wordt het tempo ietsje lager, maar nog altijd rond de 10,3 kilometer per uur.
De vuurtoren in de achtergrond
Ik mis even de route langs het hek en dan zijn er ineens veel minder mensen. Kwam ik daarstraks nog veel wandelaars en zelfs opvallend veel renners tegen, nu loop ik alleen van de dalende zon boven de zee te genieten. Ik moet nog een foto maken en daardoor komt er nog een kilometer net boven de 6 minuten uit.
Ik merk dat mijn telefoon na 6 kilometer is gestopt met opnemen en daar raak ik van in de war. De zevende kilometer vind de telefoon nogal rechtstreeks gegaan en daardoor ook langzaam….. 🙂

Ik krijg nu voor de komende twee/drie kilometer echt haast, want anders mis ik de zonsondergang ‘thuis’ in het vakantiehuisje! De tiende kilometer (die ik aanzie voor de negende) gaat in een tempo van 11,5 kilometer per uur. De hartslag is langzaam aan opgelopen tijdens het lopen van 139 slagen per minuut tot 165 slagen per minuut. Ik wil graag de tien kilometer binnen het uur halen, maar omdat ik me een kilometer vergis denk ik dat me dat net niet lukt.

In de spiegelende ruit maak ik net voor ik het resort weer opren nog een foto van mezelf met de zon die bijna ondergaat. Ik ben behoorlijk moe geworden, maar niet uitgeput. Natuurlijk ben ik wel aardig bezweet. Na een uur en 5 minuten ben ik er weer en verbaas ik me erover dat ik elf kilometer heb gelopen. Hoewel dat wel logisch is als je na 5,5 kilometer omdraait…….

Ik storm het huisje binnen en zie dat we de zonsondergang vanaf het balkon niet kunnen zien. We moeten naar de andere kant van het zwembad lopen en ik heb daar nog alle energie voor! Het is een prachtig gezicht en ik ben blij dat ik het net heb gehaald. Ik had er niet 10 minuten langer over moeten doen. Ik ben trots dat ik 11 kilometer kan lopen, inclusief foto’s nemen binnen een uur en vijf minuten, ín de hitte, in een vreemd land en dan ook nog met stijgingen en dalingen over een halfverhard pad.

Hoewel dit overzicht niet helemaal klopt omdat er ongeveer twee kilometer mist, geeft het een mooi beeld van de stijging en daling.
Hartslagmeter werkt, maar buienradar niet
Alles ingepakt, de hele paasdag lekker paaseitjes gesnoept: dus mag ik ‘s avonds even hardlopen. De training van gisteren, toen de hartslagmeter niet werkte, wil ik graag overdoen. Om kwart over 8 staat mijn loopmaatje voor de deur, omdat die ook wel trek heeft in een traininkje. Mijn goede schoenen zitten ingepakt, maar morgen ga ik naar de fysio, dus de oude schoenen kunnen nu nog wel even!
Dit is het overzicht van de hartslagzones waarin ik ga lopen. Eerst ga ik 2 kilometer inlopen op een hartslag die tussen de 11 en 140 ligt. Daarna volgen 3 kilometer in de hartslagzone Z3: tussen de 149 en 164. Dat is een heel comfortabel tempo voor mij. Vervolgens moet ik nog 2 kilometer in hartslagzone 4 rennen, waarbij de hartslag boven de 164 moet komen te liggen. Hoe hoger de hartslag, hoe sneller het tempo.
Ik heb wel een lange broek aan, maar volgens de buienradar blijft het droog. De regenjas blijft dus thuis. Tijdens het inlopen is het tempo laag, zo rond de 9,3 kilometer per uur (6:26). Kunnen we de paasdagen mooi even bespreken! We besluiten naar de manege te lopen. De drie kilometer in zone 3 bevallen me prima. Ik merk dat het niet gemakkelijk gaat, misschien komt het omdat ik gisteren al vrij hard heb gelopen. Het kan ook zijn dat ik een beetje baal van de lichte regen die begint te vallen. Dit tempo komt 2 kilometer per uur hoger uit (11,3 km/u) als het inlopen (5:16). Ook de brug op gaat het niet te hard.
De laatste zone gaat op het bospad vallen. Ik weet niet of dat juist goed is, omdat de hartslag op dat soort paden hoger is, of juist niet omdat het met die hoge hartslag langer duurt voor de 2 kilometer voorbij zijn. Ik heb er erge moeite mee om in Z4 te lopen. Ik raak behoorlijk buiten adem en denk regelmatig: ik kan niet meer! Maar ik spreek mezelf moed in en probeer mijn loopmaatje bij te houden. Het tempo komt boven de 12 kilometer per uur uit. We lopen over het fietspad en het gedruppel uit de lucht gaat maar door en door. De hartslagmeter piept vaak dat de hartslag omhoog moet. Het gemiddelde komt ook net niet boven de 164 uit. Ik kan gewoon niet zoveel harder.

Ik ben blij als de twee kilometer Z4 erop zitten en ga meteen lekker uitlopen. Tempo eruit! Al snel volgt ook de hartslag gelukkig. Helaas houdt het niet op met regenen 🙁
We gaan de 10 kilometer weer halen en wederom binnen het uur. In 58 minuten!
We kletsen gewoon weer verder en lopen nog een blokje om.
Ik heb helemaal geen zin meer, mijn buik klotst van alle paaseitjes en de spinazie. Maar ja, stoppen is ook geen optie, dus we moeten de wijk gewoon nog doorlopen. En als je dan toch geen zin meer hebt, dan duurt wandelen alleen maar langer…
In de grafiek met de hartslag en het tempo kun je mooi het verband zien.
![]()
Een falende hartslagmeter.
Nadat we op deze paasdag alle Lego hebben gesorteerd, mogen de heren een ijsje en mag ik een rondje gaan rennen. Er staat 9 kilometer op de planning in wisselende tempo’s. Het tempo wordt bepaald door de hartslag. Eerst laag, dan iets hoger, daarna 2 kilometer hoog en dan nog met een lage hartslag uitlopen. Ik doe mijn kniebroek aan en een shirtje met korte mouwen, want het is boven de 20 graden.
Halverwege het park kom ik tot de ontdekking dat ik wel de telefoon heb aangezet, maar de training nog niet. Ik doet het snel, maar ik hoor alleen maar gepiep uit het horloge komen. Mijn hartslag ligt te hoog. Nou is dat de eerste kilometers wel vaker het geval als ik moet opwarmen, maar zo koud is het niet. Mijn hartslag ligt volgens mijn Garmin tegen de tweehonderd aan en dat is wat overdreven. Ik start de oefening opnieuw. Het helpt niet. Ik ga zelfs lopen maar nog blijft mijn hartslag hoog. En dan bedoel ik boven de 170! De hartslagmeter van de telefoon komt niet meer boven de honderd uit. Er is iets mis 🙁
Wandelend reset ik het hele horloge. Het wordt wel lastig om op deze manier een training op basis van de hartslag te doen. Ik word er sjachereinig van, maar besluit dat ik nu gewoon op mijn eigen tempo lekker door het bos en om de gevangenis kan gaan lopen.
Ik neem de tijd om een foto te maken van mijn belachelijk hoge hartslag, bij een snelheid van nog geen 5 kilometer per uur. Wandelen met een hartslag van 163? Nee, de hartslagband om mijn middel geeft niet de juiste informatie door.Na 3 kilometer op mijn telefoon (in 25 minuten zoals je op de foto ziet, dus dat is NIET snel!!) zet ik de Garmin aan voor een ‘gewoon’ loopje en ik sla een totaal nieuwe richting in. Het is uitgestorven op het industrieterrein op deze paasdag. Ik ben niet erg blij dat mijn training in het water valt, en daardoor gaat het tempo lekker omhoog. Dan heb je veel adrenaline. Ik vind zelf overigens helemaal niet dat ik hard ga, want dat is totaal niet mijn bedoeling. Ik bedenk me hoe ik bij het bos moet komen. Ik loop een tempo van 5:36 per kilometer en dat doe ik precies 2 kilometer lang. Dat is 10,7 kilometer per uur! Het bos en de gevangenis kan ik inmiddels niet vinden en ik voel me verdwaald op het lege industrieterrein met de oude verroeste paarse dubbeldekker. Ik wil naar huis terug.
Bij wat volgens Garmin de derde kilometer is, merk ik op dat ik het tempo er goed in heb en dat ik 11 kilometer per uur ga! Ik kom op een bekende weg en heb weer plannen om een ander bos te verkennen. Ik wil ook de volgende kilometer op dit tempo lopen en eerlijk is eerlijk: het gaat gemakkelijk! En ik heb ook nog eens de wind tegen. Ik besluit ook de vijfde kilometer het tempo hoog te houden. Inmiddels krijg ik het wel warm!Ik loop over het brede pad door het bos en verbaas me over staatsbosbeheer. Dat doe ik wel vaker, maar een bordje naast een breed, bijna geasfalteerd pad wat zegt “verboden toegang, rustgebied voor wild” kan ik totaal niet plaatsen!

Er staat zelfs een bankje! Toch “rustgebied” voor wild blijkbaar….Door de foto’s gaat de zesde kilometer niet zo snel, maar hé, dat was ook niet de bedoeling toch! Blijkbaar vind ik alles onder de 10 km per uur langzaam tegenwoordig.
Ik ga de zevende kilometer lekker hard de brug op. Even afreageren. Ik wil onder de 5:00 minuten over de kilometer lopen en het wordt 4:59 (omdat ik voor de hond moest uitwijken). Dat is 12 kilometer per uur. Ik loop nu lekker uit. Mijn telefoon meld me dat ik 10 kilometer heb gelopen in 1 uur en drie minuten. Ik vind dat enorm knap! Bedenk namelijk maar dat ik over de eerste drie kilometer 25 minuten heb gedaan. Reken mee dat ik over de laatste 7 kilometer minder dan 40 minuten heb gedaan! Goeie grutten. Daar kon ik vorig jaar alleen maar van dromen. Toen noteerde ik trots als ik de 7 kilometer binnen de 45 minuten haalde. Langzaam uitlopen betekent ook nog altijd 10,2 kilometer per uur en dan niks moe worden en nog even langs de flats tussen de trappen 3 flinke tempoversnellingen erin gooien (dan gaat het tempo naar 15 kilometer per uur).
Ik ren 8 kilometer binnen 45 minuten. Dat is een gemiddelde van 10,7 kilometer per uur. Onbedoeld. Ik ben bezweet, maar niet doodmoe.En thuis blijkt dat mijn Garmin aan het begin nog twee kilometer heeft meegepikt ook. Hoewel mijn telefoon het op 11 kilometer houdt, blijft de Garmin dus steken op 10. En dat zet een nieuw record neer: de afgelopen week heb ik bijna 74 kilometer gelopen! Ik kom 1 meter te kort en de meter blijft steken op 73.99 🙂
Blijft er nog iets te verbeteren, zullen we maar denken…..Ongedwongen Vierhondertjes met een mooi gevolg
Vandaag was initieel het plan om 10 kilometer te gaan lopen met mijn loopmaat en diverse meetapparatuur op een hoog tempo, ‘mijn’ wedstrijd zou het worden. Maar ik begon gisteren al terug te krabbelen: ik durfde nog niet zo goed en ik had ook nog 16 vierhondertjes op het programma staan en ik had vandaag meer tijd dan tijdens de paasdagen en ik wilde eigenlijk weer 60 kilometer lopen deze week. Ik twijfelde en twijfelde en twijfelde. Omdat ik nog iets goed had te maken van vorige week met de vierhondertjes besloot ik op het laatste moment dat deze het werden. Geen tijd om me er druk over te maken! Het zou mooi zijn als ik er tien ging halen.
We gingen langs de plassen inlopen. Hartslag was de beperkende factor en die piepte maar door: ‘te hoog’. Mijn hele idee van deze training is na het opgeven van vorige week drastisch veranderd: ik zie het als een training, niet meer als een doel wat gehaald moet worden. Ik doe gewoon een (zware) intervaltraining en die ga ik zo goed mogelijk doen, en als ik de zestien vierhondertjes niet haal, dan niet. Ik ga ervan uit dat ik er tien ga doen. En ik ga niet te hard beginnen!! De eerste paar gaan behoorlijk gemakkelijk. Deze keer luister ik naar mijn horloge als die me meld langzamer te gaan. We gaan door het bos en dat vertraagt de derde al, maar het maakt me niks uit. Het is mooi in het bos met de zon. Ik versnel gewoon elke keer 400 meter en dat ga ik tien keer doen, bedenk ik zelf. Op het fietspad, snijdt mijn garmin zoveel af, dat de 400 meter wel lang duurt. 😉
Na elke snelle 400 meter gaat het herstel rap. Tussendoor kunnen we volop kletsen. Het wordt elke keer door een verhoging van tempo en hartslag onderbroken! Na de vijfde gaat het tempo nog wel omhoog, maar niet te hoog. Ik heb me ingesteld op 10 stuks en daarna uitlopen. De tiende wordt echter gevolgd door de elfde. En door een twaalfde bergop! Waarom niet? We zijn nu toch al een eind van huis. Dan doe ik er ook 15 ook. Ik ben erg blij met wat ik geleerd heb van vorige week: ik voel me ongedwongen en nergens toe verplicht. Ik versnel gewoon, maar niet tot ik uitgeput ben. Ik geniet van de omgeving en van het feit dat mijn lichaam elke keer weer een tempo van boven de 12 kilometer per uur aankan.
We zijn nu op een weg met veel auto’s. Ik hou me voor dat de laatste niet perse hoeft, maar het helpt me qua tempo niet erg. Ik wéét namelijk dat ik mezelf voor de gek hou. De zestiende vierhonderd ren ik keurig in 1 minuut 50. Dan zijn we nog ver, ver van huis. Ik heb zo’n idee dat het nog wel een kilometer of 6 is en dat ik dus niet “maar” 18 kilometer ga lopen, maar dat we op een halve marathon uitkomen. Mijn loopmaatje rekent door en gaat ervan uit dat we die halve marathon binnen de twee uur gaan lopen. Ook dat maakt mij niks uit: ik wil gewoon in een tempo verder waarin ik in elk geval de bushalte haal! Toch ligt dat tempo niks te laag met 10,2 kilometer per uur (5:52). Daarbij heb ik nog alle adem om te praten en te lachen. We moeten nog om een hele plas water heen en bewonderen de brug die er gaat komen. Er wordt gebarbecued. We lopen maar door en dan vallen er een stuk of twintig druppels.
Ik loop met twee hartslagmeters om, want mijn telefoon heeft er nu ook 1. Daar komt weer een nieuw mooi grafiekje uit met de hartslagzones die ik tijdens deze interval training gebruik.
We komen de wijk weer in, maar niet in de buurt van de bushalte. En ach, nu zijn we de 18 kilometer ook gepasseerd en het zou stom zijn om de halve marathon niet af te maken. Omdat ik zo heerlijk tevreden loop en zo blij ben met het feit dat ik in de eerste plaats heb geleerd dat ik best die vierhondertjes kan lopen als ik niet te snel begin, ten tweede dat ik het hardlopen gewoon leuk vind en op de derde plaats dat het ook nog eens gewoon erg goed en pijnloos gaat; daarom maakt het me niet uit hoe ver en hoe lang. Het is geen wedstrijd voor me; er bestaat geen betere prestatie dan iets geleerd te hebben en in de praktijk te merken dat het werkt!
Ik wil richting het station lopen voor een ijsje. Ik merk dat ik erg moe aan het worden ben. Niet uitgeput van het lopen, of dat ik ergens last van heb: ik ben gewoon moe en zou mijn ogen wel even willen sluiten 🙂 De afgelopen week heb ik dan ook al ruim 60 kilometer hardlopen afgelegd. Het verbaast me zeer dat we de halve marathon binnen de twee uur afleggen. Ik kom niet meer bij van het lachen bij het idee dat dit een prima manier is om een halve marathon te lopen tijdens een wedstrijd! Ik heb een yoghurt ijsje verdient! Wat we uitwandelend opeten.
Ik ben buitengewoon tevreden! Ook al was het gemiddelde van de 16 vierhondertjes ‘maar’ 12,5 kilometer en gemiddeld 1:52 in plaats van de 1:50. Ik ben buitengewoon tevreden! Omdat ik nergens pijn heb, heb gehad en omdat ik lekker gelopen heb. Ik ben buitengewoon tevreden! De tijd van de halve marathon komt op 1 uur 57 minuten en 6 seconden uit. Dat is fan-tas-tisch voor een interval training!
Gemiddeld met 10,9 kilometer per uur lopen 😀
De moeheid is weg en ik ben dus Buitengewoon Tevreden.
Training met heel veel tempowisselingen
Om 8 uur stonden we weer met z’n allen (een man en vrouw of twintig) voor de trainster. Ze liet ons meteen over het gras en de heuvels draven. Grappig inlopen hoor, maar wel wat onrustig. Daarna was de loopscholing aan de beurt: huppelen, zijwaarts, klappen, voetheffen, met je handen op je voeten lopen; het was een heel scala aan spierpijn-bevorderende oefeningen! Toen gingen we kleine rondjes hard lopen. Heel eventjes maar, 3 rondjes die een driehoekje waren.
Toen gingen we weer langzaam verder en dan bedoel ik zo rond de 9 km per uur lopen. Tussendoor stopten we voor 20 squads en 25 andere oefeningen. Lekker midden op de weg! We waren al een half uur bezig en ik dacht elke keer: wanneer gaat de training nu beginnen?
De grap is dat ik dat eigenlijk de hele training heb gedacht….
We liepen weer een stukje verder en jawel, richting het pas geploegde zand. Niet zo mijn ding: door dat zand ploeteren, maar ik heb drie keer mijn beste beentje voorgezet. Na een slinger om de hekjes gingen we het bos in.
Daar gingen we ook weer rondjes rennen. Hard, harder en een stukje rustig. Verzamelen, linksom, rechtsom. En toen kreeg ik een telefoontje wat me erg goed nieuws bracht. Daardoor was ik ineens zo blij en vol energie dat ik spontaan het verkeerde rondje nam en de ‘rustige’ kant koos. Had ik even tijd om snel het bos in te duiken, maar ik schaamde me diep dat ze (al was het maar 30 seconden) op me moesten wachten…
Het zon ging prachtig onder.
Wij liepen weer verder – ik met heel veel adrenaline in mijn lijf. Ik wilde hard gaan, maar daar kwamen we niet echt aan toe. We gingen nog wel rondjes versnellen, maar ik was de weg een beetje kwijt. Het tempo loopt dan ook wel op tot 14 of 15 km per uur, maar het zijn allemaal kleine, korte stukjes. Ik werd er eigenlijk elke keer nét niet echt moe van.
We gingen een heuveltje op, nog een rondje, weer het heuveltje op. Groot rondje en nog 1 keer moesten we alles geven en kon ik over een paar honderd meter gemakkelijk de 16 km per uur halen. We gingen weer terug aan het lopen.
Maar blijkbaar was de tijd nog niet op ofzo of de trainster vond dat we niet genoeg ons best hadden gedaan (wat misschien in mijn geval ook wel klopte), dus we moesten nog een keer trapje af, trapje op en versnellen. Velen klaagden over beentjes-die-dat-niet-meer-willen, maar ik had nog steeds energie over.Zo ook mijn loopvriendin en toen we dan echt aan het teruglopen waren, kwam ik op het onzalige idee dat 10 kilometer ook net niet genoeg was om de hele marathon in twee dagen te lopen. Dat ik er nog best twee bij wilde lopen. Mijn vriendin was het roerend eens en na het stretchen en een bekertje water in de kantine, besloten wij die twee kilometer gewoon erbij te gaan lopen! We kletsen toch altijd na, dat kan toch ook als je 10 km per uur gaat?! Wij wel tenminste.

Ik voelde me wel een beetje een overdrijver, maar ik had nog steeds kracht genoeg en eindelijk het gevoel dat de training begon zeg. Wat is nou twee kilometer? Dat is een marathon-in-twee-dagen!! En zo heb ik de training toch met een goed gevoel af kunnen ronden.
De Masten in de Verte
Als je ‘s avonds de polder inrijdt, zie je overal lampen knipperen op alle windmolens. Maar er staan ook 2 masten met rode lampjes. Ik heb me lang afgevraagd waar ze voor waren en waar ze precies staan. Enig zoekwerk leverde een lokatie op aan de Vogelweg en het blijkt een middengolf zendstation. Vorige week (8 april) waren ze al het doel om heen te lopen, maar toen gooide een wegopbreking het plan om. Vandaag ga ik het weer proberen! Deze keer loop ik tegen de klok in. Om 9 uur vertrek ik en om 12 uur moet ik weer op het schoolplein staan – dat moet lukken, want het zijn circa 25 kilometer.
Ik neem water en tabletten mee, doe lange mouwen en een lange broek aan én nieuwe sokken! OVkaart gaat ook mee, ook al zal ik weinig bushaltes tegenkomen. Mij kan niks gebeuren. Mijn muziek gaat aan en ik ga. Als je de andere kant om Almere uit rent, lijkt het veel verder weg allemaal voor je bij de snelweg bent. Ik neem de tijd en in het begin gaat mijn hartslag omhoog omdat ik ook nog op moet warmen. Het tempo hoeft niet hoog te zijn – mag zelfs niet hoog zijn. Elke kilometer moet beginnen met 6 minuten. Ik moet langs een weg waar nu alleen werkverkeer overheen komt, er zijn wel 6 vrachtwagens en tractors met zand die me passeren! Lastig, maar ik kan snel het fietspad op. Dit is het Ibispad en het Kolibripad is afgesloten staat er, dus ik hoop dat ik de brug over kan.
Dat is geen probleem gelukkig. Verderop staat wel een autootje, maar die is met de telefoonmast bezig. Via de watsapp krijg ik ‘support’ van mijn loopmaatje over de training waar ik gisteren niet bij was, omdat ik soms ook moet rusten.
Ik moet even kijken of ik nu naar links of naar rechts moet nu ik andersom loop, maar ik moet naar links. Nieuwe gronden verkennen! Ik ga hartstikke goed en mijn hartslag is al gedaald naar 140/145. De masten lijken nog steeds ver weg. Naast me liggen prachtige bloemvelden.
De afslag laat op zich wachten en ik weet dat ik dadelijk lekker wind mee krijg! Ik wil me daar niet op verheugen, want ik weet ook dat ik de wind straks tegen krijg. Anders hoeft ik maar even naar de windmolens te kijken! Na het tabletje gaat het ineens geweldig goed. Als ik wind mee krijg gaat het geweldig. Ik heb een heerlijk tempo bij een hartslag van 145 en ik zit helemaal in mijn ritme. Ik geniet enorm van het hardlopen – zo leuk heb ik het nog nooit eerder gevonden! Mijn tijden schieten onder de 6 minuten, maar ik wil niet stoppen of me in gaan houden. Kilometer 9, 10 en 11 gaan in een gemiddelde van 5:30. Ik wil niet stoppen voor een tabletje of een foto. Ik zit er helemaal in! 10 Kilometer in een uur en 1 minuut, da’s heel keurig. De masten komen nu snel dichterbij.
Op 12 kilometer haal ik mezelf uit de Runners High om toch even een foto’tje te maken en een tabletje te nemen.
Ik ga linksaf naar de masten toe en hou het tempo nog even vast. Die masten lijken helemaal niet zo groot van dichtbij.
In de dertiende kilometer is mijn doel bereikt.


Ik neem de tijd voor een foto. Nu begint de weg terug en ik ben pas 1 uur en 20 minuten bezig. Dat ga ik dus wel halen!
De bushalte loop ik voorbij en ik ga over het fietspad. Over 15 kilometer doe ik anderhalf uur. Ik weiger me zorgen te gaan maken over hoe ver ik van huis ben en ga gewoon door en door en door met lopen. Ik moet om wat mannen heen die het fietspad hebben opengebroken en ik bereid me vast voor op de tegenwind.
In kilometer 17 draai ik terug richting Almere. Ik neem mijn moeders advies bij de hand: “Als iets zwaar of niet leuk is, moet je het snel doen; dan ben je ervan af” Niet te snel, want dat lukt niet met windkracht 3 tegen, maar wel door blijven lopen. Dat doe ik de lange rechte polderweg door! Het leveren allemaal lage 6 minuten-kilometers op. Ik schat in dat het er vier zijn tot ik de bocht weer om mag. Ik kom over het gloednieuwe asfalt wat ze vorige week hebben neergelegd. Als ik me bedenk dat het nu nóg zeven kilometer zijn en ik al rond de negentien kilometer zit, moet ik even slikken. Maar de flats worden steeds groter en ik zie in de verte het brugje al waar ik straks overheen ga. Over de halve marathon doe ik 2 uur en tien minuten.Geen toptijd, maar daar ga ik dan ook helemaal niet voor. Door de wind krijg ik ijskoude handen. Ik draai naar links en dan is de wind bijna weg. Ik kom op het bruggetje en dan……
Dit zal dan het Kolibripad zijn! Vanaf hier is het nog een kilometer of drie naar huis, maar dit fietspad is afgesloten, onbegaanbaar, in onderhoud. Oh nee he. Hoe kom ik nu onder de snelweg door?! Tot overmaat van ramp begint het nu ook nog eens te regenen. Stil blijven staan gaat het niet worden: ik moet terug naar de andere onderdoorgang. De volgende is echt te ver om. Ik reken snel uit dat ik nu nog een kilometer of zeven voor de boeg heb en een blik op het horloge laat zien dat ik nog veertig minuten heb. Dat moet dan maar lukken, er zit niks anders op! Ik doe een ‘wedstrijd’ met een landbouwmachine die ik lekker win! Dat is goed voor de spirit, maar de boer zit droog en ik niet. De 23ste en 24ste kilometer gaan weer in een lage 6 en dan kom ik op het Ibispad. Ik ben blij dat ik deze kant om loop, anders had ik de masten ook deze keer niet gehaald!
Daar is het bruggetje weer, maar nu vanaf de andere kant; wie had dat gedacht? Zoals je ziet heeft de zon de regen verdrongen. Ik zie dat ik er toch echt iets meer vaart achter moet gaan zetten, want het is inmiddels half 12. Hij kán zelf naar huis lopen, maar ik ben er nog lang niet! Vanaf de 26ste kilometer ga ik aan het versnellen. Mijn tempo gaat weer onder 6 minuten per kilometer vallen. Dat is behoorlijk hard werken, want ik begin toch moe te worden. Moet ik weer over de weg met het werkverkeer. Ik hou het tempo gewoon hoog en kom op bekend terrein. Hier kan ik de kilometers visualiseren en onder mijn voeten door laten gaan. Ik bedenk dat mijn loopmaatje nu lekker 30 kilometer moet gaan lopen, omdat hij altijd net iets meer wil lopen dan ik! Dat doet me glimlachen, wat goed is voor het tempo.Ik word nu echt moe, maar het is twaalf uur geworden. Ik heb nog 5 minuten en besef dat ik de 30 kilometer wel ga halen op deze manier. Ik verheug me op thee en yoghurt. Als ik het schoolplein opga, komt mijn kind me tegemoet rennen. We gaan samen uitlopen in laag tempo terwijl hij over visjes ratelt. Ik ben sprakeloos, moe en dan piept mijn horloge dat ik dertig kilometer heb gerend in 3 uur 7 minuten.
Het gemiddelde tempo lag op 6:12 per kilometer: dat is 9,7 kilometer per uur. De gemiddelde hartslag ligt op 146, wat ook heel mooi is gezien de eerste 1,5 kilometer waarop de hartslag rond de 180 lag! Ik ben moe, maar niet doodop. Mijn linkerknie doet pijn. Mijn rechtervoet doet pijn. Terwijl ik de yoghurt verorber, doe ik wat stretchoefeningen. Al mijn spieren doen pijn. Ik ga gauw douchen voor we weer naar school lopen! Ik heb een pijnlijke schuurplek op mijn rug van de waterbelt. Vanmiddag doe ik kalm aan, ga lekker onder de zonnebank en geniet van een paar liter(ook in een koffiebeker)
In de loop van de middag trekt de spierpijn en de pijn in de knie weg. Ik heb alleen nog maar ‘last’ van een zeer voldaan gevoel!
Steigerrun over 8 kilometer
Na het debacle van vrijdag viel het niet mee om zaterdag stil te blijven zitten. Ik wilde best op pad gaan, maar wist het binnen te houden. Ik had nog ietsje last van de spierkramp in mijn zij, maar zaterdagavond was over.
Vandaag stonden er acht schamele kilometers op het programma. Dat is een kort loopje voor me. Elke kilometer harder was de opdracht. Ik doe dat niet voor het eerst en ik weet dat de crux ligt in het rustig beginnen. Hoe moeilijk ook. Ondanks het lekker weer trok ik vertrouwde lange kleding aan. Ik ging heel, heel rustig van start en voelde me een slome jogger. Ik weet hoe belangrijk het is en ik hield mezelf voor: straks mag je hard en harder, straks – straks – straks. Na de eerste 4 kilometer op laag tempo. Straks-staks-straks. De eerste kilometer legde ik af in 7:07 en ik was er trots op! Ook al is dat maar 8 kilometer per uur. (als je dat 42 kilometer doet, heb je ook een marathon gelopen in 5 uur tijd) De hartslag blijft steken onder de 130 slagen per minuut. (125 om precies te zijn)
Die tijd onthou ik dan voor een kilometer en ik probeer te voelen dat ik maar ietsepietsje sneller ga. Net onder de 7 minuten wilde ik uitkomen. Ik kwam medelopers tegen en dan voel ik helemaal een slak! Straks-straks-straks…. De tweede kilometer ging te snel voor wat ik wilde in 6:35, maar ik kreeg het net warm. Ik voel dan dat ik nog erg onder mijn comfortabele tempo loop. Ik hou me in! Ik mocht weer langs de plassen gaan lopen want het hek is echt open – joepie! Ik was blij wind tegen te hebben om het tempo nu nog even te drukken. Kilometer drie in 6:26.
Net iets sneller en nog altijd binnen de norm die ik mezelf had gesteld. Dan ga ik nog altijd minder dan 9,5 kilometer per uur. Tijdens de vierde kilometer zie ik veel fotografen staan en ik zie ook waarom: boven ons cirkelt de zee-arend. Hoe het verder ook gaat vandaag, mijn sessie is vanaf nu al helemaal prachtig. Ik heb alle tijd om te genieten van de uitzichten, de zon, de dieren in de verte en de prachtige kleuren. Ik vind alle bloemetjes die vlakbij staan ook heel sierlijk.
De vierde kilometer ligt helemaal al bijna in mijn comfortabele zone, ik hoeft me niet meer in te houden en af te remmen en ga ook niet hard voor mijn gevoel. 6:17 geeft mijn horloge aan. Al halverwege en nog steeds keurig op schema! Ik verstap me en mijn rechterknie doet even pijn, maar daar kan ik voor nu prima doorheen lopen.
Kilometer vijf loopt heerlijk: dit is mijn tempo. Dat voel ik overal. Ik heb nergens meer pijn, niks houdt me tegen en dit zou ik lang vol kunnen houden. Ik ga onder de 6 minuten uitkomen nu. De vraag is hoe ver, want teveel maakt de laatste kilometers zwaar! Ik wil nog drie tijden in de 5 minuten lopen en pas de laatste kilometer voluit hoeven te gaan. 10,3 km per uur; 5:49. Als ik dit een hele marathon vol hou loop ik die marathon in 4 uur en 6 minuten. De hartslag ligt tijdens deze fijn-tempo kilometers rond de 150 slagen per minuut. Nu ben ik al op drie kwart en mag ik iets over het comfortabele punt gaan zitten. Flink de pas erin.
Ik draai om en krijg de wind in de rug. Ik ga iets harder lopen, maar wel zo dat ik straks nog wat over heb. 2 Meiden op de fiets halen mij langzaam in. Dan heb ik moeite me in te houden. 6 Kilometer in 37 minuten; dat is niet bepaald een hoogvlieger, maar deze oefening is niet bedoeld als wedstrijd. 5:37 Over de zesde kilometer. Het gaat perfect!
Ik wil de zevende kilometer rond de 5 minuten lopen. Liever net iets boven de 5 minuten! Dat is een tempo van 12 kilometer per uur. Ik moet nu doorgaan en kan niet stoppen voor een auto. Ik draai daarom eerder af als ik wilde. Daar zijn de meiden op de fiets weer! Ik begin te zweten, maar hou het tempo hoog. De zevende kilometer loop ik precies in 5 minuten. De laatste moet dus onder de 5 minuten komen te liggen! Ik weet dat ik het kan.
Ik haal de meiden op de fiets in en als ik hen was, zou ik het niet op me hebben laten zitten, maar tienermeiden zitten anders in elkaar. Ik mag voluit gaan en stiekem denk ik al aan de volgende kilometer: ik heb nog parcours over…. Eerst kijken hoeveel ik in de achtste kilometer bespaar! Ik heb geen tijd om mijn tijden op mijn horloge in de gaten te houden, ik ren hard door. Mijn hartslag komt boven de 160, maar blijft onder de 170. 8 Kilometer: opdracht volbracht in 47 minuten; de laatste kilometer in 4:37. Dat is 13 kilometer per uur!
Ik besluit te kijken hoe lang ik dit hoge tempo volhoud en plak er nog een kilometer aan. Om de vrijdag goed te maken…. Deze gaat de helling op, in de felle zon en hitte én ik heb tegenwind! Alle zeilen bijzetten dus en het is erg balen dat ik fietsers tegenkom nét bij de hekjes waarvoor ik een paar seconden in moet houden. Het hart moet hard werken en haalt een hartslag boven de 170 slagen per minuut. De laatste kilometer gaat net iets sneller in 4:35. Ik heb het hoge tempo twee kilometer lang volgehouden.
Het is nog 1 kilometer naar huis. Ik ben bezweet en haal onmiddellijk het tempo eruit. Ik wil de laatste kilometer net zo langzaam rennen als de eerste. Deze kilometer hoeft ik geen moeite te doen om me in te houden! Ik ben blij dat ik even kan bijkomen. Ik maak wat foto’s van mezelf om te laten zien hoe tevreden ik ben dat dit me gelukt is.
Zelfs bij deze laatste kilometer voldoe ik aan mijn gestelde doel: ik doe er maar liefst 7 minuten en 8 seconden over! Die ene seconde langzamer als de eerste is echt te verwaarlozen. Ik loop binnen een uur 10 kilometer en dan sta ik weer voor de deur thuis. Het is allemaal te vlekkeloos voor woorden, maar dat was precies wat ik na de mislukte vrijdagtraining nodig had.
Uiteindelijk blijken de lange mouwen en de lange broek toch te warm in het zonnetje, want het zweet drupt van me af en ik ga direct na het stretchen door naar de douche.
Zo’n steigerrun waarbij je elke kilometer iets harder gaat, geeft een zeer mooi oplopende grafiek:
En dit is het schema van de kilometertijden.Het gemiddelde tempo was 5:56 – 10.1 kilometer per uur. De gemiddelde hartslag lag op 144 met als hoogste hartslag (in de negende kilometer) van 177.
Ondanks alles ligt het weektotaal op 58,5 kilometer. Ik mis dan net die anderhalve kilometer! Nou ja, heb ik deze week toch ‘iets’ rustiger aan gedaan als de vorige week….. (toen had ik nog 60 kilometer gelopen)





