Twaalf vierhondertjes in een week die rustiger had gemoeten.

Voor een wedstrijd van 10 kilometer staat ongeveer een week tot twee weken rust. Die regel in het handboek heb ik overgeslagen geloof ik.
Waarschijnlijk was dat de reden dat ik woensdag niet zo goed mee kon; ik was ‘even’ vergeten dat ik twee dagen daarvoor mijn Persoonlijk Record met twee minuten had verbeterd! Met de overgang van maart naar april, heb ik het woord ‘rust’ ook maar meteen laten overgaan blijkbaar.
Gister had ik spierpijn. Dat was lang geleden zeg! Blijkbaar worden mijn benen ook moe van 22 kilometer. Vandaag was het weer over. Dus vind ik dat ik gewoon door kan gaan met het trainingsschema. En er stonden slechts 12 vierhondertjes op het programma. Ik heb het de hele dag tot na het avondeten uitgesteld en van lekkere zelfgebakken wafels en frietjes genoten.
Toen het nog net licht was, trok ik de hardloopschoenen aan en ging ervoor! Eerst lekker rustig inlopen en genieten van alle ontluikende bladeren. Ik hield de hartslag mooi laag en gaandeweg kon het tempo toch omhoog. Een gemiddelde hartslag van 140 bij 9,7 kilometer per uur en dat 3 kilometers lang is tegenwoordig prima te doen.
Toen ik de route opdraaide, viel de wind me behoorlijk tegen: hij kwam me tegemoet en trok nog best aan. Ik ging de vierhondertjes aan het aftellen, maar ik vond het niet gemakkelijk om te versnellen naar 13 km/uur. Het ging de derde keer al ietsje minder, maar dat kwam omdat ik niet snel kon starten. Bij de vierde werd het langzaam aan donkerder. Ik was blij het hobbelige fietspad in het licht te doen.
De vijfde ging lekker snel, omdat ik een meneer in wilde halen, die al over de brug was. Bij de zesde bedacht ik wat ik hierboven heb opgeschreven: dat ik in de week na een wedstrijd rustiger aan had moeten doen. Dus die werd ook rustiger. Ik blijk op dat stukje straat niet vooruit te komen! De meneer voor me haalde ik in, maar bij de rust haalde hij mij weer in. Net zolang tot hij afsloeg.
Ik besloot 10 vierhondertjes te lopen en toen was de druk er af. Joh, dacht ik bij mezelf, dan doe ik ze iets rustiger. (ik weet dan dat ik er toch wel twaalf doe, maar dat hoeft dan niet meer persé van mezelf) Ik ging op mijn loophouding letten en op het feit dat het steeds donkerder werd. Ik hield op met tellen of ik het zou halen. Of het daardoor kwam, of doordat ik uit de wind draaide: het werd een stuk gemakkelijker. Dan maar een paar seconden verval. Zo waren de 7de, 8ste en negende snel voorbij. Ik besloot het brugje over te slaan. Inmiddels was het echt donker geworden. Mijn telefoon meldde de tien kilometer weer eens ruim binnen het uur.
Omdat de tiende de laatste kon zijn, ging die lekker net zo hard als de eerste! Dat was de reden om gewoon de elfde ook te doen. Die was dan weer iets langzamer omdat het voetpad oneffen was en de weg niet bekend. Vlak voor de twaalfde zag en hoorde ik in de verte vuurwerk. De twaalfde besloot ik gewoon nog alles te geven. Dus was die weer net zo snel als de eerste twee. 🙂
Je krijgt altijd zo’n leuk golvend grafiekje met het tempo en de hartslag. Hoog – laag – hoog – laag. De gemiddelde hartslag kwam op een keurig nette 146 uit en het gemiddelde tempo op 5:56 – 5:59 (tussen de 10 en 10.1 km/u) Mijn telefoon is altijd wat optimistischer qua afstand en tempo. Ik weet nog steeds niet of ik de Garmin of de telefoon moet geloven!


Daarna rende ik lekker rustig naar huis terug. Lage hartslag, laag tempo. Ik moest naar de toilet en de frietjes zaten best een beetje dwars (al een tijdje), maar ik wilde graag het rondje volmaken.
13 Kilometer later stond ik weer voor de voordeur. En toen kwam het: een weektotaal in de week ná een tien-kilometerwedstrijd van 60 kilometer in de week, líjkt natuurlijk niet eens in de verte op rustig herstellen. Ook al zijn daarvan (maar liefst) 5 kilometer in een heel rustig tempo gegaan.
Volgende week ga ik iets anders indelen, omdat het me niet eenvoudig valt om interval trainingen achter elkaar te doen. Maar dat zou ook aan de afgelopen week hebben kunnen liggen….. Misschien….
Die 3500 calorieen betekenen dat ik al hardlopend weer een halve kilo vet ben kwijtgeraakt. Dat kan wel kloppen, want ik ben deze week weer afgevallen.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Twaalf vierhondertjes in een week die rustiger had gemoeten.

"Even de beentjes strekken"

Van het langzaam lopen gisteren kreeg ik….. spierpijn! In mijn billen! Dus dat werd even doorbijten vandaag, want er staat een lekkere lange, rustige duurloop op het programma. Even voor negen uur zaten we in de trein, mijn loopmaatje en ik. Het was heerlijk bewolkt weer. Op naar het station aan de andere kant van de stad. Er was amper wind vandaag, dus de ideale dag voor een hele, hele lange loop op de dijk om de stad heen. De conducteur zag ons zitten en merkte op: “Gaan jullie even de beentjes strekken?” Haha, de arme man had geen idee dat we van plan waren dat voor zo’n twintig kilometer te gaan doen!
We zagen de beginflats in de verte al. Dus konden de spieren en de beentjes aan het werk. De flats staan aan het begin van de dijk. Deze dijk loopt de hele polder langs en stond ook mooi op mijn wishlist: De Oostvaardersdijk. Het was zaak het tempo laag te houden. Hard hoefde niet vandaag, mocht zelfs niet! Het tempo moest tussen de 6:10-6:57 per kilometer liggen. Circa 9 kilometer per uur. De eerste kilometers voelde het vreselijk langzaam aan! Alsof ik niet vooruit kwam! En dat waren met 6:07 en 6:04 nog de snelste kilometers van de dag ook!
Eenmaal op de dijk ging het rustig zijn gangetje. We kwamen langs een mooi bouwwerk waar ze aan het baggeren waren en wat we uitgebreid bekeken. In de verte de strekdam van Amsterdam, voor ons uit de windmolens. Het lijkt allemaal ver weg, maar we houden het tempo gestaag aan zo rond de 6:30 (9,2 km/u). Daarbij hebben we alle tijd om te kletsen over werk, over Vincent, over de plannen voor het weekend.
Al snel zijn we alweer bij de windmolens. Ik heb de hele route eigenlijk ruzie gehad met mijn waterbelt. Dat rammelding wil maar niet goed zitten. Om de vijf kilometer neem ik netjes een tabletje, maar ik ben helemaal niet bezig met hoe ver we zijn of hoe hard we gaan. Ik let er alleen maar op dat we niet te hard of te zacht (kleine kans) gaan. Het uitzicht blijft: links water, rechts uitgelijnde bossen. Het weer blijft: bewolkt en zonder een zuchtje wind. De hartslag blijft rond de 140 hangen.
Na een kilometertje of acht worden de vliegjes werkelijk vervelend, maar een keer oversteken verhelpt dat. We zien twee andere dappere lopers ons tegemoet komen en 1 iemand met een hondje. We kletsen over het begin van het hardlopen, over reizen van vroeger en de beentjes blijven hun rondjes draaien.
We denken 1 keer aan afsteken, maar dan zijn de vliegjes weg en lopen we weer op de dijk met links water en rechts het plassengebied. We gaan het fietspad niet af. Al snel ligt het gemaal in de verte. Dan heb ik het gevoel dat we op bekend terrein komen en dat ik nog weet hoe ver het is. Er vallen al met al 7 regendruppels, maar het zet gelukkig niet door.
We stoppen onderweg niet 1 keer: niet om over te steken, niet voor een open brug, niet om te drinken. Uren aan één stuk ‘strekken’ we die beentjes. Al die kilometers gaan we maar door en door. We blijven zo lang mogelijk op de dijk: zó, dat we het verre fietspad nemen voor we richting de plassen inslaan. Na 16 kilometer verlaten we de dijk.
 We rennen de Oostvaardersplassen in en dan zien we het hek langs de plassen open staan. Normaal zou het voor het wild gesloten moeten zijn, maar ze zijn aan het graven. De mannen bij de graafmachine zeggen niks en we mogen door het mooie gebied lopen! Ik geniet van alle geuren en laat onmiddelijk het plan varen om de laatste drie kilometer harder te gaan lopen. Hier moet van genoten worden! We komen niemand tegen, maar twijfelen enorm over het hek aan de andere kant. We nemen een shortcut en er is een man met fototoestel die ons erop wijst dat we daar niet mogen komen. Aan onze kant stond geen bord! Jammer dat we om hem te woord te staan een seconde of 30 stil staan. Daardoor doen we over kilometer 20 het langst: 6:49. We lopen over de brug terug naar huis en gaan door het park.
Na 22 kilometer ben ik weer thuis. We hebben er 2 uur en twintig minuten over gedaan. Het gemiddelde tempo was 6:20 (9,5 kilometer per uur). De gemiddelde hartslag ligt op 143.
Allemaal keurig netjes en heerlijk De Beentjes Gestrekt.

Categories: Uncategorized | Comments Off on "Even de beentjes strekken"

Nieuw record!

Terwijl de kinderen op de atletiek zaten, gingen mijn vriendin en ik voor een klein rondje lopen. Mijn vriendin is net begonnen met het programma van Evy, ze is bij les 4. Het was warm, dus ik kon lekker in korte broek en t-shirt mee! Evy is een beginnerscursus, waarbij je afwisselend hardloopt en wandelt. De hardlooptijd wordt steeds meer uitgebreid tot je vijf kilometer kunt lopen. Ondertussen zoekt Evy de muziek voor je uit en moedigt ze je aan. Zij vertelt op de iphone wanneer je gaat hardlopen en weer mag wandelen. Zo zijn honderdduizenden hardlopers begonnen! En ik ook, 3 jaar geleden. Het was voor mij dus heel bekend qua muziekje en echt leuk om terug te horen! En die drie minuten hardlopen is voor mij een heeeeeeel laag tempo! (sorry dappere vriendin!)
Bij de derde drie minuten mocht ik van mijn vriendinnetje op mijn eigen tempo gaan hardlopen. Dan schiet mijn tempo omhoog naar 12/13 kilometer per uur! Na drie minuten moest ik terugdribbelen naar haar (nog altijd op 10,5 km/u) en toen kon ik me niet meer inhouden: ik had mijn sportkleren aan, mijn horloge om, het was goed weer… Ik MOEST even zelf een stukje rennen.
Dus liep ik dezelfde 2,5 kilometer nog een keer. De eerste keer – met wandelpauzes- duurde het rondje 22 minuten; toen ik alleen ging (en voor mijn gevoel heel langzaam!) deed ik er 11 minuten over. Ik had het gevoel weer even buiten gespeeld te hebben.
En wat is het nieuwe record dan? Vijf kilometer in veertig minuten! Dat zijn tijden die ik in drie jaar niet meer gelopen heb! Heerlijk, wat een rust!
Ja, in 2012 (tweeduizendtwaalf) begon ik ook zo op de vijf kilometer. Met Veertig minuten! Niks ergs aan dus, want Lieve Vriendin: over drie jaar kan ik jouw ook niet meer bijhouden! Bedankt meid, voor dit lesje nederigheid.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nieuw record!

Een 'slechte' training

Was ik te warm gekleed met mijn lange broek en lange mouwen? Of was ik nog moe van de training van gisteren en de wedstrijd? Was het gewoon het moment? Of startte ik weer eens te snel in de training? Het zou ook te weinig eten of drinken kunnen zijn. Tja, excuses te over; maar ik heb deze keer niet goed getraind.
Het lag in elk geval niet aan de trainster, die houdt de moed er wel in. Het lag ook niet aan het tijdstip, want wat is het heerlijk om gewoon in het licht en de schemering te lopen! Het lag niet aan de kracht, want mijn beentjes willen echt wel. Het lag zelfs niet aan de opdrachten, want we hoefden hooguit twee minuten door te lopen en tussendoor stonden we zelfs stil.
Nee, het lag aan mezelf. Helemaal aan mij. Ik had halverwege de training geen zin meer en ik ging er niet meer voor. Dus liep ik aan het einde helemáál niet meer zo hard als aan het begin. En dat neem ik mij erg kwalijk, waardoor het geen leuke training was.
Bij het inlopen gingen we al versnellen. Moeiteloos. Ik heb geen extra adem nodig. Ik loop hard vooruit. En als we langzaam gaan, loop ik weer achteraan. Het was een lesje niet te snel beginnen. Nou, in dat geval ben ik glansrijk geslaagd! Hoe vaak moet ik die les nog leren?!
We gingen oefeningen doen; dat beviel me niet zo goed. Ik ben altijd bang dat ik dan van tevoren mijn enkels en knieen al teveel belast! Oh! Dat excuus had ik nog niet aangevoerd…. Misschien was dat het wel… 😉
We gingen elke keer 30 seconden / 1 minuut /anderhalve minuut /twee minuten op hoog tempo lopen en dan terugdribbelen naar het startpunt en nog een keer zo hard lopen en dan tot hetzelfde punt komen. De eerste 30 seconden waren een makkie: ik ging wel 14 kilometer per uur. Beetje overdreven ook wel. Ook een minuut brug op haalde ik dat tempo! Maar dat vergde al wel iets meer. Er liep een man mee en ik kon nog moeiteloos versnellen. Haha, moest ik de tweede keer ook even ver komen.
Ik was liever in het hoge tempo doorgegaan. Elke keer weer rustig terug dribbelen en soms zelfs even lopen, was niks voor mij. Ik begon het vervelend te vinden en daardoor verloor ik de grip en het overzicht. Het werd donker om ons heen. Ik wilde het juist eens andersom proberen en expres te hard starten. Dat viel inderdaad minder goed. Wellicht had ik die test lekker achterwege moeten laten!
In elk geval ging ik heus hard, want in de anderhalve minuut lag het tempo nog steeds op 13 kilometer per uur. En toen ging mijn hoofd zich ermee bemoeien: “ik heb geen zin meer”. “Waarom doe ik dit?” “Ik heb meer zin om lekker op de bank te zitten”. “Laat de rest lekker voorgaan, dit is geen wedstrijd”.  “Je bent nog moe van gisteren en van het weekend”. En bij de twee minuten heb ik mijn hoofd laten winnen…..
Ik ging nog altijd 13 kilometer per uur, maar hoefde niet meer iets extra’s te geven. Bij de herhaling was ik er gewoon klaar mee. Ik deed mijn best niet meer. En de grap is: toen liep ik harder! Ik was van plan om het laatste stukje echt te versnellen en die belofte hield ik mezelf aan: eventjes 15 kilometer per uur aantikken!
Er was politie en dat vond ik interessanter dan lopen. Het was intussen donker en ik wilde terug naar de informatie-avond over energiesystemen. Het stuk uitdribbelen pakte ik lekker mijn eigen tempo – even weg van de rest en dan ga ik gewoon alsnog 11 kilometer per uur. Dat bevalt mij tien keer beter als wandelen en sloom uitlopen.Ik kom snel weer op adem. We gingen versneld de piramide terug lopen: dus anderhalve minuut hard, een minuut hard en nog 30 seconden hard.  Ik deed niet meer mee. Ik geef het eerlijk toe, sorry trainster, ik heb mijn best niet meer gedaan. Oké, bij de laatste 30 seconden nog wel: toen liep ik keurig netjes net zo hard als de eerste 30 seconden. 🙂

De Man met de Hamer

De Man met de Hamer


Als ik zo terugkijk, was het echt een motivatie-issue: ik ben niet eens heel veel minder hard gaan lopen tijdens de training. Mijn kijk op erop veranderde wel: van gevoel ‘makkie’ naar het gevoel van ‘geen zin meer’. Ik liep achteraan mee terug. Zwijgend. Weer tien kilometer gelopen. Ik was niet blij. Vond het geen prestatie, deze training. Daarna heb ik wel netjes geluisterd naar de uitleg van de trainers over ‘de man met de hamer’, over te snel starten en te snel door je koolhydraatvoorraad heen zijn. Ik denk dat ik het héél goed begrijp! Ik snap het allemaal erg goed deze week. Nu de praktijk nog. En dat terwijl Vincent het vanmiddag nog zei: ‘Niet te snel starten, mama.‘ (dat moet hij zeggen van me) Waarop ik antwoordde: ‘Dit is een training, jongen, dan maakt het niet uit’. Voor het gevoel maakt het ALLES uit!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een 'slechte' training

8 Kilometer in het donker

Na een ‘zware’ rustdag gisteren (stil zitten is niet mijn sterkste kant) aan de rand van het Naardermeer op een bankje (ik ben er naartoe gewandeld), was het vandaag weer mooi weer.
Ik dacht om vier uur dat ik klaar was met werken en had de hardloopschoenen al bijna aan, maar toen kwam er nog meer videomateriaal tevoorschijn en werd het wat later.
Dus in plaats van de middagzon werd het een avondmaantje!
Tegen negen uur haalde ik mijn loopmaatje op voor een oefening van 8 kilometer in wisselende tempo’s en hartslagen.

Mijn horloge geeft met piepjes aan of het goed gaat. De warming-up is altijd wat lastig, omdat (zeker in het begin) mijn hartslag even oploopt.
Ik had geen enkele last van de wedstrijd – nog niet eens spierpijn, dus het liep allemaal weer heerlijk. Mijn trainer vond het goed dat te horen, omdat mijn condititie dan op peil is.
We liepen naar het donkere kassengebied. Ik zou dat niet in mijn eentje doen!
De tweede interval waarbij de hartslag en dus het tempo wat omhoog mocht, was eigenlijk geen enkel probleem. Het tempo ging van 6:20 (9,5 km/uur) naar 5:20 (bijna 11 km/u). Ik had niet het idee dat we extra hard gingen en dacht dat het tempo rond de 10,6 km/u lag, omdat dat voorheen mijn ‘comfortabele’ tempo was. De hartslag lag rond de 155 slagen per minuut, wat heel keurig is.
Echt veel zin om extra hard te gaan kon ik niet opbrengen. Maar ik ben nu eenmaal heel braaf, dus als mijn horloge piept, ga ik het toch wel proberen! Ik stuurde mijn loopmaatje lekker vooruit; kan hij ook even sprinten!
Deze keer duurde het iets langer voor de hartslag boven de 164 kwam, ongeveer een meter of 400. Een goed gesprek is dan niet meer mogelijk! Ik loop dan 12,5 km/u. Ik probeer mijn tempo ook nog iets op te voeren (tot het einde van de straat denk ik dan) en als dat lukt , ga ik bijna 14 km/u. Deze twee kilometer lijken langer te duren! Tegen het einde is mijn hartslag opgelopen tot 173 en loop ik me te verheugen op het uitlopen!

Het tempo gaat meteen weer terug naar onder de 10 km/u, maar het kost wel veel gepiep van het horloge tot de hartslag ook volgt. Omdat we uit verlichtte straten komen, lijkt het ineens heel donker langs de bosrand!
We kletsen weer en het is opvallend druk met mede-hardlopers. We zijn er wel een stuk of 5 tegen gekomen.
Omdat het uitlopen toch altijd verder lijkt, komen we uit op 10 kilometer.
Dat halen we netjes binnen het uur. Het gemiddelde tempo ligt op 10,1 km/u (5:58).

Categories: Uncategorized | Comments Off on 8 Kilometer in het donker

De Eemnesserpolderloop

Al een paar dagen was ik er tegenop aan het zien: de wedstrijd om te laten zien waar ik met de tien kilometer sta. 7 Weken na Schoorl en dat ik in tussentijd flink getraind heb, kun je hier lezen.
Maar wat word ik er onzeker van…. Ik denk wel honderd keer dat ik niet eens de tien kilometer kan hálen, dat ik niet weet wat ik moet eten (en wat niet) en als ik dan de wedstrijd al uitloop, dat me dat nóóit in 50 minuten zal lukken! Ik droom ervan dat ik de weg kwijtraak en dat ik eerste kan worden. Ik eet gewoon waar ik zin in heb en ben nog ruim drie kilo lichter als vlak voor Schoorl.
Ook nu is het weer een uitdaging: het wordt deze keer warm! Niks voor mij dus, geef mij maar wind en regen. Ik ga in elk geval in korte broek en singlet. Eigenlijk pak ik pas op zondagochtend alles bij elkaar. Ik wil graag alleen vertrekken, de familie mag thuis blijven tot de finish! Dit wordt iets wat ik zelf moet doen en ik kan ook alleen mezelf teleurstellen als ik mijn eigen doelstelling van 5o minuten niet haal. Na 3 toiletbezoeken en nog een flesje water, stop ik alle spullen in de auto en mijn autosleutel in mijn broekzak. Ik heb het mooie startnummer 200.
Ik concentreer me en loop naar de start. Ik sta met een mevrouw te kletsen die haar dochter niet op slippers mee laat lopen en ze verzekerd me dat verdwalen uitgesloten is: polderroute = 4 keer rechtsaf en dat twee vlakke, boomloze rondjes lang: je kunt de hele tijd iedereen zien! Achteraf had ik meer vooraan moeten gaan staan.
Even over enen klinkt het startschot. Ik zet mijn horloge precies op de start aan: het gaat me om 10 kilometer. Ik zal mijn eigen tijd moeten klokken om precies te zijn. Ik ga lekker mensen inhalen. De zon brandt aardig, maar het eerste stuk hebben we een beetje tegenwind. Er zijn veel recreatielopers. Ik hoor zelfs iemand die Evy’s commentaar mist en de meesten zijn te warm gekleed. Voor me lopen veel mensen, maar volgens mij zijn die allemaal van de 5 kilometer. Het zijn veel jochies! 1 Ervan raakt geblesseerd. Het is ‘n gezellige loop, maar niet echt een wedstrijd voor mijn gevoel. Die wedstrijd maak ik zelf.
De eerste 3 kilometer ga ik te hard. Ik weet het. Rondetijden van ongeveer 4:50 zijn iets te veel voor mij. Ik besluit de jongen met het “landmacht” shirt bij te houden. Het lukt me niet. De vierde kilometer vind ik leuk: ik zie de snelweg waar ik vaak overheen ga rijden en vaak aan deze race terug ga denken. Ik haal het landmacht-shirt weer bij. De vijfde kilometer haal ik hem weer in.
We komen in Eemnes en de klokken luiden. Het is ineens wel lekker landelijk! Mijn rondetijden gaan terug naar ongeveer 5:00. Dat is mooi en goed vol te houden. Helaas stoppen er mensen midden op de weg die na 5 kilometer klaar zijn. Ik moet een man helaas een duw geven. Ik hoeft niks te drinken: ik wil door. Ineens is het rustiger.
6 Kilometer haal ik binnen een half uur. Ik moet langzamer. De hitte wordt me iets te zwaar. Er loopt 1 man achter me te stampen. Ik moet hem voorbij laten als we de wind uit zijn. We komen de wandelaars tegen en ik ben trots als ik bedenk dat ik eerder zal zijn dan zij! Ik neem snel een bekertje water, maar kom niet goed tot drinken. Ik verlies alleen maar water!  De zevende en achtste kilometer vind ik altijd al zwaar: nu vind ik de zon zwaar, de wandelaars zwaar en ik word door een man en vrouw ingehaald ook nog. Ik baal dat ik niet meer kan versnellen. Zelfs opgeven spookt even door mijn hoofd. Ik verlies veel vocht.
Na de bocht richting de kerk weet ik dat ik het ga halen. 9 kilometer gepasseerd, dus ik weet ook dat het meer dan 10 kilometer is. Ik pak een wat hoger tempo en zie dat er een lammetje de weg op ontsnapt. Gelukkig ziet de aanstormende audi het ook. Vlak bij de kerk zit ik op 10 kilometer: mijn telefoon meld dat ik het in 50 minuten en 8 seconden heb gedaan. Ik loop te juichen! Mijn Garmin is iets minder positief: die geeft me 25 seconden meer. Het maakt me niet meer uit: ik ga het halen en ik ga ineens weer sneller. Ik hoeft niet te winnen (dan moet ik weer langer blijven en ik wil naar huis / de douche en drinken!), maar ik wil ook niets extra’s meer lopen na deze finish!
Mijn mannen staan naast de finish en Vincent schreeuwt me de lijn over! Ik juich!


De tijd telt niet echt voor mij, want ik heb mijn tien kilometer dus écht wel binnen 51 minuten gelopen!
Ik heb mijn race gewonnen! Het totaal komt op 10,68 kilometer.
 Binnen 54 minuten dus. Want hier ben ik er inmiddels echt al!
Ik sta niet op het podium, maar dan had ik meer vooraan moeten starten. Nu kan ik door naar huis.
Eerst een bekertje water en een sinaasappel. Dan loop ik terug en hoewel ik niet door had willen lopen, heb ik nergens, maar dan ook nergens last van. Ik ben moe en bezweet, maar heb geen pijn aan mijn knie, mijn voet of verbrand van de zon (al heeft het zonnetje wel op mijn benen gebrand zeg).
Als ik een kwartier later in mijn auto weer door Eemnes rij, is mijn hartslag gedaald naar ongeveer 80 slagen per minuut. Tijdens de race heeft de hartslag de hele tijd torenhoog gelegen, tussen de 170 en 180 slagen per minuut. Aardig aan de maximale kant.
Ik ben blij met de airco, met mijn gemiddelde tempo van 5:04 per kilometer, wat 11,9 kilometer per uur is, met de vooruitgang die ik heb geboekt en de tijd van 50 minuten afgerond op de tien kilometer. Ik ben blij met het welverdiende vaantje en met het feit dat ik ongeschonden uit de wedstrijd gekomen ben.
En ik ben niet blij. Ik heb de wedstrijd ongelooflijk slecht ingedeeld, ik ben weer eens veel te hard begonnen. Ik heb een supertijd gelopen, maar sta niet op het podium omdat ik niet ver genoeg vooraan stond. Ik ben niet eens moe genoeg, dus er zit nog meer in! Eigenlijk heb ik te weinig gedronken en rekening gehouden met het weer en de plotselinge warmte. Ik heb me van tevoren veel te druk gemaakt, veel te onzeker geweest. Dat alles maakt me geen supertrotse atleet.
Ik heb nog nooit zo hard gelopen. Nog NOOIT! En dat is een aanzienlijk verschil.

Avg speed = 5:04, dat was in Schoorl nog 10 seconden langzamer! En een half jaar geleden in Eindhoven scheelde het bijna een halve minuut (maar dat was ook de dubbele lengte).
Bij de Schoorl Run liep ik 11,5 km/uur, nu 11,9 km/uur.
Het is een onomstotelijk feit dat ik letterlijk en figuurlijk hard vooruit ga! 🙂
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Eemnesserpolderloop

Langzame KORTE duurloop

Vanmorgen om kwart over 9 stond ik te twijfelen voor de kast. Korte broek en zomershirt maar eens gepast, want het weer wordt wel erg mooi. Maar voor nu leek een lange broek ook nog te gaan. En een shirt met korte mouwen? Uiteindelijk werd het een shirt met lange mouwen en een 3/4 broek. Voor een kort loopje van ongeveer een uurtje op een lage hartslag. Dit loopje telt vooral om in beweging te blijven. Helaas was ik daar qua eten aan voorbij gegaan en had ik maar een bakje yoghurt en een cracker op.
Mijn loopmaatje en ik wilden graag een keer onder de bloesems door die hier in de wijken prachtig in bloei staan. De eerste 600 meter was mijn hartslag helemaal de tel kwijt! Terwijl we wandelden liep die al op tot boven de 170 en toen ik ging lopen heb ik zelfs een hartslag van 245!!! gehaald. Nou ja, dat lag aan het horloge hoor! 🙁 Die ging pas vanaf een kilometer terug naar de normale waardes van rond de 140, wat beter klopte met het tempo en het gevoel wat ik had. Ik kon nog hele verhalen vertellen namelijk en snel ging het dus totaal niet.
 

 
Al snel kwamen we door de laan met de bloesems. Ze zijn nog wit. In de ochtendzon geuren ze nog niet zo lekker, maar wat is het mooi!
Het zonnetje komt er doorheen en de lente ligt echt op de loer nu!
 

We gingen in nog steeds een kalm tempo door richting de brug.
Trapje af en over de halfverharde paden gaan we lekker verder.
Het tempo ligt voor het gevoel helemaal niet hoog, maar dat is tegenwoordig een tempo van ongeveer 10 kilometer per uur. Eigenlijk is dat nog steeds niet erg zacht!
Omdat we van de andere kant kwamen, was de verleiding nu groot om eens rechtdoor te gaan aan de andere kant van de vaart. Stiekem wilde ik dat al heel lang, maar het is er nog nooit van gekomen.
We liepen over onbekend terrein, vlak bij huis! Over 5 kilometer deden we een half uurtje precies.
Het ging verder over een ruiterpad en onder een brugje door waar ik het bestaan nog niet van wist.
Zo kwamen we bij de andere kant langs de manege en lieten we ons een opjagen doordat we iemand voor ons in wilde halen. De andere hardloopster ging gelukkig niet zo hard, dus het tempo hoefde niet echt omhoog.
Mijn hartslagmeter doet weer netjes mee en blijft voortdurend rond de 145 hangen. Het loopt allemaal heel soepel.
We gaan de brug weer over en lopen door de wijk door een straat waar de bloesems al roze aan het worden zijn.
Door naar de laatste bloesem-beleving!
Als ik mijn telefoon pak, zie ik een alarmerend terugbel-SMSje, waardoor ik liever rechtstreeks naar huis ren om te bellen.
Ik hoeft even geen tempoversnellingen meer te doen.
Zo komen we uit op 10 kilometer die we in een uur en 45 seconden hebben voltooid.
Niks om moe van te worden!
Gemiddelde hartslag blijft op 148 liggen door de uitspatting in het begin.
Ik heb erg trek in de banaan!!
 
Omdat het geen inspanning heeft geleken, heb ik geen zin in stretchen. Morgen zal blijken of dat slim was of spierpijn heeft veroorzaakt.
Na de terugbel-actie die loos alarm blijkt te zijn, aan een kopje thee en de banaan (dus nog geen kwartier na binnenkomst) is mijn hartslag alweer gedaald naar 70 slagen per minuut.
2 Jaar geleden droomde ik ervan 5 kilometer te kunnen lopen omstreeks deze tijd! Nu vind ik 10 kilometer in een uur een peuleschilletje: kort en langzaam. Maar het was wel genieten!!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Langzame KORTE duurloop

Langzaam lopen!

Vandaag is het afbouwen begonnen om genoeg kracht voor de wedstrijd te hebben voor zondag.
Ik mocht maar liefst 7 kilometer hardlopen, en mijn hartslag moest tussen de 134 en 149 blijven.
En dit is moeilijker dan ‘vierhondertjes’. Ik voel me (behalve een verkoudheidje) fit, snel en blessurevrij. En dan wil je gewoon lekker hard gaan lopen. Kilometers maken! Maar nee…. 149 is een lage hartslag, dus hard lopen zit er niet vandaag.
Als je dan een piepend horloge om hebt die de hele tijd meld dat de hartslag te hoog is, is dat tamelijk frustrerend. Het enige wat je daaraan kunt doen is langzamer gaan lopen. Dus krijg ik het koud – gaat de hartslag weer omhoog en het tempo weer omlaag. AAAARGGGHHHHH.
En dan was het ook nog een onrustig rondje: even stoppen bij de bakker om het brood apart te laten leggen, doorrennen naar een vriendin om thee te drinken en daarna via de bakker weer terug. De route was bekend, maar dit tempo was totaal nieuw!
Ik kwam halverwege wel iets heel leuks tegen:
   
Dat doolhof moest ik even doorrennen!
Mijn horloge vloog de bocht uit door mijn verhoogde hartslag van al die bochtjes en het lachen, maar die heb ik even laten piepen.
 Zo zag het er dan uit op de GPS…. Hmmm
Na de thee was mijn horloge uit gegaan en moest ik de hartslag zelf in de gaten houden.
Ik ging rustig joggen voor mijn gevoel. Tussen de 9,5 en 10 kilometer per uur. Dat vond ik vroeger erg hard! Vroeger als in: pas anderhalf jaar geleden!
Na de zevende kilometer was ik
1) Nog lang niet thuis
2) Nog lang niet moe en
3) Had ik nog tijd over.
Dus ik rende door naar de bakker om het brood op te halen wat ik apart had laten leggen.
En toen heb ik toch nog iets geleerd (naast het ophalen van de wetenschap dat de hartslagmeter een medogenloze snelheidsbegrenzer is):
Met zo’n tasje met 2 broden erin,
kun je je armen niet lekker mee laten zwaaien!
En dan gaat het tempo eruit (9,3 km per uur) en wordt het aanzienlijk zwaarder om te lopen.
Daar had ik nooit bij stilgestaan. (haha)
Dus was ik toch nog blij dat ik thuis was!

 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Langzaam lopen!

Training met de A/B groep mee

Ik had geen zin. Helemaal niet. Een paar uur autorijden, en nog meer uur in het golfslagbad hadden me vermoeid gemaakt. Maar deze maandagavond kwam het beste uit, met zicht op de andere avonden en de komende wedstrijd. Dus om half 8 toch maar de fiets gepakt en moed uit mijn tenen gevist.
In het schema stond dat ik met de C/D mee mocht, dat zijn de minder snellen; maar ik vind de uitdaging dan echt te klein, dus ik koos ervoor om met de A/B mee te lopen. Ik koos voor de B – en ik ging graag achteraan lopen.
Bij het inlopen voelde ik me moe, verkouden en zaten de boterhammen ook nog eens dwars. Zeker bij de oefening waarbij twee benen iets verschillends moesten doen!
Lekker achteraan dus! We gingen ‘grote’ rondes lopen van ruim 2 kilometer op snelheid. Dan moet je ongeveer zo hard lopen als je tijdens een 10 kilometer wedstrijd gaat. Uhm- ik heb nog geen idee eigenlijk en vind 10 km/uur ook hard genoeg voor vandaag.
Hieronder zie je het schema wat ik heb gelopen:

De eerste kilometer ging ik mee met de dames, maar ik voelde dat ik zelf echt harder wilde en kon. Dus ik zette er iets meer de pas in en stopte met kletsen. Ik had zelf niet het gevoel dat ik superhard liep, ik nam gewoon een lekker vlot tempo aan.
En zo kwam ik het eerste rondje door en was het tijd voor een klein uitlooprondje. “De eerste dame”, zei de trainster. Hé, dat was niet de bedoeling!
Tijdens het tweede rondje kwam ik bij twee mannen te lopen die aan het trainen waren voor de zoveelste marathon. Binnen de vier uur. We raakten aan de praat (!) en ik liep lekker met ze mee. Als iemand me had gezegd dat we 11,5 kilometer per uur liepen, had ik het niet voor mogelijk gehouden. Dat is normaal niet het tempo wat ik al pratend aanhoud!
Na het tweede rondje mochten we weer even uitlopen en ik merkte dat ik het toch wel wat warmer had gekregen. Ik was echt niet van plan om hard te lopen! Echt niet!
Het derde rondje gingen de mannen wat sneller. Na een kilometer moest ik ze laten gaan. Ik kwam de dames weer tegen van het begin die een korter rondje hadden moeten maken en ze liepen net voor me. Ik haalde ze langzaam in, al was dat niet meer heel erg eenvoudig. Gingen ze op het laatst versnellen! Ik ging wel mee, maar zo kon ik ze net niet inhalen!
We gingen uitlopen en na een uur en een kwartier weer terug naar het verzamelpunt.
Aan de ene kant was ik tevreden omdat ik lekker flink had doorgelopen en op tijd op de rondeknop had gedrukt, aan de andere kant had ik mezelf niet in toom kunnen houden en rustig aan gedaan.
We hadden er 12 kilometer op zitten. Zal ik nu de rest van de week maar echt kalm aan gaan doen?

Categories: Uncategorized | Comments Off on Training met de A/B groep mee

Hardlopen in België

We zijn een weekendje weg. Lekker in een bungalow park net over de grens.
Gisteren hebben we uitgeslapen, gezwommen, gesnoept, op een stoel gezeten en lekker gegeten. Deze morgen was het tijd om het laatste rondje van de week te gaan lopen: 8 kilometer en elke kilometer harder. Op onbekend terrein had ik een route uitgestippeld langs de grote wegen met behulp van de routes van Garmin en streetview.
Om 9 uur ging ik vanaf de receptie aan het lopen. Warm was anders, maar het was ook niet ijskoud.
Ik besloot het rondje de andere kant om te lopen. Goede beslissinge, want ik had meteen wind tegen!
Het was stil op de wegen. Ik zag verderop wel een kapelletje en ik kwam een paar wielrenners tegen. Ik kwam door zo’n heel klein Belgisch dorpje; net niet verzorgd, ruim opgezet en toch heel knus. Ik liep de eerste kilometer zo langzaam mogelijk, maar de rust had me goed gedaan, dus ik was niet echt langzaam: ik ging in 6:44 op een lekker lage hartslag van 153. Dat is ongeveer 9 km per uur. Die tijd moet je dan onthouden en hopen dat de volgende ietsje sneller gaat en niet te veel. Je moet namelijk nog 7 keer sneller gaan.
Ik kwam twee schattige oude mannetjes tegen en heb goed gekeken naar het huis wat op streetview vaag was gemaakt, maar ik zou niet weten waarom!
Toen ging ik de grote weg op. De tweede kilometer zat er al op en die ging lekker soepel. Dat was ook in de tijd terug te zien: 6:00 minuten per kilometer. Dat is al tien kilometer en dit is pas de tweede kilometer! Nog 6 keer harder, aj! Mijn hartslag was lager geworden, naar 145 slagen per minuut. Ik wilde ongeveer hetzelfde tempo aanhouden, maar dat lukte me niet. De weg was lekker recht en ik rende de derde kilometer al 30 seconden sneller: 5:28. Ongeveer 11 kilometer per uur bij een hartslag van 151 en ik had niet het idee dat ik te hard ging! Het voelde nog niet aan als het hoge tempo wat het wel was. De schrik zat er voor de volgende kilometers wel in.
Ik was blij het bos niet gekozen te hebben, want dat is blijkbaar de trimplek op zondagochtend voor de Belg van middelbare leeftijd. Ik ging wel harder lopen en moest daarvoor iets meer moeite gaan doen. Ik was pas op de helft bij de vierde kilometer en ging al 11,8 kilometer per uur. Ik liep het dorpje in wat ik wilde bereiken en keek mijn ogen uit naar het sportcentrum. De tijd van 5:05 maakte dat ik voor de vijfde kilometer echt aan de bak moest! Dom van me! Maar ik ging de uitdaging aan. Mijn hartslag ging omhoog naar 161 en ik kwam op het pleintje waar ik om moest keren. Het tempo ging door naar boven de 12 kilometer per uur. De vijfde kilometertijd die ik moest onthouden en zien te evenaren was 4:51!
Daar liep ik op de weg die ik speciaal had uitgezocht omdat ik moest denken aan de Hobbits: ik liep op de weg naar Bree, maar het was meer asfalt en minder bossig als ik het me in het boek had voorgesteld. 🙂
Ik moest inhouden voor een rotonde met verkeer en onder andere daardoor was de zesde kilometer langzamer, maar nog altijd onder de 5 minuten. In 4:57. Het was ook vermoeiend voor me om het hoge tempo zo lang vol te houden. ‘Ach’, dacht ik, ‘Als ik snel ga, ben ik ook mooi eerder klaar!’ De zevende kilometer hoefde dus niet nóg harder, als het maar onder de vijf zat en liever nog onder de 4:57.

Het was hard werken en goed kijken naar de meubelwinkel waar het lijkt of je ook asperges kunt ophalen. Het bos was gelukkig wel erg mooi en Hobbit-waardig met de schattige kleine bloemetjes.
Ik zette hard door en de zevende en voorlaatste kilometer ging weer in 4:51. Terug bij de tijd van de vijfde kilometer, maar nu met een hogere hartslag van 165. Nog 1 kilometer en ik besloot gewoon zo hard mogelijk naar het tankstation te rennen waar ik af moest slaan en wat ik kende van de heenreis.
Het tempo lag op ongeveer 12,5 kilometer per uur. Dat is behoorlijk snel en mijn hart moest dan ook even hard werken! Ik was nog 2 seconden sneller en toen het horloge de kilometertijd 4:49 doorgaf met een piepje, sloeg ik net af langs het tankstation.
Als ik het niet helemaal haal, moet ik een extra kilometer voor elke keer dat het niet gelukt is. Dus ik moest nog een kilometer uitlopen: lekker langzaam! Die was ook een beetje ingecalculeerd omdat ik natuurlijk nog terug moest naar het bungalowpark! Het tempo zakte ernstig af  (tot onder de 9 km per uur), ook omdat ik nogal graag per direct een toilet langs de weg had gevonden! Ik liep tot aan de receptie terug en schoot de WC in!
De laatste kilometer hobbelde ik lekker door het park terug.

Kijkend naar alle kinderwagens die eindelijk ook op pad gingen.
Ik had 10 kilometer gelopen in 58 minuten en 14 seconden, 2 kilometer daarvan waren uitlopen.
Het gemiddelde is 10.3 kilometer per uur (5:49) en ook dat is niet verkeerd voor een zondagochtendje in Belgie!
Het deed me goed om te merken dat goed eten en een hele dag rust goed voor me is en ervoor zorgt dat ik een hoger tempo aankan als ik ooit voor mogelijk had gehouden.
Het weektotaal komt op ruim 60 kilometer uit. Dat is zonder de wandeling, alleen hardlopen telt mee. Voor de wedstrijd van volgende week is het nu zaak om rustiger aan te gaan doen.
Dat ik de oude schoenen aan heb gehad (de witte waren nog doornat van vrijdag) was aan mijn voeten ‘s avonds te voelen! De rechtervoet voelt wat stijf. Ik heb ook last van een flinke blauwe plek op mijn heup, die ik op een waterglijbaan heb opgelopen. Niets om echt last van te hebben!
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hardlopen in België