Afgebroken… Opgegeven…

Ik zag er tegenop, 14 vierhondertjes. Maar goed: de weegschaal werkte goed mee en ik hoeft nog minder mee te sjouwen vandaag. Maar goed: het was mooi weer en de korte kleding kon best aan. Maar goed: het stond op mijn horloge en ik ging het toch maar mooi wel doen. Maar goed: ik at twee boterhammen met honing. En ik had support van mijn loopmaatje. We gingen lekker op tijd en gezien de training van woensdag kan ik best een aantal keer het tempo flink opvoeren. Ik ging op de één of andere manier uit van 15 vierhondertjes.
Inlopen via de bakker om brood te bestellen. Het ging niet op een hoog tempo (9 km per uur), maar snel genoeg om het lekker warm te krijgen. Mijn hartslagmeter zat niet erg lekker vandaag. Toen we langs het spoor gingen lopen, bedacht ik nog dat het niet de slimste route was met alle bruggen die we over moesten. Omhoog! 😐 De eerste zette ik meteen hoog in en ik liep lekker hard. Dat ging ook goed. Mijn horloge piepte deze keer dat ik langzamer-langzamer moest. Ik had zelfs tijd om op mijn horloge te kijken! Ik constateerde dat mijn horloge elke 100 meter aangeeft of ik harder of zachter moet.
De tweede ging een keer over de houtjes van de brug. Ook op  hoog tempo. En dan bedoel ik 14 km per uur. “Langzamer-langzamer” Maar niks hoor, ik wilde niet langzamer. Bij de derde ging het eigenlijk mis, maar die ging superhard. Omhoog, de brug op. In de zon. Er fietste een meisje en ik wilde haar bijhouden. Dat dat niet lukte vond ik niet zo leuk, maar het hield het tempo wel extreem hoog. Dat gevoel had ik overigens niet.

Dit is het tabel van de tijden: vierhondertje 1 in 1:44.9 (400 meter) met een gemiddeld tempo van 4:22 per kilometer. (13,75 km/uur) Dan 1 minuut en 50 seconden rust. Vierhondertje twee in 1:42.1 met een gemiddelde tijd van 4:15. (dat is 14,12 km/uur) Weer 1minuut en 50 seconden rust en vierhondertje drie in 1:45.3 met een gemiddelde snelheid van 4:23 per kilometer.


Net voor de vierde ging het mis. Steken in mijn rechterzij. AUW. Erg pijnlijk! Dat heb ik nog nooit gehad. Het voelt als een verkrampte spier. Het vierde vierhondertje laat ik voorbij gaan: ik moet  even lopen.

Wat zijn de oorzaken van pijnklachten in de zij?

Zware fysieke inspanning bij het sporten
Iedereen die aan sport doet, heeft ooit wel eens last gehad van pijn in de zij. In dat geval gaat het om een signaal van je lichaam dat je over je limiet gegaan bent. Door de fysieke inspanning kan het middenrif te kampen hebben met een kramp. Als dit gepaard gaat met een zuurstoftekort en vermoeidheid kan dit je een erg vervelende, stekende pijn bezorgen.”        (bron: http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/114004-pijn-in-de-zij-oorzaken-en-tips-bij-pijnklachten-in-de-zij.html)

In de rust zetten we het weer op een rustig lopen. Ik bedenk dat we deze dan maar in moeten halen aan het einde. Dan worden het er toch vijftien!
Bij de vijfde lijken de problemen weer voorbij en kan ik weer tamelijk moeiteloos de 13 km/uur overschrijden. Mijn gevoel spreekt het tempo tegen. Inmiddels ben ik blij dat ik zomerse kleding aan heb!  De zesde gaat keurig in het juiste tempo en in 1:49 halen we de 400 meter. Mijn horloge piept daar niet eens voor! De zevende gaat eerst naar beneden, dan omhoog en dan hard naar beneden. Vanaf nu gaat het tempo wederom omhoog en loopt tegen de 14 km/uur.
De weg is opgebroken en de achtste vergt daardoor wat bochtenwerk, aanpassing van de ondergrond en die gaat langzamer. We naderen het volgende station. Mijn zij blijft wat doorzeuren de hele tijd, maar aan de rest merk ik dat ik het tempo niet te hoog vind liggen. Paslengte is goed, geen last van spieren of motivatieproblemen. Daar denkt mijn lijf anders over en mijn middenrif geeft het signaal af dat het klaar is. AUW. AUW. AUW. AUW.
Ik moet gaan wandelen. Ik besluit de training op te geven en ik wil graag rustig verder rennen tot het laatste station en dan teruggaan. Ik vind het niet leuk voor mijn medeloper, maar ik vind het nog veel minder leuk voor mezelf eigenlijk. Ik schaam me, want ik ben niet iemand die opgeeft. Ik baal ervan. En dat is zacht uitgedrukt. We gaan langzaam hardlopen, maar ook dat is erg pijnlijk. Ik moet op het eerstvolgende station de trein terug gaan nemen. Het stemt me op zijn zachtst gezegd verdrietig. 🙁 Volgens mijn medeloper ‘is er niks aan de hand’ en ‘kan het gebeuren’ en ‘vergaat de wereld niet’, maar mijn gevoel beaamt dat niet bepaald! Ik ben ook kwaad op mezelf: toch weer te hard begonnen! Maar het ging zo lekker! En waarom mag ik niet ook één keer opgeven van mezelf? Dit is de eerste keer in het jaar dat ík dat moet doen. Ik voel me een loser en ik heb nog pijn ook. De trein laat niet lang op zich wachten – de pijn neemt af en dan zijn de korte kleren ineens wel wat koel.
Zittend in de trein gaat het al gauw beter. We besluiten maar twee stations terug te reizen en vanaf daar in rustig tempo terug te lopen via de bakker waar het brood ligt te wachten. We lopen niet al te snel, circa 9 á 9,5 kilometer per uur. Het gaat best, maar de pijn zeurt een beetje door. Ik besluit me er niks van aan te trekken en wil graag door het zonnetje blijven lopen. Ik baal er al wat minder van, maar vind het wel rottig. ‘Loser‘ blijft er door mijn hoofd spoken. Ik kan slecht tegen opgeven.

Als we het brood ophalen en erbij een eierkoek en een bossche bol (niet voor mij hoor 😉 ) zijn we 12 kilometer onderweg. Ik heb met mijn wandelsessies het gemiddelde omlaag gehaald naar 6min23 per kilometer – dat is 9,4 kilometer per uur. De hartslag is navenant laat: gemiddeld 144 hartslagen per minuut. We wandelen op een hoog tempo met het brood terug naar huis.

Ik ben voornamelijk kwaad, omdat ik het gevoel had dat het zo lekker ging! GRMBL. Later scheld ik nog even in mijn uppie hardop en schop een keer tegen de was. Dat helpt niet, maar het reageert wel even lekker af. Daarna accepteer ik het maar. Node.
Soms zit het mee, soms zit het tegen. 
De zeven vierhondertjes die gelukt zijn, gingen dan ook op een HOOG tempo: gemiddeld 1:47 per 400  meter, dat is 13,5 kilometer per uur. Ik kan het dus wél, alleen moet ik mijn lichaam nog even iets meer tijd geven om ook mee te doen. Dat is nieuw voor mij. Meestal geeft mijn hoofd het eerder op.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Afgebroken… Opgegeven…

De trainer en zijn kaartspel

Het was heerlijk om te gaan trainen: lekker licht, ik had genoeg boontjes gegeten, mijn huis was opgeruimd en voorjaars-schoon en ik had er zin in! De kwebbel- en giebelbende was er niet, mijn vriendin was er wel en mijn favoriete trainer was ook present: dus om 8 uur konden we vrolijk van start. Inlopen op een lekker tempo van 9,5 km p/uur (6:17) en bijkletsen! Mijn hartslag blijft dan ook heel laag, rond de 130. We liepen vervaarlijk op de zandgronden af voor een zwaar parcours…
Eerst deden we naast het zand wat loopscholing. Erg sierlijk was het niet deze keer. Dan is het jammer dat het nog zo licht is 🙂 Drie keer op en neer met een skippnig, dan twee keer skippen met 1 voet en 1 keer skippen met voet om en om; ik hou er niet zo van, zeker omdat ik het gevoel heb niet vooruit te gaan en te willen gaan lopen. Al begrijp ik wel waar het goed voor is. Toen mochten we eindelijk het zand op hoor. Eerst moest een maatje je tegenhouden: altijd lachen! Daarna moesten we door het zand korte sprintjes maken, dat vind ik niet zo erg, maar we moesten ook 3 keer op de balk opdrukken (10keer opdrukken) en dat vind ik niet zo mijn ding. Voor de romp stabiliteit.
 Zo ziet zo’n loopscholingstekeningentje er dan uit. Op en neer en dat veel keer.
Daarna renden we langs de lantaarnpalen: eerst 1 hard – 1 zacht, dan 2 hard – 1 zacht, dan 3 hard – 1 zacht en zo tot aan de busbaan in de verre verte. We kwamen tot 7 lantaarnpalen hard! (en nog 3 bonus tot de busbaan) Ik liep vooraan zo hard mogelijk mee en ik vond het leuk om te zien dat ze eigenlijk 1 voor 1 afvielen, die mannen… Er liep er nog 1 voor me naast de trainer. Het tempo ging dan ook flink omhoog en ik haalde bij de laatste 7 lantaarnpalen 14,5 km/uur. (4:08)
Ik vond het altijd zo oneerlijk dat de eersten op mij moesten wachten als ik vorig jaar een beetje achteraan binnen kwam. Dat zijn de mensen die hun rust nodig hebben, dacht ik dan altijd maar, terwijl ik dat ook nodig heb en er minder tijd voor krijg! Nu baal ik er ervan dat ik moet wachten, want ik wil lopen-lopen-lopen. We werden in tweetallen gedeeld en ik moest met de man voor me mee.
We stonden op een kruispunt langs een busbaan: als je de busbaan overstak, had je 1 kant op altijd rust (naar het zuiden toe). Toen trok de trainer zijn kaartspel! Ik ben dol op die oefening: als je een 1 of 2 krijgt ga je één of twee lantaarnpalen naar het oosten, trekt hij drie of vier voor je dan ga je drie of vier lantaarnpalen naar het westen de brug op, en bij vijf of zes ga je dat aantal lantaarnpalen naar het noorden. Dat doe je op hoog tempo heen en terug, met de ander van het tweetal (hij had ze op gelijk tempo ingedeeld). Na elke kaart mocht je naar het zuiden toe op en neer rustig lopen. Wie het eerste alles compleet had óf zolang de trainer zin had! Het werd donker en de lantaarnpalen gingen aan, allemaal behalve de derde brug op -gemakkelijk te onthouden.

Je krijgt altijd zo'n raar, krasserig effectje van dat op en neer lopen!

Je krijgt altijd zo'n raar, krasserig effectje van dat op en neer lopen!


We begonnen met een sprintje van twee lantaarnpalen: makkie. Rusttijd was kwebbeltijd, want ik ben reuze nieuwsgierig hoe andere mensen hun looppassie indelen. Vier lantaarnpalen en wij waren nog helemaal fris: 16 km per uur brug op en af. Tralalalala. 5 Lantaarnpalen: 15 km per uur. Dat is wel net iets verder dan. Nog een keer twee: 16,3 km per uur. Snel, want ik hoor graag van mijn looppartner hoe lang hij al loopt en wat hij bij de ACR gaat doen. 4 Lantaarnpalen deze keer en die vielen me zwaar, zo even de brug omhoog; ‘slechts’ 14,6 km per uur. Maar ik laat me niet kennen! 6 Lantaarnpalen en het tempo kan weer omhoog: ruim 15 km per uur. Het is donker geworden. Ik wil de 1 lantaarnpaal graag, of de joker die we dan voor de 1 inzetten. Maar nee, nog een keer de 6. Ik moest wachten voor een fietser, dus die ging ietsje minder hard, maar nog altijd op 14 km per uur. Nog maar een keer drie lantaarnpalen brug op: ik geniet van de tegenwind! Heerlijk!  (14,6 km per uur) De laatste (hopen op één, één, één), maar helaas: nog een keer zes. We zetten iets langzamer in (13,3 km per uur), maar als ik merk dat we nog kletsen en de rest al wacht op de kruising, zet ik het laatste stukje hard aan om de dames voor ons nog even in te halen en loopt het tempo op tot 19 km per uur! Leuk!
Toen gingen we weer uitlopen en in mijn geval: uithoren! Deze meneer was door het lopen (onder andere) uit zijn burn-out gekomen en dat kan ik me goed voorstellen, want je krijgt er meer energie van dan van stil op de bank zitten. Ik was dan ook helemaal energiek en voor mijn gevoel was de training te snel afgelopen! Ik had ook maar nauwlijks 10 kilometer gelopen. Mijn gemiddelde hartslag lag op 141, hoewel er wel een uitschieter tussen zat naar 176 (toen ik nog een keer versnelde naar 19 km per uur).
Deze grafiek  van de hartslag laat de intervallen erg mooi zien en de verschillen tussen hard en zacht lopen.
Ik vond het een fijne training!
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De trainer en zijn kaartspel

De Lange Duurloop met felle tegenwind, hagel en een heerlijk zonnetje.

Voor als je vandaag niet buiten bent geweest – het waaide hard! windkracht 5 ongeveer.
Voor als je vandaag niet naar buiten hebt gekeken – er kwamen een paar flinke buien omlaag, soms voorzien van hagel!
Voor als je een hardloper bent – er bestaat geen slecht weer, maar getuige de anderen die ik heb gezien vandaag (1 heel in de verte) waren er weiningen die er zo over dachten.
Voor als je een hardloper bent met een vrije middag -net als ik- dan gá je gewoon! Regenjas aan, telefoon in waterdichte hoes en op! de polder in.

Het plan was om naar de torens te gaan die in de verte staan. Het zou een flinke afstand worden, maar die wilde ik rustig af gaan leggen. Ik had drie uur de tijd en was op alles voorbereid: tegenwind op de terugweg en een flinke bui zou er in die drie uur ook wel vallen. Omdat ik alleen was, kon ik stoppen wanneer ik wilde om een foto te maken. Ik zette de muziek aan.
Eerst onder de bloesems door die uitgebloesemd zijn. Dan over het brugje en onder de snelweg door. De eerste keer onder de snelweg door! Ik had wind mee op de heenweg en besloot energie te sparen voor de route terug. Ik ging niet snel en mijn hartslag lag na 5 kilometer gemiddeld op 138! Wat een overwinning. Die 5 kilometer kostte me wel iets meer dan een half uur, maar ik had de tijd en wilde niet te snel beginnen.
Na de zevende kilometer verwaaide het plan. De weg voor me uit naar de torens was precies vandaag opengebroken! Linksaf liep de weg dood, dus ik sloeg rechtsaf.
Dat vergde een aanpassing! Ten eerste in de route: dan maar richting de andere snelweg. Ten tweede had ik ineens de wind vol tegen. Alsof dat niet genoeg was, begon het te druppelen. En de druppels werden groter. Ik weet nu dat hagel echt een flinke inslag geeft op de huid. Wat doe je bij een driedubbele tegenslag? Grinniken en denken: dan maar allemaal tegelijk en ik ga gewoon dóór! met 1 kleine aanpassing: ik ga om de grote plas heen en zie wel waar ik uit kom en hoe ver de route me nu voert.
Het hield op met regenen terwijl de zon scheen en ik kwam bij een tunneltje onder de snelweg door waar ik al heel lang eens onderdoor wilde. Tijd voor een fotootje!
       
Ik was blij even uit de wind te zijn en nam lekker de tijd 🙂
Het viel me op dat de wind zo heftig was, dat er golfjes op het water kwamen!
Ik nam het tempo weer moeiteloos op en ging verder tegen de wind in, luisterend naar Coldplay. Ik had besloten van elke stap te genieten en dat heb ik ook gewoon gedaan.
Dan valt de wind mee, dan is deze nieuwe route een aangename verrassing, dan is een vertraging in de tiende kilometer om van de golfjes te genieten niet erg. Ik had over tien kilometer iets meer dan een uur gedaan en de hartslag bleef onder de 140 liggen.
Toen kwam ik een fietspad tegen wat niet direct mijn richting op ging – sterker nog: ik wist niet welke richting het opging, maar het zag er aanlokkelijk uit:
Dus ik ging er voor. Ik dacht: anders kom ik bij een bushalte uit.
De wind werd minder en het bos was recht. De zon is heerlijk fel en maakt een prachtig schouwspel van het berkenbos. Er vliegt een roofvogel vlak voor me langs. Het genieten was helemaal niet moeilijk! Gewoon gestaag doorgaan en zo zag ik huizen waar ik het bestaan niet van wist. En wat ik al tijden voor een crematorium aanzag, bleek een golfveld te zijn 😉
Ik kwam bij de vaart en zag in de verte een boot. Ik ging me erop verheugen straks door het bos te lopen een eind verderop. Ik weet nog dat ik hier een paar maanden geleden van de brug waar ik nu onderdoor ga af kwam en dat ik toen na 14 kilometer doodmoe was. Nu zit ik even ver en ik ben nog lang niet moe! Ik verbaas me over de vliegtuigen die laag moeten rondcirkelen in de wind. Ik verbaas me erover dat ik het nu weer heet heb in mijn zwarte broek. En ik verbaas me erover dat ik voor de derde keer onder een snelweg doorga en hoever ik van de oorspronkelijke route ben afgedwaald!
Ik ga het zandpad op langs de snelweg. Neem nog maar een tabletje en bedenk of ik door het bos zal gaan langs de manege of over de het slingerende asfaltpad. ik besluit er een combi van te maken. Na 18 kilometer bedenk ik dat ik nog twee dingen moet doen: de hartslag moet op ongeveer 140 komen te liggen en ik moet kijken of ik nog harder kan. Ik besluit beide meteen aan te pakken, nu er weinig wind is. Het lukt moeiteloos. De achtiende en negentiende kilometer komen zelfs onder de 6:00 minuten uit per kilometer! Helaas vang ik in de twintigste kilometer de wind vol van voren en hou ik het hoge tempo niet vol. Ik sta zelfs even zowat stil door een enorme windvlaag die me tegenhoudt! Ik kies snel het pad tussen de bomen door!
Het slingerende asfaltpad gemaakt voor rollerskates is het laatste stuk wat ik wil volgen. Breed lachend loop ik tussen de prachtige narcissen door. Ik ga kijken tot hoever ik dit pad nog volg, maar als ik langs het station kom, kleurt de lucht behoorlijk donker.
 Ga ik nu ik vlak bij huis ben, het noodlot tarten?
Ik ben 2 uur en 20 minuten onderweg, net als vorige week en ook de afstand is precies gelijk met 22 kilometer. Ga ik door voor de 23 kilometer?
Ik probeer het nog wel even, maar vlak bij de busbaan, op 200 meter van huis, beginnen de hagelstenen me te bombarderen. Het is mooi geweest.
Heel tevreden over dit avontuur stap ik binnen. De route was verrassend en niet star. Het weer was een uitdaging die ik overwonnen heb. Ik heb veel mooie dingen gezien en ik heb echt van alles genoten! Het gemiddelde tempo lag op 9,5 kilometer per uur; maar het voelde helemaal niet aan als snel. Ik had het idee dat we vorige week samen sneller liepen, maar dat is niet zo. De gemiddelde hartslag ligt op 140 en als ik een kwartier thuis ben en ik even netjes (al telefonerend) gestreched heb, is de hartslag alweer gedaald naar 64.
Als er dan toch 1 dingetje is waar ik over zou moeten klagen: wat schreef ik gisteren ook weer op? Deze week ga ik het anders doen? Niet zoveel kilometers maken?! DUH, AHUM, dit was geen goed begin! Maar Hé: als alle kilometers zo plezierig zijn, wil ik er wel 100 maken in een week!

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Lange Duurloop met felle tegenwind, hagel en een heerlijk zonnetje.

Twaalf vierhondertjes in een week die rustiger had gemoeten.

Voor een wedstrijd van 10 kilometer staat ongeveer een week tot twee weken rust. Die regel in het handboek heb ik overgeslagen geloof ik.
Waarschijnlijk was dat de reden dat ik woensdag niet zo goed mee kon; ik was ‘even’ vergeten dat ik twee dagen daarvoor mijn Persoonlijk Record met twee minuten had verbeterd! Met de overgang van maart naar april, heb ik het woord ‘rust’ ook maar meteen laten overgaan blijkbaar.
Gister had ik spierpijn. Dat was lang geleden zeg! Blijkbaar worden mijn benen ook moe van 22 kilometer. Vandaag was het weer over. Dus vind ik dat ik gewoon door kan gaan met het trainingsschema. En er stonden slechts 12 vierhondertjes op het programma. Ik heb het de hele dag tot na het avondeten uitgesteld en van lekkere zelfgebakken wafels en frietjes genoten.
Toen het nog net licht was, trok ik de hardloopschoenen aan en ging ervoor! Eerst lekker rustig inlopen en genieten van alle ontluikende bladeren. Ik hield de hartslag mooi laag en gaandeweg kon het tempo toch omhoog. Een gemiddelde hartslag van 140 bij 9,7 kilometer per uur en dat 3 kilometers lang is tegenwoordig prima te doen.
Toen ik de route opdraaide, viel de wind me behoorlijk tegen: hij kwam me tegemoet en trok nog best aan. Ik ging de vierhondertjes aan het aftellen, maar ik vond het niet gemakkelijk om te versnellen naar 13 km/uur. Het ging de derde keer al ietsje minder, maar dat kwam omdat ik niet snel kon starten. Bij de vierde werd het langzaam aan donkerder. Ik was blij het hobbelige fietspad in het licht te doen.
De vijfde ging lekker snel, omdat ik een meneer in wilde halen, die al over de brug was. Bij de zesde bedacht ik wat ik hierboven heb opgeschreven: dat ik in de week na een wedstrijd rustiger aan had moeten doen. Dus die werd ook rustiger. Ik blijk op dat stukje straat niet vooruit te komen! De meneer voor me haalde ik in, maar bij de rust haalde hij mij weer in. Net zolang tot hij afsloeg.
Ik besloot 10 vierhondertjes te lopen en toen was de druk er af. Joh, dacht ik bij mezelf, dan doe ik ze iets rustiger. (ik weet dan dat ik er toch wel twaalf doe, maar dat hoeft dan niet meer persé van mezelf) Ik ging op mijn loophouding letten en op het feit dat het steeds donkerder werd. Ik hield op met tellen of ik het zou halen. Of het daardoor kwam, of doordat ik uit de wind draaide: het werd een stuk gemakkelijker. Dan maar een paar seconden verval. Zo waren de 7de, 8ste en negende snel voorbij. Ik besloot het brugje over te slaan. Inmiddels was het echt donker geworden. Mijn telefoon meldde de tien kilometer weer eens ruim binnen het uur.
Omdat de tiende de laatste kon zijn, ging die lekker net zo hard als de eerste! Dat was de reden om gewoon de elfde ook te doen. Die was dan weer iets langzamer omdat het voetpad oneffen was en de weg niet bekend. Vlak voor de twaalfde zag en hoorde ik in de verte vuurwerk. De twaalfde besloot ik gewoon nog alles te geven. Dus was die weer net zo snel als de eerste twee. 🙂
Je krijgt altijd zo’n leuk golvend grafiekje met het tempo en de hartslag. Hoog – laag – hoog – laag. De gemiddelde hartslag kwam op een keurig nette 146 uit en het gemiddelde tempo op 5:56 – 5:59 (tussen de 10 en 10.1 km/u) Mijn telefoon is altijd wat optimistischer qua afstand en tempo. Ik weet nog steeds niet of ik de Garmin of de telefoon moet geloven!


Daarna rende ik lekker rustig naar huis terug. Lage hartslag, laag tempo. Ik moest naar de toilet en de frietjes zaten best een beetje dwars (al een tijdje), maar ik wilde graag het rondje volmaken.
13 Kilometer later stond ik weer voor de voordeur. En toen kwam het: een weektotaal in de week ná een tien-kilometerwedstrijd van 60 kilometer in de week, líjkt natuurlijk niet eens in de verte op rustig herstellen. Ook al zijn daarvan (maar liefst) 5 kilometer in een heel rustig tempo gegaan.
Volgende week ga ik iets anders indelen, omdat het me niet eenvoudig valt om interval trainingen achter elkaar te doen. Maar dat zou ook aan de afgelopen week hebben kunnen liggen….. Misschien….
Die 3500 calorieen betekenen dat ik al hardlopend weer een halve kilo vet ben kwijtgeraakt. Dat kan wel kloppen, want ik ben deze week weer afgevallen.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Twaalf vierhondertjes in een week die rustiger had gemoeten.

"Even de beentjes strekken"

Van het langzaam lopen gisteren kreeg ik….. spierpijn! In mijn billen! Dus dat werd even doorbijten vandaag, want er staat een lekkere lange, rustige duurloop op het programma. Even voor negen uur zaten we in de trein, mijn loopmaatje en ik. Het was heerlijk bewolkt weer. Op naar het station aan de andere kant van de stad. Er was amper wind vandaag, dus de ideale dag voor een hele, hele lange loop op de dijk om de stad heen. De conducteur zag ons zitten en merkte op: “Gaan jullie even de beentjes strekken?” Haha, de arme man had geen idee dat we van plan waren dat voor zo’n twintig kilometer te gaan doen!
We zagen de beginflats in de verte al. Dus konden de spieren en de beentjes aan het werk. De flats staan aan het begin van de dijk. Deze dijk loopt de hele polder langs en stond ook mooi op mijn wishlist: De Oostvaardersdijk. Het was zaak het tempo laag te houden. Hard hoefde niet vandaag, mocht zelfs niet! Het tempo moest tussen de 6:10-6:57 per kilometer liggen. Circa 9 kilometer per uur. De eerste kilometers voelde het vreselijk langzaam aan! Alsof ik niet vooruit kwam! En dat waren met 6:07 en 6:04 nog de snelste kilometers van de dag ook!
Eenmaal op de dijk ging het rustig zijn gangetje. We kwamen langs een mooi bouwwerk waar ze aan het baggeren waren en wat we uitgebreid bekeken. In de verte de strekdam van Amsterdam, voor ons uit de windmolens. Het lijkt allemaal ver weg, maar we houden het tempo gestaag aan zo rond de 6:30 (9,2 km/u). Daarbij hebben we alle tijd om te kletsen over werk, over Vincent, over de plannen voor het weekend.
Al snel zijn we alweer bij de windmolens. Ik heb de hele route eigenlijk ruzie gehad met mijn waterbelt. Dat rammelding wil maar niet goed zitten. Om de vijf kilometer neem ik netjes een tabletje, maar ik ben helemaal niet bezig met hoe ver we zijn of hoe hard we gaan. Ik let er alleen maar op dat we niet te hard of te zacht (kleine kans) gaan. Het uitzicht blijft: links water, rechts uitgelijnde bossen. Het weer blijft: bewolkt en zonder een zuchtje wind. De hartslag blijft rond de 140 hangen.
Na een kilometertje of acht worden de vliegjes werkelijk vervelend, maar een keer oversteken verhelpt dat. We zien twee andere dappere lopers ons tegemoet komen en 1 iemand met een hondje. We kletsen over het begin van het hardlopen, over reizen van vroeger en de beentjes blijven hun rondjes draaien.
We denken 1 keer aan afsteken, maar dan zijn de vliegjes weg en lopen we weer op de dijk met links water en rechts het plassengebied. We gaan het fietspad niet af. Al snel ligt het gemaal in de verte. Dan heb ik het gevoel dat we op bekend terrein komen en dat ik nog weet hoe ver het is. Er vallen al met al 7 regendruppels, maar het zet gelukkig niet door.
We stoppen onderweg niet 1 keer: niet om over te steken, niet voor een open brug, niet om te drinken. Uren aan één stuk ‘strekken’ we die beentjes. Al die kilometers gaan we maar door en door. We blijven zo lang mogelijk op de dijk: zó, dat we het verre fietspad nemen voor we richting de plassen inslaan. Na 16 kilometer verlaten we de dijk.
 We rennen de Oostvaardersplassen in en dan zien we het hek langs de plassen open staan. Normaal zou het voor het wild gesloten moeten zijn, maar ze zijn aan het graven. De mannen bij de graafmachine zeggen niks en we mogen door het mooie gebied lopen! Ik geniet van alle geuren en laat onmiddelijk het plan varen om de laatste drie kilometer harder te gaan lopen. Hier moet van genoten worden! We komen niemand tegen, maar twijfelen enorm over het hek aan de andere kant. We nemen een shortcut en er is een man met fototoestel die ons erop wijst dat we daar niet mogen komen. Aan onze kant stond geen bord! Jammer dat we om hem te woord te staan een seconde of 30 stil staan. Daardoor doen we over kilometer 20 het langst: 6:49. We lopen over de brug terug naar huis en gaan door het park.
Na 22 kilometer ben ik weer thuis. We hebben er 2 uur en twintig minuten over gedaan. Het gemiddelde tempo was 6:20 (9,5 kilometer per uur). De gemiddelde hartslag ligt op 143.
Allemaal keurig netjes en heerlijk De Beentjes Gestrekt.

Categories: Uncategorized | Comments Off on "Even de beentjes strekken"

Nieuw record!

Terwijl de kinderen op de atletiek zaten, gingen mijn vriendin en ik voor een klein rondje lopen. Mijn vriendin is net begonnen met het programma van Evy, ze is bij les 4. Het was warm, dus ik kon lekker in korte broek en t-shirt mee! Evy is een beginnerscursus, waarbij je afwisselend hardloopt en wandelt. De hardlooptijd wordt steeds meer uitgebreid tot je vijf kilometer kunt lopen. Ondertussen zoekt Evy de muziek voor je uit en moedigt ze je aan. Zij vertelt op de iphone wanneer je gaat hardlopen en weer mag wandelen. Zo zijn honderdduizenden hardlopers begonnen! En ik ook, 3 jaar geleden. Het was voor mij dus heel bekend qua muziekje en echt leuk om terug te horen! En die drie minuten hardlopen is voor mij een heeeeeeel laag tempo! (sorry dappere vriendin!)
Bij de derde drie minuten mocht ik van mijn vriendinnetje op mijn eigen tempo gaan hardlopen. Dan schiet mijn tempo omhoog naar 12/13 kilometer per uur! Na drie minuten moest ik terugdribbelen naar haar (nog altijd op 10,5 km/u) en toen kon ik me niet meer inhouden: ik had mijn sportkleren aan, mijn horloge om, het was goed weer… Ik MOEST even zelf een stukje rennen.
Dus liep ik dezelfde 2,5 kilometer nog een keer. De eerste keer – met wandelpauzes- duurde het rondje 22 minuten; toen ik alleen ging (en voor mijn gevoel heel langzaam!) deed ik er 11 minuten over. Ik had het gevoel weer even buiten gespeeld te hebben.
En wat is het nieuwe record dan? Vijf kilometer in veertig minuten! Dat zijn tijden die ik in drie jaar niet meer gelopen heb! Heerlijk, wat een rust!
Ja, in 2012 (tweeduizendtwaalf) begon ik ook zo op de vijf kilometer. Met Veertig minuten! Niks ergs aan dus, want Lieve Vriendin: over drie jaar kan ik jouw ook niet meer bijhouden! Bedankt meid, voor dit lesje nederigheid.
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on Nieuw record!

Een 'slechte' training

Was ik te warm gekleed met mijn lange broek en lange mouwen? Of was ik nog moe van de training van gisteren en de wedstrijd? Was het gewoon het moment? Of startte ik weer eens te snel in de training? Het zou ook te weinig eten of drinken kunnen zijn. Tja, excuses te over; maar ik heb deze keer niet goed getraind.
Het lag in elk geval niet aan de trainster, die houdt de moed er wel in. Het lag ook niet aan het tijdstip, want wat is het heerlijk om gewoon in het licht en de schemering te lopen! Het lag niet aan de kracht, want mijn beentjes willen echt wel. Het lag zelfs niet aan de opdrachten, want we hoefden hooguit twee minuten door te lopen en tussendoor stonden we zelfs stil.
Nee, het lag aan mezelf. Helemaal aan mij. Ik had halverwege de training geen zin meer en ik ging er niet meer voor. Dus liep ik aan het einde helemáál niet meer zo hard als aan het begin. En dat neem ik mij erg kwalijk, waardoor het geen leuke training was.
Bij het inlopen gingen we al versnellen. Moeiteloos. Ik heb geen extra adem nodig. Ik loop hard vooruit. En als we langzaam gaan, loop ik weer achteraan. Het was een lesje niet te snel beginnen. Nou, in dat geval ben ik glansrijk geslaagd! Hoe vaak moet ik die les nog leren?!
We gingen oefeningen doen; dat beviel me niet zo goed. Ik ben altijd bang dat ik dan van tevoren mijn enkels en knieen al teveel belast! Oh! Dat excuus had ik nog niet aangevoerd…. Misschien was dat het wel… 😉
We gingen elke keer 30 seconden / 1 minuut /anderhalve minuut /twee minuten op hoog tempo lopen en dan terugdribbelen naar het startpunt en nog een keer zo hard lopen en dan tot hetzelfde punt komen. De eerste 30 seconden waren een makkie: ik ging wel 14 kilometer per uur. Beetje overdreven ook wel. Ook een minuut brug op haalde ik dat tempo! Maar dat vergde al wel iets meer. Er liep een man mee en ik kon nog moeiteloos versnellen. Haha, moest ik de tweede keer ook even ver komen.
Ik was liever in het hoge tempo doorgegaan. Elke keer weer rustig terug dribbelen en soms zelfs even lopen, was niks voor mij. Ik begon het vervelend te vinden en daardoor verloor ik de grip en het overzicht. Het werd donker om ons heen. Ik wilde het juist eens andersom proberen en expres te hard starten. Dat viel inderdaad minder goed. Wellicht had ik die test lekker achterwege moeten laten!
In elk geval ging ik heus hard, want in de anderhalve minuut lag het tempo nog steeds op 13 kilometer per uur. En toen ging mijn hoofd zich ermee bemoeien: “ik heb geen zin meer”. “Waarom doe ik dit?” “Ik heb meer zin om lekker op de bank te zitten”. “Laat de rest lekker voorgaan, dit is geen wedstrijd”.  “Je bent nog moe van gisteren en van het weekend”. En bij de twee minuten heb ik mijn hoofd laten winnen…..
Ik ging nog altijd 13 kilometer per uur, maar hoefde niet meer iets extra’s te geven. Bij de herhaling was ik er gewoon klaar mee. Ik deed mijn best niet meer. En de grap is: toen liep ik harder! Ik was van plan om het laatste stukje echt te versnellen en die belofte hield ik mezelf aan: eventjes 15 kilometer per uur aantikken!
Er was politie en dat vond ik interessanter dan lopen. Het was intussen donker en ik wilde terug naar de informatie-avond over energiesystemen. Het stuk uitdribbelen pakte ik lekker mijn eigen tempo – even weg van de rest en dan ga ik gewoon alsnog 11 kilometer per uur. Dat bevalt mij tien keer beter als wandelen en sloom uitlopen.Ik kom snel weer op adem. We gingen versneld de piramide terug lopen: dus anderhalve minuut hard, een minuut hard en nog 30 seconden hard.  Ik deed niet meer mee. Ik geef het eerlijk toe, sorry trainster, ik heb mijn best niet meer gedaan. Oké, bij de laatste 30 seconden nog wel: toen liep ik keurig netjes net zo hard als de eerste 30 seconden. 🙂

De Man met de Hamer

De Man met de Hamer


Als ik zo terugkijk, was het echt een motivatie-issue: ik ben niet eens heel veel minder hard gaan lopen tijdens de training. Mijn kijk op erop veranderde wel: van gevoel ‘makkie’ naar het gevoel van ‘geen zin meer’. Ik liep achteraan mee terug. Zwijgend. Weer tien kilometer gelopen. Ik was niet blij. Vond het geen prestatie, deze training. Daarna heb ik wel netjes geluisterd naar de uitleg van de trainers over ‘de man met de hamer’, over te snel starten en te snel door je koolhydraatvoorraad heen zijn. Ik denk dat ik het héél goed begrijp! Ik snap het allemaal erg goed deze week. Nu de praktijk nog. En dat terwijl Vincent het vanmiddag nog zei: ‘Niet te snel starten, mama.‘ (dat moet hij zeggen van me) Waarop ik antwoordde: ‘Dit is een training, jongen, dan maakt het niet uit’. Voor het gevoel maakt het ALLES uit!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een 'slechte' training

8 Kilometer in het donker

Na een ‘zware’ rustdag gisteren (stil zitten is niet mijn sterkste kant) aan de rand van het Naardermeer op een bankje (ik ben er naartoe gewandeld), was het vandaag weer mooi weer.
Ik dacht om vier uur dat ik klaar was met werken en had de hardloopschoenen al bijna aan, maar toen kwam er nog meer videomateriaal tevoorschijn en werd het wat later.
Dus in plaats van de middagzon werd het een avondmaantje!
Tegen negen uur haalde ik mijn loopmaatje op voor een oefening van 8 kilometer in wisselende tempo’s en hartslagen.

Mijn horloge geeft met piepjes aan of het goed gaat. De warming-up is altijd wat lastig, omdat (zeker in het begin) mijn hartslag even oploopt.
Ik had geen enkele last van de wedstrijd – nog niet eens spierpijn, dus het liep allemaal weer heerlijk. Mijn trainer vond het goed dat te horen, omdat mijn condititie dan op peil is.
We liepen naar het donkere kassengebied. Ik zou dat niet in mijn eentje doen!
De tweede interval waarbij de hartslag en dus het tempo wat omhoog mocht, was eigenlijk geen enkel probleem. Het tempo ging van 6:20 (9,5 km/uur) naar 5:20 (bijna 11 km/u). Ik had niet het idee dat we extra hard gingen en dacht dat het tempo rond de 10,6 km/u lag, omdat dat voorheen mijn ‘comfortabele’ tempo was. De hartslag lag rond de 155 slagen per minuut, wat heel keurig is.
Echt veel zin om extra hard te gaan kon ik niet opbrengen. Maar ik ben nu eenmaal heel braaf, dus als mijn horloge piept, ga ik het toch wel proberen! Ik stuurde mijn loopmaatje lekker vooruit; kan hij ook even sprinten!
Deze keer duurde het iets langer voor de hartslag boven de 164 kwam, ongeveer een meter of 400. Een goed gesprek is dan niet meer mogelijk! Ik loop dan 12,5 km/u. Ik probeer mijn tempo ook nog iets op te voeren (tot het einde van de straat denk ik dan) en als dat lukt , ga ik bijna 14 km/u. Deze twee kilometer lijken langer te duren! Tegen het einde is mijn hartslag opgelopen tot 173 en loop ik me te verheugen op het uitlopen!

Het tempo gaat meteen weer terug naar onder de 10 km/u, maar het kost wel veel gepiep van het horloge tot de hartslag ook volgt. Omdat we uit verlichtte straten komen, lijkt het ineens heel donker langs de bosrand!
We kletsen weer en het is opvallend druk met mede-hardlopers. We zijn er wel een stuk of 5 tegen gekomen.
Omdat het uitlopen toch altijd verder lijkt, komen we uit op 10 kilometer.
Dat halen we netjes binnen het uur. Het gemiddelde tempo ligt op 10,1 km/u (5:58).

Categories: Uncategorized | Comments Off on 8 Kilometer in het donker

De Eemnesserpolderloop

Al een paar dagen was ik er tegenop aan het zien: de wedstrijd om te laten zien waar ik met de tien kilometer sta. 7 Weken na Schoorl en dat ik in tussentijd flink getraind heb, kun je hier lezen.
Maar wat word ik er onzeker van…. Ik denk wel honderd keer dat ik niet eens de tien kilometer kan hálen, dat ik niet weet wat ik moet eten (en wat niet) en als ik dan de wedstrijd al uitloop, dat me dat nóóit in 50 minuten zal lukken! Ik droom ervan dat ik de weg kwijtraak en dat ik eerste kan worden. Ik eet gewoon waar ik zin in heb en ben nog ruim drie kilo lichter als vlak voor Schoorl.
Ook nu is het weer een uitdaging: het wordt deze keer warm! Niks voor mij dus, geef mij maar wind en regen. Ik ga in elk geval in korte broek en singlet. Eigenlijk pak ik pas op zondagochtend alles bij elkaar. Ik wil graag alleen vertrekken, de familie mag thuis blijven tot de finish! Dit wordt iets wat ik zelf moet doen en ik kan ook alleen mezelf teleurstellen als ik mijn eigen doelstelling van 5o minuten niet haal. Na 3 toiletbezoeken en nog een flesje water, stop ik alle spullen in de auto en mijn autosleutel in mijn broekzak. Ik heb het mooie startnummer 200.
Ik concentreer me en loop naar de start. Ik sta met een mevrouw te kletsen die haar dochter niet op slippers mee laat lopen en ze verzekerd me dat verdwalen uitgesloten is: polderroute = 4 keer rechtsaf en dat twee vlakke, boomloze rondjes lang: je kunt de hele tijd iedereen zien! Achteraf had ik meer vooraan moeten gaan staan.
Even over enen klinkt het startschot. Ik zet mijn horloge precies op de start aan: het gaat me om 10 kilometer. Ik zal mijn eigen tijd moeten klokken om precies te zijn. Ik ga lekker mensen inhalen. De zon brandt aardig, maar het eerste stuk hebben we een beetje tegenwind. Er zijn veel recreatielopers. Ik hoor zelfs iemand die Evy’s commentaar mist en de meesten zijn te warm gekleed. Voor me lopen veel mensen, maar volgens mij zijn die allemaal van de 5 kilometer. Het zijn veel jochies! 1 Ervan raakt geblesseerd. Het is ‘n gezellige loop, maar niet echt een wedstrijd voor mijn gevoel. Die wedstrijd maak ik zelf.
De eerste 3 kilometer ga ik te hard. Ik weet het. Rondetijden van ongeveer 4:50 zijn iets te veel voor mij. Ik besluit de jongen met het “landmacht” shirt bij te houden. Het lukt me niet. De vierde kilometer vind ik leuk: ik zie de snelweg waar ik vaak overheen ga rijden en vaak aan deze race terug ga denken. Ik haal het landmacht-shirt weer bij. De vijfde kilometer haal ik hem weer in.
We komen in Eemnes en de klokken luiden. Het is ineens wel lekker landelijk! Mijn rondetijden gaan terug naar ongeveer 5:00. Dat is mooi en goed vol te houden. Helaas stoppen er mensen midden op de weg die na 5 kilometer klaar zijn. Ik moet een man helaas een duw geven. Ik hoeft niks te drinken: ik wil door. Ineens is het rustiger.
6 Kilometer haal ik binnen een half uur. Ik moet langzamer. De hitte wordt me iets te zwaar. Er loopt 1 man achter me te stampen. Ik moet hem voorbij laten als we de wind uit zijn. We komen de wandelaars tegen en ik ben trots als ik bedenk dat ik eerder zal zijn dan zij! Ik neem snel een bekertje water, maar kom niet goed tot drinken. Ik verlies alleen maar water!  De zevende en achtste kilometer vind ik altijd al zwaar: nu vind ik de zon zwaar, de wandelaars zwaar en ik word door een man en vrouw ingehaald ook nog. Ik baal dat ik niet meer kan versnellen. Zelfs opgeven spookt even door mijn hoofd. Ik verlies veel vocht.
Na de bocht richting de kerk weet ik dat ik het ga halen. 9 kilometer gepasseerd, dus ik weet ook dat het meer dan 10 kilometer is. Ik pak een wat hoger tempo en zie dat er een lammetje de weg op ontsnapt. Gelukkig ziet de aanstormende audi het ook. Vlak bij de kerk zit ik op 10 kilometer: mijn telefoon meld dat ik het in 50 minuten en 8 seconden heb gedaan. Ik loop te juichen! Mijn Garmin is iets minder positief: die geeft me 25 seconden meer. Het maakt me niet meer uit: ik ga het halen en ik ga ineens weer sneller. Ik hoeft niet te winnen (dan moet ik weer langer blijven en ik wil naar huis / de douche en drinken!), maar ik wil ook niets extra’s meer lopen na deze finish!
Mijn mannen staan naast de finish en Vincent schreeuwt me de lijn over! Ik juich!


De tijd telt niet echt voor mij, want ik heb mijn tien kilometer dus écht wel binnen 51 minuten gelopen!
Ik heb mijn race gewonnen! Het totaal komt op 10,68 kilometer.
 Binnen 54 minuten dus. Want hier ben ik er inmiddels echt al!
Ik sta niet op het podium, maar dan had ik meer vooraan moeten starten. Nu kan ik door naar huis.
Eerst een bekertje water en een sinaasappel. Dan loop ik terug en hoewel ik niet door had willen lopen, heb ik nergens, maar dan ook nergens last van. Ik ben moe en bezweet, maar heb geen pijn aan mijn knie, mijn voet of verbrand van de zon (al heeft het zonnetje wel op mijn benen gebrand zeg).
Als ik een kwartier later in mijn auto weer door Eemnes rij, is mijn hartslag gedaald naar ongeveer 80 slagen per minuut. Tijdens de race heeft de hartslag de hele tijd torenhoog gelegen, tussen de 170 en 180 slagen per minuut. Aardig aan de maximale kant.
Ik ben blij met de airco, met mijn gemiddelde tempo van 5:04 per kilometer, wat 11,9 kilometer per uur is, met de vooruitgang die ik heb geboekt en de tijd van 50 minuten afgerond op de tien kilometer. Ik ben blij met het welverdiende vaantje en met het feit dat ik ongeschonden uit de wedstrijd gekomen ben.
En ik ben niet blij. Ik heb de wedstrijd ongelooflijk slecht ingedeeld, ik ben weer eens veel te hard begonnen. Ik heb een supertijd gelopen, maar sta niet op het podium omdat ik niet ver genoeg vooraan stond. Ik ben niet eens moe genoeg, dus er zit nog meer in! Eigenlijk heb ik te weinig gedronken en rekening gehouden met het weer en de plotselinge warmte. Ik heb me van tevoren veel te druk gemaakt, veel te onzeker geweest. Dat alles maakt me geen supertrotse atleet.
Ik heb nog nooit zo hard gelopen. Nog NOOIT! En dat is een aanzienlijk verschil.

Avg speed = 5:04, dat was in Schoorl nog 10 seconden langzamer! En een half jaar geleden in Eindhoven scheelde het bijna een halve minuut (maar dat was ook de dubbele lengte).
Bij de Schoorl Run liep ik 11,5 km/uur, nu 11,9 km/uur.
Het is een onomstotelijk feit dat ik letterlijk en figuurlijk hard vooruit ga! 🙂
 
 

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Eemnesserpolderloop

Langzame KORTE duurloop

Vanmorgen om kwart over 9 stond ik te twijfelen voor de kast. Korte broek en zomershirt maar eens gepast, want het weer wordt wel erg mooi. Maar voor nu leek een lange broek ook nog te gaan. En een shirt met korte mouwen? Uiteindelijk werd het een shirt met lange mouwen en een 3/4 broek. Voor een kort loopje van ongeveer een uurtje op een lage hartslag. Dit loopje telt vooral om in beweging te blijven. Helaas was ik daar qua eten aan voorbij gegaan en had ik maar een bakje yoghurt en een cracker op.
Mijn loopmaatje en ik wilden graag een keer onder de bloesems door die hier in de wijken prachtig in bloei staan. De eerste 600 meter was mijn hartslag helemaal de tel kwijt! Terwijl we wandelden liep die al op tot boven de 170 en toen ik ging lopen heb ik zelfs een hartslag van 245!!! gehaald. Nou ja, dat lag aan het horloge hoor! 🙁 Die ging pas vanaf een kilometer terug naar de normale waardes van rond de 140, wat beter klopte met het tempo en het gevoel wat ik had. Ik kon nog hele verhalen vertellen namelijk en snel ging het dus totaal niet.
 

 
Al snel kwamen we door de laan met de bloesems. Ze zijn nog wit. In de ochtendzon geuren ze nog niet zo lekker, maar wat is het mooi!
Het zonnetje komt er doorheen en de lente ligt echt op de loer nu!
 

We gingen in nog steeds een kalm tempo door richting de brug.
Trapje af en over de halfverharde paden gaan we lekker verder.
Het tempo ligt voor het gevoel helemaal niet hoog, maar dat is tegenwoordig een tempo van ongeveer 10 kilometer per uur. Eigenlijk is dat nog steeds niet erg zacht!
Omdat we van de andere kant kwamen, was de verleiding nu groot om eens rechtdoor te gaan aan de andere kant van de vaart. Stiekem wilde ik dat al heel lang, maar het is er nog nooit van gekomen.
We liepen over onbekend terrein, vlak bij huis! Over 5 kilometer deden we een half uurtje precies.
Het ging verder over een ruiterpad en onder een brugje door waar ik het bestaan nog niet van wist.
Zo kwamen we bij de andere kant langs de manege en lieten we ons een opjagen doordat we iemand voor ons in wilde halen. De andere hardloopster ging gelukkig niet zo hard, dus het tempo hoefde niet echt omhoog.
Mijn hartslagmeter doet weer netjes mee en blijft voortdurend rond de 145 hangen. Het loopt allemaal heel soepel.
We gaan de brug weer over en lopen door de wijk door een straat waar de bloesems al roze aan het worden zijn.
Door naar de laatste bloesem-beleving!
Als ik mijn telefoon pak, zie ik een alarmerend terugbel-SMSje, waardoor ik liever rechtstreeks naar huis ren om te bellen.
Ik hoeft even geen tempoversnellingen meer te doen.
Zo komen we uit op 10 kilometer die we in een uur en 45 seconden hebben voltooid.
Niks om moe van te worden!
Gemiddelde hartslag blijft op 148 liggen door de uitspatting in het begin.
Ik heb erg trek in de banaan!!
 
Omdat het geen inspanning heeft geleken, heb ik geen zin in stretchen. Morgen zal blijken of dat slim was of spierpijn heeft veroorzaakt.
Na de terugbel-actie die loos alarm blijkt te zijn, aan een kopje thee en de banaan (dus nog geen kwartier na binnenkomst) is mijn hartslag alweer gedaald naar 70 slagen per minuut.
2 Jaar geleden droomde ik ervan 5 kilometer te kunnen lopen omstreeks deze tijd! Nu vind ik 10 kilometer in een uur een peuleschilletje: kort en langzaam. Maar het was wel genieten!!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Langzame KORTE duurloop