Het regent. De hele week is het droog, maar deze ochtend regent het. En dat is precies de ochtend waarop wij gaan hardlopen! Vanmiddag is het alweer droog. Regenjasje aan, goede zin mee. Op het programma staan 16 vierhondertjes. Mijn snelle loopcompagnon gaat ze voor het eerst lopen.
Het inlopen gaat eigenlijk al wonderlijk goed op een lage hartslag. De training van afgelopen woensdag heeft zijn uitwerking niet gemist en het voelt nog steeds zwaar aan. Na drie kilometer zijn we toch al nat. Zelfs mijn sokken al! Overigens haal ik bij een lage hartslag die niet boven de 150 uitkomt al een tempo van 9.4 kilometer per uur.
Het eerste vierhondertje ging gemakkelijk. Ik lette goed op mijn loophouding en zocht een punt in de verte om naar toe te lopen. Dat werkte en de eerste ging volgens mijn loopmaatje netjes binnen de tijd. Zo ook de tweede en derde. Volgens mijn telling was de eerste op het randje, maar het is niet gemakkelijk om die paar seconden te tellen. Hoe beter ik het punt had waar ik mocht eindigen, hoe gemakkelijker het ging. De eerste vijf gingen behoorlijk soepel – misschien zelfs iets te gemakkelijk! We liepen tempo’s van ongeveer 13,3 kilometer per uur.
Het was fijn om elke keer te horen dat het gelukt was. De zesde leek even twijfelachtig omdat we een brug op moesten, maar ook dat ging goed. Nu kwamen voor mij de lastigste eraan: nummer 7,8 en 9. Omdat ik me wilde bewijzen natuurlijk, waren deze ook binnen de tijd.
Zulke trainingen leveren altijd een mooi grafiekje op:

En of we toen tegen de wind in moesten, of dat ik gewoon weer eens een keer te hard van stapal was gelopen: bij de tiende kwam het verval erin. Blijkbaar is het voor mij niet leuk om dan te bedenken dat er nóg zes moeten volgen.
De tiende was nog net aanvaardbaar, maar toen begon mijn hoofd te zeuren dat ik er best mee kon stoppen. En dan is de boot aan! Dan word het nog extra zwaar. Het dribbelen in de rust werd ook steeds langzamer. Ik kon wel weer praten, maar ik moest echt eerst even op adem komen!
Tamelijk frustrerend als er dan iemand naast je loopt, die het blijkbaar gemakkelijk aan kan. Ik heb de neiging om te gaan snauwen redelijk netjes beteugeld. De elfde ging langs het nare bruggetje, waarbij mijn GPS wat afsnijdt, dus qua timing is die dubieus.

We liepen langs de voetbalvelden en ik had het echt zwaar! En hoewel ik zin had om het op te geven, heb ik dat toch niet gedaan. Ik kon steeds minder goed inschatten hoe ver het nog was en ook meetellen lukte niet zo goed.
Intussen gingen we de plassen gewoon door, omdat we toch al nat waren. We kwamen nu op nieuw terrein. De twaalfde had wat bochten erin, waardoor ik geen punt kon vinden om naar toe te lopen. Dat maakte de hele ronde al met al langzamer. Ik zie nu ik terugkijk dat de GPS (door de regen) bij vele bochten erg onnauwkeurig wordt. De twaalfde en dertiende versnelling waren desastreus slecht! Ik liep in plaats van 1:50 respectievelijk 1:55 en 1:56. Ik was het ritme helemaal kwijt.
We moesten de wijk in om stoplichten te ontwijken. Veel bochten en zelfs een een bloemperkje waardoor ik afsneed, maakte dat ik meteen al wist: dit wordt het niet! Ik heb mijn best daarna ook niet meer gedaan. Het werd de langzaamste ooit: 1:57.
Toen was het zaak de moed weer op te pakken. Bij de een-a-laatste lukte dat redelijk. We hadden ook weer een lang recht fietspad met zicht op een eindpunt onder een viaduct. Liefst was ik tussendoor even gaan wandelen, zo moe was ik; maar het was er nog maar ééntje!
Voor de laatste raap ik dan alles bij elkaar. Daardoor startte ik veel te snel! Toen gaf ik op, hoewel mijn medeloper mooi ging aanmoedigen en deed alsof de finish in de buurt kwam. Hij meldde alleen een behoorlijk optimistische tijd! Toen ik dacht, laat maar en wat afzwakte, gaf mijn horloge het signaal ‘binnen de tijd’. Ik ging nog door en het laatste vierhondertje was weer razendsnel! Ruim binnen de 1:50!
Toen mochten we uitlopen. Het tempo was er gelijk uit! Mijn horloge hoefde niet veel te piepen over een te hoge hartslag. Na een paar minuten kon ik alweer hele verhalen vertellen. We liepen nog om de hele wijk heen en toen ging ik weer bezig met de afstand. We liepen 16 kilometer in één uur en 34 minuten! Da’s best goed, want dan hebben we binnen 1,5 uur 15 kilometer gelopen. Dat is gemiddeld 10 kilometer per uur.

Een kilometer later stroopte ik thuis mijn kleren af, wat was ik doorweekt! Alles was nat, nat en nat. Dus wat doe je dan? Nat worden in de douche!
Regen en met zijn tweeën zestien vierhondertjes!
Een flinke Wandeling
Het was veel te lekker weer om binnen te blijven!
Maar na de training van gisteren was het onverstandig om te gaan hardlopen.
Ik moest iets ophalen in de buurt. Ik besloot dat lopend te gaan doen.

Toen ik dat 3 kilometer verder had gehaald, vond ik het zonde om weer zomaar terug naar huis te lopen volgens de kortste weg. En ik had de tijd. En de ‘goede schoenen’ aan.
Mijn “oude” hardloopschoenen.
Die zijn afgeschreven qua hardlopen, maar om te wandelen zijn ze perfect!
Kortom: ik stapte gewoon door langs de bossen en het natuurgebied

Ik stapte flink door, zo tegen de zes kilometer per uur; maar dat is geen hardlopen!
Mijn jas kon uit, zulk lekker weer was het!
Op het veld kwam ik de spelende kinderen tegen.
Mijn wandelingetje besloeg toch al gauw 9 kilometer. Niet gek voor een heerlijke lentemiddag! Geen spierpijn, geen voetpijn en nauwelijks vermoeid! Alleen maar opgewekter na afloop.
Een training 'minutenloopjes'
Mijn vriendin SMSte dat ze niet zou komen. Nu heeft zij last van haar voet! Ben ik er eigenlijk weer vanaf, begint zij. Ik hoop dat het snel beter gaat voor haar. Maar ik moet beslissen of ik dan niet liever in de buurt mee ga trainen. Voordelen: dan kan ik op de fiets. Nadeel: de leukste trainster is daar in elk geval niet. Tijdens de aardappelen en de broccoli beslis ik dat het fietsen wordt!
En zo sta ik ruim op tijd aan het beginpunt. Ik ga in elk geval met de A/B groep mee trainen, maar als ik al die mensen zie, krijg ik het wel benauwd. Ik zie er minstens 6 die mij behoorlijk achter zullen laten, waaronder toch minstens drie dames. Die gazelle die op haar tenen loopt, de dame die de marathon onder de vier uur heeft gelopen: nee, die zullen vanavond vast op mij moeten wachten! Sinds vorige zomer is het duidelijk dat ze mij voorbij steken. Niet dat dat erg is, want ik ga mijn eigen training toch wel doen!
We gaan inlopen richting de brug en over een weg die vol padden zit. In plaats van ‘paaltje’ en ‘fietser’, roepen ze naar elkaar ‘pad’! Het inlopen gaat altijd lekker langzaam, dan lopen we zo’n 8,5 kilometer per uur. Mijn hartslag blijft dan heerlijk laag!
We gaan vandaag ‘minutenloopjes’ doen. “Net als toen jullie begonnen met lopen”, zegt de trainer. Maar toen was het 1 minuut hardlopen (op 8km/u) en 1 minuut wandelen! Nu is het 1 minuut hardlopen en 1 minuut langzaam hardlopen. We beginnen met 1 minuut hardlopen, dan 2 minuten, dan 3 minuten enzovoorts. En tussendoor telkens maar 1 minuut langzaam hardlopen. Dan moeten de snelsten weer teruglopen en aansluiten bij de groep.
De eerste minuut ontwijken we de padden en kan ik mijn tempo moeiteloos verhogen tot iets boven de 12 km/uur. De trainer blaast op zijn fluitje en we verzamelen weer voor 1 minuut rust. Dan gaan we twee minuten versnellen en dat levert me ook geen probleem op. Ik kan zonder enige moeite een tempo boven de 12 km/u pakken en loop daarmee niet bepaald in de achterhoede. Ik ben er nog niet echt moe van. Ik pak een oude gewoonte op om te proberen de minuut netjes af te tellen. Ik tel veel te langzaam! Het derde minutenloopje duurt 3 minuten en nu zit ik er helemaal in. Ik verhoog mijn tempo tot boven de 13 km/u en ook dat gaat redelijk moeiteloos. Ik merk wel dat ik hard ga, maar ik raak er niet van buiten adem. We lopen lekker rechttoe rechtaan, maar ook recht tegen de wind in. Het waait behoorlijk! Bij de eerste twee versnellingen kwam mijn hartslag uit rond de 160 slagen per minuut, in de laatste, langere versnelling komt mijn hartslag rond de 165 slagen uit.
Dan mogen we wel twee minuten rustig uitlopen. Ik meng me in de groep en daarom is het lastig om de eerste twee minuten van het volgende blokje weer vooraan te komen. Daardoor blijft mijn tempo steken op 12 km/u. De volgende versnelling is alweer drie minuten! Ik heb om me heen gekeken wie ik bij zou kunnen houden en probeer weer te tellen. Dat is hard nodig, want dit gaat brug op, tegen de wind in. Ik kan een hoog tempo aan, doordat ik ga glimlachen van het stijgen en het gevecht met de elementen! Ik zit constant boven de 13 km/u met een hartslag van 165. Ik vind het leuk!
Brug af moeten we een paar keer om lastige fietsers heen slingeren, die wij rustig lopend nog inhalen! Er komt een blokje aan van 4 minuten met veel bochten, maar wel brug af! Omdat ik het wat langer vol moet houden, ga ik iets langzamer lopen, maar nog altijd ruim 12 km/u. Als we de brug af zijn, kan ik door naar een hoger tempo voor de laatste minuut. Mijn hartslag tikt nu de 170 aan en ik krijg een rood hoofd van de inspanning. Ik begin ook te zweten, maar ik heb niet het gevoel dat ik het niet aan kan.
We lopen nu op een lang, recht en donker pad. De wind is weg, dat is een opluchting. We hebben even twee minuten rust, die heel snel om zijn en gaan dan voor het derde blokje met een versnelling van respectievelijk 3, 4 en 5 minuten. Ik besluit bij de gazelle-loopster en de marathon-loopster te blijven. Zij melden dat ze ongeveer 12km/u lopen. Ik hou het twee minuten vol en dan haal ik ze in en zet nog aan. Geen probleem. Het probleem zit ‘m nu in het tellen. Ik raak regelmatig de tel kwijt en tel er zo een halve minuut naast; waarschijnlijk ga ik van dertig naar zestig door. Volgens mij telt de trainer ook niet al te precies, want het blokje van 4 minuten is niet zo heel lang. Die doe ik ook op een tempo van dik 12 km/u. Tijdens de laatste versnelling van 5 minuten gaan we weer een brug op en heel veel bochten door. Ik loop niet meer vooraan en daardoor wisselt mijn tempo enorm. Ik loop net zo’n 12 km/u en pas in de laatste minuut kan ik wat vrijer en harder gaan lopen. Ik haal de dames toch weer in. We hebben weer twee minuten rust.
Nu gaan we weer kortere stukjes hardlopen. Dus eerst nog een keer vier minuten, dan drie en tenslotte twee. We zijn een lang rondje aan het maken!
Ik besluit me hoe dan ook vier minuten lang bij de marathonloopster aan te sluiten. Ik wil toch weten of ik haar tempo kan bijhouden, al lijkt het er gemakkelijk op van wel. We gaan de lange klim brug op maken. Het tempo ligt op 12,5 km/u en ik kan het moeiteloos aan. Wel schiet mijn hartslag omhoog! Of dat nu komt omdat ik te dicht bij een andere frequentie loop, of door het tempo vast te houden op de helling, zou ik niet kunnen zeggen. Mijn hartslag loopt wel erg hoog op tot boven de 200! Het tempo is echter keurig constant. Ik heb niet het gevoel dat het te hard gaat. Kortom, ik kan de marathonloopster voorbij inmiddels! Ik word helemaal stil van die gedachte. Degene die ik zo bewonderde vorig jaar, loop ik nu voorbij. Er loopt nog 1 vrouw voor me, naast een stuk of 10 mannen. En de man die vorig jaar lekker moeiteloos naast mij liep te kletsen in de City Run, kan ik nu opeens ook bijhouden. Ik snap er niet veel van, want ik weet echt niet hoe het zo gekomen is.

Als ik weer aangesloten ben bij de groep, gaan we alweer versnellen. Ik besluit te kijken of ik de snelle vrouw met haar lange benen bij kan houden. Het tempo ligt na een uur ploeteren wat lager, op 12,5 km/u. Ik moet echt moeite doen om haar bij te benen; dat is ook wel eens leuk en ik moet bekennen dat het me niet helemaal lukt! Ik prijs mezelf gelukkig dat het maar drie minuten zijn. 🙂
Ik ben blij als ik bij de anderen ook rode hoofden en zweetdruppels zie. Het hoeft ook niet gemakkelijk te gaan, natuurlijk; maar soms lijkt het alsof die anderen het moeiteloos doen! Zelfs de snelsten vooraan, zien er niet meer zo fris uit als in het begin. 2 Minuten versnellen: ik ga hard, op mijn eigen tempo en dat is ongeveer 12,8 km/u. Ik tel tamelijk netjes mee twee minuten af en spiegel me aan niemand meer. Mijn hartslag komt niet meer zo hoog uit en komt niet boven de 170 uit.
Ik vind het na een uur training en 10 kilometer eigenlijk welletjes geweest, maar de trainer bouwt het nog verder af in een blokje van 3, 2 en 1 minuut. We komen nu ook bij een rommelige omgeving met gevaarlijke oversteekpunten. Ik loop de drie minuten welliswaar op een hoog tempo en een lage hartslag die rond de 165 blijft hangen, maar ik merk dat mijn hoofd weer tegen begint te sputteren.
Dat heb ik nou altijd! Een raar dilemma tussen mijn gedachten en mijn krachten. Mijn benen doen braaf en prima hun rondje, maar mijn rode kop denkt dan: “zullen we hier niet gewoon mee kappen?” Niet dat het tempo echt onder de 12km/u uitkomt, maar het wordt dan wat ongeinteresseerd en ongemotiveerd. Mijn hoofd zegt: “joh, ga lekker even achteraan lopen”, maar gelukkig trappen mijn benen daar niet in. Ik vergeet dan te tellen en ga druk bezig met andere dingen verzinnen: Dat het nog maar kleine stukjes zijn; dat ik nog lang niet achterop loop. De route is voor mij ook rommelig.
In het eenalaatste blokje van 2 minuten probeer ik mee te komen, maar het lukt me niet meer echt. Gelukkig ben ik niet de enige, laat staan de langzaamste! Op zich blijft het tempo ook wel prima, maar de animo is eruit bij mij. Het is moeilijker om als groep bij elkaar te blijven.
De laatste minuut maakt het me niets meer uit: ik ga hard en haal zelfs de vrouw met de lange benen nog in op het bruggetje! Ik sprint door naar 14km/u; want nu maakt het mijn hoofd ook niets meer uit en mogen mijn benen nog even alles geven wat ze kunnen. Anders ben ik niet moe genoeg ofzo?!
We zijn al weer bijna bij het begin en lopen maar een klein stukje meer uit. Ik kan dan al weer praten en mijn hartslag daalt tot onder de 150 slagen. Ik heb het gevoel razendsnel weer op te krabbelen. Ik heb erge honger – net nu ik geen banaan bij me heb! Ik drink gauw wat water. Het is alweer half 10. Het was een lange training: zelfs op mijn horloge zijn het 12 kilometers. De snelste loper ziet er nog verbazend fris uit! Maar er zijn er meer zoals ik met een rood hoofd en zweetkleren!
De trainer zei bij het stretchen dat we dan wel “net als beginnende lopers” minutenloopjes hadden gedaan, maar dat het tempo absoluut niet meer dat van beginnende lopers was!
Ik ben buitengewoon verbaasd over mezelf, dat ik absoluut niet meer achteraan loop. Dat ik al die vrouwen waar ik vorige zomer zo tegenop keek, nu bij kan houden en in kan halen. Dat ik de A-lopers van dichtbij bekijk tegenwoordig. Ik ben er tevreden over, maar ook heel erg verbijsterd. Ik weet namelijk niet precies hoe ik het voor elkaar gekregen heb.
Lange -niet zo rustige- duurloop met wind mee – én tegen
Het werk moest eerst af. En toen dat om 2 uur opgestuurd was, wilde ik nog maar 1 ding: hardlopen! Ik ging voor 2 uur rennen en 18 kilometer. Ik deed de blauwe schoenen maar weer eens aan. En een lange broek en een shirt met lange mouwen. Ik dacht al dat het kouder aan zou voelen dan 11 graden, dus ik trok er nog een shirtje met korte mouwen over aan, en dan is het fijn dat ik maat 40 heb gekocht! Belt met 1 flesje water om, sleutel mee en gaan!
Het was heerlijk om de deur achter me dicht te trekken en mijn muziek op te zetten. Het was lang geleden dat ik in mijn eentje ver had gelopen. Ik merkte al snel dat ik het eerste stuk de wind mee zou hebben. En die wind was vrij fors, windkracht vier. Altijd fijn met alle open vlaktes hier!
Op de heenweg is het tenminste erg fijn 🙂 Ik ging eerst door het bos over het fietspad met snelheden die behoorlijk eenvoudig boven de 10 kilometer per uur lagen. Elke keer dat de tempo tijd begon met een vijf was ik weer tevreden! In het bos hingen erg veel jongeren en natuurlijk was het fietspad afgesloten. Er stonden allemaal bulldozers in het “rustgebied voor het wild”, ammehoela. Ik ging even off-road, zonder tempo te minderen.
Toen kwam ik op het lange fietspad rechtdoor. Het was overal heerlijk rustig. Ik kon lekker naar mijn muziek luisteren en genieten van het bos om me heen. Het ging volkomen moeiteloos. Ik wist ook wel dat ik wind mee had, maar ik genoot er wel van! Ik besloot de eerste 10 kilometer binnen het uur te lopen. De eerste 5 kilometer deed ik in 28 minuten – niet slecht.
Aan de andere kant van het water lag de weg terug: de wind tegen. Ik heb nog even gedacht; zal ik doorrennen naar het volgende station met de wind mee? Maar dat zou nog wel iets meer zijn dan 15 kilometer. En ik moest nog naar de winkel toe. Nee, ik ging ook trainen tegen de wind in. Ik ontdekte dat ik met mijn yoghurtje en crackertjes vandaag weer eens niet zoveel gegeten had voor een lange duurloop. Maar het geval wil dat ik twee uur ook niet meer onoverkomelijk vind. Ik nam wel tijdig de tabletten in met water.
Toen kwam de brug en het uitkijkpunt op de 10 kilometer. Ik moest omhoog tegen de wind in, maar ik had nog even kracht genoeg. Het uitzicht was de moeite waard met al die ganzen. Ik stak de brug over en dacht: nog even wind van opzij en dan begint het….
Ik had de 10 kilometer binnen 58 minuten gelopen! Brug af ging nog prima.
De wind viel tegen. Het werd echt zwaarder, je moet dan echt ergens tegenop lopen. Ik voelde dat het zwaarder werd, maar de 11de kilometer ging ik nog gewoon boven de 10 kilometer per uur. De twaalfde kilometer lukte dat net niet meer, ik liep 10 kilometer per uur. Ik moest ook een paar keer uitwijken voor het verkeer. De 3 kilometer pal tegen de wind in zonder enige beschutting van bomen of gebouwen waren zwaar. Ik ging niet echt langzamer, want ik besloot het hoge tempo tot 15 kilometer vol te houden. Dus bleef ik kilometertijden onder de 6 minuten houden (meer dan 10 kilometer per uur)
Dat lukte omdat ik om een plas heen moest en er bomen stonden. Daardoor nam de wind wat af. Ik merkte toen mijn fout op: als beloning wilde ik onder de ontluikende bloesems door, maar…. Dat was nog een stuk verder door – tegen de wind in! Nog drie kilometer tegen de wind in, wilde ik dat echt? Ik kon ook eerder stoppen. Dan klopte de 18 kilometer beter, maar dan zaten er nog geen twee uur op. Doorlopen dus.
De kleine pijntjes (rechtervoet, peesplaat) blijf je voelen (linkerknie: heb ik al honger?), maar dan ging ik me snel weer concentreren op de muziek (rechterknie ook al?). Ik heb vanalles geluisterd, maar tegen de wind in (rechtervoet doet weer pijn, dus toch de schoenen?) moest de muziek wel harder!
Na de 15de kilometer (ik was anderhalf uur bezig) ging ik rustiger lopen. Mijn kilometertijd kwam boven de 6 minuten uit, maar niet boven de 6minuut20. Al met al bleef ik, ook toen ik een foto maakte, meer dan 9,5 kilometer per uur lopen. En dat voelt voor mij als heel erg langzaam. Ik kon lekker kei-hard meezingen met de muziek van Let it Go, omdat er toch niemand anders op de weg was. Toen ik bij de brug aankwam, kwam even de zon door. Als om me moed in te spreken!
De wind viel weg en het tempo kon moeiteloos weer omhoog. Op naar de bloesems! Ik ging weer terug op het 10 kilometer per uur tempo en genoot er echt van om onder de bloesems door te lopen. Ik wilde nu ook de halve marathon lopen. En het liefst binnen 2 uur, maar dat zou lastig worden: dan moest ik de laatste kilometer wel heel hard! Ik voerde mijn tempo in de voorlaatste kilometer weer op tot 10,3 km/uur.
Ik ging langs de weg met het minste verkeer om maar tempo te kunnen houden. Ik schoot onze eigen wijk in en ging nog harder lopen. Het ging niet meer al te gemakkelijk en ik moest een ommetje maken. Ik kon niet stoppen voor de jongen die van zijn fiets viel. Mijn hartslag ging omhoog en ik kreeg meer moeite met ademhalen. Ik vroeg me even af waarom ik dit ook weer wilde, en dat is tamelijk funest voor het tempo. Ik haalde een tempo van 5:19 op de laatste kilometer, dat is 11,2 kilometer per uur. Ik had de halve marathon volgens mijn telefoon in 2 uur en 3 minuten gelopen. Niet gek voor een lange ‘rustige’ duurloop! Mijn horloge sloot even later aan. In elk geval binnen 2 uur en 5 minuten!
Ik liep nog een paar minuten uit. Mijn gemiddelde hartslag lag wel wat hoog met 155 slagen, maar dat komt omdat het tegen de wind in ook harder werken is. Na 30 minuten is mijn hartslag al gedaald tot 80 slagen. Na een banaan, wat water en een douche wandelde ik een uur later weer naar de AH. Bijgekomen. Het regent als ik van de AH naar huis loop, goed getimed!
Helaas lijkt het probleem met mijn voet in mijn schoenen te zitten. Ik heb er nu weer last van, terwijl het vanmorgen helemaal weg was. Mijn horloge heeft de route met de hartslagmetingen en tempometingen opgelost in cyberspace, dus alle informatie heb ik van mijn telefoon afgehaald. Da’s altijd even balen.
Veertien Vierhondertjes, waarvan de helft tegen de wind in.
Voor de lunch wilde ik de laatste oefening van deze week doen. Door de sauna op vrijdagavond had ik al nergens last van, en ook vandaag werkte de knieen, de voeten en de weegschaal mee.
Om 11 uur was ik er klaar voor! Ik had een recht-toe-recht-aan route bedacht. Eerst inlopen op een lage hartslag. Dat kan ik de eerste twee kilometer niet, niet met lage hartslag tenminste. Maar ik was er snel achter dat ik verkeerd om zou lopen en wind tegen zou hebben het eerste stuk naar het zuidwesten ging lopen langs de vaart. Ik zag er niet tegenop. Moest er van mezelf in elk geval tien gaan doen, hoewel 14 de opdracht was. Bij het inlopen loop ik gemiddeld 10 km per uur met een hartslag van ongeveer 145. Dat is netjes.
En ja hoor, het eerste ‘vierhondertje’ was pal tegen de wind in! Vind ik niet zo erg en de eerste 3 ‘vierhondertjes’ gaan me gemakkelijk af. Ik vind het leuk om mensen die ook hardlopen (en het is druk deze morgen) in te halen! Mijn tempo tijdens de ‘vierhondertjes’ ligt rond de 13 km per uur. De vierde gaat me ook nog goed af, maar bij de vijfde begint de wind al behoorlijk tegen te werken.
Net als ik de volgende loopster in wil halen, gaat mijn 1 minuut en 50 seconden rust in. Dan dribbel ik echt in laag tempo. Om daarna weer hard te gaan! Dat wilde bij de zesde niet zo vlotten. Ik moest over drempels en de straat en kwam net iets te vroeg een auto tegen waarvoor ik moest uitwijken.
Ik haal de mensen wel in en ga de bocht om met de vaart mee. Dat maakt de wind niet beter! Ik ben blij dat ik mijn horloge goed heb ingesteld en schiet bij de achtste ‘vierhonderd’ weer vooruit. Ik stel mezelf een doel zodra ik de piepjes hoor die aangeven dat ik de 400 meter bijna heb gehaald en daar maak ik nog even vaart naar toe. In het begin is het lastig om meteen op snelheid te zitten en maant mijn horloge me elke keer sneller te gaan lopen.
Dat de achtste goed ging, wreekt zich in de negende en tiende ‘vierhonderd’. Die zijn zwaar, ik moet een paar bochten maken en beloof mezelf na de tiende de wind mee te gaan nemen. De negende en tiende ‘vierhonderd’ loop ik in 1minuut en 53 seconden.
Ik probeer zoveel mogelijk mee te tellen en de afstand in te schatten hoe ver het nog hard moet, maar soms vergeet ik het tellen en vaak kan ik het pas de laatste 200 meter goed inschatten. Ik heb de hele tijd muziek op staan en een paar keer richt ik mijn gedachten daar ook op.

Als ik de voetbalvelden voorbij ben heb ik dorst en moet ik even plassen, maar dat is beide van korte duur. Het aftellen is begonnen! Mijn telefoon meldt dat mijn tijd over de 10 kilometer op 55 minuten en een beetje ligt en dat stemt me erg tevreden, want dat is niet waar ik voor loop. Dat is fijn om te horen als je net 8 kilometer per uur aan het dribbelen bent!
Tijdens de hele oefening is het bewolkt en een graadje of 11. Dat is het fijnste weer om zulke intervallen in te lopen vind ik. Als het dan ook nog windstil is, is het ideaal!
Het elfde ‘vierhondertje’ gaat in elk geval heel wat eenvoudiger! De wind ligt niet dwars en ik kan goed inschatten tot hoe ver ik moet rennen. Bij de twaalfde merk ik echt dat ik vermoeid begin te raken, maar ik denk niet meer aan opgeven. Ik moet inhouden voor een auto en dat kost me een seconde helaas. Ik kijk wel al uit naar het uitlopen. Intussen vertelt mijn telefoon dat ik 11 kilometer heb gelopen in 1 uur en 1 minuut.
In de rustpauzes kom ik elke keer weer snel bij en ik ben niet 1 keer echt buiten adem geweest. Het dribbelen tijdens de rustpauzes gaat wel elke keer langzamer! Mijn hartslag tijdens de versnelling ligt elke keer net onder de 170, tijdens de rust is dat tien slagen per minuut minder.
De twee laatsten komen eraan. Dat geeft moed om het af te maken. Ik loop de laatste wijk al in voor de dertiende ‘vierhonderd’. Ik ga me nu ook serieus met de kilometers bezighouden, want ik loop er wat veel deze week.
Het laatste ‘vierhondertje’ loop ik over een straat die ik snel insla als ik de drukte met honden zie op het fietspad. Ik schat goed in hoe ver het is, luister de muziek en haal deze laatste binnen de tijd. Ik ben net zo snel als in de eerste!
En zo ziet dat er dan uit:
Meteen gaat het tempo eruit en ga ik naar huis dribbelen. Ik ben blij dat ik heb ingesteld dat ik maar 15 minuten hoeft uit te lopen. Aan het einde echter, voeg ik nog wat ommetjes toe om de 15 kilometer vol te maken. Ik doe er anderhalf uur over, maar daar ging het natuurlijk niet om. Deze intervaloefening gaat er om dat je sneller kunt worden en je krachten beter kunt verdelen.
Als ik thuiskom, komt de geur van versgebakken zandkoekjes me tegemoet! Heerlijk met een glaasje water, dat heb ik wel verdiend! De afgelopen week heb ik 60 kilometer hard gelopen in 6 uur en 22 minuten. Dat is best veel. Ik ben er niet doodmoe van, wel heel tevreden over.
Ik merk dat er een goede progressie in zit.
Een hele lange rustige duurloop
Meteen uit bed gaan de hardloopkleren aan. Ik eet lekker twee boterhammen met honing en ook nog een banaan. Ik heb energie nodig voor de lange duurloop! Ik ga voor de 25 kilometer. Hoewel ik de vorige keer op die afstand in de trainingen richting de marathon moest afhaken en ernstige last kreeg van mijn knie.
Het lijkt nog niet zo warm, dus ik besluit om over het shirt met lange mouwen een jasje aan te doen. De lange broek en de witte schoenen heb ik al aan. Het is bewolkt buiten.
Mijn vaste medeloper staat bijtijds voor de deur en om 8:52 nemen we de trein. Ik ben echt nerveus! Hoe ver gaan we? Gaat het lukken? Niet te snel….
Even over 9 staan we bij het station, horloges aan, kaartje mee voor het eerste stuk en dan gaan we! Ik heb het in het begin altijd zo koud en zelfs spijt dat mijn handschoenen thuis liggen, maar ik weet dat het goed komt. We zijn al snel bij de brug die de wijk in gaat. Mijn medeloper heeft het de eerste kilometers wat wankel, maar na twee kilometer heb ik het warm en is hij er ook helemaal klaar voor.We nemen een tempo aan wat erg rustig aanvoelt. We vinden het schuine fietspad en cirkelen elke keer om de fietshekjes heen. Langs de tuintjes!
Dan moeten we een rare hoek maken omdat de buurtsuper op de route van het fietspad staat. Het gaat vanzelf. Dan lopen we de stad uit en ik ben de richting helemaal kwijt! Gelukkig heeft mijn compagnon een kaartje zeg, anders was ik helemaal verkeerd uitgekomen!
Het duurt even voor ik de kaart geloof en dan weet ik waar ik ben en gaan we langs de vaart aan het lopen. Op een hoog nest zitten ooievaars. Het is er mooi en stil en de mist schermt de snelweg af. We zien twee wandelaars. Ondertussen kletsen we bij een tempo van bijna 10 kilometer per uur. Het voelt helemaal niet zwaar aan! We gaan door het bos. Echt groen is het nog niet.
We kletsen over vanalles en dan komen we al snel bij het Doel van de Dag: de witte brug! Daar wilde ik graag overheen en ik vis mijn telefoon al lopend uit mijn zak voor een foto. De brug is glad en valt van dichtbij wat tegen, maar we zijn er nu toch!

We gaan weer verder door het bos en blijven aan het praten. Ik weet niet eens meer waarover! We lopen echt over het fietspad het bos in. Ik heb geen idee hoe snel we gaan, waar we zijn, hoe ver we zijn. Het is fijn dat mijn compagnon dat een beetje bijhoudt, dan hoeft ik daar ook echt niet naar om te kijken. Ik weet alleen dat ik maar eens een tabletje moet nemen. Het lijkt aardig vanzelf te gaan.
En dat doet het eigenlijk ook: we hebben het tempo vantevoren vastgesteld op 6:30 per kilometer (9,2km/uur), maar we hangen elke keer rond de 6:15. Ineens komen we op een t-splitsing en dan weet ik gelijk: hier was ik al ooit. Niet dat het bos er anders uitziet, maar ik herken het wel. We gaan de dijk op, nog omhoog ook zeg. Ik ga erop letten kleiner pasjes te nemen en een grotere arminzet en dan gaat het nog gemakkelijker!
Het fietspad is wegens kapwerkzaamheden afgesloten. Flauw. We draaien meteen om en gaan richting de weg. Dan maar over de wegen, het bospad is te onvoorspelbaar. We komen 1 fietser tegen.
Op de weg komen we al met al twee auto’s tegen. We bespreken wie welke marathon gaat lopen en hoe de trainingen zijn gegaan. Vrijwel ongemerkt zijn er 15 kilometer onder de voeten doorgegaan. We komen bij de uitzichtsbult en het is fijn het fietspad weer op te kunnen.
Ik denk er maar niet al teveel bij na hoe ver we al gegaan zijn of hoe ver we nog moeten, maar dit is wel weer bekend terrein! We lopen nu richting het bekende bos over het fietspad. Ik heb hier al twee keer eerder gelopen, maar mijn loopmaatje heeft er blijkbaar nog nooit gelopen, alleen nog maar gefietst. Kijk, dat heb ik dan nog nooit gedaan!
Voor mijn gevoel zijn we op een kilometer of 14, maar het blijken er al 17 te zijn. Normaal zijn dit mijn “dip” kilometers; tussen de 16 en 18 kilometer vind het ik zwaar, maar nu vergeet ik dat helemaal. Het tempo blijft rond de 6:20 liggen en voelt nog steeds niet aan als zwaar.
Als je met zijn tweeen loopt, ben je veel minder bezig met jezelf. Daardoor voel je al die kleine pijntjes niet zo. Ik had wel pijn aan mijn voeten en voornamelijk aan mijn linkerknie, maar al kletsend vergeet je dat veel eerder. En als je dan even pijn voelt aan je voet, begin je gewoon ergens over te kletsen en dan vergeet je het vanzelf.
We bekeken al lopend de nieuwe brug en verheugen ons alvast op nieuwe routes en zo lopen we alweer het “bos om de hoek” in.
Daar komen we eindelijk de eerste andere hardloper tegen! Ik erger me aan de bulldozers in het bos, omdat wij het bos niet echt in mogen wegens de rustperiode voor het wild. We nemen de ‘achter’ingang en ook het bospad heeft geen invloed op het tempo. Het blijft lekker bewolkt, waardoor de temperatuur ook lekker constant blijft.
We lopen zo het stukje langs de plassen, dat kan er ook nog wel bij. Er staan paarden en het is er eigenlijk prachtig. We gaan over de 21 kilometer heen en razen door naar de 22 kilometer. Als de 23 dichterbij komt, ga ik me ook met de afstand bezig houden. Het is duidelijk dat we de 25 gaan halen, want nu ken ik de afstanden een beetje.
Dan zien we (gewoon op de hoek aan het einde van het fietspad) de zee-arend. Die is ontzettend groot. Ik zag hem al vliegen en als hij gaat zitten in de boom is duidelijk dat dit een enorm grote vogel is. Dat soort mooie dingen zijn voor mij echt een bekroning op het hardlopen.
Mijn hartslag die aan het begin torenhoog was, is inmiddels gedaald naar ongeveer 145 slagen per minuut. Als we de brug oplopen de wijk in, gaat mijn hartslag omhoog. Ik voel aan mijn hele lichaam dat ik nu overga op vetverbranding. Het grootste deel van de energie die je tijdens het hardlopen verbruikt, komt uit koolhydraten en glucose. Daar kun je tegenop eten voordat je gaat hardlopen en dat kun je ook een beetje bijhouden door onderweg tabletten, gels of bijvoorbeeld sportdrank in te nemen. Ik heb gisteren een groot bord pasta op, waar veel koolhydraten inzitten en onderweg neem ik elke 5 km een glucoserijk tablet. Maar bij afstanden boven de 25 kilometer ontkom je er niet aan, dat de voorraad uitgeput raakt. Het lichaam moet dan het vet gaan verbranden. Vet is moeilijker te verbranden, daardoor ga je op dat moment langzamer lopen en gaat de hartslag omhoog. Tijdens de marathon kwam dat punt bij mij veel te vroeg en onverwacht. Nu merk ik het omslagpunt en het tempo gaat dan ook (iets) omlaag. We gaan een kilometer lopen in 6minuut30. Ik vind het niet vervelend, want ik ben blij dat ik nu weet wat ik voel en hoe het werkt. Ik lees heel veel over hardlopen en ben blij steeds meer kennis over dit soort zaken te hebben. Dan komt het niet uit de lucht vallen.
Inmiddels gaan we richting het ijskraampje wat we tot einddoel hebben gebombardeerd en lopen door het park. Eigenlijk beslis ik daar dat ik geen ijs moet gaan eten, omdat ik niet weet hoe het gaat vallen. Het wordt duidelijk dat we gaan proberen om de 27 kilometer te halen. We lopen een rondje door de wijk, want voor we bij school zijn hebben we nog wat tijd over.
Om 5 voor 12 staan we bij de school, na ruim 27 kilometer en na 2 uur en 50 minuten onafgebroken gelopen te hebben. Ik ben moe, maar heel tevreden. Ik ben niet doodop. We hebben heel lekker het tempo aangehouden en dat ging behoorlijk gemakkelijk. Ik heb eigenlijk geen enkel moment gedacht aan opgeven of gedachten gehad van dit-is-zwaar.
We gaan netjes stretchen en mijn benen protesteren pas nu ze stil mogen staan. Mijn compagnon loopt richting huis en ik loop Vincent tegemoet. Vincent rent achter hem aan en ik moet ook meerennen. Wat doen mijn benen dan veel pijn! Als we de voordeur open doen, komt de zon door.
Thuis blijk ik bezweet en ik heb veel minder trek dan je zou verwachten. Ik heb genoeg aan een bakje yoghurt. Ik ga snel even douchen en dan kijken hoe goed het is gegaan. Met een gemiddelde van 9,6 kilometer per uur hebben we heel goed het tempo erin gehouden. Voor mijn medeloper is het de langste loop ooit! Voor mij zijn het de snelste 27 kilometer ooit. Een half jaar geleden liep ik daar nog een half uur (!!) langer over.
En ik ben dan wel moe, maar ik ben ook erg tevreden. Vandaag doe ik verder rustig aan, want mijn benen en voeten zouden luidkeels schreeuwen als die iets te zeggen hadden.
Een superfijne eerste training naar de Almere City Run toe
De hele dag heb ik gewacht tot de eerste hardlooptraining. Ik ben er best nerveus voor en wat ben ik blij dat mijn vriendin ook komt! Ik weet niet of ik met de A-groep mee moet gaan lopen en of ik dan achteraan loop… Als zij met de C meegaat… Ik kom dus best zenuwachtig aan, maar gelukkig mag ik in de auto eerst nog kei-hard Loreena McKennitt luisteren.
Mijn vriendin gaat met de B mee. Twijfel ik weer. Ik zie wel een paar bekenden. Ik heb geen idee wat mijn nivo is en welke mensen met de A mee gaan lopen. Dan blijkt er één A/B groep te zijn. Pak van mijn hart! Jammer dat die kwebbelende dames nu ook mee gaan. Geinig dat zij blijkbaar ook nerveus zijn.
Er komt veel uitleg aan te pas en dat vind ik erg fijn. Ik weet het natuurlijk allemaal wel inmiddels, maar het is heerlijk dat ik nu weet waar het over gaat. We gaan indribbelen en ik loop lekker achteraan. We komen op het industrieterrein en daar begint de loopscholing. Afwikkelen van de voet in een tripling, de skippings. De trainer legt het heerlijk duidelijk uit en ik ben wat ongeduldig. De steigerung loop ik netjes telkens ietsje harder, maar of ík schat het niet goed in, of de rest gaat al bij de vierde lantaarnpaal te hard! Ze halen me allemaal in.
Dan gaan we lantaarnpalen tellen: 2 hard, 2 zacht. Ik ga voorop. Tel rustig zelf de lantaarns af. Weg van het gekwebbel. Ik ga lekker door en kan mijn eigen tempo goed opvoeren, al vind ik de stukjes wat kort. Ik dribbel netjes terug en dan mogen we om de flats heen.
Dat deden we vorig jaar ook in de eerste training waarin het niet donker werd. Op het fietspad zacht lopen, de drie zijdes om de flat heen hard. Dat is maar 170 meter en ik besluit al snel om vier zijdes om de flat heen hard te gaan. Dat moeten we 5 keer doen (5 verschillende flats). Ik ga voorop en mag hard. Ik ga ook hard, maar ik heb niet het gevoel té hard te gaan. De trainer zegt dat ik die laatste zijde ook rustig aan moet doen, maar ik wil mijn eigen training en ik weet dat ik het aankan. Ik bliksem om de flats heen en geniet ervan om lekker hard te kunnen lopen en mezelf uit te kunnen dagen. Omdat ik zoveel voor lig, heb ik geen last van anderen (ik zie ze niet eens).

Omdat ik natuurlijk wel sneller klaar ben, mag ik een rondje extra! Ik haal de groep in en loop lekker mee achteraan uit. We gaan de rondjes om de flat vergroten en alleen op het fietspad rustig lopen. Ik besluit iets langzamer in te zetten. Wetend dat ik dat ook zelf kan regelen. Dus eerst om 1 flat heen, daarna om 2 flats heen, dan 3 en tenslotte om 4 flats heen. Alleen op het fietspad mag je rustig.
Ik weet eigenlijk niet hoe hard ik ga. Ik kijk niet op mijn horloge tijdens de training. Ik kijk naar de lampen van Almere in de verte, naar het water naast me en naar de arme lieden die hun hondje uit moeten laten terwijl er renners langs komen. Ik zie me nog afzien bij een eerdere training op dezelfde plek. Op de andere renners let ik helemaal niet. Ik probeer te letten op mijn loophouding en mijn voetplaatsing.
Als ik nu kijk, loop ik op tempo ruim 13 km per uur. Ik heb het daar ook warm van! Dan loop ik ook te zweten! En dan ben ik ook moe en buiten adem, maar het gaat voor mij om kleine stukjes. En ik kan ook heel goed langzaam lopen en op adem komen. Het laatste rondje doe ik ietsje rustiger aan. Dan loop ik ‘maar’ 12 kilometer per uur. We lopen uit langs de flats en bij de tweede en vierde flat zet ik voor 1 keer nog aan. Stiekem…
Als ik me omdraai om de rest van de lopers in te gaan halen, schrik ik wel. Achter mij lopen 2 mannen en daarachter nog 1 man. Ze lopen redelijk vér achter me, meer nog dan ik dacht. Ik heb al 2 flats teruggelopen en dan komen de (intussen rustig geworden) dames pas. Ik sluit achteraan na 4 flats terug te hebben gelopen en we lopen weer terug. Mijn hartslag ligt bij de versnellingen op ongeveer 170 slagen per minuut, maar nu daalt het al heel snel terug naar 140 slagen per minuut.
Mijn vriendin kan er niet over uit hoeveel sneller ik geworden ben. Ze zegt dat de anderen het ook hebben opgemerkt. Ik zit vol energie en heb echt genoten van het trainen. We doen de oefeningen braaf en dan voel ik pas hoeveel beter ik echt geworden ben. Ik ben niet doodop, niet leeggelopen of vermoeid. Ik ben opgewekt en loop te fluiten!
De trainer maant me wel om ook echt rustig aan te doen als dat moet. Hij zegt erbij dat hij ziet dat ik het wel kan, maar dat rust ook belangrijk is. Voor mij wordt dat steeds moeilijker. Het liefst zou ik elke dag gaan lopen, zeker nu het lekker weer is en het zo goed gaat. Maar ik leer nu ook veel, ook over de fysica van hardlopen en weet dat het niet goed is om geen rust te nemen.
Ik baal er wel van dat mijn horloge zo weinig nauwkeurig is. Ik heb ‘maar’ 8,8 kilometer gelopen. Het zou toch echt meer moeten zijn, aangezien de anderen ook al op 8,5 zit. Als ik het nameet, kom ik op ruim 9 km uit. (9,2km)
Behalve al die kleine pijntjes -beetje aan mijn rechtervoet, beetje aan mijn linkerknie – heb ik eigenlijk niets. Een beetje spierpijn de volgende dag, maar het ergste is dat ik ervan baal dat ik toch echt een dag rust moet houden!
8 Kilometer in wisselende tempo's
De hele dag mooi weer, maar ik heb ‘s avonds met mijn werkende loopmaatje afgesproken. Ik was vanmorgen ook bij de fysiotherapeut en zij heeft me goed uitgelegd dat ik niet al te erg moet inzitten over de peesplaat van mijn rechtervoet. Mijn lichaam gaat al sneller beter worden bij de behandeling. Mijn voet wordt koud, maar ik krijg het warm in mijn rug. De grap is dat je je andere voet dan voelt later op de dag!
Om half 9 hoeft ik alleen nog maar wat moed te verzamelen om te gaan. Al voor 9 uur sta ik klaar. Ik heb geen idee van een route, ik weet alleen dat ik 8 km ga rennen en dat mijn hartslag ‘leading’ is. Het programma staat in mijn horloge. Die zet het inderdaad bij het inlopen op een piepen!
Mijn hartslag is verdeeld in een aantal zones. Ik ga inlopen in zone 1 – 2 : mijn hartslag moet tussen de 111 en 140 slagen per minuut blijven. Zodra ik boven de 140 kom, piept mijn horloge. De enige manier om die hartslag te verlagen is langzamer gaan lopen. Dus ik druk de eerste twee kilometer het tempo!
Na 2 kilometer (met mijn horloge ligt dat iets verder weg natuurlijk) mag ik over naar zone 3: mijn hartslag moet tussen de 149 en 164 komen te liggen. Daar hoort een iets hoger tempo bij. Ik ben blij dat mijn loopmaatje nu lekker vertelt over zijn weekendje weg, want ik kan geen hele verhalen meer vertellen. Ik ben ook een beetje jaloers dat hij schijnbaar moeiteloos een halve marathon over het strand loopt binnen twee uur. Soms piept mijn horloge nog, maar ik luister er al minder goed naar. Ik heb geen enkele last van mijn voet, maar mijn linkerknie geeft wel een pijn signaaltje af. Te verwaarlozen, maar wel merkbaar. Op zich niet erg, want het betekent dat mijn hele lichaam reageert op de behandeling van de fysiotherapeut.
Mijn medeloper mag de route bepalen, ik wil alleen niet in het donker over het slechte fietspad lopen. Ik moet toch al zo opletten! Als het horloge weer piept, gaan we twee kilometer lang op een voor mij tamelijk hoge hartslag lopen, tussen de 164 en 178. Ook nu piept het horloge, maar dan vooral om aan te geven dat de hartslag omhoog moet! Ik moet dus alsmaar harder gaan lopen. Ik heb geen idee hoe hard we lopen en dan is het overduidelijk dat mijn compagnon iets meer in zijn mars heeft: hij kan nog melden hoe hard we gaan, hoe ver het nog is en dat zonder merkbare ademnood. Ik moet flink doorademen en het is voor mij niet meer eenvoudig. Laat staan dat ik kan kletsen! Ik kan nog wel vragen: hier links? Of eventjes lachen. Ik wil het liefst rechtdoor lopen tot aan de supermarkt, maar hij gaat naar rechts en dus ga ik mee. Ik wil nog wel graag door de wijk lopen. We blijven lekker op de straat en mijn medeloper probeert me te zeggen hoe ver het nog is, maar dat zegt me niks. Gelukkig voor hem rijdt de auto ons tegemoet! Het is met mijn horloge tot aan de speeltuin. Ik trek nog een eindsprintje en dan mag ik twee kilometer uitlopen.
De hartslag wordt niet gauw lager en het horloge piept maar. Ik kon weer praten. We liepen een grote ronde om onze eigen wijk. Lekker in een rustig tempootje. We lopen zelfs nog door de achterliggende buurt. Op de laatste weg naar huis maken we nog sprintjes met de lantaarnpalen en na dik 8 kilometer ben ik moe weer thuis. Blijkt dat mijn hartslag in de laatste twee kilometers het hoogste is geweest, terwijl het tempo dat niet was!

In de snelle 2 kilometer met de hoogste hartslag, liepen we ongeveer 12,5 kilometer per uur. Het stuk daarvoor ruim 10,5 kilometer per uur. Ik krijg het benauwd als ik bedenk dat ik ongeveer de hele 10 kilometer over een paar weken op het hoogste tempo moet lopen, wil ik de 50 minuten halen!
Nog nooit heb ik 8,5 kilometer binnen 50 minuten gerend. En dat terwijl het begin zo rustig ging! Normaal was ik echt blij met 8 kilometer binnen 50 minuten. Nu nog iets meer gelopen in iets minder tijd. Niet slecht dus!
12 keer 400 meter in hoog tempo
Het is mooi weer – bijna te mooi om te laten lopen, maar ook te mooi óm te lopen. Ik moest nogal wat moed verzamelen voor een serie Tonio’s: 400 meter hardlopen, afgewisseld met 1 minuut en 50 seconden rust. Dus werd het pas na de middag. Half 3 was het gelukt. Met nieuwe Lidl kleertjes aan, waarbij ik constateerde dat ik maat 40 moet laten hangen voortaan en voor maat 38 moet gaan.
Ik ging eerst een stukje inlopen, gewoon langs het park dezelfde kant op als vorige week. Natuurlijk heeft de hartslagmeter de eerste twee kilometer wat te piepen! Ik ga langs het drukke speeleiland en deze keer hoeft ik pas te beginnen over de brug. Ik knoop alle trainingen aan elkaar: eerst 20 minuten inlopen, dan 2 keer een serie van zes 400tjes.
De eerste is echt even inkomen, het wil nog niet vlotten, ik weet nog niet welk tempo ik ga pakken. De 400 meter zijn snel om. Rust! De tweede ‘vierhonderd’ tel ik de lantaarnpalen, dan gaat het sneller. Deze is prima te doen. Ook het derde ‘vierhondertje’ levert geen grotere problemen op dan dat de lantaarnpalen ophouden en er bomen staan. Zo ook de vierde en de vijfde. Ik hoeft alleen maar rechtdoor richting de dijk. Ik zie honden (blijf uit mijn buurt) en andere hardlopers (ik ga dadelijk weer harder hoor).
Ik ga de dijk op in de vijfde ‘vierhonderd’ en verwacht dat dat de zesde is. Nu heb ik de wind niet meer mee. Het is een kleine teleurstelling als ik nog niet op de helft blijk te zijn, maar de zesde gaat berg-af en mijn benen kunnen het bijna niet bijhouden! Ik krijg een flink rood koppie.
De 8 kilometer loop ik in 45minuten:nogwat. Dat vind ik behoorlijk knap van mezelf, aangezien de eerst drie kilometer niet zo snel gingen natuurlijk. Mijn telefoon meld de hele tijd een tempo van 11,5 – 12 km per uur. Dat is niet slecht!
Dan moet ik het programma opnieuw aanzetten, straks ben ik pas blij als het eindriedeltje klinkt. Ik ga nu tegen de wind in en verheug me telkens meer op de langzame stukken. Ik haal wandelaars in en een vrolijke brommerrijder toetert ons na. De achtste ‘vierhonderd’ is zwaar. Het gaat me niet gemakkelijk af en ik moet de bocht om ook nog.
Ook de negende valt me niet gemakkelijk. Ik weet dat ik er nog een paar moet en daar zie ik tegenop. De wind waait langs de kassen af. Ik moet inmiddels ook een beetje poepen en dat bevalt me ook niet echt. Ik denk bij mezelf: ik ga mezelf voorbij, ik ga uit die comfortzone en ik ga dit stuk hard! Het helpt, want de tijd valt mee. Ik probeer de tiende als laatste te beschouwen, maar dat lukt niet helemaal. Ik ben zwaar aan het hijgen en ik ben echt moe van de sprintjes. De een-a-laatste dan. Als ik net klaar ben, zie ik de buren fietsen.
Het is een kleine overwinning dat ik de 10 kilometer in 57 minuten heb gelopen, terwijl de eerste 3 kilometer sloom waren.
De laatste ‘vierhonderd’ wordt het niet: ik ben moe, ik ben het lopen moe, het gaat de brug op en ook nog tegen de wind in. De brug af zijn de 400 meter al voorbij, dus van de neerwaartse snelheid kan ik geen gebruik maken! Dit is de langzaamste ‘vierhonderd’ van 1:56. Ik ga heerlijk langzaam uitlopen. Mijn hartslag daalt dan razendsnel.
Ik geniet van de bossen om onze wijk heen en van de rust, de vogels en het lopen. Jammer dat ik eigenlijk naar de WC moet en dat mijn rechterknie pijn gaat doen. Het heeft er vast mee te maken, dat ik vandaag mijn grote eet-alles-maar-dag heb. Of het komt erdoor dat ik niet goed met een strakke broek net onder knie kan lopen. Mijn voeten en peesplaten hebben om de beurt pijn gedaan, maar daar heb ik geen last van.
Ik heb al met al toch weer 12 kilometer afgelegd. De hartslag valt wel mee:154 ongeveer. Ik heb geen muziek geluisterd, omdat ik mijn telefoon wil horen. Dat zet de weekteller op ruim 50 kilometer. Met al het wandelen erbij kom ik op 70 kilometer. Thuis ga ik snel naar de plee en daarna wat drinken. Ik eet lekker veel schuimpjes.
Een halve marathon op nieuw terrein
Om 9 uur reed ik richting mijn hardloopvriendin. Ik pikte haar op en we reden samen naar een ons onbekend natuurgebied, waar geen van ons eerder was geweest. Op mijn hand stonden de nummers van de fietsroute die we konden volgen voor een tocht van circa 19 kilometer.
We zetten de auto meteen op de parkeerplaats en waren bij nummer 70 om te starten. We volgden eerst de weg die we deelden met een hoop graafmachines, maar al snel draaiden we af het bos in. We kwamen nog 2 mensen tegen en dat was het voorlopig. We hadden het bos voor onszelf. De vogels, de ruisende taken en ons gekwebbel. Want we kletsen de hele tijd!
Er vlogen grote vogels en kleine vogeltjes. We hadden het over de kinderen natuurlijk. En over alles wat we met zijn tweeen maar kunnen bedenken! Het is best stom, maar hele stukken kan ik me niet meer zoveel van herrinneren, vooral bos overal! En rust. We volgden lekker de paden. Ik nam netjes bij elke 5 km een tabletje. We kwamen langs een camping te zien aan de vlaggen.
Het was de hele tijd bewolkt en heerlijk van temperatuur. Mijn hartslag is vanaf de tweede kilometer gedaald en ik liep heerlijk ontspannen. Ik hoefde helemaal niet hard, daar heb ik andere trainingen voor. Deze training zorgt ervoor dat ik mijn lichaam leer om kilometers te maken.
We gingen langs een drukke weg aan de rand van de stad lopen op een heel smal pad. We moesten achter elkaar lopen. Ik ging voorop, maar ik had het idee dat ik elke keer het tempo op wilde voeren. We kwamen langs het golfterrein. Elke bocht hoopten we op een breder pad om verder te kunnen kleppen, maar het duurde wel even. We zagen een meneer die bomen aan het zagen was. En er kwamen twee auto’s langs met aanhanger om mee te gaan helpen. We kwamen langs een kantoor van Staatsbosbeheer en daar werd de weg weer breder. We staken moeiteloos de grote weg over en mijn vriendin had het wat zwaarder. Dus ging het tempo omlaag, maar ik gaf daar niks om, want mijn hartslag ging ook mee omlaag. Ik weet hoe schuldig je je dan kan voelen, want dat heb ik altijd bij mijn andere loopmaatje; maar ik weet nu ook dat het echt geen probleem is. We liepen verkeerd, misten een punt en dus moesten we weer terug. Dat is het enige punt waar we even stil hebben gestaan.

We kregen wind tegen. Dan moet ik altijd zo hard grijnzen, dat het stukken gemakkelijker wordt. Ik vond de zijwind ietsje minder fijn. Van het kalme tempo krijg ik eerder last van mijn knieen en mijn rechtervoet. Niet hinderlijk, maar misschien heb ik gewoon tijd om er op te letten?
We staken de grote weg weer over en we moesten wel even wachten. We gingen het natuurgebied in en ik had echt het idee: zo, we zijn op de terugweg. Ik deelde mijn tabletten. Het was helemaal leeg in het bosgebied. In de verte was een windmolen te zien. Het tempo ging nog verder omlaag, maar ik had alle tijd om heerlijk te genieten van de ruimte, van het soms wat dor uitziende bos en het moerassige gebied.
In de berm lag een vrijend stel, waar we flink lol om hadden. Intussen vlogen de kilometers voorbij. De 19 kilometer zouden we echt wel overschrijden, maar met hoeveel? Ik kwebbelde intussen vrolijk en moeiteloos verder.
Ik had echt nog wel een kilometer of 6 verder kunnen gaan, maar mijn vriendin was er na 21,1 kilometer echt klaar mee en ging over tot wandelen. Mijn horloge is altijd minder rooskleurig: ik moest nog een paar honderd meter doorrennen om de halve marathon compleet te maken. Dat hadden we niet al te snel gedaan: in 2 uur en een kwartier, maar het was wel een goed gevoel! We hebben gemiddeld 9,2 kilometer per uur gelopen. (6:30)
En uitwandelend komen we denk ik rond de 22 kilometer uit. Niet verkeerd hoor. Met een hartslag van 145 ben ik uitermate tevreden! Vorige week gingen we sneller, maar toen was het veel zwaarder. Dan ben ik blijer met een loop zoals deze.
Vrolijk en met een goed gevoel reden we heerlijk binnendoor weer terug naar huis.


