Na de goede tempoloop had ik enerzijds zin in een flinke training, maar ik was ook wat gespannen; want stel dat het maandag éénmalig goed ging en de laatste training (13 augustus) viel me niet goed. Op naar het buurthuis. Er was 1 trainer, dezelfde als de vorige keer, maar nu voor 30 mensen en vier verschillende nivo’s. Het zou niet te zwaar worden, beloofde de trainer. Ik wist niet of ik dat nu jammer moest vinden of niet….
Eerst inlopen. Injoggen. Bijna twee kilometer echt langzaam. Toen splitste de trainer de groep en vertwijfeld ging ik maar met ‘de snellen’ mee. We moeten tien minuten heen lopen en dezelfde afstand in 9 minuten terug. Altijd moeilijk in te schatten! Ik liep met mijn loopmaatje mee en we kletsten en liepen langzaam aan, maar ver genoeg voor de kwebbeldames uit. Achter ons liep iemand in ons nek te hijgen, vermoeiend! Na tien minuten draaiden we om en kon eindelijk het tempo erin. Boven de elf kilometer per uur, ik raakte niet eens uitgeput. Gelukkig de man achter ons wel 🙂
We deden er 20 seconden te kort over. Toen mocht de andere groep hetzelfde gaan doen en wij moesten trapje op rennen en via het pad stukje langzaam en stukje sprinten. De tweede keer liep ik met een vrouw die heerlijk goed kan sprinten en het werd een wedstrijden joh! We liepen bijna 18 km per uur en ik bleef haar voor. Omdat ik ervan genoot en er zelfs om lachte! Nog eens trapje op en af en nu omhoog rennen. Dat vond ik iets zwaarder, maar ik was simpelweg in vorm. Niks om me druk over te maken. Fijn.

Er moesten ook nog een keer de brug over en bij het stijgen was tempo gewenst. De laatste keer omhoog werd het eindelijk een beetje zwaar voor mij. Maar ik liep nog best fier vooraan! We jogden in langzaam klets-tempo weer naar het beginpunt terug voor de cooling-down. Ik had lekker gelopen: toch weer 9,5 kilometer in wisselende tempo’s en hartslagen vrolijk verwerkt!
Trainingsherkansing
Tempoloopje om te kijken waar ik (versteld van) sta
Vanmiddag stond de fysio op het programma, dus er moest ‘s ochtends gelopen worden. Het was even energie zoeken na een sloom weekend, maar toen ging het t-shirt en de lange broek aan en om kwart voor tien stond ik buiten. Ik ga de komende week het schema volgen uit het hardloopboek voor een halve marathon in 1 uur en 59 minuten. Het tempo waarop de tempoloop zou moeten is 6 minuten per kilometer. Ik had mijn bedenkingen, dat is niet erg snel voor me – maar eerst maar eens proberen wat er mogelijk is! Voor een halve marathon in 1 uur en 49 minuten zou ik 7 kilometer moeten lopen op 5minuut 40 per kilometer. Maar dat doel (halve marathon in 1 uur 50) is me te zwaar. Ik ga vanaf volgende week een aangepast schema volgen om 1 uur en 55 minuten te halen. Maar nu eerst dit eens bewijzen.
Ik nam een bekend rondje. Langs de kassen heen, via de plassen terug. Niet al teveel nadenken. Ik heb een nieuwe koptelefoon en die moest ik de eerste kilometer even aansluiten op de USB. Daarna was het een heerlijk ding: lekker strak, mooi geluid en geen last meer van een kabeltje! Goedgekeurd.
Door naar de tijden: ik merkte al dat de eerste kilometer wat op tempo ging. Maar ik had geen idee hoe hard te hard hard was. Mijn telefoon en Garminhorloge waren het oneens, maar het tempo lag tussen de 5:16(app) en de 5:34(garmin). Anyway: hoe dan ook te snel. Maar het voelde goed; ik had nergens pijn en ik had het wat fris, dus was langzaam gaan geen optie. Over kilometer twee waren ze het eens met 5:05. Da’s dus 11,8 kilometer per uur. Ik vroeg me af hoelang ik dat vol ging houden. Kilometer drie en vier bleven in elk geval onder de 5 minuut 20 per kilometer. En zo kwam de 5 kilometer uit op 26 minuten. Ik mocht van mezelf rustiger aan doen. Maar dat is dan ook weer zonde toch?
Dus ik liep niet erg veel langzamer langs de kassen vol licht (ik denk voor de rozen) en langs de plassen waar niemand te bekennen was op deze maandagochtend. Ik had het inmiddels niet meer koud en er vielen wat verdwaalde druppels om me heen. De zesde kilometer was het zwaarste; ik wilde wel en en niet rustiger doen. Wat is rustiger dan? Met 5:26 werd het de rustigste kilometer. Dan is het uitkijken naar de zevende kilometer en de totaaltijd onder de 40 minuten houden. Dat is een soort streeftijd voor me. 37 minuten?! Ik mocht 8km x 6minuten is achtenveertig minuten doen over deze loop! 11 minuten over de laatste kilometer? Dacht het niet he. Ik nam het fietspaadje onder langs.
En toen zag ik voor me een andere renster. Het gaat omhoog de brug op en ik moest en zou haar voor ik boven was inhalen: hoe moe en rood en bezweet ik inmiddels ook was. Net voor de hekjes kruiste ik voor d’r langs. 😀
Ik had het gevoel dat kilometer acht snel ging, maar hij was net zo snel als zeven. Acht kilometer in 42 minuten en 35 seconden. Ahoi. Gemiddeld 5:19 per kilometer. Amai.
En nu?
Die vraag ontwijk ik en ik ga nog een kilometer uitlopen. Toch nog mooi ergens een kilometertijd van 6 minuten gehaald! Dus ik heb wel 48 minuten gelopen, alleen een kilometer te veel en een tempo te hoog.
Ik heb een rood hoofd en druppel van het zweet, maar mijn voeten, mijn benen, mijn spieren, mijn buik: ik heb er geen last van. Op naar de fysio voor een alternatieve behandeling die nog veel en veel beter werkt.
Blijft de vraag staan en die schuif ik door.
Alsof ik even iets in moet halen!
Vanmorgen om 9 uur stond ik met hardloopschoenen aan weer buiten. Voor een kort, langzaam rondje met mijn loopmaatje. Het regende nog niet, dus we zouden een uurtje meepakken. Het was de vierde dag achter elkaar dat ik ging lopen, en voor mijn loopmaatje was het een jogrondje 1 dag voor een wedstrijd, dus inspanning was uit den boze. Alle kilometertijden moesten beginnen met een zes en nog beter met zes-dertig.
We liepen het bekende rondje langs de oostvaardersplassen, maar dan tegen de klok in. Het was bewolkt, niet erg warm en dus heerlijk loopweer. Mijn loopmaatje is uitermate goed in het laag houden van het tempo (net zoals hij ook moeiteloos een hoog tempo kan halen) en het zeer constant houden van het tempo. Ik vond het prima. De derde kilometer kwam onder de 6:20 uit, maar dat was dan ook het hoogste tempo van de hele route!
In de zevende kilometer kwam de tijd boven de 6:40 uit, omdat we plaats moesten maken voor grasmaaiertjes, dus dat compenseerde. Dit tempo kun je behoorlijk lang volhouden, maar na 8,5 kilometer was het mooi geweest. Vier dagen achter elkaar eropuit. Alle keren heerlijk gelopen, lekker rustig aan om weer terug te komen in het ritme.
En raad ‘s? Mijn telefoon-app vind vier keer in een week een goede reden om weer op het Nederlands over te schakelen! Wat een ‘toewijding’. Bijna 35 kilometer in een week is een mooie nieuwe opbouw. Ik heb weken van 30 kilometer achter de rug, dus ik ga netjes met 10 % per week omhoog.
Eerst moet ik nu uitrusten, want de rest van de dag en de volgende dag breng ik voornamelijk slapend of suffend op de bank door. Ik ga geen vijf keer rennen, omdat ik daar op dit moment lichamelijk nog niet helemaal aan toe ben. Mijn keel, mijn hoofd, mijn spieren; veel dingen doen behoorlijk pijn en laten me merken dat ik nu vooral ook rust nodig heb. Langzaam rennen dus…..
Eindelijk
Vermoeidheid is een aparte gewaarwording: gisteren om vier uur ongeveer voelde mijn lichaam aan alsof het 100 kilo woog: al het bewegen ging moeizaam, denken ging langzaam (tot de ontdekking komen dat de wasmachine klaar is als je vast van plan bent ‘m aan te gaan zetten en dan niet meer weet wanneer je dat al gedaan had), alles wat moe kon zijn stond klaar om onmiddellijk bij het minste spoortje van toestemming in slaap te vallen. Ik bleef rondlopen, onkruid trekken, voorlezen en hardop alles zeggen om het uitgevoerd te krijgen. Door al het werken en de maximale tegenslag die ik erbij kon krijgen: de allerlaatste aflevering was af-ge-keurd- dat maakte me onwaarschijnlijk moe. En ik ben nog niet met vakantie en kan het als enige morgen oplossen. Ik vind het niet erg, maar wel dodelijk vermoeiend. Alsof ik gisteren een marathon gelopen heb. Dat is het enige vergelijk wat ik heb. Om half elf ging ik naar bed, voor 11 uur was het lichtje uit. Maar in tussentijd had ik wél de loopspullen klaargelegd voor een herkansing: lopen over de vlonders naast het Media Park.
Het werk viel mee, het was weer leuk en ik heb zelfs nog iets extra’s gedaan, maar om half 1 stond het vast: er was NIKS meer te doen. Geen compilaties meer, geen veranderingen meer nodig, niets meer na te kijken. Etenstijd? FOUT. Ik had mijn sportkleren snel aan en met op deze ochtend 1 boterham en 1 banaan achter de kiezen vertrok ik voor maximaal drie kwartier laag tempo lopen. Dat ging al snel mis: kilometer 1 in 5:30 heeft niks met laag tempo te maken. Hoe het ook voelt. Het voelde geweldig. Kilometer 2 ging in hetzelfde niet-lage tempo. Langs het water: ik wilde eerst naar de achterste vlonders. Bleek dat ik daar niet in mocht! Ik kon wel over de
natuurbrug. Ik heb me 8 weken afgevraagd waarom die alleen voor dieren was als ik er onderdoor reed! Je kunt je vergissen. Ik kwam op de hei. Stilte. Genieten. Foto maken!
Ik vergat de tijd te stoppen, waardoor de derde kilometer heel langzaam leek te gaan. Maar ik genoot met volle teugen van de hei, het zand onder mijn voeten en het heuveltje waar ik overheen ging. Ik kan dit gewoon, dit afwikkelen van mijn voeten, dit tempo, deze strijd! Dit is niks in vergelijking met wat ik afgelopen weken heb gedaan. Dit relativeert. Ook dat het nu gaat regenen….. Terwijl mijn regenjas in de auto ligt GRMBL Ik kom door een prachtig bos en erger me helemaal nergens aan.
Ik heb geen doel, geen afstand, geen tempo nodig. Ik heb alleen dit hardlopen nodig. Op de paddestoelen staat waar ik heen moet en ik zie de uitzendtoren toch wel staan. Ik zie ook al echte paddestoelen. Kilometer vier en vijf komen weer onder de zes minuten uit. 5 Kilometer zonder doel in 29 minuten. Bingo. Here I Am. This is ME.
Het tempo moet nu omlaag van mezelf. Anders duurt het te kort 🙂
Nogmaals de brug over. Het miezert. Mij best. Ik krijg een bekend en vertrouwd gevoel: ik heb te weinig gegeten! Da’s niet te best, maar het maakt deel uit van mij en mijn beleving die klopt. Ik haal een man in die wandelt en zie veel fietsers. Mijn koptelefoon is inmiddels af.
Dan kom ik bij de vlonders. Ik heb hier (7) jaren geleden veel gelopen en nu ben ik terug. Er loopt een kat, mijn hardloop-totem en dan ga ik de vlondertjes op. Ik hoor de eendjes en meerkoeten. Mijn voetstappen. De druppels maken kringen in het water, maar dit, precies dit, is de gehele verbeelding voor mij van de serie. Tussen het riet door zie ik Calijn zitten in het prachtige licht. Ik hoor de zachte golfjes van de bootjes terwijl het in werkelijkheid stil is. In mijn stappen vertalen zich kinderstemmen die in het water spelen. Ik sta stil, zet mijn horloge stil en maak foto’s van de werkelijkheid. Het duurt even voor ik het ritme van de stappen oppak, het ritme wat in mijn hoofd zit en ik stap voor stap achterlaat. In de verte is een trap en die ga ik op. Ik wil nog een keer over de vlonders, niet om de afstand, maar om de mogelijkheid te krijgen hier alles achter me te laten.Ik heb mijn horloge niet meer aangezet en mis zo een kilometer. Met 6:13 is de tijd nog niet eens zo slecht. Ik ga de vlonders nogmaals over en een gevoel van bevrijding komt over me heen.


Ik ga rustig verder langs mijn auto. Nu kan ik eindelijk opmeten hoe ver ik elke keer heb gewandeld. 7.23 bij de auto. En dan weet ik wat ik de afgelopen week zo miste: ze hebben de wei platgemaaid en de wilde-weidegeur waar ik elke dag van genoot is er niet meer. Ik loop langs de bushalte (laatste keer) en het begint harder te regenen. Langs Talpa (laatste keer) en daaronder is het droog. Mijn voet, mijn lies: pijnloos. 7.49 bij Zodiak. Ik ben weer terug. Ik ben klaar. Eindelijk
Over die 7,5 kilometer heb ik trouwens nog geen 3 kwartier gedaan. 5:58 per kilometer gemiddeld: dat is 10,2 km per uur. Mijn telefoon geeft me 8.6 kilometer, waarvan de 8 kilometer echt binnen 50 minuten vielen! En ik heb veel foto’s gemaakt, rare ondergronden betreden, hoogteverschillen gehad en me niet op snelheid ingespannen.
Bijkletsen en bijrennen.
Vanmorgen had ik met mijn hardloopvriendin afgesproken. Als we niet zouden wegspoelen zouden we lopend gaan bijkletsen, maar veel thee was ook een optie. Ik moest er nog over nadenken en had niet direct mijn loopkleding aan, maar toen we het over een laag tempo eens waren trok ik mijn sportbroek aan. Een lange broek om de witte benen te bedekken, haha. Ik deed voor de zekerheid mijn regenjas aan. In haar tuin, wachtend op de satelliet-verbindingen, vielen circa 15 druppels.
De eerste passen voelde ik mijn lies weer. We liepen zonder doel, zonder vastgestelde afstand, zonder verplichtingen. De enige vereiste was: bijkletsen! Over hardlopen, familiezaken, werk, vakanties in het vooruitzicht, de kinderen. We liepen langs het water en dan is rechttoe rechtaan het gemakkelijkst. In een uiterst gelijkmatig tempo. We liepen over de vlakte die er nog steeds onbebouwd bijligt. Langs het maisdoolhof en nieuwe pannekoekenrestaurant. We kwamen over een steenachtig pad, wat het tempo ietsje vertraagde. Voor even. Wij merkten niks, kwebbelden door en door.
Er was geen regen. Het was behoorlijk warm zelfs in het zonnetje. En zo begaven we ons richting het beoogde doel: de manege. Eindelijk eens vanaf de andere kant! Ik vertelde over mijn TV-prestatie en eindelijk, eindelijk, eindelijk kwam al rennend het gevoel van trots. Het bekende gevoel dat je al rennend meer ruimte krijgt in je hoofd. Het tempo ging als vanzelf iets omhoog! We kwamen nét niet onder de 6 minuten per kilometer uit.
En na tien kilometer was er een uur en een minuut voorbij. Mijn glimlach was terug. Ik had heerlijk gelopen en mijn vriendin ook. We hadden geen tijd om te letten op afstanden, om door te rekenen hoe-ver-nog of hoe-snel. Er was geen tijd om pijntjes te voelen en te analyseren. Geen tijd om je druk te maken over haal-ik-dit en lukt-dit. We hebben de tijd weggebabbeld. Probleemloos. Op 9,8 kilometer per uur.
Ik was niet doodmoe of uitgeput, zoals ik vorige week nog wel was. Mijn lijf voelde niet langer aan als een uitgerekt elastiekje en mijn voet was helemaal beloopbaar. Des te duidelijker hoe het verschil met en zonder stress lopen voelt. En dan weet je ineens weer waarom je naar buiten gaat om te hardlopen!
Een laag tempo en vormpjes-rennen.
Daar was het dan eindelijk: het einde van het zware werken. Ik moest vanmiddag het werk even staken, omdat het duidelijk werd dat ik weer niet kon gaan hardlopen in Hilversum omdat het werk uitliep. Om 5 uur was het zover: klaar met werken. Na 8 weken bezig te zijn geweest met zeilboten en toptelevisie maken, was het voorbij. Af. Klaar.
Dus deze avond moest er gelopen worden! En alleen is ook maar alleen, dus ging mijn vriendin mee met wie ik ook de Almere City Run heb gelopen. Langzaam aan. Meer lukt mijn lijf niet. Gisteren heeft de fysio mijn bekken ‘recht’ moeten vouwen en nu is de liespijn al minder. De vermoeidheid zit echter ook in alle spieren, dus deze week wordt er niet hard getraind, alleen maar langzaam gelopen. Zo vaak mogelijk! Buitenlucht – here I come!
We gingen samen niet snel. Ik was wat bedroefd en keek uit over een soort werk-gat, waarvan ik nog niet wist wat ik erover moest denken: blij met vakantie of één saaie leegte? We liepen door de achterliggende wijk heen en de kilometertijden begonnen zelfs met een zeven! Niks ergs aan, maar toch nog iets te snel voor mijn vriendin. We deelden even onze frustraties en na 4 kilometer was zij weer thuis. Ik liep nog te fluiten, dus ik wilde nog even verder. Ach, als je dan toch buiten bent.
Ik besloot in de wijk te blijven en alle straatjes mee te pakken. Het tempo kwam er niet meer echt in. De zeven werd wel een zes, maar echt laag kwam die niet meer uit. Dat het inmiddels donker was geworden duidt er duidelijk op dat de zomeravonden definitief voorbij zijn – gemiste kans. Mijn lies was gevoelig en overstemde mijn voet. Mijn lichaam is moe. Ik ben moe, maar deze keer geeft mijn hoofd het niet toe en mijn beentjes wel! Ik voelde me minder een olifantje als vorige week en loop alweer iets soepeler. Zeker als ik rechtop ga lopen en mijn voeten lekker onder me door laat rollen. De hinde laat nog even op zich wachten, maar ik loop alweer meer in balans. Een uurtje liep ik. 8 Kilometertjes.
Nou niet direct een hoogtepunt in mijn loop-baan. Maar het is weer een begin. En echt moe werd ik er ook niet van. Hoewel de redelijk hoge gemiddelde hartslag van 146 bij de gemiddelde snelheid van 8 km per uur wel duidt op vermoeidheid.
Rondje om muziek te luisteren!
Ik heb een leuke nieuwe artieste ontdekt en wil naar haar muziek luisteren. Hoe kun je dat nu beter doen dan lekker rennend? Ik hoeft niet snel, ik hoeft niet ver en ik ben eerlijk gezegd blij dat mijn vriendinnetje afzegt! Dan ga ik zelf wel. Hoe ver? Zal me een zorg zijn! Waarheen? Ik ga mijn neus achterna! Hoe lang? Ik heb een uur muziek en 5 minuten zin… Gister om 11 uur was ik klaar met werken. Na 8 weken hard werken is er alleen leegte over.
Ik ga toch naar de Oostvaardersplassen nu het nog kan. Het is rustig. Ik kom langs de heuvel en neem een foto.

In de verte regent het. Ik luister lekker naar de muziek. Voel de wind. Hoor de vogels en de krekels op de achtergrond.
De tijden blijven rond de 6 minuten komen, al hoeft dat niet van mezelf. Ik heb op geen enkele manier het gevoel dat ik hard ga. Ik voel me stampen en lijk moeite te hebben met het lopen. Mijn lies is gevoelig, al mijn spieren voelen erg stram aan, maar ik geniet van het lopen, van het vervagende licht, van de mogelijkheid om te lopen. Ik loop langzaam mijn hoofd leeg. Dag boten, dag werk, dag verplichtingen!
Ik ga het bos in en hoor het prachtige muzikale heldenverhaal zoals ik het nooit meer ga beleven: op mijn eigen tempo tussen de bomen door. Lekker hard.
Jammer dat ik aan het einde een hekje over moet klimmen (het olifantenpad zie ik daarna pas) en er net een fietser langskomt…. Ik ga langs de plassen en het wordt nu echt donkerder. Ik luister lekker naar de vrolijke muziek en het tempo in het bos kwam wel 20 seconden boven de 6 minuten uit. Op het asfalt kan het weer wat sneller, maar ik ga helemaal akkoord met 6:30. Prima.
Ik kom weer langs de heuvel en maak opnieuw een foto.

Ik ga nog een stukje om, maar ik zie nergens meer iemand tot ik twee rare mannen ontdek. Het tempo kan nog even omhoog en ik ga naar het trapje toe. Het lijken toch weer 10 kilometer te worden. De laatste kilometer door het zo bekende park valt me zwaar. Ik moet weer ‘s naar het toilet en ik vertraag. Het wordt rap donkerder.
Ik heb genoeg muziek gehoord. Ik ben niet bezweet en heb geen rood hoofd en toch ben ik moe. Gewoon moe. Behoorlijk moe. De laatste kilometer haalt het gemiddelde tempo omlaag. Mijn telefoon en Garmin zijn het totaal oneens, maar na een uur en drie minuten sta ik netjes te stretchen voor de deur.
Voor het eerst in tijden, slaap ik een hele nacht door! De volgende dag ga we een stukje fietsen en ben ik nog maar een beetje jaloers op de hardlopers die we tegenkomen. Ik krijg het idee dat mijn tijd ook wel weer komt. Nu heb ik geestelijk en lichamelijk rust nodig! En de fysiotherapeut om wat spierspanningen te verlichten.
Trainen & stress (niet echt een motiverend verhaal volgt….)
De laatste training op lokatie ga ik nog meedoen deze zomer. Op de fiets richting de atletiekbaan. Ik ben al moe. Moe van acht weken werken. Moe van de stress. Moe van het huishouden ernaast op peil houden. Moe van het regelen van de vakantie voor Vincent. Ik ben er nog net niet, dit is de laatste werkweek. Nog een zware week. Ik slaap slecht ‘s nachts: kom moeilijk in slaap en slaap zelden de hele nacht door. Dat heet echt stress en oververmoeidheid. Ik ga toch met de A/B groep mee. Fijne trainer. Ik wil met mijn hoofd de uitdaging. Maar mijn lichaam wil niet mee. De spanning in mijn spieren is hoog. Mijn hartslag ook, maar ik krijg geen tempo. Ik hoor om me heen iedereen over zijn vakantie vertellen. Over weken niet lopen. Ik voel me de witte-benen-binnen-zitten-Kampioen. Vorige keer deed ik dit rondje ook, dus ik voel me door de andere omgeving ook niet geinspireerd. Ik weet wel wat er komt: stukje gras, stukje zand, water zonder bootjes erop.
Eerst loopoefeningen op het parkeerplaatsje. Ik krijg last van mijn lies. Ik heb er afgelopen zaterdag iets verdraaid en nu speelt het op. Spanning. Ik hobbel lekker achteraan mee. Ik doe mijn best – zo’n beetje. Ik doe wat me gezegd wordt. In mijn hoofd is weinig ruimte meer voor eigen iniatief of beslissingen.
We gaan rondjes snel op de parkeerplaats lopen, gevolgd door hollen over het zand en daartussen stukjes rustig lopen. Eerst een kleine rondje+stukje zand, dan een groot rondje+stukje verder zand en tot slot groot en klein rondje+ al het zand. Ik begin best snel, maar de rest kan me gemakkelijk inhalen. Ik weet zeker dat de achtersten niet het grote en kleine rondje hebben gedaan, want ze halen me bij het laatste stuk zand ineens bij! Ik heb zelfs te weinig iniatief om te stoppen terwijl ik pijn heb. Ik wil best, maar ik wil ook vrij zijn en weer goed slapen en geen zorgen meer hebben. Ik keer me volledig in mezelf. Zeg niks meer. Ik zit in mijn hoofd en voel een enorme druk.
We gaan de brug op lopen. Lantaarnpalen tellen. Ook goed. Ik voel me een olifantje. Ben de een-a-laatste. Ik doe heus mijn best, maar het is onmogelijk sneller te gaan. Ik kan nog urenlang lopen, maar mijn lichaam kan niet versnellen. Mijn benen trekken me amper. In mijn hoofd zitten zeilboten. Geen intervallen. Ik moet echt sneller kunnen, maar op dit moment kan er niks. Is dit wat stress met je lijf doet?! Wat een ramp! Het zou toch beter moeten gaan als je lekker bezig kan zijn?! Dit loopt voor geen meter! Ik ben te moe om me er zorgen over te maken. Heb alle energie nodig om door te gaan. Ik loop voorop de brug over in langzaam tempo. Zelfs langzaam tempo lukt me niet meer. Ik doe alleen mijn eigen tempo. We moeten snel de bomen langs, maar ik hou hetzelfde tempo maar aan. Ik kan niet meer sneller. In mijn hoofd zitten beeldlassen, geen intervallen. Het maakt me verdrietig, somber en desperate.
Ik wil niks meer zeggen, ik wil naar huis, terug naar mijn kleine ruimte voor de laatste loodjes. Ik wil niks meer hoeven, alleen mijn donkere hokje in om de laatste afleveringen af te maken. Ik hoeft geen buitenlucht meer, ik wil mijn werk afmaken om ruimte in mijn hoofd te krijgen. Eigelijk wil ik alleen naar huis fietsen meteen na de training, maar 2 trainingsmaatjes fietsen mee. Ze vragen of het goed gaat en alles wat ik zeg is gewoon ‘ja hoor’. Ik heb geen behoefte aan meer uitleg of om meer te zeggen. Ik wil stilte. Tot overmaat van ramp gaan ze de vakantie uitgebreid bespreken! Ik zeg niks. Luisteren lukt nog net. Ik voel ook niks meer.
Het was een lange, zware training van 10,5 kilometer. Zal best. Het ging niet goed. Dat zat in mijn lijf en in mijn hoofd. Stress is dus machtig. Neemt heel veel over. Terug naar de de kleine, donkere ruimte voor de laatste loodjes, om het werk af te maken zodat stress weg kan.
Eindelijk! Lopen in Hilversum!
Al wekenlang ben ik in Hilversum aan het werk. Elke dag rij ik langs het bos en denk ik: hier moet en zal ik lopen! Ik heb het al eerder willen doen, maar deze maandagmiddag komt het er eindelijk van. Ik rij mijn auto een stukje terug en ga de laatste kilometers van mijn dagelijkse route op hoog tempo lopen. Het is natuurlijk langs de weg, licht glooiend en ik ga op tempo lopen. De muziek gaat aan en het ziet er anders uit dan vanuit de auto… Die auto’s maken ook best herrie, dus het tempo gaat ook snel. Dadelijk wacht me bos. De eerste 5 kilometer alles onder de 6 minuten. Ook als het stoplicht op rood staat. Dan ben ik weer bij het mediapark en draai ik het natuurgebied in. Rust. Kalmte. Genieten.Langs het water. Later deze week ga ik de vlondertjes over.
Ik loop door het bos en ga de tijd nemen om te genieten. Het is mooi hier. Echt bos – minder aangeplant als in onze polder.

Ik weet de weg nu nog ‘ongeveer’, maar mijn richtingsgevoel zal me er wel doorheen halen. En anders loop ik maar 8 kilometer of minder. Hoe het valt. Ik steek de weg over en ga de hei op. Vanmorgen heb ik hier de schaapskudde gezien. Die is nu weg. Er is niemand meer. Wow. Van dichtbij is dit veel mooier dan vanuit de auto!
Ik steek een willekeurig pad in. Gewoon over het zand het bos weer in. Ik kan zo terug lopen naar de auto, maar ik wil meer: ik heb de tijd, mijn benen doen het goed en het regent nog niet. Ik kom langs kunstwerken die ik nog nooit heb gezien, langs onbekende wegen, over bospaden en langs de begraafplaats. Het is heerlijk om allemaal nieuwe dingen te zien!
De wolken pakken zich samen en ik moet me opnieuw orienteren. Ik loop achter de school langs en de tennisbaan en constateer dat er geen doorsteek is. Zo loop ik ineens door Bussum heen. Na twee bochten zie ik de auto staan. Het regent nog niet en ik wil zo graag ook nog even kijken wat het pad de andere kant op brengt. Ik kan altijd teruglopen toch?
Hier ga ik heen. Ik kijk even op het bord en constateer dat verdwalen niet zomaar lukt. Paaltjes volgen en de meneer met de hond. Anders had ik het pad over het hoofd gezien. Het is wat modderig, maar mooi! Bruggetjes, vlonders, graspollen en prachtige villa’s. Ik ben blij met deze omweg.

Dan begint het te regenen. Zul je altijd zien. Net te ver van de auto vandaan! Net de regenjas uitgedaan en nu ben ik te laat. De druppels zijn verfrissend. Het is hier mooi en ik heb geen haast. Wat wil je nog meer? De tijd is boven de 6 minuten uitgekomen, maar het interesseert me niks meer. Ik ben aan het omlopen (pad gemist) en ook dat vind ik niet meer zo erg. De beloning ligt voor me:
Een dubbele, volledige regenboog.
Ik maak de route af en kom op onbekend terrein langs een weg uit. Daarna kom ik bij de rotonde, ik ben afgedwaald. Ik besluit om de laatste kilometer uit te wandelen als cooling down. Kan ik rustig naar de villa’s kijken 😉 Over de tien kilometer heb ik een uur en twee minuten gedaan. Maar dat is van geen belang voor me.
Een beetje vochtig, maar uiterst voldaan stap ik in de auto. Dit moet ik vaker doen. Nieuwe wegen, ander terrein, geen haast en lekker genieten van het lopen. ‘s Avonds blijkt dat ik 1 ding anders moet doen voortaan: een aantal spieroefeningen voor je in de auto stapt is een betere cooling down; dat houdt de spierpijn vast iets beter weg!
Skeelerbaan-run
Vlak bij ons huis loopt een skeelerbaan van ongeveer 3,5 kilometer lang. Wij wonen ongeveer in het midden, dus ik kom vaak over stukken die tot de skeelerbaan behoren, maar helemaal van 0 tot 3360 meter aflopen doe ik niet vaak. Dit was de zaterdagavond waarop ik (terwijl ik al liep) dat hiaat eens zou gaan opvullen. Dus niet via de skeelerbaan, maar er een beetje omheen liep ik naar het begin bij de vlaggen.
Ik ging niet snel, ik had niet erg veel zin; ik had geen doel, geen verplichting -alleen maar een stukje hardlopen. Zodat ik de teller van de week weer op 3 kon zetten. Als ik namelijk maar twee keer ga, krijg ik van de Runtastic-app op mijn telefoon in het duits een melding hoe vaak ik gelopen heb. Gro∫artig.
Dus met kilometertijden van 6:09 ging ik niet al te hard, maar wel heel constant drie kilometer lang op precies die tijd! Toen kwam ik op het asfaltpad, waar de streepjes de lengtes aangeven. Het ligt midden langs een grote weg die de Evenaar heet. Zo kan ik dus over de Evenaar rennen! Mijn tempo ging iets omhoog en tot mijn teleurstelling merkte ik dat ik vergeten was de toilet een bezoek te brengen voor ik ging lopen.
Onderweg staan bij elke oversteek hekjes. Daar moet je eigenlijk omheen slalommen, maar dat is natuurlijk knap lastig. Er zijn al heel wat olifantenpaadjes omheen ontstaan. Bij de busbaan staat een UNIEK stoplicht waarop een skeeler te zien is!
De zon ging langzaam onder, de lange zomeravonden zijn nu aardig voorbij.
Ik liep dus vlak langs huis en dacht er even aan om de toilet alsnog te gaan opzoeken, maar eenmaal aan de skeelerbaan-uitdaging begonnen, wilde ik niet opgeven. Ik liep 5 km in 30 minuten. Grappig dat ik inmiddels wel weet hoeveel kilometer ik nog te gaan heb. Ook zonder de streepjes. Ik ontdekte naast de voetbalkooi een waterpunt. Naast een voetbalkooi is er ook een basketbalkooi en tennisvelden midden op de Evenaar.
Ik legde het hele pad af en toen moest ik officieel behoorlijk nodig naar de WC. Maar ja, ik woon dus ongeveer op de helft en weet dat ik nog anderhalve kilometer terug moet. Dat gaat hardlopen het snelste als je haast hebt 🙂
De 7 kilometer haalde ik binnen drie kwartier, maar toen werd de druk echt hoog en moest ik van de buikpijn gewoon lopen en andere spieren flink aanspannen. Bijna 8 kilometer had ik erop zitten toen de deur en de WCdeur voor me opengingen: haasthaasthaast! ‘Ben je nu al terug?’ was de vraag, maar toen ik van mijn last verlost was, vond ik het wel mooi geweest.
En daar kwam de boodschap van de Runtastic App:

Nicht zu glauben.
Mu∫ ich nau wirklich vier mahl pro woche laufen?!
Dat proberen we later wel uit, nu vind ik drie keer ook alweer gro∫artig.
