Vanmorgen had ik met mijn hardloopvriendin afgesproken. Als we niet zouden wegspoelen zouden we lopend gaan bijkletsen, maar veel thee was ook een optie. Ik moest er nog over nadenken en had niet direct mijn loopkleding aan, maar toen we het over een laag tempo eens waren trok ik mijn sportbroek aan. Een lange broek om de witte benen te bedekken, haha. Ik deed voor de zekerheid mijn regenjas aan. In haar tuin, wachtend op de satelliet-verbindingen, vielen circa 15 druppels.
De eerste passen voelde ik mijn lies weer. We liepen zonder doel, zonder vastgestelde afstand, zonder verplichtingen. De enige vereiste was: bijkletsen! Over hardlopen, familiezaken, werk, vakanties in het vooruitzicht, de kinderen. We liepen langs het water en dan is rechttoe rechtaan het gemakkelijkst. In een uiterst gelijkmatig tempo. We liepen over de vlakte die er nog steeds onbebouwd bijligt. Langs het maisdoolhof en nieuwe pannekoekenrestaurant. We kwamen over een steenachtig pad, wat het tempo ietsje vertraagde. Voor even. Wij merkten niks, kwebbelden door en door.
Er was geen regen. Het was behoorlijk warm zelfs in het zonnetje. En zo begaven we ons richting het beoogde doel: de manege. Eindelijk eens vanaf de andere kant! Ik vertelde over mijn TV-prestatie en eindelijk, eindelijk, eindelijk kwam al rennend het gevoel van trots. Het bekende gevoel dat je al rennend meer ruimte krijgt in je hoofd. Het tempo ging als vanzelf iets omhoog! We kwamen nét niet onder de 6 minuten per kilometer uit.
En na tien kilometer was er een uur en een minuut voorbij. Mijn glimlach was terug. Ik had heerlijk gelopen en mijn vriendin ook. We hadden geen tijd om te letten op afstanden, om door te rekenen hoe-ver-nog of hoe-snel. Er was geen tijd om pijntjes te voelen en te analyseren. Geen tijd om je druk te maken over haal-ik-dit en lukt-dit. We hebben de tijd weggebabbeld. Probleemloos. Op 9,8 kilometer per uur.
Ik was niet doodmoe of uitgeput, zoals ik vorige week nog wel was. Mijn lijf voelde niet langer aan als een uitgerekt elastiekje en mijn voet was helemaal beloopbaar. Des te duidelijker hoe het verschil met en zonder stress lopen voelt. En dan weet je ineens weer waarom je naar buiten gaat om te hardlopen!
Bijkletsen en bijrennen.
Een laag tempo en vormpjes-rennen.
Daar was het dan eindelijk: het einde van het zware werken. Ik moest vanmiddag het werk even staken, omdat het duidelijk werd dat ik weer niet kon gaan hardlopen in Hilversum omdat het werk uitliep. Om 5 uur was het zover: klaar met werken. Na 8 weken bezig te zijn geweest met zeilboten en toptelevisie maken, was het voorbij. Af. Klaar.
Dus deze avond moest er gelopen worden! En alleen is ook maar alleen, dus ging mijn vriendin mee met wie ik ook de Almere City Run heb gelopen. Langzaam aan. Meer lukt mijn lijf niet. Gisteren heeft de fysio mijn bekken ‘recht’ moeten vouwen en nu is de liespijn al minder. De vermoeidheid zit echter ook in alle spieren, dus deze week wordt er niet hard getraind, alleen maar langzaam gelopen. Zo vaak mogelijk! Buitenlucht – here I come!
We gingen samen niet snel. Ik was wat bedroefd en keek uit over een soort werk-gat, waarvan ik nog niet wist wat ik erover moest denken: blij met vakantie of één saaie leegte? We liepen door de achterliggende wijk heen en de kilometertijden begonnen zelfs met een zeven! Niks ergs aan, maar toch nog iets te snel voor mijn vriendin. We deelden even onze frustraties en na 4 kilometer was zij weer thuis. Ik liep nog te fluiten, dus ik wilde nog even verder. Ach, als je dan toch buiten bent.
Ik besloot in de wijk te blijven en alle straatjes mee te pakken. Het tempo kwam er niet meer echt in. De zeven werd wel een zes, maar echt laag kwam die niet meer uit. Dat het inmiddels donker was geworden duidt er duidelijk op dat de zomeravonden definitief voorbij zijn – gemiste kans. Mijn lies was gevoelig en overstemde mijn voet. Mijn lichaam is moe. Ik ben moe, maar deze keer geeft mijn hoofd het niet toe en mijn beentjes wel! Ik voelde me minder een olifantje als vorige week en loop alweer iets soepeler. Zeker als ik rechtop ga lopen en mijn voeten lekker onder me door laat rollen. De hinde laat nog even op zich wachten, maar ik loop alweer meer in balans. Een uurtje liep ik. 8 Kilometertjes.
Nou niet direct een hoogtepunt in mijn loop-baan. Maar het is weer een begin. En echt moe werd ik er ook niet van. Hoewel de redelijk hoge gemiddelde hartslag van 146 bij de gemiddelde snelheid van 8 km per uur wel duidt op vermoeidheid.
Rondje om muziek te luisteren!
Ik heb een leuke nieuwe artieste ontdekt en wil naar haar muziek luisteren. Hoe kun je dat nu beter doen dan lekker rennend? Ik hoeft niet snel, ik hoeft niet ver en ik ben eerlijk gezegd blij dat mijn vriendinnetje afzegt! Dan ga ik zelf wel. Hoe ver? Zal me een zorg zijn! Waarheen? Ik ga mijn neus achterna! Hoe lang? Ik heb een uur muziek en 5 minuten zin… Gister om 11 uur was ik klaar met werken. Na 8 weken hard werken is er alleen leegte over.
Ik ga toch naar de Oostvaardersplassen nu het nog kan. Het is rustig. Ik kom langs de heuvel en neem een foto.

In de verte regent het. Ik luister lekker naar de muziek. Voel de wind. Hoor de vogels en de krekels op de achtergrond.
De tijden blijven rond de 6 minuten komen, al hoeft dat niet van mezelf. Ik heb op geen enkele manier het gevoel dat ik hard ga. Ik voel me stampen en lijk moeite te hebben met het lopen. Mijn lies is gevoelig, al mijn spieren voelen erg stram aan, maar ik geniet van het lopen, van het vervagende licht, van de mogelijkheid om te lopen. Ik loop langzaam mijn hoofd leeg. Dag boten, dag werk, dag verplichtingen!
Ik ga het bos in en hoor het prachtige muzikale heldenverhaal zoals ik het nooit meer ga beleven: op mijn eigen tempo tussen de bomen door. Lekker hard.
Jammer dat ik aan het einde een hekje over moet klimmen (het olifantenpad zie ik daarna pas) en er net een fietser langskomt…. Ik ga langs de plassen en het wordt nu echt donkerder. Ik luister lekker naar de vrolijke muziek en het tempo in het bos kwam wel 20 seconden boven de 6 minuten uit. Op het asfalt kan het weer wat sneller, maar ik ga helemaal akkoord met 6:30. Prima.
Ik kom weer langs de heuvel en maak opnieuw een foto.

Ik ga nog een stukje om, maar ik zie nergens meer iemand tot ik twee rare mannen ontdek. Het tempo kan nog even omhoog en ik ga naar het trapje toe. Het lijken toch weer 10 kilometer te worden. De laatste kilometer door het zo bekende park valt me zwaar. Ik moet weer ‘s naar het toilet en ik vertraag. Het wordt rap donkerder.
Ik heb genoeg muziek gehoord. Ik ben niet bezweet en heb geen rood hoofd en toch ben ik moe. Gewoon moe. Behoorlijk moe. De laatste kilometer haalt het gemiddelde tempo omlaag. Mijn telefoon en Garmin zijn het totaal oneens, maar na een uur en drie minuten sta ik netjes te stretchen voor de deur.
Voor het eerst in tijden, slaap ik een hele nacht door! De volgende dag ga we een stukje fietsen en ben ik nog maar een beetje jaloers op de hardlopers die we tegenkomen. Ik krijg het idee dat mijn tijd ook wel weer komt. Nu heb ik geestelijk en lichamelijk rust nodig! En de fysiotherapeut om wat spierspanningen te verlichten.
Trainen & stress (niet echt een motiverend verhaal volgt….)
De laatste training op lokatie ga ik nog meedoen deze zomer. Op de fiets richting de atletiekbaan. Ik ben al moe. Moe van acht weken werken. Moe van de stress. Moe van het huishouden ernaast op peil houden. Moe van het regelen van de vakantie voor Vincent. Ik ben er nog net niet, dit is de laatste werkweek. Nog een zware week. Ik slaap slecht ‘s nachts: kom moeilijk in slaap en slaap zelden de hele nacht door. Dat heet echt stress en oververmoeidheid. Ik ga toch met de A/B groep mee. Fijne trainer. Ik wil met mijn hoofd de uitdaging. Maar mijn lichaam wil niet mee. De spanning in mijn spieren is hoog. Mijn hartslag ook, maar ik krijg geen tempo. Ik hoor om me heen iedereen over zijn vakantie vertellen. Over weken niet lopen. Ik voel me de witte-benen-binnen-zitten-Kampioen. Vorige keer deed ik dit rondje ook, dus ik voel me door de andere omgeving ook niet geinspireerd. Ik weet wel wat er komt: stukje gras, stukje zand, water zonder bootjes erop.
Eerst loopoefeningen op het parkeerplaatsje. Ik krijg last van mijn lies. Ik heb er afgelopen zaterdag iets verdraaid en nu speelt het op. Spanning. Ik hobbel lekker achteraan mee. Ik doe mijn best – zo’n beetje. Ik doe wat me gezegd wordt. In mijn hoofd is weinig ruimte meer voor eigen iniatief of beslissingen.
We gaan rondjes snel op de parkeerplaats lopen, gevolgd door hollen over het zand en daartussen stukjes rustig lopen. Eerst een kleine rondje+stukje zand, dan een groot rondje+stukje verder zand en tot slot groot en klein rondje+ al het zand. Ik begin best snel, maar de rest kan me gemakkelijk inhalen. Ik weet zeker dat de achtersten niet het grote en kleine rondje hebben gedaan, want ze halen me bij het laatste stuk zand ineens bij! Ik heb zelfs te weinig iniatief om te stoppen terwijl ik pijn heb. Ik wil best, maar ik wil ook vrij zijn en weer goed slapen en geen zorgen meer hebben. Ik keer me volledig in mezelf. Zeg niks meer. Ik zit in mijn hoofd en voel een enorme druk.
We gaan de brug op lopen. Lantaarnpalen tellen. Ook goed. Ik voel me een olifantje. Ben de een-a-laatste. Ik doe heus mijn best, maar het is onmogelijk sneller te gaan. Ik kan nog urenlang lopen, maar mijn lichaam kan niet versnellen. Mijn benen trekken me amper. In mijn hoofd zitten zeilboten. Geen intervallen. Ik moet echt sneller kunnen, maar op dit moment kan er niks. Is dit wat stress met je lijf doet?! Wat een ramp! Het zou toch beter moeten gaan als je lekker bezig kan zijn?! Dit loopt voor geen meter! Ik ben te moe om me er zorgen over te maken. Heb alle energie nodig om door te gaan. Ik loop voorop de brug over in langzaam tempo. Zelfs langzaam tempo lukt me niet meer. Ik doe alleen mijn eigen tempo. We moeten snel de bomen langs, maar ik hou hetzelfde tempo maar aan. Ik kan niet meer sneller. In mijn hoofd zitten beeldlassen, geen intervallen. Het maakt me verdrietig, somber en desperate.
Ik wil niks meer zeggen, ik wil naar huis, terug naar mijn kleine ruimte voor de laatste loodjes. Ik wil niks meer hoeven, alleen mijn donkere hokje in om de laatste afleveringen af te maken. Ik hoeft geen buitenlucht meer, ik wil mijn werk afmaken om ruimte in mijn hoofd te krijgen. Eigelijk wil ik alleen naar huis fietsen meteen na de training, maar 2 trainingsmaatjes fietsen mee. Ze vragen of het goed gaat en alles wat ik zeg is gewoon ‘ja hoor’. Ik heb geen behoefte aan meer uitleg of om meer te zeggen. Ik wil stilte. Tot overmaat van ramp gaan ze de vakantie uitgebreid bespreken! Ik zeg niks. Luisteren lukt nog net. Ik voel ook niks meer.
Het was een lange, zware training van 10,5 kilometer. Zal best. Het ging niet goed. Dat zat in mijn lijf en in mijn hoofd. Stress is dus machtig. Neemt heel veel over. Terug naar de de kleine, donkere ruimte voor de laatste loodjes, om het werk af te maken zodat stress weg kan.
Eindelijk! Lopen in Hilversum!
Al wekenlang ben ik in Hilversum aan het werk. Elke dag rij ik langs het bos en denk ik: hier moet en zal ik lopen! Ik heb het al eerder willen doen, maar deze maandagmiddag komt het er eindelijk van. Ik rij mijn auto een stukje terug en ga de laatste kilometers van mijn dagelijkse route op hoog tempo lopen. Het is natuurlijk langs de weg, licht glooiend en ik ga op tempo lopen. De muziek gaat aan en het ziet er anders uit dan vanuit de auto… Die auto’s maken ook best herrie, dus het tempo gaat ook snel. Dadelijk wacht me bos. De eerste 5 kilometer alles onder de 6 minuten. Ook als het stoplicht op rood staat. Dan ben ik weer bij het mediapark en draai ik het natuurgebied in. Rust. Kalmte. Genieten.Langs het water. Later deze week ga ik de vlondertjes over.
Ik loop door het bos en ga de tijd nemen om te genieten. Het is mooi hier. Echt bos – minder aangeplant als in onze polder.

Ik weet de weg nu nog ‘ongeveer’, maar mijn richtingsgevoel zal me er wel doorheen halen. En anders loop ik maar 8 kilometer of minder. Hoe het valt. Ik steek de weg over en ga de hei op. Vanmorgen heb ik hier de schaapskudde gezien. Die is nu weg. Er is niemand meer. Wow. Van dichtbij is dit veel mooier dan vanuit de auto!
Ik steek een willekeurig pad in. Gewoon over het zand het bos weer in. Ik kan zo terug lopen naar de auto, maar ik wil meer: ik heb de tijd, mijn benen doen het goed en het regent nog niet. Ik kom langs kunstwerken die ik nog nooit heb gezien, langs onbekende wegen, over bospaden en langs de begraafplaats. Het is heerlijk om allemaal nieuwe dingen te zien!
De wolken pakken zich samen en ik moet me opnieuw orienteren. Ik loop achter de school langs en de tennisbaan en constateer dat er geen doorsteek is. Zo loop ik ineens door Bussum heen. Na twee bochten zie ik de auto staan. Het regent nog niet en ik wil zo graag ook nog even kijken wat het pad de andere kant op brengt. Ik kan altijd teruglopen toch?
Hier ga ik heen. Ik kijk even op het bord en constateer dat verdwalen niet zomaar lukt. Paaltjes volgen en de meneer met de hond. Anders had ik het pad over het hoofd gezien. Het is wat modderig, maar mooi! Bruggetjes, vlonders, graspollen en prachtige villa’s. Ik ben blij met deze omweg.

Dan begint het te regenen. Zul je altijd zien. Net te ver van de auto vandaan! Net de regenjas uitgedaan en nu ben ik te laat. De druppels zijn verfrissend. Het is hier mooi en ik heb geen haast. Wat wil je nog meer? De tijd is boven de 6 minuten uitgekomen, maar het interesseert me niks meer. Ik ben aan het omlopen (pad gemist) en ook dat vind ik niet meer zo erg. De beloning ligt voor me:
Een dubbele, volledige regenboog.
Ik maak de route af en kom op onbekend terrein langs een weg uit. Daarna kom ik bij de rotonde, ik ben afgedwaald. Ik besluit om de laatste kilometer uit te wandelen als cooling down. Kan ik rustig naar de villa’s kijken 😉 Over de tien kilometer heb ik een uur en twee minuten gedaan. Maar dat is van geen belang voor me.
Een beetje vochtig, maar uiterst voldaan stap ik in de auto. Dit moet ik vaker doen. Nieuwe wegen, ander terrein, geen haast en lekker genieten van het lopen. ‘s Avonds blijkt dat ik 1 ding anders moet doen voortaan: een aantal spieroefeningen voor je in de auto stapt is een betere cooling down; dat houdt de spierpijn vast iets beter weg!
Skeelerbaan-run
Vlak bij ons huis loopt een skeelerbaan van ongeveer 3,5 kilometer lang. Wij wonen ongeveer in het midden, dus ik kom vaak over stukken die tot de skeelerbaan behoren, maar helemaal van 0 tot 3360 meter aflopen doe ik niet vaak. Dit was de zaterdagavond waarop ik (terwijl ik al liep) dat hiaat eens zou gaan opvullen. Dus niet via de skeelerbaan, maar er een beetje omheen liep ik naar het begin bij de vlaggen.
Ik ging niet snel, ik had niet erg veel zin; ik had geen doel, geen verplichting -alleen maar een stukje hardlopen. Zodat ik de teller van de week weer op 3 kon zetten. Als ik namelijk maar twee keer ga, krijg ik van de Runtastic-app op mijn telefoon in het duits een melding hoe vaak ik gelopen heb. Gro∫artig.
Dus met kilometertijden van 6:09 ging ik niet al te hard, maar wel heel constant drie kilometer lang op precies die tijd! Toen kwam ik op het asfaltpad, waar de streepjes de lengtes aangeven. Het ligt midden langs een grote weg die de Evenaar heet. Zo kan ik dus over de Evenaar rennen! Mijn tempo ging iets omhoog en tot mijn teleurstelling merkte ik dat ik vergeten was de toilet een bezoek te brengen voor ik ging lopen.
Onderweg staan bij elke oversteek hekjes. Daar moet je eigenlijk omheen slalommen, maar dat is natuurlijk knap lastig. Er zijn al heel wat olifantenpaadjes omheen ontstaan. Bij de busbaan staat een UNIEK stoplicht waarop een skeeler te zien is!
De zon ging langzaam onder, de lange zomeravonden zijn nu aardig voorbij.
Ik liep dus vlak langs huis en dacht er even aan om de toilet alsnog te gaan opzoeken, maar eenmaal aan de skeelerbaan-uitdaging begonnen, wilde ik niet opgeven. Ik liep 5 km in 30 minuten. Grappig dat ik inmiddels wel weet hoeveel kilometer ik nog te gaan heb. Ook zonder de streepjes. Ik ontdekte naast de voetbalkooi een waterpunt. Naast een voetbalkooi is er ook een basketbalkooi en tennisvelden midden op de Evenaar.
Ik legde het hele pad af en toen moest ik officieel behoorlijk nodig naar de WC. Maar ja, ik woon dus ongeveer op de helft en weet dat ik nog anderhalve kilometer terug moet. Dat gaat hardlopen het snelste als je haast hebt 🙂
De 7 kilometer haalde ik binnen drie kwartier, maar toen werd de druk echt hoog en moest ik van de buikpijn gewoon lopen en andere spieren flink aanspannen. Bijna 8 kilometer had ik erop zitten toen de deur en de WCdeur voor me opengingen: haasthaasthaast! ‘Ben je nu al terug?’ was de vraag, maar toen ik van mijn last verlost was, vond ik het wel mooi geweest.
En daar kwam de boodschap van de Runtastic App:

Nicht zu glauben.
Mu∫ ich nau wirklich vier mahl pro woche laufen?!
Dat proberen we later wel uit, nu vind ik drie keer ook alweer gro∫artig.
Mijn eerste trainingsles als 'trainster'
Ík wilde zo graag rond mijn werk gaan rennen. ZO graag, ik had alles bij me en alles was geregeld en ik verheugde me er de hele dag op. Toen werd het te laat voor de scene af was. Geen tijd meer. Oei, wat was ik pissig. Enorm.
Dus vroeg ik mijn vriendinnetje of ze mee ging. Ze heeft ook de Almere City Run met me gelopen en ik weet dus dat ik niet snel hoeft te gaan, maar ik wil dat zij wat sneller wordt. Gisteravond regende het, dus gingen we niet. Ik had spierpijn vandaag, maar dan helpt een stukje lopen het beste.
Ze was al moe voor we de wijk uit waren. Komt omdat zij veel kwebbelt: ik heb niks te vertellen, ik werk alleen maar. We hadden voor mijn doen lage kilometertijden. 7 minuten. We liepen langs de Oostvaardersplassen en toen ze begon te klagen dat ze elke keer minder hard en minder ver kan lopen, zag ik mijn kans schoon. Ik begon haar over haar hartspier te vertellen en toen was mijn vriendin te moe en ging ze wandelen. Ik mocht even op eigen tempo verder (dat ligt dan opeens hoog) en ging op het heuveltje de paarden fotograferen. Ik joeg mijn vriendin het trapje op. Twee keer.

Ze kreeg er zowaar plezier in. Het tempo legde ik lager en toen moest ze van mij een stukje sprinten. Mij viel het voor de eerste keer niet tegen, maar haar wel 🙂
We wandelden eventjes om bij te komen. Toen hobbelden we weer langzaam de brug op. Ik vind het moeilijk om in te schatten wat voor haar te zwaar is, omdat het voor mij allemaal gemakkelijk is. Naar boven rennen vergt al wat van d’r, dus we sprinten tot halverwege de brug. Haar loopstijl is niet verkeerd, dus als ik te hard met ‘r train, haalt ze me straks in….. We wandelden de brug af en vanaf het skeelerend jogden we weer verder.
Zij kwam al verder dan de afgelopen weken met 5,5 kilometer! Tussen de 2950 en 2900 meter gingen we weer sprinten en ze dacht even dat ze me kon inhalen. Het leverde ons allebei veel gegiebel op en dat helpt nog beter. Na even uitwandelen (hartslag omlaag) pakten we het joggen weer op en ik liet haar het bruggetje opspringen. Ik heb goed gekeken, maar haar armzet en pasafwikkeling is erg goed. We liepen langs de Albert Heijn (he mensen in auto’s, jullie hoeven ons niet voor te laten hoor, wij willen uitrusten)
Toen moesten we lang voor de busbaan wachten en we gingen de Laan der VOC in. Lantaarnpalen! Eentje hard, eentje zacht. Haar veter ging los, fijn voor d’r…. Ik nam de laatste twee lantaarnpalen en toen zijn we heel, heel rustig door het park uit gaan joggen. Moest ik haar telkens terugfluiten, gniffel. Ze vond het leuk en we gaan dit echt wekelijks doen. Ik vind het ook wel grappig.
Bruggentraining 2014
Het was even lastig, maar ik was op tijd klaar met werken. Om 7 uur werd ik opgehaald en naar de Stichtse Brug gereden. Elke zomer worden daar een vijftal trainingen gehouden en ze zijn zwaar en ik vind ze niet vaak echt leuk, maar ik wilde het toch ook nog een keer meemaken. Dus stond ik onbevreesd klaar om met een trainer mee te gaan die het meestal niet zo zwaar maakt. De groep ‘gevorderden’ was groot, zo’n 28 mensen.
We liepen naar het trapje toe op rustig tempo en toen begon de ‘trap’-training. De trap is in drieën verdeeld, elk 26 treden (ik heb het vaak nageteld) en oefening 1 was: drie keer omhoog, eerste stukje zo snel mogelijk, tweede blokje rustig aan, derde weer zo snel mogelijk. De tweede keer dat we omhoog gingen was het 1 rustig, 1 snel, 1 rustig en de derde keer alle drie snel. Het was druk op de trap. Ik ging een beetje vooraan, want hoe verder naar achter, hoe langzamer het wordt.
De tweede trapoefeningen was met treetjes overslaan. Ook drie keer (eerste keer onderste en bovenste stuk met 2 treden tegelijk, daarna alleen het middelste stuk 3 treden tegelijk en de laatste keer natuurlijk alles twee treden tegelijk). Ik vond het hoe hoger ik kwam op de trap hoe zwaarder, net of de afstand groter werd!
Omdat die trap toch lekker ging moesten we daarna de stukken via het gras omhoog. Ik startte iets te laat en daardoor konden de eersten mij zelfs inhalen! Nou ja, die zijn dan ook erg snel. Het was nog steeds zonnig en inmiddels al flink zweten geblazen. We namen de trap de brug op en dribbelden naar de andere kant, ongeveer halverwege naar beneden. Ik ben alweer heel snel uitgerust en tot hele gesprekken in staat. Het uitzicht vanaf de brug is prachtig, maar ook best akelig voor mij, zo in de diepte te kijken.
We moesten een stuk op tempo omhoog lopen en ik dacht nog: ohja, hier kom ik voor! Toen weer langzaam naar beneden. Helemaal onderaan moesten we weer snel helemaal omhoog. Dat is een behoorlijk stuk! Ik dacht: begin maar meteen en daardoor liep ik de eerste 10 meter voorop. HA. Eentjes dan he. Ik moest de snelle lieden al gauw laten inhalen natuurlijk. Maar ik zette er flink de pas in – hier kom ik voor! Berg op, hard (kilometertijd van 5 minuten) en ik was op driekwart flink buiten adem. Hoge hartslag dacht ik zo. Ik zag voor me mensen afhaken en ik dacht: dat niet. Dus ik ging door tot boven, hijgend! Hartslag en tempo lagen allebei behoorlijk hoog. We wandelden zelfs een stukje!
Ik zag dat er voor Elliot (of Elroy) bloemen bij de brug waren neergelegd, op 31 juli 2006 is hij daar blijkbaar overleden. Voor de verandering mochten we nog een keer het trapje af en dat gaf een opstopping omdat de andere groep er ook nog trainde. We gingen onder de brug door en ik heb voor het eerst gezien dat de middenberm is afgesloten met plastic. het was alsof het voor mij was: de mogelijkheden rondom de brug werden uitgebuit. Door het gras op en neer lopen stond ook nog op het programma. Langzaam heen tot het fluitje en dan zo snel mogelijk terug. Ik vind dat altijd rommelig, maar goed: daar kom ik voor.
Toen mochten we langzaam het verharde pad omhoog en snel naar beneden. Dat was natuurlijk een eenmalige luxe, want toen werd het al snel omhoog en langzaam naar beneden. het laatste stukje is nogal steil. Ik ga liever snel omhoog en langzaam omlaag voor de knieën. het is ook nogal ongelijk. Toen ging hij op zijn fluitje blazen: 1 keer was snel en twee keer langzamer. En zo op en neer omhoog. Ik haat het als mensen dan niet helemaal tot boven gaan. Bah. Boven was het uitzicht op de zon door de wolken namelijk het allermooiste en een regelrechte beloning. We zijn geloof ik wel een keer of vijf op en neer gerend.
Ik vond het wel zat, maar de trainer vond dat we nog een keertje de trap op moesten. Heb je meegeteld? Ik heb toch zo’n 700 treetjes meester gemaakt op een willekeurige dinsdagavond! We liepen over het fietspad weer uit, lekker langzaam. Toen was het nog een kwestie van cooling down en de welverdiende napoleon opsnoepen. En helemaal teruglopen naar de auto…….. (grin)
Omdat mijn moeder mijn voicemail had ingesproken dat pa’s dotter-ingreep goed verlopen was, had ik genoeg energie. Ik had heerlijk gelopen en weer eens lekker getraind. Tijdens de laatste trapactie voelde ik al wat spieren protesteren, maar de peesplaat werkte weer ouderwets gewoon mee. Ik heb twee dagen later wel wat spierpijn in de kuiten gekregen. Maar de grijns was ook niet meer weg te toveren!
Even eruit! kan het nog slomer?!
Zaterdag. Na 55 uur werken. Heet buiten. Dan?
Dan ga je rennen. Mijn loopmaatje ging mee (alleen zou ik niet meer gaan geloof ik). We zouden wachten tot na de bui. Die niet viel
Ik viel – in slaap op de bank. Werd wakker van de SMS: de bui is zo voorbij. Dus met mijn ogen half open ging ik snel.
Waarheen? Geen idee – ik was beslissingsloos. Hoe hard? Nou, vooral heel langzaam. hoe ver? 8 kilometer in een uur vond ik prima.
Ik had teveel engelse drop gegeten. Ik was moe. Ik was sloom. Nog meer klachten? Mijn benen waren moe, buik deed pijn en ik had niets te vertellen.
We liepen naar het bos toe. Eerlijk gezegd weet ik niet eens meer precies hoe. Ik was echt wazig! Telde kilometers af en ik dacht: zeven is ook goed, net als de Almere City Run. De tijden lagen dik boven de 6 minuten per kilometer.
We slingerden door het bos en kwamen over de heuvel.
Na 12 minuten ging ik door, maar gemakkelijk was het niet. Als ik alleen was, was ik naar huis gegaan.
Heuveltjes over. Het was allemaal zwaar voor me. Ik klaagde niet, maar het voelde alsof ik 15 kilo te zwaar was (al zou dat ook kunnen, want suiker houdt me wakker)
Over het mooie pad. En toen ergens begon het te regenen. Harder dan de verwachtte bui. Balen, want ik had mijn regenjas net omgeknoopt. De regen was niet koud
We zouden het pad aflopen en dan wandelen. Maar het werd tot op de brug. Na 7 kilometer binnen 50 minuten (hoe sloom is dat!?) was ik er klaar mee.
Wandeltempo vond ik ook goed. Buikpijn, nat, geen zin. We liepen flink door om spierpijn buiten te houden. Ik vond het prima. Sorry, mate – ik vond het niet erg!
Het werden toch 9 kilometer in dik een uur. mijn best. Ik had in elk geval weer iets gelopen. iets buiten gedaan. een douche verdiend.
later, straks, als het werk voorbij is ga ik wel weer meer lopen. Nu moet ik het doen met twee keer per week. Al is drie keer beter, want met twee keer krijg ik een duitse melding via de runners-app….
Geen leuke 10 kilometerloop
Omdat het zomer is, wordt er op verschillende plaatsen getraind. Vandaag was de beurt aan een tamelijk willekeurige kruising, maar mij maakte het niet uit. Ik ging gewoon mee met mijn loopmaatje. Druk was het niet met tien mensen. Ik was al moe van het werken, maar ik ging toch maar. Tien kilometer op een voor mij willekeurig tempo. Het liefst onder het uur, maar ik had al zo lang stilgezeten en ik was al moe!
Ik was stil en redelijk neerslachtig omdat mijn ouders nog steeds niet kunnen helpen bij het oppassen. We gingen niet inlopen, om 2 minuten over acht vertrokken we gewoon. Ik liep al snel naast een man, maar ik wist niet goed of en hoe ik een conversatie moest beginnen, mijn hoofd zat vol werk en deze meneer leek me niet geïnteresseerd in jeugdtelevisie. Er kwam een andere man bijlopen die mij ook bij de Almere City run vorig jaar heeft aangesproken en ik had ineens geen zin meer in contacten. Ik liet me na anderhalve kilometer wat terugvallen. Mijn database op mijn horloge was vol, waardoor ik de kilometertijd niet kon zien, maar het boeide me ook niet.
Ze liepen al snel op me uit en we hobbelden over het industrieterrein. Ik werd ingehaald door iemand die 7 minuten later was begonnen 😉
Ik werd niet heel moe van het tempo. We liepen langs de gevangenis en ineens, na twee of drie kilometer had ik geen zin meer. Ik was te moe. In mijn hoofd. Het voelde aan alsof ik aan het sloffen was, maar de kilometertijd lag op 5:30. Gek genoeg drong er weinig tot me door, behalve dat ik intens verdrietig was en dat die tien kilometer het snelst hardlopend achter de rug waren. Ik was bezorgd en de weg steeg tegen een straffe wind in omhoog. Ik zweette en verloor nog meer vocht. Op de dijk zag ik dat ik al halverwege was. Ik was mijn telefoon vergeten aan te zetten in de eerste 3 kilometer, nu had ik geeneens meer zin om mijn muziek aan te zetten.
Langzaam aan hobbelde ik verder. Ver voor me renden de mannen en achter mij zag ik niemand meer (er hadden er toch twee moeten zijn). Ik liep alleen maar te sippen en kon het niet opbrengen te genieten van de ondergaande zon, de vrijheid en de kracht die ik tijdens het lopen ontwikkelde. Ik dacht in zeilboten en ondraaglijke deadlines. Er was geen moment waarop ik besefte dat ik best hard liep.
De brug weer op en ik zag een naaktslak die op een sigaret lag, dat vond ik grappig. Daardoor moest ik na 8 kilometer voor het eerst een beetje lachen. Mijn tijden gingen wat naar beneden en het drong tot me door dat ik alles onder de 6 minuten aan het lopen was. Het voelde weliswaar aan als 7 minuten, maar zo sloom ging het niet! Ik zag mijn voorgangers niet meer en moest maar eens goed gaan opletten op de pijlen op de weg. Toen kwam de trainer die ook mijn schema (wat ik al enige tijd niet meer volg) maakt er op de fiets aan. Daar ging mijn kans op afsnijden, grinnik.
“Hoe gaat het”, vroeg hij en ik zei alleen maar ‘slecht’. Ik vroeg hem of ik hem later even kon spreken want ik heb wel vragen over het schema. Nog anderhalve kilometer, zei hij. En toen drong tot me door dat ik dat gemakkelijk binnen een uur ging redden en nog wel sneller ook! Ik was niet moe, tenminste niet van het lopen. Ik was daarentegen uitgeput in mijn hoofd. De trainer fietste een stukje naast me op en vroeg waarom het niet ging. Ik vertelde dat het werk-gerelateerd was en dat ik mijn hoofd niet leeg kreeg. Ik had nogmaals tien kilometer moeten lopen! Dat was inderdaad niet zo best, gaf de trainer toe, maar hij voegde eraan toe dat ik behoorlijk hard liep voor een slechte loop. “Of is dat omdat ik naast je fiets?” vroeg hij. Dat vertraagde me juist! En ik liep me groot te houden, kost ook extra energie. Na een paar honderd meter fietste hij de anderen tegemoet.
Ik grinnikte nog over de stoere jongens die op het bankje samenkwamen, met hun…. Skoda. Toen dacht ik: nog 500 meter, ik zie de finish en wat heb ik hier op dit stukje al hard gelopen. Nu mogen mijn benen het overnemen. En ik zette me toch een versnelling in! Ongebrijpelijk! Mijn benen, knieën, voet: die wilden wel – het lag aan mijn hoofd! Verdomd dacht ik, ik ga het halen en op 55 minuten en 55 seconden kwam ik binnen.
Was ik moe? Nee, niet bezweet van het hardlopen. Was ik kapot? Ja, ik was diep ongelukkig. Hoe zwaar kunnen 10 kilometer zijn!
Ging het goed? vroegen ze. Nee, antwoordde ik kortaf en ik wandelde naar mijn fiets om water te halen. Ik had geen zin om iets uit te leggen. Als je nauwelijks traint en dan nog zo hard kunt lopen, hoe slecht moet je je dan voelen? Hoe ontevreden kun je zijn? Nou, ik wist het wel: de tijd deed me niks, ik had gewoon nergens meer zin in.
De trainer raadde me aan toch twee a drie keer per week niet op de bank te blijven zitten. Soms gaat het nu eenmaal niet zoals je wilt en moet je de energie verdelen. Voor mijn blessure is het een fijne tijd.
Nu weer door naar het werk!
