Fietsen om de oostvaardersplassen heen
Van drie naar acht-punt-negen op de geenZINschaal
Hoofd vol met werk. En de tijd ook. Met twee avonden doorwerken tot (na) half 10 en een etentje komt het lopen er simpelweg niet van. Eigenlijk komt er nergens iets van, alleen suikers naar binnen werken blijkt een makkie. Na vier dagen is de zin in hardlopen opgedroogd. Ik hoeft niet meer en wil niet meer. Ik ben moe van al het harde werken en organiseren dat het thuis blijft doorlopen. Het is te heet buiten en ik blijf voor de TV hangen.
Maar nu het is zaterdagavond, niet te heet en als ik nu niet ga…
Ik blijf liever op de bank zitten.
Er is niks meer wat ik wil zien op TV en ik heb een uur geleden gegeten.
Ik heb hoofdpijn en het is al zo vroeg donker.
Ik heb besloten het schema los te laten en op te pakken als ik weer ruimte in mijn hoofd heb.
Mijn conditie is belabberd en ik heb een koortslip, dan kun je vast beter niet lopen.
Om kwart over negen heb ik dan toch de loopschoenen aan en een korte broek en ik zie wel hoe lang ik ga en waarheen. Als ik na 12 minuten nog niet wil, dan keer ik om en is het klaar met hardlopen. Uit onderzoek blijkt dat na 12 minuten je weer ‘gewend’ (verslaafd?) bent. (http://www.sportrusten.nl/moe-ga-hardlopen/) Nu heb ik op de geen-zin schaal een score van drie punten. Ik heb echt geen zin.
Door het park pak ik meteen een lekker vlot tempo. Mijn oefeningen ben ik blijven doen, mijn voet is pijnvrij en mijn stappen zijn weer helemaal eigen. Na een kilometer weet ik weer hoe lekker het hardlopen gaat. Hoe mijn benen dat moeiteloos oppikken, terwijl mijn hoofd wat achterblijft om te zeuren… De muziek staat aan en ik besluit langs de plas te gaan lopen. Ik hou de tijd onder de zes minuten, maar ik voel me tot niets verplicht. Twee kilometer alweer. Het tempo voelt niet aan als hoog, maar ligt boven de tien kilometer. Na 14 minuten kijk ik op mijn horloge, en oké: ik ga nog lang niet terug! Het onderzoek heeft gewonnen en ik glimlach zowaar!
Overal tsjilpen krekels, de geur van water op een afgekoelde zomeravond doet me de koortslip vergeten en de muziek neemt me mee. Ik geniet van het groen, want nu kan het nog: als ik straks weer tijd heb is dit gebied weer voor de reebokken. Nu is het van mij! Drie kilometer: ik ben ongemerkt sneller gaan lopen zeg. Zo voelt het niet. Vier kilometer. En daar is hij weer: niet heel dichtbij, maar er kruist een vosje mijn pad. Hoe hard of zacht, hoe lang of kort ik ook ga, deze loop is geslaagd! 5 Kilometer in 28 minuten. Een 6 komt tevoorschijn op de geen-zin-schaal. Ik ben vergeten waarom ik geen zin had.
De zon gaat al vroeger onder en ik voel het doel al aankomen: 10 kilometer. Plan 1: binnen het uur. Te gemakkelijk. Plan 2: binnen 55 minuten. Hm, dat is een uitdaging! Tot het bruggetje en dan dezelfde rechte weg terug. 1 Rechte lijn gaat het worden. Ik voer het tempo op. 6 Kilometer in 34 minuten. Het moet harder. Ik mag hier officieel niet meer lopen na zonsondergang. Dat maakt dat ik sneller moet en de 7 kilometer haal ik weer ‘s binnen de 40 minuten. Het zweet druipt van me af, maar wat is het ongelooflijk mooi hier. De 7 verschijnt op de geen-zin schaal. Het wordt een 10 als ik dit ga halen in mijn wedstrijdtijd van 52 minuten! Ik begin door te rekenen en moet de laatste kilometer wel hel hard gaan wil ik mijn doel van 55 minuten halen! “Dit is een trainingsrondje en dat is het niet eens, dit is een rondje voor de leuk, geen prestatie-wedstrijd”: voor die (wijze) gedachte is geen plek meer in mijn hoofd.
De tiende kilometer is zwaar, de zon is onder en het is toch nog warm. Ik ga het niet halen deze nog onder de 5 minuten te lopen, want mijn benen zijn dan eindelijk ook moe. Als je dit kunt na een weekje rust en niet-hardlopen, dan moet dit De Wijze Les zijn: neem voor die belangrijke wedstrijd rust, dan ga je sneller! ik haal het niet binnen 55 minuten. Volgens mijn telefoon ga ik 34 seconden te zacht, volgens de garmin een minuut. Geen training gehad, geen wedstrijd gelopen en toch 10 kilometer in 56 minuten. Net geen negen op de geen-zin schaal.
Ik doe netjes de oefeningen voor de deur en druppel leeg van het zweet in de woonkamer.Ik pak het schema niet meer op, maar drie keer per week hardlopen moet me toch blijven lukken. 25 Kilometer deze week. voor mij niet veel, maar samen met meer dan 4o uur werken is het super. De zin is weer terug.
De duurloop die ongemerkt snel voorbij ging
Fietsen door de hitte
Het was een bloedhete dag.
Dertig graden ofzo. Echt warm dus.
Maar ik moest er even sportief op uit.
Kopje thee (of ijswater) gaan drinken bij mijn vriendin aan de andere kant van Almere.
De eerste kilometer ging in een tijd van 3 minuut 2 en toen zette ik de spurt er lekker in. Alle tijden moesten onder de twee komen.
Ik ging hard. Moest even wat energie kwijt. Warm was het toch al!
na 10,5 kilometer in 25 minuten was ik bij mijn vriendin.
Ik luisterde deze keer het liefst naar hun verhalen 🙂
Na 2 glazen water ging ik terug, zelfde rechte route.

Alle tijden onder de drie minuten. Ik racete lekker door!
Het is toch nog een magisch getal om de 21 km te halen, dus ik fietste er 21,3 in 50 minuten en 33 seconden. gemiddeld 25 km per uur.
De hartslag was hoog (163), maar het tevreden gevoel na afloop niet minder hoog!
De training die te laat begon en niet was wat ik gehoopt had
Warm weer en veel te doen en geen vakantie in het vooruitzicht, maar de training vind plaats in het kotterbos, dus dan GA ik.
Het was druk op de parkeerplaats en wij konden lekker met de fiets!
Druk met medelopers, maar niet met trainers: die ontbrak!
We gingen langzaam inlopen. Heel langzaam. Ja hé, hier kom ik dus niet voor!
Ik had ook niet veel te vertellen aan al die vakantiegangers. “wanneer ga jij dan”, bah. De trainster kwam twintig minuten te laat. Op een les van 5 kwartier nogal een slechte beurt. En toen had ze ook nog eens geen programma voor de beste lopers. We werden met 2 medeloopsters weggestuurd: doen jullie maar wat. Tja. Dan ga je in discussie en het werd heuveltjes overrennen. Ik voelde me een beetje verloren. We gingen de heuvel op en af rennen. Mocht twee keer, of als je snel genoeg was drie keer. Ik ging drie keer, al “finishte” ik zo als laatste.

We gingen nog een keer over de heuveltjes en na de zoveelste vakantievan anderen, was ik het helemaal zat. Ik ging alleen lopen en wilde niemand meer horen. Ik bedacht het zelf wel: hard heuvel op, rustig omlaag. Weer bij het beginpunt bedachten de dames dat in een soort van overlegje ook. Dus gingen we nog een keer tot de bankjes. Een heel mooi bos, met honderden mogelijkheden en wij doen saai twee keer de heuveltjes! Onaangemoedigd.
Bij de bankjes hadden mijn loopmaatje en ik het wel gezien en ik stelde hem voor een stukje extra te lopen, met zijn tweeen. Het is ondenkbaar voor me om in het kotterbos niet mijn lievelingsroute te nemen. Die lijdt door een prachtig stuk bos met hoge bomen, vervolgens door een donker stuk waar de bomen dicht bijeen staan en het pad vrolijk slingert en komt dan opeens op een open vlakte. Het is lekker afwisselend. We bouwden zelf wel tempoblokken in, ook al kan ik mijn loopmaatje dan totaal niet bijhouden!
Ineens ging het mis: mijn voet stak en daardoor gaf ik alleen de opdracht om het tempo te verhogen en deed ik zelf niet meer mee. We gingen nog een keer de heuvel over en namen het bos achteraf, lekker tussen de planten door.
Het kribbige is-dit-alles-gevoel verdween naar de achtergrond en maakte plaats voor: het is hier mooi en elf kilometer is genoeg. We liepen langzaam uit en deden samen onze strekoefeningen op het inmiddels verlaten parkeerterrein.
Het uitzicht was adembenemend mooi op deze zomeravond.

Gefrustreerd 5 kilometer lopen :|
Er lag op mijn vrije dag nog een kleine rotopdracht te wachten. Ik had er geen zin in. Ik kwam er niet uit. Het zag er niet leuk uit. Ik was moe. Vincent was ook moe en deed niet precies wat ik wilde. Er ligt nog was te wachten; kortom: een uur fietsen zit er dan echt niet in. Dan ga ik liever een half uurtje hardlopen. Kort rokje aan, muziek mee op hardloopstand en gáán!
De muziek wilde ook al niet meewerken en ik had geen idee van de route of de snelheid die ik wilde gaan lopen. Werd het gewoon eventjes rustig buiten zijn of even wat frustratie wegtrappen? De eerste kilometer ging in 5:30 en toen dacht ik: doorlopen dus. Hard rennen. Zijn we eerder thuis. Ook zonder muziek. Route wordt simpelweg langs het fietspad en winkel 1 door naar het centrum langs winkel 2 en dan over de Evenaar tot winkel 3.


In de tweede kilometer had ik het ineens: ik wist hoe het filmpje moest gaan worden! En dat gaf me een extra boost om nog harder te gaan en meer tijd te hebben om het nog vanavond af te maken. De kilometertijd kon terug naar 5:10. Ik verloor behoorlijk wat zweet, maar het gaf wel voldoening en de frustratie verdween met elke stap meer en meer. Ze hebben met dit filmpje toch maar weer mooi aan mij gedacht!
De vierde kilometer was zwaar. Ik voelde me vermoeid, maar ik gaf niet op. Ik praatte mezelf in mijn hoofd moed in: dit kan je – je vliegt over dit asfalt– het gaat heerlijk. Alleen die gedachten stond ik toe. Dit is de zwaarste kilometer, maar JIJ kunt dit, spookte door mijn hoofd. 5:12 werd het (11,6 km per uur) en ik nam me voor werkelijk alles in de laatste kilometer te stoppen.
Tot de witte brug, tot de witte brug…
Ik werd wat misselijk, maar ik bedacht dat ik genoeg gegeten had (ook al was het te vet), dat ik nergens pijn van had (misschien een beetje van mijn voet, maar ik hield mijn eigen passen aan), dat ik dadelijk zelfs mocht gaan wan-de-len (als ik dat wilde), dat ik graag op 5 minuten wilde eindigen. En dat lukte! Op precies 5 minuten, dus met 12 kilometer per uur, maakte ik de laatste kilometer af. Bij de laatste winkel, nog een paar honderd meter voor de witte brug. Ik stopte onmiddelijk mijn horloge en had over de 5 kilometer 26:10 gedaan.
Nieuw doel: 5 kilometer binnen 25 minuten.
Ik ging niet wandelen, ik rende 500 meter rustig uit. Ik dook eerst onder de koude douche, deed daar de strekoefeningen en maakte binnen een uur het filmpje af, wat ik nu ga doorsturen.
laat ik eens kijken of ik nog 's meer dan 10 kilometer kan lopen…
Vrijdag avond. Ik ben moe, doodmoe van het vele werken. Mijn hoofd is moe. Maar ik kan slecht in slaap komen, juist omdat ik zo moe ben.
Vanavond wordt er voor me gekookt en dat krikt me wat op. Het begint te regenen, maar ik heb met mijn loopmaatje afgesproken anderhalf uur te gaan lopen. Ik hoop er nog even het beste van, maar na 9 uur is het droog. De hardloopschoenen en de korte broek gaan aan. Langzaam lopen. Het is warm en ik ben al zo moe. Rustige duurloop dus. Arm loopmaatje, maar die vind het blijkbaar niet zo erg.
Ik laat me niet kennen hoor! We gaan het bos in. De eerste kilometers gaan al lekker langzaam. Het doel is om elke kilometertijd met een zes te laten beginnen. De eerste drie kilometer is er geen enkel probleem. De zeseneenhalve minuut wordt gehaald. Het ruikt heerlijk buiten na de regen. We lopen langs de mooie velden.
We gaan richting het bos en het schemert al. Het is nog lang niet koud buiten.
Ik ben te moe om echt de route te verzinnen, maar gelukkig zijn we (ook daarvoor) met zijn tweeën. Het is eenvoudig om bij dit tempo te blijven kletsen. We gaan over het fietspad door het volledig verlaten bos. Er is geen wind. We dreigen iets sneller te gaan, maar het tempo blijft keurig beginnen met 6 minuten. Ook door het bos heen over het mooiste stukje. Het is er werkelijk prachtig en het lukt me om het werk achter me te laten. Langzaam wordt mijn hoofd minder moe en mijn benen ietwat vermoeider. Het wordt al donkerder.
Ik begin te merken dat ik al wekenlang niet meer dan 10 kilometer heb gelopen en loop te twijfelen of het verstandig is het weektotaal in één keer te verdubbelen. Zal ik vroegtijdig stoppen? Wordt het niet te donker? Hoe moet de route verder? We lopen langs de Oostvaardersplassen, waar zelfs weinig dieren te bekennen zijn. Na 10 kilometer ben ik het inhouden even zat en op het paadje richting de heuvel halen we het tempo gewoon even omhoog. Hoewel het maar 400 meter is, zullen we de rest van de kilometer echt langzaam aan moeten doen om boven de 6 te blijven – dat lukt net niet en de kilometertijd is 5:56. Ietsje te snel!
We lopen nu echt het donker in en gaan een spel spelen: ik heb in mijn hoofd waar ik heen ga en mijn loopmaatje moet raden waarheen het is. De kilometers gaan volledig ongemerkt voorbij! Ineens is het buitengewoon gemakkelijk vol te houden. Het is donker geworden.
Het laatste stukje door het bos vind ik doodeng. Je ziet niks: alleen een grijs lint asfalt. Ik ben bang dat ik omval zeg! Het is een hele rare gewaarwording om zo in het donker te lopen. Ik zie de andere mensen op het fietspad volledig over het hoofd en schrik me een hoedje van ze!
Na 14 kilometer en anderhalf uur hardlopen haal ik het tempo eruit, uitlopen vind ik prima: de kilometertijden mogen richting de 7 minuten. Mijn hoofd is leeg. Ik heb geen last van mijn voet, de vermoeidheid is uit mijn hoofd in mijn benen gezakt en dat voelt een stuk beter aan!
Het tempo lag laag, op 9,5 kilometer per uur. Maar het was allemaal heel constant. De gemiddelde hartslag ligt onder de 150 – wat met de warmte ook heel prima is. Ik heb de honderdste looptraining van het jaar gedaan. En er zitten al dik 1000 kilometer op. Ik ben heel erg tevreden als ik thuis onder de douche sta.Het is twee maanden geleden dat ik 15 kilometer heb gelopen. Twee maanden! Dat is best een hele tijd. Toen was ik sneller. Maar het is een mooi begin van een nieuwe opbouw en ik kan nog prima meelopen. Ik heb mijn schema wat rustiger gemaakt en de trainer heeft er nog wat trainingsarbeid vanaf gehaald. Vanaf volgende maand ga ik pas weer vier keer per week lopen. Rustig opbouwen en blessurevrij blijven is het allerbelangrijkste.
De 7 Kilometer Wisselduurloop Die ik Nog Nooit had Gedaan.
Ik snapte het niet. Deze training stond maanden geleden toch ook gewoon in het schema? Waarom kon ik die niet terugvinden? Niks van vergelijkbare lengte ook.
Het regende. Toch zette ik het schemaatje in het horloge.
Het bleef regenen. Maar ik wilde naar buiten.
Het was somber en donker en stil op straat. Nou en?
MIJN VOET DOET GEEN PIJN MEER.
Gek dat je de pijn de hele tijd voelt, maar als het geen pijn meer doet en ook lopen naar de waterkoker ineens geen last meer geeft, duurt het een uur voor je dat opmerkt. Het was een verademing.
Zou ik daar dan niet van genieten? Het regende een beetje.
Het leek zo kil buiten.
Maar ik moest en zou deze korte afstand wel even gaan volbrengen. 2 Kilometer inlopen, 2 kilometer lekker doorlopen, 1 kilometer hard en 2 kilometer uitlopen. Het zijn er maar zeven. Peuleschil. Blijkbaar voor het eerst dan. Ook al snap ik dat niet. In de wijken blijven en geen oranje shirt aandoen.
De regen viel mee. De kilte ook. Dus bleek de lange broek al binnen een kilometer de verkeerde keus. Net als de roze regenjas. Langzaam inlopen betekent hartslag onder de 150 houden. Lekker sloom. Kijkend naar alle oranje vlaggetjes. Ik besloot net even anders te gaan rennen. Niet over de geijkte fietspaden, maar aan de andere kant langs de huizen. Gossie, wat wonen die mensen zo leuk zeg! De eerste twee kilometer waren snel voorbij en ik vroeg me nog wel even af waarom ik dit ook al weer wilde. En waarom ik dit niet eerder had gedaan? Ik had een hoofd vol gedachten die alle kanten op flitsten. Maar daar was dat hoofd wel aan toe.
Op voor de volgende twee kilometer. Langs de route naar die gewezen vriendin die ik de eerste keer met Vincent in de kinderwagen wandelde toen ik net bevallen was. Dat hoofd heeft zich genoeg geconcentreerd op het werk en gaat inderdaad alle kanten op. Gemakkelijk vol te houden, dit tempo wel. Gemiddeld 5:33 – dat is heel aardig waar ik nu sta qua conditie.
Ik ga dus nét even door die andere straat (wat een lelijke huurhuizen), net even om de volgende hoek (wat een leuke speeltuin hier) en over het schelpjespad wat ik nog nooit eerder heb gezien en gehoord. Wat een geweldig leuk geluid! Het druppelde gestaag wat door, maar ik werd natter van het zweten. Stomme lange broek – dat krijg je als je de hele dag binnen zit zonder raam; dan weet je niks van het weer meer. Wat een rare plek voor een natuurgenezer. Wat een aparte bouwstijlen hier. Waarom ren ik daar altijd omheen eigenlijk?
.”
En dan weet ik het ineens!
De vorige keer dat ik dit moest doen, heb ik rustig aan gedaan.
Door voetpijn! Het staat er heus! in het vorige schema! Toen deed mijn hiel al zeer!! Maar toen deed ik nog rustig aan.
Nu is de pijn verwaarloosbaar. Wel weer voelbaar. Geef ik toe.
Het moeilijkste moest nog komen: rustig uitlopen. Het duurt even voor de hartslag weer gedaald is tot onder de 150 als je een kilometer lang op een hartslag van 165 loopt. Ik hobbelde over het schoolplein door de wijk slingerend over nog-nooit-eerder-gerende straten. Ommetje langs de rotonde. Aan de andere kant langs het spoor en het station en toen was ik wel klaar met de niet-avontuurlijke-maar-toch-anders-dan-anders route.Het hoofd was leeg, de haren nat en ik moest naar de plee. Deze week wordt geen nieuw record qua lengtes.
Een saaie training ,waarin ik niet vooruit te branden was.
Zou het door de warmte zijn gekomen? Of zaten er nog 10 kilometer van gister dwars? Misschien zat mijn hoofd te vol met werk.
In elk geval was het de verkeerde keuze om met de langzamere groep mee te gaan. De snelle groep ging lekker om de atletiekbaan heen lopen – dat had ik veel liever gedaan! Maar ik ging voor veilig en langzaam bij deze eerste training op lokatie. We beginnen in de zomermaanden op een andere plek, omdat het buurthuis dan gesloten is.
Ik voelde me niet zo thuis in de groep en luisterde wat naar ze bij het inlopen. We hadden twee beginners bij ons, die nog echt lekker kalm aan kunnen doen. De trainer joeg ons een viaduct over, maar eigen tempo is niet echt een uitdaging. En dan weer een stukje wandelen. Dat maakt me moe. Ik snap het voor de twee beginners wel, maar ik had nog hoop dat het leuk zou worden als we maar bij de plassen waren.
Even beloofde het ook wat toen we langs de ganzen door het gras en over het strand moesten hollen, maar dat was het dan ook weer. We wandelden weer een stukje en gingen om bomen heen slingeren. Ondanks de brandnetels was het genieten! Inspanning! Van korte duur. Weer even wandelen.
Toen gingen we de trainer volgen om de boompjes heen. Leuk figuurtje 😉

Ik kon het moeiteloos bijhouden, maar juist daardoor werd ik geloof ik gemakzuchtig. Het was ook van korte duur. We gingen sprintjes doen en ik liep niet meer vooraan. Ik kwebbelde inmiddels een beetje mee. Weer wandelen. En toen een brug op. Ik vond het wel goed. Voor mij was de training te versnipperd en onbegrijpelijk geworden. Ik wilde gewoon hardlopen, hoofd leegmaken en krachten verbruiken. We gingen het talud nog eens af en op en weer een keer de brug op en rustig terug.
Toen mochten we de langzaamsten inhalen op eigen tempo. Ik nam het schelpenpad naast het asfalt en trok me even terug. Op mijn eigen tempo, met een mooi gemiddelde van 5:10 (11,6 kilometer per uur). Zo had ik wel even door kunnen gaan, maar het werd een stukje uitwandelen. Ik had er genoeg van eigenlijk. We mochten nog 1 keer op eigen tempo het viaduct over. Ik kon de snelste jongedame niet bijhouden, maar de mensen die ik in het begin moest voorlaten, pakte ik terug op de afstand. We gingen lekker ‘stofzuigen’: teruglopen tot de achtersten en op hun tempo mee naar het eindpunt lopen. Er was nog tijd voor wat loopoefeningen: achteruit rennen, skippings, knieheffen. Toen was de training voorbij. Net geen 7 kilometer. In een uur. Ik had nog meer dan genoeg energie om enigsinds gefrustreerd naar huis te fietsen. Waarbij de steken in mijn voet TIJDENS het fietsen de frustratie alleen maar groter maakten!
Een rustige (?) duurloop van een uur.
Vannacht had ik last van mijn voet. Van allebei mijn voeten. Niet alleen van de hak(ken), maar voornamelijk onder de voet. Steken zelfs. Allebei de voeten!! JA HALLO. Hoe erg is dat? Frustrerend zeg. Anders liggen, omdraaien en weer wakker geschreeuwd door voetbalfans en een klamme hitte. Intussen heb ik de route van vandaag maar bedacht om de moed erin te houden. Aan de andere kant: nu valt het ook wel weer mee, want als je allebei de voeten voelt is er rechts een duidelijke verbetering. Ik was niet ongerust, maar wel geërgerd.
Vanmorgen kon ik moeiteloos opstaan. Niet stijf. Niet pijnlijk. OKÉ, doe het dan maar ‘s nachts. 🙂
Dus een uur na het schamele ontbijt en de constatering dat ik alweer wat kilo’s minder te slepen heb, gingen de loopschoenen weer aan en deze keer maar ‘s het hardlooprokje. Ik weiger in het oranje te gaan! Op straat blijkt het harder te waaien dan verwacht en het was nog warmer ook. Mijn horloge werkte niet mee. Dat kostte me vijf zenuwslopende minuten, want hij leek niet meer aan te gaan. Gelukkig was dat niet de waarheid.
Ik hield me aan de route. 6 Kilometer langs de oostvaardersplassen met wat ommetjes langs de wijk was de bedoeling om te kijken hoe ver ik zou komen. Ik nam een fijn tempo aan. Ongeacht hoe snel of langzaam dat zou zijn. Het bleek snel te gaan. Al waren mijn telefoon en mijn horloge het niet helemaal eens. Mijn tijden kwamen allemaal rond de 5:30 / 5:40 uit. Was de eerste op de telefoon nog langzaam met 5:41, de garmin maakte de kilometer al in 5:28 vol. De telefoon maakte de volgende drie kilometers keurig alledrie even hard op 5:31, ondanks de brug die ertussen zat! Garmin was het daar mee eens. En toen had ik de vijf kilometer al in 27:30 gelopen. Ik had niet het gevoel dat ik hard ging. Ik ging gewoon lekker, precies goed.
Na 5 kilometer mocht het langzamer van mezelf en ging ik onder de bomen aan het lopen. Aj, daar ging de Garmin onderuit en liep ineens helemaal niet meer gelijk met de telefoon! De tijden gingen bij de telefoon wel netjes richting de 6 minuten, maar bleven eronder. De Garmin liet de zevende kilometer boven de 6 minuten uitkomen! De zesde kilometer was het horloge behoorlijk op de zaken vooruitgelopen. Even gissen dus. Maar ondanks de hitte ging ik liever door. Ik hoefde geen wedstrijd te winnen. Over de achtste kilometer waren ze het weer eens: onder de 5:40. Geen bomen meer he.
Ik ging door. Onder de bomen en weer was ik volgens de Garmin 20 seconden langzamer, ja doei! 8 Kilometer in 50 minuten, ik lag weer op koers! Snel tellend ging ik dus zeker 10 kilometer in een uur halen. Zonde om die kans te laten liggen toch? Toch was er weer een gat van 20 seconden op kilometer 9, dus of ik hem nou in 5:38 of 5:55 deed, ik weet het niet. Door het park een laatste stukje hardlopen en nog even langs het station en daar was de tien kilometer. 56 minuten en 30 seconden zei de telefoon. 56 minuten en 37 seconden zei de Garmin. Anyway: een tijd om trots op te zijn! Een ‘traininkje’ ja. Een langzame duurloop….. Waar stond die tekst ook weer dat de hartslag op 130 moest blijven?! Die heb ik weer even over het hoofd gezien…. Gemiddelde hartslag was 158. Hitte he 😉
Ik was heel tevreden toen ik precies een uur later in de tuin stond uit te rekken. Bezweet, maar blijkbaar kan ik toch nog wel iets voor elkaar krijgen. Kan me niet voorstellen dat dat van 1 intervaltraining komt, gniffel. Ik heb er nu echt weer vertrouwen in dat ik terug kan komen en de fiets in de schuur kan laten staan.En ohja,
voetpijn?
Nee. Niet meer.
N I K S Misschien een beetje gevoelig, maar verder echt nergens last van.
He?! WAT?!! Wie het weet mag het zeggen!








