2022-25 Canada 1 – nauwelijks foto’s, maar wel het verslag

17 juli Hardlopen op een nieuw continent.

Het was een lange reis gisteren. Een lange dag. De tijdzones verzet. Lang stilzitten in het vliegtuig. Mijn Garmin is ook van slag.

We wandelen nog even als we in Edmonton zijn, in wat daar de avond is. Vreselijk vermoeiend. Voor 9 uur zijn we alledrie onder zeil. En om half 6 begint de zondag alweer. Ik ga even zwemmen. In het mini-mini-mini-badje van het hotel.

4 Slagen heen en 3 slagen terug. Het is de moeite niet, maar een moment om op de techniek te letten en ik ga rondjes zwemmen. Een vis in de vissenkom. Twintig minuten hou ik het vol.
De rest van de dag wandelen we. Naar de Edmonton Mall, het grootste overdekte winkelcentrum van Noord-Amerika. Met een replica van een zeilschip erin en een enorm golfslagbad. Met Belgische wafels en een Legowinkel. En door de warme stad lopen we weer terug naar het hotel. Al met al een halve marathon aan wandelkilometers! Dat voelen mijn voeten en mijn benen.
Maar er staat een korte hardlooptraining op het schema! Dat schema is de komende weken nogal leeg met 3 keer per week hardlopen. Als het zo gaat als vandaag, is dat niet zo erg. Maar nu moeten we dus nog hardlopen op een nieuw continent. Toen ik vorige keer in Canada was, kwam hardlopen niet in me op! Vincent gaat mij. Die kende ik toen ik in 2005 in Canada was, ook nog niet.
het is nog steeds drukkend warm buiten. Tegen de zon in de 114the street over. Het voelt slepend. Tjongejonge: opstarten was niet vaak zo zwaar. Na een lange, vermoeiende dag. Vincent heeft hetzelfde. De weg lijkt omhoog te lopen, hoe kaarsrecht het ook is. We moeten wachten tot we mogen oversteken. Ik tel de minuut eraf. Langs bedrijven en over het spoor. Het is allemaal anders als thuis, maar ook niet helemaal nieuw. We blijven op de stoepen. En dan gaat de stoep links de weg op verder. Over het viaduct.

Over de 16. Brede weg. Het inlopen zit er op en ik voel me iets beter, maar niet echt succesvol. Ik moet 300m versnellen, maar kom totaal niet in zone 3. Mijn benen willen gewoon niet! De eerste 200m wandelt Vincent en ik dribbel. Halverwege de tweede 300m is de stoep op. Omkeren. We lopen langs een groot trein-vrachtverkeer overslagstation.

Nog een keer 300m die natuurlijk het viaduct omhoog op gelopen moeten worden! Zul je altijd zien. Dan is het uitzicht op de stad mooi.

We hebben vooral lol in het klagen hoe zwaar het is en hoe lastig het gaat. Ik doe mijn best, maar zone 3 blijft buiten bereik en het tempo is Mwah en het voelt vooral als log en heet. We doen precies dezelfde weg terug als heen. Wel zo veilig, ook zo saai.

Dan hebben we de zon in de rug en dat is beter, maar gek genoeg lijkt de weg nu ook weer omhoog te lopen! Ik snap er niks van, ik zou zweren dat we op de heenweg ook licht naar boven liepen. Net iets vergist in de afstand en het uitlopen wat maar 5 minuten is. We komen een beetje tijd te kort. Op 8 kilometer ronden we het af. gemiddeld 6:21 valt nog mee, zeker met wandelpauzes erin, maar het voelde als 8:20; zo zwaar.

En zo hebben we dan toch mooi op een nieuw continent gerend! Voor Vincent zijn tweede, ik al de derde (Europa, Turkije in Azië en nu Noord-Amerika). Het hotel is heerlijk koel met de airco, de douche bevalt en de thee is prettig. Al met al een sportieve dag met zwemmen, wandelen en hardlopen! Maar dit was wel in vakantie-modus.

18 juli – een wandeling.

Een dag waarop we de camper ophalen en 400 kilometer rijden richting de bergen. Van Edmonton naar Jasper. Onderweg inkopen doen en de omgeving wordt steeds mooier. ‘s Avonds maken we een wandeling langs de Athabasca River met prachtige uitzichten en heel mooi licht.

19 juli – Hardlopen op hoogte en een hoge VO2Max die zich uitbetaalt.

We gaan naar Mount Whistlers. Eerst rij je een stuk omhoog en dan met de kabelbaan verder. We moeten bijna 2 uur wachten tot er plek is in een karretje! En een wandelroute in de buurt is er niet echt. Daar baal ik dan van, van uren verveling. Hoe mooi het uitzicht ook is. Tot we een spelletje kunnen doen in de camper! Dan is het eigenlijk wel leuk. Met de kabelbaan omhoog en daar is het wat frisser. Uiteraard gaan we naar de top lopen! Op hoogte. Met minder lucht dus een inspanning leveren. En dat kan ik. Niet een beetje, maar ik ben er vreselijk goed voor getraind. Ik kan met ijle lucht die spieren moeiteloos laten werken. Mijn zuurstofopname in het bloed is ontzettend hoog. Ik loop nauwelijks hijgend naar boven. En daar wacht ik dan op Rob en Vincent. Vooral voor Rob is het even wennen. Als ik het wel even ietsje zwaarder heb, ben ik gewend aan doorbuffelen. Dus het mes snijdt aan twee kanten! Ondertussen geniet ik van het overweldigende uitzicht.

Van de rotsige omgeving. En natuurlijk ook van de sneeuw! Terwijl het in Nederland meer dan 35 graden is, sta ik in de sneeuw. Die foto’s kan ik doorsturen naar Joyce thuis. Dat is een rare gewaarwording. Contact op hoogte. Ik neem het ommetje en daar moet ik het nu eenmaal even proberen: kan ik hier hardlopen? Dat lukt! Ik kom op de winderige top. Dan leg ik de rugzak weg, want hier moet er iets…

Hardlopend ga ik rond. Op 2465 meter hoogte. Dat gaat naar beneden natuurlijk super makkelijk en weer omhoog vergt wat, maar ik geniet tot in mijn tenen. Dat ik dit kan! Met dit uitzicht! Onder deze omstandigheden! Zo gezond zijn en zo’n conditie en dan tussen de stenen door manoeuvreren: het is grootser dan groots! Het zijn 500 meter 1 brok kracht en geweldig. Net als de puntige bergen om ons heen. Vincent noemt ze agressief, maar een positieve agressie: stoer. Hij loopt een rondje met me mee. Kan het nog mooier?

Hij loopt voor me uit als we omhoog gaan. De kracht van de jeugd. Dan heb ik een kilometer hardgelopen op hoogte. Fantastisch. We kunnen naar huis! Bij wijze van spreke natuurlijk. We moeten eerst afdalen, langs de sneeuw en alle paden nemend die er zijn. Ik voel me ontzettend rijk en gelukkig en ik voel me thuis in dit traplopen. Al heb ik nog altijd het grootste respect voor de mensen die dit kunnen!

We halen een stel in en die zeggen: The triatlete will pass us! Ze hebben me zien rennen en zagen mijn jasje waar op staat ‘Triatletes never quit.’ Wow! We lopen 5 kilometer vol tot we weer bij de kabelbaan zijn. Het druppelt een beetje. Vincent koopt een prachtig koelkastmagneetje over de Northern Triatlon met een knipoog. Als we de kabelbaan naar beneden nemen, gaan we door de regenboog heen. Amazing.

Na een bezoek aan het dorp Jasper gaan we nog een trail wandelen. Energie te over! Het is er best druk op de Trail of the Five Lakes. Veel wortels en ongelijke stenen, maar een breed pad. Vincent schiet bergen foto’s, soms letterlijk. Een brug over van vlonders en dan gaan we klimmen en omhoog stappen. Het gaat me makkelijk af, maar het voelt wel een beetje als de Ardennen. Het vijfde meer is wat viezig bruin qua water, maar we vergissen ons. Dat meer telt niet mee. We lopen achter Duitsers die stoppen voor een eekhoorntje. En door modder. Dan komen we bij het echte Lake Five. Blauw water, superhelder en mooi! Mooi!! Weg Ardennen, dit is puur Canada. Berg op de achtergrond, helder water op de voorgrond, dennenbossen er omheen. Ik ga er met mijn voeten in. Laat bankjes en dorpjes maar aan me voorbij gaan, hier zitten is 1000 maal beter!

Wow. Just wow. ? gelukkig voor Joyce slaapt ze al, anders had ik haar weer gespamt. We kijken ook op de vlondersteiger naar het kraakheldere water. Dan door naar Lake 4. Ook al zo mooi. Qua kleur. In de zon. In de omgeving. De leegte. De kalmte die er van uitgaat. De helderheid. Het is enorm groots. Een levend schilderij. Lake 4 gaat over in Lake 3. Vincent blijft foto’s maken! We komen bij de rode stoeltjes. Grappig detail.

Ook Lake 3 is mooi. Ik overtref mezelf helemaal door op een rotspuntje te gaan zitten.

Het maakt me stoffig. En het vreet de energie op. Die verlaat mij. Geen zin meer, verlies van kracht en sachereinig en trager. Ik wil naar huis! Ik slof een kilometer achter de heren aan die praten over brand. Ik kruip achter in de camper en ik zou kunnen slapen! Te weinig voeding. Dat lossen pannenkoeken en marshmallows boven het zelfgestookte vuurtje op.

Enerverend dagje zo! Canada is stiekem een verzameling screensavers in real live!

20 juli – Zwemmen: A dream come true

We wandelen weer. Door Maligne Canyon deze keer. Veel kijken naar kolkend, vallend, opspattend machtig water. Indrukwekkend water door een smalle kloof. En weer omhoog en omlaag stappen over ongelijke grond. We leggen wat kilometers af in dit land!
Daarna gaan we naar Lake Anette, maar met een ommetje. Het is warm vandaag en zelfs wat benauwd. We mogen er niet al te dichtbij met de camper en ik loop een keer op en neer voor een trisuit. Wat wil ik graag zwemmen! ‘t Strandje is behoorlijk vol. Vincent is moe, die gaat niet mee. Dan ga ik alleen! Zonder boei, zonder wetsuit, zonder badmuts. In een rode trisuit. Ik en de zwembril.
Het is even koud, heel koel. En dan neemt het zwemmen het over. KRAAKHELDER. Ik zie de bodem de hele tijd. Stenen op zand. Geen plantjes, niks troebel, geen vervuiling. Ik zie zelfs een vis. En ik zwem!

foto van mij in de verte

Ik bedoel: geen hulpmiddelen, gewoon zwemmen! Ik ga over op schoolslag om naar de omgeving te kijken die geweldig is. En zelfs even op rugslag, dat ik bergen goed kan zien. Ik ga niet te ver weg hoor. Ik ga naar het bankje. Navigeren is ook makkelijk met zulke heldere lucht. Eng vind ik het geen moment. Ik heb wind mee. Het is bijna te makkelijk. Bij het bankje keer ik om een super heen om. Wind tegen is even ietsje anders met lichte golven, maar ik kan gewoon zwemmen dus dit lukt ook. Ongelooflijk. Naar de bosrand. En voortdurend dat heldere, koele water en die prachtige scenery om me heen. Ik geniet ontzettend. Dit gaat niet om tempo, dit is de mogelijkheid. Dit is de droom. Dat dit kan. Dat ik dit kan.

stukje filmpje?

Na 500m in iets van 10:34 (het gaat niet om tempo) keer ik terug naar Rob. Ik ben duizelig, maar ik weet niet waar het door komt: de golven of de euforie. Kon ik dit Rob maar laten ervaren! En dan bedenk ik dat we de GoPro bij ons hebben. Met een veter binden we die aan me vast en zo kan ik Rob alles laten zien.

Onder water en boven water. Het geeft een idee. Maar daar echt zijn, dat voelen: dat is niet vast te leggen. Na het filmen ga ik de kilometer vol maken. Nog een keer naar het bankje en de bosrand. De wind trekt aan, dat voel ik. Maar natuurlijk maak ik de 1000m vol! Nu ben ik er! ‘t Is geweldig. Echt een droom die uitkomt.

Als ik zit te drogen, komt er een zwemster met boei aan en met haar familie. Zij kan echt goed zwemmen! Pa maakt de foto en moeder spreekt ons aan. Ze is een triatleet. Gaat in Calgary op 31 juli de triatlon doen. Het duizelt me nu echt: hoe kan het zijn dat wij op 31 juli in Calgary zijn en dat het me is ontgaan dat daar een halve triatlon is?! Ik kan nog meedoen! Natuurlijk… Soort van. Het is ‘maar’ een halve en ik doe mee voor de finish. Deze mensen vinden mijn hele triatlon natuurlijk geweldig, maar ik vind het knap dat zo’n jonge meid een halve gaat doen daar op een soort van stadsfiets met de heuvels. Ik noteer haar naam. En ondertussen werken mijn hersens op volle kracht: Kan ik meedoen? Een fiets huren? Een halve doen voor de lol? Ik parkeer de vraag. We moeten naar de camping. Eten maken. Installeren.

Fotootje van campground ofzo?

Het antwoord op alle vragen is: ja, ik kan me nog inschrijven, maar dat kost heel veel geld. Ja, ik kan een fiets huren en dat kost ook heel veel geld. Ja, het is op een dag dat we daar zijn en ja, ik zou best de kracht en fysieke mogelijkheid hebben om een halve triatlon te doen. Helaas is er geen kortere afstand. Anders was het een no-brainer geweest. Nu kost het wel erg veel geld (met alles huren en voor de fiets aanschaffen erbij meer dan de hele triatlon), maar vooral kost het veel moeite. Niet alleen voor mij, maar ook voor Rob en Vincent. Dat is het niet waard. We gaan wel kijken en de sfeer snuiven, maar het is niet verstandig om nu over een weekje een triatlon te doen. Had ik het eerder geweten, dan was het anders geweest. Nu is het niet slim in te passen. Kost aan alle kanten iets teveel. Daar heb ik vrede mee. Dat app ik naar de trainster, maar nu slaapt iedereen nog.

foto die rob heeft gemaakt van ons samen

Dan gaan Vincent en ik hardlopen. Rondje rond de camping over de asfaltweg is volgens de man die ons inschreef 2,5 kilometer. Ik moet 3 keer 2 kilometer rustig en 1 kilometer versnellen. Uitstekend dus! ‘k Zie wel hoe het lukt. De eerste 2 kilometer gaan super lekker. Ik dacht aan gemiddelde van 6:30, maar het komt rond de 6:05/6:08. We hebben zelfs energie om wie-heb-ik-in-mijn-hoofd te spelen en ik raad Mathijs. Ik versnel met beleid. Gewoon aanzetten en voelen wat lukt. Natuurlijk voel ik hier elk hoogteverschilletje! Vincent maakt foto’s. Voor hem is mijn versnellen een peuleschil. Ik kom op een kilometer van 5:30 uit. Dat is supergoed!

fotootje dat ik ren op de rug

We komen in de zon te lopen. Vind ik iets moeilijk, maar de bergen in de omgeving maken alles goed. We spelen weer wie-heb-ik-in-mijn-hoofd en ik heb een moeilijke deze keer: de oma van Vincents vroegere vriendje. Tempo gaat terug naar een keurige 6:05. We komen langs ‘t inschrijfhuis en het rondje is zeker langer dan 2,5 kilometer!

filmpje hert

Dan komen we een hertje tegen! Een stuk of vier. Ik loop er maar omheen. Hoe gaaf, dat we al rennend wildlife tegenkomen! We maken het rondje met 4 kilometer af. Dus het worden twee rondjes. Vincent gaat verder mee. En neemt weer iemand in zijn hoofd. Het zou makkelijk moeten zijn, maar ik heb deze persoon even geblokt! Ik ga nog een keer versnellen en Vincent gaat een foto nemen van de Audi.

foto van ons

Weer keurig op 5:30! Daarna krijg ik het wat moeilijker: iets minder zin en wat zwaarder. Twee kilometer langzamer gaan dan juist wat sneller. Ik zie nogal op tegen de laatste kilometer. Vincent pakt dan de spullen voor het douchen en ik moet alleen lopen. Alleen vind ik niet zo erg, dan hou ik niemand op. Maar versnellen… Ik loop rondjes op veld 51 waar wij staan. Het gaat hard en nietsontziend. Hoe sneller ik er van af ben!

fotootje van mij van Rob

Ik loop een kilometer onder de 5 minuten! Intussen moet ik ook naar de WC namelijk. En ik wil dolgraag de douche in. Ik ben bezweet. Weer een mooie dag voorbij!

21 juli – Rustdag en moe

Van alle indrukken, ervaringen, alle nieuwe dingen en de tijdverschuivingen ben ik moe vandaag. MOE. Suffig. Niet zo geboeid. En het is warm. En we schuiven nog een keer met de tijd. En ik heb niet zo goed geslapen. Dus ik ga niet zwemmen in het meertje. Ik ga niet hardlopen in de hitte. Ik zit, hang, suf, kom bij, snoep en we jagen muggen. Kijken naar de hoogste berg van Canada is me genoeg: als ik geen triatleet was geworden, maar in berggebied was geboren, was ik alpinist geworden.

22 juli – River Safari en Muggen-safari

We doen overdag een boottocht op zoek naar beren of elanden. De boot is een fluisterboot. Heel lang. We wisselen van boot bij een mooie waterval, met triljoen muggen. Ook op de snelle boot zien we geen wildlife. Wel reageert de bootbestuurder op mijn t-shirt dat ze zelf ook een keer hun eigen triatlon gaan doen: naar huis fietsen, in het meertje zwemmen en dan even hardlopen. We hebben veel gesprekken met de mensen op de camping. Na het eten kletsen we met de mensen die aan een 1000den kilometers lange fietstocht bezig zijn. Superlieve mensen! Daar heb ik nou respect voor. Gewoon op hun zware fiets lekker trappen. Oorspronkelijke Turken met een studerende dochter in Vancouver, waar ze vanuit Calgary al naar toe zijn gegaan. Vincent kwebbelt tegenwoordig ook mee in het Engels, hartstikke leuk! Door het geklets gaan we een half uur later dan gepland hardlopen. Ik durf echt niet alleen, al hoef ik volgens Zack van de River Safari niet bang te zijn voor de beren; als ik de trails op zou willen. En dat wil ik! We lopen naar het meertje en dan de spoorlijn over. In de verte zien we de lichten van de trein aankomen. Ik heb voor de zekerheid het rugtasje met water bij me. We gaan het bos in. Het pad is nogal oneffen. Normaliter is het een langlauftrail. Dan ligt er vlakke sneeuw. Nu is het opletten geblazen. We horen de trein achter ons zijn komst aankondigen. Als we stilstaan om even op de kaart te kijken, merken we dat dat not done is: muggen vallen meteen aan! Niet als je loopt (misschien houden ze ons niet bij, terwijl we echt niet zo hard gaan), maar wel als je even stilstaat. Kleine rotmonsters. We slingeren al kletsend richting de rivier. Helaas ontbreekt de brug! Dus we slingeren weer terug door het bos. We blijven kwebbelen om de beren te waarschuwen dat we er aan komen. Ze ontwijken ons dan ook en we zien niks geen wildlife. Het zal onze dag niet zijn vandaag qua beren spotten. Het is niet heel veel anders als in een Nederlands bos. Iets meer omhoog en omlaag, maar verder is het trailen op ongelijke ondergrond. Tempo inleveren. We gaan via de sleetjeshelling omhoog. Warempel, daar is nog iemand! We gaan weer terug richting de spoorbaan. Ik vind het tempo er wel een beetje uit en na 5 kilometer voelt het helemaal niet meer zo gemakkelijk als de eerste 2 kilometer. We komen weer op asfalt. Gelukkig is Vincent erbij, anders had ik wel eng gevonden. We moeten nog een keer omhoog, maar nu over asfalt. Een beetje heb ik het kaartje wel in mijn hoofd zitten, dus dit komt goed. We zien de trein nog steeds rijden! Maar als wij bij de spoorovergang komen, is de trein helemaal voorbij en zien we de wagons op het station van de achterkant. We komen langs een Camero die Vincent wil fotograferen en dan lopen we hetzelfde stukje weer terug over het asfalt. De bergen liggen er mooi bij in de ondergaande zon. Twee keer wandelen we heel eventjes, maar de muggen zijn dan te snel voor ons. We steken de snelweg weer over met het zebrapad en daar is een beer: een standbeeld. Vincent ziet weer een auto en we gaan nu echt terug naar de camping. Ik moet weer en het wordt dadelijk al donker en ik heb geen zin meer. Even doorbijten nog. Ik loop om naar de WC. Het viel mee qua hitte. De douche is lekker.

23 juli – Watervallen Wandelen en Zwemmen

We gaan naar het Wells Gery Parc. Daar ligt een prachtige hoge waterval. Om aan de andere kant te komen, wandelen we een heel stuk naar een (ongetwijfeld) heel mooi uitzicht vanaf de kant zonder hekjes en met de enorme afgrond. Ik vind het eng en wil de hele tijd wel roepen tegen Vincent: geen stap verder! Beter als ik zelf wegloop. De wandeling is wel 8 kilometer door het bos en we plakken er nog een stuk en een andere waterval achteraan. Daarna rijden we door naar de camping in Clearwater. We parkeren de camper in de warmte en eten wat. En dan wil ik zwemmen! Het is warm water. Vincent gaat in zwembroek, ik in trisuit. Hij duikt erin, ik spring voorzichtig. Dit water is echt niet koud. We gaan zwemmen naar het vlonder. En vanaf daar naar de overkant. Het zwemt lekker. Vooral kijken naar Vincent die geniet is erg leuk. Verder is het wat minder indrukwekkend dan in Jasper. Minder helder, minder hoge bergen en meer leven aan de oevers. We zwemmen richting de witte stoeltjes aan de overkant. Vaak stoppen en kletsen onderweg. Maar als ik zwem, ga ik flink hard door! En dat zonder hulpmiddelen. En zonder angst. Rustig en kalm en vol vertrouwen. Vincent doet zijn zwembril af zodat hij beter kan kijken. Hij heeft het als altijd koud, maar zo hard als ik mijn best moet doen, zo aan het ronddobberen is hij. Voor de stoelen komen er opeens plantjes en we keren om. Terug naar het grote gebouw, terwijl de zon verdwijnt achter de berg. Ik zwem heerlijk door. Zie Rob op de steiger staan. Ik ga de 1500m volmaken als Vincent er uit klim en nog even op en neer naar de steiger, waarbij ik nog een moment denk aan de techniek van de slag. Ik klim er uit via het trapje. Rob kletst met Canadezen. Het zijn allemaal zulke aardige mensen. Ik heb het ook niet echt koud langs de kant in een druipend trisuit. Maar ik wil wel douchen. De douche is top! Goede temperatuur, geen knop die je 100 keer moet indrukken en een redelijke straal. Ik voel me supergoed na de fikse wandeling, lekker macaroni eten en heerlijk zwemmen. 

24 juli – Zwemmen in een zwembad zonder zicht en rondjes rennen op de camping.

Bloedheet. 33 graden. Een enorme supermarkt in Kamloops. En beren in de dierentuin. Veel drinken. Uitzicht over brede, bevolkte valleien. Een camping met veel regeltjes. Pannenkoeken eten. Dan gaan Vincent en ik snel zwemmen voor het zwembad sluit. Het mini-zwembad. Het is vreselijk ondiep, vol met mensen en je kunt niets zien onder water! Dat laatste klinkt gek, maar ik denk dat er zoveel chloor in zit dat je de mensen pas ziet als je bijna tegen ze aan zwemt. Zo ook de kanten. Alles is nep-blauw. Ik peddel wat op en neer in mijn badpak. Doe alsof ik buiten zwem en let op de techniek, maar echt zwemmen kan je het niet noemen. Ik vind er geen bal aan. Het is leuk om te kijken naar het hele kleine ventje wat een borstcrawl poogt te doen. Vincent vindt nog niet echt de aansluiting. En dan komt de mevrouw met het horloge om 2 minuten voor 8. Ik zeg nog tegen Vincent: dadelijk is het bad leeg. En warempel: iedereen gaat er uit! Wij waren net weg. Mijn jurk wordt nat en het koelt af. Net onder de 30 graden dan. Ik doe de afwas maar weer en dan denk ik: ik ga gewoon nu hardlopen! Als ik toch moet douchen, ga ik wel even rondjes rennen op de camping voor ik me afspoel. Ik moet 5 keer 6 minuten zone ½, 30 seconden versnellen en 30 seconden rustig. Ik ga eerst nog plassen en dan rondjes lopen. Onverhard. Omlaag, een beetje omhoog en dat laatste voel ik meteen als poldertutje! Ik kijk naar de andere campinggasten en eerst schaam ik me een beetje, maar de volharding wint het. Dat kan ik heel goed: geestdodende rondjes rennen. Al is het nu nog steeds heet met 27 graden. En het wordt al donker. De rondjes zijn echt megasaai en na 3 rondjes ken ik het wel. Sommige kinderen gaan al naar bed, anderen zijn nog aan het midgetgolven. De honden worden uitgelaten en er worden vuurtjes gestookt. Ik ren mijn rondjes. Dan moet ik weer eens een keer poepen. De toiletten zijn in het midden en ik maak een kort op en neertje voor een tussenstop. Dat krijg je zo vlak na het eten, maar het kan hier prima. En weer verder met rondje 6 en 7. Ik versnel netjes elke keer, maar het ligt aan het terrein (naar boven of naar beneden) of ik het tempo red. Ik doe de laatste keer ook nog, terwijl het op sommige stukken al aardig donker is. Ik neem een korter rondje en na 35 minuten en nog geen 6 km vind ‘k het wel mooi geweest! Ik heb eindelijk deze week eens netjes iets volgens het schema gedaan. Nu wil ik douchen, drinken en snoepen. En even opruimen, afkoelen in de airco van de camper en het dagverslag bijwerken. 

26 juli – RUSTDAG

We doen lekker niks. Alle was. Die doe ik. En bij het beekje zitten in de koelte. Dat doe ik ook. En Catan spelen. Dat doen we samen. ‘s Avonds wandelen. Rob en ik samen. Naar de rivier.

fotootje rivier 3x

En anderhalf miljard-triljard-miljoen muggen die zelfs mij vol rode plekken prikken. Ook bij het midgetgolven in the dark nog.

27 juli Afsluiten met hardlopen in Golden

Afkoppelen. Tanken. Camper rijden. First Spike. Rockie Mounteneer.

(fotootje)

Revelstoke. Treinenmuseum. Warm weer.

(fotootje)

Hydro Dam. Hoogtes. Enormiteit. Kracht. Iemand aan de kassa herkent mijn Ironman shirt direct!

(fotootje)

Revelstoke Park. Terug de bergen in. Pieken. Rogers Pass. Sneeuw op de toppen. Tijd-verschil opgelost.

(fotootje)

En dan: Golden. Van twintig jaar geleden weet ik nog dat we Golden een truckersstop vonden, weinig verheffends aan. En als we bij de camping staan, die half in het dorp ligt aan de doorgaande weg, wordt dat beeld niet bijgesteld.

(fotootje camper)

Banen zwemmen in het zwembad mag ook al niet meer, de rivier ligt ver weg, de treinen ook en de plek heeft weinig met camping van doen. Het internet op de camping valt ook al vies tegen. We zien al een trein langskomen. Als ik op een bankje zit, komt er een stevige hardloopster voorbij die ik toeroep ‘Doing well!’ waarop zijn antwoordt ‘ nice shirt, you worked hard for that!’. Nu moet ik ook hardlopen natuurlijk! Rob en ik wandelen een rondje om de omgeving te verkennen en worden lekgeprikt. Ik kijk naar de hardlooproutes. Om 8 uur ga ik alleen hardlopen. Rob en ik hebben een soort van Rotary Rondje gezien. Ik heb een training met stukken in zone 4. Het is nog altijd 28 graden. Zonnebrand en muggenspray over me heen. Solo rennen. Onverhard. Ik ga 15 minuten inlopen. Omhoog. Haarspeldbochten omhoog. Mooie trainingen voor een trail in de Ardennen en ik geniet erg, maar ik had water mee moeten nemen! Ik stop na 2 kilometer al om even van het uitzicht te genieten op de rivier.

Bang ben ik niet echt. Het is hier te druk voor beren. Als ik boven ben verwacht ik een mooi uitzicht, maar helaas: voetbalvelden. Ik moet 500m in zone 4. Kijken maar of dat lukt. Ik stop het horloge regelmatig. Om de route te bekijken. En dan sta ik boven Golden met een prachtig uitzicht. Wow!

De tweede keer 500m valt daardoor in het water, maar wat zou het. Ik ga om de voetbalvelden heen en daar zitten toiletten en warempel ook een drinkkraantje! Komt dat even goed uit zeg. Ik loop even over asfalt en kijk naar de honkballers. Dan ga ik versnellen door het bos waar ook een soort golfballenspel is. Er zijn Canadezen, maar ik zwaai even vriendelijk op topsnelheid tussen de takken door. Dan kom ik weer bij een prachtig uitzicht over een meer en het treinen overslagstation. Ik versnel nogmaals en film ondertussen.

Zone 4 laat ik maar voor wat het is, dat is toch nogal afhankelijk van het terrein en nu het omlaag gaat ga ik weer harder. Dan ben ik opeens een straat te ver beneden. Ik ga Golden zelf in, tussen de huizen door. De mensen zijn ook vriendelijk: een andere jogger groet me vriendelijk, de mensen lachen me toe. Maar ik ben een beetje kwijt waar ik ben en hoe ik terug moet naar de camping. Ik probeer nog een keer te versnellen, maar zone 4 – ho maar. Dan kom ik langs de brandweer, waar lekkere brandweermannen de auto schoonspuiten. Ook leuk.

Ik versnel nogmaals tussen de liquor store en de jehova’s getuigen. Ik doe mijn best nog even. Dan ga ik nog even terug via het onverharde pad, want ik moet 5 minuten rustig lopen en dan nog een kilometer op z’n hardst. Dan ben ik weer bij de rivier. Ik zet nog aan nu de zon weg is. Maar dan moet ik weer poepen. Ik keer om en de laatste 250m naar de toiletten moet ik echt doorzetten (ik zal niet zeggen doorduwen, haha). Ik weet de code niet meer, maar gelukkig is er iemand vlak voor me. Ik schijt alles lekker weg.

(r9ivier)

En dan nog 5 minuten uitlopen, de rivier nog maar een keertje op en neer. Ik heb weinig last van muggen. Al met al ben ik best blij met de tempo’s, als ik de stops niet meetel. Er komen allemaal werktreintjes langs. Heel schattig. Ik ga douchen met naast me een meisje wat zingt in de douche! Daardoor ben ik heel snel klaar, haha. Ik had me meer van deze gemeentelijke camping aan de rivier met wifi voorgesteld. Gemeentelijk betekent: tegenover de middelbare school. Wifi is slecht, heel slecht. En achter de rivieren ligt een rangeerterrein voor treinen. Daarachter ligt een berg, zodat het geluid weerkaatst wordt.

28 juli – Not as I hoped for

De treinen gaan de HELE nacht door. Stampend. Bonkend. Toeterend. Bellend. Van slapen is nauwelijks sprake. En dat voel je dan overal. Zo snel mogelijk weg uit Golden! De supermarkt is nog het beste van deze plaats. Golden maakt zijn naam niet waar. De A1 wordt verbouwd, dus wegkomen is net zo’n akelige beleving als de stad zelf met een snelweg die naast de bestaande snelweg tegen de bergen wordt geplakt.

En dan zijn we in Yoho park, wat echt mooi is, maar OVERvol. De parkeerplaats bij Emerald Lake komen we niet tussen. Bij de Natural Bridge staan zoveel mensen en bussen dat foto’s maken bijna onmogelijk is. Dan een uur lang in de zon wachten op een trein bij de Spiral Tunnel die niet komt. We gaan de wandeling wel maken die tig jaar geleden zoveel indruk heeft gemaakt! Die start op de camping? Er is alleen een beschrijving in het Frans. De wandeling valt tegen. 1 Restant van een treintje. Verder niks. Met de weinig slaap opgeteld lijkt deze dag verloren. Nee, we wachten niet weer bij de Spiral Tunnels, denken we, tot we de aanstormende trein zien. Hebben we toch nog iets gezien!

Ik kan dezelfde trein op 3 hoogtes fotograferen. Blijft toch magisch om al die wagons en trailers onder elkaar door te zien gaan. Geluksmoment van de dag (samen met het verlaten van Golden natuurlijk). Willen we nog meer? Nee, we gaan richting Banff. Over de 1A in plaats van de grootste snelweg. Hopelijk komen we nog Wildlife tegen. Ik stel voor om nu nog Johnston Canyon te doen, nu we iets later zijn en er misschien wat minder toeristen zijn. Het is wel iets minder, maar nog altijd best druk. En mooi.

watervallen

We rijden door naar Banff en naar de camping die een kampeerfabriek is, maar na Golden een soort paradijs! Vandaag 23000 stappen gezet en al met al ruim 10 kilometer gewandeld. 17 sta-uren moeiteloos gehaald. Maar vanmorgen om 8 uur zat ik dan ook al op 4 sta-uren. Door zo weinig slaap voelt de dag een beetje minder prettig aan.

29 juli – De Auto als Superidee.

‘Een auto huren’, is Rob zijn idee als ik net wakker ben. Toch weer niet zo best geslapen. ‘ We gaan een auto huren’, herhaalt Rob, ‘Dan kunnen we overal heen voor twee dagen.’ Dat klinkt mooi, ja dus. We gaan dus niet naar Cave&Bassin, maar wel naar Banff met het busje en daar winkelen als het rustig is en bij de McDonalds gebruik maken van internet. Dan halen we de auto op. Een Mazda CX5. Wit en groot. Met de auto rijden we terug naar Emerald Lake en door Field en door Yoho Park en naar de Takkakaw Falls.

Emerald lake en takakaw falls

De auto is top. Dat alles kan. Overal kunnen we komen. Iedereen kan meekijken. Stukken wandelen. Veel zon. Enige minpuntje: zwemspullen en lunch hebben we in de camper wel altijd bij ons en in de auto niet. Maar verder: ideaal!! Lake Louise is altijd (te) toeristisch en druk.

Lake Louise

En we hebben onbeperkt aantal kilometers. Dus morgen… gaan we daar gebruik van maken!!

29 juli – bijna 600km rijden voor een gletsjermeer en watervallen. The Icefields Parkway

Om kwart over 9 rijden we weg met de auto. Dik een uur later als de bedoeling was, maar ik ben wel uitgeslapen! Rob rijdt over de snelweg naar Lake Louise. Dat is nog altijd 3 kwartier rijden en 55 kilometer weg. We hebben veel plezier over Golden, of we niet toch nog even daarheen zullen rijden. Het is alweer strakblauw en prachtig weer. Als ik even internet heb rondom Lake Louise stuur ik appjes dat we vandaag zo’n 600 kilometer zullen rijden. Voor mijn collega’s begint het weekend. Als we de 93 op draaien, gaat Rob er bij de eerstvolgende parkeerplaats bij Herbert Lake af en dan mag ik rijden. Stoel instellen en dan is het een kwestie van auto rijden op z’n saaist: adaptive cruise control aan en achter de voorganger blijven rijden. Als je niet tussen de lijnen blijft, piept de auto. Ondertussen verandert het landschap in bergpieken. We beoordelen zorgvuldig alle kleiwerken van bergtoppen: met elke top is wel iets misgegaan. We zien dat het stervensdruk is op de parkeerplaatsen, maar wij doen alle ‘attracties’ straks op de weg terug. Hopelijk is het dan nog mooi weer… Wat vind ik het machtig en stoer dat ik nu eingelijk eens een keer zelf op de Icefields Parkway rijd! Voglens mij heb ik dat nog nooit eerder gedaan. Ik rij langs het selfservice tankstation in Saskatchwena River Crossing. Een bemand tankstation, waarbij ook de ruit wordt schoongemaakt. Uitstappen is niet meer nodig. En weer door met een volle tank! We zijn net weer op weg als er een aantal auto’s stilstaan midden op de weg. Dat betekent wildlife! Ik zet de auto ook stil met de knipperlichten aan en in de bosjes ontwaart Vincent een beer. Ik zie niks, alleen bewegende struikjes met een stukje zwart vacht, maar Vincent is door het dolle heen. Ik zet de auto nog iets dichterbij en na het nemen van een serie foto’s gaan we verder. Ik rijd omhoog tussen de bergen door. Op een hoogte van ruim 2000m inmiddels. Het wordt wel bewolkt. Dan komen we bij het Columbia Icefield Visitor Centre. Ik parkeer de camper en er is nog plaats genoeg. Maar wat zijn hier veel toeristen! Een station in een grote stad is er niks bij. We gaan naar de WC en Vincent geniet van internet. Bij de hoogste Starbucks van Canada halen we een kop thee voor mij en 2 croissantjes voor Vincent en mij. Ze kunnen onze naam niet uitspreken. Ik heb een lange broek aan vandaag en dat is hier geen overbodige luxe, want op deze hoogte in de nabijheid van een gletsjer is het niet zo warm! Rob gaat weer rijden en ik geniet enorm van de thee. Het dal is nu een stuk breder, maar de toppen zijn er niet minder om. De croissant is ook lekker en dat kan Vincent beamen. Hij is nog steeds onder de indruk van de beer. Dan komen we in de buurt van Jasper en de eindbestemming, de Edith Cavell gletsjer. Die weg kun je met een camper niet berijden, dus moet dat met deze auto. Bij de Athabasca Falls staan ze in de rij tot op de weg! Het is rond half 2. De weg naar boven vind ik in een auto al eng: bochtig, afgrond en heel veel stijgen. Rob rijdt achter iemand die ook lekker tempo maakt. Op de parkeerplaats maak ik me wel even zorgen: vorige keer heeft dit gletsjermeer indruk op me gemaakt, maar of dat nu nog zo is weet ik niet. Straks valt het tegen. We moeten nog verder naar boven over een verhard pad lopen. Dat is voor ons alle drie nauwelijks nog een probleem intussen. Je ziet de hoge gletsjer in de verte al liggen. Voorbij het uitkijkbankje houdt het verharde pad op en dan komen de steentjes in alle soorten en maten. Iets lager ligt het gletsjermeer met ijsblokken erin. Het is nog even indrukwekkend als tig jaar geleden. We ‘lopen’ naar het meer toe, want met al die ongelijke stenen is lopen meer een soort trailwandelen. Dat kan ik pas als ik mijn bril afzet. We gaan aan de rand van het meer zitten. Het is nog net zo overweldigend, groots, magnifiek, geweldig en indrukwekkend als het de eerste keer was. De koelte, het absurde landschap met stenen en ijsblokken: het is echt fantastisch. Niet vast te leggen op welk beeld dan ook. Rob gaat op een steen zitten en Vincent gaat erbij zitten. Met een Canadese wisselen we een fotomoment uit. Het is niet zo erg dat hier mensen op je foto staan, want dan kun je een beetje laten zien hoe groots het is. De watervallen vanaf de hoge gletsjer zijn behoorlijk hoog. We lopen verder en Vincent en Rob willen een stuk ijs vasthouden. Dat is (hoe raad je het) ijskoud. Ik doe het ook en gooi het blok ver weg. Er gebeurt iets raars: ik raak hier bijna in een soort trance. Het heeft toch geen zin om een foto te maken, dus ik hoef het alleen maar op me te laten inwerken. Ik ga bij het ijskoude kabbelende riviertje zitten en kijk naar de gletsjer, de gletsjerspleet, het heldere water. Mijn geluk is compleet als ik door het geraas van het riviertje heen het ijs hoor kraken. Er komt een zonnetje door. Ik doe even mijn voeten in het water, maar dat is echt letterlijk ijskoud. Ik hou het nog geen 20 seconden vol. Jammer dat ik erbij bedenk dat dit een prima manier zijn om dood te gaan: in het water springen en een minuut wachten. Ik zou hier uren kunnen blijven zitten. Maar we zullen ook weer terug moeten richting Banff. Ik trailloop nog even richting de sneeuw waar de rivier uit komt. En dan over de stenen weer terug. Ik ben hier dus heel goed in: mijn ogen zien heel snel waar ik mijn voeten moet neerzetten. Is al dat trailen toch nog ergens goed voor geweest! Ik vind het leuk. Dat moet ik Joyce en PL maar eens uitleggen. En dan het verharde pad weer. Geen idee hoe lang we bij de gletsjer zijn geweest, maar het was net zo gaaf als de eerste keer. Naar de WC en dan rijden we weer naar beneden. Vincent mag voorin zitten. Als we nu in 1 ruk doorrijden, zijn we pas om 7 uur weer in Banff. En we gaan niet in 1 ruk rijden. Als het niet te druk is gaan we stoppen bij de watervallen. Vincent heeft het overzicht voor zich liggen. Eerst maar eens kijken of de Athabasca Falls vrij van de rij zijn. Dat is zo! Het is nog redelijk druk, maar file is er nu zo rond half 4 niet meer. De watervallen zijn behoorlijk gaaf. Er staan hoge hekken en het is een flink brede waterval. We kunnen goed kijken op alle plekken. Ik vind vooral de potholes gaaf waar de boomstammen en een flesje in rond draaien en het geweld van het water wat overal doorheen slijt. Er is een plek waar de spray je in een paar minuten zeiknat maakt. Dat vind ik eerder gaaf dan vervelend. Het koelt me goed af. De hitte neemt af, maar het is nog altijd een graad of 28. Als we de waterval goed bewonderd hebben, rijden we weer verder. Naar de volgende waterval! De Sunwapta Falls. Daar is het best wel lekker rustig eigenlijk. De brug staat niet tjokkievol. Rustig de tijd om te kijken. De paden zijn wel afgesleten: de boomwortels en de stenen zijn glad. Deze waterval is wat hoger en minder breed en gewelddadig. Ook mooi hoor en er is een flinke kloof achtergebleven. Ik verbaas me er over dat de waterverdeling niet de hele tijd gelijk is, de ene seconde is anders dan de andere. We nemen ruim de tijd om te kijken en dan gaan we weer verder. De weg is heel rustig intussen, want het is dan ook al tegen half 5. Kortom: we gaan laat in Banff arriveren. Ik heb wel netjes brood meegenomen, maar echt aftrek vindt dat niet. Wel de snoepjes en koekjes en vooral de cola. We moeten wat cola van de grote fles in de kleinere fles gieten. Dat doen we op een plek waar het uitzicht mooi is. Over de rivier op de hoge bergen. De wolken die er rond het middaguur waren trekken alweer weg. We stoppen nog een keer bij een uitzichtpunt. En dan ga ik weer autorijden. Ik mag langs de Athabasca Glacier en nu ga ik vanaf de pas naar beneden. We stoppen weer bij een grote waterval aan de overkant van de weg. Voor deze ben ik nog niet eerder gestopt, hoewel ik de waterval al vaak heb gezien. Er zijn veel foto-bommers, die het voor iedereen verpesten en in de foto gaan staan. Voor deze waterval is midden op de snelweg een zebrapad. En dan weer verder. Het rijden gaat goed, maar soms ‘piep’ ik over de lijn heen. Het is gaaf om de weg zo leeg en verlaten te zien. En dan staat er weer een auto stil met wijzende mensen erin. Er staat weer een beer! Nu aan de andere kant van het veld. Het is een end weg en ik durf de auto uit te zetten. Vincent ziet nu echt hoe groot zo’n beest is. Is ie nog blijer! Ik rij weer verder. Vincent zit nu naast mij. Het is nog geen kwartier later en ongeveer op dezelfde plek als vanmorgen, maar daar staat weer een auto stil en nu is de beer (of zijn collega) de bosjes uit gekomen en sloft hij langs de (andere) kant van de weg. Vincent wordt hysterisch en Rob gaat via het dakraam foto’s maken. De beer kuiert onverstoorbaar langs, graaft wat en ook als er een auto voorbij raast, kijkt hij/zij niet op of om. Hij loopt de auto langs en ook zonder op te kijken steekt de beer op 2 autolengtes achter ons over. Vincent maakt wel duizend foto’s. Ik heb het begin gefilmd en kijk nu alleen maar naar dat logge beest. Dan rij ik weer verder en Vincent is echt helemaal door het dolle heen. Een beer gezien! De vakantie is compleet! Ik ben vooral in de ban van het licht. Onvoorstelbaar mooi. Dat late licht geeft alles een extra flair. We stoppen bij Mistaya Canyon. Die stond niet op de kaart, maar vanmorgen was het er ook druk. Nu niet meer. We lopen het pad af en dan mag je eigenlijk behoorlijk dicht bij het razende water komen. De kloof is diep. Ik ga daar zitten. Gewoon weer lekker zitten. En naar het water kijken en de bergen en het licht. Dat lukt me best goed vandaag! Vincent zit er even bij. Er is nu zo om half 7 zo goed als niemand meer die de foto kan verknallen door in beeld te gaan zitten. Eigenlijk worden we wel een beetje moe. Rob rijdt weer en ik ga voorin zitten. Ik hoef niet meer overal naar toe, maar nu het zo rustig is, wil ik nog naar Peyto Lake. Dat is ook zo’n vakantiebrochure foto moment waar iedereen elkaar verdringt. Ik geniet echt van het licht die de bergen zo speciaal maakt. Niet voor niks het gouden uur. En de rust op de weg. Als Rob rijdt zien we geen beren. Bij Peyto Lake zijn we een beetje melig en we moeten een eind omhoog lopen. Er zijn vlonders en het meer is mooi, dat zeker. Aparte kleur blauw. En de gletsjer er achter maakt het af. De bergen op de achtergrond zijn ietwat mistig. Het lijkt net een nep-plaatje. Er zijn nog steeds aardig wat mensen, maar wij kunnen wel even wachten. Half acht is het intussen. De rest van de dingen die we willen zien zullen we moeten doen met de camper. Nu nog even genieten. Ik zal het stuur overnemen op de snelweg op het laatste stukje tot Banff. Tot die tijd kijk ik mijn ogen uit naar het mooie licht en de bergen die nog in de zon baden. Speculaasjes etend. Toevallig stoppen we op dezelfde parkeerplaats bij Herbert Lake om weer van stuurpositie te wisselen! We kijken daar niet rond, we lopen daar alleen om de auto heen. Op de snelweg rijdt het gelukkig erg makkelijk. Cruise control aan. Ik kan de auto’s en vrachtwagens die ik inhaal tellen: het zijn 6 auto’s en 3 vrachtwagens. Over 60 kilometer. We zien wel iemand die wordt aangehouden. Ik weet niet of ik de stad in durf te rijden, maar ik heb wel echt behoorlijk trek inmiddels. Ik draai netjes de parking op om half 9. We zien nog een trein en dan gaan we naar de McDonalds. Het is hartstikke druk in de straat! Zo vol heb ik het nog niet gezien. Gezellig hoor, maar ik wil eten. Even kijken of mijn shirt er al is (nee) en dan bestellen. De heren zitten meteen op hun telefoon. Een beetje gedachteloos eet ik alles op. Als ik ook aan het internetten ben, moeten we gaan, want Rob wil voor tien uur weer bij de camper zijn. Als we terugwandelen app ik mijn moeder wakker. Oeps. Rob rijdt naar de camping toe en het is wat vreemd zo in het donker. Ik ben hartstikke moe. Van alle indrukken. In de camper stinkt het en helpt Vincent mee met opruimen. Het is al half elf. Ik ga niet meer het dagverslag schrijven hoor. Vincent heeft in de auto geschreven en dat is vooral euforie over de beer. Maar wel leuk dat hij ook zijn herinneringen opschrijft. Van twee weken geleden was hij de eerste camping alweer vergeten. Ik kom moeilijk in slaap. Als ik boven mijn boek in slaap val, moet Vincent nog naar de WC en ben ik weer wakker. Urenlang. Ohja, dat hoort bij deze periode. Ik lees mijn boek uit, maak gebruik van het internet nu iedereen slaapt, hoor ergens nog mensen aankomen om half 2 en ga nog een keer naar de toilet. 

30 juli – Effe Rustig Aan

Via de hardloopwinkel in Canmore naar Calgary rijden. Het is niet ver. De bergen uit. De stad in. Meer drukte, minder natuur. Even kijken bij de kleinschalige Ironman.

Ik wilde graag hardlopen op het Olympische Park op nog geen 200m van de camping af. Maar… daar liggen verbouwingswerkzaamheden tussen. Onbereikbaar. Ik wil best hardlopen, dan maar rondjes op de camping en uiteindelijk denk ik: laat ook maar, niet in de regen. Ik ga de regenboog fotograferen en die is mooi, maar ik word ook net nat genoeg om geen zin te hebben in rennen.

Samen met Rob wandel ik nog een sloom rondje over de camping vol mega-campers, Amerikaanse wanna-be cowboys, honden en overdreven groteske auto’s en aanhangers. 

31 juli – Calgary Hardlopen met alles erin – overwinning op de Tower, vermaak in het openluchtmuseum, natte voeten op Olympic Plaza en zwerven over het Olympische Park.

“Ga je dadelijk hardlopen”, vraagt Rob als ik net wakker ben. Eigenlijk is dat best een aardig idee. We gaan toch pas weg om 10 uur en ik kan douchen in de camper. Dus ik moet snel gaan. Om even over 8 sta ik nuchter buiten met een lange broek aan. Ik zet de training aan met zone 3 en 4 erin, maar ik denk niet dat dat gaat lukken. Ik ga de weg op omhoog. Wie dacht ook alweer dat 14 graden prima is voor een lange broek. Als het omhoog loopt? Op asfalt in de zon?! Ik hou me niet aan de zones. Ga een weg in, die loopt dood en verder omhoog. Er ritselt iets in de struiken, het zal een vogel zijn. Als ik opzij kijk, zie ik de herten weglopen. En voor me gaat het verder omhoog. Ik ga tot de volgende bocht. Als ik daar ben: tot boven bij de mast. Ik ga echt flink omhoog, niet op een flink tempo. Bij de mast sta ik ook bij de fabriek waar alle grote vrachtwagens naar toe gaan. Naar beneden maar weer. Ik heb nu twee kilometer gedaan. Nuchter he! Niks gegeten! Dus laat de hoge zones maar even zitten. Naar beneden geniet ik vooral van het uitzicht en van de skischans. Het tempo ligt soms wel hoog, maar naar beneden en afremmen is net zo onhandig als omhoog lopen. Ik ben weer bij de camping en er zitten nog geen 4 km op. Dus ik ga maar het even over het natuurpad. Na de brug wordt het steeds meer begroeid met natuur en ik ben blij met de lange broek! Ik kan niet blijven rennen. De bordjes maken het niet makkelijker. Ik moet intussen een beetje en dat is fijn, want ik heb al een dag last van verstopping. Ik ga richting de washrooms, maar kom bij iemands tent uit. Dan maar terug over de camping met een ommetje voor een foto van een auto voor Vincent. 5 Kilometer bij elkaar sprokkelen. Tempo is niks, maar ik ben blij dat ik meteen door kan naar de WC. Vincent gaat zelf nog een foto maken en ik kan me even afspoelen. De camper staat veel te scheef!! Het water loopt naar buiten! Onhandig. En ik heb koud water, want de boiler stond te laat aan. Maar ik kan mijn haren doen en me even bijwerken en schoon worden.

We eten brood en dan alles inpakken en om 10 uur lopen we naar de bus toe. De duitsers en zwitsers worden gebracht, maar deze kilometer maakt ons niet uit! Het is alweer warm. Vooral bij de bushalte. We volgen het Duits. De bus laat lang op zich wachten. Heel, heel lang. Heet. Geen beschutting of niks. We wachten wel 20 minuten. De buskaartjes werken: we hebben de hele dag ruimte om te reizen. De bus gaat door alle buitenwijken op en neer. We zijn al ruim een uur onderweg als we bij het Olympische park zijn. Maar ik vind dat wel heel leuk, langs al die huizen. We komen bij het metrostation. Daar pakken we de rode lijn naar het centrum. Komen we langs de universiteit en langzaam aan gaan we de stad in. Steeds meer bebouwing en hogere flats. We gaan de drukbezochte rivier over. Na twee uur zijn we eindelijk in hartje Calgary! We gaan eerst naar de Calgary Tower. Die zit maar 1 blok verderop. We proberen online kaartjes te kopen terwijl we in de rij staan, maar dat schiet niet op. Dan naar boven met de lift. We zitten bij een familie die naar het restaurant gaan. Op filmpjes in de lift is te zien hoe de buitenkant eruit ziet bij het stijgen! Wat een formidabel idee. En dan zijn we boven. Je kan heel ver kijken. Echt heel ver. Rob en Vincent stappen ongeveer meteen op het glazen dek. Ongeveer mijn grootste nachtmerrie. Rob pakt me vast en ik ga er heel erg voorzichtig net even op staan. Ik knijp Rob fijn en het kost me veel kracht, maar het lukt! Als ik even naar beneden kijk, sta ik weer ver van het glas af. Ik ga wel gewoon rondkijken. Wat ik zo leuk vind is dat daar beneden geleefd wordt: in al die rijdende auto’s zit iemand, in de huizen zijn mensen bezig, in de verte zijn de bergen te zien. Ik volg een beetje de mensen bij de Ironman. Als ik rustig rond heb gekeken, wil ik nog wel een keer op het glas proberen te staan. Als ik maar mijn aandacht richt op iets anders. Vincent pakt mijn hand en ik knijp hem enorm: letterlijk en figuurlijk! Stapjes zetten als ik naar het stadhuis kijk. En dan niet naar beneden kijken! Ik ga zelfs een paar stappen achteruit om op het grotere plateau te staan. Dit is by far het meest dappere wat ik doe deze vakantie. Ik zweet peentjes en Vincents hand doet echt pijn. Ik hou ook het hek vast alsof de bodem onder me vandaan kan vallen. Maar ik leef nog. En dan ga ik nog een keer rond om foto’s te maken en te kijken wat mij het meest boeit. We maken timelapses met vliegtuigen die voorbij komen. En ik app met Joyce: zij de omaspam, ik de stoere foto’s. Rob gaat nog even op het glas zitten en laat zijn bril vallen: ik heb niet zoveel lef. We zijn lang genoeg in de Tower geweest en we gaan weer naar beneden. We hebben intussen honger en vooral enorm veel dorst. De dichtstbijzijnde McDonalds is een cafe en daar kunnen we niet zitten. Ik drink meteen maar veel en vul ter plekke al bij! Op een bankje eten we de frietjes en de hamburger. We gaan terug naar de trams en pakken de tram naar het Heritage Park. Vincent is sceptisch of dat wel leuk is. Ik hoop er voor 3 uur te zijn. Het is inmiddels weer dertig graden en bloedheet. Met de rode lijn komen we nu langs de Stampede gronden. Na de tram pakken we toch een bus. Voor wandelen is het eigenlijk te warm en de bus is sneller. Om 3 uur staan we bij het park aan het water. We worden aangesproken door een oude mevrouw van het park in 1900-stijl die ons vertelt wat we kunnen verwachten. Ik ben dan al enthousiast! We kopen de tickets en ik baal dat we maar 2 uur de tijd hebben. We mogen met de oude stoomboot mee en met de trein, dat zit er allemaal bij in. Maar eerst even bij de oude auto’s kijken. Glimmende oude auto’s. Ik app Joyce nog even wakker! Die vindt dit geweldig en ik vind het ook zo leuk. Ik verruil mijn lange broek voor een jurkje. Ook al is er hier airco, buiten is die er niet. We lopen buiten door naar de oude machinerieen. En dan komt een echt stoomtrein langs! Ook Vincent is om: in deze vakantie ook nog eens in een stoomtrein zitten, is wel geweldig. Ik vind de nagemaakte olie-rafineerder uit 1900 fantastisch. We wandelen door langs de boot: misschien straks. En we lopen langs het treinenmuseum en langs de oude gebouwen. Dit is zo ontzettend leuk, zo kneuterig, maar zo authentiek. En ‘oud’ is hier zo anders! De straat steelt helemaal mijn hart. Eigenlijk willen we iets te drinken, maar dan komt de trein en we weten niet hoe snel we in kunnen stappen! Ik begin de omvang van het park te snappen en ik wil nog graag naar de oude trading post. De rit in de trein zelf valt me wat tegen. De oude machinist deelt stempels uit. De omgeving van de trein vind ik stukken authentieker. Ik loop langs de missie en dan trekt de Hudsons Trading Post me. Zo gaaf zoals dat vroeger ging. En het is al wat later en heet, dus steeds iets minder druk. Ik kan zelfs foto’s maken zonder al te veel toeristen er op. Ik kan bijna niet stoppen met foto’s maken. Rob en Vincent doen een spel. De tipi’s. En dan een saloon waar drinken te krijgen is. Er staat een piano, maar daar mag je niet aan komen. Ik vraag het de buitengewoon vriendelijke waard en dan mag Vincent spelen. Hij is door het dolle heen. Dit is zijn moment. Op een hele oude, originele piano spelen. Het ding is gestemd en Rob kletst met de waard. Ik speel ook even, maar ik vind het best moeilijk. De piano is uit 1891 en van Engelse makelij. Vincent is minstens net zo enthousiast over de piano als over de beer. We wandelen weer terug. De stoomboot halen we niet meer. Ik wil nog een keer door alle straatjes lopen. We komen langs de ziekenzuster. Waar mensen zitten, willen ze graag vertellen over ‘hun’ plek. Maar vooral de rust raakt me. Alles mooi in de zon. Alles mooi afgestemd. Het postkantoor, de stallen, het oude huis, het eerste stadhuis van Calgary, de bank voor Rob en een snoepwinkel. De optometrist en de drukker vind ik fantastisch. Het ruikt zo lekker bij de drukkerij! Dan gaan we nog een ijsje halen. Ze hebben mijn maatje: mini. En Rob en Vincent nemen een dubbele. Die zijn GROOT! Mijn hele ijsje past in Vincents bolletjes. En Robs wafel is nog groter. We moeten op een bankje zitten en eten. We zitten bij het grote huis, maar inmiddels is het 5 uur geweest en gaat het park sluiten. Ik had nog wel een uur kunnen blijven, maar het is niet anders. Dat we de oude kermis overslaan met een rups en een draaimolen vind ik niet zo erg. We stappen terug en dan vraagt Vincent of we met het trammetje mee kunnen en dat kan nog! Geweldig. Ik geniet daar echt nog even van. Zo’n oud trammetje wat ons terugbrengt naar deze eeuw en de moderne tram. Wat een wonderlijke dag is dit! We gaan met de bus en daarna stappen we over op de rode lijn naar het Olympic Plaza. Rob heeft inmiddels de reizen-app en hij heeft het door. We drinken wel te weinig op deze dag. We stappen uit bij het stadhuis en dat is zo leuk: een oud gebouw tussen alle moderne hoge flats. Olympic Plaza heeft water op enkelhoogte liggen! Daar stappen Vincent en ik natuurlijk doorheen. Het is warm water. Ik heb vanalles gehad: warm en ijskoud. Die voeten van mij… We rennen zelfs door het water! En dan gaan we verder met de rode lijn. We willen niet weer naar de mac, dus hebben we een Wendys uitgezocht bij Brentwood, het station waar we op de bus moeten overstappen. Voor we op de tram stappen zijn er een hele boel dragqueens en ik maak een foto van uitspraken die aan de muren hangen! Dorst en een beetje honger. Ik ben gewend geraakt aan onregelmatig eten. De momenten in het openbaar vervoer gebruik ik maar om even bij te komen en te kijken naar het gewone leven in de stad vanaf dezelfde hoogte als alle mensen. Bij de Wendys duurt het lang en is het koud. Deze hambruger is lekker en ik drink twee keer cola. Vincent heeft teveel cola en op weg naar de een-a-laatste bus drink ik cola met suiker. Deze bus gaat niet zo ver en na enig beraad willen we toch in het Olympic Park uitstappen om te kijken. Dan hebben we 40 minuten tot de laatste bus. Of we moeten misschien heel ver lopen. Of niet. De wegwerkzaamheden maken dat onvoorspelbaar. Maar eerst door het park lopen. Langs de bobslee en dan langs de bobsleebaan naar boven. Wederom is het licht prachtig. De weg is begroeid en niet zo handig met een jurkje aan. Het stijgt ook heel flink. De baan met de kuipbochten is supermooi. We gaan steeds verder naar boven. Als we op de top zijn, vind ik het goed om de bus te missen, maar ik doe wel even mijn broek aan. Dan zien we straks wel weer hoe we bij de camping komen. We gaan nog verder omhoog langs de vlag. En dan kijken we op de skischans neer in de ondergaande zon met Calgary op de achtergrond. Wow. Simpelweg wow. Jammer van die bus dan maar. De vlag met tegenlicht. De zwarte olympische ring die goud is en volgens Vincent niet goed. De Calgary Tower in de verte. En dan moeten we even zoeken hoe we terug kunnen lopen. Ik zou stemmen voor bovenlangs, maar het wordt onderlangs. Eerst de uitgang zoeken en dan over de trail van de fietsen, maar dat loopt minder handig dan asfalt. Het is even zoeken naar de juiste doorgang en vooral hopen dat er een doorgang is. We zijn weer beneden bij de Gymnastics en dan moeten we een hek passeren waar je eigenlijk niet door mag. En later een bord met Road Closed. Ik vind de bordjes ‘remmen voor fietsers’ vooral leuk. We hadden ook moeten lopen als we de bus hadden gehad en nu zijn we net voor het donker thuis. Op zondagavond werken ze toch niet. In de camper moeten we eerst even zitten. Het was een gave dag: alles. Zo afwisselend en zo stoer en zo leuk en zo spannend en zo echt. Alles. En vermoeiend ook. Ik zet bijna 30 duizend stappen. 

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-24

11 juli – De NPW achtste triatlon + wat extra’s – let’s try someting new

Totaal geen zin in deze wedstrijd: mijn hoofd staat er niet naar (ik moet op vakantie), de lokatie is zo saai (zoveel asfalt), fietsen zit me niet lekker en het gezelschap is zo vervelend qua kijk-mij-eens-shinen. Er zijn gelukkig op de 40 mensen deze keer ook heel veel mensen die wel echt leuk, lief en aardig zijn en waarvan ik blij ben ze te zien. Verder een routine-klusje qua afstand, dat ik alleen maar doe om af te kunnen strepen van de triatlonafstanden. Van de trainster mag ik een keer proberen of ik voluit kan fietsen en wat dat met lopen doet, maar nogmaals: mijn hoofd is er niet echt bij. Alles klaarzetten en het wetsuit aan. Ik vind het spannend en ik ben ongeinteresseerd tegelijk. Er zijn veel mensen. Dan blijkt dat we niet via de steiger kunnen. Jammer hoor dat dat gladde stukje steiger vermeden wordt, maar niet heus. We zullen nu meer moeten zwemmen. Het water is lekker warm. Ik geloof dat we pas na zeven uur van start gaan.

Drukte om me heen en ik heb last van al die mensen. Waar zal ik eens heen zwemmen? Maar ik ga gewoon mijn eigen lange slagen maken en druk de gedachte wat-doe-ik-hier-eigenlijk weg. Ik vind ruimte en voor ik het weet ben ik al bij de groene boei. Ik denk eventjes aan afsnijden, maar dat vind ik niet eerlijk. Ik zwem op met een gouden badmuts rechts van me. Dan alweer terug en ik kom veel zwemmers tegen en moet wat uitwijken naar rechts, naar de gouden badmuts, die maar rare grote slagen maakt. Ik navigeer niet zo best, maar er zijn genoeg mensen voor me om de weg te wijzen. Ik kijk even op mijn horloge op de 500m: 10:33. Tsjakka. Ik heb liever het smerige water dan het trapje.

Ik pak mijn slippertjes en zie Vincents slippers nog staan, maar Rob verzekert me dat hij het water al lang uit is. Ik hobbel naar de fiets en wordt gehinderd door een meisje met step. Pas de derde keer vraag ik haar aan de kant te gaan. Dan ben ik al bij mijn fiets. Het wetsuit is snel uit en de fietsschoenen snel aan. Ik zie veel mensen nu pas het water uit komen, maar ik ben vooral bezig met mezelf. Fietsen – gatver. Hoppa, gaan! Ik kom lastig opgestapt en lastig op gang. Fietscomputer aan, inklikken lukt niet en zal de hele tijd niet lukken. En dan snelheid oppakken. Ik ga hard. Liggen durf ik nog niet zo goed. Ik zie het randje van de straat. Voor me een paar mensen. Omdat ik dit niet leuk vind, laat ik het maar zo snel mogelijk afhandelen. Rare gedachte. Maar het helpt als een tierelier. Ik ga genieten van de snelheid. Voor me fietst nummer 25. Fijn, een richtpunt. Ik ga net iets sneller. Nu tenminste. Vincent ligt derde zie ik. Bink. Op de rotonde loopt nummer 25 weer uit en dan haal ik hem op het lange stuk met wat meer wind bij. Als we wind tegen hebben ga ik er zonder scrupules achter ‘m fietsen. Stayeren! Samen halen we een andere dame in. Er liggen er twee voor me. Nu nog één.

Dan het rondje maken en ik doe het snel, zeker voor mijn doen. Weg uit die drukte en onrust! En weer wind mee. Ik durf even te gaan liggen als ik nummer 25 achter me laat. Ik ga echt de hele tijd 30+. Lachen. Nummer 25 trekt me nog even voort en dan heb ik energie verzameld om hem voor de rotonde voorgoed achter me te laten. Zal ik afsnijden? Maar nee, dat is net zo lastig. Vincent stayert ook. Ik vind de lachende mensen leuk die ik zie als ze me tegemoet rijden. Inmiddels lig ik vooraan bij de vrouwen.

Ik zie een ander doelwit en die haal ik bij. Ik ken hem en hij mag me dadelijk voorblijven en uit de wind houden. Samen halen we zelfs nog iemand in! En dan haal ik ze allebei in voor het wisselpunt, zodat het stayeren niet opvalt.

Ik kijk om me heen en denk enigszins triomfantelijk: wie had dat nou gedacht, die Anke aan kop! Ik zie alleen KH en denk: als jij het kan, dat hard fietsen, kan ik het ook. Ik weet niet wat ik daar straks hardlopend van vind en ik hou mijn hart vast, maar het is een oefening. Een dappere poging. Ik heb het nog niet eerder gedurfd om hard te fietsen. Dag Rob, ik geef hem een kusje vanaf de fiets.

Ik hou de man voor me niet bij en fiets de laatste ronde wat meer alleen. Ik zie dat GN achter me zit, maar ik heb een voorsprong, al weet ik dat zij ook hard loopt. De laatste keer tegen de wind in moet ik alleen doen en ik pak een hogere cadans. Hopelijk helpt het bij het lopen. De 25km fiets ik in 45 minuten. Voor een achtste triatlon staan 20 fietskilometers, maar hier zijn dat er 27. Daar moet je de winst dus op pakken. Ik fiets volkomen berekenend. De halve bidon is leeg en daar voel ik me goed bij. Ik besluit geen gel te gaan nemen. Gewoon maar rennen dadelijk.

In de wissel loopt KH mee. Mijn schoenen gaan lastig aan. Ik sla de sokken toch maar over, omdat ik de voorsprong nodig heb. Gel in de zak en voelen. Mijn voet doet meteen pijn in een spiertje, mijn schoenen zitten niet lekker, de passen voelen niet krachtig en ik ben er niet gerust op. De ademhaling zit echt heel erg hoog. In de eerste kilometer voelt het al helemaal verkeerd. Oerzwaar. Ik voel nog even het asfalt op de knie, maar dat trekt weg als HL me inhaalt en aanmoedigt met mijn naam. Ik kom de fotograaf tegen en vraag hem hoe laat het is. Mijn collega zou er om 8 uur zijn, maar die is vast alweer weg, want het is al kwart over 8. Het tempo ligt erg hoog met 5:01 over de eerste kilometer. Ik heb nu al geen zin meer.

AA komt er net aan om aan te moedigen. Mannen lopen me voorbij alsof ik loop te sloffen. HB loopt me voorbij. En daar zijn twee toppers met water! Ik gooi het over me heen. Dat frist me op en ik vind het even zelfs leuk, dit lopen! Heel even. Ik loop lekker te boeren. Na de eerste ronde roept DdK dat ik eerste vrouw lig en dat irriteert me mateloos. Ik ben hier mijn eigen wereldprestatie aan het neerzetten: zo hard gefietst en nu hard lopen, dat is totaal onafhankelijk van de positie in het veld. Niet boeiend. Nu moet ik me er weer mee bezig houden. Ik hou het vol, het hoge tempo van rond de 5:10. Er zijn leuke jochies verderop in het gras: “lekker snel hoor mevrouwtje” Ik moet naar de WC, ik heb het heet, ik vind het niet leuk en ik stamp door. De fotograaf roept weer de tijd. “Voor het donker ben je thuis!”

Lachen helpt. 3 Kilometer alweer ofzo en als ik dit volhou ben ik met 12 minuten wel klaar. Geruststelling. Geen WC, geen gedoe, 2 slokken water en daar is Vincent die al klaar is. “Je ligt eerste mama”, rot toch op zeg. Ik mag nog een rondje. De ademhaling wordt weer zwaarder. Komt het door de band? Ik vind twee vlechtjes ook niet zo handig, die beuken. Ik zag dat GN achter me zit en ik laat ook wat mannen achter door dit tempo vol te houden. Eigenlijk wil ik niet vooraan eindigen, dat past me niet. Mijn rechterhiel is stuk aan het gaan in de schoenen en dat doet ontzettend veel pijn. Ik merk dat ik dit niet voor mezelf doe, zo voelt het niet. Ik doe het voor Joyce en de trainster, die moeten maar trots op mij zijn. In de vierde kilometer voel ik al dat ik dat zelf niet zal wezen. Ik hou het vast, maar goed of leuk of prima past al weer niet meer. Op het laatste stukje haalt een vrouw me in. Het voelt een beetje als een opluchting, of moet ze nog een rondje? Ik loop 5 kilometer in 25:40 of zoiets en dat vind ik echt geweldig. Lukt me dus na 27 kilometer heel hard fietsen! Ik kom als tweede over de streep in iets van 1 uur en 32 minuten.

Mijn hiel doet onwijs pijn. Er zijn nog veel aardige mensen en ik klets even wat en neem mijn welverdiende medaille mee. Vincent is derde geworden overall. Bij zijn looptempo verbleekt dat van mij. Zijn fietstempo met stayeren zorgt voor mijn ‘leuke poging’. Ik bedank meneer nummer 25 en vind het leuk te horen van een man dat ze me gewoon niet konden bijhouden, niet lopend, niet fietsend. Maar trots, echt blij: dat ontbreekt weer eens. Ik wil M&Ms en snoepen en dat ik geen pijn heb in mijn hiel. En ik zou blij en trots willen zijn, maar het komt niet. Het voelt als: ‘zo gedaan, streep die achtste maar weg’. Experiment gelukt: ik kan hard fietsen als ik durf en daarna hardlopen, maar leuk vind ik dat niet. Mijn hoofd staat er nog steeds niet naar als de M&Ms op zijn. Een combinatie van hormonen, vakantiestress, slecht slapen en vermoeidheid.

Deze NPW triatlon doe ik voor de derde keer. Al zijn de afstanden wat gewijzigd. 1 Keer ging ik maximaal hard, maar toen bungelde ik onderaan in het veld. De keer daarop deed ik gewoon, niet maximaal. Scheelt vooral in het fietsen. Gek genoeg ging ik vorig jaar nog ietsje harder met fietsen (nu 33 gemiddeld en toen 33,1) en rende ik maar iets langzamer. Het zwemmen ging echt veel beter dit jaar (maar nu met wetsuit). En nu sta ik aardig bovenaan in een veel drukker veld. Maar vooral de hartslag is aanzienlijk lager. Zo voelde het niet, maar dat is denk ik toch echt de supercompensatie.

Dinsdag 12 juli – Sloompjes fietsen voor ijs

Geen zin. Nergens in. Ik slaap maximaal 3 uur. En dan is niets leuk, makkelijk of prettig. Dan is nergens energie voor. Niet voor werken, niet voor piano spelen en niet om iets te verzinnen. Vincent gaat wel mee. We gaan naar Almere Haven om te kijken waar ik de cadans meter ben verloren. En daarna een ijsje eten bij Mariola. We komen weer totaal via een andere kant door Almere Haven. Nieuwe paden, nieuwe gebieden. Vincent doet de route. We vinden het elastiekje van de cadansmeter wel, maar de meter zelf niet. Ook niet na zorgvuldig speurwerk. Dan rijden we door het centrum van Almere Haven en we nemen allebei een ijshoorntje met 2 smaken.

Ik heb geen zin om te fietsen. Er zit ook geen tempo in. We gaan terug via het centrum en Vincents school. Een ommetje extra! Ondertussen spelen we ik-heb-iemand-in-mijn-hoofd en dat is erg leuk. Maar verder is het fietsen en alles gewoon ruk. Alsof ik niet geslapen heb. Wat ook zo is!

woensdag 13 juli Zwemmen TVA training

Een dag hard werken op kantoor vol goed nieuws en nieuwe mensen en een paar eindjes die ik vandaag moeiteloos aan elkaar knoop, nu de hormoonstorm weer is gaan liggen. Of eigenlijk: losgebroken is. Niet de ideale dag om te gaan zwemmen. Ik heb ook weer geen zin. Zucht. Vincent ook niet. Maar we gaan toch! Node. Ik vertrek laat op het werk, wat helemaal de goede kant op gaat. Ik twijfel lang, maar het wordt de iets snellere baan. Vincent kijkt en roept bestraffend dat het achtje weg moet. Ik luister braaf. 50 Meter! Dan pak ‘k het achtje erbij. Achter me zwemmen 2 meiden die normaliter echt een stuk sneller zijn dan ik. Al vinden zij van niet. We doen 5 keer 50m waarvan 25m heen techniek. Met achtje dus. En vooraan. Ik neem de pauze nooit zo ruim. Dan moeten we 4 keer 100m versnellen. Ik doe afgewisseld met en zonder achtje. WH houdt het niet bij. Met achtje niet. SZ wel. Achter mij! Met achtje. Ondanks dat ik geen zin heb, gaat het wel erg goed. Degelijk. Lange slagen, goede doorhaal. Wie doen 2 keer 200m op wedstrijdtempo. Hoe moet ik nou weten wat dat is?? De eerste keer met achtje zit ik op 1:53 gemiddeld. Dat mocht ik willen zeg. De tweede keer ga ik achter SZ en zitten we op 2:06. Zonder achtje. Dat lijkt er meer op. Dan 100m rugslag. En ik had al geen zin. Maar ook daar kom ik in en dan ram ik wel door. We doen ook nog 4 keer 75m, waarvan de laatste 25m sprint. De eerste en laatste keer met achtje zijn niet eens zoveel sneller dan de middelste twee zonder. Schoolslag. En dan moeten nog 450m zwemmen. Doeig. Echt niet. Met achtje doe ik er 500 en die gaan binnen 10 minuten. Geen zin is ook een optie om gewoon flink door te zwemmen.

Donderdag 14 juli. Hardlopen.

De laatste drukke werkdag voor de vakantie. Niet naar de baan vandaag gelukkig. Ik ga met Vincent hardlopen. We moeten allebei 40 minuten. Hij in intervallen, ik gewoon lekker kalm aan. Het inlopen kunnen we samen doen. Het voelt alsof ik een olifant ben. Knieen doen pijn, ik sleep en voel me zwaar. Het is een kwestie van goede afspraken: Vincent loopt 4 minuten in zijn zone 3 en ik hobbel verder. Hij wandelt en wacht. Als hij (met gemak) van me wegloopt de prachtige avondzon in, loop ik wat makkelijker. En iets sneller. Het is mooi om te zien, dat jochie voor me in het prachtige licht.

Hij wacht netjes en maakt een foto. Ik ga steeds iets sneller. Dus ik ga de 5km versnellen nog maar eens proberen. De derde kilometer onverhard is flink aanzetten, maar het gaat steeds beter en krachtiger. De dikke loggigheid maakt plaats voor flinke passen en een stevige afzet. De laatste kilometer wordt een vette uitdaging! Met viaduct erin moet ik rond de 5 minuten uitkomen. Domme actie, maar ik wil en zal! Mijn ademhaling komt weer hoog te zitten en het is zweten en afzien. Maar ik red het. Km 1 in 6:04 en km 5 in 5:02.

Wacht en wandel op Vincent en een foto voor hem maken van de auto. Dan wil ik in de laatste kilometer weer terug naar 6:04. Dat lukt precies. Het voelt beter nu we gelopen hebben. Vincent heeft het ook keurig gedaan. Ik ga hem coachen en begin al iets meer van de data te begrijpen. Dat is ook leuk!

15 juli. Inpakstress afreageren op de fiets en rennend. Half.

Ik ben ongedurig. Na ‘kerstinkopen moeten doen bij Albert Heijn’ staat inpakken op de lijst van Vreselijke Dingen. Kerstinkopen hoeft nog lang niet, maar om op reis te gaan met het vliegtuig is inpakken en organiseren een must. Onrustig. Niks vergeten. Alles moet gewassen worden. Passen in de koffer. Papieren in orde gemaakt. Onrustig. Er staat 3 uur aan training, maar het wordt ‘m niet. Bij lange na niet. Ik denk zelfs ernstig aan overslaan, maar dat kan ik niet. Na het eten ga ik met Vincent de helft van het fietsen doen: een uurtje. Rustig aan. Omdat het hierna 3 weken niet meer kan.

We kletsen en het gaat wel lekker. We evalueren de NPW triatlon. Daar heeft ie wat aan. Ik heb geen fietscomputertje voor mijn neus, dus ik ben niet bezig met snelheid of cadans. Dat is wel eens lekker. Naar de sluizen en terug.

Langs de Lepelaarsplassen. Ik krijg er niet echt gevoel bij van leuk of fijn. Het gaat goed hoor en ik ga zelfs 4 keer een minuut versnellen. Dat lukt ook allemaal, maar mijn hoofd zit nog in de stand niks-vergeten en de-laatste-was. Afstand en zo maken me eigenlijk ook niet uit. Ik had er 6,5 kilometer lopen aan moeten koppelen, maar daar heb ik helemaal geen zin meer in. En dat is onmogelijk met de was. Drie kilometer dus. De eerste kilometer hard. Kei Hard

Ik loop zo hard als mijn ademhaling het toestaat. Mijn spieren of mijn hartslag zijn niet de beperkende factor, maar ik krijg simpelweg niet genoeg lucht. Toch loop ik een kilometer in 4:49! Dat is voor mijn doen heel, heel hard. Zeker op de weg met bochten.

Daarna 2 kilometer rustig uitlopen en lekker door het park. Dan blijft het tempo hoog. Daarna snel de wasmachine aan en de laatste dingen in de koffers duwen. Op naar een andere tijdszone. Een ander land. Een andere omgeving. De hardloopschoenen en het trisuit zijn ingepakt.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-23

1 juli – Trail lopen met Joyce

Het was best even spannend: lukt het met de wonden, met de blauwe plekken en kan ik alles nog aan met de drukplekken op mijn lijf? En ik mocht natuurlijk niet nog een keer vallen! Ik mocht met Joyce mee. We hebben de hele maand juni niet samen gelopen en nu waren we allebei nog niet toe aan de halve marathon, maar wel aan bos en bijpraten. Tjonge, wat was er veel: triatlons, zwangerschap, school. We appen ons suf! Toen mijn gaatje bij de tandarts weer gevuld was, haalde Joyce me op. We gaan naar het Hollandse Hout. Route van een kilometer of 13 en nul verwachtingen.

De eerste kilometer was het -laten we zeggen- ‘wennen’. Pijntjes, trekken, auw en twijfel of dit wel verstandig is. Maar toen kwamen we op wat Joyce het knollenpad noemde en ik kwam tot rust, keek goed uit, kwebbelde door en alle pijn trok weg. We gingen naar het vogelkijkhutje, want de geplande route was dicht.

Lekker vogels kijken! En dan dezelfde weg weer terug.

Even later pakten we de route weer op onder het spoor door.

Over het Oostvaardersveld. Ik genoot met volle teugen. Dat hardlopen weer lekker lukt, dat het mooi weer is, dat ik met Joyce ben, dat het geen schande is om te wandelen, dat de lucht zo mooi is met de wolken, dat het zo lekker ruikt. Alles. En als we dan even wandelen, heb ik daar geen bezwaar tegen. We steken de weg over en gaan de heuveltjes over.

Alles is zo mooi! En stil. Doodse stilte. Behalve het geklets natuurlijk. Onafgebroken. Geen paarden en het water viel me ook een beetje tegen. Dat ziet er vanaf de fiets leuker uit. Dan het bos in. Ondertussen zit Vincent op school met een probleem en appt hij veel. Joyce voelt zich onterecht niet zo sterk met slappe benen. Vind ik niks erg! Het maakt mij echt niet uit. Ik vind haar namelijk wel sterk en krachtig, ook al zijn we niet snel. De missie hier is: Have-Fun en die pakken we volledig.

Er is 1 momentje niet zo sterk van mij: “zullen we wat eten”, vraagt Joyce. Ergens op 8 kilometer ofzo? Totaal niet aan gedacht. Ik zou het compleet vergeten zijn. En drinken ook. Foei toch.

We komen langs mooie stukken met water. Onderweg zien we helemaal niemand. Ja, vrachtwagens die aan het werk zijn, gek genoeg. En we komen op stukjes die ik best herken. Ik klaag en mopper en reageer me af en ik klets en praat. Ondertussen maak ik me totaal niet druk over tempo, kilometers of welk excuus ik ook zou moeten hebben: gewoon rennen, roddelen, rondkijken en met volle teugen genieten. We komen nog wel een stuk modderachtig ouderwets Hollandse Hout tegen.

En dan nog even de heuvel over de Knardijk en de 13 kilometer zijn vol.

Dan kan ik de wiskunde-problemen weer aan en de dag en dan ben ik weer heel blij dat ik kan hardlopen en verder kan met trainen. Hardlopen is een verslaving. Guilty.

2 juli – off day

Nergens zin in. Moe. Suffig. Alleen zin in snoepen. Chips. M&Ms. In bed liggen. Een boek lezen. Sloompjes. Besluiteloos. Geen aanwijsbare reden, maar gewoon een dag minder energie. Ik blijf lang liggen en dan wil Vincent fietsen. Voor mij staat er 3 uur op het programma, voor hem anderhalf uur en ik ga maar mee, maar zonder zin of animo. Ik heb wel een weg gezien die ik eens wil proberen! We doen een woordslang in-de-keuken als we op de Trekweg wind mee hebben. Ik drink netjes. Maar ondanks de zon, het leuke gezelschap, het makkelijke fietsen en het ontbreken van pijntjes of ongemakken door het vallen krijg ik er geen goeie zin van. Het pad blijkt onverhard.

We gaan maar een stukje door het bos waar ik gisteren ook liep. Het is hartstikke rustig overal. En dan tegen de wind in terug langs het Oostvaardersveld. De wind valt me mee, mijn energie valt tegen. Het is leuk zo saampjes, maar vandaag lijk ik nergens van te genieten! Langs het Kotterbos weer terug en we fietsen ook via het Oostvaarderscentrum. Daar is het dan wel weer stikdruk. Vincent komt aan 75 minuten voor een groene training en ik zit niet eens in de buurt van de 3 uur, maar ik vind het wel best. Ik ga mijn boek uitlezen en we brengen wat dozen weg, maar echt iets nuttigs doen komt er vandaag niet van blijkbaar. Ik ga toch naar het zwembad. Met YZ deel ik de baan. De training is van AD en best oke. Piramides. En oefeningen. Ik doe alles zo goed mogelijk, maar wel met een ongewone bak vermoeidheid. En met achtje als ik zin heb.

En ik doe zelfs een poging tot vlinderslag! De laatste piramide is voor ons iets anders. Al met al zwem ik 2000m. De wond prikt er weer van. En ik snoep verder.

3 juli – Trailen met mijn zoon op de route van mijn vader

We hadden een examenfeestje met friet eten en de kermis. Nou slaan wij de kermis pertinent over en om alleen voor frietjes naar Eindhoven te rijden… Dan gaan we maar even combineren: hardlopen, douchen bij mijn ouders en dan frietjes eten. Een mooie zondagmiddag vol. Ik sliep deze nacht veel en beter, dus ik voelde me totaal anders dan gisteren.
Vincent zou de route doen, die mijn vader -met al zijn kennis opgedaan door het uitzetten van honderden wandelingen, had uitgezet. Ik reed naar de juiste plek. In de auto kletsten we al volop, want met een puber praten kan prima op de snelwegen!

Ik had al veel gedronken en zo begonnen we om half 3 met hardlopen langs de Dommel onder een web van snelwegen door. Mega apart en bijna kunstzinnig mooi. De eerste 12 minuten zijn altijd even ‘wennen’ en settelen. Met mijn knie, zijn vorm en als duo op een halfverharde fietspad. Maar mooi was het gelijk! Dan langs het partycentrum waar we het huwelijksfeest jaren geleden vierden van opa en oma. We kwamen langs de snelweg, speciaal voor Vincent die van auto’s geniet.

En dat vond ik dan ook weer leuk voor de afwisseling! Het was nog steeds behoorlijk onverhard, 2 kilometer in 12 minuten en alles is goed: wind, warm en in the moment. De route klopte ook. Een stukje onverhard over de weg waar ik heel lang geleden wel eens fietste en dan het zand weer op. Bossen in Brabant zijn toch net anders dan in de Flevopolder. En dan het hekje door, de weilanden over.

We kwamen bij een single track. Weg tempo. Maar daarvoor in de plaats komt zoveel genieten! Groen, rust, natuur, langs het water en de weilanden. Onbeschrijfelijk. En mijn vader weet dat te vinden!

En toen weer het bos door met allemaal boomstronken. Ik was een beetje bang om te vallen, maar dat is natuurlijk onnodig. Dan komen we langs een prachtig ven.

Vincent neemt voor het eerst een halve Maurten gel. Hij krijgt ‘m weg en dan gaat de snelheid wat omhoog langs het water en over de boomtakken. Het is prachtig mooi én goed opletten tegelijk. Maar ook overweldigend mooi zo bij het water. Het viel me wel op dat er overal wel mensen zijn op deze zondagmiddag. Vissers, wandelaars, geocachers, veel fietsers. Niet druk, maar ook niet stil. Even zoeken naar het paadje door het bos. Zo’n single track door het bos hadden we ook nog niet gehad! En dan komen we op het asfalt. Ik wil even doorlopen in kilometer 7. We halen een klein meisje op de fiets in. Ik voel me nog prima, maar ik voel ook een blaar opkomen. We lopen langs het drukke terras bij de Volmolen.

Veel asfalt, wat het tempo ten goede komt. Maar in de zon is het wel een stuk warmer! We lopen door de weilanden en ik merk dat Vincent niet dezelfde afstanden gewend is als ik ben. Na 9 kilometer in een uur nog een gel en hij krijgt de rugzak. Inmiddels is het pad het midden gaan houden tussen asfalt, aangestampt cement en onverharde elementen. We gaan richting terug, maar dan komen de vlondertjes nog!

Helemaal geweldig leuk! Niet te snel en een mevrouw maakt een foto van ons samen.

En dan gaan we echt terug. Vincent struggelt intussen een beetje en de gel doet niet echt zijn werk. Dan gaan we wat trager! Maakt mij niet uit. We komen nog op een verwilderd pad waar we om de plassen heen moeten slingeren.

Aan de zijkant ligt een sloot vol kroos. Het is mooi, maar vertraagt en het is wat zwaarder. Al ben ik dit intussen gewend. De route is zelden zo gevarieerd geweest als ik vandaag heb gehad! We eindigen het rondje op een bruggetje en dan zijn we weer bij de snelwegen.

Ik zit met auto-pauze op 12 kilometer, Vincent heeft er 500m bij gedaan. We kijken nog even bij de Dommel en het water daar en dan gaan we naar mijn ouderlijk huis voor de douche en naar mijn nichtje voor feest en friet. Uitmuntende zondagmiddag zo.

Maandag 4 juli – Fietsen

Het is niet makkelijk met het afronden van Havo3 en wiskunde. Dat levert een hoop irritatie en onrust op. Ook het werk is met veel vakantiegangers en tegenvallers niet echt lekker. Gelukkig knapt mijn knie wel op. Er zitten korsten op en de blauwe plekken worden langzaam iets minder. Fietsen dan maar in de avond. Vincent gaat mee voor een rondje Oostvaardersplassen.

Zijn benen voelen de kilometers van gisteren (en de onrust). Mijn benen zijn blij! Beweging doet ze goed na een weekje betrekkelijke rust. Veel te bepraten heb ik niet en ik vind het fijn op de dijk te zijn met wind mee en een hoog tempo. Op de Knardijk ga ik vooruit.

Als hij me tegemoet komt, constateren we samen dat ‘we’ en 9,5 hebben gehaald voor Aardrijkskunde! Dat is een mooie opsteker. In het zonnetje. Ik ga nog een stukje wat harder, want dat lukt me echt goed en gemakkelijk! Daar ben ik zo blij om. Ik wacht Vincent dan op en samen rijden we naar het Kotterbos. Hij neemt met zijn benen de korte weg en ik de langere weg via het Schanullekesluisje. 1 Kilometer voor huis komen we elkaar weer tegen.

5 juli 2022 – Een koppeltraining op supercompensatie!

Ik ga weer fietsen. Deze keer de Noorderplassen rond. Dan heb ik in de stad de wind tegen. Ik heb geen zin. Alles lijkt nu wat minder zinvol met de hele achter de rug, de vakantie in het vooruitzicht en de halve triatlon is nog heel ver weg. Maar ik doe het trisuit aan en zet de hardloopschoenen klaar om snel te kunnen wisselen tussen fietsen en hardlopen. De wind tegen in de stad valt mee en het tempo ligt weer superhoog! Voor mijn doen zeker. Ik vind het hartstikke leuk om bijna net zo hard als een scooter tussen het andere verkeer door te gaan. Dat voelt best machtig ☺️ En dat is goed voor het opletten. Ik ga wat verder, want dat kan als je zo hard gaat! Als ik de dijk op ga voor de intervallen, zie ik de mariniers.

Altijd leuk, een serie stoere mannen 😉 En dan moet ik versnellen. Wind mee. Hoge cadans. Het gaat echt hard! Met welke maat je ook meet, maar 35 kilometer per uur is gewoon rap. En dan 2 minuten rust. In het begin valt het nog goed ook met de oversteken, maar al snel kom ik er achter dat met deze snelheden de route veel te kort is! Ik ga nog een stuk verder over de Oostvaardersdijk, dan keer ik straks in de vijfde van de 6 keer intervallen wel om.

Ik ga 3 keer als een gewone racefietser en durf de beugels niet meer zo gemakkelijk in. Dat is toch even van de val overgebleven. In de rust neem ik een gel, voor het lopen straks. Ik drink veel. De vierde en vijfde keer ga ik wel in de beugels liggen, maar de bocht door waar ik viel, toch maar even niet… Dan stop ik even voor ik omkeer om naar de mooie plassen te kijken.

En dan terug. Tegen de wind in. Van opzij. Ik word van de fiets geblazen! Dat het tempo eraan gaat vind ik niet zo erg. Maar ik vind het eng. Ik voel me echt niet blij op de fiets. Doortrappen en proberen wat ik kan, dat ik maar zo snel mogelijk die dijk af kan! Tegensturen. De laatste keer is by far het langzaamste en ook het zwaarst!
Ik ga de dijk af en daar staan 2 mensen met een kaart. Ze kijken en vragen en ik help ze. Zij hebben wind tegen gefietst en weten even niet waar ze heen moeten. Leuk om deze Brabanders zo te assisteren in de Flevopolder! Ik weet dat ik wind mee heb voor de laatste interval en ik vlieg langs het overbekende terrein. Ik hoef niet eens te kijken! Ik geniet nu nog even ergens anders van. Tijdens het ‘uitfietsen’ ga ik over het hardlopen denken. Hoewel ik geen zin heb en weinig vertrouwen, denk ik geen moment aan overslaan. Het zou leuk zijn die mensen straks rennend weer te zien als zij klaar zijn met fietsen!
De wissel is niet zo snel, want de sleutels werken niet mee en ik moet naar de “Dixie”. En dan ga ik, het is maar een half uurtje. Ik ren altijd hard na het fietsen, maar dit…. Dit is overdreven! Ik heb net 28,9 gemiddeld gefietst – hallo. Ik loop de eerste kilometer weg in 5:07. With ease. Ik rende op gevoel. En ja, het was warm, maar ik liep zo lekker!! Ik voelde mijn knie wel, als een blauwe plek. Logisch, niet ernstig, maar op asfalt en dit tempo ontstaan er natuurlijk wel klappen. Net over de brug fietst MH me tegemoet en ze roept hard: “Lekker bezig!” Mijn middag is goed! Echt aardig vind ik haar niet, maar support is zo leuk. Vlak achter haar, net voor ik onverhard ga, komen de Brabanders die ik op weg heb geholpen me tegemoet gefietst. Ongelooflijk hoeveel harder ik ga. Ik roep hard Hallo en lach van oor tot oor. Met mijn rode trisuit moeten ze mij ook herkend hebben! Ik ga onverhard lopen. Dan maar iets minder hard.

Op 3 kilometer stop ik even. Waarom niet? Dit is geen wedstrijd. En ik loop 5:18 of zoiets. Natuurlijk zweet ik en is dit voor mij een flink tempo, maar echt heel zwaar is het niet. Onverhard verteert de knie beter en het kost maar een beetje tempo. Ik zit heel goed in het moment en in de focus. Misschien is dit dan de supercompensatie van de hele triatlon en even wat gas terugnemen door het vallen. Ik geniet er maar gewoon van. Hoe mooi het hier is.

Een gemiddeld looptempo van 5:18. Het is ongelooflijk! Zelfs als ik de pauzes meetel, is het nog 5:37, wat hartstikke hard is voor mij. En niet eens in de allerhoogste hartslagzone! Ik snap het zelf niet zo heel goed eigenlijk waar het vandaan komt. Omdat de druk er van af is op school? Aan goed slapen en gezond eten is het zeker niet te wijten! En snel daarna ben ik weer op energie.

6 juli 2022 – Buiten zwemmen.

Het is 3 jaar na de Frysman. Het lijkt korter geleden. Deze avond ga ik met Vincent en MBB zwemmen. MBB is een veel betere zwemmer, maar was nog niet eerder buiten. We doen een wetsuit aan. Dat zit wat strak op mijn wond op de knie, maar het zij zo. We gaan van boei naar boei. Of eigenlijk: ik kan de boei van MBB volgen!

Zij wacht, wij halen haar bij en dan de volgende boei. Er zijn plantjes die Vincent van streek maken. Het regent ook geloof ik. Maar als je zwemt word je toch nat. Volgende boei en nog eentje verder. Dan zegt MBB dat ik langere slagen moet maken. Ik doe het meteen en dan gaat het makkelijker! Het voelt bijna te makkelijk… MBB en Vincent willen er uit en ik ga nog een keer op en neer: de 500m van de NPW triatlon voor maandag. Vorig jaar deed ik daar in de wedstrijd (zonder wetsuit) onder de 13 minuten over. Nu heb ik al een stuk gezwommen. En ik moet zelf navigeren. Rust bewaren in mijn eentje. Het gaat lekker. Ik ben binnen 12 minuten terug. Dat is voor mij een toptempo! Yes. Eenmaal aan de kant begint de uitdaging: de autosleutel ligt in de auto. En die auto is afgesloten. De telefoons, de schone kleren, de drank voor erna: het ligt allemaal bij de onbereikbare sleutel in de achterbak! We kunnen gebruik maken van de telefoon van MBB om Rob te bellen die met de bus moet komen en met de reservesleutel. En dan zitten we uit de wind bij het tentje in de buurt. Ik doe het wetsuit uit, want die krast over de wond en koud vind ik minder erg. Het is raar om 3 kwartier niets anders te kunnen doen dan tijd aftellen en wat kletsen. Ik heb vooral last van trek! Ik overleef het allebei: de kou en friet lost de honger op.

7 juli Baantraining

Ook geen zin in. Het lijkt mode deze week. Het is ook zo druk en onoverzichtelijk met werken! Dan maar rustig aan doen met lopen. Zonder zin. Niet al te veel mijn best doen. Een slecht excuus is dat de spieren toch iets teveel zijn afgekoeld gisteren en de darmen zijn ook ‘gevoelig’. Het inlopen gaat al matig: op het asfalt laat de knie van zich voelen. Hoewel de blauwe plek naar geel kleurt, voelt het nog niet zo. Ik heb weinig te melden bij deze mensen. Op de baan moet ik langs de WC, te laat gegeten. Mis ik de techniekoefeningen. Dat vind ik niet zo erg en nu al helemaal niet, want mijn knie laat duidelijk voelen wat die vindt van techniek met hakken-billen! We gaan rondjes op de baan rennen. Iets van: rondjes van 400m gewoon tempo en 100m wandel/dribbel en daarna 200m op tempo met 100m wandel/dribbel. En 600m-100m pauze-400m tempo-100m pauze. En nog ‘s: 400m-100m pauze en dan 400m opbouwen en 100m pauze.

Toen weer 600m en 400m, waarvan de laaste 200m sneller dan de eerste. Of was het 400m en 200m? Ik was het intussen volledig kwijt. Moe. Verveeld. Liep maar gewoon solo een beetje de rondjes. De knie bleef gevoelig waardoor het voelde alsof ik niet full-potential kon lopen. En de drukke, vermoeiende werkdag na weer een nacht met maximaal 6 uur slaap hielp ook niet. Bij het uitlopen moest ik weer naar de WC en eigenlijk haalde ik het net niet. Ik ren de 10 kilometer vol op de parkeerplaats en dan weer snel naar de douche en naar huis.

8 juli – Rare koppeltraining omdat het leuk is!

Ik was een beetje ongedurig de hele ochtend. De vakantie heeft nu prioriteit, nu school klaar is. En sporten ook. Maar er moet nog veel gebeuren en we zijn op de goede weg! Van alles een beetje. Ik kom niet tot een besluit over de middagtraining met Joyce. Waar en wat. Ik wil niet veel verhard en in de zon. En ik moet eerst infietsen. Om 2 uur besluiten we waar (Kromslootpark), om kwart over 2 fiets ik weg en daar tussenin maak ik een route – snel, snel. Ik kan wat omfietsen, want ik heb 3 kwartier. Ik ga naar de Shell. Onderweg bedenk ik hoe grappig het is dat dat ‘vroeger’ echt ver was en nu een ‘ommetje’. Alleen terug over de dijk met wind tegen trekt me niet. Ik ga wel door Almere Haven. DOM dom DOM. Dat kan namelijk niet! Dat is een doolhof! Waarom vergeet ik dat toch elke keer? Het tempo, de cadans, de rust, het plezier: Haven absorbeert het. Ik kom tijd te kort en moet Joyce laten wachten. Ik kom op fietspaden die ik geen van allen ken. En dan sta ik bij het Eksternest. Ik heb een uur ingefietst. Snel een gel nemen, de fiets in de auto leggen, het t-shirt uitdoen en de loopschoenen aan. Weer ongedurig.
We beginnen óp het ásfalt en ín de zón. Wat ik zo niet wilde! Maar het gezelschap van Joyce maakt alles goed. Lekker kletsen. Over babies. Gaaf toch? We komen langs De Urn.

En dan gaan we de brug over het onverharde gedeelte in. Dat helpt al voor mijn knie. De zon neem ik voor lief. We komen op een ongelijk graspad. Het gaat Joyce niet vanzelf – integendeel. Mij deert dat totaal niet! Ik hou me niet aan de training en ga lekker rustig. Ik geniet van dit totaal onbekende Kromslootpark, de stilte, de natuur en de vogels. Onder de bomen door en over het steentjespad.

Echt verrassend! We komen weer op een hobbelpad langs de snelweg. Dat is zo raar: midden in de natuur met de snelweg op de achtergrond. Het kan in Almere! Joyce vind de pollen niks. Ik vind de zon niks. We wandelen van tijd tot tijd en dat is helemaal prima. Mijn knie heeft zich geschikt. We slingeren over onbekende paden en in de schaduw ergens moet ik opnemen voor mijn werk. Handel ik daar keurig af! Klein stukje fietspad en dan denken we geen van beiden aan afsnijden, hoewel we de auto zien staan! We gaan weer het bos in en over een brugje tussen de planten door.

Dan komen we op het ATB-pad. Eigenlijk niet voor wandelaars, maar het is zo leuk: single track, met heuveltjes en modder en schaduw. Het is echt opletten geblazen! Dat vind ik leuk, als je geconcentreerd moet blijven en snel moet handelen, kijken en inschatten. Prioproceptie of zoiets. Kan ik echt van genieten! En dan soms even bijkomen vind ik ook niks vervelends aan.

We komen op een ondoordringbaar pad vol berenklauwen en moeten terugkeren uit de jungle van Almere. Dat kan ook in Almere! Tot slot gaan we ook nog de berg over. Het kan in Almere! We komen niet 1 fietser tegen. Ik merk wel dat ik eigenlijk water mee had moeten nemen. Het is niet zo dat het ‘maar’ een uurtje is op laag tempo, maar het werd langer en ik had al gefietst. We maken de 10 kilometer vol. Het was weer superleuk. Echt verrassend en zo fijn om samen te doen. En vlak bij huis in het verrassende Kromslootpark. Ik ben er rustiger van geworden.

9 juli – zwemmen en rustdag

Ik heb de rustdag nodig. Er is rust met school, de vakantieplannen zijn zowat rond en alles is opgeruimd, maar nu komt de vermoeidheid. Ik slaap eens een keer zonder uren wakker te zijn en ik slaap ‘s morgens zelfs langer door, maar ik blijf moe. Ik sleep mezelf naar het zwembad. Niemand wil in baan 1, behalve YS die alleen maar benen doet. Ze voelen zich allemaal beter dan ik. Sneu is dat. Ik zwem 300m met achtje in en maak lange slagen. het voelt goed. De training van DR is leuk. Ik moet goed opletten en meetellen. 8 keer honderd meter afwisselend hele slag en armen: en elke keer van de hele slag 25m meer snel. Dus 25m snel, 75 langzaam / 50 snel, 50 langzaam / 75m snel, 25m langzaam en tot slot 100m snel. En van alleen armen precies omgekeerd: beginnen met 100m snel en elke keer 25m minder snel. Super! Koppie erbij houden. Ik neem weinig pauze: alleen om de pullboy te pakken of weg te leggen en een slokje te drinken.
Dan 3 keer 100, waarvan 75 hele slag en 25 andere slag. Ik deed rug (prima), borstcrawl (niet goed voor knie) en nog ‘s rug dan maar. Ik krijg er zowaar lol in! Ik vond het wel irri dat andere banen allemaal zoveel sneller denken te zijn met hun hulpmiddelen en ik alleen in baan 1 zwem zonder achtje of flippers. Als enige.


Daarna 400 bestaande uit 2×200: 150 borstcrawl, 25 sprint en 25 samengestelde rugslag. Ik had de baan voor mezelf intussen. Lekker! Zeker voor de samengestelde rugslag. Die mijn knie wel lekker vond. De Apple Watch liep mee. Ik registreerde in Garmin heel precies wat ik deed met pauzes en stop zetten.
Tot slot 300m: 50m benen, 50m armen, 75 bc en dat twee keer. Geen geneuzel met pauzes. De andere baan slaat de helft gewoon over! Bah. Ik oefen het voor mezelf, moet ik dan denken.
200m uitzwemmen met pullboy. Ik haal de 300m net niet, want het is 6 uur.
Ik vond de training echt leuk! Lekkere afwisseling. Ik kom echt met goed zin het water weer uit. Pluspunten voor trainster DR! Ik denk even dat de Garmin weer niet heeft opgenomen, maar gelukkig blijkt dat later wel zo te zijn.

10 juli. een korte koppel

Ik slaap slecht. Al nachten. Gewoon weinig. Veel wakker. De laatste keer dat ik 8 uur geslapen heb is een dikke week geleden. En dat maakt het niet beter. Dan helpt laat opstaan niet zoveel. Ik ben de hele dag suffig en ongeconcentreerd. We plannen de vakantie die opeens zo dichtbij komt! Ik snoep extra veel. Het trainen stel ik maar uit. Tot de avond. Dan gaan Vincent en ik eindelijk fietsen. Slechts 3 kwartier.

Het is druk in de bebouwde kom. Ga je net lekker snel, moet je om een stepje/hond/jongerengroep/scootmobiel heen. Net zo onrustig als ik al ben. Ik had al geen zin. En dan is de cadansmeter ook nog eens weg. Waar? Kwijt? Ook onrust. We nemen toch maar het hele rondje Noorderplassen. Vincent gaat deze keer voor me uit. Zijn fietsbenen staan wel aan vandaag. De mijne doen hun best. Op de dijk mag ik blokjes hard. Dat we wind mee hebben valt tegen, want het is meer van opzij. Akelig. Onrustiger. De blokjes snel doe ik wel eventjes mijn best. Van de 6 gaan er 5 goed. 1 Gaat op aan verkeer en oversteken. We stoppen even voor een fotootje.

En dan snel het gemiddelde nog iets ophogen. Net iets meer dan 3 kwartier. Ik moet ook nog hardlopen. 10 Minuten slechts. Of ik morgen zin heb in een sprinttriatlon? Nou, wat denk je zelf? Nee. Of ik er klaar voor ben? Ook niet.

Het rennen gaat ook stroef. Niet het gemak wat ik ken na het fietsen. Rondje park is ook saai. Hard? Redelijk. Maar alleen omdat ik er zo snel mogelijk vanaf wil zijn. Het duurt gewoon 500/600m voor ik erin kom! Ik hijg als een paard en voel me dik en slecht. Maar ik doe 2 rondes op een hoog gemiddelde. Ik had al geen zin in dit en ik heb nu nog minder zin in morgen. Ik ben te zwaar. En mijn hoofd is ook veel te vol en zwaar.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-22 – 2 kanten

maandag 20 juni Rustdag. niet te lang bij stilstaan, haha. Stukje wandelen samen met Rob langs de Oostvaardersplassen. Het is er wel mooi, op welk tempo ook.

En werken op zo’n warme dag. En dat was het dan.

dinsdag 21 juni. Koppeltraining: fietsen en hardlopen

Ik heb even niet meer zoveel animo. Het is een beetje elke keer de vraag: waarom zou ik? Er is geen noodzaak om te fietsen of te rennen of zelfs om dat allebei te doen. Ik kon me er vaak toe zetten want “op wedstrijddag” moest het ook, maar nu is wedstrijddag voorbij. En toch ga ik wel! Het is immers allemaal ‘maar’ klein. En het moet leuk zijn. Gelukkig maakt het schema het leuk, want ik ga op afstand rijden in plaats van op tijd. 21 Kilometer rustig aan in zone 1/2. Lekker de dijk op en wind mee. Letten op de cadans en verder naar de muziek luisteren.

Ik stop voor een foto. Omdat het kan. Gewoon even kijken om me heen en bedenken waar ik uit kan komen. Ik zit op 15 km, precies de helft. Het gaat lekker hard eigenlijk. Omdat ik wind mee heb. Omdat ik de menstruatie mee heb. En ik heb frustratie mee, want ik heb net voor ik ging een stom bericht gekregen van een vriendin waar ik me aan erger. En ik heb de supercompensatie mee. Anke kan het ook: de excuses 🙂 Ik rij ook nog hard als ik de wind niet mee heb en dat verbaast me. Ik bedenk wel dat ik straks 5km op tempo moet rijden door de stad en dat is onhandig. Waarom zou ik niet gewoon terug gaan over de dijk en wind tegen hetzelfde tempo proberen te halen dan wind mee? Dat zijn de leuke uitdagingen! Die passen nu heel goed.

En ik ga er voor. En ik geniet er van. Dat het lukt. Dat het leuk is. En dan nog 30km vol maken. Net iets meer. Moet ik nou ook nog hardlopen en heb ik daar eigenlijk wel zin in?! Niet echt zin, maar ook hier: het zijn maar 6 kilometer. Ook leuk verdeeld: 1 kilometer hard, 1 kilometer zacht.

En dat gaat me een partij goed! Er is een jongen op de fiets en die haal ik in! Hij mij, want hij gaat sneller fietsen en ik hem weer. Hou ik gewoon een brugklasser bij! De tweede kilometer ging ik rustiger, maar aangezien de eerste kilometer onder de 5 minuten lag, was rustiger nog steeds leuk. Het ging makkelijk.

Maar ik koos er voor niet onverhard te gaan en de snelle kilometer op het asfalt te pakken! Ik stopte even voor een alarm-appje van het kind, maar dat viel mee. De rustige kilometer nam ik wel onverhard.

Het was warm en benauwd. En ik was vergeten dat ik niet wilde gaan hardlopen. De volgende kilometer hard was onvermijdelijk wel onverhard. En ook nog het viaduct op. In de brandende zon. Over het asfalt. De excuses dat niet zo hard boven de 5 minuten lag. Anke kan het ook, de excuses 😀 En dan nog een kilometertje uitlopen. Lekker! Ik ben blij dat ik gegaan ben.

Woensdag 22 juni – Zwemmen in het zwembad.

Vincent wilde naar het zwembad, ik wilde liever naar buiten. Maar hij heeft het overdruk op school, dus het zwembad is wel goed. Ik ga in baan 2 met 2 anderen. Ik zwem voorop. Zonder achtje. We doen veel piramides. Eerst 400m inzwemmen zonder hulpmiddelen, lekker doorgaan. Blokje 200rust-100sneller-50snel twee keer. 1 blokje van 50 ging A voorop, verder ik. zonder achtje. Dan lang wachten.

Daarna piramide 50(snel)-100(kalm)-200(heel rustig)-100(kalm)50(snel). Met achtje vooraan. Scheelt een stuk in snelheid en gemak. Een keer de 100 en 50 omgedraaid. Dan nog een keer die hele primade, maar dan zonder achtje. En nog met achtje 200 uitzwemmen. Ging allemaal oke. Niet vanzelf, maar oke.

Donderdag 23 juni – Heet, leuk, mooi en geweldig.

Het is heel erg heet buiten. Benauwd. Ik zit gelukkig binnen en ben aan het werk. Maar echt blij ben ik niet, want ik wil best lopen in de warmte! En morgen gaat het regenen. De hele dag. Dan moet ik fietsen. Ik had het graag omgedraaid, maar ik zit dus in de airco op kantoor. Eigenlijk is het te warm voor de baan in de volle zon. En ik moet nog huiswerk voor aardrijkskunde maken. Ik besluit later op de avond alleen te gaan lopen. ‘Mijn’ werkstuk is dan af en hopelijk is het wat koeler. Ik spreek de buurman nog even die mee gaat doen aan een wedstrijd en dan ga ik gewoon lekker lopen, zonder doel.

Ik denk dat ik door het bos ga, tegen de hitte, maar ik merk dat ik het mee vind vallen en dus neem ik het fietspad. Zolang dat met de vliegjes te behappen is! Het gaat lekker. Ik ben blij, tevreden en het tempo zit lekker. Ik moet niks, ik hoef alleen maar te kijken en te genieten! Het licht is geweldig mooi. Zinderend.

Ik sta even stil om naar het ruisen van de bomen te luisteren en naar de vogels te luisteren. Verder is het complete rust. De ondergaande zon, de reflecties in het water: het is allemaal erg mooi. Ik loop door naar de dijk om daar ook even van de polder in optima forma te genieten.

In tijden heb ik niet zo fijn gelopen! Ik loop gewoon dezelfde weg terug. Niet door het bos, gewoon lekker die donkere luchten aanschouwen en de windmolens. Morgen regent het weer en wie weet hoe vaak dit nog lukt! De tint groen krijgt een andere betekenis hier.

Helaas was ik vergeten dat ik toch elke keer ook even wat krokodillen moet verjagen. Ik zie nergens iemand en vannacht regent het vast wel weer weg. Ik kan weer verder en ik hoor kikkers alom. De zon gaat onder in een prachtig concert van kleuren en geluiden.

Geluid aan! Want er is niks te zien….

Het is bijna te mooi! Moet ik dan letten op tijd en doorrennen? Nou, echt niet! Het lijkt alsof ik binnen een uur 10 kilometer loop, maar ik ben veel langer onderweg. En die tijd ‘langer’ is mega-waardevol. Daar laad ik mezelf weer mee op.

Het wordt niet snel donker. Wat een heerlijke loop! Echt een goede keuze dit.

Vrijdag 24 juni – Terug naar de TACX en een echte FUN run

Tja, regen. Het valt mee, maar ik wil gewoon niet nat worden en niks riskeren en ik heb thuis genoeg af te handelen aan was en huiswerk en organisatie. Tussen de onrust in past binnen fietsen voortreffelijk. Het is er warm en de ventilatoren staan boven.

Ik drink en ik ga een uurtje een nieuwe route fietsen. Ergens vind ik het wel leuk en aan de andere kant vind ik het vreselijk. De heuveltjes zijn wel weer aardig, de dino’s zijn leuk, maar de warmte is balen en de saaiheid ook nogal.

Na een uurtje stap ik even af om de was in de droger te stoppen en om de bidon bij te vullen! Nou, dan is het warm hoor, als ik zoveel drink. En dan nog raak ik liters vocht kwijt. Ik fiets anderhalf uur en 40 kilometer en dan moet ik snel verder met de dag! Inpakken voor een triatlon van Vincent, franse woordjes leren, opruimen, eten. Eigenlijk moest ik twee kilometer lopen koppelen, maar die doe ik vanavond wel ongekoppeld dubbelop.

We rijden naar Hoorn om alvast de spullen van Vincent weg te brengen. Het is onrustig en ook erg leuk om nu een keer niet te hoeven racen, maar te mogen supporten. Ik heb via Facebook contact met J, die eigenlijk mee wilde doen, maar toch niet. Ze heeft nog nooit een triatlon gedaan. Maar de rugzak haalt ze wel op! We kletsen, lopen langs de kraampjes en kijken rond en brengen Vincents fiets weg. Het is onduidelijk of we allebei mee mogen doen aan de funrun door Hoorn, maar bij navraag mag dat en we krijgen een Night-run t-shirt. Het is heerlijk ongedwongen! Geen startstreep, geen tijdwaarneming, niks. Een groep mensen die samen gaan rennen. Ik zeg nog iemand van Trispiration gedag en we zien de race director die ook mee gaat rennen.

We maken bergen foto’s. Onderweg moeten we met zijn allen even wachten tot de weg leeg is. Het gaat vanzelf en ik loop weer ontzettend te genieten! Zo leuk, zo geweldig om samen met Vincent dit te doen! Zijn trainer vond het een slecht plan, maar die geeft met wekelijks een triatlonwedstrijd en trainingen met 180 kilometer fietsen nou niet bepaald het goede voorbeeld.

Het is zo gezellig en zo mooi in Hoorn! Ik kan lekker hard meelopen zonder al te veel moeite, al is de hartslag wel wat hoog. Maar de grijns is des te groter! En het is een feest van herkenning: vorig jaar dit hier, dat daar, die riep, daar was de dixie.

Hoogtepunt voor Vincent is als de racedirector ons inhaalt en hij met Vincent op de selfie gaat! De 5 kilometer zijn eigenlijk veel te snel voorbij. Bij de ondergaande zon.

Dit was met recht een FUN RUN. In tijden niet zoveel FUN en plezier gehad in een groep lopend. Misschien wel nooit eerder zelfs!

Zaterdag 25 juni. – Grote UPS en DOWNS – Zijn Ironman “I Will Become One” & Gevallen

Dit is een drukke, drukke dag. Vroeg op voor de wedstrijd van Vincent in Hoorn. Zijn dag. Zijn wedstrijd. Zijn Ironman. Het kleine opdondertje dat voor de lol ging zwemmen is een grote jongen geworden die zelf het startvak in wandelt. Gelukkig minder zenuwachtig dan zijn moeder. Ik neem graag een deel over! ‘Tot over anderhalf uur’, zegt Rob. De vrijwilliger/teamleader kijkt op zijn horloge en knikt. ‘Ja,’ zegt Rob, ‘die gaat voor een podium!’ De man kletst met ons en hij denkt bij zichzelf: dat moet ik nog zien…

Ik zie Vincent die zich concentreert en als eerste het water in duikt. Ik ben ontzettend trots op hem. Nu al. Er lopen twee mensen met me mee die ik moet uitleggen wat triatlon is. Dat valt niet mee. We zien hem langsfietsen en wat gaat de knul hard! We praten met mensen en dan komt hij alweer terug.

Als ik Vincent zie lopen, kan ik nog trotser zijn. Wat een kracht! Wanneer ik hem over de brug zie lopen in zijn eentje vooraan, sta ik te sniffen. Van pure trots. Da’s mijn kind! Ondertussen denkt Joyce hetzelfde voor haar kind, maar op een andere manier. En dan komt Vincent de finish over.

Als tweede. Ik sta met mijn hand voor mijn mond te kijken naar het vuurwerk voor hem. Overweldigende trots. Ik krijg zelden meer zo vaak een knuffel van hem. Tijdens het lange wachten op de prijsuitreiking krijg ik er wel drie.

Geweldig om je kind met champagne te zien! En om te zien dat nummer 1 vriendschappelijk is. Als we wachten op de uitreiking voor de age-groepen komt de vrijwilliger-teamleider weer langs. “Jullie hadden gelijk!” feliciteert hij ons. We vragen hem wat hij doet, want dat podiumkind van mij wil later dít organiseren! 1 van de 2 hoofdorganisatoren komt erbij en hij neemt op deze drukke wedstrijddag zomaar een half uur tijd om over zijn baan te vertellen! Een beker, bos bloemen, een toptijd, een nieuw PR: maar het zijn de kleine momenten die het ‘m doen. De aanmoediging van de mensen op de terrassen, van de vrijwilliger die zegt dat hij de man voor hem kan inhalen (wat ‘m lukte), de brede lach op de fiets: dat heeft zijn wedstrijd tot een belevenis gemaakt. Maar ik kom niet meer aan zwemmen toe.

Ik ben ook moe van alle emoties en het lopen en beleven. ‘s Avonds wil ik wel weer eens een stuk met Manuel mee om bij te kletsen. We zouden gaan hardlopen, maar allebei hebben we meer aan fietsen. Manuel heeft voor morgen een lange duurloop staan en ik een sprint-wedstrijd. Er staat zwemmen en hardlopen op het schema, maar ik ga fietsen. Ja, ik ben moe, maar als ik alle keren dat ik moe was en toch ging verongelukt zou zijn, dan was ik al hartstikke dood geweest! We reden niet hard, niet gevaarlijk en niet moeizaam. Ik hield de cadans hoog en het voelde niet ‘vanzelf’, maar een rondje Oostvaardersplassen mag geen probleem zijn. Ook niet met wind. Toch ging het net voor de eerste parkeerplaats op de Oostvaardersdijk helemaal mis. Ik raakte rechts een beetje van het fietspad af, stuurde terug en viel op het asfalt. Hard ja. Pijnlijk. Alle alarmen gingen af. Ik stond direct op, voelde dat er niets ernstigs was en zette het alarmsysteem uit op mijn telefoon. De ongevallendetectie van Garmin werkt. Manuel komt op me toegerend. Ik heb flinke krassen en enorme schaafwonden op mijn knie, elleboog en in mijn zij, maar ik ben niet op mijn hoofd geland.

Manuel zegt: “we moeten teruglopen, want mijn fiets is stuk.” Ik weet wel dat ik niet helemaal terug kan lopen. Het fietsenrek zit nog op de auto. Rob kan ons halen. Manuels derailleur is compleet stuk.

Ik kan een beetje lopen, we gaan iets verderop naar de parkeerplek en ik weet meteen dat de wedstrijd morgen van de baan is. Daar baal ik van en het maakt me boos. Ik zou het liefst even ergens tegenaan schoppen. Rob komt ons halen. Ik laat de wonden bloeden. Zoveel mogelijk eruit spoelen. Het lijkt mee te vallen. Ik ben van een apart soort ijzer. Dat moet nu helen. Ergens, in een klein hoekje voelt het niet verkeerd. Hier moet ik dus stoppen. Hier moet ik even pas op de plaats maken. Net als na de vorige hele triatlon: net geen 3 weken later fiets ik met Manuel en word ik afgestopt. Rob is bezig met Manuels fiets, maar daar zijn erge problemen mee. Ik krijg jodium en doe dat op de wonden. Het doet ontzettend pijn en ik ben misselijk ervan. We eten laat. Joyce is oma geworden. Vincent is kampioen geworden. Ik ben geschaafd en gebutst. Van groot geluk naar ongeluk. Teveel emoties op 1 dag.

Zondag 26 juni – NIKS meer

Slapen doet pijn. Ik kan niet liggen, niet bewegen. De wonden bloeden door. De pijn trekt door mijn zij en rug. Maar er is geen angst, ik heb geluk bij een ongeluk gehad. Letterlijk. Manuels fiets baart me zorgen. En ik baal dat het nu even klaar is met sporten. Omdat het zo verplicht is. Dat ik voorlopig de sprint niet kan doen. De andere wedstrijd is doorgeschoven. Ik kan niet goed bewegen. De trappen zijn een opgave. Lopen doet zeer. Vooral het verwijderen van de gaasjes vind ik een ramp! Ik bel de huisartsenpost en ze kijken even mee. Het is niet ernstig, maar het doet wel pijn. “Een flinke klap geweest”.

En ondertussen ben ik supertrots op Vincent, blij voor Joyce, lijkt de fiets onder de verzekering te kunnen vallen en ik ben moe. Dat ik van 7 kilometer fietsen meer last heb dan van een hele triatlon! Het is niet eerlijk! Ik kan nauwelijks wandelen, niet typen met die elleboog, mijn haar niet kammen en mijn knie niet buigen. Ik kan geen broek of trui aan. Iedereen doet wedstrijden, maar ik doe voorlopig n i e t s. De dag eindigt voor mij als ik een sterk, open en eerlijk bericht krijg van mijn meelevende trainster, die echt informeert hoe het me gaat. Dat zij iets stuurt wat haar het allerbeste voorbeeld maakt van ‘nee zeggen waar nodig’ breekt me op. Ik ga naar bed met 2 paracetamols.

Maandag 27 juni

Hoewel ik de hele nacht slaap en ‘s morgens zelfs even vergeet dat ik gewond ben, ben ik nog steeds dood- en doodmoe. Zodra ik uit bed moet, doet alles weer pijn, buigt mijn been niet, sleept mijn arm en knakt mijn rug. Ik meld me ziek op het werk. Te moe om na te denken val ik opnieuw voor een half uur in slaap! De vermoeidheid en wazigheid baart me zorgen. Ik heb geen koorts, ik pel en spoel de gaasjes weer af en ik voel me niet gezond. ‘t Lijkt erop dat de hele maand juni er nu uit komt. De vermoeidheid is extreem. Ik kan niet zoveel, maar gelukkig is het ook verborgen in ‘plain site’. ‘s Middags haal ik een tetanusinjectie. Het eerste wat ik Manuel vroeg zaterdag: die hoeft toch niet of wel?

We brengen Manuels fiets weg en ik bel de verzekering. Ergens ben ik heftig af, maar ik wil geen medelijden hoor. Ik troost liever anderen en leef graag mee. Uiteindelijk lukt het typen wel, maar de wonden trekken en steken van tijd tot tijd. Ik denk dat het beter gaat, tot ik dadelijk weer opsta en iets wil doen. Een paar stappen verderop. Of iets wil pakken. Met 2 handen.

Dinsdag 28 juni – Aan de beterende ?? knie ??, arm ??, blauwe ? plekken

En dan komt de vermoeidheid eruit. Ik slaap blijkbaar maar matig en ik ben ontzettend moe. Ik rommel wat aan overdag: beetje werken, praten met de schoonmaakster, schrijven en dan val ik op de bank weer in slaap. Da’s niks voor mij. Mijn huid trekt weer dicht en ik kan er naar kijken zonder te griezelen. Ooit komt het vast weer goed. Ik kan alweer wandelen met papa en mama en dat geeft niet heel erg veel last. Het is fijn om weer buiten in de zon te kunnen zijn. Dat geeft goede moed!

Woensdag 29 juni. Terug naar de plek des onheils

Een dag op kantoor en mijn wond trekt, kriebelt, jeukt, doet zeer, prikt en wat al niet meer. Ik kan mijn knie niet genoeg buigen om traptreden 1 voor 1 te pakken. Ik moet op dit ongelegen moment naar de diëtiste. En daarna moet ik naar buiten! Nog een sportloze dag kan ik niet aan! Ik trek Vincent node van zijn huiswerk om mee te gaan fietsen nu het nog lang licht is en lekker weer. Terug naar de dijk durf ik niet alleen… Het doet echt pijn en het trekt aan de wond en het vel als ik de straat uit rij. Ongelooflijk maar waar moet ik uitwijken naar de stoep voor een dikke lul die op het fietspad wil blijven wandelen! Je ziet de hartslagpiek terug. Ik zit gespannen op de fiets. Het gaat niet hard. Maar ik moet en zal terug nu!

Ik lig zelfs weer op mijn fiets op de dijk. Als we het stukje waar het mis ging voorbij zijn, ontspan ik weer en gaan we een parkeerplaats verder. Ik kwebbel weer lekker met Vincent en kijk goed om me heen naar dit mooie en aparte stukje landschap. We keren om en fietsen terug met wind mee.

Het gaat goed hoor. Niet snel, maar de wond heeft zich gezet en de spieren hebben niks geleden. Ik ben blij dat ik weer terug ben gegaan, maar het kost wel gek veel energie.

30 juni. De maand is klaar. Er was zoveel deze maand: de hele triatlon, me top voelen, trots zijn en kapot vallen. Er was jaloezie, vreugde, angst, trots en begrip. En de laatste dag van de maand doe ik niks. Ik ben moe. Van alles. Van de warmte, slecht slapen, werken. Maar er zijn geen excuses nodig. Ik ben gewoon klaar met juni en maak me op voor de volgende maand. Al ben ik daar nog niet helemaal aan toe. De statistieken met allemaal getallen boeien me niet zo. Ik blijk niet te zijn van getallen, hoeveelheden en meetbare data: ik ben van het gevoel, de beleving, de ervaring. En wat dat betreft was juni 2022 onmeetbaar extreem rijk!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-21 en weer doorrrrrrr

13 juni – Supporten bij de NPW triatlon

Nog steeds voel ik me supergoed en sterk. Ik zou graag de achtste triatlon afstrepen vandaag en ik voel dat het prima kan. Bij de Noorderplassen is de ‘laagdrempelige’ triatlon op de korte afstand. Ik heb nergens last van en ik hoef me vooral niet in te spannen, dus er is geen enkele druk. Lekker dichtbij voor zo’n klein stukje sporten. Maar er is ook veel werk voor school nog. En de trainster raadt het af. Dan valt het schoolwerk weg. Vincent wil niet meedoen: hij is verkouden, druk en dit is niet zo’n leuk gezelschap met een heel hoog haantjesgehalte. Ik twijfel of ik mee ga doen… Ik wik en weeg. Mijn collega MB doet wel mee. Ik beloof haar te komen. Kijken. Beslis ik na diep nadenken. Maar vandaag vind ik de trainster niet leuk, wat zij krijgt de ‘schuld’ dat ik niet meedoe. Iedereen zal wel denken als ik daar aan kom: ‘die doet niet mee, het watje!’ We gaan op de fiets, Vincent en ik. Tegen de wind in door de stad vrolijk kletsend. Mijn Ironman shirt zit onder een jasje. Als we bij de transition area zijn blijkt er uiteraard maar 1 iemand te wezen die denkt een watje te zijn en dat ben ik zelf! Schijnbaar snapt iedereen het wel en ik word zelfs door sportende mensen gefeliciteerd. Dat is grappig! Ze weten gewoon wat ik gedaan heb en het finishfilmpje is zowat een hit. 🙂 DdK -die ook in Hamburg de Ironman is gefinisht in “ietwat andere” omstandigheden dan ik- feliciteert mij ook, maar gek genoeg irriteert me dat vooral. Straks meer daarover *. Als ik daar sta te wachten, ben ik best even blij dat ik niet meer hoef te doen. Dat zeg ik natuurlijk niet! Het gaat hard, harder, hardst en ik wacht lekker op MB. Mag ik een keer echt met haar mee kletsend de transitieruimte in!

Ze heeft heel lang geen triatlons gedaan en wat doet ze het super nu! Het is een familie-uitje voor hen! Ik haal een andere collega op en moedig de hardlopers aan. Leuk dat HL mij al rennend feliciteert, terwijl ik hem maan rechtop te lopen. Ik ga kletsen met WH, waarvan ik nu eindelijk weet waar ze woont! Zij promoot rust al helemaal. Het is leuk om voor iedereen wat te zeggen en aan te moedigen. Op het einde fietsen we met MB naar de finish.

Heldin! En dan is het weer tijd om terug te fietsen. We gaan over de dijk met wind mee. Eerlijk is eerlijk: het gaat lekker, maar ik zal blij zijn als we weer thuis zijn straks. Misschien moet ik het maar toegeven: het was beter zo: om niet mee te doen aan de wedstrijd, waar de langzaamste nog razendsnel was. Hier en daar sijpelt wat vermoeidheid door.

14 juni – spijbelen? Toch niet zeker?

Maar eerst nog dit:
* Ik krijg een kaart van LM en GM om me te feliciteren met de Ironman en dat doet me ontzettend iets! Het zet me aan het denken. Waarom pak ik het wel aan van mensen als LM en HL, maar niet van DdK; terwijl dat allemaal atleten zijn op topnivo en juist DdK weet waar ik geracet heb. DdK vraagt wat ik van het fietsparcours vond, maar ik heb daar geen mening of oordeel over. Ik hoorde van anderen dat het wegdek slecht was, maar daar heb ik niets van gemerkt. “Zat jij goed in je focus”, lijkt een compliment, maar zo voel ik dat niet. Ik heb geen excuus nodig. De race van DdK en vele andere atleten van zijn ‘soort’ is er 1 die gaat over racetempo, wattage op de fiets, marathontijden en die vooral veel meetbare data in zich houdt. Een strak raceplan uitvoeren en in de top uitkomen. Een supersterke eindtijd neerzetten. Dan kan DdK wel zeggen dat de eindtijd niet van belang is, maar dat is met zijn nog geen 9,5 uur totaal ongeloofwaardig. Dat is hetgeen waar hij trots op moet en mag zijn, maar voor mij is de data, de tijd, het racetempo en mijn fietscadans totaal van ondergeschikt belang. Ik behoor tot een ander soort atleet dat daar toevallig in Hamburg (nog veel langer) op hetzelfde parcours zwom, fietste, hardliep, maar met een compleet andere mindset en insteek. Het ging mij om volhouden, doorzetten, wilskracht en de mentale kuilen overwinnen. Die schuif ik niet af op wegdek, wind of warmte. Die zijn niet uit te drukken in tijd of een meetbare prestatie. Mijn tijd op de marathon weet ik niet eens precies. Ik probeer het DdK uit te leggen dat ik spugend een marathon heb volbracht en niets binnen kon houden, maar het gesprek is subiet klaar als hij me vraagt of ik dan andere sportvoeding had gebruikt. ‘Nee, dropl*l-van-een-k*tcoach, waar zie je me voor aan’ leek me geen gepast antwoord.
Ik stuit via Facebook op een bericht van Rafi (hopelijk mag ik zijn naam gebruiken) die tot ‘mijn categorie’ van atleten behoort: na 500 m zwemmend in Hamburg uit het water gehaald met hyperventilatie en op de kant gezet. Maar toch opnieuw als aller-aller-laatste het water weer ingegaan. Aan een onmogelijke inhaalrace tegen de tijd begonnen. Fietsend meermaals de Dixie in en uit gegaan, ondanks flink veel trainen. Net als ik had Rafi wel degelijk getraind. Met de bezemwagen in zijn nek bij het fietsen moest hij voortdurend zijn verstand erbij houden en die cut-off tijd net voorblijven. Tijd was voor hem totaal iets anders als voor DdK. Compleet verschillende beleving.

En uiteindelijk ging Rafi een marathon lopen terwijl na 18km rennen zijn horloge leeg was. Zoekend naar klokken, blijven rennen en racen tegen de klok en de cut-off tijd. Hij ging na 15 uur en 20 minuten ook de finish over. Net zo goed een Ironman als DdK die toen waarschijnlijk al dronken in zijn bed lag om kwart voor 11 ‘s nachts. En toch… als je vergelijkt waar Rafi doorheen moest; hoeveel wilskracht, veerkracht en doorzettingsvermogen hij moet hebben aangesproken, dan is hij nog meer Ironman dan de rest. Niet om zijn tijd, maar om zijn ijzersterke prestatie. In tegenstelling tot de geweldige eindtijd van DdK, die Rafi of ik nooit zullen kunnen evenaren. Hoeveel we ook trainen en wat een goede dag we ook mogen hebben. Overigens herken ik nog een groep: de excuus-truzen/aandachtsbommen, maar die laat ik hier even buiten.
Er zijn dus verschillende soorten atleten die misschien dezelfde titel behalen, maar daar een geheel eigen prestatie voor neerzetten. En de mijne had niks te maken met een PR (wat het toevallig was) of met dansend de finish over komen, maar met de uiterste grenzen van doorzettingsvermogen overschrijden en met heel veel wilskracht aanspreken. Echt goede mede-atleten zoals HL en LM voelen wat er schuil gaat achter een marathon lopen zonder brandstof, hoewel zij zelf tot de toptijd-presteerders behoren. Mijn trainster en coach begrijpt elke vorm van atleet als geen ander en weet welke prestatie ieder mens neerzet en dat waardeert ze om de juiste redenen ook enorm. Onafhankelijk van data of cijfertjes (tenzij ze tegenover een prestatie-atleet zit, dan juicht ze om het PR). Maar kom mij niet aan met felicitaties als je me niet begrijpt en direct op zoek gaat naar het excuus wat ik niet nodig heb; ik prik er doorheen vrees ik! Tot zover….
(later in de week wordt mijn stelling bewezen: voor de topatleet weer een halve triatlonrace en idioot lange trainingen alsof het niks voorstelt, maar deze keer gaat de wedstrijd ‘minder’ goed en er komen allemaal excuses aan te pas: geen wetsuit, hitte, lekke band. Geen seconde sprake van ‘misschien is het allemaal wat veel in korte tijd’ natuurlijk. No respect.)

Terug naar 14 juni: ik heb geen zin in sporten. Het is dan toch eindelijk zo ver. Misschien is de adrenaline op, misschien is dit die ‘diepere schade’ waar de ‘heilige’ trainster me voor bewaakt, misschien zijn het de hormonen of weinig slapen of het ontbreken van een doel: I don’t care (ik ben niet van de excuses). Mijn hoofd wil weer lekker terug naar ‘normaal’: beetje (zoveel mogelijk) hardlopen, trainen en in mijn persoonlijke coconnetje. Niet weer fietsen… Er staat een koppeltraining van 70 minuten fietsen en 5 kilometer hardlopen. Wat ik zaterdag al heb uitgevoerd. Waarom zou ik iets tegen mijn zin gaan doen nu? Waarvoor? Ik wil wel hardlopen. Altijd. Maar niet in de hitte. Dus ik ga ‘s avonds. Lekker langs de Oostvaardersplassen en terug door het bos. Meer dan 5 kilometer ja, maar dat lukte zaterdag al.

De eerste kilometers voelen zoals ik me de hele dag al voel: slepend, log, traag, zwaar. Niet pijnlijk, maar ook niet leuk. Na een kilometer of 2 komt alles los en gaat het beter. Na 3 kilometer erger ik me niet meer aan de vliegjes/domme mensen/hartslagbeperkingen/stomme acties of wat dan ook. Het gaat soepeler en makkelijker en ook steeds iets sneller. Dat vraagt om een opbouwpiramide voor 5 kilometer! Elke kilometer ietsje sneller. Lukt me. Kilometer 5 is een uitdaging als ik het bos in duik, maar met 5:36 ben ik dik tevreden. Net niet in zone 2 gebleven. De hartslag is nog wat hoger dan voor de hele triatlon.

Het bos is geweldig. Prachtige kleuren, vele schakeringen groen, schaduwspel en rust. Ik geniet enorm. Ik kijk om me heen, loop rechtop, wil nu elke kilometer weer iets vertragen, maar bovenal is het echt weer ‘ouderwets’ lopen. Niet helemaal vanzelf, maar wel weer genieten.

Ik maak een foto en dan komt elke-kilometer-iets-langzamer niet helemaal goed, maar jammer-dan. Intussen na een kilometer of 8 merk ik wel dat het nog warm is en ik nog niet met het gemak van 3 weken geleden 10 kilometer kan lopen. Blijft het bij 9. Lekker door het park terug naar huis toe. Dan blijkt dat hardlopen toch beter helpt tegen sacherijn dan chocolade en M&Ms. Komt goed uit, want er is geen chocolade meer te vinden in huis!

15 juni – De Benen van Anke in Staking – verslag door de benen:

Het is GENOEG geweest. We doen overal een beetje pijn. Niet echt iets aanwijsbaar, maar trekkerig, zwaar, vermoeid, kriebelig: wij benen zijn er KLAAR MEE. En dat zullen we nu eens laten voelen ook! Natuurlijk kunnen we de trappen op en af en blokkeren we niet echt iets, maar nu het hoofd ons niet meer kan overschreeuwen met doelen en ‘moetens’ nemen wij het heft in “voeten”. Wij doen vandaag niks. Lekker sloffend wandelend komt nog net door.
Het hoofd schreeuwt daarom vooral om suikers en chocolade die er niet meer is. Hoofd heeft het maar lastig met alle ellende op zich nemen en werk verrichten. Wij benen hebben daar geen mening over. Wij zetten de optie ‘bank’ nog even op de to-do-list, maar natuurlijk wordt dat niet gehonoreerd.
Als hoofd en rest het water in wil kunnen we niet anders dan mee, maar wij leveren GEEN bijdrage. We doen ook niet moeilijk, maar flipperen – no way. Heel, heel af en toe een beetje bijsturen, maar daar is echt alles mee gezegd.

Langs de jongen zwemmen die blijkbaar ook staakt en de ouwe niet kan bijhouden. Heeft hij geluk dat wij benen niets doen zeg! We zijn al niet zo van het zwemmen, maar vandaag zijn wij dus nergens van. Leuk hoor, brugjes en boeien en navigeren, maar daar hoeven wij mooi geen bijdrage aan te leveren. Wij -links en rechts- genieten van het warme water, de golfjes, het ontbreken van plantjes en na verloop van tijd ook van het tempo (als ik alleen ben). Het vreselijkste deel van dat buiten zwemmen? Zand tussen de tenen. Daar moeten we volgende keer een anti-petitie met de voeten voor afspreken.
Morgen nog een dagje rust voor ons? Wij stemmen voor! En wij benen zijn samen en het hoofd is maar alleen zonder doel en zonder dwang en zonder middelen. Ha!

16 juni – Rustdagwat kan je moe worden van werken en sociaal doen!

Eindelijk weer echt goed geslapen. En dan kan ik veel meer werk aan dan me de afgelopen weken is gelukt. Een korte lunchwandeling met een collega in de zon is alle beweging die mijn benen te volbrengen hebben! ‘s Avonds gaan we met de collega’s uit eten en afscheid nemen van de baas. Ik vind veel eten en kletsen met een hele groep mensen op een terras vermoeiender dan een paar uur hardlopen!

17 juni – Fietsen op carrotcake zonder verplichtingen met leuk gezelschap

Gister vroeg ik in een opwelling of mijn collega MB mee ging fietsen en daar had ze wel oren naar! Omdat het een warme dag zou worden, vertrokken we niet te laat, om half 10 spraken we af. We fietsten lekker een beetje kris-kros kwebbelend Almere door en naar de Hollandsche Brug. We hadden een ijsje willen halen in Blaricum, maar die zijn pas om 12 uur open. Wel fietsen we door het Gooi. Ik heb een route, want rond Naarden, Laren en Eemnes ken ik de weg niet zo best. Dat blijkt, want we maken een leuk ommetje door Laren langs grote huizen onder een onbekend bruggetje door bij de A1. Niks ergs aan: ik zie er vandaag de lol van in, want ik hoef niks! Beetje hoge cadans houden (dat willen mijn benen vooral graag), beetje tempo houden waar dat lukt (niet in de dorpjes waar het uitkijken geblazen is) en een beetje inspanning leveren, maar vooral niet te veel!! Ik moet van mezelf zoveel mogelijk drinken en er gaat zeker 1 bidon leeg. In ruil voor M&Ms vanmiddag. We hebben zelfs in het Gooi meer heuvels dan in de polder en net zoveel wind. Vooral naar beneden razen bevalt me! Ik vind het erg lekker dat er niks moet. We komen via allemaal wegen die ik nog nooit heb gehad in Eemnes uit en gaan over de Wakkerendijk. Eindelijk wind mee, bekend terrein en fiks tempo. Bij de theetuin stoppen we. Voor worteltjestaart.

In het zonnetje. Weken geleden had ik niet rustig kunnen zitten; dan had ik nog langer moeten fietsen of onafgebroken of nog moeten hardlopen. Nu niet. Konden we daar gewoon lekker even bijkomen en verder kletsen. Daarna weer over de Stichtse Brug terug en natuurlijk over de nieuwe brug, want dat wil ik 🙂 MB is heerlijk gezelschap. Lekker positief, zorgeloos en super aardig. ‘t Wordt wel warmer en zonniger, maar het is (ingesmeerd en wel) prima weer. We gaan over de Vogelweg en dan gaat MB terug via Nobelhorst en ik terug met de wind mee naar huis. 66 Kilometer. Niet superrazendsnel, maar ik heb plezier gehad.

18 juni – Hittelopen ??‍♀️? en zwemmen ?

Waarom weet ik achteraf niet meer precies, maar het leek mij een goed idee om direct om 12 uur te gaan hardlopen en er stonden nog wel intervallen op het programma. Nu is dat een prima tijd zo voor de lunch uit, maar niet als het meer dan 25 graden is! Dat was ik blijkbaar even vergeten, dat ik niet zo van de hitte hou. Ik had me wel ingesmeerd hoor en een singlet aangedaan, dus ergens was het doorgedrongen. Wellicht dacht ik: het zijn maar 7 of 8 kilometer. Daar ben ik bang voor, dat zoiets door mijn hoofd speelde. Maar weet je? Het ging lekker! Ik moest 20 minuten lekker in zone 1/2. Het viel me niet eens op dat het warm was eigenlijk. Gewoon het overbekende rondje Oostvaardersplassen. Andere mensen vonden het blijkbaar en masse wel te warm, want er was zowat niemand. Alleen een huppelende Anke. Nou ja, het voelde als huppelen, zo makkelijk als het ging. Met een te krappe hartslagband, waardoor ik in het begin wat afgeklemd voel en me zorgen maak over de ademhaling, maar dat blijkt dan de hartslagband te wezen. Het ging echt lekker! Verkoelend windje tegen, lekker tempo bij een matige hartslag – dat dan wel. Ik ging onverhard en onverminderd lekker op tempo verder.

Gewoon genieten van de omgeving, ook al is daar niks veranderd de afgelopen weken. Alleen ik 🙂 Rechtop en trots lopen lukt me vandaag wonderwel op de één of andere manier! En dan versnellen. 300 Meter ‘beheerst’. Dat doe ik door stevigere passen te nemen en de hartslag iets te verhogen. Leuk is dat ik door deze opdracht niet op de tijd let, maar moet gaan bepalen hoe ver 300 meter zou zijn. Wat onwijs goed voor me is, want dat kan ik totaaaaaaaal niet inschatten! Daarna mag ik 200m dribbelen. Dat kan ik ook.

Ik zweet wel lekker intussen en ik blijf onverhard lopen. De wind is weg. Het is warm, maar ik kan er tegen. En ik begin een beetje in de gaten te krijgen hoe ver 300m is. Zeven keer moet ik dat doen. Dat dat op 3,5 kilometer komt, heb ik al lang uitgeteld. Ik moet het fietspad over en dat is wel erg heet en daar stikt het opeens van de racefietsers! Ik ga terug over het onverharde pad waar ik vlak voor de hele triatlon ook liep, maar dan de andere kant op. En over het algemeen iets minder hard. Uiteraard moet ik de laatste keer de brug op door de felle zon. Die voel ik!

En dan rustig terug in zone 2. Inmiddels heb ik het ook bloedheet en ben ik blij dat ik van tevoren een bidon met extra elektrolyten heb leeggedronken. Omdat ik al een aantal fietsers voorbij ben gelopen die de weg zochten, besluit ik bij het volgende stel om ze op weg te helpen. Blijken ze Duits te praten! Heb ik weer! Ik maak 8 kilometer vol en ik hobbel door tot thuis. Ik moet snel naar de WC (die was ik ook alweer vergeten) en druppel nog een hele tijd na. Ook zonder de koude douche.
En een paar uur later ga ik weer het water in. Het zwembad! YZ en ik delen baan 1. Ik zwem in met en zonder achtje en besluit dan lekker lui met achtje de training te doen. Het zijn lekkere afstanden: 4 keer 100 met 25 techniek erin en daarna 4 keer 250 met de laatste 50 meter versnellen. Ik drink elke keer goed in de rust. En dat komt me duur te staan: ik word me toch een partij misselijk ergens halverwege de 250-jes! Als ik niet stop tijdens een triatlon, dan stop ik in een zwembad helemaal niet, maar het gal komt naar boven. Misschien toch de vele suikers in de sportdrank waar ik op 5 juni ook last van had?

Ik zwem door en de misselijkheid trekt weg en dan doe ook de 100m op tempo, wat mijn slag ten goede komt. De hele training let ik behoorlijk goed op mijn slag. En dan in het uitzwemmen doe ik weer 300m zonder en met achtje. Zonder achtje is niet sneller, maar wel stabieler. Ik klim tevreden het bad uit en zie dat ik 2600m gezwommen heb in een mooi tempo wat ook voelt alsof ik dat gezwommen heb. Ik klets even en dan zie ik dat mijn horloge aan het herstarten is. Daarmee is de trainingsdata verloren. Daar word ik gek van. Heel, heel irritant. Daar kan ik echt slecht tegen. Moet ik snel uit mijn hoofd alles opschrijven. bah.

19 juni. Krampen ? en fietsen ??‍♀️

Om 7 uur ‘s morgens word ik wakker met een bekend gevoel wat ik jaren niet gemist heb, maar wat te bekend is om blij van te worden. Een wee. De meesten vrouwen voelen dat een paar maal in hun leven, maar qua weeën en buikkrampen ben ik een ervaringsdeskundige. In mijn jeugd voelde ik deze pijnen jarenlang maandelijks. Nu heb ik dit sinds de bevalling niet meer ervaren. Ik weet dat het maximaal 5 uur duurt. Deze ochtend ben ik er 2 uur zoet mee. Misselijk, stilliggen en ondergaan. Als ik denk aan alle plekken waar ik gelopen, gefietst en gezwommen heb, kan ik een uur de krampen ‘wegpuffen’. Kijk, dat kon ik niet toen ik 15 was! Na anderhalf uur neemt het af en na 2 uur kan ik lezen. Laat ik het houden op de laatste naweeën van een triatlon! Ik blijf nog wat langer liggen, want het is ook vermoeiend. De hele dag blijf ik sloompjes en onrustig. Ik kom niet echt ergens toe en alles sleept een beetje. Ik ga toch maar fietsen. Met een muziekje aan. Het is niet meer zo heet en zelfs bewolkt met soms wat regen. Ik moet 70 minuten min infietsen en dan een paar intervallen doen. Het rondje Oostvaardersplassen! Dat wilde ik al een tijdje, datzelfde rondje doen als Ironman. Lekker!

Het ging wel goed. Veel vliegjes langs het water, lekker rustig, prima temperatuur, veel wind en veel nog hetzelfde. En toch ook niet: de droogte had plaatsgemaakt voor raar groene bosjes. Heel apart.

Ik keek mijn ogen uit. En soms ging ik gewoon liggen en maakte ik de wereld door mijn gewone bril heel klein en was het alleen maar fietsen. Die simpele mindset heb ik niet gehad voor ik naar Hamburg ging, dan moest er altijd wel iets: cadans, tempo, hartslagzone. Ik had nu geen handschoentjes aan en dat geeft mij veel meer gevoel voor het fietsen, minder een tourfietsersidee.
Op de Knardijk wind mee en ik genoot gewoon van de snelheid. Omdat je dan nog een andere mindset krijgt: iets meer concentratie en lekker liggen en ook minder herrie op de oortjes. Ik besloot iets langer op de Knardijk te blijven rijden en ik vond die lange dijken weer leuk. Het is zo ‘thuis’. Vlak voor de Vogelweg begon het te druppelen. En even later moest ik aan de intervallen beginnen, maar ik had niet meer zo goed in mijn hoofd hoe en hoe lang en hoe lang rust. Dat ging 4 keer heel goed: ik zette echt kracht en tempo en hoge cadans, maar toen kwamen er meer druppels en kon ik de intervallen niet meer zo goed volgen. Nou ja dan. Ik haal mijn schouders er over op. Zou het ooit aan die drie intervallen liggen als ik het tempo er lekker in hou?

Ook op de Grote Trap gaat het nog best wel lekker, terwijl ik wind tegen hoor te hebben. Waarom ik vind dat het lekker gaat? Omdat ik me goed voel, lekker aan het kijken ben en omdat ik aan het genieten ben. Dan is tempo en alle opdrachten verder voor mij van ondergeschikt belang. Mijn route is ook weer iets te lang, maar ook daar haal ik mijn schouders over op. It Goes as it Goes. Na 1 uur en 3 kwartier ben ik met 48 kilometer op de teller weer thuis. Voor mij is het gemiddelde van 28 supernetjes. Ik voel me een stuk beter. Vanaf nu kan ik weer opbouwen en zie ik wel wat ik nog kan meepakken aan wedstrijdjes voor de vakantie. Alles wordt nu weer normaal.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-20 herstelweek

dinsdag 7 juni – Uitfietsen.

Ik heb nog een dag vrij. Alles moet nog landen, en ik moet zeker nog landen. Alles van me af schrijven. Ik slaap nog steeds niet erg goed. Ook eten blijft maar achter en ik weeg nog maar 66 kilo. Mijn fiets moet worden schoongemaakt en hier en daar neem ik weer contact op met mensen om naar hun zaken te informeren. YZ die zelf ziek is vlak voor haar eigen ‘hele’ vraagt me of ik verdrietig ben dat alles voorbij is. Ik moet lang denken over het antwoord. Ik ben niet verdrietig, nee. Omdat het zo goed gaat met mij. Omdat ik weet waar ik het uiteindelijk allemaal voor doe. Ik mag het jaar nog afmaken en ik heb altijd al verder vooruit gepland. Ik ben blij dat ik een heel, heel klein beetje spierpijn heb in mijn bilspieren! Heb ik toch iets… Mijn collega’s zijn zieker. Ik kan echt alles weer. Zelfs het verbranden geeft weinig last. Ik hou gewoon een wit trisuit aan! Moeiteloos wandel ik naar de winkel en terug. Ik moet toch nog toegeven aan de kaneelkussentjes! Al worden het kaneelstokjes. Mijn armbandje met Ironman erop ga ik omhouden tot ie eraf valt!

‘s Middags komt het opeens binnen wat ik gepresteerd heb, doordat ik binnen een kwartier 3 onbetaalbare bevestigingen krijg terwijl ik de kaneelstokjes eet: ten eerste blijkt de hormoonspiegel toch even uit balans. Daarnaast krijg ik van Rob een onderzetter voor de Ironman Hamburg met mijn naam erop, voor mij een gebaar van pure trots. Tot slot kan ik mijn tranen echt niet meer bedwingen als ik het bericht van de triatlonvereniging zie:

Om door de club waar ik me altijd ‘te min’ voor heb gevoeld, bestempelt te worden als powervrouw en in 1 bericht te staan met het grote voorbeeld van half Almere, dat doet me wel iets!

Vrouwen en Ironman
Ik kijk nu pas goed naar de uitslagen. Wat me opvalt is hoe weinig vrouwen eigenlijk maar meedoen en finishen.
Er zijn 2009 deelnemers, waarvan er 1798 gefinisht zijn binnen de 15:30 uur. (Je mocht het afmaken, maar dan ben je niet gefinisht. HBo is gefinisht in 15:30:30, maar die telt dus niet als finisher, dertig seconden vergist, zie verderop in deze blog)
Gestarte dames: 228 (tweehonderdachtentwintig slechts) 11 % van het deelnemersveld.
Gefinishte dames: 188. Waarvan 10 Pro-atletes (ook daar zijn er 3 niet van aan de finish geraakt)
Er vallen 40 vrouwen uit tegen 211 mannen.
Dat betekent dat slechts 10,5% van alle finishers vrouwelijk is. Hoeveelste ik zelf ben van al die vrouwen is moeilijk te bepalen. Maar ik ben zeker niet laatste in mijn age-group!

En dan ga ik lekker fietsen samen met Vincent. Heerlijk dat ik niet op tempo, cadans of wat dan ook hoef te letten! Ik moet wel goed opletten door de vermoeidheid, maar ik fiets volledig probleemloos weer. Nog geen zadelpijn! Leuk en lekker over de mooiste paden van Almere met de allerleukste puber van de hele wereld

Van de trainster moet ik toch nog even rustig aan doen en het er een week van nemen. Als je werkelijk nergens last van hebt, is dat best lastig! Maar ik luister trouw naar haar. Aan het einde van de dag verzamel ik alle foto’s en koop de foto’s van Ironman bij. Ik heb alles van binnenuit opnieuw beleefd en nu kan ik kijken hoe de buitenkant er uit zag.

8 juni – zwemmen en 800 dagen

Ik slaap nu alleen nog heel slecht, verder heb ik nergens meer last van. (en dan bedoel ik een gemiddelde van 5 uur per nacht over de afgelopen week) Ik heb nog steeds geen klachten, gek he?! Soms is werken hetzelfde als een hele dag achter de werklaptop zitten toch? 😉 Mijn verhaal voor de blog is wel af. Ik ben geland en wil me nu weer terugtrekken in de coulissen en lekker mijn eigen ding doen. Trainen en sporten. Ik ga zwemmen. Bij de TVA. Ik zie er een beetje tegenop om mensen onder ogen te komen. Maar ik weet dat zwemmen echt moeiteloos zal lukken.

Een aantal mensen feliciteren me. Slechts 1 iemand vraagt: wat doe jij hier? Nou: zwemmen. In baan 3. Met zijn drieën. En met een pullboy. Beetje voorop, beetje op tempo en vooral: 4 keer 50m benen! Die gaan ook met gemak. Raar toch? Ik denk dat dat mijn getraindheid het allerbeste weergeeft: gewoon door na een Ironman alsof er niks gebeurt is. Dat doet deze saaie, simpele, vrouwelijke, gekke age-grouper toch maar even! Ik schrijf het zo gekscherend op omdat HBo (die niet traint en voor de lol 10 hele triatlons doet en wel een podium en een blog krijgt op het triatlon-podium) mij in zijn verhaal op de grote triatlon-website vermeld:

https://trikipedia.nl/2022/06/08/hans-bosman-30-secunden-zu-spat-in-ironman-hamburg/

Ik ga me niet in de discussie mengen. Laat mij maar in alle rust mijn eigen dingen doen. Ik heb 2 horloges om bij het zwemmen. De Apple Watch neemt de zwemtraining ook op. Omdat ik dan ACHTHONDERD dagen achter elkaar het rode doel heb gehaald. Dat is meer dan twee jaar lang, elke dag het bewegingsdoel halen. ELKE DAG 350 kilocalorieën met beweging verbranden. Nu kan ik stoppen. Theoretisch. Grote en kleine doelen: ik ben ambitieus genoeg om ze te halen. Ik ben van ijzer gemaakt. Een heel speciaal soort: FE-male. En wat gebeurt er met ijzer als het te lang rust? Dat roest. Nou, mooi niet! Misschien morgen.

9 juni. Een fikse wandeling en optreden als fietsbegeleider.

Ik ga wandelen met een collega die in de buurt woont. Nou ja, ik wandel anderhalve kilometer lekker door en dan wandelen we samen al kletsend een paar kilometer en tot slot stap ik op flink tempo weer naar huis. Al met al verzamel ik zo weer 6 wandelkilometers. Ik heb nergens last van! Echt niet! Ik mag vandaag fietsen, maar Vincent gaat hardlopen. Hij heeft nog iets tegoed, zo vaak als hij met mij mee ging – joggend en op de fiets. Ik ga naast hem fietsen en tegen hem kletsen.

Zo leuk! Het arme kind moet intervallen doen en dan fietst er ook nog een moeder naast die de route veel te kort heeft gemaakt en roept dat hij toch echt harder moet lopen als ie op 4:40 zit. Dat tempo red ik al nooit, laat staan in zone 3. Op de fiets lukt het me wel hoor! Geef ik hem water in de dribbelminuut. En hou ik hem bezig met gekwebbel.

Op een gegeven moment gaat hij wat zeuren en dan stuur ik hem het bos door: kan hij even tot rust komen en is hij even op zichzelf aangewezen en dan fiets ik verhard het ommetje. Hij komt verkwikt weer het bos uit en samen maken we zijn loopje af. Hij moe, ik blij.

10 juni. Rustdag. ?

Deze week hoeft er niks. Hardlopen mag pas zondag weer. Strenge trainster, maar ik weet dat ze als altijd gelijk heeft, dus ik hou me in. Al voel ik aan alles dat het kan. Deze vrijdag maak ik mijn blog af, knoop ik alle losse eindjes van Hamburg aan elkaar en kom ik ook tot de ontdekking dat het huiswerk er onder geleden heeft toen mama het overzicht niet bewaarde. We lopen ongeveer 200 Engelse woordjes, een speech en natuurkunde achter. Ik heb ook alles gestreken en piano gespeeld. Verder vond ik het voor deze ene keer eens prettig om niets te hoeven bewegen!!!! Ik doe mijn IM-shirtje aan wat ik gekocht heb en waar mijn naam op staat. Het is echt een HEERLIJK zittend shirt! Jammer dat ik ‘m ooit weer uit moet doen.

11 juni Fietsen ??‍♀️ en… toch maar wel… ?‍♀️?

Ik legde vanmorgen een verrassend bezoek af aan een vriendin die tot voor kort nog niet van triatlon had gehoord. Dat was wel eens goed voor mij, dat er iemand met de wenkbrauwen fronst als ik vertel hoe ik getraind heb en welke afstanden ik afleg en hoe ik dat alles combineer. Dingen die voor mij normaal leken geworden, blijken dat dan voor gewone mensen die vis-tv maken niet zomaar te zijn! Leuk om te ontdekken dat er absoluut aspecten zijn die ik niet emotieloos kan vertellen! Ik brak echt toen we een precair onderwerp besproken en ze op dat moment De Weg van Guus Meeuwis draaiden. Het enige stukje songtekst wat ik heb gebruikt in de blog. Doordat de blog af is, kijk ik er nu meer naar vanaf de buitenkant, naar de foto’s en ik hoor en lees wat anderen vinden en als tips hebben. Ik heb de laatste dagen wel lekker gesnoept en vandaag had ik onwijs zin in een frikandellenbroodje! Dat trekt vast wel weer bij. Ik slaap nog steeds onrustig, maar dat kan ook komen van de suikers! ‘s Middags moet er veel huiswerk verwerkt worden. Dan mag ik gaan fietsen na het eten. Geen idee hoe lang of waar ik heen moet. Zonnetje en lekker een flink tempo. Ik laat het rondje Oostvaardersplassen nog wel even, want daar is weinig aan af te snijden als het niet lukt. Dus ik ga richting de Grote Trap. Het gaat lekker. Ik luister een muziekje. Wat een verschil met de vorige keer dat ik hier de regen tegemoet fietste. Het lijkt veel langer geleden dan het is!

Ik bedenk wel dat het hardlopen morgen niet gaat passen, tenzij ik vroeg op sta. En dat wil ik niet. Stel dat ik eens een keer wat langer kan blijven liggen. En tijd nodig heb voor meer Engelse woordjes! Ik weet dat Annemarie het niet slim vindt, maar ik ga dadelijk toch echt rennen! Ik moet gewoon. Junkie. Ik fiets een apart rondje mijn neus achterna.

Het rondje komt gewoon uit mezelf en ik vermaak me wel. Met een heleboel gedachten en ideeën. Beetje spelen met de wind en vooral veel accepteren. Lekker 30 kilometer verzamelen en voor mij op een aardig tempootje.

Eenmaal thuis heb ik snel de hardloopschoenen aan. Proberen. Niet overdrijven, in de wijk blijven en als het niet lukt meteen omkeren. Maximaal 5 kilometer. Als ik hardloop, weet ik hoe het écht gaat, dan voel ik het aan. Het gaat prima. Ik let scherp op de hartslag en op het tempo, maar vooral voel ik hoe mijn benen zijn en hoe zwaar het lijkt. Mijn bovenbenen zijn iets zwaarder dan verwacht. Mijn knieën zijn heel licht gevoelig.

Maar ik ben BLIJ. Het is ontzettend fijn en bevrijdend om weer te rennen. Om weer natuur te zien. Ik heb muziek op staan. Ik kijk voor me uit en ik zie al die schakeringen groen.

Vanmiddag riep ik nog vol overtuiging: ik voel me echt super, ik zou zo 10 kilometer kunnen rennen! Ik zou tien kilometer niet gered hebben, maar 5 kilometer maak ik echt moeiteloos vol. Binnen 29 minuten. De vermoeidheid zit in mijn hoofd, maar deze loopjunk is voor vandaag weer heppie de peppie.

12 juni – Een zeer bijzondere dag!

Niet alleen omdat we een jarige in huis hebben en omdat ik weer een keer goed slaap is het een bijzondere dag. Ook niet omdat we bij een ander op verjaardagsvisite gaan, zodat ik de hele dag lekker niet oplet met eten en ik gewoon taart en lekkernijen snoep! Het is ook niet zo bijzonder dat ik mijn moeder-‘duties’ vervul en weer dik 100 Engelse woordjes leer met de puber. Zelfs niet bijzonder dat ik even terugval op een oude ‘kill’; te weten monteren. Dat alle was weer in de kast ligt is ook totaal niet bijzonder. Maar na het late avondeten dacht ik de hele dag dat ik zou gaan hardlopen. Of desnoods fietsen. Lekker tussen 9 en 10 uur. Gouden uur meepakken. Nog steeds niks aparts aan. Maar nu komt het: ik heb géén zin. Eigenlijk komt dat ook zeker vaker voor, maar… DEZE KEER GEEF IK ER EENS LEKKER AAN TOE. Ik ga op de bank hangen. Bokkepootjes eten. Ik doe niet aan sport. Lekker puh! Ik denk gewoon even terug aan dat moment van vorige week. Vanaf de BANK.

Geloof me: dat ik niet hoef te sporten, niet van mezelf, er ook geen noodzaak voor heb en geen doel na hoef te streven én dat ik dus toegeef aan ‘geen zin’ maakt dit een bijzondere dag!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Protected: Recap Triatlon – for personal use only

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Categories: Geen categorie | Enter your password to view comments.

Ironman Hamburg

5 juni 2022

Als het niet gaat zoals het moet en zoals je wilt, pas ik mijn ijzersterke wilskracht aan en moet het maar zoals het gaat.

De korte versie:

Een verhaal van wilskracht, doorzetten en misselijkheid. Mijn verhaal: door de misselijkheid (van de zenuwen of de golfslag?) zwemmend meer dan eens op schoolslag teruggevallen en kokhalzen. Fietsend bleef de misselijkheid lang hangen. Het voelde als ‘thuis’ met de wind op de dijk! En toen hoopte ik tevergeefs op dan maar een goede loopdag. Helaas bleek dat in de eerste ronde al niet meer zo te zijn. Gels spuugde ik onmiddelijk weer uit en ik viel vaak terug op noodgedwongen wandelen. Toen ik halverwege de derde ronde (op de dixie!) bedacht dat het dan maar flink hard wandelen werd, kwam ik eindelijk tot bezinning en werd het zelfs nog leuk! Op cola in de laatste ronde kon ik zelfs vaak het rennen oppakken. Ik rende stukken voor iemand anders. Op het laatste stuk na, toen dacht ik fier rechtop lopend aan mezelf! Dat moment waarop je hoort ‘you are an ironman’ is onbetaalbaar. Ik heb een ijzeren wilskracht en een extreem doorzettingsvermogen, wat mij gesmeed heeft. De afgelopen maanden. In een prachtige trainingsreis. Misschien was dit niet de eindtijd waarvoor ik had getraind, maar wel een PR (een half uur sneller dan de Frysman) en binnen de 14 uur!

Het lange, complete verhaal:

Vier uur ‘s ochtends. Ik lig al een half uur wakker, en daarvoor heb ik ook liggen draaien en ben ik een keer of 3 naar de WC geweest. Mijn eerste gedachte is: kan ik blijven liggen. Meteen gevolgd door de overheersende gedachte: eten. Ik maak gewoon yoghurt met meloen en muesli, precies wat ik gewend ben. Vincent zit naast me en speelt mijn candy crush spel. Hij gaat vandaag mijn social media berichten maken, zodat mensen me kunnen volgen via Instagram en Facebook. Ik ben onrustig en gespannen. Ik kijk niet uit naar vandaag. Als het eten op is (met moeite), kruip ik heel kort terug onder de dekens. Laat mij hier maar blijven… maar nee, mijn haar moet in een vlecht en ik stop nog een onderbroek in de after-race-bag. Ik doe mijn trisuit aan en smeer overal veel vaseline. Ik ga nog op de weegschaal staan. 66,8 kilo.

Insmeren met zonnebrand als het langzaam licht wordt buiten. Ik kan niet goed beschrijven hoe ik me voel. Bang komt het dichtste bij. Het realistische denken wat ik de afgelopen tijd kon, is weg. Dat ik dit kan, hiervoor getraind heb; dat zijn mijn hersens vergeten. Vincent kan het wel zeggen, maar ik ga op slot. Automatische piloot. In een overleefstand. ‘Waarom is het toch zo vroeg?’, mopper ik tegen Rob. ‘Als ze dat fietsen nu inkorten, heb je nog iets aan je dag’. Bij een flinke knuffel ga ik nog even tegen hem tekeer: “Je zei nog ‘Doe een Ironman, leuk’, maar dat had je niet moeten zeggen he?!” Bedenken wat zij mee moeten nemen, kan ik echt niet meer. Er bestaat maar 1 ding vandaag: de hele triatlon. De laatste spullen pakken en om 5 over 5 wandelen we door een stil Hamburg.
Ik neem de wandeling alleen maar op met mijn Apple Watch, om de Garmin zoveel mogelijk te sparen. Die mag de rest van de dag! Ik ben vergeten mijn tanden te poetsen vanmorgen. Ik drink veel. De tweede bidon is al bijna leeg. Als we achter getrainde triatletes aan lopen, word ik alsnog onzeker tot op het bot. Ik ga mijn witte tas inleveren en mijn bidons op de fiets zetten. Even iets doen leidt me af van de angsten. Vincent staat bij mijn fiets, die stoffig is door de bomen. Veel bedrijvigheid in de wisselzone. Bidons erop.

En dan zegt Vincent dat de fietscomputer ook kan. Ik ontdek dat ik het voedingstasje vergeten ben! Toch nog een keer op en neer lopen door de ellenlange wisselzone. Ik ga met de witte en oranje tas naar de uitgang en weet niet waar ik die moet laten. Dat is onduidelijk vind ik. De witte tas bij de rest en voor de oranje tas moet ik zoeken naar de vrachtwagen. Dan begint de wedstrijd. Kwart over 6. Het startschot voor de pro’s. DdK geeft me nog even een boks en ik moet mijn wetsuit aandoen. Ik moet plassen. En de Dixies zijn vol. Ik zie de mensenmassa, raak overdonderd door alle geluiden en weet dat het zwaarste nu komt. En dan overvalt het me. Bang en zenuwen worden verdrongen door doodsangst. Slippers aan, wetsuit aan. Alles past me makkelijk. Babyolie, badmuts vastpakken, zwembril. Om half 7 mogen de age-groupers beginnen. Ik ga het laatste startvak in. Rob en Vincent staan aan de andere kant van het hek. Van rustig wachten, in mezelf keren en een spelletje doen is geen sprake. Ik ben onrustig, ijsbeer heen en weer, ik tril en ik ben heel, heel erg bang en gespannen. Onomkeerbaar. Vincent zal later zeggen: ik kon je ook niet bereiken, je liep weg en keek me niet aan. Ik word er misselijk van, mijn maag keert zich om, ik moet zitten.

Ik drink nog wel wat. Plas nog een keer (de voordelen van een wetsuit). Loop op en neer. Probeer nog een krokofant, maar de misselijkheid kan ik niet onderdrukken. Ik neem een Maurten gel en de klok kruipt verder. De gel duw ik kokhalzend naar binnen met een halve bidon water. Ineens bedenk ik me dat ik dan maar eerder moet starten, want als ik gestart ben is deze ellende over. Dan hoef ik alleen maar te zwemmen en te fietsen. Waarop het meteen begint te draaien, want hoe kom ik de dag door? Vincent loopt met me mee naar het volgende startvak en ik ga voordringen. Een vrijwilligster pept me even op en ik dans zelfs eventjes! Ik krijg een knuffel van haar, maar dat ik me ziek voel, kan ze niet keren.

Ik dring de rij in. Ik moet starten! Weg hier, van deze zenuwen en deze misselijkheid! Weg van deze knoop in mijn maag. Vlak voor de poortjes hang ik nog even op het hek. ‘Keep breathing’, zegt een vrijwilligster. En dan is het even wachten en ik mag gaan.

Kwart over 7 ongeveer. Ik zwem. De zenuwen zijn niet meteen weg, maar het zwemmen gaat makkelijk en is lekker. Alles zit voortreffelijk en het is goed: watertemperatuur, wetsuit, brilletje, het horloge staat aan. Het is niet druk en ik zwem weg. De zenuwen maken geen plaats voor het gevoel van kom-maar-op. Ik verbaas me over hoe makkelijk ik zwem, dat wel. Gewoon de rust bewaren, ik heb geen haast, ik heb de hele dag de tijd. Lekker op goed zwemgevoel zwem ik naar de brug en er onderdoor.

Ik kan uitstekend navigeren met mijn brilletje, de gele boeien zijn bakens. Onder twee bruggen door zelfs! En dan komen we op het grote meer. Ik voel iets meer golfslag. Geen windkracht 5, maar kleine golven. Daar zou mee te dealen moeten zijn. Ik zwem lekker verder. Om me heen zie ik veel andere zwemmers, vooral groene badmutsen, en soms zie ik iemand schoolslag doen. Ik zie ook iemand even op zijn rug draaien. De eerste kilometer gaat superstrak in mijn eigen tempo. En dan word ik opnieuw en heftiger misselijk. Ik zwem naar de linkerkant en ga over op schoolslag. Ik moet kokhalzen. Heel lastig op het water. Niet dat ik opgeef, maar ik voel me echt ziek. Op dat moment maak ik me niet druk waar het door komt, maar hoe ik er doorheen kom. Ik zie het bootje en ze zoeken wel wie ze horen krijg ik het idee, maar ik wil dit eerst zelf proberen op te lossen. Ik krijg de ademhaling weer onder controle en zwem rustig met de borstcrawl verder. Door naar de volgende gele boei. 1 Keer word ik geraakt door iemand die over de binnenkant mijn hand krast. Het doet pijn, maar er is geen schade. De pijn leidt af van de misselijkheid. Helaas is het genieten van het zwemmen nu definitief van de baan met een maag die een eigen beweging in gedachten heeft. De boeien bereik ik 1 voor 1. We zijn al zo ver op het grote meer! Door naar de gele driehoek. Er staat een Ironman logo op. Ik ga nog een keer over op schoolslag. Kan ik goed om me heen kijken. Nu ben ik toch al niet meer snel! Gaaf hoor, hier op dat grote water midden in de stad.

Door naar de andere gele driehoek. Ik zal die ook bereiken! En dan keren we om. Mijn horloge geeft al een flinke zwemafstand aan. Ik zie de brug in de verte en de stad en om me heen zwemmen andere mensen. Ik plas nog een keer, ga nog eens over op schoolslag en kijk naar de brug. Gaaf eigenlijk. Maar ik ben hier om heel ver te zwemmen en niet om te treuzelen! Hoppa Anke, door! Ik neem dat moment even goed in me op en ga dan weer van boei naar boei. Oranje zijn ze hier. Het voelt alsof ik laatste ben, maar achter me zie ik nog badmutsen. In mijn buurt een paar witte van dames, maar de meeste mutsen zijn groen. Als we dadelijk onder de brug door zijn, zal het makkelijker worden; hou ik mezelf voor. Jammer dat ik hier niet van kan genieten, maar het zij zo. De watertemperatuur is goed, mijn slag is moeiteloos en ik ga lekker rustig onder de brug door om echt het moment te pakken. Na zo’n stuk zwemmen wordt het niet makkelijker als de lichte golfslag weg is. ‘t Is gewoon een end. Ik ga niet meer kapot aan het zwemmen, maar ik kan geen gebruik maken van de kracht die ik in het zwemmen heb ontwikkeld.

Overigens gebruik ik mijn benen helemaal niet. Zwemmen doe ik op armen en het drijfvermogen van het pak. Die benen mogen straks. Als ik daar aan denk, moet ik even over op schoolslag. De misselijkheid gaat niet zomaar weer over. Die laatste 800 meter ga ik ook doen hoor! Ik hoor al weer veel geluid aan de kant en ik ga naar de volgende brug. Sneller als de Frysman zal ik zeker zijn en het ging een stuk beter, maar zo snel als ik hoopte ben ik niet. Het voelde wel makkelijker, maar niet lekkerder. Ik zwem veel meer dan 3800m. Onder nog een brugje door. Ik plas nog maar een keer. Heus, ik heb mijn bijdrage geleverd aan de opwarming van het water!

Ik zie een beetje op tegen de drukte dadelijk, als ik maar overeind blijf! En dan stap ik de kant op. Dik anderhalf uur. Ik zwalk niet, ik sta stevig op mijn benen en ik blijf misselijk. Jammer dat dit nou net niet precies mijn dag is.

Naast me komt een kano. Ik denk even dat er iemand uit het water is gehaald, maar later realiseer ik me dat het special team is. Ik ga geen haast maken nu en ik wandel door de lange wissel. Ik heb mijn wetsuit snel half uit.

Filmpje via Ironman – met muziek en persoonlijke momenten. Einde van het zwemmen

Ook mijn tas pak ik snel, ik zit vooraan. Ik registreer een tent voor vrouwen en veel drukte in de mannentent. Wetsuit is al uit en prop ik in de tas. Sokken aan gaat prima, ik wankel er niet eens bij! Helm pakken, fietshandschoentjes en dan kan ik mijn tas al afgeven aan de vrijwilligster naast me. Ik loop door en moet mijn helm opzetten als ik door de tent heen ben. Ik klik ‘m snel vast en ik mag doorlopen van de meneer met een klein knikje. Ik heb een oranje bandje omdat ik dit voor het eerst doe hoor! Ik pruts de handschoentjes aan en bedenk dan dat ik mijn bril vergeten ben. Balen. Dan kan ik geen knappe triatleten spotten op hun mooie fiets. Ik moet er van gniffelen. Voordeel van de laatste groep zijn: mijn fiets vinden is niet moeilijk! Het blauwe doek vlak bij mijn fiets is een prima herkenningspunt. En Vincent staat er.

Ik roep nog naar Vincent dat ik misselijk ben, maar ik denk niet dat hij dat hoort. Met de fiets is het nog een stuk lopen. Gewoon in wandelpas hoor, ik hoef niet te rennen; ik doe dit voor mezelf mensen! Netjes net over de rode lijn stap ik op.

En dan al snel de tunnel in. Nog een enorm voordeel van niet zo snel zijn: ik zit niet in de massa. De tunnel gaat snel en dan naar rechts. Ik laat me leiden, want de route ken ik niet. Het is rustig op de straten op deze vroege zondagmorgen. Daar geniet ik van. Ook nu ga ik geen haast maken. Ik merk een hoop dingen op: een eis-mannetje, winkeltjes, sporen naast me, de politie-agenten. Maar ik ben ook bezig met het fietscomputertje even aanzetten en letten op de cadans. Ik ben helaas nog niet van de misselijkheid af. En dan gaat het een beetje heuvelop. Lekker dan! Maar goed, dat doe ik gewoon maar, ik kom wel boven. Tussen de huizen door, de wegen zijn breed en ik word ingehaald. Het kan mij niet echt schelen, ik doe dit echt voor mezelf. Als ik die vage misselijkheid nou maar eens weg kreeg! Dan komen we langs de villa’s en de havens te rijden. Die havens zijn echt prachtig in de verte! Ik roep hardop ‘wow’.

Er is ruimte genoeg om te fietsen. Zeker op dit moment en tijdstip. Ik ga het nog leuk vinden! Zonnetje erbij en een prachtig uitzicht. Niet denken dat ik pas net onderweg ben, want dat bederft de pret. Het gaat zelfs weer omlaag. We zitten met een aantal mensen aan de verkeerde kant van de pilonnen, maar er is nog geen verkeer. Komt omdat de politie iemand aanhield. We worden teruggerouteerd en ik zie de fietsmecanics. Ik lees een nul teveel en vraag me af waarom ze die 5 kilometer van tevoren aankondigen. het is natuurlijk 500m. Dan zie ik het eis-bordje weer. He, ik ben al rond het eerste stuk! Ik zie HBo rijden. HBo is een Nederlander. Hij traint nooit, maar doet wel hele triatlons. Een groot aantal per jaar. Niet snel, maar als een hele dag lekker sporten. Altijd in Ajax trisuit. Ik ben dus zeker niet de laatste! Dan ben ik in de stad en bij het station. Geen idee hoe ik daar gekomen ben, maar dit stuk wandelen we elke keer. Herken ik even iets!

En dan gaan we de minder mooie stukken van de stad door. Veel industrie. Ik drink al goed en gestaag. Hopelijk verdrijft het wat van de onbestendige misselijkheid. Ik lig ook lekker veel. De fiets zit heerlijk en het trisuit ook. Alles is al droog. Als ik die knoop in mijn maag kan ontwarren en niet denk aan wat ik verder nog moet doen vandaag, zou het perfect zijn. Onze huurboot ligt een stuk naar rechts en dan langs de eerste post. Ik zie de zakjes liggen, daar kan ik straks wel stoppen. Het is nog een stuk verder de stad uit. Bij en over de spoortracks naar rechts. We rijden langs het water. Een rustig, kalm stuk. Een soort waterwerk gaan we over. Het lijkt al een beetje op de polder. Alleen de klinkertjes vervloek ik even. Dit stukje is geen heen en weer parcours. Dat is beter voor mij.

En dan komen we op de dijken waar je heen en weer fietst. Ik zie al mensen die de eerste ronde er al op hebben zitten! Dat geeft me onrust. Nu moet ik gaan uitkijken naar DdK en JB. En naar al die andere fietsers die ik net niet goed herken doordat ik de zonnebril mis. Ik drink en ik eet keurig de gel en ik drink er water bij. Misschien niet helemaal genoeg, maar ik blijf wel degelijk aan het drinken. Op de dijken begint het spel met de wind. Ik heb ‘m nu tegen. Voor mij is het maar een beetje en prima te behappen. Ik ga nog steeds best op een lekker tempo, maar ik trek me er eigenlijk helemaal niks van aan. Ook met de cadans ben ik nauwelijks bezig. Wel met de afstand. Voor mezelf ga ik eerst tot 50 kilometer rijden en dan naar de 60. Ik probeer nog een rekensom, maar ik verzand erin en ik weet niet meer waarover.

Ik kijk naar de anderen. Ver voor mij. Er zijn ook mensen die hun band moeten plakken. En heel soms jury of de EHBO motoren. Ik moet eigenlijk een beetje plassen, maar nog niet nodig genoeg. Dat stokt het drinken altijd toch een beetje. We komen langs een strand en nog een post en langs een fotograaf. Het is allemaal een beetje vaag en ik herinner me niet alles precies. Dat is wat er gebeurt: blijven trappen, het zou mooi zijn als je je ergens in kan verliezen, maar ik heb dat vandaag niet en ik kijk naar (een handvol) mensen langs de kant, fietsers op het fietspad, deelnemers die me tegemoet komen en de stepper. Ik denk dat ik DdK zie, herkenbaar aan de blauwe helm en schoenen. Daar rijden heel veel mensen, in mijn omgeving is het een stuk rustiger. We gaan het land in en dan door naar de 60km. De dorpen vind ik leuk: mensen in hun tuintjes, verkeersborden, gazonnetjes. Het lijkt op Hoorn, daar was dat ook, zo die dorpen. Alleen was ik daar na 90 kilometer fietsen klaar. En dan is het nog verder tussen de velden door. Waar zit het keerpunt eigenlijk? Er komt weer een fietsmecanics aan en dan draaien we opeens.

Ik merk wel dat ik de wind mee krijg, maar echt notie neem ik daar niet van. Ik reken wat met de 60 kilometer en dat ik op een derde ben. Nou ja, ik ben op de weg terug van ronde 1. Achter me zitten nog steeds mensen, of zouden dat mensen zijn die al in de tweede ronde zitten? Ik heb geen idee of de snelste mij dan al voorbij is gegaan. Ik liet haar niet heel netjes passeren omdat ik zelf net iemand inhaalde. Zo omringd door motoren. Dat we weer door het dorpje gaan weet ik niet echt meer. Inmiddels heb ik mijn schoenen natgeplast. En de bidons raken lekker leeg. Ik heb een stukje van de reep gepakt en dat kan er ook voor zorgen dat ik weer lekkerder ga. De misselijkheid is weg! Ik weet niet precies waar het gebeurt is, maar ik voel er niks meer van. Ik ben weer bij de bocht en ga terug langs de dijken. Het is een zondagmiddag, dus er zijn nu ook overal veel dagjesmensen. Is het eigenlijk al middag? Van het hele stuk tussen de 60 en 80 kilometer herinner ik me nauwelijks iets. Ik kijk mensen, confronteer mezelf onbewust met het één en ander en ik ben in een andere wereld dan in Duitsland. Liggend op de bars en fietsend is mijn wereldje heel klein. Rondjes draaien, zoals ik er duizenden gedraaid heb. Maar ik ben me er niet van bewust, van de omgeving of hoe het gaat.

Daarna is er stuk weer éénrichting en dat voert langs het water met uitzicht op Hamburg. Geweldig. Tot het slechte wegdek komt. Tussen de Duitse vakwerkhuizen door. Met een klimmetje erin. Het is Zwift, maar dan in de werkelijkheid. Dat vind ik leuk, ik zie bijna een duimpje boven mijn hoofd verschijnen! Dadelijk ga ik dit nog leuk vinden! Alleen het wegdek in Zwift is beter. En dan de stad weer in. Langs de industrie-achtige omgeving. Langs de garage met de 2 supercars voor de deur en tussen de bedrijven door die dicht zijn. Over het spoor en dan linksaf de stad echt in en langs de Real winkel. Ineens ben ik dan weer bij het station. Daar ga ik naar links zo de tunnel in. Ik ben compleet verrast. Als ik de tunnel uit kom zie ik Rob. Stak ik nou echt mijn tong uit omdat dit allemaal best leuk is?

Ik keer om en ga weer de koele, rustige tunnel in. Ik zie mijn schaduw in de lampjes. Ik ben op de helft. Genoeg bidons zijn leeg. Ik heb al een Ironman bidon met water. Qua voeding zit ik redelijk op schema. De zon schijnt en de fiets en ik doen het nog steeds. Ik vergeet te kijken en te rekenen hoe lang ik nog moet fietsen. Dan de stad weer door. Het is nu superdruk met dagjesmensen. Ik klim weer omhoog en dat vind ik deze keer gewoon echt leuk. Ja, als ik zo terugdenk was ik toen in mijn element. Ik lette nergens op en was in het moment. Langs de villa’s zag ik iemand voeding aannemen van zijn vrouw met kinderwagen. Oh, dat mag niet… Maar in deze achterste regionen moeten ze maar eens komen als jury! Het uitzicht op de havens is nog steeds prachtig, maar niet meer zo indrukwekkend als vanmorgen. Ik merk dat ik al 100 kilometer heb gefietst. Ik ben al over de helft! En dan de stad weer in en de drukte. Ik ontwaar zowaar Rob en Vincent! Grappig dat ik ze zo her en der weer tegenkom.

En dan langs het station de stad weer uit. Tot straks! Ik ga naar mijn eten toe. De gels zijn hard nodig, ik heb ruim 2 bidons leeg. Van mij mag de zon wel uit nu. Eigenlijk. Daarachter het woonbootje en de sporen over en daar is de post. Ik stop, zoek mijn eigen tasje en sta stil om te wisselen. En passant doe ik een plas. Sorry meneer… De gels in het tasje, de brokjes reep in het plastic zakje laten, alles plakt. Even stilstaan en dit zorgvuldig doen is voor mij belangrijk. En dan door.

Ik zie DdK aan de andere kant; heeft die even hard gefietst zeg. Hij is bijna klaar en ik mag lekker nog! Ik voel wel dat de wind aantrekt. Ik kan prima met wind omgaan en ik heb er een gevoel voor. De waterkering weer over en het kleine stukje cobblestones.

Even moet ik wat strekken op de fiets en me even vermannen. Ik ga aan het rekenen hoe lang ik nog ga fietsen, maar ik kom er simpelweg niet uit. Ook het gemiddelde berekenen blijkt voor mij onmogelijk. Het houdt me wel bezig zo tegen de wind in op de dijk. Over de sluis en dan de lange rechte weg op. Het is eigenlijk best wel eindeloos! Ik zie JB ook rijden in haar oranje trisuit. Mooi om te weten dat ze nog meedoet. Inmiddels heb ik ontdekt dat sportdrank die in een tasje in de zon in een zwarte bidon zit, verwarmd is. Had ik niet hoeven te weten. Ik neem redelijk netjes de gels en pruts de plakkerige brokjes uit het plastic zakje. Alsof zilverfolie niet lastig genoeg is. Langs het strand waar het echt druk is en ze nog steeds met dat spel met stokjes bezig zijn. Door het dorp waar het nu stil is. En toch zijn er nog wel mensen buiten hoor: een lieve moeder met kind, een oude man, in de tuin bezig. Ik vind het niet erg dat het rustiger wordt. Inmiddels heb ik met veel moeite uitgerekend waar driekwart is en kijk ik uit naar de 135 kilometer. Hoe lang ik nog nodig ga hebben voor de laatste 45 kilometer krijg ik niet voor elkaar. Dat is maar goed ook.

Het keerpunt en ik weet nu zeker dat de wind is aangetrokken. Ik zie nog mensen achter me. Ik roep naar HBo, maar hij kent mij niet. Er is ook een vrouw in burka. Volledig bedekt. Grote, grote klasse. En op de dijk is er een man die van lege flessen wasmiddel met balletjes erin iedereen toejuicht. Er is een leuke vrijwilliger zag ik daarstraks zonder bril, maar ik vind hem nu niet meer terug. Ik heb nu toch wel wind mee.

Filmpje via Ironman – met muziek

Dat is erg fijn zo op het einde. Het is al stiller op het parkoers. Voor mij heel prettig. Ik ben niet van de drukte. Of dat in de coronatijd afgeleerd is, of dat ik daar sowieso niet tegen kan, noem het hypersensitief of autisme: ik ben slecht in de mensenmassa. Niet dat ik dat daar bedenk hoor, maar achteraf is de grootsheid van de Ironman misschien wel niet zo geschikt geweest voor mij. Teveel indrukken en mensen. Dan zie ik aan de andere kant de bezemwagen. Mij gaan ze niet meer opvegen, want ik ben de 160km al gepasseerd, maar de stepper blijft achter. Om mij heen fietst Tim. Ik eet, hij haalt me in, hij eet, ik haal hem in, hij haalt mij in, hij fietst met iemand anders, ik haal ze in, ik plas, hij haalt me in en dan plast hij. Ik kom drinkend verkeerd uit voor het steile stukje in het Zwift landschap. Vergissinkje en veel schakelen. Herkenbaar uit de virtuele wereld! Dan het slechte wegdek over en de stad in. Ergens is het jammer. Langs de industrie fiets ik even met Tim en met deze Engelsman praat ik over… het weer. Ik vind het te zonnig, hij is ook meer van de regen. Hij vindt ‘t teveel wind, maar dat heb ik niet. Het is allebei onze eerste Ironman. Ik wens hem succes met de marathon en ga dan zelf nog een keer goed drinken en plassen en een stuk reep eten.

De echte stad weer in. Dan zit ik op 175 kilometer en moeten er dus nog 5. Ik had het vandaag niet met zwemmen, fietsen leverde ook niet extreem veel tijdwinst op ten opzichte van de Frysman; ik hoop maar dat het lopen me vandaag wel goed gezind is. Ik ben blij als ik langs het busstation en het station rij. Al twee delen overleefd. Helemaal in mijn eigen wereld, technisch kan me niet meer veel gebeuren nu. Alleen is de zon me nu eigenlijk wel echt te warm. Het gaat betrekken. Weet je dat ik niet zou kunnen vertellen of we nog een keer de tunnel door gaan? Of dat Rob en Vincent daar staan vlak voor de wissel? En daar is de wisselzone.

Netjes afstappen en nu zijn er wel al veel fietsen en mag ik naar mijn plekje zoeken. Iemand loopt iets langzamer voor me. Ze roept nog sorry, maar ik ga niet voor de winst hoor. Fiets terughangen in het rek.

Hoi Vincent. Denk ik. Ik pak even het verkeerde looptasje, maar herstel snel. In de tent helm af, koppie erbij, sokken wissel laat ik lekker, schoenen goed aandoen, Maurten gels (3 stuks) in het trisuit. Ik heb nog 3 reserves bij me voor als ik die op de fiets nodig had gehad. Nog even een beetje insmeren en dan mag ik gaan rennen. Zo de wisselzone uit.

Ik kom op het parcours en mijn loopbenen zijn redelijk en dan overvalt het me enorm. Zoveel lopers! De meesten zijn al rondes verder en ik word door een speaker in het Duits verwelkomd auf die Strecke. “Viel spass Anke”. Een medeloper naast me vertelt me in het Duits dat spass nou niet bepaald de beste uitdrukking is. Ik begrijp en versta hem, maar ik ben echt overdonderd. Rijen dik publiek en op het terras ver weg roepen ze ook mijn naam. Ik denk dat het DdK is, maar ik heb geen idee of die intussen al gefinisht is (achteraf blijkt van niet).

Vincent en Rob zie ik totaal niet meer, de weg weet ik niet en ik ga langs de eerste post. Inhouden. Eerst me enorm inhouden, was de opdracht en ik wil zo’n 7km op 6-6:30 gaan lopen. Het is een hele marathon, vier rondes van ruim 10 kilometer. Dan geeft mijn horloge aan dat ik er binnen 2,5 minuut een kilometer op heb zitten. Dat ding is net zo van slag als ik ben! Lastig, want hoe ga ik nu in ‘s hemelsnaam de kilometers bijhouden en de tijden?!

Onverhard langs het water. Veel medelopers en medewandelaars. Ik ben nog fris. Rustig aan. Straks is het beter ‘auf die Strecke’ in mijn laatste rondes als deze mensen gefinisht zijn. Een tunneltje! En zand. Stuifzand. Alles is nieuw voor mij. Ik zie het bordje van 2 kilometer en kijk naar mijn tijd: onder de 12 minuten. Ik moet en mag langzamer. Het voelt al zo traag! Een post en ik neem water. Stukje stappen en weer door. Inhouden. Na 20 minuten krijg ik de eet-melding en ik neem rustig in kleine hapjes de gel. Van de rechterzakin het trisuit naar de linkerzak. Kilometer 4. Heb ik kilometer 3 gemist? Ik ga dus de eerste 5 kilometer binnen een half uur lopen. Het voelt zo rustig! Er komt wat misselijkheid bovendrijven. Nee, niet weer! Bij de post wil ik een nieuwe gel pakken. Ze zijn er niet!!!! Alleen de witte! Nee! Paniek! Water drinken. ‘Nur dieses’ zegt het meisje en ze geeft me een 226er. Nee!! Wat nu?! Andere gels? Ik ren weer en de knoop in de maag is weer terug. Oke, noodplan.

Ik hobbel verder en zie de borden met motivatie. Een rotonde langs. Ik snap geen donder van de route. Het is veel heen en weer. Een brug met het leuke bord erbij: ‘It’s just a Hill, get over it.’ 6 Kilometer. Elke 2 kilometer blijken er borden te staan. Ik heb de 24 kilometer ook al gezien. Iets bedenken voor het eten. Want dit is foute boel. Denk Anke. We hebben er twee reserve, twee aquagels, en nog een reserve. Ik sla de 40 minuten even over. Met 3 gels kan ik twee rondes door. Dus ik zou 3 rondes halen. Theoretisch mogelijk.

Hierover denken is lastig. Steeds afgeleid. Wat een hoop mensen opeens weer overal. Zoveel geluid en aanmoediging. En ik heb een probleem. Gels met cafeïne nemen? Ik drink weer bij de volgende post en ga onder het water door. Het is eigenlijk ook best benauwd. Bewolkt. Ik blijf keurig lopen. Ook al zijn er zoveel wandelaars. Ik zie niet of ze bandjes hebben en hoe ver ze zijn. Een stukje door een rare wijk. Raar hoekje, dat je ineens geen tegenliggers hebt. Rustig aan blijven doen Anke. Iemand met harde muziek en een oversteek. Het tunneltje weer. Kan ik iemand om raad vragen over de voeding via Vincent?

Langs de rand van het water. Vol publiek. En dan weer een rare hoek om de brug op. Ook water bij de post. Geen gels. Helemaal niet. En dan terug de brug af. Ik ren nog steeds moeiteloos, maar ik heb alles omtrent tempo losgelaten. Dit wordt een voedingsuitdaging! We zijn weer bij de zwemstart in de buurt en het is stervensdruk. Zo kan ik niet denken! De knoop verstevigt zich. En dan bij de laatste post hebben ze mijn gels wel!

Het eerste sleutelmoment van de marathon. Ik neem meteen de gel die ik in voorraad heb. Ik zit denk ik ook ongeveer op een uur. En ik sla gels in. Mijn rechterzakje prop ik vol. Ik drink en ik loop onder het water door om af te koelen. Of het door het afkoelen komt, door de gel, door de paniek of door het weer: de misselijkheid is terug. En verhevigd. Ernstig. Ik moet spugen. Boven een put vlak bij het bandjespunt komt de gel en vocht eruit. Ik voel me even heel ellendig. Maar ik ga door. Hoe Dan Ook. Ik pak mijn bandje, krijg van iemand van de post nog water aangereikt wat ik keurig opdrink en dan gaat het weer. Gelukkig maar. Ik kan weer rennen. Probleem opgelost.

Rennen gaat best lekker nu mijn maag weer rustig is en de problemen opgelost lijken. Langs de drukke straat en dan een rustig stukje in en daar zie ik de finish. Even ben ik gedesoriënteerd; heb ik een afslag gemist ofzo? Iemand aan de kant zegt dat ik dadelijk naar links kan. Oke, zag ik niet door de mensenmassa. En dan loop ik waar ik vanmorgen het water uit kwam. Dat voelt goed. De tweede ronde in. Weer water nemen op de post. Ik zie Rob en hij ziet dat ik nog prima loop. Ik heb het inderdaad weer opgepakt!

De 10 kilometer heb ik in iets van 63 minuten gedaan. Zo gaat het goed komen! Door naar de 12 kilometer. Zand en water en mensen en een tunneltje. Ik neem een halve gel. En water op de post. Gewoon even lopen, niks mis mee. Ik weet al een beetje dat ik dadelijk door het parkje kom. Ik ben nog steeds overweldigd en niet echt aan het genieten. Ik ga even snel naar de dixie. Gewoon poepen. Die was ingecaculeerd. Over 14 kilometer doe ik ongeveer anderhalf uur. Tevreden. En dan is de knoop er weer. Extra erg. Het draait om. Ik moet weer spugen! Ik stel het even uit, maar het is niet tegen te houden. Het is nog heel lang vanaf nu.

Ik voel me beroerd en ik hou geen gels binnen. In deze omstandigheden. Mijn probleem met de voeding is nu extra erg. Blijf drinken. Ik neem zelfs even vies gezouten water. Ik moet wandelen. Ik voel dat ik de energie veel te snel opgebruik. Ik heb niks om aan te vullen. Het genieten is helemaal ver, ver weg. Dit is pas ronde 2! Ik weet niet hoe ik een halve marathon ga volbrengen, laat staan een hele! Rennen, wandelen. De tijd maakt nu geen flikker meer uit. Standje overleven. Aan. Rotonde. Brugje op. Weer een golf misselijkheid. Altijd de 10 engelse mijl die mij nekken. Ik heb geen idee hoe laat het is en hoe lang ik nog heb. Ik kan ook niemand bereiken! Ik probeer ook nog een chipje, maar ook dat draait mijn maag naar buiten om. Ik blijf drinken. Dat heb ik beloofd aan RvR. Zand, tunneltje, zand, water, brug over ploeteren.

Ik ga door. Die halve marathon moet er komen. Dan zien we wel weer verder. Rondje voor rondje. HBo loopt in tegengestelde richting en ik roep naar hem. Hij kijkt naar me en roept: Anke – Anke van Genesen! Zo gaaf dat hij mij herkent bij mijn meisjesnaam zelfs! Even een heel klein lichtje. Ik probeer een tukje, maar krijg die niet weg. Een hap banaan. Die komt er weer uit.

Ik baal ontzettend. En ik ben bang: ik wil maar 1 ding níét – opgeven. Omdat ik van het parcours wordt gehaald. Zelf ga ik die beslissing niet nemen. Ik zal niet opgeven. Tenzij ze me wegdragen. Drinken. Dribbelen. Met moeite. Het tweede bandje! Een groene geloof ik. Of een oranje.

En daar zijn Rob en Vincent langs de kant. Ik stop even. Wat ik precies heb gezegd weet ik niet meer. Dat ik moest spugen, dat ik niks kan binnenhouden en dat ik bang ben dat ik het niet ga redden. “Het maakt mij niet uit hoe lang je er over doet”, zegt Rob. “Wandel en dribbel maar door. Je redt het.”

Dribbelen door de grote drukke straat. De vriend van JB moedigt me aan, maar mijn duimpje gaat omlaag. Ik voel me niet goed. Hoe laat is het eigenlijk? Ik zie een klok en ik reken eventjes, maar ik heb geen idee meer. Het opnemen en denken is al minder sterk. Ik vecht me naar het einde van dit rondje toe. Even rust langs de zwem-finale en dan de drukke straat weer op.

Dribbelen, drinken, wandelen. Ik voel een enorm tekort aan energie en ik weet gewoon niet wat ik er tegen kan doen. Goddank wordt het rustiger op het parcours.

Zand, wandel, tunnel, proberen te rennen, maar het lukt nauwelijks. Dan draait alles een beetje. Ik krijg kippenvel. Ik moet deze ronde doorkomen! Dan red ik de laatste ronde ook, maar deze derde ronde is hoe dan ook het moeilijkst. De vermoeidheid valt over me heen als een deken. Bekend. Energietekort. Mijn horloge loopt weer aardig gelijk met de afstand op de borden. Ik voel een hand op mijn schouder als ik noodgedwongen wandel en het is JB. Gaat het? vraagt ze. Nou nee. Echt niet. Zij vertelt me dat dit haar laatste is. Ik ben verbaasd dat ze met haar weinige trainingsuren nog in de race is. Maar ik ben vooral met mezelf bezig. Zij gaat weer rennen. Doei, ga maar snel weg. Ik moet wandelen. Het begint te serieus draaien zodra ik ga rennen. Ik – Wil – Niet – Out – Gaan. Ik moet weer de Dixie in. Alsof ik dan weet dat ik zeker op niks meer loop. Maar ik moet echt poepen.

Ik ga de Dixie in met het gevoel van wanhoop. Ik zit daar en ik denk: ik wil AB-SO-LUUT niet van het parcours afgehaald worden omdat ik flauwval of echt niet meer kan. Rennen kan niet meer. Dus ik ga wandelen. Flink doorlopen. Ik moet nog zo’n 15 kilometer, wat drie uur wandelen is. Hoe ver ik nog moet, daar heb ik al mijn vingers bij nodig om uit te tellen. Dat ga ik halen. Dat moet ik halen. Het nemen van die beslissing is EXTREEM zwaar. Mega moeilijk. Bijna onmogelijk. Iets moeten doen wat je niet wil. Als de helderheid eraf is. De wil om te finishen is groot. Als het niet gaat zoals het moet gaan, moet het gaan zoals het gaat. Dat hou ik mezelf voor. Dit is wel het belangrijkste, krachtigste, moeilijkste moment van de dag.

Ik ga de Dixie uit en pak water aan. Flink doorlopen. Dat kan ik. Dat heb ik samen met Rob vaak geoefend. Ferme passen, doorstappen. Elke kilometer onder de tien minuten is winst. Niet alleen het tempo en het ritme moet ik aanpassen, maar vooral de mindset. Accepteren dat ik fysiek niet in staat meer ben om te rennen, kost grote moeite. Ik ben zo blij dat het rustiger wordt op het parcours. En daarbuiten. Het wordt ook donkerder. Het zou toch niet gaan regenen? Dan heb ik wel een probleem met wandelen en afkoelen, maar laten we de zaken één voor één tackelen. Ik stap flink door. Langs de EHBO post. Het get-over-it-sign langs. Ik durf publiek nauwelijks aan te kijken, want ik ben die vreselijke wandelaar. In mijn hoofd spreekt een songtekst van Guus Meeuwis zachtjes op de achtergrond: “Ik heb zelfs de kracht niet om op te geven

Ik grijns soms een beetje en kom in een ritme. Kilometer 26 was er 1 van de Dixie en de ellende, kilometer 27 is aanpassen en adapteren. Ze gingen heel langzaam. En toch waren dat by far de sterkste kilometers van mijn hele triatlon. Niet dat ik dat besefte toen ik daar verslagen wandelde. Ik denk aan RvR van het voedingsschema en zijn vrouw D, met wie ik een goed gesprek had over het nemen van beslissingen tijdens de race die tegen de race-natuur in gaan en hoe moeilijk die zijn. Tempo verminderen en je aanpassen aan de situatie. Ik heb groot respect voor degenen die dat kunnen. En nu doe ik het zelf. Dat moet even indalen. Ik wist ook niet dat er thuis zoveel mensen waren die meeleefden. Dat had me vast goed gedaan, maar nu en hier kan ik het niet eens bedenken!

Om me heen mannen die wandelen en dribbelen afwisselen. Ik ga ongeveer even snel. Ik zie de mevrouw met de burka. Nog steeds volledig bedekt. Met deze warmte. Klasse. Ik blijf drinken. En wonderlijk genoeg komt de rust terug. De rust op het parcours, naast het parcours en de rust in mezelf. Ik bedenk inderdaad dat ik niet zo goed ben gemaakt voor drukte. Daarop volgt een gedachte die tijdens een slecht lopende triatlon (leuke woordspeling) totaal misplaatst is, maar die me heel veel kracht geeft. In het om-hoekje kunnen nog auto’s rijden en 2 supercars komen me tegemoet. Een rode Ferrari en daarvoor een auto die ik ook echt geweldig prachtig vind maar niet herken als merk en die kameleongroen is. Vincent zou jaloers zijn en ik geniet ook namens hem als ze optrekken en met veel geweld langsrijden. Ik spreek even met 2 Israeliers die om mij heen rennen-dribbelen. Zij verstaan nauwelijks Engels en kennen Nederland niet. Ook Thomas cirkelt rond, maar die maakt dit rondje af tot de finish. Een Duitser.

Ik merk het opeens op: het prachtige licht, het mooie park, de mensen om me heen en de mensen aan de kant. Ik kijk over het water uit en ik kikker langzaam aan op. Ik hoor vogels en zelfs kikkers! De rust doet mij goed. De beslissing is gevallen, de keuze is ‘finishen’ en ik vecht er ook niet langer tegen. De knoop in mijn maag komt los. Ik neem een stukje banaan. En die valt goed. Op de brug kom ik Vincent en Rob tegen. Namens KH en SG roept Vincent dat ik cola moet nemen. Ik hoor het KH me bevelen: Ank, Cola, Nu!

Vincent wandelt mee, maar ik loop inmiddels flink door en hij krijgt het er warm van. De Isrealiers stoppen bij de Dixie en ze halen mij niet meer in. Ik krijg zelfs een beetje trek inmiddels. Als ik deze ronde maar doorkom. Ik kikker echt op. Ga ik toch nog genieten deze triatlon! Vincent pikt me weer op langs de drukke straat en ik roep naar hem dat papa’s creditcard niet nodig zal zijn. We moeten er om lachen. Je gaat het halen, sowieso, zegt Vincent. En hij hamert nog een keer op de cola. Ik weet het. Maar cafeïne valt misschien ook niet zo goed. Voor de laatste ronde wil ik dat risico nemen. Ik ben de derde ronde door en ik voel me eindelijk goed. Het is zelfs lastig om te blijven wandelen. Maar ik heb een afspraak met mezelf en ga straks pas stukken hardlopen. Op cola. Waar ik het parcours op kwam ga ik aan de cola.

Ik ben niet meer dizzy, niet meer ver heen, niet eens meer misselijk. Ik vind het water prachtig. Nu er geen rijen dik meer staan, merk ik de paar mensen op die zijn gebleven. Ik kom op het onverharde stuk naast het water en daar ga ik rennen. Voor Joyce. Dit stuk hardlopen is voor Joyce. Voor me zie ik niet het stoffige zand, maar de heide en het bos en oké – ook een stukje zand. Dit hardlopen is gemakkelijk! Ik hoef het niet zelf te doen! En het gaat soepeltjes! Het moet niet overdrijven echter en ik ga dan ook weer wandelen. Voor wie nu? De collega van Rob! Ik ga weer rennen, het stukje omhoog en ik hoop dat ik hem kan zeggen dat hij nooit een hele marathon moet gaan proberen. Als ik klaar ben voor KM wandel ik weer even. De volgende weet ik ook al: LM. Mijn held die hier ook liep om zijn eerste ticket voor Kona binnen te slepen. Zijn aankomende beproeving is groter dan dit. Ik denk ook zijdelings aan de kameraad die het ticket voor Hawaii ooit afsloeg. Gek dat ik van LM niks heb gehoord. Ik maak me al rennend eventjes zorgen. Daar in het parkje. Eventjes wandelen.

Ik ga eens kijken naar mijn tijd. Verrekkies: het wordt een PR, sowieso. En als ik mijn best doe kan ik zelfs onder de 14 uur komen. Naast energie en een geniet-factor komt er voor het eerst vandaag ook een beetje ambitie om de hoek kijken! Het moet niet gekker worden. Ik loop een klein stukje voor de stomme trainer bij het bord: remember why you started this. Vergissings met die trainert – eikel. Ik loop er wel even flink van door. Maar niet te lang. Voor wie moet ik nog meer lopen? Voor die lieve dikke vriendinnen van me: KH en SG. Zij maken dat ik weer rennen kan hier met hun cola-opdracht. Met een glimlach denk ik aan de band die ons smeed. Ik loop met gemak langs de EHBO. Ik haal mensen in. En ik geniet. Ik denk aan AC en BT, de enige Roemenen die ik ken en die ik ontzettend waardeer. Die zo verschillend zijn in alles, zwart/wit, klein/groot, elegant/lomp, maar zo bij elkaar horen! Liefdevol. Ik ren de brug voor ze op en neem ook een gedachte mee aan GN, die lieve schat. Ik wandel weer een stukje en zie een man die gevallen is en bebloed en last heeft van zijn arm. De mensen hier beginnen te klappen als ik weer ga hardlopen en roepen ‘looks good, keep going Anke’. Ik moet niet alleen aan triatleten denken. Mijn therapeute dan even. Natuurlijk. Die mij elke keer in mijn kracht zet. Ik wandel een paar stappen, maar ik kan niet meer zoveel wandelen, want ik moet nog voor veel mensen rennen! Annemarie natuurlijk. Ik loop er helemaal beter van, want ik weet dat zij trots op me zal zijn omdat ik op deze manier besloten heb een Ironman te worden en dat sterkt me zo dat ik alle schaamte opzij kan zetten. Dit is wat het is vandaag. Zij weet het. 7:05 op de kilometer. En dan langs de villa’s denk ik aan mijn lieve collega’s. Mijn vriendin R, mijn naaste collega L en onze heer D. Wat moeten zij wel niet denken van mij? Ik moet er van lachen.

Inmiddels gaan de lichtjes aan in de stad. Het wordt magisch. Ik pak overal cola aan. Al op 39 kilometer. Ik loop weer even onverhard en denk aan PL. Veel tijd krijgt hij niet, want ik zie HBo. Ik spreek hem wandelend aan. Dat ik hem bewonder, maar hem geen goed voorbeeld vindt. Het zal er voor hem om spannen qua tijd. En of hij volgende week weer een triatlon doet valt te bezien. Ik kom bij het tunneltje en ga weer rennen. Voor Vincent. Ik durf niet iedereen te laten schrikken door hard Echo te roepen zoals hij altijd doet. En ik loop nog langer voor Vincent, ook langs het water waar we gister zo heerlijk zwommen. Al die keren dat hij me gesteund heeft zitten in dat kleine stukje waarop ik een prima hardlooptempo kan vasthouden en ook nog eens kan genieten en relativeren. Ik stap weer een klein stukje en dan ga ik de brug over. Ik moet moeite doen om het bochtje door te wandelen, want de brug is voor Rob. Die me gesteund, gestuurd en gemotiveerd heeft. Rob wachtte keer op keer tot ik klaar ben met trainen en ook nu wacht hij weer tot ik klaar ben. Jammer voor papa en mama, voor mijn schoonouders, maar Rob is van mij. Daar op die brug vallen heel veel stukjes op hun plek. Anderen zien iemand die loopt alsof het een makkie is, maar ik ben totaal ergens anders mee bezig. En dat is pure liefde. Ik ben daar niet in kilometer 40, maar in alles wat Rob voor mij over heeft gehad de laatste maanden. Jaren. Forever love. Hardlopen gaat weer vanzelf. Ik weet nu ook voor wie het laatste stuk zal worden. Over tijd en prestatie maak ik me niet meer druk. Ik wandel even en ren dan langs het 40 kilometerbord voor HB. Die nuchtere Friese kijk van hem steunde me deze reis. Wij houden meer van trainen dan van wedstrijden, gelukkig. Ik combineer ‘m met die lieve MBB van wie ik goed nieuws hoorde en wie ik een warm hart toedraag. Ik zwaai naar de piccolo van het hotel. Hij wuift terug. Naast de kant staat een atleet uit Finland die al gefinisht is en er goed uitziet. Omdat het rustig is, kan hij mensen persoonlijk aanmoedigen. Dat is voor mij hartstikke prima. Nog even wandelen. Ik ga langs de laatste post en ik bedank de vrijwilligers dat het voor hen ook een lange dag was. In keurig Engels. Ik buig voor hen en zij klappen voor mij. Ik ga nog niet rennen. Dat is best lastig om me nog even in te houden. Hier begon de ellende met spugen en ik wandel tot de bandjes uitgifte. Het laatste bandje. Een rode. Ik neem hem trots in ontvangst. Ik ga nu alles rennend afmaken.

Voor degene die dit allemaal mogelijk heeft gemaakt, voor die ene die alle ontberingen doorstaan heeft, voor het mens wat alle trainingen heeft opgebracht en nu gaat finishen. Voor mezelf. Ik ben degene die dit doet, gedaan heeft en gaat volbrengen. IK. Geen egoïsme, maar een ongekend gevoel van trots en macht over mezelf. Ik ben degene met het doorzettingsvermogen, de wilskracht, de veerkracht en de kracht die deze uitdaging is aangegaan, heeft doorleefd en gaat volbrengen. Ik loop stralend, rechtop, met krachtige passen. Ik geniet van de stad, de steentjes, het licht, de rust. Ik realiseer me wie ik ben en waar ik voor sta en wat ik kan. De mensen van de eerste post staan in het midden en juichen me toe. Rennend kan ik ook hen bedanken. Eén van de laatsten zegt in helder en perfect Engels: “If you can run and make it look like this at the end, you will become a true great Ironman”. Dat drong door tot in mijn botten, van mijn tenen tot mijn oren. Ik moet er bijna van huilen alleen in die straat als ik niet zo ontzettend gelukkig was geweest. Ik – en alleen ik- heb dit voor elkaar gekregen. Alleen mijn doorzettingsvermogen, mijn ijzeren wilskracht en mijn vastberadenheid maken mij een Ironman. Ik loop onder de 7 minuten 42km vol en dat is het laatste wat ik er om geef. Voor mezelf loop ik nog zo hard. Binnen de 14 uur zie ik op de klok en dan loop ik het rode tapijt op. Geen high fives voor mij, ik ga dit moment alleen en volledig zelf beleven.

Uitzinnig van vreugde ben ik. Krijsend, echt schreeuwend van geluk. Er zijn lichten, de finishboog en ik dans en spring en huppel werkelijk met mijn armen in de lucht! En ik hoor en beleef het ten volle, dat moment waar ik maanden voor gewerkt heb, waar ik van gedroomd heb. De speaker zegt: “Aus die Niederlande. You are an Ironman, Anke de Boer.

Gefilmd door Rob – geluid aanzetten hoor voor die magische woorden!
Gefilmd door Vincent – je hoort hem schreeuwen…

Ik ben intens gelukkig.

Even kijk ik om en ik zie dat ik in 13 uur 56 minuten ben gefinisht. Een PR. Ik krijg de dik verdiende medaille. Die symbool staat voor alles. Daarna zie en hoor ik Vincent links. Hij is net zo blij en wil een knuffel van Ironmama. Trots is ie op me.

Even bij het hek staan, ze controleren me kort, maar alles is prima met mij. Ik vraag waar papa is, want ik wil Rob. Ik ben niet stuk, niet oververmoeid, ik hoef niet meer te huilen. Ik ben kei-trots. Rob komt er al aan. Ik krijg een dekentje aangereikt, maar ik ben niet koud ofzo. Vincent geeft me mijn telefoon. Die past in het trisuit. Rob komt aan de andere kant en ik omhels hem. Wat ben ik uitzonderlijk gelukkig. Ik haal toch even een dekentje voor de veiligheid. Ik kan simpelweg doorlopen, praten en ben compleet bij zinnen. Uitzinnig is misschien een beter woord. Uitzinnig trots. Zoals ik nog nooit geweest ben. Ik ben een Ironman.

We lopen door. Vincent vertelt van alle berichten. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Hoe zwaar het was en hoe misselijk ik was. Hoe leuk de laatste ronde was. We lopen naar de atletes garden. Gelukkig kennen de mannen de weg. Ik ben daar compleet niet mee bezig. Ik ga alleen naar binnen, laat de medaille graveren en realiseer me dat ik ook nog eens een snellere marathon heb gelopen dan bij de Frysman. Ik ben gewoon tevreden! Ik heb gedaan wat ik kon. Op niet-mijn-dag. Ik zie veel berichten, maar antwoord alleen Joyce. Kort. Ik zie teveel berichten om nu mee bezig te gaan en ik zie dat LM heeft gereageerd. Gelukkig. Ik zie ook op Facebook later dat notabene HL op de TVA-groep een lofuiting aan mijn adres heeft achtergelaten! Degene waar ik onverwacht aan dacht onderweg…. Ze vertellen me dat JB met de helft van mijn trainingsuren een uur eerder binnen was en dat DdK weer een toptijd heeft neergezet, maar ik ben alleen blij en trots met mezelf. Wat een onwijze overwinning op zich is!! Ik haal mijn finishersshirt, doe ‘m aan en ik leg het denkentje weg. Op de foto met shirt en medaille!

Ik wil mijn fiets halen en weg hier. We pakken mijn witte tas en de mannen gaan sjouwen. We lopen naar de wisselzone, maar staan bij de uitgang. Zij wachten me daar op. Ik drink meteen de hersteldrank.

Als ik om het hek heen loop, spreekt een mevrouw met haar man en dochter me aan. “Anke, wat geweldig dat je de finish hebt gehaald!” Ik ken ze niet en vraag voorzichtig wie ze zijn. De uitleg is dat ze me elke ronde hebben aangemoedigd en gesteund en dat ze me zo stoer en sterk vonden en dat ze blij waren als ze me zagen hardlopen en dat het voor een vrouw geweldig is om dit te volbrengen, dat ze van me genoten hebben. Ik vraag of de man, die een witte tas vast heeft, zelf heeft meegedaan, maar ze waren hier voor een vriendin. Ik ben verbijsterd. Ik heb ze niet 1 keer gezien of gehoord, maar deze lof is geweldig.

Ik pak mijn tasje, wat nu makkelijk te vinden is, al is het niet eens de laatste. En het andere tasje. Ik leg ze even neer en loop naar de fiets. Daar sta ik even stil bij wat wij samen vandaag gedaan hebben. Ik weet inmiddels dat elke triatleet dat doet. Ergens voel ik wat vermoeidheid, maar moeite heb ik nergens mee. Ik sleep de spullen mee en mag het enkelbandje met het Ironman logo houden.

Ik zie niet eens op tegen het terugwandelen! Als het maar sloom mag en zij veel zooi dragen. Door de donkere stad lopen we terug, ik heb steun van de fiets. Pratend, kletsend over alles wat er vandaag gebeurde. De mannen hebben ook zo’n 35 kilometer gelopen. De Legowinkel gezien (gelukkig was ie dicht), een petje in het Hardrockcafe gekocht, de snelste dame op een Ironman ooit aangemoedigd, berichtjes gestuurd en dat niet meer gedaan toen ik dreigde uit te vallen (alleen aan degenen die er rechtstreeks naar vroegen). Ik eet nog een reep. Echt snel kan ik niet meer en ik vind 3 kilometer nog heel lang zo om half 11 ‘s nachts. In de woonboot ga ik languit op de grond liggen en het eerste wat ik ga doen is… mijn haren ontklitten!! Een ongelooflijk rotwerkje, maar extreem nodig. Ik moet douchen en ontdek dat nergens last van heb: geen schuurplek, geen blaar of niks. Alleen verbrand op mijn armen. Ik weeg anderhalve kilo lichter. En dan gaat mijn telefoon ongelezen aan de lader en sluiten we een lange dag af met de medaille naast mijn bed. Voor enige tijd tenminste.

The day after…… Om 4 uur word ik wakker. Ik sta op en ga plassen. Ik herhaal: IK STA OP. Moeiteloos. Geen enkele probleem. Maar mijn hoofd zit helemaal vol. Indrukken, gedachten, ervaringen: ze spartelen door elkaar. Ik moet iets kwijt en schrijf het op Garmin uit. Rob is er ook wakker van helaas. Hij houdt me vast en slaapt weer verder, ik lig nog een uur wakker met een malend hoofd. En dan is het opeens toch half 9! Ik pak mijn telefoon en alle berichten erbij. Overweldigend. Ik kan het niet anders zeggen. Het bericht van mijn trotse vader doet me ontzettend veel. Ik ben zeker een uur bezig met reageren en heb liever dat mensen niet direct terugantwoorden! Ik ga een witte boterham eten met een gebakken ei. En veel chocomelk drinken. Alles kan gewoon. Fysiek is er werkelijk NIETS mis. Verbijsterend. Misschien komt het nog? In elk geval helpen Rob en Vincent me zelfs nu nog door de spierpijn op zich te nemen, want zij hebben wel last! Opruimen en rustig alles in de auto zetten. Dat kost iets meer moeite, maar ik wandel op en neer. De man van het huisje vind het maar knap.

HB stuurt me de reis van de held, RV vanaf zijn vakantieadres een groot compliment, ik krijg een bericht van mijn vriendin-collega en van SG die wat inspreekt. Joyce had zeer bezorgd aan Vincent gevraagd of ik geblesseerd was toen mijn tijden vertraagden. Vincent had geantwoord dat ik aan het spugen was. “Oh”, schreef Joyce, “dan maakt ze het af, dat kan ze aan”. Ook Manuel wist meer van mijzelf dan ik en schreef: Doorzetten als het helemaal niet gaat. Uitstappen? Vincent: “Nee denk het niet… Je kent mama toch”. Ik schrijf de man van het voedingsplan een bericht en mijn moeder kort. JB is als altijd niet overtuigend van reactie. Van DdK krijg ik nog een compliment wat wel eens een keer binnenkomt! Met hartje zoals gebruikelijk. Mijn lieve trainster heeft natuurlijk extreem rake woorden: Zo’n sterke vrouw, en wat een doorzettingsvermogen ondanks tegenslag qua voeding!! (…) Maar je hebt t gefixt!! En je kan rete goed lopen, maar zonder energie/ voeding lukt het niemand zoals jij het nu gefixt hebt! Ben trots op je! Een vriendin die ik de laatste maanden links heb moeten laten liggen, blijkt me tot op de Dixie gevolgd te hebben. Ze heeft zelfs op streetview Hamburg bekeken! We maken op de boot een medal-moday foto voor het laatste berichtje van mijn kant. Ik ben niet van het social podium.

Alles is voor elkaar, ik mag achterin en hoop nog wat te slapen. Maar dat komt er niet van. Ik heb nog steeds veel flarden in mijn hoofd en die ‘dump’ ik allemaal bij die arme Joyce. Als ik geweten had wie er allemaal meeleefde en meekeek, had ik me al wandelend vast meer geschaamd… In Nederland regent het. Vanaf Groningen. “Het is nog 180 kilometer naar huis”, zegt Rob, “dat heb je gisteren gefietst”. De lengte van de afstand overvalt me. Hoe heb ik dat gedaan joh?! We halen een hamburger en hij smaakt me voortreffelijk. Ik kan de trap op en af lopen voor de was. Akelig moeiteloos. Ik kan organiseren en reageren. Aan Vincent geef ik mijn oranje armbadje waar op staat “I Will Become An Ironman” voor diegenen die voor het eerst een Ironman deden (dan weten vrijwilligers dat je een rookie bent). Opdat hij ooit zelf een Ironman zal worden. Hij weet het net zo zeker als ik dat dat moment ooit komen zal.

Als ik mijn ouders bel, realiseer ik me pas dat zij van de social media niets hebben meegekregen en de hele dag gewacht hebben en gehoopt op beter weer voor mij dan zij hadden (regen). Misschien maar beter ook , he mams… Ik had nooit gedacht dat het ook 6 juni kon worden, maar het is toch gebeurt! En ik ben veel ervaring rijker. Op heel veel vlakken ben ik gegroeid. En door! 🙂 Dit is een heel mooi tussenstation, maar ik wist al heel lang dat dit het eindpunt niet zal zijn.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-19 Raceweek

30 Mei – De laatste lange zwemtour ??‍♀️

Ik had afgesproken met YZ, die voor het eerst ging buiten zwemmen. Op het laatste moment ging KH ook mee. Gelukkig, want zij zwemt (veel) sneller en kan ook al veel langer en verder zwemmen. Dat komt mij wel goed uit.

Ik rij de Noorderplassen in en bedenk me dat ik de boei vergeten ben. Ik rij even bij SG langs en leen haar boei. Het water is meer vies dan koud. We gaan naar de boei. Er zijn nog andere zwemmers, maar die zijn een stuk sneller. Met KH zwem ik telkens iets verder en dan halen we YZ weer op. Ik wil en moet nog een keer de 3000m zwemmen. Vandaag. Als YZ omkeert, motiveert KH me om eens langer te zwemmen. Ik kom er in. Dan heb ik een slag te pakken en dat hou ik dan vol en vol en vol. Ongeacht of ik hard zwem of niet, ik kachel dan gewoon door. Heerlijk. Het enige wat ik zie is de volgende boei. En door! Het einde zal smerig zijn, volgens KH. Nou, dan gaan we daar ook doorheen toch? De zon komt er doorheen. De smerigheid valt mij mee. KH wacht op me. Niet te lang pauzeren, ik wil de slag niet kwijt. Dan beginnen de plantjes en de brugjes. Ik hou niet van plantjes. Irritant, dan kan je de slag niet afmaken. De brugjes vind ik dan wel weer geinig. En de zon komt door. De kleuren zijn adembenemend mooi. Echt gouden uur. Er zijn zwanen. KH is akkoord om een langer stuk te zwemmen, dus ze zwemt steeds verder voor me uit. Ik hou mijn eigen ding aan.

Mijn vlecht zit in de weg. Die klemt wat af en ik kan ‘m niet opzij duwen. Ik geniet ontzettend in het water. Onwijs gaaf. Onbeschrijfelijk mooi. In het open water wacht KH me weer op en dan gaat mijn Garmin horloge resetten. Ik raak echt in paniek! Ik heb al 2500m gezwommen en dat ding moet dat bewijzen. Niet herstarten! Ik kan amper rustig bijven en ben pas blij als het ding weer opstart en de activiteit niet weg is. We gaan nog een keer om de boei heen. KH neemt de lange weg en ik kan even zelf naar de boei navigeren. En dan terug naar de kant. Dat is lastig tegen de zon in, maar ik maak de 3000m vol en daar ben ik blij mee! Ik ben er nog niet en maak het kalmpjes af. Zwemmen is niet langer onmogelijk. Zwemmen op een gouden avond als deze is een kadootje. Of dat in een wedstrijd sneller gaat, vraag ik me af. Met pauzes heb ik nu 1 uur en 26 minuten gezwommen. Ik zat op iets van 3300m, dus er moeten er nog 500m bij. Let’s find out.

Dinsdag 31 mei. Fietsen, regen en wind, lopen met regen en Vincent

2 trainingen apart van elkaar. Voor mij is twee uurtjes sporten op een dag lekker rustig. Ik slaap redelijk, heb nog wel piekermomenten, maar ik bevind me in racemodus. Geconcentreerd op 1 ding en dat is niet mijn werk… Ook niet de cijfers van Vincent. Alles gaat om Ironman Hamburg. Mijn hoofd en mijn gedachten draaien maar om 1 ding. Ik lees van de andere mij bekende deelneemster dat zij maar 8 uur per week heeft kunnen trainen. Ik verbaas me ten zeerste hoe zij met zoveel ervaring (dit wordt de 10de hele triatlon waarop ze start) zo onvoorbereid kan zijn! Dan doe ik het zo slecht nog niet.

‘s Middags doe ik even rustig aan en rond een uurtje of 2 stap ik op de fiets. 5 kwartiertjes slechts. Ik ga over de Grote Trap en dan heb ik wind mee op de weg terug als ik een vijftal keer moet versnellen. Ik vind het allemaal niet moeilijk meer. Muziekje aan en de cadans hoog houden. Halverwege de Grote Trap merk ik twee dingen op: ten eerste staan de windmolens stil om te draaien. Zodat ik de hele route wind tegen zal hebben. Het tweede wat me opvalt, zijn de donkere wolken in de verte. Ik weet weer waarom ik om 1 uur had moeten vertrekken…

Verder zie ik koeien, veel groen, een kikkertje en vogels. Als ik aan het einde van de Grote Trap kom, voel ik de eerste druppels. Lekker dan, net als ik vol de wind tegen krijg én ik de versnellingen in moet! Ik ben nu toch op het verste punt en schuilmogelijkheden zijn nul. Het enige prettige wat ik bedenken kan is dat ik de fiets nog niet had schoongemaakt, want dan had ik dubbel werk gehad! De regen wordt heftiger. Ik draai de weg terug op en dan komt de wind van zij. Ik versnel een minuut en herstel dan ook een minuut. Ik zie bijna niks meer en word nat en natter en koud. Tot overmaat van ramp is het druk op de weg en razen er auto’s langs. Erger zijn vrachtwagens waar ik niet alleen natter van word door het opspattende water, maar ook nog een smerig van de modder. Kortom: afzien. Maar er zit niks anders op dan doorfietsen. Wat kan ik anders?


Ik merk dat het drinken nu wel lastig wordt. Alles wat anders is dan doorfietsen is eigenlijk lastig. Toen ik de Vogelweg overstak, werd de regen minder en waren de tempoblokjes op. Ik zag weinig meer door de zonnebril die vol met modderdruppels zat. De wind was genoeg om me weer een beetje op te drogen. Ik werd er bijna blij van, tot ik me realiseerde dat ik op de Ibisweg nog vol de wind tegen kreeg. Ach, laten we het maar ‘training’ en ‘karakterbuilding’; alsof ik dat nog niet genoeg gedaan heb afgelopen maand!

Ik heb netjes de training afgemaakt en ruim 30 kilometer gefietst. De cadans was prima en het tempo matigjes. In Almere waren de wegen droog.

En los van de fietstraining moest ik ook nog 40 minuten hardlopen in de lage zones. In beweging blijven. lk nam nog een gel van Maurten vlak voor vertrek. Vincent moest ook rennen, dus we gingen samen. Ik vond alles best, maar ik trok toch nog even een regenjasje mee. Niet voor niks, want waarom zou je op een dag 1 keer sportend nat worden als het ook 2 keer kan?! Dit was een heel klein beetje miezer. We kletsten. Over alle “geweldige” voorbeeldcoaches. Mijn hartslag en tempo kwamen totaal niet overeen. In de zin dat de hartslag laag was en het tempo hoog. Het voelde wel prima qua tempo. En ik kon prima kwebbelen. In het bos ging het tempo iets omlaag.

Vincent deed de fotoservice, ik de route. Het was ook hier mooi groen. Toen ging Vincent lekker kletsen over auto’s. Hoef ik lekker alleen maar te luisteren wie welke supercar waarom niet meeneemt naar de beurs. Over het viaductje en ik vond dat ik keurig 5 kilometer liep in 28 minuten. Dat mag zondag dus nog langzamer, maar dan zal het ook anders voelen! In de wijk ging Vincent verder voor 3 minuten zijn “eigen tempo” in zone 3 en ik hobbelde door naar huis. Loop ik gemiddeld 5:47 net in zone1. Abnormaal.

In Mei noteer ik de volgende ongelooflijke trainingsgetallen:

  • 74,5 uur sporten. En dan telt alles mee: wandelen, krachttraining (te weinig) en natuurlijk fietsen, hardlopen en zwemmen.
  • 18 uur hardgelopen en daarin heb ik 183 kilometer afgelegd.
  • Ik heb 1013 kilometer gefietst! In mei heb ik zomaar 39,5 uur rondgetrapt.
  • Tot slot heb ik bijna 23 kilometer gezwommen. Bijna 9 uur in het water gelegen.
  • In totaal heb ik ruim 1250 kilometer bij elkaar gesport! Niet normaal toch? Zoveel heb ik werkelijk nog nooit verzameld in 1 maand!

Het zal wel ergens goed voor zijn. 😉

1 juni – Global Running Day – en dan een rustdag ? – bijna….

Geen enkele kans van slagen, die combinatie! Nul. Hardlopen is namelijk niet mijn tweede natuur, maar inmiddels mijn eerste. Dus niet lopen is teveel straf. Ik kan me bij vlagen heel goed op mijn werk concentreren. Tot ik weet dat de briefing online staat. Als ik die ga kijken, komt mijn beste vriendin langs. Daarna ga ik samen met Vincent hardlopen. Heel langzaam. Ik mag niet harder dan 6:00 minuten over de kilometer. En eigenlijk maximaal een half uur. Allemaal van mezelf hoor! Ik wil de nieuwe hartslagmeter testen. En ik wil testen of de triatlonsetting klopt, dat ik bij het hardlopen een waarschuwing krijg om te gaan eten. Dus ik doe eerst “zwemmen” voor de deur, dan fietsen en wisselen. Vincent ligt in een deuk!

En dan starten we met hardlopen. Het miezert. So what. We kletsen en ik hou het tempo heel erg laag. De hartslagmeter zit er in het begin vreselijk naast met zone 2, maar binnen een kilometer daalt de hartslag spectaculair tot onder zone 1. We hobbelen lekker om het centrum in Buiten heen.

Vincent maakt een ommetje voor het fotograferen van een auto. We zeggen heel even J van de winkel J&K gedag (maar die is druk) en we kiezen de rechte route.

Ik heb wel last van een suikerdopje, net als Vincent eerder vandaag had. Hij trok helemaal weg, ik loop gewoon door en weet dat ik dit ook ga tegenkomen, oefenen dus! Ik krijg netjes een melding na 20 minuten. Jippie, het werkt! Het maakt me niet uit dat ik zelfs de 5 kilometer niet red. Van de 35 minuten heb ik er 5 in zone 1 gelopen. De rest kwam in geen enkele zone uit. En dan nog een tempo van 6:20 gemiddeld. Ik heb gerend op Global Running Day. En de briefing komt morgen wel! Ik blijk opeens ook nog eens te kunnen nietsdoen. Dubbel geslaagd.

2 juni 2022 – Het laatste stukje hardlopen voor de hele triatlon in Hamburg.

Ik heb een vrije dag van het werk. Kan ik rustig inpakken. Nog een keer naar de therapie om alles op z’n plek te zetten. Ik ben kalm en onrustig tegelijk. Beetje ijsberen en ook voor me uit zitten te staren. Ik ga naar de kranig therapie. Om alle kleine pijntjes eruit te halen. En om nog even helemaal ‘in mijn kracht’ te komen. Het werkt. Ik verzamel alle spullen. Na het eten moet ik nog 1 ding hebben: mijn trisuit. En ik mag nog 1 keer hardlopen. Vincent gaat na zijn wiskunde met me mee.

Het kleine overbekende rondje Oostvaardersplassen. Ik heb nog een leuke opdracht ook: een kilometer in zone 1/2 en dan 800m op tempo 5:30. Moet ik vier keer doen. We gaan onverhard en we kletsen heerlijk. De zon schijnt, het stikt van de vliegjes, de omgeving is prachtig en het lopen gaat easy.

In de tweede keer lopen we onverhard en bedenk ik dat de 800tjes als marathon indicatie geschikt zijn. Geen idee of dat ook geldt voor marathons in een triatlon, maar nu is bijkomend effect ‘onverhard’. Vincent timed op 4:15. In uren zou dat een marathon kunnen zijn. Ik maak me geen illusies.

We maken een ommetje naar de volgende brug. Ook deze 800m gaan in ongeveer dezelfde tijd. Ook onverhard. Vincent rent op en neer voor motoren die lekker langs scheuren. Ik loop echt met gemak! Niet te geloven. Daar is natuurlijk een heleboel werk aan vooraf gegaan, maar dit is een aangename verrassing. Aan de andere kant ben ik er ook klaar mee, met al dat trainen. Ik moet weer naar de toilet, het blijft toch lastig. Accepteren dan maar. Ik kan nu bij RvR die mijn voedingsschema heeft gemaakt en mijn trisuit heeft bedrukt. Het trisuit is prachtig geworden! Vincent draagt ‘m en ik loop nog 1 keer op een heel flink tempo 800 meter. Even de energie eruit. 3:52 – Mocht ik willen!

Op 26 November 2021 heb ik me voor de Ironman ingeschreven. Tussen nu en de triatlon in zitten ruim 1100 loopkilometers, zo’n 160 fietsuren en net geen 100 zwemkilometers. Er heeft afzien tussen gezeten binnen op de fiets. Corona. Diverse halve marathons. In december zelfs een hele marathon. Er zat een fikse verkoudheid tussen. Onbalans in het lijf. En in mijn hoofd. En de prachtigste fietsmomenten langs de dijken van de polder. Ik heb met anderen gesport: Joyce, HB, KH; maar vooral met mijn allergrootste steun Vincent. Ik heb tranen vergoten van ellende in de regen en ik heb plezier gehad in het doen van wedstrijden. Ik heb gewanhoopt en gedacht aan uitschrijven. En ik heb hard gewerkt aan voeding tijdens de wedstrijd en ook in de rest van mijn levensstijl. Er zijn sociale dingen die ik niet heb gedaan en ook mijn huishouden heeft te leiden gehad onder de sportambities. Het werk is niet altijd op de eerste plaats gekomen, maar dat is een mooie tegenhanger geweest, om te denken in plaats van alleen maar te bewegen. Naast RvR voor het voedingsschema, stond de meest geweldige trainster waar ik alleen maar van kon dromen klaar. Met leuke trainingen, uitdagingen en bemoediging.
Naast mij stonden al die tijd Rob en Vincent. Rob heeft me aangemoedigd de Ironman te doen en me elke keer weer laten gaan sporten. Daarbij heeft hij voor mij de passende fiets gebouwd. En me keer op keer naar buiten geduwd. Vincent ging weer mee voor de gezelligheid, het steuntje en om zijn eigen training te doen (die hem op het podium hebben gebracht). Dat ook zij volledig de Ironman omarmt hebben, daar prijs ik me gelukkig mee. Meer dan wat ook. Rob en Vincent hebben dit voor mij mogelijk gemaakt.

Ik toeter niet elke training op Facebook of Instagram (al was ik daar de laatste weken wel mee bezig) en het is al heel wat dat ik alles op Strava heb gezet. Maar vandaag zet ik ook een keer wat op de social media. De reacties, succeswensen, je-kun-het en ‘geniet-ervan’s zijn overweldigend.
yes, I am ready.
Wetend dat die ene dag sporten het resultaat is van al die andere uren en dagen.

3 juni – Een lange reis naar Hamburg ?

Veel file. We gingen niet over Groningen, maar via Emmen, want dat zou korter zijn. Binnendoor naar Bremen. Ik dronk heel veel. Dus we moesten ook een paar keer stoppen. Ik sliep ook achterin. En toch is deze reis maar een heel klein stukje van het lange avontuur naar Hamburg! Het onderkomen is geweldig. Een goeie plek om slecht te slapen. Een onderkomen met lekkere bedden. En met een weegschaal erin (die best correct lijkt te zijn, maar wel weinig aangeeft) en een wasmachine. Een boot! Ik ben niet zo ongelooflijk bang, maar wel gespannen. Een combinatie van onrust en gelatenheid.

Zaterdag 4 juni. The day before…

Ik slaap in delen. Niet diep, niet lang, maar van tijd tot tijd. Er zijn 1000 dingen die ik nog kan bedenken. Wat als ik voeding verlies? (Dan pak ik aan van de organisatie) Wat als ik twee keer lek rij met de tubeless? (Dan heb ik twee patronen bij me) Wat als ik in paniek raak bij het zwemmen? (Dan ga even over op schoolslag) Wat als ik last van mijn enkel/knie/hamstring/linkerteen krijg? (Dan ga ik dribbelen)
Ik kan nog even zo doorgaan. En meestal lukt dat in het donker nog het beste. Ik leg alles klaar.

Dan wandelen we de 3 kilometer naar het centrum waar de happening gaat plaatsvinden. Als het me wat aanvliegt pak ik gewoon Vincents hand vast. Meteen komen we JB tegen bij de registratietent. Gevolgd door de enige andere mij bekende deelnemer DdK. Gezellig. Ik ben voor deze keer volledig gericht op mezelf. Laat al die toppers maar hun eigen ding doen. Dat gevoel van egoïsme is mij vreemd. In de rij mag Vincent mee en om de spanning af te wenden hebben we een spelletje bedacht: verzin een nieuw dubbeldier. Een beest met vinnen en hoorns is bijvoorbeeld een visgeit. We hebben grote lol in de rij. Tot nog toe staat de koekoekat met stip op de eerste plaats. Ik neem de tas, de nummers, het bandje en de special needs tas in bezit. We gaan de winkel door en ik koop een t-shirt met mijn naam er ook tussen!

En dan gaan we naar het startgebied. Daar overvalt het me opeens als ik het water zie en de brug. Voor ik in huilen kan uitbarsten roept Rob Vincent toe: ‘snel, verzin een dier!’ 🙂

We lopen om het parkje heen. Ik ga het wel zien morgen. We gaan inzwemmen, Vincent en ik. Gelukkig heeft Vincent een brilletje extra bij zich, want die van mij ligt in het huisje. Het water is heel even koud en dan heb ik al mijn beetje verwarming toegevoegd. Natuurlijk doet Vincent er wat langer over. We gaan zwemmen en het is HEERLIJK.

Vincent naast me zien, makkelijk slagen kunnen maken, zonnetje en Hamburg op de achtergrond. Dit is herinneringen maken! Dit is puur genieten! Er zijn geen golven. Geen enkele moeite. En onderweg liggen we stil gewoon om te genieten dat dit kan! Ik geniet enorm, maar Vincent vindt het koud en ver en zijn voet doet pijn.

Ik ga nog net zo moeiloos een rondje alleen. Navigeren gaat goed, het water is heerlijk en ik ben nu al blij. Bij het weggaan spreken we JB weer. Deze ‘supervrouwen’coach kan mijn achting niet langer wegdragen, ik kijk neer op de wijze waarop zij dit aanvliegt. Als een “training” omdat ze niet genoeg getraind heeft. Tjonge, wat een geweldig voorbeeld – not. Ik laat me niet langer intimideren. “jij hoort daarbij he”, schreef Joyce me vanmorgen, “tussen al die wereldatleten”. Tevreden over mijn eigen houding wandelen we weer drie kilometer terug naar de woonboot. Ik eet en drink. Langzaam aan richt ik me alleen maar op mezelf. Die focus heb ik nog nooit ervaren. Nooit. Volledig bezeten door 1 ding. Ik zie niet op tegen de uitdaging of de afstanden. Dat heb ik allemaal getraind. Ik weet wat en hoe ik moet eten. Ik kan zwemmen. En hardlopen zal zwaar zijn, maar dat ken ik. Ik ga het beleven. Wat niet goed gaat, zal ik oplossen. En wellicht is er niks op te lossen.
Samen met Vincent leg ik alles nog 1 keer bij elkaar en neem ik alles nog 1 keer door.

Dan gaan we met fiets en spullen nog een keer 3 kilometer wandelen. Nu vind ik het wel eng en onbekend. In die enorm grote wisselzone. Daar staat mijn racefietsje tussen grote tijdritfietsen.

Ik hang de tassen op, wordt nog geïnterviewd en dan wil ik terug naar het huisje. Ik heb rust nodig. Concentratie nog verder focussen. Ik eet veel. Lukt ook prima. Ik ben toch zoveel afgevallen! (een weegschaal in het vakantiehuisje, wie bedenkt dat!) Nu nog proberen zoveel mogelijk te slapen. Ik ben er klaar voor.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Voor Annemarie – een trainer van goud met een diamanten rand

Je hebt trainers, er zijn coaches, er zijn mensen die dat combineren en je hebt Annemarie. Trainers geven een training op, zo algemeen mogelijk en soms maken ze ook een schema om je naar een doel te helpen. Dat hoeft helemaal niet een bekende te zijn: Evy Gruyaert was mijn eerst trainster, die ingesproken had waneer ik een minuut moest wandelen en wanneer hardlopen. Geen eens een mens in de buurt, alleen een stem. Toen kwam er een papieren schema van de hardloopclub. Je mocht kiezen: 3 of 4 trainingen per week. Ik koos natuurlijk de vier-variant! Ik tekende de trainingen keurig af.

Dan een persoonlijk schema van 16 weken voor de marathon van T. van de hardloopclub. Ik volgde elke training, maar meer dan zo heel nu en dan de vraag: gaat-ie, kreeg ik er niet bij. Een standaard schema van internet bleek niet bij mij te passen. En toen kwam Merijn. Eindelijk wel echt een persoonlijke aanpak! Wel die regelmatige vraag hoe het gaat, waar we heen gaan, hoe het moet. Hartslag, nachtrust, dagcijfers. Ik vloog er van! Sterker nog: ik vloog uit. Van hardlopen naar triatlon. Schrikken van het aantal uren ineens!

In een overzichtelijk xcel-bestand stond precies wie ik op basis van de sportdata was. Maar na een paar jaar werkte het verstikkend opeens. Klaar met iemand die mijn data beter kent dan ik mezelf. Niet het handigste moment, midden in het seizoen vlak voor de eerste echte halve triatlon. Ik nam een half jaar schema’s aan van LK. Terug bij gewoon een schema voor mij en geen vragen of medeleven. Een keurig trainingsschema, niet meer en niet minder.

Toen wilde ik een vrouw als begeleider; die moet een andere vrouw toch beter begrijpen? Ik ging in zee met G, maar zij en ik hebben nooit echt een klik gehad. Toen was daar Training Peaks. Kleurtjes, ietwat dwangmatig en onpersoonlijk. Merijn had de standaard veel te hoog gelegd! Ik kwam uit bij Frank. Heel direct contact. Frank maakte een schema wat mij als een jasje paste.

Terug naar excel, lekker basic en ruimte te over voor mijn eigen inbreng. Geen verstikking en lekker veel aandacht. Frank coachte en trainde mij naar een hele triatlon. Hij hielp me waar hij kon met betrekking tot de ‘randzaken’, zoals de voeding. Zijn eigen ervaring op een hele triatlon was echter al lang geleden. Frank werd steeds meer een goede vriend dan een trainer en coach. Met pijn in het hart zocht ik iets meer. En zo switchte ik vorig jaar naar de trainer die Vincent ook heeft. Daar zat ook een praktische kant aan! Terug naar Training Peaks.

Dwangmatigheid diende zich aan en deze trainer kon mij niet afremmen of stoppen of begeleiden. De data vertelde niks meer over de Anke die achter alle groene trainingen zat. En deze trainer gaf me veel te veel vrijheid. Wonderlijk genoeg overleefde ik dat zonder blessures! Al na een paar maanden zocht ik verder en vond iemand die opviel door wél te vragen hoe het ging. Toch weer een man, want vrouwen zijn niet dik gezaaid. Deze trainer-coach begon veelbelovend, maar nadat ik me vol vertrouwen had ingeschreven voor een Ironman, ging het bergafwaarts. Hij sloot aan bij een topclub coaches, maar wat mij betreft voldeed hij aan geen enkele standaard meer. Onbereikbaar, saaie trainingen, nauwelijks ter zake doende reacties en desinteresse. Training Peaks toonde me alleen maar data die me niks meer zei over hoe (slecht) het echt ging.

Ik zat echt met een probleem, want ik stond ingeschreven voor de Ironman en het antwoord ‘heb geduld, het komt goed’ vertrouwde ik niet. En toen kwam Annemarie. Het beste wat die nare trainers het afgelopen jaar hebben gedaan, is mij in de handen van Annemarie drijven.

Annemarie Rustenberg. Ja, ik kende die naam wel toen KH het voorstelde. Die wint toch vanalles? Zij was van de wedstrijd in Urk toch? Doet die er ook een beetje training en coaching bij? Zij is toch ook zo’n gymdocent, van dat onbetrouwbare kijk-mij-eens-geweldig-zijn-volkje? Meer wist ik niet van haar, maar ik moest het een kans geven. KH had me Frank destijds ook aangeraden en dat is goed gegaan.

Lieve Annemarie, de eerste keer dat ik je sprak in Zeewolde was ik niet echt meteen overtuigd eerlijk gezegd. Onder het toeziend oog van de kaartende mannen van de Zeewolde Endurance zaten we aan de koffie en thee. Je rare accent, ietwat afwezig in het begin van het gesprek en stroef. Geen Training Peaks meer, voor de lol begonnen ooit en nu 40 atleten onder je van alle niveau’s? Nee, ik was niet direct enthousiast. Tot je begon over je vak, over het coachen van mensen, geeneens het afstandelijke woord atleten. Je had het niet over je eigen prestaties, schepte niet op over de Frysman van jezelf, je luisterde door mijn tekst heen en was direct scherp. Ik weet nog dat je me aanraadde een sprint de week na de hele gewoon niet te doen met overduidelijke argumenten en uit eigen ervaring, maar zonder daarbij jezelf ook maar 1 moment op de borst te kloppen. Ik ga het niet doen. Het was een verademing na een jaar waarin naar de data in Training Peaks werd gekeken en ‘ja’ werd gezegd. Hemel, wat vergiste ik me in jou! Jij was helemaal niet stroef of afwezig, jij hebt alles, maar dan ook alles gehoord wat ik vertelde. Moeite met voeding, melde ik en jij had het al opgeslagen zonder pen en papier. Last van zenuwen, stond al snel bij mij als mens in jouw geheugen. Je hebt me als Anke benadert; als persoon, als mens en niet als data, niet eens als atleet, maar als sporter. Met alles wat daarbij komt: moeder van een sportende zoon, werk, angsthaas en gedreven. Toen je zei: “oh ja hoor, geen enkel probleem om je naar die Ironman toe te helpen, zeg maar wat jij wil” was het accent helemaal weg. Weet je nog welke vraag en conclusie je stelde toen we wegliepen over op welke school Vincent zat? Met die vraag bewees je me dat je vreselijk goed geluisterd en opgelet had en hoe verstandig je kunt combineren!

Omdat ik voor mijn gevoel weinig andere keus had met de huidige trainer, nam je het twee weken later over. Half februari werd ik aangesloten op je eigen platform van Train3Sports en keek je mee in Garmin. Ik mocht schrijven op je eigen platform en als jij data nodig had haalde je dat bij de bron. Prettig voor een schrijver zoals ik! Binnen twee weken bewees je jezelf. Jij begreep de data, legde precies uit wat ik weten moest en las daarbij wat het met mij als persoon deed.

De eerste weken nam je het schema nog over, maar daaruit begreep jij al snel meer dan de trainer-die-elke-dag-zou-kijken deed. Je begon over cadans, over het fietsen waar ik het animo met week na week dezelfde training helemaal voor kwijt was en over de hartslagzones. We hebben alles in elkaar gezet en getest en ik heb Trainings Peaks geen moment meer gemist. Zeker de druk om een ‘groene’ training te halen niet! Ik ben vanaf het eerste moment eerlijk geweest en dat gaf je ook altijd terug. Nooit heb ik tussen de regels door ook maar 1 verwijt gelezen! Wel verbeteringen die mogelijk waren, duwtjes in de goede richting en ook ‘zou ik niet doen’ las ik terug. En dan deed ik het niet! We waren net begonnen toen je me door Corona heen moest loodsen. Ook daar hield ik je van op de hoogte en je leefde mee. Je hoopte mee en het kwam weer op zijn pootjes terecht.

Binnen 3 maanden heb je mij mezelf bewezen. Meer dan Evy, Merijn en Frank bij elkaar ooit hebben kunnen doen. Meer dan op tijd ben je voorzichtig gaan pushen over voeding. Voor elke wedstrijd wenste je me succes en niet alleen een onpersoonlijk bericht, maar met nadruk op genieten en lekker doen.

Één van de belangrijkste dingen die jij hebt betekend is dat je nooit ook maar enig moment mij het gevoel hebt gegeven me ergens mee te vergelijken. Niet met jezelf (voor wie mijn wedstrijdtempo een trainingstempo is), niet met podiummonsters die altijd sneller zijn, niet met andere lopers die minder hard gaan. 1 Opmerking daarin is heel belangrijk geweest. Ik schreef dat ik me aan mijn eigen tempo ergerde omdat ik altijd zo sloompjes fietste in de trainingen in vergelijking met andere vrouwen van mijn kaliber. “ik snap wat je bedoelt, klinkt misschien cliché, maar zo zijn er altijd mensen te vinden om mee te vergelijken die een stuk harder fietsen, of beter. Dat heb ik zeker ook, maar de kunst is om naar je zelf te kijken als vergelijking… Naast de frustratie die er soms even is..” schreef je. En daarbij de verzekering dat de progressie op de fiets ook komt.

Met trainingen gericht op de voeding (elk kwartier eten en drinken) heb je me ruim op tijd voorbereid op een hele triatlon. En dat terwijl je zelf geblesseerd was, verhuisde en met vakantie ging! Ik voelde me geen moment ‘vergeten’. Je hebt me alle ruimte gegeven om zelf mijn beslissingen te maken: welke fiets ik neem, welke voeding ik aanneem, welk trisuit ik aandeed; maar je hebt bijgestuurd, gemonitord en bent betrokken geweest. En op dat ene moment dat het even niet ging en ik je paniekerig een bericht stuurde dat mijn hamstring niet meedeed, toen reageerde je accuraat en snel en met precies het goede advies. Je hebt al die tijd voor me klaargestaan.

Vincent vroeg me: wat moet er dan aan jouw coach verbeteren? Ik wist het werkelijk niet. Ik kwam echt niet verder dan je accent veranderen. De rest is perfect voor mij: schrijvend, data uit de bron halen, opmerkingen als “van mij mag de cadans hoger” en “zeg maar ruim boven de dertig gefietst!!” doen me meer dan ik zeggen kan en de betrokkenheid voel ik overal. Je hebt me meer gegeven dan een leuk, afwisselend en opbouwend schema: je hebt me het vertrouwen gegeven dat ik het kan. Zelf. Met jouw hulp ben ik gekomen voor wat ik zelf waard ben.

En nu, zo vlak voor een hele triatlon, kan ik zeggen: ik ben super in vorm. Het is goed gekomen met het fietsen, ik loop beter dan ooit, de hartslagzones kloppen, de voeding is op orde en jij hebt alle tijdsdruk en prestatiedruk zorgvuldig achterwege gelaten. Ga genieten en je kan het, het zit in je, echt waar! is de enige opdracht.

Ik zou graag tegen al je voorgangers willen schreeuwen: zo kan het ook, het kan echt wel, het is mogelijk om echt een topcoach én supertrainer én zelf ook nog eens geweldig tegelijk te zijn! Maar ik ben bang dat je dan veel te veel atleten krijgt en ik hou je lekker graag voor mezelf. 🙂

Ik weet nog maar 1 minpuntje: je bent te licht. Je weegt gewoon veel te weinig. Daarmee kan ik je gewicht niet als waarde in goud uitdrukken, dan zou je het dubbele moeten wegen (wat niet handig is voor je eigen wedstrijden). En je bent echt GOUD waard. Bezet met zuivere diamanten.
Maar aan niemand vertellen hoor, dan krijg je het veel te druk!

Categories: Geen categorie | Leave a comment