Ironman Hamburg

5 juni 2022

Als het niet gaat zoals het moet en zoals je wilt, pas ik mijn ijzersterke wilskracht aan en moet het maar zoals het gaat.

De korte versie:

Een verhaal van wilskracht, doorzetten en misselijkheid. Mijn verhaal: door de misselijkheid (van de zenuwen of de golfslag?) zwemmend meer dan eens op schoolslag teruggevallen en kokhalzen. Fietsend bleef de misselijkheid lang hangen. Het voelde als ‘thuis’ met de wind op de dijk! En toen hoopte ik tevergeefs op dan maar een goede loopdag. Helaas bleek dat in de eerste ronde al niet meer zo te zijn. Gels spuugde ik onmiddelijk weer uit en ik viel vaak terug op noodgedwongen wandelen. Toen ik halverwege de derde ronde (op de dixie!) bedacht dat het dan maar flink hard wandelen werd, kwam ik eindelijk tot bezinning en werd het zelfs nog leuk! Op cola in de laatste ronde kon ik zelfs vaak het rennen oppakken. Ik rende stukken voor iemand anders. Op het laatste stuk na, toen dacht ik fier rechtop lopend aan mezelf! Dat moment waarop je hoort ‘you are an ironman’ is onbetaalbaar. Ik heb een ijzeren wilskracht en een extreem doorzettingsvermogen, wat mij gesmeed heeft. De afgelopen maanden. In een prachtige trainingsreis. Misschien was dit niet de eindtijd waarvoor ik had getraind, maar wel een PR (een half uur sneller dan de Frysman) en binnen de 14 uur!

Het lange, complete verhaal:

Vier uur ‘s ochtends. Ik lig al een half uur wakker, en daarvoor heb ik ook liggen draaien en ben ik een keer of 3 naar de WC geweest. Mijn eerste gedachte is: kan ik blijven liggen. Meteen gevolgd door de overheersende gedachte: eten. Ik maak gewoon yoghurt met meloen en muesli, precies wat ik gewend ben. Vincent zit naast me en speelt mijn candy crush spel. Hij gaat vandaag mijn social media berichten maken, zodat mensen me kunnen volgen via Instagram en Facebook. Ik ben onrustig en gespannen. Ik kijk niet uit naar vandaag. Als het eten op is (met moeite), kruip ik heel kort terug onder de dekens. Laat mij hier maar blijven… maar nee, mijn haar moet in een vlecht en ik stop nog een onderbroek in de after-race-bag. Ik doe mijn trisuit aan en smeer overal veel vaseline. Ik ga nog op de weegschaal staan. 66,8 kilo.

Insmeren met zonnebrand als het langzaam licht wordt buiten. Ik kan niet goed beschrijven hoe ik me voel. Bang komt het dichtste bij. Het realistische denken wat ik de afgelopen tijd kon, is weg. Dat ik dit kan, hiervoor getraind heb; dat zijn mijn hersens vergeten. Vincent kan het wel zeggen, maar ik ga op slot. Automatische piloot. In een overleefstand. ‘Waarom is het toch zo vroeg?’, mopper ik tegen Rob. ‘Als ze dat fietsen nu inkorten, heb je nog iets aan je dag’. Bij een flinke knuffel ga ik nog even tegen hem tekeer: “Je zei nog ‘Doe een Ironman, leuk’, maar dat had je niet moeten zeggen he?!” Bedenken wat zij mee moeten nemen, kan ik echt niet meer. Er bestaat maar 1 ding vandaag: de hele triatlon. De laatste spullen pakken en om 5 over 5 wandelen we door een stil Hamburg.
Ik neem de wandeling alleen maar op met mijn Apple Watch, om de Garmin zoveel mogelijk te sparen. Die mag de rest van de dag! Ik ben vergeten mijn tanden te poetsen vanmorgen. Ik drink veel. De tweede bidon is al bijna leeg. Als we achter getrainde triatletes aan lopen, word ik alsnog onzeker tot op het bot. Ik ga mijn witte tas inleveren en mijn bidons op de fiets zetten. Even iets doen leidt me af van de angsten. Vincent staat bij mijn fiets, die stoffig is door de bomen. Veel bedrijvigheid in de wisselzone. Bidons erop.

En dan zegt Vincent dat de fietscomputer ook kan. Ik ontdek dat ik het voedingstasje vergeten ben! Toch nog een keer op en neer lopen door de ellenlange wisselzone. Ik ga met de witte en oranje tas naar de uitgang en weet niet waar ik die moet laten. Dat is onduidelijk vind ik. De witte tas bij de rest en voor de oranje tas moet ik zoeken naar de vrachtwagen. Dan begint de wedstrijd. Kwart over 6. Het startschot voor de pro’s. DdK geeft me nog even een boks en ik moet mijn wetsuit aandoen. Ik moet plassen. En de Dixies zijn vol. Ik zie de mensenmassa, raak overdonderd door alle geluiden en weet dat het zwaarste nu komt. En dan overvalt het me. Bang en zenuwen worden verdrongen door doodsangst. Slippers aan, wetsuit aan. Alles past me makkelijk. Babyolie, badmuts vastpakken, zwembril. Om half 7 mogen de age-groupers beginnen. Ik ga het laatste startvak in. Rob en Vincent staan aan de andere kant van het hek. Van rustig wachten, in mezelf keren en een spelletje doen is geen sprake. Ik ben onrustig, ijsbeer heen en weer, ik tril en ik ben heel, heel erg bang en gespannen. Onomkeerbaar. Vincent zal later zeggen: ik kon je ook niet bereiken, je liep weg en keek me niet aan. Ik word er misselijk van, mijn maag keert zich om, ik moet zitten.

Ik drink nog wel wat. Plas nog een keer (de voordelen van een wetsuit). Loop op en neer. Probeer nog een krokofant, maar de misselijkheid kan ik niet onderdrukken. Ik neem een Maurten gel en de klok kruipt verder. De gel duw ik kokhalzend naar binnen met een halve bidon water. Ineens bedenk ik me dat ik dan maar eerder moet starten, want als ik gestart ben is deze ellende over. Dan hoef ik alleen maar te zwemmen en te fietsen. Waarop het meteen begint te draaien, want hoe kom ik de dag door? Vincent loopt met me mee naar het volgende startvak en ik ga voordringen. Een vrijwilligster pept me even op en ik dans zelfs eventjes! Ik krijg een knuffel van haar, maar dat ik me ziek voel, kan ze niet keren.

Ik dring de rij in. Ik moet starten! Weg hier, van deze zenuwen en deze misselijkheid! Weg van deze knoop in mijn maag. Vlak voor de poortjes hang ik nog even op het hek. ‘Keep breathing’, zegt een vrijwilligster. En dan is het even wachten en ik mag gaan.

Kwart over 7 ongeveer. Ik zwem. De zenuwen zijn niet meteen weg, maar het zwemmen gaat makkelijk en is lekker. Alles zit voortreffelijk en het is goed: watertemperatuur, wetsuit, brilletje, het horloge staat aan. Het is niet druk en ik zwem weg. De zenuwen maken geen plaats voor het gevoel van kom-maar-op. Ik verbaas me over hoe makkelijk ik zwem, dat wel. Gewoon de rust bewaren, ik heb geen haast, ik heb de hele dag de tijd. Lekker op goed zwemgevoel zwem ik naar de brug en er onderdoor.

Ik kan uitstekend navigeren met mijn brilletje, de gele boeien zijn bakens. Onder twee bruggen door zelfs! En dan komen we op het grote meer. Ik voel iets meer golfslag. Geen windkracht 5, maar kleine golven. Daar zou mee te dealen moeten zijn. Ik zwem lekker verder. Om me heen zie ik veel andere zwemmers, vooral groene badmutsen, en soms zie ik iemand schoolslag doen. Ik zie ook iemand even op zijn rug draaien. De eerste kilometer gaat superstrak in mijn eigen tempo. En dan word ik opnieuw en heftiger misselijk. Ik zwem naar de linkerkant en ga over op schoolslag. Ik moet kokhalzen. Heel lastig op het water. Niet dat ik opgeef, maar ik voel me echt ziek. Op dat moment maak ik me niet druk waar het door komt, maar hoe ik er doorheen kom. Ik zie het bootje en ze zoeken wel wie ze horen krijg ik het idee, maar ik wil dit eerst zelf proberen op te lossen. Ik krijg de ademhaling weer onder controle en zwem rustig met de borstcrawl verder. Door naar de volgende gele boei. 1 Keer word ik geraakt door iemand die over de binnenkant mijn hand krast. Het doet pijn, maar er is geen schade. De pijn leidt af van de misselijkheid. Helaas is het genieten van het zwemmen nu definitief van de baan met een maag die een eigen beweging in gedachten heeft. De boeien bereik ik 1 voor 1. We zijn al zo ver op het grote meer! Door naar de gele driehoek. Er staat een Ironman logo op. Ik ga nog een keer over op schoolslag. Kan ik goed om me heen kijken. Nu ben ik toch al niet meer snel! Gaaf hoor, hier op dat grote water midden in de stad.

Door naar de andere gele driehoek. Ik zal die ook bereiken! En dan keren we om. Mijn horloge geeft al een flinke zwemafstand aan. Ik zie de brug in de verte en de stad en om me heen zwemmen andere mensen. Ik plas nog een keer, ga nog eens over op schoolslag en kijk naar de brug. Gaaf eigenlijk. Maar ik ben hier om heel ver te zwemmen en niet om te treuzelen! Hoppa Anke, door! Ik neem dat moment even goed in me op en ga dan weer van boei naar boei. Oranje zijn ze hier. Het voelt alsof ik laatste ben, maar achter me zie ik nog badmutsen. In mijn buurt een paar witte van dames, maar de meeste mutsen zijn groen. Als we dadelijk onder de brug door zijn, zal het makkelijker worden; hou ik mezelf voor. Jammer dat ik hier niet van kan genieten, maar het zij zo. De watertemperatuur is goed, mijn slag is moeiteloos en ik ga lekker rustig onder de brug door om echt het moment te pakken. Na zo’n stuk zwemmen wordt het niet makkelijker als de lichte golfslag weg is. ‘t Is gewoon een end. Ik ga niet meer kapot aan het zwemmen, maar ik kan geen gebruik maken van de kracht die ik in het zwemmen heb ontwikkeld.

Overigens gebruik ik mijn benen helemaal niet. Zwemmen doe ik op armen en het drijfvermogen van het pak. Die benen mogen straks. Als ik daar aan denk, moet ik even over op schoolslag. De misselijkheid gaat niet zomaar weer over. Die laatste 800 meter ga ik ook doen hoor! Ik hoor al weer veel geluid aan de kant en ik ga naar de volgende brug. Sneller als de Frysman zal ik zeker zijn en het ging een stuk beter, maar zo snel als ik hoopte ben ik niet. Het voelde wel makkelijker, maar niet lekkerder. Ik zwem veel meer dan 3800m. Onder nog een brugje door. Ik plas nog maar een keer. Heus, ik heb mijn bijdrage geleverd aan de opwarming van het water!

Ik zie een beetje op tegen de drukte dadelijk, als ik maar overeind blijf! En dan stap ik de kant op. Dik anderhalf uur. Ik zwalk niet, ik sta stevig op mijn benen en ik blijf misselijk. Jammer dat dit nou net niet precies mijn dag is.

Naast me komt een kano. Ik denk even dat er iemand uit het water is gehaald, maar later realiseer ik me dat het special team is. Ik ga geen haast maken nu en ik wandel door de lange wissel. Ik heb mijn wetsuit snel half uit.

Filmpje via Ironman – met muziek en persoonlijke momenten. Einde van het zwemmen

Ook mijn tas pak ik snel, ik zit vooraan. Ik registreer een tent voor vrouwen en veel drukte in de mannentent. Wetsuit is al uit en prop ik in de tas. Sokken aan gaat prima, ik wankel er niet eens bij! Helm pakken, fietshandschoentjes en dan kan ik mijn tas al afgeven aan de vrijwilligster naast me. Ik loop door en moet mijn helm opzetten als ik door de tent heen ben. Ik klik ‘m snel vast en ik mag doorlopen van de meneer met een klein knikje. Ik heb een oranje bandje omdat ik dit voor het eerst doe hoor! Ik pruts de handschoentjes aan en bedenk dan dat ik mijn bril vergeten ben. Balen. Dan kan ik geen knappe triatleten spotten op hun mooie fiets. Ik moet er van gniffelen. Voordeel van de laatste groep zijn: mijn fiets vinden is niet moeilijk! Het blauwe doek vlak bij mijn fiets is een prima herkenningspunt. En Vincent staat er.

Ik roep nog naar Vincent dat ik misselijk ben, maar ik denk niet dat hij dat hoort. Met de fiets is het nog een stuk lopen. Gewoon in wandelpas hoor, ik hoef niet te rennen; ik doe dit voor mezelf mensen! Netjes net over de rode lijn stap ik op.

En dan al snel de tunnel in. Nog een enorm voordeel van niet zo snel zijn: ik zit niet in de massa. De tunnel gaat snel en dan naar rechts. Ik laat me leiden, want de route ken ik niet. Het is rustig op de straten op deze vroege zondagmorgen. Daar geniet ik van. Ook nu ga ik geen haast maken. Ik merk een hoop dingen op: een eis-mannetje, winkeltjes, sporen naast me, de politie-agenten. Maar ik ben ook bezig met het fietscomputertje even aanzetten en letten op de cadans. Ik ben helaas nog niet van de misselijkheid af. En dan gaat het een beetje heuvelop. Lekker dan! Maar goed, dat doe ik gewoon maar, ik kom wel boven. Tussen de huizen door, de wegen zijn breed en ik word ingehaald. Het kan mij niet echt schelen, ik doe dit echt voor mezelf. Als ik die vage misselijkheid nou maar eens weg kreeg! Dan komen we langs de villa’s en de havens te rijden. Die havens zijn echt prachtig in de verte! Ik roep hardop ‘wow’.

Er is ruimte genoeg om te fietsen. Zeker op dit moment en tijdstip. Ik ga het nog leuk vinden! Zonnetje erbij en een prachtig uitzicht. Niet denken dat ik pas net onderweg ben, want dat bederft de pret. Het gaat zelfs weer omlaag. We zitten met een aantal mensen aan de verkeerde kant van de pilonnen, maar er is nog geen verkeer. Komt omdat de politie iemand aanhield. We worden teruggerouteerd en ik zie de fietsmecanics. Ik lees een nul teveel en vraag me af waarom ze die 5 kilometer van tevoren aankondigen. het is natuurlijk 500m. Dan zie ik het eis-bordje weer. He, ik ben al rond het eerste stuk! Ik zie HBo rijden. HBo is een Nederlander. Hij traint nooit, maar doet wel hele triatlons. Een groot aantal per jaar. Niet snel, maar als een hele dag lekker sporten. Altijd in Ajax trisuit. Ik ben dus zeker niet de laatste! Dan ben ik in de stad en bij het station. Geen idee hoe ik daar gekomen ben, maar dit stuk wandelen we elke keer. Herken ik even iets!

En dan gaan we de minder mooie stukken van de stad door. Veel industrie. Ik drink al goed en gestaag. Hopelijk verdrijft het wat van de onbestendige misselijkheid. Ik lig ook lekker veel. De fiets zit heerlijk en het trisuit ook. Alles is al droog. Als ik die knoop in mijn maag kan ontwarren en niet denk aan wat ik verder nog moet doen vandaag, zou het perfect zijn. Onze huurboot ligt een stuk naar rechts en dan langs de eerste post. Ik zie de zakjes liggen, daar kan ik straks wel stoppen. Het is nog een stuk verder de stad uit. Bij en over de spoortracks naar rechts. We rijden langs het water. Een rustig, kalm stuk. Een soort waterwerk gaan we over. Het lijkt al een beetje op de polder. Alleen de klinkertjes vervloek ik even. Dit stukje is geen heen en weer parcours. Dat is beter voor mij.

En dan komen we op de dijken waar je heen en weer fietst. Ik zie al mensen die de eerste ronde er al op hebben zitten! Dat geeft me onrust. Nu moet ik gaan uitkijken naar DdK en JB. En naar al die andere fietsers die ik net niet goed herken doordat ik de zonnebril mis. Ik drink en ik eet keurig de gel en ik drink er water bij. Misschien niet helemaal genoeg, maar ik blijf wel degelijk aan het drinken. Op de dijken begint het spel met de wind. Ik heb ‘m nu tegen. Voor mij is het maar een beetje en prima te behappen. Ik ga nog steeds best op een lekker tempo, maar ik trek me er eigenlijk helemaal niks van aan. Ook met de cadans ben ik nauwelijks bezig. Wel met de afstand. Voor mezelf ga ik eerst tot 50 kilometer rijden en dan naar de 60. Ik probeer nog een rekensom, maar ik verzand erin en ik weet niet meer waarover.

Ik kijk naar de anderen. Ver voor mij. Er zijn ook mensen die hun band moeten plakken. En heel soms jury of de EHBO motoren. Ik moet eigenlijk een beetje plassen, maar nog niet nodig genoeg. Dat stokt het drinken altijd toch een beetje. We komen langs een strand en nog een post en langs een fotograaf. Het is allemaal een beetje vaag en ik herinner me niet alles precies. Dat is wat er gebeurt: blijven trappen, het zou mooi zijn als je je ergens in kan verliezen, maar ik heb dat vandaag niet en ik kijk naar (een handvol) mensen langs de kant, fietsers op het fietspad, deelnemers die me tegemoet komen en de stepper. Ik denk dat ik DdK zie, herkenbaar aan de blauwe helm en schoenen. Daar rijden heel veel mensen, in mijn omgeving is het een stuk rustiger. We gaan het land in en dan door naar de 60km. De dorpen vind ik leuk: mensen in hun tuintjes, verkeersborden, gazonnetjes. Het lijkt op Hoorn, daar was dat ook, zo die dorpen. Alleen was ik daar na 90 kilometer fietsen klaar. En dan is het nog verder tussen de velden door. Waar zit het keerpunt eigenlijk? Er komt weer een fietsmecanics aan en dan draaien we opeens.

Ik merk wel dat ik de wind mee krijg, maar echt notie neem ik daar niet van. Ik reken wat met de 60 kilometer en dat ik op een derde ben. Nou ja, ik ben op de weg terug van ronde 1. Achter me zitten nog steeds mensen, of zouden dat mensen zijn die al in de tweede ronde zitten? Ik heb geen idee of de snelste mij dan al voorbij is gegaan. Ik liet haar niet heel netjes passeren omdat ik zelf net iemand inhaalde. Zo omringd door motoren. Dat we weer door het dorpje gaan weet ik niet echt meer. Inmiddels heb ik mijn schoenen natgeplast. En de bidons raken lekker leeg. Ik heb een stukje van de reep gepakt en dat kan er ook voor zorgen dat ik weer lekkerder ga. De misselijkheid is weg! Ik weet niet precies waar het gebeurt is, maar ik voel er niks meer van. Ik ben weer bij de bocht en ga terug langs de dijken. Het is een zondagmiddag, dus er zijn nu ook overal veel dagjesmensen. Is het eigenlijk al middag? Van het hele stuk tussen de 60 en 80 kilometer herinner ik me nauwelijks iets. Ik kijk mensen, confronteer mezelf onbewust met het één en ander en ik ben in een andere wereld dan in Duitsland. Liggend op de bars en fietsend is mijn wereldje heel klein. Rondjes draaien, zoals ik er duizenden gedraaid heb. Maar ik ben me er niet van bewust, van de omgeving of hoe het gaat.

Daarna is er stuk weer éénrichting en dat voert langs het water met uitzicht op Hamburg. Geweldig. Tot het slechte wegdek komt. Tussen de Duitse vakwerkhuizen door. Met een klimmetje erin. Het is Zwift, maar dan in de werkelijkheid. Dat vind ik leuk, ik zie bijna een duimpje boven mijn hoofd verschijnen! Dadelijk ga ik dit nog leuk vinden! Alleen het wegdek in Zwift is beter. En dan de stad weer in. Langs de industrie-achtige omgeving. Langs de garage met de 2 supercars voor de deur en tussen de bedrijven door die dicht zijn. Over het spoor en dan linksaf de stad echt in en langs de Real winkel. Ineens ben ik dan weer bij het station. Daar ga ik naar links zo de tunnel in. Ik ben compleet verrast. Als ik de tunnel uit kom zie ik Rob. Stak ik nou echt mijn tong uit omdat dit allemaal best leuk is?

Ik keer om en ga weer de koele, rustige tunnel in. Ik zie mijn schaduw in de lampjes. Ik ben op de helft. Genoeg bidons zijn leeg. Ik heb al een Ironman bidon met water. Qua voeding zit ik redelijk op schema. De zon schijnt en de fiets en ik doen het nog steeds. Ik vergeet te kijken en te rekenen hoe lang ik nog moet fietsen. Dan de stad weer door. Het is nu superdruk met dagjesmensen. Ik klim weer omhoog en dat vind ik deze keer gewoon echt leuk. Ja, als ik zo terugdenk was ik toen in mijn element. Ik lette nergens op en was in het moment. Langs de villa’s zag ik iemand voeding aannemen van zijn vrouw met kinderwagen. Oh, dat mag niet… Maar in deze achterste regionen moeten ze maar eens komen als jury! Het uitzicht op de havens is nog steeds prachtig, maar niet meer zo indrukwekkend als vanmorgen. Ik merk dat ik al 100 kilometer heb gefietst. Ik ben al over de helft! En dan de stad weer in en de drukte. Ik ontwaar zowaar Rob en Vincent! Grappig dat ik ze zo her en der weer tegenkom.

En dan langs het station de stad weer uit. Tot straks! Ik ga naar mijn eten toe. De gels zijn hard nodig, ik heb ruim 2 bidons leeg. Van mij mag de zon wel uit nu. Eigenlijk. Daarachter het woonbootje en de sporen over en daar is de post. Ik stop, zoek mijn eigen tasje en sta stil om te wisselen. En passant doe ik een plas. Sorry meneer… De gels in het tasje, de brokjes reep in het plastic zakje laten, alles plakt. Even stilstaan en dit zorgvuldig doen is voor mij belangrijk. En dan door.

Ik zie DdK aan de andere kant; heeft die even hard gefietst zeg. Hij is bijna klaar en ik mag lekker nog! Ik voel wel dat de wind aantrekt. Ik kan prima met wind omgaan en ik heb er een gevoel voor. De waterkering weer over en het kleine stukje cobblestones.

Even moet ik wat strekken op de fiets en me even vermannen. Ik ga aan het rekenen hoe lang ik nog ga fietsen, maar ik kom er simpelweg niet uit. Ook het gemiddelde berekenen blijkt voor mij onmogelijk. Het houdt me wel bezig zo tegen de wind in op de dijk. Over de sluis en dan de lange rechte weg op. Het is eigenlijk best wel eindeloos! Ik zie JB ook rijden in haar oranje trisuit. Mooi om te weten dat ze nog meedoet. Inmiddels heb ik ontdekt dat sportdrank die in een tasje in de zon in een zwarte bidon zit, verwarmd is. Had ik niet hoeven te weten. Ik neem redelijk netjes de gels en pruts de plakkerige brokjes uit het plastic zakje. Alsof zilverfolie niet lastig genoeg is. Langs het strand waar het echt druk is en ze nog steeds met dat spel met stokjes bezig zijn. Door het dorp waar het nu stil is. En toch zijn er nog wel mensen buiten hoor: een lieve moeder met kind, een oude man, in de tuin bezig. Ik vind het niet erg dat het rustiger wordt. Inmiddels heb ik met veel moeite uitgerekend waar driekwart is en kijk ik uit naar de 135 kilometer. Hoe lang ik nog nodig ga hebben voor de laatste 45 kilometer krijg ik niet voor elkaar. Dat is maar goed ook.

Het keerpunt en ik weet nu zeker dat de wind is aangetrokken. Ik zie nog mensen achter me. Ik roep naar HBo, maar hij kent mij niet. Er is ook een vrouw in burka. Volledig bedekt. Grote, grote klasse. En op de dijk is er een man die van lege flessen wasmiddel met balletjes erin iedereen toejuicht. Er is een leuke vrijwilliger zag ik daarstraks zonder bril, maar ik vind hem nu niet meer terug. Ik heb nu toch wel wind mee.

Filmpje via Ironman – met muziek

Dat is erg fijn zo op het einde. Het is al stiller op het parkoers. Voor mij heel prettig. Ik ben niet van de drukte. Of dat in de coronatijd afgeleerd is, of dat ik daar sowieso niet tegen kan, noem het hypersensitief of autisme: ik ben slecht in de mensenmassa. Niet dat ik dat daar bedenk hoor, maar achteraf is de grootsheid van de Ironman misschien wel niet zo geschikt geweest voor mij. Teveel indrukken en mensen. Dan zie ik aan de andere kant de bezemwagen. Mij gaan ze niet meer opvegen, want ik ben de 160km al gepasseerd, maar de stepper blijft achter. Om mij heen fietst Tim. Ik eet, hij haalt me in, hij eet, ik haal hem in, hij haalt mij in, hij fietst met iemand anders, ik haal ze in, ik plas, hij haalt me in en dan plast hij. Ik kom drinkend verkeerd uit voor het steile stukje in het Zwift landschap. Vergissinkje en veel schakelen. Herkenbaar uit de virtuele wereld! Dan het slechte wegdek over en de stad in. Ergens is het jammer. Langs de industrie fiets ik even met Tim en met deze Engelsman praat ik over… het weer. Ik vind het te zonnig, hij is ook meer van de regen. Hij vindt ‘t teveel wind, maar dat heb ik niet. Het is allebei onze eerste Ironman. Ik wens hem succes met de marathon en ga dan zelf nog een keer goed drinken en plassen en een stuk reep eten.

De echte stad weer in. Dan zit ik op 175 kilometer en moeten er dus nog 5. Ik had het vandaag niet met zwemmen, fietsen leverde ook niet extreem veel tijdwinst op ten opzichte van de Frysman; ik hoop maar dat het lopen me vandaag wel goed gezind is. Ik ben blij als ik langs het busstation en het station rij. Al twee delen overleefd. Helemaal in mijn eigen wereld, technisch kan me niet meer veel gebeuren nu. Alleen is de zon me nu eigenlijk wel echt te warm. Het gaat betrekken. Weet je dat ik niet zou kunnen vertellen of we nog een keer de tunnel door gaan? Of dat Rob en Vincent daar staan vlak voor de wissel? En daar is de wisselzone.

Netjes afstappen en nu zijn er wel al veel fietsen en mag ik naar mijn plekje zoeken. Iemand loopt iets langzamer voor me. Ze roept nog sorry, maar ik ga niet voor de winst hoor. Fiets terughangen in het rek.

Hoi Vincent. Denk ik. Ik pak even het verkeerde looptasje, maar herstel snel. In de tent helm af, koppie erbij, sokken wissel laat ik lekker, schoenen goed aandoen, Maurten gels (3 stuks) in het trisuit. Ik heb nog 3 reserves bij me voor als ik die op de fiets nodig had gehad. Nog even een beetje insmeren en dan mag ik gaan rennen. Zo de wisselzone uit.

Ik kom op het parcours en mijn loopbenen zijn redelijk en dan overvalt het me enorm. Zoveel lopers! De meesten zijn al rondes verder en ik word door een speaker in het Duits verwelkomd auf die Strecke. “Viel spass Anke”. Een medeloper naast me vertelt me in het Duits dat spass nou niet bepaald de beste uitdrukking is. Ik begrijp en versta hem, maar ik ben echt overdonderd. Rijen dik publiek en op het terras ver weg roepen ze ook mijn naam. Ik denk dat het DdK is, maar ik heb geen idee of die intussen al gefinisht is (achteraf blijkt van niet).

Vincent en Rob zie ik totaal niet meer, de weg weet ik niet en ik ga langs de eerste post. Inhouden. Eerst me enorm inhouden, was de opdracht en ik wil zo’n 7km op 6-6:30 gaan lopen. Het is een hele marathon, vier rondes van ruim 10 kilometer. Dan geeft mijn horloge aan dat ik er binnen 2,5 minuut een kilometer op heb zitten. Dat ding is net zo van slag als ik ben! Lastig, want hoe ga ik nu in ‘s hemelsnaam de kilometers bijhouden en de tijden?!

Onverhard langs het water. Veel medelopers en medewandelaars. Ik ben nog fris. Rustig aan. Straks is het beter ‘auf die Strecke’ in mijn laatste rondes als deze mensen gefinisht zijn. Een tunneltje! En zand. Stuifzand. Alles is nieuw voor mij. Ik zie het bordje van 2 kilometer en kijk naar mijn tijd: onder de 12 minuten. Ik moet en mag langzamer. Het voelt al zo traag! Een post en ik neem water. Stukje stappen en weer door. Inhouden. Na 20 minuten krijg ik de eet-melding en ik neem rustig in kleine hapjes de gel. Van de rechterzakin het trisuit naar de linkerzak. Kilometer 4. Heb ik kilometer 3 gemist? Ik ga dus de eerste 5 kilometer binnen een half uur lopen. Het voelt zo rustig! Er komt wat misselijkheid bovendrijven. Nee, niet weer! Bij de post wil ik een nieuwe gel pakken. Ze zijn er niet!!!! Alleen de witte! Nee! Paniek! Water drinken. ‘Nur dieses’ zegt het meisje en ze geeft me een 226er. Nee!! Wat nu?! Andere gels? Ik ren weer en de knoop in de maag is weer terug. Oke, noodplan.

Ik hobbel verder en zie de borden met motivatie. Een rotonde langs. Ik snap geen donder van de route. Het is veel heen en weer. Een brug met het leuke bord erbij: ‘It’s just a Hill, get over it.’ 6 Kilometer. Elke 2 kilometer blijken er borden te staan. Ik heb de 24 kilometer ook al gezien. Iets bedenken voor het eten. Want dit is foute boel. Denk Anke. We hebben er twee reserve, twee aquagels, en nog een reserve. Ik sla de 40 minuten even over. Met 3 gels kan ik twee rondes door. Dus ik zou 3 rondes halen. Theoretisch mogelijk.

Hierover denken is lastig. Steeds afgeleid. Wat een hoop mensen opeens weer overal. Zoveel geluid en aanmoediging. En ik heb een probleem. Gels met cafeïne nemen? Ik drink weer bij de volgende post en ga onder het water door. Het is eigenlijk ook best benauwd. Bewolkt. Ik blijf keurig lopen. Ook al zijn er zoveel wandelaars. Ik zie niet of ze bandjes hebben en hoe ver ze zijn. Een stukje door een rare wijk. Raar hoekje, dat je ineens geen tegenliggers hebt. Rustig aan blijven doen Anke. Iemand met harde muziek en een oversteek. Het tunneltje weer. Kan ik iemand om raad vragen over de voeding via Vincent?

Langs de rand van het water. Vol publiek. En dan weer een rare hoek om de brug op. Ook water bij de post. Geen gels. Helemaal niet. En dan terug de brug af. Ik ren nog steeds moeiteloos, maar ik heb alles omtrent tempo losgelaten. Dit wordt een voedingsuitdaging! We zijn weer bij de zwemstart in de buurt en het is stervensdruk. Zo kan ik niet denken! De knoop verstevigt zich. En dan bij de laatste post hebben ze mijn gels wel!

Het eerste sleutelmoment van de marathon. Ik neem meteen de gel die ik in voorraad heb. Ik zit denk ik ook ongeveer op een uur. En ik sla gels in. Mijn rechterzakje prop ik vol. Ik drink en ik loop onder het water door om af te koelen. Of het door het afkoelen komt, door de gel, door de paniek of door het weer: de misselijkheid is terug. En verhevigd. Ernstig. Ik moet spugen. Boven een put vlak bij het bandjespunt komt de gel en vocht eruit. Ik voel me even heel ellendig. Maar ik ga door. Hoe Dan Ook. Ik pak mijn bandje, krijg van iemand van de post nog water aangereikt wat ik keurig opdrink en dan gaat het weer. Gelukkig maar. Ik kan weer rennen. Probleem opgelost.

Rennen gaat best lekker nu mijn maag weer rustig is en de problemen opgelost lijken. Langs de drukke straat en dan een rustig stukje in en daar zie ik de finish. Even ben ik gedesoriënteerd; heb ik een afslag gemist ofzo? Iemand aan de kant zegt dat ik dadelijk naar links kan. Oke, zag ik niet door de mensenmassa. En dan loop ik waar ik vanmorgen het water uit kwam. Dat voelt goed. De tweede ronde in. Weer water nemen op de post. Ik zie Rob en hij ziet dat ik nog prima loop. Ik heb het inderdaad weer opgepakt!

De 10 kilometer heb ik in iets van 63 minuten gedaan. Zo gaat het goed komen! Door naar de 12 kilometer. Zand en water en mensen en een tunneltje. Ik neem een halve gel. En water op de post. Gewoon even lopen, niks mis mee. Ik weet al een beetje dat ik dadelijk door het parkje kom. Ik ben nog steeds overweldigd en niet echt aan het genieten. Ik ga even snel naar de dixie. Gewoon poepen. Die was ingecaculeerd. Over 14 kilometer doe ik ongeveer anderhalf uur. Tevreden. En dan is de knoop er weer. Extra erg. Het draait om. Ik moet weer spugen! Ik stel het even uit, maar het is niet tegen te houden. Het is nog heel lang vanaf nu.

Ik voel me beroerd en ik hou geen gels binnen. In deze omstandigheden. Mijn probleem met de voeding is nu extra erg. Blijf drinken. Ik neem zelfs even vies gezouten water. Ik moet wandelen. Ik voel dat ik de energie veel te snel opgebruik. Ik heb niks om aan te vullen. Het genieten is helemaal ver, ver weg. Dit is pas ronde 2! Ik weet niet hoe ik een halve marathon ga volbrengen, laat staan een hele! Rennen, wandelen. De tijd maakt nu geen flikker meer uit. Standje overleven. Aan. Rotonde. Brugje op. Weer een golf misselijkheid. Altijd de 10 engelse mijl die mij nekken. Ik heb geen idee hoe laat het is en hoe lang ik nog heb. Ik kan ook niemand bereiken! Ik probeer ook nog een chipje, maar ook dat draait mijn maag naar buiten om. Ik blijf drinken. Dat heb ik beloofd aan RvR. Zand, tunneltje, zand, water, brug over ploeteren.

Ik ga door. Die halve marathon moet er komen. Dan zien we wel weer verder. Rondje voor rondje. HBo loopt in tegengestelde richting en ik roep naar hem. Hij kijkt naar me en roept: Anke – Anke van Genesen! Zo gaaf dat hij mij herkent bij mijn meisjesnaam zelfs! Even een heel klein lichtje. Ik probeer een tukje, maar krijg die niet weg. Een hap banaan. Die komt er weer uit.

Ik baal ontzettend. En ik ben bang: ik wil maar 1 ding níét – opgeven. Omdat ik van het parcours wordt gehaald. Zelf ga ik die beslissing niet nemen. Ik zal niet opgeven. Tenzij ze me wegdragen. Drinken. Dribbelen. Met moeite. Het tweede bandje! Een groene geloof ik. Of een oranje.

En daar zijn Rob en Vincent langs de kant. Ik stop even. Wat ik precies heb gezegd weet ik niet meer. Dat ik moest spugen, dat ik niks kan binnenhouden en dat ik bang ben dat ik het niet ga redden. “Het maakt mij niet uit hoe lang je er over doet”, zegt Rob. “Wandel en dribbel maar door. Je redt het.”

Dribbelen door de grote drukke straat. De vriend van JB moedigt me aan, maar mijn duimpje gaat omlaag. Ik voel me niet goed. Hoe laat is het eigenlijk? Ik zie een klok en ik reken eventjes, maar ik heb geen idee meer. Het opnemen en denken is al minder sterk. Ik vecht me naar het einde van dit rondje toe. Even rust langs de zwem-finale en dan de drukke straat weer op.

Dribbelen, drinken, wandelen. Ik voel een enorm tekort aan energie en ik weet gewoon niet wat ik er tegen kan doen. Goddank wordt het rustiger op het parcours.

Zand, wandel, tunnel, proberen te rennen, maar het lukt nauwelijks. Dan draait alles een beetje. Ik krijg kippenvel. Ik moet deze ronde doorkomen! Dan red ik de laatste ronde ook, maar deze derde ronde is hoe dan ook het moeilijkst. De vermoeidheid valt over me heen als een deken. Bekend. Energietekort. Mijn horloge loopt weer aardig gelijk met de afstand op de borden. Ik voel een hand op mijn schouder als ik noodgedwongen wandel en het is JB. Gaat het? vraagt ze. Nou nee. Echt niet. Zij vertelt me dat dit haar laatste is. Ik ben verbaasd dat ze met haar weinige trainingsuren nog in de race is. Maar ik ben vooral met mezelf bezig. Zij gaat weer rennen. Doei, ga maar snel weg. Ik moet wandelen. Het begint te serieus draaien zodra ik ga rennen. Ik – Wil – Niet – Out – Gaan. Ik moet weer de Dixie in. Alsof ik dan weet dat ik zeker op niks meer loop. Maar ik moet echt poepen.

Ik ga de Dixie in met het gevoel van wanhoop. Ik zit daar en ik denk: ik wil AB-SO-LUUT niet van het parcours afgehaald worden omdat ik flauwval of echt niet meer kan. Rennen kan niet meer. Dus ik ga wandelen. Flink doorlopen. Ik moet nog zo’n 15 kilometer, wat drie uur wandelen is. Hoe ver ik nog moet, daar heb ik al mijn vingers bij nodig om uit te tellen. Dat ga ik halen. Dat moet ik halen. Het nemen van die beslissing is EXTREEM zwaar. Mega moeilijk. Bijna onmogelijk. Iets moeten doen wat je niet wil. Als de helderheid eraf is. De wil om te finishen is groot. Als het niet gaat zoals het moet gaan, moet het gaan zoals het gaat. Dat hou ik mezelf voor. Dit is wel het belangrijkste, krachtigste, moeilijkste moment van de dag.

Ik ga de Dixie uit en pak water aan. Flink doorlopen. Dat kan ik. Dat heb ik samen met Rob vaak geoefend. Ferme passen, doorstappen. Elke kilometer onder de tien minuten is winst. Niet alleen het tempo en het ritme moet ik aanpassen, maar vooral de mindset. Accepteren dat ik fysiek niet in staat meer ben om te rennen, kost grote moeite. Ik ben zo blij dat het rustiger wordt op het parcours. En daarbuiten. Het wordt ook donkerder. Het zou toch niet gaan regenen? Dan heb ik wel een probleem met wandelen en afkoelen, maar laten we de zaken één voor één tackelen. Ik stap flink door. Langs de EHBO post. Het get-over-it-sign langs. Ik durf publiek nauwelijks aan te kijken, want ik ben die vreselijke wandelaar. In mijn hoofd spreekt een songtekst van Guus Meeuwis zachtjes op de achtergrond: “Ik heb zelfs de kracht niet om op te geven

Ik grijns soms een beetje en kom in een ritme. Kilometer 26 was er 1 van de Dixie en de ellende, kilometer 27 is aanpassen en adapteren. Ze gingen heel langzaam. En toch waren dat by far de sterkste kilometers van mijn hele triatlon. Niet dat ik dat besefte toen ik daar verslagen wandelde. Ik denk aan RvR van het voedingsschema en zijn vrouw D, met wie ik een goed gesprek had over het nemen van beslissingen tijdens de race die tegen de race-natuur in gaan en hoe moeilijk die zijn. Tempo verminderen en je aanpassen aan de situatie. Ik heb groot respect voor degenen die dat kunnen. En nu doe ik het zelf. Dat moet even indalen. Ik wist ook niet dat er thuis zoveel mensen waren die meeleefden. Dat had me vast goed gedaan, maar nu en hier kan ik het niet eens bedenken!

Om me heen mannen die wandelen en dribbelen afwisselen. Ik ga ongeveer even snel. Ik zie de mevrouw met de burka. Nog steeds volledig bedekt. Met deze warmte. Klasse. Ik blijf drinken. En wonderlijk genoeg komt de rust terug. De rust op het parcours, naast het parcours en de rust in mezelf. Ik bedenk inderdaad dat ik niet zo goed ben gemaakt voor drukte. Daarop volgt een gedachte die tijdens een slecht lopende triatlon (leuke woordspeling) totaal misplaatst is, maar die me heel veel kracht geeft. In het om-hoekje kunnen nog auto’s rijden en 2 supercars komen me tegemoet. Een rode Ferrari en daarvoor een auto die ik ook echt geweldig prachtig vind maar niet herken als merk en die kameleongroen is. Vincent zou jaloers zijn en ik geniet ook namens hem als ze optrekken en met veel geweld langsrijden. Ik spreek even met 2 Israeliers die om mij heen rennen-dribbelen. Zij verstaan nauwelijks Engels en kennen Nederland niet. Ook Thomas cirkelt rond, maar die maakt dit rondje af tot de finish. Een Duitser.

Ik merk het opeens op: het prachtige licht, het mooie park, de mensen om me heen en de mensen aan de kant. Ik kijk over het water uit en ik kikker langzaam aan op. Ik hoor vogels en zelfs kikkers! De rust doet mij goed. De beslissing is gevallen, de keuze is ‘finishen’ en ik vecht er ook niet langer tegen. De knoop in mijn maag komt los. Ik neem een stukje banaan. En die valt goed. Op de brug kom ik Vincent en Rob tegen. Namens KH en SG roept Vincent dat ik cola moet nemen. Ik hoor het KH me bevelen: Ank, Cola, Nu!

Vincent wandelt mee, maar ik loop inmiddels flink door en hij krijgt het er warm van. De Isrealiers stoppen bij de Dixie en ze halen mij niet meer in. Ik krijg zelfs een beetje trek inmiddels. Als ik deze ronde maar doorkom. Ik kikker echt op. Ga ik toch nog genieten deze triatlon! Vincent pikt me weer op langs de drukke straat en ik roep naar hem dat papa’s creditcard niet nodig zal zijn. We moeten er om lachen. Je gaat het halen, sowieso, zegt Vincent. En hij hamert nog een keer op de cola. Ik weet het. Maar cafeïne valt misschien ook niet zo goed. Voor de laatste ronde wil ik dat risico nemen. Ik ben de derde ronde door en ik voel me eindelijk goed. Het is zelfs lastig om te blijven wandelen. Maar ik heb een afspraak met mezelf en ga straks pas stukken hardlopen. Op cola. Waar ik het parcours op kwam ga ik aan de cola.

Ik ben niet meer dizzy, niet meer ver heen, niet eens meer misselijk. Ik vind het water prachtig. Nu er geen rijen dik meer staan, merk ik de paar mensen op die zijn gebleven. Ik kom op het onverharde stuk naast het water en daar ga ik rennen. Voor Joyce. Dit stuk hardlopen is voor Joyce. Voor me zie ik niet het stoffige zand, maar de heide en het bos en oké – ook een stukje zand. Dit hardlopen is gemakkelijk! Ik hoef het niet zelf te doen! En het gaat soepeltjes! Het moet niet overdrijven echter en ik ga dan ook weer wandelen. Voor wie nu? De collega van Rob! Ik ga weer rennen, het stukje omhoog en ik hoop dat ik hem kan zeggen dat hij nooit een hele marathon moet gaan proberen. Als ik klaar ben voor KM wandel ik weer even. De volgende weet ik ook al: LM. Mijn held die hier ook liep om zijn eerste ticket voor Kona binnen te slepen. Zijn aankomende beproeving is groter dan dit. Ik denk ook zijdelings aan de kameraad die het ticket voor Hawaii ooit afsloeg. Gek dat ik van LM niks heb gehoord. Ik maak me al rennend eventjes zorgen. Daar in het parkje. Eventjes wandelen.

Ik ga eens kijken naar mijn tijd. Verrekkies: het wordt een PR, sowieso. En als ik mijn best doe kan ik zelfs onder de 14 uur komen. Naast energie en een geniet-factor komt er voor het eerst vandaag ook een beetje ambitie om de hoek kijken! Het moet niet gekker worden. Ik loop een klein stukje voor de stomme trainer bij het bord: remember why you started this. Vergissings met die trainert – eikel. Ik loop er wel even flink van door. Maar niet te lang. Voor wie moet ik nog meer lopen? Voor die lieve dikke vriendinnen van me: KH en SG. Zij maken dat ik weer rennen kan hier met hun cola-opdracht. Met een glimlach denk ik aan de band die ons smeed. Ik loop met gemak langs de EHBO. Ik haal mensen in. En ik geniet. Ik denk aan AC en BT, de enige Roemenen die ik ken en die ik ontzettend waardeer. Die zo verschillend zijn in alles, zwart/wit, klein/groot, elegant/lomp, maar zo bij elkaar horen! Liefdevol. Ik ren de brug voor ze op en neem ook een gedachte mee aan GN, die lieve schat. Ik wandel weer een stukje en zie een man die gevallen is en bebloed en last heeft van zijn arm. De mensen hier beginnen te klappen als ik weer ga hardlopen en roepen ‘looks good, keep going Anke’. Ik moet niet alleen aan triatleten denken. Mijn therapeute dan even. Natuurlijk. Die mij elke keer in mijn kracht zet. Ik wandel een paar stappen, maar ik kan niet meer zoveel wandelen, want ik moet nog voor veel mensen rennen! Annemarie natuurlijk. Ik loop er helemaal beter van, want ik weet dat zij trots op me zal zijn omdat ik op deze manier besloten heb een Ironman te worden en dat sterkt me zo dat ik alle schaamte opzij kan zetten. Dit is wat het is vandaag. Zij weet het. 7:05 op de kilometer. En dan langs de villa’s denk ik aan mijn lieve collega’s. Mijn vriendin R, mijn naaste collega L en onze heer D. Wat moeten zij wel niet denken van mij? Ik moet er van lachen.

Inmiddels gaan de lichtjes aan in de stad. Het wordt magisch. Ik pak overal cola aan. Al op 39 kilometer. Ik loop weer even onverhard en denk aan PL. Veel tijd krijgt hij niet, want ik zie HBo. Ik spreek hem wandelend aan. Dat ik hem bewonder, maar hem geen goed voorbeeld vindt. Het zal er voor hem om spannen qua tijd. En of hij volgende week weer een triatlon doet valt te bezien. Ik kom bij het tunneltje en ga weer rennen. Voor Vincent. Ik durf niet iedereen te laten schrikken door hard Echo te roepen zoals hij altijd doet. En ik loop nog langer voor Vincent, ook langs het water waar we gister zo heerlijk zwommen. Al die keren dat hij me gesteund heeft zitten in dat kleine stukje waarop ik een prima hardlooptempo kan vasthouden en ook nog eens kan genieten en relativeren. Ik stap weer een klein stukje en dan ga ik de brug over. Ik moet moeite doen om het bochtje door te wandelen, want de brug is voor Rob. Die me gesteund, gestuurd en gemotiveerd heeft. Rob wachtte keer op keer tot ik klaar ben met trainen en ook nu wacht hij weer tot ik klaar ben. Jammer voor papa en mama, voor mijn schoonouders, maar Rob is van mij. Daar op die brug vallen heel veel stukjes op hun plek. Anderen zien iemand die loopt alsof het een makkie is, maar ik ben totaal ergens anders mee bezig. En dat is pure liefde. Ik ben daar niet in kilometer 40, maar in alles wat Rob voor mij over heeft gehad de laatste maanden. Jaren. Forever love. Hardlopen gaat weer vanzelf. Ik weet nu ook voor wie het laatste stuk zal worden. Over tijd en prestatie maak ik me niet meer druk. Ik wandel even en ren dan langs het 40 kilometerbord voor HB. Die nuchtere Friese kijk van hem steunde me deze reis. Wij houden meer van trainen dan van wedstrijden, gelukkig. Ik combineer ‘m met die lieve MBB van wie ik goed nieuws hoorde en wie ik een warm hart toedraag. Ik zwaai naar de piccolo van het hotel. Hij wuift terug. Naast de kant staat een atleet uit Finland die al gefinisht is en er goed uitziet. Omdat het rustig is, kan hij mensen persoonlijk aanmoedigen. Dat is voor mij hartstikke prima. Nog even wandelen. Ik ga langs de laatste post en ik bedank de vrijwilligers dat het voor hen ook een lange dag was. In keurig Engels. Ik buig voor hen en zij klappen voor mij. Ik ga nog niet rennen. Dat is best lastig om me nog even in te houden. Hier begon de ellende met spugen en ik wandel tot de bandjes uitgifte. Het laatste bandje. Een rode. Ik neem hem trots in ontvangst. Ik ga nu alles rennend afmaken.

Voor degene die dit allemaal mogelijk heeft gemaakt, voor die ene die alle ontberingen doorstaan heeft, voor het mens wat alle trainingen heeft opgebracht en nu gaat finishen. Voor mezelf. Ik ben degene die dit doet, gedaan heeft en gaat volbrengen. IK. Geen egoïsme, maar een ongekend gevoel van trots en macht over mezelf. Ik ben degene met het doorzettingsvermogen, de wilskracht, de veerkracht en de kracht die deze uitdaging is aangegaan, heeft doorleefd en gaat volbrengen. Ik loop stralend, rechtop, met krachtige passen. Ik geniet van de stad, de steentjes, het licht, de rust. Ik realiseer me wie ik ben en waar ik voor sta en wat ik kan. De mensen van de eerste post staan in het midden en juichen me toe. Rennend kan ik ook hen bedanken. Eén van de laatsten zegt in helder en perfect Engels: “If you can run and make it look like this at the end, you will become a true great Ironman”. Dat drong door tot in mijn botten, van mijn tenen tot mijn oren. Ik moet er bijna van huilen alleen in die straat als ik niet zo ontzettend gelukkig was geweest. Ik – en alleen ik- heb dit voor elkaar gekregen. Alleen mijn doorzettingsvermogen, mijn ijzeren wilskracht en mijn vastberadenheid maken mij een Ironman. Ik loop onder de 7 minuten 42km vol en dat is het laatste wat ik er om geef. Voor mezelf loop ik nog zo hard. Binnen de 14 uur zie ik op de klok en dan loop ik het rode tapijt op. Geen high fives voor mij, ik ga dit moment alleen en volledig zelf beleven.

Uitzinnig van vreugde ben ik. Krijsend, echt schreeuwend van geluk. Er zijn lichten, de finishboog en ik dans en spring en huppel werkelijk met mijn armen in de lucht! En ik hoor en beleef het ten volle, dat moment waar ik maanden voor gewerkt heb, waar ik van gedroomd heb. De speaker zegt: “Aus die Niederlande. You are an Ironman, Anke de Boer.

Gefilmd door Rob – geluid aanzetten hoor voor die magische woorden!
Gefilmd door Vincent – je hoort hem schreeuwen…

Ik ben intens gelukkig.

Even kijk ik om en ik zie dat ik in 13 uur 56 minuten ben gefinisht. Een PR. Ik krijg de dik verdiende medaille. Die symbool staat voor alles. Daarna zie en hoor ik Vincent links. Hij is net zo blij en wil een knuffel van Ironmama. Trots is ie op me.

Even bij het hek staan, ze controleren me kort, maar alles is prima met mij. Ik vraag waar papa is, want ik wil Rob. Ik ben niet stuk, niet oververmoeid, ik hoef niet meer te huilen. Ik ben kei-trots. Rob komt er al aan. Ik krijg een dekentje aangereikt, maar ik ben niet koud ofzo. Vincent geeft me mijn telefoon. Die past in het trisuit. Rob komt aan de andere kant en ik omhels hem. Wat ben ik uitzonderlijk gelukkig. Ik haal toch even een dekentje voor de veiligheid. Ik kan simpelweg doorlopen, praten en ben compleet bij zinnen. Uitzinnig is misschien een beter woord. Uitzinnig trots. Zoals ik nog nooit geweest ben. Ik ben een Ironman.

We lopen door. Vincent vertelt van alle berichten. Ik weet niet waar ik moet beginnen. Hoe zwaar het was en hoe misselijk ik was. Hoe leuk de laatste ronde was. We lopen naar de atletes garden. Gelukkig kennen de mannen de weg. Ik ben daar compleet niet mee bezig. Ik ga alleen naar binnen, laat de medaille graveren en realiseer me dat ik ook nog eens een snellere marathon heb gelopen dan bij de Frysman. Ik ben gewoon tevreden! Ik heb gedaan wat ik kon. Op niet-mijn-dag. Ik zie veel berichten, maar antwoord alleen Joyce. Kort. Ik zie teveel berichten om nu mee bezig te gaan en ik zie dat LM heeft gereageerd. Gelukkig. Ik zie ook op Facebook later dat notabene HL op de TVA-groep een lofuiting aan mijn adres heeft achtergelaten! Degene waar ik onverwacht aan dacht onderweg…. Ze vertellen me dat JB met de helft van mijn trainingsuren een uur eerder binnen was en dat DdK weer een toptijd heeft neergezet, maar ik ben alleen blij en trots met mezelf. Wat een onwijze overwinning op zich is!! Ik haal mijn finishersshirt, doe ‘m aan en ik leg het denkentje weg. Op de foto met shirt en medaille!

Ik wil mijn fiets halen en weg hier. We pakken mijn witte tas en de mannen gaan sjouwen. We lopen naar de wisselzone, maar staan bij de uitgang. Zij wachten me daar op. Ik drink meteen de hersteldrank.

Als ik om het hek heen loop, spreekt een mevrouw met haar man en dochter me aan. “Anke, wat geweldig dat je de finish hebt gehaald!” Ik ken ze niet en vraag voorzichtig wie ze zijn. De uitleg is dat ze me elke ronde hebben aangemoedigd en gesteund en dat ze me zo stoer en sterk vonden en dat ze blij waren als ze me zagen hardlopen en dat het voor een vrouw geweldig is om dit te volbrengen, dat ze van me genoten hebben. Ik vraag of de man, die een witte tas vast heeft, zelf heeft meegedaan, maar ze waren hier voor een vriendin. Ik ben verbijsterd. Ik heb ze niet 1 keer gezien of gehoord, maar deze lof is geweldig.

Ik pak mijn tasje, wat nu makkelijk te vinden is, al is het niet eens de laatste. En het andere tasje. Ik leg ze even neer en loop naar de fiets. Daar sta ik even stil bij wat wij samen vandaag gedaan hebben. Ik weet inmiddels dat elke triatleet dat doet. Ergens voel ik wat vermoeidheid, maar moeite heb ik nergens mee. Ik sleep de spullen mee en mag het enkelbandje met het Ironman logo houden.

Ik zie niet eens op tegen het terugwandelen! Als het maar sloom mag en zij veel zooi dragen. Door de donkere stad lopen we terug, ik heb steun van de fiets. Pratend, kletsend over alles wat er vandaag gebeurde. De mannen hebben ook zo’n 35 kilometer gelopen. De Legowinkel gezien (gelukkig was ie dicht), een petje in het Hardrockcafe gekocht, de snelste dame op een Ironman ooit aangemoedigd, berichtjes gestuurd en dat niet meer gedaan toen ik dreigde uit te vallen (alleen aan degenen die er rechtstreeks naar vroegen). Ik eet nog een reep. Echt snel kan ik niet meer en ik vind 3 kilometer nog heel lang zo om half 11 ‘s nachts. In de woonboot ga ik languit op de grond liggen en het eerste wat ik ga doen is… mijn haren ontklitten!! Een ongelooflijk rotwerkje, maar extreem nodig. Ik moet douchen en ontdek dat nergens last van heb: geen schuurplek, geen blaar of niks. Alleen verbrand op mijn armen. Ik weeg anderhalve kilo lichter. En dan gaat mijn telefoon ongelezen aan de lader en sluiten we een lange dag af met de medaille naast mijn bed. Voor enige tijd tenminste.

The day after…… Om 4 uur word ik wakker. Ik sta op en ga plassen. Ik herhaal: IK STA OP. Moeiteloos. Geen enkele probleem. Maar mijn hoofd zit helemaal vol. Indrukken, gedachten, ervaringen: ze spartelen door elkaar. Ik moet iets kwijt en schrijf het op Garmin uit. Rob is er ook wakker van helaas. Hij houdt me vast en slaapt weer verder, ik lig nog een uur wakker met een malend hoofd. En dan is het opeens toch half 9! Ik pak mijn telefoon en alle berichten erbij. Overweldigend. Ik kan het niet anders zeggen. Het bericht van mijn trotse vader doet me ontzettend veel. Ik ben zeker een uur bezig met reageren en heb liever dat mensen niet direct terugantwoorden! Ik ga een witte boterham eten met een gebakken ei. En veel chocomelk drinken. Alles kan gewoon. Fysiek is er werkelijk NIETS mis. Verbijsterend. Misschien komt het nog? In elk geval helpen Rob en Vincent me zelfs nu nog door de spierpijn op zich te nemen, want zij hebben wel last! Opruimen en rustig alles in de auto zetten. Dat kost iets meer moeite, maar ik wandel op en neer. De man van het huisje vind het maar knap.

HB stuurt me de reis van de held, RV vanaf zijn vakantieadres een groot compliment, ik krijg een bericht van mijn vriendin-collega en van SG die wat inspreekt. Joyce had zeer bezorgd aan Vincent gevraagd of ik geblesseerd was toen mijn tijden vertraagden. Vincent had geantwoord dat ik aan het spugen was. “Oh”, schreef Joyce, “dan maakt ze het af, dat kan ze aan”. Ook Manuel wist meer van mijzelf dan ik en schreef: Doorzetten als het helemaal niet gaat. Uitstappen? Vincent: “Nee denk het niet… Je kent mama toch”. Ik schrijf de man van het voedingsplan een bericht en mijn moeder kort. JB is als altijd niet overtuigend van reactie. Van DdK krijg ik nog een compliment wat wel eens een keer binnenkomt! Met hartje zoals gebruikelijk. Mijn lieve trainster heeft natuurlijk extreem rake woorden: Zo’n sterke vrouw, en wat een doorzettingsvermogen ondanks tegenslag qua voeding!! (…) Maar je hebt t gefixt!! En je kan rete goed lopen, maar zonder energie/ voeding lukt het niemand zoals jij het nu gefixt hebt! Ben trots op je! Een vriendin die ik de laatste maanden links heb moeten laten liggen, blijkt me tot op de Dixie gevolgd te hebben. Ze heeft zelfs op streetview Hamburg bekeken! We maken op de boot een medal-moday foto voor het laatste berichtje van mijn kant. Ik ben niet van het social podium.

Alles is voor elkaar, ik mag achterin en hoop nog wat te slapen. Maar dat komt er niet van. Ik heb nog steeds veel flarden in mijn hoofd en die ‘dump’ ik allemaal bij die arme Joyce. Als ik geweten had wie er allemaal meeleefde en meekeek, had ik me al wandelend vast meer geschaamd… In Nederland regent het. Vanaf Groningen. “Het is nog 180 kilometer naar huis”, zegt Rob, “dat heb je gisteren gefietst”. De lengte van de afstand overvalt me. Hoe heb ik dat gedaan joh?! We halen een hamburger en hij smaakt me voortreffelijk. Ik kan de trap op en af lopen voor de was. Akelig moeiteloos. Ik kan organiseren en reageren. Aan Vincent geef ik mijn oranje armbadje waar op staat “I Will Become An Ironman” voor diegenen die voor het eerst een Ironman deden (dan weten vrijwilligers dat je een rookie bent). Opdat hij ooit zelf een Ironman zal worden. Hij weet het net zo zeker als ik dat dat moment ooit komen zal.

Als ik mijn ouders bel, realiseer ik me pas dat zij van de social media niets hebben meegekregen en de hele dag gewacht hebben en gehoopt op beter weer voor mij dan zij hadden (regen). Misschien maar beter ook , he mams… Ik had nooit gedacht dat het ook 6 juni kon worden, maar het is toch gebeurt! En ik ben veel ervaring rijker. Op heel veel vlakken ben ik gegroeid. En door! 🙂 Dit is een heel mooi tussenstation, maar ik wist al heel lang dat dit het eindpunt niet zal zijn.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-19 Raceweek

30 Mei – De laatste lange zwemtour ??‍♀️

Ik had afgesproken met YZ, die voor het eerst ging buiten zwemmen. Op het laatste moment ging KH ook mee. Gelukkig, want zij zwemt (veel) sneller en kan ook al veel langer en verder zwemmen. Dat komt mij wel goed uit.

Ik rij de Noorderplassen in en bedenk me dat ik de boei vergeten ben. Ik rij even bij SG langs en leen haar boei. Het water is meer vies dan koud. We gaan naar de boei. Er zijn nog andere zwemmers, maar die zijn een stuk sneller. Met KH zwem ik telkens iets verder en dan halen we YZ weer op. Ik wil en moet nog een keer de 3000m zwemmen. Vandaag. Als YZ omkeert, motiveert KH me om eens langer te zwemmen. Ik kom er in. Dan heb ik een slag te pakken en dat hou ik dan vol en vol en vol. Ongeacht of ik hard zwem of niet, ik kachel dan gewoon door. Heerlijk. Het enige wat ik zie is de volgende boei. En door! Het einde zal smerig zijn, volgens KH. Nou, dan gaan we daar ook doorheen toch? De zon komt er doorheen. De smerigheid valt mij mee. KH wacht op me. Niet te lang pauzeren, ik wil de slag niet kwijt. Dan beginnen de plantjes en de brugjes. Ik hou niet van plantjes. Irritant, dan kan je de slag niet afmaken. De brugjes vind ik dan wel weer geinig. En de zon komt door. De kleuren zijn adembenemend mooi. Echt gouden uur. Er zijn zwanen. KH is akkoord om een langer stuk te zwemmen, dus ze zwemt steeds verder voor me uit. Ik hou mijn eigen ding aan.

Mijn vlecht zit in de weg. Die klemt wat af en ik kan ‘m niet opzij duwen. Ik geniet ontzettend in het water. Onwijs gaaf. Onbeschrijfelijk mooi. In het open water wacht KH me weer op en dan gaat mijn Garmin horloge resetten. Ik raak echt in paniek! Ik heb al 2500m gezwommen en dat ding moet dat bewijzen. Niet herstarten! Ik kan amper rustig bijven en ben pas blij als het ding weer opstart en de activiteit niet weg is. We gaan nog een keer om de boei heen. KH neemt de lange weg en ik kan even zelf naar de boei navigeren. En dan terug naar de kant. Dat is lastig tegen de zon in, maar ik maak de 3000m vol en daar ben ik blij mee! Ik ben er nog niet en maak het kalmpjes af. Zwemmen is niet langer onmogelijk. Zwemmen op een gouden avond als deze is een kadootje. Of dat in een wedstrijd sneller gaat, vraag ik me af. Met pauzes heb ik nu 1 uur en 26 minuten gezwommen. Ik zat op iets van 3300m, dus er moeten er nog 500m bij. Let’s find out.

Dinsdag 31 mei. Fietsen, regen en wind, lopen met regen en Vincent

2 trainingen apart van elkaar. Voor mij is twee uurtjes sporten op een dag lekker rustig. Ik slaap redelijk, heb nog wel piekermomenten, maar ik bevind me in racemodus. Geconcentreerd op 1 ding en dat is niet mijn werk… Ook niet de cijfers van Vincent. Alles gaat om Ironman Hamburg. Mijn hoofd en mijn gedachten draaien maar om 1 ding. Ik lees van de andere mij bekende deelneemster dat zij maar 8 uur per week heeft kunnen trainen. Ik verbaas me ten zeerste hoe zij met zoveel ervaring (dit wordt de 10de hele triatlon waarop ze start) zo onvoorbereid kan zijn! Dan doe ik het zo slecht nog niet.

‘s Middags doe ik even rustig aan en rond een uurtje of 2 stap ik op de fiets. 5 kwartiertjes slechts. Ik ga over de Grote Trap en dan heb ik wind mee op de weg terug als ik een vijftal keer moet versnellen. Ik vind het allemaal niet moeilijk meer. Muziekje aan en de cadans hoog houden. Halverwege de Grote Trap merk ik twee dingen op: ten eerste staan de windmolens stil om te draaien. Zodat ik de hele route wind tegen zal hebben. Het tweede wat me opvalt, zijn de donkere wolken in de verte. Ik weet weer waarom ik om 1 uur had moeten vertrekken…

Verder zie ik koeien, veel groen, een kikkertje en vogels. Als ik aan het einde van de Grote Trap kom, voel ik de eerste druppels. Lekker dan, net als ik vol de wind tegen krijg én ik de versnellingen in moet! Ik ben nu toch op het verste punt en schuilmogelijkheden zijn nul. Het enige prettige wat ik bedenken kan is dat ik de fiets nog niet had schoongemaakt, want dan had ik dubbel werk gehad! De regen wordt heftiger. Ik draai de weg terug op en dan komt de wind van zij. Ik versnel een minuut en herstel dan ook een minuut. Ik zie bijna niks meer en word nat en natter en koud. Tot overmaat van ramp is het druk op de weg en razen er auto’s langs. Erger zijn vrachtwagens waar ik niet alleen natter van word door het opspattende water, maar ook nog een smerig van de modder. Kortom: afzien. Maar er zit niks anders op dan doorfietsen. Wat kan ik anders?


Ik merk dat het drinken nu wel lastig wordt. Alles wat anders is dan doorfietsen is eigenlijk lastig. Toen ik de Vogelweg overstak, werd de regen minder en waren de tempoblokjes op. Ik zag weinig meer door de zonnebril die vol met modderdruppels zat. De wind was genoeg om me weer een beetje op te drogen. Ik werd er bijna blij van, tot ik me realiseerde dat ik op de Ibisweg nog vol de wind tegen kreeg. Ach, laten we het maar ‘training’ en ‘karakterbuilding’; alsof ik dat nog niet genoeg gedaan heb afgelopen maand!

Ik heb netjes de training afgemaakt en ruim 30 kilometer gefietst. De cadans was prima en het tempo matigjes. In Almere waren de wegen droog.

En los van de fietstraining moest ik ook nog 40 minuten hardlopen in de lage zones. In beweging blijven. lk nam nog een gel van Maurten vlak voor vertrek. Vincent moest ook rennen, dus we gingen samen. Ik vond alles best, maar ik trok toch nog even een regenjasje mee. Niet voor niks, want waarom zou je op een dag 1 keer sportend nat worden als het ook 2 keer kan?! Dit was een heel klein beetje miezer. We kletsten. Over alle “geweldige” voorbeeldcoaches. Mijn hartslag en tempo kwamen totaal niet overeen. In de zin dat de hartslag laag was en het tempo hoog. Het voelde wel prima qua tempo. En ik kon prima kwebbelen. In het bos ging het tempo iets omlaag.

Vincent deed de fotoservice, ik de route. Het was ook hier mooi groen. Toen ging Vincent lekker kletsen over auto’s. Hoef ik lekker alleen maar te luisteren wie welke supercar waarom niet meeneemt naar de beurs. Over het viaductje en ik vond dat ik keurig 5 kilometer liep in 28 minuten. Dat mag zondag dus nog langzamer, maar dan zal het ook anders voelen! In de wijk ging Vincent verder voor 3 minuten zijn “eigen tempo” in zone 3 en ik hobbelde door naar huis. Loop ik gemiddeld 5:47 net in zone1. Abnormaal.

In Mei noteer ik de volgende ongelooflijke trainingsgetallen:

  • 74,5 uur sporten. En dan telt alles mee: wandelen, krachttraining (te weinig) en natuurlijk fietsen, hardlopen en zwemmen.
  • 18 uur hardgelopen en daarin heb ik 183 kilometer afgelegd.
  • Ik heb 1013 kilometer gefietst! In mei heb ik zomaar 39,5 uur rondgetrapt.
  • Tot slot heb ik bijna 23 kilometer gezwommen. Bijna 9 uur in het water gelegen.
  • In totaal heb ik ruim 1250 kilometer bij elkaar gesport! Niet normaal toch? Zoveel heb ik werkelijk nog nooit verzameld in 1 maand!

Het zal wel ergens goed voor zijn. 😉

1 juni – Global Running Day – en dan een rustdag ? – bijna….

Geen enkele kans van slagen, die combinatie! Nul. Hardlopen is namelijk niet mijn tweede natuur, maar inmiddels mijn eerste. Dus niet lopen is teveel straf. Ik kan me bij vlagen heel goed op mijn werk concentreren. Tot ik weet dat de briefing online staat. Als ik die ga kijken, komt mijn beste vriendin langs. Daarna ga ik samen met Vincent hardlopen. Heel langzaam. Ik mag niet harder dan 6:00 minuten over de kilometer. En eigenlijk maximaal een half uur. Allemaal van mezelf hoor! Ik wil de nieuwe hartslagmeter testen. En ik wil testen of de triatlonsetting klopt, dat ik bij het hardlopen een waarschuwing krijg om te gaan eten. Dus ik doe eerst “zwemmen” voor de deur, dan fietsen en wisselen. Vincent ligt in een deuk!

En dan starten we met hardlopen. Het miezert. So what. We kletsen en ik hou het tempo heel erg laag. De hartslagmeter zit er in het begin vreselijk naast met zone 2, maar binnen een kilometer daalt de hartslag spectaculair tot onder zone 1. We hobbelen lekker om het centrum in Buiten heen.

Vincent maakt een ommetje voor het fotograferen van een auto. We zeggen heel even J van de winkel J&K gedag (maar die is druk) en we kiezen de rechte route.

Ik heb wel last van een suikerdopje, net als Vincent eerder vandaag had. Hij trok helemaal weg, ik loop gewoon door en weet dat ik dit ook ga tegenkomen, oefenen dus! Ik krijg netjes een melding na 20 minuten. Jippie, het werkt! Het maakt me niet uit dat ik zelfs de 5 kilometer niet red. Van de 35 minuten heb ik er 5 in zone 1 gelopen. De rest kwam in geen enkele zone uit. En dan nog een tempo van 6:20 gemiddeld. Ik heb gerend op Global Running Day. En de briefing komt morgen wel! Ik blijk opeens ook nog eens te kunnen nietsdoen. Dubbel geslaagd.

2 juni 2022 – Het laatste stukje hardlopen voor de hele triatlon in Hamburg.

Ik heb een vrije dag van het werk. Kan ik rustig inpakken. Nog een keer naar de therapie om alles op z’n plek te zetten. Ik ben kalm en onrustig tegelijk. Beetje ijsberen en ook voor me uit zitten te staren. Ik ga naar de kranig therapie. Om alle kleine pijntjes eruit te halen. En om nog even helemaal ‘in mijn kracht’ te komen. Het werkt. Ik verzamel alle spullen. Na het eten moet ik nog 1 ding hebben: mijn trisuit. En ik mag nog 1 keer hardlopen. Vincent gaat na zijn wiskunde met me mee.

Het kleine overbekende rondje Oostvaardersplassen. Ik heb nog een leuke opdracht ook: een kilometer in zone 1/2 en dan 800m op tempo 5:30. Moet ik vier keer doen. We gaan onverhard en we kletsen heerlijk. De zon schijnt, het stikt van de vliegjes, de omgeving is prachtig en het lopen gaat easy.

In de tweede keer lopen we onverhard en bedenk ik dat de 800tjes als marathon indicatie geschikt zijn. Geen idee of dat ook geldt voor marathons in een triatlon, maar nu is bijkomend effect ‘onverhard’. Vincent timed op 4:15. In uren zou dat een marathon kunnen zijn. Ik maak me geen illusies.

We maken een ommetje naar de volgende brug. Ook deze 800m gaan in ongeveer dezelfde tijd. Ook onverhard. Vincent rent op en neer voor motoren die lekker langs scheuren. Ik loop echt met gemak! Niet te geloven. Daar is natuurlijk een heleboel werk aan vooraf gegaan, maar dit is een aangename verrassing. Aan de andere kant ben ik er ook klaar mee, met al dat trainen. Ik moet weer naar de toilet, het blijft toch lastig. Accepteren dan maar. Ik kan nu bij RvR die mijn voedingsschema heeft gemaakt en mijn trisuit heeft bedrukt. Het trisuit is prachtig geworden! Vincent draagt ‘m en ik loop nog 1 keer op een heel flink tempo 800 meter. Even de energie eruit. 3:52 – Mocht ik willen!

Op 26 November 2021 heb ik me voor de Ironman ingeschreven. Tussen nu en de triatlon in zitten ruim 1100 loopkilometers, zo’n 160 fietsuren en net geen 100 zwemkilometers. Er heeft afzien tussen gezeten binnen op de fiets. Corona. Diverse halve marathons. In december zelfs een hele marathon. Er zat een fikse verkoudheid tussen. Onbalans in het lijf. En in mijn hoofd. En de prachtigste fietsmomenten langs de dijken van de polder. Ik heb met anderen gesport: Joyce, HB, KH; maar vooral met mijn allergrootste steun Vincent. Ik heb tranen vergoten van ellende in de regen en ik heb plezier gehad in het doen van wedstrijden. Ik heb gewanhoopt en gedacht aan uitschrijven. En ik heb hard gewerkt aan voeding tijdens de wedstrijd en ook in de rest van mijn levensstijl. Er zijn sociale dingen die ik niet heb gedaan en ook mijn huishouden heeft te leiden gehad onder de sportambities. Het werk is niet altijd op de eerste plaats gekomen, maar dat is een mooie tegenhanger geweest, om te denken in plaats van alleen maar te bewegen. Naast RvR voor het voedingsschema, stond de meest geweldige trainster waar ik alleen maar van kon dromen klaar. Met leuke trainingen, uitdagingen en bemoediging.
Naast mij stonden al die tijd Rob en Vincent. Rob heeft me aangemoedigd de Ironman te doen en me elke keer weer laten gaan sporten. Daarbij heeft hij voor mij de passende fiets gebouwd. En me keer op keer naar buiten geduwd. Vincent ging weer mee voor de gezelligheid, het steuntje en om zijn eigen training te doen (die hem op het podium hebben gebracht). Dat ook zij volledig de Ironman omarmt hebben, daar prijs ik me gelukkig mee. Meer dan wat ook. Rob en Vincent hebben dit voor mij mogelijk gemaakt.

Ik toeter niet elke training op Facebook of Instagram (al was ik daar de laatste weken wel mee bezig) en het is al heel wat dat ik alles op Strava heb gezet. Maar vandaag zet ik ook een keer wat op de social media. De reacties, succeswensen, je-kun-het en ‘geniet-ervan’s zijn overweldigend.
yes, I am ready.
Wetend dat die ene dag sporten het resultaat is van al die andere uren en dagen.

3 juni – Een lange reis naar Hamburg ?

Veel file. We gingen niet over Groningen, maar via Emmen, want dat zou korter zijn. Binnendoor naar Bremen. Ik dronk heel veel. Dus we moesten ook een paar keer stoppen. Ik sliep ook achterin. En toch is deze reis maar een heel klein stukje van het lange avontuur naar Hamburg! Het onderkomen is geweldig. Een goeie plek om slecht te slapen. Een onderkomen met lekkere bedden. En met een weegschaal erin (die best correct lijkt te zijn, maar wel weinig aangeeft) en een wasmachine. Een boot! Ik ben niet zo ongelooflijk bang, maar wel gespannen. Een combinatie van onrust en gelatenheid.

Zaterdag 4 juni. The day before…

Ik slaap in delen. Niet diep, niet lang, maar van tijd tot tijd. Er zijn 1000 dingen die ik nog kan bedenken. Wat als ik voeding verlies? (Dan pak ik aan van de organisatie) Wat als ik twee keer lek rij met de tubeless? (Dan heb ik twee patronen bij me) Wat als ik in paniek raak bij het zwemmen? (Dan ga even over op schoolslag) Wat als ik last van mijn enkel/knie/hamstring/linkerteen krijg? (Dan ga ik dribbelen)
Ik kan nog even zo doorgaan. En meestal lukt dat in het donker nog het beste. Ik leg alles klaar.

Dan wandelen we de 3 kilometer naar het centrum waar de happening gaat plaatsvinden. Als het me wat aanvliegt pak ik gewoon Vincents hand vast. Meteen komen we JB tegen bij de registratietent. Gevolgd door de enige andere mij bekende deelnemer DdK. Gezellig. Ik ben voor deze keer volledig gericht op mezelf. Laat al die toppers maar hun eigen ding doen. Dat gevoel van egoïsme is mij vreemd. In de rij mag Vincent mee en om de spanning af te wenden hebben we een spelletje bedacht: verzin een nieuw dubbeldier. Een beest met vinnen en hoorns is bijvoorbeeld een visgeit. We hebben grote lol in de rij. Tot nog toe staat de koekoekat met stip op de eerste plaats. Ik neem de tas, de nummers, het bandje en de special needs tas in bezit. We gaan de winkel door en ik koop een t-shirt met mijn naam er ook tussen!

En dan gaan we naar het startgebied. Daar overvalt het me opeens als ik het water zie en de brug. Voor ik in huilen kan uitbarsten roept Rob Vincent toe: ‘snel, verzin een dier!’ 🙂

We lopen om het parkje heen. Ik ga het wel zien morgen. We gaan inzwemmen, Vincent en ik. Gelukkig heeft Vincent een brilletje extra bij zich, want die van mij ligt in het huisje. Het water is heel even koud en dan heb ik al mijn beetje verwarming toegevoegd. Natuurlijk doet Vincent er wat langer over. We gaan zwemmen en het is HEERLIJK.

Vincent naast me zien, makkelijk slagen kunnen maken, zonnetje en Hamburg op de achtergrond. Dit is herinneringen maken! Dit is puur genieten! Er zijn geen golven. Geen enkele moeite. En onderweg liggen we stil gewoon om te genieten dat dit kan! Ik geniet enorm, maar Vincent vindt het koud en ver en zijn voet doet pijn.

Ik ga nog net zo moeiloos een rondje alleen. Navigeren gaat goed, het water is heerlijk en ik ben nu al blij. Bij het weggaan spreken we JB weer. Deze ‘supervrouwen’coach kan mijn achting niet langer wegdragen, ik kijk neer op de wijze waarop zij dit aanvliegt. Als een “training” omdat ze niet genoeg getraind heeft. Tjonge, wat een geweldig voorbeeld – not. Ik laat me niet langer intimideren. “jij hoort daarbij he”, schreef Joyce me vanmorgen, “tussen al die wereldatleten”. Tevreden over mijn eigen houding wandelen we weer drie kilometer terug naar de woonboot. Ik eet en drink. Langzaam aan richt ik me alleen maar op mezelf. Die focus heb ik nog nooit ervaren. Nooit. Volledig bezeten door 1 ding. Ik zie niet op tegen de uitdaging of de afstanden. Dat heb ik allemaal getraind. Ik weet wat en hoe ik moet eten. Ik kan zwemmen. En hardlopen zal zwaar zijn, maar dat ken ik. Ik ga het beleven. Wat niet goed gaat, zal ik oplossen. En wellicht is er niks op te lossen.
Samen met Vincent leg ik alles nog 1 keer bij elkaar en neem ik alles nog 1 keer door.

Dan gaan we met fiets en spullen nog een keer 3 kilometer wandelen. Nu vind ik het wel eng en onbekend. In die enorm grote wisselzone. Daar staat mijn racefietsje tussen grote tijdritfietsen.

Ik hang de tassen op, wordt nog geïnterviewd en dan wil ik terug naar het huisje. Ik heb rust nodig. Concentratie nog verder focussen. Ik eet veel. Lukt ook prima. Ik ben toch zoveel afgevallen! (een weegschaal in het vakantiehuisje, wie bedenkt dat!) Nu nog proberen zoveel mogelijk te slapen. Ik ben er klaar voor.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Voor Annemarie – een trainer van goud met een diamanten rand

Je hebt trainers, er zijn coaches, er zijn mensen die dat combineren en je hebt Annemarie. Trainers geven een training op, zo algemeen mogelijk en soms maken ze ook een schema om je naar een doel te helpen. Dat hoeft helemaal niet een bekende te zijn: Evy Gruyaert was mijn eerst trainster, die ingesproken had waneer ik een minuut moest wandelen en wanneer hardlopen. Geen eens een mens in de buurt, alleen een stem. Toen kwam er een papieren schema van de hardloopclub. Je mocht kiezen: 3 of 4 trainingen per week. Ik koos natuurlijk de vier-variant! Ik tekende de trainingen keurig af.

Dan een persoonlijk schema van 16 weken voor de marathon van T. van de hardloopclub. Ik volgde elke training, maar meer dan zo heel nu en dan de vraag: gaat-ie, kreeg ik er niet bij. Een standaard schema van internet bleek niet bij mij te passen. En toen kwam Merijn. Eindelijk wel echt een persoonlijke aanpak! Wel die regelmatige vraag hoe het gaat, waar we heen gaan, hoe het moet. Hartslag, nachtrust, dagcijfers. Ik vloog er van! Sterker nog: ik vloog uit. Van hardlopen naar triatlon. Schrikken van het aantal uren ineens!

In een overzichtelijk xcel-bestand stond precies wie ik op basis van de sportdata was. Maar na een paar jaar werkte het verstikkend opeens. Klaar met iemand die mijn data beter kent dan ik mezelf. Niet het handigste moment, midden in het seizoen vlak voor de eerste echte halve triatlon. Ik nam een half jaar schema’s aan van LK. Terug bij gewoon een schema voor mij en geen vragen of medeleven. Een keurig trainingsschema, niet meer en niet minder.

Toen wilde ik een vrouw als begeleider; die moet een andere vrouw toch beter begrijpen? Ik ging in zee met G, maar zij en ik hebben nooit echt een klik gehad. Toen was daar Training Peaks. Kleurtjes, ietwat dwangmatig en onpersoonlijk. Merijn had de standaard veel te hoog gelegd! Ik kwam uit bij Frank. Heel direct contact. Frank maakte een schema wat mij als een jasje paste.

Terug naar excel, lekker basic en ruimte te over voor mijn eigen inbreng. Geen verstikking en lekker veel aandacht. Frank coachte en trainde mij naar een hele triatlon. Hij hielp me waar hij kon met betrekking tot de ‘randzaken’, zoals de voeding. Zijn eigen ervaring op een hele triatlon was echter al lang geleden. Frank werd steeds meer een goede vriend dan een trainer en coach. Met pijn in het hart zocht ik iets meer. En zo switchte ik vorig jaar naar de trainer die Vincent ook heeft. Daar zat ook een praktische kant aan! Terug naar Training Peaks.

Dwangmatigheid diende zich aan en deze trainer kon mij niet afremmen of stoppen of begeleiden. De data vertelde niks meer over de Anke die achter alle groene trainingen zat. En deze trainer gaf me veel te veel vrijheid. Wonderlijk genoeg overleefde ik dat zonder blessures! Al na een paar maanden zocht ik verder en vond iemand die opviel door wél te vragen hoe het ging. Toch weer een man, want vrouwen zijn niet dik gezaaid. Deze trainer-coach begon veelbelovend, maar nadat ik me vol vertrouwen had ingeschreven voor een Ironman, ging het bergafwaarts. Hij sloot aan bij een topclub coaches, maar wat mij betreft voldeed hij aan geen enkele standaard meer. Onbereikbaar, saaie trainingen, nauwelijks ter zake doende reacties en desinteresse. Training Peaks toonde me alleen maar data die me niks meer zei over hoe (slecht) het echt ging.

Ik zat echt met een probleem, want ik stond ingeschreven voor de Ironman en het antwoord ‘heb geduld, het komt goed’ vertrouwde ik niet. En toen kwam Annemarie. Het beste wat die nare trainers het afgelopen jaar hebben gedaan, is mij in de handen van Annemarie drijven.

Annemarie Rustenberg. Ja, ik kende die naam wel toen KH het voorstelde. Die wint toch vanalles? Zij was van de wedstrijd in Urk toch? Doet die er ook een beetje training en coaching bij? Zij is toch ook zo’n gymdocent, van dat onbetrouwbare kijk-mij-eens-geweldig-zijn-volkje? Meer wist ik niet van haar, maar ik moest het een kans geven. KH had me Frank destijds ook aangeraden en dat is goed gegaan.

Lieve Annemarie, de eerste keer dat ik je sprak in Zeewolde was ik niet echt meteen overtuigd eerlijk gezegd. Onder het toeziend oog van de kaartende mannen van de Zeewolde Endurance zaten we aan de koffie en thee. Je rare accent, ietwat afwezig in het begin van het gesprek en stroef. Geen Training Peaks meer, voor de lol begonnen ooit en nu 40 atleten onder je van alle niveau’s? Nee, ik was niet direct enthousiast. Tot je begon over je vak, over het coachen van mensen, geeneens het afstandelijke woord atleten. Je had het niet over je eigen prestaties, schepte niet op over de Frysman van jezelf, je luisterde door mijn tekst heen en was direct scherp. Ik weet nog dat je me aanraadde een sprint de week na de hele gewoon niet te doen met overduidelijke argumenten en uit eigen ervaring, maar zonder daarbij jezelf ook maar 1 moment op de borst te kloppen. Ik ga het niet doen. Het was een verademing na een jaar waarin naar de data in Training Peaks werd gekeken en ‘ja’ werd gezegd. Hemel, wat vergiste ik me in jou! Jij was helemaal niet stroef of afwezig, jij hebt alles, maar dan ook alles gehoord wat ik vertelde. Moeite met voeding, melde ik en jij had het al opgeslagen zonder pen en papier. Last van zenuwen, stond al snel bij mij als mens in jouw geheugen. Je hebt me als Anke benadert; als persoon, als mens en niet als data, niet eens als atleet, maar als sporter. Met alles wat daarbij komt: moeder van een sportende zoon, werk, angsthaas en gedreven. Toen je zei: “oh ja hoor, geen enkel probleem om je naar die Ironman toe te helpen, zeg maar wat jij wil” was het accent helemaal weg. Weet je nog welke vraag en conclusie je stelde toen we wegliepen over op welke school Vincent zat? Met die vraag bewees je me dat je vreselijk goed geluisterd en opgelet had en hoe verstandig je kunt combineren!

Omdat ik voor mijn gevoel weinig andere keus had met de huidige trainer, nam je het twee weken later over. Half februari werd ik aangesloten op je eigen platform van Train3Sports en keek je mee in Garmin. Ik mocht schrijven op je eigen platform en als jij data nodig had haalde je dat bij de bron. Prettig voor een schrijver zoals ik! Binnen twee weken bewees je jezelf. Jij begreep de data, legde precies uit wat ik weten moest en las daarbij wat het met mij als persoon deed.

De eerste weken nam je het schema nog over, maar daaruit begreep jij al snel meer dan de trainer-die-elke-dag-zou-kijken deed. Je begon over cadans, over het fietsen waar ik het animo met week na week dezelfde training helemaal voor kwijt was en over de hartslagzones. We hebben alles in elkaar gezet en getest en ik heb Trainings Peaks geen moment meer gemist. Zeker de druk om een ‘groene’ training te halen niet! Ik ben vanaf het eerste moment eerlijk geweest en dat gaf je ook altijd terug. Nooit heb ik tussen de regels door ook maar 1 verwijt gelezen! Wel verbeteringen die mogelijk waren, duwtjes in de goede richting en ook ‘zou ik niet doen’ las ik terug. En dan deed ik het niet! We waren net begonnen toen je me door Corona heen moest loodsen. Ook daar hield ik je van op de hoogte en je leefde mee. Je hoopte mee en het kwam weer op zijn pootjes terecht.

Binnen 3 maanden heb je mij mezelf bewezen. Meer dan Evy, Merijn en Frank bij elkaar ooit hebben kunnen doen. Meer dan op tijd ben je voorzichtig gaan pushen over voeding. Voor elke wedstrijd wenste je me succes en niet alleen een onpersoonlijk bericht, maar met nadruk op genieten en lekker doen.

Één van de belangrijkste dingen die jij hebt betekend is dat je nooit ook maar enig moment mij het gevoel hebt gegeven me ergens mee te vergelijken. Niet met jezelf (voor wie mijn wedstrijdtempo een trainingstempo is), niet met podiummonsters die altijd sneller zijn, niet met andere lopers die minder hard gaan. 1 Opmerking daarin is heel belangrijk geweest. Ik schreef dat ik me aan mijn eigen tempo ergerde omdat ik altijd zo sloompjes fietste in de trainingen in vergelijking met andere vrouwen van mijn kaliber. “ik snap wat je bedoelt, klinkt misschien cliché, maar zo zijn er altijd mensen te vinden om mee te vergelijken die een stuk harder fietsen, of beter. Dat heb ik zeker ook, maar de kunst is om naar je zelf te kijken als vergelijking… Naast de frustratie die er soms even is..” schreef je. En daarbij de verzekering dat de progressie op de fiets ook komt.

Met trainingen gericht op de voeding (elk kwartier eten en drinken) heb je me ruim op tijd voorbereid op een hele triatlon. En dat terwijl je zelf geblesseerd was, verhuisde en met vakantie ging! Ik voelde me geen moment ‘vergeten’. Je hebt me alle ruimte gegeven om zelf mijn beslissingen te maken: welke fiets ik neem, welke voeding ik aanneem, welk trisuit ik aandeed; maar je hebt bijgestuurd, gemonitord en bent betrokken geweest. En op dat ene moment dat het even niet ging en ik je paniekerig een bericht stuurde dat mijn hamstring niet meedeed, toen reageerde je accuraat en snel en met precies het goede advies. Je hebt al die tijd voor me klaargestaan.

Vincent vroeg me: wat moet er dan aan jouw coach verbeteren? Ik wist het werkelijk niet. Ik kwam echt niet verder dan je accent veranderen. De rest is perfect voor mij: schrijvend, data uit de bron halen, opmerkingen als “van mij mag de cadans hoger” en “zeg maar ruim boven de dertig gefietst!!” doen me meer dan ik zeggen kan en de betrokkenheid voel ik overal. Je hebt me meer gegeven dan een leuk, afwisselend en opbouwend schema: je hebt me het vertrouwen gegeven dat ik het kan. Zelf. Met jouw hulp ben ik gekomen voor wat ik zelf waard ben.

En nu, zo vlak voor een hele triatlon, kan ik zeggen: ik ben super in vorm. Het is goed gekomen met het fietsen, ik loop beter dan ooit, de hartslagzones kloppen, de voeding is op orde en jij hebt alle tijdsdruk en prestatiedruk zorgvuldig achterwege gelaten. Ga genieten en je kan het, het zit in je, echt waar! is de enige opdracht.

Ik zou graag tegen al je voorgangers willen schreeuwen: zo kan het ook, het kan echt wel, het is mogelijk om echt een topcoach én supertrainer én zelf ook nog eens geweldig tegelijk te zijn! Maar ik ben bang dat je dan veel te veel atleten krijgt en ik hou je lekker graag voor mezelf. 🙂

Ik weet nog maar 1 minpuntje: je bent te licht. Je weegt gewoon veel te weinig. Daarmee kan ik je gewicht niet als waarde in goud uitdrukken, dan zou je het dubbele moeten wegen (wat niet handig is voor je eigen wedstrijden). En je bent echt GOUD waard. Bezet met zuivere diamanten.
Maar aan niemand vertellen hoor, dan krijg je het veel te druk!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-18

Maandag 23 mei Binnen fietsen in Zwift op de TRONbike!

Ik ben moe. En dan bedoel ik echt ontzettend, enorm, overweldigend moe. Niet omdat ik slecht slaap, maar het zal wel iets te maken hebben met veel sporten en de cyclus die helemaal door de war is. Op mijn werk kan ik me nauwelijks concentreren. Maar ik kan het niet maken om me ziek te melden vind ik. Dus ik ploeter wat. Dan begint de regen. Fijn na al die dagen met veel droogte, maar had het niet nog twee weken langer droog kunnen zijn? Ik heb nog wat fietsmomenten staan deze week en vanavond ook! Dat is maar 75 minuutjes, maar toch. Onweer, regen, donker. Leuk voor de plantjes, maar niet voor mij! Ik moet Vincent ook helpen met zijn huiswerk voor levensbeschouwing. Daarvoor is de fiets binnen uitermate geschikt. En ook bij regen. Dus ik ga maar weer eens virtueel fietsen! Op naar New York. Ik zoek een route uit met 300 hoogtemeters, want die heb ik nog nodig voor de TRONbike. Dat is een fiets die je alleen maar kunt verdienen door heel, heel, heel veel hoogtemeters te maken. Eerst de Mount Everest op en dan door tot voorbij de atmosfeer, tot je 50 HOOGTEKILOMETERS bij elkaar hebt. En ik als polderfietser was weer even vergeten hoe dat ook weer was, omhoog trappen… Pfft. En toen ik net van start was, had ik opeens de Tronbike tot mijn beschikking! Bleek dat ik nog maar 30 hoogtemeters nodig had! Snel heb ik ‘m gewisseld.

Blitse wielen toch?! De fiets zou sneller dan snel moeten zijn, maar dat het niet zo is, ligt vandaag aan de berijder… En ik ben niet zo snel. Ik ben bezig met waarden en normen. Interessant. Maar dan hou ik me niet al te veel bezig met cadansen en tempo. En dan blijken de overige 270 hoogtemeters best veel, haha! Maar ik fiets netjes 75 minuten vol.

En daar blijf ik droog bij. Bijkomend voordeel: ik heb het verband tussen waarde, normen en moraal geleerd.

Dinsdag 24 mei. Cranio, fietsen en rennen

Bij de cranio therapie blijk ik inderdaad heel erg uit balans. Letterlijk ‘uit het lood’ geslagen. Van mijn basis afgevallen. En dat trekt van het één aan het ander. Maar dat is recht te zetten! Ik merk dat ik het heel, heel moeilijk vind om me op mezelf te richten. Ik denk veel over ‘de anderen’ en verlies daarbij mijzelf uit het oog. Na een klein uurtje sta ik weer stevig ‘in de basis’ en dan wandel ik met mezelf op mijn eigen stevige tempo naar huis. Ik voel me energiek en opgemonterd. En dóór!!
Want er staan nog een paar trainingen deze week. Voor nu voelt het als ‘kleine stukjes’, maar met een verjaardag, vrije dagen, snertweer met regen en wind, wedstrijden van Vincent en huiswerk en ‘op de basis blijven’, is het toch een lastige puzzel. Ga ik wel of niet 3 uur fietsen vandaag? Buiten of binnen? Kans op regen, windkracht 5? Drie uur op de Tacx?! Ik bekijk het weerbericht van Hamburg voor over anderhalve week en daar staat ook windkracht 4. Aha. Buiten dus. Trainen. Ik schop mezelf de fiets weer op en dat gaat lekker. Ik neem muziek mee en ga de dijken langs. Zowel wind tegen als wind mee trainen met tempoblokken in the middle. De cadans lekker hoog houden. Alle pijntjes zijn nog niet weg, maar ik denk dan ook nog steeds vaker aan ‘de rest’, dan aan mij.

Ik rij naar de Shell en steek dan door naar de dijk. De wind van zij is nog het minst prettig. Denk ik. Tot ik Almere Haven voor me zie liggen en windkracht 5 in mijn gezicht voel. Witte schuimkopjes op het water. Ik relativeer maar: dit heb ik in de Frysman ook overleefd. En ik weet al wat er nog voor ergers komt: de klinkertjes in Almere Haven! Het tempo ligt nog rond de 22, dus dat vind ik best aardig. Ik krijg het straks wel terug. Ik stop voor een foto. Dat durf ik niet als ik aan het fietsen ben.

Het is en blijft zonnig. Super Hollandse luchten. Ook de klinkertjes vallen mee en dan komt het stuk naar de brug toe. Gek genoeg valt daar de wind gaandeweg weg. Ik heb er bijna een uur infietsen op zitten en hierna volgt een uur tempoblokjes van 10 minuten met 5 minuten rust. Voor de rekenaars: 4 keer dus. Ik doe mijn best en trap echt harder op de pedalen en mijn tempo gaat ook flink omhoog, maar mijn hartslag komt niet hoog genoeg. Daar zal de wind in de rug mee te maken hebben. Het is wel mooi: de wolkenlucht, de rechte dijk en de windmolens.

In de tien minuten ga ik echt flink op tempo en dat is ook leuk. Weet je dat vogels ook hard doorvliegen? Ik ga soms een stukje in hun schaduw mee en dan hou ik ze net bij! Als ze me tegemoet komen, lijken de vogels echter wel heel vleugellam. Oversteken, tempo oppakken en doorrammen. Er vaart net een schip de sluis in bij de Grote Vaart. Door! Ik eet en drink voldoende. Eigenlijk moet ik plassen. Dat is lastig op de kale dijk. Met deze tempoblokken. Ik heb nog geen druppel regen gehad, dus ik fiets lekker door. De plas komt wel weer een beetje terug. Een heel klein beetje. De oostvaardersplas bedoel ik dan.

Ik zie een andere racefietser en die wil ik inhalen. Maar ik vind het niet leuk als hij stopt voor een foto. Dan is er geen kunst aan! Dus ik stel maar andere doelen: vanaf de parkeerplek tot het einde van de dijk in het laatste tempoblokje! Ik zet aan en ik haal het redelijk makkelijk. Volgende keer hoger inzetten. Wind van zij-achter op de Knardijk is ook niet zo erg. Of wen je aan het hoge tempo en hou je dat dan vol? Geen idee. Ik rij door tot de sluizen en neem daar het bos. Iets met wind tegen en dat ik nog steeds moet plassen. Ik kom in het bos een leuk liedje tegen wat ik HARDOP meezing. 😀 En dan ga ik plassen. Eindelijk. Maakt het drinken makkelijker. Er komt een andere racefietser aan als ik opstap en die wil ik natuurlijk voorblijven! Dat lukt een hele tijd en dan haalt hij me toch in. Wacht eens even… Dit is geen wedstrijd, ik heb wind tegen, hij fietst blijkbaar harder: gebruik van maken! Ik ga er achter hangen. Dat scheelt echt een stuk! Kan ik mijn gemiddelde nog omhoog halen en in de lage hartslagzone blijven. Stayeren helpt echt. Als de meneer langs de Vaart ga, zal ik even voorop gaan. En dan moet ik echt hard werken om 30 plus te blijven fietsen! Kom ik opeens toch in zone 3 terecht! Ik kan het wel… Als ik maar écht wil. Bij de Regenboogbuurt haakt hij af. Ik ga weer terug en zwaai nog een keer. De 3 uur zijn nog niet vol, de teller blijft steken op 72,5 kilometertjes met een aardig gemiddelde boven de 27km/u en ik heb totaal geen zin meer om er nog 6 kilometer hardlopen aan te koppelen.

Maar dan gaat Vincent mee. Als hij zich omkleedt, schil ik de aardappels alvast. Piepers jassen in de wissel! Dat is een zin die alleen een triatleet kan ontcijferen! Het zijn ‘maar’ 6 kilometer.

maar 6 kilometer….. nu komt het: TIEN jaar geleden zat ik ook op die afstand. Toen was ik op weg naar 10 kilometer hardlopen. Stapje bij beetje. Rustig aan. Met intervallen van Evy. Een paar keer per week. Alleen maar hardlopen. En nu. Kijk nu! Elke dag sporten. Hardlopen, fietsen, zwemmen. Afstanden waar de meeste burgers een dag voor uittrekken op de fiets. De elektrische fiets wel te verstaan. Dat ik de komende week nog een keer 18 kilometer moet lopen, daar haal ik mijn schouders over op. Het grootste probleem is om dat in te plannen, niet de afstand of het tempo. Die tien jaar zijn echt een ongelooflijke ontwikkeling. Waar ik maar moeilijk bij stil kan staan. Waar ik maar moeilijk trots op kan zijn. Omdat ik eerst denk aan die ‘anderen’, die beter en sneller zijn en van verder komen, die sterker en geweldiger zijn. Het lukt me nauwelijks om tot mezelf te laten doordringen hoe ver ík zelf gekomen ben, waar vandaan, in welk een korte tijd. Welke prestaties en hobbels ik zelf overwonnen heb.

Als ik het zo’n beetje laat indalen, beginnen de krampen. De cyclus neemt ook weer wat ruimte in beslag. Samen met Vincent lopen we te kletsen. Ik moet een tempo lopen tussen de 5:30 en 6:10 per kilometer. Eigenlijk 5:45 gemiddeld. Maar het gaat harder. Wind mee. Kind mee. Makkelijk! Kletsend.

Bekende rondje. Lambo (grijs), brug over (kleine stapjes), veel zon (huh), onverharde pad natuurlijk (runderen, mama). Na 3km een plaspauze. Het gaat allemaal vanzelf anno 2022.

Vincent zal dadelijk verder doorlopen in zijn eigen versnellingentempo. Ik ga onverhard over het mooie pad wat inmiddels weer groen is. Rustig tegen de wind in het viaduct op geeft eindelijk een kilometertempo van 5:45. De rest is sneller. Na 6 kilometer in iets van 34 minuten ben ik thuis. Kan ik de aardappels aanzetten.

25 Mei R**T ??
Mama, mama, mama, mama, meen je echt dat we niet gaan zwemmen vandaag? Ben je ziek? Voel je je wel goed? Zal ik een thermometer pakken? Is het ernstig? Bedoel je nou echt en heus met dat je geen zin hebt, dat je ook echt niet gaat? Moet je thuisblijven voor iemand? Is er iets mis? Je voelt ook raar hoor. Moet ik me zorgen maken, mama?! Je neemt toch niet echt zo’n rustdag? Hoe kan dat nou?” Springend staat hij naast me.
Het is vandaag zijn 16de verjaardag. Voor mij is dit ook de eerste serieuze dat van de cyclus. Dus zwemmen is echt lastig. Ik ben moe, ongeconcentreerd, ik maak me toch maar alvast zorgen over de Ironman en slaap daardoor wat minder en ik heb geen zin in het zwembad. Ik wil alles opruimen en alle was strijken en morgen klaar zijn voor de zwaarste dag van de week: een verjaardag vieren met bezoek en taart. Ik ben nu supergoed op gewicht, ik heb in jaren niet meer zo mooi op gewicht gezeten. Daar past geen appeltaart bij. Bij appeltaart hoort 100 kilometer fietsen. Eigenlijk staat de rustdag voor morgen, maar die wissel ik om. Op deze verjaardag doe ik een ‘krachttraining’ waarbij ik al het strijkgoed wegwerk en ondertussen leren we verder over waarden van de Nederlandse samenleving. De beste training van vandaag is: op tijd naar bed en rust accepteren!

26 Mei. Visite en hardlopen ? ? ?‍♀️

Tussen 11 uur en 6 uur hebben we verjaardagsvisite. Zitten op een stoel, opstaan en drinken pakken, taart bakken en koffie maken, kletsen en luisteren. Dat vind ik vermoeiend. Zo’n hele dag. Eigenlijk zou dit de rustdag zijn, maar die heb ik gister al ingewisseld. Deze week is het een beetje passen en meten en ik pak vandaag de training van zondag: een uurtje hardlopen. Met wandelpauzes. 8 minuten rennen en 30 seconden wandelen. Ik snap dat het een soort uitlopen is van andere trainingen, maar voor deze vermoeiende dag past het ook prima! Vincent gaat mee op de fiets, want hij moet een uurtje fietsen (maar vast niet op hardlooptempo 😉 ) De eerste 8 minuten gaan niet zo best. Het hardlopen gaat wel goed, maar het tempo en de kracht moet nog even toegevoegd worden. We kletsen lekker. Ik ga netjes wandelen. Het tweede van de 7 blokjes gaat al beter.

Vincent maakt veel foto’s. En hij kletst lekker. Na nog een korte wandelbreak ben ik de aagbalast kwijt en zit het tempo, de kracht en de hartslag helemaal op 1 lijn. Helaas moet ik dan naar de WC om een paar krokodillen te verjagen. Vincent snapt me meteen!

Ik ga even tussen de brandnetels zitten en weer een stuk van de Oostvaardersplassen is krokodillenvrij! Dan gaat het doorlopen nog gemakkelijker. We maken een ommetje over de Vaart langs de schapen en tussen het vrachtverkeer door. Ik mis een wandelmoment, maar dat is niet zo erg, want ik kan ook prima 17 minuten aan 1 stuk hardlopen. Wind mee gaat het nog iets makkelijker.

Vincent heeft water voor me bij zich voor in een wandelpauze en dat is helemaal erg prettig. Ik drink ontzettend veel vandaag. Zeker 3 liter thee en ik drink ranja. Eten en vooral snoepen doe ik nog maar heel erg weinig. Ik taal er nauwelijks naar. Mijn gewicht is in jaren niet zo laag geweest. Ik mis nog een keer een wandelmoment. En dan gaan we door het bos. Vincent maakt een foto.

Ineens word ik in mijn eentje ongewoon angstig in het bos. Het slaat werkelijk helemaal nergens op en na een paar keer heel diep ademhalen is het weer voorbij. Dan komt Vincent er aan gefietst en we zien een prachtig statig hert met een groot gewei. We stoppen even voor een foto.

We lopen weer verder, het viaduct omhoog met de wind in de rug. Vincent zegt het allerbeste wat hij ooit kan zeggen: “mama, zoals jij loopt ziet het er heel soepel en makkelijk uit, ook al voelt dat voor jou misschien niet zo, maar het ziet er gewoon uit alsof het helemaal niet moeilijk is.” We lopen door tot thuis. 10 Kilometer in een uurtje en de verjaardagsstress is helemaal opgelost. Mag ik het laatste stukje appeltaart oppeuzelen.

Vrijdag 27 mei. De laatste fietscheck – Rondje challenge en voedingsplan.

‘s Morgens doe ik rustig aan. Dat is een site-opdracht in het schema: ga eens op bank liggen en doe een half uur niks. Best wel moeilijk eigenlijk! Een beetje piano spelen telt vast ook mee. Na het eten maak ik me klaar voor de laatste lange fietsrit: 90 kilometer. Om het voedingsplan te testen en de fiets te testen. Dit is net het moment om er dan achter te komen dat de gelletjes op zijn! ? Ik vis er uit alle hoeken en gaten nog twee op. Voor vandaag precies genoeg. En alle tasjes en bidons passen en meten we op de fiets. Het is windkracht 5. Ik ga het wel ervaren. Ik ken het rondje van de Challenge Almere inmiddels, dus ik zet een muziekje op omdat ik nauwelijks hoef op te letten. Op naar de dijk! Op de dijk heb ik toch zo’n beetje wind mee en dat is wel prettig. Ik realiseer me dat ik hier voorlopig niet meer zal fietsen! De komende weken in elk geval even niet. Hopelijk is volgende keer het water weer terug. En dan op de Knardijk had ik meer wind mee verwacht. Ik rij langs het Oostvaardersveld en daar valt wind tegen dan weer mee. Ik zie de paarden, veel mensen bij het centrum, veel andere fietsers en vogels. Ik hou me strak aan het voedingsplan! Terwijl het fietscomputertje niks aangeeft. Ik ken het uit mijn hoofd: drinken elke kwartier en na een uur de eerste gel.

Op de Ibisweg heb ik wel wind tegen, maar ik ga liggen op de fiets en ik heb nog energie genoeg. Ik moet wel plassen. De eerste 30 kilometer gaan soepel. Op de Doddaarsweg heb ik ook wind mee. Dat luistert makkelijker muziek. Het is nog even de Flehiteweg af buffelen en dan de Vaart over en daarna ga ik in het bos even stoppen. Wat ik altijd al graag eens wilde doen!

42 Kilometer en ik heb nu een gemiddelde van 28,7. Gaaf. Dat zal straks wel afnemen, maar nu is het even leuk. Ik ga plassen en kijk hier eens een keer goed rond. Mooi eigenlijk. Door naar het bos en de paarden die er deze keer niet zijn. Ik geniet nog even van het laatste stuk wat makkelijk is. De Winkelweg op en dan begint de serieuze wind-tegen. Liggen en ploeteren. Ergens vind ik dat ook erg leuk. Het afzien en het trainen. Voor me fietst een grote groep recreanten. Net voor de afslag haal ik ze in. Dat stukje slingeren op de Slingerweg is (a) altijd druk met een tractor en/of vrachtwagen en (b) altijd langer als ik denk.

Dan langs de brug. Ik weet al dat over de dijk naar Haven fietsen VOL wind tegen zal zijn. De wind is aangetrokken en ietsje gedraaid. Ik ken de weg binnendoor. Maar nee… Ik ben een bikkel. Die netjes op tijd eet en drinkt. Ik voel me iets minder bikkel als ik op de dijk ben en de golven zie. Maar wie A zegt, moet het maar afmaken ook! Ooit zal ik in Haven aankomen en over dat vreselijke hobbelpad rijden. De boten hebben het ook niet makkelijk. Net als ik. De zeiler geniet. Net als ik.

Het kost veel kracht, maar ik blijf netjes voeden en ik bedenk dat ik de weg binnendoor moet nemen. Zoals de halve was vorig jaar. Ja, ik kom in Haven en ik rijd langs de terrassen. Op naar het surfstrand. Het gemiddelde gaat hard omlaag. So be it. Ik ben de wind zo zat, dat ik inderdaad binnendoor ga in plaats van een extra stuk dijk. Langs Schattepatat (weet ik ook waar dat zit en ik snap niet dat mijn collega’s daar naar toe gaan met de auto) en langs de huizen. Het tempo gaat weer wat omhoog en ik moet weer plassen. Dan kom ik op de weg met het slechte wegdek en ik heb de wind pal tegen. Wat een stom idee om binnendoor te gaan! Hier staat zeker zoveel wind als langs het water en het is vreselijk. Echt ver-se-lijk. Ik stop graag even voor een plas en om adem te halen.

En dan door: zo snel mogelijk naar de dijk voor de laatste kilometers wind mee. Ik kijk er echt naar uit! Het duurt wel lang… Maar dan is de wind weer schuin achter me en kan ik het gemiddelde nog even omhoog halen! Zo in de zon met de wind mee en de mooie kleuren en een tempo van 35+ vind ik de polder wel weer leuk!

Ik neem nog een flinke slok na de rotonde en dan verslik ik me toch ongenadig! Ik hoest en traan me suf. Jakkes. Ik heb dadelijk op het laatste stukje nog mooi wind mee en daar geniet ik nog even van. Ik ben verstandig en neem nog een stukje reep: herstel kan niet vroeg genoeg beginnen! Ik voel me nog goed. Ik ben mooi voor 5 uur thuis, ik ben mooi binnen 3,5 uur klaar en ik haal precies 90 kilometer. 26,5 blijft er als gemiddelde over. Gels zijn er geen meer over.

28 Mei – Een halve marathon als training. Weer het voedingsplan!

Deze dag was eigenlijk voor Vincent: zijn TriAlmere Sprint afstand. Ik vond het heerlijk om lekker als publiek aanwezig te zijn en allemaal bekenden te treffen bij de thuiswedstrijd. Natuurlijk was het ook geweldig om Vincent als 16-jarige de snelste in de categorie tot 23 jaar te zien worden! Ik moet meermaals uitleggen waarom ik ook alweer niet meedoe. Ik heb een veel te groot Ironman Kona shirtje aan.

5 jaar geleden werd ik een triatleet. Of iemand die zwom, fietste en rende. Echt een triatleet heb ik me nooit gevoeld. Bij de triatlon in Almere Duin. VIJF JAAR. Ik sprong voor het eerst in de golven, fietste over de dijken en ik rende in de zon. Een sprint-afstand. En nu… Nu ga ik 8 keer zoveel doen. Ik heb dat al een keer gedaan bij de Frysman. Was ik toen een triatleet? Nee, ik heb me nog nooit een triatleet gevoeld. Een duursporter. Een amateur. En nu op weg naar een Ironman. Heel langzaam lijkt er geen ontkomen meer aan: ik zwem, fiets en ren niet alleen maar, ik ben getransformeerd naar een triatleet. Ik let op mijn voeding, ik heb een extreem lage rusthartslag, mijn hele leven draait om sport. Heel misschien ben ik straks wel een echte triatleet. Of voelt het toch ooit zo.

Na de prijsuitreiking mag ik zelf aan de bak: er staat nog een hardloopactie van 6 keer 3 kilometer. Ja doei: dat worden er 7. Ik ga vanuit Almere Haven met een ommetje naar huis lopen. Eerst over de zonnige, lange, rechte dijk. Geen muziek en aandacht voor de voeding. Ik mag 2 kilometer rond de 6:00 lopen, maar ik begin zoals gewoonlijk te snel. Elke derde kilometer moet ik versnellen naar rond de 5:30. Gek genoeg is het een makkie. Ik voel me echt sterk. Maar ik weet ook dat ‘sterk voelen’ bij een halve marathon pas gaat tellen na een kilometer of 15.

Helaas beginnen de darmen van zich te laten horen na dik 4 kilometer. Was te verwachten en dadelijk ga ik van de dijk af en een plekje zoeken om de krokodillen te verjagen uit het Kromslootpark. Het doet me goed. De zesde kilometer gaat weer mooi op snelheid. Het leuke van de wisselende tempo’s is dat de kilometers best snel optellen. Ik ken de weg zo’n beetje: brugjes, schapen, hoekje met bomen, parkeerplaats en door naar de schaapskooi.

Het gaat gewoon voorbij. Ik zet elke keer een herinnering voor het eten in de Apple Watch, want tegelijk met een training kan dat niet in het Garmin horloge. Het is te doen op deze manier, al moet ik het zelf ook in de gaten houden. Dan komt een lastig stukje: oversteken bij het Oor. Ik moet nieuwe gels pakken, de zon is fel op het asfalt en ik zit in een tempoblok terwijl het omhoog gaat.

Dan kom ik langs het Weerwater te lopen met weer een tempoblok. Eigenlijk is dat jammer, want het uitzicht is de moeite waard in mijn stadje zo. Inmiddels zit ik tegen de 12 kilometer aan en overvalt me toch de gedachte: “volgende week is het nog zoveel langer.” Geen idee hoe ik dat moet indelen. Maar ik probeer me niet te laten ontmoedigen en let op het weer: zon en wolken wisselen elkaar af. En ik bekijk de flats en de mensen die ook op de Esplanade zijn. En dan kom ik bij het ziekenhuisbruggetje.

En zo gaat het verder. Ik tel niet meer in kilometers, maar in tempoblokjes en ik wil zo laat mogelijk het Spoorbaanpad op. Ik zit intussen rond de vreselijke 10 Engelse Mijl en dat is altijd een lastige afstand voor mij. De gels gaan me ook ontzettend tegenstaan. Ik besluit dat wandelend de gel wegwerken en veel drinken voor nu de beste manier is om de halve marathon af te maken. Dat is een kwestie van afspraken maken met jezelf: gel eten, drinken en dan bij het volgende brugje weer gaan rennen. Mijn benen hebben een voorkeur voor rennen. Ik ga de bruggen over de Vaart over. De eerste valt me mee (net na het tempoblokje) en de tweede is lastig.

Ga ik het wel halen met de afstand of moet ik thuis nog even doorlopen en hoe wil ik dat dan aanpakken? Alles wordt iets minder makkelijk nu, maar dit hoort erbij. En nee, niet denken aan ‘volgende-week-is-het-nog…” Ik wandel nog een keer even en neem de laatste gel. Als het teveel is, zou ik dan mogen overslaan? Nog 1 tempoblok. Het komt niet goed uit met de oversteekplaats, maar ze laten me voor gaan. En dan het centrum door. De opdracht zit er op. Ik ga een klein stukje om lopen over het Tijdpad. Dat past me goed. Het is vandaag 5 jaar geleden dat ik triatleet werd door de eerste wedstrijd te doen. Dat vond ik toen geweldig. En tien jaar geleden dacht ik nog niet eens aan een halve marathon! Geen haar op mijn hoofd. Maar nu loop ik die halve ‘zomaar even’ weg. En ik moet op tijd thuis zijn om te gaan zwemmen! Tijd is iets raars. Groei is zo mogelijk nog vreemder. Het leidt me af, zulke gedachten.

En dan, raar maar waar, ga ik de laatste kilometer vrijwillig ook nog versnellen. Een blokje om het park en om het huis om de 21ste kilometer vol te maken. Het maakt niet meer uit nu, dus ik kan zo hard als me nog lukt. Die halve marathon loop ik toch niet binnen 2 uur, maar wel binnen 2 uur en een kwartier. Eigenlijk telt alles mee: van de start tot het einde. Dan staat de tijd op 2 uur en ruim 8 minuten. Maar zonder de poeppauze binnen 2 uur en 5 minuten. En daarmee kan ik alleen maar heel, heel blij zijn. Het was behoorlijk ontspannen, de voeding heb ik heel goed gedaan (behalve die in de laatste 5 minuten, die heb ik overgeslagen) en ik heb mezelf mentaal sterk gehouden.

Thuis zit ik even en dan doe ik mijn badpak aan en vermoeid rij ik naar het zwembad. Voor vandaag het beste. In verband met de wedstrijd zal het niet druk zijn. Ik deel een baan met YZ. Mijn benen zijn echt vermoeid en ik gebruik een achtje. Het zal me wat! Veel techniek doen we. Ik sleep, leg bij, tik aan en ik doe schoolslag in plaats van benen. Zelfs dat weigeren mijn benen het liefst! Ik doe rustig aan. Behalve in de sprints. Dan heel even niet. Eigenlijk is een triatleet niet alleen degene die een triatlon heeft gedaan: nu ben ik misschien pas een triatleet. Megafit, superkrachtig en niet opgeven. Toch gaan zwemmen. Na een halve marathon. Waar ik een paar geleden nog een week rust nam na zo’n topprestatie. Ik snap een paar dingen die ik jaren geleden nog niet wist: een triatleet is echt die gek die niet snapt 1 sport al moeilijk genoeg is.

En ik snap dat je zo topfit voelen als ik me op dit moment doe, verslavend werkt. Superlage hartslag, afgetraind, in staat om alle duursporten te combineren en energiek. Bijna alle i-tjes zijn voorzien van een puntje voor volgende week. Ik heb genoeg voeding (besteld), weet welke (nieuwe) sokken ik aan ga doen, ik ben 1 met de fiets en ik ben zo licht als een veertje. Maar onderschatten: nee, daar kijk ik wel voor uit!

29 Mei Buiten zwemmen met de nieuwe collega! ?????‍♀️

Ik had nog zwemmen open staan. Verder ga ik nu echt een beetje rustiger aan doen. Hoop ik. Ik slaap supergoed gelukkig. En ik weeg een kilo minder dan mijn streefgewicht. Ik heb ongeveer alles geregeld wat ik nu kan doen. En ik begin toch nog een beetje zenuwachtig te worden. Over een week… Nu nog mensen zoeken die mee buiten willen zwemmen. Mijn nieuwste collega wil wel mee! We steggelen wat en komen tot een afspraak. Ik ben ruim op tijd. Gek genoeg ben ik een beetje zenuwachtig. Niet nodig natuurlijk, maar het kriebelt waarschijnlijk al een beetje voor volgende week. Ik heb een mail gekregen van Ironman Hamburg met de titel “Raceweek” en dan krijg ik meteen buikpijn… Maar goed: terug naar het zwemmen. Ik ben ruim op tijd. Eigenlijk moet ik 3 km zwemmen, maar ik denk dat dat niet gaat lukken. Maakt me niet uit.

Het zwemmen lukt me. Niet overtuigend, maar ik overdoe niks. Ik vind het koud. Ik navigeer goed van boei naar boei en we zijn er snel. Onder de brug door. En we zwemmen een stukje richting de Floriade. De wandelaars aldaar prijzen ons. We stoppen vaak onderweg. Lekker. Ik zet het horloge steeds uit. Ik geniet van het zwemmen. Ook van de golven. En het niks onder me. Van het navigeren. En het samen zwemmen. Van de omgeving. De bruggen. Naar de boeitjes zwemmen. Hoe makkelijk het gaat. Hoe snel het gaat. Hoe weinig moeite het kost. MB (mijn collega) heeft op haar Polar al een kilometer geklokt, terwijl ik 200m achter lig! Gek is dat zeg. We zwemmen naar het brugje van de Floriade. Helemaal leuk! Daar wandelen mensen overheen.

En dan zwemmen wij er onderdoor. Een beetje spannend. We gaan nog een boei verder. Er zijn plantjes te zien! En dan tegen de golven in terug. Heerlijk! Lekker een beetje vechten. Een beetje inspannen. Niet teveel, maar net even iets meer. We stoppen nog een keertje. En dan in 1 keer terug. Ik wil in elk geval 1900m zwemmen. Dan heb ik een halve triatlon in 3 dagen gedaan. Maar als ik aan de kant ben, heeft MB er 2100m op zitten en ik pas 1600! Gek hoor. Ik denk dat de waarheid tussen Garmin en Polar in ligt, maar ik zwem nog een keer op en neer naar de boei. Zit ik op 1964m.

Als ik mijn tempo in aanmerking neem, moet ik wel meer gezwommen hebben! Ik heb nu heel langzaam gezwommen en dat is echt niet waar. Easy, maar niet traag. Het was weer een lekker weekje zo met 260 fietskilometertjes en 37 loopkilometers en ook nog wat gezwommen en gewandeld. Op voor raceweek!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-17

Deze week maak ik me er ‘gemakkelijk’ vanaf qua blog! Ik omschrijf op het trainingsplatform Garmin altijd hoe en wat ik getraind heb en dat doe ik voor mijn trainster. Ik kopieer deze teksten gewoon en voeg ze samen! Foto’s erbij en je kunt meelezen met een overvolle en (weer niet helemaal) vlekkeloze sportweek!

Maandag 16 mei Fietsen – blokken versnellen, samen met Vincent en alleen een rondje ovp ?‍♂️??‍♀️

Puntje erbij voor de racefiets.

Wat een wereld van verschil met een week eerder en de zware verkoudheid die ik toen had. Ik hoest nog steeds, maar het ergste is voorbij. Het eerste uur ging Vincent mee, dat was gezellig en we hadden mooi de wind tegen.
Ik moet er altijd even inkomen, zo door de stad met wind tegen. Vincent vergezelde me. Lekker kletsen en de weg een beetje zoeken. De eerste 50min in z1/z2. Ik zat al lager qua hartslag. Ik stikte wel bijna in een vliegje. Beetje langs haven en door het Kromslootpark. Ik hield de cadans hoog. Fucking schapen op de weg zorgden voor hilariteit. Toen draaide de wind een beetje mee.

Vanaf Marina begon het versnellen naar z3 voor 8 minuten. Ik kwam niet in z3, maar sneller ging het! Knul naast me genieten. Mijn benen waren de beperkende factor.

Dan 4 minuten rustig. Ofwel: hoge cadans en genieten van wind mee. Heerlijk bewolkt en geen vliegjes. Tweede ging al ietsje beter. De rust rondom het Bloq. Daarna in de derde keer versnellen ging Vincent terug. Daarna ging ik alleen verder en toen kon ik lekker meters maken en tempo draaien. Prettig om te merken dat dat lukt op de racefiets als ik me maar inspan. Ik ging een rondje ovp extra. Aanzetten. Liggen. Zo hard trappen als ik kan. En even rustig in de vier minuten. De laatste wilde ik de hele dijk af en meost ik echt aanzetten en doordrammen en toen zat ik bijna in z3. Anke heeft een keer gepusht op de fiets! Ik redde het net niet.

Knardijk. Rust. Wind van zij, maar nog steeds hoog tempo. Ik zag op tegen de weg met wind tegen maar liggend en wegdromend viel het tempo en de wind alleszins mee. Ik was snel bij de Praambult. En dan nog eventjes doorzetten. Ik moest iets verder om de trainingstijd vol te maken en ik wilde 65km halen. Ik ging nog lekker. Voor mij is 66km op een maandagavondje na een drukke, onrustige, verwarrende werkdag een flinke prestatie. Zeker op dit tempo. Ik moest onwijs plassen toen ik thuis kwam!


T3S: Ik hield de cadans hoog, maar achteraf valt die in z’n totaliteit tegen. (79) netjes anderhalve bidon leeggedronken en een stuk reep gegeten.

Dinsdag 17 mei Piramide in de zon ?‍♀️

Garmin: Hard werken. Ik ben niet van de zon. Zon-der wind. Zone 1 was wel lekker, haha. Zone 2 was prima, maar toen werd het warm en moest ik het viaduct over in de hitte. Het is training… ik maak me dan wel de hele tijd zorgen als ik laag in zone 2 zit hoe ik in zone 3 en 4 moet komen. Schaduw was wel lekker bij de schaapskooi. Ik moest hard ploeteren voor een tempo van rond de 6:00. Op de zonovergoten dijk zone 3 voor 15 minuten. Echt het tempo verhogen en blijven pushen. Dat valt niet mee.

En opzien tegen zone 4. Wil/moet ik nog omlopen? Nee, ik ga het Kromslootpark door. Meer schaduw, hoopte ik. Not.

Dan zone 4. Echt doorbijten. Het enige wat ik wil is in zone 4 blijven voor tien minuten lang. Ik zweet leeg. Ik maak nu wel een ommetje. Tanden op elkaar. Benen doen zeer, ze trekken. Ik mag nog tien minute uitlopen in zone 2, waar ik ook netjes in blijf zitten maar wel met tempo niks-meer en met pijnlijke benen. Pas als het kantoor in zicht komt, moet ik toch weer.

Gelopen op 1 maurten gel en met een telefoon die zelfstandig aan het fotograferen ging, wat kunstzinnige foto’s opleverde, zoals je ziet! Echt, ik was er moe van, superbezweet en ik heb instant spierpijn.
T3S: Zo dat was even bikkelen in de zon die mijn vriend niet is! Pfoe. En dit soort trainingen zijn voor mij heel ‘slecht’: ik kijk vooruit en denk alleen maar: straks moet ik in de zon op de dijk zone 3 doorstaan en daarna in z4 lopen, maar dat kan ik niet. Ik heb veel wilskracht nodig om dit soort trainingen te volbrengen. Maar! Ik doe het perfect en precies!

Ik loop door lichte verzuring heen (wat ik echt maar heel erg zelden voel) om in z4 te blijven en blijf tellen (6 keer tot 100, maar ik zat er ver naast) en pushen. Het uitlopen in z2 was nog het moeilijkst, want toen deden mijn benen serieus pijn! Ik ben heel snel weer bij en kon op kantoor gelijk de telefoon weer aannemen zonder te hijgen-haha. Vooraf 1 maurten gel genomen en onderweg lekker veel scheten gelaten, daardoor hoefde ik pas naar de plee op kantoor.

Woensdag 18 mei Met KH zwemmen in Open Water ??‍♀️??‍♀️

Garmin: Genoten! Vond het niet koud, hooguit 50m. Kijken naar de bodem, op het goede moment ademhalen, 1 op 4 en alle oog hoog houden. En goed gezelschap. En geen afleiding. Op het water is alles makkelijker. We namen pauzes en het ging gewoon lekker. Als je altijd gevochten hebt tegen het water, is dit zo een bevrijding! Het was ook windstil en nog geen plantjes. Natuurlijk moet ik er ook nog steeds energie voor leveren, maar buiten zwemmen is zoveel gemakkelijker geworden. Pauze is om even te genieten op het water, niet meer om bij te komen. En dan met KH, zulk fijn gezelschap, al kan ik niet in haar benen blijven liggen. Maar ze is lekker opbouwend en daagt me net geneog uit op een hele prettige manier. Ik genoot echt. Grappig dat mijn horloge er een potje van maakte, zo leek het ook nog of ik snel zwom! Haha. Maar sneller dan ooit ga ik zeker! En vooral soepeler. Ik vind de bodem zo leuk. En naar een geel bord toe zwemmen ook. Het strand lijkt altijd verder. Ik heb geen schuurplekken meer!! Komt door de ademhaling. En ik heb het Gooimeer weer wat bijgevuld. Zo onrustig buiten het water, zo kalm op het water.

T3S: Het buiten zwemmen gedaan op woensdag. Kwam beter uit. Al komt er niks meer goed op deze woensdag: Problemen met school voor Vincent, moeder een zware griep, gedonder en onrust op het werk. Een hele zware dag wat betreft alle randvoorwaarden. Maar zwemmend laat ik dat achter me. Alle zwemtraining betaalt zich uit! Ik adem goed, 1 op4 (getuige de ontbrekende schuurplek die al die tijd bij dit wetsuit hoorde!) en ik blijf volkomen kalm. Ik geniet met volle teugen van het zwemmen. Van de bodem, de windstilte, de rust. Ik heb al die jaren gevochten in het water en dat is nu echt verleden tijd. Ik was met KH en die is zo’n leuk gezelschap! De pauzes waren gewoon om even te genieten en te kleppen en niet om bij te komen of uit te hijgen. Ik zwem niet zo snel als mijn horloge doet voorkomen, want die had even een miswijzing, maar het staat wel goed ? 

Donderdag 19 mei Baantraining en extra uitlopen

Garmin / T3S: Niks voor mij: de hele training denken: hou je in, je moet straks nog. Ik had liever vooraf ingelopen maar dat was met werken en eten niet te doen en Vincent moest ook mee. Dit is precies een training die lastig voor me is, omdat ik me de hele baantraining afvraag of ik me moet inhouden omdat ik nog extra moet lopen. En dan de vochtig benauwende hitte… bij het inlopen voelde ik mijn linker hamstring trekken. Het was toch nog wat drukkend warm. We bleven op de baan. Inlopen met J gekletst. 5 steigeruns en ik had last van mijn linker hamstring. Trekt. Baal. Voorzichtig zijn.

We gingen als kern 1200tjes lopen verdeeld in 400tjes (langzaam,snel,langzaam/s,l,s/duurtrmpo/l,s,snelst/snelst,s,l) heb ik netjes aan voldaan. En veel gedronken in de 20sec rustpauze. De pijntjes verhuisden van mijn hamstring naar mijn knie naar de kuit. Dan 1200tjes. Met elke 400 in een verschillend tempo. De eerste langzaam, snel, langzaam. Een beetje bij Jeroen, maar ik moet mijn eigen ding doen. Dan snel, langzaam, snel. En da’s best snel op de baan. In de twintig(!) seconde. Rust steeds drinken. Drie was 1200 duurtempo. Moest ik op 4;45 blijven, maar het werd 5:30. Dan langzaam, snel, snelst. Lukte ook. Het pijntje trok naar knie en naar kuit. Maar niet echt doorzetten. De laatste snelst, snel, langzaam. Moeilijker! Toen uitlopen en kletsen. Gemiddelde was toen 5:39.

Na de training moest ik Vincent thuis brengen en na een gelletje uit gaan lopen. Dan naar huis rijden en daar een gel eten en de wijk rond rennen. Al na 500m moest ik. Ik moest de hele weg. Maar ik had niks bij me, dus dat was (d)ruk. Het ging niet zo snel, onder de natte groene bladeren.

Pijntje trok door, maar sluimert. Is te verhelpen met cranio. Dinsdag. Na 4km moest ik echt, maar geen papier bij me. Korte stopjes en na 15km wandelen. Gemiddelde gedaald tot 5:51, maar het is goed zo.


Uiteindelijk 15km volgemaakt. Dus keurig gedaan al met al. En dan zie ik weer op tegen morgen. Zo blijf ik bezig….

Vrijdag 20 mei: een bricktraining van jewelste met teleurstellende afLOOP 60?‍♂️10?‍♀️60?‍♂️(❌) ?

Garmin: koppel1 tijdritfiets: 6,9 (alles krijgt altijd een cijfer, meestal zo rond de 7) Weinig energie. Tegen de wind in al wat minder en ik kon niet in zone 1 blijven. Dan piepte het fietscomputertje voortdurend. Irritant. Ik had het voedingsschema en de route in mijn hoofd. Zonder muziek of afleiding zag ik toch een beetje op tegen alle sporturen. Gewoon lekker om me heen kijken: hazen, koeien, een kat en een hond, vogels – ik was dieren aan het spotten. En heel veel schapen op de Knardijk!

Toen wind mee en lekker wat harder kunnen rijden. Ik hou van de rechte simpele weg. Ook op de Oostvaardersdijk doorgefietst en het plassen nog maar eens getraind. Ik had de trisuit aan. Alles moet getest! Dan nog net even een rondje om het huis om de 60 vol te maken, maar verder aardig precies! Thuis snel weer plassen en een grote boodschap!
Garmin koppel 2 – hardlopen: 4,8 Onvoldoende, slecht, pijnlijk. Het trok meteen aan de buitenkant van mijn linkerbovenbeen toen ik begon te rennen. Nog nooit gehad, nooit! Niet op die plek, in jaren geen blessure. Paniek!

Maar ik liep door om te blijven voelen en omdat ik nou eenmaal volhardend ben. De pijn werd minder, het tempo was ruk. Ik kon niet harder! Ik had op 6:00 moeten lopen, maar het kwam niet eens een beetje in de buurt. Na 3km gestopt voor een gel en om A te appen wat te doen. Ik dacht: als ik dadelijk weer niet kan opstarten, dan is het einde. Maar ik voelde al minder pijn. A antwoordde gelijk dat ik de volgende 10km moet overslaan en fietsen op hoge cadans. Ik hield het tempo vreselijk laag, dat kon ook niet anders, want ik miste alle kracht in mijn benen. Ik moest en zou deze 10km wel lopen.

Ik stopte nog een keer op 7km en toen was de pijn weg, maar de energie ook. Wanhopig en boos appte ik Joyce. Als schelden hielp, was het over geweest. Het was ook drukkend, vochtig benauwd. De brug op ging helemaal slecht, maar alleen qua tempo, niet meer van de pijn. het trekt gewoon helemaal door mijn linkerbeen. Problemen als er de afgelopen week waren horen bij links en de cyclus is ook erg in de war: ik weet dat dat de oorzaken zijn en dat die dinsdag opgelost kunnen worden. Op 9km nog een keer gestopt en de Maurten gel ging heel moeizaam op, omdat het zo duur is heb ik het niet weggesmeten, is dat ook nog ergens goed voor! Terug naar huis en 10km volmaken.
Garmin koppel 3 – fietsen op de racefiets: 7
Hetzelfde rondje, op 1 stukje na, want daar reden rolstoelen in het Kotterbos, terwijl dat net weer open is. Vanaf het eerste moment voelde ik hoeveel fijner de racefiets zit, hoeveel lekker het ging, hoeveel meer gevoel ik heb met de racefiets. En de cadans hoog houden. Al voor de grote trap had ik door dat de wind gedraaid was en dat ik die mee zou hebben op de oostvaardersdijk. Tegen de wind in hield ik het ook beter vol. Weer de koeien en verder stilte. Het leek nu wel sneller voorbij te gaan (was ook zo, maar in mijn hoofd wist ik waar ik was). Ik had trek en nam een stukje reep en sprak met mezelf af een gel na 1,5 uur te nemen. Geen pijn in de benen bij het fietsen. Ik kwam nu niet in zone 3, maar ik reed wel harder.

De schapen op de Knardijk waren allemaal weg! Vanaf de sluizen zag ik het slechte weer aankomen. Mooie luchten en kleuren, maar ik wist waar het zou eindigen.

Ik dronk netjes, wisselde de bidons en at genoeg. Zo ver mogelijk doorrijden! Op de Oostv.dijk inderdaad wind mee en best flink. Geen 2 rondjes zijn hetzelfde. Geen last van de blaas, geen last van verveling. Ik kan prima met mezelf overweg.

Met nog 11km te gaan begint de regen. Even nat worden en dan natter worden. Ik accepteerde het, stel dat het in Hamburg ook regent, dat kan toch? Langs ons ‘eigen’ stuk werd de regen wel ‘severe’ en ik werd echt doornat. Daardoor kon ik ook niet een paar kilometer lopen zoals ik van plan was om te kijken of het aan de fiets ligt. Het is duidelijk dat ik op de racefiets ga in Hamburg: comfort boven snelheid (terwijl de racefiets vandaag ook nog sneller bleek).

Nu komt het verhaaltje nog een keer, voor de trainster! T3S: De eerste keer fietsen op de tijdritfiets ging maar matig. Ik kon er niet echt veel energie uit persen, niet tegen de wind in. Het voelde en ging allemaal een beetje traag. Ik kwam ook niet in zone1, het ene moment wel en dan viel ik er weer uit. Wel was ik keurig bezig met de voeding. Ik heb expres geen muziek of afleiding meegenomen onderweg. Gewoon de omgeving en ik. Het cadansmetertje werkte niet.

Op de Knardijk had ik wind mee en slalomde ik vrolijk tussen de schapen door. het tempo ging wel omhoog, maar de hartslag bleef laag. Op de Oostvaardersdijk heb ik nog maar eens geplast.
Het hardlopen ging de eerste 500m echt rampzalig. Het trok in mijn linkerbeen en ik kon even moeilijk lopen. Dat deed pijn. Ik werd er wat wanhopig van. Ik heb het tempo lager gelegd dan 6:00. Na 3 km ben ik gestopt om te appen en gel te eten, toen trok de pijn een beetje weg.

Opnieuw opstarten ging ook weer zonder extra pijn, maar ik had weinig kracht in mijn benen. Ik voelde dat ik 10km wel kon uitlopen, maar niet met enige snelheid. Na 6km was de pijn wel weg, maar de snelheid ook. Ik heb nog een pauze genomen en nog een gel. Bedankt voor het snelle antwoord; dat hielp mij enorm.
De tweede keer fietsen op de racefiets. Die zat vanaf het begin veel lekkerder en soepeler en ik hield de cadans hoog en het tempo was redelijk. Precies hetzelfde rondje. Ook zonder afleiding. Maar met een iets andere windrichting. Geen pijn.

Het voedingsplan aangepast, omdat ik meer zin had in repen dan in gels. Wel steeds veel blijven drinken. Ik fietste wat moeitelozer. Het slechte weer zag ik aankomen en ik wist ook dat ik regen zou krijgen. De laatste 11 kilometer werd ik erg nat. Goed om een keer ervaren te hebben. Ik was des te blijer dat ik niet hoefde te hardlopen daarna, anders had ik het wellicht nog een paar kilometer geprobeerd om te merken wat de racefiets doet.

Ik maak me niet zoveel zorgen om de hamstring, want ik weet dat mijn linkerkant ‘reageert’ als het minder goed gaat (…) en dat is op te lossen als ik weer even ‘aard’ en dat staat dinsdag op de planning. Ook de cyclus is erg in de war, de menstruatie komt laat, waardoor mijn gestel minder sterk is.

20 Mei – Uitfietsen, lopen testen en zwemtraining
T3S / Garmin 1 fietsen: Ik zag er niet eens tegenop om weer te gaan fietsen, want het is maar 2 uurtjes, met een pauze onderweg en ik hoef helemaal niks: geen tempo, net in zone 1 blijven zou fijn zijn en ik kan goed overweg met mijn racefiets. Ik had wind mee naar het natuurpark en daar heb ik maar van genoten. Ik had de route in mijn hoofd.

Bij Natuurpark Lelystad had ik met trainster AR afgesproken. Met een heerlijk verhelderende koffie-theestop onderweg. Dankjewel voor alle adviezen, tips en alles! Ik heb gewoon kalm gefietst. De cadans hoog proberen te houden. Voelen hoe het is om weer op de racefiets te zitten en dat is geen enkel probleem, als ik maar niks ‘moet’ van mezelf (qua tempo, cadans, verwachting).

Ze is een heilige, die trainster van mij! Eerlijk, niets arrogants aan en verstandig ook nog. Terugfietsen tegen de wind in viel me mee. Ik ging gewoon liggen en bleef liggen. Nog een bijkomend voordeel: ik durf ook meer op de racefiets. Op de weg terug viel de wind tegen me mee en ben ik lekker gaan liggen en blijven liggen in de bochten. Er is een bochtje wat ik voor het eerst zonder te remmen heb durven te nemen! Ik ben gewend aan het eten en drinken onderweg. Ik nam een ommetje om tegen de 2 uur uit te komen, maar ik vond het wel dichtbij genoeg met 46km en 1uur51. En ik moest nog lopen daarna.


Garmin2 hardlopen: 7 (even testen hoe de hamstring zich houdt)
Fijn om te merken dat ik niet meteen omviel, niet van de pijn en niet door krachtverlies. Ik voel mijn hele linkerbeen trekken, maar dat kan bij de cranio rechtgezet worden. Alles links zit ‘nogal’ vast. Het tempo was een beetje terug, de hartslag blijft erg laag. Gaandeweg heft de blokkade zich helemaal op. Vooral als ik onverhard loop. Dus dat is prettig. Daarna nog even een stukje hardlopen, vrijwel gelijk van de fiets af. Het gehele krachtverlies zit aan de linkerkant (van schouder tot enkel), maar het is geen pijnlijke blokkade meer bij het hardlopen. Zeker onverhard trekt het helemaal weg.


Garmin zwemmen piramide TVA: Eerst alleen in baan 1 lekker zonder hulpmiddelen en heel kalm aan 300m inzwemmen. Toen kwam Sandra erbij en hadden we ieder een zijde. We gingen 1,2,3,4,5,5,4,3,2,1 minuten zwemmen. En dan moest je terug naar de kant. Ik ging met achtje en dat ging me toch wonderbaarlijk goed! Elke keer rond de 2 minuten, ietsje meer. En dan terug naar de kant. Ergens in de 5 minuten kwam AC erbij, dus toen werd het toch carrousellen.

Voorop natuurlijk. Mijn arm links werd opeens warm en toen kreeg ik het ook benauwd, maar geen pijn en ik zwom er doorheen en nu is alles wat stabieler. Er zat dus iets in mijn arm, waardoor mijn been en hamstring vast zaten??? Toen we de piramide gingen aftellen, ging ik nog iets sneller, waardoor het horloge meer afstand meette. Ik vond het leuk zo eens een keer. Daarna n og 2 keer 75 heel rustig, 1 keer met en 1 keer zoner achtje. Nog 100m suf uitzwemmen en toen vond ik het wel weer leuk geweest. Omdat het niet zo druk was, ook even lekker kunnen kletsen. En veel gedronken! Sportdrank met zero.

Zondag 22 mei Een halve marathon onverhard op de prachtige Veluwe

Garmin: Na een km of drie voelde ik de ‘verlamming’ links helemaal niet meer! Geen trekkerigheid, geen last van de hamstring meer. Ik reed naar het startpunt en toen vertelde Joyce, al lopend nam ik het over. Het was best op en neer en heerlijk in het bos.

Alles is mooi groen en er was heide. Op mijn gekwebbel na was het stil en rustig. We hadden geen haast. Het kwartiertje werkte goed. Dan even versnellen en daarna wandelend drinken en eten.

We kwamen op een bergje en langs vennetjes. En toen bij het zwemwater met de poppetjes erin. Gewéldig! Met WC en strand.

Die poppen waren echt gaaf. Het bos weer in en langs een groen kanaaltje wat sprookjesachtig was. Het ging mij heel gemakkelijk af en Joyce gaat ook weer goed. Wandelpauzes hielpen erg goed.

Ik at voldoende Maurten gels en die helpen snel en goed en voelbaar. We kwamen bij een schommel!

Ook even spelen langs weer een ven. Ik had nul komma nul zorgen. En maar kletsen! Tjonge, wat bespreken wij toch álles en íéderéén!

Na een kilometer of 18 op zoek naar de afkorting. Joyce kreeg het toen iets moeilijker, maar niet van vermoeidheid maar door d’r fietskuiten. Ik had nog energie te over eigenlijk. En al mijn water op! Plus 4 gels. Meteen een proteineshake. En niet onderweg naar de wc geweest. Alles, maar dan ook alles was helemaal perfect! Het weer, het gezelschap, de omgeving, de inspanning, de voeding en zelfs de kunst en het speelelement!

T3S: Yes!! Ging heel rustig en kalm met wandelmomenten genietmomenten te over. De eerste 3km last van de hamstring en stijfheid links, maar dat trok helemaal weg. Ben ik erg blij mee! Dit is met cranio zeker te verhelpen. Netjes veel gedronken en ook keurig gels genomen, waardoor ik kracht bleef houden. Lekker bijgepraat en genoten van de prachtig mooie route en omgeving. Alles onverhard.

Ingelast training: buiten zwemmen op het parcours van Tri Almere

Ingelaste training! Vooral voor Vincent. Hij moest open water in en toen stelde KH dit voor qat zij al gingen doen en wij sprongen erbij! Andere wetsuit proberen. Warm water en ik vond het leuk. Vincent vond het koud en zwaar. Lekker het eilandje rond met veel pauzes. Ik ging niet zo hard en ik bleef een beetje bij Vincent. Het tweede rondje ging Vincent niet meer mee. Ik voelde wel een beetje vermoeidheid, maar het zwemmen in de golven en tegen de zon in was zo lekker- dat vergoedde alles. Om het eiland heen werd het water warmer. Ik zag zwanen vanuit het water. Mooie weekafsluiting.


Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-16

9 Mei SNOTverdommeverkouden ?

Mijn neus loopt het allerhardst. Onafgebroken. De hele dag door. Zakdoekjes zijn niet aan te slepen. Nieuwe halen bij de AH is een hele opgave. En ik haal Citrosan. Alles wat maar een beetje kan helpen, neem ik aan! IK WIL DIT NIET. Ik wil doortrainen en de kracht vasthouden. IK WIL NIET NIKS DOEN. Echt waar, ik baal hier zo ontzettend van! Dit kan ik zo niet gebruiken. ZO NIET. Maar ik kan er ook niks aan veranderen, dus ik moet me erbij neerleggen. En dat is net zo moeilijk, want mijn hoofd ziet het probleem niet. Die wil gewoon hardlopen en fietsen, ook al is het wat langzamer. Dus ik ga ‘s avonds toch fietsen. Als ik een hele dag kan werken (weliswaar vanuit huis en met wat minder concentratie), kan ik ook fietsen toch? Ik zou op de tijdritfiets moeten gaan, maar ik pak de racefiets. En ik neem Vincent mee. Kan hij als oppas fungeren. Hij heeft een route naar de IJspressie in Almere Poort. En de foto-manie.

Vincent fietst op zijn dooie gemakje. Ik mis kracht. En energie. En lucht. Mijn neus loopt nog steeds, mijn longen zijn wat pijnlijk, mijn keel raspt. En het voelt alsof ik heel, heel hard moet werken. Terwijl er geen tempo in zit. En er geen tempo uit wil ook niet. Ook geen hoge cadans. Ik moet al ter hoogte van de atletiekbaan aan Vincent vragen of het een rondje Noorderplassen mag worden. Verder ga ik niet komen vandaag. We rijden langs het huis van Vincents klasgenoot en langs het huis van mijn collega. Ik drink wel veel! Dan de dijk op.

VLIEGJES. Hele wolken. Weet je hoe vreselijk het is om door vliegjes heen te fietsen met een verstopte neus en zonder snelheid te kunnen maken? Hopeloos. Afzien is het.

Ik ga voorop, want het maakt me niet uit ook. Kan Vincent misschien iets rustiger ademen. Overal kriebelt het. Hoe ver is het in vredesnaam nog naar huis? Ik heb het hartstikke zwaar en we fietsen echt tempo nul. Ik baalde al van die verkoudheid, maar zo wordt het wel heel erg. Dan is het fietspad weer open naast de Oostvaardersplassen!

Ik ben er heel bij mee en geniet van elke meter. Voor even is het niet zo erg dat het lekker lang duurt. Wat ben ik blij dat ik thuis ben! Hopeloos dit.

10 Mei – De helft van de training op halve kracht, maar het is beter dan niks.

Na een uurtje infietsen stond er 7x3km. Ik had zo’n zin in een halve marathon! Maar het was wel duidelijk dat dat ‘m vandaag niet ging worden. Toen ik opstond voelde ik me een heel stuk beter. Geen lopende snotneus meer, weinig keelpijn en ik had goed geslapen. Gelukkig maar, maar ik reken me niet snel rijk. ?? Niet te snel beginnen! Niet doen! Hou je in! Te vroeg beginnen is schadelijker dan nog een dag rust! Zegt het engeltje. Maar het duiveltje roept: Ga nu! Wanneer anders? Gewoon rustig aan doen en dan kan alles! Kijk nou hoeveel beter het gaat! ? Het wordt een compromis: eerst kijken of het fietsen lukt en dan mag ik pas hardlopen. Maximaal 4 van de 7 keer, maar liever 3 keer 3 kilometer. Ik ga pas laat fietsen. Alleen. Op de tijdritfiets. Met muziek aan. Wind mee op de Ibisweg. Gaat best lekker. Maar dadelijk wind tegen. Geen gehoest. Geen extreme moeite zoals gister. Geen snot. Liggen en trappen. Tot op de Knardijk. Dan niet over de sluisjes, maar eerder weer terug. Liggen en trappen. Tempo niet van belang. Valt mee. Ik maak een foto bij het bord op de brug.

Even hoesten en dan zie ik beneden mensen fietsen. Gewone stadsfietsers, 4 stuks. Ik moet nog de bocht omlaag maken en dan vanaf de Praambult kan ik ze gaan inhalen. Tegen de wind in. Liggen en trappen. Het is leuk een doel te hebben! Hoe idioot ook: stadsfietsers… Ik red het voor het Kotterbos net. Ze zijn allevier lekker langzaam. Ik merk dat het best goed gaat en maak de 70 minuten vol en de 30 kilometer ook. Ik kan hardlopen. Ik denk dat de hartslagmeter in staking is. Ik kom niet boven zone 1 uit. Ik drink driekwart bidon leeg. En thuis eet ik een Maurten gel. Nog een keer proberen hoe die valt.

Vincent gaat mee. Als controle. Anderhalve kilometer zone 1/2 en anderhalve kilometer zone 3. Ik kom ook nu niet in de zones uit. Raar toch? Het voelt niet makkelijk. Maar ik loop wel gewoon. Het voelt slepend. Na anderhalve kilometer (best ver) ga ik versnellen. Ook nu niet in zone 3. Maar ik loop wel lekker door.

Vincent kwebbelt lekker verder. Dat er een nieuwe waterpartij is. En over school. Ik ben stil. Ik wil stoppen na 3 kilometer. Gewoon even stilstaan. Moet toch kunnen? We gaan lekker over het fietspad wat weer open is. Heerlijk! Alles is herkenbaar. En toch was het maanden geleden.

Ik moet even op mijn knieën leunen bij het stilstaan. Maar het gaat goed, geen gehoest, dus weer door. Vincent dwingt me met zijn kijk op auto’s op de dijk steeds om rechtop te lopen. Anders ga ik sloffen. Het wordt niet makkelijker, maar ik kan dit wel.

Ik versnel weer en kijk uit naar de 6 kilometer om weer stil te staan. Ik moet echt even uithijgen. Stom is dat. Maar nog stommer is dat ik echt ontzettend veel moeite heb om weer te gaan hardlopen. Kan ik hier niet gewoon blijven staan?! Die gedachte heb ik echt zeer zelden. We gaan langs de kassen terug. Vincent wil rechtdoor de wijk in, ik wil via de andere brug. Onze wegen scheiden zich. Kan hij zijn eigen tempo doen en ik kan gaan wandelen als het op is. Wat ik niet doe. Alleen loop ik weer door. Voor mezelf. Ik zie mijn rode t-shirtje ver voor me uit lopen. Mijn tempo is drastisch gedaald. Na 9 kilometer stop ik weer aan de andere kant van het park. Ik wil de 10 kilometer volmaken. Want dan heb ik een vergelijkingstijd. Ik ren rondjes om het huis in traag tempo. Volgens Garmin heb ik er iets van 57 minuten over gedaan, maar ik vind dat 62 minuten tellen. All-in tijd. En dat valt me eigenlijk nog mee. Thuis hoest ik een keer of twee mijn longen naar buiten en ik val zowat van mijn stokkie met het neus snuiten. Verder gaat het goed. Beter in elk geval dan de afgelopen dagen. Maar vorige week ging het zoveel beter! Beter iets dan niets. ? Mijn Garmin is uitermate positief en vind mijn VO2max hoger dan ooit tevoren en mijn rusthartslag is uitzonderlijk laag. Opvallend.

11 Mei ??‍♀️ – maar eens kijken hoe dat gaat.

In de ochtend laat ik mijn tijdritfiets afmeten. Of eigenlijk: mijn triatlonfiets. Dat is met de racefiets zo goed bevallen! Kijken of ik met ProLite nog iets meer snelheid kan opbouwen als de fiets mij optimaal past.

Helaas kan ik ‘s middags niet meteen gaan testen, want er moet ook gewerkt worden. ‘s Avonds staat er een zwemtraining op het programma. Bij de TVA. Ik ben niet echt in de stemming. Benieuwd hoe het gaat lukken met de verkoudheid. Het gaat beter, maar ik ben er nog niet. De ergste ellende is eraf, maar hoesten en slijm zit er nog. Ik ga met 3 andere ‘meiden’ in baan 4. Om de beurt vooraan, wat ik liever niet wilde, maar dan hebben de andere drie met pullboy mooi pech en moeten ze rustig aan doen. We doen veel met de brede insteek. Tja, die zit er wel in. Nu de doorhaal nog. Ik kom er niet echt in. Niet vanwege de ademhaling, maar gewoon; ik ploeter er een beetje doorheen. In de rust ben ik erg aan het hoesten. Al met al maak ik de zwemtraining af met iets van 2200m, maar dat is een beetje gesmokkeld hier en daar.

Zwemzooi.

12 Mei Baantraining. ?‍♀️ Als dat lukt.

Nog steeds hoesten en regelmatig de neus snuiten. Maar ik wil graag weer hardlopen en tempo’s proberen! Als dat me maar lukt… na weken afwezigheid melden Vincent en ik ons om 7 uur bij de atletiekbaan. Er zijn veel mensen op deze prachtige avond. Bij het inlopen klets ik met RV. Dat lukt me gewoon op een aardig tempootje. Ik stop mijn horloge na de steigerun brug op. En dan iets met lantaarnpalen. Ik heb slecht geluisterd. Weer op de baan moet ik langs het toilet. Te laat volkoren brood gegeten… Ik mis 1 van de versnellingen op de baan. Ach, wat jammer…. ? Dan de kern-opdracht. 2x 1000m, 2x 800m, 2x600m, 2x400m (en voor de snelsten 2x200m). De eerste keer time je de afstand en hoe korter de afstand hoe sneller je gaat. De tweede keer loop je op gevoel zonder op het horloge te kijken en dan precies even hard als dat lukt. Gaan we zien en voelen.

Ik loop de 1000m in 5:01, maar dan ben ik nog niet helemaal rond, omdat ik niet in de binnenbaan loop. Dan een minuut stoppen en stilstaan (en het horloge uit dus). Nog een keer en ik kijk echt niet op mijn horloge, maar het moet easy aan blijven voelen. 5:02, maar de baan rond ben ik een seconde sneller. De trainer vraagt persoonlijk aan mensen hoe het gaat! Da’s aardig. Dan 800m. Ik loop gewoon maar op gevoel, want ik weet niet precies wat sneller is. De tweede keer loop ik op gevoel harder. Tja, ik moet er altijd inkomen! Dan 600m. Ik ga lekker door en het valt mee met hoesten. Als ik stilsta, merk ik dat ik die tijd echt nodig heb. Er is wel sprake van enig energieverlies en het loopt niet zo makkelijk en vanzelf als eerder op de baan.

Vincent loopt lachend en genietend tegen de richting in. Ik probeer de 600m te tellen. Dan zou ik voor de tweede keer een richttijd hebben en even snel moeten tellen, maar het lukt me niet echt goed. Over het algemeen is de tweede keer telkens ietsje sneller. Een paar seconden maar. Ik zie het straks wel terug in de grafieken.

Vooral de tweede 600m heb ik iets te snel gedaan!

De 400m moet ik echt aanzetten en best diep gaan, maar tegenwoordig schrik ik daar niet meer voor terug. De laatste 400m echter is Anke een beetje op en die gaan beduidend langzamer dan de eerste. Dat voelde ik al bij het meetellen. So be it. Ik loop nog anderhalve ronde uit tot ik op 10 kilometer zit. Omdat ik het horloge veel heb gestopt, lijkt dat superhard te zijn gegaan! Erg blij dat me dit gelukt is, maar ik moet morgen niet extra veel gaan fietsen. Gewoon de 5 uur die op het schema staat.

13 Mei Vrijdag de dertiende – Vijf uur fietsen samen met HB

De dag starte een beetje rommelig: de fiets was toch nog niet helemaal geprepareerd en toen ik de straat uit reed, bleek ik de verkeerde schoenen aan te hebben. Ik had een andere afspraak moeten maken met de wind, want nu moest ik tegen de wind in naar het Bloq van Kuffeler, waar HB me opwachtte. Dan omkeren en wind mee. De hele Oostvaardersdijk af. Dat is een stuk rustiger qua geluid en het gaat lekker snel. Konden we leuk kletsen! Over de kinderen, schoolexamens (van HBs dochter) en uiteraard over sport. We waren snel in Lelystad en door naar de volgende dijk. Heerlijk weer: bewolkt, niet koud en windkracht 5. Zolang die mee is, alles prima! HB stelde voor door te rijden naar Lemmer en de wind gewoon in de rug te houden. Ik dronk regelmatig, lag op de fiets. HB had ook de tijdritfiets. Hij vertelde over het volleybalweekend en we spraken over alcohol. Ja, de meest uiteenlopende onderwerpen! HB heeft eigenlijk nog helemaal niet zover gefietst dit jaar.

Zo waren we al snel bij de Ketelbrug. De tempoblokken liet ik links liggen en ik lette daar niet op. De wind draaide met ons mee. We hadden een korte plas- en bijvulpauze. Met uitzicht op Kampen.

Hierna zullen we de rest van de route wind tegen krijgen. Ik zit op een gemiddelde van 30,8. Ik nam de tweede Maurtengel. Voorbij de Roggebotsluis draaiden we tegen de wind in. Dat merk ik in het begin nog niet echt. Helaas wordt kletsen door de wind moeilijker, maar we gaan stug door. Omdat het dan niet meer opschiet, heb ik het even best lastig. Ik weet niet zo goed waar ik blijf. Langs de vakantieparken en het water en Biddinghuizen.

We komen langs het water te rijden en ik heb het wat moeilijker. De gel valt niet helemaal goed; ik moet eigenlijk plassen, maar er is geen plek en ik vind het gewoon een heel eind weer! Ik zit niet meer helemaal makkelijk en ik maak me zorgen over de wedstrijd van morgen en buiten zwemmen en op de korte termijn: met dit tempo thuis halen. HB kletst lekker door over zijn werk en nieuw aan te nemen collega’s. Heerlijk! Hoef ik alleen maar luisteren en vooral te fietsen. Ik las een plaspauze in.

Rondom Zeewolde kwebbel ik weer; over JB en over hoe Rob en ik getrouwd zijn. Dat hielp ons de bossen door met een aantal bochtjes. De bossen houden de wind dan wel weer tegen. Ik neem lekker een stukje reep, dat bevalt mij prima. We komen bij de brug bij Nijkerk.

HB stelt voor om binnendoor terug te gaan. Goed plan! Anders moeten we helemaal om over Almere en ik ben al dik 4 uur aan het fietsen. Intussen al dik 100 kilometer. Het gaat dus qua snelheid goed. En ik hou de cadans ook hoog. Maar ik vind het totaal niks makkelijk! Wel leuk om langs deze weg naar Nijkerk te fietsen: daar kan ik elke keer aan denken als ik in de auto rij. En dan valt mijn telefoon uit het rugzakje, ik tik ‘m er op 1 of andere manier uit. OHNEE. De telefoon doet het nog, maar het glas is helemaal beschadigd. Maakt me niet rustiger.

Thuis blijkt dat de telefoon zelf gelukkig geen schrammetje heeft.
Vrijdag de dertiende is goed afgelopen….

We komen bij de Grote Trap. Ik vind de Grote Trap echt groots niks. Wind van zij, vermoeiend en het lijkt zo dichtbij, maar het is nog zo ver. Als toetje hebben we op de Ibisweg wind tegen. Dat irriteert me en tegelijkertijd vind ik het heel erg grappig. Op de Trekweg gaat HB naar links en ik naar rechts. Hij heeft meer en harder gefietst- grappig is dat. Na precies 5 uur en een paar minuten ben ik thuis. 137,5 Kilometer met een gemiddelde van ongeveer 27,5 km/u. Het was een supergezellige rit! HB is prima en vooral verrassend gezelschap. Toch ben ik niet ontzettend blij en trots. Is 130 kilometer normaal geworden? Is het toch wat voedingsgebrek? Zijn dit de eerste zenuwen, want ik moet er niet aan denken dat ik nog meer moet fietsen en daarna nog moet rennen. Ik moet er niet aan denken dat ik morgen een wedstrijd’je’ heb. Of is het toch honger? Misschien omdat ik vannacht door het hoesten niet zo goed heb geslapen. Of een restje verkoudheid. Anyway: het grote geluk en de trots en de euforie blijft even weg. Ik neem wel lekker rust, eet veel pannenkoeken en ben klaar voor de OD morgen.

14 Mei 2022 – OD DTS HRLMMRMEER & uitfietsen ?

Redelijk slapen, mijn boek uitlezen en dan alle spullen de auto in. Ik heb weer ouderwets moeite met eten. Verder ben ik redelijk gelaten. Ik zie op tegen het koude water, buiten zwemmen, weer fietsen en daarna nog een stuk hardlopen. Als we naar het terrein toe lopen, begin ik toch weer zenuwachtig te worden. Ik wil vooral niets kapot maken vandaag. Dus ik ga met sokken aan en ik ga niet het onderste uit het kannetje halen. Startnummers opplakken en de fiets en spullen in de wisselzone dumpen. Ergens heb ik er wel zin in! Dan de briefing en opeens slaan de zenuwen ontzettend toe en is de angst er weer! Kokhalzend werk ik de banaan weg. Ik ga nog gauw even het water in – KOUD. En dan terug naar de startlijn, niet vooraan gaan staan en Vincent moet me bijstaan. Als ik mijn ogen dichtdoe, kan ik de angst buitensluiten. Belangrijk leermoment.

Start en rustig het water in. Het is even koud. Ik doe de polo-borstcrawl. Mijn hoofd moet even wennen! Maar al snel pak ik de borstcrawl op. En dan slaat het toe: dit is zo gaaf! Ik geniet tot in mijn koude tenen! Oh, wat had ik dit gemist! Maar het is beter dan ooit: ik voel me kalm, vind mijn weg en mijn armen doen hun werk. Ik zie de boeien en ik zwem lekker een beetje om en achter de anderen aan. De kleine boeien rond ik linksom om de drukte te vermijden. Hoppa, door! Het is zo leuk. Ik heb geen idee hoe hard ik zwem of ik laatste ben en hoe lang ik dit nog mag doen, maar het boeit me niks. Ik heb ‘t nog nooit, nooit, nooit zo naar mijn zin gehad in het water. Ik kan zelfs vaak 1 op 4 ademhalen! Ik zie wel iemand op zijn rug zwemmen en er zullen ook mensen het te koud hebben. Maar ik niet. Nog een boei, lekker een beetje krap er langs, ik zie nog mensen achter me. Ik ben blij dat ik nog een rondje mag en dat er geen landlap is, maar dat we mogen blijven zwemmen! Niks koud, geen moeite. Ik ga niet meer dood in het water. Hopelijk is Hamburg ook zo kalm. Ik zwem met 2 mensen in mijn buurt. Versnellen doe ik lekker niet. Bij de boei ontdek ik dat ik ook nog de bodem kan zien! Ohja, buiten zwemmen was alleen al daarom supercool. Koud heb ik het al lang niet meer. Door de verkoudheid en de banaan die zich doet gelden is er wel een momentje minder easy, maar ik permitteer me om even om me heen te kijken. Het is een ontzettende overwinning dat zwemmen het vechten helemaal voorbij is. Bijna jammer dat ik dadelijk moet gaan fietsen. En dan ga ik wat traag het water uit. 1500m heb ik geklokt. Wissel 1. Ik heb geen haast, doe het liever goed dan snel.

Ik doe rustig het wetsuit uit, pruts even met de sokken, zet de fietscomputer aan, de helm op, startnummer om en dan loop ik een klein stukje met de fiets en stap ik op. Daar staan Rob en Vincent.

Het gaat me wel goed. De racefiets zit voortreffelijk, het trisuit zit prima en ik zit ook prima. Stukkie fietsen. Na wat gedoe in het bos heb ik wind mee. Ik lach hardop. Van plezier. Lekker fietsen. Om me heen kijken en we zien wel. Ik kijk veel naar de andere mensen. Naar de huizen langs de dijk. Naar de eendjes. Naar de paaltjes. Ik zie mijn snelheid en die is aardig. Ik gok 29-30 te gaan rijden. Niet overdrijven na de rit van gisteren. Maar het gaat harder. Altijd leuk. Blijven lachen. Blijven verwonderen. Voorzichtig langs de paaltjes. Iedereen die me inhaalt, heeft slechter gezwommen. Maar ik doe toch mijn eigen wedstrijdje. Joh. Doordat het op en neer is, zie je veel andere deelnemers. Keren op de parkeerplaats. Bewoners. Een jurymotor. Blijven lachen, meid. Ik lig heel veel. Kikkers. Bocht. Go Jordan. Dan komen we langs de vliegtuigen. Gaaf. Supergaaf! Achter me hoor ik gerommel en dan haalt een KLM me in en vliegt ie voor me uit. Prachtig. Daarna tussen de weg en de schapen door. Ik drink redelijk. Geen grote slokken, maar wel veelvuldig. Van tijd tot tijd hoest ik flink. ‘Vliegje’, vraagt een vrijwilliger. En weer terug. En dan staan Rob en Vincent op de kruising.

Het gaat goed, roep ik lachend! Ik weet dat ik nu weer een stuk krijg waar ik hard kan. Gebruik van maken. De tripro meneer zit nog langs de kant. Die is onwel. De eendjes zijn weg. Netjes langs de paaltjes. Rare wandelaars midden op de weg. Blijf lachen mensen. Mooi dat je hier mag en kan fietsen. Geniet er van. Net als ik. Bedankt vrijwilligers! Iemand tegen de paaltjes gefietst. Auw. Ik haal ‘s iemand in en mensen halen mij in. Niet stayeren daaro. En dan de stomme weg weer. Ik moet eigenlijk plassen. Maar dat lukt nog niet. Moet ik testen. Dan weer langs de vliegtuigen. Deze keer kom ik zelfs 2 KLMs tegen! Helemaal geweldig, zoals die in de lucht verdwijnen. Harder dan ik fietsen kan. Als we naar Canada vliegen, kan ik weer zeggen: daar fietste ik. Ik haal 2 mannen in die samen fietsen. Hallo, we doen een triatlon heren. Dan weer langs de schapen. Nog een vliegtuig achter me. Ik moet nu plassen! Stayer niet zeg. Nog wat drinken, maar plassen lukt nog niet. Ik moet het nu testen, nu kan het! Dag vrijwilliger die roept: alleen nog maar een stukkie lopen. Bedankt voor de reminder. En dan is het stil op de weg. PLASSEN NU. Moeizaam. Maar ik ervaar het wel. Water erover en door. Ik ga terug richting de finish en er zijn nog altijd mensen achter me, al zijn dat er niet meer zoveel. Boeie. Ik neem een gel. Goed he, ik ben echt lekker bezig. En dat met een gemiddelde boven de dertig. Ik push flink op de fiets. Niet over de grens, maar wel dicht erbij. Vlak voor het bos moet ik even zoeken hoe en wat en waar. Ik dacht dat ik om de wisselzone heen moest, maar ik kom er op hetzelfde punt in. Afstappen. Horloge omzetten.
In de wisselzone lukt het plassen wel. Minder handig moment. Ik heb net de loopschoenen aan. Ik wil door! Ik heb veel gewonnen in het zwemmen en fietsen, dus lopen kan behoudend. 2 gels in het trisuit proppen. Mooi dat dat goed past op mijn been. Ik moet de uitgang zoeken. Gekkigheid. Dat doe ik ook rennend trouwens. Daar zijn Rob en Vincent weer!

Ik voel het qua hardlopen: niet te hard gaan. Gewoon inhouden. Het zijn toch tien kilometer in de volle zon. De route is apart: glooiend en slingerend. Ik kijk naar de andere mensen die ook in het park zijn. Honden, vissers, mensen op de bankjes. Het tempo ligt te hoog, maar het voelt niet zo. Ik merk het straks wel. Langs vlonders. Stukje onverhard en daar is Z. Grappig. Het dringt tot me door dat ik er al een trainingsweek op heb zitten. Afmaken dit. Zoveel mogelijk in het moment blijven. Viaduct op is lastig, maar straks mag ik omlaag. Trappen de berg op. Ik neem ze rustig en tel ze. 82. En dan pak ik snel het lopen weer op, want het gaat omlaag. Lekker dit. Het viaduct omlaag vind ik wel leuk. De kilometertijden zijn veel te snel, maar ik blijf voelen hoe het gaat in plaats van te kijken naar hartslag en tijd. Het gaat. Ondanks de zon. Anke loopt in de zon met een soort tempo van 5:30 en ik vind het allemaal wel goed. Apart. De inhoud is meer dan aanwezig. Voor een ODtje draai ik mijn hand niet meer om. Er staat een vrolijke mevrouw die roept dat het er soepel uitziet. Ik antwoord dat het zo niet helemaal voelt! Ik kan dus ook nog in volzinnen praten. Zo erg is het allemaal niet. Maar de schaduw is prettiger. Ik zie ze zwemmen, kom op jochie van me. En dan nog een rondje. Stom keerpunt. W had ik al gezien bij het fietsen en hij gaat nu weg en moedigt me nog even aan. Hij gaat naar de Dixie. Ik ben een beetje jaloers. Helaas moet ik weer. Maar dat gaat nu even niet. Stomme darmen. Bij de post stap ik even voor een paar slokken water en water over me heen. Ook hier zitten kikkers. En dan denk ik: probeer de Maurten gel. In een wedstrijd is dit je enige kans nog. En als het mis gaat, wandel je dit uit. De gel is lastig weg te krijgen. Niet omdat het vies is, maar het lijkt veel. Echt even wegwerken. In twee keer. Weer een leermoment. Ik ben nog redelijk helder al met al. Zolang ik de gedachte ‘en-dit-maal-vier’ maar buiten kan sluiten. ZGvG moedigt me weer aan, maar ze hoort niet dat ik roep dat ik gister al 140km heb gefietst.

Ik ga iets minder hard. Mij om het even. Bijna ga ik verkeerd omdat ik afgeleid ben door een meneer die staat te plassen. Tja, zo haal ik tien kilometer wel! Niet veel hoor. En dan het viaduct weer op. In de brandende zon. Oei. Dan maar iets minder snel. Kleine stapjes. Ik ga het toch wel halen nu. Deze keer tel ik 83 traptreden. Ik haal mensen in omdat ik het snel weer op een lopen zet. Mijn darmen komen tot rust, al moet ik nog wel en ik voel de Maurten gel indalen. Prettig spul. Nu mag ik door de brandende zon naar beneden. Beter. Een hoek om de schaduw weer even in. Ik loop al 8 kilometer en binnen een uur gaat me dit lopen lukken. Intussen is het vanzelf er af. Ik roep tegen iemand anders nog: keep on smiling en ik spreek een vrouw dat ze moet blijven genieten. Maar ook voor mij gaat het niet meer vanzelf. Ach, het is nog maar 1 kilometer. Leuke pubers die “Go Bro’s” roepen. Ik maak 10 kilometer vol in iets van 57 minuten. Mooi gedaan. En dan naar de finish. Ik ga niet meer sprinten hoor, ik geniet van het moment. Dadelijk kan ik weer een afstand van mijn lijstje afstrepen.

Ik kom over de finish zoals ik dit ook ervaren heb: lachend van plezier. Het was leuk. Ik ben achtste van mijn age group. In een mooie tijd van 2:47:04. Sneller als ik had gedacht. Ik ben snel weer op adem. Niks kapot. Niks kapot gemaakt. Niks verkeerds. Rob wacht me op. Na een paar snoepjes en het inleveren van de chip, ga ik gauw naar de Dixie. Geen diarree of leegloop, maar gewoon een grote boodschap. Er is zelfs papier. Dan wachten op Vincent en rondhangen. Mijn trisuit zit echt heerlijk. Ik ben niet ongelooflijk moe of heb ook maar ergens last van. Zelfs geen honger. De medaille is prachtig.

Vincent wordt in zijn heat tweede, maar overall haalt hij het podium niet. Dus we kunnen naar huis. Ik heb de hele dag mijn shirt “in training voor Hamburg” aan en daar spreekt een vrijwilliger me op aan! Heeft ie zelf vorig jaar gedaan en het water was toen net zo kalm als het vandaag was. Volgens hem is het fietsen ook vlak en het lopen is leuk met parkjes. Een geruststelling.

Ik zou graag willen uitzwemmen in plaats van uitfietsen en weer op de fiets moeten stappen. Helaas krijg ik het net niet geregeld, want ik heb geen badpak en ik wil niet om 6 uur. Ik voel me in staat nog te gaan zwemmen. Met gemak. Eenmaal thuis ben ik wel moe, maar ik heb geen zin in een hamburger en ik eet roerbakgroente bij de friet.

Ik ben achtste in mijn leeftijdsklasse. Van de 13. Mooi. Neem ik meer dan genoegen mee. Ik heb nog nooit eerder zo hard gezwommen. Daarbij opgeteld dat ik ook relaxed en soepel heb gezwommen is dat grote winst. Ik heb gemiddeld iets van 30,4 gefietst. Ook mooi. En hardlopen met een gemiddelde van 5:43. Kan ik toch ook niet ontevreden over zijn? Ik ben een vrouw van 48 en dit is wat ik doe. De allergrootste winst is dat ik het zo leuk vond en dat ik heb geleerd te genieten van wedstrijden.

Het liedje van de dag:

When we all give the POWER
We all give the BEST
Every minute of an hour
DON’T THINK ABOUT THE REST

When you all get the POWER
You all get the BEST

When everyone gives EVERYTHING
And every TRI everybody’s WIN’s

Na, na, na, na-na
Na, na, na, na-na

Live is Life – OPUS – 1984 (songtekst aangepast)


En dan ga ik fietsen. Alleen. Vincent wil niet meer mee. Muziekje op. Soms zit het niet in grote dingen: geen mega-afstanden, niet in een wedstrijd. Soms zijn het kleine trainingen die dapperder zijn dan de rest. Dit is er zo één. Om na de rit van gisteren en de wedstrijd van vandaag weer op de fiets te stappen: dat moet je durven en daar moet je de wilskracht voor hebben. Present. Ik heb wel hoofdpijn van de zon, maar ik neem een paracetamol en ga trappen.

Langs de vaart heen naar de brug bij de Groene Kathedraal, aan de andere kant terug. Het is rustig en stil. De zon is prachtig. Ik hoef niet hard te gaan, en ergens geniet ik er wel van. Dat het lukt, dat het kan, dat ik het doe en dat het gewoon gaat. Ik ben wel iets te koud gekleed. Het tempo valt nog redelijk mee. Een dik uurtje fietsen – appeltje eitje. Net geen 30 kilometer in 72 minuten. Ik fiets er niet voor om.
En dan in de douche en eindelijk even ontspannen. Op de vaatwasser en wasmachine na. En de blog schrijven. En alle administratie bijwerken.

15 Mei – A million thoughts ?‍♀️?? in het warme bos.

Ik lig lekker op de bank en ik lees het boek van Els Visser. Ik ben geen Els-fan, maar als zij uren kan zwemmen, kan ik vast ook een stukje hardlopen op deze bijna tropische dag. Ik ga het bos in, daar is meer schaduw. Insmeren, korte spullen aan en de opdracht is 7 keer 6 minuten (een kilometertje) en dan 30 seconden wandelen. Let’s do it! Er komen tijdens zo’n loop duizenden gedachten voorbij. Laat ik er eens een paar optekenen.

  • Rustig aan, zone 1 – daar kom ik zo wel in
  • Lekker sloom tempo zo
  • Ik liep gisteren nog he
  • Het is nu al warm zeg, ik ben de straat nog niet uit
  • Eend op de weg
  • het is best rustig
  • De brug op, gelukkig schaduw
  • Ik mag al wandelen! Mooi, doe ik, brave meid
  • Blij dat ik die Els niet ben
  • 30 seconden zijn echt zo voorbij
  • Brug af
  • Die meneer fietst sloom omhoog, maar oh – hij heeft een zak potgrond achterop
  • Hoop mensen hier
  • Lekker tempo, voelt nog steeds goed, lage hartslag (blik op het horloge)
  • Ik kan ook langs de plassen gaan, maar nee, het bos heeft meer schaduw
  • Ook meer dan het asfaltpad
  • Dit is een training voor de warmte, misschien is het straks in Hamburg ook warm – ik hoop van niet
  • Waar zouden die mensen naar staan te kijken, richting de bomen?
  • Ik neem het buitenpad rechtsom
  • Ik hoor kikkers
  • Alweer wandelen. Dit ging snel; een kilometer binnen 6 minuten.
  • Hoezo geen zon in het bos? Schaduw is er al helemaal niet!
  • Lang geleden dat ik hier liep
  • Wat doet die auto daar op het fietspad
  • Zon én onverhard: goed gekozen anke
  • hitte adaptie
  • Hm, die leuke man en ere vrijwilliger, *grijns* – lachen helpt het tempo omhoog
  • Kan ik niet iets op Facebook schrijven voor alle dames, dat we leuke vrijwilligers moeten hebben langs de kant
  • Daarachter is schaduw!
  • Ik heb in Hamburg weinig aan de vrijwilligers haha
  • Oh, dat was een nog snellere kilometer!
  • Wandelen tussen de mooie bomen, fijn
  • Groen hier, toen ik hier vorige keer was, was het winter en kaal.
  • Groen is best een mooie kleur
  • Geen hert te bekennen. Ik zou als hert ook blijven liggen
  • Ik heb een beetje te weinig gedronken
  • Voelt het verder nog goed? Ja
  • Weer de volle zon in. Ik moet er om grinniken
  • Doodse stilte hier, geen mens te bekennen
  • Nou ja, heel veel vogels.
  • Een mooie grote vogel rechts
  • Hoor ik een generator? In de verte. Bij de kassen. Ben ik daar al?
  • Afslag. Iets te ver doorgelopen.
  • Aha, hierom ging het net zo goed: nu een zuchtje wind tegen.
  • Wind is wel verkoelend
  • Jesses, ik had hier toch echt wel schaduw in gedachten
  • Hier heb ik al eerder gedacht dat het totaal niet meer ging
  • Toen moest ik naar de WC. Nu nog niet! Heel fijn
  • Hoelang heb ik gedaan over 5 kilometer eigenlijk? Laat los.
  • Ik zweet me een ongeluk
  • Nog steeds niemand
  • Vogelgeluiden
  • Ha, eindelijk schaduw
  • hartslag is inmiddels iets hoger
  • Het supermooie pad
  • Lekker koel
  • Hut
  • Als ik een hert was, zou ik lekker hier blijven liggen
  • Geen hert te zien
  • Geen krokodillen ook maar ik heb ze nog niet verjaagd
  • Weer zon
  • Daar zit iemand met een thermosfles. Wat zou er in zitten?
  • Is het een man of een vrouw? “goedendag”
  • Vlindertjes, twee – doe mij ook vleugels
  • Nog maar een kort moment wandelen, 30 seconden worden echt steeds korter!
  • Door het hekje.
  • Ik heb geen zin meer.
  • Mijn benen doen pijn
  • Stel je niet aan
  • Mijn benen verzuren
  • Jammer zeg
  • Nog 1 keer, zal ik daarna stoppen?
  • Deze maak ik af
  • Dan maar rustiger
  • Dan maar geen kilometer binnen 6 minuten
  • Ik hoop de brug net niet te halen: wind tegen, asfalt, hitten en omhoog
  • Hier in het bos is het koel
  • En geen vliegjes
  • Jakkes, wel de brug op dus
  • Zoek motivatie: boven zijn voor de 6 minuten om zijn, hupsakee!
  • Ik heb nog maar 70 seconden en boven is zo ver
  • Komop benen, auw
  • Ik ga het halen, nog 37 seconden en boven komt dichterbij
  • Ik wil niet meer!
  • Boven en gehaald. Klein beetje blij.
  • Wandelen
  • Misselijkheid?
  • En ik moet nog naar huis, hoe dan
  • Ik kan gewoon wandelen.
  • Duurt te lang
  • Naar beneden kan ik nog wel rennen
  • Mijn benen niet, voelt verzuring zo aan?
  • Hier is schaduw, doorlopen
  • Hoor ik nou een ouderwetse telefoon? Oh, van die meneer daar met die hond
  • Verder is hier niemand
  • Jakkesbah weer zon
  • Ik ben er klaar mee
  • leuk stel pubers hangen daar te lachen, wat zouden ze delen
  • Ik ren de witte brug nog over
  • Niet van harte
  • Zwemmers? hier?
  • Ach, die knul in zijn zwembroek
  • Het is dat het water zo goor is
  • Mijn benen doen serieus pijn
  • Ik moet weer
  • Onrust in de straat
  • Got, ik ben d’r ZO klaar mee
  • Horloge aan laten staan?
  • Nog een keer 6 minuten rennen
  • Ik tel uit op mijn vingers dat 45 plus 6 51 is
  • Na 50 minuten moet ik wandelen
  • Ik voel me niet lekker
  • Echt te weinig gedronken
  • Kippevel
  • Om het Picnic autootje heen
  • Wandelen. Eventjes
  • Rennend sneller thuis
  • om de kindertjes heen met waterpistolen
  • Rennen is een groot woord. joggen ook voor dit tempo
  • Slepen
  • Ik moet echt weer schijten
  • Snel naar huis maar
  • Toch dik 8 kilometer
  • Klaar, thuis, deur open
  • net op tijd op de WC

Dit is maar een klein deel van de gedachten. Er fladderen er nog veel meer voorbij. 8,5 kilometer met een gemiddelde van 6:15. Grotendeels in zone 1 gelopen. De laatste 1,5 kilometer gingen helemaal ruk.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-15

2 mei – Fietsrondje bij ondergaande zon ??‍♀️☀️

Mijn horloge is trots op mij. Doordat ik een rustige dag heb, daalt de hersteltijd van 5 naar 4 dagen. Wat een vooruitging! Op de achtergrond liggen de papiertjes met werkopdrachten. Rustig aan is relatief.

De vergadering duurde lang, eten en ik had niet zoveel zin. Ik moest twee uur gaan fietsen, maar qua tijd en licht ga ik dat niet halen. Even twijfel ik om binnen te gaan, maar dat is zo zonde. Dus ik zoek mijn oordopjes die ik niet kan vinden en ik ga maar zonder dan. Ik ga de Grote Trap af fietsen met wind mee. Zie wel wanneer ik dan wind tegen heb.

Het is mooi met de ondergaande zon en de velden met tulpen. Mijn hoofd maakt echter overuren en maalt net zo hard rond als mijn benen. Maar dan in mijn hoofd met wind tegen en op de Grote Trap met wind mee.

Doordat mijn hoofd zo vol zit met wind, merk ik amper de tegenwind aan de buitenkant op. Wel het prachtige zonnetje gelukkig.

Gek genoeg draai ik mijn hand niet meer om voor meer dan 30 kilometer. Mijn benen doen geen pijn, ik ben blij met de fiets en ik voel me goed verder. Uiteindelijk zie ik de zon ondergaan en dan ben ik bijna weer thuis. 37,98 kilometer. So what.

3 Mei. De conditie van een triatleet ?‍♀️

Ik mag weer hardlopen! Vijfenzeventig minuten. 10 minuten in zone 1/2 en 5 minuten in zone 3 en dat moet dan aanvoelen als ‘licht intensief’. Ik doe de nieuwe oranje schoenen aan. De bloedblaar is zo’n beetje weg, dus maar eens kijken of deze schoenen een tweede kans verdienen. Ik ga even alleen. Dan kan Vincent op de pakjes wachten. Het gaat gemakkelijk. Ik kan niet anders zeggen. Mijn korte broek en lange mouwen lijken wat koud, maar dat is niet echt zo. Ik heb eerst wind tegen. Fijn, dan heb ik straks wind mee! Ik voel de hele tijd goed wat me nog lukt en het tempo ligt lekker hoog bij goed voelen. Ik ga wel iets harder in zone 3, maar dat blijkt rond de 5:10-5:20 te zijn! Ik loop de 5 kilometer binnen 28 minuten. Op de dijk blijft het prima gaan.

Ik verbaas me echt. Zou de hartslagmeter niet goed zijn? Nee, dat is het niet, want die is echt aangesloten, dat heb ik gecontroleerd. Zouden mijn benen gewoon zo goed getraind zijn intussen? Ik las laatst iemand die Amerika doorwandelde en toen “de conditie had van een triatleet”. Is dat het? Dat je alles aankunt? Ik ga de dijk af naar het verbindingspad. En dan moet ik weer hoognodig de bosjes in.

Het is irritant! Mijn darmen en hardlopen zijn een combinatie geworden. Ik ben gewend aan het verjagen van krokodillen. het is drie uur geleden dat ik gegeten heb! Ik ben nog gegaan voor ik ging. En ik heb geen sportvoeding op. Superirritant. Ik zet de Garmin dan wel even stil in de berm. Naast een getrainde triatleet ook een geoefende bermpoeper. Nou fijn ? En dan weer door. Op hetzelfde tempo met hetzelfde gebrek aan moeite. Ik krijg wind mee en ik mag weer 5 minuten lekker harder doorlopen. Ik zal wat verder om moeten, want zo heb ik echt veel te weinig route voor 75 minuten dit tempo.

Ik ga bij de kassen op en neer en ondertussen tel ik 5 minuten af. Anders gaat ik toch weer malen en mijn hoofd is nu rustiger dan mijn benen. Je zou zeggen dat ik niet op hoef te zien tegen een marathon, maar ik ben veel te verstandig om een marathon in de triatlon te onderschatten. Dat het nu lekker gaat, zegt niks over de triatlon! Leuk routevormpje maak ik er van. En dan zit ik op 10 kilometer. Inclusief bermbezoek in 57 minuten. Exclusief nog sneller, volgens de Garmin in 54 minuten.

Nog een keer lekker versnellen en dan loop ik volgens Garmin 11 kilometer in een uur. Niet normaal. Toch loopt de hartslag nu wel een beetje op. De ambitie ook. Dus ik ga gewoon maar ietsje rustiger. Voor me loopt een heel jong stelletje te huppelen, te kussen en selfies te maken de brug op. Schattig. De brug op voelt eindelijk iets als zwaar. Ik ga nog een keer op en neer en in de drukke straat is het eindelijk niet meer zo easy en warm en vooral onrustig. Kortom: ik moet oefenen in het me totaal in mezelf terugtrekken en alles onrust buitensluiten straks. In de wijk moet ik nog een ommetje maken en dan is het echt niet makkelijk meer, want ik wil (op Garmin) de 14 kilometer halen in 75 minuten. Lukt net niet. Kost me 2 minuten meer.

Leuk vormpje inderdaad!

Gemiddeld 5:26 – dat is harder dan 11 kilometer per uur lopen. Er is een triatleet in mij geslopen. Stiekem is die met spierpijn naar binnen gesneakt. Ergens vorige week vermoed ik. Ik herken die triatleet niet. Dat ben ik niet! Die zit toch zeker niet in mij?! Ik ben de trage oude dikke hardloopster. Niet die enge afgetrainde triatleet. Daar heb ik een hekel aan, aan die afgetrainde geconditioneerde opscheppers.

4 Mei 2022 – Zwemmen ??‍♀️

Het ging eens een keer niet. Ik ben onrustig doordat ik nu besef dat de komende maanden op het werk helemaal niet makkelijk worden. Het duurde even voor het doordrong, maar nu ben ik toch niet zo blij. Ik doe mijn werk, maar ik merk dat de motivatie wat lastiger te vinden is. Tussen de middag gaan we wandelen, maar ondanks het lekker weer voelt dat ook niet echt ontspannen. Na de zwemtraining moet ik een lastig gesprek voeren met de trainer van Vincent, om hem te vertellen hoe hij zijn werk beter kan doen. Ik ben daar niet zo van. Vooral niet als ik iemand niet mag. Dat maakt dat ik onrustig zwem. We zijn maar met zijn drietjes in de baan. Ik ‘mag’ voorop. Omdat ik als enige geen achtje heb ofzo?! Maar ja, dan moeten ze het met mijn tempo doen. Ik zwem 350m in en dan doen we 7 keer 50m. Daarna moeten we 2 keer 25m versnellen. En dan 50m schoolslag en 50m rugslag. Ik merk dat ik de krachttrainingen teveel heb laten liggen. Die moet ik onmiddellijk weer oppakken! Doe ik vanavond nog! Dan moeten we 10 keer 25m sprinten. Zo niet mijn ding. We hebben 25 seconden pauze, maar dat vind ik veel te veel. Ik concentreer me op de slag en die wordt beter als ik harder moet. Al is echt hard niet aan de orde. Steeds het horloge uitzetten is echt killing. Dan 400m kalm aan. Het bad golft erg. Doordat de ‘lichte’ lijnen er liggen. Ineens stoort me dat en maakt het mijn onrust nog groter. Voor het eerst in tijden ben ik een beetje angstig in het water en moet ik vechten. De associatie met golven en een hele triatlon is me even te veel. Proberen ademhaling onder controle te krijgen en de slag te behouden. Ik kijk op de klok als we vertrekken en reken uit hoe lang we er ongeveer over doen en dan hoef ik geen banen te tellen. Ik let heus op de doorhaal, maar enige kalmte is ver te zoeken. Dit maakt me angstig voor Hamburg; stel dat het daar ook waait en er veel golfslag is? Hoe moet ik dan in ‘s hemelsnaam 3800m doorkomen? Ik heb nog niet buiten gezwommen. Paniek. Die moet ik dan weer onder controle krijgen. We gaan nog een keer schoolslag doen en daarna gaan we 3 keer 100m doen met de laatste 25m sneller. Ik ben het gevecht beu en zwem gewoon nog wat er lukt. Dan maar iets minder snel. Eigenlijk maakt het niet uit hoe snel het voelt, het tempo is redelijk gelijk (laag). Bij het uitzwemmen wordt de slag pas weer rustiger en langer en stabieler. Eventjes. Alle onrust die ik voel, daar heb ik meer dan een klein uurtje bewegen voor nodig. Maar het is niet anders. Dit is het vandaag. Door naar een moeilijk gesprek. Wat dat betreft is dit een goede training: in Hamburg zal ik ook wel zenuwachtig zijn en onrustig. Dan mag ik nog een half uurtje langer ontspannen in het water! Ik vermoord niemand tijdens het lastige gesprek in het zonnetje, blijf redelijk rustig en ik hoop dat ik iets kan overbrengen. De opmerkingen dat het in Hamburg behoorlijk waait, bevalt me totaal niet op dit moment, maar ik hou me in. Het is een binnenmeer, windkracht 5 zal het niet zijn. ‘s Avonds pak ik inderdaad direct de krachttraining weer op. Weer even bouwen… Inmiddels is mijn gemiddelde rusthartslag stabiel laag en mijn VO2max is stabiel hoog. Ik eet weer (meestal) behoorlijk gezond met weinig gesnoep. Er gaat dus iets goed, maar het is geen goed teken als ik nu al onrustig wordt. Dat moet ik nog maar een paar weken bewaren. Ik moet er niet aan denken dat ik nog verduizendvoudig gestresst ben over een maand!!

5 Mei – Intervallen lopen ?‍♀️?‍♂️

Nog een maandje – niet aan denken, want wat daartussen zit….. Dat is nog veel zwaarder! En vandaag was ook zwaar. Op het werk lijken een paar dingen uiteen te vallen en toch ook weer niet. We moeten ook door! Een beetje onzeker. En ik dacht soms heel even: oh, volgende maand fiets ik… Maar het nu trok veel aandacht. En toen kwam het schema voor de komende twee weken binnen. ????? Daar moet ik echt even overheen, over deze enorme drempel. Daar valt nog een bergje te beklimmen.
Er is geen baantraining omdat 5 mei als feestdag is aangemerkt. Vincent heeft een training voor de intervallen: 10 minuten inlopen en dan 2-4-6-8-10-8-6-4-2 minuten in zone 3 en daar tussenin elke keer 1 minuut wandelpauze. Tot slot moeten we tien minuten uitlopen. We hebben de route goed besproken, want hij zal zeker voor mij uit rennen. Hij is iets sneller dan ik!

Ik nam een Maurten gel vlak voor de start. We gingen 75 minuten na het eten hardlopen en ik was goed naar de WC geweest. Inlopen gaat lekker, maar ik hou me in. Vincents hartslagmeter laat ‘m volledig in de steek. Superirritant zoiets. In de eerste 2 minuten moet hij een basistempo neerzetten en ik dacht dat hij 3:55 zei, maar hij zie 4:55. Net iets sneller dan ik! Hij wandelt terug naar me. Hoestend en proestend.

En dan 4 minuten. Ik doe het behoorlijk goed voor een oud besje met een tempo rond de 5 minuten op de kilometer. Vincent heeft nog ruimte om me aan te moedigen en af te tellen. Het gaat straks pas bij 8 minuten tellen. Ik verbaas me best over mijn tempo in zone 3. We gaan naar de dijk en na 5km beginnen de vliegjes. Teringveel vliegjes. Hele wolken waar je doorheen moet happen. Onprettig. 8 Minuten lang vliegjes happen op hoog tempo.

Dan doet Vincent iets heel erg slims: hij neem een afslagje verderop. Dan moet (en kan) hij me dadelijk inhalen. Tien minuten is best veel. Maar op het Verbindingspad zijn de vliegjes weg. Mijn hartslag gaat wat omhoog, dus ik moet het tempo iets verlagen naar 5:10. Moeilijk met een haasje achter je aan. Ik hoef nog niet gelukkig! 10 Minuten kun je ook niet aftellen, die kun je alleen maar doorstaan. Het lukt Vincent net niet om me bij te halen, maar hij is vlak achter me.

De tweede keer 8 minuten vallen na 4 minuten niet meer mee. Eigenlijk moet het tempo omlaag om in zone 3 te blijven, maar Vincent heeft me ingehaald en huppelt voor me uit. Zijn hartslagmeter werkt nog steeds niet. Deze 8 minuten duren het langst. Dat had ik verwacht. Ik loop de 10 kilometer in iets van 56 minuten. Het wordt steeds gekker!
Dan gaat Vincent bij me blijven, maar dat vind ik niks makkelijker. Nog een keer 6 minuten. Mijn tempo daalt iets en het inspanningsniveau stijgt iets. In de 4 minuten moeten we het viaduct over en dan is mijn energie behoorlijk op. Toch. Dat we nog een keer 2 minuten moeten, getver. Ik doe mijn uiterste best, maar het begintempo zit er niet meer aan. Stomme trainer heeft Vincent, dat ie dit soort trainingen voorgeschoteld krijgt. Eigenlijk is al dat hardlopen gewoon enorm stom. Vincent is het volmondig met me eens. Die heeft ook nog eens geen zin meer en geen hartslag. Het kan dus bijna niet erger… En dan moet ik toch weer bij het uitlopen. Gotver. Toch erger dus. Ik krijg kippenvel en weet dat ik niet kan blijven hardlopen. We korten het uitlopen lekker in en de cooling down met wandelmomenten drukt ook enorm het tempo. Over ‘drukken’ gesproken… Ik haal thuis en dat is al een enorme vooruitgang. Ik loop 13 kilometer binnen 72 minuten. Met wandelpauzes. Aha.

6 Mei ??‍♀️??‍♀️?‍♀️

Even over 9 uur. Vincent is mee naar het zwembad gegaan voor banenzwemmen. Alleen….. hij heeft zijn zwembroek vergeten! Wat is een betere straf dan je anderhalf uur naast het zwembad te moeten vervelen? Ik ga namelijk wel zwemmen. Langere stukken moet ik doen. Het is lekker rustig, hooguit 3 mensen in de baan. Ik begin met 500 meter hele slag. Het gaat mwah. Mijn linkerschouder is wat gevoelig. Mijn armen moeten werken. Doorhaal, arm hoog en banen tellen. Na 500m stoppen en een slok drinken en dan 500m met paddels. Nog harder werken voor de armen!

De eerste 150 meter zijn elke keer het langst. Dan na 250 meter zit ik op de helft en vanaf 300 meter begint het aftellen. De laatste 100 meter zijn het makkelijkst. Ik doe nog een keer 500m met pullboy. Die zijn het makkelijkst voor me. Gaan ook het snelst. Dan nog een keer mijn armen vermoeien met de paddels.

https://vimeo.com/708787626/3a7892b102

En nog een keer de pullboy. Alles in 500 meters. Ik word er wel een beetje moe van. Intussen heb ik de baan voor mij alleen. Lekker. Tot slot moet Vincent zich nog een kwartiertje vervelen omdat ik nog een keer zonder hulpmiddelen zwem. Niet zo snel meer! En ik doe nog een keer schoolslag en rugslag. Heb ik toch dik 3000 meter gezwommen! Snel zal ik in het zwembad niet meer worden. Vincent kan weer mee naar huis.

Na de lunch ga ik fietsen samen met HB. Ik heb nog een koppeltraining staan. En ik heb nog een uitleg tegoed over fietsen tegen de wind in van HB. Hij heeft een route en ik ga een deel mee. HB babbelt vrolijk tot we op de dijk zijn. Heerlijk! Ik hoef eigenlijk alleen maar te fietsen en te luisteren. Op de dijk hebben we natuurlijk wind tegen. Het deert mij niet zo erg, maar ik krijg eindelijk de uitleg waarom je wind mee nooit kan compenseren wat je wind tegen verliest. Ik ben onwijs blij dat ik dat kan volgen! Het gaat over tijd. Dit soort informatie helpt mij ontzettend om te relativeren. HB gaat nog verder over de regenboog, maar ik verwerk nog de info over de wind. Ik moet blokjes harder fietsen. Gelukkig krijgen we ietwat wind mee, maar ik let niet echt op de tempoblokken. Ik ga waarschijnlijk iets langer fietsen. We draaien richting Almere Haven en dan kan het tempo wind mee echt omhoog. Ik eet netjes iets.

Ik ga alleen terug via de heuvel en langs de Vaart. Het gaat uitstekend! Lekker tempo, geen afleiding en toch gemakkelijk. Als ik thuiskom, ga ik vrijwel meteen hardlopen. In het schema staat 20 minuten marathontempo en 10 minuten rustig. Ik heb de training niet in het horloge, dus ik moet zelf opletten. Marathontempo is tussen de 5:45 en 6:00 minuten op de kilometer. Easy. Ik ga vanaf het begin echter een stuk harder. Het voelt niet zo, maar ik loop gewoon 5:30. In de zon. Ik loop de Evenaar af en om de Sieradenbuurt heen.

De zon vind ik lastiger, dus ik loop maar iets sneller naar de schaduw toe! En dan nog de 20 minuten volmaken. Ik blijf monitoren en verbazen. Na 20 minuten heb ik 3,7 kilometer gelopen. Ik lap het horloge en ga rustiger lopen. Omdat ik in het bos loop flippert de GPS tussen 7:00 minuten per kilometer en 5:15 per kilometer. Het tempo ligt nu gemiddeld op marathontempo. Ik maak een half uur vol en loop daarin 5,5 kilometer. Dat is gemiddeld 5:30 per kilometer. Ik vind het mooi geweest voor vandaag! Ik heb behoorlijk veel gezwommen (niet snel), een lekker stuk gefietst op 27 km/u gemiddeld (net geen 50 kilometer) en een half uur flink doorgelopen. En dat met een lichte verkoudheid onder de leden!

7 Mei fietsen Fietsen FIETsen FIETSEN ??‍♀️??‍♀️??‍♀️???????‍♂️

Samen met Vincent ga ik naar Veldhoven fietsen. Er staat 180km in mijn schema. Naar Veldhoven volgens mijn route is 150km. Ik ga dus nog een stuk door naar België en weer terug naar Veldhoven. Omdat zo’n tocht lang is, ga ik niet uitgebreid bloggen. Kort en bondig!

Kwart voor 9 vertrek. Allebei een fietscomputer, allebei dezelfde route. Rare route door de wijken. Fietst meteen al goed en makkelijk. Gelukkig, want ik ben verkouden. Langs de Vaart naar de nieuwe brug. Het tempo zit er lekker in! Prima weer: niet te warm en droog.

Dan de Stichtse Brug over. Alles smooth en easy. Over de Wakkerendijk langs Eemnes: rust en kalmte. Lekker kletsen. En een minuutje versnellen. Vanaf dan gaan het tempo omhoog. Voorgaande jaren reden we gemiddeld 22,5km/u, kan het nu met racefietsen, klikpedalen en veel oefening omhoog? We gaan het zien. Geen doel op zich. Ik drink veel sportdrank. Rotonde over en dan langs Baarn gaan we spelletjes doen: iemand in mijn hoofd, een blackbox van Vincent. Vanaf Soest is de route nieuw.
We moeten een heuvel over en ik ben snipverkouden. Dat merk ik als ik naar boven moet ploegen! Aan de andere kant ligt Soest er mooier bij. En dan komen we op een bekend punt, maar we rijden de verkeerde kant op! Terug naar waar we Soest in gingen. Hum. Omkeren en op de gok naar de McDonalds dan maar. Ik ken de weg. Toch verrast de fietscomputer ons met een halfverharde fietspad. Het is te doen.

We rijden door mooi gebied in het zonnetje. Door naar de startbaan bij Soesterberg. Sporen over. Nog een keer flink omhoog. En dan is de startbaan dicht. Voor die broedende vogel weer.

Door naar de Mac dan. Langs de helikopter, oversteken en dan zijn we er al.

Vincent spot auto’s, ik krijg een enorme hoestbui en ik maak nieuw sportdrank. Friet, een koekje, Fanta en een smoothie en door. Langs Zeist naar Driebergen. Vincent heeft een moeilijke blackbox met getallen voor mij. Omdat ik niet goed ben met getallen. We komen Zeist en Driebergen goed door. Langs Kasteel Sterkenburg. En ik maar puzzelen met de cijfers 2,4,6,9,16,25. Ik ben sterker met woorden 🙂 Brug over de Lek

En dan komen we al op de dijk. Ik geniet tot diep in mijn fietsschoenen. Zonnetje, lekker tempo, leuk gezelschap en eindelijk de getallen blackbox ontrafeld. Nergens last van, nergens moeite mee.

En dan het pontje.

Door Beusichem en dan heb ik een lastige blackbox. Met lettergrepen. Een lange weg naar Geldermalsen, waar ze vorig jaar ook aan het werk waren. Geldermalsen door. Veel herken ik van vorige jaren. Prettig. De A15 over.

Vincent lost ook mijn blackbox op. En dan wind mee richting Meteren en door naar Waardenburg. Waar vroeger de McDonalds het belangrijkste was, is voor een 15 jarige carspotter Timmermans het summum.

Het jochie fotografeert alle auto’s, terwijl de medewerker onze fietsen bewondert! Hadden we bijna 2 racefietsen geruild voor een Mercedes F1 safety car. En dan toch nog maar naar de McDonalds. We zitten op 90km. Niet aan denken dat dit pas de helft is.

Na de McDonalds frietjes de grote brug over de Waal. De zon kruipt weg, maar dat is niet erg. Vind ik. We gaan langs de snelweg rijden: een andere route dan via Zaltbommel. Niks erg, want ik vind het leuk om nu voor altijd te kunnen denken bij de Lucht: daar fietste ik achter langs. En het is korter. 100 kilometer al intussen. Voor Vincent tweederde deel. We doen net voor Den Bosch een kleine plaspauze.
Door naar de brug bij Hedel. Waar Vincent (van het glooiende asfalt?) altijd een beetje misselijk wordt. Op de rotonde ben ik Vincent even kwijt – paniek! Hij nam de rotonde andersom. We komen Den Bosch in bij de leuke brug.

En dan achter het station langs. Heerlijk makkelijk Den Bosch door. Dan even door een natuurgebied en we gaan door Vught. Ik krijg er niet veel van mee, maar meer omdat Vincent moe begint te raken dan ikzelf. Ik blijf veel drinken; al drie bidons leeg. Door naar de supermarkt in Esch. In de verte hangen donkere wolken. Pa appt me dat er buien zijn. Het is benauwd buiten. In Esch moeten we zoeken naar de supermarkt.

Blikje cola, AAtje, broodje. Ik kijk zorgelijk naar de buien. We komen er niet omheen. Schuilen dan straks. Ik moet nog een stuk namelijk. Ik denk dat het tot Belgie gaat worden, maar laten we eerst Veldhoven eens halen. In Boxtel beginnen de druppels. We willen schuilen bij het station, maar zien een rookbunker die geschikt is.

Maar een uur hier zitten? Nee, dat trek ik niet. We gaan door tot de bui te heftig is. Niet makkelijk, maar een beetje regen kunnen we hebben. Lennisheuvel halen we, net onder Boxtel. De druppels worden groter en meer. Ik zie een poortje bij het voetbalveld. Erachter zit de perfecte schuilplaats. Onder een tent.

Ik vind rusten moeilijk. Vincent voelt zich niet top meer. Rob vertrekt dadelijk pas, dus hij kan Vincent niet spoedig ophalen. Na een klein half uurtje wachten druppelt het nog een beetje. We gaan weer door. Saaie wegen. En dan… ook nog een onverhard pad.

Ik vind de uitdaging wel even leuk: hoge cadans en doortrappen, maar het is wel zwaar. Vincent slaat zich er doorheen. Verharde saaie weg vervolg. Er is niemand, nog geen auto. Of ja, 1: een Astin Martin. En dan nog 1… En daarna nog 5! Mijn mond wil niet meer dicht over zoveel toeval. Vincent heeft ze allemaal op beeld! Dit is echt zijn beste carspottersdag ever. Verder zien we op deze weg geen enkele auto meer.

https://vimeo.com/709269354/74c3a45e31

De regen stopt. Nog een plaspauze. In tegenstelling tot Vincent voel ik me nog steeds kiplekker. Vincent gaat echter wel meefietsen tot het einde. Dan moet ik mijn tempo maar inhouden. Bij Best is het alweer droog, maar iedereen heeft daar een paraplu. We fietsen door de woonwijk naar een kanaal.

Die willen we blijven volgen bij de Ikea, maar ik bedenk me net op tijd dat er misschien meerdere kanalen zijn en dat de fietscomputer ons niet voor niks de brug over jaagt! Mijn vermoeden is juist. Maar ik begrijp Vincent helemaal: na zoveel kilometer ben je moe en niet meer in staat om heel verstandig te zijn. Ik ben nog lang niet in dat stadium. In tegenstelling tot eerdere jaren. Op het fietspad met de slingertjes in het midden is alles alweer droog.

We gaan langs het vliegveld. Geen bord van Eindhoven met ‘blij dat je er bent’. Het vliegveld langs is altijd gedoe, maar we kennen de weg al. Door het zoveelste echotunneltje. Die bij Den Bosch met tegeltjes heeft de meeste punten gescoord. Meerhoven door. Langs Zeelst. En dan zijn we -later dan gepland en gedacht- in Veldhoven.

150 Kilometer voor Vincent. Met een fietsgemiddelde van 24,5. Wat een enorme verbetering is ten opzichte van ooit eerder! Ik neem een halve reep. Wat in mijn hoofd zit, moet: en dat is België. Alleen. Nog even de stilte en saaiheid van mezelf opzoeken. Helaas ook het zoeken. Vincent begrijpt routes beter dan ik. Ik herken nauwelijks iets in de omgeving van waar ik ben opgegroeid!

Ik vind een fietssnelweg. Nog steeds loop ik over van energie en ik kan het tempo echt flink verhogen. Ik kom in Dommelen. Leuk langs de brouwerij.

En dan door de wijk. Ik word een beetje gek, want ik weet niet waar ik blijf. Irritatie. Toch eindelijk dan. Ik moet zoeken naar de weg. Op mijn telefoon. Zon. Warm. En al over de 160km. Nog een stuk reep. Ik ga naar Valkenswaard en daar zal ik de Luikerweg nemen. Die ken ik van vroeger. Dag mannen op het terras, jullie kunnen wel roepen tegen mij, maar ik heb iets gedaan wat jullie niet kunnen! En dan de Luikerweg. Kom ik weer bij een nieuwe weg en moet ik zoeken naar het fietspad. Daar is Rob opeens!

Ik ben te verrast om te stoppen. Nog een klein stukje denk ik en dan kom ik hier terug. Ik zit op iets van 172 kilometer. België is vlakbij nu. Fietssnelweg door het bos. Strak asfalt, tweebaans.

Heerlijk. Snelheid maken. Ik zit boven de dertig. Geen idee waar dat vandaan komt, maar het is easy. Alleen is het geen 3 kilometertjes meer. Ik zie Rob voorbij komen. De rotonde bij Borkel en Schaft. Het bos waar we kampeerden. Hoe ver is het nog? En dan rij ik België in.

De fietscomputer zit op 180 kilometer. Rob komt er ook aan. Garmin zit op 179,6, dus ik ga nog 400m op en neer om de grenspaal te fotograferen.

Ik ben wel eens veel en veel vermoeider geweest. Ja, ik ben blij dat ik dit heb gedaan, ja ik ben een beetje moe van de verkoudheid en ik moet nu niet denken aan nog een marathon, maar dan is de hele mindset anders. Dit was het voor vandaag. ik heb niet eens overdreven veel honger! De zaken zijn wat dat betreft helemaal voor elkaar.


Alleen een nare verkoudheid. Een hele nare snotneus. Waarmee ik zo veel kon fietsen.
Nog iets met sleuteltjes en fietsendrager… Laat ik het zo zeggen: als de fietsendrager op slot zit en je hebt geen sleutel, kun je niet inbreken. Dat is een veilig idee. De sleutel ligt 150 fietskilometers van Veldhoven vandaan.

8 Mei – LOOP neus. ?‍♀️?? niet lopen ❌?‍♀️

‘s Nachts slaap ik iets minder goed, want Rob snurkt en ik snurk en ik heb wat moeite met ademhalen. Verder heb ik nergens last van. Geen spierpijn of zadelpijn. Of dat zit verstopt onder snot. Mijn hoofd wil graag een uurtje hardlopen. Mijn benen ook. Ik vraag het even na en van de trainster mag het ook als ik me goed voel. We rijden langs alle moeders, onder andere om fietsen op te halen. Ik heb de doos zakdoeken leeg en blijf maar snuiten en snuffen. We moeten dus naar de winkel lopen voor een nieuwe doos zakdoeken en voor brood. Het gaat me niet makkelijk af en binnen een kilometer denk ik al: laat dat hele hardlopen maar zitten! Thuis val ik op de bank in slaap van het kleine wandelingetje. Even PAS op de PLAATS dan maar. Balen. Flink balen. Mijn neus loopt het hardst vandaag.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-14

Maandag 25 april. R. us T dA. g ????

Ja, echt. Een dag niks. Niks in Garmin, geen sport, nog geen wandeling. Gelukkig werkt mijn lijf mee om de rode ring te vullen door rode buikkrampen. Altijd fijn, al gaat het gepaard met behoorlijke pijnscheuten.

Op mijn werk valt de ellende mee en door een betere werkverdeling kom ik juist goed vooruit! ‘s Avonds ga ik bij een held langs die Ironman Hamburg een keer heeft gedaan en me er alles over kan en wil vertellen.
Mijn horloge meldt dat een dag rust mijn hersteltijd heeft verbeterd! Ik ben verbijsterd, want die melding heb ik nog nooit gezien. Een dag rust is dan ook onbekend.

26 April – De Markeermeerdijk, de uitdaging en ik ??‍♀️?

Eind januari zag ik de trainer van Vincent de Markermeerdijk afrennen. Hij is (op z’n best gezegd) een snellere en makkelijkere loper dan ik, maar de uitdaging pakte me direct. Een mentale opgave. Geen afleiding, recht, geen ontsnapping mogelijk en voor mij een opgave om de voeding op orde te krijgen omdat het wel erg zelfvoorzienend is. Ik wil van Enkhuizen naar Lelystad: omdat ik dan wind mee heb en omdat het me beter lijkt de hoge toren van Lelystad steeds te zien, dat je het einddoel in het vizier hebt. Trainster vond het ook een goed plan, ik nam een dag vrij en Joyce reed me naar Enkhuizen. Zij gaat shoppen in Bataviastad. Geen moment wil ik met haar ruilen! Nou, misschien even als we op de dijk richting Enkhuizen rijden, want zelfs dat is al ver…

Ik heb vroeg gegeten, wit brood, ben al uitgebreid naar de WC geweest, maar mijn darmen zijn zo lastig de laatste tijd… Vasaline gesmeerd, alles bij me: van oortjes tot geld. In Enkhuizen ga ik nog een keer naar de WC bij het station.

Het lijkt koud. Telefoon op stil en starten zonder muziek. Als ik de haven voorbij ben, is de kou al verdreven. Ik weet nog niet of dit gaat lukken vandaag. Ik voel wat krampen en ik hou me in met lopen. Ik denk aan een tempo 6:10-6:20. Ik begin op 6:00, maar niet overdrijven. Alles wat ik me nu kan inhouden, is straks winst. Over 25 kilometer… Niet aan denken! Het is stuitend om op het bordje te zien hoe ver Lelystad is.

Ik ben nog aan het wennen, aan het acclimatiseren en aan het accepteren voor welke uitdaging ik sta. Ik zie Enkhuizen al achter me liggen, loop over de sluizen en maak lekker veel foto’s. Ook van het naviduct.

Helaas ook weer omhoog. Een paar auto’s toeteren naar me. Weten zij veel… Het eerste stuk loopt langs de weg. Je hoort de auto’s goed, maar er zijn ook hele stukken zonder auto’s en dan is het mooi stil. Heel, heel in de verte is de mast van Lelystad te zien. Ik heb last van krampen. Niet toch?! Mijn waarschuwing staat elk kwartier. Drinken en elk half uur een gel. Al lijkt drinken nu nog gek, ik drink meteen maar veel. Op 13 kilometer zit een restaurant waar ik naar de WC kan en water moet bijvullen. Zoveel mogelijk.

Een gel na 30 minuten. Ik zeg tegen mezelf: het moet, kom op. Een high5 gel. De route is buitengewoon overzichtelijk. Recht. Lang. Lastig. Het is vooral lastig om niet te denken: pas 6 kilometer, nog 24 te gaan. Maar opdelen in kleinere doelen is ook lastig, want het is allemaal recht en lang en zonder veel herkenningspunten. Tot het restaurantje dan maar. Of eerst tot de opgang op de dijk. Dan kijk ik vooruit en loop rechtop. Mijn darmen rommelen toch. Negeren. Nog even kijken naar Lelystad (zo ver) en het Markermeer en dan over het dijkje wat de weg van het fietspad zal scheiden voor de komende tig kilometers. Uitzicht op het IJsselmeer en de molens.

Er zitten al 7 kilometer op en het voelt nog niet je-van-het. Ik kan er mijn vinger niet op leggen. Het is overigens volkomen stil op het fietspad. Ik zie al met al hooguit tien fietsers en 1 brommertje vandaag. Op 8 kilometer is het toch mis: ik moet écht. Nog 5 kilometer ga ik niet redden. Ik klim het hele lage hekje over en ga zitten in het gras. Het is gewoon vast en veel en smerig. Ik stop het horloge dan even. Dit is anders als in het bos en ik baal er echt van dat mijn darmen zo vervelend doen. Het tuitje van de drinkzak hangt niet meer op mijn buik, het eten is goed gegaan. Waarom dan toch?

Dan ga ik opgelucht weer verder. Ik heb nog een paar tellen medelijden met de fietsers die passeren. En dan kom ik in een trance. Ik ga iets minder hard dan in het begin en accepteer dat. 6:08 is mij ook goed. Ik begin te denken en te mijmeren en te fantaseren en mijn benen lopen gewoon door. Dit kan ik kilometers lang volhouden. Ik vind het bijna jammer dat ik bij het restaurantje ben nu ik zo’n lekker ritme heb gevonden. Maar ik moet bijvullen en Joyce appen.

Ik hoef niet eens meer perse naar de WC, ware het niet dat een wissel me goed uitkomt op deze dag. Water bijvullen is wel nodig, want ik heb de eerste liter bijna op *trots*. Het kost me een euro, maar de zoektijd kost meer, namelijk irritatie. Ik wil zo snel mogelijk weer terug aan het lopen in de trance die ik net had!

Ik voel me nu nog beter en ben gelukkig weer snel in de hardloopmodus. Nu is het pas echt recht en saai en lang. Ik doe geen muziek. Ik luister wel naar de golfslag. Ik heb de wind echt van linksachter in de rug gelukkig. Net verkoelend, helpt net om te rennen in een iets hoger tempo. Dat constateer ik voor 2 kilometer en dat ik op de helft ben en dan ga ik echt volledig ‘in the flow’. Geen idee hoe hard ik loop, wat er om mij heen gebeurt, geen zorgen over hoe ver ik nog moet, geen gerommel in de darmen. Heel even trekt een spier in mijn rechter bovenbeen en een tijd later in mijn rechtervoet, maar het is voorbij voor het ook maar kan doordringen.

Ik loop nu richting een halve marathon. Wel netjes op tijd neem ik de gels en het water. En dan is er toch iets van zorg te vinden: is dit water eigenlijk wel drinkbaar?! Ze spoelden de toiletten met ijsselmeerwater, maar kwam dat ook uit de kraan? Dat zou zuur zijn om daardoor te moeten stoppen, dat kunnen mijn darmen niet aan. Zou ik dat niet proeven dan? Maar het water lijkt oke. Op 20km neem ik de gel van Maurten. Rare substantie is het. Tussen tandpasta en gelpudding in. Er hoeft gelukkig niet heel veel water bij en het spul is smaakloos.

De halve marathontijd uit en thuis stuur ik naar Joyce. De Garmin heb ik in de pauzes gestopt. De gel valt prima en ik kan nog iets aanzetten ook. In mijn hoofd ontstaat het plan om de laatste 5 km te versnellen. Dat heb ik DdK zien doen, maar ik weet niet zeker of ik dat ook kan. Ik wacht op de bocht. Dan zal ik eindelijk de windmolens achter me laten. Maar het zijn eigenlijk 2 bochten! En dan duurt het lang.

Ik zie boten en opeens zijn de windmolens toch achter me. Als ik dan voor me de toren van Lelystad weer zie, is die toch flink groter! Het is fijn een einddoel in zicht te hebben. Alleen verandert de wind opeens en ik kom weer langs de weg te lopen. Autogeluiden verdrijven de golven. Ik zie meer schepen en het is onrustiger. Tussen kilometer 22 en 25 heb ik het ‘t moeilijkst. Aanpassen, onrust en bedenken wat ik met die laatste 5 kilometer wil en kan. Ik zal nog 1 keer stoppen voor de laatste gel op 25km. Ik kijk er naar uit.

Ja, ik ga versnellen. Kijken wat er lukt. Ik kan dat! Ik kan over deze lange dijk lopen en de eerste 5 kilometer en de laatste 5 kilometer harder lopen, moet mij ook lukken. Ik heb iets minder dan een half uur op de Garmin om binnen de 3 uur te komen. Een behoorlijk scherp doel stellen en het pijpje leeg durven te maken zijn echt uitdagingen voor mij. En dan ook nog de sluis over! Maar: hoe sneller ik ga lopen, hoe eerder ik er vanaf ben! Ik zet aan. Het is niet makkelijk, nee. Het is warm. Maar ik wil het gewoon. 5:46, twee kilometer lang in datzelfde hogere tempo. Nog 3 kilometer. Volhouden. Ik sla het drinkmoment nu over. De gel helpt. De brug staat open!

Ik ren gewoon in hetzelfde hoge tempo naar boven. Hoe harder, hoe eerder ik klaar ben. De brug is op tijd open, maar nu is er erg veel verkeer. Nog onrustiger. De brug rammelt. Er liggen boten. Maar ik moet door!

En dan is daar de toren waar ik onder sta en het bord van Lelystad. Gaaf. Emotioneel momentje, ware het niet dat ik echt nog even een kilometer heel diep zal moeten gaan voor de drie uur. Wil ik dat? Daar denk ik niet over na. Kan ik dat? JA! Ik app Joyce. Dan kom ik aan het begin van de Oostvaardersdijk, wat een leuk bordje, dat dat hier is! Straks maar fotograferen (niet meer gelukt). Nu moet ik langs de boot rennen. Hard.

Ik moet nog iets verder! Nog 500m tot de 30 kilometer vol zijn. Ik zeg langs de kade hardop tegen mezelf: ga door anke, kom op. Ik hou de tijd in de gaten en ik klok 30 kilometer af op 2:59:47 op de Garmin. YES.

Ik heb er met alle stops erbij 12 minuten langer over gedaan. Ook dat is keurig netjes. Ik ben even moe en even de weg kwijt en wandel terug naar de boot. Joyce is al op de parkeerplaats (had ik daar naar toe kunnen lopen dus). Geen pijntjes. Wel vermoeid. En trots dat ik nog kon versnellen. En blij dat ik goed gevoed heb. Het enige minpuntje zijn de darmen die nog dwars liggen. Ik voel me fit. Al moet ik niet denken dat er nog 12 kilometer bij moeten en dat ik nog moet fietsen en zwemmen ook. Maar het deel ‘doorzetten’, ‘volhouden’, ‘uitdagen’ en ‘voeding’ heeft vandaag grote stappen voorwaarts gemaakt!

27 April Koningsdagritje ??‍♀️(??)?‍♂️

Ik heb spierpijn in mijn bovenbenen. Eigenlijk heb ik nooit spierpijn, dus dit is echt nieuw voor me! Vervelend. Ik ben ook een beetje moe. Maar ik kan iets langer blijven liggen. En ik kan het onkruid wieden. En ik kan de ramen lappen. Ik hou wel een beetje de spierpijn.

Dit jaar heb ik niks met koningsdag. Voorgaande jaren miste ik de vrijmarkt nog een beetje, maar nu ben ik bezig met sport en rust, niet met drukte en onrust. Uitfietsen dan op een hoge cadans. Vincent gaat met mij mee. Hebben we een rode fiets en een blauwe fiets! De witte fiets denken we ertussen. Vincent is erg verkouden, dus hij wil vooral niet hard. Ik wil alleen een hoge cadans.

We gaan over de dijk met een soort van wind mee. Geen van beiden zijn we erg spraakzaam. Vincent omdat hij het zo zonder al te veel lucht zwaar heeft, ik omdat ik het net te simpel vind. Maar dan let ik wel op de cadans en die hou ik zo hoog mogelijk. Het is niet erg zonnig. Ik drink netjes het water bij elk signaaltje. Ik heb ook al veel thee op, dus ik moet plassen. We steken eerder terug. We zijn drie kwartier onderweg en we krijgen nog wind tegen.

Even een plaspauze onderweg en dan gaan we aan de andere kant van de Noorderplassen weer terug. Het is stil overal. Dat vind ik niks erg! Maar opvallend weinig die buiten zijn, zeker op de dijk. Wel een beetje in de wijken, maar dan meteen weer heel veel mensen die niet snappen dat er ook anderen van het pad gebruik willen maken. Ik ben d’r wel zo’n beetje klaar mee en Vincent al helemaal. Hij verzint de makkelijkste route naar huis. Meestal is het mijn tekst die hij bezigt vandaag: “Je mag wel een stukje eigen tempo doen hoor.” Ik doe het lekker niet! Met 33,99 kilometer zijn we thuis. Ik vind het best! Het is mooi geweest. Ik ben er niet echt moe van. En de spierpijn blijft. Da’s gek. Ik ontdek dat ik op mijn bovenbenen vooral een beetje verbrand ben. Is dat hetzelfde als spierpijn?!

28 April. Een ommetje van een recreant op een tijdritfiets

5 uur duurrit, staat er dan. Vijf uur fietsen. Dat vind ik moeilijker dan 3 uur hardlopen over een saaie rechte dijk. Met 5 uur fietsen moet ik de voeding op orde hebben. En op de tijdritfiets passen. Ik moet een noodset klaarleggen voor als het niet tijdig haal om bij de belangrijke vergadering voor het werk te zijn. Voor mij is dat best een hoop.

Fiets is klaar en ik zet een muziekje aan. Ik kies bewust om het eerste stuk wind tegen te hebben op het bekende stuk langs de Oostvaardersdijk. Alles wat ik voor 9 uur vertrek is goed. Kwart voor 9 ben ik weg. Het is koel. Ik heb het koud. En het tempo ligt laag. Het is stil overal. Ik heb de GoPro mee voor de foto’s. En al drinken na een kwartier. De citroendrank is ‘mwah’. De Oostvaardersplassen zijn behoorlijk droog.

Ik baal van de wind tegen en vind het lastig te verteren dat ik slechts 23km/u rij. Zo haal ik de gemiddeld beoogde 25km/u niet! Bij Lelystad eventjes zoeken, maar het wijst zich een beetje vanzelf. Ik stop even voor de foto van het begin van de Oostvaardersdijk.

Ik train. Het gaat niet om snelheid. Niet om te racen. Ik moet gewoon bewijzen dat ik urenlang kan blijven zitten. En dat ik train met voeding. Een gel is plakkerig. Drinken op de fiets met de bidon voor vind ik wat akelig omdat je dan niks ziet. Als het drinken op is, rij ik bijna van de hele brede weg af! Ik vul al fietsend bij. Oefenen! Ik kom bij de krachtcentrale.

Fotootje. Dan langs de windmolens die ze aan het ontmantelen zijn. Wat ik grappig vind is dat er al een overkant is. Dat ken ik dan weer niet van het Markermeer. Langzaam leg ik me neer bij het tempo en de fietstraining. Geen trance zoals bij het lopen, maar acceptatie. En dan ben ik bij de Ketelbrug. Fascinerend. Dat vind ik met de auto al een heel stuk.

Ze zijn bezig met zandoverslag. Fascinerend. Ik mis bijna het fietspad. En dan langs het Ketelmeer. Ik zie waarom het zo heet, of staat de ketel daar omdat het Ketelmeer heet?

Anyway, dit is een heel lang stuk en ik moet plassen. Echt druk is het niet, nergens niet. Wat andere toeristen en een enkele racefietser. Ik rij richting de brug van Kampen denk ik. Maar dat klinkt helemaal super ver weg.

En dan bij kilometerpaaltje 6km ga ik gewoon in de berm zitten. Er is toch niemand die er last van heeft. Het tempo is wel iets omhoog gegaan, maar het houdt nog niet echt over. Ik eet en drink zo netjes mogelijk, maar aan de training met tien minuten een andere hartslagzone hou ik me niet. Ik krijg genoeg piepjes van de GoPro (ding is leeg) en van de voeding. Ik blijf wel gewoon fietsen.

Ik fiets heerlijk tot een geinig haventje bij de Roggebotsluis. Hier eindigt de Grote Vaart! Ik begin er lol in te krijgen. En dan beginnen de bruggen. Ik ga tot de Eemhof en van daaruit ga ik terug, afhankelijk van hoeveel tijd ik heb. De wind draait nu eindelijk met me mee. Het tempo gaat behoorlijk omhoog en het is ook gemakkelijker nu. Alleen de zon komt door. Fijn, maar… VLIEGJES. Hele wolken bekogelen me. Vreselijk.

DCIM\100GOPRO\GOPR0662.JPG

Ik heb geen idee waar ik blijf. Geen flauw benul meer. Weer een brug, maar deze ken ik ook niet echt. Ik slinger er omheen en word 1 keer ingehaald. Fijn, dan kan deze man mij de weg laten zien. Hij slaat af. Ik kom bij een stoplicht voor groot verkeer en wordt voorgelaten. 1 Stoplicht op de hele route. En die staat op rood, maar toch mag ik door 😀 En dan de lange rechte dijken weer.

Ik ga hard en twijfel of ik goed ga, want ik zie alleen maar dijk links van me en geen water. Dat ligt rechts van me. Dan kom ik aan het begin van de Knardijk bij een vreemd soort bouwwerk. Ik moet weer plassen. Ik ga naast het rare bouwsel zitten. Ik zwaar nog net niet naar de fietsster die recht voor me oversteekt! En dan weer door. Lekker hard. Langs Zeewolde. En de Ark die hier blijkbaar staat. Ik vind Zeewolde leuk.

Dan kom ik door Zeewolde (ken ik van het trouwen en van de triatlon) en na Zeewolde gaat het mis. Er staat een verboden-voor-fietsers-bord, twee zelfs. Dus daar mag ik niet in. Naar links gaat naar het pontje, daar wil ik niet in. De andere kant op dan, maar ik scheur door een wijk en strand in een bos. Irritatie! Horloge uit, kijken, hoe dan wel, terugfietsen, stranden tegen het water aan en er lopen allemaal honden in de weg. Zie ik de 4 electrische fietsers weer die ik al 2 keer heb ingehaald (voor en na het plassen). Dan komen er mensen uit 1 van de verboden fietspaden en pissig denk ik: dan ik ook. Rot op zeg. Zeewolde heeft afgedaan. Ondanks de chinook die overvliegt.

Ik rij langs een vakantiepark. Hoe ver is het eigenlijk nog tot de Eemhof? Ik moet toch nog langs het hondenstrandje komen? En dan ben ik er toch bijna? Ik pak de route door het bos. Nu krijg ik toch een beetje haast. Want echt bekend terrein is dit nog niet. Dan kom ik door het bos. Geslinger. Gelukkig is het niet druk en zijn de vliegjes ook een beetje gevlogen. Het tempo blijft redelijk hoog. Aha, weer een brug, nu komt het goed! Maar verhip, dit is pas bij Nijkerk! Nog niet bij de Eemhof.

Weer door het bos. De Eemhof laat lang op zich wachten. Het tempo is prima nu en ik haal het gemiddelde mooi omhoog en ik ben ook helemaal gewend aan fietsen en zit in een soort ritme en een lichte trance, maar er rijzen ook zorgen. Ik ga het niet halen qua tijd om naar huis te fietsen, af te spoelen en naar het werk te rijden om op tijd bij de vergadering te zijn. Potdikkie. Ik beslis als ik de Eemhof voorbij ben. Ik bel Vincent dat hij naar Qonsío moet komen met mijn spullen. Het voelt als falen en tegelijkertijd geeft het rust.

Ik ga langs de vrolijk gekleurde windmolens richting de brug. Eindelijk bekend terrein. Ik ontspan. Dit ken ik en dit kan ik. Ik voel wel mijn edele delen. Dat baart me een beetje zorgen, want daar ging het een paar jaar geleden ook niet goed mee. Ik drink goed en graag van de Zero, maar dat is geen sportdrank. De Berry-drank is echt een lekkere ranja! Ik maak nog een gel op en ik eet blokjes. Niet meer superregelmatig, maar ik blijf wel het één en ander binnen krijgen.

Onder onze eigen brug door. Ik ga echt veel fietsen vandaag! Zal raar zijn om dadelijk tegen de collega’s te zeggen dat ik 140km heb gefietst. Vincent gaat wat later weg. Ik zie een enorm Amerikaans superjacht op weg naar Almere Haven.

Verder zit ik vanaf de Eemhof tot Almere Haven behoorlijk in mijn eigen wereldje. Ik hoeft niet meer zo van de omgeving te genieten, niet meer zo op te letten en ik heb tijd. Eindelijk haal ik dan een andere racefietser in! Almere Haven blijft geduns en ik neem het ommetje waardoor ik de racefietser nog een keer mag inhalen. Door naar de volgende brug. Ik kan nog verder, want Vincent is nog onderweg. Anders zit ik zo lang zonder spullen. Ik draai bij Marina Haven weer een dijk op en -oja- dan heb ik weer wind tegen. Het tempo dramatiseert weer. Ik neem hetzelfde fietspad als gister! Het hele rondje Flevoland maak ik vandaag niet meer af.

Dan nog een stuk terugrijden en het tempo kan weer omhoog. De wind is wat gedraaid. De rode brug over en dan ben ik na 143 kilometer op kantoor. Met een gemiddelde van 25,9km/u. Ik doe het er maar voor. Cadans van 78. Redelijk. Tja, ik ben nou eenmaal geen snelheidsmonster. Maar ik heb wel 5,5 uur op de fiets gezeten!

De fiets mag binnen staan. Het is even schakelen. Ik ben er niet kapot van lijkt het, maar een eind was het wel degelijk! Hoe leg je dat uit? Nou, niet. Vincent komt met mijn spullen en ik moet een beetje haast maken. Spijkerbroek aan en dan vergaderen. Iedereen is er. Ik kan prima stilzitten en luisteren en meedenken. Moe zijn komt straks wel. Vincent rijdt alleen terug naar huis. Ik heb zelfs aan schone fietskleding gedacht! Ik neem de nieuwe gel voor het laatste stuk. Dan een lastig moment: weer opstappen en door de stad naar huis fietsen. Geen muziek aan. Mijn hoofd is vol genoeg. Wind tegen. Door de stad is onrustiger.

Ik kies de paden met de minste hobbels en stoplichten. Mijn fietscomputer telt door. Garmin telt opnieuw. Ik ga niks volmaken, niet over nadenken dat ik dit straks op 1 dag moet doen en daarna nog een marathon moet lopen, maar de mindset is dan anders. Na 156km in totaal ben ik thuis. Ik heb even erg veel trek, maar vreet toch niet echt. De cyste zet niet door gelukkig. Het is absurd dat ik twee dagen na het lopen van 30 kilometer weer meer dan 150km kan fietsen. Fysiek rekken we nu wel op. En mentaal maak ik ook flinke slagen.

29 April Koppeltraining – Fietsen naar Lage Vuursche en eindelijk de tweede trailmarathon afmaken!

Ik heb hoofdpijn. Verder heb ik geen last. Nog steeds wat spierpijn in de bovenbenen, maar verder niks meer. Beetje vermoeid wel. De nachten zijn kort door het gehoest van Vincent, maar kwalitatief wel erg goed. Ik slaap diep. Ik ben benieuwd hoe het fietsen straks zal gaan. Vanmiddag pas ga ik fietsen en daarna een trail doen. ‘s Ochtends werk ik eerst alle administratie bij. Om kwart over 1 moet ik dan echt gaan. De racefiets op stappen is even raar, maar ik heb zelfs geen zadelpijn! Het is zelfs prettig weer op de fiets te zitten. Dat het weer kan. Ik heb wind mee. Dat is ook erg fijn.

Ik ken de weg. Gewoon uit mijn hoofd. Het duurt even voor ik in zone 1 zit, maar ik kom er dan ook nauwelijks meer uit. Als ik de brug op ga even. Ik erger me aan bepaalde mensen (niet voor het eerst) en bedenk dat ik er nu toch maar echt iets van moet gaan zeggen. Het gaat immers om mijn kind en niet om mezelf. Door de irritatie fiets ik altijd wel sterker! Voor ik het weet ben ik de brug over.

Ik neem de Wakkerendijk langs Eemnes. Dat gaat helemaal heerlijk. Liggend, want de dijk is toch leeg. Ik drink netjes van de lekkere sportdrank. De hoofdpijn wijkt niet helemaal. Ik maak me zorgen over het hardlopen dadelijk. Dat is toch wel wat veel gevraagd eigenlijk. Weer 12 kilometer. Ik zie er tegenop. De ‘heuvel’ in Baarn valt eigenlijk wel weer mee. Ik ben iets te laat. Dan ga ik richting Lage Vuursche door het bos. Voor de verandering wel eens leuk.

Het laatste stukje is onverhard. Maakt me nog geagiteerder! Wie bedenkt dat nou? Het wordt erger: het fietspad naar de kuil van Drakestijn houdt op, dus ik moet over een weg waar geracet wordt. Gelukkig passeert mij niemand in de bocht. En dan ben ik er. Met een gemiddelde van bijna 27km/uur. Het is prima zo. Ik moet plassen en me omkleden.
Ik kan bij het eettentje nog een keer naar de WC. Laten we maar zien hoe het gaat… Het tempo kan laag.
MIJN BENEN DOEN DIT GEWOON!!!!!
Echt niet normaal: binnen 500m voel ik me al kiplekker op de bosgrond. Die benen van mij zijn volkomen abnormaal. Geschift. Ik ben nog mopperig, maar bij Joyce kan dat altijd wel. Die snapt dat het ligt aan al die andere idioten. Het is in het bos een stuk warmer dan in het kille Almere. Ik heb het echt te simpel. Hoe lang geleden was dat wel niet?!

Voor ik het weet zijn er al twee kilometer voorbij. En drie gaat net zo makkelijk. Joyce heeft het helaas nog niet helemaal terug, die vecht nog tegen de laatste ademteugen van corona. Ik drink al meteen veel water. Met 5 kilometer zijn we bij Kasteel Groeneveld en daar stoppen we. Voor een gel. Ik ben echt vooral verbijsterd over mezelf en het gemak waarmee dit gaat.

Het is hartstikke mooi en doodstil. Ik ben gewend aan drukte, zeker op een vrijdag in de vakantie. We maken het ommetje door het park en steken terug het bos in. Joyce moet nog een keer stoppen. Ik vind dat helemaal niet erg of vervelend. Ja, voor haar: dat het niet vanzelf gaat. Maar ik heb het zelf ook zo gehad. Er is niemand die achteraf kijkt naar de uit-thuistijd, dus staan we tegenwoordig helemaal stil. Meer omdat het een gewoonte is, dan dat het echt moet, duik ik nog maar eens een keer de bosjes in. Ook hier in Lage Vuursche geen krokodillen meer!
Nog maar 5 kilometer! Gek dat er momenten waren waarop ik daar echt aan het aftellen ging en nu ben ik er helemaal gerust op. Als we rennen, gaat dat op redelijk tempo. Voor Joyce tenminste. Ik ben de weg al helemaal weer kwijt en heb geen idee waar we blijven. Het is wel ontzettend mooi.

Vooral tussen de weg en terug naar de Kuil is alles wat vaag voor me. Ik heb trek, echt flinke trek. Mijn weegschaal snapt mij niet: ik doe vreselijk mijn best, maar afvallen- ho maar.

We komen heel veel boomwortels tegen en op een gegeven moment is Joyce te moe om haar voeten goed op te tillen en maakt ze een smak. Ik voel dat het niet ernstig is, maar de deuk in het ego is groter. Er zijn dan ook heel, heel veel takken en stronkjes en wortels. Mijn proprioperceptie is uitstekend en ik ben ook nog niet moe. Voor Joyce is het wel aftellen en ze haakt nog een keer.

Deze trailmarathon is ons gewoon niet goed gezind: we hadden een derde deel gedaan en toen kreeg ik corona, Joyce corona, slecht weer, krachtverlies en wat ons al niet meer maanden parten heeft gespeeld. Nu haakt de trail ons nog bijna onderuit! Na 12,75 kilometer staan we weer bij de auto. Ik ben echt onwijs blij dat ik dit kan. Als het moet, kon ik ook nog terugfietsen, maar gelukkig hoeft dat niet! We gaan een pannenkoek eten en dan mag ik met Joyce meerijden. Thuis eet ik verder. Netjes pannenkoeken. Ik ben niet eens echt moe van de combitraining! Morgen staat er een lange bricktraining, waar ik natuurlijk wel weer tegenop zie. Ergens deze week moet er toch een keer iets niet goed gaan? Ooit moeten ook mijn benen toch denken: hoepel op. Ik denk dat we dat moment uitstellen tot ergens in juni. Nunie. Nu nog nie. Na de vijfde juni please.

30 April Bricktraining ??‍♀️?‍♀️??‍♀️?‍♀️

Een bricktraining: dat is een afwisseling van 2 sporten. Vandaag is dat fietsen en hardlopen. En het is niet echt mals: 90 minuten fietsen, 30 minuten op marathontempo, 90 minuten fietsen, 30 minuten op marathontempo. Als het uitkomt, mag daar per onderdeel 10 minuten vanaf. Tussen de 3 en 4 uur sporten dus. Weer. Alsof het nooit genoeg is. Ik slaap deze keer kort en slecht. Om half 11 stap ik op de racefiets. Alle lange, warme kleren liggen ergens tussen de wasmand en de droger. Ik neem geen muziek mee. Het is rustig op de straten. Lekker. Ik raak al snel in een soort eenvoudige trance. Dit is gewoon wat ik de komende uren doe: fietsen. Tegen de wind in. Beetje liggen en op naar de sluizen. Afstanden zijn in de afgelopen jaren en periode vervaagd. Gewoon een rondje Oostvaardersplassen: eindje maar.

Op de Knardijk begint het te druppelen. De druppels breiden zich al snel uit tot ze met recht regen genoemd kunnen worden. Niet veel, maar genoeg om de bril wazig te maken en alles een verse regengeur te geven. Dat is lekker. Maar koud! Ijskoud met de wind tegen. Mijn benen bevriezen. Geen kramp. De Knardijk is een uitdaging. Kan ik hebben.

Dan de Oostvaardersdijk op. Eindelijk lekker de wind mee en de regen is weg. Het is helder. Ik ga liggen en trappen en dat gaat heel erg lekker. Heel erg tof. Niets meer denken, alleen maar trappen. Ik ken de lengte van de dijk, het uitzicht en de eenvoudige strakheid. Die waardeer ik. Ik ga een stukje verder om 90 minuten vol te maken, maar als ik over het brugje stuiter herinner ik me dat het fietspad dicht is. Terug over het Verbindingspad dan maar. Langs de kassen maak ik de bidon met ranja-sportdrank leeg en eet ik een flinke brok banenenreep. Hopelijk kan ik daar mee hardlopen. Gemiddeld heb ik net zo hard gereden als eerder deze week: 25,9. Matige fietser he.
Fiets aan de kant, omkleden in WARME hardloopkleren en naar de WC gaan. Ik moet altijd plassen. En dan hardlopen. Dat snap ik, dat snappen mijn benen en dat voelt goed. Verrassend. Na de eerdere activiteiten deze week. Ik ga om de wijk heen en dan weer terug.

Het gaat goed. Ik zie het tempo en dat blijft tussen 5:45 en 6:00. Marathontempo? Ik weet niet of ik dit ook 42 kilometer volhoud, maar de komende 5 kilometer zeker wel. Op de grond staan pijlen in tegengestelde richting van een eerder eventje. En een smiley. Dat vind ik leuk. Ik loop netjes door. Ik voel nog een keer: nergens last van. Helemaal niks. Binnen 30 minuten 5 kilometer en dan ben ik precies weer thuis.
Ik zet de droger aan, pak warmere fietsspullen, vul de bidon bij en wacht even tot Vincent ook klaar is en zijn nieuwe stuurtje heeft. Hij is nog steeds verkouden, maar fietsen lijkt me beter voor hem dan hardlopen of zwemmen. Ik had ook alleen kunnen gaan.

“Wat wil je?”, vraagt Rob. Ik zeg: “staken”. Rob denkt even na en zegt dan: “Je kan kiezen uit drie sporten, maar staken hoort daar niet bij meen ik.”

De kloof tussen willen en doen is te groot bij mij.

Vincent trekt het niet. Dat voelt hij in het Kotterbos al. Ik heb veel moeite met mijn tijdritfiets. Hij zit niet lekker. Hij ligt niet lekker. Hij trapt niet lekker. Er zit een rammeltje in. Ik heb geen vertrouwen in de fiets. Ik heb trek. Het is jammer dat Vincent niet meegaat, maar goed, want dit is mijn gevecht. En een gevecht is het! De Praambult gaat nog redelijk snel, maar de Knardijk komt niet snel dichterbij. Het tempo is ver te zoeken. Op de Knardijk gaat het niet echt beter. De fiets helpt me niet mee.

Geen regen, geen kou, maar meer krachtverlies. Ik raak zelfs mijn dromen kwijt. Er ligt meer verdriet en wanhoop aan de oppervlakte. Berusting. Dan geen tempo. Op de Oostvaardersdijk is het nog erger: hoe moet ik ooit weer thuis komen? Is dit het dan; ben ik eindelijk ook op? Ja. Ik drink, maar krijg niet meer genoeg energie binnen. Ik ga liggen. Niet lekker. Rekken. Zitten op de tijdritfiets is ook niet lekker. Eindeloos lang. En met dit tempo eindeloos ver. Ik hou best van de extreme saaiheid en de stilte. Daar heb ik de mentale kracht heus wel voor. Dat is mijn sterkte. Maar het is ook extreem zwaar. De lange recht weg naar niks.

Het duurt een tijd voor ik me erbij neerleg. Ook langzaam kom ik er. Geen ommetje. Kijk naar de Oostvaardersvlakte. Het water is verdort. Bruin. Leeg. Zo voel ik me ook. Beetje depri. Te moe om boos te zijn. Ik herken dit wel, dit uitgeputte gevoel. Ik weet dat ik het overleef. Straks in de douche na veel eten is het weer weg.

Geen ommetje deze keer. Ik moet er niet aan denken om over de hobbelbrug te moeten met deze fiets! Zal ik deze fiets nog laten afmeten? Of de triatlon op de racefiets die nu zo prettig is? Is het dat eeuwige rammeltje wat me gek maakt? Ik eet graag de halve reep bananensmaak op en ik drink nog veel. Ik vraag me geen moment af of ik het hardlopen zal laten schieten. Natuurlijk N I E T.
Deze keer rijd ik nog geen eens 24 kilometer per uur. Het zat er gewoon niet in. Het ommetje door de wijk maak ik nog. Heb ik de brug aan het einde van de Laan der VOC straks 8 keer overgestoken.

Fiets aan de kant en ik stap naar binnen. “Jij staakt zeker nog niet?” zegt Rob. Nee, maar ik heb geen zin om me weer om te kleden. Die 5 kilometer loop ik wel in fietskleren. Sleep ik me wel doorheen. De eerste kilometer tranen mijn ogen en voel ik me een olifant die een neushoorn versleept. Een sloffende olifant-neushoorn die droomt over eten wat ik dadelijk allemaal ga maken en naar binnen proppen. En dan ligt het lege pad voor me.

De slepende olifant is best snel. De neushoorn dump ik dus maar. Dan kom ik een geestelijk verstandelijke vrouw tegen op de fiets met haar begeleidster. “Je bent goed bezig”, zegt ze. Geestelijk gehandicapt of niet: zij weet het! Ik moet er van lachen en bedenk dat ze gelijk heeft. Groot gelijk. Al weet ze dat niet. Ik heb al ruim 70 kilometer gefietst en al gelopen. Ik heb de afgelopen week afgelegd waar velen een maand over doen, als ze het al bereiken. Ik luister naar de vogels. Naar mijn stappen. De olifant stroop ik af. Ik geniet er van dat ik kan doorlopen op dit tempo. Ook al heb ik het warm intussen.

Nog maar 2 kilometer. En dat gaat me nog sneller lukken dan daarstraks ook! Nog een keer nagaan: voeten geen probleem, benen geen last, ademhaling onder controle, hartslag keurig, temperatuur ietwat hoog, maar goed te doen, hoofd uitschakelen. Volhouden staat er op het pad. I know.

Nog even en ik ben thuis om 3 uur en dan ga ik roerbakken en Brinta eten en eierkoeken en thee met suiker drinken. En op de bank liggen. Ik hoef niet te zwemmen van de trainster. Als het aan mij lag, had ik dat gedaan straks. Maar ik blij dat het niet hoeft. Ook het onverharde pad is leeg. Alles is voor mij! Mijn hoofd haalt het nog om sneller te willen zijn! Mijn benen zijn volgzaam. De laatste keer de brug over.

En dan zit ik op 28:14 als ik weer voor de deur sta. Een half uur volmaken? Echt niet! Rob doet de deur open. De bank staat voor me klaar. De tafel gedekt. Maar ik neem met moeite een bak Brinta en drentel. Voor de vorm mopper ik dat ik de stad door moet wandelen.

Ik heb NERGENS last van. Nul komma nul ongemakken. Behalve dat de fiets me niet meer past, daar baal ik dan een beetje van. Ik moet een aantal zaken loslaten en dat valt me nooit makkelijk. En er zijn dingen die ik moet accepteren. Of aanpassen. Maar bovenal moet ik nog laten indalen dat ik fysiek ijzersterk ben. Niet dat je mij zult zien opscheppen op Instagram en Facebook! Ik voel me eerder ‘te min’ omdat ik de 20 uur in een week zelfs nu nog niet haal. Ik voel me ‘een watje’ omdat ik nog niet buiten ben gaan zwemmen. Ik voel me ‘een spijbelaar’ omdat de krachttrainingen er niet meer van komen. Ik voel me ‘slecht’ omdat het huishouden een beetje een rommeltje is.

April 2022: nog nooit heb ik zoveel kilometers in 1 maand gemaakt. Ik deed ooit nog een extraatje om op de duizend te komen, maar nu staan er ruim 1200 kilometers. 960 Fietskilometers. 220 loopkilometers. Absurd veel. Als je bedenkt dat ik in maart corona had. Vooral absurd dat ik daar op dit moment geen enkele klachten aan heb. Alles werkt naar behoren. Ik kan morgen zo weer een wedstrijd doen. De afgelopen maand was echter niet gemakkelijk: onzekerheden om Vincents school, terugvechten van een ziekteperiode, stress op het werk en een enorm mentaal gevecht om me niet uit te schrijven en op te geven. Ik heb het doorstaan.

1 Mei 2022 – De Triami Sprint Triatlon ??‍♀️➰??‍♀️➿?‍♀️?

Als ik wakker word, zijn er twee verrassingen: mijn rusthartslag is gedaald tot onder de 40 en ik heb overal pijntjes die over zijn voor ik ze kan aanwijzen. Linkerknie achterkant, rechterknie buitenkant, mijn peesplaat is stijf, hoofdpijntje enzovoorts. Niets ergs, maar net een beetje voor de wedstrijd na een al volle week. De spullen liggen klaar. Ik ben eigenlijk rustig. Het is maar een superkort wedstrijdje. Een half uur voor Vincent start, zijn we in Deventer. Klaar voor de seizoensopener: de Triami Sprint Triatlon. 250m zwemmen in een verwarmd buitenzwembad, 10 kilometer fietsen op een kort baantje en 2,5 kilometer hardlopen. Het is even rommelen met de licentie (domoor, hoe kun je die nou vergeten) en dan de wisselzone in om alles klaar te zetten. Als je het weet is het makkelijk.

Ik help nog een jongen die geestelijk gehandicapt is en met zijn ouders samen de eerste triatlon doet. Vincent gaat geweldig, ondanks zijn verkoudheid. Wat een kerel wordt het!

Hij grijpt net naast de eerste plek. Ik moet gaan omkleden en mezelf voorbereiden. Ik twijfel over het trisuit: die van TriPro of de zwarte nieuwe van Fusion? Ik beslis voor de laatste. Kijken hoe een echt (superduur) trisuit zit. Ik baal er van dat mijn fietscomputertje kwijt is. Moet ik zelf rondjes tellen. Ik trek me terug in mezelf en ga nog twee keer naar de WC. Dan naar het zwembad. Het ziet er niet zo moeilijk uit. Ik kan me opeens heel goed helemaal terugtrekken. Ik ga gewoon weg met maar 1 tegenstander: mezelf. Mijn tijd in 2019. Ik wil vandaag onder de 40 minuten. Vorige keer zat ik erboven. Dat is een makkelijk doel. Ik ben gespannen. Maar niet misselijk van de zenuwen. Ik voel wat lichte stress, maar het is verre van wat het ooit was.

Het water is best koud! Ik wacht netjes af en start net iets later, want het horloge werkt niet meteen mee. En dan zwemmen. Blijft toch altijd een inspanning voor mij.

Denk aan de doorhaal! Adem 1 op 4 of 1 op 2. Doe maar wat! Ver insteken. De kant, keren. Koel zeg. Doorrammen. Ik weet niet of ik snel ga, maar dit is het! Iemand die schoolslag zwemt. Doorhaal! Onder de lijn door en nog een baan. Breed insteken. Ik heb het niet warm. Kom op zeg, is dit alles wat ik kan? Doorhaal! 1 op 4. Rommelig voelt het. Inhalen lukt me een beetje.

Onder de 5 minuten? Doorhalen, let op! Na 200m kom ik er in, komt er wat rust in en wat glijden en wat meer catch, maar dan hoef ik nog maar 1 keer op en neer. Ik klim er snel uit. Op het horloge zie ik een tijd van net boven de 5 minuten. Weer geneuzel met het horloge uitzetten, ohnee, lappen en dan naar de fiets rennen. Ik zit goed in mezelf. Helm op. Fietsschoenen aan. Er gaat iets niet naar wens en ik mopper even. Ik krijg het startnummer niet vast ofzo. Dan met de fiets weglopen en opstappen is gedoe. Oh! Het horloge lappen. De wissel duurde daardoor langer.

Fietsen. Tja. Ik voel meteen dat ik veel heb gefietst. Het is niet mijn basis en dat krijg ik nu op mijn bordje. Ik moet echt even inkomen en de bochten zien. Dat is niet mijn sterkste kant. Opschakelen, terugschakelen, bocht door. Trappen. Andere fietsers. Even tot rust komen. Maar die tijd is er niet echt. Doortrappen! Hardop de rondes tellen. Rob is met Vincent bij zijn prijsuitreiking voor de tweede plek. Ik zie ze net staan. In de tweede ronde duw ik een vrouw even de kant in waarvan ik weet dat het een Marieke is. Ze blijft met voor. Op het rechte stuk ga ik liggen en vaart maken.

De vierde ronde kom ik er een beetje in. Ik let op de rest: de man met het kleurige Zootpak over zijn stoere tatoeages krijgt een compliment van me, de kerel op een fiets met brede banden: ik merk het teveel op. Hardop de rondes blijven tellen. Ik hoor het horloge piepen bij 5 kilometer. Dus dat doet ie ook bij 10 kilometer en dan mag ik er af. In ronde 6 zie ik Rob en Vincent weer staan en dan kom ik er echt in. Iets minder bang voor de bochten, harder willen op het rechte stuk en Marieke inhalen. Mooi, dat hebben we gedaan. Ging niet zo goed als voorgaande jaren, maar ik heb gefietst voor wat er vandaag lukte. Nu kijken of mijn benen nog willen hardlopen.
Horloge lappen de wissel in en dan vind ik mijn fietscomputertje in mijn hardloopschoen! Verdomme. Zeg ik hardop. Ik neem en Aquagel, want ik voel wat trek. Ik blijf in mijn eigen wereldje en ga rennen.

Niet naar het tempo kijken, voelen wat gaat. Zo hard mogelijk. Het trisuit is geweldig, de schoenen zijn fantastisch, ik voel me goed: trappen met dat lijf! Stukje door de berm, een man haalt me in. Alsof ik stilsta, wat ik absoluut niet doe! Is het de gel of kan ik tegenwoordig zo hard lopen? Ik zie een tijd die niet begint met een 5… Door! over de matten. Langs de visser op het bruggetje. Naar links. Een kilometer. Wat?? 4:48? Volhouden nu. Wandelaars. Een andere loper verderop. Die moet ik nog makkelijk kunnen inhalen. Oke, hardlopen kan ik dus ontzettend goed na het fietsen. Voor mijn doen. Brugje over. Mijn ademhaling zit wel hoog. Hup Marieke roepen en dan ben ik al bijna bij de baan.

“Mama, ben je boos ofzo?!”, roept Vincent, “Wat een tempo!” Ik mag niet ‘gewoon’ snel zijn! Wat ik dus wel degelijk ben. Een beetje gewoon voelt het wel, niet moeiteloos, maar wel hetgeen ik kan. De tweede kilometer gaat nog harder. De tartan baan op. Het voelt niet meer makkelijk, maar ik heb ook geleerd heel diep te gaan. Dat is straks zo verholpen. Nu nog even afzien.

Hoe lang ben ik bezig? Zit ik onder die 40 minuten? Ik keer en roep nog: Tijd? Maar de mannen weten het niet. Door dus, zo hard als ik kan! Ik zie de klok en dan weet ik het: niet onder de 40 minuten. Sjips. Ik ga dus niet juichend de finish over.

De omroepster zegt: 38:55, je bent derde. Dan ben ik even blij en even moe en even trots, maar er is geen prijs voor de recreanten en er komt al iemand die sneller is – het boeit me niet echt. Maar ik ben vooral heel blij met trisuit, met een loopgemiddelde van 4:45 ongeveer en dat ik dit kan afstrepen. Let wel: na een week met extreem veel sporturen. Mijn horloge heeft een tijd geklokt van precies 41 minuten. Dat snap ik niet. Twee minuten verschil? Ik ben bang dat Garmin gelijk heeft, kan niet anders. Niet onder de 40 minuten, want ik heb minder hard gefietst. Ik wil weg. Klaar ermee. Spullen pakken, kort gesprekje en dan chocomelk drinken. Dit trisuit hou ik aan!

Ik ben vijfde geworden. Maar ik ben uitermate tevreden: na zo’n week een prestatie neerzetten is voor mijn doen geweldig. Het ontbreken van extreme zenuwen is een overwinning. En het belangrijkste: het was leuk, gezellig, prettig, een beetje afzien en heerlijk om weer een triatlon te doen zoals het 3 jaar geleden was!

Uiteindelijk zijn de tijden gecorrigeerd en heb ik er 40:55 over gedaan. PRECIES even lang als 3 jaar geleden! Exact, tot op de seconde! En wat ook heel frapant is: ik had 3 jaar geleden precies hetzelfde startnummer. 82

Ik heb even een beetje rust. De was, regelmailtjes schrijven, sociale contacten bijhouden en dan nog uitfietsen met Vincent. Alleen als we heel langzaam gaan, zegt Vincent. Ik vind het prima. Om aan de 19 uur sport te komen deze week moet ik nog 1 uur en een kwartier. Ik wil om de plas heen. Het zonnetje schijnt, ik zit weer lekker op de fiets en ik hoef zo niet hard! Heerlijk. Echt een recreant op een racefiets. We hebben samen lol. Maken een foto van een auto, onderweg en fietsend.

Vincent test zijn stuurtje. We kwebbelen en ik drink wat. Dan over de brug en verder richting de plas. Ik heb zo geen haast! Kan het mij schelen dat ik maar 22 kilometer per uur fiets. We maken een foto op de brug.

Wacht trouwens eens even… Ik heb al uren gefietst deze week en nu sport ik weer en ik heb nergens last van. Niet eens verbrand! We botsen bijna omdat ik de afslag mis, maar het gaat gelukkig net goed. Terug over de Ibisweg. En dan moet Vincent het verzinnen hoe we thuis komen. Over de enge brug. Ik vind die brug namelijk akelig.

Ik zou er nooit stoppen voor een foto! En over de Trekweg. “Anders rijden we dezelfde weg twee keer, mama, dat kán toch niet!” En we nemen een brug verder, want hij wil onder de bloesems door. Het is allemaal mooi en aardig om bij de 5 kwartier te komen, maar ik begin het een beetje zat te worden. Het gesport, het gefietst, het bewegen. We kwebbelen vrolijk over motorbendes in de frietkraam. Ik hoef, wil en vooral kán niet meer zo hard. Echt, ook nog om via de brandweerkazerne lukt me wel, maar ik ben het ZAT. Na 65 minuten zijn we thuis en zitten en 24 kilometer op. Het is helemaal goed zo. KLAAR. Uitgefietst.

Ik had al geen pijntjes of last van de sprinttriatlon, behalve het onbestemde van vanmorgen, maar nu is het echt weer goed. Op Strava komt de snelheid gewoon lekker niet te staan! 18 uur en 51 minuten deze week. 333 kilometer fietsen. 55 kilometer hardlopen. Zwemmen en krachttraining als ondergeschoven kindjes. Hoe doen al die anderen dat: meerdere weken van 20 uur? Ik haal de 19 niet eens en toch sport ik me ongans. En echt niet makkelijk en vanzelf: daar moet ik voor werken en mijn best voor doen. Maar ik hou de balans en ik hou er niks geen ongemakken aan over. “Het gaat goed, ik hou dat graag zo 😉“, geeft de trainster aan. Daar heeft ze gelijk in.


Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-13

12 April. Intervallen training ?? Ik ben er klaar mee! ?

Na 11 kilometer in de warmte en die leg ik dan in 62 minuten af, is het KLAAR. Waar kan ik me uitschrijven? Ik ga die stomme triatlon in Hamburg helemaal niet doen! Ik heb er geen zin meer in! Ik kap ermee. Geen hardlopen meer. Wie verzint dit?! Op dit moment vind ik de trainster ook niet meer leuk. Mijn benen rennen gewoon door, maar mijn koppie is het er niet meer mee eens. Ik ga in staking. Nu nog niet direct, maar ik hou zoveel geld, tijd en energie over als ik NU stop. Ik wil het woord triatlon niet meer horen, nooit meer. ???????? Streep.


Vincent komt erbij fietsen, die is speciaal voor mij gaan fietsen na zijn run, maar nu ben ik er bijna. Of eigenlijk ben ik er al helemaal klaar mee. Toch doe ik nog een paar intervallen en ondertussen mok ik dat ik alles stom vind en stop. Ik doe nog op vrijwillige basis intervallen tussen de lantaarnpalen, omdat het toch de laatste keer is, best gek (denk ik achteraf als ik dit typ). Ik vervloek alles. Vincent snapt er niks van en volgens mij lacht hij me stiekem uit. Ik roep ook tegen Rob dat ik er mee kap, wat ie zonde van het huisje vindt. Kunnen we leuk de superhelden aanmoedigen, ik hoef niet meer naar Hamburg om daar ook maar 1 stap te rennen. Het is een ongelooflijk takkeneind en het slaat echt nergens op. Als het daar ook zo warm is, is het helemaal niks voor mij. Een goede maaltijd helpt niet genoeg. Paaseitjes wel. Dus ik besluit uren later toch maar niet direct uit te schrijven.

Ging die training dan zo slecht?! Nou, nee. Helemaal niet zelfs. Absoluut niet. Vincent en ik begonnen samen en hij zou een kleiner rondje maken en niet meegaan in de intervallen. De eerste 3,5 kilometer liepen we in 20 minuten en zelfs een stukje door het bos. Ik had een topje aan, want opeens was het 21 graden. Heerlijk. Het ging super! Ik haalde Vincent over om me na zijn training met water tegemoet te fietsen. Lieverd is het. Ik moest 1600 meter versnellen. Ik heb toch geen idee hoe ver dat is! Maar het is een end: vanaf de afslag tot op de dijk. In zone 3. ‘Gecontroleerd’ stond er bij de opdracht. Dat was fijn: rechtop lopen, letten op de arminzet. Het ging prima! Tempo van 5:20 ofzo, alles was top! Op de dijk 400m dribbelen en een foto maken. En denken: oeps, nog 3 keer… Best lang en ver.

Wind tegen ter verkoeling en dan gaan we weer…. Er toetert een auto tegen me. Ik wil net eerder zijn dat de wandelaarster. Zulke dingen helpen me. En dan tussen de bomen door. Ik blijf hard gaan in zone 3. Ik app Vincent dat hij het me maar alleen moet laten uitvechten met mezelf. Hij heeft het ook heel zwaar. De derde keer is wat minder: natuurlijk moet ik tot boven aan het viaduct, uiteraard… En de werktelefoon blijft maar overgaan. Ik kan nu moeilijk oppakken. Ik begin een beetje verveeld en melig te worden. Ik zweet me ongans en ben blij met het topje. Stiekem is dit weer niet zo erg als je je er maar goed op kleed, maar vorige week sneeuwde het nog, kom op zeg.

Ik dribbel/wandel het viaduct af. Als ik weer aanzet, schuifelen wandelaars en ik even van plek, wat een glimlach oplevert. Ga ik nog harder! Rechtop lopen en naar het einde kijken, dan komt het sneller dichterbij! Ik hou het hoge tempo niet vast, want de hartslag stijgt. Op het fietspad haalt een vader op bakfiets en zijn kleine zoontje op zijn eigen mooie felgele fiets me in. Ik haal diep adem en zeg in een keurige volzin: “wat heb jij een fantastische mooie fiets jongen!” Zijn vader roept verbaasd dat ik nog kan praten bij zulke hardloopsnelheden. Ja, dat verbaast mij eigenlijk ook wel. Grijns. Ze fietsen maar net iets harder. Ik loop tot het brugje. Of nee, ik moet nóg verder. Eindeloos! Ik loop 10 kilometer in iets van 56 minuten. Doe normaal zeg. Dit is een training. En dan nog 400m uitlopen en daarin is het moment dan dat ik er klaar mee ben. Ik moet nog 10 minuten uitlopen ook!

Helemaal gehad. Zie boven. Vincent mist me bijna met de fiets, maar hij is al onderweg, al had dat niet gehoeven. Dit is echt even mijn gevecht. In mijn hoofd is het hels. Op dit moment ben ik niet zo blij. Zelfs niet met mijn heilige trainster. Ik ben helemaal niet meer blij. Zie boven. En ik heb nog wel een vrije dag gehad en ik ben goed uitgerust. Ik heb het verslag van Rotterdam geschreven en ik ben klaar met alle superhelden die -ohoera- een marathon hebben gelopen. Ik denk dat ik daar van slag van raak, want die marathon is maar een stukkie. Wat ik moet doen is misschien wel te groots. Kost te veel. Van alles. Dat kan ik niet! En dit is het moment waarop ik me dan het liefste uitschrijf. Ik heb alle was gedaan, piano gespeeld, scheikunde mee geleerd, bijgeslapen, alles bijgewerkt en ik ben klaar. Maar voor een triatlon ben ik nog lang niet klaar. Fysiek gaat het super, maar ach, als dat hoofd nou toch eens mee wilde…

13 april Zwemmen – doe je best!

Er zwemmen in de langzaamste baan 2 mensen, in de net-niet-langzaamste-baan 6. Meestal sluit ik aan bij 6, maar ik tel ook de volgende baan en daar zijn er 3. Tja, dan moet ik iets harder zwemmen, maar dan hoef ik niet voorop… Wel zo relaxed. En die snellere baan is fijner, met prettigere mensen die respectvoller zijn. Tja. Ik zwem 300m rustig in, zonder hulpmiddelen, met aandacht voor de techniek. Uiteindelijk zijn we met zijn vijven in de baan. We gaan 8x50m techniek doen. Meneer R gaat voorop, ik sluit aan. Het gaat toch niet om snelheid nu. We verzinnen vanalles: van wrikken tot bijleggen. En dan gaan we 400m zwemmen. Mooi! Ik pak de paddels er bij, want dat is een goede training voor me volgens de trainster. Ik sluit achteraan.

Die paddles zijn een enorme training voor de spieren: je duwoppervlak wordt groter. Dat voel ik! En morgen voel ik dat ook nog! We rusten 50m rugslag uit. En dan doen we twee keer 200m. Paddles weer aan en ik heb een trend gezet; de andere 2 dames doen mee! Al nemen zij er een achtje bij. Volgens mij helpt dat niet. Maar anders is het tempo in de baan niet bij te houden voor 1 van hen. Na de 2x200m een keertje schoolslag. Dan doen we (onverwacht) 3 keer 100m hard. Ik neem bij de eerste de pullboy/het achtje mee en kan dan het tempo bijbenen. Bij de andere 2 keer doe ik dat niet en dan ben ik niet meer zo snel dat ik onder de 2 minuten zwem. Mijn benen zijn een beetje moe. Bij 50m benen staken ze dan ook. Jammer joh. We gaan nog 2x25m sprinten. Ik neem het achtje lekker mee en ik doe mijn uiterste best. Strakke slag en even moe worden. Ik ben daar niet zo goed in. Ik trek dat niet echt. Ik vergeet mijn horloge aan te zetten, want die zet ik nu ook uit in plaats van op pauze. Ik zwem nog 100m uit met heel veel aandacht voor een goede slag: verre insteek, doorhaal naar binnen met kracht en buikspieren aanspannen. Dan ben ik moe en klaar. Ik ben over het algemeen een beetje moe en klaar en weinig gemotiveerd voor alles. Klein rood vlaggetje in een kuiltje.

14 April Geen baantraining, maar bos ????

Hard werken en een lange dag. Ik heb zo ontzettend geen zin in saaie rondjes op de baan, ik moet natuur om me heen hebben en rust. Ik krijg Vincent zo ver dat hij mee gaat gelukkig. Hij heeft nieuwe schoenen die passen en die moet ie natuurlijk proberen! Maatje 45 intussen, doe normaal. Ik heb een kriskras route door het Kotterbos in mijn hoofd. We beginnen al snel met nieuwe paden door de Stripheldenbuurt. Het gaat lekker. Daarna pakken we het mountainbikepad met veel hoogteverschillen. Dan maar geen tempo meer! Het is prachtig met het licht!

We lopen het Kotterbos in over het mooie pad en ik krijg er iets meer moeite mee. Vincent vindt elk nieuw pad geweldig. Ik moet weer, van het verse brood denk ik. Ergens bemest ik maar weer een stukje bos. We lopen over de natuurbrug en daar ontmoeten we twee dames. Dan pakken we het knuppelpad. Wat een leuke vergissing! Modderig en zelfs een stukje over het water springen.

We komen de dames weer tegen en ze herkennen mij, maar ik ken hen niet echt. Over de berg en dan pakken we de korte route naar beneden om de dames in de war te brengen. Vincent dikke pret. We steken een pad terug. En slingeren nog een keer op en neer en zien de dames weer eens! In het berkenbosje maak ik nog een stop.

Jammer van het mooie bosje, maar het lucht op. Ik vind het allemaal wel best en maak me niet zo druk meer om het superlage tempo, het gaat gewoon niet zo goed. We gaan nog een keer kriskras en dan de berg over. De zon is net onder, maar het uitzicht over de Oostvaardersplassen is zo ontzettend mooi!

We nemen nog een ommetje het viaduct op en af en dan door de Sieradenbuurt. We moeten nog een sluisje over springen. Ik ben moe. Ik zie op tegen de komende sportdagen. Het is zoveel allemaal! Vincent houdt me bij de looples van vandaag en geniet enorm van de variatie. We doen nog een serie intervalletjes bij de lantaarnpalen en dan zitten er 11 kilometer op. Ik vind het best. Ik mis de motivatie en het fanatisme eventjes. Gelukkig was het superlekker en gezellig om met Vincent te rennen en te ontdekken.

15 April Fietsmeting en fietsdag. ?

Ik sta op deze goede vrijdag om 10 uur bij Klamer Fietsen in Biddinghuizen met mijn custom made racefiets. De paarsblauwe. LR gaat alles meten. Vind ik een beetje spannend, want Rob heeft deze fiets zelf gemaakt en niet alles is zomaar mogelijk. Gelukkig heeft LR geen enkel commentaar op de fiets! Alles wordt gemeten: mijn voeten, mijn billen, mijn benen, mijn draaiing in heupen, knieën en enkels. Ik krijg andere zooltjes in de schoenen en ben verrassend flexibel in mijn heupen en knieën. Dan meet LR mijn huidige stand van de fiets op en ik doe fietsspullen aan. Mag ik eindelijk fietsen! Mijn zadel moet een eind lager en verder naar achter. Dan komt de hoek met mijn knieën veel beter uit. ‘t Gaat erom groene getallen te scoren 🙂 De bars om op te liggen blijven een compromis. Ik haal de hele tijd een heel hoge cadans. Er is verschil voelbaar, ondanks dat het geen grote verandering zijn. Mijn stuur zou nog kunnen worden aangepast en lager gezet, maar dat is iets wat Rob zou moeten doen. Ik ga het ervaren…

En dat doe ik meteen! Dat heb ik maar niet gezegd daar, dat er 4,5 uur fietsen op het programma stond voor de rest van de dag… Dat is lastig in te passen voor me met een gezin. Snel eten en dan fiets ik naar HB, die de eerste twee uurtjes met me mee gaat fietsen het rondje Oostvaardersplassen. Daarna doe ik nog een rondje met Vincent en vanavond na het eten ga ik dan nog een keer. Alles bij elkaar kom ik dan aan 4,5 uur. Misschien niet precies de bedoeling, maar zo kan het.

Ik merk direct verschil. Het trapt makkelijker. Hogere cadans. Mijn benen hebben hier zin in!! Dat ken ik niet! Mijn benen willen fietsen. Ik heb vanmorgen nog gezegd: doe mij een beetje motivatie om fietsen leuk te vinden. LR vond me al raar, maar helaas had hij daar geen potje voor. Samen met HB fietsen we via de sluisjes naar de Oostvaardersdijk. HB kwebbelt lekker en ik wen wel aan zijn Friese accent. In het begin is het goed opletten 😉 We hebben het over sport. Uiteraard. Het probleem is dat ik bij HB nogal eerlijk ben, daar is ie nuchter genoeg voor. Op de dijk hebben we wind tegen. Bijna 20 kilometer lang dus. Ik kan dat wel handelen. Leuk zelfs, stiekem. Afzien kan ik erg goed. En mijn benen blijven het gewoon doen. Tja, dan moet mijn hoofd wel mee! HB heeft nog niet zoveel gefietst als ik, maar het tempo ligt keurig.

Als we de Knardijk op gaan is het weer even aanpassen. Ik probeer zoveel mogelijk te drinken van de sportdrank. Ik hoef pas na 30km te gaan eten en dan ben ik er echt blij mee! We gaan de sluizen op de Knardijk over en dan zullen we wind mee over de Ibisweg gaan. HB fietst alleen de rechte wegen. Grappig he. Er zijn al veel bollenvelden. We fietsen helemaal om langs de manege. Ik ben nog niet echt moe, maar er zitten toch al bijna 50 kilometer op. Bij HB kan ik gebruik maken van het toilet en dan ga ik weer naar huis. Etappe 1 voltooid.
Ik moet wachten thuis tot Vincent een andere band heeft. Niet zo erg. Even bijeten en bidons vullen. Ik heb de tijd. We fietsen de ronde om de Oostvaardersplassen nu omgekeerd. Vincent heeft het duidelijk gemakkelijker dan ik. De kilometers gaan tellen. Ik raak toch wat vermoeid, maar het tempo is behoorlijk hoog nog. En de cadans ook. Die benen blijven doen wat ze moeten doen, maar ik worstel een beetje met de gedachte dat ik met 60 kilometer pas op een derde ben! Langs de mooie paarden deze keer over de weg. Weer over de Knardijk. Waar de gedachte me bekruipt: wil ik dit echt wel. Even doorbijten en niet opgeven. Op de Oostvaardersdijk met het prachtige licht en de avonddrukte gaat het voorbij. Liggen, trappen en doorgaan. Kilometers verzamelen.

Tussen de bankjes gaat Vincent versnellen. Dat is even goed voor mij, dat ik het alleen doorstaan moet. Het hoge tempo liggend op mijn fiets geeft me weer moed en energie.

Op naar de pannenkoeken! Ik zou wel 90 kilometer willen halen nu. Dus we rijden een beetje om her en der. Langs de Evenaar. Ik begin er een beetje zat van te krijgen, maar dat kan honger zijn. Ik krijg wat last van het zadel, maar de benen blijven doorgaan. Na 40km zijn we weer thuis. Rob kan mijn stuur wat lager zetten zonder al te veel moeite. Dan kan ik iets ‘agressiever’ en harder rijden.

Een heleboel pannenkoeken, die gaan er wel in! Eigenlijk is het best stoer om dan weer op de fiets te stappen. Ik heb al de hele dag een driekwart broek aan en het fietsjasje. Van tijd tot tijd was het koud, maar niet zo koel als ik verwacht had. Ik ga niet nog een rondje om de Oostvaardersplassen. Ik hoef nog maar een uur en ik ga alleen. Een ronde om de Noorderplassen deze keer. Wind mee. Haal ik de 120 kilometer? Eenmaal op de dijk gaat het tempo omhoog, gaan mijn benen los en mijn cadans blijft hoog. GENIETEN. Ik kan het niet anders omschrijven. Het licht is adembenemend, de horizon met de contouren van Amsterdam is fantastisch en zo langs het water is het prachtig. Ik geniet enorm. En ik fiets 35+! Ik voel dat ik goed op de fiets pas en dat is zó’n goed gevoel! Ergens heeft LR dus een potje motivatie gebracht van onschatbare waarde. Hoe lang ga ik lekker wind mee? Ik besluit tot om het PolderLove&Garden ding te gaan. Dan maar accepteren als ik straks wind tegen krijg. Ik zit er zo in dat ik me daar geen zorgen over maak. Ik let op alles om me heen: die prachtige kleuren, een bootje dat er zo fotogeniek bij ligt. Even stoppen voor een foto (ik doe er nu al zo lang over!)

Ik zie de konijntjes en de schattige kleine vogeltjes. Ik bekijk de mooie auto en sta (figuurlijk) stil bij de rust op de dijk. Ik vind de windmolens mooi en hoor vogels. Ook als ik wind van zij heb, blijft het goed gaan. Ook op het onhandige hobbelfietspad moet ik gniffelen. Ik ben tolerant voor voetgangers en besef hoe groot ons snelheidsverschil is. Dit is mijn fiets! Het is leuk om een electrische fiets in te halen en tegen de wind in ook gewoon hard te blijven fietsen.

Intussen zitten er al dik 100 kilometer op. De 120 haal ik net niet in 4,5 uur, maar ik kom er dichtbij. De stad door zal wel wat kosten. Langs het strandje: oh, wat zie ik uit naar buiten zwemmen! Het blijft maar lekker gaan. Ook al koelt het nu wel een beetje af. Ik moet een andere weg nemen vanwege de slapende zwanen op het fietspad en erger me even aan de scooters die her en der zijn achtergelaten. Vervuiling. Ik zet nog maar een keer aan en vlieg lekker verder. Mooie auto, leuke jongens op een scooter, de bomen hier zijn gerooid wat er kunstzinnig uitziet. Met een hoge cadans die ik maar kan blijven draaien, zijn bochten minder eng. Ik heb sowieso meer controle over de fiets! De 4,5 uur zitten erop en ik ga nu de 120 kilometer nog even volmaken. Wat een beleving is dit zeg!

Ruim 121 kilometer. 26,3 gemiddeld bij een cadans van 83. Voor mij een geweldige prestatie, maar vooral dat het genieten terug is, zorgt voor een enorme motivatieboost. Hier heb ik voor niks de hele week tegenop gezien. Ja, ik voel mijn zitvlees en mijn bovenrug (toch het stuur weer iets hoger) en ja, ik ben vermoeid, maar ook blij en tevreden. Bedankt LR en Klamer Fietsen voor het openen van dit potje, dat had ik even nodig!

16 April Weer een halve marathon. Samen, in zone 1 en 3 ?‍♀️??‍♀️

Ik ga met de trein naar Parkwijk en loop vanaf daar 2 kilometer kriskras door de wijk naar Joyce toe. Ik zie er wat tegenop vandaag. Asfalt en dan 21 kilometer en ik voel de benen van de fietstocht van gisteren nog wel. Wat zwaarder. De opdracht is 8 keer 15 minuten en dan 45 seconden wandelen, drinken en eten. Joyce doet mee en ik hou me 15 minuten aan haar tempo. Joyce kletst. Ik ben vandaag niet zo spraakzaam. Het kost me moeite te accepteren dat ik de tijdrit uit de weg ben gegaan en liever loop. Ik kan niet alles. De zon schijnt, om te lopen is er weinig wind en het is ontzettend rustig. Iedereen die we tegenkomen is ontzettend vriendelijk.

Langs het water en dan rechtdoor naar de nieuwe brug. Joyce kletst over de kinderen. Heerlijk om te luisteren! Het tempo boeit me eigenlijk niet, al tel ik wel even uit dat ik een halve marathon niet red in dik twee uur dan. Joyce vraagt hoe ik het doe na onze loop (hoe ik naar huis ga) en ik ontdek dat ik daar totaal niet mee bezig ben. Ik zit helemaal in het nu. In het hier en dit moment. Er is geen straks, geen wat-moet-nog-meer-allemaal. Alleen bos, het fietspad, de brug voor ons en samen lopen. Dat is opmerkelijk geweldig!

De brug is leuk om rennend over te gaan. Founding Fathers staat er op, maar ik weet niet waarom. En dan naar beneden en in de verte zie ik fietsers op de dijk. Ineens ben ik zo blij dat ik hier mag lopen! In de zon en onder mijn tempo en nog maar net op de helft, maar het is goed zoals het is. Ik eet netjes elke even keer wandelen. De wandeltijd voelt korter elke keer en naast me krijgt Joyce het voelbaar moeilijker. Ik ben niet meer zo goed in samenhangend vertellen. In mijn hoofd is sport geslopen. Lekker eenzijdig. We stoppen even bij de stoplichten. Ergens word ik heel vrolijk. Kon ik dat maar aan Joyce doorgeven! Het tempo gaat niet eens zoveel omlaag, maar het voelt wel trager. Dan moet ik weer. Jakkes. Ik ga ergens bij pauze 7 in de bosjes en het valt mee. Het is niet veel en niet ernstig, maar lastig. Joyce besluit dat ze tot haar 16,1km zal lopen (10 engelse mijl) en dan zit ik op 18km en ga ik de halve marathon volmaken terwijl zij naar huis wandelt. Ik zal haar weer tegemoet gaan.

Ik kan versnellen zonder problemen, maar de brug over is wat lastiger en ik heb een eetmoment gemist. Ik cirkel nog maar een keer door de wijk maar dan anders. Het is wat sappelen en verzamelen, maar de 21,1 komen er! Verrassend genoeg als ik weer bij Joyce ben die met mensen staat te kletsen, maar net niet voor haar huis. Ik ben heel snel weer bij. Met alle stops erbij heb ik er 2 uur en 28 minuten over gedaan. Ik heb echt aan honger grenzende trek. Ik wil naar huis en wandel weer naar de trein terug.

Thuis ga ik EEN HALF UUR lang op de bank onder de overkapping zitten. Als ik 2 tosti’s heb gegeten. Een half uur lang app ik alleen maar wat en doe ik niks. Een halve marathon lopen valt bij deze prestatie in het niet!

En dan zwemmen. In het kinderuurtje. Er zijn heel weinig kinderen. 4 Kleintjes, Vincent en ik moet kiezen tussen baan 1 of 2. In beide gevallen zijn ze voor mij alleen! Mijn plan is 4x500m, iets met een pullboy, paddels en misschien met niks. Ik begin met de pullboy, dat hebben mijn benen verdiend. Het gaat lekker. Wat zeg ik? Het gaat superlekker! Megagoed! Ik let op de doorhaal en maak slag na slag. Ik raak de tel kwijt en mijn brilletje beslaat. Ik hoef met niemand rekening te houden en dan besluit ik door te zwemmen. Haal mijn straks maar uit deze trance, nu blijf ik zwemmen. En dan gebeurt het weer vandaag: ik zit in het moment en zwem alleen maar. Rust, kracht en water. En als ik even dreig te gaan denken aan tijd of afstand ga ik op de techniek letten en vervalt het weer. Keren is het lastigst. Zwem-zwem-zwem. Hoe ver, hoe lang, hoe hard: geen idee. Boeit niet, ik zwem gewoon. Eigenlijk moet ik met paddels zwemmen, maar hoe vaak heb je nou de kans op een baan voor jezelf waarin je een uur lang kunt zwemmen? Dan moet ik maar testen hoe het met het uithoudingsvermogen staat. Dat heb ik straks in het buitenwater nodig. Ik moet eens vragen of je de bodem kan zien in Hamburg. Even ben ik afgeleid door het badpak in Vincent zijn solo-baan, maar ik ga door en trek me verder nergens iets van aan. Komt straks wel. Ik krijg ook twee keer kramp in mijn voet wat ik er uit moet wiebelen. Ik stop nergens voor. Mijn benen gebruik ik eigenlijk niet. Opletten op de doorhaal. En ver insteken. Dit is hoe ik kan zwemmen. Het is goed zo.

Zo rond 20 voor 5 zie ik de klok weer door het beslagen brilletje. Fijn om iets richting te hebben, ik ga tot 5 voor 5 door. Op een gegeven moment zie ik dat ik 2150m heb gezwommen. Ha, nu kan ik de 2500m vol tellen! Ik hoop dat het in iets van 50 minuten lukt. En anders niet. Net niet. Maar echt erg vind ik het niet. Ik kijk er nauwelijks naar. Vincent gaat me onder water filmen. Ik doe snel het achtje weg en zwem nog 100m. Die gaan niet zo snel, maar ook dat is oke. ik heb een tempo van 2:02 op de 100 meter. Voor mij is dat werelds. Ook blij mee. En met het feit dat ik dat zomaar volhou. Straks zonder keerpunten in het buitenwater met een wetsuit aan, zal ik echt vooruit gegaan zijn. TOP.
We wandelen nog door de stad en naar de winkel en ik doe de was nog. Na 120 kilometer fietsen, 21 kilometer hardlopen en 2600m zwemmen in twee dagen mag ik best moe zijn. En dat ben ik. Maar tevreden. Het gaat de goede kant op met alle onzekerheden van dien. Ik schakel langzaam over in de volle sportmodus.

17 April Eerste paasdag Een combitraining

Bij zo’n sportmodus horen allemaal kleine pijntjes: enkeltje even stijfjes, zadelpijntje, vermoeidheid, knie die wat gevoelig is en onrustig slapen. Ik weet intussen dat je daar doorheen moet en het is voor mij geen enkele reden om niet te gaan sporten, al was dat deze ochtend wel even lastig! Omdat er ook wat tijdsdruk is met het familiebezoek vanmiddag. Om kwart voor tien zat ik op de fiets en het was even koud. En wind tegen. Zuidoosten wind is voor het weerbeeld fijn, maar in de polder niet zo leuk. Langs de kerk waar het wel druk is, langs de teststraat die niet druk is en dan langs de Vaart waar we gisteren nog renden. Langzaam kom ik in fietsmodus. Het is weer rustig en ik krijg het lekker warm en ik leg me neer bij een laag tempo. Accepteren is de helft. Ik zie de cadans niet voor mijn neus. En de hartslag blijft vreemd laag. Voorbij de Groene Kathedraal (hebben we ook in Almere) kom ik er in en kom ik tot rust. Lekker liggen op de stille paden voor mij alleen en tegen de wind in. Dat hebben we hier nou eenmaal, word ik sterk van.

Ik kom op de weg en daar gaat het opeens toch vanzelf. Ik heb wind van zij, hoef alleen recht toe recht aan en ik zet ‘t op een trappen. Jammer van de cadans en jammer dat ik hartslagzone 1 al niet hou, maar aan mij ligt het niet! Ik wilde op de Grote Trap teruggaan, maar ik ga te hard en zal dan helemaal te snel thuis zijn. Door op deze onbekende weg dan maar. Voorbij de Doddaarsweg is het nieuw. Ik bewonder de bloemen en ik lig voornamelijk op mijn fiets. Als ik op een kruising kom, begint zone 3 voor een kwartier. Ik draai met de wind mee en ik ga harder. Mijn benen worden er echt moe van, maar mijn hartslag gaat alleen maar omlaag! Laat maar. Ik ga mijn benen stuk trappen tot ze verzuren. Dat ken ik helemaal niet eigenlijk. Dat mijn benen de beperkende factor zijn. Meestal is het mijn hoofd of mijn hartslag, maar nog nooit mijn benen. Hm.

Ik ga de Vogelweg over en wordt netjes voorgelaten! Benieuwd waar ik uitkom. Het gaat zo hard dat ik (veel) route te kort kom! Ik mag 5 minuten cruisen en dan ga ik langs de Lepelaarsplas. Maar 5 minuten zijn zo voorbij en dan is het slechte slingerpad natuurlijk dom. Mooi en leuk, maar niet slim. Ik ga naar de Trekweg en dan naar rechts richting de sluisjes. Ik kom er dit versnellingsblok niet lekker in. Dan niet. Ik ben vandaag van het accepteren en pijn lijden in mijn benen. Ik wil 50 kilometer rijden in 2 uur. Met deze tempo’s een eitje. Over de sluizen en dan pak ik het fietspad. Het wordt langzaam drukker, maar ik hou het tempo hoog. Ik probeer wat met een hogere cadans, maar dan doen mijn benen officieel eens een keer pijn. Die 50 kilometer ga ik halen, maar dan zit ik nog niet op 2 uur. Zucht. in de pauze besluit ik die iets in te korten en de uitdaging aan te gaan om de stad langs de Vaart door te sjezen. Het snelheidsverschil met de rest van de fietspadgebruikers is dan enorm en je moet goed opletten. Ik haal de gewone fietsers in de verte in en zet door. Helemaal tot de witte brug. Ik ben rond en toen ik hier 100 minuten geleden fietste was het kil, leeg en sloom en nu ben ik snel, warm en moet ik opletten. Ik maak de twee uur ook vol ook en ik zit op een gemiddelde van 27,1. Achter de wijken langs om zoveel mogelijk simpele paden te hebben. Ik zie op tegen het hardlopen. Enorm. Mijn benen doen al zoveel pijn. Ik heb 1 bidon leeggedronken, maar -sjips- niets gegeten. Vergeten. Als het gemiddelde naar 27 springt, zet ik het horloge uit. 1 uur 59 minuten en 57 seconden. En nog erger: 53,98 kilometer. So be it. Accepteren.

Ik doe een korte broek aan. Vincent zit al klaar in lange broek en jasje en die moet van mij nog omkleden. Ik neem een gelsnoepje. Ik moet 7 kilometer lopen in een tempo van 5:50. Dat is nou eens een keer totaal iets anders dan tijd en hartslagzone. Maar wat zal dit heftig worden! Jep. Heet. Vincent naast me die elke keer met gemak een stap voor loopt te huppelen en het makkelijk heeft. Ik heb dat niet. Ik weet zeker dat de hartslag niet goed ligt. Het voelt totaal niet als zone 1. De eerste kilometer in 5:42. Straks kan het dus iets langzamer, maar ik zit nu vast in dit tempo. Vincent babbelt en kijkt naar de auto’s. Ik kijk alleen maar naar het hoge viaduct en naar de zon en naar de langzaam aftellende kilometers. Waarom wil ik dit?? Op dit moment wil ik dit helemaal niet. NIET. Niks leuk. Stom. Alles is stom. We zouden niet onverhard moeten gaan, want dat is nog zwaarder, maar ook mooier. En oha, ik deed dit voor mijn plezier. Maar nu even niet precies. Ik ben moe. Ontstellend moe. Mijn ogen zouden dicht kunnen vallen. En ondertussen rennen mijn benen door. In hetzelfde tempo. Verhard of onverhard: het tempo blijft redelijk gelijk liggen. Fotootje.

Mensen bij het centrum. “Goed hoor”, zeggen ze dan. Ik zou wel willen mopperen: en ik heb al 50 kilometer gefietst en gisteren een halve marathon gelopen, la-mu-me-rust, maar ik heb geen energie voor welke volzin dan ook. Of Vincent nu even wil doen alsof het zwaar en heet en moeilijk is, maar die loopt gewoon strak door te zeggen hoe warm het is. En dat zonder lange broek. Zonder hem was ik vast gestopt. Misschien. Heel misschien. Ik ben hier nu toch en straks is het ook niet makkelijk, dus train dit. Er doet niks pijn hoor, het is alleen zwaar. Zullen we wandelen, vraagt Vincent, maar dat wóórd mag hij niet eens zeggen! Te verleidelijk. Nee. Zullen we harder gaan dan, vraagt hij. Beter idee. Hoe eerder ik bij de douche/bank/thuis/WC ben. Hij geniet van zijn pacer-werk.

5 Kilometer in 28:35?! Doe normaaaaaal! Ik ben het opeens helemaal echt zat. We moeten het viaduct over en ik ben een beetje op. Ik ga dan ook iets langzamer. net geen 5:50, maar langzamer (5:48). Wat een rotsport doe ik toch zeg. 5:51 en nog 1 kilometer te gaan. Weer is de route iets te kort. Vincent zal op zijn eigen tempo een stukje verder gaan nadat hij wat water heeft gedronken. Ik maak rondjes om het huis tot 7 kilometer klaar zijn. 40:21. 5:46 gemiddeld. Dicht genoeg bij 5:50. Ik moet naar de WC. Ik wil slapen! Ik ga eten. Ik ben er snel weer van opgeknapt, maar dit was een zwaar ochtendje. Ik moest er diep voor graven.

In de auto val ik daadwerkelijk even in slaap achterin! Ik drink heel veel thee bij mams, want daar heb ik echt behoefte aan. En ik eet veel gourmet.
Ik heb 15,5 uur aan de drie sporten besteedt deze week. 52 kilometer hardgelopen, 220 kilometer gefietst en 4,75 km gezwommen. Nog wat wandelen en krachttraining erbij maakt 17,5 uur. En we zijn er nog niet. Ik heb ook gewerkt: een lokatiebezoek, een collega met vakantie (dus alleen de telefoon aannemen). Ik heb ook het huishouden gedaan (maar minder fanatiek). Ik ben sociaal geweest. Ik heb mee 3 toetsen in goede banen proberen te leiden. We hadden een gesprek op school en de wasmachine heeft overuren gemaakt. Moeders doet aan triatlon.

18 April Paasmaandag, een stukkie fietsen

We fietsen naar Hilversum, Vincent en ik. We slingeren tussen andere fietsers door. Ze zijn talrijk. Inhalen. Slingeren. Samen blijven fietsen. Weer bij elkaar komen. Langzame e-bikes. Volle fietspaden. Smalle fietspaden. Het schiet niet op. En dat vind ik niet zo leuk. Het is niet erg als het niet opschiet omdat ik de cadans hoog moet houden. Wat ik ook moet. Dan is het tempo niet zo belangrijk. We hebben ook wind tegen. Als we niet achter of langs iemand moeten trappen. Mensen die iets vinden en dat willen vertellen. Bedankt. Vincents stuur verschuift in een enorme kuil, onhandig.
We gaan over de nieuwe brug.

We kiezen daarna de rustigste route langs de snelweg. Daar gaan we een woordslang spelen. We hebben dan wel een rustige weg, maar de kwaliteit van de weg is slecht en het is geslinger. Denkend over dieren met een D of een F. We gaan onder het tunneltje door onder de A27! Leuk! Dat had ik nog nooit gedaan. Het hoog houden van de cadans is lastig, maar net te doen. Ook rondom Anna’s Hoeve is het rommelig met wegwerkzaamheden. Ik ben het een beetje zat. Dan maar net te weinig, niet vermoeiend gefietst. Ik ben blij dat we er zijn, al zijn het nog geen 33 kilometer en nog geen anderhalf uur. Wel een cadans van 83. Ook net niet.
We gaan bloemen kijken met K en B. Hartstikke leuk! Maar het fietsen zit me niet lekker. Dus ik ga terug naar huis fietsen. Alleen. En dat is het. Alleen. De hele dijk langs Eemnes voor me alleen. Al met al zijn er 4 mensen die ik moet inhalen op de hele terugweg. Alleen met miljoenen vliegjes. En het wordt wat koel aan het einde.

Maar ik hou de cadans hoog en het tempo ook. Ik fiets 65 kilometer en ik heb een gemiddelde cadans van 86, wat superhoog is voor mij!

19 april – Dag 18 stress ?

105 minuten hardlopen. In de zon. In verschillende zones. Het is dag 18. En dag 18 is nooit oke. Dag 18 is een omslagdag. Niks is goed. Ik denk niet dat het ik het kan. Hardlopen. In verschillende zones. In de zon. Concentratie ligt niet lekker. Slapen is niet goed. Het is warm! En het waait. Waar moet ik heen lopen? In zone 4 notabene! Ik voel me niet goed. En ik voel me al helemaal niet goed genoeg. Of heb ik dag 18 al gehad? Ik kan me nog tot morgen uitschrijven voor Hamburg. Hm.

Het was nog erger. Ik wilde simpelweg op en neer lopen naar de Praambult. Tien Engelse Mijl. Eerst zone 1. Lekker kalm aan hobbelen tegen de wind in door het Kotterbos. Met mijn vlechtjes en mijn muziek op. 20 Minuten lang ging het redelijk, maar ik had het warm en was niet rustig. Daarna 40 minuten zone 2. Dat zou een makkie moeten zijn. NOT. Ik hield ‘m alleen laag in zone 2. Me af te vragen hoe ik straks in zone 3 moet komen. Misschien helpt wind mee dan? Nu blijft het tempo steken rond de 6:15. Lastig om me bij neer te leggen. Ik loop 5 kilometer achter elkaar. Door naar 8 kilometer, kom op Anke!

Maar na 7 kilometer sta ik stil. Ik moet het bos weer in. Verderop vind ik een plekje. Misschien helpt dat dan. Ik moet door de brandnetels en die jeuken aan mijn benen. Gelukkig is het stil. Het gaat even wat beter en ik kom bij de Praambult. Waarom zou ik alsmaar doorrennen en me afvragen of ik nog wel een hele triatlon wil doen eigenlijk? Ik ga gewoon even naar boven op het bankje zitten.

Waar ik besluit me toch maar niet uit te schrijven voor Hamburg. Ik moet nog naar huis lopen, dat zal moeilijk genoeg zijn. Het is wel mooi hier.

Nog 8 kilometer terug, wind mee en tegen de zon in. Ik neem een gel. Nog een paar minuten in zone 2. Zone 3 is hopeloos om te halen. Het lukt me gewoon niet. Hartslag blijft te laag. En dan moet ik weer! Diarree onderweg, lekker. Weer tussen de brandnetels.

Ik grap altijd dat ik de krokodillen vergiftig. En ik moet zeggen: het Kotterbos is al gevrijwaard en nu de strook naar de Praambult ook! Laat het me weten als je krokodillen ziet! Maar ik MOET nu iets bedenken, anders kom ik niet thuis. Ik laat de zones voor wat ze zijn en de kilometers ook. Ik ga van elke letter van het alfabet 5 dieren verzinnen. Nou, 4 dan, als ik bij de Beer/Bever/Bultrug/Baviaan ben. En 3 als ik bij de Chimpansee/Cheetah/Citroenvlinder ben 🙂 Het leidt me compleet af en het is niet eens simpel! Maar ik heb ‘slechts’ 3 kilometer nodig. Over op sporten: 1 per letter. De E, Q, O en U blijven leeg. Ik zit inmiddels al aardig weer in het Kotterbos en ik heb het heet en ik voel me niet lekker. In het geheel niet. Nog ‘maar’ een kilometer of vier. Tsjonge. De tien engelse mijl is gewoon echt niet mijn afstand! Ik ga over op landen. 3 Per letter. Dat gaat goed. Japen/Jemen… Ik app mysterieus naar Vincent wat ik mis.

En soms ga ik gewoon even wandelen. Als het niet anders kan, dan is dat het. Maar nooit lang. Ik word moe. Echt moe. Logisch, want ik heb veel te weinig energie. Ik snap het wel, maar het is nu te laat er iets aan te doen. Het water zit ook geklemd. Tsja, zo voelt het 16 kilometer van de finish in Hamburg ook vast. Scheelt me vandaag 180 kilometer fietsen en een stuk zwemmen. Ik maak geen foto’s meer, ik peins over landen en ik hobbel door. Nog 2 kilometer. Hoe ver kan dat zijn… Hoe lang ik over kilometers doe ben ik al lang kwijt, net als de hartslagzones. Ik haal het waarschijnlijk net binnen de tijd. Ik ben moe zeg. Mijn ogen vallen dadelijk al rennend gewoon dicht! Ik haal 16 kilometer op mijn horloge in 100 minuten. Training klaar, nog net niet thuis, dus doorhobbelen. Strava en Garmin zijn leugenaars: ze vinden mijn tijd best goed met 6:11. Is niks van waar, want het duurde langer! Mijn benen doen de hele avond pijn. Dit was een heel, heel slecht loopje. Je kan het maar gehad hebben. Door naar dag 19!

20 April Zwemmen??‍♀️

Geen zin. Ik heb totaal geen zin. Ik moet namelijk om 7 uur bij de diëtiste zijn en dan is tot half 7 zwemmen best lastig. Dus ik kan maximaal 3 kwartier. Vincent thuis oppikken. Het is een beetje gedoe deze week. En op mijn werk schiet ik ook al niet zo op als ik wil! In het zwembad leen ik mijn trisuits uit. Ik heb voor mezelf intussen een nieuwe uitgezocht, maar die moet nog even op me wachten tot ik betaald heb gekregen. Ik ga inzwemmen in de een-a-snelste baan. Even 300m voor mezelf op mijn eigen tempo. Zonder hulpmiddelen natuurlijk! Dan wenkt WH me vanuit baan 3, daar zijn ze maar met zijn drieën! Daar pas ik beter tussen, dus ik spring over. 3 Keer 100m Steigerun (steeds sneller) en W gaat voorop. Met zijn pullboy. Net als WH. Ikke niet. Ik lig tegenwoordig stabieler zonder achtje!

Ik stop het horloge telkens. Dan 4x100m met de eerste 25m vlinderslag benen; eerste 2x buik, de tweede 2x op de rug. Hoe dat moet, zou ik niet weten! Maar dan zijn de benen tenminste moe als je weer moet crawlen, dus qua oefening snap ik het denk ik wel. Daarna 4×150 armen, de eerste 25m ene arm alleen, de volgende 25m andere arm alleen, en daarna 100m armen, allebei dus. Dan heb ik een enorm voordeel op de degenen die altijd een pullboy gebruiken en moet ik mijn best doen W niet in te halen (die kakt toch altijd in na verloop van tijd). Kan ik goed op de doorhaal en hoge elleboog letten. Daarna gaan we 500m duurzwemmen. Er moesten tempoverschillen in, maar ik geloof dat we die achterwege laten. Ik vergeet de eerste 50m de pullboy op de kant te leggen, maar merk dat het te makkelijk is, dus weg ermee! En dan hou ik W ook bij. 10 minuten en 17 seconden over 500m. Behoorlijk moeiteloos! Duurvermogen check! ✅ Dan moet ik er uit om naar de dietiste te gaan. Daar is het even resetten en opnieuw beginnen. Ik laat me voorlopig maar niet meer verleiden door paaseitjes, koekjes en andere lekkernijen!

21april – Een rustdag – had gekund tenminste ? ware het niet dat….

Gister wandelde ik met mijn collega van HR die ook aan hardlopen doet en we willen altijd nog een keer samen hardlopen. Dus ik nam mijn hardloopspullen mee naar het werk. Terwijl er toch echt een prachtig tekentje stond in het schema, wat ik nog nooit heb gezien: van een hangmatje.

Ik zit namelijk eigelijk de hele dag vol met werk, school open dag en afspraken over voeding. Als lopen lukt terwijl ze het eten halen pak ik de kans! Mijn collega vindt het wat kort, maar ik denk dat het kan en na het slechte nieuws wat we te horen hebben gekregen, wil ik er even uit! Zij is 10 jaar jonger, sport een stuk minder en loopt dus een stuk harder. Minder soepel, maar flink door. We lopen door het Kromslootpark. Kletsend. Al maalt mijn hoofd ondertussen ook flink en voel ik weinig rust. Ook niet onverhard.

Na een kilometer of 3,5 voel ik dat het tempo mij iets te hoog is. Voor een rustdag zeker! Maar lopen helpt mij beter dan de sigaretten van de collega’s of het wijntje wat al opengetrokken is. We maken 5 kilometer vol binnen 27 minuten. Right. Dat is iets te hard voor mij. Voor het hangmatje. Ik heb trek en krijg het Griekse eten snel weg! En dan door voor de open dag (deo doet wonderen) en voor het voedingsplan voor de hele triatlon.

De dag is voorbij. De dag waarop ik me nog kon uitschrijven. Nu moet het. Nu moet ik de Ironman in Hamburg gaan doen.

22 April. Zwemmen en fietsen.

Ik ga samen met KH zwemmen. Dat staat niet in mijn schema, wel in de hare. Al is zij een stuk sneller. Dus ik doe iets minder. 400m Inzwemmen is te veel voor mij, dus ik doe 300m. Ik vind haar training apart, maar ze leert me activiteitenlog te gebruiken. Dan doen we 5 minuten oefeningen: bijleggen en aantikken enzo. Okidoki. Daarna armen. Doet KH weer iets meer dan ik. Niet zo erg hoor, want ik let gewoon goed op mijn slag.

We doen nog een activiteitenronde met de onderwateroefeningen: wrikken en benen. Dan begint de training pas! 10 keer 150m. 25m easy (kan ik), 25m wrikken (lukt me ook), 50m easy (fijn), 25m harder (lastig), 25m easy. Bij het wrikken kan ik goed kijken naar de slag van KH onder water en dat kan ik dan ook proberen. Ik ga er sneller mee. Dus ik leer er ook nog iets van! Na 4 keer wordt het wel saai. Tien keer halen we ook niet met de tijd. Ik iets van 8 keer en KH 9 keer. Dan moeten we het zwembad uit. Ik heb lekker getraind!

De dag zit vol met grote en kleine zaken. En toch wil ik nog doen wat wel op het schema staat: fietsen. In de avond dan maar. Vincent mag niet van zijn coach, die moet rusten; maar mijn trainster vindt het goed als we maar rustig gaan. We gaan de ronde voor morgen verkennen. Ik rij wat om naar de Grote Trap. We gaan een woordspel doen: je moet iets omschrijven en de ander moet raden wat. 30 Seconds zeg maar, maar dan uit je hoofd. Het houdt ons bezig! Ik kan niet zo goed out of the blue iets bedenken, dus ik ga het alfabet maar af. Vincent heeft niks door. We komen op de Vogelweg en daar pakken we de ronde op. Wind tegen. Best flink wind tegen. Bah.

Ik weet niet meer precies welke afslag we moeten hebben! Ergens doen we een stop voor een pee-pauze. We gaan nog goed en waar we vorige week bloemen keken, gaan we naar rechts. Wind van opzij is een verbetering. Ik ben bij de Z en dan duurt het nog even voor Vincent het door heeft. Ik moet iets anders verzinnen. Dus ik moet iets verzinnen met de laatste letter van Vincents woord. We slaan weer linksaf en nu hebben we wind mee! Na de gevaarlijke kruising gaan we hard. Vincent fietst zo van me weg. Dat wordt wat morgen!

Als Vincent met een Rolex aankomt bij het spelletje, val ik door de mand. We buigen het spel om: een woordslang met ‘iets’ wat je omschrijft. Je moet dus letten op de eerste letter én de laatste letter! Het is even druk op deze weg. Nog een keer naar rechts. Dan is het blokje rond. Mooi dat we dat verkend hebben. We rijden terug en blijven maar woorden en dingen en zaken verzinnen. Ik denk dat ik het spel kan stoppen als ik aankom met ‘hockey’ (een spel met een stick en een puck), maar de puber is me te slim af: ‘een app op de telefoon waarmee je filmpjes kunt kijken’. We zijn dan op de Ibisweg met wind mee. Net voor zonsondergang en net voor de 50 kilometer zijn we weer thuis. Het was een inspirerend ritje!

23 April Tijdrit combi met hardlopen – de gok : hard fietsen en hardlopen

Mijn trainster organiseert kleinschalige wedstrijden. Een tijdrit met een hardlopen combinatie deze keer. Die tijdrit hebben we gister verkend. En toen vonden we dat er veel wind stond. Ik ga er op mijn racefiets naar toe. Rob en Vincent komen met de auto en 2 fietsen: mijn tijdritfiets en Vincents fiets. Ik moet rustig fietsen. Dat is niet zo moeilijk! Maar de wind is vandaag nog veel heftiger. Windkracht 5 in de polder. Ik heb ‘m tegen op de Ibisweg en weet dus vast dat ik mijn borst nat kan maken. Ik doe dan ook rustig mijn tijd over 15 kilometer. Wind van opzij op de Grote Trap is eigenlijk nog veel erger.

Fietsen wisselen en een startnummer halen, de buitenWC testen en kletsen: het half uur vliegt om en ik heb geen tijd voor zenuwen. De opdracht van vandaag is: zo hard mogelijk fietsen en daarna steady hardlopend afmaken. Ik heb NOG NOOIT zo hard mogelijk gefietst. Kan ik dat? Ik heb daar wel wat spirit voor nodig en die heb ik eigenlijk nooit. En dan is het tijd om te gaan.

Er rijdt 1 iemand voor mij. We hebben eerst even wind mee. Dat is fijn, want dan gaat het meteen lekker. Ik moet en zal de vrouw voor me inhalen. Dan wind van rechtsachter. Ook dat gaat nog lekker. Ik zit er meteen goed in, voel de spirit, de vechtlust, de zin om zo hard te fietsen als ik kan. Ook al heb ik dadelijk 9 kilometer wind tegen op de Vogelweg. Ik haal AA in en daar is Rob al! Ik vind dit leuk.

Wacht ‘s effe: ík vind dit fietsen leuk! En toch ga ik zo hard ik kan, al zie ik niet goed hoe hard dat is. Mijn benen doen pijn. En dat is ook prima. Ik moet gewoon een cadans uitzoeken die me net past. Oversteken en wachten voor de auto. Even maak ik me zorgen dat ik het looprondje niet ken, stel dat niemand me meer inhaalt! Geen zorgen, fietsen. Kort een paar slokken drinken en naar de bollenvelden kijken. Het zo hard mogelijk blijven gaan. Smile!
We gaan naar rechts en dan komt de wind van links opzij.

Dat is nog lastiger als van voor. Dat ‘klapt’ iets meer. Maar ik ga snel weer liggen. Ik word ingehaald. Het is toch mijn eigen hardst, niet die van iemand anders. Ik maak me een klein beetje zorgen om het hardlopen, want misschien kan ik dat straks niet meer als mijn benen op zijn van het fietsen? Maar nu is het deze weg af en dan heb ik alleen nog maar wind mee. Die lieve KH haalt me in, ze is 7 minuten na me vertrokken! Maar zij is dan ook een fietsbeest. Geen zorgen meer over het looprondje. Wind mee zo het laatste stuk is erg fijn. Het tempo kan moeiteloos hoger komen te liggen en toch kun je een beetje sparen voor het lopen. De lastige kruising langs en de vrachtwagen met kippen volgen. Het gaat wel snel zo, maar van een gemiddelde heb ik geen idee. Nog een slokje drinken. Dan ben ik er al. Opeens zijn de zorgen over het hardlopen er toch wel heel erg!
Fiets aan de kant, wat mis gaat, want die past niet. Gel naar binnen werken. Loopschoenen aan die makkelijk gaan. Helm af. Jasje uit? Nee, lastig, want daar zit een startnummer overheen en mijn telefoonhoes. Dan niet. Het is maar 7 kilometer.

De trainster roept me nog na dat het er soepel uitziet. Ze is zo’n schat! Geen ‘het gaat goed’, nee het lijkt goed. En ze meent het. Ze vindt ieders eigen best meer dan goed genoeg! En die eerste kilometer waarin ik de fietshandschoentjes uitdoe en in de jas prop, gaat het ook. KH rent voor me. RH haalt me in. Ze doen maar. In de zon, wind tegen. En ik loop dit tempo! Wacht even… Dan krijg ik dorst. En dat is natuurlijk fout. Ik ga energie te kort komen. Het is niet ‘maar’ 7 kilometer, het zijn er dik 5. In de derde kilometer heb ik niet eens zozeer last van het jasje, als wel van een tekort aan energie. Ik let ook al op mijn voeding een paar dagen en nu merk ik een tekort met al mijn goede gedrag. Blijf maar hardlopen voor 3 kilometer, en dan voor 5 en dan ben ik er bijna. Het maakt me niet uit wie me kan inhalen, want ik moet alles op mezelf zetten. Blijven rennen. En toch is het verwonderlijk dat mijn benen dat doen eigenlijk. Ook al doen ze pijn. Ook al wil ik niet meer zo graag. Oen die ik ben met de voeding. Bocht naar links en wind van zij. Mooi, dan heb ik ‘m straks nog mee en kan ik misschien blijven hardlopen. Mijn besef van tijd en omgeving is een beetje weg. Weer naar links. Heb ik hier al gefietst? Is iedereen gefinisht? Ik word moe. En dan bedoel ik M O E. Een vermoeidheid waarbij mijn ogen dichtvallen. Ik loop zelfs een stukje met die ogen dicht. Ken net. Komt van het energietekort.

En met wind mee is het ook warm. Met het jasje aan. Maar twee foutjes: verkeerd gekleed en te weinig gedronken. Sufkop. 5 Kilometer in een keurige tijd. Nog maar 2. GN haalt me in. Daardoor blijf ik wakker. Die lieverd is op haar leeftijd zo snel en zo goed en zo zonder scrupules! Nog een kilometertje, zegt ze. Die kan lang zijn. Zweet in mijn ogen, dus nu prikken ze helemaal. Ik ga dadelijk niet meer naar huis fietsen en ik ga alleen maar in een warm bad liggen en al het water gooi ik over me heen. Dat bedenk ik.

En dan ben ik er. Net iets meer dan anderhalf uur. Stoppen, jasje uit, om me heen kijken, water aanpakken en dan is het wel weer goed. Ik heb mijn uiterste best gedaan. Ik heb zo hard gefietst als ik kon en slecht gelopen, maar dat kwam niet door het fietsen. Ik ben d’r alweer en vergeet -gek genoeg- te drinken van het water of dat ik moest afkoelen. Ik neem nog wat sportdrank en het leed is geleden. Ik fiets dadelijk lekker rustig weer naar huis. Ik klets nog met Jan en alleman en geniet van de ongedwongen gezelligheid.
Naar huis fietsen op mijn eigen recreantentempo is erg lekker zelfs! Ik fiets op de Grote Trap met wind mee en kijk om me heen. Ik stop zelfs even voor een foto!

Dat ik nu wind mee heb, maakt de pijn in mijn benen draaglijk. En nu hoeft er even niks. Straks maak ik me weer druk om iedereen die beter is, sneller is, meer kan, meer doet. Hoort bij deze periode. Onzekerheid is my middle name. Maar nu geniet ik nog lekker van het fietsritje in de polder langs de koeien en bloemenvelden. Straks ga ik wel het lekkere brood opmaken en we moeten nog naar de winkel wandelen. Rob is ook moe van fietsen en foto’s maken. Dus we strompelen een beetje samen. Ik ervaar bij het wandelen opnieuw een energiedip. Jammer dat ik niet kan gaan uitzwemmen, dat had me goed gedaan. Aan de andere kant: de was, de F1, het schema voor volgende week in de agenda zetten (zeventien uur!) en een beetje rust is prima. Bij-eten gaat maar schaars. Geen hamburger voor mij, ik wil macaroni. Heerlijk!
En weet je? Mijn trainster is ook trots op mij! Ze kwam me melden dat mijn gemiddelde hoger dan 30 lag. En toen dacht ik: het trisuit mag ik best bestellen! Dat had ik mezelf beloofd als ik goed gefietst had. Dus ergens vind ik dat ik dat best goed heb gedaan! Maar jubelen op alle social media kanalen – laat maar. Dat laat ik aan die geweldige andere gasten allemaal over. Er was maar 1 superheld vandaag: voor de tweede keer op zijn tijdritfiets en voor het eerst van zijn leven een koppeltraining doen. En kapot binnen komen als laatste en dan grappen: ‘Zeker net geen podium?’ DM van KH: jij bent de grote baas!

24 April. Samen Trainen/ Trailen met dubbele woordbetekenissen en wandelpauzes

Vincent had een route gemaakt vanaf carpoolstrook Elspeet. Ik zag er een beetje tegenop, want ik was nog redelijk vermoeid. Aan alle kanten. En ik vermoed ook een beetje uitgedroogd. Het voordeel van samen gaan is dat je gaat als je allebei klaar staat. Al moesten we voor Vincent nog schoenen uitzoeken die hem nog passen. ?? Om half 12 waren we op de carpoolplek. Horloges omruilen, want dan kan Vincent de route doen. Mijn benen waren het er NIET mee eens. En mijn hoofd moest moeite doen om te overrulen. Het was heerlijk om weer in het bos te zijn en geen opdracht te volgen, geen snelheid te hoeven en geen andere mensen. Vincent vindt het saai. Ik hoop dat ik de eerste 12 minuten doorkom, daarna zal het wel beter gaan.

Een beetje beter gaat het. Dan hebben alle systemen zich erbij neergelegd. We komen langs bergjes, die moeten we op en over!

Dan begin ik een spel om woorden te omschrijven met 2 betekenissen. Zoals bank: je kan er op zitten en je kan er betalen. Hartstikke moeilijk voor mijn puber natuurlijk. Meer iets voor mij met mijn cryptogrammen. Zou je denken? Ik ben bezig met hardlopen, het bos en blijven lopen. Vincent bedenkt het ene woord na het andere. Opgetogen als hij is. Kijk, ingehaald worden door je grote jongen is te verwachten, maar dat hij hier beter in zou zijn dan ik is even slikken… We wachten om te drinken. Ik drink veel vandaag.

Al na 4 kilometer moet ik de bosjes in. Dat is echt niet fijn. Het is lang geleden dat ik gegeten heb en ik eet nu veel minder suiker, maar hardlopen blijft op mijn darmen werken blijkbaar. Geen diarree. Ook in de Leuvenumse Bossen zijn de krokodillen verjaagd. Ik loop iets makkelijk door. Dan komen we op het ZAND.

Prachtig. Felle zon. En zwaar. Het slurpt energie. En die hadden we toch al niet veel over vandaag. Dus we willen eigenlijk eerder terugsteken. We zitten pas op 7,5 kilometer en de spirit is er een beetje uit. Tja, dat kan. Ik kan er niet meer van maken. Stoppen, op de kaart kijken, weer opstarten. En dan paden volgen die ophouden te bestaan. Mooi dat we zo kunnen zwerven. Vincent is compleet afgeleid door het bedenken van woorden met dubbele betekenis. Het houdt niet op! Dan is het pad echt foetsie en moeten we ons door het bos banen.

En over een zandheuvel. Het is best cool, jammer dat het ook vermoeiend is! We komen weer op een pad waar we al eerder zijn geweest en kunnen de route terug volgen naar de auto. Ik neem de Maurten gel. Het is dat ik gewaarschuwd was, de substantie is raar. Deze gels kan ik in Hamburg aannemen, maar dan moeten ze wel goed vallen! We hobbelen weer door. Het valt niet meer mee om telkens op te starten en dan snijden we nog een keer een stuk af. Vincent wil zo snel mogelijk naar de auto en ik kan hem geen ongelijk geven!

We gaan flink wandelen. Hij zit nu helemaal in de dubbele woorden, al denkt hij elke keer dat ‘ie er doorheen is. Nog een keer over de hei en door de zon. Ik voel me een stuk monterder! Het is dat Vincent niet meer wil hardlopen, maar ik zou het prima op kunnen pakken nu. Mijn darmen voelen ook minder gespannen. Dus die gel is prima. We doen anderhalf uur aan looptijd over nog geen 12 kilometer (hoe kan Vincent ‘m nou stoppen op 11,8, maar goed) en we zijn zelfs nog veel langer onderweg geweest. Het was een zware kluif. Ik wist niet dat het zo lang zou duren, daar had ik niet op geteld. Ik heb geen eten voor ‘na’ meegenomen. Die moest ik nog ophalen. Dat doen we dan maar direct. Niet snel, niet sterk, maar wat was het leuk en gezellig samen.

Een week met ‘slechts’ 13 uurtjes en ‘maar’ 40 kilometer hardlopen. De aankomende week wordt drukker! Ik zie er een beetje tegenop, want naast veel sport waar ik vrije dagen voor opneem, zal er op de werkvloer ook onrust heersen. Kan ik niet goed gebruiken, maar het is zoals het is.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-12

1 April Solo een halve marathon??‍♀️

Mijn hartslagmeter is zoek. Ik denk dat ik ‘m in het zwembad heb laten liggen. In Almere Poort. Ik heb vandaag een training staan van 8 keer 15 minuten en 30 seconden rust met eet- en drinkpauze. Dat riekt naar zeker 20 kilometer hardlopen. En het zwembad is 13 kilometer. En dan nog 7 kilometer terug tot een station. Ik doe in de ochtend lekker even zo weinig mogelijk. ‘s Middags ga ik hardlopen, alleen met een muziekje en een volle rugzak. Spoorbaanpad af. Vincent tegemoet. Alleen hebben we een miscommunicatie (“ik ga langs W’s route”, “ik niet”) en wisselen we van route, zodat we elkaar toch niet tegenkomen! Ik hobbel gewoon wat aan. Beetje rusteloos. Na 14 minuten ga ik 1 minuut versnellen, maar vooral letten op de houding. Leuke afwisseling. En daarna 30 seconden heel rustig waarin ik moet drinken en in de even keren moet eten. Na ruim 6 kilometer kom ik bij het station Almere Centrum. Ik heb wind mee. Ik kom in een soort rusttoestand. De enige zorg is gewoon blijven hardlopen. En dan moet ik weer! Gatver. Ik ren naar het zwembad in Stad. Even het horloge uit en flink wat achterlaten. Ik baal er wel van, want dit is nu al de derde keer! En weer door.

Ik pak nu het andere pad als het spoorbaanpad. Verder hobbelen. Met een iets minder bekende omgeving komt er nog meer rust en kalmte. Gewoon verstand op nul en hardlopen. Ik kan de Hogering over en loop richting het zwembad in Poort. Mijn nieuwe hartslagmeter wordt bezorgd thuis. Ik neem elke keer netjes een gel en drink. Na 13 kilometer ben ik in het warme zwembad op zoek naar de hartslagmeter, maar die is er niet.

Ik ga terug over het Spoorbaanpad tot de tijd of de halve marathon er op zit. Ik heb opeens wind tegen. En dan gebeurt er iets ‘geks’: dit is afzien en dat vind ik leuk! Het ‘gewone gehobbel’ wordt een uitdaging! Ik haal pubers op de fiets in. Mijn hartslag blijft maar net binnen de perken. Waar het te makkelijk was daarstraks, is het nu leuk en doordrammen en volhouden. Kan ik! Ik haal wel 5 pubers in die moeten lopen met de fiets tegen de wind in en het viaduct op. Inmiddels begin ik ook af te tellen. Maar 4 kilometer aftellen is nog best veel. Dan is de minuut op de houding letten echt even nodig en nuttig. En drinken ook. Ik ga door het Beatrixpark omdat ik een stukje te kort ga komen. Ik heb namelijk 4 minuten extra. En dan zit ik boven de 20 kilometer.

Ik loop door een onbekend stukje wijk en moet nog een keer stoppen voor een verkeerslicht en dan ben ik bij het station. Training klaar, 20,4 kilometer. DUH. Die 700 meter komen er! Ik loop nog een onhandig rondje en kom weer op het station. Halve marathon gelopen. Weer. Zomaar. Niet echt met moeite. Geen pijn aan mijn benen, voeten of schuurplekken. Hoofd liep aardig mee. Zonder pauzes in 2 uur en tien minuten. Met pauzes in 2 uur en 21 minuten.

Ik neem de bus naar huis. Maar dan krijg ik het erg koud. Ik ben na 3 uur weer thuis. ‘s Avonds moet Vincent nog hardlopen. Ik ga met hem mee op de fiets. Lekker! Wat loopt dat kind hard en ondertussen op zijn gemak te kletsen!

2 April 100+km in Zwift. ??

Het is buiten extreem guur en het waait hard. En ik zie op tegen in mijn eentje buiten fietsen voor urenlang. En 100 kilometer duurt bij mij wel even! Ik mag niet met de groep mee (want dan wordt de groep te groot, alsof 6 of 7 zoveel scheelt) en er is thuis veel te doen. Voor Vincents huiswerk. Scheikunde en Engels. Dus ik stap op de Tacx. Dan kan ik wat combineren. Er is 1 route van 107 kilometer. Die ga ik vandaag dus doen. Het is tien uur in de ochtend en ik gok dat ik zo’n 4 uur nodig heb, met pauze 5. Misrekening.

Hoogtemeters, onverhard en ondertussen scheikunde: het is geen combinatie die snelheid maakt. De hartslagzones laat ik al snel los. Doortrappen. Ik mis veel van het ‘uitzicht’ op TV. Na een uur zit er al veel scheikunde op en slechts 17 kilometer. Binnen 4 uur met de hoogtemeters die nog in het verschiet liggen? Redelijk onhaalbaar. Ondertussen app ik, surf ik, wil ik van iedereen op de hoogte te blijven wat voor fantastische dingen ze doen en ik drink thee en sportdrank. Ik ploeter naar boven. Niet snel, lang doorzetten is vandaag het enige wat telt. na 2,5 uur zitten er 45 kilometer op en sta ik in de vulkaan. We gaan wat eten.

Daarna ga ik weer verder. Nu is Vincent er niet meer bij en heb ik wat last van buikkrampen (kan er ook nog wel bij) en besluiteloosheid en het gaat niet lekker. Ik pieker, ik mopper en ik zie af en vraag me af of de Ironman wel haalbaar is. Zo nu en dan lig ik op het stuur en kunnen mijn ogen gewoon lekker dicht. Uiteindelijk komt Vincent er weer bij met tekeningen van scheikunde en we doen ook nog de brief Engels. Ga ik zwemmen of niet? Ik beslis op het laatste moment dat ik toch even stop met fietsen en ga zwemmen. Even iets anders!

Er zijn 7 kinderen verdeeld over 5 banen. Ik heb een baan voor mezelf. Wat zal ik eens doen? Ter plekke, al zwemmend verzin ik 100 metertjes: eerst 3 keer 100m hele slag. Daarna doe ik 3x100m met achtje. Ik let de eerste keer heel goed op de techniek, de tweede keer doe ik gewoon kalm en beheerst en de laatste keer doe ik mijn best. Ik lap elke keer het horloge. Dan doe ik nog 3x100m met paddels. Goed voor de doorhaal. Tussendoor doe ik 50m schoolslag en 50m rugslag. Dan doe ik het hele riedeltje 3×100 hele slag, achtje en paddels nog een keer. Ik word wel moe, maar het gaat ook steeds ietsje beter. Tot slot doe ik 100m met paddels en achtje en dan zit ik lekker onder de 2 minuten! Tot slot 50m rug en 50m schoolslag. Dan heb ik 50 minuten gezwommen. Ik ben niet echt vrolijk, omdat de fietsopdracht nog op me wacht. De anderen kunnen me ook niet opvrolijken, ik wil naar huis en het fietsen afmaken! Maar eerst gaan we tanken en eten.

Dan stap ik de fiets weer op. Opstarten valt wat tegen, want mijn billen zijn gevoelig na een hele dag in het zadel. Ik moet nog een keer onverhard omhoog en dan is het alleen nog afdalen. Hoopte ik. Ik tel af en af. 100 kilometer red ik! Maar die laatste 7 komen er ook, dat is zeker. Zo naar het einde toe is het niet zo erg meer allemaal. Rob helpt Vincent nu even, dus dat komt ook goed. En dan, na 5 uur en 3 kwartier fietstijd op de Tacx ben ik klaar met de route.

Tussen op- en afstappen zit ruim 9 uur. Ik zet ‘m in delen op Strava. Ruim 1600 hoogtemeters. Dat is VEEL. Dat krijg je hier in de polder met geen mogelijkheid voor elkaar! Dit was niet makkelijk, maar hé, de Ironman zal ook niet makkelijk zijn! Daar komt ook verveling, doorzetten en wilskracht naar boven. Al hoop ik dat ik dan in die 6 uur iets meer dan 100 kilometer kan fietsen.

3 April Een hardlooptraining na zonneschijn komt sneeuw en toch even fietsen.

Ik slaap (weer) slecht en weinig, want mijn laptop is kaduuk en ik moet een nieuwe kopen. Past er ook nog wel bij op de drukke dag – NOT! Ik heb wat trekkende spieren van gisteren en ik heb geen zin om te fietsen. NIET. Ik wil even niks en dat doe ik dan ook. De combitraining die er staat lukt toch niet, en soms mag ik even rust nemen. Geen rode trainingen meer, maar verstandig zijn en overslaan. Zorgen dat we op tijd zijn om de laptop te kopen en dat we op tijd bij de talentendag zijn voor Vincent.
Op de atletiekbaan in Utrecht heeft Vincent snel 1500 meter gelopen. Over anderhalf uur moet hij zwemmen in het zwembad in Zeist. Daar had ik op gehoopt! Ik heb hardloopspullen bij me, een kleedkamer en een telefoon met kaarten erop en een route die op mijn oortjes staan. In het zonnetje verlaat ik het terrein, maar het vinden van de route en dat begrijpen is -op z’n best gezegd- een uitdaging. Het is druk op de sportterreinen en ik heb geen idee waar ik heen moet! Als ik het begrijp volg ik het fietspad gewoon. Het is warm met het zonnetje. Ik zou 3 kilometer in zone 3 moeten lopen, maar zone 3 zit er niet in. Ik vind het leuk om eens keer op afstand te lopen en niet op tijd. Het tempo zit er wel lekker in. Ik kom op Utrecht Science park op het regenboogpad. Lachen!

Ik laat zone 3 helemaal gaan en geniet van het loopje. Na 100km fietsen gisteren en 21km hardlopen eergisteren, lukt dit gewoon weer! Ik loop me wat vast bij het ziekenhuis en stop even om de route te bekijken. Maar ik wil snel door! Langs het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Ik snap nu hoe de route werkt: gewoon de weg volgen tot de volgende aanwijzing. Ik loop superlekker en makkelijk. Gewoon 5 kilometer binnen 29 minuten! Exclusief stop, ach. Ik loop tussen de bomen en de lucht is prachtig donker.

Heel landelijk opeens. Tussen de steden in, maar landelijk. Die lucht belooft niets goeds, maar nu is het mooi! Ik loop over de brug en dan tot de volgende steeg. Nog maar een paar kilometer en ik moet er 10,5 volmaken. Na de 3 kilometer in zone 3, 7,5 kilometer in zone 2. Het is allemaal zone 2. Dan begint het te waaien, koelt het af en ik snap wat het betekent… Ik loop Zeist in en ga achter een wijk langs. Dan begint de regen. De sneeuw. De kou. Nat worden. Niet meer stoppen. Maar ik moet even stoppen voor de route. In de sneeuw en hagel en kou. Ik zie een andere loopster en denk nog: jij loopt hopelijk naar je eigen warme douche, ik weet nog niet waar ik uitkom. En dan is het een kwestie van door blijven lopen. Langs de flats door de regen. Ik weet ongeveer waar ik blijf. Dat ik net niet genoeg route ga hebben. De sneeuw houdt op. Mijn tempo blijft behoorlijk hoog eigenlijk. Ik loop het zwembad voorbij. De tien kilometer zullen nu ook vol komen ook! En ook nog eens (ruim) binnen een uur. Hopelijk kan ik terugsteken. Dat kan, onverhard. Kan er ook nog wel bij.

Ik maak de 10,5 kilometer vol. Zonder de stops was dat in 62 minuten geweest, maar met stoppen binnen een uur. Tevreden en koud. Ik kleed me snel om en mag dan in het warme zwembad kijken en alles eten wat we bij ons hebben.

Het fietsen zit toch een beetje dwars. “Ga je mee”, vraagt Vincent om 7 uur. Hij wil zijn nieuwe fiets graag proberen. Nou, okeeeee dan. Slecht idee. Het is koud en ik heb geen tempo, geen kracht, geen cadans meer. Ik heb zelfs zadelpijn in het begin. De brede, trotse grijns van Vincent maakt alles goed. Wind tegen. En zo koud. Vincent fietst hard voor me uit. We maken een paar foto’s.

Hij wil de grote ronde wel maken. Ik heb er een beetje spijt van, haha. Zelfs met wind mee vind ik er niks makkelijks aan. Blijkbaar kan ik na een week van zoveel sporten, zorgen, meisje-zijn en werken ook even ‘op & out’ zijn. So be it. Ik ben blij als we na 3 kwartier thuis zijn! En koud. Toch… toch doe ik voor het douchen nog een krachttraining! Volgens mij was de afgelopen week een soort van test: hoeveel kan Anke trainen? Ik zit met alles er op en er aan op 19 uur. Alleen het zwemmen/fietsen/rennen is zo’n 17 uur. Dus ja, ik kan veel aan. Na corona. Met schoolstress erbij. Volgende week is rustiger. En vanaf dan zal het nog wel harder doorbouwen zijn.

4 april De Tacx is een uitstekende plek om te dobbelen! ?

Ik ga lekker uitfietsen. Binnen. Want buiten is het weer terug naar de herfst. Even wat zadeleelt kweken. Ik sta niet echt te juichen, maar ik hoef ‘slechts’ 80 minuutjes. Ik ga een route doen met virtueel zand en ik koop een virtuele mountainbike. Dan wéét ik al dat ik niet snel zal gaan. Maar toch baal ik daar na 9 minuten al een beetje van als ik omhoog moet trappen en iederéén me voorbij raast. Dadelijk komt Vincent. Hij zegt dat hij geen zin heeft in Yahtzee, maar nu heeft hij een keer pech! Mijn andere vriendin kan natuurlijk niet bellen, want die heeft altijd iets anders. Als ik het zand op ga, zet Vincent het dobbelspel klaar op de strijkplank.

Het eerste potje ga ik lekker! Ik merk het zand nauwelijks op. Gewoon blijven trappen in een hoge cadans. Het tweede potje is voor Vincent. Dan belt zijn coach en ik luister mee zodat ik ook weet wat de opdracht is voor Vincent en dat Vincent blijft luisteren. We doen nog een potje en Vincent wint weer nipt. Het is wel gezellig. Dan is de tijd al bijna vol! Ik ben naar boven getrappeld en ik maak de route niet af. Na 82 minuten stap ik lekker af! Ik hoef nog maar 100 hoogtemeters en dan heb ik de Tronbike! Dat gaat er vandaag niet meer van komen. Meer dan genoeg andere zaken om me druk over te maken! Achteraf heb ik keurig in zone 1 gefietst, precies wat de bedoeling was. Relaxed en op een hoge cadans. Maar in een langzaam tempo. Jammer dan.

5 April. Het bos in!??‍♀️?‍♀️?

Ik moet het bos in! Rust, natuur, onverharde ondergrond onder mijn voeten voelen. Geen tempo, geen verwachtingen en gelukkig kan Joyce weer mee. We hebben elkaar in maart maximaal 2 minuten live gezien door dat stomme Corona waar we na elkaar door getroffen zijn. Ik weet dus dat Joyce nog even terug moet krabbelen en dat snelheid totaal zal ontbreken. Ik weet dat 12 kilometer voor mij anders zullen zijn dan voor Joyce, maar ik ben zó blij dat weer samen een stukje Triple Trail Marathon kunnen doen! En ik weet dat het regent en slecht weer is. Alles neem ik voor lief. En toch… vind ik het spannend! Alle spullen weer pakken. Op tijd zijn. Wat moet ik aan?

Al binnen 500 meter zijn de zorgen weg. Bos onder de voeten, uitwijken voor wortels, over boomstammen klimmen en ik heb genoeg onderwerpen om over te klagen voor een tocht van 25 kilometer! Dat laatste komt Joyce goed uit, want die luistert in de nafase van Corona nog liever even dan dat ze praat. Er liggen veel grote plassen op het pad. Heel veel.

Ik heb de route voor mijn neus en hou me niet bezig met de hartslag. We komen over het zand en van tijd tot tijd wandelen we stukken flink door. Langs de heide, langs de runderen met hun kalfje. Het is voornamelijk droog, maar zwaar bewolkt en niet koud gelukkig. Ik drink veel. Er is veel bos en we lopen langs het hek van Paleis Soestdijk. In het bos is bijna niemand. Alleen mijn getetter en het gekwetter van vogels. Ondanks dat het voor Joyce niets makkelijk is, genieten we allebei ontzettend van het ultieme buitengevoel. We steken de weg over en gaan het Emmapark door. Slingeren een beetje en langs de vijvers. Je mag wel een extra rondje hoor, zegt Joyce en hoppa- weg ben ik. Om me halverwege het rondje af te vragen waarom. Maar nu moet ik het tempo vasthouden ook!

Ik heb geen benul van kilometers, snelheid, hoe lang we over 10 kilometer doen en of we daar al zijn en hoeveel tijd het in totaal gaat kosten. Compleet in het moment. En dat is echt heerlijk! Het kan me al niet meer schelen of ik dit mag van het schema. En wat zorgen over school en overgang heb ik al achter gelaten. Een heleboel ergernissen die er in geslopen zijn, blijven hangen tussen de bomen en de parken.

We lopen langs het Station van Baarn en dan door het keurige parkje met de rare bruggetjes. Ergens regent het nog even flinke druppels. Maar die nemen mij mijn energie niet af. Dan is er een plas waar lastig omheen te komen is en dat is voor mij net even het buitenspelen om natte voeten te halen! Verder is het gewoon hardlopen met wandelelementen en training op onverharde ondergrond. We komen aan de andere kant van de hei langs en ik merk ook dat ik al 12 kilometer gelopen heb, gewoon omdat het inspanning heeft gekost. Ik had nog makkelijk uren door kunnen lopen, maar voor Joyce is dit echt meer dan zat. Ze komt er wel weer overheen! Het zijn ruim 13 kilometer en ik vond het geweldig!

In de auto drinken we thee en kletst Joyce weer. Ik ben totaal niet moe geworden door het lage tempo en lekker hartslag 1. Maar ik ben wel uitgerust! Ik doe nog een krachttraining. Dan heb ik er 100 gedaan, terwijl ik er vorig jaar nog nul had gedaan. De trainster vind het goed dat ik hier voor gekozen heb gelukkig. Ze is een Engel. Het is jammer dat zo slank is, want dan moeten ze haar gewicht eerst verdubbelen voor ze haar in goud uitvoeren om haar waarde uit te drukken!

6 April Zwemmen – het is zowat een rustdag. ??‍♀️

Ik ben moe. Ik slaap goed, maar ik ben een beetje suffig. Doordat de herfst, de regen, het gure weer en het binnenzitten weer terug is. Doordat school van Vincent veel energie kost. En ik maak me alvast een heleboel zorgen voor de kwart marathon in Rotterdam. Op tijd zijn, een lange dag, autorijden, openbaar vervoer, tijd van Vincent, drukte: ik kan een heleboel verzinnen. Om maar niet te spreken over snelheid op 10 kilometer, startvakstress, veel mee moeten nemen en anderen aanmoedigen. Kortom: een wereldoefening die precies ik wat ik nodig heb!

Vandaag hoef ik alleen maar te zwemmen. Ik heb net zo min zin als Vincent heeft, maar we gaan wel. Ik ga eigenlijk wel lekker. Ik let goed op het ver insteken en dan moet ik zo’n end naar binnen halen, dat ik wel sneller moet zwemmen! Ik begin vooraan met 200m kalm en dan 25 heel rustig, 25 rustig, 25 hard en 25 sprint met elke keer pauze er tussenin. Dat moeten we drie keer doen en iemand neemt het voorop zwemmen over. Be my Guest! Heb ik de tijd om op de techniek te letten. Ik zwem NIET met een pullboy. Niet 1 keer. We doen nog stukken met 100m rustig en 25m sneller en snelst; ik weet het allemaal niet, ik doe gewoon lekker mee! 2000m+ en niks met een pullboy. Ik ben weer niet extreem moe. Dat is echt een vooruitgang. Maar ook nog niet echt snel. Al denk ik dat het vele stoppen daar debet aan is. Als ik alleen zwemtijd reken, ben ik wel een heel stuk sneller! Ik blijf lang kletsen. En ‘s avonds voel ik mijn schouders en bovenrug. Dus ik heb wel zeker iets getraind!

7 April – Baantraining zonder trainer, maar met extra wind en regen

We parkeerden de auto bij de baan en toen begon het te hagelen. En Vincent en ik hadden al geen zin….! Mijn regenjasje ligt thuis, bij heel veel was. Tegen 7 uur stopt de hagel gelukkig weer. Ik behaal een kleine soort van persoonlijke overwinning waar ik blij van word. Vincent traint met de jeugd mee, maar voor ons volwassenen (een man/vrouw of 8) komt er geen trainer. Dan gaan we zelf toch! We kennen het inlooprondje wel en doen ook een versnelling met de boompjes. Ik loop met het nieuwe TVA lid mee. Een schattige meid. Op de baan debatteren we even en komen op voorstel van FH tot een piramide. FH meet 20 minuten af en we gaan elke keer 200 meter meer lopen. Dus 200m, 400m, 600m, 800m en 1000m als je daar aan toe komt. Dat op 5 kilometer tempo. Tussendoor elke keer 100m wandel-dribbel. Ik doe het jasje uit, want in het zonnetje is het warm.

We lopen met de dames, met zijn viertjes op een kalm tempo. 5:05/5:10 We lopen te kletsen. Tegen de wind in is het koud. Na de 400m of 600m ga ik in de 100m rust wat sneller om mijn jasje aan te doen. En dan hou ik het tempo vast. Mijn tempo ligt iets hoger of dat van de andere dames iets lager, in elk geval loop ik een beetje weg. En dan komt de kilometer en die wil graag volmaken! Of het nu net wel of net niet binnen de 20 minuten is, ik ga 2 keer de kilometer doen! Ik zit op 900m als hij fluit, dus ik maak ‘m vol. Ik heb mijn horloge niet mee gelapt. Ik zit nu ver voor de andere dames. Na de 100m rust (het hadden er liever 200 geweest, maar goed), zet ik aan voor de volgende 1000m. Dat is zo’n getel op de baan 🙂 Het fijne is dat dat het enige is waar ik mee bezig hoef te houden. En als de wind aantrekt en het eventjes wat zwaarder lijkt, dan denk ik aan mijn kleine overwinning en ga ik met een grijns weer verder.

De kleuren zijn echt prachtig. De lage zon onder de donderwolken maakt alles felgroen. Jammer dat het regen voorspeld, maar die komt pas in de 600m. Dat vind ik persoonlijk net een lastige afstand in het niks (maar het is toch nog anderhalve ronde), dus de striemende regen is een welkome afwisseling! Echt, ik vind dat niks erg. Soppende schoenen, een natte broek, regen in mijn gezicht die zelfs een beetje pijnlijk is op het stuk wind tegen: mij heb je daar niet mee. Afzien, doorzetten en stug blijven tellen. Nog maar 1 volle ronde en de 200m. Ik ga niet uitkomen bij de finish. De regen houdt ook weer op en ik maak de training af en ren nog anderhalve ronde uit om op 10 kilometer uit te komen. Warm is anders, maar ik ben echt blij. Zeker ‘s avonds onder een dekentje!

8 April Koppeltraining ???‍♀️

Fietsen. Liefst buiten natuurlijk, maar lukt dat wel. Op het laatste moment vind ik van wel. Ik zie er tegenop. Tegen 2,5 uur hardlopen zou ik niet opzien, maar ruim 2,5 uur fietsen, daar ben ik onzeker over. Ik treuzel een beetje en dan is het half 10 en ga ik maar. Solo. Eerst de stad door met wind tegen, dan zo lang mogelijk op de dijk wind mee en intervallen op wedstrijdtempo doen en daarna zie ik wel. Liefst zo’n 60 kilometer. Die blokken wedstrijdtempo, daar zie ik helemaal tegenop. Blauwe fiets, bidon mee, horloge iets later starten, warm aangekleed en muziekje op. De stad door. Ik zet het horloge iets later aan, als ik net opgestart ben. Het is koel, maar niet koud. De wind valt mee. Ik vraag me maar af waarom ik toch niks heb met fietsen. Ik denk dat ik fietsen altijd alleen heb gezien als van en naar school, als recreatie. Ik moet de route verzinnen en de cadans in de gaten houden. Veel meer is het ook niet. Beetje door de stad, beetje fantaseren, beetje gedachten bij elkaar houden, beetje tegen de wind in. Het gaat harder dan ik dacht. Ik heb het met twee truien en handschoenen niet koud gelukkig. Als ik op de dijk kom, sta ik even stil en eet ik wat.

Wind mee op de dijk tot aan Lelystad. 2 Mannen halen me in. Verder geen fietsers. Ook weinig hardlopers; 1 meneer zie ik deze rit twee keer! We groeten de tweede keer vriendelijk. Ik en de wind en de dijk. Tempo omhoog, hartslag omlaag. En dan moet ik natuurlijk op het lastigste stuk rondom het Bloq versnellen. 10 Minuten in zone 4 op wedstrijdtempo. Dat is makkelijk met wind mee. Maar ik heb er moeite mee. Met mezelf tot het gaatje dringen op de fiets: ik ken het niet. Hardlopend geen probleem, maar fietsend en zwemmen doe ik dat niet. In de rust eet en drink en film ik. En ik overdenk. Ik moet het maar proberen: 10 minuten lang het uiterste geven. Recht fietspad, wind mee. Ik hoef alleen maar hard te trappen.

Ik zweet en trap en vind het toch lastig om in zone 4 te komen of me de volle tien minuten te geven. Tot de Knardijk, Anke, rammen. Het gaat best goed, maar over de grens, nee dat niet. Op de Knardijk is het even accepteren dat de wind van opzij komt. En dan nog een keer tien minuten. Langs het centrum, waar ik toch even inhou en de berg op, waar ik ga staan. Ik neem de weg naar links, wind mee en de route moet langer. Mijn hartslag zit in zone 4 als de grote vrachtwagen vlak langs me scheert. Ik doe mijn best. Tien minuten lang. Zweetdruppels. Dan ga ik door het bos terug. Even denken, want mijn route is echt niet lang genoeg. Ik heb 50km gefietst in 1 uur en 3 kwartier. Het tempo ligt nu nog lekker hoog.

Bij de sluis stop ik nog een keer om te eten. Ik zit op een gemiddelde met 28,5. Nu stoppen! Maar ik moet nog naar huis en nog een stuk wind tegen trotseren. De Knardijk verder af dan maar. Ik heb nog wind mee en het is echt genieten. De polder ten top: vlak, windmolens en recht langs de dijk. De Vogelweg is andere koek. Ik stop nog even voor het eerste tulpenveld. Accepteren dat de snelheid omlaag gaat. Afzien. En me afvragen waarom ik hier ook alweer wilde fietsen. En me heel vaak afvragen waar die Grote Trap nou blijft. Ik fiets gewoon door. En zo ook de Grote Trap af met wind tegen. Ik heb het nu wel enigszins koud. En mijn drinken is op. Zal ik het rennen dadelijk niet gewoon overslaan? Als ik de stad in rij, kijk ik nog een keer naar de gemiddelde snelheid: nog altijd 27,5. Niks om me voor te schamen. Als ik thuis ben is het toch nog een tiende gedaald door dat kleine stukje vol bochten en verkeer. Ik vind het best.

De eerste tulpenvelden gespot!

Ik kijk even met Rob mee en doe toch de loopschoenen aan. In mijn fietskleren. Het is maar drie kilometer hardlopen. Een rondje om de wijk. Op gevoel. Mijn voeten hebben geen gevoel meer. Dat ken ik wel, dat heb ik zo vaak meegemaakt! Gewoon rennen. Kijk, dat snap ik. 5:40. Het mag rustiger, maar ik zit in een ritme. Het is niet makkelijk, het gaat niet vanzelf, het gaat gewoon. Ik hoor de vogels, begin mijn voeten te voelen (liever niet) en ren gewoon door. In de derde kilometer maak ik een foto en die gaat iets minder hard. Ik ben blij als de drie kilometer vol zijn, kan ik lunchen. En de rest van de dag aan.

9 April Zwemmen en hardlopen ??‍♀️??‍♀️

Ik heb het programma voor de komende twee weken in de agenda gezet. Oké…. Nu gaat het ergens over! Ondertussen vind ik het vreselijk spannend om naar Rotterdam te moeten gaan en zit er veel in mijn hoofd, veel onrust. Ik wil nieuwe hardloopschoenen. Dus gaan we naar de Run2Day. Eén paar zit meteen top. New Balance. Die worden het!

Thuis moet er gestreken worden en gepuzzeld met scheikunde. En dan naar het zwembad. Er zijn veel volwassenen! Net zoveel als er kinderen zijn. Dus deze week geen baan voor mij alleen. Ik deel ‘m met 3 andere vrouwen. De jeugdtrainer geeft ons ook opdrachten: 200m hele slag (doe die hulpmiddelen toch weg), dan 100m armen, 100m benen (bah) en nog eens 100m hele slag. Ik ga voorop. Dan maar niet zo snel. Het gaat lekker. Ik denk goed aan de doorhaal. Keer op keer. Daarna moeten we 5 keer 100m doen met de laatste 25m wrikken. Lukt mij nog aardig. De supergoeie trainer zegt tegen de anderen dat ze hun elleboog hoog moeten houden. Ik snap het niet: zij zwemt altijd in een baan hoger, maar nu hangt ze met achtje achter mij. We doen 3 keer 200m met ergens een snelle 25 erin. Ik doe 1 keer met achtje, maar dat is te makkelijk. Dan maar iets minder hard. Ik blijf vooraan zwemmen. En opletten. Tot slot doen we 2 keer 150: 50 armen, 50 benen, 50 slag. Tussendoor 10 seconden pauze en dat vind ik niks en daar steek ik mijn tong om uit. Wat de trainer net ziet. Dus ik skip de pauze hoor! Ondertussen doet Vincent squats naast de kant, dus de benen is niet meer zo erg. Al geven mijn benen het de laatste keer een beetje op. De andere dames zwemmen alledrie met hulpmiddelen. Eigenlijk is het niet eerlijk. Maar ja, zij hoeven niet beter te gaan zwemmen denk ik. Even uitzwemmen en dan mijn armen en rug bij laten komen. Ik doe straks nog een krachttraining. Maar nu eerst tanken en naar huis om te hardlopen. Ik heb toch nieuwe schoenen!

Zie Brief aan Anke op 9 april 2012. Ik loop lekker makkelijk. Of het de schoenen zijn of het weer of het feit dat ik me hiervoor inspan weet ik niet. Maar ik loop in zone 1 al 5:40! Ik krijg het er warm van. In mijn oranje kloffie. In mijn hoofd schrijf ik mezelf een brief. naar de Anke die ik tien jaar geleden was. Een enorm verschil. 1 Ding heb ik niet onder de knie: ik vind mezelf nog steeds niet geweldig, wat ik ook doe. Iedereen is vol van Rotterdam en allemaal wereldprestaties. Die lever ik niet. Ik baal er van dat ik de marathon best had kúnnen lopen. Nu heb ik een lange dag die nog zwaarder is dan de marathon. Mijn dag komt wel ergens in juni. Op deze schoenen denk ik!

10 April De kwart marathon in Rotterdam ?‍♀️?‍♂️

Om kwart voor 6 gaat de wekker al. Gelukkig liggen de meeste spullen voor Vincent en mij al klaar. Ik vond het onwijs spannend. Niet op van de zenuwen, maar het is behoorlijk uitgesmeerd over de afgelopen dagen en ik voel me niet gerust. Nu is dat het grootste deel van de training, want de hardloopafstand op zichzelf of het tempo boeien me niks. Het is omgaan met alles om de wedstrijd heen. Op tijd zijn, startnummers vinden, parkeren en al die mensen… Dat is hetgeen ik trainen moet om in Hamburg aan de start te kunnen staan!

Het is rustig op de weg en we rijden met scheikunde afkortingen en broodjes etend naar Rotterdam. We zijn gelukkig op tijd, want het is rondom P+R Alexandrie afgesloten wegens werkzaamheden. We moeten omrijden. Maakt me niet rustiger! Maar we hebben de tijd en ik kan in elk geval goed autorijden. Ik ben blij dat Vincent erbij is. Dolblij! Hij houdt me rustig, zoekt de route en helpt me overal doorheen. Als de auto geparkeerd is, dralen we op het station, maar we vinden de juiste tram naar het centrum van Rotterdam.

En dan weer even zoeken waar we de startnummers moeten oppikken. Het zonnetje komt door en Rotterdam is als stad mooi. Overal al felgekleurde pakkies en we vinden het expogebouw. Ik moet intussen natuurlijk naar de WC! Ik heb al sportdrank gedronken. Ik rommel met de mail, maar dan hebben we de startnummers vast. Zouden er nu meer mensen hier zo zenuwachtig zijn als ik ben? We spelden de nummers vast en dan gaan we naar de tasafgifte. Weer geen idee waarheen, maar Vincent vraagt het aan een voorbijganger in hardloopkleren en zoekt het kaartje op. Die kant op! Het is nog een flinke tippel. Ik ga eerst naar de Dixie en maak het toiletpapier op. Dan omkleden en de tas inleveren. Het is al redelijk druk, maar nog overzichtelijk. Ik ben blij dat niet iedereen in korte broek gaat, terwijl ik een lange broek aan heb. Vincent denkt echt dat hij het koud krijgt, hij heeft zelfs een buff om! Eén meneer spreekt mij aan omdat hij denkt dat ik met mijn Frysman shirt uit Friesland kom! Achter me hoor ik mensen zeggen dat dit een eitje moet zijn na een hele triatlon. Vergissings! Volgens de trainer van Vincent is het niet spannend, maar leuk. Ik voel dat niet. Mijn lieve trainster wenst me succes. Lieverd is het! Ik schrijf terug dat ik stikzenuwachtig ben. “Jij kan dit! Dit wordt een overwinning voor jezelf, alles voor het goede doel??? Én, genieten van de ambiance en het lopen!” Schrijft ze. We gaan terug naar de expo en dan op zoek naar de startvakken. Als we bij de startvakken staan, blijken dat de marathonvakken te zijn. We moeten nog een stuk verder! Dat doen we inlopend. Kijk, dat geeft rust. Rennen kan ik en gaat me goed af. Dat kan ik begrijpen. We staan bij de goede startvakken, maar 2 is ver vooraan. Daar is het wel heel erg druk. Ik ga nog een keer naar de Dixie. Schoenen strikken.

Vincent houdt me op de been, maar ik voel de onrust aan alle kanten. Niet omdat het tien kilometer is, maar om zoveel mensen bij elkaar te zien en er is herrie en ontzettend veel indrukken. Ik spreek nog met Vincent af waar we elkaar weer zullen zien. We dringen over de trambaan naar voor. Vincent vindt alles prachtig. Ik niet. 5:20 Zullen we gaan lopen. Zoveel mensen… zoveel…

En dan mogen we. Ik vind het overweldigend. Vincent geniet aan alle kanten en dat is leuk om te zien. Over de mat, horloge aan, verstand op nul en rennen. Zoveel mensen. Zoveel mensen die ik in ga halen. Natuurlijk starten we hard, maar ik hou me in. Ik zoek mijn weg. Links, rechts, trambaan. Overal geluid. Ik weet niet waar ik ben of blijf, ik beleef het. Stoepje op en af. Trambaan. Ik loop stabiel en zal heus niet vallen. Wat doen al die mensen hier?! Vincent houdt me bij en hij gilt bijna van plezier. Ik ben overstemd door de enorme massa aan alles. Aan publiek, hardlopers, muziek. In de Boezemstraat staat een DJ die Vincents hart steelt en ik weet niet hoe ik dit door moet komen. Er is geen plaats voor mijn gedachten. In mijn hoofd ben ik ergens anders: ik simuleer een hele triatlon. Ik ben nu aan het ‘zwemmen’ de komende drie kilometer. Inkomen. De eerste kilometer ging in 5:20. Ik roep naar Vincent alleen maar de tijd, verder ben ik bezig met lopen en met verwerken. We steken over en ik blijf maar mensen inhalen. Wat doen zij in startvak 2?! We gaan het Kralingse Bos in. Al is het bos anders als in mijn beleving bij het woord bos. Klinkertjes.

Ik hou het tempo hoog. Wat inhoudt: heel veel inhalen. Heel veel. Het tempo gaat naar 5:12 ofzo. Ik weet het niet meer. Overal borden met de afstand. Vincent huppelt bijna van geluk. Dat is mooi. En de lifestylecoach die heel hard tegen iedereen roept: rechtop lopen, blijf ademhalen! Dat vind ik ook leuk. Lachen is goed. We zakken terug richting tempo 5:20. Ik ontdek dat mijn hoofd niet meedoet. Ik heb het warm en de gedacht dit-kan-ik-niet dringt zich op. Ik zeg tegen Vincent: het gaat niet goed. Dan gaan we langzamer, zegt hij. Maar het zit niet in het tempo, het zit in mijn gedachten. Ik kan het niet keren dat ik denk dat het niet goed gaat en daar baal ik van. Nog een stukje en dan is het zwemmen klaar. Doorgaan!

Ik let niet echt op de omgeving. Er wandelen al mensen! En er zijn dikke mensen. Van alle maten en soorten zijn er mensen. Waar ik / wij omheen gaan. Ik kan er niet van genieten. Ik kom er gewoon niet in. Dat is balen zeg. Loop ik me hier uit te sloven, vind ik het niet echt leuk. Het enige waar ik van geniet is van Vincent met zijn megablije gezicht. Ik zit in zone 4, hij in 2. Maar mij er doorheen kletsen kan ie niet. Mijn eigen gedachten liggen dwars.

We komen langs het water te lopen. Dit is fietstijd tot 7/7,5 kilometer. Doortrappen. Vincent maakt een foto. Ik zie de skyline van Rotterdam en even dringt er een besef op hoe machtig dit is, maar het is te laat om door te dringen. Langs de molens. Ik registreer het allemaal, maar ik vind het niet leuk.

Ik zie de fotograaf van Almere, mijn held; hij ziet mij niet, maar ik ben er erg blij om. Dan water. Ik gooi het over me heen en krijg een slok binnen. Vincent hoest het naar binnen. Waarom lukt dit mij niet? Waarom vind ik dit niet leuk? Is het omdat ik liever de marathon had gelopen? Is het omdat dit mij ‘te min’ is? Of is het te druk en ben ik dat gewoon niet meer gewend? Is het al dat inhalen wat me ietwat irriteert? Ben ik meer van het bos dan van asfalt rocken? Teveel herrie? Ik kan het niet vatten, maar ik geniet gewoon niks. De snelheid is formidabel, maar ook dat doet me niets. We gaan de stad in en overal is publiek en er staan borden met leuzen die Vincent wil lezen. Waarom wandelen mensen?! Geen één gedachte bereikt mij echt. Ik denk nog even aan de held voor wie ik dit loop omdat hij geen marathon en geen triatlon meer doet vanwege hartklachten. Hij is mijn held. Het stemt me niet gelukkiger. Ik zeg Vincent dat hij zijn eigen tempo mag gaan, maar hij blijft bij me. Hij heeft alle energie over om te genieten van de muziek en de atmosfeer. Ik loop zo snel ik kan naar de 7 kilometer toe. Klaar met fietsen. Nog 3,5 kilometer ‘marathon’. En dat kan ik! Ik verhoog het tempo en ik kijk om me heen. Ik hoor de personal coach van Klaas met zijn rastahaar en lange benen die iedereen in zijn enthousiasme meetrekt. “Blijf achter me” “Stevige stappen zetten mensen” Waar zijn we in ‘s hemelsnaam en hoe lopen we nog? Ik begrijp niks van Rotterdam en ik heb er ook niks mee. Ik krijg berichten van mensen die de marathon starten. Zet ‘m op! Ik zie echt veel mensen die moeite hebben met 10 kilometer, met hardlopen. Ik haal nog steeds erg, erg veel mensen in. Wie is er in het verkeerde vak gestart, zij of ik? Ik weet het wel: Anke. Ik leg het tempo nog hoger, maar voel dat we nog ergens omhoog gaan. Wanneer gaan we die Coolsingel op? Het enige waar ik echt even ontzettend van geniet is dat we onder de blokhuizen door lopen. Dat dringt door!

10 kilometer in iets van 51 minuten hoog. Ik loop een kilometer van 5:00! In de verte hoor ik ‘You never walk alone’ aan de marathonstart. En dan naar de finish toe. Het is ontzettend overweldigend. Ik ben moe en verhit. Wat zal ik blij zijn als ik er ben! Vincent filmt ‘rastahaartje’ en hij geniet zich echt suf.

We gaan hand in hand de finish over. 54 Minuten. Ik heb snoeihard gelopen, maar ik heb niet kunnen genieten. Eerlijk gezegd was dat het doel en dat heb ik niet op orde. Hoe snel mijn benen ook waren, hoe fysiek sterk ik ook ben: als mijn hoofd niet meeloopt, kan ik niet echt tevreden zijn.

Vincent naast me die uit zijn dak is gegaan is het allemaal waard. Dat hij zo onwijs genoten heeft van zijn eerste 10 kilometerwedstrijd is fantastisch. Hij kan sneller, maar dit vond hij prachtig: de muziek, de ervaring, de enormiteit. We lopen samen verder. Ik ben als altijd supersnel weer bij, geen last van welk fysiek ongemak dan ook. Niets. We nemen de medaille aan en Vincent verovert een banaan. Flesje AA mee en dan gaan we de tassen weer halen. Vraag mij maar niet hoe het ging, want ik kan dat niet goed beantwoorden. Ik kan het niet goed uitleggen, want met een gemiddeld tempo van 5:10 ongeveer moet ik toch superblij zijn. Maar het is ontzettend vervelend dat ik het niet leuk vond. Daar is nog wat te halen!

De lange middag begint als we de spullen weer hebben, warm zijn aangekleed en we bij de McDonalds zitten. Een puber heeft altijd honger! We volgen de marathonhelden via de app. Ik wil de finish van de winnaars zien. We gaan op de tribune staan en zien het scherm en horen de verslaggever. We leven mee met Bjorn K en dan komen de winnaars er aan. Geweldig, wat gaaf om nu hier te staan! Ik vind dat gaver dan zelf lopen! Die tribune ontploft als ze sprintend voorbij komen! Wow. En dan zie ik Bjorn eindelijk een keer echt lopen en dat vind ik er prachtig uitzien. We wachten tot Nienke binnen is. Ook daar krijg ik kippenvel van. Geweldig.

Op de app houden we bij hoe het de anderen vergaat. De trainer van Vincent is ingestort. Ook SG voor wie we hier zijn, vertraagt. Mijn held HB loopt superstrak door. Vincents benen doen pijn van het staan. We gaan even naar de Decathlon en het jasje past nog in mijn tas erbij. Dan terug om HB op te vangen en te kijken of we bij SG kunnen komen. HB is mijn ‘proefkonijn’ en even splitsen Vincent en ik op. Het lukt mij om HB even te spreken, een hartverwarmend gesprekje. Hij heeft zich supersterk keurig aan zijn woord gehouden: 3:45 zei hij voor vertrek en dat is hem gelukt. SG vertraagt verder. Vincent en ik vinden elkaar met moeite terug, want het is nu ontzettend druk. Zoveel lopers… We zoeken een plek op een bankje om zelf bij te laden en de telefoons moeten dat ook even. Dan gaan we terug naar de finish voor SG. KH is op de fiets gekomen en die nemen we straks ook mee terug met fiets. Dat is ook nog een ding: ik moet het fietsenrek erop zetten. Nu komen de echte helden in het finishgebied: mensen die lang hebben afgezien, die hebben doorgezet. Voor deze mensen heb ik meer respect dan voor de allersnelsten die alle tijd hebben om te trainen. Dit zijn gewone mensen die alles op alles zetten! Diepe buiging.

KH gaat een stuk met SG mee. SG heeft het heel zwaar. Ze heeft last van haar knie en moet veel wandelen. Dat is wat ze niet wilde! Toch finisht zij ook, al had ze gehoopt op iets sneller (ze is net binnen de 5 uur binnen) en vooral op leuker en meer genieten. We vangen haar op en vinden ook KH. Het is minder druk nu. Ik vind SG echt knap, ze dacht nooit een marathon te kunnen lopen en nu heeft ze de medaille om. Ze moet omkleden en mensen gedag zeggen en dan moeten we met de metro weer naar de auto. In de metro zit een houjebekhond, waar Vincent en ik dubbel om liggen. Verder vind ‘k het ritje veel langer duren dan vanmorgen. Mijn medaille hangt onder mijn jas. Geen wereldprestatie mensen. Ik merk dat ik moe ben, maar nu helpen Vincent en KH me er doorheen.

Mijn hartslag bereikt echter wel een hoogtepunt als er op de A16 nog iets niet goed gaat met de fiets van KH en we moeten stoppen op de snelweg om deze opnieuw vast te zetten. Ik rij daarna heel rustig qua tempo, maar met samengeknepen billen! Met KH en SG is het wel altijd heerlijk: de drie triatlonmeiden. Bij de patat en de hamburger ‘s avonds blijk ik van de 520 vrouwen van mijn leeftijdscategorie 19de te zijn geworden. Dat is goed! En nergens, niks geen last. Maar toch vond ik het niet leuk. Kan er niks aan doen. Niet genoten. Wel goed getraind en goed gelopen!

11 April uitfietsen samen met Vincent ??‍♀️ ??

Ik ben vermoeid. Morgen neem ik een dag vrij! Dat kan met mijn collega en ik doe het gewoon, ook al voel ik me een beetje schuldig. Vincent heeft een nieuwe fiets. En die gaan we samen testen. Ik moet 100 minuten een hoge cadans draaien. Mijn benen kunnen dat en de avond is ook lang genoeg voor een groot rondje Oostvaardersplassen. Vincents benen vinden het minder goed, maar die hoeft dan ook niet zo’n gek hoge cadans te draaien. Ik doe het netjes met die hoge cadans en na een dik uurtje vind ik het eigenlijk wel lekker… Niet doorvertellen hoor! ? We gaan helemaal naar de sluisjes toe, een beetje tegen de wind in. Ik rij op het smalle fietspad vooraan en hou het tempo lekker. Ik kom niet boven hartslagzone 2. We gaan door het bos. Dat vind ik heerlijk qua omgeving, maar de bochten zijn een kleine uitdaging. Zowel voor het tempo als voor de cadans. Ach wat. Ik vermijd de brug, want ik weet niet precies hoe ver we ‘om’ moeten. Vincent geniet enorm van zijn fiets. We gaan richting Lelystad en hij gaat voor me uit. Wind tegen. Ook best joh. We rijden langs Lelystad en Vincent voelt iets aan zijn fiets. Ik krijg een app van KH dat haar fiets toch wat aandacht vergt helaas.

We maken foto’s van de fietsen op de brug en op de plek waar we Vincents vorige fiets (red schaduw) ook hebben gefotografeerd voor de eerste keer. Dan de Oostvaardersdijk op. De wind mee valt wat tegen.

Vincent gaat zijn snelheid testen. Ik probeer de cadans hoog te houden. Dit vind ik wel leuk: zonsondergang vooruit fietsen, een aardig tempo (maar dat is niet belangrijk), een redelijke cadans en lekker doortrappen. Al is die dijk best lang!

Ik film nog even de blitse rode fiets van Vincent en dan zijn we net voor de zonsondergang thuis in bijna 100 minuten (het is secondenwerk). Met een gemiddelde van 26,6 en een cadans van 82 valt dat allebei een beetje tegen. Maar de fiets van Vincent is goedgekeurd!

Categories: Geen categorie | Leave a comment