Brief aan mezelf

9 April 2012

Beste ik,

Daar sta je dan heel blij te zijn. Je hebt 5 kilometer achter elkaar hardgelopen. Zonder stoppen! In 30 minuten en 30 seconden. Het was leuk he? Wat ben je trots! En terecht! Want je bent pas net begonnen met hardlopen. Een half jaar geleden had je er nog niet eens aan gedácht. En nu, op je lekkere shape up schoenen en in je hardloopbroekje van de Kruidvat, heb je gewoon al 5 kilometer gerend. De paasdagen tegemoet. Het doel is gehaald.
Wat is er nou zo leuk aan, aan dat hardlopen? Buiten zijn en je fit voelen en nog meer afvallen, dat zal je zeker zeggen. Geloof me, het is een verslaving!
Zal ik je nog eens iets vertellen? Dit is pas het begin! Je kan je geen enkele voorstelling maken van hetgeen de komende tien jaar gaat volgen. Je hebt geen idee. Natuurlijk ben je nu van plan om 10 kilometer te gaan hardlopen. Dat lijkt heel wat. Maar voor de zomervakantie lukt je dat wel hoor! En dan een halve marathon. Lukt je ook wel. Je gaat nog een keer echte hardloopschoenen kopen en een hardloophorloge. Nu heb je daar nog geen idee van.
En het wordt nog veel gekker: trainingen in een groep en een marathon. Op dit moment heb je nog geen enkel idee of je half uur over 5 kilometer snel is en hoe je dat telt (in minuten per kilometer verklap ik vast) en of er nog andere mensen zijn die hardlopen. Wat die andere mensen doen. Het gaat nog een hele tijd duren voor je dat ontdekt. Het deel dat je tegen al die anderen altijd maar opkijkt, had je achterwege moeten laten!
Als je dat allemaal een beetje door hebt, heb je een trainer nodig. Hartslagzones, onverhard lopen, intervallen. Je gaat het tegenkomen en net als de afgelopen maanden werk je overal stap voor stap naar toe.
Vandaag heb je er nog nooit van gehoord: triatlon. Ik weet dat je nu nog denkt dat dat te maken heeft met skiën en schieten. Maar ook dat zal op je pad komen. En dan ga je drie sporten trainen, hoewel je hart altijd bij hardlopen zal blijven liggen. Deze week heb je alles bij elkaar 2 uurtjes hardgelopen, maar straks, over een jaar of 5 loopt dat op. Dan kijk je niet meer op van 8 uur per week of zelfs elke dag sporten.
Je kan nu nog stoppen! Gewoon thuis blijven! Geen tien kilometer gaan proberen! Maar dan mis al die geweldige mensen die je gaat leren kennen en met wie je een levensstijl deelt. Dan weet je niet hoe het is om je topfit te voelen. Je kunt blijven borduren en filmpjes blijven maken en een kind opvoeden. Maar met het geluk van kunnen sporten en bewegen wordt dat alles nog veel beter. Ik zei al dat het een verslaving is!
Na deze 5 kilometer volgen er zeker nog 17.500 hardloopkilometers. Dat je het vast weet.
En vandaag, tien jaar na de eerste 5 kilometer hardlopen staan er uren aan trainingen voor een hele triatlon. Het leven draait om fietsen, beter leren zwemmen, combineren en altijd weer dat hardlopen. Nieuwe schoenen. Lage hartslagzones voor 35 minuten staat er. Volkomen begrijpelijk inmiddels. Ingevoerd op een Garmin. Ook zo’n woord wat 10 jaar geleden nog niet in me opkwam. De schoenen lopen lekker, ik loop lekker, ik ken de weg, begrijp afstanden en hou me aan de hartslag. Foto’s maken onderweg. Alles opnemen en dateren. 5 Kilometer in alle rust. Ik weet niet meer waar ik 10 jaar geleden liep. Maar nu schrijf ik in mijn hoofd deze brief aan mezelf van 10 jaar geleden. Terwijl mijn voeten de stappen moeiteloos maken. Ik zweet. De kleren zitten lekker en ik weet prima wat ik moet doen. Ik ga alleen een stuk sneller dan 10 jaar geleden. De 5 kilometer red ik in 28 minuten. Met natte haren van het zwemmen.
Ondenkbaar, tien jaar geleden. Ik schrijf deze brief aan een totaal andere Anke als ik nu ben. Die eerste stap, die eerste 5 kilometer: het was groots. Zonder dat ik dat toen wist.



Ga zo door Anke! Het went. Uiteindelijk steelt het hardlopen je hart. Bepaalt het je leven. Wordt hardlopen een deel van jouw. Brengt het je alles waar ik nu sta en ren, tien jaar later. Niemand kan voorspellen wat er op het pad voor je ligt. Maar deze stappen waren buitengewoon waardevol. Vanaf hier word je je steeds meer en meer je beste zelf. Liefs en vooral: zet ‘m op! Groetjes van de Anke-van-nu

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-11

22 maart stressbeheersing ? , hardlopen en zwemmen ?‍♀️ ?‍♀️

Het is een hele drukke dinsdag: eerst wat extra werken met een presentatie die ik soort van georganiseerd heb. Dan een onwijze stressoefening: piano spelen in de openbare bibliotheek. Een aanslag voor mijn zenuwen! En precies om dat te trainen en oefenen doe ik het. Vincent gaat mee. Het valt mee en ik kan ook een paar stukje spelen.

Daarna moet ik nog een hardlooptraining doen, maar dat is niet zo stressvol! Tenminste… Het is alweer aardig lang dat ik moet lopen. Even goed uittesten of ik inmiddels 75 minuten aan de gang kan blijven zonder wandelpauzes. Met een paar versnellingen er tussenin. En in korte broek! Het is lekker weer. Vincent gaat opeens mee. Hij gaat maar een half uurtje en zal eerder teruggaan dan ik.

Het voelt stroperig, traag en zwaar aan. Vermoeiend. Het lijkt alsof we 7 minuten over een kilometer doen, maar dat is niet waar: het zit onder de 6 minuten. Dat verbaast me wel. Ik baal er van dat het zo moeilijk lijkt. Vincent loopt naast me te kwebbelen en te roepen dat het zwaar is. Ja, nou! We lopen langs de Vaart.

Hij gaat straks binnendoor terug. Ik ga een keer versnellen. Het zijn maar 2 minuten en echt hard gaat het niet, maar de 2 minuten zijn snel voorbij en dan dribbel ik. Vincent neemt de kortere route, ik ga naar het Kotterbos. Het is prachtig met de ondergaande zon en mijn tempo is lekker. Stiekem wil ik de 10 kilometer binnen een uur lopen. Dat zou vooruitgang zijn! Ik ga echter ook onverhard lopen en dat is wat zwaarder.

Ik blijf netjes binnen de hartslagzone. Zone 2. Ik zie de runderen aan de andere kant staan en ik vraag me net af hoe al die anderen altijd hordes herten zien als ik ze bijna mis terwijl ze naast me staan!

Niet teveel bezig zijn met de tijd en het tempo Anke…. Niet denken dat dit allemaal te bekend is… Ik doe nog een versnelling naar zone 3 en dribbel dan 30 seconden. Jep, het is doorwerken en zweten, maar ik hou het vol. Ik moet nog een ommetje maken en er loopt iemand voor me te intervallen, maar ik krijg haar niet ingehaald. Als ik de brug op ren moet ik echt even aanzetten om de tien kilometer binnen een uur vol te maken, maar het lukt!

Ik zou nu kunnen vertragen, maar ik doe dat eigenlijk niet. Ik loop gewoon lekker door en laat de tijd iets los. Ik maak 12 kilometer vol en de laatste paar minuten laat ik zitten. Ik loop precies 5:58 gemiddeld. Benieuwd hoe dat gaat met een halve marathon zaterdag!

En dan ga ik ‘s avonds laat nog zwemmen. Morgen kan ik niet en ik wil wel weer graag een hele training meedoen. TR staat er met stickers.

Eigenlijk vind ik van 21:00 tot 22:00 een rottijd en ik ben al wat vermoeid aan alle kanten. Ik zwem niet vooraan, ik doe wat mee en ik kruip helemaal in mijn eigen wereldje. Geen gekwebbel, geen animo: gewoon zwemmen. Veel in korte stukken van 50m en veel versnellinkjes. Daar heb ik moeite mee. Ik pak soms de pullboy er nog even bij. Als we moeten sprinten, doe ik mijn best en dan gaat het opeens fantastisch! Dan maak ik me even druk voor 25m en dan is de slag krachtig en goed en het ademmoment ook.

Ik ploeter me door een uur heen. Voelt niet zo makkelijk. Ik hoop dat ik morgen bij de zwemanalyse wel kan laten zien dat ik het goede ademmoment heb. En dat ik kan leren hoe ik snelheid kan oppikken, want dat ontbreekt nu.

23 maart Zwemanalyse Tri2One Coaching ?‍♀️

Samen met Vincent ben ik een stuk minder gespannen! Ik weet nu ook wat ik kan verwachten en ik weet ook dat ik vooruit ben gegaan. Alleen qua tempo nog steeds niet echt veel. Vincent is zijn zwembril kwijt, wat ie natuurlijk ontdekt als we op punt van vertrekken staan, grmbl. Maar goed, we zijn op tijd. Na een kort gesprek vooral met Vincent, kleden we snel om. We gaan in het duo-bad. Ik wil graag links, omdat ik rechts adem en Vincent dan kan zien. Uiteraard duurt het wat langer voor Vincent in het water springt! Ik zwem gewoon rustig en kalm en ik weet wel wat ik moet doen inmiddels. De conclusie komt al snel: we zijn duidelijk familie! Wat ik eerst verkeerd deed, maar nu niet meer, daar moet Vincent nu aan werken: de brede insteek. En ik moet verder weg insteken. Ik ben veel te dicht bij mijn hoofd gaan insteken, waardoor mijn arm zich in het water nog lang moet uitstrekken en dat remt af. Ik snap het wel, maar ik vind het moeilijk om echt heel ver voor me uit te strekken. Terwijl Vincent breed probeert, leg ik me toe op ver. Geen van ons lukt dat in 1 keer, maar dat zou ook te mooi zijn. Ik merk echter dat ik een stuk kalmer en makkelijk zwem als de eerste keer dat ik zo’n zwemanalyse deed! Vincent klooit wat met zwembrilletjes.

Het tweede punt van Vincent houdt het midden tussen zijn ademhalingsmoment en zijn doorhaal. Net als bij mij. Deze keer legt de instructeur het minder goed aan hem uit dan bij mij en Vincent hoeft niet direct bij te leggen, maar hij moet goed opletten en vooral eerst breed insteken. We krijgen allebei een stokje wat we voor ons moeten houden en vast moeten houden. Dan ga je vanzelf breed en in mijn geval ver. Ik vind het onhandig en als ik het door heb, laat ik het stokje even gaan. Dan komt mijn grootste winstpunt: de doorhaal onder water. Ik maak ‘m veel te breed onder water en duw nauwelijks water weg. Ik moet voor mijn gevoel helemaal naar binnen steken en mijn onderarm als peddel inzetten. Allemaal mooi en aardig, maar dat voel ik in mijn armspieren! En in mijn rug! Ik moet werken om te zwemmen! Dat was niet het idee… Ik moet mijn best doen en me inspannen! Ja hé… Maar het werkt wel enorm goed, want ik zwem een stuk sneller en krachtiger. “Ja”, gniffelt de instructeur, “de rugspieren en armspieren zullen sterker moeten worden!” Inmiddels heeft Vincent het tijdsklokje ontdekt. Ik heb daar nog nooit naar gekeken, al verzekert hij mij elke keer dat het sneller gaat. Dat boeit me niet zo, maar nu ga ik echt beduidend harder! Ik denk dat het klokje overdrijft en dat ik niet zomaar 1:45 op de 100 meter zou kunnen halen, maar onder de 2 minuten zou al leuk zijn!

Ik heb al spierpijn als we ons omkleden- dat belooft wat. Uiteraard ga ik me hier suf mee oefenen. Jek, krijg ik van die brede schouders 🙁 Volgens de instructeur zouden er met mijn techniek weinig beperkingen moeten zijn om hard te kunnen zwemmen. Dat is een compliment. Maar dan moet ik bereid zijn me kwaad te maken in het water!

24 maart baantraining hardlopen

Oei, oei. Zo gemakkelijk als het een paar weken geleden liep, zo zwaar was het nu. Vooral bij het inlopen kwam ik maar stroperig vooruit. Niet bepaald iets te duiden, geen speciale kortademigheid of een pijntje, maar vermoeid en zwaar all-over. Ik moest er echt hard voor werken. Toch wat schaddelijk, dat gedoe met Corona. En in de versnellingen was het helemaal trekken. Het inlopen leek echt even wennen en ik heb niet zoveel gekletst. Op de baan gingen we veel versnellingen doen. Eerst 2x 400m elke 100m sneller met dribbelpauze, maar ik snapte niet goed waar die zat, die 100m en of we er tussenin moesten wandelen of naderhand, dus ik deed ‘m tussen de 400m in, maar dat was niet goed. Dus ik had wandelpauze over en versnelde nog een keer 200m. Lastig als de opdracht een beetje vaag is. Maar goed: ik versnelde en ik nam ook de rust. Toen 2x 800m met elke 200m versnellen en 400m rust er tussenin. Vooral het versnellen viel me niks makkelijk. Daarna deden we nog 4x300m: 100 rustig, 100 heel hard, 100 wandel/dribbel. Vooral heel hard vergde veel. Dan willen mijn benen en mijn hoofd gewoon niet zo.

Ik was blij dat het er weer op zat. Het zal een hele kluif worden aanstaande zaterdag bij de wedstrijd… Ik ga kijken of ik de opdracht van 9 januari van de Alternatieve Egmond kan herhalen. Volgens deze trainster onhaalbaar, zeker de lage hartslag in het begin als je vol energie zit. Ik ga het wel zien: ik hoeft alleen maar de finish te halen en dat zal al lastig genoeg zijn!

25 maart Fietsen, koppeltraining hardlopen en zwemmen

Ik begon met nog geen uurtje losfietsen. Dat ging best lekker. Het is niet te lang, niet ingewikkeld, lekker weer (al was het jasje geen overbodige luxe). Lekker solo mijn eigen weggetje naar de sluis op de Knardijk en met wind mee terug. Ik had van tijd tot tijd geen zin. Maar ja, liggen en trappen. Aan iets anders denken! Ik hield de cadans retegoed in de gaten. Zo hoog mogelijk is best een ding voor me. Heerlijk peddelen.

Ik maakte me maar niet druk, maar tempogewijs was wind mee een stuk leuker! Voor mij is een cadans van 83 echt top bij een gemiddelde van 27 km/uur: niks meer aan doen. 

Eenmaal weer thuis omkleden naar loopkleding. 20 minuten inlopen gingen heerlijk soepel. Ik ben dan warmgedraaid door het fietsen en lopen lijkt dan een makkie. En toen moest ik versnellen! Net als gisteren bij de baantraining, was dat een hele opgave. Het komt er gewoon niet goed uit. Zware benen. Elke 100m harder voelde als volgt: 100m relaxed, 100m comfortabel, 100m hard, 100m a-relaxed zo hard mogelijk. Na twee keer moest ik zelf twee keer in de gaten houden omdat ik de training niet goed had gemaakt. Leuk bij de bloesems kwam ik uit. Ze staan vol in bloei en het is prachtig. Even een fotootje maken hoor!

En even Manuel gedag zeggen die daar wandelt. Ik moet de route telkens iets oplengen. Nieuwe schoenen aan helpt ook mee dat ik vandaag net ietsje beter kan dan gisteren. Ook hier van tijd tot tijd totaal geen zin meer, net als bij het fietsen. Ik pak de zin wel elke keer weer op. Het was warm. Raar om in fiets kleren te rennen, maar het voelt leuk trisuit achtig. Ik was net zo rood als het pakje. Uiteindelijk loop ik de 5 kilometer vol.

Morgen gaat het zwemmen niet lukken door de halve marathon. En ik wil toch oefenen! Ik ga dus naar het banenzwemmen in Poort. Geen opdracht anders dan: ver insteken en vooral krachtig doorhalen. Een beetje mijn best doen en een beetje boos zijn in het water. Vieze brede schouders kweken, maar ook meer spieren, zodat het vetpercentage lager wordt. Laten we dat als een pluspunt zien. Ik duik een snellere baan in. Borstcrawl zwemmen. Eerst denk ik: ik zie wel. Na 300m denk ik: door voor de kilometer. Ik kan de klok zien, mijn brilletje is beslagen. Dat komt er van als ik me ‘boos maak’. Er zijn nog 2 of 3 andere mensen in de baan, maar ik trek me er niks van aan. Ik zwem op en neer. Ik voel mijn arm- en rugspieren. Verder hou ik me slechts bezig met het tellen van de banen. Dat gaat wonderlijk goed. 22 Minuten precies zwem ik op de kilometer. Zonder hulpmiddelen. Dat is voor mij een enorme overwinning. Ik pak het achtje erbij en zal nog een keer een kilometer gaan zwemmen. Dat gaat nog beter! Ik kan nu ook letten op de verre insteek en ik zie elke keer een tijd op de honderd meter onder de 2 minuten! Ik zwem de kilometer dan ook onder de 20 minuten en dat is voor mij echt geweldig goed. Mijn armen hoeven morgen gelukkig niet te lopen… Ik ga nog 500m zonder pullboy doen. Ik adem nu 1 op 4. Natuurlijk raak ik wat vermoeid, maar ik kan gewoon door. 11 minuten en een paar seconden. Als er al 2000m op zitten. 2500 meter en nog tijd over. Tja, nog 500m met achtje dan maar. Met het ver insteken wordt de catch onder water nog langer en krachtiger. Nu doen mijn schouders toch al pijn. 10 minuten.

Ik ben blij dat ik getraind heb. En even goed geoefend en gevoeld. Alle drie de sporten op 1 dag gedaan. Niet moeiteloos, maar het kan wel weer.

26 maart 2 Bruggenloop Halve Marathon Kampen

We waren mooi op tijd. Ik vond het wel leuk, weer een wedstrijd. En dan lekker laat beginnen. Omdat ik met het volle recht zou kunnen uitstappen en ik geen enkele verwachting had van de wedstrijd was ik ook niet echt zenuwachtig. Ik had nog snel zonnebrand gescoord, want die was ik vergeten. Beter dan Vincent: die was zijn hardloopschoenen vergeten! Rugzakje mee en vooraf al een bidon sportdrank geleegd. Ik liep even in en zocht de trainster even op. Het was haar idee, deze wedstrijd.

De zenuwen waren er nauwelijks, tot in het startvak, maar toen ging het al snel los. Rustig starten, zo voelde het wel, maar dat was het niet. Het was te druk om in te houden. Het was direct warm. Ik zwaaide nog even naar Vincent en naar Rob.

Ik vond de weg op de ‘oude brug’ leuk! Liep ik expres over de weg en niet over het fietspad. Toen ik hier vorige keer liep samen met Joyce (in tegengestelde richting weliswaar), was het stormachtig en nu weer wat te mooi weer! Het was druk op het fietspad en ik zat in een groep met een tempo wat eigenlijk wat te hoog lag, maar ik kon niet inhouden. Mijn hartslag was ook redelijk hoog. Ik hield dezelfde ‘training’ aan als op 9 januari bij de ‘Alternatieve Egmond’, maar ik maakte me er nu niet druk over. Zo’n lage hartslag als ik toen voor het eerste kwartier opkreeg is toch niet haalbaar. Ik liep nu op dezelfde hartslagen, maar nu hoorde bij hrf 154/155 ook een tempo van 5:45. Dat was in januari een tempo van 6:00 bij een hogere hartslag.
De brug op lopen vond ik zwaar. Dan kom ik echt nog even energie tekort. Zeker omdat er niemand achter me leek te lopen! Ik dacht nog: dit wordt ‘m niet, nog geen 5km onderweg en het is al heftig! Ik genoot wel.

De brug af vond ik ook niet beter en ik dacht echt even: zal ik nu al uitstappen… wel leuk met veel publiek en toeterende auto’s. Op 5 km langs de post gestopt voor gel en water. Binnen 29 minuten. Niet zo best, want ik moest het eerste half uur rustig aan doen.

Lange wegen. Ik kwam er moeizaam in. Veel buitelende gedachten. “Leuk wonen hier” “Mooie sokken heeft die Gert” “Grappig accent hebben ze hier” “Hoe ver moet ik nog” “Wat geinig, zo’n clubgenoot op de fiets die met water rondrijdt” “Ze kennen elkaar hier allemaal zeg!” Dan het punt waar 15km naar links ging. Ik de dijk op. 7km in 40 minuten. Eenderde. Of in mijn beleving: 1 keer het rondje Weerwater gehad en terug in de Arena. Op de dijk werd ik rustig. Kwam in een ritme. Gewoon van brug naar brug lopen en zien wat lukt. Bedenken dat alles goed is want 3 weken geleden was ik nog ziek. Mijn benen doen het wel. Onder de spoorbrug (lekker in de schaduw) haal ik de eerste persoon in. Het loopt nu ver uit elkaar. Ik ben niet echt de laatste. We moeten een raar ommetje maken de volgende brug op. Het is rustig en zonnig.

Weer water over. Dan een pad ‘terug’ wat uit twee sporen bestaat. Ik pak m op. Hou gestaag mijn eigen tempo aan. Hartslag rond de 154 en tempo 5:40/5:50. Gel en water bij 10km en dan, na 11km kom ik op bekend terrein: afzien en doorzetten. Heerlijk! Blik op oneindig en ik ga mensen inhalen. Niet hard, maar gestaag. Het tempo vasthouden. Ik ga niet sneller, maar die andere mensen gaan langzamer. Wellicht staat er ook wind, maar ik merk dat nou nooit. Hooguit dat ik het verkoelend vind.

Ik wilde de laatste kilometers gaan versnellen, waar ik naar uitkeek. Ik bleef mensen inhalen en foto’s maken ook nog. En een beetje tellen, met versnellen kan het binnen 2 uur. Na 15km werd het echter echt zwaarder. We passeren een sluis en ik heb het kaartje niet meer zo goed in mijn hoofd vanaf hier. Ik blijf maar mensen passeren en dat verbaast me. Ik haal een meisje in met een middle distance shirt van Almere tegelijk met een andere man die zegt: “jij hebt nog tempo en dat met bepakking”. Ik denk: jij bent je tempo kwijt en die bepakking heb ik hard nodig met dit weer! Ik dronk wel keurig, maar ik krijg de rugzak lastig leeg. Kampen weer in.

Het is onrustig en ik moet goed kijken naar de pijlen en de route. Voor me loopt een dame die ik ook nog inhaal en ik zeg haar dat de post op 16km staat en niet op 15km. Ik heb zelfs een beetje zin in de gel! Ik haal een meneer in die wandelt en dan gaan ze achter mij aan weer hardlopen. Ik merk op dat het warm is en hij beaamt dat. Zijn schoenen zien er nieuw uit, maar dat komt omdat hij er zuinig op is, zo vertelt hij. En dan loop ik weer door. Op mijn oude schoenen wiens laatste rit dit is.
Op 16km stond de post en nam ik een gel en toen begon de band de pianoman te spelen. Ik brak zowat! Emotioneel. Tranen liepen over mijn wangen. “Het is niet meer zover hoor”, zeggen omstanders, maar mij gaat het even niet om het hardlopen. The PianoMan die ik dinsdag nog speelde op de piano. Hoe dan?! Ik liep er een kilometer op en toen bleek versnellen ver buiten bereik. We slingerden Kampen door langs de parken. Ik kreeg er weinig van mij, maar bedankte omstanders en verkeersregelaars. Mijn zicht was wat vertroebeld. Ik ging lopen voor de paaseitjes. Het was druk met mensen die al hadden gelopen en die in het park aan het spelen waren.

Ik had het zwaar, wilde wandelen, maar ik hield vol! Blijven rennen en inhalen. Om het hertenpark. Gaat er nog een meneer tegen mij kletsen, maar sorry- ik heb alleen nog maar kracht om door te lopen! 2 uur lukt niet. Zoeken en afzien in Kampen in de laatste km. Ik zag Vincent, verder al redelijk rustig.

Ik ga het halen binnen 2 uur en 3 minuten die ik voorspel heb. Blij dat ik er was! 2:02. Netjes! Daarna vreselijk aan de diarree in de Dixie. En eventjes de 100m extra lopen om op 21,1 uit te komen. Ik ben natuurlijk vrij snel weer bij en drink nog veel water. Als we de brug over wandelen naar de auto komen we nog familie tegen! Hoe is het mogelijk? Ik herken ze. We kletsen even en dan ga ik in de auto aan de paaseitjes en ‘s avonds aan de hamburger!

27 maart – Losfietsen

Het is zondagmorgen en we hebben de middag vol staan, dus Vincent en ik gaan samen op zondagochtend uitfietsen. Even een stukje over de dijken.

Het gaat niet hard. Dat willen we allebei niet. Wel houden we beiden de cadans hoog. Het is koud! Mijn benen trappen wel, zeker als ze niet hard hoeven te gaan.

Maar ik ben moe. Mijn hoofd is moe. Na 56 minuten heb ik het eigenlijk wel helemaal gehad met het fietsen. En met alles. We zijn pas na een dik uur thuis. De halve marathon galmt dan nog na en vandaag is er weinig rust. Dat voel ik dan aan alle kanten. Ongedurig, slechte concentratie en vermoeid. En dan hebben we ook nog een uur minder mogen slapen! We maken een ronde van 25 kilometer vol. Dat past net. Tussen overhoren in de auto, de winkel bezoeken, de verjaardag met lekkere taartjes, kletsen, uit eten, de marathons en topprestaties volgen en nog meer Franse woordjes leren op de terugweg. Ik heb deze week net geen 50 kilometer gelopen en ik red het ‘avonds ook niet meer.

28 maart Intervallen in de fietstraining 

Vincent gaat naar de fietstraining. Ik niet, want dat is op een onhandig tijdstip en op een onhandige plaats en met een vervelende groep. En ik wil graag voor het donker thuis zijn. Ik heb mijn eigen training van 2 uur met een achttal versnellingen er in. Met een ommetje voor Vincent fiets ik naar de dijk. Ik heb mijn eigen muziek aangezet en ik luister naar een chill-lijst, maar ik vind het niet echt chill. Eenmaal op de dijk gaat het lekker: windje mee, rustige omgeving, goed tempo en een hoge cadans.

Ik trap flink door tot bij Marina. Hoe ver ik ga komen vandaag weet ik niet precies, maar via Haven is denk ik net iets te veel gevraagd. Het Kromslootpark dan maar. Daar beginnen ook de versnellingen van 2 minuten met 2 minuten rust tussendoor. Mijn benen verzuren! Dat doen ze eigenlijk nooit en ik trek me er ook niks van aan. De hartslag komt net niet in zone 4 in die paar minuten. Terwijl ik wind tegen heb! Ik kom schaapjes tegen. Schattig.

Bij de schaapskooi bemerk ik echter mijn ‘foutje’ op, want nu zitten tussen mij en het Kasteel stoplichten, bochten, andere fietsers en veel onrust. Ongeschikt voor 2 minuten versnellingen. Ik kom niet goed uit. Maar wel langs het Weerwater.
In de volgende twee minuten een bruggetje, een bocht en 2 fietsers die mij niet horen aankomen. Ik wil zo snel mogelijk naar de Trekweg, van daaruit kan ik zien of het me lukt om 50 kilometer te halen voor het donker. Maar voor ik daar ben zit nog een brug, nog wind tegen, nog verkeer en nog twee versnellingen. Pas bij de laatste twee kan ik lekker rechtdoor de Trekweg over, maar wel met wind tegen! Ik mag uitfietsen en ik pak een extra versnelling mee, omdat ik er een paar niet goed kon uitvoeren.

Ik heb tijd genoeg om een brug verder te pakken. Voor mijn doen fiets ik hard en goed en span ik me echt in. Maar als ik kijk naar andere vergelijkbare dames die ook intervallen doen of de racefiets naar het werk nemen: die rijden allemaal 27 kilometer per uur of harder. Ik ben benieuwd of ik dat red vandaag.
Ik haal in elk geval 50 kilometer! En ik ben voor het donker thuis. En ik maak de training af. Met een gemiddelde van… 26,8. Dat irriteert me van tijd tot tijd. En vandaag is een ‘tijd’. Wat doe ik nou zo verkeerd?! Mijn cadans is hoog, mijn tempo is hoog: komen die anderen nooit verkeer tegen? Ik heb toch de hele winter doorgetraind? Wat merk ik daar nu van. Ik ben klaar met die trainers die zeggen dat ik me pas in een wedstrijd hoef te bewijzen, want het is gek dat dat voor anderen niet zou gelden. Vandaag heb ík goed getraind: met verzuring, met intervallen, met snelheid en ik heb een halve reep opgemaakt op de koop toe.

29 maart. Koppeltraining

Ik werk, ik maak het huis schoon; want dat is echt heel erg nodig en ik overhoor Duits. Dan kan ik beginnen aan fietsen en hardlopen. Ik heb een plan bedacht: ik ga op de tijdritfiets – die is sowieso sneller. En ik zet de meting van de training pas aan als ik de wijk uit ben, warmgedraaid ben en ik op tempo fiets. Het fietscomputertje gaat vanaf de start aan. Ik ga weer naar de dijk. De tijdritfiets is eventjes wennen, maar ohja – dat was een racemonster! En ik zit er zo anders op. En nu kan ik schakelen. Ik rij zonder muziek, want die ben ik vergeten aan te zetten. Het gaat hard. Echt hard. Hoge cadans, lage hartslag en hard. Dan is de dijk opeens nog korter en ben ik snel bij de Noorderplassen! Over het koeienpad. Ik heb wind tegen. maar als ik ga liggen merk ik dat minder en blijft het tempo hoog. Mijn hoofd vindt deze snelheden wel leuk. Die geniet best van dit experiment. Mijn hart vindt het prima: die blijft lekker in de goede zone hangen. Mijn benen hebben het echter minder naar hun zin. Ze trappen rond, maar zijn (op zijn best gezegd) wat gevoelig. Ruim voor het fotomoment zet ik het horloge uit.

En als ik op tempo ben, zet ik het horloge pas weer aan. Ik zoek de wegen met de minste weerstand en vandaag ben ik zo’n vervelende wielrenner: niet al te sociaal voor de andere weggebruikers. Het gaat prima hoor, maar andere weggebruikers in de verte zijn vooral ‘doelen’. Het kost een eend bijna het leven, want we schatten elkaars snelheid niet goed in. De 3 kwartier gaan voorbij en als ik een soort van ronde heb, zet ik voor ik de wijk weer in ga, het horloge stil. Een tempo van 28,5 kilometer per uur. Je moet het dus tweaken. Niemand kijkt naar de pauze-tijd.

Ik neem een gel, drink sportdrank, kleed me om, praat tegen Vincent en ga naar de WC. En dan ga ik op de nieuwe schoenen hardlopen. Het voelt niet gemakkelijk, maar het tempo ligt wel hoog. Mijn benen vinden dit echt een slecht idee! Ze trekken wat spieren en protesteren. Dat doen ze zelden. Even worden ze gered door een telefoontje van mijn werk. Mijn collega is ziek, dus ik moet wel opnemen. Onhandig en lollig tegelijk. Als ik weer opstart, voelt het gemakkelijker. Uiteraard laat ik geen klokjes doorlopen! Ik heb een route waarbij ik langs de Vaart wind mee zal hebben. Ik loop 20 minuten in en dat gaat lekker.

Dan moet ik versnellen op afstand. Ik ga 1600m in zone 3 lopen. Het duurt even voor ik in de zone zit en mijn benen zouden schreeuwen als ze dat konden. Het tempo ligt aardig hoog en zestienhonderd meter is lang. Ik zweet. En heb het zwaar. Even vind ik de trainster niet zo aardig. Ik ga maar snel aan het tellen en hoop over de laatste 1000m met 300 tellen uit te komen. Dat leidt af, maar kost ook energie. Het is écht bikkelen. Mijn route gaat te kort zijn! 400m heel rustig dribbelen is zeer welkom en veel te kort. Dan de tweede van drie intervallen. Dit is nog zwaarder! Ik kom snel in zone 3 en tel me suf, maar ik iets minder hard en ik voel mijn hart nu meegillen met mijn benen. Zou ik door Corona dit niveau van inspanning even moeten opkrikken? Ik weet het niet, maar ik ben blij als ik in de rust kan oversteken, wandelend.

Nog 1 keer. Ik heb nu geen wind meer mee, ik haal zone 3 met gemak en ik heb het echt zwaar. He, ik deed nog een halve triatlon van het weekend! He, ik heb dit in maanden niet hoeven doen! Ik was het afzien al lang verleerd! Ik krijg ook nog wind tegen en ik kan wel tellen, maar het biedt nauwelijks afleiding van de schreeuwende, verzurende en protesterende benen. De laatste 300 meter baal ik dat de auto me voorlaat en haal ik bijna de meisjes op de fiets in! Ik wandel zodat de 400 meter lekker lang duren. Dadelijk zet ik het eten op en ga ik lekker in de douche. Het komt goed, benen! Dan dribbel ik weer, want ik mag nog tien minuten. Ik loop tien kilometer binnen een uur! Iets van 56 minuten. Nou ja, ik belde ook. Ik maak nog een korte stop om met een oud-vriendin te kletsen en dan heb ik meer tijd dan route. Ik loop achter de wijk langs. Dat had ik nooit moeten doen. Ik moet. Drukken. Poepen zo u wil. Als je dat vies vindt, dan moet je nu niet verder lezen. Na 10,5 kilometer in een uur en een soort van vol rondje, stop ik het horloge. Ik ga wandelen en de sluitspier samenknijpen. Dat red ik net niet tot thuis. Smerig! Goor! Vies! Ik gooi mijn hardloopbroek weg (en onderbroek ook) en ik moet de WC schoonmaken. Het is zo smerig dat ik er zelf onpasselijk van wordt. De lange douche komt er, maar is niet zo lekker als ik de benen had beloofd. De benen belonen me met een hele avond spierpijn.

30 maart Zwemmen ?

De oude vrouwenkwaal ‘slecht slapen’ laat zich weer gelden. Daar krijg je minder energie van. En minder zin. Ook in zwemmen. Maar goed, Vincent en ik gaan toch! Het is niet druk. Ik ga inzwemmen en tegenwoordig doe ik dat natuurlijk allemaal zonder achtje. Ik let op de doorhaal vooral. Eerst dat en dan ga ik wel eens een keer verder weg insteken. 300m maak ik vol. Zonder dralen. Dan gaan we 150m steeds iets sneller zwemmen. We zijn met z’n vieren in de baan, heerlijk. Vooral het hard zwemmen vind ik nog steeds lastig. Tussendoor armen en dat is echt easy. Ik lap netjes mijn horloge elke keer. We moeten 9 keer 100m zwemmen: de eerste 25m is dan steeds een andere slag, schoolslag of rugslag. En ik oefen maar met wat voor mij voelt als krap doortrekken. Dat voel ik in mijn armen, rug en schouders. Maar echt het gevoel dat ik wil werken in het water heb ik niet. Ik doe gewoon maar een beetje met dat zwemmen.

Nog een keer armen. En dan 25m borstcrawl heen en 25m rugslag terug. En dat nog een paar keer. Tot slot pak ik de pullboy erbij en zwem ik 100m waarbij ik wel echt mijn best doe en dan kan ik onder de 2 minuten zwemmen. Maar hou ik het vol om 3800m mijn best te doen?! Nu nog niet! Ik heb morgen zeker spierpijn en ik voel het eigenlijk ook al meteen. Blijkbaar moet ik nog wat aansterken.

31 maart Vincents intervaltraining in de sneeuw! ❄️

Ik heb zo mogelijk nog slechter geslapen en me vooral piekerend wakker gehouden. Dat helpt niet aan een vrolijke bui! Of geconcentreerd werken. Of een zorgeloze dag. Het is buiten koud, guur en ze voorspellen sneeuw. Ik heb geen zin in de baan. Dus gaan Vincent en ik samen voor het avondeten als het nog licht is. Net voor de sneeuw uit. Denken we. We doen deze keer de training van Vincent! 20 Minuten inlopen. Dat kan ik ook. Is ook een beetje mijn lage zone. Dat gaat lekker! Daarna zal Vincent 3 keer 300m heel hard lopen. Ik loop ook hard, maar niet zó hard!

Hij heeft 2 minuten pauze en ik dus iets minder 🙂 Voor mij blijven er zo’n 90 seconden over. Ik moet goed kijken waar hij stopt en tot zo ver moet ik ook door. We doen ons superstandaard intervallen rondje langs de lammetjes deze keer. Het begint te sneeuwen. Zo’n beetje. Dat is leuk. Het is in elk geval apart. Omdat ik door krijg dat het standaard rondje bij lange na niet genoeg is, lopen we ‘rechtdoor’ En zo komen we op een nieuw pad. Nog nooit geweest. Na 3 keer 300m hebben we 5 minuten seriepauze. En dat hele bubbeltje doen we drie keer in totaal. Ik vind de 300 meters leuk. Vooral tegen de wind in. Die vindt Vincent iets minder, want het is ook tegen de sneeuw in inmiddels. Hallo: zomertijd, lente vorige week, 31 maart: waar is het blijven steken?! Ik vind het wel afzien hoor, de 5de keer 300 meter. Het lijkt wel steeds langer te worden! Mijn tempo ligt wel elke keer onder de 12 kilometer per uur. Ik heb uitgeteld dat ik ongeveer 90 a 100 seconden nodig heb. Die kan ik mooi aftellen.

Ik doe mijn best en lap netjes elke keer mijn horloge. Vincent loopt hard voor me uit of hij loopt te grappen. Dit is leuker dan de baan! Ik krijg wel steek aan de rechterkant achter mijn ribbenkast. Da’s een rare. Nog 1 keer en we gaan lekker los in de sneeuw die inmiddels doorzet. We moeten ook nog 10 minuten uitlopen! We gaan in de wijk op en neer door de straten. Het gaat steeds harder sneeuwen! Doe normaal!

Dikke vlokken die al langzaam blijven liggen. Dit is geen 1 april grap, het is gewoon echt een grap van de natuur. Met al die versnellingen loop ik de 10 kilometer toch maar mooi binnen een uurtje. Mijn benen vinden daar wat van. Dan beginnen mijn darmen ook weer te werken. Ik kort het uitlopen in, zodat ik op tijd het toilet ben.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-10 opbouwen in 8 stappen

14 maart – Stap 1 – buiten fietsen ?‍♀️ ?‍♂️

Ze belt me! Mijn trainster belt me om de komende week het schema even door te spreken en me op het hart te drukken dat ik goed zelf moet voelen wat er lukt en niks te overdrijven! Ik mag er eigenlijk niet moe van worden, van de training. Geen sprints, geen intervallen en rustig weer terugbouwen. Hardlooptechnisch was ik al goed op weg en de kracht is er nog wel, en de conditie ook. Als er geen corona blijft hangen, is Hamburg prima haalbaar. Ik had al veel vertrouwen, maar omdat zij het zo simpel vertelt, geloof ik haar meteen en ik denk er niet aan om haar adviezen niet op te volgen! Ik werk weer vandaag, maar vanuit huis. Het is fijn om weer te werken en iets te (kunnen) doen en het is ook een beetje vermoeiend. Maar we wandelen alweer tussen de middag.

Om 5 uur sluit ik de werkdag en Vincent en ik gaan fietsen. Hij op mijn Cannondale, ik op de paarse fiets. Het is weer even spullen verzamelen: de goede schoenen, een cadansmeter, handschoentjes. We gaan voor een uurtje. Eerst door de stad tegen de zon in. Dat schiet allemaal niet zo op, maar ik hou de cadans hoog. In het centrum lopen we een beetje vast en ontdekken we nieuwe paden. Ik wil naar het Beatrixpark. Leuk idee, maar… we komen er niet uit. Ik wil ook naar het Polder Land & Love kunstwerk, dus daar dan maar heen. We komen er langs. Vincent is hartstikke blij en vrolijk en geniet van het buiten fietsen. Ik geniet daardoor ook nog wat meer, met zo’n blij ei naast me.

We komen op de dijk. De zon in de rug en de wind mee. Vanaf het bord tot aan het Bloq versnellen we. Vincent voor me uit, ik behoudender en niet over het streepje; de ademhaling onder controle houden.

Het is echt lekker om zo te fietsen. Al met al 30 kilometer in keurig 70 minuten. Redelijk lage hartslag en een cadans van 77, wat voor mij al aardig is. Tempo van 25,5, wat redelijk is. Ik ben wel moe, maar dat kan ook komen van een hele dag werken, het is meer een algehele hoofdvermoeidheid. Ik doe nog een lekkere yoga buikspieren krachttraining. Ik hoest nog, maar de enorme slijmlaag lijkt uit de longen te verdwijnen. Ik hoop echt dat het snel vooruit gaat.

15 maart Stap 2 koppeltraining Fietsen en Hardlopen

Slapen laat nog te wensen over. Hoesten, snurken en zweten zorgen voor een slechte nachtrust. Ik sta op met hoofdpijn. Het lijkt niet beter te gaan dan gisteren, maar het gaat in vergelijking met vorige week ontzettend veel beter. Omdat ik ook op mijn werk wat achterstallige karweitjes heb, besteed ik daar tot half 4 wat extra tijd aan. Maar dan ga ik snel fietsen! De volgende bespreking wacht maar even een uurtje op mij. Ik ga alleen, zet een muziekje aan en ga mijn eigen ding maar weer eens doen op mijn paarse fietsje. Ik vind dat ik nooit hard genoeg kan, de rest kan een stuk beter fietsen. Ik let maar eens op mijn cadans, maar het fietscomputertje is niet zo goed af te lezen voor me. Het is niet heel erg koud en er zijn weinig andere fietsers. Maar vooral is er weinig wind. De molens staan stil! Toch heb ik nu wind tegen. Ik dacht naar de Grote Trap te gaan, maar het worden de sluizen op de Knardijk. Daar stop ik even voor een foto.

Gek dat ik de kilometers op de fiets minder snel vindt optellen dan hardlopend. Gek is dat toch. Ik heb nu wind mee en de weg is lekker kaarsrecht en dan lukt het mij ook wel om gewoon hard te trappen. Ik kan de hartslag niet zien, maar ik denk dat ik boven het gemiddelde zit. Het maakt me ook niet uit. Ik fiets gewoon lekker en dit lukt. Soit. Ik ga de hele Trekweg af en dan de stad weer in. Mijn gemiddelde ligt nu lekker hoog. Ik moet lang wachten bij de oversteek op de Evenaar en dan staat het gemiddelde nog op 27, maar als ik thuiskom is daar nog maar 26,8 van over. Ik vind het eigenlijk prima zo.

Thuis ga ik nog even een Teamscall in en ik waarschuw Vincent om een korte broek aan te doen. Ik drink nog wat cola en kleed me ook om en dan gaan Vincent en ik hardlopen. Vincent heeft een route en ik wil door het park. Ik voel het gelijk in het park: de spieren zijn niet meer gewend aan een koppeltraining! Mijn bovenbenen doen pijn! Eenmaal op het asfalt gaat het wel weer en kan het tempo wat omhoog. Ik heb heel wat meer lucht dan eerder. Dat is al fijn! Ik let weer niet echt op de hartslag. Vincent doet toch nog voornamelijk het kletsen, ik ben bezig met hardlopen. Hard.

De route zal te kort zijn. Zeker met dit tempo. En dan wil ik een rustpauze op 3 kilometer. Vincent gaat gretig akkoord. Niet omdat ik buiten adem ben, maar omdat ik vind dat ik me dat best kan permitteren met een snelheid van 5:30/5:40 de kilometer. Vincent maakt een foto, zo apart is het als ik stilsta! 🙂

We gaan weer verder en ik beloof rustiger te gaan, maar in de praktijk ben ik bezig met een andere manier van hardlopen: ik kan het niet goed omschrijven, maar als ik kijk naar andere goede lopers, hebben ze een langere pas, een soort grotere uitslag. Van tijd tot probeer ik dat ook en het gaat sneller en soepeler. Vincent krijgt het moeilijker en we zullen op 5 kilometer weer stoppen. Daar fotograferen we de bloemetjes.

De laatste kilometer gaat wel een stuk minder hard, maar nog altijd op meer dan tien kilometer per uur. Ik voel me goed, maar 6 kilometer hardlopen is genoeg voor vandaag. Ik ga met grote stappen vooruit, maar helemaal in orde ben ik nog niet.

16 maart Stap 3: zwemmen ?‍♀️

Ze hadden al gezegd dat dit een behoorlijk lastig onderdeel zou worden, want met zwemmen komt ademhalen het eerst in het geding. Ik voel me moe, want de nachtrust laat nog te wensen over. Ik hoef maar een halve of driekwart van de training te doen. Omdat de trainster ook naar mij luistert, ga ik ook naar haar luisteren. Het is zo simpel eigenlijk. Ik ga snel het water in, dan kan ik even zelf inzwemmen, want de opdracht kan ik niet volgen. Het bad moet nog lager worden gezet en ik stoot mijn knie. Ik ga zonder pullboy en het valt me mee. Tweehonderd meter lang. Dan begin ik te hoesten en verzuip ik zowat. Dan valt het tegen. Ik zwem niet langer in en voor het eerst vind ik het totaal niet erg in de gezellige kwebbelbaan te wachten op de volgende opdracht! We hebben een grappig trainer die alles aftekent wat hij per baan opgeeft, dat vind ik geinig.

Ik ga voorop bij de 5x100tjes techniek. Is wat zwaarder, maar ik pak bij de tweede en vierde de pullboy erbij (dat moet in de vierde ook; met armen). Benen is echt zwaar. Bij het 25m rustig en 25m snel gaan we om de beurt voorop. Dat lukt me beter. We moeten ook nog 50jes doen met 1op2, 1op3, 1op4 en 1op5 ademen! Dat vind ik ironisch, maar bij de laatste 2 pak ik de pullboy erbij en dan lukt het ook wel. Ik ga de 200m duurtempo nog voorop en dan vind ik het mooi geweest. Ik heb de tijd afgeteld en gedacht na een half uur: het lukt nog even, maar ik ben blij als er 3 kwartier voorbij zijn en ik het zwembad uit kan. Ik ben niet zo doodmoe als 2 weken geleden, maar ik vond het best zwaar en ik heb weer even last van mijn keel en het hoesten nu.

17 maart Stap 4 – iets langer hardlopen ?‍♀️

Ik ben toch eerder klaar op mijn werk, maar het was nog best vermoeiend om de hele dag aan het werk te zijn. Echt ziek zijn we niet meer, maar ‘s nachts hoest ik nog veel en Rob snurkt, waardoor echte rust er niet zo van komt. Als ik naar huis rij en het zonnetje zie, dan denk ik: laten we maar gelijk gaan hardlopen. Vincent gaat mee. Ik doe toch nog lange mouwen aan, want de wind is redelijk koel. Ik mag 6 of 7 keer 7 minuten in zone 1 a 2 lopen en daar tussenin dan 30 seconden rustig wandelen. Vincent zou een hele zware intervallentraining met zone 4 en 5 moeten doen, maar ik verbied het ‘m. Hij moet maar mee in mijn lage zones. Zeven keer natuurlijk! We pakken ons ‘intervallenrondje’. Het voelt lekker! Ik ga me niet over de kop lopen en toch is het tempo best aardig. Ik gokte op 6:30, maar daar zitten we boven.

Na 14 minuten laat ik Vincent even sprinten en naar zone 5 gaan. Hij hoest, proest en moet zeker 5 minuten naar adem happen en bijkomen. Daarom mag het dus nog niet! Ik ga steeds sneller lopen, maar het voelt echt prima. Anderzijds is het ook aftellen tot we even mogen wandelen. Vincent is heel blij dat hij weer kan lopen en hij wijst me op de schapen die ik door de intervallen tot nog toe elke keer heb gemist.

De zon gaat prachtig onder achter de bomen. En dan zitten we bijna op 5 kilometer binnen een half uur. Met wandelpauzes erin! We moeten er 1 overslaan om het net te redden. Dan gaan we de Hogering weer over en ik voel dat ik leeg raak. Het gaat niet meer zo vanzelf en ik heb geen zin meer. Ik moet eigenlijk ook naar de WC, want ik heb nog iets gesnoept vlak voor ik wegging op mijn werk – domdom. Ik moet steeds meer en dan denk ik: DR woont hier vlakbij en die is vast thuis… Gelukkig kan ik daar even een pitstop maken.

Daarna bepaalt Vincent de route en gaan we onverhard door een onbekend bos dwalen. Altijd iets om blij van de worden! En dan sla ik het wandelen maar even een keer over. Ik ben echt best een beetje ongewoon vermoeid van 8 kilometertjes en het tempo gaat wat omlaag. Ik let nog wel op de stappen, maar dan kom ik iets te snel in zone 3 terecht. In onze straat krijg ik echt trek en vanaf het fietspad doe ik nog een kleine versnelling tot de brievenbus. Dat gaat best goed. 9 Kilometer maken we vol en dan vind ik het wel goed. Thuis moet ik echt even bijhoesten en op de bank zitten. Dat is wel jammer, dat het nog niet helemaal als vanouds is.

18 maart – Stap 5 – langer fietsen ?‍♀️

Eigenlijk staat er voor morgen 2 uur fietsen, maar vandaag kan mijn vriendin en aanstaande collega MB mee. Zij komt via mij werken bij Qonsío, dus we hebben wat te bespreken! We spreken af bij de Roeivereniging, maar ik rij om in Nobelhorst omdat ik een afslag mis. Het gaat lekker: ik kan een fijn tempo draaien en daarbij een lekker hoge cadans. Ik heb het fietsmetertje goed ingesteld en alles staat nu op hetzelfde schermpje. Prettig. MB staat al te wachten en we kunnen meteen doorrijden.

Ik heb een soort van route in mijn hoofd in de richting van de Eemhof. We beginnen te kletsen over het werk natuurlijk! We nemen de makkelijke paden die breed zijn, zodat we samen kunnen blijven fietsen. Ik heb het heerlijk echt niet moeilijk! We gaan langs de nudistencamping en dan zie ik in de verte dat de nieuwe brug of de 305 en de Vaart open lijkt. We keren echter niet om om het te controleren, we zullen straks op de weg terug wel kijken. Er wordt hier vanalles verbouwd, lekker onhandig. We gaan de dijk op richting de Eemhof en ik vertel hoe ik bij Qonsío gekomen ben. Dan merken we niet dat we redelijk wind tegen hebben! Ik heb er sowieso weinig last van. Maar we draaien tegen de wind in en MB is daar geen fan van. Ik kan daar wel van genieten als ik accepteer dat het dan gewoon minder makkelijk is – het is de polder. Maar we nemen de eerste de beste mogelijkheid naar links, zodat we wind van opzij hebben. Geen idee waar we zijn, maar we rijden parallel aan de dijk terug. Ik drink netjes en eet ook de blokjes op! Goed dat ik dat op de buitenfiets blijkbaar vindt horen. We komen bij een mij onbekend fietspad en MB gaat voor mij het fietspad af tegen de wind in.

Dat vind ik dan even leuk met een brede lach, dat ploeteren. We komen op de route van de Challenge, op het altijd weer lastig punt. We kletsen nu over de kinderen en over het moeder-zijn. We gaan weer richting de brug en rijden een stukje over hetzelfde fietspad bij het industrieterrein. Dan gaan we de nieuwe brug over. Leuk!

Wat vooral echt een leuke bonus is, is dat we de eerste racefietsers zijn die de brug oversteken! De man die onder aan de brug staat te vegen, meldt ons dat de brug net een uur open is. Zulke dingen maken me blij. We rijden helemaal langs de Hoge Vaart. Het gaat behoorlijk lekker al met al en het valt me echt mee. Ik twijfel zelfs even of ik hardlopen zal koppelen, maar dat zie ik wel als ik thuis ben. We nemen bij de brug weer afscheid en ik trap lekker hard door naar huis toe. Precies 2 uur en 50 kilometer. Grappig genoeg fietst MB minder, maar wel harder volgens Strava? Ik begrijp daar niet zoveel van. Mijn cadans ligt op 80 en daar ben ik echt heel blij mee! Dat is wat ik heb meegenomen uit de uren op de Tacx. Ik laat het hardlopen achterwege omdat het gister nog niet gemakkelijk ging. Wel doe ik samen met Vincent nog een buikspierkwartiertje, waarbij de buikspieren het zwaar te verduren hebben.

19 maart – Stap 6: een koppeltraining en 3 sporten op 1 dag ?‍♂️ ?‍♀️ ?‍♀️

Ik slaap weer een keer goed! Niet lang, want we brengen de vrijdagavond tot laat door met vrienden en veel gezelligheid en om kwart over 7 gaat de interne wekker alweer af, maar ik slaap diep voor een paar uur achter elkaar zonder te hoesten.

Rond elf uur ga ik met Vincent samen fietsen. Hij tussen het leren door en ik mopper er over dat hij toch echt goed zijn planning moet maken. We moeten tussen de mensen, fotografen en prinsessen door slingeren bij bloesems; mega irritant. Ik ben een beetje prikkelbaar. We rijden richting Nobelhorst langs Oosterwold en daar wordt veel gebouwd. Vandaag staat er veel wind en dat maakt het fietsen een stuk zwaarder dan gisteren! We vinden het fietspad door Oosterwold. Ik vind het nog niet echt een uitnodigende woonplek. De irritatie blijft een beetje hangen. Op de brug maken we een foto. We zijn er alleen.

Dan doet Vincent de route terug. Via de Shell. En het Vierbruggenpad. Ik vind de VIJF bruggen niet leuk, maar vroeger vond Vincent ze niet leuk en moest hij met mij mee, nu draait hij de rollen om. We rijden ook over de brug en langs de teststraat. Dan hebben we nog wind tegen. Ik heb mijn horloge een keer te weinig weer aangezet, maar alle data komt nu ook binnen via het fietscomputertje.

Zodra we thuis zijn, doe ik de loopschoenen aan en een korte broek. Ik heb zin om te gaan rennen! Ik ga 10 minuten in zone 2 lopen en dan 1 minuutje wandelen. Het gaat gelijk wel lekker! Ik doe geen grote moeite en het tempo ligt toch best lekker. Ik ga een groot rondje om de wijk heen achter de sieradenbuurt langs. Ik ben blij dat het goed loopt zo en ik merk dat ik er emotioneel van word. Of dat komt omdat ik tegen de wind in loop. Ik loop over de Evenaar en na 1,8km mag ik wandelen. Ik heb het warm intussen. Ik hoest de longen voor een volle minuut er even uit.

Na de minuut wandelen gaat het helemaal lekker makkelijk! De wind is weg, ik loop in het zonnetje en ik kan genieten van de omgeving. Heerlijk. Ik loop vrij gemakkelijk de kilometers weg en wil nu graag 5 kilometer binnen een half uurtje lopen, maar het is een subdoel. Ik loop langs het water en denk nog: gossie, wat was ik blij dat ik hier een beetje kon wandelen een dag of tien geleden! Nu ren ik lekker verder voor 10 minuten. Daarna wandel ik rustig door het bos achter de wijk zonder te hoesten ofzo.

Ik haal de 5 kilometer in iets van 29 minuten. Mooi ? ? Ik loop door de januaristraat en dan gaat het even wat minder. De hartslag loopt wat op en ik word iets meer moe. Niet veel, niet erg, maar wel een beetje. Ik loop gewoon lekker door en denk bij mezelf: al wandel ik bij de halve marathon, ik kan ‘m uitlopen volgende week! Uiteindelijk gaat alleen de hartslag omhoog, maar verder geen gehoest, gehijg of moeite. Met wandelpauzes een gemiddelde van 5:45 vind ik niet verkeerd.

Om 5 uur ben ik bij het zwembad. Kijken hoe het gaat. Ik wil gewoon zwemmen en geen gezeur van iemand. Maar ik ga niet vooraan. Het is weer druk en onoverzichtelijk. Ik zwem 2 keer 100m bijleggen. En dan 100m half bijleggen. Daarna begint de training met 50 benen en 100 armen. Ik hoef ook niet vooraan gelukkig. Ik zit een beetje in mijn eigen wereldje. Daar heb ik het prima eigenlijk.

We gaan 8 keer 50m versnellen. Dat vind ik altijd lastig, want dat kost veel energie. Ik doe 8 keer mijn best en ben een beetje verbaasd dat me dat weer goed afgaat! Dan moeten we 100 rug doen. Dat kan ik tegenwoordig onwijs goed! Krachttraining denk ik dat helpt. Dan doen we 8 keer 50m op kilometertempo. Ik ga niet 1 keer vooraan zwemmen. Ik merk dat ik moe word en ik pak de 5de en 6de keer mijn achtje erbij. Maar als ik iets verder naar achter zwem, heb ik dat eigenlijk niet nodig, dus die leg ik weer aan de kant. Dan doen we 100m schoolslag. En daarna volgen 250m duurtempo. Ik pak mijn achtje er weer bij en ga 1 op 3 ademhalen en mijn eigen tempo doen. De helft van de baan is razendsnel, de andere helft veel trager. We doen nog een keer 50m rug en nu raak ik opeens helemaal van slag. Ik stop even, draal wat en ga de 25m terug weer prima. Tot slot doen we nog 3 keer 100m. Ik ga 1 op 6 ademhalen en rustig uitademen onder water en naar beneden kijken. Dat lukt!!! En het tempo is verbazingwekkend hoog. Het gemak ook. Naja zeg. Ik doe zelf nog 100m zonder achtje en dan zit ik op een ademhaling van 1 op 4 ook. En dan ben ik het helemaal zat en ik ben er klaar mee. Er is maar 1 iemand waar ik contact mee wil en die spreek ik nog aan. En dan ga ik weer mijn eigen wereldje in. Ik heb alle drie de sporten gedaan op 1 dag! Niet veel, niet ellenlang, niet supersnel, niet extreem goed: maar ik kan het weer aan!

20 maart: Stap 7 – na een lange dag 10 kilometer achter elkaar hardlopen

We gaan naar het subtropisch zwembad. Om 10 uur zijn we daar al met de kleinkinderen van mijn ouders, die zich zeer goed vermaken. Ik minder. Ik ben niet gemaakt om stil te zitten. Om niks te doen. In de hitte en de herrie. Ik ga wel 20 minuten zwemmen in het buitenbadje! Rondjes linksom en rechtsom. Als een goudvisje. Met niet meer dan volharding. Dat kan ik! Even ben ik best tevreden. ‘s Avonds ga ik ook nog een keer in het binnenbad als het rustig is op en neer zwemmen.

Ik verheug me de hele dag dat ik een uurtje mag hardlopen. Daar kijk ik naar uit! Tot we in het donker naar huis rijden. Dan heb ik nergens meer zin in. “Ga gewoon”, zegt Rob. En het is pas 8 uur, dus ik doe het maar. Ik zie wel of het lukt. Ik moet 10 minuten in zone 1 lopen. Ik heb het koud, maar het lukt wel, het hardlopen. Lekker rustig aan, ik hoef niet op het tempo te letten. Stiekem doe ik dat toch wel natuurlijk, maar het zal me wat. Ik ben moe van de dag, maar de drukkende hoofdpijn verdwijnt in de kille buitenlucht. Ik loop naar de Seizoenenbuurt, helemaal naar de Novemberstraat en dan steek ik de straatjes terugziet door. Kan ik elk moment afbreken als ik klaar ben. Ik mag naar zone 2. Daar hou ik het prima in vol. Ik krijg het warm en ik loop over de straat, want de stoep is donker en onregelmatig.

Ik loop gewoon maar door en door. Het tempo gaat omhoog. Ik hoor de kermis. Voor mijn gevoel is het ontzettend laat, maar het is nog geen negen uur. Ik doe de 5-8-thuis regel: 5 kilometer in elk geval blijven hardlopen. En als dat lukt proberen de 8 kilometer te blijven hardlopen. Ik mis de Meistraat, maar dat maakt me niet zo uit. Ik blijf 3 kwartier in zone 2 lopen. De 8 kilometer haal ik ook. Eigenlijk vind ik dat best heel fijn! Ik kan alweer achter elkaar door blijven hardlopen. Nee, het gaat niet vanzelf. Nee, het kost nog wat moeite. Ik ben vermoeid. Maar niet kortademig. Niet uitgeput. Ik loop in zone 2 alweer op een heerlijk tempo. De laatste 10 minuten mag ik weer terug naar zone 1. Dat lukt me ook wel weer. Ik maak de 10 kilometer vol. Niet binnen een uur, maar ik ben onderweg ook niet gestopt!

Ik heb niet gewandeld. Binnen 62 minuten. Eenmaal thuis hoest ik nog wel even flink en dan ben ik ook even moe. Maar blijdschap overheerst! Ik kan alweer 10 kilometer lopen!!

21 maart – stap 8: weer fietsen en ik ben d’r weer! ?

De lente begint. Duidelijk. Het is lekker weer. Ik zit een halve dag in mijn eentje op kantoor. En werk thuis tot 5 uur. Dan pak ik de fietsspullen. Muziekje op. Solo. Even alleen mezelf. Kijken wat ik nou precies kan. Ik heb intervallen opgekregen. Die dingen die mij nooit lukken en die ik meestal oversla. Vandaag ga ik het proberen. Maar eerst een half uurtje infietsen en de cadans hoog houden. Ik heb de training op het fietscomputertje voor mijn neus. Dat is erg prettig. Ik heb een heel klein beetje wind mee op de dijk en daar maak ik gretig gebruik van. Het schiet lekker op! Ik heb wel de verkeerde muziek, ik was vergeten dat Kensington niet past bij sporten. Ik raas echt lekker richting Amsterdam. Kijken hoe ver ik kom in een half uurtje. Het is heerlijk rustig op dit tijdstip.

Als ik het Da Vincipad voorbij ben, mag ik twee minuten naar zone 4. Heerlijk aanzetten en de cadans hoog houden. Ik ben geïrriteerd omdat ik me iets bedacht heb en dat geeft extra energie. Ik kan zo heerlijk doorrijden! Het vliegt voorbij. Twee minuten rust is lastiger, maar ik vertraag echt netjes. Dan kom ik richting Duin de wind tegen. Ook dat heeft geen invloed op mijn energie. Dit gaat zo goed! Echt wat fijn! Geen ademnood meer, geen getwijfel en zelfs geen moeite met het tempo of de cadans. Natuurlijk heb ik ook wind tegen, maar dan ga ik liggen en dan maar iets minder hard. Ik moet wel even denken over de route. Ik kom net anders uit als ik dacht en dan bedenk ik me dat ik maar tegen de wind in ga terug over de dijk. Dan heb ik een half uurtje uitfietsen de tijd. Het valt een beetje tegen qua wind. Ach, ik moest het toch proberen! Ik ga niet eens zo heel rustig opeens, maar het kost ietsje meer moeite. Me erbij neerleggen en doorgaan.

Ik neem wel een afslag eerder over het industrieterrein zodat ik wat wind ontwijk! Het gaat echt fijn en ik ben erg blij. Maar ik heb wel trek, bedenk ik me opeens. Geen slok genomen. Geen blokje reep. Oeps. Thuis gaan we toch eten. Ik fiets een paar minuten te weinig en een wonderlijke 35,9 kilometer, maar dan ben ik weer thuis. Dat tekent het misschien wel het beste: de tijd en de kilometers moeten niet vol: dit was genoeg. Een cadans van 81 en een gemiddelde van 26,7. Het gaat weer. Back in eight steps.

Vandaag heb ik veel moeite met veel verschillende trainers. De ´één doet heel slecht zijn best, de andere is totaal afgeschreven, de volgende flest de hele boel en liegt er op los, maar die van mij; die ik nu heb is helemaal top. Ze jubelt met me mee dat tien kilometer hardlopen weer lukt, ze houdt het heel goed in de gaten, ze schrijft leuke en haalbare fietsintervallen, ze reageert meermaals per week en ze dwingt af dat ik zonder moeite tien uur trainingen kan volmaken. Alles past. Ik kan schrijven, geen gezanik met ‘groene trainingen’, de zones kloppen. Ze neemt de twijfels weg, ze wijst me op de pijnpunten op een goede manier en ze kijkt mee in Garmin en weet wat ze daar ziet. En ze houdt dit al meer dan een maand vol! Ondanks haar vakantie en een verhuizing. Ondanks dat ik niet op het podium zal uitkomen. Ondanks dat ik niet zo interessant ben of een geweldig verhaal heb. Aan al die andere losers die het zo goed weten en zo vol zijn van zichzelf: dit is hoe het moet!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-09 Corona

1 maart Koppeltraining en coronastress

Ik had een dag vrij genomen. Meestal ben ik de tweede dag na een flinke inspanning moe en slecht geconcentreerd en ik dacht al dat 37 kilometer wel weerslag zou hebben. Ik was vooral blij dat ik een rustige, ontspannen dag alleen voor me had liggen: Rob naar kantoor, Vincent naar school. Uren stilte. In jaren niet meer meegemaakt!
Helaas werd de stilte doorbroken toen Vincent op school meldde dat hij zich echt niet lekker voelde. Ik maande hem toch nog een uurtje voor wiskunde te blijven. Maar daarna kwam hij naar huis met zelftesten. En daar kwam een positieve uitslag uit! Het is lang goed gegaan, maar daar was het dan. Corona in Huize de Boer. Weg rustige kalme dag. We gaan met zijn drieën in quarantaine. Soort van. Ik voel me nog goed – of toch niet… De rusthartslag is wat hoger. Mijn test is negatief. Oke, ik ga fietsen en hardlopen. Hardlopen ga ik doen naar de teststraat samen met Vincent die moet fietsen. Door al het geregel en de frustratie heb ik in plaats van een uur maar een half uur om te fietsen. Dat half uur ga ik maar meepakken en dan 12 (TWAALF) kilometer lopen en dan daarna nog maar even fietsen ofzo. Ik ga naar de Makuri Islands en Vincent slaapt al. Ik voel me onrustig. Ik probeer de cadans hoog te houden, maar de benen zijn vandaag slapper dan gisteren. De hartslagmeter werkt ook weer niet mee blijkbaar. Ik kom niet in de goede zones. Dat ding moet ik maar even aan de kant gooien. Fietsen tussen de neonlichten is niet goed om kalm te worden. Met 1 oog op de klok.

Nou ja, ik doe mijn best en dit wordt een koppeltraining en dat is het dan ook. Ik haal zelfs een half uur niet. Hup, de fiets af, renkleren aandoen, Vincent en zijn spullen pakken en snel richting de Rondebeltweg.

De eerste kilometer gaat rustig in iets van 6:30. Oke, dat kan, na zondag 37km te hebben gelopen. Ik vraag me af of de trainster dit expres doet of dat ze echt denkt dat ik dit kan. Maar ik denk ook van wel. Ik ga hard en dan fietst Vincent naast me en kletst wat. Hij vindt het niet erg dat het rustig gaat. Is hem al moeilijk genoeg! We zien de mannen in de bakjes aan de hoogspanningsmasten. En dan weer een snelle kilometer. Ik ga dan naar de 5:20. Dus als ik uitgerust ben zit er echt wel meer in. Het voelt echter niet gemakkelijk. Ook nu lijkt de hartslagmeter van slag. (mooie woordspeling!) Ik haal de hogere zone niet en dat is onwaarschijnlijk met hoe ik het voel.

Na de vierde kilometer moet ik naar de WC. Tja, het brood van de lunch is ook nog geen uur weg. Ik moet even wandelen. Dadelijk kan Vincent doorfietsen. Zou ik daar naar de WC kunnen, bij de teststraat? Dan moet ik wel bij hem zijn. Ik krijg echter kramp in mijn buik en moet even wandelen. Vincent fietst vast door. In de zesde kilometer voel ik me echt minder goed. Ik lach vriendelijk naar de bewaking bij de teststraat, verzwijg wijselijk dat mijn zoon binnen staat voor een test en mag even naar de Dixie. Jippie! Dan is het beter. Vincent wacht nog en ik ga alvast terug lopen. Even inhouden en echt een kilometer rust nemen. Desnoods even stappen. En dan weer een kilometer hard en ik tel af. Dat gaat de mist in, dat tellen. Als ik onder de Tussenring door ga, is Vincent klaar om naar huis te fietsen. Ik ga nog een keer hard op de Trekweg en nu klopt het tellen! Intussen voel ik alles wel. Mijn benen trekken en mijn hoofd heeft het zwaar: waarom vind ik dit leuk, voor wie doe ik dit ook alweer… Op de witte brug appen we weer en Vincent voorspelt me dat ik eerder thuis zal zijn. Ik weet niet of ik hem moet geloven. Ik loop de tien kilometer binnen een uur (exclusief dixie). Netjes toch, zo na zondag?! En dan nog een keer kilometer op stoom. Ik kan ‘m overslaan, maar dat doe ik niet. Ik vind dit lopen met kilometers en hartslag leuk. Dat heb ik nog nooit gedaan: elke kilometer een ander tempo kwam niet in het vorige schema voor. En volgende week staat er ook niet weer precies hetzelfde. Jammer van die hartslag. En dan zitten er 12 kilometer op. Ik had geteld op anderhalf uur, maar ik ben binnen 5 kwartier klaar. Ik ben net iets eerder thuis dan Vincent. Hij is te moe om 2 trappen op te lopen naar zijn bed. Ik ben ook moe. We zijn allebei positief: hij van een stomme coronatest en ik omdat ik 2 dagen na een loop rond de Oostvaardersplassen weer 12 kilometer kan hardlopen, waarvan de helft flink op tempo. Ik ga op de stadsfiets naar de cranio-therapie. En dan hoeft nog een half uur extra fietsen eigenlijk niet meer. Waarom zou ik?

2 maart Zwemmen

Ik ga alleen zwemmen als de zelftest negatief is. En dat is ie. Ik blijf wel een beetje bij iedereen uit de buurt. Dat vind ik niet zo erg. Het is wel retedruk! Als ik al in baan 2 ga, dan wil ik niet alleen maar voorop zwemmen. En ik heb overal spierpijn, dus ik ga met een achtje zwemmen. Het zal me wat vandaag. Ik doe het inzwemmen zelf. Dan moeten we 50 benen doen en dat lukt me ook en 100 armen en dat lukt me prima. Omdat niemand gaat, ga ik voorop. Ik ben hier om te zwemmen en niet om te suffen! Ik besluit het horloge ook aan te laten staan, als ik het bij benen weer vergeten ben. We moeten steigeruns doen. Wat mij betreft gaan we om de beurt voorop, dus ik wacht ook een keer! Dit is wat dat betreft echt een rotbaan: wel een grote mond, maar niemand die vooraan wil zwemmen, omdat het zwaarder is. Ik doe netjes een paar keer.

Dan gaan we 400 meter zwemmen en die wil ik best voorop doen, want van elke 100m zijn er 75 rustig. Dat doe ik dus ook. Ik ben gewoon een diesel die er pas na 200m in komt en dan door blijft zwemmen. Het gaat best goed. Ik voel me maar matig, maar dit kan ik gewoon. Ik word er wel ongelooflijk moe van. Ondanks het achtje. Zwem ik gewoon een halve baan met ogen dicht – dat is het voordeel van vooraan…. We doen rug en potdikkeme – dat heb ik door zeg! Dan nog iets, maar ik weet niet meer wat. Ik maak het uur vol en ik ben draaierig en doodop als ik aan de kant van het bad zit even bij te komen. Abnormaal. Maar wel negatief!

3 maart – Nopes ?

De zin is weg. De zin in wat-dan-ook. Ik wil niets. Gewoon niets. Nergens energie en animo voor. Ik ruim niks op, ik ploeter me door de was heen, ik werk wel, maar zonder aandacht. Ik weet al dat ik sowieso niet naar de baan zal gaan. Liefst loop ik zelf een stukje als het nog licht is, want het is zulk lekker weer. Maar het boeit me niet, al loop ik ook niks vandaag. Weer een negatieve test. We besluiten toch naar de teststraat te gaan, Rob en ik. Dan weet ik of ik zaterdag een wedstrijd kan doen. De enorme vermoeide desinteresse blijft. Het wordt donker. Moet ik echt lopen? Ik wil gewoon niet. Ik wil toch al niks. Om half 10 ga ik naar bed. Waar ik ook slecht slaap. Het is niks vandaag. En het is nog wel dag 19 van de cyclus.

4 maart – Wachten

Ik voel me niet lekker. Niet dat ik echt ontzettende hoofdpijn heb of vreselijke oorpijn of ernstige keelpijn, maar van alles een beetje: een beetje een opgezette keel, een beetje spierpijn, een zwaar hoofd en vooral pijn in mijn vingers (dat is meestal een heel slecht teken). Maar ik ben vooral totaal lusteloos: ik (= mijn hoofd) zou best willen rennen in de zon of fietsen, desnoods een flink stuk wandelen nu het eindelijk lekker weer is, maar de realiteit is dat ik alle moed moet verzamelen om de trap op te lopen. Dat eten dubbele tijd kost. Ik heb plots een talent gekregen om op een stoel te zitten en voor me uit te staren en alles te negeren minutenlang. Alles kost moeite. Wachten op de uitslag van de coronatest kost veruit de meeste moeite. Tussen de middag gaan Rob en ik samen even buiten wandelen. We moeten wat vitamineD inademen! Het voelt lekker en ik zou uren door kunnen stappen, maar even later voel ik me dan weer dizzy. Zo gaat het de hele dag: op en af. Lusteloos. Energieloos. De ontzettend lieve trainster appt me een beetje bezorgd. “Luister naar je lichaam”.

Ik wandel ook nog met Vincent. En zit op de bank. En lig op de bank. Ik slaap zelfs even! Dan voel ik me weer wat beter. Eventjes. Ik doe nog een zelftest omdat ik het wachten moe ben en die is negatief. We eten pannenkoeken. Dan komt eindelijk de officiële uitslag: negatief. Ik ga morgen dus mooi weer hardlopen! Ik voel iets meer energie, maar de kleine pijntjes en de vermoeidheid zeuren door. Misschien werken de afweerstoffen wel degelijk tegen Corona, zonder dat het virus de overhand neemt. Ik weet niet of dat kan. Mijn rusthartslag is niet schrikbarend hoog. Volgens Garmin was deze rust heel goed. De trainster is het met Garmin eens. Ik niet. Ik had liever lekker ver hardgelopen op deze mooie dag. Twee sportloze dagen achter elkaar… Dat is lang geleden! Dat was in maart 2020: toen had ik wel Corona, maar bestond er geen teststress en geen testen. Aan het begin en aan het einde ben ik door het virus geveld. Nu ben ik er klaar mee!

5 maart

Ik heb keelpijn, maar ik heb ook gelopen met hoofdpijn en zelfs met meer klachten. Toch doe ik even een zelftest voor ik naar de trail ga. Ik eet witte bollen en ik ga wel zien hoe ver ik kan lopen vandaag: of ik voor de tien of de vijftien kilometer kies. Het controlestreepje wordt roze. Chocomelk voor naderhand pakken. En dan wordt het streepje bij de C van corona heel licht roze. Maar het staat er onmiskenbaar. K?T


Ik niet voor de trail. Ik kleed me weer uit en in bed maak ik weer een afspraak bij de teststraat. Gezien hoe ik me voel is het wel duidelijk. Na alle negatieve testen is het wel helder. Ik voel me beter als ik opgestaan ben voor de tweede keer. Wandelen lukt nog. Voor de rest ben ik een ster in balen. En bankzitten. En futloos zijn. Niet erg ziek, maar erg suf. We zetten wel een Legoauto in elkaar! Een F1 wagen. Zittend werk. De grootste zorg zit ‘m in Hamburg over precies 3 maanden. Dat is al snel…. En ik sta nu echt STIL.

6 maart Positief – maar zo ben ik niet gestemd….

Midden in de nacht ben ik weer wakker. Ik kijk en de uitslag is binnen: positief. Zo voelt het ook, midden in de nacht. Ziek, zwak en misselijk. Moeite met ademhalen, slapen en een beetje koortsig. Ik lees wat en slaap weer verder. Als ik ben opgestaan voel ik me beter als ik me de dagen hiervoor heb gevoeld. Wat ook moet, want Vincent moet weer op weg geholpen worden en Rob is ook ziek. Dus nu is het echt menens. En het beddengoed wast zichzelf niet. Ik kan makkelijk de trappen op lopen en binnenshuis bewegen, maar na 2 kilometer wandelen moet ik uitrusten op de bank. De trainster stelt me gerust: ik moet rustig aan doen, veel drinken, eiwitten eten en Hamburg gaat wel lukken als er niks geks gebeurt. Adem in – adem uit. Drink veel thee. Helaas: Corona nog niet klaar met mij.

7 maart ? ?

De nachten zijn het ergst. Dan is er geen licht en geen lucht in mijn rechterlong. Verkouden. Veel pijntjes. Hoofdpijntje. Keelpijn. Moe maar niet kunnen slapen. Hijgend en hoestend wakker worden. En vooral de pijn in mijn vingers is ongebruikelijk. En een snotneus. Die snotneus had gemogen. De rest is teveel. Opstaan is een kermisattractie. Draaien joh! Maar uitstappen kan niet. Ook overdag is het anders als ik had gewild: er ligt een stapel tijdschriften, maar ik raak ze niet aan. Ik lig. Ik lig op de bank. Te appen. Alles op te zoeken. Van iedereen die wel kan. Ik drink thee. Echt heel veel. 10 kopjes van 250ml. Daar moet ik van plassen. En de gang bank-keuken-wc-thee-bank is vermoeiend. Pijnlijk zwaar. Daar helpt geen conditie aan. Geen longinhoud. Ik lees en puzzel. Slaap. Overdag. Geen idee hoe of hoe lang of hoe diep. Werken zou ik wel willen, maar de hersens werken net zo traag. Ik heb het de hele tijd net iets te warm. Een gloeihoofd. Eet chocolade. Na vieren gaat het weer slechter. Joyce komt met troostvoer. Daarna slaap ik weer. 

Maar brood herken ik ‘s avonds alleen nog aan de structuur. Dat vind ik vreselijk. Daar moet ik zowat om huilen. Het is smakeloos.  Ik speel Yatzee als Vincent fietst. Hij komt er ook doorheen, dus het kan wel, maar van yatzee en rechtop zitten word ik doodmoe. Vincent hoest. SG waarschuwt: begin niet te vroeg. De wedstrijd vrijdag vervalt. Gelukkig. Tijd voor herstel. Hoe lang? Hoeveel? Uitzichtloos. Angst om Hamburg. En jaloezie dat alleen ik er zo ziek van lijk te zijn. Rob is ook ziek. En zorgelijker dan ik. Buikpijn heeft ie. 

Morgen wil ik…. Me beter voelen. Weer buiten kunnen wandelen. Al is het alleen maar dat! 1 Dag beroerd en dan heel langzaam weer beter. Maar mijn linkerhand doet ontzettend pijn. Van niks. Kramp in mijn hand! Dat zijn de kleine tekenen die echt zorgelijk zijn. Alleen als het echt niet goed is voel ik die. Het voelt vooral wanhopig en oneerlijk. Vincent haalt mijn bewegingsdoel op de Apple Watch. Precies op de dag af twee jaar na de eerste coronabesmetting. Toen heb ik overleefd. Maar de Frysman was een maand later dan de Ironman. Toen was ik vooral moe. 


Gratis af te halen in Huize De Boer:

  • kermisattractie zodra je opstaat! Gegarandeerd rondjes draaien!
  • maak je groene ✅ vinkjeskwartet compleet! Met de besmetting en een positieve test, de booster en 2 vaccinaties mag je door voor de volgende ronde
  • gratis zwemoefening: ervaar hoe het voelt dat je onder water geen adem kunt halen! 
  • bovenstaande wordt geserveerd met hoofdpijn en oorpijn.
  • Hoesten is optioneel en versterkt alle bovenstaande effecten.
  • verwarming kan uit (prettig met de huidige gasprijs) ivm verhoogde lichaamstemperatuur
  • verveling en bankhangen worden bijgeleverd
    • Rob en ik kunnen alles aangeven, Vincent doet de verpakking.Wie maakt ons los?Eventueel in ruil voor een reep chocolade (godzijdank proef ik die nog, optimaal van genieten)

8 maart Dinsdag – dieptepunt. Ziekst

Ik slaap slecht. Kom maar heel moeilijk in slaap. En ik slaap steeds maar even. Ik heb het zeker nog half drie zien worden. Ik lees wel en voel me beter. Maar dat komt door de dubbele paracetamol. 
Om 7 uur voel ik me dan ook niet beter, maar slechter. Rob heeft gelukkig goed geslapen en voelt zich wel aan de beterende hand. Dat vind ik fijn en ik ben ook jaloers. Ik heb hier toch de beste papieren op de ‘milde verkoudheid’! Ik moet me niet aanstellen. Maar er is geen 5km meer om naar uit te kijken. Niks. Ik blijf liggen. Veel meer kan ik niet. Wil ik ook niet. Ik wil niks! 
Ik heb ontzettende hoofdpijn. Duizelig ben ik niet meer. Alles voelt zwaar. Ik ben koortsig, maar simpelweg niet in staat de thermometer te zoeken en te gebruiken. Ik heb totaal geen trek. Alleen in thee. Ik drink 6 koppen vandaag. 
Als ik rechtop zit om te drinken, zit ik te hijgen. Dus veel liggen en proberen te slapen. Dat lukt best, maar niet goed of diep of prettig. Met een hoestje is de rust weer weg. 
Ik lees en val in slaap. De lettertjes dansen. Alle geluiden zijn hard. Ik maak me niet eens meer druk of ik Hamburg haal, dan niet. Ik hou socials bij, maar ook dat kost moeite en ik dommel weer even weg tot ik slijm moet ophoesten. 
Het ergste is echter de ademhaling. Die wordt zwaarder en pijnlijker. Ik voel elke ademteug. Dat baart me grote zorgen. Echt liggen te hijgen. Abnormaal. Zeker voor mij. Ik snap hoe het voor de oudere mensen voelde. Dit wil ik niet. 1 Ding is zeker: ik ga niet naar een ziekenhuis! Laat me dan maar stikken. Serieus. Reageren lukt me niet, want ik ga huilen. Ik praat niet en doe niks.
Ik bedenk dat ik een bericht moet schrijven, mijn collega moet inseinen, Vincent moet opgeven voor R’dam. Maar ik kan niet echt iets. Vincent haalt thee voor me. Die is me te druk. La me me russssst. Rob zet het raam open. Dat is zo fijn: even frisse lucht. Ik kan iets beter ademen. 1 klein glimlachje als ik de wind voel. 
De tijd tikt gewoon weg. Nauwelijks mensen die me vragen hoe het gaat. En ik antwoord ook slecht. Wat zal ik zeggen: het gaat heel erg verkeerd. Dan zaniken ze dat ik de dokter moet bellen. Duh, die ziet me aankomen. Dan moet ik koorts gaan meten en dingen doen. Wat ik niet kan. 
Ik ga naar beneden. Broek aan. Jasje. En op de bank neerploffen. Kapot. Puf. Hijg. Ik probeer een puzzeltje, maar eigenlijk is alles te vermoeiend. Liggen-wegdommelen-hoesten-uithijgen.
Een gezond mens heeft veel plannen, een ziek mens maar 1: genezen.

9 maart Het gaat beter.

Ik kan adem halen. Dat voelt alvast goed! En ik kan op twee benen staan. Dat is ontzettend prettig. Ik stap zelfs onder de douche! Ook al zo heerlijk. En naar beneden om daar op de bank te liggen. Lezen in tijdschriften. Dat het daarbij ophoudt, neem ik op de koop toe. Als het niet beter was gegaan, had iets anders gemoeten. Ik heb alleen nog verhoging. Ik kan nog niet veel, maar ik kan tenminste weer adem halen! We stappen een rondje om het park. Heel, heel rustig. En daar moeten Rob en ik van uitrusten! Maar ik haal zelf mijn apple-watch doel. Ik doe een krachttraining, de bejaardenversie. Het maakt me ongelooflijk blij om even iets te doen en te rekken.

10 en 11 maart
Elke dag een klein beetje beter, maar gezond is een relatief begrip. Sneller moe dan normaal is, slijm in de longen, hoesten (niet overdreven hoor) en ik krijg bijna talent in voor me uit staren. ‘s Nachts slecht slapen. En de menstruatie komt er ook nog overheen. Ik kan me amper bewegen. Maar de was moet toch gedaan worden. En de kattenbak. En dan weer even uitrusten op de bank. Ik begin langzaam te twijfelen of het nog goed komt. En dan bedoel ik natuurlijk voor Hamburg. Iedereen zegt dat ik rustig aan moet blijven doen. Maar dat wordt moeilijker. Ik wil weer. Ik kijk uit naar de vlaktes van Zwift. En ik zou zo graag willen hardlopen! Maar we beperken ons tot een iets groter rondje om het park. Heel rustig. En een nog iets groter rondje om het park. Nog steeds rustig. Het buiten zijn doet me ontzettend goed. Dat heb ik zo nodig! En dan… inschrijven voor de Triami Sprint Triatlon! Dat is een kleine droom die uitkomt. 1 mei begint het seizoen. Kortom: de plannen zijn er, maar de uitvoering ervan ligt nog stil. Balen dat het juist deze week zulk heerlijk weer is geweest terwijl ik ‘uit’ stond. Ben ik er dan weer helemaal klaar voor? Gelukkig houdt de trainster contact. Ik blijf opschrijven hoe het gaat. Maar ‘beter’ is alleen een vergelijking met gisteren. En relatief.

12 maart Pick it up – Valt mee en tegen ?‍♂️

Ik heb nog veel last van het slijm in mijn rechterlong; dat voelt zwaar aan en zit vast. Prettig, want ik hoest niet, maar het maakt alles wel extra vermoeiend.
Wat doen mensen toch de hele dag als ze niet uren hoeven te fietsen, naar een zwembad gaan om te trainen en hard gaan lopen op de mooiste plekken? Dat zijn vast de mensen die niet verslaafd zijn aan sport. Iedereen, werkelijk iedereen zegt tegen me: “doe rustig aan, overhaast het niet.” Ik heb alle varianten gehoord. Ik wéét natuurlijk dat het goed voor me is en dat het herstel bevordert wordt als ik nu langer kalm aan doe. Weet ik! Maar mijn hoofd wil, nee moet weer sporten: ik voel dat ik gespannen en sacherijnig word. Kan iemand me vertellen hoe je een junkie van de drugs af houdt?! ‘tuurlijk weet de junk dat het volgende shot niet gezond is, maar het moet nu eenmaal… Ik sport. En dat is gezond. Beter dan een synthetisch stofje in je lijf spuiten of oproken. Ook al weet ik net zo goed als de junk dat ik niet meteen het volgende totale shot moet nemen, ik moet gewoon ergens weer blij van worden. Maar een beetje moet ik toch zeker testen?!
Ik wil fietsen vandaag. Liefst ook hardlopen en zwemmen en wandelen en huppelen en schoonmaken en dansen en dat alles weer vanzelf gaat, maar laat ik starten met fietsen. Binnen. Niet omdat het buiten geen lekker weer is, maar omdat ik dan op elk moment kan afstappen. ‘t Is er koud. En rommelig. Alles om me heen is rommelig. En ik ben prikkelbaar. Fietsen.
Opstappen en kijken wat er lukt. Het begin is moeilijk. Cadans omhoog en rondjes trappen. Dat gaat. Die spieren hebben niks geleden. Die benen weten nog hoe het moet. Maar de motivatie moet nog even komen! En de energie. Vooral dat ontbreekt, energie. Ik doe het sprintje en ik ga voluit, maar ik haal het niet bij vorige week. Deceptie.

Claartje Cadans vindt het een goede dag en goed van mij!

En dan fiets ik nog vlak! Ik verveel me. Ik heb hier naar uitgekeken de afgelopen dagen en nu verveel ik me alweer na tien minuten. ? Doorzetten is nog nooit een probleem geweest. Doet er echt iets pijn? Nee. Is er echt een beperkende factor? Nee. Is dit echt onmogelijk? Nee. Doorgaan dan. Dan zit het in een soort van fase van training: het is niet makkelijk, maar wie zegt dat je moet opgeven als het niet vanzelf gaat? Dan had ik dat al lang moeten doen!

Heuveltjes. Ik zet de cadans, tempo en afstand maar uit. Trappen en kijken naar de dino’s. Ik maak de route af. Volgens mij haal ik drie kwartier vandaag. Het wordt gaandeweg iets beter. Ik leg me er bij neer dat dit voor vandaag genoeg is. Met moeite.

Het laatste sprintje kan ik het niet laten: toch nog even voluit! Tot voorbij de verzuring. Met een dik PR. 6 seconden sneller dan daarstraks. Mijn hart werkt ook nog!

Ik ben bezweet en besluit meteen de krachttraining te doen. Iets simpels met yoga. Dat is te simpel en ik doe een serie buikspieroefeningen er achteraan. Voelt beter. Als Vincent gaat zwemmen (ik wil ook – ik wil ook) gaan Rob en ik wandelen in het Beatrixpark. HEERLIJK. Zon, onverharde paden, weer een beetje tempo en de kracht is er ook weer. Dat ik daarna moet uitrusten neem ik op de koop toe. Een beetje vertrouwen dat het ooit weer goed komt, krijg ik erbij geleverd.

13 maart Hardlopen oppakken na Corona ?‍♀️ ?‍♂️
Ik kan weer aardig uit de voeten aan alle kanten: ik kan het huishouden weer doen, ik werk de mail van het werk alvast een keer door en ik voel me weer behoorlijk aan de beterende hand. Nog niet top, want de longen zitten nog dicht. Ik hoest niet, maar ik voel een slijmlaag zitten in mijn (rechter)long(en) die het ademhalen gewoon wat lastiger maakt. Of hardlopen lukt ga ik merken. Da’s mijn graadmeter. Vincent gaat mee. Het is 15 graden, dus de korte broek en t-shirt komen weer achter uit de kast! Mijn benen, spieren, aanhechtingen, hoofd en hart werken nog prima. Geen druk, geen pijntjes. Alleen het ademen is gewoon zwaarder dan anders. Veel minder makkelijk. ‘t Moet van diep komen. Alsof ik een zakje over mijn hoofd heb, zeg ik tegen Vincent. Hij stelt voor om na elke kilometer te wandelen. Goed plan. Hoe lang we dat doen zullen we wel zien. Maar het zijn elke keer kleine stukken. Dat helpt met op adem komen.

Het is voor de rest helemaal heerlijk. Zolang ik er niet aan denk, dat ik vandaag blij zal zijn met 6 kilometer waar ik 2 weken geleden nog moeiteloos 37 kilometer kon. Als ik er niet over nadenk hoe stom wandelpauzes zijn die ik echt nooit nodig had. Als ik er maar niet bij stilsta dat ik me niks van de hartslag aantrek en op de omgeving let.

Het is mooi en lekker buiten. We gaan een stukje hard lopen, omdat Vincent wil weten of hij dat nog kan. Hij heeft meer last van alle spieren. Maar hij versnelt moeiteloos en ik kan ook even doortrekken, maar ik begin meteen te hijgen. Met de trouwe wandelpauzes als elke kilometer vol is, krijg ik er een stukje door het bos bij. Ik loop verder prima, maar we mogen niks overhaasten.

De brug omhoog lopen, daar raak ik nog buiten adem van. Over 5 kilometer doen we 32 minuten. Valt me mee, want dat is inclusief wandelpauzes. Dus tussen het wandelen in loop ik best lekker door op 5:40. Ik kijk er niet naar. We lopen nog door het park. Het is hartstikke gezellig om samen te lopen. Voor Vincent lijkt het helemaal een huppelt, maar het gaat ook bij hem niet vanzelf. We maken 6 kilometer vol met een gemiddelde van 6:21. Dat valt me mee.

Onttrainen noemt mijn Garmin dit. Dat zie ik NOOIT staan! Nog nooit vertoond dit. Als je bedenkt dat ik dinsdag de bank nog niet haalde was dit een prima dag! Als ik bedenk dat ik anderhalve week geleden nog 12 kilometer kon hardlopen is dit een slechte dag. Ik zal het ermee moeten doen. Niemand heeft ooit gezegd dat alles vanzelf gaat. Maar als ik om me heen kijk, lijkt dat voor anderen wel zo te gaan: die fietsen weer lekker honderden kilometers en lopen tientallen kilometers weg. Wacht op mij!!! ? Laten we het zo zien: ik ben op hoogtestage en doe het met de helft van de beschikbare lucht ?

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-08

21 februari Het kwam er niet van om te sporten: uit eten met de meiden. Ik wil best fietsen nog, maar het is te gezellig. Ook nog lang na het toetje. Zomaar een dag niet sporten… Die zal ik ergens anders bij moeten proppen dan, dat fietsen. De komende week nog maar eens veel schuiven. De laatste week in Training Peaks.

Ik ga wisselen van trainer. Midden in het seizoen is dat niet makkelijk voor me, maar degene die ik had, heeft nul komma nul aandacht voor mij. Daar had ik ‘m 5 maanden geleden op uitgezocht: hij zou dagelijks elke training bekijken, maar in de praktijk krijg ik geen feedback. Het frustreert me vooral, meer dan goed voor me is. Steun of begrip ervaar ik niet. En het zijn wekelijks dezelfde saaie traininkjes. Onder mijn niveau heb ik het idee, vooral bij het fietsen. Maar als ik daar iets van zeg, is het antwoord dat ik dan maar weg moet gaan. Dus dat doe ik dan!

Ik liet bij KH vallen dat ik een andere trainer moet hebben en zij raadde me een trainster aan die hier ook in de Flevopolder opereert. Ik ken haar naam van de podiumplaatsen. Verder niet. Een paar weken geleden heb ik haar gesproken. Haar accent is onnavolgbaar en ik ben te wantrouwig om meteen óm te zijn. Ze zet de schema’s in een eigen omgeving, waar ze ook commentaar kan leveren. Ik krijg en passant meteen de tips mee om de voeding aan te pakken. En ik mag Zandvoort niet doen zo vlak na de hele triatlon. Vorige week heeft ze het schema van training peaks overgenomen en ik krijg van haar via de website meer tips, tricks, begrip en steun dan ik in 5 maanden van de trainer heb gekregen. Ook deze week kijkt ze mee.

22 februari Een FTPtraining op de fiets ? en hardlopen ?‍♀️

Een FTP training. Dat is 20 minuten zo hard fietsen als je kan. Wattage trappen. Eindelijk een keer afzien op de fiets! Ik zag er tegenop. Heel hard mijn best doen… het is wat. Dat heb ik al zo lang niet gedaan! Misschien kan ik dat wel helemaal niet (meer): zweten en het maximale eruit halen, dat valt niet mee! De trainster raadt me dit aan toen ik het opperde. Dan kan zij eens kijken naar de hartslagen en mogelijkheden.

Ik ga een route doen op de Markuri Islands met een heuvel erin, want de hellingen worden er toch uitgehaald. Het infietsen gaat sloom en traag, maar het gaat allemaal om die 20 minuten kern waarin ik hard moet pushen. Ik neem veel opwarmtijd. De route was niks makkelijk en ook wat irritant, maar ERG-modus staat dan toch uit. Versnellinkjes doe ik volgens Zwift. En dan 20 minuten knallen over de asfaltweg.

Het is afzien, het is zweten, puffen, hijgen, doorbijten, leegtrappen, verzuring. Maar ik red ‘t!

Qua FTP ben ik niet heel erg veel opgeschoten, van 170 naar 172 gegaan. Al zegt dat getal me weinig. Maar de hartslagen die daarbij horen, zijn wel anders als waar ik al die tijd mee getraind heb. Heel anders. Die komen niet in de buurt bij het suffe getrap wat ik de afgelopen maanden heb gedaan. Dit voelde in elk geval beter als het halve getrain op een lage hartslagzone. Kijk, nu hebben we data waar we mee verder kunnen. Dat hield ik mezelf de hele tijd maar voor. Ik doe meteen een krachttraining, nu ik ben ‘opgewarmd’… Haha. De trainster is met vakantie. Maar ze appt me toch dat ze met deze hartslagzones vooruit kan! Tijdens haar vakantie! Hoe anders dan de trainer aan wie ik in november niks mocht vragen of verwachten tijdens zijn weekendje weg.

En dan nog hardlopen. Dat stond namelijk oorspronkelijk op het schema en op de dinsdag kan dat. Gewoon voelen wat de benen doen. Ach, slecht slapen, minder eten, hard werken, een ftp-test en verliezen met yatzee: dan kan ik in de lage hartslagzones ook geen hoog tempo verwachten. Het ging gewoon. Ik vind lopen toch leuker dan fietsen. Dat voel ik allemaal wat beter. En vandaag was ‘moe’ te voelen. Gingen de benen iets minder hard. Wel soepel als altijd. Lekker de Evenaar aflopen. De sprintjes waren rommelig. Geen andere hardlopers te zien. En de hele Evenaar door het midden aflopen op deze dag van de tweeën. Waar ik natuurlijk pas aan dacht toen ik de drieën voorbij liep.

23 februari Zwemmen – een kort overzicht. ?

  • Tva training. Ik ging in baan 2, want ik zou rustig zelf iets doen, maar er kwam toch een trainer.
  • Inzwemmen 100bc, 25school, 25bc, 25rug, 25bc, 50 benen (zelf)
  • Toen de training:
  • 3x 100armen/50benen – ik deed bijleggen 50m ipv benen
  • Dan 10x100m – ik zwom vooraan
    • De oneven rustig, de even steigerun:
      • Steigerun was 50m bijleggen, 50 rustig, 50 tempo, 50 hard
      • De rustige vanaf 6 probeerde ik 1 op 3 te ademen.
    • Ik kreeg ze niet zo goed geteld op het horloge. Vaak werd de steigerun gemeten als 75m
  • Toen nog 5x50m hetzelfde. Beginnen met rustig.
  • Dan 100bca en 1900m volzwemmen, terwijl het er echt wel meer waren!
  • Ik vond het saai, maar ik heb netjes geoefend en getraind.

24 februari Een geslaagde baantraining

De nachtmerrie: alleen maar (snelle) mannen, een niet-zo-leuke trainer, kil en nat buiten, mijn handschoenen liggen nog thuis en maar 1 leuk iemand. Vincent sloot aan bij de volwassenen (2 leuke iemanden dan) bij gebrek aan kinderen van zijn leeftijd. Ze willen buiten de baan, maar dat trekt me al helemaal niet en gelukkig is dat ook snel ‘van de baan’. We lopen met deze trainer wel op een echt inlooptempo in. Ik wijs Vincent op de nieuwe voorzitter, klets met de leuke man en blijk niet eens de langzaamste. Op de baan is de opdracht lekker simpel: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 5, 4, 3, 2, 1 minuten op een hoog tempo (dus zowel in eerste minuut als tijdens de 6 minuten) en tussendoor 1 minuut wandel of dribbelen. De trainer fluit. Ieder zijn eigen ding dus. Komt mij goed uit. Ik ga 4:50 lopen. Ik denk dat me dat lukt na de eerste minuut. Helaas loopt de hartslag niet mee. Ik blijf voelen of ik dat tempo ook 5 en 6 minuten aan kan. Het voelt goed. Voor me lopen Vincent en de nieuwe voorzitter. Ver voor me. Ik dribbel tussendoor om niet af te koelen. Wel echt trager. Ik lap elke keer mijn horloge. De tweede 5min was het zwaarste en 3 minuten ook. Ik had het niet koud, miste de handschoenen niet. Ik telde en dacht zo min mogelijk. Probeerde zo strak mogelijk te tellen. Uitdaging! En letten op de passen. Of het te doen was. ‘k Liep zo constant mogelijk. Supersaai, maar het was zo sterk. Het voelde echt goed aan tot het eind.

Ik deed onwijs mijn eigen ding. Niet kletsen met anderen, niets van de rest aantrekken. Beetje wegdromen. Bedenken hoe saai deze rondjes zijn, maar dat het sterk maakt. En maar 4:40/4:50 blijven lopen. De laatste paar waren best zwaar. Zomaar tien km lopen in 53 minuten! Met inlopen en alles! (maar zonder de uitleg) En dan nog de laatste minuut alles geven. Voelde niet als veel wat er nog in zat, maar toch doen! Snel herstel: na anderhalve ronde uitlopen alweer helemaal op adem. Loop ik zomaar de snelste 5km! Haha. Deze schoenen zijn megafijn, helaas zijn ze bijna op. Ik ben tevreden. En weet je wat zo mooi is? De trainster komt er de volgende dag op terug, tijdens haar rit vanaf het vakantieadres: “mooie sterke looptraining met constante tempo’s”. Van de trainer hoor ik helemaal niks. Die laat zich wel kennen zeg.

25 februari 3 uur op de tacx

Uitgevoerd op vrijdag op de tacx in ‘Innsbruck’ met meer dan 1000 hoogtemeters. Niet op de intervallen of hartslag gelet. 3 Uur op de Tacx is echt ? maar ik heb Yatzee gespeeld (4x verloren), gebeld met mijn zus en onderweg ben ik “op een terras” gaan zitten (thuis aan de tafel) om te lunchen. Eerst 3 keer Yatzee spelen en met een paar punten verliezen, dan met mijn zus bellen. Dat doodt de tijd en het klimmen wel!

Het viel mee, zeker omdat ik niet op de hartslagzones lette (komen nog uit TrainingPeaks) of op de intervallen. Gewoon trappen omhoog. Ik probeerde een vriendin te bereiken, maar dat lukte telefonisch niet.

Na 2,5 uur afgestapt om even beneden te lunchen! Een kwartiertje boterhammen eten. Met al dat omhoog trappen is de cadans lastig hoog te houden. Na de lunch de 60km en de 1000hm volgemaakt en nog 2 keer verloren met Yatzee. Het viel me mee, maar 3 uur is en blijft een lange tijd om binnen te fietsen. 1 bidon leeg en 3 koppen thee gedronken. Ik kan niet wachten tot ik weer buiten kan fietsen! morgen?! De reactie van de trainster: Doorbijter ben je! De reactie van de trainer:

(niks dus)

26 februari Een kleine triatlon – maar niet snel en niet goed

Buiten fietsen! We verheugen ons er al dagen op, Vincent en ik. Mijn tijdritfiets heeft een enorme upgrade gehad met DI2. Vincents fiets is gestript, maar hij mag met mijn racefiets. 2 blije koeien voelen we ons die in de lente de wei weer in mogen. De zon schijnt en het rondje Oostvaardersplassen is een mooi begin zo eind februari. De tijdritfiets is formidabel. Ik was het vergeten. Je ligt er zo strak op. Mijn knie moet even wennen (of zou dat aan de drie uur van gisteren liggen), maar dan kan ik met gemak blokken versnellen.

Vincent vindt mijn fiets wat spannender. Die fietst behoudend. Op de Knardijk gaan we hard en dan gaat hij me even voor tot mijn duurvermogen inkomt en dan hou ik het liggend langer vol. Tussen de parkeerplaatsen op de dijk versnel ik ook. We hebben toch iets meer wind tegen dan ik dacht. Het laatste stukje van de dijk mag Vincent even op mijn fiets. Dat is pas eng! Een tijdritfiets is zo anders.

Ik moet even wennen aan de (ook fijne) racefiets. Dan ga ik voor Vincent uit om een foto te nemen. Ik hoor hem roepen en de foto mislukt, want het is te druk op het verkeerde moment. Hij wil vast terugwisselen, denk ik. Maar nee, hij zit nu op een puur racemonster zich alleen maar schreeuwend van plezier af te vragen vanaf welke leeftijd je op een tijdritfiets mag! Hij stapt niet af. Krijg ik nog een kans voor een foto. En ik moet me verontschuldigen bij Rob. Gelukkig mag hij voorlopig nog niet met beugels en zal hij tevreden moeten zijn met DI2 op zijn fiets.


‘s Middags gaan we zwemmen. Er zijn maar heel weinig kinderen, dus ik pas er wel bij. Maar wat moet ik doen?! Ik weet even geen training. De trainster vraagt of ik met de jeugdtraining mee wil doen en ik zeg snel ja. Ik zit in een baan met J uit Veldhoven, maar hij heeft daar vroeger wel leren zwemmen. We zwemmen in en mogen zelf elke 50m een andere slag bedenken. Ik kom niet zo ver, maar ik vind dat beetje ‘zelf’ wel leuk. Dan volgt een ingewikkelde opdracht: 10 keer 50m: uitdrijven tot de pilon, dan de even kleren borstcrawl tot de volgende pion, daar draai je om en doe je de rugslag dus tot het einde en dan op de terugweg hetzelfde. De oneven keren schoolslag en samengestelde rugslag. Later begrijp ik van Vincent dat we ook benen hadden moeten doen. Vandaar dat wij sneller waren! We doen nog een keer 10x50m een steigerun van 25m heen en 25m terug. Zo, dat is vermoeiend! Ik doe een stukje bijleggen. Als we 250m duurtempo mogen doen pak ik mijn achtje erbij. Tot slot doen we met de 6 mensen die de training volgen een estafette: 2 kinderen, 2 pubers en 2 volwassenen. Ik zit bij J en zijn zoon. School is voor J’s zoon H en dan moet ik daarna rug doen en J zal afsluiten met borstcrawl tegen Vincent. Ik wist niet dat ik zo hard rugslag kon! Ik hou de voorsprong vast! Ik ga stuk. Vooral de eerste 25m zijn razendsnel voorbij. Ik ben er stuk van. J blijft Vincent echter maar n´ét voor. Ik vond het leuk! Terwijl ik niet van estafettes hou! Dit was een leuke leerzame zwemtraining.

En dan moet ik nog gelletjes halen voor morgen. Rob wandelt mee naar de Stripheldenbuurt. We lopen erg om. Het is niet erg, maar zo kom ik toch mooi op een kleine triatlon uit! Fietsen, zwemmen en (langzaam) lopen!

27 februari – Zeer Lange en Langzame duurloop – een feestje ? met DR

DR traint voor de marathon van Rome. En de lange duurlopen doet ze op een rustig tempo. Heel rustig. Dat wil niet iedereen. Zo rustig lopen. Dat vinden de meesten geen training. Maar ik loop graag met haar mee, omdat ze leuk gezelschap is en een geweldig mens! Rustig lopen onder je eigen tempo is zowat net zo moeilijk. Maar ik ga graag met haar mee! 35 Kilometer rustig lopen… Een Rondje Oostvaardersplassen! Ik twijfel: ik kan ook 7 kilometer er aan plakken… Een marathon lopen. Zonder tijdsdoel. Ja, dat kan. Maar het hoeft niet. Ik sta supervroeg op om op tijd te eten. Kwart over 6 al! Er liggen veel gels klaar. Mijn hoofdopdracht van vandaag is: voldoende eten. Elk half uur. Dat is elke 4 kilometer. Ik luister naar de trainster. En ze heeft neergezet in het schema: 35 kilometer. Dus ik moet niet teveel willen. Dan wreekt zich dat later in de week.

Door de prachtig koude ochtend fiets ik dan ook naar DR. Deze moeder die gister jarig was, moet nog even de droger aanzetten en het volgende wasje opstarten en de kleine meiden een knuffel geven en naar het toilet. Een gewoon geweldige supervrouw. En dan gaan we. Zij houdt een kalm tempo aan (we gaan rond de 8 lopen, appte ze me) en ik mag haar gezelschap houden. DR is een prima mens van net 37 jaar. Geen scrupules, geen dikdoenerij, niet dom en ze ziet er ook nog leuk uit! Toch gun je het haar allemaal van harte. We gaan kletsen over trainers, trainingsschema’s. Zij traint waar ik eerst ooit trainde en wij zijn allebei weg bij de vorige trainersclub, dus we kunnen heel goed vergelijken. Voor de één krijg ik wat meer respect, voor een ander wat minder. We lopen achter mijn eigen wijk door en dat is best raar. Op 1 kilometer van hier staat mijn lekker warme bed. Maar het is koel, stil en knisperend mooi buiten.

Voor half 9 zijn er nauwelijks mensen op straat op zondag. De handschoenen, buff en wat warmere trui zitten perfect. Precies na een half uur zitten we op 4 kilometer en neem ik een gel. DR doet mee en ze zal ook mee in de gaten houden dat we blijven voeden. We liepen de gladde brug over naar het Kotterbos. Het zonnetje schijnt tussen de bomen en het is ontzettend mooi en heerlijk gemakkelijk lopen.

Het tempo lag rond de 7,5 minuut per kilometer, maar ik keek er niet eens naar! De kilometers gingen ontzettend gemakkelijk. Ik vertelde van mijn plannen. Een rustig tempo, goed gevoed en een lage hartslag: dan kan ik uren kletsen! Ik, die meestal zelf liever luistert. De handschoenen waren al uit. DR bedacht dat ze eigenlijk 37 kilometer wilde lopen omdat ze 37 is geworden gister. Mij om het even, maar dan moet ik even slikken dat ik de 3 kilometer inlopen heb gemist en 5 kilometer uitlopen ook nog een vraag is. Heel even. Dan klets ik weer verder. Bij 8 kilometer de volgende gel. Er loopt sporadisch iemand met een hond. DR loopt dóór. Gestaag. Constant.

We zien hertjes in de verte. Is onze zondag weer goed! Ik klets meer dan dat ik oplet. Ik zie wel hoe mooi het is, maar dit is allemaal bekend terrein. Op het fietspad voor de Praamberg komen we RvR tegen die mijn voedingsplan maakt. Ik haalde gister de gels bij hem op en vertelde dat buiten fietsen weer kan en nu fietst hij zelf. We kletsen heel even en hij wenst ons succes en maant me netjes te blijven eten! Leuk, zo’n living reminder. We besluiten alvast het lange ommetje via de sluizen te nemen. Dan hoeven we er straks misschien niet meer zoveel bij te plakken. En daar gaat de derde gel alweer! Ik blijf onafgebroken kwebbelen. Over dieten deze keer. Voor DR wel zo prettig, want ze hoeft alleen maar te luisteren en dat houdt haar hartslag lekker laag. Ik geniet enorm van het loopje en van de mooie ochtend. Op de Knardijk wordt het best warm, maar we zullen bijvullen in het Natuurbelevingscentrum. Het is inmiddels tien uur, dus dat is net open. Op precies 16 kilometer zijn we daar. (niet aan denken dat we nog niet eens op de helft zijn!)

Naar de WC, want mijn darmen reageren toch altijd. Water bijvullen is even schrikken, want ik heb nog lang niet genoeg gedronken! Nog een gel en daarna gaan we buiten weer verder met hardlopen. De Knardijk af. Ik klets over de fietsen die Rob voor ons maakt. We kijken naar de vogelaars. Intussen wordt het overal drukker. Ik vertel mijn prachtige verhaal over mijn balletles en pianospelen. Op naar dé dijk. Ik merk dat ik de neiging heb iets harder te lopen dan DR, maar ik hou me de hele tijd keurig in. Vlak voor de dijk, op 20 kilometer stoppen we nog een keer even voor een gel en zodat DR haar haar opnieuw kan vlechten.

Dan op voor 13 kilometer dijk! De wind komt van opzij, waar ook de zon staat. Het is nu een stuk drukker en bekenden fietsen langs (ik herkende RZ, maar DR herkende iemand niet). Of mensen die begrijpen waar wij met onze rugzakjes mee bezig zijn. Ik heb nog stof voor zomaar 5 kilometer over de ‘usual suspects’. DR reageert echt zo lief dat ik haar wel zou willen knuffelen op een au pair: niet voor haar meiden! DR loopt door. Strak, gestaag, zonder aarzelen. De eerste parkeerplaats is op de fiets al best ver, maar lopend helemaal. En toch: het is zo prachtig, die lange rechte dijk. Het is gewoon kilometers tellen.

Soms loop ik even vooruit op mijn eigen tempo om een foto te maken. Of mijn veters te strikken. Of om een gel te eten. Mijn gewone gels zijn op, mijn aquagels gaan er nu doorheen. Daar doe ik het nog beter op! Ik loop nu echt telkens een paar stappen voor DR, maar ik blijf in haar buurt. Ik moet nog even zoeken naar een onderwerp, maar ik blijf wel gewoon kwebbelen. Ik vraag haar nog: Als ik stil blijf, ga jij dan praten? Maar DR ontkent dat, die vind luisteren op lage hartslag helemaal prima.

Ik heb het zelf even iets zwaarder, want de volgende parkeerplaats is nog verder. De gel op kilometer 28 is even tellen of dat in de tafel van 4 past. Maar verder gaat het mij nog heel erg goed: ik besef werkelijk alles nog. Dat we net een stukje te kort gaan komen ook.

Ik ga vertellen van de Frysman. En dan, na precies 13 kilometer lange rechte dijk verlaten we de Oostvaardersdijk. Mijn gels die ik bij de hand heb zijn op! Ik neem een halve reep. Deze keer doen we dat wandelend. 33 Kilometer onder de voeten door gelopen inmiddels. Die voeten voel ik. Die van mij. Een beetje beurs. En ik voel mijn benen ook. Van al dat asfalt. Het is gek: we moeten nog 4 kilometer, maar nog 2 kilometer ‘plus 2 kilometer extra’ klinkt een stuk beter! Het tempo gaat iets omlaag, maar dat maakt ons niet uit. DR hoeft de laatste 2 kilometer niet meer te versnellen. Ik zou dat een goede training vinden, maar zo is het ook goed, het is haar ding. En ze stopt niet bij 35 nu er 37 in haar hoofd zit. Vind ik zo sterk en cool van d’r: doorzettingsvermogen heet dat. Dáár heb ik respect voor. Het dapperste wat ik ga doen, is mijn horloge stop zetten bij 37 kilometer. Accepteren dat dat genoeg is. Op de brug heeft DR nog wat energie over om te versnellen.

De brug op red ik dat niet met haar mee, maar zij heeft zoveel trainingskilometers op deze brug vlak bij d’r huis liggen, dat ze dit even wil afkransen! We moeten een klein ommetje maken. Vanaf kilometer 36,5 versnel ik door. Dat lukt me dan weer wel. Dan kan ik de finishlijn maken, maar die van DR ligt net iets verder. Op precies 37km stoppen we.

En krijgt ze toch een dikke knuffel van me uit de grond van mijn hart! Ik ben trots op d’r. Apetrots. Die gaat Rome halen! We wandelen nog een heel klein stukje naar haar huis en ik druk ook op save. Geen marathon vandaag. Zevenendertig kilometer. Zomaar. Bij een tempo van 7:31 gemiddeld. En dat is ook niet verkeerd.

Ik fiets heel blij weer naar huis. Natuurlijk voel ook ik mijn (bovenbeen)spieren! Natuurlijk voel ik ook mijn voeten! Natuurlijk voel ik ook mijn darmen! Natuurlijk merk ik ‘t ook als ik de trap op loop. Ja, ik eet lekker yoghurt als lunch. Ik ben aan veel kanten goed bezig. Na het douchen ga ik nog met Rob wandelen. Dat voel ik, maar het is ook zo lekker om met dit weer buiten te zijn! En we hebben melk en brood nodig. En mijn trainster… die heeft de training al gezien. De rest van alle “wauws en geweldigs” zal me wat, haar duimpje is eigenlijk genoeg ☺️. Voordeel van langzaam fietsen en rustig lopen: je hebt zo een heleboel trainingsuren te pakken!

28 februari – Fietsen, maar deze keer eens anders!

Ik heb nauwelijks spierpijn van de kilometers van gisteren. Wel trekt het een en ander een beetje. En ik lijk wat verbrand. Natuurlijk had ik niet zoveel zin in fietsen. Ik moet ‘s avonds op de Tacx en er staan intervallen. Ik kies voor de training die de trainster voor me heeft klaargezet. Ze is bijna een heilige, want ze schrijft me “Flinke afstand, mooi gelopen, heel rustig inderdaad. (…) Snap dat het moeilijk is na 37km op save drukken, een beetje dubbel gevoel, maar voor nu was het doel ook geen marathon maar een mooie training!” Dat heet begrip. Dat is erkenning. Daar voel ik me compleet save bij. Natuurlijk dóé ik het trainen niet voor haar, maar dat zij het snapt zorgt er voor dat ik mezelf kan geloven! Maar eerst staat er een fietstraining op hartslag (dat ligt allemaal hoger als ik de afgelopen maanden gewend ben geweest) in 8 blokken van 11 minuten. 5 Minuten zone 1 (rustig), 5 minuten zone 2 (lekker tempo) en dan 30 seconden zone 3 (dat is vet aanzetten) en 30 seconden rust. We zullen eens zien wat mijn benen er van gaan vinden! De eerste 5 minuten vinden die benen niks leuk. En ik heb nog wel gekozen voor vlak terrein! Het tempo ligt wel lekker hoog. Maar na 7 minuten hebben de benen zich bij het rondjes draaien neergelegd. De 30 seconden hard, daar red ik zone 3 niet in, maar ik ga wel even stuk! Ondertussen drink ik. Elke 4 km. Het kan maar wennen! Ik heb het ook echt nodig nu, want deze hartslagzones kloppen veel beter.

Ik heb het gevoel dat ik train. TRAIN. Ik doe iets. Ik doe mijn best. Ik zweet. Ik span me in. En dat voelt lekker. Ja, ik denk ook ergens: stomme trainster, ik liep gister nog 37 kilometer he, maar deze uitdaging moet ik hebben. Ik moet het gevoel hebben dat ik ergens voor moet werken. Ergens in de vierde keer kom ik tussen zone 1 en zone 2 een sprintje tegen in Zwift. Die pak ik even mee. Mag ik ergens anders een keer de 30 seconden hard van mezelf overslaan.

Ik moet minstens 6 keer keurig de opdracht doen van de 8 keer. Dat moet van mezelf. Daar staat geen trainster tussen. Intussen erger ik me nog een keer aan de trainer die me niet heeft uitgedaagd, waar ik de lust in trainen bij verloor. Overigens lijken alle trainers minder verstandig dan trainSters, want die van Vincent is ‘m ook al weer vergeten: omdat hij geen schema kan kopiëren voor een puber staat er niks voor maart. In elk geval overleggen Vincent en zijn trainer nog. Dat was de vorige loser vergeten. Die had het druk met zijn andere coachee waar hij zijn ‘aandacht’ in kon steken.

Na 5 keer ga ik de heuveltjes proberen in Zwift. Kijken of dat verschil maakt. Dat doet het zeker en het is behoorlijk lastiger om in zone 2 naar boven te fietsen! De zevende keer beginnen mijn benen toch wel weer iets te vinden wat op protest lijkt. Ik ga naar beneden en dan val ik snel de zones uit. Maar natuurlijk blijf ik mijn best doen! In de laatste keer kom ik (hetzelfde) sprintje tegen. Ik ga helemaal tot het uiterste voor 48 seconden tot mijn benen niet meer kunnen en ik in zone 4 zit. Ik fiets lekker hard voor mijn doen, mooie cadans en ik ben blij en moe als ik afstap. En de bidon is leeg!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-07

A Bad Week. Ik ga dan ook niet heel uitgebreid over allemaal trainingen schrijven, want het was gewoon niet veel soeps. Het zit tussen trainer en trainster in en ik heb last van een motivatiedip van jewelste. Het weer is somber, ik ben moe en vooral sportmoe. En dan ook nog die tijd van de maand: een slechte combi. Niet dat ik het niet overleef of allemaal trainingen ga overslaan: integendeel! Maar de zin is heel ver te zoeken en ik voel me nergens goed bij.

Maandag 14 februari. De helft volgens de training, de andere helft ‘zelf’ ?‍♀️

Totaal geen zin: onrustige werkdag met reizen en sociaal zijn. Ik ben sport-moe. Alarmfase 1. Geen zin. Toch doen. Maar ik ruil de dagen om: vandaag een uurtje en morgen anderhalf uur.

Mijn benen zijn weer helemaal bijgetrokken van het lopen, dat is het niet wat er dwars zit. Spierpijn of ‘ergens last van’ is bij mij zelden het geval. Ook nu niet. Mijn hoofd heeft geen zin (meer). En meestal dan zeker niet in binnen fietsen. Weer Watopia. Weer virtueel. Weer hetzelfde geduns met ‘binnen de hartslag’ en ‘cadans hoog houden’. Er is weinig variatie.
Het eerste half uur hield ik mij aan de training en de hartslagzones. Ik word niet moe, ik hou me de hele tijd in en ik verveel me. Het is niet leuk: ik fiets vlak, maar ik kom niet boven de 1,5watt/kg uit. De cadans ligt rond de 80, maar soms ver er onder. De intervallen stellen niks voor en ik zit aan de bovenkant van de zones en net er overheen; inhouden, kalmeren, geen inspanning. Alleen om de cadans hoog te houden soms een beetje. Mijn benen voelen niks. Dat maakt het er niet beter op. Iedereen met minder doorzettingsvermogen dan ik was afgestapt. Maar dat komt in mij niet op.


Het tweede half uur ga ik op inspanning fietsen. Active is dan hartslag 130-138. Lekker. Gewoon doortrappen, maar niet kapot gaan. Dan harder. Hartslag komt rond de 145-147. Ik voel het. In mijn benen. En ik zweet een beetje. Dan 1 minuut hard met een hartslag rond de 150- 155. Dat is doorbijten en aftellen. De rust is eens een keer welkom op ‘n hartslag rond de 126-130. Dat doe ik drie keer en dat voelt goed. ? Ik voel dat ik iets doe. Iets moet presteren. Ik wil drinken in de rust! Weg verveling. Ook al blijft alles virtueel vlak. Mijn inspanningsniveau ligt dan rond de 2.0watt/kg en in hard op 3.0.
Eindelijk het gevoel dat ik een half uurtje getraind heb.


Hoe vaak heb ik de trainer dit intussen gevraagd? Of hoe duidelijk moet dat zijn uit de gegevens dat het eerste half uurtje niks te trainen was? Geen idee of ik enorm vooruit ben gegaan in al die tijd en er sinds oktober niks gewijzigd is of dat ik de laatste weken enorm achteruit ben gegaan omdat ik zwaar onder mijn kunnen heb getraind. De nieuwe trainster is de aanstichtster van mijn ‘eigen’ half uurtje, want die vroeg of de hartslagzones goed staan. I wonder…. Ik ging er van uit dat de trainer wist wat hij deed; maar misschien was dat niet zo. Misschien was het eenzelfde foutje als bij het zwemmen. He, daar baal ik van. Streep eronder, ik ga door met een vrouwelijke trainster en heb de trainer gemaild dat ik niet meer met zijn schema’s verder train. Ik krijg uiteraard geen reactie, want de communicatie tussen ons laat erg te wensen over. Van beide kanten. Ik omdat ik het al een tijd geleden opgegeven heb (waarschijnlijk al toen hij mij ‘hilarisch’ vond) en vanuit hem is er geen interesse whatsoever.

De training is groen. ✔️ ik krijg zin om een nieuwe ftptest te doen. Mooie meting. Dan weet ik of ik vooruit ben gegaan en of de hartslagzones kloppen op de fiets.
Al met al 250ml vocht verloren. In t laatste half uur. Want ik weeg tegenwoordig voor en na de training.

Dinsdag 15 februari.? en weer ?‍♀️ , maar zonder spirit

De trainster leest mee in Garmin en pakt onmiddellijk het probleem op: sportmoe is een red flag waarvoor ik haar gewaarschuwd heb. Zelfs als ze over een paar weken nog maar de helft doet, is onze communicatie nu al beter dan ik ooit eerder heb meegemaakt! Ze raadt me aan te wandelen en een training over te slaan. Die wandeling vind ik een topidee, overslaan kan ik niet. Ik ga ‘s middags lekker alleen wandelen. HEERLIJK. Wat moet ik anders met mijn tijd?

De trainer mailt me dat hij de opzegging ontvangen heeft en even later appt de trainster me dat ze snapt hoe onmogelijk overslaan is voor gedreven triatleten die alleen maar groene trainingen moeten halen in Training Peaks. De wandeling voelt als een moment om alles op een rijtje te zetten. Dat is niet makkelijk, maar het voelt goed. Ik app met Joyce. Het druppelt wat, maar dat maakt me niet uit. Ik verwonder me. Over het beeld, over de tuinmannen, over de zwanen. Bij wandelen hoeft het niet snel-tempo-hartslag. De hartjesballon waait voor me uit. Mooi. Ik haal brood bij de winkel. Als ik thuiskom begint het hard te regenen.

Toch ga ik ‘s avonds nog fietsen. Onder het mom van: ook al heb je geen zin, probeer het! Het werkte niet. Ik kreeg geen zin; er zat geen energie in de benen om de virtuele mountainbike een virtuele berg op te duwen; er was geen spirit te vinden op de Spirit Forest Route en een hogere hartslag in de tempoblokjes kwam er ook niet uit.

Wel een boel Engelse woordjes geleerd met het kind en 1 HELE GROTE overwinning gehaald: na een uur van de fiets afgestapt en de anderhalf uur niet vol gemaakt. De eerste training in een half jaar tijd die ik NIET volmaak omdat het niet goed voelt!! Nog niet eens doorgebuffeld tot de training groen was. Wat niet kan, dat lukt dan niet. Dat accepteren is een grotere overwinning dan de training afmaken.

Zelfs de trainer reageert nu dat ik ook wel eens een training mag overslaan. Maar weet je: hardlopen vind ik te leuk om over te slaan, met zwemmen heb ik elke slag nodig en fietsen… tja, dat ben ik gewend met tegenzin te doen. Hoezo overslaan? Dan zet je het toch niet in het schema? Doelloos trainingen in een schema zetten is niet het werk van een trainer dunkt me. Dan moet ie dat weghalen of weglaten. Ergens voel ik me nog verder van huis: nu heb ik 2 trainers, Manuel, Joyce en 2 mannen thuis die allemaal tegen me zeggen: doe dan eens een keer niks. En ik kan dat niet, niks.

16 februari Zwemmen ?‍♀️

Tussen de middag wandelen vind ik heerlijk. Samen met Rob bijkletsen. Om half 6 echter, lig ik weer in het water. Ik ben toch bij het zwembad, voor Vincent en ik heb maar 3 kwartier want dan moet ik door naar de sportdietist. Zin ontbreekt voor alles. Behalve op de bank liggen en snoepjes schuiven. Maar ook dat vind ik na 3 minuten al saai. Alles is saai. Alles. Maar goed: ik ga naar baan 3, dat is minder vermoeiend dan voorop moeten zwemmen. Achterop. Eerst 150m inzwemmen met achtje, dan 150m bijleggen half zonder achtje. Het gaat een stuk beter!

Dan als een-a-laatste in de baan 50 bijleggen (zij doen vlinder) 50 rug (he dat kan ik!) 75 school, 100bc (he anderen: hou op met dat achtje) en dat twee keer. Verschillen in de baan zijn groot, maar ik heb drag mee. Dan 6×100 eerste halve baan benen en afzet. Eerst achter W maar die stopte na 2 of 3 keer. En toen deed ik met achtje en 1 keer 50m minder. Daarna zwom ik 50m bijleggen uit en door naar de dietist. Baan 3 is echt relaxter! Blij dat ik gegaan ben. Het was niet zinloos.

17 februari ROOD

Een dag op kantoor. Een lange dag. Buiten schijnt de zon. Ik ben bezig met de klantendag. We hebben een meeting. Ik luister, maar in mijn hoofd zit geen animo. We eten gezellig samen chinees. Ik mag en ga vandaag de training overslaan. Dat is moeilijk voor mij. Nu is er niks waarvoor ik naar huis hoef. Niks waar ik me voor in moet spannen. Er is niks om naar uit te kijken. Een training overslaan… Dan wordt ie rood in training peaks. Ik werk sinds juni 2020 weer volop met training peaks. In al die tijd was er 1 week met 2 rode trainingen: toen was zwemmen niet mogelijk. 11 juli 2020. Dat was de laatste rode training. Sinds die tijd zijn alle trainingen groen (keurig binnen de tijd) of geel (vaak net over de tijd heen en maximaal 3 keer net te kort) of oranje (ver over de tijd heen, nooit er onder). Vandaag wordt de looptraining ook rood. Dat kost mij meer moeite en energie dan toch maar een stukje gaan hardlopen.

Gelukkig werkt de trainster straks niet meer met training peaks. Geen kleurtjes meer. Geen druk. Geen ‘moeten’. En morgen kunnen we in verband met het weer en de tijd ook al niet naar het bos. Het is een moeilijke dag voor mij. Het eerste wat ik doe als ik thuis kom, is Rob meenemen voor een wandeling rond de wijk. Ik moet frisse lucht hebben! En de rode ring van de Apple Watch moet ik toch halen. Ik ben meer van blauw. Rood is zo niet mijn kleur!

18 februari Lopen in Almere met Joyce en wind ? om de hoofden leeg te waaien

Vanwege het weer en de onrust (bij Joyce, maar ook bij mij) was Almere een prima optie. Ik kan niet zo goed denken over de route of wat ik wil. Na 4 dagen niet hardlopen, ben ik onblij. Lopen is mijn verslaving. Ik ben nu bang dat ik niet meer weet hoe het moet!
Het zou gaan regenen, maar dat viel mee. Het zou gaan waaien, maar dat viel (mij) ook best mee. Ik ging aan het kletsen, dan hoeft Joyce alleen maar te luisteren. Ik heb genoeg te mokken (school, alle kennissen, alle trainingsperikelen). We waren zo in Nobelhorst en over de brug.

Daar viel de wind echt weg, zo langs het water. De kilometers gingen redelijk vanzelf, maar ik vind onder mijn tempo lopen ook niet altijd gemakkelijk. En te merken dat Joyce het naast mij wel moeilijk heeft, vind ik helemaal niet gemakkelijk. We stopten/aten pas bij Haven na 7km. Deed me even goed. Dan door naar het Oor. Ik had een dikke zin-dip, maar doorlopen helpt dan. Niet nadenken: doorlopen!

Toen langs het Weerwater; is toch apart mooi. De zin kwam terug. We zagen weinig andere lopers. En dan een stukje wandelen in de stad. Joyce was een stuk vermoeider dan ik, maar dat heb je met een zwaar hoofd. Dat sleept traag mee. Langs de Esplanade lopen en ik bedacht de nieuwe brug als doel.

Dan langs het Weerwater met dikke wind, ik was in mijn nopjes en vergat alle voeding! Wind tegen, werken, vechten, even jezelf tegenkomen: ik geniet daar enorm van. Op de brug echt genoten van het feit dat ik daar vaker onderdoor heb gezwommen dan overheen heb gelopen -dit is de eerste keer lopend! Wonderlijk.

Dan door de wijk. Joyce had het zwaarder en ik makkelijker. Langs Vincents school. Het was gek dat mijn hartslag onwijs flipperde tussen te hoog en te laag. Ik trok me er niks van aan. Langs de woonboten en toen deed ik nog sprints. Ik had 18km in mijn hoofd en dat werden het er dus ook. Niet moe van, wel vermoeid. Ik kon het nog, hardlopen.

19 februari. Fietsbellen ? ? / ?

Een nieuw record: Ik ben nog geen vijf minuten aan het fietsen en ik ben het al helemaal zat! Dan moet ik nog 130 minuten… Hoe dan?! Dadelijk kan ik mijn zus bellen. Zij zit niet op de fiets, maar bellen kan ze wel. Ik doe saai het rondje Reverse Eight in Watopia. De hartslag laat ik totaal voor wat ie is. Een beetje leuk mag ik het best maken voor mezelf. De cadans en de intervallen laat ik ook links liggen. Ik trap gewoon. En we kletsen. Over Corona. In hun huis. Over schoolgaande kinderen. In mijn huis. Het regent in Watopia! Buiten schijnt de zon, maar ik fiets in de regen. Volgens mijn zus mag ik niet klagen, want ik word niet nat.

Soms drink ik wat. Soms klim ik wat. Soms versnel ik wat. Soms is de cadans wat hoger. Er komen intervallen voorbij, maar ik zie ze nauwelijks. Er komt een pakje binnen bij mijn zus. Het onweert in Watopia. Ik tel de kilometers: 27 in het eerste uur. Dan kom ik er een beetje in. We bellen lekker verder. Nog een keer hetzelfde rondje. Ik neem een paar PRs mee op wat sprintjes. Met nog een half uurtje te gaan, zijn mijn zus en ik uitgekletst. De laatste kilometers doe ik wel alleen. Ik wil en maak de 60 kilometer vol. En 500 hoogtemeters. En 2 uur en een kwartier lekker net niet.

‘s Middags ga ik zwemmen. In het uurtje van de kids. Ik weet zelf even geen training en ik heb geen zin in bijleggen. Ik wilde liever niet zelf iets verzinnen, maar het scheelt gewoon een uur als ik al om 4 uur ga. Er zijn 2 andere volwassenen in de baan en in totaal 5 kinderen en 3 zwemtrainers. Ik begin gewoon te zwemmen met pullboy. Na een paar honderd meter denk ik: het gaat goed, ik ga 1000m zwemmen. Zie wel hoe het lukt. Het gaat prima: ‘k heb het ademmoment, ik kan 1 op 4 ademen en ik kan doorzwemmen. Baan na baan na baan. Ik voel me vandaag niet zo sterk en goed als “alle” anderen. Ik ben niet snel of goed of sterk of een uitblinker. Maar ondertussen zwem ik de kilometer met een pullboy als hulpmiddel wel in 21 minuten! Voor mij is dat lekker snel. Ik heb 50m teveel gedaan, dus eigenlijk was ik na 20,5 minuten al klaar.

Ik klets even met de andere man in de baan die zichzelf ook niet snel vind. Omdat ik geen opschepper ben, zeg ik niks, maar ik ben degene die 6 jaar geleden nog niet eens dácht aan zwemmen of een borstcrawl. No way. En al helemaal niet aan het zwemmen van 1000m zonder hulpmiddelen. En nu ga ik het proberen. Ik blijf kalm zwemmen en let op mijn hoofd wat niet te ver uit het water mag. Ik hou mijn horloge in de gaten voor de afstand. Al met al doe ik er 22 minuten en 10 seconden over. Dat is voor mij een toptijd. Zonder achtje! Dat ik het kan is al tof, maar dat ik nu net zo snel ben als vroeger met alle hulpmiddelen is echt vooruitgang. Dat wilde ik weten van mezelf. Dan moet ik even denken wat ik nog wil. Ik bedenk 1 op 3 ademhalen. Normaliter doe ik 1 op 2 of 1 op 4 aan de rechterkant. Standaard. Maar nu moet ik dus links en rechts proberen. Eerst doe ik 100m zonder pullboy. Maar dat is een enorme energieverslindende bezigheid. Ik pak de pullboy erbij. Het ritme verandert totaal en ik merk nu onmiddellijk als ik op het verkeerde moment ademhaal! De slagen worden een stuk langer. Ik doe nog 400 meter. Heb ik in totaal 2500 meter gezwommen. Leuk hoor.

We moesten nog iets halen in de stad. Got, wat liepen Vincent en ik hard! We waren net op tijd voor de winkel sloot. 9:40 liepen we gemiddeld. Het telt bijna als hardlopen. Het begon hard te regenen toen we terugliepen.

20 februari – Regen, wind en rennen met Vincent. ? ? ?‍♀️ ?‍♂️

En de regen houdt niet meer op. Het is somber, saai en neerslachtig in Nederland. Ik ben jaloers op iedereen die op een zonnig eiland zit en lekker kan trainen buiten. Of iedereen die leuk in de sneeuw zit en vrij heeft. Ik voel me somber, saai en neerslachtig, al gaat het wel iets beter dan aan het begin van de week. Ik ‘moet’ zoveel: bloggen-strijken-schoonmaken-boekuitlezen-organiseren-pianospelen-administratiebijwerken-opruimen-naardewinkel-enwatalnietmeer. Om 12 uur stond Vincent beneden om te gaan lopen, maar ik was naar de winkel toe. Dus we gingen gelijk maar om half 1. Het leek een beetje droog. Korte mouwen, regenjas, fijne schoenen. We liepen eerst wind mee, maar zone 1 bleef het niet. Bij een tempo van 5:40 liep ik lekker in zone 2. Op het omslagpunt natuurlijk. Het liep prima. Met wind in de rug dus. Maar ik wilde niet onverhard gaan stampen.

Toen wind van opzij. Dat werd al wat stiller tussen ons. Maar ik vind dat lekker! Afzien, doorbikkelen, voelen dat je er voor moet werken, je best doen, tempo vasthouden en vechten tegen elementen. Stiekem vind ik dat beter dan zon, bergaf, hitte, stralende blauwe lucht en knisperende ski-kou. Vincent is het pertinent oneens met me. Zeker als het dan ook nog begint te regenen, wat aanvoelt als hagel in je gezicht. Ik loop gewoon door in zone 2. We hebben maar een klein stukje echt hard wind tegen. Big smile bij mij, Vincent trekt zijn capuchon nog iets meer aan en roept: “doen alsof dit leuk is!”

Hij gaat rechtstreeks naar huis, ik loop nog om de wijk heen, want ik heb tijd genoeg en ik mag nog sprints doen. In mijn eentje ga ik net zone 2 ook uit, maar het tempo blijft hoog liggen. Voor mijn doen. Niet stoppen, niet denken, mijn eigen stappen nemen, doen wat ik kan. De sprintjes volgen wind-tegen. Eigenlijk nog leuker, stiekempjes. Maar de laatste keer ik om en doe ik wind mee. Het scheelt wel. Eigenlijk is 20 seconden hard en een minuut dribbelen inmiddels ook achterhaald. Ik maak de 8,3 kilometer vol.

Iemand op een zonnig eiland heeft dat gisteren gepost als run. Ik was ietsje sneller gemiddeld en mijn hartslag was aanzienlijk veel lager, terwijl wij redelijk dezelfde zones hebben. Ik had geen zon, geen pauze, niks bergaf en vooral wind tegen en regen in plaats van parasols, easy going, fotomomenten en boulevards. Als ik binnen zit en lekker warm heb gedoucht (voordeel was dat Vincent al klaar was!) vervloek ik de somberheid buiten weer, terwijl ik heel veel strijkwerk heb. (alias krachttraining)

Een rustige week. Weinig uitdaging. De uitdaging zat ‘m vooral in het niet – doen. In het afwegen. Alles was wat dubbel: ik wilde niet en deed wel, ik trainde niet, maar leerde wel en ik ga niet vooruit en toch ook weer wat harder dan normaal, de trainer die niet sterk reageert en een trainster die scherp is, ik liep te weinig en fietste teveel, het was saai en het stormde.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022 – 6

7 februari. Mechanical Failure met de Tacx ???

We eten vroeg, zodat ik kan gaan fietsen om kwart over 6 en ik kan dan om 8 uur weer bij mijn afspraak zijn. Ik ga een uurtje intervallen trappen. Vlakke route. Oei, de benen vinden er iets van, het tempo blijft wat achter, maar de cadans is mooi en ik ga dit gewoon dó´én. Zo simpel is het. Geen afleiding, geen muziek: minfietsen, 10 minuten warmdraaien en dan 3 keer 2 minuten hard, 1 minuut heel hard en 2 minuten hoge cadans in de rust. Schakelfeestje.

Als die benen eenmaal op stoom zijn, doen ze wel mee. En dan weer tien minuten rondjes draaien. En daar ergens gaat het mis. De verbinding met de Tacx valt weg. Dan sta je stil in Zwift. Hoe hard je ook trapt. Soms komt het terug. En nu ook. Eventjes. Dan sta ik weer stil. Ik trap de training zelf gewoon door. In Zwift sta ik stil te dromen. Bah.

Ik hou de training op het horloge aan, die is op hartslag en dat werkt nog. Tempo en cadans niet meer. Ik start Zwift opnieuw op en daar kan ik wel weer verbinding maken met de Tacx. Ga ik nog een rondje in Richmond. Doe ik daar nog een keer de intervallen met minuten hard en harder. Helaas zitten de heuveltjes op de verkeerde plek: de stijging in de rust en de afdalingen in de snelle blokjes. Ach wat, ik maak het nu gewoon af. Het is maar data.

Of ik er even bij stil wil staan dat ik dit gewoon weer kan. Mijn benen kunnen dit, het duurvermogen op orde, het doorzettingsvermogen op peil, de energie in balans. Alleen verder voelt alles een beetje grijzig en mistig. Da’s effe jammer, maar hopelijk één dezer dagen weer voorbij. Uur training is om en ik spring van de fiets de douche in en wandel dan naar de afspraak. Toch even buiten geweest!

8 februari – Vanuit het werk hardlopen ?‍♀️ én weer fietsen ?‍♀️

De collega die de telefoon mee opneemt is met vakantie, de andere collega ziek en er is veel werk te doen op kantoor. De andere collega die ook hardloopt is net weer een beetje klaar met de blessure en loopt weer twee keer per week. En dan vertel ik: 3 uur fietsen en 3 uur lopen in het weekend en een uurtje zwemmen en nog een klein uurtje hardlopen; dat is de planning en was de realiteit van vorige week. Voor mij misschien ‘normaal’, maar een vriendin wijst me er fijntjes op dat de echte wereld anders in elkaar zit!

Om 3 uur ga ik hardlopen. De telefoon zal wel niet meer overgaan hoop ik. Korte mouwen aan, want het is 12 graden en ik kan een rondje om het Kromslootpark lopen. Het begin is goed te doen met blote armen, maar na 2 kilometer weet ik wat vergeten ben: wind. En dat maakt het koel. Het is wel mooi: schaapjes en ik mag lekker rustig lopen.

Ik let op de ademhaling (dé manier om de hartslag omlaag te krijgen!) en het ritme, zowel van mijn eigen voeten als van alles om me heen. Het constante geruis van de snelweg en ook de vogeltjes. Dan draai ik de dijk op.

Wind mee is fijn en de hartslagzone is redelijk vol te houden. Niet easy, want ik wil liever sneller, maar dan gaat mijn hart ook harder en dat is niet de bedoeling. Ik maak foto’s en loop zoveel mogelijk te genieten van de vrijheid en dat ik kan lopen. Ook al had ik beter voor lange mouwen kunnen kiezen. Ik draai de weg op.

Dat ik zomaar 5 kilometer binnen een half uurtje kan lopen. En dan… geloof het of niet- er belt een klant! Ik neem netjes op, hopelijk zonder te hijgen. “Ik stuur je de gegevens zo op, maar ik zit nu even niet op mijn plek”, hihi. Hij moest eens weten….
Ik pak de draad weer op en weet dat ik dadelijk sprintjes moet gaan lopen. Mij om het even, doe ik ook. ‘t Sprintje valt natuurlijk precies gelijk met het viaduct en omhoog lopen. Ik zie een andere hardloper met korte mouwen én korte broek! (volgens mij ken ik hem) Het valt me even iets zwaarder omdat ik naar het toilet moet en er een kramp door mijn buik trekt. Mijn hartslag schiet meteen omhoog tot over de top! Maar het trekt weg en ik haal weer rustig adem. Na precies 8 kilometer sta ik weer bij het kantoor. Gauw een trui aan doen en de mail versturen!

Een paar uur later zit ik weer in de virtuele wereld van Zwift. Ik moet anderhalf uur fietsen. Dat combineert zich prima met Duitse woordjes leren samen met de puber. Het gaat over schmerzen und krank sein und unfall untsoweiter.

Hij leert de woorden aan mij, zodat hij ze ziet. Ik ga de berg over. Niet snel. Lage hartslagzone. Zo hoog mogelijke cadans. Maar vooral nergens druk om maken. Dan fietst iedereen me maar voorbij. Mijn buien zijn de laatste dagen wel erg onvoorspelbaar: het ene moment lopen we te grappen om Duits en even later ben ik extreem sacherijnig of depri. Ik ga ook nog naar de Radiotoren op mijn fiets. Hoogtemeters scoren.

En daarna hard naar beneden fietsen. Het Duits is dan wel klaar. Ik fiets de route vol en de tijd haal ik met gemak. Geen snelheid, betrekkelijk weinig moeite.

9 februari 2022 – Een soort van rustdag ? met enkel zwemmen! ?‍♀️

Ik wandel wel tussen de middag, maar verder is het een dag met ‘slechts’ een uurtje sport. Ik heb ook niet zoveel zin. Behalve de stemmingswisselingen, slaap ik ook niet meer zo best. Dus ik ga me niet inspannen in baan 3 en ik ga lekker in baan 2 meezwemmen. Dat is een misrekening! Dan sturen ze mij voorop, wat ik makkelijk kan, maar dat is ook weer zwaarder. Ik kan in niemands benen hangen en moet zelf het tempo bepalen. Ik zet mijn horloge stil, dat doen anderen ook en dat gaat een stuk harder dan! We doen eerst Arme Benen Arme Benen. ? En dan 4 keer 100 elke 25 meter sneller: dat doe ik met bijleggen dus. Ik neem mijn achtje er zelf zo nu en dan ook maar bij. We doen nog iets met rug en school. En nog 8 keer honderd meter met elke 2:30 vertrekken. Hoe reken ik dat nu weer?! Ohja, met laps en ik doe afwisselend met en zonder achtje. Ik vind opeens heel goed het adempunt (net iets eerder) en het zwemmen zelf wordt soepeler, maar ik moet nu wel meer concentratie opbrengen. En dan word ik moe. Vermoeid. Dan gaat mijn bui helemaal de mist in. Alle vertrouwen zinkt naar de bodem. Gelukkig blijf ik zelf nog net drijven. Uiteindelijk weet ik niet precies hoe snel ik zwom en of ik het horloge wel elke keer heb aangezet. Ik ben blij dat ik naar huis kan. Niks rustigs aan deze zwemtraining!

10 februari – een zelfstandig bedachte piramideloop ?

De werkdag is druk en onrustig, mijn hoofd is vol en onrustig en het leven is op dit moment wat chaotisch en onrustig. Ik heb dan geen zin in baantraining met veel mensen in het donker. Ik wil in het licht lopen en op mezelf. Dus ik vertrek om half 5. Geen idee waarheen en wat ik moet doen qua training! In de eerste kilometer voel ik alles na: het voelt goed. Lage hartslag, benen zijn oké en hoofd doet wel weer mee. Ik bedenk meteen mijn eigen training: elke kilometer iets harder, maar dat dan maar 3 keer. De eerste kilometer hou ik in, voor wat speling. 6:15. Mooie bankerlap. Ik ga de Evenaar langs. Ook druk en onrustig met verkeer en mensen helaas. Accepteren en accelereren. Ik kom op 5:50. Nu een kilometer lekker doorlopen! Grote passen, vooruit kijken, rechte rug. Warmpel: net boven de 5 minuten. En nu ga ik in 2 kilometerstappen weer terug. Dus ik moet proberen kilometer 4 rond de 5:50 te lopen. Dat is zo mogelijk nog moeilijker dan versnellen! De brug helpt een beetje, maar niet genoeg.

5:40. En dan moet ik nog trager gaan. Terug naar 6 minuten. Ik loop op de rechte Trekweg en heb wind mee. Ik doe mijn best, maar boven de 6 minuten red ik niet. Ik loop de 5 kilometer zomaar weg binnen 29 minuten. De hartslag is laag. Dan mag ik weer versnellen. Ik ga terug naar 5:30/5:40. Probeer het goed aan te voelen en ik probeer ook op 600m een check uit te voeren. Weer net iets te hard. Lange rechte weg he en wind mee!

Ik ga de volgende laatste snelle kilometer proberen om onder de 5 minuten te lopen. Natuurlijk is dat precies bij het andere viaduct ? maar goed: niks aan te doen, het gaat omhoog en ook weer omlaag! Ik doe mijn stinkende best, ik kijk niet naar het horloge. Ik trek de kilometer er echt doorheen op mijn best. Vier vijf en veertig. 4:45. Dat is voor mij onwijs goed. Ik heb het er warm van.

En dan naar huis toe. Weer rustiger. Ik ben opeens blij met een “sloom” tempo van 5:40. Ik maak nog een ommetje voor de laatste uitloopkilometer. De zon gaat in prachtige kleuren onder. De uitloopkilometer bevat nog lantaarnpalen-sprintjes: die haal ik nog ergens vandaan. Dat zal uit het potje “voldaan” zijn, want ik ben blij met deze training! Lekker zelf bedacht, zelf uitgevoerd en naar eigen tevredenheid ook nog eens! Lopen is weer leuk.

10 februari. Trail met Joyce – 2 keer Heidezicht – hoe 10+14 beter is dan 25

We moeten nog 2 routes doen voor de Triple Trail Marathon vanaf Heidezicht. De route van 10 kilometer en de route van 14 kilometer. Eigenlijk willen we die gewoon in 1 keer doen. Mijn voorkeur heeft het om eerst de 14 te doen, zodat we kunnen stoppen als het niet lekker loopt. Joyce maakt er 1 route van en die begint per ongeluk met de 10 kilometer. Geen man/vrouw overboord, je kunt in Garmin de route omgekeerd volgen. Nou, dat is dus niet helemaal waar… Garmin maakt van een aantal wandelpaden die netjes in de route staan, gewoon rechte lijnen! En daar slinger je dan omheen: van de koers af, op de koers, van de koers af. En ondertussen krijg ik ook nog meldingen van een hartslagbeperking. De eerste kilometers zijn voer voor irritatie! Maar dan leg ik me erbij neer. Leuk gezelschap, lekker weer, prima tempo en ik voel me helemaal goed. Gewoon accepteren en zelf de paden om de rechte lijn zoeken en tussen de modder door. Later in de loop is er ergens een moment dat ik klaar ben met om de modder heen manoeuvreren. Dan ga ik er dwars doorheen!

Er zijn wel herkenningspunten. En vooral veel modder. En we kletsen ons suf. Ik natuurlijk, want ik heb genoeg te roddelen en genoeg zaken om iets van te vinden! Dat reageert lekker af. Ik zit al snel op de 5 kilometer.

Iets anders: ik moet vooral veel drinken. Ik heb vooraf al een groot deel van de bidon met water opgemaakt en nu moet de drinkzak leeg. Op 5 kilometer neem ik een gel en deze keer valt het prima. Gelukkig maar! We hebben een lekker zonnetje en prima temperatuur. Soms ergens wat veel koele wind. Het is dwalen en in het moment blijven en kilometers rijgen. Heel simpel. Lekker laag tempo. Opeens zijn we al bij de Sijsjesberg.

Eerst 14 kilometer is compleet overzichtelijk. Die kan je aftellen en dan zijn we weer bij de auto. Nadeel van in het moment zijn is dat er weinig echt blijft hangen.

Heide, bos, modder, nog meer bos en soms een stukje teruglopen, wilde koeien op de route en best veel andere mensen. We komen bij de volgende berg.

Het is 25 kilometer naar Amsterdam. Dat kunnen we dus hardlopen. Joyce heeft het minder gemakkelijk dan ik het heb, maar het is ook wel eens zwaarder geweest voor haar heb ik het idee. We lopen de natuurbrug weer terug op. Ik neem mini-marsjes en ik drink veel! Goed he. We komen bij Het Bankje. Hier moeten we altijd even zitten. Samen met “Heb het Leven Lief” – Hanneke.

Dan terug over de hei naar de auto. Het gaat me belachelijk gemakkelijk af eigenlijk. Ik kan versnellen en loop erg te genieten van alles. Wat mij betreft komen de extra tien kilometer er ook! Joyce gaat haar colaatje drinken en ik drink het water uit de bidon op.

Dan blijkt dat we iets geks hebben gedaan met de route. Ergens zijn we al overgegaan op de tien kilometer route. We volgen de hei dus weer omgekeerd. Ah joh, het gaat om de kilometers en dat we hier kunnen lopen en andersom ziet het er net weer anders uit!

Met nog 8 kilometer te gaan trekt er een kramp door mijn buik. Aj, dan is het nog best lang… Maar het zet niet door. We voeren nu iets meer wandelmoment in. Niet denken aan hoe ver we nog moeten, maar in het moment blijven. Ik ben degene die de tijd volpraat. Joyce mag straks in de wandelkilometer! Maar eerst die halve marathon bij elkaar schrapen. Mijn Apple Watch laat ik altijd doorlopen. Ook als we op het bankje zitten of bij de auto staan. Uiteindelijk halen we de halve trailmarathon in 2 uur en 50 minuten. Er waren tijden (in de waterleidingduinen) dat we echt onwijs ons best moesten doen om binnen 3 uur te komen! Ik eet nog wat minimarsjes en dan is het water op!

We moesten weer ergens terugsteken voor de route, maar het ging al met al nog behoorlijk goed! We wandelen een kilometer zodat Joyce kan vertellen. Mij deert het niet, want met het zonnetje erbij krijgen we het toch niet koud. En ik loop te genieten. Dan de hei weer op voor het laatste stukje.

Ik kon nog rustig verder draven en proberen door te laten dringen dat ik dit moeiteloos volbreng. Nog net niet in huppelpas, maar het lijkt er wel op. na afloop halen we een welverdiende chocomelk of chai dinges bij Heidezicht. Ik heb 25 kilometer trail hardgelopen en de schade die ik daarvan heb is – NIHIL. Een heel klein beetje vermoeid misschien. Maar veel meer tevreden.

11 februari. De Alp du Zwift en zwemmen

Om kwart voor tien zit ik weer op de Tacx-fietsen. Buiten is het koud, maar ik start op de vulkaan vanmorgen. Van daaruit fiets ik tot in de sneeuw boven op de Alp du Zwift. De Alp du Zwift is een exacte kopie van de Alpe d’Huez in Frankrijk qua aantal haarspeldbochten en stijgingspercentages. Ik moet vandaag voldoende vocht tot me nemen. Ik heb twee bidons klaarstaan en ik weeg me voor ik op de fiets stap. Ik drink alleen maar, dus ik kan naderhand meten hoeveel vocht ik kwijtgeraakt ben. Vandaag staat er 2 uur en 3 kwartier fietsen op het schema. Gelukkig ga ik niet “alleen” fietsen. Ik bel met mijn zusje die zo’n 150 kilometer zuidelijker ook op een hometrainer aan het fietsen is. Kunnen we even bijkletsen!

Die berg op gaat traag. Ik bedoel: de eerste 10 van de 25 kilometer doe ik in een half uurtje en dan heb ik nog 2 uur de tijd om 15 kilometer af te leggen. Hoge cadans houden en vooral blijven zitten op de fiets. Het is echt een zegen dat mijn benen niet kunnen denken!

Na een dik uur stapt mijn zus van haar fiets af en leggen we de telefoon op. Dan komt Vincent naast me zitten met zijn Engelse woordjes. Hij gaat mij alle woordjes leren. De intervallen laat ik op de Alp d’Zwift achterwege. Ik ploeter gewoon door naar boven.

Ik denk dat we wel zo’n 100 Engelse woorden kunnen leren en dan doe ik de laatste 2 kilometer met nog ruim 100 hoogtemeters erin, zelf. Rob komt even kletsen en vertellen over de vorderingen met DI2 in mijn tijdritfiets. Die tijdritfiets staat nu heel naakt in delen boven te wachten tot Rob er kabeltjes in stopt, waardoor ik nog veel gemakkelijker kan schakelen en fietsen.

Ik kom boven! Binnen 2 uur vanaf de voet van de berg. Geen geweldige prestatie, maar ik vind het stoer dat ik het weer heb gehaald! Ik race nog heel hard naar beneden zonder de remmen voor de virtuele bochten.

Ik maak bijna 3 uur op de Tacx vol en daar heb ik dan 40 kilometer in afgelegd. Maar wel twaalfhonderd (1200) hoogtemeters! De bidons zijn allebei leeg. Ik stap weer op de weegschaal. Wat denk je? Er is geen gram af. Ben ik nu geslaagd? Ik ben in elk geval wel vermoeid.

Ik lig even lekker een paar uurtjes niks te doen. Engelse woordjes herhalen en snoepjes schuiven op de bank. Er ontwikkelt zich geen enkele zin in zwemmen.

Maar toch ga ik – totaal zinloos. Voor mijn gevoel op alle vlakken, maar voornamelijk letterlijk. Ik ga in het uurtje van de kinderen waarin een baan voor de volwassenen vrij is. Er zwemt nog een stel. Ik ga me niet al teveel inspannen en ik heb eigenlijk geen idee. Vooral met achtje wil ik zwemmen, om mijn benen te vriend te houden. Ik begin met 150 meter met achtje: 50 meter normaal, 50 meter bijleggen, 50 meter normaal. En dan 150m hetzelfde zonder achtje. En dan weer met achtje. En zonder achtje. Met achtje. Zonder achtje. Met. Zonder. Tot ik 1200m gezwommen heb. Dan ben ik klaar met bijleggen. Ik let er ook op dat ik mijn hoofd niet teveel uit het water haal. Dat kan eigenlijk best als je maar op het goede moment adem haalt. En ik maak lange slagen. Ik heb minder slagen nodig om aan de overkant te komen. Da’s best opvallend. Ik ga met achtje 500m zwemmen. Dat gaat best lekker eigenlijk. En dan ga ik nog 300m zonder achtje zwemmen. Ook dat gaat. Ik hoef niet eens zoveel uit te ademen om 1 op 4 te kunnen ademhalen. Eerst de stabiele ligging maar eens echt onder de knie krijgen. Ik doe nog 100m schoolslag en dan heb ik netjes 50 minuten gezwommen.

Thuis vraag ik Rob of hij mee gaat wandelen in de hoop dat hij nee zegt. Helaas zegt ie ja en het is goed voor hem en ik vind het ook fijn om buiten te zijn. Wandelen we nog 3 kilometer een blokje om de wijk heen. Mijn eigen trage triatlon van vandaag: omhoog fietsen, trainingszwemmen en wandelen.

13 februari – een tempoloopje om de week af te sluiten

Vandaag is na 29 dagen eindelijk het tij weer gekeerd. Dat geeft weer wat rust. In de middag staat nog een tempoloopje op de planning. Vincent gaat mee, want die moet ook 3 kwartier, maar dan in zone 1. Dat betekent dat we de eerste 5 minuten samen kunnen lopen. Als ik inhobbel met eindelijk een werkende hartslagmeter. Als ik doorga naar zone 2 zit ik al lekker rond de 5:40 en dat redt Vincent niet meer in zone 1. We zijn allebei braaf, we pakken de standaard route, dus ik ga voor hem uit. Aparte gewaarwording. Wetend dat hij sneller is, loop ik toch harder op dit moment!

Langs de kassen ga ik al versnellen. 3 Minuten lang zone 4. Ik heb het al snel warm en ik buffel door. Tempo ligt boven de 12 kilometer per uur. Na 3 minuten moet ik boven wedstrijdhartslag gaan lopen. Gelukkig maar 1 minuut. Ik haal de hartslag niet, maar mijn benen maken flinke passen en ik zit echt aan de bovenkant van mijn ‘kunnen’! 4:30. Ikke 🙂 De rust wandel ik echt! Ik moet dit 3 keer doen. De tweede keer is het zwaarste gek genoeg. Mijn hartslag gaat nu wel degelijk omhoog. Ik mis weer de schapen. Drie minuten lang ben ik alleen maar bezig met keihard lopen. En dan een minuut zo hard lopen als ik kan. Of ietsje harder. Pfoei. Ik wandel net het fietspad op naar links en ik keer om. Ga ik even Vincent tegemoet. Nog 3 minuten wind mee buffelen.

Ik voel nu wel alles trekken, pijn in mijn benen, verzuring en verhoogde ademhaling en de grens van de hartslag. Vincent loopt te chillen en verveelt zich en heeft tijd om me te filmen. Na 150 tellen keer ik om en haal ik hem nog een keer in. Dan nog een hele zware minuut op het fietspad zo hard lopen als ik nog kan. Onwijs aftellen. Vincent wandelt een minuut mee. Hij maakt een vlog onderweg, zo erg verveelt hij zich in zone 1!

Hij grapt en grolt en stuitert en ik loop te puffen en bij te komen. Maar nog altijd net iets te hard voor zijn zone 1. Ik mag tien minuten in zone 2. Die zijn wel langzamer dan net, dat wel.

Vincent roept iedereen gedag. Mijn benen protesteren nu eens een keer. Ze vinden mij echt niet meer leuk! Vincent kiest zelfs nog een stukje bosbeleving uit. De 3 kwartier zitten er op voor ons beide. Mogen we eindelijk lekker lopen. Ik stuur Vincent er nog een paar keer op uit om te kijken waar zijn hartslagzones zo’n beetje liggen, want ik heb het idee dat het echt te laag is ingeschaald. Zijn hartslagmeter valt uit tot 2 keer toe op het moment dat hij voluit gaat. Loopt het mannetje 2:50 in de sprint! Met een paar rondjes om het huis loop ik tien kilometer vol binnen 59 minuten. Jo.

De afgelopen week heb ik ruim 50 kilometer hardgelopen. En bijna 100 kilometer gefietst. Ik heb alles bij elkaar zowat 16 uur gesport. Als ik de drie basissporten tel zit ik op een aanzienlijke 13 uur. Dat is helemaal niet slecht!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-05

31 januari 2022 – Fietsen ?‍♀️ – laten we het maar kort houden!

Hoewel het 1 uur en 3 kwartier fietsen was, toch maar een kort verslagje. Weer een matig ritje. Het was saai. Geen muziek, geen afleiding. Gedoe met de hartslagmeter.

Maar ik heb het gedaan! Ik ben de vulkaan op gesukkeld en ik heb iets interval-achtigs gedaan. En dat terwijl ik na een kwartier al begon met aftellen! 90 minuten later pas afstappen heet volharding. Of ik dat ook nog moet trainen weet ik niet. Dat gedeelte beheers ik. Soms iets te goed.

1 februari 2022 – JUBILEUM 10 jaar ?

van de eerste hardloopstappen naar een triatleet

1 februari 2012

Ik stap voorzichtig naar buiten op sport-achtige schoenen met een katoenen sportbroek aan. Evt Gruyaert op de koptelefoon. “We starten met lopen, een minuut”. Ik wandelde de eerste minuut. Een opzwepend muziekje erbij. En toen zei Evy: “Goe gedaan, uw eerste hardloopminuut zit er al op!” Oke, misschien had ik toen al moeten weten dat ik niet sterk ben met schema’s… Er volgden twee minuutjes hardlopen met 2 minuten wandelen tussendoor. “Stap stevig door” zei Evy tussen de muziek door. Na 20 minuten was ik weer thuis. Moe, maar o zo tevreden! De rest van de trainingen werd ingepland: hardlopen leek me wel leuk. Geen idee van tijd of hoe ver ik gekomen was.

1 februari 2022

Ik stap naar buiten na het infietsen op de Tacx op hardloopschoenen met een mooie lycra sportbroek aan. Evt Gruyaert op de koptelefoon. “We starten met lopen, een minuut”. Ik begon te rennen. Het horloge moest nog aan. Mijn eigen playlist kan erbij. En toen zei Evy: “Goe gedaan, uw eerste hardloopminuut zit er al op!” De training zette ik toen pas aan, de eerste 20 minuten zal ik Evy volgen. Er volgden twee minuutjes hardlopen waarin ik moeiteloos versnelde met 2 minuten wandelen tussendoor. Die sloeg ik soms over omdat het te koud was met de wind. “Stap stevig door” zei Evy tussen mijn muziek door.

Na 20 minuten was ik in de Oostvaardersplassen. Met mijn eigen liedje op. Volkomen gelukkig en trots. O zo tevreden! Wat ben ik in 10 jaar tijd ver gekomen. Doorontwikkeld. Hier loopt bijna iemand anders dan in 2012. Hier loopt 1 brok kracht en energie: die minuutjes zijn uren geworden. De starter is een triatleet geworden. De rest van de training volgt met wind mee door het bos. Alleen maar genieten. Rust, kalmte, hartslag op orde, tempo hoog.

Eerst ging ik fietsen. Een uurtje maar. Hoe had ik ooit-ooit-ooit kunnen bedenken toen ik 10 jaar geleden begon met hardloopminuutjes dat ik op deze dag een koppeltraining zou uitvoeren? Ik kon het simpelweg niet voorstellen omdat ik het hele begrip koppeltraining niet eens kende. Er was geen enkel voorstellingsvermogen wat me daar tien jaar geleden op had kunnen voorbereiden. Niets.


Het fietsen viel niet mee. De benen waren zwaar. Vincent kwam weer aan met de Franse woordjes. In Londen. Ik moest intervallen doen. Ze vielen me zwaar. De hartslag was dan weer te hoog, dan weer te laag en het inspanningsniveau was groot. Ergens was dat eens een keer fijn, aan de andere kant: waar komt deze afmattende training opeens vandaan?
Het is maar een uurtje. Dan mag ik hardlopen.

Bijzondere loop. Nadat Evy had geconstateerd dat de training er op zat en ik 9 kilometer per uur had gelopen, ging ik ‘netjes’ door op de basistraining van vandaag. Nog eens 25 minuten extra. Het voelde echt heerlijk om een training in de training te doen; dat geeft wat autonomie. En dat had ik nodig vandaag. Dit hardlopen was van mij. Mijn lievelingsmuziek, mijn lievelingsgebied, mijn hartslagzone, mijn tempo, mijn gevoel, mijn moment, mijn feestje. Alles en echt alles klopte. De vrijheid die dat geeft is onvoorstelbaar. Dan word je niet moe. Dan zie je alles. Dan is het alleen maar kracht en energie. Puur. Puur genieten. En trots dat ik in 10 jaar zoveel heb bereikt. Van hardloopminuutjes naar triatleet.

Tegen de wind in is voor mij ook genieten. Dat vind ik leuk, als het niet meer makkelijk is. De sprintjes heb ik lekker aangezet. Ik maakte me nergens meer druk om: deze training was toch al apart. Met veel foto’s. Beelden die niet kunnen vastleggen wat ik voel. Ik maak 8 kilometer vol. Want dat is nu geen enkele moeite meer. Tien jaar.

2 februari – Zwemtraining in de training met ALLEZ

In de auto leren Vincent en ik het werkwoord aller in het Frans: je vais zwemmen, tu va zwemmen, nous allons zwemmen…. Het maakte me melig. Ik ben erg springerig en ongeconcentreerd vandaag. Dag 18. Die is altijd vreselijk. Ik ga toch maar weer in baan 3. We zien wel. Je vais verdrinken. Ils vont met hun achtjes en flippers maar voor me uit. Je vais bijleggen. Er is een invaltrainer. Ik kan niet onthouden wat we moeten doen.

Wat een geklooi! Ik lag maar te proberen en te oefenen in het water. Met achtje te simpel, zonder achtje te langzaam. Zoeken naar het adempunt. Rommelig. Zo voel ik me ook. De invaltrainer zei iets over alle hulpmiddelen en ik moet mijn hoofd minder uit het water halen. Niet mee bezig, maar dat kwam er kattiger uit dan ik bedoelde. Dat komt als ik stabiel lig wel.

Ik heb echt getráínd. Inzwemmen met bijleggen, techniek met bijleggen en intussen franse werkwoord gaan herhalen en afgeleid zijn en maar wat doen. Ik moest om mezelf lachen en ik wilde verzuipen en ik ergerde me en ik lag dubbel onder water en ik was onrustig en ineens weer supergeconcentreerd. Echt dag-18 gedrag.

Grappige opmerking krijg ik erbij!

Ik was echt aan het flipperen en aan het flippen. Voel me zelf erg rommelig: boos en blij tegelijk. Dom en wijs tegelijk. Krachtig en sloom tegelijk. Bang en verzekerd tegelijk. Ik leer dit nooit en kijk eens hoeveel beter al tegelijk. Trots hoe ik dit doe en geirriteerd hoe het zou moeten tegelijk. Lachend en huilend tegelijk. Maar goed: ik verzoop niet, ik trainde, ik zwom en ik heb de franse vervoeging van aller geleerd.

3 februari – Baantraining weer een keer – respect en beslissen

? Naar de baan gaan vind ik spannend. Wat als ik de langzaamste ben? Waarom weer op hoge snelheid inlopen? Wat als het me niet lukt vandaag? Wat als er niemand is die leuk is? Wat als ik de enige vrouw ben? Een paar zaken worden voor de training begint al weggenomen: ik ben niet de langzaamste, noch de enige vrouw. Ik moet bedenken wat ik wil doen de komende maanden. Aan wedstrijden en zo.

? Inlopen gaat inderdaad weer redelijk snel. Ik klets. Er ligt 1 iemand ver achter. Ik ga met de meneer meelopen.

✊ Deze man heeft in november een hartaanval gehad. Dotteren, stent: de hele mikmak. En nu loopt hij. Vol bètablokkers. Zijn eigen tempo. Ik heb niet genoeg woorden om duidelijk te maken dat ik voor deze man GROOT RESPECT heb. Hij kan de training en het inlopen overslaan. Maar hier is hij: achteraan. Hij leeft nog. En hij loopt. Diepe buiging.

?‍♀️ Een keuzemenu voor de kerntraining. Ik pak er 10 keer 400 meter uit: 200 meter lekker tempo, 200 meter hard. En 100 meter rust met 50 meter wandelen en 50 meter dribbelen. Iedereen gaat zijn/haar eigen ding doen en dat is fijn. Ik hoef niemand bij te houden, alleen mezelf.

? Hoe tel ik tien keer? 400 lukt wel: dat is 1 baantje, maar tien keer… En dan met 100 meter extra. War kom ik dan uit… Ik ga mijn horloge aan het lappen op 4 kilometer na de eerste keer! Dus als ik bij 14 ben, ben ik klaar. ?

? Ik doe gewoon mijn eigen ding. Hard is maar iets harder. Rondjes zijn best megasaai! Ik klets even met J, maar zijn hard is iets harder.

? Dan beslis ik dat ik triatlon Zandvoort niet ga doen. Ik ben verstandig en doe een week na de hele triatlon niet weer een korte triatlon. Hoe leuk ik Zandvoort ook vind. Ik word er verdrietig van.

? En dan, na een keer of 6/7 sluipt er wat vermoeidheid in en slaat mijn stemming helemaal om. Ik kan wel huilen van ellende. Niks te merken aan tempo of de opdracht, maar gewoon opeens depri. Omdat ik besluit Zandvoort over te slaan? Toch loop ik door. Nog maar een paar keer.

? Klaar! Ik heb netjes 10 keer 400 gedaan en ik heb het horloge stilgezet toen we uitleg kregen of wandelden. Dus ik heb nog een beetje tijd over en ik heb hard gelopen! Ik maak de 10 kilometer vol in iets van 55 minuten. 5:30 gemiddeld. Een hele goede trainingsprikkel.

4 februari – Lang fietsen in Watopia

Ik wilde de London halve PRL doen, maar die was nog niet open zo vroeg. Dus Watopia de Big Foot Hills route maar opgepakt. Niet gelet op het tempo, maar op de cadans. Verder niet echt ergens op gelet, behalve op de omgeving! Muziekje aan na een kilometer of wat. Ze zouden bellen, mijn zus en een vriendin, maar niemand gehoord. Druk, vergeten en laat op waren de excuses.

Rustig infietsen op de vlakte en dan de heuveltjes door. Toen kwam ik er langzaam in. Daarna richting de vulkaan. Ondertussen appen en kletsen met Rob die de bidon moest bijvullen!! Toen de intervallen rondom de vulkaan.

Ik bezit weer eens even het snelle shirtje! Verder loopt de app een paar keer vast. Ik fiets gewoon door en door. Snelheid zat er niet zo in vandaag, maar ergernis ontbrak gelukkig ook. Soort berusting. Intervallen ook netjes op de cadans gelet. En dan nog een uur uitfietsen. Nou, dan ben ik zelfs warmgedraaid! Het regent in Zwift.

Andere muziek. De route opgezocht en nog een keer de heuveltjes door. Ik was echt veel aan het kijken in Zwift en in het moment. Nog een heuveltje over. Ik telde de kilometertjes af: die route moet en zal er komen!

Nog een keer de bidon bijvullen!!!!!! Vincent kwam het doen. Ik heb ook 3 marsjes gevreten. En uiteindelijk nog iets langer blijven zitten en de route voltooid met nog een paar PR’s op de koop toe! ha! Ik kan het best, al die uren tacxen.

5 februari – Lopen met SG van Station ? to Station ? & uitzwemmen ?‍♀️

8:20 In de trein op een zaterdagochtend. Nieuwe schoenen aan. Tenminste: het derde paar – van dezelfde. Deze zijn weer wit 🙂

8:39 SG komt de trein ook in. We gaan samen trainen voor haar marathon Rotterdam. We starten vandaag in Amsterdam en lopen terug naar Almere. Alles verhard.

8:55 Appje met succeswensen uit onverwacht prettige hoek

8:58 Stapt de trainer zomaar ook uit! Hij gaat een andere sport doen met zijn kind. Het contact was zo vluchtig dat SG hem niet eens heeft gezien.

9:01 Van start met hardlopen en kletsen en de weg zoeken, maar Science Park af lopen, dat weet ik intussen. We beginnen meteen met bijpraten en nemen alle roddels door. Ik ben blij dat mijn vermoedens lijken te kloppen. En ik ben blij met SG’s adviezen. De hartslag is te hoog, maar ik ga er vandaag niet veel om geven.

9:13 Op de Nesciobrug. Ik heb mijn besluiten al genomen. Het gaat me goed af, het lopen. Lekker makkelijk. De schoenen zitten prima. Het is hartstikke rustig in het Diemerpark. Heerlijk!

9:24 De zon komt erdoor. Supermooi.

9:35 Langs de ‘bunker’. Het tempo ligt heel vlak rond de 6:20. Ik mag al naar een andere hartslagzone.

9:40 Korte stop om wat te eten en achter te laten. Achter de krachtcentrale. De gel krijg ik niet lekker weg. Aj.

9:50 De zon schijnt volop. De wind in de rug. En genoeg te kletsen. Mijn darmen krijgen de gel ook niet lekker weg. Ajaj. Prachtig uitzicht op Pampus. Het fietspad is stil en leeg.

9:53 Langs het water richting Muiden. Ik doe een stop om iets achter te laten, maar het valt mee. Geen nare reacties verder. Ook geen gels meer.

9:56 We kletsen over vrouwendingen. Het Muiderslot komt in beeld. En Muiden al! In Muiden zien we een echte SRV-wagen. Een melkauto. Inclusief belletje dat hij er is. Dorp!

10:04 De sluisjes bij Muiden. SG loopt lekker door. Gestaag en strak. Heerlijk! Mijn buik is gekalmeerd.

10:10 Uitzicht op het Muiderslot in de zon. We kletsen over de triatlonverenigingen. Mijn hartslag is soms zelfs even te laag! We zijn al een eind op weg en het gaat nog goed.

10:16 Korte stop bij het dijkhuis. Ik neem een marsje. Hopelijk valt dat beter. Tot nog toe kan ik de stukken prima verdelen. Elke keer een punt om naar uit te kijken. Ik heb het echt naar mijn zin!

10:32 Ongeveer op de helft? Zouden het dertig kilometer worden? Bij het kerkje van Muiderberg, waar je niet mag fietsen.

10:40 Muiderberg is ook redelijk stil nog. Het andere pad op, waar je nu ook niet meer kunt fietsen eigenlijk. SG fietst daar nooit, ik ben ongehoorzamer! Ik flipper een beetje qua mood: het ene moment mopperig (vind je niks leuk dan, vraagt SG) en even later is het weer supermakkelijk langs de huisjes en weer twee minuten later loop ik te denken dat ik het ook best zwaar heb. De mars valt verder goed gelukkig.

10:47 De brug op. Aha. Afzien. Dat zat me blijkbaar even dwars. De brug is niet leuk. Druk, onrustig, we zijn al een eind op weg en dan omhoog lopen. Herrie van auto’s. Veel fietsers om ons heen. Ik vertel van de baantraining. Kan me niet schelen of SG me kan horen, ik klets me er doorheen.

10:59 We gaan via het Kromslootpark! Altijd een beter idee dan het Spoorbaanpad. Nog even een marsje eten. Lopend. Een andere mevrouw loopt met ons mee en SG vertelt dat ze traint voor de marathon.

11:16 Halve Marathon gedaan! Ik vind het een keurige tijd voor een training. Zonder de stopjes 2:17. Ik merk dat SG wat vermoeid raakt. Ze kletst niet meer zo, maar ze is nog wel helder. Ik ben een beetje in de war omdat ik de weg nu niet meer precies weet.

11:25 Ik vertel van mijn werk en mijn collega’s. We zijn toch vlak in de buurt. Net kwamen we JdW tegen: samen komen we op zijn naam. SG gaat niet meer wandelen of stoppen, dan komt ze niet meer op gang.

11:27 We lopen Literatuurwijk in. Over de Annie MG Schmidtweg. Ik heb geen idee waar ik blijf voor een heel stuk. SG kan nog wel wat vertellen. Zelf gaat het mij nog best goed! Dat valt me mee. Opeens weet ik weer waar ik ben! Ik snap de verbindingen van Literatuurwijk. Het is voor mij nog 10 kilometer naar huis vanaf hier. Maar wij gaan naar Muziekwijk.

11:30 Heugelijk moment: ik mag SG een winegum geven! Ze kan nog een beetje suiker gebruiken voor het laatste stukje en de gel heeft geen voorkeur. Ha! Ze hebben mij bij de Frysman tot eten gemaand en gedwongen en nu mag ik dat terugdoen 😀 Ik neem een gel. Kan nu niet meer verkeerd vallen.

11:40 Het einde van de tocht nadert. We zijn te vroeg bij Station Muziekwijk. Ik was doorgegaan tot Stad, maar SG’s auto staat bij Muziekwijk. Had ik de hele tijd het idee dat ze op de fiets was! Zij benadert trainingen anders: 3 uur is 3 uur. Geen marges, geen kleurtjes: 3 uur lopen.

11:43 Het Muzenpark op en neer. Ik krijg het voor elkaar, SG is over haar langste afstand ooit heen. Soms speelt haar rechtervoet wat op, maar het trekt elke keer weer weg. We slingeren op en neer door het Muzenpark. Sneeuwklokjes! Ik ben nog niet kapot, maar ook niet meer superhelder. Ik vraag of SG naar de fysio gaat en doe er even over om haar antwoord ‘deze fysio weet het zelf heel goed aan te pakken!’ te interpreteren. De afspraak is: 3 uur of 28 kilometer volmaken.

11:54 Ik ga de intervallen lopen. Versnellen. Uitdaging! Ik ga ‘m aan. In plaats van de 20 seconden pak ik 3 keer de minuut om te versnellen. 60 Seconden aftellen en zo hard gaan als ik nog kan. Lekkerrrrrrrr. We lopen terug naar het Station Muziekwijk.

12:04 3 Uur. Stop het horloge! Precies. Zonder de stops van 4 minuten alles bij elkaar. Het is de moeite nauwelijks, die stopjes. 28,3 kilometer. 6:21 gemiddeld. We wandelen uit. Ik neem dadelijk de trein. Rob hoeft me niet halen, die mag een frikandellenbroodje voor me maken.

12:25 In de trein orden ik mijn foto’s. Ik ben wat vermoeid, maar ik heb dan ook slecht geslapen. Over het algemeen voel ik me gewoon supergoed! Trots op SG. En een beetje trots op mezelf, dat ik zomaar mee kan lopen. Maar meer trots op haar. Mijn benen voelen het asfalt wel. Zomaar 28 kilometers. Met Joyce of als ik alleen was, had ik er 1,7 bij gelopen tot de 30. En dan was de training ook groen geweest. Nu heb ik een keer iets anders gedaan! Thuis eerst naar de WC (toch de gel die lastig doet) en dan eten. En zitten. En afspoelen.

15:54 Het zwembad in Almere Stad. Er zijn hooguit 6 kinderen. 4 Begeleiders. 1 Trainer voor het volgende uur. Die denkt dat ik niet mee mag zwemmen, want volwassenen mogen pas om 5 uur. Dat is al een jaar anders. Ik mag en ik ga.

16:05 Inzwemmen: ik mag met achtje en ik heb geen haast. Ik doe ook zonder achtje. Mijn benen vinden het gek genoeg prima, als ik me maar niet haast. Ik let goed op hoe ik zwem. Schoolslag en rugslag doe ik ook. 400m Inzwemmen.

16:22 5 Keer 300 meter. De bidon staat er om af te tellen. 100 meter bijleggen. 100 meter bijleggen met achtje. 100 meter hele slag. Opletten dat het hoofd niet te ver uit het water komt. Doorhaal oefenen. En het ademmoment erin rammen. Geen snelheid, boeit niet.
16:42 Na de derde keer wordt het vervelend, dat bijleggen. Volharding. Ik blijf bijleggen en opletten op het hoofd en alles. Ook als het horloge niet netjes telt. Ook als mijn benen protesteren. Ik doe mijn eigen dingen hier. Ik train ontzettend hard. Alsof ik niet al 28 kilometer gelopen heb.
16:50 Ik doe nog 100m met achtje op snelheid in combinatie met techniek en met vermoeidheid. En voldoening.
16:57 Ik ben blij en echt doodmoe als het uur er op zit. Echt moe. Komt vast door de korte nacht van nog geen 6 uur ? Het horloge is op 1950 meter blijven steken. Het moeten er 2000 zijn, maar het maakt me niet uit. Ik heb echt goed getraind vandaag!

20:17 Krachttraining. Een simpele voor buik, billen en (arme) benen. Ik doe goed mee, op 1 oefening voor de benen na. Die willen niet meer. De derde dag al achter elkaar dat ik krachttraining doe. Mijn eigen persoonlijke uitdaginkje!
20:34 Onder de warme douche. Nu doen mijn benen én mijn armen pijn. En ik ben moe. En vermoeid. En toch… ik moet me inhouden om niet ook even te gaan fietsen… Mijn hoofd wil en Rob en Vincent blijven vragen, maar mijn benen zijn er klaar mee. Het hoeft ook nergens voor.

6 februari – Piramideloop – wie bedenkt dit?!

Ik vond het wel raar, weer een looptraining na de 28km van gisteren, maar goed. Ik doe het natuurlijk toch. Het staat op het schema. En dat zal wel goed zijn. Om mezelf te testen doe ik het en om te kijken wat dat doet met de data en met mij. Ik voel me wel prima en ook mijn benen zijn dik in orde. De data geeft echter een dikke min aan. En het is tamelijk opvallend dat ik me goed voel in deze periode met net iets te weinig nachtrust.

‘s Ochends zo’n onwijze regen: ik wacht wel even hoor. Het waait en stormt. Als ik ga is het droog. Ik weet waar de wind vandaan komt en kies ervoor deze mee te nemen in het begin in de lage zones. Dan kan ik straks eerder stoppen als ik wind tegen heb en de training er op zit.
Ik ga me houden aan de hartslagzones, dat lijkt me verstandig na gisteren. Elke 5 minuten wisselen: dat is een soort van piramide. Al binnen een kilometer merk ik dat mijn benen dit gewoon weer kunnen. Ze trekken nauwelijks, protesteren niet en doen geen pijn. Lekker in de zones blijven lukt ook en door de meewind valt het tempo nog mee- dat is ook lekker. Ik voel me prima!

Langs de Vaart heb ik lekker wind mee. Dan ga ik na 20 minuten aan het versnellen. Ja, dat is doorbijten. Ja, dat gaat me prima af. Ja, het tempo kan omhoog. Kwestie van grote stappen nemen en vooruit kijken. Diep ademhalen en tellen. Niet kijken hoe hard ik ga en gewoon genieten dat deze inspanning lukt. Achteraf net geen 5 minuten op de kilometer. Een seconde te lang. Maar de zon piept tussen de wolken en lacht me toe. Dat helpt.

In de volgende zone komt het zonnetje echt door! Mooie kleuren alom. Dan moet ik nog een keer versnellen zo blijkt. Ik doe het ook weer, maar dan tegen de wind in en het viaduct op! Pfoe, dat voel ik aan alle kanten wel zo’n beetje. Die zon maakt het een stuk lichter op deze dag. En het feit dat me dit gewoon lúkt! Wowsers. Ik ben zelf vast het meest verbaasd. Deze gaat iets langzamer als de vorige bij dezelfde hartslagzone, maar dat is de wind tegen denk ik.

Ik dribbel tegen de wind in op de Evenaar naar huis en geniet daar ook van. Op het laatst doe ik nog lantaarnpaal sprintjes. Vrijwillig. Right. Om sterker te worden. Oké dan. Omdat het kan. Omdat ik het kan!

Was deze training goed? Ik vind het een raar geplaatste training, maar het pakte goed uit: ik voel me er sterker door en ben blij dat ik dit weer zomaar kan doen na gisteren! Ik voel me energieker nu dan toen ik weinig mocht hardlopen. Al is dit blessuregevoeliger, ik word er een stuk blijer van; van het randje, de grens en de net iets te grote uitdaging! Meer dan 50km hardgelopen deze week. En fietsen 100 kilometer plus. En zwemmen twee keer. En krachttraining. Ik ben op de goede weg. Nu nog goede begeleiding en ik kan weer vliegen vol vertrouwen! ?
Mijn benen smeer ik in met lotion, die moet ik even te vriend houden. Maar als ze aangeven dat ze liever chocolade paaseitjes hebben, wie ben ik dan om niet te luisteren…. 😉

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2022-4

Maandag 24 januari. Door Watopia Trappen ?‍♀️

We gaan de fiets binnen weer op! Ik wilde de Tacx app aansluiten, maar die wil niet bij mij. Alles is goed aangesloten, maar ik kom zelfs virtueel niet van mijn plek af! Dan maar weer terug naar Zwift. Muziekje aan en een andere fiets kiezen. Even de racefiets weer pakken, misschien helpt dat. Helaas niet. Want er staat ergens iets aan of uit, waardoor ik de heuveltjes niet meer ‘voel’. Ik zie het alleen maar terug in een megalaag tempo. Irritant. Inmiddels ben ik een beetje afgestompt qua fietsen en doe ik het ermee. Ik kies dadelijk de route wel zonder heuveltjes voor de intervallen.

Mijn belangrijkste opdracht voor vandaag is het om de bidon leeg te drinken! Dat zou pas echt een overwinning zijn. En zo rij ik even later over de prairies. Ik moet 3 minuten hard en 2 minuten rustig, maar dan op hoge cadans. Dan valt het tempo me wel een beetje mee. He, ik ben een vrouw! En als je kijkt, dan is dat slechts 10% van alle fietsers, gek genoeg. Hup Anke, drinken maar weer.

Ik hou me niet heel precies aan de intervallen. Ergens mis ik de rust omdat ik lekker snel wil doorfietsen. Ergens verbeter ik mijn sprint zo enorm dat ik ook lekker 4 watt/kg trek! Heb ik het ook warm en ben ik ook een keer blij met 2 minuten rust daarna. Ik fiets op en neer over de vlakte. Ineens heb ik van het slechte klimmetje aan het begin het shirtje gewonnen!

Dan ben je de snelste op een stuk van de route. Waarschijnlijk was ik even de enige 🙂 Daar moet op gedronken worden! Ik ga de uitfietszone ook nog even te buiten om nog een PR te zetten nu ik warmgedraaid ben.

Al met al fiets ik keurig de anderhalf uur weer vol en maak ik er ook 40 kilometer van. En! DE BIDON IS LEEG. Mission accomplished.

25 januari. Intervallen fietsen. Vooruitgang en achteruitgang. ??

Het is maar een uurtje. Het zijn maar intervallen. Ik zal eens kijken of het me echt steeds makkelijker af gaat. Vlakte maar weer op. Geen muziek. Geen afleiding. Concentreren op het fietsen. 5 Minuutjes op de laagste hartslag. Ik accepteer alles vandaag. Nog steeds geen berg-gevoel, maar ach- er zijn ook weinig hoogtemeters te scoren vandaag.

Dan 10 minuten lekkere hartslagzone. Ik schakel mee en stem de cadans en de hartslag op elkaar af. Als ik iets harder mag, als het weer rustiger gaat. Ik stuur bij en zo nu en dan drink ik ook nog eens wat. Het is 2 minuten iets harder, 1 minuut lekker hard (die minuut gaat het snelste) en 2 minuten heel rustig, wat vaak net niet lukt of alleen de laatste 20 seconden.

Dan weer 10 minuten neutraal fietsen en dat bevalt me ook prima. Wat ik doe onderweg of denk of zie, zou ik niet meer weten. De tijd gaat gewoon voorbij. Balancerend tussen de cadans en de hartslag. Wacht eens even…. Een paar weken/ maanden geleden was dat een crime. Ik kreeg de hartslag niet laag en de cadans niet hoog en de combinatie daar tussen leidde nogal tot veel ergernis. Nu lukt dat gewoon. De cadans boven de 80 houden en de hartslag binnen de perken. Vooruitgang heet dat.

Ik doe het hele riedeltje met sneller, snelst, heel rustig nog 3 keer. Simpelweg. Kost niet teveel moeite. Kost niet ongelooflijk veel inspanning. Lukt me gewoonweg. En dat is meteen het grote nadeel van de vooruitgang: de uitdaging vervalt. En ik leef blijkbaar beter op de rand van de uitdaging. In het uitfietsen heb ik nog wel even wat moeite om weer in de laagste zones uit te komen, maar al met al valt ook het tempo van 26,4km per uur best mee. Omdat ik daar geen moeite voor heb hoeven doen.

Meteen na het fietsen doe ik een krachttraining. Ook dat kost me geen moeite meer. In het begin vond ik dat allemaal ongewoon zwaar, maar vooral de buikspieroefeningen gaan me nu heel gemakkelijk af. Sterker nog: ik wissel de krachttraining niet eens meer in voor strijken! Mijn benen vinden hun oefening minder prettig, dus die versoepel ik wat. Planken gaat zelfs met een boosterprik, zonder problemen voor me. Nadeel van het feit dat het simpelweg easy is: ik voel geen enkele drang om ook maar een beetje extra te doen. Ik ga naar de therapie en dat helpt me helemaal tot rust te komen. Een paar leuke, fijne en grappige berichten helpen me ook.

26 januari – Een baantje ?‍♀️ opgeschoven! ?

Ik controleer of Vincent een mondkapje, handdoek en zijn telefoon bij zich heeft als we in de auto zitten om er dan achter te komen, dat mijn telefoon nog op tafel ligt! We zijn dus net op tijd. Gelukkig is het rode badpakje al aan. En de rode badmuts snel op. En de rode slippers snel uit. Ik waarschuw trainster DR dat ik veel ga bijleggen en ze belooft me dat dat in de training zit. Baan 2 (of hier baan 5) stroomt vol. Baan 3 (of hier baan 4) is aardig leeg. En ik weet wat ik kan. Dus ik ga moeiteloos naar baan 3. Ik schuif zomaar met een licht hart een baantje door! Moeiteloos. Kan ik. Geen gezanik met achtje, ik kan steeds iets beter zwemmen.

Eerst even zelf bijleggen. Ik heb ‘m door! Ademen op het meest stabiele moment is een gewoonte geworden. Ik lig met een brede grijns in het water. Echt waar, als ik kon huppelen in het water, dan had ik dat gedaan! De baan zit vol dames met achtjes, paddels en flippers. Samen met DH ben ik zowat de enige zonder hulpmiddelen! We gaan arm links, arm rechts en beide armen doen. Mijn horloge raakt van slag, maar ik niet. Misschien ga ik niet allersnelst, maar ik ben ook niet de langzaamste! We moeten ook 6 keer 50m doen: rug, school en borstcrawl; 1 serie gewoon en 1 serie alleen armen. Ik denk als ik de rugslag doe aan de core. Die is zeer zeker versterkt bij mij! Door er alleen maar aan te denken is het krachtcentrum al actiever. Alleen armen is een enorme krachttoer. Daarna gaan we 100m armen zwemmen, waarvan 25m bijleggen. Ik ga voorop, want dit kan ik. Ik kan zelfs met achtje 1 op 4 ademhalen in alle rust en kalmte als ik op de uitademing let.

Ik spiek in de banen naast me en ook daar: allemaal hulpmiddelen. Grappig genoeg worden in de langzaamste baan nog de minste hulpmiddelen gebruikt! Er is wat gekibbel in de baan over de pauzes, maar de tempoverschillen zijn lekker groot, zodat je elkaar niet in de weg zwemt. Of ik stoor me vandaag nergens aan, dat kan ook. 1 Van de anderen haalt me in, vind dat ik te langzaam ga. Mij best. Ik train hier en ik heb er grote lol in dat ik mijn eigen training in de training kan doen. En dat ik al lang niet meer kapot ga van het zwemmen. Een baantje verder. We doen ook nog 100m, 150m en 200m rustig met 50 armen tussendoor als rust. Na de 150m ben ik echt vermoeid. Ik pak voor de 200m mijn achtje erbij, maar na 100m voelt het teveel als valsspelen en mik ik ‘m weer aan de kant.

Het is vooral dat gemakkelijke, het lichte en het plezier dat ik heb vandaag wat het zwemmen leuk maakt vanavond. Na het zwemmen klets ik nog verder. Nooit gedacht dat er enig moment in mijn leven zou komen, dat ik zwemmen bij TVA bestempel als ‘gezellig’. Van het zwemmen heb ik meer spierpijn in mijn armen dan van de boosterprik! Misschien zat de ‘zwemmen-upgrade’ in mijn boosterprik ? ?

27 januari Duoloop op mijn tempo ?‍♀️ ?‍♂️ en zijn route ?

Als ik van het kantoor naar huis rij na een behoorlijk onverwacht (tevreden) volle dag zie ik dat het eigenlijk nog net niet helemaal donker is. Goed idee om maar meteen te gaan hardlopen. Het enige waar Vincent even over valt is dat hij een route moet bedenken! Even over half 6 staan we buiten om het donker tegemoet te lopen. Het is niet koud, de schemering zet in als wij aanzetten en we kletsen onderweg. Over onze werk- en schooldag. Mijn hartslag schiet niet de lucht in en het tempo is prima te behappen. Het loopt makkelijk! We gaan over het mooie-meisjespad naar het sluisje en dan langs de Vaart. Daar hebben we wind mee en is het tempo super 10 kilometer per uur in zone 1! Vincent maakt zich zorgen of de route niet te lang is, maar ik weet zeker van niet. We gaan door het Kotterbos en ik mag in zone 2 gaan lopen. Heerlijk. Het is een beetje donker en er is niemand behalve wij. Een paars en een groen lampje. Ik geniet van het gemak waarmee dit gaat. Zoals het hoort te gaan. We maken een foto van het verdwijnende licht.

Ik weet dat de route precies goed gaat zijn. Als we de brug over gaan het Kotterbos uit lijkt het pas echt donker. Ik moet nog sprints doen en de eerste keer rent Vincent me er uit. Maar dat is nog niet zo best voor hem na een flink ziekbed vorige week. We wandelen tussen de 3 sprints in. We dubbelen en kruisen ons eigen pad niet. Precies 8 kilometer, 48 minuten (dat past ook in Vincents opdracht) en keurig 6:03 gemiddeld op de kilometer. En het kost geen erger-energie.

28 januari Trail loop rondom Lage Vuursche met ☀️ en leuk gezelschap

Het is toch altijd een beetje spannend als er iemand anders met Joyce en mij meegaat… Ik vraag me dan van tevoren af of het wel zo’n goed idee was om een man mee te vragen die gemiddeld toch wat harder loopt en het is de vraag of hij mee kan praten of tegen ons gekwebbel kan. We zijn netjes om half 11 in de Kuil van Drakesteyn en HB, die met ons mee zal lopen is er ook. Rugzakje op en hoppa – gaan! Op zoek naar het begin van de route. Ik ken ook deze route wel aardig. Hier hebben we paddestoelen gekeken met Vincent en hier liep ik met een andere groep ooit: ik kom ook hier redelijk vaak. Na een kilometer staan we op een stukje mooie heide en ik wil een foto maken. Telefoon vergeten! Ligt nog in de auto. Het is deze week wat, al voor de derde keer op pad zonder telefoon. Ophalen of niet? Ik denk dat ik zonder telefoon kan en we lopen door. Maar ik twijfel toch. Als mijn telefoon open en bloot in de auto ligt is dat niet zo tof. HB en Joyce kletsen en ik bedenk dat ik mijn ‘lifeline’ toch echt nodig heb. Ik zal vanuit Lage Vuursche teruglopen naar de parkeerplaats. Joyce wacht, HB gaat met me mee. Ik loop vandaag gemakkelijker dan dat ik kwebbel merk ik! Dat eerste fact is vooral erg, erg prettig. Ik vind het een onwijs stoer idee dat ik ‘zomaar’ 2 kilometer om kan lopen en het tempo kan ook ietsje omhoog, zodat Joyce niet zo lang hoeft te wachten. Dat zoiets lukt, geeft een gevoel van macht en kracht.

De zon komt er doorheen en ik merk dat ik volop aan het genieten sla, hoe bekend de weg ook is en hoe weinig ik eigenlijk ook te vertellen heb. Al valt dat ook mee als het over voeding gaat. Een klein kwartiertje kost het voor we met telefoon (die best goed verstopt lag) weer in Lage Vuursche staan bij Joyce. Met z’n drietjes gaan we weer verder. De zon komt er doorheen. Dat maakt het helemaal af. We lopen tussen het wuivende gras. Prachtig.

Ik ga even lekker verder, niet dat ik haast heb, maar even mijn eigen beleving op dit stukje. Niet dat ze ver achter me zitten hoor! En ik vind het ook niet erg om weer rustiger te lopen. Maar na alle ellende met lopen in januari is dit echt een verademing dat het gewoon lekker loopt. De hartslag is soms best iets hoger, maar dat kan ik accepteren. Trail kost nu eenmaal meer kracht dan asfalt. We lopen een stukje verkeerd en een beetje om, maar met mijn kaartje en de route komt het wel weer goed.

Een zeldzame foto waar Joyce en ik samen ten voeten uit op staan!

De zon is een blijvertje. Het is niks koud en ik heb precies de goede kleding aan. De modder valt ook mee en eigenlijk valt alles mee. Op 6 kilometer neem ik de eerste gel. We komen even later bij de Wolfsdreuvik. Zo geweldig als het de eerste keer was, zo gewoontjes wordt het nu.

Maar we staan toch even stil bij deze grappige folly. Ik blijf het een fantastische bouwvorm vinden. En weer verder met het ommetje langs het hek. Als we op het glooiende smalle pad komen, gaan Joyce en HB kletsen over hun sportverleden. Ik vind het te confronterend om te luisteren, want ik heb dat eigenlijk niet. Of misschien wel enorm met mijn nog net geen tien jaar, maar ik wil even alleen lopen. Ik zet aan. En het is echt supergaaf dat me dat gewoon moeiteloos lukt. Ik loop helemaal alleen vooruit te dromen en onwijs van het bos te genieten. Even helemaal tot rust komen. Runners high, maar dan met het volle verstand erbij. Ik wacht ze op en neem nog een gel.

Ik ben totaal kwijt waar we zitten, hoe ver we zijn, hoe lang we weg zijn of hoe het gaat. Dat is een aparte ervaring, maar het meest wonderlijke is dat het me totaal niet hindert. Zo gemakkelijk in het moment ben ik in geen tijden geweest. Het is prettig dat HB zich doodeenvoudig aanpast en alles accepteert en zelf ook nog plezier heeft. Dat geeft rust.

Door de zon blijft het allemaal erg mooi en vriendelijk er uit zien. We rennen niet als gekken overal langs, maar er is een consensus dat het gaat om genieten en de omgeving en dat het tempo daar volledig aan onderhevig is. Voor Joyce ook heerlijk en die kwebbelt wel lekker door. Ik heb even een klein dipje, maar dan loopt HB weer mee te babbelen en vergeet ik dat weer. We komen op een plek waar een duidelijk bord staat: Dit is geen wandel-pad.

Tja, zo gaat dat met trailers: die maken soms een pad… Eerst zegt HB: ‘maar wij lopen toch hard’, vervolgens komt Joyce: ‘maar we wandelen ook niet’. Toch nemen we een ommetje over het brede pad. We komen weer op de route, terwijl we roddelen over een verwarrend appje wat ik krijg. Een loopje zonder onze usual suspects is ook niet compleet! Fijn om eens iemand te horen die soort van onbevooroordeeld is. Overigens blokt HB de gebruikelijke helikopter, maar die ruil ik graag in voor de zon. We komen langs de blokhutjes en tussen de rododendrons door.

Joyce doet even wat rustiger aan. Dan moet ik de sprintjes doen zie ik bij de tweede keer. Ik zet even lekker aan. En dan een beetje wandelen. Ineens zie ik mijn kans liggen: voorbij het blokhutje over de geweldige single track mag ik 20 seconden vliegen! Die 20 seconden gaan veel te snel voorbij – letterlijk en figuurlijk. Alle kracht komt even samen: voetplaatsing, snel beslissen, grote passen en echt in de natuur zijn met takken voor je neus en een slootje om doorheen te draven. Een grijns van oor tot oor. Zó voelt hardlopen, zo voel ik me: ik kan echt even vliegen en kom los van de grond! ?

Dan komen we bij het modderige Nonnetjesland. Ik vind dit altijd niet zo’n leuk stukje. Niet dat ik me vandaag werkelijk ergens druk om maak, maar dit stukje bevalt me gewoon niet zo. Ik ben al aan het uitlopen, de opdracht zit erop. Ik klets met HB terwijl Joyce haar eigen tempo houdt.

Ik balanceer een beetje tussen stilte, laat me met rust, zo snel mogelijk verder lopen, eind-vermoeidheid, vriendelijk blijven en aftel-stress. We wandelen ook een stuk, maar ik kan nog prima hardlopen. Dat is zo fijn! Het gevecht is echt voorbij. Tussen de koeien door wil ik even rennen en dat is nog leuk en dan vind ik het klaar. Nog minder dan een kilometer, dus een halve marathon wordt het niet. Niet binnen 2,5 uur. Vind ik dat erg? Eigenlijk niet. Brede paden. We zijn weer bij de Kuil en ik loop 20 kilometer vol.

In het zonnetje staan we nog lang na te kletsen. Tenminste, Joyce en HB. Ik heb niet zoveel kennis, sportprestaties of woorden meer als zij hebben. Gelukkig ben ik een goede en dankbare luisteraar en heb ik chocomelk meegenomen! Ik heb genoten van het lopen en dat voelt weer helemaal goed. De hele loop gaf een gemiddelde hartslag van 138, net niet meer zone 1 (die loopt tot 137) en dat is echt perfect voor deze omstandigheden; de ondergrond en het tempo in aanmerking genomen. Een dag als vandaag zorgt voor het gevoel dat het weer goed komt en dat het ook weer ooit voorjaar zal worden.

29 januari Een dagje ouderwets uitsloven: ?‍♀️ en ??, ?‍♀️ en hard ?‍♀️

Om 10 uur vanmorgen zat ik binnen op de fiets met Zwift in Frankrijk. Voor dik twee uur. Nu hadden Vincent en ik gister al bedacht om een combi te maken met het leren van Franse woordjes. Gelukkig maar, want het fietsen was een crime. Verschrikkelijk. Er staat dus al een tijd lang iets uit of aan of wat ook, maar ik voel de hoogteverschillen niet meer. Het tempo gaat omlaag en ik kom amper vooruit. Ik moet ergens de ERG aan of uit zetten, maar ik weet niet waar! Het irriteert me onwijs. Zeker als je dan begint met 3 kilometer klimmen op tempo nul komma niks. ?

Ik had nog 1 lange route open staan in Frankrijk en het leek zo’n goed idee om die vandaag in 2,5 uur te passen. Zou moeten lukken, maar met dit tempo wat niet omhoog gaat en wat ook niet reageert niet. Vincent zoekt ook nog mee, maar ik wil de route niet nog een keer opnieuw starten. Ik ruil zelfs van fiets en Vincent fietst een paar minuutjes, waardoor de training in Zwift ongelijk loopt met de Garmin. Ik leg het allemaal terzijde en laat het voor wat het is, want Vincent moet Franse woordjes leren. En ik mag ook!

Hij vraagt ze aan mij. Zo ziet Vincent de woordjes en dekt hij ook de vertalingen af en doet zelf mee. Ik ken er best een paar, maar een aantal ook totaal niet. We herhalen ze. Tot in den treuren. Het haalt alle (negatieve) aandacht weg bij het fietsen. Ik hoef alleen maar te trappen.

De intervallen zitten mooi in 1 van de klimmetjes omhoog. Dan is er nog een beetje eer te behalen. Al met al is 63 kilometer fietsen best een opgave. Maar met de koptelefoon, het zakgeld, sparen, werkelijk en al in het Frans, vliegt de tijd bijna! Ik drink twee koppen thee, 4 slokken water, eet een halve reep en 2 mini-marsjes. Voor mij een maaltijd!

Ik maak me wel zorgen dat ik de route niet ga halen in de tijd die ik heb voor de training. Ik mag 2 uur en een kwartier fietsen met een tijdspanne van 20% verschil. Dus maximaal 2 uur en 37 minuten. Als ik nog 5 kilometer te gaan heb, komt Vincent met een onaangename verrassing als ik hem sommeer naar de route te kijken: ik moet nogmaals omhoog! De laatste 3 kilometer zijn niks makkelijk, maar afmaken zal ik de route.

Ik race nog even naar beneden zonder te trappen. Haal ik het ook binnen de tijd, omdat ik hier en daar wat van de route door Vincent heb laten rijden (5 minuten maar hoor) en de Garmin geeft voor de verandering eens meer kilometers aan dan Zwift. Ik ga in Zwift nog een level up naar niveau 27. En… ik heb ook nog eens dik 590 hoogtemeters gescoord. Ik vind de instelling, maar eigenlijk zijn mijn benen te moe om echt te merken of ik de berg nu wel voel of niet!

Als Vincent gaat zwemmen, gaan Rob en ik wandelen. Heerlijk. Even flink doorstappen. We schampen de Noorderplassen en praten bij. Het waait behoorlijk, maar ik merk het niet zo. Rob heeft het zelfs warm! Op het einde begint de tijd te dringen voor mijn zwemtraining en ik besluit dat ik ga hardlopen en Rob wandelt flink door, zodat we de autosleutel kunnen uitwisselen. Het gaat zo soepel, versnellen! Wat een kracht! Ik kan als het moet zonder enige moeite harder gaan. Zonder dure schoenen, zonder dat te merken aan de ademhaling of dat ik het warm krijg. Dat voelt oppermachtig en goed. We liepen al flink door, maar door de versnelling heb ik de 6 kilometer binnen een uur afgerond! Ik voel me echt supergoed.

Dan de zwemtraining. Ik omschrijf op Garmin: Ik heb lekker mijn eigen dingen gedaan en goed opgelet bij het zwemmen met zo vaak mogelijk bijleggen. Flinke krachtige slagen gemaakt. Middenin een stukje voor mezelf gepakt. Wel vermoeiend tot op het bot om voortdurend alert te zijn op de diepe insteek, het bijleggen, het ademmoment. (en ohja, ik heb al gefietst en ge(hard)wandeld ook)


En dit is de zwemtraining zoals ik die heb uitgevoerd:

  • Inzwemmen: bijleggen 100m, slag50m in baan 3 (maar dat is wat hoog gegrepen en waarom zou ik dit mezelf aandoen)
  • Terug naar baan 2: heup, oksel, slepen, zelf bijleggen ipv lange slag (voorop)
  • 4x125m armen voorop, dat ging lekker krachtig zeg! Dit is het enige wat ik met achtje heb gedaan. Mijn badmuts ging af, maar ik had alle tijd om die even aan de kant te leggen.
  • 100school – gelet op wat DR aanraadde en dan is school ook een krachtinspanning. Maar daar geniet ik van. Toch nog meer krachttraining doen, bedenk ik me in het water.
  • Toen zelfstandig 100m bijleggen/50slag en dat ongeveer 2x. Lastig, want net te druk in de baan (wel iets van 8 mensen!). Ik was wel bezig met mijn eigen ding en heel bewust aan het zwemmen. Dit moet ik nog leren en de rugslag sla ik even over
  • Training opgepakt bij 150m rustig, 100sneller, 50hard. Lekker achteraan.
  • 3x100m borstcrawl, laatste 25m snel. Vooraan en dan floreer ik toch! Ik werd wel moe en vermoeid intussen.
  • Zelf uitzwemmen en bijleggen in baan 1.
    Laten filmen door YZ: needs more work met het ademmoment. Tijdens het bijleggen is het oke, maar als ik dat loslaat, gaat het nog minder goed. Fijn om dat terug te zien, bedankt YZ!
    Met veel aandacht gezwommen en dat kost veel kracht en energie. Ook van de drukte weer denk ik. Ik was echt moe onder de douche. Gewoon van die ogen-dicht moeheid. Nog even nagekletst. Zo lollig dat ik daar tegenwoordig van geniet en me niet meer erger! Ik sta er veel zelfbewuster in tegenwoordig.

30 januari. Tempoloopje met ?-geduns.

Hij heeft net nieuwe loopschoenen gekregen en ik heb een tempoloop staan van 3 kwartier. Lijkt een prima combi en Vincent zegt telkens dat mijn hoge zones voor hem nog steeds zone 1 zijn. Duhhh. We informeren de buurman over een hele triatlon (die is nog aan het bijkomen vermoed ik) en lopen dan de straat uit. Het gaat meteen mis met de hartslag: door naar 165 terwijl ik heel rustig loop. Mega-mega-irritant. Ik stop de exercitie en reset de hartslagband, die blijft hangen op 160+, terwijl de Apple Watch op de pols niet hoger komt dan 70. Dat vind ik zo vervelend als ik moet lopen op hartslag en de metingen dan niet kloppen. En ik heb maar 5 minuutjes in zone 1. We starten opnieuw en het is al snel weer hopeloos, de hartslag loopt op tot 170 en gaat niet omlaag als ik wandel. Ik zet zonder pauze de hartslagband uit. Over op polsmeting. En die is dan weer (onterecht?) laag, maar ik doe het er voor! Het klopt met het gevoel. We lopen het viaduct over de Hogering over en het tempo ligt ongewoon hoog. Ik kan echter nog prima kletsen en dit lijkt inderdaad zone 2 te zijn qua gevoel. “Mama, heb je haast ofzo, zeg” roert de puber zich met zijn nieuwe zwart-gouden Ascis schoenen.

Langs de kassen ga ik lekker door. Vincent probeert zo nu en dan of de goud-zwarte schoenen ook hard kunnen en nou, daar zijn ze voor gemaakt! “Ze kunnen niet langzaam lopen, dan zitten ze minder lekker”, is het oordeel. Als we oversteken ga ik 3 minuten hard lopen. Ik zet de blik op oneindig en het tempo komt rond de 5 minuten per kilometer te liggen. Daarna moet ik 1 minuut nog veel harder op een ANT+ hartslag. Heerlijk zwaar, maar een minuut is te overzien. Jammer dat de hartslag niet hoog genoeg komt, maar de inspanning is er zeker wel naar en het tempo ook. Dan een minuut joggen. Vincent slingert om me heen; sprint soms moeiteloos voor me uit en blijft soms even hangen. “Zag je de schapen mama?”; nou, mama zag helemaal niks, want die was enkel bezig met snoeihard lopen.

En nee, dit is óók niet het moment voor Franse woordjes! Ga toch weg, zeg. Ik moet 3 keer 4 van de 5 minuten heel hard rennen. ? En dit is vóóral niet het moment om op te merken dat het tempo in zone 3 net zo hard was als daarstraks in zone 2. ? Volgende keer laat ik de goudzwarte schoenen thuis ? Natuurlijk moet ik de laatste keer sprinten het viaduct op lopen en dit is absoluut helemaal niet het juiste moment om als 15jarige hard voor me uit te lopen omhoog alsof ik stil sta en mijn best niet doe, om een foto te maken. “Maar mama, dat wilde je toch, die foto?!” ?

“Doe maar alsof je het leuk vind voor de foto!” Dan gaan we weer naar beneden en vindt de pubert op de gouden schoenen dat hij mag klagen dat hij trek heeft en dat het niet zo gemakkelijk rent. Ga toch weg kereltje! Ik loop te puffen en te zweten en hij heeft het nog steeds koud en loopt nog zowat te huppelen. “Dat zeg ik zodat jij je beter voelt hoor mama”. Jaja…

Intussen ga ik gewoon op een flink tempo door alsof ik vrijdag niet getraild heb en gisteren niet heb hoeven trappen. Er zal iets enigszins mis zijn met de hartslag, maar het is wel goed zo. We maken een wat ommetjes langs de plus en dan naar de AH. Ik ben er moe van, hij is lekker ‘buiten geweest’.

Ik loop 9 kilometer in 50 minuten vol. Een gemiddelde van 5:33 bij een hartslag van 144 gemiddeld is ook wat te gortig en niet helemaal geloofwaardig en maakt de polshartslag ook weinig betrouwbaar, maar het voelt wel lekker! We moeten nog wel een foto maken van de nieuwe schoenen. En 4 nieuwe sokken.

Jep, mama heeft het kleinste maatje! Maar deze mama sluit een lekkere sportweek af met 37 kilometertjes hardlopen (4 uurtjes), 135 kilometertjes indoor fietsen (5 uur) en 4,5 kilometer zwemmen (bijna 2 uur). Het lijkt aan alle kanten weer een heel stuk de goede kant op te gaan!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Protected: Een therapie om te onthouden!

This content is password protected. To view it please enter your password below:

Categories: Geen categorie | Enter your password to view comments.