Middle Distance Challenge Almere 2021

Ik begin bij de finish: Ik rende met een eindsprint zeiknat, vies en juichend de finish over, blij dat ik het weer gered had! ZGvG stond klaar met mijn medaille. Ik draaide me om, om de eindtijd te bekijken en daarna ben ik in een hoekje op de grond gaan liggen om even heel hard te huilen en te vloeken en te schreeuwen. 12 Seconden. 6 Uur en 12 seconden.

De teleurstelling maakte na twintig minuten al plaats voor trots op het nieuwe PR, want 6 uur staat toch prachtig- en de tevredenheid over de hele wedstrijd -afgezien van de paar kilometers die een Dixiestop bevatte- helemaal genieten was. Maar nu loop ik op de zaken vooruit, terug naar het begin.

Ik zag er enorm tegenop om alles ‘alleen’ te moeten doen. Rob mag het terrein niet mee op en mijn steun wil het liever zelf beleven dan naast deze zenuwpees. Ik had alles keurig klaar: de fiets en de voeding, het voedingsplan, genoeg geslapen (eerder van de week al), de route is bekend, de afleidingsideeen zijn er en ik heb genoeg getraind en zeker genoeg conditie om te blijven sporten voor 6 uur achter elkaar. Ik ging uit van dik 6 uur en daar heb ik het doorzettingsvermogen en de wilskracht ook voor.

Uiteindelijk was ik ruim op tijd klaar en stond JB (coach van Trispiration) me ontspannen bij. Ik vond de rust met alleen atleten wel fijn. Allemaal hetzelfde schuitje. Op het gras zitten en wachten. JB en de man uit Veldhoven zaten bij me tot zij (een half uur eerder) zouden gaan zwemmen. Iedereen zegt elkaar gedag en eigenlijk ben ik echt enorm relaxed. Samen met JB heb ik alle tijdsdruk eraf gehaald, ik zie wel wat het wordt. Kun je toch niet zeggen, maar wat zou 6 uur fijn zijn.. Aan de andere kant: leuk is ook echt belangrijk! De wetsuit was snel en vroeg aan en ging niet meer uit voor een wc-bezoek. Smerig wordt het toch vandaag, daar kan ik prima mee leven. Ik eet een gel en een banaan en drink het water. De vuile slippers en de bidon gaan de vuilnisbak in. De rest gaat starten en ik zit alleen op een muurtje. Te wachten. De zenuwen blijven behoorlijk uit, maar ik voel wel dat dit het zwaarste half uurtje van de dag is. Als het niet erger wordt… lach om jezelf, zei JB en dat probeer ik dan maar. Ik dring naar voren bij de gele badmutsen, waar ik eigenlijk niet thuishoor. DR, die me zou steunen staat zelf te kletsen en te doen, ik ben rustiger en stiller dan zij is. De trainer loopt langs (al zijn atleten zijn al lang gestart) en ik roep hem nog even, maar hij hoort me niet. Net deze 5 minuten had ik ‘m wel even kunnen gebruiken… Ik klets even met een meisje die haar eerste triatlon doet en nog niet zo best zwemt, maar des te beter hardloopt. Jammer dat ik haar startnummer moet onthouden. Ik zit tamelijk vooraan bij de gele badmutsen en start met 3 heren. Zelfs nu zijn de zenuwen beheersbaar. Ik zie MBB nog en ze moedigt me aan. Toch iemand en zij is zo welkom! Ik spring het water in en ga zwemmen. Direct.

Lekker koel, lekker druk en naar de boei toe. De slag is goed, de rust is compleet en ik weet wat ik ga doen. Sporten. De rest van de dag. Volgens KH: er zijn toch geen andere afspraken! De slag blijft goed, de bril zit perfect en het pak ook. Zwemmen-zwemmen-zwemmen. Ik heb het volledig onder controle. Zo simpel is het. Ik moet al die gele badmutsen inhalen. Ik hoef alleen maar mijn eigen pad te kiezen en niet meer van de omgeving te genieten, alleen van het zwemmen. Wat mag ik die man bij Tri2One coaching dankbaar zijn, dat het zwemmen de slijtageslag voorbij is. Boei om, volgende boei om en dan langs de rode skippyballen met het Challenge logo erop. Ik ga ze niet tellen. Geen zin in, ik hoef geen afleiding, ik zwem gewoon. Weer iemand voorbij, langs de volgende. Ik ontwaar de eerste grijze badmutsen al. Sukkels. Die zijn net zo in de verkeerde rij gaan staan als ik. Even stank van het bootje, maar ik laat me door niks afleiden en ga gewoon maar door en door. Natuurlijk moet je daar iets voor doen, maar het voelt helemaal niet als strijd. Ik ben benieuwd hoe lang ik er straks over heb gedaan! Ik kom bij de verre boei en zit al op een kilometer. De andere rode boeitjes, daar moet ik even naar toe. Ik haal veel grijze badmutsen in uit de heat eerder. Met alle respect: die zwemmen langer dan 40 minuten!

Ik hou prima overzicht, maar hoef niet 1 keer te kijken waar ik heen moet. Ik ben blij dat ik gister de verkenning heb gedaan, daar heb ik profijt van. Soms is het tegen de zon in met wat hele lichte golfslag zwaar, maar dan kijk ik naar de plantjes onder me en naar de andere zwemmers om me heen en ik ga gewoon door en laat me niet gek maken. De temperatuur is top. Ik zwem tegenwoordig. Alsof ik nooit anders heb gedaan. Maar tien jaar geleden was dit ondenkbaar! Het laatste stukje is toch nog eventjes zoeken, ik kies de rechterkant, maar daar is het wat druk. Er zijn nog gele badmutsen en 1 man zwemt hetzelfde tempo, maar ik raak hem kwijt. Dat laatste stukje is altijd onoverzichtelijk. Ik zou nog prima een uurtje door kunnen zwemmen! Dat verbaast me ontzettend. Ik zwem naar de boog en door de rollende start is het rustig. Ik voel mijn horloge tikken dat ik 2000m heb gezwommen. Dat is toch weer teveel, verdikkeme! Als ik de plank op ga, ben ik kalm. Ik heb er dik 42 minuten op gezwommen en dat is een beetje een teleurstelling. Het horloge meldt dat de batterij van de hartslagmeter nagekeken moet worden. Bad timing. Ik zeg DS gedag en ga de tent in.

Snel is het pak uit. Ik pak natuurlijk eerst het blauwe tasje met de loopschoenen, maar al snel zijn de fietsschoenen aan en de helm op. Niet teveel tijd verliezen hier en snel door! Ik moet weer helemaal omlopen, maar op deze schoenen lukt dat redelijk. Fiets pakken en bij het weglopen het fietscomputertje aanzetten. Ik weet het intussen wel. Bij de streep moet mijn horloge ook even omgezet en dan trappen. Er zijn hier heel veel mensen die aanmoedigen, ik kan ze nauwelijks tellen of ontwaren, maar ik hoor mijn naam vaak. Dank.

Ik lig al op het stuur voor het ziekenhuis en dan staat Rob bij het bruggetje. Ga jij maar naar huis voorlopig, ik ga een uurtje of 3 fietsen. Ik drink vast wat omdat ik er zin in heb en omdat het kan.

De stad uit gaat snel. Energie genoeg. Blijkbaar heeft iedereen dat en ik word veel ingehaald. Moet iedereen zelf weten. Ik zie jullie straks op de Gooimeerdijk-Oost over 80 kilometer.

Bij de manege staat GN en ik denk aan het moment dat ze me meenam het buitenwater in. Ik denk aan hoe ik hier 30km liep met KH en achter de boom moest zitten. En dan is het los: dit is mijn trainingsgrond. Ik heb hier gefietst, gelopen, gezwommen en liggend op de fiets komt het allemaal langs. De tijdrit richting Almere Haven, hoe ik door de havenkom moest wandelen van de week en ik kom langs het surfstrandje waar ik op de plantjes heb gezwommen met KH. Ondertussen moet je over kloterige klinkertjes in de havenkom en mag je pas laat de weg op. Omdat er een dreef niet afgesloten kon worden voor de halve triatlon, rijden we een andere route die vlak langs mijn werk komt. De herinneringen schakelen zich aaneen: waar ik 3 kilometer op mijn hardst liep, het Kromslootpark waar ik een crosscup liep op mijn verjaardag en de berg van het mountainbiken. Dan kom ik bijna langs mijn werk, over het fietspad waar ik een paar dagen geleden wandelde en ik denk aan mijn collega’s. Ik ben voor hun veel te snel voorbij vermoed ik, maar ik heb geen idee hoe laat het is. Het is er rustig. De Transistorweg over en dan een bochtje onder de weg door. Hier heb ik zelden gefietst en vaker gerend. In intervallen en andersinds puffend.

Foto van een ander moment (eerder)

Ik eet netjes de blokjes en drink zoveel mogelijk. Dan het lange pad langs Almere Poort. Er zitten mensen met koffie of ze kijken vanuit de tuin toe. Hier liep ik zware intervallen in de regen. Nu is het licht bewolkt en ideaal. Het stukje waar ik fietste bij de NPW triatlon en ik lach, want toen wist ik blijkbaar al dat ik hier moest drinken! Ik zie meneer Westenberg, die is er altijd en overal en ik vind hem geweldig. We kennen elkaar intussen! Even mag niemand me inhalen en zet ik aan. De rotonde hoef ik niet over. Langs het kunstwerk, waarachter een prachtige trail ligt van PL. Dat bedoel ik dus: overal is iets, overal heb ik gesport hier. Trip down Memory Lane. Ik denk nog maar een keer terug aan de wijze woorden van de trainer: laat je niet gek maken. Daar heb ik wel een talent voor, maar vandaag doe ik dat dus lekker niet!

De Oostvaardersdijk op. Hier even niet mijmeren over hoe vaak ik hier al heb gefietst, maar genieten dat je op de weg mag fietsen. Het inhalen is een beetje voorbij, al scheurt er soms opeens een superdure fiets langs waarvan ik denk: ‘wat heb jij dan met zwemmen gedaan? Besteed je geld aan zwemles en verkoop je dichte wiel zeg.’ Ik haal nu zo heel nu en dan ook eens iemand in. Een stevige dame die Maaike heet (die wel goed heeft gezwommen) en een mevrouw die wint met mooiste-trisuit. Langs de Noorderplassen, waar ik met Vincent een do-it-yourself-triatlon deed. En zo vaak heb gefietst, hiernaast, op het fietspad. We komen bij het Bloq. Ik heb de bidon die ik wil lozen nog niet leeg. Ik kreeg ‘m niet leeggegoten. Maar dan dump ik die straks wel, ik drink uit de bidons zelf en dat gaat prima. Ik heb ook een gel weggewerkt en we zijn al op een derde. Van het fietsen dan he. Mijn gemiddelde gaat flink omhoog.

Ik kijk naar de boten en ik geniet tot in mijn tenen van het fietsen op de weg. Het ziet er toch anders uit zo! We komen langs huis en ik denk: ik kan naar huis fietsen en me afmelden. Klaar. Het is geen echte optie omdat ik dat wil, maar omdat het kan. Net als bij het zwemmen, is ook het fietsen geen extreem grote moeite. Geen afzien, geen beroep op wilskracht of doorzettingsvermogen. Ik wil het gemiddelde naar 32 brengen, maar dat is dan ook het enige doel. Ik denk aan de keren dat ik hier wel heb afgezien op de fiets. Of lopend met Joyce in het rondje Oostvaardersplassen wat uitdraaide op een marathon. Aan de hagel en de wind tegen. Ik kom iemand tegen van de TVA, een man, die echt harder moet fietsen. Ik spreek hem even aan, maar hij is met een lekke band vertrokken en heeft die vanuit de wisselzone moeten vervangen. Ik wens hem veel succes. Zulke mensen zijn stoer, gewoon sterk om zo te fietsen!

De zeilboot ligt er en er wordt een woonboot versleept. We gaan zo de Knardijk op. Er zitten al 40km op joh! De Knardijk is zoals de verwachten was andere koek dan de Oostvaardersdijk gezien de wind. Van rechts opzij. Slikken, liggen en doortrappen. Dit is mijn comfortzone. Hier staat altijd wind. Hier waar ik liep met de Almeerse dames en waar ik met Vincent op zijn eerste racefietsje heen ging voor een ijsje. Dadelijk op de Praamweg zullen we wind tegen hebben. Ik voel de wind draaien en weet dat de Doddaarsweg ook helemaal tegen zal zijn. Het is lang niet zo druk als eerdere jaren, doordat er gewoon minder deelnemers zijn en de rollende start. De paarden zijn er niet. Ik denk weer terug aan toen ik hier met Joyce de grote modderpoelen door moest. Dan langs de Praambult lekker over de weg. Hier hebben we ook ooit om de plassen heen gerend, Joyce en ik en ik zwom in dat lekkere water. Ik knijp toch zo goed en kwaad als lukt de bidon leeg, dan kan ik die dadelijk dumpen. Dan heb ik plek voor de volgende bidon. Ik drink en eet goed, echt waar. En elke keer als ik dat heb gedaan, voel ik daarna meer kracht. Door het fietscomputertje hoef ik er niet op te letten. Ik hoef geen bidon dit jaar, want die is gewoon van Powerbar en geel. Geen speciale voor de triatlon helaas. Geeft ook weer rust. Ook hier kan ik snel thuis zijn, maar ik doe het toch maar niet. Ik ben over de helft, laat ik de medaille ophalen. We draaien de Doddaarsweg op en dan begint het spel. Ik haal een dame in en Ruben. Ik fiets een heel stuk alleen. Omdat ik hier alleen maar fiets bij de triatlon liggen er weinig herinneringen omheen. Ik zing maar wat. Het is toch niet druk om me heen. Van Clannad, Journey is at an end. Ik ken helaas niet zoveel tekst. Het klinkt best goed vind ik zelf, hahah! Ik bedenk dat ik misschien ook maar gewoon moet stoppen met triatlonnen End of the Journey. Dan hou ik bergen tijd en energie over. Ik rij langs de kippenfarm vol uitloopkippen. Ze stinken. Ik kijk naar de windmolens die steeds verder af komen en ik kijk uit naar de tussenweg richting de Grote Trap, al is de wind daar weer erger. Ik weet honderd procent zeker dat de wind aantrekt en draait! Zo goed ken ik het hier. De tussenweg (ik ben de naam even kwijt) gaat ‘op’ aan drinken en eten. Ik ben al twee uur bezig en het gemiddelde tempo is onder de 30 komen te liggen. Dat is me nou jammer zeg. En dat is een contstatering. Ik maak me niet druk. “Laat je niet gek maken”. Er staat een ziekenwagen waar een fiets en dus ook een iemand in ligt, dat vind ik even moeilijk. Dan denk ik wel: ik fiets hier dus nog, wat zal ik me druk maken over wind en tempo! We hebben nog een klein stukje wind mee en ik haal Cissy in. We mopperen even op de wind en dan ga ik de brug over. Ik ken het zo goed! Hier moet ik nog een keer met Vincent naar toe fietsen en dan een foto maken door het schilderij. Hier fiets ik niet zo vaak, want het is een lastige uithoek, maar laatst was ik hier toch met Manuel. In het bos ruikt het al naar de herfst. De brug af en dan staan de paarden op het fietspad. Zeker een stuk of tien met veulens erbij. Verdulleme! Ik dacht dat ze zouden weghalen? Iemand achter me roept KST-KST, maar die beesten wijken niet. We zijn zeker met zijn drieën en ik moet afstappen en er door het zand langsaf lopen. Kost tempo, zeker. Maar het is ook mooi ergens. Niet voor in de wedstrijd, maar dit is ook Flevoland. Ruben fietst weer achter me en haalt me nu net in. We fietsen bij elkaar en hij geeft me een compliment dat ik zo goed fiets. Hij toch ook? Bij de scherpe bochten staat dan weer niemand. Pas verderop bij de brug en ik roep dat er paarden staan. Het antwoord is dat het nou eenmaal wilde paarden zijn. De Winkelweg op. Ik rij nog steeds met Ruben op. Vlak voor de post wandelt een fietser die gaat uitstappen. Ruben spreekt hem even aan, superaardig. De post ga ik ook weer voorbij, ik heb alles zelf supergoed geregeld. Dadelijk weer een brokje energie nemen en dan haal ik Ruben weer in en dan kom ik tegen de wind in uit. Ik begin zelfs een beetje zat te krijgen van de wind. Dit is absoluut geen windkracht 2. Zeker niet! Mijn tempo is verder weggezakt rond de 29,5, maar het zij zo. Jammer van de 6 uur, maar helaas. Gek genoeg flipper ik nu naar de gedachte dat ik volgend voorjaar misschien ook wel ergens een hele triatlon kan doen, waar er minder wind staat. Omdat ik dat qua conditie wel kan redden en ik nu maar een klein beetje van het doorzettingsvermogen aan het aanspreken ben.

Foto van een ander moment (veel eerder)

Het volgende hoogtepuntje dient zich aan: rijden op de weg die richting de Eemhof gaat. Ruben blijft achter me hangen. Hij doet maar. Ik weet dat ik dadelijk de laatste gel moet opmaken. En nog iets meer drinken. Ik neem ook nog een stukje reep. Het gaat echt goed met die voeding! We gaan onder de brug door en Ruben zegt bijna naast me: je gaat er zo weer vandoor, maar wat rij jij goed Anke. Ik geef hem gelijk: voor wat betreft dat er vandoor gaan. Want erg sterk en snel heb ik niet gefietst. Maar hier op de Gooimeerdijk-Oost is het Anke-tijd! Ik ga mensen aan het inhalen en ik voel de wind amper meer. Ik tel heus kilometers af, maar er komt weer wat tempo in. Eigenlijk moet ik nog plassen. Maar nu eerst genieten hier! En nog even terugdenken aan het moment dat ik hier met Vincent fietste op weg naar Veldhoven en de keren dat ik in het Cirkelbos liep. Dat doet me denken aan het boek wat ik nu lees. Wat ik ook had kunnen uitlezen nu. Maar nee, ik fiets hier en dat maakt me gelukkig! Net als eerder op het parcours druppelt het een heel klein beetje, maar het mag geen naam hebben. Nee, ik ben echt blij met het weer! Het bankje sla ik over. Bij de manege laat ik alles even lopen. Ik heb nog veel water en spoel wat weg. Net als bij het zwemmen, ga ik ook nu het beoogde tijdsdoel niet halen qua fietsen. Ik zet nog hard aan op weg terug naar het drukke centrum. Ik neem ook nog een brokje reep. Die is nu op. Hartstikke netjes! Natuurlijk is het loopparcours al vol, maar wat wil je met zwemmers die een dik half uur eerder starten! Ik zwaai even naar MB die met de camera klaar staat voor het loopparcours. Al ga ik lekker 6:30 lopen, ik maak het nu af ook. Dan de drukte voor de wisselzone. Ik zie Rob en de trainer en de meiden van Trispiration en die geweldige Westenberg is hier ook alweer! Heeft hij een tweelingbroer ofzo? De wisselzone in en ik voel me nog steeds prima. Rob filmt.

Dat ik toch een beetje moe ben, blijkt uit het feit dat ik even moet kijken waar mijn fiets ook weer heen moest. Helm ophouden en naar de wisseltent terug. Ik trek snel de sokken aan en pak de rugzak waar de gels in zitten. Ik prop ze terug en dan kan ik gaan lopen. Het meisje bij de ingang zegt me nog even mijn nummer te draaien, want ze zijn streng en ik ga een halve marathon lopen. Slechts 20 seconden vraag ik me af hoe, maar dit kan ik en mijn voeten en benen weten precies wat ze mogen doen. De arena door vol herrie en onrust.

Ik zie RZ van de TVA met een ander aardig maatje en ik hoor mijn naam wel her en der, maar dit is voor mij ietsje te. Andere meid van Trispiration en bij het hotel zit KH geloof ik en ik weet niet meer of Manuel er ook is. Dan de rust in alsjeblieft. Ik moet na een kwartier een gel nemen en die tijd zal ik zelf in de gaten moeten houden. De eerste post ben ik al veel eerder voorbij. Zo rustig als het was bij het fietsen, zo druk is het nu. Met lopers en met toeschouwers.

Ik pak wel water aan bij de post en drink een beetje en koel mezelf af. Mijn looptijden liggen boven verwachting hoog. Ik ga dit niet volhouden, maar het voelt onwaarschijnlijk soepel. Ik maak kleine stapjes die me totaal niet vermoeien. Jammer dat ik een beetje het gevoel heb dat ik moet drukken. Negeren. We lopen langs de Fantasie en dan over het brugje en langs View. Ik trek me er allemaal weinig van aan. Laat me ook nu niet gek maken door tempo’s van anderen. Ieder zijn of haar eigen ding. Ieder zijn of haar rondje. De eerste gel gaat al moeizaam naar binnen. Ik gooi het plakding weg bij de post en drink wat water. En over me heen. Ik stop niet, want ik heb een lekker ritme. Het voelt als 6:30, maar het ligt veel hoger. Boeie. Na drie of vier kilometer kijk ik niet eens meer. Het zijn drie rondjes die ik moet lopen en daarmee zie ik het wel. Dan over de in aanbouw zijnde Floriade. Onrustig vanwege de werklieden en de bouwwerkzaamheden. Ik let er niet zo goed op. Het gaat wel licht omhoog. Stukje over het zand en dan omlaag naar de volgende post. Ik vind het looprondje niet zo heel interessant. Het is hier wel even lekker stil en rustig. Bijna verval ik in de gedachte hoe ver ik nog moet, maar die stop ik snel weg. Ik hou het ritme vast en neem wat water mee. Ik loop 5 kilometer met gemak binnen een half uur. En dan langs de flats. Ik zie MB en moet om haar lachen als ze weer verkondigt dat het goed gaat. Ze weet hoe een hekel ik er aan heb, maar ik besef dat het er goed uitziet, hoe ik me zelf ook voel.

En door! Langs de fotograaf, lachend en later zie ik mijn favoriete fotograaf die ik echt waardeer. Net als de masseur iemand die er steevast is en die je kent van evenementen. Ik zet een paar stappen om te drinken bij de post. Misschien helpt het. Ik moet nog steeds een beetje drukken. Maar niet echt veel. Naast de kant staan YZ en haar man MZ samen met AA en haar hondje. Je bent mooi zelfvoorzienend, roept MZ. Ik vind het fijn dat zij er staan, ze zijn zo lief! Ziet er goed uit, hoor ik YZ roepen. Ik heb van haar de chip gekregen vanmorgen, dus ze zijn hier al de hele dag. En dan verder onder de hoogspanningsmast door en naar de Red Bull boog. Ziekenhuisbrugje over en ik blijf gewoon maar hardlopen. Rondje 1 is bijna klaar. Ik zie de man van het voedingsschema en dat gaat maar zo-zo, roep ik hem toe, maar ik weet niet of het duidelijk is. Vlak voor de echte drukte haal ik Ruben bij.

Hij herkent me meteen en vraagt of ik dit tempo kan volhouden. Ik zeg hem dat ik vermoed van niet en hij zal opnieuw bij me blijven. Hij spreekt nogmaals de waardering uit en ik zeg hem dat hij hetzelfde presteert! Hij heeft net als ik ook in geel gezwommen in ongeveer dezelfde tijd. We lopen samen door de herrie en ik werk nog een gel weg. Ik probeer te drinken en zie de snelste dames gehuldigd worden. Ik zie de Trispiration-meiden en dan naar het hotel. KH loopt met me mee en moedigt me aan op slippers.

Vincent duwt me nog een gel in de handen, maar die heb ik niet echt nodig. Integendeel. Dan weer de rust in samen met Ruben. De gel doet zijn werk en ik blijf rennen. De volgende post voorbij en er vallen een paar verfrissende druppels. Ik ga de 10 km nu maar binnen een uur erdoor drukken. Al is drukken niet een term die mij op dit moment bevalt. C staat daar en vraagt of het goed gaat. Mwah, roep ik. Volhouden, geeft hij me mee. Omdat jij het zegt gast… Het is al minder druk op het parcours. Weer dat stomme woord met drukken erin wat in relatie tot mijn darmen niet goed valt. Net als vaker vandaag laat ik me niet gek maken door anderen. Iedereen moet maar doen wat ‘ie kan en ik weet niet wie in welk rondje zit. MC roept tegen me dat het goed gaat, ik kijk om en zeg dat ik dat zelf bepaal en dat het tegenvalt. Ik heb MC hoog zitten en hoop dat hij me begrijpt. Ergens is Ruben afgehaakt. Ik loop RH-V voorbij die wandelt. Lastig, want deze gast is zoveel sneller en sterker dan ik. Ik moedig hem aan, maar hij heeft veel kramp. Jij loopt goed door, zegt hij. Ik besluit ter plekke dat ik hem aardiger moet vinden. Ik kom weer langs de bouwwerkzaamheden van de Floriade. Nu gaan de werklieden naar huis en is het nog onrustiger. Zij hebben maling aan die rare renners op hun terrein. Ik vind de stoep stom. Omhoog. Zand over. Omlaag. Ik krijg nu echt wat last van de aandrang. Maar ik moet weer een gel. Ik loop 10 kilometer in 57 minuten. Ik blijf doorlopen tot ik er 11 verzameld heb. Zeker. De gel gaat kokhalzend naar binnen. Dit werkt niet. Beetje drinken, water over me heen en dan weer door. 11 Kilometer loop ik vol, maar het tempo gaat omlaag omdat ik me niet goed voel. Eerder ziekig en misselijk dan vermoeid. Langs de flats weer aanmoediging van MB en twee lieve kleine meisjes die tegen iedereen roepen dat het nog maar een klein stukje is. Schatjes.

Ik loop MD voorbij. Hij is mijn held. Hij heeft hartklachten en ik hoor hem nog zeggen: voor mij nooit meer een triatlon. En hier loopt hij dan! Tempo is niet altijd belangrijk. Ik roep hem toe dat hij een groot hart heeft. Helden zijn er in formaten en MD is groot voor mij! Ik vergeet mijn eigen problemen eventjes. Ik moet inmiddels echt mijn darmen legen en ik ga doorlopen naar de Dixie. Voor die tijd stop ik niet, want ik wil daar zo snel mogelijk zijn. Kilometer 11, 12 en 13 zijn niet leuk. Ik voel me misselijk en niet goed. Het genieten is opeens ver weg en ik moet nog een rondje, maar weet even niet hoe en of dat wel lukt. Mijn vingers tintelen en dat is een slecht teken. Ik voel koude rillingen. Voedingsplan mislukt op dit moment. Dag fotograaf, bruggetje over en ik schiet de Dixie in. Het is er al uitgestroomd voor ik ontdek dat er geen papier is. Ik vis een plastic zakje uit de rugtas. Blijf ik hier zitten? Nee, toch maar niet. Pak aanwurmen, ik krijg m niet dicht (jammer dan) ik ga even onder het water staan, maar smerig is het nu toch al en ik gooi water over mijn reet. En door. MZ en YZ staan er nog.

Plan B: dadelijk gaat de rugzak weg en maak ik de laatste ronde af. Vanaf nu geen voeding meer. Cola misschien, maar ik kan prima zonder eten. Als ik de arena weer in ga voel ik me smerig en niet zo best.

De aanmoediging gaat een beetje voorbij aan me. Maar ik maak het nu hoe dan ook af! Ik haal een paar mensen nog maar een keer in. Dan geef ik Vincent de rugzak en ik roep ‘m dat ik alles heb uitgekotst. Zo voelt het ook wel een beetje.

Bevrijd van de rugzak en vooral van de druk om te eten pak ik de draad weer op. Zo gaat ie goed! Ik hoor de mensen zingen van ‘een foto van jouw’ en ik merk de omgeving nu op. Heerlijk rustig en wie loop ik daar bij de post weer tegen het lijf? Vriend Ruben. Mijn tempo en energie zijn omhoog geschoten. Hij loopt mee en het is zijn eerste halve triatlon die toch flink zwaarder is dan een kwart, zo kletsen we. We spreken af dat we ieder ons eigen ding mogen doen, maar we trekken ons nu even aan elkaar op. Mijn tempo ligt weer rond de 5:40 en het voelt goed. Voorbij de post van vader K lopen we nog te kletsen en dan het bouwterrein op. Daar begint het te regenen. Wat zeg ik: gieten! Een stortbui van jewelste. Een regengordijn. Ik trek me even op aan Ruben, maar ik ga door. Ik vind dit geweldig. Echt gaaf. Afzien, doorstampen en helemaal nat worden zonder eten – welkom to my world. Dit is heerlijk bekend. Het potje doorzettingsvermogen en wilskracht kan vol open. Vlak voor de modder is het even droog. Ik ben schoongespoeld. In de modder begint het weer met dikke druppels. Ik haal een vrouw in en zeg haar dat dit veel zuurstof geeft in de lucht. Ze is het met me eens. Ruben meld dat hij afhaakt en dat snap ik. Tot de finish, zeg ik. Mijn tempo is moordend hoog. Ik schakel om naar de eindtijd. Fuck. Het gaat er om spannen met die zes uur. Ik bedank de mensen op de post dat ze gebleven zijn met de regen, zij bedanken mij. Er is nog een groep blijven staan die aanmoedigt en ook die bedank ik. 18 kilometer. Dat heb ik hier ooit eerder gehad en toen ging het pas om de eindtijd. Langs de flats is het stil geworden. Heerlijk. Veel mensen wandelen een stukje. Ik doe dat ook heel even, want ik weet dat je daar meer van bijkomt dan van pushen. Dan staat MZ daar. Hij is voor mij gebleven. Wat een ontzettend toffe peer. Ik tel tot mijn PR van 6 uur en drie minuten, daar zal ik nu onder komen ook! Zou het de volle 21 kilometer zijn? Dan haal ik het kielekiele. En hoeveel heb ik over? Qua tijd en vooral qua energie? Ik moet nog een keer een klein stukje wandelen. Als ik bij de ziekenhuisbrug ben, ga ik door tot het einde. Daar staan Vincent en Manuel! Ik roep ze toe dat het me weer net niet zal lukken, want ik zie de klok op 5:57 staan.

En dan gaat het vuur aan. Ik zet aan en stamp door de plas, voor mij had de plank niet gehoeven die ze -zo delen ze luidkeels mee- hebben neergelegd, maar bedankt. Ik heb een missie en ik weet niet waar ik de versnelling vandaan haal, maar hij is er en het gaat ook nog! Grote stappen. Ik ga zeiknat, vies en juichend de finish over, blij dat ik het weer gered heb.

ZGvG staat klaar met mijn medaille. Ik draai me om, om de eindtijd te bekijken en dan is er die 12 Seconden teleurstelling. 6 Uur en 12 seconden.

Na even vloeken en huilen sta ik op en krijg ik mijn welverdiende medaille. Voor een heel waardig PR. Als ik MBB zie, moet ik weer sniffen en iedereen verzekert me dat 6 uur echt goed is en ik ben het daar ook heel snel mee eens. Ik kijk naar Rob die de hele dag gebleven is en dan komt Ruben binnen. We maken een foto.

Ik heb waardering voor hem. Net als voor MD die 5:59:59 heeft gedaan. Met zijn hartklachten. En voor iedereen die gefinisht is, ben ik blij. Maar zelf ben ik echt supertrots dat ik van de 6 uur zeker 5 uur en 40 minuten heel, heel veel plezier heb gehad. Ik lach op bijna alle foto’s. Ik heb nergens trek in. Even zit ik binnen alleen op het trapje om de 12 seconden te verwerken en dan is het goed zoals het is. Ik hoef alleen maar 3 glazen chocomelk. Ik klets met JB en met de vrijwilligsters MS en de vrouw van JvdK. Ze moeten net als ik intussen lachen om de 12 seconden. Ik laat de medaille graveren en ga douchen. Net als de rest van de dag laat ik me ook nu niet gek maken en ga ik weer de vieze natte schoenen in. Ik heb het vandaag niet gemaximaliseerd, de grenzen van het afzien heb ik al lang geleden verlegd. Als ik met mijn finishersshirt het gebouw verlaat, spreek ik de race director aan dat het een geweldige dag was. Hij vond dit event net zo belangrijk als zondag en ik vraag hem nog voor zondag de wind iets terug te draaien. De rest is zo goed georganiseerd! Bij het weglopen zie ik de coach nog even en dan komt Rob naar de ingang om een tas over te nemen. De trek ontbreekt me totaal. Ik ben vermoeid, maar niet kapot. Ik haal de tassen en spreek WF even die het een zware editie vond. Hij is altijd zo snel en goed, en hij racet hier voor de zoveelste keer, dus zijn mening telt voor me. Ik geef Rob de tassen over het hek om de wisselzone heen en knip mijn nummer af als aandenken.

Dan slaat er wat vermoeidheid toe. Ik neem de fiets mee en in de auto baal ik nog één keer van de tijd ? . Dat is de laatste keer dat ik dat doe. Ik eet ‘s avonds alleen maar een bordje pap. Niet omdat ik misselijk ben, maar ik heb gewoon geen trek. Ik lig drie uur op de bank en dan ben ik zo opgeknapt dat ik alles kan opruimen. Voor mij is drie uur bijkomen lang. Ik ga op tijd naar bed, maar we liggen nog tot half twaalf de belevenissen van de dag door te nemen, Rob en ik.

De Day After. 11 September 2011. uit?‍♀️ en ??? vogels kijken

Ik word wakker met hoofdpijn. De nacht was wat onrustig, maar niet slecht. Ik loop naar de WC en als ik daar ben denk ik: waar is de spierpijn? Waar is überhaupt iets van last? Ik kruip nog even terug in bed en lees mijn boek. Om 10 uur sta ik toch maar op. Misschien geeft de trap last? Ook niet. Ik heb nog steeds opvallend weinig honger. Ik heb een boterham met hagelslag verdiend. Ik loop naar de wasmachine. Na een wedstrijd is dat toch een test voor mij: als ik boven kom en moe ben, is er nog wel iets. Maar ik loop moeiteloos omhoog en omlaag. Voel niks. Verbijstering. Heb ik andere klachten na de paracetamol tegen de hoofdpijn? Nou eentje: dat ik geen klachten heb.

Hierom gebruik ik Strava niet, want 5:30 gemiddeld heb ik niet gered hoor! De Dixiestop telt dan niet mee. Ik heb keurig in 5:57 gelopen. Van start tot einde.

Ik schrijf wat, socialize rond en drink thee. Bij het schrijven van de blog en het bekijken van de foto’s ontdek ik dat ik heel veel genoten heb en veel gelachen. Misschien is het jammer dat ik niet meer ‘stuk’ kan gaan en dat de grenzen niet meer opgezocht worden, maar het was wel erg leuk zo! Naar de winkel lopen is ook niet moeilijk. Alleen het gebrek aan eetlust is opvallend. Na de buitjes ga ik fietsen met Vincent. Lekker rustig! We gaan langs de Noorderplassen en deze keer gaan we letterlijk vogels kijken! We stoppen bij elke vogelhut. Op 1 na, want die zijn jongens in de fik aan het steken.

We gieren het uit over de wilde grijze purperen knobbel zwaan. En de loopbandfiets. We lachen om onszelf en over het zoeken van nieuwe hobby’s. Het tempo is echt traag en rustig. Weet je hoeveel vogelkijkplekken er zijn? En die mensen die zich opwinden over een ijsvogeltje. Als het geen triatlon meer is, zal ik geen beste vogelspotter worden. Vincent en ik spotten wat af. In de zin van ‘voor de gek houden’. Over spotvogels gesproken….

We gaan over de dijk met de wind mee. Ook daar houden we niet op met lachen over de blauwe bananenfiets en de zien we de gekste vogels vliegen! Ik ben blij dat ik ook zonder moeite kan fietsen. Geeneens zadelpijn. Er is een fietstocht bezig en ik lach omdat wij gister wel over de dijkweg zelf mochten en zij op het fietspad blijven. Ze halen ons keurig in. Vincent blijft me plagen met de mogelijkheid om te stoppen op elke plek waar we vogels zouden kunnen kijken. Ik ben blij dat ik eindelijk trek krijg. We fietsen 25 km in een kleine 70 minuten. Helaas zullen we verder moeten zoeken naar een andere hobby, want voor vogelspotter zijn we ongeschikt bevonden. En dan eet ik een paar zelfgebakken muffins, een bakje M&Ms en ‘s avonds een groot bord diner. Morgen eet ik weer gewoon en is alles weer normaal met mij. Dan staat de dag in het teken van de hele triatlon van de andere geweldenaren. Ik noem het een rustdag. Ik heb totaal nergens last van en moedig aan. We fietsen naar de dijk en ik loop rond in het centrum. Mijn rusthartslag is nog iets verhoogd, maar ik voel me echt weer helemaal hersteld. ‘s Avonds ‘in’ ik mijn hamburger! En dan is het triatlonweekend gedaan.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-26

1 September – Weer een rustdag! Het loopt de spuigaten uit! Dus ik ga maar een stukje wandelen tussen de middag en na het werken.

2 September – ?‍♀️ in het Weerwater ?

Het was een grote groep die kwam zwemmen in het Weerwater. Welz o’n 15 mannen en vrouwen. De meesten doen volgende week een triatlon en dit is hun laatste zwemrondje. Ook met de vroeg invallende duisternis. Voor mij is het een soort meetmomentje, want ik ben eigenlijk in baan 2 blijven steken en ik ben benieuwd of ik intussen beter ben gaan zwemmen. Ik weet wat deze mensen kunnen en hoe zij ervoor staan. Ik weet wie snel zijn en wie mijn tempo zwommen vorig jaar. Maar haast ga ik niet maken! Hooguit om weer op tijd te zijn zodat Rob en Vincent niet te lang hoeven te wachten om me op te halen.

Soms heb je van die dagen: dan ga je in het water liggen en dan ga je zwemmen en dan lukt het. Ik zwem breed en ik denk erbij aan het uitslaan van de vleugels. Het water is helder en ik zie dat ik ook dieper insteek. Mijn brilletje doet wel even vervelend. Er komt water in en ik stop om het ding goed te doen. Geen haast! Dan zoek ik een paar benen uit om in te gaan hangen. Ik maak het mezelf zo gemakkelijk mogelijk! Dan hoeft ik niet te navigeren en ik spaar energie uit, want vlak achter iemand is er stroming mee. Ik zwem achter een gele boei die uit mijn baan komt (HB), maar eigenlijk zwem ik sneller. Dus ik ga voorbij. Ik zoek een andere gele boei uit, maar weet niet bij wie die hoort. Deze zwemmer kijkt even om en zwemt er dan te hard vandoor. Plan mislukt! Maar ik hoeft niet te navigeren, want ik kan de boei op afstand volgen. We zwemmen naar de andere kant, naar de boeien. Daar wacht het clubje en hé, ik ben absoluut niet meer de laatste. Ik krijg het wel snel koud, net als GN en we zetten als eersten weer aan als iedereen er is. Door naar de bosjes. Hier ben ik nog nooit geweest en ik lig nu met gemak in iemands benen. Rommelig. Een groepje gaat terug en ik ga mee om de 3km vol te maken. Onbedoeld eigenlijk, maar ik vind een paar benen die ik heel goed kan volgen! Daarmee spaar ik uit en ik hoeft niet tegen de zon in te kijken. Ik merk dat anderen ook moeten navigeren en kijken en daar rust voor nemen. Door het uitsparen van energie, kan ik later de persoon inhalen (die zwemt een paar banen verder!) en kom ik weer bij lange na niet als laatste bij de boei aan. Het water stinkt en GN en ik gaan weer als eerste weg, terug naar de vorige boei. Ik zwem even alleen, zodat ik zelf moet navigeren en dat ook nog even meepak. Ik word wel ingehaald, maar er zitten ook echt hele snelle zwemmers tussen! Nu komt mijn grote voordeel opzetten: mijn conditie houdt ook op de lange afstand het tempo vast. Ook zwemmend tegenwoordig. Bij de boei komen we nog even samen, maar ik wil terug nu. Ik ga in 1 ruk terugzwemmen. Het gaat superlekker. De snelle zwemmers voor me uit en ik maai gewoon door en door. Het gaat heel goed, ook al lijkt het lang. Het wordt alweer donker langzaam aan. 4 Hele snelle baan 6 zwemmers gaan (ruim) voor mij het water uit. En dan ik. De rest komt achter me. Ruim achter me. Iedereen van baan 2. Ik ben tevreden. Ik zie en voel en merk dat ik vooruit ben gegaan. Een topzwemmer word ik niet meer, maar kapot van 3000m zwemmen ga ik al helemaal niet meer! Rob en Vincent komen me net halen als ik mijn handdoekomkleedpak aan heb. De kou valt nu mee.

3 September – Nog maar een keer 100km fietsen ?‍♀️ en voeden?

Ik ga het rondje Challenge nog een keer rijden. Met 4 bidons op de fiets en een tasje vol met blokjes sportreep en gels. Ik rij met Rob mee die in het centrum moet zijn en kan zo starten op de Esplanade, vanuit de ‘persoonlijke’ wisselzone, de auto.

Ze zijn al bezig met opbouwen en dan rij ik richting Almere Haven. Niet zoveel haast vandaag (maar dat heb ik eigenlijk nooit geloof ik) en geen muziek of afleiding. Elke 12 minuten drinken. In Almere Haven moet ik wandelend over het terras, want de weg wordt gerepareerd. Ik ga best lekker, want ik heb wind mee. Dat is slecht nieuws voor de dijk straks. Ik eet elk half uur een blokje van de reep. En ik drink. Ik kom op de Oostvaardersdijk en dan heb ik wind tegen. Het tempo daalt drastisch. Dit is pas windkracht 2! Maar langs het Markermeer is dat altijd meer. Verveling ligt op de loer en ik ga piekeren. Mijn trainer heeft een extreem stomme training geplaatst op mijn verzoek. Hij gaat daar helemaal mee de mist in, want hij laat me een dag voor de halve trainen boven mijn wedstrijdtempo zwemmen. Hij had moeten zeggen: nee, je moet rusten. Het gaat me tegenstaan. Het fietsen tegen de wind in op tempo nul, het hele getrain en het schema nog meer, want als ie dit niet begrepen heeft, wat dan wel?! En hoe doen al die andere geweldenaren dat toch om zo tegen de wind in tegen de 30km per uur te fietsen? Ik zak echt terug naar 25. Op de Knardijk heb ik weinig zin meer. Ik eet netjes en ik eet zelfs de gel na een uur, samen met een blokje reep en drinken. Ik drink echt veel! De eerste bidon is binnen een uur leeg. Ik kan al fietsend wisselen. Straks op de Ibisweg doe ik een grote wissel met de bidons achter. En even de spullen in het plastic zakje doen. Misschien moet ik dat minuutje ook maar nemen in de triatlon. Ik pauzeer even op de kruising met de Doddaarsweg.

Volgende week kan ik windmolens gaan tellen. In de verte zie ik hoe een cabine op een enorme windmolen wordt gehesen. Het is druk op de Doddaarsweg met vrachtauto’s en tractoren. Ik heb zo goed als wind mee vanaf nu. Kan mijn tempo ook een beetje omhoog. Ik hou wel energie aan de ene kant door de goede voeding, maar aan de andere kant word ik een beetje wanhopig omdat de triatlon al over een week is en ik verre van klaar ben voor de uitdaging. Zeker niet als er druk op komt te liggen! Hoe moet ik in ‘s hemelsnaam volgende week 30km per uur rijden? Of nog harder bij voorkeur? Op de Winkelweg heb ik de wind mee. Dat maakt de Winkelweg een heel stuk minder saai en langdradig. Mijn tempo gaat omhoog, maar de cadans niet en de zin en energie ook niet. Ik rij niet over de verboden wegen en ga een stukje om naar de brug toe. Dan ben ik weer op de dijk richting Almere Haven. Weer heb ik wind mee. In mijn hoofd heb ik dat al lang niet meer. Is het echt zinvol om een week voor de triatlon nog 100km te rijden eigenlijk? Het rondje is maar 93 kilometer en dan moet ik nog naar huis. Ik weet dat een triatlon afhangt van de dag waarop je die doet. Ik weet wat ik zou willen: binnen 6 uur, maar of dat haalbaar is weet ik pas op de dag zelf. Lastig. Mijn gemiddelde tempo komt boven de 26 te liggen, op 26,3. Toen ik de trainer zei dat ik dit rondje wilde rijden, maar dat me dat niet in 3 uur ging lukken, hebben we er 3,5 uur van gemaakt. Dat red ik net niet. En volgende week moet ik nog minstens een kwartier sneller zijn! Dan zijn er weliswaar geen opstoppingen meer, maar hoe ik dat moet doen is me op dit moment een raadsel. De Esplanade is nu afgesloten.

Ik fiets naar huis door de stad. Nog altijd ga ik een stuk sneller dan de gemiddelde fietser, maar het drukke verkeer en de vele bochten remmen het tempo af. Als ik thuiskom, zitten er 101 kilometers op met een gemiddelde van 26,1. Ik ga lunchen in plaats van hardlopen eraan vast koppelen. Ik kijk de training na en het staat er echt 2 keer: of ik ontspannen en heel rustig het zwemrondje van de challenge in 40 minuten wil zwemmen. Als training. Ik zal blij zijn als ik dat in de wedstrijd voor elkaar krijg. Als ik iets haat is het overschat te worden en verwachtingen te scheppen.

4 September Hardlopen ?‍♀️ zonder vertrouwen

Door de ondoordachte training op wat een rustdag had moeten blijven, komt voor mij de nadruk te liggen op tijden en snelheid en verwachtingen en dat trekt bij mij alle plezier weg. Mijn vooroordelen zie ik bevestigt en het zelfvertrouwen is ernstig aangetast, terwijl ik dat al niet eens zoveel bezit! Ik wil blijven liggen op de bank en niks meer hoeven behalve wat onkruid wieden. Vincent gaat zwemmen en ik moet 50 minuutjes hardlopen. Dus dat ga ik daar maar doen, bij het zwembad. Het is zonnig intussen en warm. De andere geweldenaren gaan ook hardlopen.

Ik mis de kwalificatie van de F1, maar ik houd het een beetje op de telefoon in de gaten. In zone 1 lopen. Dat doe ik al weken. Het voelt zinloos om dit nu nog weer te doen. Ik word er niet sneller van en ik ben al traag en dik en langzaam. Ik loop langs de hockeyvelden en ga een fietspad op in onbekende richting. Ik loop door het park van Muziekwijk. Behalve mijn hoofd, doen mijn benen het redelijk. Ik moet dadelijk versnellen. Natuurlijk net voor ik een brug op ga die ik-weet-niet-waar uitkomt. Ik heb een gel bij me die ik ergens verlies en waar ik even voor terug moet. Ik kom in een natuurgebied en vind het leuk lopen. Maar genieten is er niet meer bij.

Zelfs in de hogere zones is het tempo ver te zoeken. Net als de animo. Ik tel de 5 minuten af. Dan kijk ik op mijn telefoon en zie ik dat Max Verstappen op pole position staat. Ik wil de gel graag nemen, maar nu zie ik geen prullenbak meer! Daarstraks stond het vol.

Ik loop langs Muziekwijk. Er zit totaal geen kracht of energie meer in mij. In zone 1 is het tempo nu helemaal weg. Dringt zich weer de vraag op: hoe moet ik volgende week 21,1 kilometer lopen? Ik mag nog een keer versnellen en tel weer. De gel laat ik maar zitten. Dan ga ik het park nog door en moet ik 50 minuten volmaken. Ik doe er iets langer over en haal 8 kilometer. De anderen zijn al terug. Ik voel me totaal misplaatst en het lukt me niet tevreden te zijn dat ik zomaar 8 kilometer kan lopen.

Zondag 5 September – ?‍♀️ intervallen in de zon ☀️

Daar gaan we weer… Tegen 12en loop ik de zon in. Met zwaar gemoed. Ik slaap super, ik eet hartstikke netjes, ik heb voor anderhalf uur 3 gels bij me, maar de animo is in een heel ver hoekje gedeponeerd. Hoeveel zin heeft dit nog? Ik jog me door zone 1 heen in een tempo van lik-me-vestje. Tegen de 7 minuten. Je zou toch mogen denken dat ik al die tijd wel wat meer heb gewonnen in de lage zones, maar nee… Ik loop richting de Oostvaardersdijk. Er zijn veel fietsers onderweg met dit mooie weer. Dan moet ik 4 minuten versnellen naar zone 2-3. Ook die zones liggen stiekem wat hoger. Ik ga inderdaad iets sneller, maar net onder 6 minuten is ook geen toptempo. Ik tel het letterlijk af. En dit moet dan 8 keer. Ik haal 700 meter. Nou, wow. De twee minuten tussen de intervallen wandel ik. Ik neem netjes een gel en drink wat. Na 3 keer laat ik het tellen maar los. Dan loop ik ietsje meer als het lekker gaat en zit ik op 730 meter. Misschien is dat de gel of laat ik het langzaam los, ik weet het niet. Echt, mijn motivatie en mijn zelfvertrouwen om maar eens lekker aan een halve triatlon te starten is in de zon weggesmolten. Of ik nu harder moet rennen of zachter of ik moet wandelen; ik doe het alleen nog maar plichtmatig. Ik loop de dijk op en maak een foto in de wandelpauze.

Tot ik na de vijfde keer wind tegen krijg en in de schaduw loop. Ik begin te denken dat ik eens moet proberen om 750 meter te halen in 4 minuten. De zesde keer moet ik gewoon eens een beetje aanzetten. Dat ik ergens wat uitdaging vandaan haal, helpt me. Nu is het maakt-allemaal-niet-uit-gevoel even weg. Ik tel wel, maar dat laat ik ook los. De stappen iets krachtiger maken en vooruit kijken. En dan, na 750 meter in 4 minuten, lach ik weer eens een keer tijdens een training. Dat was even weg!

Even vasthouden en ook de zevende keer wil ik net voor de brug afgerond hebben en proberen om nogmaals de 750m te halen. Yes, dat lukt, al moet ik wel even inhouden omdat ik in zone 4 terechtkom. Nu mag ik de laatste keer laten voor wat het is en is 700m ook prima. Ik ga de brug af en de felle zon door en de fietsers ontwijkend de volgende brug op. Tot mijn verbazing loop ik nu ook 750m. Dan zit de training er wel zo’n beetje op, maar ik moet nog 22 minuten uitlopen in die vreselijke zone 1. Terug naar tempo dikke-stront. Ik loop een stuk om zodat ik de anderhalf uur vol zou kunnen maken, maar na 1 uur en 25 minuten ben ik thuis. Hoe weinig animo ik nog heb, blijkt wel uit het feit dat ik het daarbij laat. 13 Kilometer. Een klein beetje tevreden, maar nog verre van hoopvol gestemd. Ik kan lekker op de bank naar de F1 in Zandvoort kijken vanmiddag! Trainer appt of ik de rust wil pakken de komende dagen. Gek genoeg heeft hij dat zelf vakkundig om zeep geholpen, dus geloofwaardig kan ik dat niet maken. Op conditie rond ik met gemak een halve triatlon af, maar of dat genoeg is?

Maandag 6 september – Rustig fietsen is leuker, maar niet eens trager – inclusief ?

Voor de laatste keer heeft Vincent fietstraining. Het wordt te vroeg donker. Ik ga nog 1 keer mee en doe mijn eigen rondje wel. Waarheen of hoe, geen idee. Ik ben nog steeds niet behept met vertrouwen, maar ach… Ik ga de dijk maar over. Vincent fietst met 2 andere jongens en ze gaan ijs halen. Ik neem de weg door de Noorderplassen. Het is mooi en ik rij goed. Grappig, er hoeft niks – geen intervallen, geen tempo, niks- en dat gaat me beter af dan welke druk ook. De jongens zijn niet eens zoveel sneller dan ik met hun jonge benen. Op de dijk ga ik liggen en drinken en haal ik ze zelfs moeiteloos in!

Ik doe 5km op tempo en maak dan een foto van de mannen. Er is nauwelijks wind. Daar kan ik wel mee leven. Ik fiets een stuk achter ze tot in Almere Haven. Zij gaan ijs halen en ik wil alleen maar rust. Ik rij naar een bankje EN GA DAAR ZITTEN.

Ik geniet van de zon en de kleuren en hoe mooi het is. Dít is de reden waarom ik fiets. Geen tijdsdruk, geen ge-moet-dit-of-dat, gewoon even stil kunnen zitten en kunnen kijken. Niet dat ik er goed in ben, want ik hou het precies 7 minuten vol, maar het is erg lekker! Dan fiets ik iets rustiger voor mijn gevoel, maar al snel komt er toch weer een tempo in dat even hard gaat als vrijdag. Meer zit er denk ik gewoon niet in bij de triatlon, ik zal het fietsen moeten doen op conditie. Dat zie ik het minst zitten. Er is een nieuwe brug bij het SEC en ik ga langs de Vaart nog even op tempo. Mijn bril is af omdat het donker word en ik zie het dan echt een stuk slechter. Bij de atletiekbaan moet ik kostbare minuten wachten in het licht. We fietsen snel naar huis en ik haal nog net een groene training en 46 kilometer fietsen.

Dinsdag 7 september. – Lopen en zwemmen.

Ik werk een halve dag. De wanhoop en boosheid heeft plaatsgemaakt voor onrust. Ik heb alles voor elkaar en toch voel ik me erg onzeker enerzijds en berustend anderzijds. Ik zou moeten zwemmen vandaag, maar ik krijg het niet geregeld. Dan pak ik het lopen van morgen maar en dan ga ik dat vanmiddag doen met Vincent. Ik moet 3 kwartier heel rustig. Vincent iets minder. We gaan zijn rondje voor de Challenge lopen. Hij komt op de fiets vanaf school, ik neem zijn spullen mee met de auto. Het is spannend om bij de Esplande te zijn en zien hoe het vorm krijgt. Mijn onrust wijkt er absoluut niet door!

We lopen heel rustig. Het is bloedheet. Ik vind er geen hol aan. We stoppen voor een fotootje en waterpauze. Voor Vincent is het goed om dit alvast te lopen. We kletsen onderweg de hele tijd. Vincent zou op me wachten tot ik klaar was met zwemmen, maar ik ben de boei vergeten. Dus het blijft bij dit lopen. Op en neer. Er zijn grappige mensen die zeggen: “het is zondag pas hoor” en er zijn veel fietsers. Mijn onrust wordt versterkt. We kijken bij het water.

En dan moeten we de hele parkeerplaats weer over en de fiets halen. Ze zwaaien nog naar ons in onze trisuits vanaf het feestterrein. Ik bedenk in de auto op weg naar huis dat ik ook binnen kan zwemmen! Ik kan best eens een zwembad opzoeken, want buiten is het te vroeg donker en ik heb niemand gevonden die meegaat. Maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om de training over te slaan. Het lukt me gewoon niet. Er staat een half uurtje zwemmen en ik moet en zal een half uurtje zwemmen. Dat is mijn grootste onvermogen: iets niet doen. Ik kán het gewoon niet!

Zo lig ik om 8 uur in het zwembad. Ik ben vergeten om mijn achtje te pakken. Maar ik hoeft maar een half uurtje. Ik zal eens kijken hoe ver ik zonder achtje kom. Verbazingwekkend genoeg is dat heel ver. Ik zwem nu als vanzelf met een brede en diepe insteek. Ik zeg niet dat het vanzelf gaat, maar het gaat gewoon supergoed. Ik tel de 500m af. Het horloge telt er maar 450. Ik ga nog een keer 550 zwemmen dan maar. Intussen wordt het drukker in de baan. Het snelle meisje is een baan opgeschoven. Ik red me prima. Soms iemand inhalen en dat is goed voor me. Ik zou bij de TVA echt een baantje verder kunnen! En dat zonder achtje!! Nu telt het horloge gek genoeg zelfs maar 525m. Mij om het even. Ik sta een half minuutje en dan nog een keer. Niet meer zo hard en niet proberen me te ergeren aan de man die elke keer in schoolslag vlak voor me vertrekt. Ik hou de tijd in de gaten en verder geniet ik van het zwemmen. Na nog een blok zit ik op 1500 meter in 32 minuten. Dat was het dan. Al het chloor doet me geen goed. Intussen hebben ze de tijd van het proefzwemmen gewijzigd en nu zit ik met een onmogelijk logistieke puzzel op de donderdag. Naast wanhoop, boosheid en onrust voel ik nu ook frustratie. Ik slaap slecht.

8 September. Een Rustdag. Ja echt!

Slecht slapen maakt het nog onrustiger, nog gefrustreerder, nog minder geconcentreerd. Sorry baas…. Dan krijg ik ook nog een bericht over de jaarchallenge van Trispiration waar ik mega-kwaad van word, omdat de regels weer anders worden! Daar kan ik niet tegen. En ik moet de nieuwsbrief afmaken en een map klaarleggen. Intussen ontdek ik ook dat het fietsrondje voor de halve triatlon veranderd is. Ik heb dat maandag bij de wandeling niet goed opgemerkt, maar de borden stonden al vlak bij mijn werk.

Ik probeer me vast te houden aan het voordeel dat het zo 2 kilometer korter is, maar de grote hoeveelheid extra bochten en de verminderde doorstroming is me een doorn in het oog. Tussen de middag wandel ik met een collega van HR die zelf aan hardlopen doet en zichzelf behoorlijk fanatiek vind. Ik vertel haar dat je bij een halve triatlon 6 uur achter elkaar sport. Dat je pas op het laatst een halve marathon loopt. Even stap ik uit de wereld waarin het doodnormaal is om hele triatlons te doen vanuit je rolstoel en een halve ‘maar’ het halfje is. Even zie ik de andere kant van de gewone mensen: dat 90 kilometer fietsen al veel is. Ik verkeer meer in de wereld waarin 10 uur sporten in een week aan de krappe kant is en in een wereld waarin 2 hele triatlons in een maand gemeengoed zijn. Ik kan erg slecht tegen die wereld, waar ik me veel te klein voor voel.

Het fietspad ligt er mooi bij en ik vind het wel leuk dat ik zo vlak langs mijn werk fiets eigenlijk. Ik probeer me vast te houden aan de kortere route, maar de onrust laat me niet los.

8 September – Rondje Challenge Proefzwemmen. ?‍♀️ – een slechte beurt van de trainer ? en lekker zwemmen van anke ?

Deze training was de minst geslaagde actie van de trainer tot nog toe. Er stond een rustdag, toen zei ik dat ik wilde proefzwemmen (het Rondje Challenge) en toen plaatste hij dat voor 40 minuten op het plan. Gek geworden! Stel dat dat morgen lukt, dat zou fijn zijn. Maar rustig en ontspannen als training op een onrustige dag met Vincents challenge? Wat een stom plan! Daarom was ik eerder deze week aan alle kanten het vertrouwen kwijt. In trainingsschema’s, in mezelf, in de uitvoering van een wedstrijd en alles. Ik bedoel maar: zou ik de training kunnen overslaan? Dat is nog ondenkbaarder. Ik heb op deze dag wel vrij, maar dat is voor Vincents wedstrijd. Hij wordt sterk vierde met een geweldig looponderdeel en een trap in zijn maag bij het zwemmen die hem kostbare tijd kost en waardoor hij met een gekneusde buikwand loopt. Het is warm, onrustig en ik kom niet meer dichtbij op het terrein. We lunchen thuis en ik drink me ongans. Dan gaan Vincent en ik weer terug om mij in te schrijven en voor het zwemrondje. Ik haal de spullen op en kies toch maar voor het 40+minuten zwemmen. Ik heb toch mijn eigen chip.

Dan doe ik de oude wetsuit aan en zie ik HB lopen. Die zwemt mijn tempo wel ongeveer. Hij gaat zondag de hele doen. We gaan samen het water in en de temperatuur is oke. Gewoon maar zwemmen van boei naar boei. Het ging lekker. Simpelweg gemakkelijk. Dat moest ook toch? Vanzelf gaat het toch nooit. Mijn brilletje beslaat en die veeg ik even schoon. Bij de boeien wachtte ik op HB (!). Vooral recht langs de rode skippyballen is goed om een keer te doen. Ik tel ze morgen wel! Dan hou ik ze ook in de buurt. Bij de tweede boei stop ik weer en maak ik een heel kletspraatje met de leuke man in de kano. Hij vind het zo leuk dat wij dit doen! En ik ben blij met mensen zoals hij. Dan ga ik wat rustiger zwemmen voor mijn gevoel, gewoon wat langere slagen maken. Ik let goed op waar ik heen moet zwemmen en me op moet richten. Morgen heb ik golfbekertjes voor me. Bij de laatste boei wacht ik weer even op HB. Het verbaast me best wel eigenlijk. Maar het is lekker. Mijn slag is breed en diep tegenwoordig. Op het einde heb ik nog maar een keer echt goed gekeken, dat ik door moet naar de laatste Redbull boei en dan pas terug. Dat kost me nu wat tijd en een paar keer goed kijken, maar dat geeft voor morgen rust. 43 Minuten is niet verkeerd toch? Zit binnen de range die de training groen maakt en ik voel me er beter door. De onrust is er nog steeds, maar ook een soort berusting. Ik doe morgen wat lukt. Ik heb dit al vaker gedaan. Zal morgen ook wel lukken. Het moeilijkste is het om de tijdsgrens los te laten.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-25

Woensdag 18 augustus – Een dagje rust – need I say more?

Donderdag 19 augustus – Fietsen ?‍♂️ op de tacx met een ?

Fietsen. Buiten is het vroeg donker, dus ik ga op de Tacx. Kan ik ondertussen lezen! Ik dacht in Japan te gaan, maar er ontbreekt nog een route in New York. Die ga ik inlossen vandaag. Trappen maar!

Ajajajaj – ik was iets vergeten! Omhoog rijden. Dat doe ik al maanden niet meer, want de viaducten in de polder tellen niet. Nee, dit…. Lage versnelling en maar rondjes maken! En New York met die glazen panelen was helemaal niet makkelijk!

Ik lees rustig verder terwijl ik maar rondjes blijf draaien. Op de route hoeft ik niet letten, ook niet op verkeersregels of andere fietsers. Er zit ook wel iets relaxtst aan de binnenfietsen! Je kunt eindeloos doorgaan zo. Rob haalt en brengt Vincent naar de baantraining.

Veel fiets ik niet, maar de ronde maak ik vol. Dan doe ik het nog een keer om de tijd vol te maken. Ik zit zo in mijn boek, dat ik mis dat ik nog een keer omhoog moet. Anders had ik een andere afslag gekozen. Ik maak 25 kilometer vol.

Vrijdag 20 augustus – Een segment scoren ? en zwemmen ?‍♀️

Voor de Bingokaart van Trispiration is er 1 vakje dat bij mij maar open blijft staan: scoor een segment in Strava. Een segment is een stukje van een pad of route waar je het snelste in kan zijn. Dat kan fietsend of lopend gehaald worden, net waar het segment voor gemaakt is.

Ik zet weinig op Strava. En die segmenten zijn helemaal niks voor mij! En hier in de buurt zijn een paar snelle dames die harder lopen en fietsen dan ik. Dus ik moet iets verzinnen… Al telt ‘een poging tot’ ook. De oplossing heet Vincent. En een fietssegment in de buurt. En stayeren. Vincent moet kijken of zijn bidon nog bij de atletiekbaan ligt. Maar eerst proberen het segment te halen! Daarvoor moeten we harder dan 32 fietsen. En dat lukt! Door naar de atletiekbaan. De bidon zien we niet. We fietsen weer terug. Laten we nog een poging doen op het segment, zeg ik tegen Vincent. We wisselen van fiets en horloge en laten mensen voor, zodat we genoeg ruimte hebben. Maar we halen ze toch in. Nog even doorpushen. Maar Vincent wil nog een keer omdraaien en nog een keer proberen. Zo gezegd, zo gedaan. En dan weer naar huis. Maar dat ik de snelste ben op het segment zie ik niet! Dat zit achter een soort slot. Potdikkie. Poging gelukt, maar niet zichtbaar. Ik heb de bingokaart wel vol! Ik snap het niet met die segmenten en Strava, dat is duidelijk. Als ik nog een keer kijk, blijkt dat segmenten ook een richting hebben. En dat was die keer dat er mensen in de weg reden. Dan heb ik het segment gescoord!

‘s Avonds gaan Vincent en ik zwemmen in de Noorderplassen. Even kijken voor de triatlon voor maandagavond. Ik ga in wetsuit en moet langer zwemmen dan Vincent; hij moet daarna nog hardlopen. Ik zeg hem dat hij ook moet trainen met zijn wetsuit aan om het uitdoen te oefenen. Mokkend doet hij m aan.

Tot we bij het water staan. Dan is het mopperen vooral gericht op het ijskoude water! Het is echt niet warm en moeilijk om er in te springen. Vincent kan dat al helemaal niet. We zwemmen samen naar de boei. Ik zwem voor Vincent uit, die echt moeite heeft met de kou.

We gaan naar de volgende boei iets verderop. Ik heb minder last van de kou. Ik zwem een beetje op en neer. Mijn GPS is compleet van slag. Compleet. Ik zwem door huizen heen en haal tempo’s die niet mogelijk zijn. Lachen! We pakken nog een boei mee en dan gaan we weer terug voor Vincent. Hij ziet op tegen het lopen, want hij is flink afgekoeld.

Ik blijf zelf in de buurt zwemmen van boei naar boei. Het gaat lekker en volgens mijn horloge gaat het super! Ik doe alle boeien nog een keer. Kan ik goed kijken waar ik heen moet zwemmen straks! Ik zwem een uur vol.

Zaterdag 21 augustus – Naar Veldhoven fietsen met Vincent. (volgt)

Zondag 22 augustus – Zwaar hardlopen. ? ? ?

Op het schema staat hardlopen. En dat doe ik dan dus. Ook al heb ik niet zoveel trek. Ik wil om de een of andere reden 12 kilometer lopen. Of eigenlijk weet ik niet of ik wil lopen… Ik ga eerst het doodgewone rondje om de plas doen van 7 kilometer en dan drink ik thuis wat en dan doe ik nog een ronde van 5km om de wijk heen. Tempo zone 1. Wat helemaal geen probleem is! Over de Evenaar, richting de brug. Gewoon. Het gaat. Het gaat gewoon! Rustig de brug over en dan hobbel ik verder. Het is heet. Ik ga onverhard. Ook rustig. Ik heb berekend dat ik tot 7 minuten op de kilometer mag gaan en de eerste kilometers gingen lekker. Maar ergens voorbij kilometer 4 is het lekker weg.

Er wordt muziek gemaakt bij het centrum buiten, vioolmuziek. Er vallen wat druppels. Ik ga niet meer zo hard en ik ga ook alleen nog maar door. Het helpt dat ik alleen maar tot thuis hoeft. De regen is weg. De hitte blijft achter. Doorhobbelen tot thuis. Ik hoeft niet eens om me heen te kijken, want ik ken hier alles. Ik ga niet door het park, ik wil de sportdrank thuis! Ik loop de 7 kilometer nog niet eens vol. Thuis ga ik drinken en even stoppen. Het is niet gemakkelijk om weer te gaan. Ik ga het rondje niet nog een keer doen. Gewoon om de wijk heen, zodat ik terug kan als het genoeg is. En daar ga ik weer! Het gaat moeizaam. Zwaar. Heel stroperig. De hartslag neemt een loopje met me. Die wordt niet meer hoog. Het tempo ook niet. Mijn benen willen niet. Dat ken ik eigenlijk niet, maar ze willen niet meer. Ze doen het nog wel, maar zonder het me makkelijk te maken. oké, dit potje kan ook nog wel leeg. Ergens achter in de week krijg ik een steek. Kan er kramp zijn in een longadertje? Het voelt als kramp links in de borstkas. Ik blijf hardlopen en de ademhaling en de hartslag blijven volledig laag. Als het mijn hart zou zijn, zou ik nu niet doorjoggen. Het gaat liggen en ik ga verder achterlangs. Helemaal om. Helder ben ik niet meer, maar stoppen met joggen doe ik niet, ik ben altijd nog sneller dan de wandelaars. Ik ga helemaal om, want ik wil de 10 kilometer volmaken.

Vandaag gaat het voor geen meter. Alles is zwaar. Ik maak tien kilometer vol binnen 70 minuten. Ik ben nog niet thuis. Ik ga wandelen tot de hartslag te laag is en dan ren ik weer. Tot de hartslag weer wat hoger is, maar het blijft met moeite zone 1, vanwege dat het laag is. Een kilometer wandelen en joggen afwisselen, wat zou dat opleveren? Nou, dat ik boven de 7 minuten per kilometer uitkom. De twaalfde kilometer is nog gekker: de hartslag is onmiddellijk laag als ik ga wandelen en al joggend blijft het maar net boven de 120. Ik ga langs Manuels huis. Het regent inmiddels weer, dus ik laat de krant liggen. Ik accepteer dat hier de grens ligt van mijn kracht. Eigenlijk is er geen 20% extra meer. Ik ben helemaal op en leeg. Wonderlijk waar dat dat ook kan. Maar die twaalf kilometer schrijf ik bij en nog in 7:00 per kilometer ook!

Maandag 23 augustus – NPW triatlon op herhaling ?‍♀️ ? ?‍♀️

Eigenlijk was ik gewoon erg moe. Halve dag werken, therapie waar ik rondtolde en weer contact maakte met de voeten. En dan zou ik eigenlijk rust moeten pakken, maar ik ben rusteloos. De NPW is een kleinschalige triatlon die ik in juni ook al deed. Een sprint. In gezelschap wat ver boven mijn drempel ligt. Deze keer de NPW triatlon zou ik niet voluit gaan doen. Dat had ik wel gewild, maar het lukt gewoon niet. ik moet het voor mezelf doen. Ik ga gewoon voor het halen van de finish. Dat is voor mij wel zo -soort van- relaxed. Op tijd eten, alle rotzooi weer verzamelen. Ik had geen zin. Totaal geen greintje zin. ‘Dan doe je het toch niet’, zegt MBB die voor het eerst sinds jaren ook weer meedoet aan een wedstrijdje. Eerlijk gezegd komt dat niet echt serieus in me op. Fiets plaatsen, sportdrank mee (vorige keer miste ik dat op de fiets), wetsuit aan. Allemaal zonder zin. Hoe lief, Vincent krijgt alsnog een beker voor het finishen van Duin! Weliswaar van een andere organisatie, maar toch: wat is hij er blij mee en ik ben weer trots op hem.

We lopen naar het water. Er zijn zo’n 40 mensen en met de meesten heb ik niets of helemaal niks. Een stuk of 4 die ik alles gun, die wel. Ik doe de crockjes uit en spring het water in. Ik moet namelijk nogal nodig! Het water valt mee. Paar slagen, brilletje zit goed, pak redelijk. En dan mogen we starten. Ik doe wederom gewoon mijn eigen ding. Voor de verandering heb ik eens wat meer andere zwemmers om me heen. Ik ben blij dat ik weet waar ik heen moet zwemmen (de boom) en ik haal wat mensen in geloof ik. Ik doe maar wat. Technisch zwemmen is er vandaag niet bij. Op de insteek letten en diep insteken volgens mij ook niet. Ik zwem gewoon door, dat is alles. Maaien door zwaar water, zal MBB het later noemen.

Ik ga ruim om de boei heen en dan terug heb je recht de zon in je gezicht. Mega-lastig. Je ziet dus niks. Ik ga maar in iemands benen hangen. Hopelijk weet die een beetje waarheen! Mijn brilletje beslaat weer. Ik stop heel even, maak het brilletje schoon, ik kijk en zoek een ander paar benen. Het is eigenlijk snel voorbij en dan ben ik bij het trapje. 500m Zijn vol voelde ik aan het horloge. We gaan snel na elkaar de steiger op. Boven zie ik dat mijn tijd rond de 11 minuten ligt. Wat geweldig is. Ik hobbel de steiger over en probeer het pak uit te trekken.

Dat gaat niet gesmeerd, omdat ik de babyolie ook vergeten was en ik over twee horloges heen moet. De steiger is goed te belopen, niet glad, maar de steentjes zijn minder. Die doen pijn aan mijn voeten. Snel door naar de fiets. Ik zie mensen die al weg zijn, maar de laatste zwemmer ben ik bij lange na niet! 1 Van de dames die ik niet zo mag, zie ik achter me als ik de fietsschoenen al aan heb. Ik heb zoveel zin om te fietsen dat ik zo snel mogelijk wil beginnen, hahaha. Nee, ik stap gewoon te vroeg op voor de streep en ik schaam me diep. Ik krijg een waarschuwing, zo roept de fietsbewaker H. En dan ga ik fietsen. Elke keer denk ik bij mezelf: niets opblazen, doen wat je wil en geniet er maar van. We hebben eerst wind mee. Jakkes, dat is straks tegen op het einde. Ik doe gewoon mijn ding en het duurt een tijdje voor ik ga liggen. Het is niet zo druk op het parkoers. Met andere woorden: niemand om in te halen en daar heb ik ook geen zin in. Ik word zelf ingehaald en ik kan ook iemand inhalen als we wind mee hebben. Vlak voor we wind tegen krijgen, neem ik een slok en ik scheld hardop: het is gewoon water en geen sportdrank! Niks aan te doen. Ik heb wind tegen. Liggen en trappen. Op de kruising is een shovel bezig. Ik kan er langs, maar Vincent komt van de andere kant en moet wachten. Beroerde timing van die hardwerkende shovel-bestuurder, maar niks aan te veranderen. En door over de rotonde. ZGvG haalt me in. Mag ze hoor, ik vind het prima. Ik probeer elke keer te denken: hoeft niks, doe het voor de lol, geniet. Ik moet onder een ijzeren plaat van de shovel door. Ieks. Er staan 2 mannen te supporter. Leuk, hier zo in het nergens. Dan wind tegen. Kijk, dat doe ik voor de lol! Liggen en stoempen. Dat kan ik blijkbaar, want ik haal ZGvG weer in.

Er komen al mensen tegemoet. Ik zie Rob staan en dan moet ik de parkeerplaats over. ZGvG zit vlak achter me, na de wisselplek haalt ze me in. Ze doet maar.

Ik voel dat mijn energie ernstig afneemt, dus ik ga niet meer voluit met de wind mee. Ik ga gewoon. Ik heb geen zin meer. Ik moet nog lopen, dus dit is een rondje afmaken wat er nog aan zit. Is dat weinig, dan is dat maar zo. Op de lastige hobbelige weg kom ik een hardloper tegen die flink doorloopt met zijn lange benen. En intussen roept hij ook nog tegen me: “Ga in het midden rijden en keihard doortrappen!” Wat een klassebak zeg. Op hetzelfde punt drink ik weer. Water. Even tegen de wind in en ik zie dat MBB nog voor me zit. Ze heeft echt hard gezwommen zeg! Ik kan haar niet meer inhalen en GN ook niet. Gewoon concentreren op mezelf en ik moet dit energieloze fietsrondje maar afmaken. Elke keer denk ik erbij: probeer er van te genieten en lach. Rotonde en weer terug. Ik moet ook heel langzaam langs de shovel deze keer. Vind ik echt niet erg. Ik lig niet laatste. De mevrouw met de superfiets ligt nog achter me. Tegen de wind in voor de laatste keer voel ik echt dat mijn energiepeil wat laag is. Ik word er ook nog eens misselijk bij omdat ik al de hele dag draaierig ben, want mijn voeten en mijn hoofd sluiten nog niet helemaal bij elkaar aan.

Ik ben ontzettend blij dat de wisselplek nu rustig is. Ik stap netjes af en kijk even waar de fiets moet hangen. H pakt ‘m aan en zorgt dat ‘ie beter komt te staan terwijl ik hardloopschoenen aandoe. En ik neem een gel met het water van mijn fiets. Zonder er verder over na te denken ga ik hardlopen. Pas voorbij de finishlijn verbaast me dat, dat ik liever loop. Het loopt prima. Saai, maar prima. Ik ga ‘m ook nu niet opblazen. Als ik op mijn horloge kijk, schrik ik van de tijd. Ik kan dit nooit in 25 minuten lopen, dus binnen de anderhalf uur haal ik het niet meer. Ik heb niet hard genoeg gefietst daarvoor. Of niet hard genoeg willen fietsen. Maar nu lopen. De eerste kilometer zit er snel op. Nog maar 4. Ik ben niet gemaakt voor sprintwerk. Laat mij maar dieselen!

En dit rondje dan drie keer. Ach, ik ben er nu toch en ohja – ik moest er maar van genieten! Voor het donker ben ik ook wel binnen. Ik lach naar AK en de fotograaf. Ik zwaai naar AA en om me heen lopen mensen in andere rondjes. Ik doe gewoon mijn eigen ding weer. Het eerste rondje gaat wel en in de drukte wil ik snel het volgende rondje in. Vincent loopt net achter me en hij is klaar. En door! Ik weet niet meer waar de tweede kilometer zit en wie waar loopt. Ik loop alleen nog maar. In een hoog tempo. Of eigenlijk: in mijn tempo.

Het gelletje kikt er pas laat in en dan gaat het lopen meer vanzelf. “Nog een rondje” vraagt AK en ik roep van wel. Ze wacht weer, de lieve schat. Ohja, daarom is dit best leuk! Genieten maar. En blijven hardlopen. Dag AA, langs de huizen, geen idee wie waar zit. Ik zag SK tegengesteld lopen, dus hopelijk loopt ze bij MBB. Weer een kilometer erbij. Ik registreer niet meer in welk tempo ik loop. Ik denk alleen maar: nóg een rondje. In mijn hoofd komt het niet op om de laatste ronde te skippen. Als ik maar blijf rennen. Het is heel rustig. De dame van de mooie fiets loopt voor me. Ik ga harder. Ik heb fiducie met haar en zeg: gewoon maar blijven lopen, en zij zegt dat dit de laatste ronde is. Achteraf gezien snap ik haar niet en is de fiducie weg, want ze kan nooit alles hebben afgemaakt als ze achter me zat op de fiets en ik haar nu inhaal! Er lopen nog een paar mensen voor me en ik heb nog energie over. AA zegt dat het MBB niet is, dat die met iemand anders loopt en ik denk: ze loopt nog! Alledrie de rondjes. Ik ben trots op haar en dat geeft mij kracht. Ik kijk op mijn horloge. Hoe ver ben ik eigenlijk? Ik denk even te zien dat ik het nog kan halen in anderhalf uur en ik ga aftellen. De minuten. Dat tellen helpt me enorm. Ik ga rechtop lopen, krachtig en ik ben afgeleid. Ademhaling onder controle. 3 Minuten nog maar.

Ik kan nog even door en blijf tellen tot de finish. Laatste ben ik niet, eerste al helemaal niet en binnen anderhalf uur was ik ook niet binnen. Maar ik zie MBB trots staan en ik ben blij dat ik er ben. Dit was het voor vandaag. Ik heb me niet tot het uiterste ingespannen en ben 5 minuten langzamer dan de eerste keer. Onmiddellijk leg ik me daar bij neer. Ik krijg een medaille en klets met MBB. Het is wel snel koud en het wordt al donker. Ik wil snel weg. Ik klets bij de fietsen nog met H en bij zonsondergang verlaten we de Noorderplassen. Thuis eet ik een grote bak met yoghurt en meloen. Dat is nieuw voor me.

Dinsdag 24 augustus. ER-UHHHH-STSTSTST ?

Dagje op kantoor, zonder aanmerkelijke trek en zonder koekjes bij de hand, dus dat is een fijne combi. Ik ben ook niet zo vreselijk vermoeid. Ik denk dat ik ga zwemmen vanavond! Het zwembad is alleen op deze avond 2 uur open en ik moet anderhalf uur. De rest van de week kan dat niet meer. Tot ik thuis boven bij de wasmachine moet zijn… Ik sta even uit te puffen en mijn benen zijn niet blij met me! Ik sla toch maar over vandaag… Op tijd naar bed en goed slapen is verstandiger dan zwemmen.

Woensdag 25 augustus Lopen ?‍♀️ met Tempoblokjes

Ik zou weer moeten fietsen. Langzaam aan krijg ik echt de pest aan het fietsen. Want het gaat niet om een uurtje, maar om weer om 2,5 uur. Ik wil lopen! Mijn benen willen rennen! Mijn hoofd heeft keihard hardlopen nodig! Ik vraag de trainer het om te zetten, want 2,5 uur past er met geen mogelijkheid tussen nu het ‘s avonds om 9 uur weer donker is. 2 Uur ook niet trouwens. Een uur hardlopen is een goed alternatief. Met tempoblokken. Ik begin vanaf het zwembad en loop kalmpjes in. Rondje Kromslootpark, hier kom ik weer! Ik heb een muziekje aan. Na 20 minuten ga ik 5 tempoblokken doen: 5 – 10 – 15 – 10 en 5 minuten zone 3-4. De eerste 5 minuten tel ik af en dat gaat redelijk goed. Zowel het tempo als het aftellen. 2 Minuten rust.

Ik loop op de dijk intussen. En dan moet ik tien minuten hardlopen. Dat kan ik niet tellen en ik loop in de zon en ik heb het warm en ik vind het zwaar. Iemand loopt me voorbij. Ik probeer me te concentreren op de muziek en het uitzicht, maar wat is dat lastig! Waar ik wilde oversteken is het druk en de 10 minuten zijn nog niet om.

Ik pak de volgende afslag en dan zit ik op een onbekend fietspad. De 15 minuten zijn ingegaan. Ik dwaal een beetje door Almere Haven – zoals gewoonlijk. Hopelijk kom ik straks opeens ergens uit wat ik ken. De 15 minuten kan ik niet tellen, moeten niet te hard gaan en kan ik gewoon volhouden. Gek genoeg ga ik dan harder als bij 10 minuten! Ik kom langs de AH en hier ken ik het! Door naar het driehoekje en dan onder de snelweg door.

Ik mag weer even wandelen en ik realiseer me dat ik verder weg ben uitgekomen dan ik had verwacht. Dus ik moet via het industrieterrein en langs mijn werk terug. Dan lijkt het nog wel ver! 10 Minuten aanzetten. Bij mijn werk kijken, maar de tien minuten zijn nog niet om voor een foto. Die zitten net tussen het werk en het brugje in. Dat was het moeilijkste blokje.

Nu moet ik tussen de blokjes echt wandelen om even bij te komen, terwijl het daarstraks nog dribbelen was. Ik ga de laatste 5 km zo hard als ik nog kan. Niet makkelijk en ik raak de tel ook steeds kwijt! De hartslag is nu eerder te hoog dan te laag. 5 Minuten zijn snel voorbij. Het is vooral het gevoel dat je dan harder moet dan bij 15 minuten, terwijl 15 minuten me beter afgaat.

Ik ben bij de school en gaat rustig uitdribbelen. Ik maak mooi de 12 kilometer vol. Dit hardlopen past mij beter dan fietsen. Het is niet gemakkelijker, dat zeker niet, maar het geeft mij meer energie dan dat trappen. Dit begrijp ik gewoon, dit pikken mijn benen en hier snap ik de hartslagen en hoe het werkt. Dat geeft meer rust dan het ellenlange fietsen.

Vrijdag 26 augustus. ?‍♀️ De Reigersplas tot het donker ? wordt.

Ik ga weer met DR. Weer naar de Reigersplas. Weer zwemmen. Het is zo’n lieve, sterke meid! En zo eerlijk: de fietstraining past bij haar ook wel eens niet met de kinderen en het gezinsleven. Dus ze schuift ook met trainingen. We doen de wetsuits aan. Ik de oude. Door een misrekening van mij, weet ik al dat anderhalf uur redelijk onhaalbaar is. Ik dacht dat het langer licht zou zijn, maar om half 9 is het al aardig uit aan het gaan! We gaan de Reigersplas rondzwemmen.

Ik doe heel kalm aan. Bij het bootje kletsen we even. Door naar het einde van de plas. Mijn brilletje beslaat steeds. We zwemmen nu tegen de wind in. Niet dat er echte golven zijn, maar echt tempo is er ook niet. Beter zo dan omgekeerd, want dan moet je op het einde tegen de wind in. Tegen het einde van de plas weer een kort stopje. Wederom is er niemand op of om het water. De lucht kleurt prachtig met de ondergaande zon. We gaan toch weer tussen de plantjes onder de brug door! En nu gaan we een brug verder. Het tempo boeit me niet. Dit is puur genieten! Dit brugje zie je vanaf de snelweg en nu kan ik zeggen: ik ben er overheen gerend en gefietst en er onderdoor gezwommen. Gaaf toch? En weer terug. Ik vind het al wat laat worden. Dan hebben we wind mee. Dat vind ik gek genoeg minder gemakkelijk, want dan ben ik sneller afgeleid. De lucht is helemaal vuurrood. Super-supermooi. Halverwege weer een korte stop. Ik ga de anderhalf uur zeker niet halen!

We zwemmen tot de paal en ik raak in een soort van droom ofzo en ben niet langer afgeleid. Dan nog terug naar het strandje. Mijn horloge is het meest lief, die geeft bijna 2500m aan. Er zitten mensen op het strand. Ik zwem de 2500m vol. Dan wordt het toch nog snel donker eigenlijk. Maar niet voor we omgekleed zijn en de warme chocomelk hebben opgedronken! Met 1 cocosmacroon.

27 Augustus ? Wind op de dijk ?‍♀️ ?‍♀️

Ik ga hardlopen met Joyce. Eigenlijk stond er een interval, maar die laat tik varen om met Joyce te kunnen lopen die straks met vakantie gaat. Dan loop ik in mijn uppie de intervallen wel! We spreken af een rondje Lepelaarsplas te lopen vanaf de camping.

Rode ophaalbrug en dan het smalle paadje in. Joyce begint gezellig te kletsen. We pakken een tempo van 6:30 en dat bevalt mij uitstekend. Het pad is rustig en mooi. De zon schijnt. We zijn al vrij snel op de brug.

Daarna lopen we langs het water. Het is echt lekker zo! Ik heb me alleen niet ingesmeerd. Ik ben blij dat ik mijn regenjasje heb uitgedaan! Er zijn de hele dag al een paar felle buien gevallen, maar nu is het droog. En het waait hard. Als we tegen de wind in gaan lopen, begin ik te kleppen. Na 5 kilometer stopt Joyce. Ons regelmatige tempo is voor haar best redelijk. Ik voel me vandaag eindelijk weer eens beter! Ik denk dat de Trail de Fantomes nu pas geweken is. Na een gel lopen we weer verder en dan gaan we de dijk op.

WIND. Vanaf het Markermeer. Een flinke bries. Ik vind dit nu en vandaag heerlijk terwijl ik loop. Fietsend zou ik dit een ramp vinden. Maar nu waait alles lekker weg. Joyce moet er meer tegen vechten en die stopt nog een keer. Foto-moment!

Ik kan nog prima harder en verder, maar ik loop weer terug en pik haar weer op als ik ‘r even kwijt ben. Er zeilt een schip en we zien groepen met fietsers die niet wijken. Stoeren mannen. Misschien denken zij dat wel van ons! Ik wil nog door het Wilgenbos, maar Joyce gaat er eerder af.

Ze zal op me wachten, maar ik vraag haar dat niet te beloven, want dan loop ik weer met druk en dat wil ik niet. Mijn tempo gaat zonder Joyce iets omhoog. Ik realiseer me elke keer dat mij enkel lukt, omdat ik me de eerste 9km heb ingehouden. Het gaat lekker. Wel krijg ik het iets warmer. Brug over en het bos door.

Altijd zo mooi en groen. En altijd wat langer als je denkt…. Ik kom 1 iemand tegen en bij het sluisje zegt een knappe man die ik tegenkom: “Goed bezig”. Ik bedank hem en als hij de hoek om is, stop ik voor de volgende gel en een foto. Ik ga richting het schelpenpaadje en knuffel een mooie witte hond, waarvan de eigenares me verzekert dat het prima te doen is om ze wit te houden. Met een glimlach loop ik verder. De felle zon in. Dat vind ik minder fijn! Ik zie Joyce nog niet aan de andere kant. Die zon op mijn hoofd is niets voor mij en ik loop iets minder hard door dan ik zou willen nu. Ik kom bij het viaduct en neem het onverharde pad omhoog. Lopend en glijdend tussen de naaktslakken door.

In de verte zie ik nu wel een roze jasje, dus Joyce is er nog steeds! Ik zit op 12 of 13 kilometer intussen. En daar voel ik niks van! Wel warm en ik merk dat ik nog loop, maar de zwaarte die ik weken meesleepte, is weer weg en daar word ik blij van wat het nog gemakkelijker maakt! Op de brug is het hartstikke druk, wel 4 auto’s en 2 maaimachines razen langs me heen. Ik loop weer richting de camping. Nog even, nog even. Ik ga nu tegen de wind in en dat bevalt me. Tempo hoeft niet meer en het is werken en buffelen. De ideale combinatie als je het mij vraagt!

Ik maak de 15 kilometer vol. Dan ben ik bezweet. Joyce is er nog en we kletsen nog een tijdje, zodat ze hierna 2 weken met vakantie kan. Dan kletsen we over whatsapp weer verder!

28 augustus Rijntocht 5 kilometer stroomafwaarts ?‍♀️

Gister gebeurde hetgeen ik vreesde: het maandelijkse feest diende zich weer eens te vroeg aan en -het went al bijna- op het totaal verkeerde moment. Want zwemmen op de tweede dag is nooit lekker. Ik heb dan wel een wetsuit aan en een badpak, maar toch… Ik besluit ergens op de ochtend dat ik me er niks van aantrek en dat ik geen maatregelen neem. Hela, ik zwem in de zwaar vervuilde Rijn! En wie ziet dat nou? Het zal heus geen spoor geven… Het gaf me veel rust om niet te gaan klooien met rommel en alles pakte supergoed uit. Er zitten geen haaien in de Rijn die worden aangetrokken door een bloedspoor blijkbaar 😉 ?
Samen met RW reed ik naar Renkum. Zij is de beste zwemmer van ons twee, maar 5 kilometer hebben we geen van beiden ooit gezwommen in het buitenwater! Laat staan in de Rijn. Het grootste probleem was de parkeerplek vinden. Maar we waren ruim op tijd. Wandelen naar de startlocatie. Er was al een crosstriatlon bezig. We liepen tussen de paarden en de koeien door. En toen zagen we de Rijn al. Een enorm brede rivier eigenlijk. In het zonnetje.

Startnummers met badmuts en vuilniszak ophalen en dan in het pak wurmen. We hadden maar een kwartiertje voor we op de boot moesten! Tas mee, spullen achterlaten of toch de tas in de vuilniszak… Twijfel en op het laatste moment nam ik mijn tas en spullen allemaal maar mee.

We gingen de boot op. Gewoon even buiten blijven staan in het zonnetje. Tot een meneer zei: we zitten wel een half uurtje op de boot hoor. Wat? Daar hadden wij helemaal niet aan gedacht! Natuurlijk moet die boot ook 5 kilometer stroomopwaarts varen en kost dat tijd, maar wij hadden daar geen rekening mee gehouden. Maakten we onverwacht zomaar een prachtig boottochtje op de Rijn! ‘t Was erg ver. Ik kneep ‘m wel een beetje dat we dat helemaal terug moesten zwemmen. We moesten tussen de boeien en de kant. Een hoop boeien. Ga jij ze maar tellen, opperde RW.

Bij de sluizen bij Driel moesten we de boot af. Dat vond ik eng, zo’n sprong in het diepe. Ik ging vanuit zittende houding. Het water was koud! Oe, dat was echt even schrikken. Je voelde gelijk de stroming. Rob had gezegd dat het tussen de 2 en 4km per uur was. Dat zwemt zoveel gemakkelijker! Anders had ik 5 kilometer ook niet gedurfd. RW en ik gingen ieder ons eigen zwemding doen, want ik hou haar toch niet bij en alle gouden badmutsen zien er hetzelfde uit. Er waren ook mensen zonder pak. En mensen met boei. Ik ging een beetje achteraan liggen. We begonnen al heel snel tussen 2 boeien in. Fluitje ging en je mocht gaan zwemmen. Ik ging ook maar meteen. Er zwom een grote groep voor me uit. Ik moest even wennen. Maar de slag ging vanzelf! Lekker hoor, die stroming. Ik zag het niet zo goed. Het brilletje is laatst wel schoongemaakt, maar het beslaat te snel. Ik zocht benen om in te gaan liggen. Hier waren nog rode boeien van Rijkswaterstaat, maar dat snapte ik niet zo goed. Daar moest je rechts van blijven, maar niet veel mensen deden dat.

Ik heb een rondje om mezelf getekend, dat ben ik.

Ik kijk alleen links en dan is het lastig. Al snel zat ik op 500m. Ik vond het echt heel erg leuk, want ik vond het speciaal om in de Rijn te mogen zwemmen. Ik dacht de hele tijd: he pap, kijk mij hier nou zwemmen! 5 Jaar geleden had ik dit niet eens kunnen bedenken. Toen ik in het pierebadje lag te ploeteren. Nu ga ik voor 5 kilometer het buitenwater door. Je ziet maar weinig in het water. Ik moet 1 keer wat hoesten als er door de golven water binnenkomt. Er komen boten langs en die maken golven. Ik vind het alleen maar leuk en een klein beetje lastig. Al een kilometer erop zitten, het gaat echt snel, maar ik kijk niet hoe snel. We zijn al bijna onder de A50. Ook apart he, onder de snelweg door zwemmen hier. Ik probeer mijn brilletje schoon te maken, maar dan moet ik zo stil liggen. Niet dat ik hier ben om te winnen of te presteren, maar toch… Ik kijk naar de kant en naar de boot en de brug. Ik maak mijn slagen keurig ver naar buiten. En ik geniet enorm. Om de overwinning. Dat dit kan! Na de brug beginnen de skippyballen. Ik ga ze tellen. Skippyballen zijn zulke leuke dingen, want de meesten staan een gezichtje op en dan lacht er zomaar een skippybal op zijn kop naar je! Dat vind ik zalig. Ik probeer ze links te houden. De skippyballen geven me een doel en een richtpunt. Ze zijn in allerlei kleuren. Naast me zwemt iemand zonder pak. Maar dan komen er golven van een enorm vrachtschip en verlies ik de zwemmer uit het oog. Ik maak nog een keer mijn brilletje goed schoon. Hoe langer dit duurt, hoe beter. Dan zie ik iets en zie ik de skippyballen nog beter. Ik heb geen flauw idee of ik er tien of vijftig kan verwachten, maar het zoeken van de skippybal als doel, erheen zwemmen en tellen houdt me keurig bezig. Ze zijn paars en groen en roze en geel en oranje. Er zwemt iemand met een gele boei voor me, maar daar moet ik dan omheen kijken om de boei te zien, dus de gele vind ik het lastigst!

Van de telefoon van Vincent: waar is mama nu….

Er zwemmen meer mensen om me heen, maar ik heb slechts 2 keer last van een persoon. 1 Iemand zwom aan het begin al zowat over me heen. Hoe weet ik niet, want die rivier is erg breed! Ik zie de koeien aan de kant. Een uniek point-of-view. En weer een lachende skippybal! Ik zwem er een paar zowat om. Het wordt donker en het regent ook, maar ik merk er niks van. Mijn humeur is te zonnig. Ik zie het aan de mensen met paraplus langs de kant en ik zie de druppels op de skippybal. Stel toch dat je als oma in Renkum je kleinkind een skippybal hebt beloofd. Die zijn in de wijde omtrek niet meer te krijgen, want ik heb er al dik 20 bij elkaar geteld! Ergens liggen er ook 2, waarschijnlijk voor de start van de korte afstand. Ik kijk even en ik heb de 2000m gezwommen in Gelderland voor Trispiration. Niemand bij Trispiration is vandaag met mij bezig, maar ik geniet het allermeest. Ik zie de boot voor de korte afstand langsvaren, maar helaas gebeurt dat links van me en ik adem en kijk alleen rechts. Het zwemmen gaat door de stroming echt snoeihard. De 5 kilometer kan ik zo binnen 5 kwartier halen. En dat is jammer, want ik vind dit veel te leuk. Koud is het al lang niet meer. Ik zie de toren op rechts al in beeld komen. Hier is wat publiek en er wandelen mensen mee, maar ik zwem ze eruit! Ik blijf skippyballen tellen. Soms weet ik het niet zeker en dan pak het op bij wat ik denk dat het is. Skippybal 13 liet lang op zich wachten en nummer 26 was ik het even kwijt. Na een kilometer of 3 krijg ik een slag te pakken met water scheppen. Dat heb je met die oude dieseltjes zoals ik: die moeten even wennen en dan kunnen ze pas. Ik ben warmgedraaid en nu ga ik eindelijk mijn hele hand ontspannen. Laat er geen misverstand over bestaan: mijn armen voel ik wel, maar ik hou dit nog uren vol! Nu ik echt het water pak voor mijn gevoel, trek ik me nog harder vooruit. Ik hoeft nauwelijks nog rekening te houden met de ademhaling, alles gaat vanzelf. Ik heb 40 skippyballen bij elkaar verzameld! Dat is toch te gek zeg. En dan heb ik er 4 kilometer op zitten. Ik ben net een uurtje bezig! Ineens wordt mijn jubelstemming verstoort: ik ben er. Nee! Ik wil verder, langer, nog een kilometer! Maar ik zie het tentje en het ponton waar we op moeten klimmen. Het trapje op klimmen het water uit is net zo eng en moeilijk als het water in springen vanaf de boot. De zon schijnt weer. Ik ben euforisch dat ik dit heb gedaan. Wat was het fantastisch! Ik heb maar een klein uurtje gezwommen en daar ben ik samen met de afstand teleurgesteld over. De badmuts en de chip geef ik terug en ik doe snel mijn pak half uit. Dat hoeft niet, maar het lukt. En dan zie ik RW het ponton op komen. Ik pak snel mijn tas en mijn telefoon en zet haar op de foto.

Zij was op het einde wat misselijk en komt het ponton afgetold, maar met beide benen op de grond is ze snel weer bij positieven. Ik ben verbijsterd dat ik een paar minuten sneller was! Ik heb natuurlijk meer ervaring met open water zwemmen. Ze heeft naast me gezwommen bij de paarse skippybal (de vierde of de vijftiende?), maar ik heb haar niet herkend. We kleden ons om en mijn badpak vergt een sopje, maar ik ben echt blij dat ik gedaan heb. Om de overwinning op mezelf van water-angsthaas naar schepeendje. Ik heb 40 skippyballen geteld. Natuurlijk moet ik weten hoe ver ik van het werkelijke aantal af zit en ik vraag het na. Heb ik ze allemaal geteld! Ik ben trots op mezelf. Note to me: tel de gele bollen in de triatlon ook maar en blijf water scheppen!

29 augustus. Fietsen ?‍♀️ ?‍♂️?‍♂️ door weer ? en wind ? om te eten ? .

Het voedingsplan moet getest. Op de fiets moet ik elke 12 minuten (!) 100ml drinken. Ik heb uitgemeten dat dat voor mij 5 slokjes zijn. En ik heb de stukjes van de bananenreep in folie gewikkeld. Nadeel is dat het vandaag een prutdag is qua weer. Ik wil om 15:00 thuis zijn voor de F1 race, dus het moet in de ochtend. Ik moet drie uur fietsen, Vincent anderhalf en we gaan samen het eerste stuk doen om de Oostvaardersplassen. De wind is behoorlijk en komt van opzij en het regent al als we wegrijden. Dan zijn we maar meteen nat. We beginnen wind tegen, maar dat is niet zo erg. Wind vanaf het Markermeer en dan heel hard, dat is pas erg! Je ligt de hele tijd schuin op de fiets en snelheid maken is een illusie. Ik vind het hartstikke eng. Langdurig eng. En dan de bidon pakken om te drinken! Het fietscomputertje geeft geen auditief signaal, dus ik moet het nu maar even onthouden met elke 12 minuten. Een stukje reep lospeuteren is helemaal griezelig tot en met. Laten we dit alsjeblieft niet hebben op de triatlon! Dan is de ramp compleet voor mij. Vincent fietst dapper voor me uit. De reep en de sportdrank geven me welke elke keer een energieboost. Leerpunt 1: markeer 100ml, zodat ik weet hoeveel ik drink in plaats van vage slokken tellen. Ik ben al zeiknat, maar de regen voelt als hagel. Het wordt ook wel weer droog. We zien groepen andere fietsers. Kwartet van fietsers hebben we sneller dan we dachten. Voor Vincent is het ook een aanslag. Aan het einde van de dijk doen de armen en linkerhand pijn van het tegenduwen. Dan de Knardijk op. Nu hebben we wind mee en ik stuif er vandoor. In mijn roze opvallende jasje.

En weer drinken en weer drinken en weer drinken. Het is van drinkmoment naar drinkmoment. Ik heb een gel te weinig voor het eerste uur. Vincent vraagt me of ik echt wil blijven fietsen. Nou, ik was liever in bed blijven liggen, maar dit is ook trainen en als het toch rotweer is de tiende bij de triatlon, dan heb ik het nu maar vast gehad! Hij fietst naar huis en een warme douche.

Ik ga naar de Doddaarsweg en heb daar wind mee. Ik zie iemand tegen de wind in beuken, maar ik herken deze dame aan haar fiets en helm en zij kan dat wel. Ik ga liggen en neem zoveel mogelijk wind mee. En drink. En eet. En drink. Ik denk niet dat ik het hele rondje kan doen. Ik hoeft maar 3 uur en ik heb straks weer zijwind op de dijk. Het moet ook niet. Ik heb Vincent al een lege bidon meegegeven en ik ben aan de tweede bezig. Inmiddels moet ik natuurlijk plassen. Lastig. De regen is gestopt, maar door mijn bril zie ik nog steeds niks. Die staat halverwege mijn neus, oncharmant te wezen. Ik fiets langs het Horsterwold en ik zie niets of niemand anders. De Winkelweg op. Ineens 4 auto’s en een fietser en ik moet nodig plassen, maar dat hoort bij deze weg. Oefenen nog maar een keer? Helaas heb ik geen bidon water bij me. Leerpunt 2: altijd water meenemen. Ik mis een brokje eten! Potdikkie, ben ik die kwijt. Ik blijf drinken. Dit stuk is altijd saai en afzien. Tegen de wind in vind ik minder erg dan van opzij. Ik hou er een redelijk tempo in en rij 50km binnen 2 uur. Na de dijk is het gemiddelde omhoog gegaan. Daar is de diesel weer. Ik ga in elk geval niet idioot hard mijn best doen, want het blijft wel een training. Om te eten. Ik neem een gel. Leerpunt 3: zorg voor een plek waar die plakzooi weg kan. Ik doe een plas. Alles wordt er erg vies en plakkerig van. Niet dat het dat niet al was, maar toch. Ik rij wel een paar plassen door. Ik ga illegaal aan het rijden op de weg en de Gooimeerdijk-Oost op. Dan word ik ingehaald door 2 heren! Die moeten ook hetzelfde rondje doen! Ik had al bedacht bij de manege af te slaan en door de stad terug te rijden. Dan hoop ik 75km in 3 uur te redden, maar de stad is lastiger qua snelheid. Ik blijf achter de mannen hangen. Ik zie hun Frysman bidon en we kletsen even. Hein heeft dit jaar en in 2019 meegedaan. 2019 Was zwaarder, antwoord hij op mijn vraag, met mensen die zowat verdronken en veel uitvallers. Ik hou mijn mond. Ik doe voor deze mannen voor de vierde keer een halve in Almere! Zij gaan de hele doen, Hein en Micheal uit Woerden. Dit jaar was Hein bij de Frysman niet lekker op de fiets, dus de omstandigheden waren voor hem persoonlijk niet makkelijker. Dat is het precies! Ik kan wel van alles hopen en verwachten over de halve triatlon, maar hoe ik me voel en het weer; dat speelt mee. Hun tempo ligt net iets te hoog voor me. Stayeren ging wel, maar meekletsen is wat moeilijker. Ik ga toch maar af bij de manege, dan heb ik 3 kwartier voor de stad. Ik wens de heren succes en pik een hoger tempo op op het bochtige fietspad. Het is droog. Er zijn meer mensen met honden en ik herken een hardloper en ik haal fietsers in. Het gaat lekker hard. Goed voor mijn zelfvertrouwen. Ik blijf drinken en wissel de bidons bij het Weerwater. Ik scheur verder. Langs de stad valt het mee, alleen de wandelaars op het fietspad met een telefoon zijn gevaarlijk. Ik ga richting de Leeghwaterplas omdat ik niet over het Spoorbaanpad wil. En dan achter langs de atletiekbaan. Ik ga het qua tijd en qua afstand halen, maar ik plak hier geen loop-koppeltraining meer aan vast. Ik ben te nat. Op het einde begint het weer hard te regenen. Dat spoelt schoon en ik moet mijn fiets toch schoonmaken. Ik heb twee bidons leeg, 1 gel op en 3kwart reep. Nog nooit zoveel gegeten. Ik rijd 3 uur en haal 75km. Ik heb meer gereden dan de F1-autos in België, want door het slechte weer moeten zij de race staken.

Maandag 30 augustus Weer op de ? maar nu met ? en ?‍♀️ daarna

Vincent gaat naar de fietstraining en ik ga ook fietsen. We komen de groepsleider tegen en die vertelt dat ze een rondje Oostvaardersplassen gaan fietsen. Dan kan Vincent zelf naar huis komen. Ik rommel de wijk door en kan niet zo best de weg bepalen. Uiteindelijk fiets ik weer sloompjes tegen de wind in langs de Lepelaarsplas. Op de dijk ga ik naar links, richting Duin. Eerst moet ik wennen aan de zijwind, maar op een gegeven moment ga ik liggen en neem ik de wind mee. Dan gaat het lekker. Meestal durf ik dat niet, maar laat ik het ook eens proberen. Ik moet in een lage hartslag rijden en dat geef ik vandaag maar de schuld. Nu zit ik blijkbaar in een blokje hogere hartslag en ik ga me toch lekker hard!

Erg lekker. Ik scheur voorzichtig helemaal tot Duin en onder de A6 door. Dan moet ik weer rustiger. Een paar mensen fietsen me voorbij, maar ik doe rustig aan. Ik zie nu mijn horloge en hou me netjes aan de training. Dadelijk mag ik weer doorfietsen. Gek genoeg heb ik nu nauwelijks meer wind tegen. Voorbij Almere Haven ga ik weer harder en dat gaat lekker. Ook nu nog halen mensen me in, maar dat moet iedereen zelf maar weten. Ik doe straks bij de wedstrijd mijn best wel!

Ik ga bij de Shell de vaart oversteken en dan ga ik tegen de ondergaande zon in rijden langs de vaart. Ik heb denk ik wind tegen, want het gaat iets minder hard. Intussen eet ik elk half uur een brokje reep en ik drink ongeveer elke 12-15 minuten sportdrank. Ik drink denk ik niet helemaal genoeg, maar het sportcomputertje hoor ik nu wel. Ondanks dat ik lekker muziek luister. Ik rij de Vaart helemaal langs tot ik weer bij de atletiekbaan ben. Ik wil namelijk 50km in twee uur halen omdat ik ook zo lang moet fietsen. Ik red zowel de afstand als de tijd met gemak. Ik heb alleen een beetje last bij mijn kruis, dus met fietsen doe ik de komende dagen even rustig aan. Er zijn nog geen bultjes gelukkig. Het wordt alweer vroeg donker, maar ik voel me verder super en ik ga meteen hardlopen koppelen.

Gewoon even kijken wat er lukt. En dat gaat verbazend makkelijk! Ik loop vooral erg relaxed en het tempo is ook lekker hoog. Misschien went het wel om te eten 😉 Pas na een kilometer of 4 wordt het wat minder. Dan krijg ik wat last van mijn maag en maak ik een kilometer vol in intervallen. Het word dan ook donker, maar uiteraard loop ik de 5 kilometer vol! Tevreden over deze training stap ik onder de douche.

Dinsdag 31 augustus. Een rustige duurloop in een lage zone.

Vijftig minuten lopen. Het klinkt me als muziek in de oren. Deze maand heb ik echt veel te weinig hardgelopen. En dat merkt dit hardloopjunkie! Gewoon hardlopen vind ik toch nog altijd het leukste en gemakkelijkste dat er is. Ik ga een uur na het eten en een uur voor de zon helemaal onder zal zijn. Lekker langs de Oostvaardersplassen richting de dijk (al zal ik die niet helemaal halen). Heerlijk hobbelen zonder moeite en alleen de hartslag laag houden. Ik heb in de belt 2 gels meegenomen, maar geen water. Beetje jammer, maar ik zit nog vol van het avondeten. Muziek aan en lopen. Ik hoeft amper om me heen te kijken, want ik ken elke bocht. De lichtval is wel prachtig vandaag, maar ik zit in zo’n heerlijk steady hardloopritme dat ik het niet wil onderbreken om een foto te maken. Ik loop ongeveer 6:15 bij een lage hartslag. Dit zou ik urenlang kunnen volhouden. Jammer dat ik de gels niet kan nemen zo. De kilometers tikken weg. Ik ga terug langs de kassen. Ergens zou ik ook wel eens zielig en stoer willen zijn en bewonderd willen worden door jan en alleman. Ik zou wel eens iets geweldigs willen doen. Een enorme overwinning zodat iedereen even voor mij oh en ah zegt. Misschien kan ik eens heel bang zijn in het donker? Ik schrik van een geluidje in de struiken, maar bang krijg je me niet. Is het een idee om nachtblind te worden nu? Maar nee, daarvoor is het niet donker genoeg. Ik doe gewoon wat ik moet doen. Elke training opnieuw. Elke dag weer. Ik train niet idioot veel of idioot hard. Het is allemaal kleurloos ‘gewoon’. aan de andere kant: geen blessures, ik loop met gemak (ook al heb ik het nu wel warm en krijg ik genoeg van de vliegjes) en ik ben tevreden. Ook op mijn werk doe ik gewoon wat ik moet doen dat en dat wordt beloond, want mijn baas is erg tevreden over mijn inzet. Ik doe in het huishouden wat ik doen moet. Elke keer weer. Maar dat is allemaal te gewoontjes. Geen ernstige ziekte op de achtergrond, geen drama’s, geen ellende waar ik-weet-niet-hoeveel doorzettingsvermogen voor nodig is. Ik schrijf erover, maar dat is ook niet al te spectaculair. En ik loop gewoon de ene kilometer na de andere. Vanavond zeker. Misschien is het gebrek aan redenen om te klagen wel gewoon mijn grootste geluk! Ik loop niet in een hoog tempo, zelfs dat niet. Ik ben de hele saaie grijze en tevreden massa. Ik loop 9 kilometer en dan is het eindelijk wel echt donker. Ik ga even plantjes water geven en dan naar huis.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

Van thuis naar huis met Vincent

21 augustus 2021

Km0: Na enige vertraging vertrekken we rond 10 over 9 vanaf de Cornelis Matelieffstraat, Vincent en ik. Met in de rugzak onder andere pleistertjes, zoute stokjes, bandenreparatiespullen, mini-marsjes en water. De route heeft Vincent gemaakt en voor zich op het fietscomputertje. Die volgen we.

Km2: Zo zou ik nooit gereden hebben, over het Spoorbaanpad.

Km4: We fietsen langs het huis van 1 van Vincents vrienden, die zelf 4km van zijn naar ons huis al ver vind. We stoppen hem in onze rugzak. Figuurlijk. Letterlijk zouden we de ruimte missen. We maken een raar ommetje en komen langs Joyce, die we ook in de rugzak stoppen.

Km 8: We laten MBB thuis, maar nemen haar jongste dochter mee in de rugzak. Om het gebaar voor fietsen te leren. Oma uit Hilversum stoppen we er straks bij als we langskomen.

Km14: In het Cirkelbos staan 2 wielrenners die een pauze houden. Ha Anke, hoor ik, maar ik zou niet weten van wie! Een vrouw.

Km15: De brug ziet er mooi uit in de mist. Gelukkig neem ik het op met de GoPro.

Km16: Ze hangen een wiek op aan 1 van de windmolens!

Km17: Checkpoint 1 – De Stichtse Brug – bereikt. De GoPro liep niet. GRMBL. Het ziet er nogal donker uit, zouden we checkpoint 2 wel droog halen?

Km23: We stoppen mensen erbij in de rugzak die een stukje mee mogen omdat ze oké zijn. De coach gaat mee, de trailloper langs wiens werk we rijden in Eemnes en de beste vrienden van Vincent zitten er ook al bij.

Km27: Hier wilde ik altijd al fietsen!! In de bocht tussen de A1 en de A6. Vincent heeft dat met deze route geregeld! Pluspunten! En het ruikt er naar het hooi wat versgemaaid wordt. Route om te onthouden.

Km31: Deze rotonde is nu altijd gelinkt aan DR die Vincent in zijn rugzak heeft gestopt. Sorry dat hij je zwemkwaliteiten niet goed inschatte, maar verder ben je van harte welkom bij onze club!

Km34: Achter Groeneveld en voor Lage Vuursche: onverhard fietspad. Het is mooi, maar onpraktisch. Kost wat meer energie als er werkelijk in de rugzak aanwezig is. En het drukt het tempo.

Km37: Lage Vuursche, ook via een slechts halfverharde fietspad langs de enge weg. De zon schijnt inmiddels.

Km42: Een onverhard pad achter de Tango wat ik niet kende vol kuilen! Mijn bidon hobbelt eraf en die pakken we op.

Km44: We volgen een fietspad, de onverharde paden wil ik even niet meer. Een minder gezellig momentje, want Vincent is boos op zichzelf dat hij de onverharde paden heeft uitgezocht en ik ben boos op mezelf omdat ik het wist en toch liet gebeuren.

Km47: Een spoorwegovergang. Die gaan we bij elkaar kwartetten! De drempels hadden we al te snel binnen, dus die doen we niet meer.

Km49: Checkpoint 2 – Vliegbasis Soesterberg. Droog gehaald, maar de GoPro wil niet aan. Even later gelukkig wel en zo fietsen we langs de bunkers

Km50: HOOGTEPUNT: Over het breedste pad van Nederland. Superasfalt. Geschikt om te vliegen. Over de oude start-landingsbaan van Soesterberg. We genieten volop.

Km56: McDonalds Huis ter Heide. “Jullie hadden bij de Vuelta moeten zijn”, wat vind de meneer zichzelf grappig. Vincent geniet van de auto’s: Ferraris en Audi’s met nummers erachter. De frietjes ziet hij amper. Ik eet bolletjes en een smoothie. De bidon van Trispiration blijft achter in de vuilnisbak, de bidonhouder houdt het niet. De GoPro bijladen werkt tijdens het fietsen ook.

Km60: We weten dat dit moeilijk is, want de route pakt het tussen de 2 Macs niet goed. De route volgt dan niet de wegen, maar zet rechte lijnen tussen 2 punten en dan moet Vincent er zelf de weg bij zoeken. In Drenthe ging dat wel goed.

Km63: Een woordslang met eten en drinken. Wat een goed plan! Maar het gaat een beetje met horten en stoten soms. Naast ‘noten’ komt er weinig zinnigs meer met de N. Eigenlijk is het een dom idee met een altijd-hongerige puber. Het helpt niet.

Km66: We zijn in een dorp. De route is vaag. Linksom, rechtsom en weer een dorp.

Km69: Eierkoek – kaas – stroop – pindakaas – sinas- (weer een s!) split – taco – (een O, hoe dan!) – Orange juice – weer een e…..

Km72: Een ander dorp. Ik weet niet meer hoe de dorpen heten. De route zegt telkens een u-bocht te maken. Verwarrend, want waar gaat de u-bocht heen dan? Naar de route terug of naar de plek waar we de route verlieten?

Km74: Hier waren we net ook! Dit is dezelfde AH, dezelfde kerktoren! Waar we zijn weten we niet en we stoppen om op de telefoon te kijken. We zijn in Driebergen. Voor de derde keer (wat een geluk dat het geen Vierbergen heet). We gaan nu langs de grote weg naar Doorn fietsen en dan naar Langbroek. Daarna naar het pontje in Beusichem. De route kan de pot op.

Km76: Stilte. Je mag wel eigen tempo fietsen hoor mama, zegt Vincent. Stilte. Al een hele tijd onderweg en we zijn er nog lang niet. Stilte. Sorry, zegt Vincent. Vanwege de route. Maar na 15 keer ben ik ook wel klaar met sorry. Stilte. Eten willen we niet meer aan denken. Het rugzakje zit ook vol. Vincent eet winegums.

Km81: In Langbroek nog een keer kijken op de telefoon. Beusichem is nog ver weg en 2 keer het water over. Cothen moeten we aanhouden. Het is nog 9 kilometer naar het veerpont. Niks aan te veranderen.

Km83: De sluizen bij Wijk bij Duurstede. Imposant!

Km88: Een mooi weggetje onder de dijk langs.

Km89: Ineens staan we voor de veerpont! Het is er druk en onrustig. Zowel op de pont als op het water als even doorgeven dat wij vandaag wat later zijn als betalen als een foto maken…

Km95: Een lange rechte weg waar gewerkt wordt. Recht. Saai. Mega saai. Langdradig. Hier doortrappen doe je alleen maar op karakter.

Km102: Ik hoopte de MacD aan het einde van de weg te vinden, maar het was Buurmalsen. En Geldermalsen. Met de plaatselijke jeugd. En na Geldermalsen 2 slome gewone fietsers die we niet goed kunnen inhalen. Dan gaan we nog best hard!

Km106: Weer een rechte weg! We pakken nu de meer doorgaande wegen dan eerdere jaren. Wel zo makkelijk, iets minder uitdagend. De Betuwe schrijf ik af. Ik ben klaar met fruitbomen.

Km107: Ik roep: naar links! Nee, zegt Vincent, rechts. De McDonalds is rechts, we gaan niet de brug over. Hij heeft gelijk.

Km108: McDonalds 2 bij Waardenburg. Ik neem een hamburger en vergeet een Fristi. De coach heeft ons succes gewenst, wat schattig is als je bedenkt dat hij drie keer per week de honderd kilometer fietst in de helft van onze tijd. Vincent denkt erover te stoppen bij Vught. Het is nog zo ver! Ik smeer me nogmaals in. We laden op wat we aan apparaten bij ons hebben.

Km111: De brug over de Waal. Het blijft indrukwekkend en groots. En lawaaiig van de autoweg.

Km113: Ik kom het dijkje bij Zaltbommel net niet op en val net niet om. Intussen draait de sjieke meneer zich om; hij kijkt liever naar de fiets van Vincent dan naar het water. Gelijk heeft ie!

Km116: Tussen Zaltbommel en Gameren langs het water over een dijk. Ik vind het geweldig, Vincent vindt het een ommetje. En we korten nog wel in!

Km118: Gameren – Kerkwijk – terug op de route. Het is een mantraatje geworden om een stuk af te snijden. Rechte weg en de route pikt het netjes weer op. Nu volgt de route de wegen weer. Goddank.

Km122: Weer een lange saaie rechte weg. Wie wil hier nu op de camping zijn? Ik zie geen blikken symphonie-orkest, geen lange stoet, geen groene hemel hier in het Land van Maas en Waal. Zingen mag ik van Vincent achterwege laten.

Km127: De Maas over bij Hedel op de brug waar je misselijk wordt.

Km132: Toch kermis in Den Bosch! Maar dan bij de Brabant Hallen in de verte. Over de gouden brug. Den Boch is altijd een ramp om doorheen te fietsen met alle onrust in het centrum.

Km134: We laten het station links liggen! Het drukke centrum ook! Het fietspad is breed, vlak, heerlijk en leeg. Dikke pluspunten voor de route deze keer! Wat een verademing.

Km136: Den Bosch ligt zonder moeite achter ons! We krijgen er weer een beetje energie van. We zijn al in Vught. Het eerste het beste bankje is voor ons. Vincent zijn benen zijn moe, maar zijn hoofd nog niet helemaal. Hij is bang dat hij mij ophoudt, maar dat valt wel mee. Rob is nog niet onderweg, dus nog 44km fietsen is net zo aantrekkelijk als nog anderhalf uur wachten. We (vr)eten mini-Marsjes (VdB), eierkoeken (AdB) en zoute stokjes. We legen nog een bidon, want mijn andere bidonhouder is er ook mee opgehouden.

Km139: Wat een stoere jochies met vreselijke herrie op hun speaker. In the end is het bijhouden van Vincent onmogelijk, sukkels.

Km140: Vlucht uit Vught.

Km145: Weer een saaie lange weg. Deze keer in Brabant. Nederland ligt best vol saaie rechte wegen.

Km149: Haaren. Nooit van gehoord. Maar ik kom deze kant ook zelden. Ik vind Tilburg wel dichtbij liggen. Als ik op de bordjes kijk.

km151: Bingo 2 met spoorlijnen binnen! De jackpot! ? 2 Keer Bingo!

Km154: We zijn op de Kampina, een natuurgebied vol echte bossen. Veel campings en restaurants, maar dat snap ik wel. Een erg mooi stukje van de route. Pluspunten stijgen weer boven de minpunten van Driebergen uit.

Km156: Vincent vertelt en het tempo ligt mij nu eens een keer wat te hoog!

Km161: Half 7 Oirschot. Op dit tijdstip zouden we nog een keer rusten en ‘picknicken’. In een bushokje. We bellen Rob die ook onderweg is. Ik app mijn moeder dat ze nog langer moeten wachten met friet eten. We kijken op de kaart of de Wintelresedijk verhard is, maar ik vind het te twijfelachtig. We zullen de Eindhovense Dijk langs gaan.

Km163: Allebei moe. Dan worden simpele dingen lastiger: het water over en dan naar links. Maar zitten we goed? Kijken we nog een keer, mama, vraagt Vincent. De actie die daarbij hoort is lastiger uit te voeren. Stoppen, telefoon pakken en zoeken. We doen het toch maar en verzinnen hoe we de Eindhovense Dijk wel op komen.

Km166: De Eindhovense Dijk is anders dan de Oostvaardersdijk. Rottig fietspad. Punt voor Flevoland. Saai. Gelijke punten. Recht. Gelijke punten. Teveel bos en geen water. Geen wind. Eindeloos. Geen andere fietsers. Maar het grote pluspunt: Een bord met ” Pas op voor overstekende Tanks” zul je op de Oostvaardersdijk niet tegenkomen!

km168: OMLEIDING. Gevedu. Het andere fietscomputertje is gestopt tijdens het bijladen bij mee MCDonaldsen daarstraks, maar ik heb hem stug elke keer weer aangezet. “55 kilometer” meld ik blij als het apparaatje piept. Ik ben droog en grappig schijnt het.

Km170: Via de omleiding komen we op de goede brug waar we in april hebben hardgelopen. We herkennen het!

Km171: Het fietspad waar ze geen rechte lijnen konden trekken

Km 173: Langs het vliegveld. We zien de vliegtuigen en de terminal ook. Vincent vind het prachtig. Ik ben aardig moe. Mijn benen en ik – allebei.

Km175: Weet jij waar we zijn, mama? Veldhoven. Meerhoven. Maar meer kan ik er ook niet over zeggen. We volgen het grote fietspad maar.

(Vincent: mama was verdwaald!)

Km176: Daar in dat park hebben we gerend, laten we die weg nemen, dan komen we ergens uit! Bedenken we bij het stoplicht. Denken gaat wel wat minder geolied.

Km177: Zeelst! Ik herken het! Kinderkopjes, ach wat. Het is al half 8 geweest.

Km 178: Zo ver heb ik nog nooit gefietst. De Frysman was korter.

Km 178,5: Vincent mist een afslag. Hij wil mij vast aan de 180 helpen.

Km 178,9: We rijden voor langs, nee, achterom, nee, hier afslaan, nee, nu rij je de wijk om: wie wil waar heen?!

Km 179,2: Vincent is er! Mijn moeder en Rob wachten ons op. Ik moet de 180 nu volmaken!

Km 179,9: Het blokje om de huizen waar ik leerde fietsen. Nooit had iemand mij kunnen vertellen dat ik ooit-ever-eens 180 kilometer zou fietsen het paadje in.

Km 180,2: Done! De verste fietstocht ooit. 8 Uur over gefietst, 11 uur over gedaan.

Mijn vader moet de friet halen. Ik heb mijn loopschoenen de hele tijd bij me gehad. Nu gaan ze aan. Al is het maar voor heel even.

300m: oke, dit kan ik…. Pa bestelt net. Het hoeft maar voor 2 kilometertjes.

500m: Het Mariapaadje. Hier wilde ik zijn. Het leek vroeger verder weg!

700m: De nieuwe bakker. Wil iedereen uit mijn buurt blijven.

900m: Die meisjes snappen er niks van. Net zagen ze me rondjes fietsen, nu rennen.

1km: In 5:20?????? WTF.

1200m: Langs het restaurantje. Daaaaaaaaag

1300m: Het potje moet altijd helemaal leeg bij mij. Ik kritiseer anderen die niet lopen na hun geweldige fietsritten, dus ik moet het wel zelf doen!

1400m: Het is best warm eigenlijk. Geen last van gehad vandaag. Tot nu.

1600m: De kerk slaat 8 uur.

1650m: Pa is nog bij de snackbar.

1800m: Voor het huis langs

1900m: Door het paadje, langs de achterdeur. Stukje omhoog. Boe zeggen tegen de meisjes. Voor de zoveelste keer. Ze merken mij nu pas op.

2km: In ruim 11 minuten. Ik wandel nog even de straat door.

Nu moet ik patat eten en cola drinken!

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-24 Door voor de Duin Tri OD

Maandag 9 augustus. ? in ??

Tijdens de Trail de Fantomes hebben Vincent en ik getwijfeld: wat is zwaarder, deze trail of shoppen… Ik hou het bij shoppen. Dus wat gaan we doen op deze vrije maandag? Shoppen! In een hypermarche in België. Dat is dan wel weer leuk… En vermoeiend. Naar huis reizen en opruimen ook. Dat is genoeg voor 1 dag. Mijn bovenbeenspieren zijn op zijn best gezegd ‘gevoelig’ van de uitdaging.

Dinsdag 10 augustus. Uitlopen ?‍♀️ ☀️ ? ?

Nog steeds ‘alleen’ op het werk. Aan de telefoon ben ik de eerste opvang. Ik heb het idee dat het maandag is en ik schiet lekker op. Tussen de middag ga ik hardlopen. Heel rustig. Lekker solo. Dan kan ik mijn eigen (non-)tempo bepalen. 3 Kwartiertjes. De meest gebruikelijke route langs de Oostvaardersplassen. Het blijkt eigenlijk behoorlijk warm. De eerste kilometer gaat lekker. Ik loop prima en heerlijk rustig. De tweede kilometer gaat ook goed, maar ik laat de berg voor wat ‘ie is. De derde kilometer ga ik onverhard; dat hoort bij het rondje. Goed idee, maar nu overvallen de hitte en het terrein me wat. Ik zwak iets af, maar geniet van het mooie wijdse en vlakke terrein wat me zo bekend is. Fotootje van de paardjes en de schaduw.

Kilometer 4 laat te wensen over. In alle opzichten. Ik heb het te warm, te langzaam, te zwaar en vooral te dom om een overwoekerd en extra zwaar onverhard pad te pakken! Er is veel gras, ongelijke ondergrond en de hitte stijgt op uit de omgeving. Ik wandel zelfs maar even om de hartslag een beetje in het gareel te houden.

Beetje onhandig. Maar niet dat ik dan naar het asfalt ga. Helaas. Er is een nog zwaarder pad wat korter is. Ik hobbel gewoon verder. Op het asfalt ga ik de brug weer over. Had ik al bedacht dat ik op het warmste moment van de dag loop? Toen ik daar liep pas eigenlijk. Om een zelfs mij onbekende reden loop ik ook nog door het park terug én maak ik 7 kilometer vol. Dat past binnen de gestelde tijd en de gemiddelde tijd is ook nog eens net aan binnen de 7 minuten. Maar moe ben ik er wel van! Ik doe ‘s avonds netjes de krachttraining. En het strijken. En luisteren naar de coachcalls. Met de spierpijn had ik eigenlijk niet moeten gaan lopen, maar tijdens het lopen heb ik er geen last van. Wel tijdens traplopen. Ik denk eigenlijk altijd dat die coaches de Trail de Fantomes onderschatten, maar ik krijg hen niet aan het verstand gepeuterd dat het nou eenmaal niet zo goed past tussen de wegwedstrijden in de polder.

Woensdag 11 augustus. Fietsen rond de Plassen met zin in het afvoerputje

Ik moet fietsen. Met de nadruk op moet. En dan niet een uurtje een beetje trappen, maar 2 en een half uur. Minimaal 2 uur dus. Mijn zin ligt in het afvoerputje. En de zon gaat vroeger onder, dus ik moet ook nog eens bijtijds weg. Vincent hoeft maar een uurtje (geluksvogel) en hij gaat het eerste uur met mij mee. Langs de Noorderplas. Ik zal doorgaan langs de Oostvaarderplas. Het is heerlijk fietsweer. Windstil, niet te koud en niet te warm. Mijn zinnetje komt het putje niet uit. Helaas. Ik fiets gewoon maar. Vincent is gelukkig het zonnetje op de fiets! Ik heb weinig te kletsen en te vertellen (vandaag schoot het werk totaal niet op) en ook geen zin in een spelletje. Op de dijk gaat het tempo wat omhoog. Gek genoeg komt het niet in me op om met Vincent mee terug te fietsen. Ik blijf op de dijk tot Lelystad. Liggend op de fiets. Mijn enige gezelschap is nu nog verveling. Ik lees het boek over de Barkley Marathon en dit is niets meer of minder dan een mind-training. Je hoofd overwinnen. Daar ben ik goed in. Ik droom een beetje weg en spurt de Knardijk af. Soort van spurt dan, dat moet je ruim zien! Ik zou de 50 kilometer wel willen halen, dus het tweede uur (over de dijken) moet ik wat goedmaken van de stad. Ik zie de ondergaande zon. Als ik zin zou hebben en de omgeving nieuw zou zijn geweest, was ik echt enthousiast geworden! Maar nu effe niet. Ik stop ook niet meer voor een foto. Vandaag fiets ik door. Ik ga door het Kotterbos en dan moet ik en nog verder fietsen om 50 kilometer te halen en ik moet nog langer door om 2 uur te halen! Ik fiets om via het Oostvaarderscentrum en achter de wijk langs. De 50 kilometer haal ik binnen 2 uur zonder moeite en uiteindelijk fiets ik 53 kilometer in ruim 2 uur. Gedaan. Getraind.

Donderdag 12 augustus. Zwemmen in het Henschotermeer ?

We gaan lekker samen buiten zwemmen, Vincent en ik. Om een extra provincie te scoren voor Trispiration en omdat het een hartstikke leuke plek is, gaan we naar het Henschotermeer. Ik weet nog dat ik daar supertrots was op mijn eerste rondje! Nu ga ik een paar rondjes doen. Vincent moet zwemmen aan rennen koppelen. In een trisuit natuurlijk. Het Henschotermeer is niet diep, dus niet koud. Nou! Voor het eerst ever-ever vind IK het koud. Vincent niet, maar ik! Ik vind het water koel en moet er echt even doorheen komen. Zou dat vermoeidheid zijn? De bovenbeenspieren voel ik nog steeds, dus ik neem een achtje mee.

We gaan zwemmen. Vincent loopt meer dan dat hij zwemt. Ik doe kalm aan. Heb de tijd. Navigeren is hier mijn ding niet. Het zicht is ook niet zo best. Onder het brugje door en dan maant Vincent me opzij waar het dieper is. We zwemmen zonder boei en dat kan prima, maar onze spullen liggen nu onbeheerd. We zwemmen een stukje verder en dan onder de andere brug door. Even verderop is het zo ondiep dat je niet meer kunt zwemmen. En ik kwam er al slecht in! Van Vincent moet ik om de tassen heen lopen als we rond zijn. De kilometertijd is niet om over naar huis te schrijven. Gelukkig mag ik een uur zwemmen! Ik leg het achtje weg en ga alleen nog een rondje zwemmen, terwijl Vincent zal hardlopen. Zonder achtje vind ik tegenwoordig fijner zwemmen. Ik herhaal: liever zonder dan met achtje.

Ik ga gestaag door. Echt moe word ik er niet van, maar echt snel ga ik dan ook niet. Ik ga nu tegen de richting in. Loop over het ondiepe stukje (ritme weg) en onder de brug door kan ik weer zwemmen. De ondergaande zon is erg mooi. Ik zwem lekker en kom in een soort van ritme, al is het geen wedstrijdtempo. Gewoon slagen maken. En bedenken hoe leuk het is dat ik hier nu met minder moeite 2 rondjes zwem. Het volgende brugje is wat verder voor mijn gevoel en na de brug is het een beetje minder lekker. Ik voel vermoeidheid. Niet speciaal in mijn armen of benen of dat ik trek heb, maar algemeen wat moe. Ik doe wat vaker schoolslag. Dan de hoek om en in de verte speelt Vincent. Ik haal 2000m.

Nog een rondje gaat het zeker niet worden, maar ik wil van de brug gebruik maken om mijn zwemslag te zien. Vincent kan dat een keer filmen. Dus ik ga nog even verder. Was die brug ook zo ver weg?! Ik ga 1 op 3 ademen. Daardoor verandert de hele zwemdynamiek. Ik weet niet of dat ten goede is, maar het bevalt me wel. Vincent maakt plaatjes van de zwemmer bij ondergaande zon. Onder de brug door en dan ga ik weer terug. Dat is echt harken inmiddels.

De tassen lijken nog veel verder weg dan de brug was. Alle zin is ook verdwenen. Uiteindelijk kom ik een soort van zwemmend-wandelen na 2600m weer terug waar ik begon een dik uur eerder. Het is stil geworden en de zon gaat prachtig onder. Een vakantieplaatje!

Vrijdag 13 augustus. ? De Grote Trap op, Rondje Wold en de Grote Trap weer af. ? ?

De kat heeft verkeerd gelegen, of ik, of allebei; maar de spierpijn is aan de linkerkant toegenomen! Mijn knie doet ook pijn. En ik ga weer fietsen. Manuel gaat met me mee. Dan mag hij niet zo hard. Ik mag ook niet hard namelijk. Na 2 kilometer verzucht Manuel al dat hij alleen nooit gegaan was als hij wist dat het zo hard waaide. We gaan door het Kotterbos en dan de Grote Trap op. Of af. Maar eerst ‘op’ denk ik. Of over? ?‍♀️ We kletsen wat en trappen gewoon maar. Ik probeer op de cadans te letten maar dat helpt niet. Ik let wel goed op de voeding. Ik drink uit de bidon. Veelvuldig. Er zijn weinig andere fietsers. Dat zal door die wind komen. Volgens mij heb ik altijd wind! Aan het einde van de Grote Trap gaan we richting het Horsterwold. Over een fietspad wat voor mij nieuw is, al weet ik wel waar het uitkomt. Ik ben bijna teveel bezig met drinken op de afslag. De brug over en dan gaan we het Horsterwold in. Ik wil linksom de ronde maken. Precies hoe weet ik niet. Bos, bochten en een iets lager tempo. Ik denk dat we de 50 kilometer binnen 2 uur wel zullen halen. Ik eet een halve reep op! Ik herhaal: ik eet een reep! Jaja, het wordt nog ooit wat met dat eten onderweg. De route is een beetje gokken, maar dat vind ik net erg. Het komt vast wel goed. De zon is gaan schijnen intussen en het is -op de wind na ja- lekker weer. We komen op de Flehite weg en de Winkelweg en dan rijden we naar de stoplichten toe. Dat bevalt me wel: weinig bochten en brede weg. Volkomen duidelijk! We gaan de Grote Trap weer af. Als we daarstraks op zijn gegaan tenminste. Nu met wind tegen. Of eigenlijk van opzij. Officieel. Duidelijk merkbaar. Zelfs voor mij! Ik vind het afzien. Dat het opzij is. Van voor kan ik tegen vechten, maar de zijkant maakt het allemaal instabiel op die lichte fiets. Treetje voor treetje gaan we die Grote Trap af. Ik heb altijd gezegd dat omhoog zwaar is, maar afdalen nog veel moeilijker! Aan het einde van de Grote Trap gaan we naar links. Dan hebben we een soort rondje aan beide kanten. Recht tegen de wind in vind ik niet zo erg. Dat is kop omlaag, liggen en en hard trappen, dan ben je sneller klaar. Kop over kop. Nog 1 fietspad onder de a6 door met zijwind en weer redden we 50 kilometer binnen 2 uur. We moeten nog naar huis en rijden weer langs het Schanullekesluisje. Ik fiets keurig ruim 2 uur met een gemiddelde van 25 kilometer per uur. Nu moeten al die andere mij toch eens uitleggen hoe zij zo gruwelijk hard fietsen op dezelfde ochtend. Manuel fietst normaal ook sneller, maar nu krijgt de wind de schuld. Mijn trage tempo geeft me zo weinig vertrouwen voor de wedstrijd. Dan ligt het tempo wel hoger gelukkig. Ik doe ook nog een rondje krachttraining, maar vandaag ben ik erg moe van alles. Gewoon moe. En mijn linkerbeen is ook nog steeds moe.

Zaterdag 14 augustus “Relext” zwemmen

Samen met RW ga ik zwemmen in het open water. Dit is onze laatste kans voor we eind van deze maand aan de Rijntocht beginnen. Ik zie er een beetje tegenop, want ik weet dat rust ook belangrijk is. Maar ik moet van de trainer heel “relext” zoals hij het schrijft.

RW is toch sneller. Om 2 uur hijsen we ons in wetsuits en dan gaan we van boei naar boei. Zo zonder druk en moeite zwem ik echt heerlijk. RW heeft last van vaseline op het brilletje. Dat krijg je er nauwelijks af. Bij de boeien wachten we op elkaar. Van rode boei naar een andere rode boei en dan onder de brug door naar de volgende boei. Ik ga gewoon echt kalm. RW zwemt de grotere bogen. We gaan om het eiland heen. Er zijn veel golven. Ik kan er wel tegen, maar het tempo is ook navenant. Er zijn ook veel plantjes. We horen en zien de kermis. Het is redelijk druk met bootjes, terwijl het op het strand juist heel rustig was. Na het eiland krijgen we wind en golven mee. Echt harder gaat het niet, maar soepeler wel. Er is ook meer herrie van de kermis te horen. We blijven redelijk bij elkaar elke keer. Weer terug van boei naar boei, onder de brug door en naar de andere boei. RW zwemt meer dan ik, maar behalve dat ze ook wat meer omzwemt, is haar horloge ook minder rechtlijnig. Ik zwem 2250m bij elkaar in een krap uurtje en ik ben er tevreden mee. Dat was heel erg relaxed!

15 augustus Duin Triatlon OD ?‍♀️ ?‍♀️ ?‍♀️

Er lag geen enkele druk op (behalve misschien een trainer die ‘verras me’ had gezegd in een onbewaakt ogenblik), maar toch sliep ik niet zo best. Ik wilde me niet vastleggen op een tijd of wat ik na anderhalf vrijwel wedstrijdloos jaar in de koker heb zitten. Ik heb een nieuwe fiets (een snellere?), een andere wetsuit (kan die ook snel uit?), veel getraind (is het niet te krap op de Trail des Fantomes?), toch weer een jaartje ouder (vergeet je dan meer met wisselen?!) en ik heb een paar kilo over. Dat alles bij elkaar maakt me toch onrustig. En dan is om 7 uur opstaan voor mij wat vroeg. Alle spullen lagen al klaar en ook Vincent is klaar voor zijn debuut op de sprintafstand. Met moeite werk ik de verplichte 3 witte bollen met appelstroop weg. Insmeren, TVA-trisuit aan, nog een keer naar de WC en dan rijden we naar Duin. We parkeren de auto en het is een stukje lopen over het graspad. Rob zit met zijn teen. Die heeft een paar weken geen schoen van binnen gezien, die teen en die gekneusde teen vind veel lopen geen goed plan. Anno 2021 moet je eerst door de Corona-check heen. Vincent heeft er een t-shirt bij, dat hebben we lang geleden schijnbaar besteld! Tja, je schrijft je in voor een wedstrijd ergens in december 2020 en dan is het maar de vraag of het uitkomt als de wedstrijd eenmaal plaatsvindt… Snel stickers plakken en dan naar de wisselzone. Erg veel tijd heb ik niet, maar ik weet nog hoe het moet. Gel naar binnen, water er achteraan en dan de bidon op de fiets ; sokken liggen klaar en dan het wetsuit aan. Het valt me mee, maar het is even trekken en doen. Ik krijg nog een tip om mijn koordje onder de badmuts te doen. Ik denk dat de meneer die het tipte geen lange haren heeft, want ik heb het geprobeerd, maar mijn haar vond het minder fijn. Ik ben toch wel gespannen. Zoveel mensen in 1 startvak… Gelukkig hoeft ik niks van mezelf en weet ik inmiddels dat het afhangt van de vorm van de dag in welke tijd je gaat finishen. In tussentijd moet ik er maar (zoveel mogelijk) van genieten. Even inzwemmen en ik vind het weer niet warm, maar het water is erg lekker. Een korte briefing en dan hoppa- go! Steentjes voor me onder water. Jakkes. Ik glij uit en donder het water een beetje in.

Plekje zoeken en rustig gaan zwemmen. Dat lukt mij meestal prima. Van gele bol naar gele bol. Geen haast, maar kalmte voel ik in het water. Het zal me wat! Ik let op de insteek, haal moeiteloos 1 op 4 adem en doe mijn ding. Zo simpel is het. Ik geniet van het water en dat ik kan zwemmen. Geen paniek, geen gedoe, geen stress. Dat is winstpunt 1 van de dag. Gele bol, die meneer zwemt schoolslag, volgende gele bol. Ik laat me niet gek maken of ik laatste lig en hou mezelf vooral onder controle.

Rond de grote witte puntige boei. Even een stukje meer aan de buitenkant zwemmen om uit het gedrang te blijven en dan weer terug. Daar word ik misselijk. Dat is totaal nieuw! Geen idee waarvan, maar ik voel me kotserig. De geur van het bootje, de gel, de kleine golfslag? Geen idee, maar ook hierdoor laat ik me niet uit evenwicht halen. Ik zwem hier en met de Frysman vergeleken is dit een makkie. Ik zwem zo lang mogelijk door.

Over het zand lopen en naar Vincent zwaaien en dan snel weer gaan zwemmen om die stenen te ontwijken. Haal ik zwemmend 3 lopers in die met stenen proberen te dealen! De misselijkheid wijkt niet, maar wordt ook niet erger. Gele boei, weer die schoolzwemmer en nog meer zwemmers. Ik ben niet de laatste. Rust bewaren en denken aan de lage insteek. Het wetsuit zit prima. Ik keek net even en ik heb het eerste stuk in dik 15 minuten gezwommen. Wat zou een klein half uurtje mooi zijn! Maar het mooiste is, dat ik hier lig te genieten van de plantjes en van de rust die het zwemmen zonder druk met zich meebrengt. Ik ben al snel weer bij de grote boei en neem nu de korte route. Dan kom ik even lastig uit als we tegen de wind in gaan, die wat aangetrokken is. De golven zijn iets hoger. De schoolslagzwemmer zit me in de weg, maar ik wijk wat uit.

Na een dikke kilometer zal ik dadelijk blij zijn als het eerste deel er op zit. Het gaat iets minder hard. Jammer dat ik me niet zo lekker voel. Op het laatst bereid ik het uitkleden vast voor. Ik zie dat ik iets van 32/33 minuten heb gezwommen. Mooi. Het pak gaat in het lopen al uit – dat gaat goed.

Rob staat netjes bij mijn fiets. Pak uit en sokken aan. Liever nu dan straks voor het lopen. Ook hier in de wissel brengt niks me van mijn stuk. Alleen dat ik me nog steeds misselijk voel en niet wil eten of drinken. Fietscomputer op de fiets klikken (die zat in de schoen) en omdraaien en aanzetten in 1 moeite door en dan het hele eind de wisselzone uit lopen met de fiets. Horloge omzetten, opstappen na de gele lijn en gaan fietsen.

Eerst wind mee. Na de chicane ga ik lekker liggen en gaat het tempo omhoog. Ik heb geen idee wie in welk rondje zit. Ik kijk mensen en fietsen. Wat leuk dat ik hier weer ‘s op de weg fiets. Ik moet er van lachen. Het is zo lang geleden en ook nog zo bekend!

In het keerpunt na 5 kilometer staan mensen langs de kant en ik hoor ze zeggen: ‘kijk eens wat een mooie fiets”. Ik roep dankjewel en ga lachend het stuk terug tegen de wind in beginnen. Tempo iets omlaag en nog meer mensen kijken. Elke keer als ik ZGvG zie moet ik grijnzen. Ik dwing mezelf te drinken. Niet omdat ik me beter voel, maar het moet voor straks. Ik blijf goed kijken naar al die mensen. Ik word veel ingehaald, maar ik doe echt mijn eigen race. En als ik alles rond of boven de 30 kan houden, is dat voor mij uitstekend. De eerste 10 kilometer gaan netjes binnen 20 minuten. Met 2 keerpunten. Ik zie Rob niet, maar die zal met Vincent bezig zijn. Goed hoor, ik moet het toch zelf doen. En weer lekker wind mee pakken! Ik zit blij op de fiets, maar ik ga niet over de kop fietsen. Dat hoeft en mag niet. Als dit het is vandaag, is dit het.

Ik dwing me weer tot drinken. Op het gewone fietspad lopen meiden hard in topjes. Die zijn er voor de heren, wat krijgen wij dames? Ik peddel door en bij het tweede keerpunt word ik aangemoedigd door RH en MH. Eigenlijk moet ik hem eens vragen de fiets af te stellen. Tegen de wind in gaat nu niet meer zo soepel. Drinken! Ik doe mijn best, maar nog niet op de helft en er is even niet zoveel om naar uit te kijken. Bij het vierde keerpunt alweer ontwaar ik ook een knappe jongen voor de vrouwen, dus ik moest hier straks maar weer snel terugkomen voor ie weg is! Ik moet zo om mezelf lachen, maar het helpt me wel aan wat motivatie! En straks start Vincent hier. Ronde 3 pak ik weer op. De misselijkheid daalt ook en ik drink flink. Of ik de bidon leeg krijg weet ik niet, maar het is fijn dat ik me beter voel. Ik trek het tempo wat omhoog en het wordt al iets rustiger op het parkoers. Altijd fijn. Tegen de wind in hou ik me er aan vast, dat ik voor Vincent terug moet en dat is een goede motivatie.

Haal ik het onderste uit het kannetje? Nee, dat niet. Maar vind ik het leuk zo? Jazeker! En wat is het belangrijkste nou echt? Na de chicane zie ik een geel truitje op een rode fiets op me af komen. Het is mijn jochie van 1 meter 70. Hij rijdt vooraan! Mijn topper op kop in een race. Ik mis de knappe jongen, maar nu ben ik extra gemotiveerd door mijn eigen jongen. Rob roept me ook nog na dat hij eerste was bij het zwemmen. Mijn kerel! Ik zet nodeloos de achtervolging in en barst bijna van trots. Mijn tempo blijft daardoor lekker op peil. Ik drink nog meer, maar de bidon is niet leeg. Het is flink zonnig en de wind trekt echt aan. Nog 1 stuk terug en ik heb mijn motivatie gevonden en rij net zo hard tegen de wind in als met wind mee. Nu wil ik het fietsgedeelte graag binnen 1 uur en een kwartier afronden. Dat moet zo’n beetje lukken. Nog steeds niet als laatste.

Ik zie Vincent nog een keer als hij zijn tweede ronde in gaat en hij steekt ook zijn vuist omhoog.

Ik stap netjes van de fiets af en begin de hele lange weg terug door de drukke wisselstraat. Echt een end. Fiets weghangen, helm af, gel pakken en de schoenen zijn al aan. Ik heb geen 40km volgefietst. Wel binnen die 75 minuten. In de wisselzone zet ik het lopen vast aan, want ik wil 10 kilometer lopen voor de Garmin badge. Ik vrees dat niet te halen. Op het aanloopstuk neem ik een gel. Het zal moeten. Ik prop de plakkerige troep in het trisuit. MB fotografeert me. Mijn lievelingssupporter. Al is ze hier voor haar eigen kind.

Ik hoor mijn naam ook vanaf het dijkje van MBB, die coacht voor een ander team. Ik begin te denken dat ik de hele OD triatlon binnen 3 uur moet afronden, maar het lopen zal zwaar worden. Veel zon, midden op de dag en ik voel mijn benen. Al binnen een kilometer weet ik: dit wordt aftellen en niet stoppen met lopen tot je er bent! Heel veel zon, weinig schaduw en het is druk en onrustig. Dat ben ik niet meer gewend! Het rondje is klein. Omhoog en daar in de felle zon is de post. Ik drink al rennend 2 slokken en gooi de rest over me heen. Het is warm. Heet. Dan omlaag en daar komt de misselijkheid een beetje terug. In de wijk moeten we omhoog. Niks vergeleken bij vorige week, maar toen was er schaduw. Dan een klein stukje onverhard en dan staan ze te zeggen dat we de moeten uitkijken bij het afdalen. Haha! Waar is het touw? Een makkie voor me. En daarna het gras ook.

Het hete asfalt vind ik moeilijker. Keerpunt. En dit dan vier keer! De moed zakt me in de schoenen, maar ik ren door. De kilometertijden vallen niet tegen. Schommelen tussen 5:30 en 5:40. Ik wil het onder de 6:00 houden, maar moet zien of dat lukt. Ineens hoor ik: “Ride on, mama” Dat is wat Vincent en ik hadden afgesproken als hij me inhaalt! En daar gaat hij, in een hoog tempo. Waarschijnlijk nog steeds op kop. Ik ren verder. Zon, omhoog, water over me heen, omlaag, misselijk, zon, omhoog is al iets minder soepel, maar ik wil het tempo vasthouden. Zand, omlaag. Ik merk dat mijn spieren nog moe zijn van vorige week. Ik voel ook mijn knieën bij het afdalen. Mijn benen hebben meer moeite met lopen. Het gaat. Maar niet vanzelf. Mijn hoofd is gelukkig weer sterker en dwingt tot doorlopen. Keerpunt. En dan zie ik Vincent die tegen me roept: podium gaat me lukken! Ik denk: je ligt eerste man! Ik zit op 5km en ben blij dat ik op de helft ben. Makkelijk binnen een half uur, maar helemaal noteren in welke tijd doe ik niet. Naast de hitte komt nu de vermoeidheid opzetten. Foute boel. Nu moet ik echt winnen van mijn hoofd en van mijn benen. Die vermoeidheid duidt op een echt voedingsgebrek. Dan is het net of ik zo zou kunnen gaan liggen en slapen. Omhoog naar de post. Het water is op! Nee! De misselijkheid neemt toe. Als ik moet kotsen, doe ik dat en loop ik door, beslis ik. Ik loop het nu uit ook. Ik zie weinig bekenden langs de kant. Er staat een meneer die bij zijn vrouw op de fiets ook meldt erg misselijk te zijn. Ik ben blij dat ik niet de enige ben, maar ik loop door en wil me niet laten kennen. Niet stoppen en niet wandelen. Een mantra door de vermoeidheid, pijn en het afzien heen. Zand, omlaag en vooral niet stoppen! Nog 1 rondje. Nog 1…. 7 Kilometer. Mijn tijd gaat iets achteruit, maar nog niet boven de 6 minuten. Nog 3 kilometer dus, reken ik met moeite uit. Keren. Terug. Zon. Dikke zon. Iets meer rust. Stukje schaduw, heel even. Omhoog. Ik vraag en krijg 2 bekertjes water. Over me heen. Koelen is belangrijker dan drinken. Toch te laat. Ik zie de juf van Vincent uit groep 3 en vertel haar dat die kleine knul de rookierace heeft gewonnen. Ik kan nog wel praten, maar lopen voelt oncomfortabel. Omhoog. Dan maar iets rustiger, maar niet stoppen en dadelijk mag je naar beneden! Het zand ligt in de schaduw. De laatste keer omlaag. Rust voor me op het gras. Ik denk dat ik een betere trail loper ben dan triatleet. Misschien moet ik alleen dat gaan doen, trailen. Ik moet iets bedenken wat ik dadelijk wil eten, maar ik weet niks. Ik voel me niet lekker genoeg om aan eten te denken. Nog een klein stukje, ik hoeft niet meer te keren. Er komen me nog mensen tegemoet met een 100-nummer uit mijn serie! Die moeten nog een ronde langer. Niet stoppen met lopen. De dijk over is bloedheet. Ik vraag mensen hoe laat het is, omdat ik wil weten of het binnen 3 uur haal. Het is ‘pas’ 10 over 12. Gestart om half tien. Makkelijk binnen 3 uur, misschien wel binnen 2 uur en 3 kwartier. Ik ga inderdaad de tien kilometer niet volmaken. Jammer, maar ik zal zo blij zijn dat ik er ben, dat wat korter me niet uitmaakt en zelfs wel welkom is! Daar staan opeens mijn lievelingssupporter en mijn trailheld! Ik lach, ondanks dat ik het gewoon wel zwaar heb. Ik kan zelfs mijn duimen opsteken.

Vincent is eerste, zeggen ze, maar dat wist ik al. Ik zie de finish liggen en juich omdat ik zo blij ben dat ik er ben!

Als ik gefinisht ben zie ik eerst een uberblije Vincent en dan drink ik water. Ik draai me om en zie dat ik er iets van 2 uur en 44 minuten over heb gedaan. Mooi zo.

Ik zet mijn horloge niet uit, want ik moet die 10 kilometer nog volmaken. Dat is nog dik 700 meter die ‘k er straks bij zal moeten lopen. Blij zijn voor Vincent. Trots zijn op Vincent. De volgende binnenjuichen en winegums en spekjes eten. Blijkbaar had ik daar behoefte aan.

Ik vergeet mezelf een beetje. Ben ik blij? Ja, ik ben blij dat het gelukt is. Ben ik trots? Ja, op Vincent, niet op mij. Ben ik kapot? Nee, gek genoeg is dat snel over. Net als de misselijkheid gelukkig. Er ligt wel iemand op de brancard aan een infuus. Misschien wel die man van daarstraks. Ik spreek Vincents juf, klets en we moeten wachten op de prijsuitreiking. We halen de fietsen. Het is druk en onrustig, maar het overweldigt me niet meer. Ik ben wat afgesloten. Door alle commotie met Vincent, vergeet ik mezelf (ook) een beetje. Het is net alsof het gewoon is dat ik zomaar een kwart triatlon doe.

In de wachttijd dribbel ik de dijk langs voor de tien kilometer en dat gaat uitstekend. Ik ben meer gemaakt voor rust en mijn eigen ding dan voor een wedstrijd en prestaties. “Ga je naar huis lopen?”, vraagt MB en dat zou me lukken! Maar ik wil kletsen en wandel direct na de 10km terug. Weinig verrassende winnaars. Ik weet niet zo goed waar ik sta. Dit was het gewoon. Na de 30km trailen vorige week. Ik ben niet tot het gaatje gegaan.

Vincent staat niet op het podium. In de tweede heat van de sprinttriatlon, dus niet in de rookie-race, waren er 3 jongens onder de 23 jaar sneller. Dan legt mijn 15 jarige het af tegen iemand van 20 of 22 jaar. Hij was erg teleurgesteld. Wel gewonnen, maar geen beker. Dat snap ik wel, maar het maakt mij en Rob niet minder trots.

Uiteindelijk ben ik op mijn afstand in mijn categorie vijfde geworden. Net als Vincent in zijn categorie. We hebben vooral veel honger en we zijn door de zon (in verschillende gradaties) verkleurd! Of ik te moe ben, of te slecht gevoed heb weet ik niet, maar ik hoeft niet van de daken te schreeuwen wat ik allemaal gepresteerd heb. Mijn grootste prestatie is eigenlijk dat ik mijn kind inspireer tot grote sportdaden! Ik hoeft alleen maar het goede voorbeeld te geven. En dat heb ik gedaan vandaag.

16 augustus Uitfietsen met een theestop ☕️

Rustig een uurtje fietsen- dat kan ik! Moeiteloos! Ik voel me verder prima, geen spierpijn of ergens pijntjes. Wel wat vermoeid, maar dat is logisch. Ik ga in de avond iets naar SG brengen en dat kan prima op de fiets! Het waait hard, maar het is droog. Ik ga de stad door met wind tegen. Eigenlijk gaat het fietsen prima! Ik mis een afslagje en rij een stukje om. Na 35min ben ik in de Noorderplassen en drink ik thee bij SG. We kletsen. Tegenwoordig gaat de zo alweer vroeg onder! Ik krijg een SMSJe van Rob dat ik nog 25 minuten heb en dan spring ik op. Volgens SG kan ik best via de dijk terug, maar ik vind de wind van opzij wat akelig. Een uitdaging die ik niet uit de weg ga zal ik maar denken. 10 Minuutjes later fiets ik op de dijk. De zon gaat al onder en is prachtig.

De wind komt van links achter, dus ik kan lekker tempo maken en liggen op de fiets. Kan ik ook eens een keer hard! Als ik de afslag naar huis neem heb ik helemaal wind mee en ik vlieg langs de plassen. Dat moet ook wel, want de zonnebril is al af omdat het anders echt te donker is. Ik ben net na zonsondergang thuis en het uurtje uitfietsen kan worden afgevinkt.

Dinsdag 17 augustus. Een lunchloopje met Manuel ?‍♀️ ?‍♂️

Gek genoeg ben ik vandaag vermoeider dan gisteren! Mijn linkerknie trekt een beetje en ik ben onrustig. Ik ga aan het werk en tussen de middag ga ik hardlopen met Manuel. Ik hoeft, mag, wil en ga niet zo hard. Gewoon een soort veredeld uitlopen. Vincent gaat ergens in de buurt suppen en daar wil ik langs lopen. Achter de wijken langs. Het gaat netjes in een tempootje van 6:30, maar al snel lopen we toch weer iets harder. Mijn hartslag blijft onder de 150. Maar niet onder de 140. We lopen te kletsen. Ik kan prima lopen, mijn benen doen het gewoon. Manuel gaat zo nu en dan een stuk op zijn eigen snellere tempo. Ik hobbel gewoon door.

We lopen langs de Vaart en dan vallen er een paar druppels. Het is verfrissend. Ik zie Vincent in de verte in de kano. Ik ga gewoon netjes de drie kwartier volmaken en ik vind het wat zwaarder worden. Over het algemeen. Geen pijntjes verder, maar gewoon wat zwaarder lopen. Als Manuel nog een keer versnelt, vertraag ik juist wat, maar de hartslag gaat niet echt omlaag. Ik loop maar door en door. Uiteindelijk loop ik de 8 kilometer vol. Natuurlijk lukt dat! Er vallen steeds meer druppels. We hebben de regen aangezet denk ik.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-23 Twee maal Trail des Fantomes en wat andere trainingen…

Maandag 2 augustus Uitfietsen van het werken

Weer een dag werken. Dat kost iets meer energie als vakantie houden. ’s Avonds gaat Vincent naar de fietstraining.

Ik fiets met hem mee naar het Fanny Blankers Koen park en daarna fiets ik door. Mijn benen vinden het maar niks. Die herrinneren mij er aan dat ze gister nog iets van 70 kilometer dienst hebben gedaan. Van alle kanten. Ik neem het ommetje langs het Boat House. Dan rijden we verder richting het huis van SG om iets bij haar af te geven. Ik moet nog denken wat ik daarna eens zal doen… Uhm… Als ik eens het rondje van de NoorderplassenWestTriatlon zal doen… Dat is 12 kilometer. Ik moet ook nog een stuk op hogere hartslag fietsen, dat lijkt mij een mooie uitdaging. Over de 12 kilometer naar de start van het rondje doe ik dik 31 minuten. Ik wil de volgende 12 kilometer sneller doen! Het voelt toch anders zonder wedstrijddruk. Ik ga wel hard, maar niet echt superhard. Ik fiets wel door, maar er is niemand om op te jagen zeg maar.

De rotonde vind ik vooral grappig. Ik zet wel door en binnen een uur heb ik 25 kilometer gefietst. Daar ben ik dan weer tevreden over. Ik ga terug via de dijk.

Het tempo en de hartslag gaan weer lekker omlaag. Op de dijk leggen mijn benen zich neer bij het eindeloze trappen. Ik geniet van de omgeving. Langzaam tel ik uit dat ik te veel tijd heb voor de route. Ik ga wel door tot bij de gevangenis en dan via het industrieterrein. Dan doe ik vanaf het moment dat ik de dijk af rij, versnel ik weer. Dat is op het industrieterrein even gedoe en dan zijn mijn benen er echt klaar mee. Ik ga langs de Vaart aan het fietsen en bedenk waar ik de brug over kan om terug te rijden. Ik zet nog even aan, want ik raak nu toch uit mijn tijd. Op het laatste moment besluit ik de brug niet over te gaan en door de wijk terug te rijden. Ik hoop toch dat ik de 50 kilometer haal vandaag. Eigenlijk vond ik 45 genoeg, maar de 50 moet lukken. Net niet binnen 2 uur denk ik, maar toch… Vincent is al klaar met zijn tochtje en we fietsen een klein stukje om door de wijk. Netjes 50 kilometer gehaald! Ik rommel met de trainingen in TrainingPeaks.

Dinsdag 3 augustus. Bij elk bankje ? 5 squats – een melige misrekening!

Voor de Bingokaart van Trispiration moet ik bij elk bankje 5 squats doen. Ik heb dat in Drenthe al geprobeerd, maar toen bleef ik steken op 1 bankje. Dat vind ik niet tellen. Ik ga nu langs de Oostvaardersplassen, daar staan zeker 3 bankjes. Op het schema staat ook krachttraining, die pik ik wel gelijk mee. Ik loop langs de Laan der VOC door naar de Evenaar. Dan kom ik bij de tennisbanen. Daar staan -UCH- 4 bankjes!

Ik maak bij elk bankje een foto. Gedoe dus: horloge uit-foto-5 squats-horloge aan-100m lopen-horloge uit- foto- 5 squats. En dan blijken er op de Evenaar wel HEEL ERG veel bankjes te staan! Ik ga de berg in elk geval overslaan. Straks langs de plassen zijn het er maar een paar. Dacht ik. FOUT. Niks 3 bankjes, maar zeker een stuk of 8!

2 Bij elkaar, een losse stoel, weer een bankje, nóg een bankje en langs het water weer een bankje! Ik heb me werkelijk nooit gerealiseerd hoeveel bankjes hier staan. En elke keer datzelfde riedeltje met foto en squats en horloge. Intussen moet ik naar zone 3. Voor een kwartier. Daar val ik dus elke keer uit en dan moet ik weer opstarten en snel naar zone 3 gaan, voor ik bij het volgende bankje ben. Dat is een supergoede oefening voor me! De squats doen me niet zoveel. Die doe ik lachend. Tot ik bij het Oostvaarderscentrum kom. Daar staan wel 40 bankjes!

Ik kijk maar 1 kant op en daar staan er 3. 15 Squats. Lijkt me een aardige deal. En weer verder. Nog een bankje. Telefoon weer opgeborgen en daar is het volgende bankje alweer. Ik word er echt melig van. Gelukkig komt er dadelijk een stuk zonder bankjes! Hoezeer je je daarop kunt verheugen… Kan ik eindelijk even doorlopen. En ondertussen appen dat de Picnic boodschappen vroeger komen dan verwacht en dat ik dat niet zal halen. Ik loop gewoon door. Intussen terug in zone 1. Het tempo is wat verlaagd. Ik geniet wel van een heel stuk zonder ook maar één bankje! Ik denk dat ik stop bij de volgende kilometer. Maar het bankjesloos en dus stop-loos lopen is wel vol te houden. Tot ik de wijk in ga. Bankje. Hoezo staat hier ook een bankje?

Wat zeg ik – VIJF bankjes! Ik doe 25 squats. Vijf-en-Twintig. Op de brug zit 1 bankje. Ik besluit het park door te gaan. Hoe dom kun je zijn… Maar goed, daar is het dus 1 groot bankjesfeest. Verborgen achter struiken, bij de speelplekken, voor de speelplekken, tussen de speelplekken.

Het begint te regenen, maar dat vind ik niet erg. Ik ben blij dat ik elke keer een foto heb gemaakt, want de tel ben ik al lang kwijt! Ik loop de 7 kilometer vol. Als ik de foto’s natel en de bankjes schrik ik bijna: 33 bankjes! Drieendertig stuks! Op 7 kilometer! Dus 165 squats. De krachttraining streep ik onmiddellijk af. Ik heb er lol van gehad, dat zeer zeker.

4 augustus. Zwemmen op de Spiegelplas. ?‍♀️ ?‍♀️ ?‍♂️

EzN, iemand die ik ken van een hardloopgroep van heel lang geleden, doet mee aan een soort triatlon uitdaging waarin ze elke week een onderdeel doet. 42 Kilometer lopen was geen probleem voor haar, maar 180 kilometer fietsen in een week was best een ding. Ze hoeft maar 1800m te zwemmen en ik stelde voor dat ik met haar mee zou gaan. Dat nam ze gretig aan en ik werd anthousiast van haar locatie in Nederhorst ten Berg: de Spiegelplas. Daar lag heel vroeger onze zeilboot! Toen ik nog bang was van water. Ja, wat zal zwemmen daar gaaf zijn. Vincent gaat mee. EN zwemt niet zo snel. Zij gaat in bikini, ik in trisuit met mouwtjes en Vincent in wetsuit. Ik neem mijn achtje mee.

EN zwemt in wat zij een borstcrawl noemt, maar ze doet haar hoofd niet onder water. Ik pees om het vlondertje heen en ik zwem heerlijk. Ik denk alleen maar: ik zwem in de spiegelplas, ik zwem in de spiegelplas. Net Dory. EN zwemt echt lekker rustig! Om haar houding iets te verbeteren, krijgt ze mijn achtje. Met je hoofd boven water, zinken haar voeten enorm. Vincent heeft alle tijd om met haar te kletsen. Kletsen op het water! Wel heb je ooit… We gaan naar de boei. Soms gaat Vincent er even vandoor en daarna stuif ik naar de boei. En terug. Zonder achtje dus! Ik zwem echt lekker- niet normaal. Ik haal ze weer op. Zij kwebbelen vrolijk verder op het water. Mijn horloge is compleet van slag (letterlijk en figuurlijk), want ik zwem mega-afstanden in toptijden. Ik zwem met EN mee terug, terwijl Vincent het alweer koud heeft en zelf terug zal zwemmen. Best even akelig om je kind zo alleen op het water te zien. Door het rustige tempo heb ik alle tijd om te genieten van de kleuren van de lucht en de kerktoren in de verte. Het is echt supermooi.

Ik doe een soort combi schoolslag en borstcrawl een paar slagen en ik zwem om EN heen. Dan wil ik ook nog naar de andere boei. De gele. Ik laat EN gaan en denk even op en neer te stuiven. Het ging eerder ook al hartstikke goed. Op deze boei staat het nummer 6. Het blijkt iets verder te zijn als ik dacht. Als ik terug moet zwemmen, zet ik fiks aan. Zonder hulpmiddelen! Ik ga echt heel erg goed, maar wat moet ik mijn best doen om tegelijk met EN weer aan de kant te komen! Mijn horloge vindt dit juist de langzaamste 500m; het rare ding.

Ik heb dik 2700m gezwommen, bijna het dubbele van de rest! De zon gaat onder in mooi rood. We kletsen nog even na. Ik vond het echt geweldig.

Donderdag 5 augustus. Zwemmen in de Reigersplas ?‍♀️ ?‍♀️

Nog een dag werken. Ik merk dat dat best energie kost. En me druk maken over de Trail de Fantomes. En over Rob zijn gekeusde teen. Ondertussen vind mijn lijf het weer eens tijd voor de menstruatie, wat deze keer weer vervroegd is! Ik kan nog net bij de pedicure terecht voor een steunnagel. En dan kan ik om 7 uur weer gaan zwemmen. Weer! Met DdR deze keer. We liepen ooit samen ‘haar’ halve marathon in Linschoten en toen zag ik water en ik zei haar hoe geweldig buiten zwemmen was. Ze begreep er niks van. Nu is ze zelf getransformeerd tot triatlete en doet ze niets liever dan buiten zwemmen. We gaan saampjes naar de Reigerplas. Daar heb ik omheen gefietst en langs gerend, maar erin zwemmen… dit is de primeur!

We gaan een vierkant proberen te maken. Het is fijn dat we er allebei instaan als: dit is een training, snel hoeft niet, stoppen mag, wachten op elkaar moet en genieten is niet moeilijk. Naar het bootje eerst. We hebben een vierkant in ons hoofd. Bij het bootje spreken we het volgende bosje af. Ik zwem alles met achtje vandaag. Lekker makkelijk maken! Dan zwemmen we naar de paal, maar door de zon wijken we iets af. Daarna terug naar het beginpunt. Op elke ‘hoek’ wacht DdR op me. Ze zwemt iets harder.

Het water is heerlijk. De stilte is geweldig. De kleuren zijn fantastisch. We hebben de tijd en na het ‘vierkant’ wil ik eigenlijk ook nog naar het brugje. Horloge uit, horloge weer aan en door voor de volgende uitdaging!

Halverwege wacht ze me weer op. Dan lig je zomaar opeens, midden op de plas, met niemand in de wijde omgeving, een praatje te maken! We gaan verder naar de brug. Zo nu en dan verrek ik van de kramp in mijn buik, maar ik trek me er niks van aan. Het pakje is rood en de eerste dag is niet zo erg. Bij het brugje stikt het van de plantjes. Die vind ik wel grappig, maar dit zijn er veel en ze lijken vies. Onder de brug door. Eigenlijk wil ik de andere brug ook wel, maar de plantjes weerhouden ons ervan. We gaan weer terug zwemmen. Ik heb er al een kilometer opzitten na de herstart!

Nu tegen de zo’n beetje ondergaande zon in. Ineens heb ik een slag te pakken. Rust, kalmte, ik hoeft niks. Geen haast, geen stress meer in mijn hoofd, geen krampen. Kalme vingers en ik maak me niet druk om de slag. Heerlijk 1 op 4 ademen en slag na slag afmaken. Letterlijk en figuurlijk ‘in the flow’. DdR kijkt zo nu en dan om. Ze hoeft niet op me te wachten, ik zit er zo lekker in! Ik zal nu de 2000m in de tweede ronde ook volmaken ook! Ik zwem nog wat heen en weer en DdR maakt de foto’s. Het is een geweldige meid: we kletsen heerlijk verder bij het omkleden en in de auto naar huis. Ik denk dat wij veel vaker gaan zwemmen! Leuk om op verschillende plekken te gaan. 

6 augustus. Welkom in de Ardennen! ??

Vincent, Joyce en ik reizen naar de Ardennen voor de Trail de Fantomes. ’s Morgens moet ik nog alles inpakken. En ik ben al hyper en onrustig. Het is topsport om binnen 3 uur alles in te pakken en klaar te maken. Joyce rijdt ons door Luik naar de Belgische Ardennen en even voor drieen staan we op de camping bij de stacaravan. Het lijkt helemaal vakantie! We mieteren een hoop spullen een krappe stacaravan in. Maar er is een WC en een koelkast en plek voor veel chips. We spelen een spelletje Yatzee en dan gaan we een stukje wandelen. Naar het dorpje Dochamps. En dan langs de kerken langs de weg. We zien een mooi pad het bos in en ach – why not. Even later staan we bij een oude spoorwegovergang. Leuk! Helemaal begroeid en verlaten.

We lopen erlangs over het pad en dan zoekt Vincent een kleiner pad uit. Joyce en ik volgen liever de spoorlijn, maar gaan een kijkje nemen. Bij een prachtig stroompje en langs een soort verdelde vijver.

We lopen terug naar het spoor en dan gaan we over het spoor lopen. Is toch verlaten. Hartstikke lekker vlak en prachtig.

Maar of het de goede kant op gaat… Het maakt niet uit, we genieten er van. Na een kilometer of 6 zien we een verlaten wagon in een dorpje en volgt de uitleg op de borden. Het is megacool.

Maar de weg terug… dat is nog iets anders! Nog een dikke 3 kilometer stappen. We verlaten de verharde weg niet meer.

Bij de camping aangekomen is het 7 uur en Joyce vergaat bijna van de honger (die heeft de lunch geskipt). We lopen langs de patatkraam en eten friet in de caravan. Het idee was om daarna nog pannekoeken te maken, maar het zit overal zo tussenin dat we kiezen voor broodjes met knakworst. En chips als toetje. Wie zei ook weer dat je vlak voor een loopuitdaging niet te vet moest eten? We hebben enorme lol. Grappige vakantie zo. 

7 augustus De Trail des Fantomes ? 10 kilometer met Vincent

Vorig jaar hoorde Vincent van het avontuur van Joyce en mij in Belgie en dat wilde hij ook! In december leek het best een goed idee: op zaterdag 10 kilometer met Vincent en op zondag met Joyce de 24 kilometer. Maar toen we vandaag in de auto zaten en naar het verkeerde adres reden en het begon te regenen, kreeg ik toch buikpijn van de twijfels. We mochten tussen 10 en 11 uur starten. Dit jaar is het maar een week waarin iedereen mag starten en geen maand en vandaag was de eerste dag. Bij het Landgoed waar het begint dit jaar, was het behoorlijk druk. De regen hield zo’n beetje op. Vincent deed mijn regenjasje aan. We haalden de startnummers op. Joyce maakte nog een foto van ons en toen gingen we. Iets later als ik had gehoopt om even over half 11.

Ik vond het vanmorgen vroeg toen ik moest opstaan. Spanning voelde ik niet. Ik vond het niet slim dat we verkeerd gereden waren, maar toen het regende was het eigenlijk wel goed. Toen we aan kwamen rijden vond ik het wel spannend. Ik had er wel enorm zin in! Ik denk dat de zin meer was dan de spanning.

Vincent

We gingen eerst gewoon een beetje over de weg, langs de parkeerplaats omhoog en verder door het veld ook naar boven. Kwestie van gewoon blijven lopen. Niet veel bijzonders als er even inkomen. De eerste kilometer zat er al snel op, binnen de acht minuten.

Aan het begin vond ik het nog echt leuk en genieten. Helemaal het uitzicht vanaf boven, dat was echt prachtig.

Vincent

Als tijdverdrijf had ik bedacht om te gaan kwartetten met rare dingen: we passeerden wandelaars op de 10 kilometer met honden en gingen dus honden ‘verzamelen’. En auto’s op het parkoers (ja, die waren er dus!). We zaten allebei op 2 binnen 2 kilometer. We gingen het bos in en toen zagen we het water rechts van ons liggen. Dat is het meer van Nisramont! Vincent dacht even: moeten we daar oversteken?! Maar we mochten erlangs.

Over zo’n smal pad langs het water, beetje omhoog, beetje stenen, boomwortels, andere wandelaars en hardlopers die minder tijd nemen om te genieten. Wij hadden de tijd. De zon brak door en dat maakte de Ardennen echt supermooi. Ik dacht nog: snel filmen, dat is dadelijk vast weer weg, die zon!

Ook de tweede kilometer liepen we vrijwel onafgebroken door. Toch had Vincent al snel in de gaten dat er niks, maar dan ook niks in Nederland is waar dit mee te vergelijken valt! En toen begon de klim. Wandelend omhoog. Puffend.

De nachtmerrie begon toen we omhoog moesten lopen. Wandelen! Het was een takke-end naar boven, maar het einde zag je niet. Je zag wel hoeveel mensen er voor je liepen.

Vincent

Een hoop mensen. Sommige sneller en anderen ook wandelend. De zon scheen nog steeds, dus Vincent had niet zoveel aan het regenjasje. We kwamen boven bij de huisjes en staken over deze keer het bos weer in. Ik liep alleen maar te bedenken hoe fantastisch het was dat we hier samen liepen.

Boven ging mama weer sprinten. In het bos stond het hartstikke vol met pijlen. Gek genoeg liepen we eerst een keer over de finish! Dat vond ik wel erg leuk, daar was het gezellig en daar had je dan wedstrijdgevoel, net als in een wissel.

Vincent

Toen kwamen we weer door de start-finish. Een beetje gek om door de finish te lopen, terwijl je daar nog lang niet bent. We liepen de andere kant langs de single tracks op. En toen ineens ging het naar beneden. Als een soort glijbaan zeg maar. Maar dan zonder de baan en met beperkte glijmogelijkheden. Van boompje naar boompje en hopen dat de modder niet gladder is. Dat alles onder de modder komt te zitten, neem je maar voor lief! Daar moet ik altijd even aan wennen: vies worden en smerige handen krijgen. En Vincent ook. Ik moest wel even over wat barrieres heen… Zeg ik tegen Vincent: gewoon gaan en zelf sta/zit ik te twijfelen! We kwamen langs de rivier. Ineens begreep Vincent mijn ellenlange kilometer tijden: van wandelen geen sprake meer. Klimmen en klauteren over de stenen heen. Onder bomen door, over wortels heen stappen en tussen modder en gladde stenen door manouvreren. Vincent genoot en ik ook!

Ik dacht nog dat dat het ergste was en dat het hierbij zou blijven…

Vincent

Gelukkig had ik nog niet naar Joyce geschreven dat we al op een derde waren. En toen kwam de rivieroversteek. Daar lag tie. Vincent stapte er dapper in.

Ik zette de GoPro aan. De stroming was sterk, de rivier breder dan vorig jaar. Dat filmen kost wat balans en je kon er op wachten: plons. Ik schoof van een steen af! Niet erg, niet koud, niet problematisch en ik had alles nog eens gefilmd ook!

En dan zegt ze tegen mij dat ik niet in het water moet gaan liggen omdat je dan teveel afkoelt 😉

Vincent

Na twee minuten sta je druppend aan de andere kant. Ik zal besparen wat dat met de onderdelen van het maandelijkse feestje doet, maar eigenlijk was er geen probleem. Alles waterdicht verpakt en anders mag het nat worden.

Wat Vincent had herkende ik wel: je bent zo vol adrenaline dat je een springend geitje bent! Het was wat rustiger ook, omdat we nu alleen maar mensen van de 10 kilometer zagen. We konden een beetje doorlopen. Ik had het niet nat of koud gelukkig. De zon bleef ons vergezellen. 


Toen kwam de klim omhoog. De Klim. Eerst een stukje touw. Verder zie je de rotswand voor je en is het enige wat telt de volgende stap. Waar zet ik die neer? Wat kan ik vastpakken? Het is echt heel klein opeens: de volgende pas. De volgende greep aan een wortel. Niet omhoog kijken. En zeer zeker niet naar beneden! Het is druk op zo’n plek. Inhalen onmogelijk. Vincent voor me uit. Ik liet iemand passeren. Dat had ik niet moeten doen. Ik keek omhoog en zag een smalle richel. Ik keek opzij en zag mensen iets doen met afdalen. Die smalle richel waar Vincent op stond, benam me letterlijk en figuurlijk de adem. Hoogtevrees ken ik nauwelijks, maar nu… Ademhaling niet onder controle, angst voor Vincent en het gaat loodrecht omlaag.

ik merkte wel dat ze er last van kreeg. Maar ik weet heus wel wat ik doe!

Vincent

Mensen laten passeren kan echt alleen een stukje verder waar een rots het uitzicht beneemt. Ik zit letterlijk en figuurlijk aan de rand van paniek. En dan lijkt het nog erger te worden: omlaag. Recht omlaag zo ongeveer. Ik had het al gezien en begrepen. Voor mij is het lang niet zo erg als de afgrond en het smalle pad en ik krijg mijn ademhaling weer in het gareel.

De tijd nemen en een modderkont voor lief nemen, dan hoop ik zonder ongelukken weer terug aan de rivier te komen. Er zijn veel mensen. Sta je zelf op de foto? Vraagt de mevrouw achter me. Meestal niet! Roep ik. Maar nu kan ik je niet mijn toestel geven. Vincent balanceert wat lager en die vindt het niet zo aardig van me. Ik ga echt op mijn billen omlaag. Stukje bij beetje. Steen! Hoor je regelmatig. Het advies is om langs een boom op links te gaan, daar is een soort van ‘pad’. Als je zoiets op elk ander moment in Nederland zou tegenkomen, zou de benaming pad totaal niet in je opkomen, maar hier, na deze afdeling is het bijna een soort trap!

Zo staan we trillerig weer naast de rivier. Nog niet op de helft en al bijna een uurtje onderweg. Nauwelijks tijd om ons er iets van aan te trekken.

We gaan langs de rivier, maar alle snelheid is er uit. Zo’n klim en afdaling vergt veel energie. Alles nat en vies. En het ‘pad’ wordt onderbroken door boomstammen waar een klauterpartij gewenst is (of volgens Vincent: je kan er overheen springen) en stenen waarvan je hoopt dat ze niet te glad zijn. De mevrouw maakt een mooie foto van ons en we kletsen even over de weglopers die bij 10 kilometer vragen naar eindtijden. Dan pikken we weer wat energie op en we gaan doorhobbelen. Hardlopen is wat veel gevraagd. Er loopt een tijd een stel voor ons, maar we halen ze in. Geen haast. Dat stadium zijn we al lang gepasseerd. We hobbelen, schuifelen, stappen en gaan de rivier langs.

Een kilometer in 24 minuten. Vincent is er nog blij om ook, omdat we er vorig jaar een half uur over deden! En dan weer naar de rivier. Ik pak de GoPro er maar niet meer bij. Dat geeft meer stabiliteit en nu storm ik bijna het water door!

Ik kan Vincent zelfs nog op de foto zetten voor hij het water uit is. De stroming is nog steeds sterk en het water komt boven mijn billen. Meteen begint weer een klim. Deze herken ik van vorig jaar. Halverwege is een huisje. Het uitzicht is gaaf. Dit is makkelijker dan de eerderen. Er is meer mos, meer houvast en het grootste probleem is dat het nu weer drukker is. Ik denk: had dan niet zo lang getreuzeld bij de rivier. Ik merk dat ik geirriteerd raak – foute boel. We zitten ook al over de 6 kilometer heen en… door alle perikelen zijn we weer eens iets vergeten! We komen op een breed pad: “eten” zeg ik tegen Vincent. Hij neemt een Mars en ik een gel. Niet eerder vertoond: ik knijp de gel twee keer uit en vind het zo lekker! Note to self: dit MOET morgen beter! Op het brede pad zouden we kunnen rennen, maar met volle mond even niet. Ineens staat er een bord dat het nog maar 2 kilometer is! WTF! Ik zit nog niet op 7 kilometer! Dat wordt wel een hele korte tien kilometer tocht dan. Daar heb ik niet voor betaald! We gaan weer hardlopen. Wat er van het tempo over is tenminste. Vincent jubelt: we gaan weer sneller, dit duurde maar 14 minuten! We lopen door over wat zowat een makkelijk begaanbare route is. Je past je heel snel aan…

Dan nog 1 keer omhoog. Ik weet dat het de laatste keer is. Gewoon omhoog. Door het dennenbos. In haarspeldbochten. Er zijn geen trapjes meer, maar een touw is ook niet meer nodig. Al vindt Vincent van wel. Die raakt steeds leger en is blij dat we nog maar anderhalve kilometer hoeven.

Ik was kapot daar, hoe ik dat heb overleefd… Geen idee. De mars viel ook een beetje verkeerd.

Vincent

Ineens voel ik de gel en wat veerkracht inkicken: ik haal Vincent in en kachel naar boven. Hij volgt wel, maar zijn zinnetje is verminderd. Een breed pad in de volle zon: dan stuiter ik zo snel mogelijk naar de schaduw toe! En wacht natuurlijk eventjes op mijn kleine held.

Hier had de zon niet hoeven te schijnen van me, of juist wel: het geeft me energie om door te gaan. Dan komen we weer op het stuk waar we eerder waren. We gaan mensen inhalen die wandelen. Vincent is leeg. De Mars kwam veel te laat en ik voel me daar vreselijk schuldig over. Hij wandelt, ik huppel nog een beetje het bos door.

Ik maan Vincent weer te gaan hardlopen en te blijven rennen. Dat is het deel training: geen zin meer, weinig kracht meer, weinig meer te bedenken, alleen maar blijven rennen.

Het is nog 500m en we completeren het kwartet ‘honden’. Dan lopen we samen het terrein op. Ik heb Joyce geappt voor en na de laatste klim, dus ze weet dat we komen. Samen passeren we de juichend de finish. Ik ben trots op Vincent. Die is alleen maar moe.

Ik zeg Joyce even gedag, doe mijn rugzak af en moet en zal dan de 10 kilometer volmaken. Voor 8,75 kilometer ben ik hier niet en ik kan dat gewoon niet accepteren! Vincent vindt het prima en die gaat uitrusten en een medaille zien te scoren. In alle rust loop ik het parkeerterrein nog eens langs en nog een keer naar boven van het begin. Ik keer om en loop 10 kilometer vol. In dik 2 uur.

Ik ben nog niet moe, maar morgen het dubbele… Daar moet ik nog maar niet over nadenken! Zoals gewoonlijk ben ik snel weer bij, maar Vincent is kapot. Joyce heeft zich ook vermaakt: ze heeft ingelopen en nieuwe schoenen gekocht. We sjaffen een medaille en dan merk ik pas dat alles nat is aan kleding. We gaan bij de auto omkleden en Vincent gaat zitten. Voor het komende uurtje. Ik ga nog een paar hele smerige dingen dumpen, een suikerkoek halen, mijn handen wassen en Joyce en ik gaan samen de spullen voor morgen wegzetten op een paar extra punten. Langzaam betrekt het weer. Dit was een goed begin zeg ik!

Vincent is na een tijdje ook weer bij en fietst de camping rond. Het regende ’s avonds. Gelukkig zitten we droog in de caravan!

Gedurende de nacht regent het nog meer en vaker. 

Zondag 8 augustus. Trail ?‍♀️ ?‍♀️ de Fantomes part 2️⃣

Door al die regen begin ik te twijfelen of de 24 kilometer een handige afstand is. Dan hikken we op de tijd, moeten we ons haasten en met alle modder die gecreeerd wordt met al die neerslag is dat onverstandig. Het zal glibberig en op de afdalingen gevaarlijk worden. De middag belooft nieuwe buien en dan zouden wij moeten haasten? Niet handig. Ook niet als Vincent op de post op ons moet wachten. Ik bedenk dat ’s nachts. Het eerste wat ik Joyce voorstel om 8 uur ’s morgens is, om de afstand terug te brengen naar 18km. Ze gaat akkoord zonder problemen. Het omzetten kunnen we zelf doen en gaat via de app. Voor we opstaan, is het geregeld! Dat geeft wat rust.

Vincent neemt de fiets mee naar het startpunt en zal naar het vakantiehuisje terug fietsen. We eten, verzamelen de spullen en dan rijden we weer naar Nisramont. Vincent neemt de GoPro mee. Het eerste wat opvalt is, dat er nog niet de helft van het aantal auto’s staat van gisteren! Dat is alvast prettiger op het parkoers. Het is droog. Iedereen heeft korte mouwen, dus wij doen maar mee. Nog een keer naar de Dixie, de afstand controleren (we staan nu inderdaad voor de 18 ingeschreven) en dan maakt Vincent nog een plaatje van ons voor we elkaar gedag zeggen.

We beginnen rustig aan met naar boven hobbelen. Het is heerlijk dat er minder mensen zijn! Om straks de 21km vol te maken, ben ik bereid om -als dat lukt- het beginrondje nog een keer te doen.

Naar beneden bevalt mij veel minder! Mijn bovenbenen zijn ‘gevoelig’, zeg maar. Pijnlijk. Die hebben gisteren al gewerkt. Werkelijk, als mijn hersenen in mijn benen zaten, was ik omgedraaid! We komen langs het meer van Nisramont en hier en daar worden we (op zijn vlaams) “voorbij gestoken”. Maar de drukte van gisteren is ver weg gelukkig.

We hobbelen door en op precies hetzelfde punt als gisteren komt de zon door! Dan komt de klim naar boven. 2 Franse knullen doen ook rustig aan met hun lange benen. Wij zijn om te genieten hier, de tijd gaat ons lukken. Ik hik wel een beetje aan tegen wat er nog komen gaat. We komen boven in flinke stappas.

Dan een stukje asfalt. Joyce is al best moe, die moet even wennen aan de hoogtemeters. Ik maak lekker veel foto’s. Alle spullen zijn nu hartstikke goed geregeld: alle voeding staat klaar, Vincent heeft de Apple Watch, de rugzak is gevuld en ik heb een doortimmerd voedingsplan. We gaan door het bos terug naar de finish. Het pad is al aardig ingesleten! Straks weer…

Ook het graspad na de startlocatie is al platgelopen. Het is vandaag allemaal beduidend modderiger. Dat wordt wat dadelijk op de afdalingen. Eerst het wat rustigere afdalen, maar ik vertrouw mijn spieren vandaag minder. Kunnen en willen ze me echt nog wel dragen? We komen op de plek waar ik gister even afgleed en daar moet ik dan echt overheen. Omhoog wacht ik wel even op Joyce, als we naar beneden gaan, ben ik de vertragende partij.

Modder heeft als voordeel dat je er wel een soort van traptreetjes van kunt maken, maar het is ook iets glibberiger. Intussen zijn er al zoveel mensen afgedaald, dat het er niet beter op is geworden. Het trapje slijt al weg. En het stuk daarna is nog meer glijden dan gisteren. Voorzichtig maar. Ik hou iedereen op als ik achterstevoren aan het touw omlaag ga! Jammer dan…

Na het touw is het nog veel verder omlaag. Vertrouwen op eigen kracht en hopen maar. Ondertussen schieten er links en rechts mensen voorbij. Dat geeft weinig rust om je eigen tempo te doen. Dat er maar 1 steentje verkeerd hoeft te liggen, bewijst Joyce door flink onderuit te glijden. Schrikken, schrammen, modderig en in vele talen wordt er meegeleefd, maar het gaat gelukkig goed. Dan over de stenen klauteren. Dat maakt het niet rustiger of makkelijker. De drukte en de vele mensen maken het nog veel erger. Opzij stappen waar dat eigenlijk niet kan, zoiets. Al die stomme grappen. Naast ons zie ik de regen in stralen naar beneden vallen, maar ik merk er niks van. Ik moet opletten waar ik mijn voeten neerzet. Meer niet.

Bij het oversteekpunt van de 10 kilometer stoppen wij even voor een gel. Even de onrust een beetje uit. Laat alle racers maar voorgaan! Joyce is wel geschrokken van het vallen, hoe snel het kan gaan. We ploeteren verder langs de rivier. We wijzen nog een paar mensen terug naar de 10 kilometer. Ik ben blij dat ik niet met ze hoeft te ruilen, want de klim en afdaling aan de andere kant van de rivier wil ik met dit weer niet overdoen! Maar ja… ik weet niet wat er nog komt… Ineens staan we tot de enkels in de modder.

Hier hebben we wel mee getraind, maar dat was poldermodder en dit is Belgische kleffe modder! Gelukkig is het niet heel lang. We gaan weer stijgen en dat doe ik in mijn eigen tempo. Ik kijk wel telkens om of Joyce ook nog komt. We komen in het bos en gaan richting het 6km-punt, waar onze eerste eigen bevoorrading staat. Het bos is prachtig. Net als vorig jaar geniet ik enorm. Nu nog meer, want ik ben nog wat frisser.

De geel-oranje kleuren van de paddestoelen en de zachte ondergrond en de groene omgeving zijn geweldig. Ik kan hier zo nog een keer lopen! Dit stukje van vorig jaar is de reden dat ik nog een keer kom, hihi. Joyce voelt het intussen anders: die baalt dat iedereen voorbij loopt alsof het vanzelf gaat en dat het bij haar niet zo is. Niet dat mijn bovenbenen al iets toegeven, maar ik kan me voorstellen dat het voor Joyce lijkt alsof het mij vanzelf gaat. Ik ga haar ophalen. In dit bos vind ik dat niet zo erg. Maar ik kan haar ook niet opbeuren van de motivatiedip. We komen bij onze eigen bevoorrading. Ik drink de halve liter sportdrank zo weg!

We lopen samen over het brede pad naar beneden en ik vertel Joyce van de mensen die hier niet kunnen lopen. Samen met de cola pakt ze het wel weer op. Het worden single paden afdalen met veel stenen.

Wat mijn bovenbenen echt niet prettig vinden en dat voel ik grondig! Kan Joyce mooi voor… We zien niemand meer. Ik dacht wel: er hing hier toch een touw vorig jaar? En ja, daar is het al. Achteruit naar beneden. Ik laat 2 of 3 mensen voor, maar ik kan niet iedereen voorlaten, ik mag ook gewoon van het touw gebruik maken. Daar is lang niet iedereen het mee is, zo blijkt als ik halverwege hang. 3 Mensen moeten mij inhalen terwijl ik daar hang. 1 Lijkt zelfs nog pissig dat ik niet uitwijk, wat niet kan. Een ander gaat dan maar zonder touw. Noujazeg. Het irriteert Joyce en mij enorm, dat respectloze.

We gaan door een riviertje heen en al snel zijn alle snelle nepperts weg en kunnen we genieten van de prachtige omgeving. Er zijn watervalletjes glinsterend in de zon. Vorig jaar zat dit aan het eind en was het vooral doorgaan, nu lopen we flink door. Wij hoeven niks te bewijzen! We halen het ook wel en met de kortere afstand is de druk eraf.

We krijgen nog een touw voor onze neus om naar boven te gaan. Het touw slijt intussen! Ik kom makkelijk boven. 8 Kilometer en we slaan af naar de 18 kilometer route. Een heleboel haast-makers kwijt.

Ik neem een Marsje en drink weer. Breed pad en rust. Lekker! Over de velden in de zon gaan we richting de rivier. De allereerste keer liep ik hier de Trail de Fantomes in tegengestelde richting. Dat lijkt echt lang geleden! We komen bij de rivieroversteek. Dit was vorig jaar in tegengestelde richting ook de oversteekplek. Eerst even een plasje voor je het koude water in moet. De rivier is breed hiero. Ik stap het water in en het is een kwestie van balanceren en kleine stappen maken. De rivier komt niet zo hoog.

Halverwege sta ik stil voor foto’s en dan komen de druppels. Die worden een gordijn aan regen! Nergens buien, behalve als we midden in de Ourthe staan! Het is bijna grappig en in elk geval niet erg, want nat worden we nu toch. Ik wacht in het water op Joyce en film haar. Ook zij komt aan de overzijde, nat van de rivier en de regen. We komen mensen tegen die een dag eerder de Trail de Fantomes liepen. Met een Tacx-bidon uit Zeeland. Ze maken een foto van ons – IN DE FELLE ZON. De regen is opeens weer weg.

We lopen langs de rivier. Er is echt niemand en dat is erg fijn. Het is hartstikke mooi. Dit is de reden om naar de Ardennen te gaan! De zon op de rivier, de rust en de grote stenen, die wel glad lijken, maar waar mijn trailschoenen op gebouwd zijn.

We rennen niet echt, want er zijn veel obstakels. Bomen onderdoor of er overheen. Ik heb intussen contact met Vincent, hij fietst lekker rond en ziet veel leuke auto’s. 10 Kilometer in 2 uur. Het is raar, maar daar ben ik blij mee, want we halen het gewoon, wat er ook nog komen gaat! We gaan langs een smal stroompje omhoog.

Ik heb op mijn horloge gevonden dat dit klim 6 van 9 is. Dat stemt me wel blij. Maar het gaat niet zozeer om de klimmetjes, maar om afdalen. Langs het water is het erg, erg mooi. Ineens blijken er toch nog andere mensen te zijn op de 18 kilometer route! Dan komt een steil stuk stijgen. Ik ga naar boven en dat gaat echt goed. Stap voor stap en de boomwortels zie ik als een trapje. Ik kom boven bij het veld en keer om voor Joyce. Mag zij lekker voor!

Ik beloof mezelf telkens boven een stroopwafeltje, maar boven ben ik het weer vergeten. We gaan samen lopen en weten waar we zijn, want hier waren we vorig jaar dus ook bij het meetpunt. De mensen die ons nu inhalen zijn hartstikke lief: ze hebben geen haast. Het single pad is mooi, maar intussen went het ook wel zo’n beetje. Dit is mijn dipmomentje. Nu ik het opschrijf, heb ik het vermoeden dat het uitblijven van de stroopwafeltjes er wat mee van doen heeft, maar ik moest mijn best doen om niet te denken dat het nog een heel stuk is. We komen bij een bankje en ik ga er voor de lol zitten. Joyce komt erbij in het zonnetje. Een lieve Franse voorbijganger zonder haast fotografeert de ‘oude dames’ op het bankje.

We gaan weer verder omhoog. Opeens zijn we bij onze tweede eigen bevoorrading! Ik drink de halve bidon leeg en zet de spullen iets verder weg. Ik kom er helemaal van bij en realiseer me dat we nog maar 5 kilometer te gaan hebben. We gaan het bos door en dan raak ik de weg wat kwijt. We zouden toch in het dorp moeten komen? Maar dat is verder weg dan ik dacht en we gaan weer naar boven. Dan ineens komen we het bos uit tussen de huizen. Overgangetje! Op het asfalt gaan we weer hardlopen, dat voelt zó gek! En daar is de bemande post. Kleine vrolijke verrassing. Tot mijn verbazing is het er ook best druk met hardlopers die uit de hoeken en gaten komen. Ik eet veel tucjes. De stroopwafeltjes blijven op hun plek. Ik neem een mueslireep mee. Op het moment dat we het meetpunt passeren, schiet mijn horloge naar 14km. Het aftellen kan beginnen!

We gaan naar beneden. Het regent weer een bui. Die daarna over is en dan zijn we op de velden. We blijven een kilometer lang hardlopen en dat is de snelste kilometer van de dag! We passeren rugzakwandelaars en andere lopers steken ons voorbij. Dan is er modder. Met hoofdletters. We zoeken een stukje er omheen, maar wat zou het eigenlijk? Dadelijk in de rivier spoelen we het wel weer af! Die rivier is er al snel. Nog een korte sanitaire stop, want de heren kijken toch niet om die in het water staan en dan gaan we.

Geen regen deze keer, maar wel meer stroming. Meer balanceren. Ik maak even foto’s en dan snel door. Joyce krijgt een helpende hand van de Franse rugzakmeneer. Het ziet er vriendelijk uit en het helpt haar niet weg te glijden.

Dan gaan we weer een stuk flink stijgen. Wacht ‘s: hier liep ik ook met Vincent! Dit is bij het huisje! Hier kreeg ik gisteren teveel trek. Nu gaat dat veel en veel beter. Ik ben daar trots op. Erger wordt het nu niet meer echt. Ik eet de mueslireep op. Nu kan mijn maag dat nog wel verwerken. We lopen nog een stuk langs de rivier hard, redelijk vlak en goed te doen. Weinig obstakels en stabiele ondergrond. Je past je aan! Dan begint de laatste klim. Ik stamp weer naar boven en vind het een beetje jammer ergens.

De afstand is korter dan 18km, maar dat wisten we al. Ik voel me nog goed en eigenlijk wil ik de 21 kilometer vollopen. Ik heb meer gelopen als Joyce en zal de 18km halen. Joyce blijft steken onder de 17 kilometer. Een extra ommetje langs het Meer van Nisramont lukt me wel. Ik wil het graag. Joyce denkt er even over. Maar als ze boven komt, is haar eindenergie in zicht.

We rennen nog over de velden. Als het nog 1 kilometer is, besluit Joyce de race de race te laten. Ik mag alleen verder als ik dat wil. Mag zij op mij wachten! In de overtreffende trap wachten dan maar meteen na de finish straks. We lopen door het bos. Er zijn meer mensen die aan het einde van het latijn zijn en we halen (voor de eerste keer!) iemand in die ons niet weer inhaalt en blijft wandelen. We zijn weer in het bos op het vaakst belopen pad. Ja, ik ben moe, maar verre van kapot of uitgeput. We gaan het halen binnen 4 uur. Samen lopen we de finish over in 3 uur en 56 minuten.

Het is er lekker rustig nu. Joyce is er klaar mee. Ik stop even het horloge, geef haar mijn startnummer en we laten ons samen op de foto zetten. We hebben niet genoeg ons best gedaan om laatste te worden: daarvoor hadden we nog ruim een half uur langer moeten genieten! We staan in de top tien – van onderaf. Joyce laat naar haar wond kijken en ze zal op me wachten. Ik ga weer verder en denk: eten! Ik neem hardlopend een gel en lurk het water leeg als ik naar boven loop. In mijn uppie, alleen, helemaal voor mezelf en op mezelf. Ik vind het heerlijk om met Joyce of Vincent te lopen, maar alleen ik is het meest puur. Ik kan blijven rennen als ik kan, zo hard ik kan en ik hoeft niks te zeggen of doen. Ik let op de pijlen, op de omgeving en dat is het dan.

Er is niemand meer. Ik maak een paar selfies en blijf lopen. Stuur Vincent snel de finishfoto. Naar beneden richting het meer en weer een kilometer erbij verzameld. Wat mijn benen er ook van vinden (die vinden dit niet oke, merk ik). De stilte en de kalmte neemt bezit van me. Brugje en dan het trailpad langs het water.

Er zijn schreeuwende kinderen, Nederlands natuurlijk en ik kom een swimrunkoppel tegen in wetsuit met paddles. Dat is alle drukte. De zon schijnt op het meer. Fijn dat ik hier kan lopen en me tegenover niemand schuldig hoeft te voelen. Het is heel dicht bij mezelf zijn.

De klim weer. De trapjes zijn na alle glibberpartijen met mos als enige houvast lollig. Het gaat nu loeisnel voorbij zonder andere mensen op het parkoers.

Ik kom bij de huisjes en loop over het asfalt. En daar is tie: de halve marathon. Met 1000 hoogtemeters. Lang over gedaan.

Ik sta in de zon op asfalt en ben te moe om te juichen. Nog 1 keer-echt voor het aller-allerlaatst- het bos door. Aha: er is ook een beetje een einde aan mijn energie en dat is in zicht! Ik hoef, wil en ga niet meer echt heel hard lopend. Alle doelen gehaald en het is goed zo. Ik ga ruim langs de finish af.

Ruim 30 kilometer in 2 traildagen. Uitdagend was het zeker! Joyce heeft mijn tweede medaille. Er zijn nog maar een handvol auto’s. Ik ben wel eens meer kapot geweest. Dit moet voeding zijn! Lijnen gaat dan misschien niet zo best, maar vandaag had ik het eten onder controle. Ik vreet nog verder in de auto als we de tasjes weer ophalen. Mijn benen vinden er wel degelijk iets van wat heel kort samen te vatten is: AUW. We gaan naar Vincent terug in de stacaravan en dan ben ik moe. Gewoon vermoeid. Na de douche gaan we de beloning halen: Belgische frieten met mayo in Houffalize.

In de avond regent het weer. Het is een geweldig weekend in de Ardennen. Echt fantastisch en enerverend. Wat een topprestaties zijn er neergezet zeg. Ik ben trots, blij, tevreden, gelukkig en enthousiast.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-22

Zondag 1 augustus. ?‍♀️ Fietsen in de regen ? zonder nat te worden ☂ . Back To Zwift.

Nederlands weer (buien, onberekenbare buien en grijs) en 3 uur fietsen op het schema. Überhaupt zie ik al de hele week op tegen 3 uur fietsen, maar 3 uur fietsen in de regen – dankuvriendelijkenbedankt, maar liever niet. Dan kun je normaliter twee dingen doen: 1 – denken: stik erin met je schema; wat niet kan dat kan niet en dit is de laatste vakantiedag, ik heb wel iets beters te doen. Ik ga op de bank zitten en F1 kijken en tijdschriften lezen onder een dekentje. Liefst samen met koekjes, M&Ms en chips binnen handbereik. Of 2 – de Tacx weer ‘s van stal halen, met wat heuveltraining en muziek/tv erbij lijken 3 uur een stuk korter! Je krijgt de route voorgeschoteld en je kunt afstappen als je naar de WC (wasmachine/lunch/andere TVzender) moet. Dan lijken 3 uur…. nog steeds eindeloos
Op Anke zit geen optie 1. Ik heb nog even gezocht. In de spiegel de achterkant bekeken. Ik moet minstens 2 uur en twintig minuten fietsen voor een hele week met keurig groene trainingen en hoewel de bank echt zijn best doet (de tijdschriften liggen er al, de cola staat klaar), komt die fiets toch weer op de Tacx te staan. De koekjes gaan mee naar boven en ik ga virtueel naar Londen.

De Pretzel ga ik fietsen. Niet nadenken maar trappen. De training en de hartslagzones blijken al snel wederom een zinloze aangelegenheid door te bestaan uit vertaalfouten tussen TrainingsPeaks en Garmin en mij. Soms regent het buiten, maar ik blijf droog. Wel druppel ik leeg van het zweten. Voordeel van de Tacx: koekjes bij de hand, tijdschrift lezen kan ondertussen en ik beloof mezelf dat ik kan afstappen en een pauze kan houden. Na een uur. Wat ik verleng tot na de Surrey Heuvel. Daar komt het nadeel van de Tacx: sowieso veel meer bergen dan ik in de polder ooit tegen zal komen!

Ik stap pas af na dik anderhalf uur. Voor een koffiebreak! Ik ga na de F1race wel weer verder. Eerst de droger aanzetten. Rob zegt me dat ik ook de race kan kijken terwijl ik fiets. Dat lijkt me aan alle kanten beter! Klinkt als fijne afleiding.

Ik fiets beter dan zij rijden! Mijn koptelefoontje zorgt dat ik prima het geluid kan horen en ik vind het inderdaad leuk. De tempoblokjes met fietsen sla ik nu over. De heuveltjes zijn mijn tempoblokjes. Na dik 56 kilometer (volgens Zwift) is de route klaar. Ik sluit Londen af terwijl de race wordt stilgelegd en ze met ducktape de auto van Max Verstappen gaan maken.

De tijd is nog niet helemaal vol. Nog ietsje langer. Dus ik blijf op de fiets. Die ook wel wat ducktape kan gebruiken omdat de tacx niet meer wil contacten met Zwift. Na gepruts en de herstart van de race, zit ik ook weer klaar voor een rondje vulkaan. En regen! Deze keer een soort van binnen. Virtueel.

De race leidt me uitstekend af. De vulkaan ken ik wel intussen. Ik doe mijn rondes en kijk naar Verstappen en Hamilton en Ocon. Ik fiets nog 15 kilometer erbij en zit dan boven de 70 kilometer in net geen 3 uur. Met wat hoogtemeters. Ik ben het zat , stap af en kijk de race op de bank uit!

Zaterdag 31 juli – Totaal geen zin om te gaan ?‍♀️ hardlopen

Anderhalf uur staat er op het schema. Met 4 blokken erin van 8 minuten in zone 3. Ik had er geen zin in. Ik stelde het maar uit. Tot na het avondeten. Na de wandeling met de kat dan. De andere kat ook nog. Uiteindelijk moest ik weg om op tijd terug te zijn voor de boodschappen en voor het donker. Eerst 21 minuten in zone 1. Omdat er tussen Garmin en TrainingsPeaks nogal eens wat onduidelijkheid is over de hartslagzones had ik het maar zelf ingevuld. Ik hoopte echt dat ik het 12 minuten zou volhouden. Meestal wordt het daarna leuker, dan zijn alle hardloopsystemen opgestart en gaat het makkelijker. Nopes. Not today. Na een kwartier baalde ik nog van zone 1. En van het bijbehorende tempo. Een hopeloos tempo. Ik was na 15 minuten al aan het bedenken waar ik naar de WC zou kunnen. Maar de pedicure zag ik wandelen, dus dat was geen goede plek. Ach, er is een heel Kotterbos. Ik probeerde het echt: lachen – want dan komt het goed, genieten van de zon; en vrolijke gedachten, maar het hielp niks. Ook muziek op de nieuwe oordopjes verlichten het leed niet. Ik liep te harken en te slepen.

Toch liep ik nog na 21 ellenlange minuten zone 1 waarin ik niet eens 3 kilometer haalde! Als ik er dan toch ben, dan maar zone 3 proberen. Het tempo bleef ver achter. Dat lag blijkbaar naast de ‘zin’. Ik wilde wel de paaltjes bereiken, dus ik pushte mezelf even, maar daar bleef het bij. 1.39km in 8 minuten. Belabberd.

Toen een paar minuten wandelen. Om bij te komen. Om iets te vinden. Ook aan de andere kant van het Kotterbos was er geen zin te bekennen. Wel net iets te druk voor een stop. En nog een keer 8 minuten tegen de zon in over het mooie fietspad in alle rust en op een hoger tempo. Het had mooi zonnig en gemakkelijk geweest als ik het leuk had gevonden, maar de aandrang won het ruimschoots van het mooie uitzicht. Na 7,5 minuut zag ik een stukje bos precies geschikt om bemest te worden. Ik bespaar je de details, maar het luchtte op. De laatste 30 seconden liet ik voor wat ze waren. Wederom precies 1.39 km in 8 minuten. Rustig wandelen, een foto maken van de mooie omgeving en bedenken dat je pas op de helft bent.

Iedereen die geen Anke heet en niet is wie ik ben, had de korte route naar huis gepakt en geweten dat het ‘m niet meer zou worden. Maar deze Anke wil naar de spoorbrug toe in 8 minuten nu de druk eraf is. Ook al is dat om. Ook al is dat absoluut niet de kortste weg naar huis terug, waar de zin ligt. Op de bank. Ik haalde het en het tempo ging opeens flink omhoog! Ik haalde er zomaar 1.5 kilometer uit in 8 minuten! Als je dan zo weinig zin hebt en nog een keer 8 minuten moet versnellen, dan kan dat gewoon op het fietspad. Theoretisch. Voor de meeste mensen. Maar niet voor mij. Ik ga onverhard de plassen langs.

Want dat onverharde maakt het nog zwaarder. Met de wind tegen. Om een hoog tempo te houden, om je heen te kijken en in de juiste hartslag te blijven, kan je beter op dat asfalt blijven. Ik vermoed dat anderen dat zouden doen. Voor deze Anke die geen zin heeft geldt: dan maakt het niet uit wat de omstandigheden zijn. Ik moet bekennen dat het tempo hoog lag, de omgeving met de oerossen en het licht écht geweldig waren en dat de glimlach ook serieus was. Ik heb zowaar een minuut of 5 genoten. De rest heb ik gepoogd weg te tellen. Geloof het of niet, wederom 1,5 kilometer!

Toen was ik moe. Maar nog niet thuis. Weer had ik de korte route kunnen pakken, maar nee… Om via de berg. Even snel een SMSje naar huis sturen, want de boodschappen zijn vervroegd! En ik moet nog 2 kilometer uitlopen. Terug in zone 1. Met pijnlijke benen. Dat kan er ook nog wel bij, geen zin, geen tempo en zware benen. Ik nam me voor om toch 1 kilometer te blijven joggen. En toen die er op zat en de brug in zicht kwam en de zon onder ging in prachtige kleuren geel en rood, dan maar 2 kilometer. In de wijken was het druk en dan wil ik er zo snel mogelijk vanaf zijn en 12 kilometer halen, dus ik liep het hele stuk naar huis onafgebroken door. De boodschappen kwamen na mij. Had ik nog even tijd om bij de bank te zoeken: daar lag het potje zin hoor! Tussen de kussen. En ik lag erbij. Naar mijn scherm te staren waarop staat dat ik deze maand bijna 200km heb hardgelopen. En 650 kilometer gefietst. 15 kilometer gezwommen. Ik had zeker niets beters te doen!

Vrijdag 30 juli. 2000 bewegingsdoelen ⌚️ , zinloos fietsen ? en ?‍♀️ ?‍♂️

Dat fietsen lijkt me niet zo te liggen. Misschien omdat ik geen ligfiets heb? ? Ik vind het veel tijd kosten en zie weinig vooruitgang. En het is zo afhankelijk van het weer. ? ? Vandaag moet ik 2,5 uur fietsen. Het blijft droog en ik heb een interval staan, dus ik ga het er ‘s morgens maar tussen proppen. Ik ga richting Muiden. Door de stad in zone 1. ?-> het moppergezichtje is zowel voor de stad als voor zone 1, met het slome tempo. Ik hou het Spoorbaanpad aan tot het opgebroken is bij het station ? en dan ga ik via de wijken. Met wisselend succes qua fietspadkwaliteit en doorstromingsmogelijkheden. Ik ontdek wel hoe ik beter door de bochten kan balanceren in plaats van sturen – en dat bedoel ik positief! De Hollandse Brug over in zone 1 is helemaal vreselijk ? Heel traag omhoog en naar beneden kom je dan niet eens in zone 1. ? Muiderberg door is minstens even erg of erger. Klinkertjes. Ongelijke klinkertjes. Ik smokkel een stukje wandelpad. Het dijkje over richting het kasteel gaat lekker: fijn pad, rustig, rechttoe-rechtaan, tempo en lekker liggen.

Dan moet/mag ik 3 keer een kwartier in zone 2. Natuurlijk moet ik eerst nog wat ophaalbruggen over in Muiden, maar dan kan ik even ‘los’. Inhalen, stoplichten en oversteken en dan ben je zone 2 alweer uit, maar het verkeer gaat (letterlijk en figuurlijk) voor. Dat gaat beter de Stichtse Brug over! Ik haal het gemiddelde tempo lekker op! In de tweede pauze langs de strandjes iets nieuws: de reep openmaken en half opeten. Ik vind het niks makkelijk, maar het lukt en het smaakt me! Ik drink ook netjes uit de bidon met sportdrank. De wonderen zijn de wereld nog niet uit! Langs de windmolens ga ik weer als een speer. Echt nu, want ik heb (een beetje) wind mee en de dijk is heerlijk rustig, recht en makkelijk fietsbaar. Ik verbaas me hoe ver ik kom in een kwartier als ik aanzet. Wonder nummer 2: zo wordt het nog wat met fietsen! Ik eet -ja heus- de andere helft op van de reep en drink -echt waar- de bidon leeg. Ik ga nogal makkelijk thuis komen zo, want ik heb minder route over dan hardrij-tijd. Langs de plassen en ik haal de 50 kilometer binnen 2 uur. Ik fiets nog om via het Kotterbos, om zo dicht mogelijk bij de 2,5 uur te komen. 60 kilometer in 2 uur en 17 minuten. Zo groen als de training maar kan zijn, een dikke voldoende en ook nog eens behoorlijk gevoed!

Ik heb de laatste badge van Apple binnen. Ik heb 2000 bewegingsdoelen gehaald. In dik 6 jaar dat ik een Apple Watch heb. Alle beschikbare doelen heb ik voltooid. Dan gaan we richting het zuiden om Vincent weer op te halen. Rob en ik maken een wandeling door het Herpense Bos en over de heide. Er valt geen spat regen.

Donderdag 29 juli. De Almeerse Berg ⛰ en omgeving.

Ik pikte Joyce op. Voor we naar de Ardennen gaan -wat volgende week al is- moeten we nog een keer wat hoogtemeters maken. Blijft een uitdaging hier in den vlakken polder. Ik had een idee om een aantal keer de ‘berg’ ⛰ op te rennen die bij het Museumbos ligt. Eerlijk gezegd: het leek al een slecht idee toen we op de bank zaten! Maar ja, uitdagingen zijn er om aan te gaan… We gaan eerst onverhard lopen en ik klets Joyce de oren van het hoofd. Tussen de brandnetels door maken we ons druk over discriminatie en minderheden en de grijze massa. We komen bij de ⛰. Ik heb Joyce uitgedaagd om te proberen te blijven hardlopen. We nemen de lange route. Tussen de schapen door.

Dat is niet zo erg, maar de bramentakken over het pad zijn niks leuk. We komen rennend boven. Er vallen een paar flinke druppels. Verfrissend zullen we maar denken. Mooi uitzicht. Even op adem komen en weer naar beneden via de lange route. We gaan de andere kant op door het cirkelbos. Weer tetter ik tegen Joyce aan. We lopen over de weg weer naar de ⛰ voor uitdaging nummer 2. De wind is fors. Die kennen we dan weer wel.

Tussen ⛰ 2 en ⛰ 3 doen we een korter stukje Museumbos. Dit is de training die ik Joyce ‘aanbiedt’: ook omhoog rennen op vermoeidheid, ook kort op elkaar. Nog altijd is het een makkie in vergelijking met de Ardennen die niet zo’n fijne hellingshoek hebben en niet zo netjes cirkelend omhoog lopen. Er zijn meer bomen die in de weg staan. Maar in Almere hebben we schapen!!

Boven wachten we elke keer even. Joyce blijft ook hardlopen. Het laatste stukje vanaf de 18m is elke keer een stukje zwaarder. De zon was gaan schijnen. Ik zei dat we nog een keer een langer stuk zouden lopen over de bruggen. Intussen had ik berekend dat ik in de uur en 3 kwartier ongeveer 15 kilometer moest halen. We gingen langs het labyrint en over het hobbelpad. Toen over het mini-brugje.

Daarna langs het water. Iets verder dan ik dacht. En dan begint Joyce altijd heel schattig met “sorry Ank, effe…” en dan stappen we een stuk flink door. We gingen over de brug.

Toen terug over het verharde pad. In de felle zon. Ik ging er vandoor. Op een bepaald moment pak ik mijn tempo op om maar zo snel mogelijk uit de zon te zijn en dan bedenk ik: ik loop de kilometer vol op eigen tempo en daarna denk ik: als ik eerder bij de ⛰ ben, doe ik twee keer en hoeft Joyce nog maar 1 keer en dan moet ik nog aanzetten ook en dan denk ik dat het een goede training is om vermoeid van een snelle kilometer die berg op te ploeteren. Ik ren omhoog.

En ik zwaai nog naar Joyce. Boven keer ik meteen om; dat kan er ook nog wel bij. Ik kom Joyce tegen en keer beneden om voor een laatste keer omhoog. Ik kom een paar keer dezelfde mensen tegen die vragen hoe vaak ik dit doe. Vijf keer. En dit is de laatste keer! Zelfs voor mij is het nu even doorzetten, maar ik kom vijf keer rennend boven. In de hete zon.

Na een bijkom-moment en een selfie/onsie gaan we terug naar de auto. 15 kilometer maak ik vol. Ik ben er niet vreselijk moe van, maar volgende week wordt toch wel degelijk een flinke uitdaging in de Ardennen!

Woensdag 28 juli. Ik doe niks sportiefs. Nog geen wandeling. De rustdag van de MAAND. Een lege dag in Garmin, dat kwam niet voor in mei en juni. 29 April was de laatste keer. De vijfde lege dag van dit jaar. De andere 203 staat er elke dag wel iets.

Dinsdag 27 juli Zwemmen – een training

Net als vorige maand, had de trainer een training voor me gemaakt. Ik heb die overgenomen in mijn horloge voor poging 2 om die te volgen. Eerst 200m inzwemmen. Met een achtje. Lekker makkelijk. Het gaat goed. Daarna moet ik 2 keer 250m zwemmen en letten op de techniek. Het is niet druk in de ‘snelle’ baan. Waar ik tegenwoordig zeer zeker thuishoor. Ik zwem zonder achtje en dat gaat tegenwoordig ook. Ik heb alleen nog steeds veel slagen nodig om aan de overkant te komen. Of is dat omdat ik meer snelheid heb? I don’t know. In de pauzes blijft het horloge aan staan. Dan moet ik 5 keer 200m doen, waarvan de eerste, derde en vijfde met paddels, maar daar maak ik een achtje van. Het gaat me nog altijd prima af.

Ik moet soms wel even kijken naar de training op mijn telefoon. Het horloge laat me weten wanneer hij een baan telt, maar de opdracht ben ik kwijt intussen. Ik weet hoeveel er zou moeten staan. En 10 banen krijg ik nog net zelf afgeteld. Na de 1000m (5×200) moet ik 7x100m op snelheid. Die ga ik ook maar doen en ik doe mijn best om vooral op techniek sneller te zwemmen. Bij de tweede keer 100m heb ik de baan voor mij alleen! Klinkt dat niet lekker? Helaas wordt het bij de vijfde keer heel erg druk met heel ervaren zwemmers. Dan lijk ik stil te staan. Maar zonder flippers en alles, doe ik het toch ook maar mooi! Ik denk nog: he, dat lijkt KH wel, maar in het bad herken ik mijn heldin pas aan haar Frysman badmuts. Die is echt voor weinig dames in Almere weggelegd! Ik onderbreek een hondertje om ‘r gedag te zeggen en kan haar even volgen om de een-a-laatste hondervijftig te maken. Het is voor mij al een wonder dat ik haar een stukje kan volgen! KH is een hele goede zwemmer. Er zitten dan ook al 2500m op voor mij. En ik heb geen achtje of niks. Ik maak mijn houdertjes af. De 8×25 ga ik niet meer doen, daar is het inmiddels te druk voor. Ik doe met achtje 250m uitzwemmen. Dan wil ik de 3000m nog volmaken. Ik doe dat dus maar in de schoolslagbaan. Rustig aan. Ook daar is het druk. We kletsen nog even, KH en ik. Tevreden ga ik weer naar huis. De zwemsnelheid is niet echt verbeterd, maar ik weet toch echt zeker dat ik beter ben gaan zwemmen! Misschien komt het door de pauzes.

Maandag 26 juli Donkere luchten boven de Oostvaardersplassen. ?‍♀️
Vincent is op kamp en die mag de hele dag lekker sporten. Rob en ik hebben het rijk alleen. ‘s Avonds ga ik lekker hardlopen. Ik trek alles op het schema elke keer een dag naar voren en nu staat er een uurtje hardlopen, waarvan 20 minuten in zone 1-2, 20 minuten in zone 2 en 20 minuten weer zone 1-2. Ik moet de training zelf invoeren. Korte broek aan en hoppa – gaan! Tussen de buien door. Zone 1-2 is prima te doen. Ik ga gewoon weer eens lekker langs de prachtige Oostvaardersplassen richting de dijk.

De kleuren van de lucht zijn echt prachtig. Met buien in de verte en de donkere kleuren. Er is niemand. Ik hobbel gewoon door met een hartslag die niet boven de 140 mag komen. Het tempo valt me mee. Ik kom helemaal niemand tegen. Het is prachtig om te zien hoe er een damp van water boven de paden hangt. Ik ga door naar zone 2 tot een hartslag van maximaal 150. Ik loop iets meer door, maar niet zo dat ik stuk ga. Het tempo gaat dan ook lekker omhoog, al is het wel zweten.

Ik moet mijn best doen om vol te houden. Dat ik niet denk na 3 kilometer dat ik klaar ben en dat het wel goed is als ik gewoon langzamer ga lopen. Dat is echt mond-training: doorlopen, ook als het niet meer vanzelf gaat. Dus dat doe ik dan maar. Er vallen een paar druppels, maar ze zijn eerder verkoelend dan alarmerend. Op de brug is het dampende water goed te zien. Echt apart.

Ik ga rustig terug naar zone 1-2. Dat is moeilijk om dan te blijven (soort van) dribbelen. Achter me hoor ik het donderen. De lucht is intussen geel. Dreigend geel. Dat is niet zo fijn! Ik hoor het door het nieuwe koptelefoontje heen. Die probeer ik uit, ook al is het Vincents koptelefoon. Het sluit mij iets te goed af en ik hoor ook het dreunen van mijn eigen stappen. Ik ga nog een stukje verder door de wijkom het uur vol te maken en dan nog om de AH heen om 10 kilometer vol te maken. In iets meer dan een uur.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-21

Zondag 25 juli Uitfietsen met moeie ? ?

Vincent moet een uur en een kwartier fietsen. Ik moet dat morgen doen, maar ik ben alle trainingen een dag naar voren aan het halen. Dan kom ik vanzelf de rustdag tegen als ik die nodig heb! Vandaag ga ik met Vincent mee. Een rondje om de Noorderplassen. Mijn benen hebben na 2 kilometer al bericht voor me: Geen Power – Geen Zin. Gelukkig luister ik niet naar ze en hoor ik nog liever Vincent aan over Fortnite! Elke brug op protesteren ze luid, die benen van me. Het fietscomputertje meld ook iets: geen tempo. Vincent behoedt me om verder om te rijden dan nodig is, maar het haakje bij het Boathouse krijg ik net verkocht. Op de dijk gaat het wel redelijk qua tempo en met de benen. Tot we stilstaan voor een foto. Dan komt de benauwde, hoog vochtige lucht als een deken op je te liggen en beneemt je -bijna letterlijk- de adem.

We doen een paar sprints, maar die nemen mijn benen me helemaal niet in dank af! Die van mij lopen ook eens een keer echt vol, zonder dat ik echt hard ga. Ik push Vincent nog wel om in de buurt te komen van de 75 minuten en we rijden via de Evenaar terug. Ik heb de afgelopen week ook 178 kilometer gefietst. Ik heb getraind alsof ik een hele triatlon ga doen. En dat noem ik dan lekker vakantie!

Zaterdag 24 juli – De Amerongse Berg ⛰ Trail ?

Joyce en ik moeten voor we naar de Ardennen gaan voor de Trail de Fantomes toch echt nog een keer wat trainen en hoogtemeters maken. mo half 10 staat Joyce voor de deur en met wat file rijden we naar Bosrestaurant (ik ben de naam vergeten) en daar stappen we om kwart voor 11 met de trailschoenen aan uit. We gaan een halve marathon lopen. Ik zie er wat tegenop, want ik weet nooit zeker of het zal lukken. Joyce is ook al een geruime tijd wat vermoeider. We gaan rustig aan doen. We hebben de tijd.

Mijn horloge heeft er vandaag in het begin meer moeite mee: de route loopt niet naar wens mee en ik moet inzoomen en dan kan ik na een kilometer ook gewoon lekker meedoen. Allemaal brede bospaden. Vorige week was hier nog een georganiseerde trail, dus we kunnen de afsnijroutes volgen. Het zijn allemaal onlangs nog betreden paden! Het gaat inderdaad op en neer. Het gaat mij goed af. Lopen op dit tempo en tegelijkertijd vertellen (over de vakantie) kost me niet zoveel moeite.

Eerlijk gezegd vind ik de route niet uitermate bijzonder. Het gaat op en neer, het gaat door het bos, er zijn brede trailpaden en single tracks en we hebben de tijd om te praten. Of om even stil achter elkaar te lopen. Misschien zijn we intussen verwend qua trails. Maar het open veld is even mooi!

En weer verder! Bossen door slingeren. Op 5 kilometer houden we een eetstop. Tegenwoordig doen we dat dus maar gewoon, dat stoppen. En soms is het eventjes een stukje minder hard rennen of flink doorstappen. Het is heerlijk weer, bewolkt, niet te heet of te benauwd. Het is wel zweten en warm hoor! Dat wel. Heel soms lopen we een stukje verkeerd, maar met 2 keer de route op een horloge, keren we dan snel om.

Ik kan niet echt meer veel bedenken wat heel speciaal was. Op 10 kilometer doen we weer een stop om te eten en een plasje. Ik heb veel voeding bij me: eierkoeken (die neem ik nu 2), Marsjes, zoute stokjes… Joyce moet er om lachen: van Anke die niets at naar Anke met de halve Albert Heijn bij zich! Maar ze kan de bananenschil toch maar mooi kwijt in 1 van de zakjes die ik ook meesleep! We gaan naar de Eenzame Eik. Ik was daar al ooit, maar Joyce nog niet. Ik besluit om tot daar te blijven hardlopen. Nu zijn er veel dingen (met snelheid en kracht en prestatie) waar ik niet in uitblink, maar als ik iets in mijn hoofd zet, dan doe ik het ook! En dat is blijven hardlopen. Ook als het omhoog gaat. Ook als het daalt. En daarna weer omhoog gaat. Ik denk aan mijn ‘afspraakje’ bij de Eenzame Eik. Met Joyce. En dat houdt me dan glimlachend op de been in hardlooppas.

Bij de eik zoek ik het bankje uit met de beste tekst en ik hoeft niet echt lang te wachten op Joyce. We zitten samen even onder de eik die helemaal niet zo eenzaam is eigenlijk. Die laatste kilometers – het zijn er nog ‘maar’ 7- die gaan vast ook lukken. Ik hoeft niet zo snel allemaal. En door! Het is te merken dat we wat vermoeid raken. De scherpte met de route is er af. De geanimeerde gesprekken verstommen wat. Het gaat veel over het hier en nu: waar we lopen, waar we heen gaan en hoe het gaat. Joyce ziet een boomwortel over het hoofd (1 van de miljoen) en bekijkt de grond even van dichtbij. Behalve dat ze ook wat grond meeneemt op haar shirt is er niks mis gelukkig.

We komen nog bordjes tegen van de ‘wedstrijd’ van vorige week. Bij de zoveelste bedenken we dat ze deze niet zullen missen. Hebben we toch een beetje een medaille ? Na 17 kilometer raken we de route wat bijster. We gaan iets te veel omhoog en net voor de Eenzame Eik kunnen we weer terug naar de route. Er volgen brede, aflopende paden en dan gaat het zomaar weer een kilometer van een leien dakje. Tot de volgende top

De laatste kilometers zijn net als altijd: sappelen. Vaak de vraag in je hoofd: “hoe nog?” Hoe ver nog? Hoe hard nog? Hoe loopt de route nog? Hoe gaat het nog? Vind ik dit nog wel leuk? Het helpt me te beseffen dat ook dat een vorm van training is. Van je hoofd. Dat zegt: ik wil niet meer. Tegen mezelf; ik, die dan zeg dat we het toch blijven doen! Ik zal eerder bij de 21 kilometer zijn met mijn horloges. De Apple Watch heeft niet gestopt, maar die haalt de halve marathon niet binnen 3 uur. Die loopt een kilometer voor op Joyce! Mijn Garmin haalt de halve marathon daarna. Als we verkeerd lopen langs de camping.

Daar raak ik dan geïrriteerd van, maar we doen nog een blokje extra. Ik wil er gewoon zijn op zo’n moment! Dan moet ik niet denken aan de Ardennen en hoe ik daar nog extra kilometers moet maken en veel, veel meer hoogtemeters.

We zijn rond en dan is Joyce er ook met de halve marathon. We lopen allebei de 22 kilometer vol. Daar wint mijn hoofd het en wandelen we terug naar het restaurant voor een kop koffie / chocomelk en om de handen te wassen. Weer een halve marathon in da pocket. En de afgelopen week heb ik zo ongemerkt 50 kilometer hardgelopen. En ook nog wat gefietst.

vrijdag 23 juli – Toch echt een rustdag! tenminste…. Weer slecht geslapen. Alle spullen inpakken. Afwassen. Opruimen. Naar huis rijden. Alle spullen weer uitpakken. Was. Opruimen. Was. Schoonmaken. Was. Katjes gedag zeggen. Was. Vincent vaccineren (met een hobbeltje). Was. Eten. Was. En ‘s avonds even een stukje wandelen met Rob om de watten (de jetlag!) uit het hoofd te halen. Rustdag dus. Waar je heel moe van wordt!

22 juli (weer) Fietsen door Drenthe en (wieder mal) door Duitsland ?? en intervallen lopen ?‍♀️ ?

Eigenlijk staat er voor morgen 3 uur fietsen naar huis, maar -punt 1- van Coevorden naar Almere (ruim 120 kilometer) in 3 uur is onmogelijk en -punt 2- ik wil helemaal niet naar huis fietsen; ik wil thuis zijn en de was kunnen doen! Dus ik ga vandaag kijken hoe het Drentse land er uit ziet. Nu kan het nog. Ik heb de tijd en ik kom hier niet meer terug! Dus ik ga het rondje Dalen fietsen. Dat is ‘maar’ 35 kilometer en daarom fiets ik dat rondje 2 keer. Hoeft ik alleen maar naar de bordjes te kijken. Ik zet een muziekje op en met minimale zin vertrek ik. Ik heb de laatste tijd voor de meeste sporten weinig animo, tot ik eenmaal bezig ben; dan stop ik liever niet meer. Eerste opgave is het park af en dan volgt het fietscomputertje. De fietscomputer zet het scherm op zwart, wat ideaal is voor mij, omdat ik me dan niet erger aan mijn (gebrek aan) snelheid.

Ik denk dat het circusbord voor het eerste bordje van Rondje-Dalen staat, want ik weet welke kant ik op moet, anders had ik het nooit gevonden. En zo fiets ik door Dalen. Wat ik al snel achter me laat. Het open land in. Lange rechte wegen, lekker makkelijk, goed te volgen en heerlijk rustig. Het is allemaal erg landelijk. Ik weet niet zo goed waar ik blijf qua omgeving, maar dat weerhoudt me er niet van om te genieten. Ik drink keurig van mijn bidon met sportdrank. Ik kijk naar de boerderijen, de wegen en kruis het spoor of een grote weg.

Om even later ineens in het bos te rijden. Dat is wel erg mooi. En bochtig. Ik kom langs bruggen en vaarten. Op de borden staan plaatsnamen van dorpen waar ik nog nooit van heb gehoord. Ik kom over een brugje waar ik op een heel damesteam moet wachten. Ik heb de tijd.

En dan heb ik ergens een stuk wind mee. Inmiddels moet ik plassen. Ik heb zo’n dure fietsbroek aan die ik lastig uit ga krijgen. Dan is Drenthe best open! Na een kilometer of 20 kom ik op de weg die ik ook met Vincent heb gefietst, maar nu ga ik richting Oosterhesselen. Ik sla eerder af en rij over de klinkertjes van Wachtum. Een slaperig Drents dorpje.

Klinkertjes zijn onprettig als je moet plassen. Ik denk dat ik voor het tweede rondje maar even langs het huisje ga. Ik rij aan de andere kant langs Dalen en volg trouw de bordjes. Straks kom ik langs het park. Nog een rondje, maar dan zonder Wachtum? Of ga ik de andere kant op? Ik weet het niet. Ik heb het gevoel dat ik de verkeerde kant op rij eigenlijk, maar ik ben voornamelijk bezig met plassen. Dat ik zo enorm moet. Ik zit op ruim 35 kilometer als ik een bordje zie staan met de keuzes: Rondje Dalen 44 km links en Rondje Dalen 53 km rechts. WHAT?

Ik zit op 40 kilometer en ik zie aan de windmolens waar ik ongeveer moet zitten. Ik fiets niet al te hard, dus nog een rondje kost me teveel tijd. Ik ga NU plassen. Ergens langs de weg bij één of ander miniriviertje zoals er in Drenthe tig zijn, zorg ik bijna voor een overstroming. En dan trap ik rustig weer verder. Ik kom bij knooppunt 20 uit bij het park en besluit het rondje van gisteren nog eens te herhalen. Ik heb de Nederlandse ja-knikker totaal gemist. Nog 25 kilometer erbij is prima. Dat is een uurtje. En ik hoeft nu niet meer te plassen gelukkig. Ik ken de weg nog. In mijn eentje gaat het ietsje harder. Zeker als ik de wind mee heb! Bij de ja-knikkers hou ik een korte stop.

Het is meer een schilder (geel-zwart) dan een ja-knikker. Ik ga over het brugje Duitsland weer in. Nu loopt de GoPro mee. Ik zie een Duitse auto en het voelt toch een beetje als buitenland. De weg kan ik nog prima vinden. En zo rij ik na 50 kilometer weer aan de grens.

De GoPro is leeg intussen. Ik wil ietsje verder om terug rijden. Dan haal ik de 60 kilometer. Of iets meer. Ik wil ook liever niet weer langs de Stieltjesdijk rijden eerlijk gezegd. Zo kom ik nog een keer langs de andere kant van Coevorden. En dan zie ik op de borden Huttenheugte staan. Weet je, dat probeer ik gewoon! Ik volg de borden en kom van weer een andere kant. Met 60 kilometer op de teller sta ik weer bij het park. Daar rij ik nog doorheen en ik heb lekker gefietst.

Officieel stond er voor deze dag een hardlooptraining. Ik hik er tegenaan en haal Vincent over mee te gaan op mijn fiets. Na de pannenkoeken. Natuurlijk heb ik geen zin, maar ik ga wel. Een uur in zone 1. En dan 3 versnellingen op het einde. Ik ga een grote ronde om het park en een rondje in het park. Dat zijn zo’n 10 kilometer. Er zit 1 onverhard pad tussen.

We gaan samen het park uit. Ik hou zone 1 wel vol, maar het is wel op een laag tempo. Buiten het park gaat Vincent hard vooruit fietsen en ik hobbel door. Het tempo gaat omhoog. Langs het Stieltjeskanaal filmt hij me en dan scheurt Vincent weg en ik hobbel door de zon.

Onder het viaduct wacht hij op me. Dan gaan we het onverharde pad op. Vincent moet wandelen en ik hobbel door. Het pad is erger dan ik dacht! Krap, ongelijk en heel… onverhard. Als ik bij het einde ben, keer ik om en neem ik mijn eigen fiets even mee.

We komen bij een soort sluisje en daar kunnen we de verharde weg weer op. Ik word moe en tempo zone 1 wordt echt tempo zone 1. Ik heb geen zin meer en ik wil al helemaal niet meer versnellen. Vincent babbelt vrolijk door. We komen langs een boer die ons in onvervalst onverstaanbaar Drents aanmoedigt terwijl hij de melkbus voortduwt. En we komen langs de koeienoversteek met een een stoplicht.

En ik mopper me suf. Ik hoop dat ik de versnellingen niet haal. We komen langs 1 bankje waar ik een push up doe. Maar dat vind ik achteraf niet genoeg. Als we het park op gaan, doe ik 1 versnelling, maar ik kom niet in de goede hartslagzone binnen 90 tellen. Vincent gaat zwemmen. Ik neem de fiets over. Of ik de laatste 2 versnellingen nog doe? Liever niet. Is ook onhandig met de fiets aan de hand. Ik doe in elk geval een poging. Die niet slaagt. Ik maak de 11 kilometer niet vol, geef de fiets zo snel mogelijk af aan Rob en blijf in het trisuit zitten op de bank. Klaar met sporten in Drenthe.

21 juli Rustdag! ? Uh-huh: een koppeltje ?‍♀️ ?‍♀️ én zwemmen ?‍♀️

Na dagen zeuren is het zover: Rob gaat mee fietsen! We gaan helemaal naar Duitsland. Er wordt nog flink gesputterd over zadelpijn en afstand, maar Vincent en ik krijgen hem mee op zijn eigen fiets, die normaal dienst doet als Tacxfiets. De grootste moeite is weer…. het park verlaten! Dan gaan we naar het Stieltjeskanaal. Het is weer prettig weer. Ik hoeft niet hard. Ik heb een rustdag namelijk. Die heb ik gevraagd. En op de rustdag mag ik best een uurtje in zone 0 fietsen. OF een half uurtje hardlopen in zone 0-1. Dus ik hou tempo-oude-damesfiets aan. Na 5 kilometer krijg ik al de neiging om te gaan zeuren over pauze. We zijn net bij het Stieltjeskanaal.

We gaan de brug over en dan richting Duitsland. Naar de windmolens. Vincent denkt dat die met een rood bandje Duits zijn. We gaan die kant op. Ik heb een soort van route. Met 8 kilometer staan we op de grens. Er zijn ja-knikkers aan de overkant! Leuk!

We wisselen van fiets en Vincent sprint weg op de mijne. Dan komen we bij een brugje en dat steken we over naar Duitsland. Er wordt nog wat gewisseld van fiets en we rijden door Duitsland. Dat zie je niet echt goed aan het landschap, maar de straatnaambordjes zijn anders.

We stoppen nog een paar keer langs brugjes en kanalen. Rob houdt het goed vol! Bijna beter dan deze oude taart op een rustdag. We komen bij een grenstoren en een brugje.

Na een (foto)stop gaat ieder weer op zijn/haar eigen fiets verder. Dan rijden we naar Coevorden. Ik heb het eigenlijk wel gehad. Ik wil een ijsje. Die liggen in het huisje. We moeten Coevorden nog door. Van knooppunt 76 naar 77 en dan naar 20. Het is een beetje onrustig. Dan zijn we weer langs het Stieltjeskanaal. We moeten nog het hele park door en dan zitten er bijna 25 kilometer op.

Rob begon over chips. En toen had ik me toch opeens zin in chips! Dat was genoeg reden om hardlopend het park rond te gaan om direct chips te halen. Joggend. Over het pad om het water heen. Ik ga heel rustig en ik kijk goed naar de natuur. Het is een mooi gelegen pad. Allemaal van die huisjes er omheen. Ik volg de wandelroute.

Bij de Market Dame is het weer druk en zet ik het horloge even uit. Ik heb 2 kilometer gelopen. Ik haal 2 zakken chips en M&Ms. De chips moet ik in de hand houden. Ik loop even langs het ezeltje. En dan hobbel ik weer terug naar het huisje, met in elke hand een zak chips. Het is 3 kilometer rond en dan ga ik op de stoelen buiten de chipszak leegeten.

‘s Avonds wil Vincent nog weer gaan zwemmen. Ik ga maar mee, en ik neem een tijdschrift mee. Volgens het schema moet ik nog 20 minuten krachttraining doen, nou – die doe ik in het zwembad! Van de ene glijbaan naar de andere ‘rennen’, springen in de golven en enge trappen beklimmen. Tegen de stroom in zwemmen en glijden. Ik vind het mooi! Een beetje vals misschien, maar hallo – dit was een rustdag!

Tijdschrift? Uhm…. nopes. Ik ga niet stilzitten. De enige keren dat me dat lukt is als ik aan het bloggen ben. Ik ga meteen na de stroomversnelling het 25m bad in en ik ga heel goed letten op de slag. Diep insteken, nakijken, ademhalen en breed insteken. Zo min mogelijk bubbels. Het gaat echt een heel stuk beter! Niet snel, maar wel goed. En dan kan ik dat zwemmen lang volhouden. Bij de volgende stroomversnelling maak ik de 1000m vol. Ik doe zelfs een stukje met de stroomversnelling mee! We gaan op tijd douchen en omkleden. Nu hoeft ik alleen nog maar te bedenken hoe ik uit ga leggen aan de trainer dat ik een rustdag wilde om op die rustdag vervolgens alle drie de sporten uit te voeren! Het is heel simpel: als het niet ‘moet’, dan doe ik alles heel rustig en ongedwongen. Dan voelt het als rust. En een uurtje fietsen in zone 0 mag. Of een half uurtje hardlopen in zone 0-1. ‘of’ is maar een heel klein woordje, dat zie je zo over het hoofd toch 😉 En zwemmen is voor de ontspanning.

20 juli Intervallen ?‍♀️ en stroming ?‍♀️

Op het schema staat een interval hardlopen. Van anderhalf uur. Vincent hoeft maar 40 minuten. We hebben een wandelrondje Dalen gevonden. Dat begint buiten het park. Vincent kan die 1 keer doen en ik dan twee keer. De grootste moeite echter is wederom het park af lopen. Dan zitten we al op dit 2 kilometer. En dan doen we ook nog eens meteen de route verkeerd. We lopen het leuke schelpenpad op.

Ik moet al gauw aan de intervallen. Het is 2 keer 2 minuten, 2 keer 3 minuten, 2 keer 4 minuten, 2 keer 5 minuten en 2 keer 6 minuten. Tussendoor een minuut (wandel)pauze. De eerste intervallen van 2 minuten houdt Vincent me nog bij, maar hij zal daarna al snel de andere kant op terug gaan. Ik pik het wandelrondje Dalen op. In de interval gaat het tempo lekker omhoog. Tussendoor wandel ik. Ik kom bij het spoor.

Ik zou wel een foto van het bordje Rondje Dalen willen nemen, maar als ik wandel, is er geen in de buurt. Ik loop hard langs de scholen en het dorpsplein. Ik loop hard langs de molen en door de straten. Dalen is wel aardig, maar niet heel uniek. Mijn tempo past er prima bij! Langs de oude waterput en de huizen en dan ben ik weer bij het station. Eindelijk een bordje als het me uitkomt! Dan ren ik door de “Daler tuun”, een parkje.

Ik verlaat de route. Ik kom toch te kort vermoed ik. Dubbel het rondje doen is totaal niet nodig. En even later pak ik het rondje weer op, maar dan in tegengestelde richting. Ik ga aan het tellen om de 5 minuten op hoog tempo vol te maken en afleiding te hebben. Ik krijg trek. Ergens tussen de 5 en 6 minuten intervallen neem ik een gel en veel water. 6 Minuten op hoog tempo is best aanzetten. Ik neem de route de andere kant langs en kom weer bij de schelpenpaadjes. Deze keer moet ik er op tempo overheen. Het is benauwd. Niet zonnig, wel drukkend.

Als ik alle intervallen heb gehad, ga ik uit-joggen. Langs Plopsaland en door het park. Wel aan de buitenkant, want ik ben een rode tomaat ? op hobbel tempo. Ik maak er 14 kilometer van in anderhalf uur. Het was een prima training!

‘s Avonds ga ik nog een keer met Vincent mee naar het zwembad. Ik ga voor 40 minuten zwemmen in het ’25 meter bad’. Het is nog drukker. Nog onrustiger. Nog meer cirkelen. Ik ga heel sloom. Strak, maar rustig. Al snel gaat de stroming aan. Zucht. Ik merk het verschil hoeveel mensen er in de stroming zitten! Hoe meer mensen, hoe meer golfbrekers, hoe makkelijker ik bij het lampje kom. Maar ik sla het lampje soms ook over. En dan neem ik de stroming mee de andere kant op. Dat gaat wel lekker dan! Ik hou soms even pauze en stop het horloge dan. Dan weet ik waar de stromingen zaten. Meervoud ja, want het gebeurt zelfs 2 keer! 1 Meisje zwemt me wel 4 keer in de weg. De laatste keer trek ik me er eens niks meer van aan en raak ik haar.

De meeste mensen merken me niet op, want ik ga overal omheen en zit niemand in de weg. Ik ben wel altijd alert en hoop maar dat er niemand op mijn springt. En zo wel, dat de badmeester ‘t opmerkt. Ik tel de meters bij elkaar tot het er 2000 zijn. Daar doe ik nog geen 3 kwartier over. Het zal wel, maar ik heb genoeg geslingerd en gedoe gehad om het toch zeker mee te laten tellen! Dan ga ik nog even in de golven zwemmen. Kijken of dat gevoel van de Frysman er nog is. Maar nee, het is veel en veel makkelijker met een bodem onder je, getimde voorspelbare golven, golfjes windkracht 3 hooguit en een heel klein stukje. Ik zwem bijna onder de lijn door! Hoe moeilijk de Frysman was in vergelijking met dit dringt nu pas door. Ik zit nog even in de branding en dan ben ik weer klaar. Met sporten voor vandaag.

19 juli De fietsreis ? ? ? , de wandeling?‍♀️? ?‍♂️ en zwemmen ?‍♀️

Vandaag gaan we van het huisje in Noord-Drenthe verhuizen naar een huisje in Zuid-Drenthe. Het ene huisje moeten we om 10 uur verlaten, het andere mogen we pas om 1 uur in. Hemelsbreed ligt het nog geen 50 kilometer uit elkaar. We hebben dus veel tijd over. Vincent en ik gaan fietsen van lokatie 1 naar lokatie 2. Rob rijdt. Maar dan nog hebben we tijd over! We spreken af bij Westerbork. Dan blijft 1 iemand bij de volgepakte auto en de fietsen en de andere 2 wandelen het sterrenpad. Om 10 uur rijden we weg.

De auto en de dakkoffer liggen vol. We gaan richting Assen. Meer weet ik niet, Vincent is van de route. En dat is een dingetje…. De route is namelijk een serie rechte lijnen van punt naar punt… Hij moet er zelf de weg bij zoeken. Na enig gemopper en een stukje onverharde weg, heeft ie het door en gaat hij voor de badge ‘navigatie voor gevorderden’. Ik hoeft alleen maar te trappen, te luisteren en mee te gaan. Lekker! Alhoewel… Ik vind het moeilijk de route uit handen te geven en heb net te weinig idee of het goed gaat met de richting… Alhoewel… Mijn beentjes vragen zich af wat we nu weer aan het doen zijn… Alhoewel… Ik heb niet zo heel veel te vertellen eigenlijk… Vincent is hartstikke vrolijk, goed met de route en we komen door prachtige dorpjes. Lekker Drents.

En over de vlakte van Balloo. We gaan langs Roden. Overal is het stil en lekker rustig op deze maandagochtend met perfect weer. We hebben wind mee en het is licht bewolkt. We luisteren van alle duizend keer dat de fietscomputer roept: maak een u-bocht, slechts 1 keer! Dan gaan we terug naar het fietspad. Dat is het moment dat mijn benen zich gewonnen geven en dat ik me er bij neerleg dat ik alleen maar om me heen hoeft te kijken. Straks, na een kilometer of 20 moeten we even uitkijken dat we Westerbork niet missen, maar verder is alles kits. Vincent heeft het volledig onder controle. En is het 2 minuten stil, dan kan hij vrijwel elke keer melden: we zijn uit koers! 1 keer maak ik een foto van het fietsroutebord, maar ik zie Westerbork niet liggen! Na 20 kilometer kijken we op de telefoon en blijken we eigenlijk vlakbij te zitten. Een paar minuten later vinden we Rob op de parkeerplek. Hij gaat lekker samen met Vincent wandelen, terwijl ik bij de auto en de fietsen wacht. Heerlijk, een uurtje niksen! Appen, snoepen en drinken. Ik kom de tijd wel door! Ik vraag bij de trainer een rustdag aan. Want er staan deze twee weken werkelijk elke dag iets!

We fietsen weer verder rond 12 uur. We zijn nog niet op de helft, maar dat boeit niet. We gaan nu helemaal een stil stuk in. Er is bijna niemand en er zijn nauwelijks grote plaatsen. Ik weet dat we langs Orvelte gaan, maar dat is echt ‘schampen’. Van de plaatsen Aalden en Meppen had ik nog niet gehoord. Vooral om Meppen moeten we lachen. Al is Oosterhesselen ook een plaatsnaam die voor pret zorgt. Onderweg doen we twee keer een plasstop, voor elk een. We passeren een meneer daardoor wel 3 keer! We trappen vrolijk verder in een redelijk tempo.

Vincent heeft de route helemaal onder controle. We moeten 1 keer gokken dat de weg niet afgesloten is (wat niet zo is in werkelijkheid, maar wel volgens de borden) en we dwalen even door Dalen. Ik wil de bordjes Huttenheugte gewoon gaan volgen, maar Vincent mijdt het centrum door de rechte lijnen. We passeren het circus en dan komt het wel goed als we een combinatie van de route en de bordjes maken. Ineens zijn we er. Bij Plopsaland. Na dik 60 kilometer. Maar dan moeten we het hele park nog door! Dat is zomaar 2 kilometer extra! We zitten na 63 kilometer fietsen nog steeds in Drenthe.

Rob heeft alle spullen in het huisje gezet. Ik ruim het even op. Het is een heerlijk stekje! Lekker rustig in het bos en niet zo vochtig en vies als waar ik voor gewaarschuwd was. We hebben een fietsenkamer met stapelbed. We hebben iets voor de fiets laten afleveren bij de AH in Coevorden. Dat is namelijk vlak bij het park. Rob en ik zullen er even naar toe wandelen. Dat is een misvatting! We komen namelijk het park niet af. Het is stervensdruk, want wij mochten er als Friendsgast dan wel al om 1 uur in, de rest moet wachten tot 4 uur en dat is nu. Overal auto’s en mensen. En afgesloten hekken. We wandelen 3 kilometer en zijn dan pas het park af. Waar we helemaal omheen moeten lopen! Door alle irritatie lopen we flink door langs de weg. Het is nog saai ook. Na een kilometer of 5/6 ligt ons huisje hemelsbreed nog geen 500m van ons vandaan. We lopen langs het Stieltjeskanaal en komen in Coevorden aan.

We lopen door het park. Er zitten al 7 kilometer op en ik zeg tegen Rob: dat is van ons huis naar het station in Almere Centrum. Dan gaat er een lampje branden: tussen Coevorden en Dalen rijdt een trein. Als het korter lopen is, nemen wij de boemel! Maar eerst de AH. We kijken even in het centrum en als ik borduurstof koop, telt Rob uit dat het anderhalve kilometer korter lopen is na een treinritje. Ik heb vanmorgen namelijk ook al gefietst en Rob heeft ook al flink gewandeld bij de radio-antennes (ook zo’n 6 kilometer) dus wij kijken uit naar het spoor! We hebben iets te drinken gehaald en het pakje bij de AH zit in de rugtas.

Zo leuk: de trein! Ook al is het maar 3 minuutjes. En dan nog altijd 4 kilometer terug wandelen. We nemen frietjes mee en spullen die gekoeld moeten blijven, halen we op het park. Rob heeft de halve marathon gelopen, zoveel is zeker.

Na het eten wil Vincent zwemmen. Die heeft de hele middag stilgezeten. Helemaal alleen gaan vind ik toch onverantwoord, dus er moet iemand mee. Er is een 25 meter bad. En ik heb nog niet gezwommen vandaag…. Maar ik kan daar ook gewoon stil gaan zitten. Dat lukt me ook. Een minuut of 10. Het 25 meter bad is meer een speelbad dan een trainingsbad.

Ik trek het zwemmen naar voren en ga nu een half uurtje, nu ik er toch ben. Ik doe mijn brilletje op en ga heen en weer zwemmen in mijn borstcrawl. Diep insteken en breed insteken is een gewoonte geworden. Rust bewaren is lastiger. Dat komt omdat er veel mensen zijn om omheen te cirkelen. Opletten of ze niet springen of mij in de weg zitten. Tot overmaat van ramp zetten ze ook nog een stroming aan! Die gaat buitenom, maar in het zwembad merk je dat ook enorm goed. Ik moet tegen de stroming in zwemmen! Het is een flinke krachtoefening. En de andere kant op kan ik de stroming mee dan weer gebruiken. Ik zie het maar als training en erger me niet. Als de stroming uit gaat, wordt het lekker rustig in het bad en kan ik tamelijk rechte 25 meter banen zwemmen. Na dik een half uur hou ik het voor gezien.

Al met al heb ik op deze dag 25 kilometer gelopen volgens de Apple Watch, -waarvan 13 kilometer flink gewandeld-, 63 kilometer gefietst en 1400m gezwommen. Raar om dan ook een rustdag aan te vragen…..

18 juli Hardlopen ?‍♀️ en dwalen door Drenthe

Vincent ging fietsen. Ik twijfelde nog even, maar ik dacht: ach, dan kan ik het beste ook nu maar direct gaan. Ik moet hardlopen. Ik vergat dat het op het heetst van de dag was. Ik vergat de hartslagmeter om te doen. Ik vergat het water bij te vullen. En ik vergat de route. Ik had wel een idee, maar niet op mijn horloge staan ofzo. Ik wist wel waar ik heen wilde. Ik wist ook wat de opdracht was: zone 1 en na tien minuten een minuut zone 2-3. Ik wist ook dat ik niet perse anderhalf uur hoefde te lopen. Ik wist waar ik heen wilde: het Vijftig Bunder Bos en langs het mooie meer.

Eerst ‘gewoon’ achter het park langs richting de Punt. Al snel bleek het enorm zonnig en warm. Zone 1 op het fietspad was te doen. Lekker hobbelen. De eerste minuut ging iets harder, maar verre van snel. Na een volle sportweek ben ik gewoon een beetje moe aan alle kanten. Misschien moet ik de trainer toch maar eens vertellen dat ik echt niet voor een hele triatlon train en dat ik vakantie heb en geen sportkamp.

Op de kruising ging ik naar rechts. Dat ging in mijn optiek richting het Vijftig Bunder Bos. Helaas, dat was niet waar. Helaas, het was in de volle zon. Helaas, het was langs de N34. Helaas, het was mul zand. Helaas, ik moest weer een minuut aanzetten. En het meest helaas: het pad hield op, omdat het verzoop. Overstromingen in Drenthe. Op kleine schaal weliswaar, maar hinderlijk voor mij.

Voordeel: er liep een dijk naast. Nadeel: onverhard en ongelijk gras en volle zon en een hogere hartslag en dus een lager tempo. Door hobbelen dan maar. Tempo loslaten. Ik kwam bij het fietspad en het bruggetje. Dat had korter gekund!

Geen Vijftig BunderBos around en al dik 6 kilometer onderweg. Waar nu heen? Ik keek op de kaart en zette het horloge stil. Dat is een nieuwe gewoonte. Stop het horloge als je stilstaat. Even het zweet wegvegen, uitkijken over de velden en bedenken dat ik Rob altijd kan inschakelen voor nood. Ik denk zelfs even aan terug gaan over dezelfde weg. Even. Heel even.

Nee. ? ?

Dus ik loop verder en versnel nog een keer en hobbel daarna weer. Opeens sta ik -warmpel- tegenover het Vijftig Bunder Bos! Winnie de Poeh ontbreekt. De wagonlading fietsers heeft ‘m samen met Tijgertje en Piglet weggejaagd denk ik. Ik kijk op het fietsbord (als de andere fietsers klaar zijn) en ontdek dat ik best aardig ga. Knooppunt 66 en 62 en dan kan ik langs het water als ik nog tijd heb.

Ik loop weer over een zandpad. Ik ga maar gewoon door. Heet is het toch. Zweten doe ik toch. Als de plassen groter zijn dan het pad, ga ik het fietspad op. Ik zie twee oude tractoren. Dat is iets anders als alle fietsers, die er nu niet meer zijn! Het is mooi groen.

Ik heb niet zoveel veerkracht vandaag. Geen zin om maar te blijven hollen of iets te moeten. Ik versnel wel netjes elke keer zo’n beetje, maar er is geen fanatisme. Net te weinig energie. Net te weinig genieten. Ik kijk om me heen naar de boerderijen en het landschap, maar het dringt niet echt door dat dit de laatste keer is dat ik hier rond Zuidlaren loop.

Het is het allemaal net niet. Al moet ik grinniken om het accent van de fietsers die net als ik moeten opzoeken waar ze zijn bij knooppunt 66. Nog ongeveer een kilometer en dan kan ik naar het water toe lopen. Rob SMSt me. Hij moet Vincent gaan assisteren bij het fietsen. Dat geeft mij tijd en rust. Ik loop zo hard mogelijk door over de vreselijk zonnige, lange weg. Dat is het helemaal niet voor mij. Ik haat alle drie de zaken. En het tempo haat ik ook. Zeker op dit moment. Maar goed, ik heb er tien kilometer op zitten en ik weet nog waar ik naar rechts moest voor het meer. Een trailpad. In de schaduw. Rust. Aan alle kanten. Het is er mooi.

Ik stop even en bel Rob. Hij kan mij ook oppikken als dat moet. Ik ga verder langs het water en geniet er van dat het mooi is. Niet zo druk en niet zo heet. En hé; ik doe zo’n beetje precies de route die ik gedacht had uiteindelijk! Ik doe een lekker snelle onverharde versnelling. Rob neemt Vincent mee. Die heeft het fietsen ook wel gezien bij deze hitte. Mijn water is op. Ik herhaal: het water is op! Ik loop langs de carpoolplek en ik denk er even over om langs de achterkant het park op te gaan om de 15 kilometer te halen. Even. Maar het is niet nodig en niet verstandig.

Ik ga terug naar het park. Daar loop ik nog wel via de andere kant om de 14 kilometer te halen, maar het gaat echt moeizaam. De opdracht zit er op. Ik hoeft vanmiddag helemaal niks meer te doen, behalve bijdrinken (thee), TV kijken (F1) en relaxen (borduren). Ik ben het eerste thuis en eet de zoute stokjes op.

Anyway, dat was een week van bijna 17 (zeventien) uur sport, als je alles meetelt. Wat ik normaal niet zou meetellen (wandelen, duiken, krachttraining) was het zwaarste, dus dat is meegerekend ook! De ‘gewone’ sporten (zwemmen, fietsen, hardlopen) zijn toch zo’n 14 uur en daar is ook niks mis mee. Vakantie heet dat 😉

17 juli Duiken ? , fietsen ?‍♀️ , kracht ? en een visje ? rennen ?‍♀️ .

Spannend vonden we het. Alledrie. We gingen een introductieduik doen in het Veenmeer. Dat ligt op het vakantiepark waar we zitten. Om 10 uur worden we verwacht. Mevrouw M wacht ons op. We krijgen ieder een eigen begeleider en M legt goed uit wat we moeten doen en hoe we gaan duiken. Het is zo nieuw allemaal! Ik kan me er nog niks bij voorstellen. We doen een pak aan wat hartstikke dik is. En dan worden we verzwaard met lood. Dan nemen we het duikvest mee naar het water en moeten de flippers aan. Een foto en dan gaan we los van elkaar op voor de eerste duik!

M gaat met mij mee. Heel rustig. Ik moet even wennen aan het ademen. Ik kan me er niet echt iets bij voorstellen, maar het is allemaal niet zo moeilijk als je het door hebt. Dan gaan we onder water. Een kwestie van je vest leeg laten lopen. Ik ga soort van liggen bij de bodem op het zand. Het hele idee is onwerkelijk. Net alsof je maar een beetje onder de oppervlakte zit. Ik moet even mijn oren laten ploppen en dan bewegen we ons voort over de bodem. Ik vind het veel herrie. Dat ademhalen klinkt zo luid! Ik kan de bodem aanraken met mijn blote handen. Dat is echt stoer! Ik zie de plantjes en het trapje. We gaan even naar boven zodat ik kan zeggen dat het goed gaat. En weer onder water. Ik moet op de visjes letten, maar ik ben in de ban van de bodem. Die zie ik eigenlijk nooit. En de plantjes zien er hier ook zo raar uit. Ik heb de neiging om te zwemmen en snel te willen bewegen. Ik ben gewend aan de herrie intussen en kan prima aan mijn lucht komen. Ineens ben ik weer boven zonder dat dat de bedoeling was. Is niet erg, dat is het drijfvermogen. Het is een veilig idee dat M erbij is. We gaan langs de kant. We keren om en dan kom ik tot rust en ga ik echt goed kijken. Ik zie een hele school visjes. En die plantjes! Nu vind ik ze alleen nog maar mooier! En dat ik gewoon diep onder water zwem op een meter of 3 en dat dat gewoon zomaar kan. De bodem aanraken. Ik kom opeens wel tot rust. En dan gaan er boven gele flippers langs! Dat is Vincent en zijn begeleider. We zwemmen visjes tussendoor en dan zwemmen we zowat tegen Rob en zijn begeleider aan. Rob heeft erg veel last van zijn oren en hij komt niet zo diep. Ik duik weer naar beneden en dan ga ik heel erg rustig aan het kijken en genieten. Ik zie vele visjes, die ik niet kan aanraken of pakken. Ik zie de zonnestralen. De bodem blijft me fascineren. Het enige lastige is dat ik niet heel breed kan lachen van plezier met dat ademapparaat in mijn mond. Wat me het meest fascineert is dat dit zomaar kán, dat ik dit zomaar dóé. Al die vissies. Het is een soort levend aquarium. Dan komen we weer boven en zijn we terug bij de steiger. M helpt me met mijn flippers. Ik vond het echt een geweldige ervaring! Wat ben je (letterlijk) loodzwaar als je uit het water komt. Maar ik ben ook blij dat het pak uit kan. Ik ben niet direct gegrepen. Rob komt er ook uit, maar die is begrijperlijkerwijs wat teleurgesteld dat hij niet zo diep kon komen met zijn oren. Vincent komt als laatste boven.

Die heeft een enorme karper gezien! Ik weet niet zeker of ik jaloers op hem ben… Voor mij waren de kleine visjes, de plantjes en de bodem en vooral het besef dat ik diep onder water kan komen een fascinerende ervaring.

Eigenlijk zou ik er van willen bijkomen, maar de winkel roept en de lunch en het schoonmaken en daarna het fietsen wat op het schema staat. Als we de banden willen oppompen, blijkt het CO2-pompje niet te werken. We lenen een fietspomp en ik ga in mijn tocht langs de fietsenwinkel in Zuidlaren. Al met al is het een onrustig vertrek zo. Ik ga solo fietsen. Muziek en water en sportdrank bij me, de route heb ik gemaakt. Eerst een dik uur in zone 1. Dat is al lastig. Soms kom ik er niet eens in en als ik er dan ben, dan is de hartslag ook zo weer te hoog. Of dan moet ik even achter een andere fietser wachten – te laag. Iemand inhalen – te hoog. Afremmen voor een rotonde – te laag. Kijken naar de route – te hoog. Tempo maken – te hoog. Inhouden – te laag.

Ik fiets de provincie Groningen weer in. Langs Glimmen. Hier was ik van de week ook, maar toen was het rustig. Dit is een zonnige zaterdag en het is druk met dagjesmensen op de (elektronische) fiets. Ik ga langs Meerwijk. Dat is leuk met veel water. Ik moet wachten voor een krakende ophaalbrug.

Mijn muziek staat nog niet aan. Ik drink wel netjes de sportdrank. Dan over de camping en opeens sta ik bij het veerpontje. Dat ligt aan de rand van het Zuidlaardermeer en is een handbediend pontje. Het is een drukte van belang en gelukkig ben ik net op tijd om mee te gaan. Het gaat erg langzaam, maar ik hoeft niet te draaien. Het horloge draait ook niet mee. Ik zet mijn muziek aan.

Dan ga ik snel verder tussen het waterrijke gebied door. Wind mee of gewoon even rust of lekkere fietspaden of een combinatie van die drie zorgen voor een fijn tempo. Maar de hartslag is meestal te laag. Ik begin me zorgen te maken over de intervallen.

Ik kom door het schattige dorp Noordlaren. Vaak denk ik aan Joyce’ advies om dit te zien als een trilloop en vooral goed rond te kijken. Ik volg de route en kom weer op een smal fietspad waar ik eerder deze week ook al was met Vincent. Langs Glimmen en Haren. Ik moet Haren door en dat is een logistieke ramp qua route volgen. Ik raak geïrriteerd, want de intervallen komen er aan. De eerste gaat door de route de mist in. Ik kan niet hard door een dorp scheuren, liggend op de bars! De irritatie zet door. Ik had hier de lange rechte paden bedacht, na 24 kilometer, maar ik ben zo ver nog niet. De route gaat anders als ik verwacht en de irritatie is compleet. Ik rij op en neer, zie hoe laat het is en ik wil voor de sprintrace terug zijn in het huisje. Ik wil de intervallen wel doen, maar hoe… Ik wil de route ook wel volgen, maar ik moet wat anders rijden.

Dan kies ik de lange rechte wegen en ga afsnijden langs het Paterswoldemeer. Dat is erg mooi en net zo vol bootjes als het Zuidlaardermeer. Ik vlieg er langs. Een paar minuten. En dan moet ik daarna weer een paar minuten rustig aan. Hoe de interval in elkaar zit, ontgaat me. Het is weer te veel: letten op de route, letten op de interval, letten op de hartslag en letten op de weg. De route gaat als eerste mis. Daarna volgt de interval. Ik weet niet meer waar ik zit, letterlijk en figuurlijk. Ik scheur Eelde door, maar mensen gaan niet aan de kant of horen mijn bel niet. Het is bijna gevaarlijk met mijn irritatie. Na Eelde geef ik het op. Ik doe de intervallen als ik merk dat de ruimte er is. Ik kom weer op de route (of het computertje berekent iets nieuws, dat kan ook) en ik kom langs het vliegveld. De KLM Flight School zie ik staan.

Een heerlijk breed fietspad ligt voor me. Hoeveelste van de 6 intervallen het is, weet ik niet, maar deze gaat super. Ik fiets net tegen verzuring aan. Maakt me niet uit hoe lang of hoe hard. Dat zie ik toch niet! En dan zoek ik in de rust de route weer op. Richting Tynaarlo en Zuidlaren, dan komt het goed. Ik kom op een mooie weg en na 3 auto’s is tie leeg. Ik doe nog een heerlijke interval. Tussen het groen op een weg die voor mij is. Tot de volgende kruising. Ik heb zeker 6 versnellingen geprobeerd. Het fietsen wordt er afwisselender van. Nu heb ik er genoeg van. Ik wil er zijn. Geen idee hoe ver ik al heb gefietst (al ruim 40 kilometer), geen idee hoe ver het nog is (volgens het bord is Zuidlaren 12 kilometer, maar Tynaarlo nog maar 3) en al helemaal geen idee hoe ik moet rijden. Ik ga trouw de route volgen en kom door een prachtig Drents dorpje rondom de brink. Inclusief schapen in het midden.

Hoewel de bidon sportdrank leeg is en het prachtig is om hier te fietsen, ben ik toch nog steeds ietwat geïrriteerd omdat ik niet kan plaatsen waar ik ben. Dan kom ik in Tynaarlo en ik ga naar de A28. Hier was ik vorig jaar al eens.

Ik weet het nu zo’n beetje, maar of ik de sprintrace zal halen weet ik niet. Ik haal de 50 kilometer (net) niet, maar dat boeit me al niet meer. Ik wil wel ongeveer 2 uur halen en dat zal me lukken. Het laatste stukje over het fietspad wat ik ken, versnel ik nog een keer. Voor de sprintrace…. Die sprintrace haal ik precies. Ik heb 48 kilometer gereden in dik 2 uur. Geen snelheidsrecord. Ik waardeer de brede, rechte fietspaden in Flevoland sinds vandaag weer ietsje meer.

Warempel zit ik ook een dik half uur buiten in het zonnetje. Dan heb ik nog een krachttraining staan op het schema. Voor iedereen die denkt dat ik op vakantie ben: het is een sportvakantie! Ik doe vandaag iets te weinig krachttraining, maar het gaat me steeds gemakkelijker af. Na de krachttraining ga ik buiten nog een klein stukje hardlopen. Voor de bingo van Trispiration moet je een dier-vorm fietsen. Op het park heeft Vincent een vis-vorm gezien. Die is ongeschikt voor fietsen, maar heel goed te lopen! Het lijfje is de weg en de vin achteraan is langs de midgetgolf. Omdat het heel klein is, loop ik drie keer. Binnenkant van de weg, midden van de weg en buitenkant van de weg. En langs de midgetgolf elke keer een beetje anders.

Ik ga hard. Ik zet mijn beste beentje voor en het is maar een klein stukje. 5:16 en dan nog een keer. Ik doe het vinnetje zelf iets vaker om op de 2 kilometer te komen. In 10 minuten en 17 seconden.

Niet om het een of ander, maar ik heb vandaag weer genoeg gedaan! Ik schiet al lekker op met de bingo. Dat gaat nergens over, maar het zijn leuke uitdagingen.

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-20

Vrijdag 16 juli – Een trail met natte ? en asfalt en alles wat ertussen zit ? , een letterslang ? voor sport zonder de t van triatlon, 15 intervallen ?‍♀️ en samen met een vrolijke Vincent ?‍♂️

“Mama, gaan we trail lopen?” Dat is een goed idee hier langs de Drentse Aa en met een Ardennentrail in het vooruitzicht (ook al verschilt het landschap en de hoogtemeters nogal van elkaar) Ik zet de route uit en zal deze volgen op mijn horloge. Ik moet ook de intervallen in de gaten houden, maar de eerste 25 minuten lopen we allebei in zone 1. Vincent verveelt zich. (huh?) Dus we gaan een letterslang spelen met sporten. In de ruimste zin van het woord. Als wij door de modder lopen op het veld en natte voeten halen, bedenken we iets met sport dat begint met de letter N (Nike, nordic walking) of L (linkerschoen, langlaufski) of R (renbaan, Reebok).

We stoppen voor een plas en een selfie en dan zijn de makkelijke 25 minuten alweer voorbij. Door voor ik-weet-nog-niet-hoeveel intervallen van 80 seconden in zone 2-3. Leuk en aardig, maar de trailondergrond is totaal ongeschikt voor snelheid. Ik doe mijn best, maar de Garmin moppert dat de hartslag te laag is na 30 seconden. En dan 19 seconden later dat ik in de goede zone zit. En dan 12 seconden later dat ik naar links moet. En dan 4 seconden later dat de rust ingaat. En dan weer 3 seconden later dat ik nu echt naar links moet. Kortom: ik mis wel eens het een en ander, of dat nu de rust of de route is. Daarbij moet ik nadenken over de letter M en iets met sport en ik mag naar Vincent luisteren. Het woord rommelig is niet met de M, maar zo voelt het wel en ik zet de woordslang even op pauze. Ik kom er achter dat ik maar liefst 15 intervallen door moet! We steken om een soort camping heen over een pad waar bramen en brandnetels uitsteken. “Gaan we alweer wandelen”, roept Vincent.

Hij heeft meer dan genoeg energie over en kwebbelt maar door, terwijl ik de goede hartslagzone én de goede route probeer te combineren en ondertussen ren ik mijn benen onder me vandaan. Bij de tiende keer gaat hij me ondersteunen door een heel verhaal te vertellen in 80 seconden. Liefst over Pokemon of Fortnite. We komen ergens bij interval 11 of 12 op de verharde weg en het is duidelijk dat de intervallen daar toch voor bedoelt zijn! Het kan even op een hoger tempo. Van korte duur, hooguit 2 intervallen lang en Vincent roept welke tijd ik loop. Ik heb echter nog een trailpad op de route staan.

De laatste interval doe ik op de weg. Vincent kletst (“nu loop je tenminste lekker door mama” ? ) en ik tel en loop zo hard als ik kan en dat is zwaar. Daarna verklap ik dat ik winegums bij me heb, waar ik van word beroofd.

We gaan uitlopen in zone 1 met nog een korte stop voor een selfie en een plas en dan pakken we de letter M weer op. Bij de T houdt het op, want ik roep TACX. Einde spel. Tot we de weg oversteken, dan ontdekt Vincent wat we vergeten zijn: de XL-Triatlon. We hebben het gehad over tennis, tafeltennis, toren (van het schaakspel), tegenstander, trailrunnen; maar TRIATLON zijn we totaal vergeten! 11 kilometer in laag tempo, maar we hebben wel lekker een training gedaan samen!

Donderdag 15 juli Een triatlon ?‍♀️ ? ?‍♀️ met mijn afstanden ? en op mijn manier. En die van Vincent!

Vincent moest zwemmen (een half uur), we moesten samen fietsen (anderhalf uur) en ik moest hardlopen (40 minuten). Vincent mag niet zomaar alleen zwemmen, dus…. ik ga mee. Ik heb de hele ochtend rust gehad. Waarschijnlijk kan ik straks niet meer zwemmen, dus ik ga vandaag graag. Als het droog is, doen we een wetsuit aan en gaan we. Ik zie al op tegen het uitspoelen, maar ja… Eenmaal in het water is het maar wat fijn dat we een wetsuit aan hebben! ‘t Water is afgekoeld. We zwemmen naar de witte cone, naar de groene boot aan de overkant. Ik ga lekker. Ik moet wel mijn best doen, maar ik steek vanzelf alleen nog maar breed in. Dan naar het steigertje.

Ik ga om het bosje heen, maar daar is het ondiep. Dan zwemt Vincent terug en ik ga via de groene boot en dan met de golven mee naar de schommel op de waterbaan. Vincent zwemt terug en zal zichzelf en zijn wetsuit afspoelen. Ik zwem nog drie rondjes om de drie boeien heen. Eigenlijk wil ik wel de 2000m zwemmen, maar ik heb er niet echt de tijd voor en de training is toch al te lang.

Ik wandel naar huis, geef Vincent ook mijn wetsuit om af te spoelen en pak de fietsen. Ik doe fietskleren aan. We gaan gewoon lekker langzaam anderhalf uur door Drenthe toeren. Ik heb een route richting Assen gemaakt, Vincent heeft de fietscomputer. We keuren de brede, geasfalteerde paden in Drenthe al snel goed. Geen zand, geen schelpenpaden. We spelen wie-heb-ik-in-mijn-hoofd. Na een kilometer of 18 zoeken we aan de rand van Balooerveld een bankje uit voor een minimarspauze.

Ik krijg van Vincent het fietscomputertje om er mee te leren omgaan. Als het daglicht aanstaat, kan ik het een stuk beter zien! We gaan een woordslang maken met sportartikelen. In de ruimste zin van het woord. Het fietsen gaat nu tegen de wind in en iets minder hoog tempo. Ik ga maar 1 keer een beetje de mist in. Vorig jaar heb ik hier toch ook allemaal een keer gefietst. We gaan via Zuidlaren terug. Ondertussen komen er woorden als overtreding, Nederlands elftal en dartbord langs in de woordslang!

Bij het huisje wisselen we. Vincent mag op mijn fiets, ik doe loopschoenen aan. Ik zie op tegen het lopen. We gaan naar de boerderij. Mijn horloge staat op fietsen ingesteld en dat gooi ik snel weg. Ik heb de witte schoenen aan en loop fijn. Vincent is diep onder de indruk van mijn fiets. Hij scheurt rond. Ik ren door de boerderij en groet dezelfde meneer als die we gister bij de wandeling zagen. Het gaat zo lekker! Vincent racet op mijn fiets. Ik loop gewoon hard. Geen benauwdheid en een goede warming up gehad.

Na 3 kilometer gaat het tempo alleen maar omhoog! Ik moet even stoppen om een foto te maken van een hele uitgelaten gup op mijn fiets.

Dan weer door. Ik zal voor de 5 kilometer en voor een tijd van minstens 32 minuten voor een groene training in Training Peaks, zeker langs de boerderij moeten lopen. Hoe we dat doen met eten kan ik niet goed bedacht krijgen. Vincent fietst even bij me. Op de weg terug naar de sportboerderij gaat hij weer lekker racen. Ik moet aanzetten om de 5 minuten zo snel mogelijk te halen. Intussen heb ik het warm en wordt het wat zwaarder. Binnen 29 minuten. Weer gedag zeggen tegen de sporters bij de boerderij en dan om het park heen lopen om patat te gaan halen. Bij bijna 6 kilometer gaat het mis: kramp en buikpijn en last van de darmen. Ik maak met moeite 6 kilometer vol en wandel dan. Vincent is verliefd geworden op mijn fiets.

Ik heb toch maar mooi een triatlon gedaan! Al met al duurde het van 3 uur tot kwart voor 7, maar so what! Ik had ook de meest rare afstanden: 1400 meter bij 32 kilometer bij 6,5 kilometer.

woensdag 14 juli fietsen in Groningen en Denemarken ?? ⁉️. Met een ijsje ? in Zuidlaren.

Een tourrit op de racefiets. We gaan lekker rustig, we hebben 3 uur de tijd voor 60 kilometer. Eerst moeten de fietsen op orde gebracht.

We hopen dat het niet gaat regenen. Ik heb de route gemaakt en Vincent heeft die op de fietscomputer staan. Ik weet het zo’n beetje. Voor de Trispiration Jaarchallenge ga ik 30 kilometer in Groningen fietsen. Na 5 kilometer zijn we in de provincie, als we het brugje overgaan.

Daarna komen we op een ZANDPAD. Dat fietst totaal niet. Groningen zal haar uiterste best moeten doen om dit goed te maken! Het is maar een klein stukje en dan is het weer een verharde weg. Vincent ratelt de hele tijd door over zijn Pokemons en de Lego vrachtwagen die hij heeft gekocht gisteren. Onophoudelijk. Ik zit in de luxe positie dat ik niks hoeft te zeggen! Vincent zegt ook of we links of rechts gaan. Heerlijk. Er zijn brede wegen waar we moeten uitkijken voor auto’s en smalle fietspaden die twee kanten op gaan. We komen door Onnen en Haren. We gaan over een ophaalbrug en langs een haven.

Alles gemoedelijk en gezellig en lekker rustig aan. De tourrit-modus. Het is droog en niet te heet en niet te zonnig. We komen nauwelijks andere fietsers tegen en ook dat is top, want dan moet je weer uitwijken en het inhalen organiseren. We komen door Harkstede waar de klokken luiden. En opeens gaan we een fietspad achter de wijk in en komen we prachtig langs de plassen te rijden. Er schijnt zelfs een zonnetje!

We rijden langs Schaaphok en dan zie ik het doel van onze rit plots staan: we zijn in Denemarken! Precies rond de helft. We willen een ijsje halen, maar in Denemarken en omgeving is geen ijskraam te bekennen. Het is wel een prima afspiegeling van Denemarken: plat en saai.

We nemen een Mars op een bankje. En dan rijden we door naar Slochteren. Een leuk dorpje. Om doorheen te fietsen. Verder is er geen eens een ijskraam. Wel veel leuke Groningse huisjes. Intussen zitten de 30 kilometer in Groningen er ook op. Ik kan met een gerust hart terug naar Drenthe.

We laten ook Froombosch achter ons en we hebben een stukje wind mee, waardoor het lekker opschiet. Dat mag ook wel. We gaan door Sappemeer heen. We pakken weer zo’n fietspad langs een achterbuurt en hetzelfde als eerder gebeurt: ineens een heel mooi fietspad door de natuur.

We schieten nog een stuk op en het lijkt erop dat we de 3 uur niet halen met onze 60 kilometer. Na ruim 50 kilometer, waarvan 46 kilometer in Groningen rijden we Drenthe weer in. Zuidlaren staat al op de borden. Mijn route heeft nog een verrassing in petto: over de brug heen bij de molen!

Als we de fietsen de brug over hebben gesleept, zegt Vincent: we moeten terug, want dit is weer een zandpad. Of het schelpenpad rechtdoor. Ik kies voor het schelpenpad. Die fiets gaat echt niet terug de brug over! En schelpen kunnen na het zand ook nog wel. We wijken een beetje af van de route, maar het is simpel: gewoon naar Zuidlaren rijden. Dan halen we op de eerste plaats de 3 uur bijna en op de tweede plaats ook nog de 60 kilometer (de route was origineel maar 57 kilometer). Vincents dag en tocht worden helemaal compleet een succes als er een Audi V6 of V10 auto langscheurt met veel herrie. Hij is in de zevende hemel. In Zuidlaren stoppen we bij de eerste de beste snackbar voor de ijsjes.

Daarna fietsen we door Zuidlaren, maar gelukkig niet door de onrustige winkelstraat. We hebben geen regen gehad. Op het laatste stukje moeten we om meer (eletrsische) fietsers heen slingeren dan de eerste 55 kilometer. Ruim 60 kilometer en dat binnen 3 uur, maar zo dichtbij de 3 uur dat de training helemaal meetelt!

dinsdag 13 juli Rennen ?‍♀️ in tropisch ? Drenthe.

?‍♂️ Vincent rent ook, maar de route is wazig ? en we raken elkaar kwijt 〽️ en we zweten ? ons pannetje uit.

Vincent moest andere intervallen doen dan ik, dus we gingen gescheiden van elkaar. Hij moest ook korter. Ik had een route in gedachten voor mezelf voor 70 minuten. Ik moest eerst in zone 1, dan een heerlijk half uur zone 2 en dan twee keer tien minuten in zone 3 en zone 4, waar ik niet naar uitkeek. Vincent ging, ik ruimde nog wat op en ik ging ook. Inhobbelen. Wie kom ik tegen aan het eind van het park? Vincent in wandelpas. Het was zo warm dat zone 1 wandelen was voor hem. Ik ben de drukkende klammigheid intussen iets beter gewend. Kon ik mooi zakdoekjes inpakken. Hij liep met mij mee. Ik hobbelde door en hij haalde me in. Hij ging wandelen en ik hobbelde hem voorbij.

Zo speelden we even ‘haasje over’, tot hij achter me zat en appte dat ik moest ‘stofzuigen’. Ik ga lekker doorbabbelen in zone 2. Dat gaat prima. Hij ging met mijn route mee. Ik dacht dat hij dan wel eerder terug kon over de verharde weg. We staken het spoor over. Bij De Punt.

Er is daar een triatlon gehouden: op de weg staan de pijlen voor het fietsen en rennen. De route wijkt meer af van het spoor dan ik dacht en Vincent moppert dat hij nog 3 kilometer terug moet lopen in 10 minuten. Hij kan op zijn telefoon kijken. Het is bloedheet. Ik druip echt leeg. Mijn shirtje is hartstikke nat. Ik zie op tegen zone 3 en ik denk dat ik ook maar de grote weg afloop, want mijn route is wat lang. Als ik bij de weg aankom, blijkt dat ik daar helemaal niet op kan! Dus ik keer om en ik zie Vincent nergens meer. Ik loop flink door en drup nog verder leeg. Straks ben ik gesmolten! Ik zie wel een weg richting terug. Tussen zone 3 en zone 4 stop ik even om Vincent de appen. Die loopt op de onverharde weg terug die ik zag.

Ik ga daar ook heen en loop dus onverhard zone 4 door te puffen! Ik probeer hem in te halen, maar op de kruising weet ik niet of hij links of rechts ging. De mevrouw met de hond heeft hem wel gezien, maar weet het ook niet. Ik kies rechts richting het spoor en knal nog even door in zone 4. Achteraf gezien had ik beter links kunnen kiezen, net als Vincent. Bij de spoorwegovergang ben ik leeg: zowel qua vocht als qua vermoeidheid. Ik wandel zone 1 terug in. En terug richting het park, waar Vincent inmiddels al is. Ik wissel joggen en wandelen af. Al met al maak ik de 12 kilometer vol binnen 75 minuten. Ik druip letterlijk af.

Vincent moet ook nog zwemmen volgens het schema. Ik vind het niet goed dat hij alleen gaat, dus ik ga mee. Het is allemaal een beetje onrustig, omdat we tussen de buien door gaan en we niet heel veel tijd hebben voor het eten. Moet ik ook nog teruglopen voor de zwembrilletjes!

Vincent vindt het water koud. Ik wil voor de bingokaart 3 rondjes om de boei zwemmen en ik heb de Gopro bij me. Maar die zinkt telkens. Het gaat helemaal niet snel. Heel rustig aan zelfs. Ik heb een achtje bij me.

Vincent heeft te weinig vet om het warm te krijgen. We zwemmen naar de andere kant. En dan neemt hij mijn achtje over en zwemt terug. Ik ga nog een keer om de boei heen en dan moeten we ons haasten om te gaan eten. Ik had het niet koud, maar Vincent heeft het met mijn jasje aan nog niet warm!

maandag 12 juli Zwemmen ?‍♀️ in buitenwater ? in Drenthe

Inpakken, opruimen, slecht slapen, een stuk rijden, uitpakken, inrichten, naar de supermarkt en dat noemen ze dan vakantie! Gelukkig is het deze keer droog in Drenthe. Als alles geregeld is, kan ik eindelijk het water in. Aan de ene kant ben ik te moe om er veel zin in te hebben, aan de andere kant is het heerlijk dat ik hier weer kan zwemmen. Vincent filmt me als ik vanaf het strandje het water in ga. Een vinkje op de bingokaart bij “zwemmen vanaf een strandje.”

Ik heb alleen mijn trisuit aan, maar de kou valt mee. Ik zwem lekker naar de andere kant. Maak een rondje. Ik ga alles behalve op snelheid. Ik steek breed in, let op mijn hand en ga door naar fase 3: ontspannen van de linkerhand. Navigeren schiet er een beetje bij in, maar verdwalen op deze plas kan toch niet. Ik ga een kilometertje zwemmen. Voor de badge.

Daar heb ik half uur de tijd voor. En eerlijk is eerlijk: die tijd neem ik lekker ook! Ik ga nog een keer om het witte boeitje heen en zwem zelfs langer. Maar ja, nu kan het. Ik word wel nog vermoeider, maar dan ook maar nog iets trager. Sporten in Drenthe! Kom maar op…

11 juli: Door het Kotterbos ? met Joyce ?‍♀️??‍♀️

Als ik opsta, voel ik me weer goed. Ik heb ruim 12 uur geslapen en de vermoeidheid is weer foetsie gelukkig. Toch kijk ik het even aan en spreek ik af met Joyce dat we dicht bij huis blijven in het Kotterbos om te hardlopen. Dan kunnen we snel terug zijn als het niet gaat met mij. Om half 2 lopen we naar buiten. Bijkletsen noemen wij dat. We hebben elkaar al even niet gezien, dus er is meer dan genoeg te kwebbelen! Na anderhalve kilometer weet ik het al: dit gaat prima! Joyce weet het ook al: haar gaat het niet zo lekker. Het is warm en benauwd. Meestal meer haar weer dan het mijne, maar blijkbaar keren we de rollen vandaag om. We gaan over ‘mijn’ pad lopen. Ik voorop en ik geniet ervan dat het lukt om te lopen. Niet dat ik het niet meteen stikheet heb, maar het gaat wel! Na 4 kilometer doen we een stop. Wij stoppen tegenwoordig ook de horloges. Na het stilstaan lopen wij en de horloges weer door. We lopen nu onverhard en dat is te voelen! En terug te zien in het tempo. Niet erg hoor, want het geklets kan gewoon doorgaan, welke ondergrond ook.

We gaan weer terug aan het einde van het Kotterbos. Even over het fietspad en dan door het natte gras. Ook onverhard. We lopen om de berg heen en naar boven. Joyce is eerder boven dan ik! Ik hoeft niet. Boven gaan we even zitten en een rare meneer met blikje bier spreekt uit hoe stoer hij ons vindt.

We lopen over de natuurbrug. Met een flinke doorstap-pauze om extra lang te genieten. Joyce wil eerder terug dan ik! No problemo. Als ze wat vaker wil wandelen, heb ik daar ook geen enkele moeite mee. Zij meer dan ik, want dan voel je je schuldig alsof je iemand ophoudt. Niet dat het zo ís, maar zo voelt dat dan. We doen het rondje langs de vogels en dan over het fietspad terug. Het is een beetje bos-slalommen. In de warmte. In de klammigheid. Onder een dekentje door van dikke lucht. Snel het bos weer in en doorstappen.

We gaan weer richting de berg terug, maar dan langs de wilgen en het water. Joyce vindt het wel best en ik ken de weg op mijn duimpje. We doen nog lekker een stopje. Ik heb een heel, heel smerig Torq-gelletje. Zo vies! Maar het helpt wel, want ik loop makkelijker naar de andere uitkijkheuvel. Omhoog klimmen als een Ardennen-pad.

We zitten op de heuvel nog eens op een bankje. En dan naar beneden en aan de zijkant van de brug weer omhoog. We lopen nog achter de Sieradenbuurt door. Wegens een vliegjesaanval die verstikkend werk doet, moeten we nog even stilstaan. We lopen 13 kilometer vol. Puffend. Van de hitte natuurlijk!

Ik baal als een stekker dat het zwemmen niet lukt vandaag. Maandag ook al niet (ivm visite). Er zijn geen baantjeszwembaden open op normale tijden. Heb ik deze week zomaar het zwemmen moeten skippen! Dat zit me dan dwars.

10 juli: Wanner strijken telt als krachttraining door de vaccinatie ?

Het gaat me goed na de coronaprik. Ik doe eerst de dingen die ik moet doen, maar ik vind dat niet alles op z’n hardst hoeft. Lopen heb ik uitgesteld tot morgen. Vandaag hoeft ik alleen maar een krachttraining te doen. Ik heb een stijve arm en vind voor vandaag dat strijken ook telt als krachttraining! Dus dat doe ik lekker. ‘s Middags is het opeens op. Ik ga om 4 uur op de bank liggen en ik krijg mezelf er niet meer vanaf gesleept. Ik voel me beroerd en dood- en doodmoe. Eten is eigenlijk te vermoeiend, omdat ik dan mijn vork moet optillen. Naar de WC gaan is ook te vergelijken met een trailtje van 18 kilometer. De trap opkomen lijkt onmogelijk. Om 7 uur lig ik in bed te slapen. Hoe ik morgen moet gaan hardlopen weet ik niet. Zelfs voor denken eraan ben ik al te moe.

9 juli – De gemeentegrens van Almere ?‍♀️ met de missing brug bij de Hoge Vaart

Een overvolle vrijdag begint met een rit van 3 uur op de fiets. Ik ga de gemeentegrens van Almere fietsen. Die ligt al een tijd klaar, maar voor de bingo is het een opdracht die prima te combineren valt met een lange rit. Als ik maar eenmaal op de dijken ben is het een makkie. Ergens heb je hier altijd wind tegen. Ik moet intervallen doen. Vincent zet de route voor mij op het fietscomputertje. Raar is dat als je eerst ver weg naar de Trekweg gaat. Ik erger me dood aan het fietscomputertje wat de hele tijd piept en beweert dat ik de route verkeerd om rij. Mega irritant. Voor het eerste stuk heb ik dat apparaatje nodig! Ik probeer de route om te keren, maar dat lukt niet. Dan het geluid maar uit. Ik weet het wel zo’n beetje. De intervallen lukken ook al niet, want mijn horloge trilt ook de hele tijd dat ik te hard-te zacht-anders ga als de bedoeling is. Teveel irritatie. Dat het fietspad afgesloten is, had ik gelukkig op geteld. Ik ga 1 keer onder de A6 door en dan weer terugsteken langs de nieuwe windmolens.

Hopelijk kan ik naar de Shell rijden, want de brug over de Hoge Vaart is een heuse spelbreker voor de gemeentegrens. Helaas zijn ze nog hard bezig met de nieuwe brug die de ellende in de toekomst verkort, maar daardoor kan ik er nu niet door en moet ik nog verder omrijden!

Ik ben weer terug op de kruising van twintig minuten eerder. Ik raak nu echt geïrriteerd en dat komt het tempo ten goede. Eindelijk kan ik de Hoge Vaart over en dan weer terug richting de A6.

Na wat aanvoelt als een halve eeuwigheid, kom ik op de dijken. Ik ga liggen op de fiets en tegen het beetje wind in rijd ik naar Almere Haven.

Ik zie een paar bekenden: MD op de fiets rijd me tegemoet en GN laat de hond uit. Dan langs het surfstrandje en het stukje wat ik het minst leuk vind. Ik word ingehaald en maak even dankbaar gebruik van de stayer-mogelijkheid. Dan bij de andere brug onder de A6 door en langs de strandjes. Het is me allemaal zo bekend. Ik vraag me af wanneer het gaat voelen als ‘naar huis rijden’. Vanaf de Marinahaven.

Het water is spiegelglad. Angstaanjagend bijna, want zo zie ik het nooit! Dus ook geen wind mee. Er zijn stukken die aanvoelen als nog-lang-niet-thuis (van de oude werkhaven tot de Noorderplassenwoningen) en stukken die aanvoelen als kippen-endje-nog (langs de Noorderplassen tot het Bloc).

Ik heb geen haast maar wil de cadans wel wat hoog houden. Het zijn dik 65 kilometer om Almere heen. Zijn alle gemeentes zo groot? Ik fiets het rondje helemaal af.

68 Kilometer. Een kleine 3 uur fietsen. Vele ergernissen. En 1 stoplicht. Door voor de tweede coronavaccinatie, thee drinken bij vrienden in Amsterdam en uit eten.

8 juli – Trekken ? aan een olifankslak ? ?‍♀️ ?

De laatste werkdag voor de vakantie. 80 persoonlijke mails met de hand rondsturen. De ‘laatste’ dingetjes afmaken. Zo druk en vermoeiend! En ‘s avonds als Vincent op de atletiekbaan staat, heb ik weer een looptraining staan. Geen plan waarheen te gaan. Ik ga gewoon het fietspad af en ik voel me een dikke olifant. Een combinatie van een olifant ? met een slak ? . Een OlifAnkSlak. Slof-slof. Puf-puf. Boven de 7 minuten per kilometer en ik heb nog moeite met zone 1! Vincent heeft het horloge dan ook krap ingesteld qua hartslagzones. Ik moet ook naar zone2-3, maar veel sneller gaat het echt niet! In de rust wandel ik. En dan sleep ik me berg op. Het is warm. Het is drukkend. Het is klam. ? En ik slak me er doorheen. Zelfs het viaduct af gaat als een hobbelend varkentje. ? Ik wilde graag dat grappige hoekje lopen achter de Boathouse langs, maar er is geen stap die ik leuk vindt. Ik ga het ommetje onder de bomen toch maar langs en doe de laatste versnelling en -raad ‘s- die lukt! Er komt even wat energie voorbij.

Een kort besefmoment ‘vakantie’, maar in de rust wandel ik weer. Ik dacht dat ik dichterbij was als bij de tennisvelden en dan wandel-ren ik verder. Veel kilometers worden het niet vandaag en snel ook zeer, zeer zeker niet. Ik moet ook nog eens en dat maakt het wandel-rennen intervallen nog frequenter. Uiteindelijk staan er 8 kilometers in 56 minuten als ik de WC bij de atletiekbaan in storm.

7 juli – hardlopen ?‍♀️ met tempoblokjes ⏱ rondom de A6 ? en de leuke andere sportende meneer die elke interval viert ? .

Vincent gaat zwemmen en ik ga hardlopen bij Almere Poort. Ik moet in zone 1 lopen met een paar versnellingen aan het einde. Deze laatste dagen voor de vakantie werk ik hard, dus ik leg me direct neer bij een rustig tempo. In de zon. Het tempo valt mee. Het is te merken dat ik twee dagen niet gelopen heb. Ik heb geen muziek op en alleen mijn eigen gedachten als gezelschap. Ik ga onder de A6 door en dan naar links. Eigenlijk is er wat weinig schaduw. Zeker als je je niet hebt ingesmeerd! Voor de Trispiration Bingo moet ik 5 versnellingen doen en niet ‘maar’ 3. Dus ik doe er straks vast 2. Er komt een meneer van links. Een stevige (deels gespierde) meneer. Met een flesje water – de slimmerik. Hij doet intervallen en haalt me in. En na zijn interval zie ik hem voor me overtuigend zijn handen in de lucht steken uit triomf. Mooi! Ik ben ook blij voor hem. Dan haal ik hem in: “u gaat snel m’vrouw”. Haha. Dit is zone 1. Ik doe 1 kleine versnelling, maar de meneer is sneller voorbij het Eksternest. Hij doet deze keer zelfs een klein dansje en dan keert hij om en steekt zijn duim naar me op. Zo leuk kan hardlopen zijn! Ik hobbel intussen rustig de Oorbrug over met een smile.

De eerste 5 kilometer zitten erop en het wordt iets zwaarder intussen. Het tempo verlaagt bij dezelfde hartslag. Ik ga weer terug richting Almere Poort en langs mijn werk. En wie zie ik daar lopen? Dezelfde meneer! We lachen en ik zeg hem dat een korte broek beter is. “Mooie ronde maken wij m’vrouw” zegt hij met een brede grijns.

Ik doe nog een versnelling, maar het gaat iets minder van harte. Ik zie een beetje erg op tegen de 3 grote versnellingen van 90 seconden aan het einde. Ik hobbel langs mijn werk, maar de foto doet het niet.

Over het brugje en dan zit het inlopen erop en moet ik 90 seconden tellen en snoeihard lopen. Ik ben te moe om het te vieren eerlijk gezegd. De tweede loop ik langs de afstudeerders drive-in van het Aeres collega. Krijg ik er muziek bij. Maar geen dansje voor mij! Wandelpauze en bijkomen en de laatste keer nog sneller gaan! Dan doe ik een kleine vreugdesprong . Dat wel. Ik loop lekker de 11 kilometer vol.

6 juli – De kat ? die er niks van snapt ?

IJsblokje: “Ik lig hier lekker achter de schermen. Letterlijk. Op de kabeltjes. Een mooie plek om de kamer te overzien en niet zo warm als overal. Ik kijk uit op de bazin. Die snap ik totaal niet. Die zit daar met de beentjes te draaien op dat apparaat. Als mijn pootjes zo op en neer gaan, dan is dat op het bed en ben ik blij. De bazin ruikt niet naar blij eigenlijk. Bazin zit naar het scherm te staren. En ze heeft van die dingen in haar oren. Ik denk dat ze niet naar mij luistert. Ze is ook niet echt aan het snorren. Dat doet het apparaat, maar ik weet niet of die ook blij kan zijn. Het is altijd moeilijk om de baasjes te snappen.

Ik ga even bij het raam kijken. Dat is open. Maar buiten is van dat water. Dat is ook al raar eigenlijk. Weet je, ik ga op de doos liggen. Daar zitten de spullen in waar de bazin al dagen naar op zoek is. Maar dat weet ik alleen. Zij nog niet. Ik ben haar gezoem en getrappel zat, mag ik weg? Gelukkig, daar is de baas. Doei, ik ga op de bank liggen.”

De bazin fietst nog even verder in Zwift, terwijl ze naar de coachcall luistert en het buiten regent.

5 juli – Van de beentjes?? die ‘t moe zijn en liever niet willen fietsen ? ?‍♂️

Kladbrief van de klachten van de benen aan het hoofd:

Beste Hoofd,

We hebben gisteren verdikkeme een halve marathon gelopen in die rottige hitte en vandaag lopen we weer de hele dag rond en dan moeten we ook nog ‘s gaan fietsen! Daar zijn wij, de benen, het gewoon niet mee eens! En niet gewoon een half uurtje, nee meteen een rot-end weer en door het bos en over de brug enzo! Het kan nooit ‘s gewoon.

We protesteren bijna nooit, maar nu wel een keer. En er luistert niemand naar ons! Er komt een dag en dan gaan we echt niet meer mee, hoor je ons! Want we worden smerig en moe en slapjes van al dat gedraai met die trappers. En daar helpt al die krachttraining geen ene moer aan. We dienen protest in en wij benen zijn met z’n tweetjes en jij bent maar alleen, hoofd. We gaan een keer staken als… (daar moeten we nog iets voor verzinnen)…. Doei, de benen.

Officiële brief:

Beste mevrouw het hoofd,

Wellicht dat het schema nou eenmaal de baas is waar naar geluisterd moet worden, maar we zouden het als benen zeer op prijs stellen als er ook naar ons werd geluisterd.

Vandaag waren we eigenlijk te moe om heel Almere door te fietsen en dan de Hollandse Brug over te gaan. Het deed een beetje zeer en het ging niet zo gemakkelijk. De jongen hield de moed er gelukkig in en die ging ook niet zo snel, anders waren we echt niet meegegaan!

We waren ook niet meegegaan als we geweten hadden van de volgende drie punten:

– dat het zo ver zou zijn (helemaal om het Gooimeer heen!)

– dat we door het bos zouden gaan

– dat het regende en we erg smerig werden.

Volgende keer horen we graag van tevoren wat ons te wachten staat, zodat we vanaf het allereerste begin kunnen weigeren en niet pas na ruim 50 kilometer.

We blijven alleen maar meewerken als onze samenwerking goed blijft verlopen.

Met groeten, de benen (zowel links als rechts)

Categories: Geen categorie | Leave a comment

2021-19

4 juli Zwemmen ?‍♀️ en een ? halve marathon lopen ?‍♀️ 2️⃣1️⃣⏺1️⃣

We hebben 3 puberjongens op visite die blijven slapen. Nou ja, dat slapen doen ze pas laat… En de kat vind om 5 uur dat hij moet mauwen. Om 8 uur zijn de jongens weer op volle sterkte. Kortom: ik heb langere nachten gekend… Maar ik had gezegd dat ik zou gaan zwemmen als ik vroeg wakker was. Ik heb tot half 11. Dus ik eet snel iets en ga dan naar het zwembad in Almere Stad. In de snelle banen maar.

Ik heb een training. Eerst 100m inzwemmen met achtje. Dan doe ik in baan 5 4 keer 200m. Ik moet op de techniek letten. Breed zwemmen zit er al behoorlijk in. Nu nog diep. Ik zwem alles zonder achtje tegenwoordig. Voor mij is aftellen van banen het meest lastig. Ik moet 5 keer 150m waarvan de eerste, derde en vijfde keer met paddels. Iets harder. Ik verhuis naar baan 6, waar 1 meneer in zit. Die ik niet bijhoud. Maar dat is met twee personen geen enkel probleem. Met paddels en zonder achtje is nog iets zwaarder. Maar de tweede en de vierde keer gaan dan wel weer erg lekker! Daarna moet ik 4 keer 200m doen en dat in de hoge zone. De eerste en derde doe ik met achtje. Ik zwem flink door en dat kost kracht, maar oh, wat is het leuk! Nog even en ik moet echt gaan ontspannen met de vingers. Dan ga ik in 1 keer de hele doorhaal aanpakken. Voor vandaag is dat nog iets te ver weg. Het diep insteken gaat nog lang niet elke keer vanzelf. De Apple Watch telt de banen een heel stuk beter dan de Garmin op deze zondagmorgen.

Aan het einde is baan 5 weer leeg en daar sneak ik snel in om een baan vlinderslag te proberen en op te nemen! Dat is een uitdaging op de Trispiration Bingokaart. Het is een geinige poging, laten we het daar op houden!

‘s Middags breng ik de jongens naar het zwembad de Koploper. Ik heb mijn fietsen schoongemaakt. Als de jongens binnen zijn, heb ik mijn rugzakje op en ga ik door Lelystad zwerven. Ik heb geen route in mijn hoofd en alleen een vaag plan dat ik over de enge bruggen van de Anaconda wil lopen. Het was echt lekker in het begin. Het gaat gemakkelijk en ik kan zomaar mijn eigen tempo oppakken als het maar binnen zone 1/2 blijft. Hartslag van maximaal 150. Maar het is al wel meteen erg warm. Ik zweet me ongans. Door alle commotie ben ik twee dingen vergeten: insmeren (het leek niet zo zonnig) en mijn OV-kaart. Ik zou elke 4km even stoppen om te eten en drinken. Ik zwerf door de straten heen. Het is stil overal. Na de eerste 4km ga ik vooral drinken.

Ik keek even waar ik was en toen kwam ik er uit welke route ik moet volgen naar de Anaconda. Gewoon overheen lopen he. Telefoon in de hand en gaan. Het viel mee.

De brug over het water was iets andere koek, daar moet ik blijven doorlopen, want die vind ik behoorlijk akelig. Al is fietsen enger dan lopen.

Toen naar links, want ik dacht daar verderop de brug weer terug over te gaan, maar eenmaal daar op 8km zag ik op het fietsbord dat ik het natuurpark over kon. Dat dan maar! Ik eet een hele eierkoek en drink weer.

Het natuurpark is lekker in de schaduw en lekker rustig. Ik moest tegen de tien km naar de WC en nieuw water hebben. DE LITER WATER WAS OP. Kan iemand de krant bellen! Bij het centrum bijgevuld, hoera voor de open toiletten en toen kwamen er grote druppels naar beneden. Ik vond het verfrissend, maar het hield alweer op voor ik nat kon worden. Ik ging langs de weg lopen en dat was minder, maar je moet elke keer water over.

Stoplichten en appen met een van de moeders van de knullen. En dan weer langs de grote weg. Ik ga er wel van doorlopen. Weer stoplichten. Ik stopte het horloge ook maar. En dan weer terug richting de Koploper zoeken. Ik ben nu bij de Mac langs de A6 en zit op 13 kilometer. Ik werd het wel wat zat en vergat weer te eten.

Ik besloot over de fietspaden door de stad terug te gaan. Dat motiveerde zo lekker dat het weer een stuk heel goed ging. Ik mijmerde weg en toen begon het te donderen in de verte. Oeps. Opeens kwam er druk van alle kanten: om 5uur moet je terug zijn voor de jongens, over 20 minuten is de twee uur vol, ik wil een halve marathon lopen…. Weg pret. Weg rust.

Ik wandelde langs het water, maar de donder zette niet door. Ik zag een andere loper die vroeg of ik net gestart was, maar ik kon niet zeggen dat ik al op 16km zat. Ik vroeg de weg terug naar de Koploper. Hij was een stuk sneller. Er was ook een meneer zijn hond aan het uitlaten die me zei: probeer maar voor de bui binnen te zijn! Tot zover het vriendelijke volk van Lelystad!

Bruggen over en ik weet niet wat. De routebeschrijving van de loper liet te wensen over, maar ik volgde de bordjes en het tempo liet wat te wensen over. Teveel gedoe met tijden uit elkaar houden. Dan word het echt allemaal lastiger om te denken: halve marathon, 2 uur, 5 uur…. Ineens was ik bij de Koploper en toen was de 2 uur nog niet vol! En de HM al helemaal niet! Dus nog een rondje er aan vast geplakt over de bruggen.

Toen nog blokjes om de Koploper heen en even wachten op de jongens en een beetje cirkelen, want de halve marathon moet er dan toch maar komen. Met moeite 21,12 volgemaakt in 2:12 en werkelijke tijd 2,5 uur. Voor mijn gevoel zat er veel meer pauze in. Weer ‘n halve marathon eruit geperst. En dat zonder zonnebrand én zonder regen! En ohja, zonder genoeg eten….

3 juli Fietsen ?‍♀️ en krachttraining ?️‍♀️

Ik ga lekker op de fiets een stukje rijden. Simpelweg mijn neus achterna. Op het zadel van de tijdritfiets. Een beetje wind mee op de lange rechte weg. En ik ga op de Vogelweg rechtdoor. Geen idee waar ik precies uitkom, of eigenlijk wel zo’n beetje, maar hoe ik daarna zal rijden, geen idee.

Zeewolde, Almere, langs de windmolens in aanbouw. Ik ga gewoon rechtdoor. Dan kom ik langs Oosterwold. Ik ga nu wel de Vogelweg op. Geen idee waarom. Ik ga over de weg richting de golfbaan. Ben ik nog nooit geweest. Ik heb een gewone route, maar net even anders. Ik rij langs de nieuwe teststraat die nog niet in gebruik genomen is. Het ziet wat donker.

Ik ga maar lekker door naar huis. Ik moest 75 minuten fietsen en ik haal daarin 33 kilometer. In de stad gaat het gemiddelde tempo weer hard omlaag. Maar ik ben tevreden! Het kostte niet zoveel moeite en ik heb lekker ongedwongen gefietst.

‘s Avonds doe ik nog een kwartiertje krachttraining. Deze keer heb ik zo min mogelijk aan, want je krijgt het bloedheet van dat gekickt en die oefeningen! Of het daar aan ligt of aan de korte tijd of aan de training zelf of -heel misschien- is het wel dat het ooit went, maar deze keer viel het mee!

2 juli Fietsen en zwemmen en krachttraining

Ik had me ingesteld op alleen fietsen. Vincent voor de laatste dingetjes naar school en Rob werken en Joyce kan deze week ook niet. Maar als ik aan het ontbijt zit, vraag ik Manuel. En die heeft er wel oren naar! Hij moet alleen nog even opstaan en ontbijten. Ik wacht op hem. Omdat ik me had ingesteld op alleen, ben ik niet zo druk aan het kletsen vandaag. Als ik alleen was geweest had ik me netjes aan de zones en de tempoblokken gehouden, maar samen wordt het toch weer meer een duurrit. De Oostvaardersplassen rond. Manuel vertelt lekker over zijn avonturen als trainer. Ik vind dat ik hard moet trappen, maar dat vind ik eigenlijk altijd, haha. We gaan een grote ronde maken.

Het is veel rechttoe-rechtaan. Makkie. Eigenlijk maakt het tempo me niet zoveel uit. Alleen gaat het aan het miezeren in Lelystad. Dat is niet lekker! Dat hadden we niet afgesproken! Het regent niet door, maar de bril en het zicht worden wel naatje.

En hier en daar een beetje glad in het bos. Bij de sluizen op de Knardijk hebben we nog tijd om om de plas heen te gaan. Het miezert iets harder door en we nemen de rechte weg. Manuel vind wind tegen en miezer een slechte combi. Die wind tegen had ik dus niet eens gevoeld!

We rijden door het Kotterbos en daar lijkt het droog, maar het kan ook opgedroogd zijn. Ik maak de 50 kilometer en 2 uur vol.

Ik had me ingesteld op het zwembad. Een duurtraining van 3 keer 900m. Maar eerder deze week had Vincent me beloofd naar een snelle 500m te hazen in het buitenwater. Met wetsuit aan. We gaan dus maar naar dezelfde plek als waar we maandag de triatlon hadden. Ik in wetsuit, Vincent niet. Vincent heeft het koud. Ik niet.

Ik zwem me suf, maar daardoor is het 1 bak onrust. Ik haat het als iets zo ‘moet’. Ik haal Vincent in als we de boei gerond hebben. Te koud voor hem. En te langzaam voor mij. De omstandigheden zijn toch elke keer anders. Ik zwem nog verder.

Naar de boei terug en ik ga nog een boei verder. De tweede keer 500m gaan zelfs nog sneller en net zo snel als in de triatlon. Raar hoor, want ik heb gepauzeerd met Vincent erbij. Nu zal ik de 2000m ook halen ook voor de jaarchallenge van Trispiration! Ik durf zomaar in mijn uppie over de plas te zwemmen.

Vanaf de verre boei laat ik de tijd en snelheid los en ga ik rustig letten op het diep insteken en mijn benen gebruiken. Dat geeft rust en ik zwem opeens heerlijk! Echt fijn. Het gaat misschien niet meer supersnel, maar ik geniet weer van het zwemmen en dat vind ik eigenlijk belangrijker.

Als ik weer bij Vincent ben die in de zon is opgewarmd, ga ik nog een keer de boei rond. Er zijn kinderen op sups en kano’s, niet handig, maar ik cirkel er omheen. Rust bewaren, een beetje opletten en breed en diep in blijven steken. Ik zwem de 2000m vol en voel het een beetje. Misschien kostte het fietsen eerder op de dag al wat energie? Wie zal het zeggen. Ik heb 2000m weggezwommen binnen 50 minuten.

Ik ben vandaag niet van het grote genieten in het sporten. Misschien komt het toch door vermoeidheid of het weer of omdat de woonkamer niet netjes is of… Ik weet het niet. ?‍♀️ Misschien door het verminderen van suiker en eten. Ik val weer af, maar mijn vetpercentage nog niet echt. En dat is ook weer niet goed. Zucht.

‘s Avonds ga ik nog een kwartiertje krachttraining doen. Voor deze trainer doe ik dat blijkbaar, maar ik loop liever 15 kilometer hard! Ik vind het zwaar, zweet me kapot en doe onwijs mijn best. Ik doe dit 3 keer per week een dik kwartier en dan moet ik heel snel onder de douche. 1 Ding weet ik zeker: dit is zo goed voor mij! Ik zal hier zeker sterker van worden. Hopelijk gaat het over een paar weken wat gemakkelijker allemaal. Dus ik probeer het.

1 juli wandelhardlopen precies zoals in het schema staat!

In het schema stond weer 3 dagen achter elkaar hardlopen, maar met de trainer heb ik doorgesproken dat dat toch niet handig is. Dus is het 3 kwartier wandelen geworden. Maar er staat nog hardlopen! Tijdens de training van Vincent ga ik met Rob wandelen. Wij wandelen flink door. Elke kilometer onder de 11 minuten. Het is lekker om samen buiten bij te kletsen. En we gaan even langs alle winkels voor kattebakzakjes. 3 Kwartier worden iets meer.

30 juni 9 Kilometer intervallen voor een badge.

Garmin heeft elk kwartaal een badge als je 505 kilometer hardloopt. Ik heb de eerste gemakkelijk gehaald en nu wil ik de tweede ook. Maar ik kom nog 9,2 kilometer te kort. Als ik kan gaan tijdens de training van Vincent regent het. Natuurlijk. Niet hard. Ik ga een rondje om Almere Poort. Mijn telefoon draag ik altijd om mijn linkerarm, maar daar zitten nu de sleutels, dus ik moet even een balans vinden. Eerst rustig inlopen in zone 1. Na 10 minuten ga ik 5 minuten versnellen. Niet te gek, gewoon zone 2/3. Dat gaat helemaal heerlijk! De regen is ook weg en er is genoeg zuurstof in de lucht. Ik moet 2 minuten rusten en dat is na 1 minuut al klaar.

Daarna moet ik 10 minuten ‘hard’. Ik tel zoveel mogelijk. Dat leidt me af en ik krijg mijn ademhaling onder controle. Dan maak ik me nergens zorgen over en als de gedachten afdwalen, tel ik gewoon door. En anders pak ik het na 5 minuten weer op. Ik ga de wijk in langs. Hier en daar ruikt het lekker naar eten. De rust is weer 2 minuten wandelen, maar na 1 minuut dribbel ik. Dan moet ik 15 minuten in zone 2/3 doorbrengen. Dat valt wat meer tegen. Ik raak wat vermoeid, ga iets minder hard en krijg het tellen niet voor elkaar. Tot overmaat van ramp klopt mijn bedachte route ook niet meer. Ik ga gewoon route te kort komen! Daar baal ik dan van, hoe stom ook. 2 Minuten rust en ik ga alweer terug.

Ik ga tien minuten hardlopen door het park. Het valt niet meer mee. Mijn benen vinden het welletjes, ik haal de 9 kilometer echt wel en ik tel een beetje lusteloos. Ik heb veel te weinig route en ga maar naar rechts. Dwalen kan er ook nog wel bij zeg… Ik wijk met het tellen maar 10 seconden af. Dat is netjes. Ineens moet ik 2 minuten echt totale rust houden in zone 0. Ik zit op 9 kilometer, de badge is binnen!

Ik weet alleen niet meer waar ik ben en ik heb nog maar 10 minuten. Dus ik ga de laatste 5 minuten door de Ierlandstraat, de Schotlandstraat en de Nederlandstraat in de hoop dat het goed komt. Het tempo ligt hoog, de hartslag iets hoger en ik word er nu eindelijk ook moe van. Ik haal 10 kilometer in iets van 61-62 minuten. Daar is met de wandelpauzes en de lage zones niks mis mee. Kijk, ik ben dan geen pro of elite triatleet, maar ik loop 2 dagen na een sprintje alweer supergemakkelijk de kilometers vol! Kan ik toch iets goed: herstellen. Ik hobbel het laatste stukje uit. Het worden 11,12 kilometers, terwijl ik op 11,11 mikte. En het is een leuk figuurtje geworden! Maar ik heb de badge gehaald! Zo halverwege het jaar zit ik op 1042 kilometer hardlopen.

29 juni Rustig uitlopen met nul foto’s

Even mijn hoofd leegmaken na een nacht met vier uur slaap. Ik kan mijn aandacht niet echt ergens bij houden. Gewoon lekker lopen helpt dan het beste. De overbekende route langs de Oostvaardersplassen en een muziekje op. Gewoon in zone 1 en tien minuutjes in zone 2. Het is nogal gemakkelijk. Ik loop behoorlijk moeiteloos 7 kilometer achter elkaar door. Dat kan deze oude taart dan weer wel. Met veel sjacherein. Ik ben dan ook eindelijk begonnen met echt op het eten letten. Ik schrijf alles op en ik smokkel tussendoor geen koekjes of chips meer. Wellicht heb ik daar ook een beetje last van.

28 juni NPW sprint triatlon De age-grouper tussen de elite

Laat ik eens bij het eind beginnen: ik heb nog nooit zo hard en lekker gezwommen zonder wetsuit, ik heb zo hard gefietst als ik kon en de kerel achter me kon me niet goed volgen, ik heb gemiddeld 5:12 gelopen en toch sta ik op de 24ste plek van de 30 deelnemers. Mannen en vrouwen. Het zou toch laagdrempelig zijn? Ik had het gevoel dat ik in de verkeerde groep was gestart. En dat maakte het eigenlijk helemaal niet echt leuk. Dat Vincent ver voor me eindigt is zijn goed recht, maar als ik alles maximaliseer, dan ben ik toch niet zo sloompjes? Noot van een paar dagen later: nee, echt langzaam was ik zeer zeker niet! Anderen doen enige dagen later een sprinttriatlon op een andere locatie en daar zou ik ook in de top 5 hebben gestaan. Vanaf boven geteld wel te verstaan. Bij de vrouwen. Het is dus net welk kader je aanhoudt. Vandaag was niet de mijne.

Terug naar het begin: alle groten deden hun wetsuit aan. “Anders loop ik teveel vertraging op bij het zwemmen.” Ik had mijn wetsuit niet eens bij me! Ik ben lekker in mijn trisuit van Trispiration. Oranje past mooi bij mijn fiets. Ik wil zwemmen en voelen of ik dat kan. Het water is toch zeker warm genoeg? Ik wil weten of ik verbeterd ben. We gaan 500m zwemmen en ik hoop dat het ook echt 500m zijn. Ik heb een halve bidon sportdrank leeg en macaroni gegeten.

Ik spring maar snel het water in. Het is totaal niet koud. Het water voelt zo totaal anders als ooit tevoren. Het is nog gewoon nat, maar het hele idee dat ik daar ter plekke zou kunnen verdrinken is totaal verleden tijd. Heel ver weg gedreven. Ik ga gewoon lekker zwemmen!

Om precies 7 uur starten we. Al snel merk ik dat ik niks meer zie door het brilletje. Ik zwem iemand omver! En ik hou iemand bij. Ik maak hele lange en rustige slagen. Lastig dat ik niks zie, maar ik ben toch niet de voorste. Het enige wat ik denk is dat ik breed moet zwemmen. Mijn hand kan ik nu toch niet controleren.

Ik kan je niet uitleggen hoe totaal nieuw de gewaarwording is dat ik gewoon superrustig zwem zonder gevecht en moeite. Ik adem 1 op 2, maar ik heb ook veel meer rust aan alle kanten. Ik baal bijna dat het maar 500m zijn! Ik moet wel even turen voor de boei, waar ik al bekant ben. Bij de boei maak ik 1 brilleglaasje schoon.

Het helpt iets, maar ik heb toch geen flauw idee waar ik heen moet haha! Ik zie wat boten en een hoop zwemmers voor me en die volg ik maar lekker. Als het maar 500m worden voor de meting van Trispiration. Dat worden het en ik heb de steiger in het vizier. Door dat brilletje kan ik niet zien hoe lang ik er over heb gedaan. Het trapje is al bezet en ik zie op het trapje iets staan met 12 minuten. Zelfs dat is al sneller dan 13 minuten, dus het is top! Ik heb heerlijk gezwommen en ben superblij. Wat een overwinning dat ik dit zonder wetsuit heb aangedurfd en gedaan! Ik doe slippertjes aan. Dat rent ook niet lekker, maar de steiger is ook glad. Ik wissel kalm en krijg de fietsschoenen lastig aan.

Dan stap ik op de fiets. Het fietspad op en eigenlijk denk ik binnen een kilometer al: ik heb geen zin in fietsen en ik haat fietsen nogal. Tja, wat dan. Dan ga ik maar zo hard mogelijk, dan ben ik er eerder vanaf. Ik ga liggen en boven de dertig rijden. Ik ga mensen inhalen. Simpel zat. Best wel een paar eigenlijk. En al snel. Ik snap niet dat iedereen nog veel harder gezwommen heeft. Ik haal wel een man en vrouw of 3, 4 tamelijk moeiteloos in.

1 Meneer gaat me bijhouden, maar tegen de wind in (het hele kleine beetje wat er lijkt te zijn) laat ik hem weer achter. Ik lig en trap. En ik ben pissig omdat ik geen zin heb. Niet dat ik er 1 seconden over denk om te stoppen, maar ik heb vandaag besloten dat ik fietsen niet leuk vind en daar hou ik me dan aan. Mijn fiets is wel top. Die luistert naar me en helpt me mee om snel te zijn. Alles gaat sneller dan 30 kilometer per uur. Behalve de bochten. Dat zijn er een paar en dan kan de meneer achter me weer bijkomen. De rotonde is een ramp voor mij. De rechte weg een zegening. Het gaat me ook irriteren dat iedereen voor mij fietst. Ik lijk wel stil te staan! Het gevoel dat ik hier totaal niet goed genoeg voor ben bekruipt me en laat me niet meer los.

Ik kom Vincent tegen die met een hele groep al dik in de volgende ronde zit. We komen weer bij de wisselzone en mogen nog een rondje. Nou ja, moeten in mijn geval. Ik zie een helikopter. Ik zing een liedje. Ik zie in de verte nog 1 iemand. Ik trap heel hard door. De meneer achtervolgt me. Profiteur! Ik vind het niet erg. Bij de rotonde haalt de meneer achter me mij bij en hij zegt: wat fiets jij gruwelijk hard! Ik ontken. En laat hem even voor, maar ik heb GN voor ons gezien en die wil ik nog wel inhalen. Zij loopt sneller, maar het is toch leuk. Dus ik ga weer voor.

Tot het laatste stukje. Dan mag de meneer mij trekken. Ik vond het al niet leuk en ik ga binnen 3 kwartier de ruime 24 kilometer fietsen. Dat is voor mij top. Ik weet niet of het lopen nog wel lukt nu. Ik heb spijt dat ik geen sportdrank heb meegenomen. Ik zet mijn fiets rustig tegen die van Vincent aan en moet even naar mijn loopschoenen zoeken. Ik neem een gel en heb geen water. Ik doe geen sokken aan. Ik ga maar gewoon. Lopen kan ik wel.

Dacht ik. Maar ik loop achteraan. En ik kan wel hard lopen, maar ik sta stil in vergelijking met de rest. Het is allemaal asfalt en saai en warm. Het zullen dan wel ‘maar’ 5 kilometer zijn, maar ik ga ze aftellen! De eerste gaat in iets van 5:08. Stilstaan dus echt niet! Maar iedereen zit in een ander rondje. Het is mij te onoverzichtelijk. Er is wel wat publiek, maar onrust kan ik niet meer hebben. Gewoon maar doorlopen dan. Het is ook simpel. Ook de tweede kilometer gaat gewoon hard. Ik weet verder weinig meer van de ronde. Gewoon saai en recht. Ik kom Joyce nog even tegen. Ik heb het warm. Vlak voor het eerste rondje loop ik achter een man, maar die zal zo toch zeker wel klaar zijn. Niet dus. Ik haal hem in. Het is net als het fietsen: gewoon maar doorgaan, dan ben ik er het snelst vanaf.

De dames langs de kant roepen me na: de laatste ronde, maar ik roep van niet. “We wachten op je hoor!”, de schatten. Ik ken haar, maar hoe heet ze ook weer. Het is de vrouw van… Ik pieker over haar naam. AA staat bij de brug en ik vraag haar of ze toch niet mee wilde doen. En weer door. De meneer van het fietsen loopt weer om me heen. Ik haal MS in. De kilometertijd blijft ongeveer gelijk en ik vind het eigenlijk wel goed als het maar onder de 5:30 blijft. Absurd. Dat is hier een wandelingetje.

Rob is al weg en dat is goed nieuws, want dan gaat Vincent als een malle. Ik moet nog een rondje. De trainer support in elk geval wel iedereen, maar ik kan net zo goed zonder publiek. Het is eindelijk stil op het rondje, maar ik ben nog verre van alleen. Net niet genoeg mensen om me op te richten en het zal me ook wat. Ik kan de vierde kilometer best wat langzamer, maar dan duurt het langer. Eigenlijk hoeft het simpelweg niet meer voor mij. Ik denk niet dat ik een sprinter ben. In dit gezelschap is mijn allerbest een beetje te minnetjes. Ik loop 5 kilometer in 26 minuten. De meneer van het fietsen komt langs me lopen. Ga me maar voorbij hoor. En de stevige mevrouw ook. Hij wil liever niet: “jij hebt zo hard gewerkt”, maar ik zeg hem te gaan. Leuk dat ze nog over hebben, ik hoeft dat niet. Ik eindig binnen anderhalf uur. Voor mij maximaal. In de achterhoede.

Dat staat me tegen. Het zou toch laagdrempelig zijn? Maar de drempel is wel een trapje hoger. Vincent is net zo min eerste geworden als ik laatste ben. Hij heeft snoeihard gezwommen. Ik dus niet. Hij heeft snoeihard gefietst. Ik dus ook niet meer. Hij heeft ontzettend hard gelopen. Ik voor mijn doen ook. Maar het helpt niet echt. Ik denk dat ik niet zo op wedstrijdjes gebouwd ben. De zegeningen? Dat ik zomaar even 5 kilometer wegloop in 26 minuten. Dat mijn cadans op 80 ligt. En vooral dat zwemmen! Dat vond ik echt geweldig. Al was ik de sloomste van dit stel. Hoe dan?! Ik moet alles nog opruimen en afmaken. Mother’s life. Ik slaap enorm slecht. Misschien is een trainingsweek van 14 uur en een wedstrijdje iets teveel gevraagd nu. Voor de trainer geen beste start. Maar wel een uitdaging. Het duurt een hele, hele tijd voor ik toch bedenk dat ik weer mee kan doen in augustus, dan ben ík mijn enige tegenstander. Op precies hetzelfde parcours. Dan kan ik zien of zijn schema beter is.

27 juni Oefenen in een overdekt zwembad – da’s lang geleden!

Ik ga naar Almere Poort en koop een kaartje voor het bakenzwemmen. In mijn horloge staat de opdracht: 3x 500m (ik ga niet voor de 750m- dat red ik echt niet), waarvan 1 keer met paddels en 6 keer 25m techniek en 25m borstcrawl terug. Mijn enige opdracht is: breed insteken en naar mijn hand kijken en voelen of het soepeler gaat. Het zwembad is overweldigend: er is ook een oefenuur voor de kindertjes, allemaal mensen bij elkaar en een drukkende herrie. Ik zal wel de enige zijn, maar dit is na anderhalf jaar weer even wennen! Ik weet niet welke baan ik moet kiezen: doorzwemmers of turbo. Ik kies de turbo, want de doorzwemmers doen schoolslag.

Ik haal diep adem en spring voor de eerste 500m het water in met achtje. Wat een verademing dat ik mijn hand kan zien! Als vanzelf steek ik al vanaf het begin breder in. Het gaat gemakkelijk. Ik zwem zo ongeveer het snelste van de turbo baan. En dat is een nieuwe ervaring. Ik heb wel meer slagen nodig. Ik moet 1 keer sorry zeggen omdat ik iemand raak. Mijn horloge laat van zich horen en ik denk dat ik er ongeveer 500m op heb zitten, maar ik weet het niet zeker. Ik rust even en doe de paddels aan. Het horloge kan ik niet volgen. Ik ga 500m met paddels zwemmen. Dat is nog beter voor mijn insteek. Maar ho ‘s effe: zonder achtje! En dat kan! Dat lukt mij! Op de Apple Watch zie ik het als ik 1000m heb gezwommen. Ik doe de paddels uit en ga voor 500m zonder hulpmiddelen. En dat lukt ook! Nog beter zelfs! Ritme, rust en zo nu en dan een controle. Ik adem 1 op 2. Maar mijn hoofd komt al minder het water uit. Ik gebruik mijn benen erbij en ik bewaar de rust. Niet dat ik niet moe wordt of dat het helemaal vanzelf gaat, maar het grenst er wel aan. Na 1500m ben ik klaar voor techniekjes. Ik doe de heup-tik-aan, oksel aantikken, bijleggen. En vooral bijleggen lukt me gewoon! Echt! En alles zonder achtje. Het achtje gebruik ik voor benen en daarna voor alleen armen. Tot slot wrik ik nog 25m vrijwillig en dan vind ik het mooi. Ik zwem rustig de 2000m vol.

Ben ik klaar? Voor de training wel, maar ik zie niet wat mijn horloge doet en ik wil er niet aan zitten. Ik ga een kilometer zwemmen. Zonder hulpmiddelen. En dan zie ik wel of ik echt sneller ben geworden. De kinderen verlaten het bad, het wordt rustiger en ik krijg de baan zelfs voor mezelf alleen. Het is moeilijk de afstand te zien. Uiteraard ben ik al wat vermoeid. Na 800m ben ik er helemaal klaar mee. Helemaal. Ik moet plassen en ik wil niet meer. Ik stop. Uiteindelijk pak ik het achtje en doe ik de laatste 200m. Dan ben ik er echt klaar mee. Ik heb 3000m gezwommen in 75 minuten. Niet veel sneller dan anders. Maar mijn zwemscore is wel degelijk verbeterd. En mijn snelste 100m staan nu echt. Een topzwemmer word ik niet meer, maar dit is voor mij een enorme verbetering.

‘s Avonds gaan Vincent en ik fietsen. Een hele rustige (uit)fietsactie. We gaan richting de plassen bij de Haje. Op de Trekweg hebben we wind tegen, maar dat is logisch. Vincent fietst een stukje wat harder. Ik ben wat vermoeid. Niet gek na een week van zo’n 13 a 15 uur. We komen onder de snelweg door en daar is een leuke brug. Even een fotootje.

Als we omkeren zien we de donkere wolken die zich samenpakken. De kleuren zijn mooi, maar de dreiging is ook groot. We fietsen langs het water en ik geniet van de kleuren. Op de Ibisweg ziet het er somber uit voor ons. We hebben even wind mee, maar de wind draait volledig om in een paar minuten. Een slecht teken! Vincent is bang dat we nat worden. We fietsen naar de brug terug en als we weer aan de andere kant van de snelweg zijn voel ik me wat veiliger. Soms een paar druppels, maar het regent niet door. We fietsen flink door en treuzelen niet meer. We gaan door de stripheldenbuurt en op de Laan der VOC worden de druppels opeens wel groot. We racen naar huis en de hagel barst pas echt los als de fietsen net in de schuur staan. Ik vind zelfs 22,95km op de teller goed! Het onweert als we in de huiskamer staan.

Een drukke sportweek. En gewerkt. En de wassen gedraaid. 70 Franse woordjes geleerd. En zoveel mogelijk naar de nieuwe trainer geluisterd. Maar we moeten wel even praten of dit voor mij vol te houden is.

26 juni Meijendel in de tropische hitte en Kijfhoek: wandelen op de plek waar hardlopen onder verboden sporten valt .

Joyce en ik reden naar de Wassenaarse Slag. Het zag er uit als een lekkere dag hardlopen: beetje bewolkt en net weer droog. Niets was minder waar! Het was een vreselijke dag! Benauwd. Hele hoge vochtigheidsgraad. Plakweer. Een dekentje over je heen en moeite met ademhalen. We liepen eerst een ommetje door de duinen naar een mooi uitzichtpunt. Het was meteen al veel zand, veel hoogteverschil en ongewoon zwaar. We stonden te kijken op het uitzichtpunt.

Toen liepen we een stukje terug en we gingen naar het strand en de zee. Meestal geniet ik daarvan en gaat het als vanzelf, maar nu moest ik na 4 kilometer al constateren dat dat vandaag niet zo was. Verre van. Die dag waar je altijd bang voor bent: de dag dat het niet lukt. Wat prettig was, is dat de dag van Joyce en van mij samenviel. Door de dikke, zware lucht. Ik hield het lopen iets langer vol, maar niet met enig gemak. We stopten regelmatig. Echt stilstaan met een stilstaand horloge erbij. Dan leek het mee te vallen.

Maar ga je weer lopen, dan is het een soort gevecht tegen het luchtledige. Het zicht op de Pier van Scheveningen was gaaf, net Watopia. En de rollende golven waren lekker. Het zand was goed te doen. Maar ik vond niks meer leuk. Niks. Ik baalde zo. Het voelde zo zwaar aan. Dat vind ik niet leuk. Van mij hoefde het geen 30 kilometer te worden. Als we dat strand maar af mochten, hopelijk was de lucht daarachter beter.

We gingen een trap op en boven bekenden we elkaar dat dit een lange tocht zou worden. Met wandelelementen te over. Dan zetten we een stuk aan en leek het even mee te vallen en dan kwam het dekentje er weer overheen te liggen en verdween de energie. Tot overmaat van ramp werkten mijn darmen niet echt lekker mee. We kwamen op een stuk waar we niet in mochten. Dan maar rechtstreeks naar de watertoren toe. Daar was een waterpunt. En die mooie watertoren.

Raar idee dat je dan dus vlak bij de stad zit. We wilden naar de radarbol. Maar daar staat een groot hek omheen. Zo dicht bij de stad is de lucht ook dik en zwaar. We hadden wel een schelpenpad om het hek heen. En we hoorden ze schieten. Voor de rest schoot het niet op. Het was echt kilometers sprokkelen.

We liepen langs de NATO-gebouwen. Den Haag heeft altijd iets van een sjieke dame. Toen kwamen we bij de Waalsdorper Vlakte en ook daar was een welkom waterpunt. Mijn darmen deden rustiger aan. Net als het tempo. Op de vlakte die verre van vlak is, gingen we weer rennen. En toen naar de bel toe, die dus best klein is.

We gingen naar het monument. Dat was ook kleiner dan ik altijd had gedacht, maar wel sereen. En toen gebeurde er iets wat me echt nog niet eerder is overkomen: we gingen op een bankje zitten en ik vond het wel prima. We zaten op 14 kilometer en ik wilde gewoon zo snel mogelijk terug naar de auto. Joyce vond dat ook goed en we keken naar een verkorting van de route. Daarna gingen we weer verder; er is maar 1 manier om weer bij de auto te komen: hardlopend. Afgewisseld met wandelen.

Ik ging tussen kilometer 15 en 16 nog hardlopen, maar gek genoeg was het toen wel echt op. We kwamen bij een uitzichtspunt. Van alle punten viel dit een beetje tegen. Eigenlijk.

Na het punt moesten we ergens naar links. We zagen het juiste pad. En het bord verboden toegang. Tja, dan lopen we toch maar het natuurgebied Kijfhoek en Bierlap in. Joyce had er dagkaarten voor. We keken nog even op de kaart. Hopelijk kunnen we er aan de andere kant uit. Het gebied is werkelijk adembenemend.

Prachtige duinmeren. Vergezichten. Single track paden. Heel veel zand. We zetten het op een wandelen. We waren gewoon moe. Doodmoe. Daar helpt weinig eten meer aan. Lekker flink wandelen en adem overhouden om te kletsen. Al was soms dat zelfs best lastig! We volgden groene paaltjes.

Heel soms, als het naar beneden ging, voegden we een klein hardloopelementje toe. Na 21 kilometer in een ellenlange tijd, kwamen we op een verharde weg. Van kleine ongelijke steentjes. We kwamen zowaar 2 andere mensen tegen! Na overleg besloten we de verharde weg te volgen en zo af te snijden. We moesten terug naar de auto. Ja, er stond een bordje verboden toegang, maar wij konden weer een stukje hardlopen!

Ik zeg nog: als de boswachter nu komt, vragen we een lift naar Wassenaar en toen kwam de duinwachter er ook aan. Een jongeman en een dame. Joyce vertelde meteen dat we wisten dat we daar niet mochten lopen, maar dat we te moe waren en het terrein af wilden. Gek genoeg was dat niet onze grootste overtreding. Onze grootste fout was dat we hardliepen. Sporten is daar verboden en hardlopen valt daar zeer zeker onder. Joyce liet de dagkaarten zien. Daar stond het in kleine letters op. Ironisch maar waar, hebben we eigenlijk alleen maar gewandeld in dat natuurpark en waren we nauwelijks in overtreding! Hij gaf ons niet de boete van 109 euro en begreep dat we dit niet expres deden. Hij zou voor ons het hek opendoen en dan konden we naar links het gebied uit. Links? Wij wilden naar rechts! Toen we vertelden dat we bij de Wassenaarse Slag stonden en via de Watertoren waren gekomen, begreep de duinwachter pas echt dat we al heel ver waren. We wandelden door het hek heen dat weer dicht ging achter ons. We waren moe en beduusd, maar toen het doordrong dat we een boete hadden kunnen inlijsten voor hetgeen we juist nauwelijks meer konden: hardlopen, lagen we dubbel van het lachen!

We zaten op 23 kilometer en hadden 5 kilometer afgesneden. Achteraf bezien had de Kijfhoek maar 1 ingang. We hadden dus ook nog 3 kilometer verder kunnen rennen en dan er achter komen dat er geen andere uitgang was. Daarom wees de duinwachter ons naar links, naar de enige ingang. Dan hadden we terug gemoeten én nog veel langer en verder moeten lopen. Nu waren de hardloopelementen echt zeer schaars geworden. We wilden de 25 kilometer halen en daarmee basta. We liepen zelfs nog een stukje om, omdat we een verkeerd weggetje namen. Op de parkeerplaats zat er 25 kilometer op. In uit- en thuistijd van 4 uur en 50 minuten! Looptijd was 3 uur en 35 minuten. Ongewoon moe waren we. De eerste regendruppels vielen. En het onweer begon achter ons. In het gebied waar wij nog hadden gezeten als we niet in overtreding waren gegaan met hardlopen op het enige stukje verharde weg.

Deze loop heeft erg veel energie gekost. Het weer maakte het echt heel erg zwaar. Daardoor voelt het erg slecht aan en ik voelde het echt als falen. Goede punten zijn: als je na 5 kilometer al weet dat het ‘m niet wordt en wij toch 25 kilometer gaan én… koop altijd een dagkaart!

‘s Avonds doe ik nog een keer 20 minuten krachttraining met een filmpje mee. Is zwaar vanwege het zweterige en plakkerige weer. Maar ik doe het wel netjes!

25 juni Keep on cycling en keep on swimming

Samen met Manuel ging ik fietsen. We gingen de 3 waters van Almere rond: eerst het Weerwater, daarna de Noorderplassen en tot slot de Oostvaardersplassen. Iedereen fietst altijd gruwelijk hard, maar ik kan dat niet. Ik maak eigenlijk meer een tourtocht, zeker als we zo samen gaan. We gingen langs de manege en langs het tennispark. Het waren best wel nieuwe stukken en allemaal stad. Dat schiet niet op. Toen moesten we omrijden, want het rondje Weerwater is nog steeds afgesloten. Dan heb je stoplichten en nog meer stad. Toen we eindelijk het Weerwater zagen, waren we al heel Stedenwijk doorgeslingerd. En dat komt het tempo absoluut niet ten goede! We reden door het Beatrixpark. Het water daar hebben we beter gezien dan het Weerwater. Bij de Noorderplassen deden we een kort stopmoment omdat ik even moest bellen, maar daarna konden we weer door! Eindelijk kwamen we dan op de dijk met een gemiddelde van 23 kilometer per uur. Dat is echt heel sloompjes als ik kijk. naar al die anderen die met gemak 25 of 26 kilometer per uur halen. Maar nu was er wind mee en konden we gaan liggen op de fietsen. Nog een paar gas-terug-momenten bij de oversteken en dan helemaal doorfietsen en het gemiddelde ophalen. Manuel zag al op tegen de Knardijk met wind tegen. Maar tegen die tijd ben ik ‘warmgedraaid’ en ga ik weer op mijn fiets liggen en doorstappen. Wind of niet. Mag Manuel lekker op de weg langs het Oostvaardersveld… Na driekwart neem ik het over. We hogen het gemiddelde op tot 25 en Manuel vertelt hoe je dat zo houdt: uitzetten voor je de wijk weer in rijdt. Niks voor mij. Uiteindelijk fietsen we ruim 55 kilometer (56) en dat in twee uur en een kwartier. Het gemiddelde in Strava zit op 25, maar daar heb ik hard voor moeten werken en dan heb ik me nog niet eens aan de tempoblokjes gehouden. Mijn gemiddelde zit op 24,8.

‘s Avonds gaan we met (een paar van) de meiden van Trispiration zwemmen. JB heeft ons uitgenodigd om een rondje om Steigereiland te zwemmen. Dat wil ze graag een keer. We zijn met z’n zevenen. Ik vind het best spannend: zwem ik wel goed genoeg? Het regent een beetje. Ik heb mijn halve wetsuit al aan en ben op tijd klaar. Het water is helemaal niet koud. Ik zal met CT en M mee zwemmen. JB en haar vriend voorop, MV en DvM zwemmen minder hard. De eerste tegenvaller is dat ik in het vieze water mijn hand moeilijk kan beoordelen. Dat is jammer. Dan moet ik maar blijven denken in breed en diep. Het tweede punt is dat ik moeilijk navigeer en alleen maar achter de gele boei aan kan zwemmen. We gaan onder de brug door. De beha-brug. Erg leuk.

Ik heb de GoPro aangezet. Zie wel wat er van komt. En ondertussen zwem en denk ik. JB en haar vriend wachten op ons en zeggen ons tot de groene boei te zwemmen en dan naar rechts te gaan. Ik ga vast, ze halen me wel in. De groene boei kan ik weer zien. Ik ga de hoek om en kom in een heerlijk ritme. Ik hoeft alleen nog maar aan het breed te denken. Gewoon alles in kleine stappen doen. En ik kan zien dat ik van de kant af blijf op gelijke hoogte met de huizen. Lekker doorzwemmen naar een andere groene boei in de verte.

Tegen de tijd dat ik daar ben, moeten we naar rechts. Schreeuwt JB tegen me. Wonderlijk genoeg zwommen ze allemaal achter mij. Blijkbaar. Ik ga naar rechts en merk wat vermoeidheid. Nu zwemmen ze mij maar lekker voorbij! Ik vind het onrustig hier met huizen en boten.

We gaan samen onder de brug door, maar mijn GoPro filmt helaas niet meer. Ik vind het wel best eigenlijk intussen, maar ik zwem gewoon door. Het is zaak om ook dan op te blijven letten op mijn slag en breed te bijven insteken. Mijn armen doen er een beetje pijn van. Ik ga mijn benen nog maar meer gebruiken en kom dan weer in de slag. We komen opeens bij de bekende boei en dan vind ik het weer jammer. Ik vertraag wat om nog even van het water te genieten. Ik zwem een klein stukje door om de 3000m te halen. Gelukt!

24 juni Intervallen in de hitte

Ik had er niet zoveel zin in. Voor de derde dag achter elkaar hardlopen. En nu nog intervallen ook. Het zijn maar 25 minuten en het is zone 1 en zone 3 werk, maar ik kijk er niet naar uit. Ik blijf langs de baan staan te kletsen. En dan ga ik toch maar. Eerst 10 minuutjes inlopen. Nu heb ik mijn tijd verkletst en kan ik niet meer bij Joyce langs. Ik zit al snel heel hoog in zone 1-2. Hoeft niet! En dan moet ik 10 keer 150 seconden zone 2-3. Dat is lekker tellen. Bij de tweede keer merk ik dat volkoren brood een uur voor het sporten een slechte keuze is. Ik moet! Dan ga ik toch maar even langs bij Joyce, want een WC hebben ze daar nog net. Het lucht op, maar dan weer terug de hitte in en nog 6 of 7 keer intervallen is niet bepaald makkelijk. In de rust wandel ik echt. Ik ga langs de woonboten.

En dan weer een keer tot 150 tellen. Eigenlijk wilde ik aan de andere kant van de Vaart teruglopen, maar dat zal misschien net te veel worden. Ik zit nu met de balans tussen de tijd dat Vincent klaar is met trainen en de lengte van mijn training die niet meer overeen komen. Ik heb te weinig tijd om de training af te maken! Dan zie ik een pad en bruggetje naar links en besluit ik daar eens te gaan kijken. Een leuk schelpenpad langs water. Tellen tot 150.

Ik ga de busbaan over en dan ga ik daar weer terug. De intervallen haal ik wel zo ongeveer allemaal, maar dan het uitlopen maar niet. De hoeveelheid kilometers zal ook niet echt om over naar huis te schrijven zijn. Ik pak nog een schelpenpad mee. Niet heel verstandig, want dat kost meer kracht, meer hartslagen dus en een lager tempo. Maar het is wel leuker!

Ik kom weer bijna bij Joyce haar huis langs. Nog maar een paar intervallen. En ach, het went ook. Een lieve meid zegt me vrolijk gedag en zet-m-op en dat doet me erg goed! Mijn hoofd is zo rood als het shirtje. De laatste interval doe ik lekker hoog in zone 4 en daar hoort ook een fijn tempo bij. Tja, ik moet toch op tijd weer bij de atletiekbaan zijn, is het excuus. Ik loop een rondje om de baan heen uit. Dan is er nog niemand, dus ik plak er nog een rondje aan vast. En dan kan ik warempel zowel de training afmaken van 55 minuten als ook nog eens precies tegelijk met Vincent klaar zijn! Dit was geen koekie.

Woensdag 23 juni. Naar het strand bij Almere

Vincent bedacht dat ik tijdens zijn zwemtraining wel naar het strand kon lopen. Welk strand? Ik ben in Almere Poort en daar zijn meerdere stranden. Maar toen stapte Vincent uit en ging hij zwemmen. Ik mag en moet rustig vandaag. Een uur. Geen rugzakje mee dus. Geen verwachtingen. Als het niet gaat, is wandelen een optie. Maar het lukt wonderwel goed! Ik heb een muziekje op en ik moet niks, dus ik kan alles. Ik hobbel naar het strandje onder de snelweg door. En over het strand.

Dan ga ik het verharde pad verder volgen in plaats van op de geijkte plek onder de snelweg door. Ik ben verbijsterd dat je hier ook onder de brug door kunt, zo vlak langs het water! Het is groots en ik heb dit echt nog nooit gezien. Ik kom op een stuk waar ik ooit een crosscup liep. Dat lijkt een eeuwigheid geleden! Ik denk er weemoedig aan terug. Het sneeuwde en ik vond het niet zo leuk, maar ik was in top-conditie. Ik kom weer op een strand en daar moet ik helemaal overheen.

Voor het tempo is dit niet fijn. Helemaal niet. Maar dat ik dapper doorren, doet mij wel weer goed. Ik loop door naar de strandstoel, want dat heb ik Vincent ook beloofd, al wist hij toen niet waar ik bedoelde.

En dan ben ik bij Duin Marina. Maak ik ook nog snel een fotootje. Nu weer terug. Ik hobbel langs de duinhuisjes en dan wil ik onder de Hogering door. Ik zwerf Almere Poort in. Ik heb nog tijd en nu wil ik ook nog wel langs de orthodontist. Dat was in eerste instantie de bedoeling. Ik weet eigenlijk niet precies waar die zit… Ik hobbel vrolijk door in een soort van ritme. Ik kom op plekken die helemaal nieuw voor me zijn.

Dan heb ik nog tien minuutjes en weet ik niet meer hoe ik terug moet naar het Topsportcentrum. Ik pak mijn kaart erbij en de orthodontist blijkt niet haalbaar. Dan maar rustig teruglopen. Ik maak er 9 kilometer van en ben blij dat het zoveel beter ging als gisteren!

Dinsdag 22 juni. Het gaat voor geen METER, met een Dixie op de goede plek

Volgens het schema van de nieuwe trainer moet ik vandaag anderhalf uur hardlopen. Een half uur in zone 1, een half uur in zone 2 en een half uur in zone 3. Is niet echt moeilijk, maar 90 minuten is best wel lang. Eigenlijk. Ik heb hard gewerkt overdag, ben niet op mijn best en voel er niet zoveel voor. Ik zet maar een muziekje op en ik ga naar de manege lopen en dan terug. Niet de meest geïnspireerde route, maar dat sluit dan heel goed aan bij het tempo en hoe ik me voel. Aan de ene kant wil ik het goed doen, aan de andere kant hoeft het even niet. Ik ga natuurlijk veel te hard voor zone 1.

Het is niet leuk, het gaat niet, het gaat niet gemakkelijk en ik heb er weinig lol in vandaag. Het rugzakje is te zwaar en zit in de weg en ik zit mezelf in de weg. Nog voor de manege zit zone 1 er al op. Door naar zone 2, maar het tempo wijzigt niet of nauwelijks. Brug over en dan de volgende brug weer op en binnen een paar kilometer 2 snelwegen over. Echt, als het al niet goed gaat is deze route misschien wel het allerdomst. Ik begin me af te vragen of ik niet gewoon naar huis zal lopen en dan moet ik naar de plee. Voor een grote boodschap. Alsof het nog niet shit genoeg is! Ik hobbel het fietspad af. Vincent loopt ook, maar korter en ergens anders en hij appt me. Kan ik mooi even wandelen! Tot mijn grote verbazing staat aan de waterkant de verlossing:

Tja, daar maak ik dan maar gebruik van. Vies, vuil en goor kan er ook nog wel bij, maar er is zelfs papier. Ik hoop dat ik zone 3 dan nog iets kan oppakken. Toch nog maar niet naar huis via de kortste weg. Het tempo is zelfs in zone 3 nog verre van enige goede bedoeling, maar ik loop tenminste nog! Hoewel het helemaal ruk is. Ik dacht op 12 kilometer uit te komen in anderhalf uur, maar ik loop de anderhalf uur vol en het worden zelfs 13 kilometers. Wat ben ik blij dat dit erop zit! Nu werk ik weer met kleuren aan de trainingen en goede trainingen (lees: die de goede tijdsduur hebben) zijn groen. Dit was een groene training. Met een bruin randje.

Categories: Geen categorie | Leave a comment