Ik heb wel duizend keer aan het SMSje van vorig jaar gedacht wat ik van Merijn kreeg: “En volgend jaar jij die halve toch?” Want vandaag en geen dag eerder, was het antwoord echt definitief ja.
De nacht sliep ik redelijk: na elk uur een keer plassen kwam ik weer in slaap. Om half 6 lukte dat niet meer. Ik was bevreesd voor wat me te wachten stond vandaag. Was het gister goed te behappen, alle zenuwen en spanning hadden zich blijkbaar verzameld op zaterdagochtend om 6 uur. Ik had maar 1 zekerheid: straks is het over als ik maar één keer zwem. Het was nog donker en slecht weer: regen. Vooral op de fiets met een extra kans op lekke banden baalde ik daarvan. Verder deert regen me minder dan 25 graden. Ik worstelde me door een bolletje heen, pakte nog een kam, een plastic tas en prepareerde de sportdrank. Die krijg ik prima weg gelukkig. In plaats van even voor half 7 waren we even over half 7 op weg. Ik was
trillerig en het huilen stond me voortdurend nader dan het lachen. Het is dat ik het weet van tevoren, maar leuk is het niet. Ik kan niet echt uitkijken naar de challenge, maar vrees alles wat mis kan gaan: met eten, met materiaal. Ik weet dat ik dit kán, maar het moet ook lukken. En wel vandaag.
Het regent als ik mijn bidons op de fiets zet. Als ik mijn fiets zie, raak ik altijd wat geruster, maar vanmorgen helpt er weinig. Je mag nog lang het parc fermee in en uit. Ik zet mijn groene tas voor na de wedstrijd ook weg.
Voor de niet triatleten: er zijn drie tassen: 1 rode voor alle fietsspullen en daar heb ik mijn schoenen en sokken in zitten, een helm, fietsshirt en 2 fietsbrillen. In mijn blauwe run-tas zitten 2 paar schoenen (ik kan altijd nog voor de andere kiezen) en de beste sokken, extra gels. Ze hangen bij mijn startnummer. De voorbereiding klopt, de training klopt, ik sta gezond aan de start: waarom tril ik dan zo?! Ik ga nog maar een keer naar de WC en het druppelt maar door.
De andere groepen starten met een flair. Ik heb MC en MB en AS nog even gezien. Ik eet nog een broodje en drink voldoende. Joyce komt me steunen, maar ik voel me niet goed. Niets krijgt mij nu gekalmeerd. We lopen richting de zwemstart. Ik doe mijn wetsuit aan en alles past en valt langzaam in elkaar. DR komt me tegemoet: zij kan me altijd wel opvrolijken, maar nu lukt het haar zelfs maar mondjesmaat. Ik kies de blauwe zwembril. Die heeft zich bewezen. Ik neem een colagel en dan zou ik klaar voor moeten zijn.
Als de mannen starten, zie ik PL. Ik weet zeker dat hij dit volgend jaar ook kan, maar hij denkt dat hij niet kan leren zwemmen. Dit is het enige gewone gesprek dat ik voer deze ochtend. Dit is gek genoeg de grootste steun: PL, als ik dit kan, kun jij het ook. Ik wens je geinspireerd te hebben. En dan moet ik gaan. Rob een kus. Vincent een knuffel. In het startvak zie ik SK en ik pak haar hand. Zij en DH proberen me tot rust te manen en spreken hun vertrouwen uit, maar nu ik nog. In het water is het inderdaad bijna goed. Ik ben blij met de zwemstart. Kan ik mooi nog een plas doen, hihi. Ik moest vanaf het moment dat ik mijn wetsuit aan had! De dichtstbijzijnde vrouw wens ik succes, maar dat blijkt in het engels te moeten. Ik zie voor mijn neus Jort Vlam met het startpistool, start vast mijn horloge en dan is het gaan. Weg spanning.
Heerlijk zwemmen. Ik krijg een beuk, maar mijn bril blijft zitten. Ik zet het op een zwemmen. Om de rode boei heen. Het is nog even druk, maar ik kan er echt tegen. Ik zoek
mijn ruimte. De wereld om me heen is blauwgetint door de bril, maar ik kan alles goed zien. Navigeren van boei naar boei: ik had beter moeten kijken naar de route. Ik haal 1 op 2 adem en maai lekker door, precies zoals ik zwemmen kan. Techniek en verbeteringen maak ik misschien later nog wel ooit: nu zwem ik. Ik blijf bij de schoolzwemmers uit de buurt, krijg een beetje water binnen en ben blij dat ze de planten hebben gemaaid. Ze zijn er nog wel, soms 1 op mijn brilletje en ik zie ze onder me. Om de boei heen, lekker krap. Door naar de volgende gele boei in de verte. Soms kan ik moeiteloos 1 op 4 ademen. Ik zie de bootjes en kano’s. Ik baal van de geur van de stinkboten. Ik zwem en zwem. Geen idee hoe ver het is, hoe lang ik nog mag. Geen idee wat er nog komen gaat, maar dit is gewoon genieten. Soms haal ik iemand in, soms stuur ik wat bij. De vrouwen hebben paarse badmutsen, de 50+heren die met ons gestart zijn groene. Heren kan ik veel achter me laten. Die kunnen straks beter fietsen. De volgende boei ligt nog verder weg. Ik raak volledig de oriëntatie kwijt. Geen idee hoe ver nog, waarheen – behalve de volgende boei. En het genieten. Ik vind het echt leuk gewoon. En als ik even de moed laat zakken kijk ik naar de plantjes en denk aan al die keren dat ik ze in het zonlicht zag. Toen ik met MZ zwom. Aan die eerste keer buiten in de golven van het Gooimeer. We gaan de verste boei om en dan komen er wat golfjes. Het is niet veel en het deert mij niet. We gaan langs 3 gele pilonnen en nu ben ik echt de weg kwijt. Gelukkig zwemmen er veel mensen voor me die ik volgen kan.
Ik kijk 1 keer achterom, maar ben nog lang niet de laatste. Een prettig idee, maar niet onverwacht. Ik zie iemand met een oranje wetsuit, die volg ik en probeer ik nog even in te halen. Ik haal een man in met gele badmuts. Ik weet totaal niet waar ik heen moet zwemmen of waar ik het water uit moet. Ik permitteer me een keer goed te kijken, maar vanaf het water zien de schouwburg en het ziekenhuis er toch anders gepositioneerd uit. Inmiddels krijg ik zin in fietsen. Dat zwemmen was erg leuk, maar het is wel klaar
nu. Geen idee hoe lang ik hiermee bezig ben geweest. Ik moet rechts van de witte tentjes zijn. Dan gaat het snel. Ik voel mijn horloge trillen en denk dus al op 2000m te zitten. Ik doe nog een plasje, nu het nog kan en dan omhoog lopen. Ik kies de middelste rij. Geen last van duizelingen. Ik hoeft niet te rennen: hier ga ik geen winst halen. Dit is mijn strijd, geen wedstrijd voor mij. Wetsuit uit, badmuts af, bril af. Rare kleur heeft de wereld dan opeens! Het gaat goed. 1 Van de drie afgevinkt. Horloge netjes lappen voor de wissel.
In de tent heb ik het wetsuit al uit. Fietsshirt aan, gel mee, sokken aan, fietsschoenen aan. Ik voel me prima. Ik neem de tijd. Niet dat ik ga zitten, maar nu kan ik beter alles even goed op een rijtje zetten en niets stoms vergeten. Helm op en ik kies de oranje beglaasde fietsbril. Voor mij schijnt de zon! Ik huppel bijna naar de fiets, ik wandel in elk geval niet. Ik zie Rob en dan zie ik alleen nog mijn trouwe fiets. Garmin aan. Ik wil bijna opstappen, maar de vrijwilliger
stopt me bijtijds.
Natuurlijk: eerst weglopen. Ik weet het wel, maar nu wil ik fietsen. Rob rent harder dan ik. JK en nog iemand staan daar commentaar op mijn Vicoos fiets te leveren met hun nare toontje. Ik stap op en ga op voor enige uren fietsen. Het regent nog. Weer netjes het horloge gelapt.
In het begin fiets ik niet te snel. Wegens mijn slechte bochtentechniek moeten een paar mensen mij rechts inhalen. Ik heb het koud en vind het spannend: die dunne bandjes op die gladde weg en de plassen en de regen…. Ik ga maar 25 kilometer per uur en vind dat niets erg. Ik schakel niet omhoog: voor mij is dit wennen en omschakelen. Straks kom ik wel bij. Ik zie al meteen mensen met lekke banden. Ik ben nu gerust: als mij dat overkomt, kan ik de band plakken en ga ik weer verder. Zo simpel is het. Ik ben erg blij met mijn armstukken en het truitje. Ik drink wel alvast. Volgens mij zie ik
vlak voor Almere Haven trainer LK, maar ik weet het niet zeker. De eerste post sla ik over, al kijk ik goed hoe het werkt. We komen de dijk op voorbij Almere Haven en hebben wind tegen. Natuurlijk. Ik heb het nog niet warm. Langs het stukje waar ik voor het eerst met GN buiten ging zwemmen, moet ik even slikken. En dan weet ik weer hoe ik het deed: ik begin tegen mezelf te praten. Lekker hardop! “Weet je nog dat we hier gingen zwemmen” Ik spreek mezelf moed in. Letterlijk. De afslag voor de hele triatlonmensen laat ik netjes rechts liggen. Ik zie de gele startnummers. Die doen een hele. De blauwe nummers zijn voor de tri-together. Mijn tempo gaat nog niet omhoog, maar ik geef de tegenwind en de kou de schuld. Straks komt het wel goed. We moeten over het fietspad bij de snelweg en ik zie YZ voorbij komen. Ik wens haar veel succes toe. Ik heb eindelijk ook naar de hogere versnellingen doorgeschakeld. Bij elke bocht, begin ik tegen mezelf te zeggen dat het kan, dat het niet eng is, dat ik niet uit ga glijden. Het helpt nog niet veel. Ik haal een paar dames in, tot de volgende bocht. En dan de weg op langs Almere Poort. Ik merk dat ik onwijs geniet van de wegen die voor ons afgesloten zijn. Die geven mij een enorme boost, dat ik hier fietsen mag. “Daar begon het”, zeg ik tegen mezelf en ik kijk richting Duin. Ik ga liggen en warempel, bij de volgende rotonde ga ik niet eens rechtop zitten en afremmen. Ik blijf goed drinken. Dan de dijk op. Ik kan niet anders dan heel breed lachen.
Hierom alleen al had ik dit willen doen. De straat van ons fietsers, triatleten. Soms word ik ingehaald door een superfietser en ik begrijp niet wat die dan met zwemmen heeft gedaan. Zoef-zoef-zoef. Ik praat hardop tegen mezelf hoe rijk ik ben dat ik me hier bevind. Dat ik zomaar langs de windmolens ga. Op naar het Bloq van Kuffelaer. Ik begin er vertrouwen in te krijgen. Tot nog toe is het inderdaad een feestje en is dat getriatlon behoorlijk leuk! Ik ga liggen en laat de dijk naar me toe komen. Het besef daalt in dat ik dit alleen maar voor mezelf doe. Dat ik dit dus fysiek aankan. Dat ik de kracht in mij heb om dit te bereiken. Gek genoeg verbaas ik me daarover. Niet dat het me lukt, maar dat ik met al die trainingen zoveel heb bereikt en dat nooit eerder heb beseft. Ik denk aan al die keren dat ik fietste: Met EH, toevallig ooit naast YZ, met Manuel. En intussen loopt de snelheid op.
Het doet me niet echt iets. Ik ben hooguit verbaasd dat de snelheid voortdurend boven de 35 kilometer per uur ligt. Dat is gewoon hard. Straks krijgen we ‘m wel terug. Als ik even opzie tegen de Knardijk die straks komt, praat ik tegen mezelf. Ik hoeft niet goed om me heen te kijken: ik weet waar ik blijf. Volgens mij haal ik regelmatig iemand in. Jury zie ik niet. Voor het Bloq neem ik netjes de gel. De sportdrank is half leeg. Ik neem een bidon water aan en drink goed veel. Ik leng de sportdrank verder aan, wat ik een goed plan van mezelf vind. Ik gooi de bidon weg. Zonde eigenlijk, want ze zijn mooi. Nu komen we op mijn thuisgrond. Volgens mij regent het nog van tijd tot tijd, maar ik heb het inmiddels warm en de druppels deren me niet. Ik begin te bedenken aan al die mensen die met mij meefietsen. Al die nieuwe kennissen, die lieve vriendinnen van de TVA: KH die nu ergens de hele trapt, die prachtige AS die achter KH fietst, MB met haar scherpe maar lieve stem, aan haar man HB die zo’n rots is, aan SG die zo schattig kan zijn, aan GN die zoveel vertrouwen heeft. Ik denk aan JM die sterker is dan wij allemaal bij elkaar, juist omdat ze hier niet is. MB kan in de rij niet ontbreken: zij is de enige die mij ervan doordrong dat triatleten geen arrogante mensen zijn. Ik pink echt een traantje weg op de fiets. Overigens gebeurt dit meer in mijn hoofd dan hardop gelukkig. Ik denk aan de lachende DR. Ik neem JC mee en RO en W die me alles wilden leren. Natuurlijk denk ik aan M die voor me uit zwemt, aan TL die ook al zo blij is, aan MZ van wie ik hoop dat hij geniet en vandaag niet het haantje uithangt, maar de volbrenger. En ik denk aan de mensen die het allerdichtste bij mij staan: papa en mama die onderweg zijn voor mij. Van wie ik alle sportgenen afgepakt heb. Ik moet er om lachen. Ik denk aan Joyce die me steunt en aan Manuel die altijd klaarstaat. Gek genoeg ontwaar ik hem van een afstand al. Op ‘ons’ kruispunt staat hij. Ik roep naar hem, maar met 37 kilometer per uur, vlieg je razendsnel voorbij. Ik vind het waanzinnig lief dat hij voor mij daarheen is gefietst. Ik kijk straks naar hem uit en deze bonus is erg fijn. Er is hier weinig tot geen publiek. Ik moet plassen. Blijkbaar moet ik van die sportdrank enorm naar de WC. Maar hoe? Ik buig me er een tijdje over en besluit dan gewoon óp de fiets te plassen. Al trappend gaat dat niet, maar er loopt gewoon een flinke straal mijn schoen in. Smerig ben ik al van de opspattende modder, dit kan er wel bij. Wat zal Vincent lachen straks als ik hem dit vertel. Vincent… En Rob…. Als ik aan ze denk, aan alles wat zij moeten doorstaan, dan lopen de tranen me echt over de wangen. Al die keren dat ik er niet was. Ik word afgeleid omdat er een busje rijdt die een fiets komt halen. Back to reality: ik ben dan wel al over de helft, maar ik ben er nog niet. Het besef van tijd ben ik al lang kwijt. Ik zet het op een zingen: de tekst van Peter Gabriels Dirt: “hands on the wheel, don’t look back, this is for real”. Op naar de Knardijk. Hopelijk staat MS daar. Dat kan ik gebruiken. De zijwind valt me mee. De smalte van het pad ook. Anderen kunnen mij inhalen. Dus ik kan ook inhalen. Ik weet hoe lang dit stuk is, maar het is al snel voorbij. De tien-kilometerborden zijn voor de hele afstand en ik loop er op achter. De kilometerborden boven de honderd kloppen met mijn metingen. Zij fietsen dan ook een stukje extra bij Haven, dus ik kan het verklaren. En dan het stuk terug naar de Praamweg. Wind tegen. Hier fietste ik ooit met Manuel ook tegen de wind in; ik voorop. Toen lukte het en nu ook. Dít is Anke. Grijns en trappen. Dankjewel Tante Z voor deze fiets, dit verlengstuk van mij.
Ik haal FS in en roep tegen haar dat ik daar mijn best voor heb gedaan! Over de brug bij
de Praambult. Er komt zowaar even een zonnetje door. Dan weer een bocht en ik bereid me voor op de volgende post, op een gel water en een bidon ruilen. Ik moet enorm hard lachen om het bord: ” U bevindt zich op het triathlonparcours. let op uw snelheid”. Ik weet dat het voor auto’s is, maar ik vind het voor mezelf erg leuk klinken: gelukkig dat ze me er even aan herinneren! En dat op de
snelheid letten: wat anders? Mijn hartslag kan me gestolen worden! Over tot de orde van de dag… Water aanpakken, gel wegspoelen, smerig water, drinken, vasthouden en de andere bidon pakken en legen in de drinkbidon tussen het stuur. Wonderlijk genoeg gaat het allemaal. Dan maar even geen snelheid meer. De mevrouw die alsmaar rond me heen fietste stopt bij een dixie. Doei. De bocht. Zie ik Manuel al? Ik heb mijn eigen bidon teruggestopt. Ik kijk, zie geen jury (in de verste verte niet) en gooi Manuel de bidon toe. Ik roep dat het onder controle is, maar ik weet niet of dat aankomt. Zo voelt het inderdaad. Ik heb alles in de hand en het gaat goed. Ik maak geen fouten tot nog toe. Ik geniet, ik ga, ik geef niet op. Het is nu druk op de Doddaarsweg. Vorige week toen ik hier fietste, was ik alleen. Vorige week…. toen zaten we in de auto en was de vakantie pas net om. Ik denk aan de bergen die zich straks pas zullen bewijzen. Ik weet niet meer of we wind mee of wind tegen hebben. Ik ga alleen maar door en door. Ik haal MB in en juich haar toe. ‘Je gaat goed’ roept ze en van haar kan ik het hebben. Ik weet dat ik dadelijk de vertraging in ga bij de bochten. Ik ben erg blij dat ik vorige week dit stuk nog verkend heb. toen deed ik 2,5 uur over 60 kilometer, nu heb ik daar maar twee uur voor nodig. Ik reken me niet rijk, maar ben me wel bewust van de winst. Ik trap zelfs even door om de 60 toch echt in 2 uur te halen, een klein momentje streberigheid! Ik haal op de Adelaarsweg nog een hele groep in tegen de brug op. Dan zie ik een ziekenauto en er staan meerdere auto’s en opeens is de angst terug. De groep kan mij weer inhalen en de zin is op. We gaan door het bos en ik vind het fietspad echt akelig glad. Ik moet weer plassen, maar hier kan dat niet. Te druk. Te eng. Straks vlak voor de post maar. Dan kan ik water pakken om te spoelen. Nog een bocht en dan de Winkelerweg op. Nog steeds verbaas ik me over de landbouwactiviteiten. Ik zie kerels stoppen om te piesen. Naast de jurymotor, die ook moet! Oneerlijk. Ik vertraag en plas weer. De weg is langer als ik dacht en ik heb de gel ook iets te vroeg genomen. De vorige twee waren best ‘lekker’ (als dat voor een gel kan), deze orange valt wat tegen. Ik neem water aan, spoel de gel weg, spoel mijn been nat en gooi de bidon net buiten de trashzone weg. Ik zeg er nog sorry bij ook. Onderweg ligt best wat troep, eigenlijk. En dan de bochten. Het is echt druk, ik snap niet hoe dat komt.
Achterblijvers op de hele, mensen die voor mij lagen op de halve? Stayeren is hier soms onvermijdelijk. Er rijdt een auto met een tijd, maar ik snap die niet. Welke tijd is dat? Voor de hele? Ik raak in een roesje en laat het genieten even achterwege. 15 Kilometer is nog best een stuk opeens. Wind tegen komt nog. En een stukje onbekende route. De drukte. Het is me wat veel. We rijden over de drukke weg waar ook auto’s naar de Eemhof rijden. Een treintje. Niet mijn tempo. Ik haal in. Mag dat? Kan het? Dan de Stichtste Brug onderdoor. Daar zit RO! In de penalty box. Dat kan niet. Dat past totaal niet. Ik herken zijn stem. Hij zit in een warmte deken. RO? Mijn wereld draait om. Wind tegen. We mogen op de dijk rijden, op de weg zelf. En dan is het terug: dat ik daar rijden mag en kan en dat ik daar ben en dat het mooi weer is: Anke en de fiets smelten samen en we trappen. De één na de ander halen we in. Ik snap het niet: heb ik als enige geen wind tegen? Hoe kan ik nog steeds 30 kilometer per uur rijden? Ik herinner de fietstraining dat ik achter JC en DR mocht hangen. Al die rottige fietstrainingen. Ik haat ze. Wat doet RO daar toch in de penaltybox? Ik neem de woede mee en ga als een dolle de fietser die iets kapot heeft en herrie maakt voorbij. Ik mag tot de Manegeweg, dan moet ik me weer intomen. Wacht even, heb ik die 90 kilometer zomaar gefietst? Ik bedoel…. Ik haal het niet in drie uur, maar toch… Ga ik dadelijk echt twee sporten afvinken en er dikke smileys bij zetten? Als ik met een beetje pijn afscheid neem van de dijken, scheurt Youri Severin me voorbij. Die durft wel de bocht door zeg. Het overzicht ben ik al lang kwijt. Ik schakel wat terug en ga terug richting de TA. Ik zie Merijn langs de kant: moet die niemand coachen ofzo? Hij herkent mij gelukkig wel. Roept me na dat het er goed uitziet ofzo. Als we bij het Weerwater komen, raak ik overdonderd. Daar lopen al vele mensen: hoe komen ze daar, daar is veel publiek, daar is onrust. Ik moet de bubbel uit en dat is lastig. En weer moet ik plassen. Hoe? Al die dagjesmensen! Nee! Vlak voor de ziekenhuisbrug doe ik het toch maar. Hopelijk vergeet ik
het dadelijk als ik de sokken uit moet doen. Ik heb al bedacht wat ik doen moet: op tijd losklikken, afstappen, doorlopen en gaan hardlopen. Dit is de eerste keer dat ik niet opzie tegen het uitklikken. Het gaat dan ook soepel. Afstappen, lopen, een snelle VIP voorlaten, horloge lappen. Ik doe de bril af en schrik. Weg oranje wereld.
Alles is wat grauwer even. Ik zet met enige spijt de fiets weg. Zie Rob in een ooghoek denk ik. Ik ren een beetje naar de tent en dat voelt goed. Laat het maar komen!
In de tent zit SG. Maar zo weinig voor me? Zij gaat net weg en doet haar ding nog in de tent. Ik prop alles in de tassen. Baal even dat ik de verkeerde sok in de verkeerde schoen heb gedaan. Ga ik het koud krijgen? Nee. Jasje uit. Twee gels in de trisuit proppen. En nu rennen. In wat ze de arena noemen is het stikdruk. Ik zie HL eventjes denk ik. Voor mij is de onrust lastig. Ik zie KT en ze spreekt me echt moed in wat ik goed hoor, begrijp en versta. Dank KT, ik zal naar je uitkijken. Ik heb de grootste moeite mijn startnummer recht te doen. Nieuwe nummerband, dit is een onding. Ik weet niet zeker of ik papa en mama al zie. Bij het hotel is het glad. Omschakelen. Cheerteam uit Belgie: die versta ik tenminste. De glimlach is terug.
Ik loop achter een vrouw met hetzelfde tempo. Dit gaat goed, dit voelt goed. Dit kan ik. Ik zei vanmorgen tegen PL: zwemmen is het leukste, lopen het gemakkelijkste. Ik loop onder de 5:30. Een engelsman spreekt me aan dat ik zo soepel loop. Hij moet 6 rondjes en ik krijg hem moeilijk duidelijk gemaakt dat ik er maar drie hoeft. Hier is meer publiek. Het is ook droog en warm. Mijn afstandmeting is anders als de hunne, scheelt zomaar 300-500 meter. Aparte zaak. Ik herken weinig mensen. Hoekje om en daar is Manuel. Ik wil niet drinken! Maar ik moet en ik doe het ook. Ik merk net te laat dat ik een gel kwijt ben geraakt. Ik zou bij post 3, post 2 en post 1 en 3 een gel nemen. Nu heb ik niet genoeg! Of wel? Manuel staat voor post 2. Van het ontbrekende gelletje raak ik even in paniek, even de controle kwijt. maar de focus verschuift weer snel: ik loop hard. Gemakkelijk en hard. Het blijft onder de 5:30 zitten. Alle zorgen voor straks zijn nog ver weg. De bult op is een eitje voor mij. Raar. Ik zie mensen op de busbaan fietsen, mag dat wel? Voor me zie ik SG. Ik ga haar pakken, hoe dan ook. De mensen op de busbaan blijken SJ en M te zijn voor SG. SJ zegt dat het er erg goed uitziet bij mij. Ik wil en kan hem niet antwoorden. Bedenk inderdaad: nu nog wel, nu ziet het er nog goed uit. Ik haal SG en ze stelt mij en M snel voor. Een andere keer meer. Ik blijf achter de vrouw met hetzelfde tempo. Dat ga ik niet volhouden, weet ik. Maar nu wel. Ik werk de 6 kilometer in een half uur af. Die van mij of de hunne? Ik weet het niet. Zo haal ik het met de gels. Ik neem de eerste. Deze is gewoon vies. Ik krijg ‘m moeilijk open. Water om het weg te spoelen, ik stop niet, maar drink rennend.
Waar is Joyce? Dit is ronde 1: verkennen. Dadelijk een ronde consolideren en dan nog 1 rondje knallen. Dat is het plan. Langs post 4, waar heel veel herrie is. Veel teveel onrust om bij ons Lumiere-zwemstrandje stil te staan. Dan de modder in het bos. En daar is Joyce. Ik roep haar luid en duidelijk toe dat ze moet zorgen dat Manuel een open gel voor me klaarhoud. Hoe ze dat gaat doen zal me wat, maar ze begrijpt me. Ik loop nog soepel, al ben ik mijn voorgangster kwijt. Tentje van de Frysman, op naar de Arena. Ik kijk goed of ik bekenden zie en hier en daar hoor ik mijn naam. Het nieuwe waterzakje neem ik aan, maar dit concept is niks voor mij: ik krijg het wel erg moeizaam open als ik een gel al niet red. Ik zie papa, mama en Rob en Vincent. Het gaat mij nog goed. KT zie ik helaas niet meer. Het gladde stuk is beter nu. GN roept me toe hoe soepel het er uit ziet, dat ik er toch maar mooi ben en dat ik dit doe en dat ik door moet! Klopt, ik loop hier maar mooi. Het is niet meer of minder dan dat, ik weet nog
dat MB het me zei tijdens de crossjes. Ik dóé dit gewoon. Ik keek op de klok die ik net kon zien en heb nog maar een uur voor 2 rondes om het binnen de 6,5 uur te halen. Kan niet dus. Jammer dan. Ik sla de post over en ga richting de tien kilometer. Volgens hun bordjes zet ik weer een toptijd neer, mijn horloge meld ook dat ik dat binnen 55 minuten afgehandeld heb. Ik zie Manuel alweer en hij heeft de gel vast en roept dat die open is. Ik vergeet er 1 mee te nemen. Ik wil geen sportdrank meer. Merijn staat er ook. Ik neem water bij post 2 van een meisje wat mij extra aanmoedigt omdat ik van de TVA ben en dan weer de heuvel op. Tegen 12 kilometer merk ik dat ik het lastiger ga krijgen. Ik moet vertragen en dan begint het Grote Gevecht. 8, nee 9 kilometer tegen jezelf vechten is verschrikkelijk. Het genieten ebt weg. Voorbij de busbaan op de kruising fietst KH me voorbij en ze roept me toe dat het geweldig is. Dat doet me goed te zien dat
zij nog leeft en stevig bezig is. Het houdt maar even stand, ik tel af. De gedachte aan wandelen komt op. Ook aan opgeven. Maar dat gaat niet gebeuren. Ik denk nog even aan de nuchtere duurlopen waarvoor ik LK heb vervloekt in D1, maar die hebben me hier ook niet op voorbereid. Post 3. Herrie. Ik drink nog wat water, maar hou het nauwelijks binnen. Ik zie Joyce: ze gilt me moed toe; dat ik het kan, roept ze. Alles in mij schreeuwt het uit van niet. Gelukkig deze keer niet hardop! Tjardo Visser zeilt mij voorbij en ik benijd zijn gemak. Ik haal nog mensen in, ik blijf rennen. Hoe ik nog een ronde door moet, weet ik echt niet. Frysman tentje. KvH staat op de brug en juicht me uit volle borst toe. Ik denk aan vanmorgen toen niemand me kon helpen. Blijkbaar blijft het er soepel uitzien, al voelt het rampzalig. De arena overdondert me. Voor iedereen die daar staat, ga ik door. Ik knik ‘nee’ tegen Rob en papa. Dit voelt zo onmogelijk. Zoiets als die laatste kilometers marathon. Maar dan onoverkomelijk. Bij post 1 ga ik over op cola. Dan deze laatste ronde maar op cola. Nu maakt het niet meer uit.
Als ik nu ziek word, kan het niet erger worden. Dit is overleven en doorgaan. Tijden, afstanden: alles kan me gestolen worden. Genieten is er niet meer bij. Al ga ik 7 minuten lopen op de kilometer, ik ga het afmaken. Dat is het enige doel. Ik haal een man in die roept hoe het kan dat ik nog zo lekker loop. Zo voelt het niet. Een andere clubmaat wandelt: zwaar he, zegt hij. Ja!! roep ik. Ik zie Manuel, roep tegen hem dat hij naar de busbaan moet komen en neem de bidon aan en drink nog wat sportdrank. Ik gooi de bidon weg naar de voorzitster wiens naam ik vergeten ben en SJ. Merijn staat er nog en heeft de enige juiste tekst: Doorbijten Anke, je komt er wel. Ik ben woedend op hem, op zijn stomme idee en hij krijgt de schuld: die woede houdt me aan het hardlopen. Water aannemen op de post van het meisje dat de TVA toejuicht voor de derde keer. Alles in mijn wil wandelend de heuvel op en heel mijn hersenen worden in beslag genomen door die ene vraag:
hoe maak ik in ‘s hemelsnaam dit rondje af? Manuel komt naast me fietsen, maar ik kan alleen maar fluisteren: ik kán niet meer. Zo voelt het. Het kán niet meer. Ik kijk uit naar de douche, naar de finish en naar een bad. In een soort van die volgorde. Dat ik het zal afmaken, staat vast, maar nu weet ik niet hoe. Manuel gaat terug bij post 3. Ik neem cola aan en krijg twee slokken binnen. Ik kan nu wandelen, nu Manuel weg is. Dan zie ik een vrouw voor me rennen. De laatste houvast: ik zou haar graag inhalen. En dan de druppels. Die een enorme bui worden. Even is de grote grijns terug. Mijn persoonlijke douche! Ik ben blij met de regen, de verkoeling, de afleiding. Ik haal de dame in. 17 of 18 Kilometer: Vincent, ik kom er aan. Nog 20 minuten. Ik kijk niet meer naar
kilometertijden, durf niet. Voor mijn gevoel is het 6:50 per kilometer (dat zal meevallen achteraf). Het boeit me ook niet meer. Halen, finishen is het enige doel. Nog twee flinke slokken cola op de laatste post. In het bos loop ik te kokhalzen. Ik ben nu toch al nat en vies en smerig. 19 Kilometer. Nog een kwartier. Nog maar een kwartier doodgaan. Kom op, het gaat goed; roept Joyce. Ik krijs nee!!!!! en ren door. Ik ben nu te nat om nog te gaan wandelen, dat koelt teveel af. Dat is het enige besef wat doorkomt. Doorrennen. Stap voor stap. Ik weet ook dat ik dadelijk weer redelijk snel bij kan komen, maar die kennis helpt mij nu niets. Frysman? Bewaar me dat ik ooit een hele ga doen. Nog 1 keer het bruggetje over.
Ik ga het halen, maar het daalt niet in. Die laatste kilometer zal de zwaarste ooit worden. Ik zie niemand meer, voor me loopt een vrouw die ik ook op de fiets inhaalde en zij mij weer. Ik kan het niet meer opbrengen haar voorbij te gaan. Ik loop de drukte in. Ik blijf rennen. Papa’s hand negeer ik, de kracht mist voor een high 5. Ik zie hem wel. En dan de klok: 6:28 – ik ga het binnen de zes en een half uur halen ook nu! Ik juich als ik het gehaald heb. Ik ben ongelooflijk blij.

Niet trots. Ik krijg een warmtedekentje om en de medaille. Vincent staat daar en ik ben helemaal stuk. Manuel komt er ook aan, maar ik wil Rob. Ik wil uithuilen bij Rob. Het is voltooid. Gedaan. Klaar. En het grootste deel was genieten. Geweldig.
Ik huil uit bij Rob en dan moet ik doorlopenen naar binnen om warm te worden. Ik heb het niet koud hoor. Of ik merk het niet meer. Ik kom JL tegen. Dat helpt wel even. Als ik de bankjes zie binnen is het op. Ik sla de deken om me heen en jank een potje tot iemand me komt vragen of het wel gaat. Ja hoor. Eigenlijk wel. Dan pas besef ik dat ik het ruim binnen de 6,5 uur heb gehaald, dat ik 20 minuten later vertrokken ben dan de klok gestart is. Laat mij maar even alleen. Ik ben woedend, uitgeput, verdrietig, gelukkig, kapot en blij tegelijk.
Ik haal mijn spullen en wil alleen maar onder de douche. Ik trek de troep uit, de douche is prettig en ik praat met een andere vrouw in het Engels. Dat is best lastig. In de gang zie ik MBB: ze straalt en het doet me goed dat zij trots op mij is. Ik laat mijn bovenbenen masseren. Ik mis Rob en het contact met de buitenwereld.
Ik ben zelfs bruin geworden! Buiten wachten ze op mij. Ik moet iets eten. Maar als ik bij het buffet sta bij SK en SG (die beiden na mij gefinished zijn) vergaat me de trek. Ik wil weg. Nee, ik wil bij ze blijven. Ik zie mama en Vincent. Ik moet iets eten. Ik wil weg. Ik wil mijn fiets. Ik moet Joyce gedag zeggen. Rob weet mijn tijden: 6 uur en 8 minuten. Ik laat ze op mijn medaille graveren. Ik drink een chocomelk, bij YZ en SG. Zie papa en Vincent. Ga weer naar buiten op mijn slippertjes. Mijn hardloopschoenen zijn te nat geworden. Ik haal mijn spullen en mijn fiets. Ik ga naar huis. Het daalt niet echt in. Ik had vanalles bedacht, alles onder controle voor 105 kilometer lang en dat laatste stukje eventjes niet. Toen heb ik heel diep gegraven. Maar na de finish was er niks meer. Volkomen blanco. Ik kan mijn fiets weer in de schuur zetten.
En dan is het leeg. Kan ik nauwelijks meer staan. Draaierig. Papa en mama horen het nog even aan. Als mama het zegt, kan ik wel begrijpen dat het een prestatie was. Maar écht…. dat dringt niet zo door. Was ik snel? Was het goed? Het was in elke geval leuk! Ik eet een bak yoghurt met ananasschijven en krijg met moeite de friet op. Ik heb denk ik het uiterste gevraagd. Ik kon dit en het lukte me. Vandaag is voorbij gegaan.
In antwoord op je appje van vorig jaar Merijn: ja, dit jaar heb ik ook de halve gedaan. Het heeft mij meer opgeleverd dan ik had kunnen denken: al die nieuwe mensen (en de meeste triatleten zijn dan wel geen gewone mensen, maar ook niet arrogant), een ongekende hoop kracht die ik in mij heb zitten, een verslaving aan bewegen en buiten zijn, ik heb mezelf leren kennen. Ik kwam mijzelf tegen. En ik heb doorgezet. Ik heb nieuwe grenzen verkend en dingen gedaan die nooit gedacht had te durven, zoals zwemmen.
Ik had nooit gedacht dat ik zomaar 90 kilometer zou kunnen fietsen. het heeft mij veel geld en tijd gekost. Maar ik ben niet geblesseerd geraakt, heb nergens de grenzen te ver overschreden. Ik heb gemopperd, gevloekt en genoten van de trainingen. Ik heb beslissingen durven te nemen die mij mentaal een sterker mens maakten, zoals een trainer opgeven om verder mijn eigen pad te kunnen bewandelen en sterker te kunnen worden en meer naar buiten te durven kijken. Het was een top-idee. Al heeft het me een jaar de tijd gekost om daar zeker van te zijn.
De halve triathlon in Almere – Challenge Almere Amsterdam Half Distance
taperweek?
Maandag fietsen. Gewoon zelf een uurtje. Langzaam aan. Niet met de haantjes mee van de training. Daar kan ik niet aankomen met mijn zone 1. Ik breng Vincent weg en ga de andere kant op. Op de dijk ging ik wel even wat harder, maar verder… Geslingerd door de wijkjes. Inhouden, rem erop, lage hartslag. Moeilijk maar o-zo nodig. Klaar met de trainingen voor dit jaar. Ik rauw er geen seconde om. Fietstrainingen zijn mijn lichtpuntjes van de week niet! Rob haalt Vincent en mijn tijdritfiets op. Ik rij door naar Joyce voor een rondje in de avond. Eventjes bijpraten. Door het donker. Weer inhouden, weer afremmen. Het is niet te moeilijk helaas.
Dinsdag zwemmen buiten met MZ het werd snel donker. Ik ging niet zo snel. Gewoon niet. Ik dobberde wat voor mijn gevoel. Beetje bangig. Kon MZ niet zo goed bijhouden. We moeten het er voor zaterdag maar mee doen. Een walvisje ga ik niet meer worden. Gewoon doen wat ik kan met zwemmen en hé, dat is binnen een jaar we erg hard vooruit gegaan!
Woensdag stukje hardlopen ipv koppeltraining. Ik kon het niet meer opbrengen. Weer fietsen paste er niet tussen. Ik breng MB en Vincent naar het
zwembad en ik ga zelf rennen. Er staan een paar intervallen. Ik ga naar de brug en kom die verdacht soepel op, ook in zone 3. ik loop naar de andere kant en terug. Dan is de interval op en plak ik er zelf kilometers achter. Het druppelt en regent, maar mij deert dat niet. Zaterdag zal het nog erger worden, vooral op de fiets. Ik kijk niet naar het grote billboard over de challenge. Maar de regenboog boven de afsluitborden treft me. Ik loop door het park verder en dan vermoed ik dat ik de tien kilometer in een uur kan afwerken. Wat doe ik?! Streberigheid wint van verstand. In de laatste kilometers belt Rob en vertraag ik. Toch heb ik maar 58 minuten nodig voor tien kilometer. Ik schaam me en durf het in de kleedkamer niet te zeggen. Dit was het laatste. Ik win er niks mee, alleen een goed gevoel dat lopen me moet lukken.
Donderdag doe ik niks.
Vrijdag zenuw ik. De therapie helpt me om alles los te laten en te accepteren. Ik leg alles klaar. Ik drink veel. Ik ga het vast kunnen, maar ik zie nog veel beren op de weg. Ik verander ze in vlinders, dan kunnen ze voor me uit fietsen. Samen met Manuel ga ik een half uurtje door de regen rennen voor ik naar de briefing ga en het circus induik. Ik wil alles boven de 7 minuten lopen, maar in de tweede kilometer gaat het mis en zijn we iets te snel. Ik ben gewend aan de regen. Dit was het dan. Nu kan nog maar 1 ding doen: starten en afmaken.
Zie de blog van de wedstrijd.
Zondag ben ik onrustig. De rest van het leven gaat verder. Ik heb lang geroepen dat ik nu piano ga spelen en nooit meer ga sporten. Maar dat is natuurlijk niet waar. Ik moet nog uitfietsen en als er iets is, wat ik wil is het uitfietsen. Mijn eigen ding. Niets meer moeten, geen beperking, het bord zoeken waar ik zo om moest lachen. Ik merk al snel dat ik niet meer bang ben van de klikpedalen. Dat de wereld leuker is in het oranje. En dat ik van de rust en de stilte op de polderwegen hou. Ik neem de wind graag mee. Nog geen uur fiets is, ik word er niet moe van. En ik weet het zeker: hier eindigt mijn sportcarierre nog niet.
Nog een weekje in de bergen
Maandag 28 augustus: Na een lekkere wandeling op hoogte langs de Silvrettasee met zijn drietjes mocht ik ‘s avonds nog een stukje hardlopen. Ik vroeg na het eten aan Vincent: ‘ga je mee?’ en rekende
op een nee, maar hij riep “ja!” en ging zich omkleden. Het wordt hier snel donker, dus veel tijd hadden we niet. We gingen omhoog en hij liep maar te kwebbelen. Ik heb Vincent altijd geleerd dat je gewoon door moet lopen op je eigen tempo, maar daar had ik vanavond spijt van! Zijn tempo gaat maar door en door. Ik verschuil me achter de telefoon, de route, een fotootje maken, maar dat ventje hobbelt door. De ene mop na de andere vertellend. Door het gras omhoog, door het bos naar beneden: het hobbelt en kwebbelt door. De meeste moppen kende ik wel. We namen een verkeerde afslag. Ik durfde in verband met de duisternis niet een andere route te zoeken. We zagen wel hertjes staan. Terug over het asfalt en weer 4 moppen later gingen we weer omhoog. Voor Vincent geen excuus om langzamer aan te gaan, nee, voortdurend een pas of 2, 3 voor zijn moeder blijven teuten. Stilte is ook iets wat je moet vermijden blijkbaar. We gingen naar de waterval. Die maakte indruk! Een foto konden we niet maken, want het werd al wat donker in die hoek. Terug naar het asfalt, nog een stukje omhoog en gelukkig zei Vincent dat hij ook wat moe werd en spieren voelde. Dat laatste heb ik niet meer. Toen door het gras naar beneden. Heerlijk! Inmiddels ging de zon onder. In het dorpje beneden gingen de lampen aan. Vincent kwebbelde maar verder. Ik zei nog: luister eens naar de beestjes, maar dat is “saaaaaai”. Dus luisterde ik naar verhalen uit zijn boek en van de film. Terwijl ik omhoog ‘zwoeg’. Het werd inderdaad weer snel donker, maar ik wist dat we na de volgende bocht het kerkje al zouden
zien. Ik bedacht me toen pas, dat het kleine ventje al zomaar dik 5 kilometer achter elkaar bleef hollen. Is dat wel goed voor die kleine beentjes? Bij het kerkje was het eigenlijk al donker. Uiteindelijk renden we 6 kilometer. Wow. Voor hem dan! Ik was ongeveer net zo snel als vorige keer dit rondje, maar…. nu lag mijn hartslag tien slagen lager! Dat is toch wel vooruitgang zeg.
Dinsdag 29 augustus: Slecht slapen, rustig aan opstaan, brunchen, een spel spelen en dan is het tropisch warm buiten. Het moment om te gaan rennen en zwemmen – NOT. Maar ik wilde wel graag en Rob kon me ophalen. Ik bond mijn achtje op de rugzak en ging even over enen naar buiten voor 12 kilometer naar het zwembad over de berg. Al na 500 meter werd hardlopen snel doorwandelen. Ik ken deze route, dit stijgt enorm, dit ligt i de volle zon en de opdracht luidde tempo duurloop 1. Ik had er al duurloop 2 hartslag van gemaakt, maar ook dat mocht niet baten: boven de 140 kwam ik vaak uit. Ik druppelde leeg, de zonnebrand liep in mijn ogen en dat doet PIJN. Ik wandelde alleen maar door. De eerste drie kilometer wandelde ik. Flink door, dat wel. Zonder pauze. Ik was blij met mijn petje tegen de zon. Na 2,5 kilometer had ik het wel een beetje gehad. Zou ik niet gewoon omkeren? Naar het zwembad rijden? Ik overwoog het. Serieus. Toen was ik boven.
Op een fijn onverhard pad. Het bos in. Omlaag. Koelte. Tempo oppakken en genieten maar. Nog 9 kilometer leukigheid te gaan. Ergens stond een bord dat de mountainbikestrecke gesperrt was. En een soort slagboom. Ga je dan terug? Omhoog? Zonder alternatief? Ik ben nu een keer geen mountainbiker.
Er was niets in dat bos. Stilte. Uitzicht. Rust. Een gel. En veel water drinken. En eindelijk een lekker tempo. De tweede serie van 3 kilometer vloog voorbij. In de schaduw en haarspeldbochten. Ik begon er werkelijk plezier in te krijgen. Tot ik de werktuigen zag staan. En een boze Oostenrijker mij vertelde dat ze steenblokken over het pad gooiden. Dat ik geluk had gehad dat hij nu beneden werkte. Dat ‘gesperrt’ niet voor niks daar staat. Maar ik mocht verder lopen, dat was veilig. Zo voelde het niet. Ik kon nog sneller omlaag. De grootste pret was er vanaf. Ik schaamde me ook een beetje. Het uitzicht was wel erg mooi. Ik kwam nog een keer in een soort baustelle terecht, maar daar kon ik omheen. Het voelde niet veilig meer. In de verte en diepte zag ik het zwembad al liggen. Ik wilde beneden zijn.
Dacht ik toen. Inmiddels was ik bijna 10 kilometer onderweg en ik begon er een beetje genoeg van te krijgen. Gelukkig nog maar 2 kilometer, maar ik was al bang dat het meer zou worden. Ineens kwam ik in het dal. Daar was het heet. Bloedheet. Nog heter dan boven. Asfalt. Mijn darmen speelden een beetje op.
Ik kwam een groepje jongeren tegen die hun lama’s uitlieten! Met een plattegrondje op de telefoon zocht ik de route. Het was echt warm en ik dronk de camelbag leeg. Ik vond het afzien die laatste kilometers. Natuurlijk werden het er toch 14.
Het was druk bij het zwembad. Veel auto’s, veel mensen. Ik kon er wel bij en wilde naar een WC. Ik dwaalde even rond en zag het 50 meter bad aan voor een 25 meter bad. Ik belde Rob dat ik veilig aangekomen was. Er waren gelukkig lockers, anders was het feestje niet doorgegaan. Ik sprong in het lange bad met het idee: 200 meter inzwemmen, 30 baantjes (!!) en 200 meter uitzwemmen. Of: zolang het lukt. Eventjes voelde 24 graden water koel aan, daarna verfrissend. Ik moest veel slingeren de eerste baantjes. Veel schoolslagzwemmers. Ben ik wel gewend. Ik miste mijn voorganger van de TVA. Ik ging zelf de baantjes tellen, want het horloge overschatte mij schromelijk. Ik vind 50 meter prettig. Het bad was ook prettig: schoon, helder, mooie
reflecties. Het ging best goed, al is mijn techniek maar matig. Ik oefen nu vooral op endurance. Na 5 baantjes hield ik even pauze. Gaf het bord aan dat het 31 graden was! Nog een keer 5 banen gingen ook goed. Na 12 baantjes werd het zwaarder. Ik lette niet meer zo op de techniek. Baantje 17 deed ik op tempo. Dan zit ik net onder de 2 minuten (1:55 ofzo) en dat is best oké voor mij. Zeker na 14km hardlopen door de bergen.
Uiteindelijk wilde ik de 2o baantjes halen. En toen zwom ik 100 meter zonder pullboui. Die waren het zwaarste. Ik zwom nog 200m uit om op de 2500m te komen. Net niet binnen een uur, maar daarvoor was het net te druk in het bad. Toen ik het bad uitklom, was ik weer eens dizzy. Ik wandelde even rond, belde Rob of hij me kwam halen en droogde snel op. Ik had vooral trek. Die zijn we bij de McDonalds gaan stillen!
30 augustus: rustdag. Een half uurtje in het kleine Landal zwembad met paddles gezwommen. Dat gaat beter, maar is best zwaar. En het half uur duurde lang. Na 25 minuten zonder paddles gaan zwemmen en toen zijn we lekker met het balletje gaan spelen.
31 augustus: We gaan eerst met de driewielers naar beneden scheuren. Dat is onverwacht leuk! We zijn weer bij het hoger gelegen Landal Park. Vincent wil zwemmen, Rob vindt het prima erbij te blijven en ik wil hardlopen. Even denken wat ik dat wil…. Ik ga eerst naar beneden deze keer. Heerlijk: dat gaat super! Asfalt, geen zon (het zal veel gaan regenen hier) en afdalen zonder rugzakje: eindelijk een lekker tempo! De eerste twee kilometer gaan in 10 minuutjes voorbij.
Onderweg maak ik nog een fotootje. De derde kilometer gaat ook nog goed. Ik sta bij ons huisje, een stuk lager. En ik weet wat er komen gaat: stijgen!! Ik blijf hardlopen en dat lukt de vierde kilometer ook nog prima, maar de vijfde kilometer is afzien. Ik wil, moet en zal (van niemand minder dan mezelf) blijven hardlopen, al zijn het ministapjes, al druppel ik leeg, al is het nog zo moeilijk! Ik doe er mijn tijd over en dan ga ik de zesde kilometer flink door wandelen om het verschil te bekijken. Ben je dan echt langzamer?
Het lijkt iets minder hard te stijgen, dus ik zou weer kunnen gaan rennen, maar ik loop door. Ik neem de kleine omweg. Het maakt niet uit of je rent of wandelt. Qua tijd. Ik pak het hardlopen weer op, want ik wil de mensen voor mij inhalen en ren naar de Rona Alpe. Intussen ken ik de weg een beetje! Hoe leuk is dat? Bij Rona Alpe neem ik weer een slok water en dan weet ik dat het alleen nog maar omlaag gaat. Ik voel de eerste voorzichtige druppels. Ik hoeft niet meer te zwemmen dadelijk: ik ben aardig moe van deze krachtsinspanning. Na een uur en nog geen 9 kilometer vind ik het zat, ben ik rond en heb ik trek. Eindelijk een gemiddelde tijd onder de 7 minuten! Net dan 😉
1 september: Er was de hele dag regen ‘beloofd’. Ik zou moeten lopen voor het ontbijt, maar ik was laat wakker en lopen in de regen zonder eten tegen de heuvels op, dat trok me niet. Dus eerst ontbijten en rond 10 uur trokken de wolken weg. Meteen mijn kans nemen! Om kwart voor 11 ging ik op weg naar “boven” om souvenirs te kopen. Rugzakje en centjes bij me, lange broek aan (de temperatuur is ook zomaar 10 tot 15 graden gedaald) en regenjasje aan. Ik ging over de weg naar boven.
De lange slingerweg naar het andere park. Nietemin gaat het stijl omhoog. En dan maar volhouden. Kleine stapjes en doorgaan. Ik had zicht op bergen met sneeuw op de toppen. De wolken trokken steeds meer op. Het ging goed. Niet hard, maar wel goed. Niet eenvoudig, maar wel warm! Ik bleef rennen. Bocht na bocht. Meter voor meter: omhoog. Het bleef droog. Qua regen dan. Niet qua zweetdruppels. Ik kocht het sneeuwbeeldje en de souvenirs voor Vincent. Omhoog kost (veel) meer tijd dan naar beneden! En toen via de andere route verder. Kijken hoe lang het droog blijft. Maar het werd steeds mooier weer. Ik zag zelfs een sprankje blauwe lucht!
En een (letterlijk) waterig zonnetje. Ik besloot ook langs de waterval te gaan. Want er was wel veel meer water door alle regen. Eigenlijk is het weggetje naar ons huis te stijl: te hard omhoog om te kunnen blijven rennen en omlaag te stijl om goed door te kunnen rennen. Ik krijg bij een stevige afdaling last van steken in mijn zij. Vlak voor me holde een schattig eekhoorntje over. Hij bleef zelfs eventjes zitten voor een foto. Ik probeerde een shortcut, maar kwam bij een huis uit. Ik kwam even op adem en realiseerde me dat ik hier nooit meer terug zou komen. Ik nam de afslag naar de waterval en het bos op weg naar de tien kilometer. Het bleef gewoon droog namelijk!
Het gras echter was nog nat. Maar deze schoenen hoeft ik niet meer aan. Het bos was best een beetje akelig. Glad, erg onverhard en ongelijk. Nu heb ik dat bos in alle hoedanigheden wel gezien. Daarna wist ik het weer niet: ik wilde bovenlangs het pad zoeken dat over de berg naar de waterval leidde. Dat lukte niet. Er leek geen pad te zijn, ik moest klauteren door het bos en kwam weer op de weg. Ik realiseerde me dat ik al een hele tijd onderweg was, zonder extra water en voeding en dat ik vermoeid raakte. Niet koste van het kost naar de waterval willen gaan dus. Terug over de asfaltweg naar het appartement. Dat ging moeizaam, ik voelde me vermoeid.
Uiteindelijk liep ik nog naar de andere waterval vlak bij ons huisje om tien kilometer te halen. Ik doe er wel 80 minuten over. Thuis ben ik eventjes stuk, maar binnen tien minuten zitten we aan een broodnodige lunch. Mijn stellige voornemen om met de auto naar de waterval te gaan, zodat Rob die ook kan zien, wordt verwisseld voor een wandeling. Ik draai er mijn hand niet voor om. De waterval is prachtig. 4 Kilometer wandelen is een eitje. Even later valt wandelen door de stad met zowat 5 kilo chocolade in de rugzak me zwaar.
Toch wilde ik nog best gaan zwemmen ‘s avonds. Waarom niet? Even rustig aan. Het was druk in het bad. Onrustig druk en donker. Uiteindelijk dook ik er in en ging ik slepen voor dik 5 minuten, toen 5 minuten gewoon zwemmen en tot slot 5 minuten proberen door de zwemmen.
Ik moest veel slingeren en veel opletten. Ik verviel snel in gewoon zwemmen. Ondertussen even gedold met Vincent en toen het zwemmen weer opgepakt. Ik probeerde met minder slagen naar de overkant te zwemmen, maar dat is het lastig in dat kleine badje. De laatste minuten zwom ik met paddels. Na een half uur vond ik het wel weer leuk geweest.
Zaterdag was een enorme rustdag, een reisdag.
Zondag kon ik het niet laten: ik wilde zo graag fietsen! En ook niet. Ik zie op tegen het fietsonderdeel, want -hemel- wat is drie en een half uur trappen lang, maar aan de andere kant: ik ken een stuk van de route nog niet en dat wil ik wel verkennen. Dus ik pak mijn racefiets en ga op pad voor de middag. Het is lekker weer, windstil bijna en niet te warm of te koud. Ik slinger door de stad en kom lastig ingeklikt. Omdat ik dat het engste onderdeel vind denk ik… Eenmaal op de lange rechte polderwegen vind ik alles best: ik ga gewoon. Mijn tempo, mijn hartslagje, ik doe wat ik kan en wil. En dat is fietsen. Lange rechte stukken fietsen. Laat de anderen mij maar inhalen: vandaag fiets ik gewoon wat. Over de Dodaarsweg. Dan heb ik volgende week de nare Knardijk tenminste gehad. Dit gaat mij oké voor nu. Ik ben alleen.
Heerlijk. De politie staat te flitsen op de Vogelweg. Ik ga rechtdoor en maak een foto van de borden die er staan. Dan komt het nieuwe stuk: het is vrij eenvoudig te volgen. Ik heb een kaartje bij me. Bewaard van vorig jaar… Nu weet ik niet meer waarom ik dat toen deed. Ik zie wel een brugje, maar daar loopt alleen een fietspad heen. Er moet een grotere weg zijn lijkt me. Ik fiets door tot ik toch echt te ver ben. Dan kijk ik op mijn kaart en keer om. Ik drink eens voldoende. Het was toch het fietspaadje. Ze zijn er nog niet met borden denk ik, want vanaf nu staat er niets meer. Het is een mooi fietspad door het bos en ik geniet alvast. Volgende week ook graag. In de schaduw is het lekker koel. Dan ga ik de Flehiteweg op. Hier ben ik nog niet vaak geweest. Ik zie wel andere fietsers. Ik kom op de Winkelweg en dan pik ik wat tempo op. Ik vind dit best leuk en de tijd gaat wel voorbij ook. Hier ben ik werkelijk nog nooit geweest. Als ik weer even twijfel, wordt ik door twee kerels ingehaald die daar duidelijk hetzelfde fietsen als ik. Bedankt voor de route-aanwijzing. Ik ga richting de A27. Verder heb ik geen idee waar ik blijf. De kilometers rijgen zich aaneen. Per vijf. Volgens mij pak ik nog een verkeerde afslag, want ik moet 2 keer wachten bij een stoplicht voor ik de A27 onderdoor kan. Is er volgende week toch nog een verrassing! Ik kom op de dijk en daar pak ik nog een keer een heel stuk tempo mee. Dat is toch wel echt genieten hoor! Ik begin te geloven dat ik de drie uur volgende week wel volmaak. Op een betere fiets, op betere voeding, met voorrang. Ik ga de stad weer in en dat vertraagt: andere fietsers, hardlopers op het pad, wandelaars. Voor nu is het me best. Ik zet het doel op het halen van 60 kilometer. Ik steek de stad door en weiger het hele Spoorbaanpad te nemen. Ik voel me alweer beter op de fiets. Om net de kilometers te halen, ga ik via het pad wat een beetje om is, maar kalmer. Na 59 kilometer stop ik om een afspraak te maken bij de kapper. Ze vinden het leuk dat ik na het fietsen bij de kapper kom, en ik vind 59 kilometer niet om over op te scheppen. Raar hoor, voor mij een stukkie. Volgende week nog 30 kilometer meer. Nu deed ik er 2 uur en twintig minuten over. Dus in 3 en een half uur moet me dat volgende week (onder betere omstandigheden) wel lukken. Als de beren zich maar van de weg houden……..
Uiteindelijk heb ik deze week gewoon doorgetraind en zijn er 9,5 uur in het schema gevuld. Volgende week…. dan….
Oostenrijk: zwemmen en bergen rennen
Ik kreeg het schema van mijn trainer en wat was ik pissig: stonden er alsnog fietstrainingen in. Ik mailde meteen maar terug. Ik kan hier veel hardlopen, wandelen en een beetje zwemmen misschien, maar fietsen huren is duur en mijn fiets is thuis en schakelt niet klein genoeg voor de bergen hier. Op maandagochtend had ik al antwoord. Nu staat er veel hardlopen en zwemmen in met diverse combinaties. Stond er op deze maandag hardlopen op het programma. Net nu ik eens een keer spierpijn heb van de wandeling en run van gister! En Vincent wil ‘s avonds naar het discozwemmen in het zwembad. Ik ga mee. Gelukkig rijdt Rob, want dat vind ik het engste gedeelte. Het zwembad is klein. En vol. En het is onrustig. 17 Meter. Kinderen die spelen. Muziek en flikkerlampen. En tot overmaat
van ramp is het warm water. Ik trek me nergens iets van aan. Zet mijn nieuwe en SUPERfijne brilletje op en ga op en neer zwemmen. Op en neer. Ontwijk kinderen. Ontwijk speelgoed. Ontwijk kinderen. Ontwijk andere poedelaars. Rechte lijnen op en neer: ho maar. Het liefst met mijn hoofd onder water tegen de herrie. Wat een onwijs goede training! Een training met attentie. Alsof andere triatleten voor mij opzij gaan… Ook niet, net zo min als de buitelende kinderen. Alsof navigeren lukt… net zomin als in een vol zwembad. Alsof ik niet minstens even onrustig ben in een wedstrijd… Ik hou het een dik half uur vol. Mijn horloge heeft geen idee wat ie daar mee aan moet en bedeelt me met een enorme afstand die ik echt niet gezwommen heb.
Dinsdag 22 augustus: we maken een lange wandeling ‘s morgens. Over bergpaden. Door een schlucht. Tenminste… ik vind 7 kilometer wel meevallen. Al is het stijgen voor mij net zo zwaar. Maar het is wel erg, erg mooi. Inheb nog steeds een beetje spierpijn. Toch wil ik ‘s avonds nog een stukje gaan hardlopen. Ik heb een mooi appje gevonden. Met routes. Die moet ik proberen, zeker nu er een route van 5á6 km langs ons appartementje loopt. Net voor het donker wordt, en dat is al vroeg hier. Eerst gaat het omhoog. Ik constateer direct dat mijn hartslagmeter van slag is. Alsof ik met hartslag 120 naar boven kan rennen! Let it go… Ik ren hier lekker en voel mijn hart nog prima. Ik ga de andere kant op en de app werkt super. Feestelijk! Het is mooi. Geweldig. Prachtig. De bergen zijn van goud.
De lucht is mooi blauw. De weides groen. Het lijkt een schilderij. De stijging valt mee. En dan opeens loop ik op een weide. Tussen het gras.
En even later in het bos. Het wordt al een beetje donker, maar nog niet echt. Onverhard. Omlaag. Het is geweldig. Compleet. In de verte koeienbellen. Onder me huisjes. Dan weer een weg. Ik ga niet snel (understatement), maar het zal me wat! De route werkt super. Ik loop weer op asfalt tussen de bomen door en kom bij een riviertje. Er staat ‘wasserfal’ en die moet ik natuurlijk even gaan beoordelen! Het is gaaf. Groots. Ik zet het horloge stil en maak foto’s, maar in het echt is het
onbeschrijfelijk. Ik hobbel tussen huisjes door. Wil aan de ene kant blijven rennen, aan de andere kant wil ik gaan wandelen om er langer van te genieten. De stilte, de rust en de overweldigende schoonheid. De stekelige bergtoppen die roodoranje kleuren en de glooiende groene velden eronder. En dan mag ik over de velden. Onder me ligt een dorpje. Het is ongewoon mooi. Het is een schilderij. Maar dan echt. Over het gras daal ik af. Dan weer de weg op: ‘nu ga ik echt een kilometer hardlopen’ neem ik me voor. Om 500meter later weer stil te staan om een foto van het riviertje en bruggetje te maken. Ik volg de weg en hoor in de verte “onze” kerkklok alweer. Ik heb het niks koud. Mijn voeten gaan vanzelf. De zon gaat onder, maar het is nog licht. Ik ga de 5 kilometer net halen. Wat waren ze mooi! Gelukkig duurde het lekker lang. Ik heb 35 foto’s gemaakt in 38 minuten. Mijn hoofd zit vol met de indrukken.

Woensdag 23 augustus: we zouden alleen maar naar een waterval wandelen, maar die was te dichtbij en we stonden toch in de buurt van de kabelbaan geparkeerd. Dus gingen we met de kabelbanen mee. Met drie kabelbanen. En stukjes wandelen op hoogte. Het was heerlijk, het was mooi, het was prachtig weer in de bergen. Maar toen we de laatste kabelbaan naar beneden namen, was de dag ook wel zo’n beetje om. Niet gesport? Nou, eigenlijk wel! Kilometers gewandeld naar de waterval, door het dorpje, op de alm, over het blotevoetenpad. Maar dat stond niet op het schema….
Donderdag 24 augustus. Dit was de rustdag. Voor alle mannen in het appartement tenminste. Ik maak er dan een sportdag van. Na een spelletje Catan (verliezen) verzamelde ik allemaal spullen: een rugzakje met daarin een badpak en een zwembril. En schone spullen. Gels. Sportdrank in de waterzak die bovenaan lek blijkt te zijn. En me insmeren natuurlijk, want het was lekker zonnig vandaag. Ik
heb de telefoon bij me en ook een powerbank. Daar staat de route op (op de telefoon). Even over half 1 vertrek ik. Ik ga al snel de mist in qua route: al bij de kabelbaan in het dorp kies ik het verkeerde graspad en ik moet heel hard klimmen. In de zon. Straf omhoog. Van rennen is geen sprake meer. Net zo min als van zone 1, wat de bedoeling is. Of zone 2, wat ik ook nog accepteer. De hartslag ligt hoog. Ik pik de route boven op. I
k wandel gewoon nog een stuk om de hartslag weer op orde te krijgen. Ik kom op de weg naar het andere park en daar wordt de route waardeloos, want ik wil ‘m de andere kant op lopen. En dan ga ik aan het dwalen en zoeken. Dat kost veel energie en frustratie. En hartslagzones dus. Ik loop wat op en neer en langs de bouwvakkers en terug en weer over de weg. Dan pak ik het pad omhoog. Ik kan alleen maar wandelen en niet rennen, en dan nog zit ik in zone 3. Ik volg het pad langs de steengroeve en stijg en stijg en stijg. In de volle zon. Op mijn hardloopschoentjes over de steentjes. Ik pik uiteindelijk de route weer op. Ik ga het bos in. Het hardlopen heb ik opgegeven. Wat niet kan, kan niet. Ik baal daar maar een beetje van, dat het zo langzaam gaat. Ik stap flink door. Dan ga ik het bos in. Een supersmal pad waar bergschoenen niet zouden misstaan. Elke stap ligt hoger dan de voorgaande. Het is er mooi, stil en redelijk koel. Ik kom weer op een stenig pad en besluit dat tot boven te volgen in plaats van de bosweggetjes. Ik SMS naar Rob dat ik ver boven hen wandel. Zo fijn dat je overal in Europa bereik hebt!!
Ik drink in elk geval voldoende deze keer. Ik mag door naar zone 3 en tien minuten lang klopt mijn hartslag nog ook. Dan mag ik naar zone 4 en ik moet zelfs wel rennen om daar te komen. Tenminste, de helft van de tijd, de andere helft blijft de hartslag wandelend ook hoog. Dan kom ik het bos uit en zie ik de alpenhut liggen. De top! Ik heb 5 kilometer afgelegd in een uur tijd. Wowsers – not. Maar ik heb ook 700 hoogtemeters meegenomen! Die was ik even vergeten… Ik maak een foto van het kruis boven en ben boven de steengroeve. Dan ga ik weer hardlopen.
Niet al te hard, maar gewoon lekker voorthollen. Ik kom op het mountainbiketerrein. Ik twijfel of ik hoger zal gaan, maar dit is ook wel weer genoeg voor vandaag. Eindelijk is het goed te doen om de hartslag laag te houden bij een matig tempo. De driewielertje maken gelukkig erg veel lawaai als ze op dezelfde weg als ik naar beneden zeilen en er is ruimte genoeg. Na een uur rust en stilte is het hier druk met wandelaars en fietsers en dagjesmensen. Omdat ik foto’s neem en soms even stop om de karretjes veilig te laten passeren, gaat het tempo niet erg hard omhoog. Ik ben bijna bij het zwembad en Rob en Vincent komen ook. Eigenlijk is dat jammer, want ik heb pas 350 meter gedaald. Nu eerst zwemmen!
Ik ga in het kleine badje op en neer en op en neer en op en neer. Niet hard, niet geweldig goed, maar ik zwem en zwem en zwem. Er zijn nog wat meer mensen. Vincents vriendje is er en gaat weer. Ik zwem door in een soort van vermoeide roes. Na een half uur ga ik 5 minuten op tempo zwemmen. Lastig in een bad waar ook anderen zijn. Dan doen we een wedstrijdje wat Vincent gemakkelijk wint. Daarna mag Vincent mij 5 minuten hinderen: aan me trekken, me natspatten, met een plankje meppen. Ik moet er vooral erg van lachen. 1 Vader kan ook erg goed zwemmen, maar hij moet op de kleintjes passen. Uiteraard heeft die al triatlonervaring. Ik heb nu niet de puf om te gaan kwebbelen, maar neem zijn raad graag op: ik moet anders insteken en niet alsof ik tegen de muur duw (hoe dan
wel blijft me een raadsel) en doorduwen aan het einde naast mijn heup: met dat laatste kan ik de wedstrijd winnen.
Ik doe mijn trisuit aan en we doen nog inkopen. Dan ga ik niet in de hete auto zitten, maar probeer ze voor te zijn door naar beneden te hardlopen. Helemaal laten vallen lukt dan ook niet en het gaat niet zo snel als ik had gehoopt, maar ik loop lekker door. Het is me ook wel goed. Het blijft warm en zonnig, maar ik ben blij dat ik deze weg ken. Hier is lekker veel schaduw. Ik haal een hiker in. En als ik er bijna ben, haal ik zelfs een soort van grasmaaiertje in. Ik ben er binnen een kwartier, maar de heren zijn al binnen. Voor vandaag heb ik genoeg gesport. Ik heb niet het gevoel hard getraind te hebben, maar als dit allemaal al zone 3 werk was, dan heb ik gisteren en eergisteren dubbel getraind. Ik doe morgen mijn hartslagmeter om!
25 augustus: Ik wen er aan. De bergen, de hoogte. Ik stamp moeiteloos door nu. Binnen een week al. We gaan met de kabelbaan naar de Lünersee op 2000m hoogte en ik wandel vrijwel zonder te zweten naar boven. Mijn hartslag blijft binnen de perken (zone 1 of 2) Ik hou energie over. Het landschap is prachtig en ik geniet enorm. Vooral van de voetjes in het water. Van de rust, van de koeien, van al dat gesteente, van je klein voelen. Van de jongens en hun enthousiasme. Gek genoeg is mijn grens erg vervaagd: ik vind 6,5 kilometer een kippeneindje. Toch blijf ik ‘s middags moe. Ik heb waarschijnlijk een ijzertekort en ik kan mezelf er niet toe zetten te gaan zwemmen. Ik ga vanavond wel een stukje hardlopen.
En dat doe ik dus: om half 8 moet ik gaan anders wordt het te donker. Het eten is pas net op. Maar ik ga toch! Ik ga het pad nemen wat we de eerste dag ook namen, langs het water. Dat is het rodelbaanpad voor de winter. Er staat verlichting, er zijn muurtjes en er staan pijlen de andere kant op. Sleetjes gaan namelijk niet vanzelf naar beneden, die hebben een helling nodig. En die helling ga ik OP. Dat is nogal vermoeiend. Dan kun je best willen rennen, maar dat kan niet. Ik stap flink door en eigenlijk ben ik al snel bij het andere park, 300m hoger.
Ik loop er omheen en kan gaan hardlopen. De wereld kleurt weer goud. Ik ga verder omhoog, ik ken de weg een beetje intussen. Ik kom bij het water en dan tussen de koeien door! Dat is nog eens een leuk concert van koeienbellen en koeienogen.
Het wordt al minder licht. De bergen liggen er erg mooi bij. Ik geniet, maar ga niet langs de steenkringen. Daar ben ik te bijgelovig voor, hier in mijn eentje in dit landschap. En ik ga nu liever over de verharde wegen met dit afnemende licht. De koeien gaan de stal in en ik kan lekker hard omlaag. Als ik eens een kilometer niet stop voor een foto of om op de kaart te kijken. Ik wil een rondje lopen en neem een verhard pad naar links in plaats van rechts terug naar het appartement. Dat is een foutje. Ik kom namelijk -oja!- in het bos. En de zon is onder.
Het was er vorige keer al minder licht, nu is het donker op dit onverharde paadje wat omlaag loopt. Lampje aan op de telefoon en goed opletten. Maar goed dat mama het niet weet en ik SMS haar maar even niet terug. Als ik weer op het asfalt sta, is het zicht op Bludenz, waar de lampjes aangaan, geweldig.
Maar het wordt nu erg snel donker. In dit land heb je geen kwartier extra. Gelukkig alleen nog maar verharde wegen en nog maar een klein eindje. Net voor ik er ben, roept een Nederlander me toe: ‘Goed bezig’. Is dit dezelfde man als gister? Of zie ik er Hollands bezweet uit? However, ik heb er 8 kilometer opzitten, ik voel me beter als toen ik ging en ik kan op ons eigen balkon genieten van het hoempapa concert. Met de hoogtes heb ik geen moeite meer. Als ik zie hoe ik vorige week zaterdag de eerste keer een heel klein stukje rodelbaan kon behappen, nu gaat het stukken beter! Dus ergens is het goed voor.
26 augustus: we gingen naar Liechtenstein, naar Zwitserland. Ik bekeek stoere fietsers, we aten bij de McDonalds en we reden heel hoog de mondaine bergen in. Het was warm en benauwd. Maar ik liet het sporten voor wat het was. Om aan te tonen dat we in een week een betere conditie hebben opgebouwd, hebben we dezelfde 1,5 kilometer gewandeld als vorige week: stonden we vorige week nog 4 keer stil om bij te komen, nu liepen we zonder pauze naar boven.
27 augustus: Ik had het mooie plan om om 10 uur te gaan hardlopen naar Brand, naar het natuurlijke buitenzwembad daar en dan een uurtje zwemmen en daarna teruglopen. Ik stond pas om half tien
op. Ik at eerst en verzamelde de spullen. Toen ik om 11 uur klaar stond begon het te regenen. Hard. Ik wachtte nog even en ging toch maar. Nat word ik ook van zwemmen. Ik was het dorp nog niet uit of het regende opnieuw hard. Maar eenmaal op de grotere weg, werd het minder. Ik mocht om het tunneltje heen en daar hield de regen op. Het was broeierig, maar grotendeels bewolkt. Dat vind ik prima! Ik slingerde naar beneden, naar het riviertje. Dan weet je al dat je ook weer omhoog moet…. En jawel! Maar over een verharde weg gelukkig. Ik bedacht me dat ik mijn zwembril niet bij me had. Daar baalde ik van, maar ja, eventjes 2,5 km terugrennen is er niet bij.
Ik klom tussen de glooiende grasheuvels door. Het regenwater schitterde op de weg. Gelukkig was het niet meer zo benauwd. Mijn benen vonden het intussen prima en die doen geen pijn meer. Ik moet bekennen dat ik soms nog een stukje moet wandelen, maar ik kan ook heel erg vaak het hardlopen weer oppakken. Zo grappig, al die mensen met zware bergschoenen en stokken en grote rugzakken en dan kom ik… minitasje, lichte schoenen, korte mouwtjes. En de afstand van 6 kilometer is een kippestukkie. Op weg naar het zwembad. En straks terug. Zouden ze dat begrijpen? En ik ben dan trots dat ik al iets sneller ben dan vorige week op de 5 kilometer! Nog geen wedstrijdtijd, maar toch…. In Brand was het druk en onoverzichtelijk. Ik moest omlopen voor de golfterreinen en zoeken naar het Alvierbad. 6,7 Kilometer. Ik kon er naar binnen en liep rond.
Op zoek naar het grote zwembad, maar het minimeertje bleek echt alles te zijn. Auwtsj. Ik deed mijn badpak aan en spoelde me af. Ik legde mijn hardloopkleren op een stoel in de zon te drogen. Het water was kouhoud… Gek genoeg deert mij niets. Ik was de enige in het water. Ik ging wel zien hoe lang het me zou lukken. Zonder brilletje ziet de borstcrawl er stom uit, maar ik kom niet nooit meer. Het water was lekker. Niet warm, maar wel schoon en zuiver. Ik deed de rondjes, lijntjes, rondje andersom. Supermini. Ik zag de kabelbaan, de bergen.
De atmosfeer is wel gaaf. Ik deed ook een tien minuten mijn best, maar dat is nog lastig zonder bril, zonder zicht, met ogen dicht. Al met al merkte ik dat ik na 20 minuten moe werd, maar ik maakte het half uur vol. Daar gaat het om: doorgaan. Ik krijg geen kramp, ik kan zonder trisuit, zonder wetsuit in ijskoud water zwemmen en dat is een goede training. Ik droog me af met mijn trisuit (want de handdoek lag bij de zwembril) en ga plassen en doe de renspullen weer aan. Ik neem de achteruitgang en ga weer rennen. Ik wilde rond 2 uur terug zijn, maar dat ga ik niet halen. Het lopen gaat lekker. Dat heb ik altijd na het zwemmen. Of het ging omlaag? Of omdat ik de weg ken en weet hoe ver het nog is? Ik stop toch vaak even om een foto te maken of omdat het toch te steil omhoog gaat, om een fietser te woord te staan of om op het bordje te kijken.
Kilometer 4 blijf ik lopen. Dat gaat omlaag, langs de grasvelden en er is niemand. Eindelijk een beetje een tijd! Maar dan gaat het weer omhoog tot aan het tunneltje. Ach, ik wist het en het valt mee. Ik hobbel grotendeels door. Ik haal twee mensen met een hond in, duidelijk Hollanders, vooral als ze me “sher gut” toejuichen!
Ik ren er op door tot het tunneltje en geloof het of niet: daar vallen ineens weer druppels! Ik ga om de tunnel heen langs de drogende aardappels in de schuur. Nog een stukje langs de weg. Ik heb het gehad. Ik heb er gewoon genoeg van. Ik heb netjes twee gels op: voor het zwemmen en voor het terugrennen. Echt trek heb ik niet, maar ik ben het gewoon zat. Toch loop ik gewoon door. Ik ben er nu bijna. Nog maar een foto van het mooie uitzicht en ik ren door en door. Ik kom eindelijk, voor het eerst in dit land in een cadans terecht. Ik zie ‘ons’ kerkje al en de race in Belgie is begonnen. Als ik het dorp inloop en twee auto’s mijn op het smalste stuk passeren, begint het harder te regenen. Ik wil precies dezelfde afstand afleggen, alleen deze keer een stuk sneller. Thuis wacht een douche, de was en een kalme middag.
Afwisselende week achterstevoren
Hoe doe je dat; achterstevoren?! Nou, dat betekent dat we bij het laatste beginnen. Als ik dit type, ben ik eindelijk met vakantie. We zitten in Oostenrijk, maar de afgelopen week was wel behoorlijk druk en onrustig. Vandaag werden we al om 7 uur wakker “geluidt” door de plaatselijke kerkklok. Enige uren later wandelden we naar het andere Landalpark, 3 kilometer verderop
en 400 meter hogerop. Dat is eigenlijk al training, maar ik tel het niet mee! Het zwembad is wat schampertjes…..
Nee, dan mijn renrondje. Ik ging rennend dat stuk omhoog. Dat is een steiging van 13%. Ruim 2 kilometer lang. Onafgebroken. Heerlijk! Lekker mentaal puntjes scoren. Ik moest in de tweede kilometer een paar keer 100 meter wandelen. De uitzichten, de zwaaiende mensen op het balkon en de koeienbellen maken alles goed. Ik had een halve kaart en ging een beetje op gevoel. Meestendeels verhard, soms een stukje onverhard. Ik kwam goed uit en besloot een rondje erbij te nemen. Ik druppelde leeg (en omdat ik dat verdubbel, zat zwemmen er vandaag echt niet in). Een Duitser die me met zijn auto voorbij reed, riep hard “SOEPER” naar me door zijn open raampje. Het tempo lag ‘niet-echt’ hoog (als in: wat een understatement is dat!).
Ik kwam een drinkwaterbron tegen. Erg cool – ook letterlijk. Die ploft in je buik zeg. Ik ging langs de steencirkels. Blijft unheimisch, maar het was er druk met zondagse dagjesmensen. Toen ik 5 kilometer in veel-te-veel tijd had gerend, ging ik richting terug. Kijk, dat is het voordeel van bergen: je kunt je orienteren! En… je mag weer omlaag. Niet dat ik dan veel harder ga, maar het gaat wel soepeltjes. Ik was een dik uur onderweg en heb daarin 8 kilometer net gehaald. Maar wel met bijna 400 meters stijging! Dat is nieuw voor dit poldermeisje
Gister hebben we de hele dag gereisd. Dat ging vlekkeloos en vooral heerlijk hard, maar wel met een auto. De wandeling om even wat berglucht binnen te laten duurde wegens de dikke regendruppels niet erg lang, maar was veelbelovend!
Vrijdag mocht ik na het inpakken, strijken, inkopen doen, schoonmaken, organiseren en alles-wat-er-nog meer-‘even’-moest-gebeuren, gaan zwemmen. Als ik klaar was. Wat lukte. We gingen met een klein, niet al te snel groepje. Altijd prettig! Vooral als MZ ook nog taxiet. We gingen aan de andere kant de Noorderplassen in. We zouden rond het eiland gaan zwemmen. Ik was niet zo snel vanavond. Het brilletje verveelde me weer ‘s, wat navigeren een extra uitdaging maakte. En het ging gewoon niet zo snel. Ik kon MZ niet eens bijhouden, wat meestal wel lukt. Maar wat overkwam me nou?! Ze gingen op mij wachten! MZ niet, maar MB,
MBjunior en nog 2 anderen die ik slecht kon zien (rotbrilletje ; gelukkig heb ik een nieuwe) wel. En MB praat zo helder, daar kan ik op afzwemmen! Ik moest een verre boomvorm uitzoeken om naartoe te navigeren. Niet dat ik niet genoot, maar het ging niet zo soepel. Het was minder ver als het leek. Na het eiland volgden de golven tegen. Gaaf. Dat vind ik leuk, dat afzien en het geplens van water, maar dat maakte het niet gemakkelijker. Ze wachten nog een paar keer (sorry guys) en toen ploeterde ik terug naar het strandje. Toch weer 2300m erbij te schrijven. Ik merkte de dag erna waarom het niet ging. Dat heb ik die ene dag van tevoren elke maand weer.
Donderdagavond ging ik naar de atletiekbaan. We gingen de baan niet af, want de kinderen waren er ook bij. Het was haasten, dus ik kon niet op de fiets. Uiteindelijk zouden we 9 kilometer lang rondjes rennen van 400 meter sinteltjes. Even denken wat we ook weer deden na de drie rondes inlopen. Uhh: ohja, 800tjes. 2 Rondjes dus.
1 Ronde echt hard, een half rondje matig en een half rondje dribbel-wandel. Ik hield ongeveer een 20 hartslagen lager aan en kon daarin dribbelend komen. Ik voelde me ontzettend zwaar en log op de baan. Echt hard is niet echt mijn ding. Echt niet. Ik deed het wel, maar daar heeft een olifantje veel wilskracht voor nodig. Tegen de klok in liepen we uit. ‘s Wat anders… De andere kant op zien de sintels er hetzelfde uit en blijft 400m vierhonderd meter.
Woensdag was wel een dikke sportdag! Ik werkte ‘s morgens, ging naar de dierenarts (reguliere controle) en toen fietsen. Vond ik spannend. SG ging met me meerijden naar het Henschotermeer. Om 7 uur startte daar een swim-run-swim-run die ik als training ging doen samen met RW. RW heeft pas heel kort geleden voor het eerst 5km achter elkaar gelopen en een snelle loopster is ze nog niet, dus daar zag ik niet zo tegenop. Ze zwemt wel sneller dan ik, maar ik dacht wel dat ik die 2x 300meter zou overleven. Even terug naar het begin: SG fietst echt wel sneller dan ik en dan ga ik me zorgen maken dat ik haar ophou of niet kan voldoen. Ik moest flink doorfietsen om om half 5 bij de Stichtste Brug te zijn, maar ik zag SG een minuutje voor me fietsen. Achteraf zou dat het snelste tempo blijken. SG hoefde niet zo rap. We fietsten vrolijk langs elkaar
kwebbelend langs Eemnes. Het zou zo’n 60 kilometer zijn, maar ik was de fietsroute vergeten. Tot Soest kende ik het wel, maar door Soest was weinig succes. SG had een route op haar Garmin. Het was rommelig door het dorp. Ik was op mijn tijdritfiets. Daar moest ik nog een lange rit op maken. Ik had ook een trisuit aan. Wat fietst die fiets toch zalig. Echt superfijn. Bergop kon ik SG gemakkelijk voorblijven. Ik had pas laat door dat het echt steeg. We waren de richting een beetje kwijt en twijfelden enorm. We kwamen over de startbaan bij Soesterberg. Toen haalden we een groep studenten in – reden verkeerd – haalden een groep studenten in – reden verkeerd en haalden nog een keer dezelfde groep studenten in. We reden lekker door het bos. Voor ons lekker, voor Garmin moeilijk. We gingen maar richting de Pyramide en ineens waren we daar dan ook. Toen was het nog afdalen, nog (lang) geen 60 kilometer, maar wel mooi op tijd bij het Henschotermeer. Als snel kwamen RW en haar moeder er ook aan. Zij hadden al onze spullen. Teiltjes, handdoeken én mijn wetsuit! Voor de oefening en om nu voor eens en altijd te vergelijken ging ik 1 keer met en 1 keer zonder wetsuit. Ik was de enige met wetsuit, ha! Ook ging ik expres midden in de groep zwemmen. Dat maakt mij wat agressiever. Ik was blij dat RW dat nu vast meemaakte. Zij ging over op schoolslag en ik raakte haar kwijt.
Ging ik alleen verder, ik zou in de wissel op haar wachten. Het wetsuit was snel uit, ik was weer draaierig, maar ik stond snel in de schoenen. RW kwam ook en we gingen joggen. Sorry, ik vond het heerlijk, maar echt hardlopen was het niet voor mij. Ik kletste er vrolijk op los. In de eerste kilometer moesten we twee keer de bergjes af wandelen en kwam de fietser achter ons rijden.
Ik liep te geinen en kritisch de snelste renners die ons al lapten te beoordelen. Het licht was geweldig en ik kon genieten van de prachtige omgeving. Na twee rondjes van 1,5 kilometer mochten we het water weer in. Zonder wetsuit deze keer. Aj, dat is wat zwaarder voor me. Niet dat ik me kapot zwom, maar RW’s schoolslag vergelijkt zich met mijn borstcrawl. Ik doe niet eens mijn best, zei ze halverwege en toen kon ik nog wat aanzetten. Schoenen weer aan met een beetje zand erbij. De fietser wachtte ons op, maar we moesten hem teleurstellen: wij waren geen laatste meer!
RW is misschien niet de snelste, maar opgeven doet ze in elk geval niet. Als die wat meer trainingstijd heeft naast haar (onregelmatige) baan en studie, kan ik haar niet bijhouden. Dan heb ik nog als excuus dat ze jonger is. Nu had ik geen excuus nodig. Ze wilde in de laatste ronde te vroeg versnellen, maar ik hield haar in. De laatste kilometer is goed, maar anderhalve kilometer is dan net te veel eigenlijk. En hé, wat een topprestatie was zij aan het neerzetten! Ze bleef rennen, niks geen gewandeld meer. We kwamen achter de duoloop te zitten. Niet erg hoor, die waren vers en snel weg. Na een dik uur kwamen wij ook binnen. Ik was trots op RW, ze was trots op zichzelf en haar moeder was het allertrotst. Terecht.
We kregen een t-shirt uit de voorraad mee, dat mocht en ik scoorde een paar compressiesokken ook nog (al is het voor heren). Gelukkig konden de fietsen en wij met de auto mee terug. Ik was er uiteraard niet moe van, maar wel heel tevreden. Nu maar hopen dat het de week voor 9 september niet warm wordt, want als het water boven de 22 graden is mag je niet met wetsuit zwemmen en dat wil ik wel. Dat weet ik zeker.
Is de achterstevoren week al aardig op dreef. We zijn al bij de dinsdag. Hier, zo typend in Oostenrijk, lijkt dat al zo lang geleden. De dagen waren druk vorige week, want naast het sporten moest er ook heel veel werk afgemaakt worden. Dat zat op dinsdag tegen zeg. En dat gaat in mijn lijf zitten meestal. Gelukkig hoeft ik niet zoveel op dinsdag, ‘alleen maar’ een uurtje zwemmen in het zwembad. En nu was ik potdikkeme toch mijn horloge vergeten. “Voor niks” train je dan.
Elke (tri)atleet begrijpt dat. Baantjes tellen. En tellen. En tellen. En laat dat – zeker op de dinsdagavond- niet mijn sterkste kant zijn. Ze hebben om me gelachen hoor. Niet dat ik niet meekwam, maar ook de oorlog met de zwembril was echt compleet. Waarom denk je dat er een andere komt?! Er zat water tussen, hij besloeg, hij zat te strak, dan weer te los. Het zwemmen daarentegen ging super. Zul je zien, gaat het snel en goed, kan ik het niet bewijzen zonder horloge. Of misschien voelde het wel snel en goed en sprak mijn horloge mij niet tegen deze keer, aha! Nou ja, we deden veel en aan het einde was alweer vergeten hoeveel ik ingezwommen had. En mijn baancompagnon telt in baantjes en niet in meters, wat het voor mij nog moeilijker maakt.
Is de week bijna af. We zijn bijna bij het begin. Bijna een week geleden. En wat hoort op maandag? Jawel, heel verrassend is het niet meer: de fietstraining. Ik bedacht op het laatst dat ik toch echt wilde gaan fietsen naar de startlocatie met Vincent. Toen een vriendin terug appte. Toen de buurman voor de deur stond. Toen er nog iets geregeld moest worden. Snel alles uit de kast trekken. Ik had al bij het heen fietsen het idee dat mijn broek verkeerd om zat. Het zat niet lekker, stroopte op. Bij de training had ik ‘m door: ik fietste in renbroek. Ongeschikt. We gingen naar de dijk en ik kwebbelde even mee. Ik ben niet de snelste en fiets net zo graag alleen.
Er waren vooral heren die snel en sneller moeten zijn. Mij om het even. Ik verzamelde al mijn moed en vroeg JC me te helpen bij bochten maken. We gingen de brug op. Omhoog heen in de laagste versnelling, rustig naar beneden zeilen (rustig heren, rústig), omkeren (het lastigste deel), omhoog in de hoogste versnelling, en dan weer naar beneden (laat maar met rustig, dat geldt alleen voor mij, joh) en dat drie keer. Doe ik ook. Iemand moet de laatste zijn. Doen zij het vier keer (de meesten dan) en ik drie en een half. En als er dan 1 een lekker band krijgt, moet ik ook eens wachten. We fietsten terug en ik fietste terug naar huis. Met JC. Babbelend. En zoals dat hoort en vooral op mijn schema staat: dan volgt aansluitend hardlopen. Had ik tenminste nog ergens de goede broek voor aan.
Intervallen moest ik doen. Ze stonden in mijn horloge. Ik liep even in en toen 1 minuut hard, 1 minuut zacht en dat twaalf keer. Bijna goed. Er stond maar 30 seconden in mijn horloge in plaats van een minuut. Dus ik was pas halverwege toen de training klaar was. Startte ik ‘m nog een keer op. En toch, toch echt, is 24 keer 30 seconden anders dan 12 keer een minuut. Het ging wel. Dat wel. Maar na de twintigste keer kwam het me toch aardig mijn uhhh, renbroek uit. Figuurlijk dan. Nou ja, ik ga niet zeuren: aan het begin van de week al 47 kilometer fietsen en 6 kilometer hardlopen is mooi meegenomen.
En dat allemaal op laagte. De komende week kijk ik uit naar hoogte. Zonder fiets. Met een minizwembad. Gaan we een belangrijk deel van de training invullen: tot rust komen en voorbereiden. Op hoogtestage. Gewoon van dag tot dag. Daag!
Sprint triatlon Ouderkerkerplas – 020 Perskindol triatlon
Ik val met de deur in huis. Nog maar een paar leerpunten over met betrekking tot triatlons:
– niet een uurtje voor de wedstrijd nog broodjes gaan eten, daar krijg je last van. Dan voel je je tijdens het zwemmen niet goed. En dan helpt een gel averechts en misschien word je daar wel draaierig van. Het zwemmen was geen succesnummer vandaag.
– Dik leerpunt: Bochten leren op de fiets. Ik ben een ramp met bochten! Ga ruim van tevoren van het ligstuur af (kan dus niet meer terugschakelen), stop met trappen, kijk om of ik niemand ga hinderen, ga zelfs remmen en ga voorzichtig de bocht door, bang als ik ben om te vallen. Word ik weer ingehaald door 3 tot 5 mensen, maar op de rechte stukken tegen de wind in ben ik oppermachtig. Jammerdebammer. Gelukkig bestaat de Challenge in Almere uit lange rechte polderwegen.
– Genieten tijdens de wedstrijd. Het was er niet zo vandaag. Voor de wedstrijd was ik bijna verlamd van de spanning en dat sijpelde tijdens de race door.
Gelukkig zijn de verbeteringen ten opzichte van de Duin triatlon (zelfde afstanden ongeveer) talrijker:
– Het wisselen ging soepeltjes, dankzij de tips van afgelopen woensdag: het gele regenjasje markeerde mijn spot; eerst het wetsuit afstropen, dan pas de bril afdoen; soepeltjes van de ene schoenen in de andere die keurig klaarstaan. Geen theepauzes meer onderweg.
– Wat kan ik hardlopen! Het voelt zeker de eerste kilometer niet zo, maar -hemeltje- wat zit er een tempo in die beentjes.
– Gek hoe hard ik kan fietsen tegen de wind in. Die fiets past mij zo goed, dat de wind aan mij voorbij lijkt te gaan.
– Ik ben dan wel “oud” in mijn 40+categorie, maar ik doe nog aardig mee hoor.
Laten we bij het begin beginnen, tenminste van deze dag. Tot 9 uur ging het prima, vol zelfvertrouwen, flink ontbeten; maar met de lijst van spullen-voor-de-triatlon-pakken verdween de zin/zelfvertrouwen/kracht/energie als sneeuw voor de zon. Apatisch zat ik op de rand van het bed niet te willen. Ik wéét best dat ik het kan, dat ik zal gaan en dat het met het startschot over is, maar ik heb ineens overal (spier)pijn, voel me slap, zwak en onzeker. Dodelijk.
We waren ruim op tijd. Ik kon meeluisteren met de briefing van de startwave voor me! Startnummer halen, naar de WC, stickers plakken, naar de WC, de wisselzone met veel aandacht inrichten, naar de WC. Naar de auto om de overtollige spullen achter te laten, naar de WC. SG binnenhalen. Bij de briefing blijkt dat een stuk van het fietsparcours wordt ingekort. Mijn tijd wordt zo onvergelijkbaar met de van SG. Zij zwemt sneller, ik ren sneller. Babyolie op het wetsuit (na lang twijfelen toch met wetsuit gaan zwemmen) en dan is het twee uur. let’s do it.
Voor het eerst vind ik het druk in het water. En voel ik me niet zo thuis. Mijn buik doet nog steeds raar en voelt niet heel gezond. Ik zie weinig. Navigeert lastig. Mijn badmuts zit niet goed. Ik kom niet in de slag. heb last van de schoolslagzwemmers. Van de zwembril. Na de gele boeien heb ik helemaal het idee dat ik dik de verkeerde kant op ga en ik kan niets zien om naartoe te zwemmen. Knap lastig. Zal ik stoppen? Waarom vind ik het deze keer zo niet leuk? We hebben een landlap – een stukje lopen over het strand-: fijn, want dan kan ik de badmuts rechttrekken en de bril schoonmaken; niet fijn, want ik voel me nog draaieriger en de gel wil liever terug naar buiten ook.Ik pak mezelf bij elkaar en duik zo snel mogelijk weer het water in. Iedereen lijkt voor me te liggen. Ik kom eindelijk in de goede modus, maar het genieten gaat er deze keer niet meer van komen. Ik heb het zelfs een beetje te warm in het wetsuit! Ik ga de strijd aan en wil zoveel mogelijk mensen in gaan halen. Dat heb ik bij het zwemmen nog niet gehad! Komt omdat ik het gevoel heb dat iedereen voor mij zit. Dan is het zwemmen eindelijk klaar.
Snel het wetsuit uit, geen draaierigheid en lachend dat we dit gehad hebben, ren ik de wisselzone in.Het gele jasje wijst me de weg. Het valt me mee hoe druk het is, ik had minder fietsen verwacht, omdat ik dacht dat iedereen al weg zou zijn. Fietsschoenen aan, wetsuit over de balk hangen, even kijken waar ik ook weer heen moest met de fiets en dan de balk over en opstappen. Het nummer moet nog gedraaid. De eerste ronde hou ik kalm. Ik zoek de bochten op, ga hard op de rechte stukken en doe mijn best. Niet meer en niet minder. Ik ben dus een ramp in de bochten die mij te talrijk zijn. (zie boven) Rondje 1 duurt met zijn tien minuten over 5 kilometer wat lang. “Dat moet beter, Anke”; spreek ik mezelf toe en ik ga er voor. Ik geniet van de wind tegen: dan
gaat dit aërodynamische bolletje op de Pro Lite liggen en peddelt de een na de ander voorbij. Lachend over de dijk waar we verkeerd reden, grinnikend langs de wisselclinic-plek, loeihard over het fietspad verderop. Nog een rondje hard er achteraan plakken. Dan kan ik ronde 4 wat sparen voor het lopen. Halverwege ronde 3 is de zin op. Ik drink wel wat, maar ik ben er klaar mee. Ik hou mezelf voor dat ik maar 1 tijd hoeft te verslaan: die van mezelf bij Duin. Alleen deze keer, zonder Yvo, want die organiseert dit. Alleen dus. Daarom kan ik me ronde 4 niet inhouden. Ik moet en zal sneller zijn als mezelf. Ondanks de bochten. Ik ga de stomme trainer vragen of hij me bochten wil leren, naar hem luister ik tenminste. Ik ben op tijd uit de klikkers en afgestapt. Heb ik het meisje toch nog ingehaald.Vincent roept zoals afgesproken dat mijn helm af moet. Ik wil niets eten, voel me nog steeds niet helemaal goed. Snel de loopschoenen aan en gaan. De wisseltijden zijn goed deze keer.
Hardlopen. De eerste kilometer voelt alsof ik een olifant ben. Ik sleep mezelf voort en de zin die er nog over was, brokkelt ook af. De rotonde is lekker stil en het enige stukje asfalt. Ik weet het, dat het onverhard wordt en geef er niks om. De beloning volgt: de eerste kilometer onder de 5 minuten. Ik wil de tijden onder de 5:30 houden, maar stel mezelf scherp in op tijden onder de 5:10. Doorbeuken.
We moesten van de omgeving genieten, maar dat laat ik achterwege. Ik word door 2 mannen ingehaald. Geen idee of ik voorop lig of juist niet. Ik tel mijn tijd af. Het echte grote genieten ontbreekt net zo hard als de zon. Soms een straaltje, maar grotendeels bewolkt. Ik zie op tegen de brug. Water drink ik niet, maar gooi ik over me heen. Nog twee kilometer. Ik zie meer vrouwen achter me dan voor me. Ik snap er niks van.Dan kijk ik naar de totaaltijd. Ik zit al lang over de 1 uur en twintig minuten heen en ook over de tijd van Duin. Dik balen. Geen PR. Vlak voor de brug haalt nog een man mij in. Hij moest er flink zijn best voor doen. De brug valt mee. Niet erg eng. Ik hou het tempo er in. Ik zie Vincent en ik ben er echt bijna. Ik zie dat ik het binnen de 1:25 ga halen en ben op 1:24:41 binnen.
Niet direct trots, zonder trek. Ik ben blij dat ik het erop heb zitten. Dit was lang zo leuk of magisch niet als de eerste triatlons. Ik was ook niet supersnel. Net als SG vijfde in mijn heat. Ik ben ook niet kapot. Ik heb wel alles gegeven, maar het leek erg gecontroleerd. Ik mopper over het zwemmen. Snel pak ik mijn fiets en mijn spullen en we gaan richting huis en naar het zwembad voor Vincent. Ik zou graag ook nog wat zwemmen, omdat dat zo slecht ging. Ik kwebbel even en ga een half uurtje baantjes trekken.Het gaat wel goed eigenlijk. Toch hou ik het bij een half uurtje en ga ik niet meer mee trainen. Er zijn grenzen. En ik verheug me op en welverdiende hamburger!
Ik ben twaalfde bij de vrouwen die meededen in de de ronde-zonder-de-rotonde. Er is 40+er voor me geëindigd en 1 50+er. De andere 40plus dame heeft met overmacht gewonnen. Ik hoeft niet ontevreden te zijn, maar heb de magie wel gemist. Er volgt geen enkele spierpijn of welk ander ongemak dan ook. Door naar de halve triatlon!
Maps, graphs and data-things
- Maandag 7 augustus
Met mijn nieuwe trisuit van Vicoos en lange mouwen! Vincent fietste mee heen en terug.

Fietstraining TVA met heen- en terugfietsen. Wilde de 50km halen 🙂 Ging lekker! Ik voelde me goed op de fiets

... een rondje intervallen hardlopen. 10x 1 minuut hard en 1 minuutje rustig aan. Eerst 3 minuutjes wennen en dan met de hand aftellen. Wat een tempo zit er in mij !! Uiteindelijk wilde ik natuurlijk de 5km binnen een half uur ronden en dat ging prima. Toen de vakantiekat voeden en naar huis dribbelen.
Gemiddelde hardlopen: 5:37 per kilometer!!
5,52km in 31:02minuten
Er zit pit in Anke 😉
Dinsdag 8 augustus.

De pit was op.

Het zwemmen ging voor geen meter! Ik vocht mezelf het water door. Deed zo goed mogelijk de oefeningen mee in baan II, maar het was een hele opgave.

Woensdag 9 augustus
Geen training in de gebruikelijk zin, maar een wisselclinic in Amsterdam!
Heel veel tips en ook heel veel regen: wat een enorme stortbui. Gelukkig had ik een trisuit aan, ik was doorweekt. Maar genoot! Op- en afstappen met elastiekjes, hoe deel je een wisselzone in, lopen met de fiets, volgordes: en een rondje doorgefietst om de Ouderkerkerplas voor zaterdag.
Donderdag 10 augustus
Hardlooptraining van JC Inlopen ging al hard! Rondjes op de baan daarna. Tig keer. Ik liep lekker mee te kletsen.
Vrijdag 11 augustus

Rondje Almere met de mannen, inclusief ijsje en met 2 versnellingen. Lekker lage hartslag: goed voor de wedstrijd.
Ik kreeg niet eens rechtstreeks vanuit een zeer onverwachte hoek een groot compliment. Altijd mooi.
Op 12 augustus heb ik de Perskindol 020 Sprint Triatlon. Hier lees je de blog daarover.
13 augustus.
Nog geen tien uur getraind, nog ruimte voor uitfietsen en geen last van wat-dan-ook.
Mijn gemiddelde hartslag blijft steken op 124 en de gemiddelde snelheid ligt op 26,3 kilometer per uur. Ik fiets 5 kwartiertjes, daarmee haal ik deze week net de 10 uur.
Heel veel (fiets) uren…. en veel fotoloze tekst
En dat begon op maandag al: het rondje Gooimeer met de club. Ik was iets te laat, dus moest me ongans racen om ze bij te halen. Hoewel ik de eerste 15km gemiddeld dik boven de 30km per uur zat, lukte me dat pas bij de Stichtse Brug! Toen werd het natuurlijk alleen maar gemakkelijker… Ik fietste in de groep mee, die uit 14 mannetjes bestond en twee meiden. Ik had me voorgenomen om in elk geval mijn best te doen bij de training en dat heb ik gedaan. Ik kan die kerels toch niet bijhouden, maar de andere meid (die normaal sneller is hoor) vandaag ook niet en dat frustreerde haar. Mij niet meer. Ik fietste naar huis toe en was tegelijk met Rob en Vincent thuis die de fietsen op de auto hadden gezet. Na het afladen ging ik nog hardlopen. Natuurlijk. De mannen weten het al. Het ging lekker, dat rennen. Ik ging gewoon lekker hard, geen geneuzel met intervallen. Heb ik op een ‘gewone’ maandagavond 56 kilometer gefietst en 5,6kilometer hardgelopen. Laat de week maar beginnen!
Op dinsdag was er niets meer of minder dan een uurtje ‘dobberen’ in het zwembad. Al is dat verworden tot een uur denken: elleboog-hoog, elleboog-hoog, elleboog-hoog. Ik had de helft van baan 1 tot mijn beschikking. Kon ik hier en daar slepen invoegen. En maar blijven denken. Dat maakt het zwemmen vermoeiender, maar ook weer uitdagend. Ik wil het graag zo goed mogelijk doen.
De woensdag werd een speciale dag: ik had mijn werk geruild met vrijdag. Want het was op deze woensdag mooi fietsweer en het fietsritje naar het zuiden stond nog op de verlanglijst. Net als vorig jaar gingen Vincent en ik van Zeist naar Veldhoven fietsen. We vertrokken om half tien met een gevuld rugzakje en routenummertjes. We hadden de tijd en hoopten op geen lekke banden en geen botsingen. Het was minder zonnig dan vorig jaar, maar er stond ook geen wind. We herkenden stukken van vorig jaar. Ook de kruising waar we vorig jaar tegen elkaar aan reden. Nu ging het moeiteloos. We speelden spelletjes onderweg en kwebbelden wat af. Afspraak was dat ik voorop ging fietsen bij tegenliggers en dat gaf rust. We zijn ook meer gewend intussen. Het pontje was geinig. In Beusichem, waar we vorig jaar veel te lang zaten, kreeg Vincent een Raketje – ook al was de tent eigenlijk nog dicht. En door! op naar de Mac. Bij Geldermalsen gingen we de mist in qua route: we namen twee keer de verkeerde afslag voor we de A15 overgingen. We zagen veel treinen. Netjes om half 1 waren we bij McDonalds.
Ik had geen klikpedalen aan. Na een (lange) bijtankstop kwam de volgende uitdaging: zonder lekke band in Zaltbommel geraken! Dat ging prima, maar rondom Zaltbommel was de route weer moeilijk te volgen voor ons. We fietsen ver om en kwamen per toeval (en een beetje doorzettingsvermogen van Vincent) op het goede (gewijzigde) punt. Daarna werd Vincent wat moe, maar we keken uit naar het terras in Den Bosch. De Maas over, het natuurgebied door, een wegomlegging volgen en toen stonden we op de Markt. Mochten we onze fietsen niet op het terras zetten… Grmbl, dan maar een ander terras voor een Fristi-on-the-Rocks! En snel weer verder! We waren nog niet moe. Net onder Den Bosch begon het wat te druppelen. Niet volgens afspraak, maar niet hinderlijk. De lege gebieden in! We moesten zelfs over een onverhard pad. Maar ook dat ging goed. In Esch stopten we net als vorig jaar ook weer, Vincent had goede herinneringen aan het broodje daar en (vr)at er weer 1 op.
Door naar het legendarische punt 19, waar we vorig jaar strandden. Nu deed Vincent er een plas en zaten we over de 100 kilometer heen en we gingen het halen ook! Door Best heen, volg je alsmaar 1 nummer, je cirkelt echt naar nummer 12 toe. Helaas bleef het druppelen. Langs het kanaal werd het gedruppel frequenter. We kwamen Eindhoven in en daar stond een mooi welkomstbord. Langs het vliegveld en het begon echt te regenen. In Meerhoven namen we het laatste onverharde pad niet. Over de ronde brug en naar punt 18. In Zeelst echter, gooide de kermis nog roet in het eten en verdwaalden we voor de laatste keer; vlakbij huis nog wel… Het regende inmiddels door, maar wij gingen ook door. Na 6 uur en een kwartier fietstijd waren we om kwart voor 6 in Veldhoven. Moe, voldaan en trots.Ik had nog wat tijd en veel energie over, dus ik wilde een loopje koppelen. Holiemolie, ik ging hárd. Het regende niet meer en ik zat op tijd rond de 5 minuten per kilometer. Ik verbaasde mezelf: het rondje was te kort. Na 4 superrappe kilometers was ik weer bij de kerk en intens tevreden hobbelde ik naar mijn ouderlijk huis. Had iemand 10 of 20 jaar geleden mij kunnen vertellen dat IK op een racefiets vanuit Almere (wat ik 20 jaar geleden nog niet wist te liggen) zou komen fietsen en daarna zou hardlopen? Soms denk ik: had ik dat maar eerder ontdekt, maar aan de andere kant: dan geniet ik er nu maar dubbel van, nu ik het weet!
Op donderdag mocht ik rustig aan doen: ik hoefde niet met de club mee, maar had met Joyce afgesproken voor een ronde in D1. Met wandelpauzes. Verzin ik niet zelf, daar heb ik een trainer voor. D1 kwam vanavond wel van pas, maar ik heb minstens 1 wandelpauze geschrapt. Die ging onder in het gekwebbel. Wat hadden we veel te bepraten! We zouden eens een marathon in D1 moeten gaan lopen, dan waren we nog niet klaar. Helemaal vanzelf ging het overigens niet, ik was het na een uurtje wel zat eigenlijk, het hardloopdeel dan. De gezelligheid had nog uren voortgekund. Overigens had ik na de fietstocht nergens last van: nog geen schuurplekje!
Vrijdag was dan de werkdag in plaats van de woensdag. Meteen een hele dag dan ook. Ik wilde wel gaan zwemmen buiten, want dat heb ik al een tijd niet meer gedaan. En toen wijzigde de plannen bij de snelle groep en ging SG eerder en ik mocht best mee. Trok ik snel het wetsuit uit de kast en ging ik naar de Noorderplassen. Half uurtje, veertig minuten lekker easy zwemmen stond er. En dat deed ik! Easy, leuk, lekker, genieten. Weinig plantjes, boeien in de verte. En de hele tijd aan de slag denken. Ik vind het zo lekker! SG had wat last van haar wetsuit (zij zwemt liever zonder), dus we keerden om. Kon ik haar toch mooi bijhouden! Zij zwemt in baan 3 of 4 en is heus een betere zwemster dan ik, maar ik verbaasde ons beiden. Tegen de wind / golven in had ik het wat moeilijker, maar ik hield me ook gewoon een beetje in, omdat het ik eigenlijk weer te snel voorbij vond gevlogen… 2 Kilometer in 3 kwartier: heerlijk!Op zaterdag stond de grootste uitdaging van de week weer klaar: een uurtje nuchter in de lage zone. Leg je erbij neer, neem een muziekje mee en hobbeldebobbelen maar. Het gaat steeds beter. Soepeler. Ietsje sneller. Ik erger me niet meer. Ik luister naar Loreena McKennitt en ga gestaag door. Nog even en ik geniet ervan, alhoewel…. Ik kreeg het deze keer nergens zwaar. En zo rende ik tien kilometer bij elkaar binnen 70 minuten. Wat de kilometertijd onder de 7 minuten brengt.
Echter, de zaterdag was nog niet af. Al deden de sporturen wel zo vermoeden. Ik wilde graag in het kinderuurtje meezwemmen, maar het duurde eventjes voor er plaats was. Ik kon een half uurtje mijn slag oefenen in baan 4. Ha! Eerst slepen voor 3o0m. Welke gek gaat er vrijwillig slepen?! Nou deze, want deze streber wil het goed en beter doen! Daarna met de nieuwe paddels. Een soort van handschoen die je elke misslag verraad. Dan kan je niet verkeerd insteken of de elleboog laag houden. Ik heb het ook nog zonder hulpmiddelen geprobeerd. Net als vorig jaar: zwemmen wordt weer lekker vermoeiend! Ik liet het hardlopen voor wat het was: ik wilde liever mijn vervangen Apple Watch ophalen in Amsterdam.
En op zondag? Niks. Ik zat in de Linneaushof. Te balen van het mooie (fiets- of hardloop-) weer. En me te ontspannen in de zon. Ik zat gewoon lekker. Kletste lekker. En ergens diep van binnen genoot ik van niet-hoeven-sporten. Van rust. Met bijna 14 uur was het de grootste sportweek EVER. Het was 13 uur en 52 minuten genieten. Ik vond alles leuk. Fietsen met Vincent fantastisch. Buiten zwemmen geweldig. Hard hardlopen heerlijk. Rustig bijkletsen lekker. Nuchter lopen een verademing. Rust het moeilijkste…. Op naar een nieuwe week!
Week 30 – Rapport
Heel weinig foto’s deze keer. Alleen maar technische details.
RAPPORT AdBvG week 30-2017
Maandag 24 juli
Fietstraining TVA
Heen gefietst (Ruim Voldoende voor de moeite)
Training met 3x brug op in lage versnelling en slalommen + korte stayer = langzaam aan gedaan, als langzaamste van de groep. Mist vechtlust om in training de snelste te willen zijn. (Matig) Moesten bij het terugfietsen voor meefietsen 😐
Terug gefietst met MP (nieuwe TVAster) (Voldoende)
Tijd: 2 uur Afstand: 47 kilometer Gemiddeld Tempo: 23,8 km/u
Beoordeling: Matig/Voldoende
Gevolgd door
Koppel hardlopen.
10 minuten D1 (laagste hartslagzone= HRF tussen 103 en 126), 10 minuten D2 (HRF 127-139), 10 minuten D3 (Hrf 140-154)
Met de hand getimed. Ging lekker en best goed.
Tijd: 32:27 Afstand: 5,22km Gemiddelde snelheid: 6:13
Beoordeling: Netjes gedaan. Goed bijgehouden qua tijd en hartslag. Ruim Voldoende.
Dinsdag 25 juli
Zwemtraining TVA
Baan II Voorop zwemmen. Veel korte oefeningen. Veel met PB.
Geen chloor in het zwembadwater: dat voel je toch wel na 40 minuten: lijkt troebeler.
Tijd: 1 uur en 59 seconden Afstand: 2250m Gemiddeld tempo: 2:19 per 100m (matig)
Beoordeling: Voldoende
Woensdag 26 juli
Fietstraining
Koppel 1 – 1,5 uur fietsen. Eerste uur D1 (tot hrf 120), daarna intervallen 10 keer 1 minuut D4 met 1 minuut rust D1.
Niet geluncht van tevoren, geen gel meer in huis. Dikke ONVOLDOENDE
Goed gekozen: wind mee op de dijk!! Heerlijk hard in D1 dus 🙂
D4 tegen de wind in zou moeten lukken…. Maar dat deed het niet. Niet 1 keer. Onvoldoende
Wel 40km gefietst in net geen half uur.
Tijd: 1 uur, 32 minuten en 55 seconden Afstand: 40,95km Gemiddeld tempo: 26,4km/h
Beoordeling: Voldoende
Hardlooptraining
Koppel 2 – 20 minuten intervallen: 30sec D4- 30 sec D1
Niet goed ingevoerd (puntenaftrek), dus met de hand klokken en hartslag in de gaten houden.
Warm, zwaar na het fietsen. Eerste 2km sprint+dribbel afgewisseld, 3de km sprint+wandelen afgewisseld. In de vierde km de 20 sprints gehaald en km 4 uitgelopen (ruim voldoende/goed)
KM 5 de nieuwe schoenen geprobeerd: lopen de Ascis echt goed in een kilometer op snelheid? JA! Een kilometer in 5:17 na 40km fietsen en intervallen is goed
Tijd: 29 minuten en 39 seconden Afstand: 5,07km Gemiddeld tempo: 5:51 min/km
Beoordeling: Goed
Donderdag 27 juli
Hardlopen
Voelde me al de hele dag niet lekker: buikpijn, hoofdpijn, slap, draaierig
Maar een uur D1 moet toch lukken? Tijdens Vincents baantraining
Onvoldoende. De eerste kilometers langzaam tempo in zone 4!!
Na drie km wel gaan genieten en muziek gaan luisteren in het Wilgenbos, maar D1 werd het niet, hooguit D2
Tijd: 1:05:37 Afstand: 8,7km Gemiddeld tempo: 7:31 min/km
Beoordeling: Onvoldoende, slecht
Opmerking: Ongeveer de enige foto’s van de week gemaakt
vrijdag 28 juli
Opgeknapt.
Fietsen met Vincent
Naar Zeist. HEEL VEEL WIND TEGEN
Veel voorop gereden, lage versnelling aangehouden, geschuild voor regen.
Zelf 4 van de 6 versnellingen van 1 minuut gedaan: even doortrappen en dan Vincent weer ophalen.
Tijd: 2:12:00 Afstand: 45,49km Gemiddeld tempo: 20,7 km per uur
Beoordeling: Ruim voldoende.
In Zeist:
Lunchrondje koppel hardlopen
3 Kilometer op hoog tempo, nieuwe schoenen.
Tijd: 16:23 Afstand:3,03 km Gemiddeld tempo: 5:24 min/km
Beoordeling: Goed
Zaterdag 29 juli
Hardlopen
Nuchter, D1. Hrf <126
Miezerig. Muziek van Loreena McKennitt mee. Rustig hobbelen accepteren. Nat worden accepteren.
Het ging redelijk goed, vooral wind mee. De eerste 5km net niet in 35 minuten.
En toen wind tegen; afzien, trek, regen, warm, benauwd, oerzwaar en nog trager. Accepteren!
Tijd: 1:05:05 Afstand: 9,02 km Gemiddeld tempo: 7:13 min/km
Beoordeling: Ruim voldoende (wegens de acceptatie)
‘s Middags: Zwemmen
Tijdens kinderuurtje: moest zelf een programma doen.
RO lette op mij en EINDELIJK: ik kan niet beter insteken omdat ik mijn elleboog niet hoog genoeg optil! Ik moet veel slepen en nog veel meer oefenen.
Restart Swimming => To the Next Level 🙂
Tijd: 54minuten en 38 seconden Afstand: 2100m Gemiddeld tempo: 2:18 per 100m
Beoordeling: Voldoende
En toen naar huis toe Hardlopen koppeltraining
D2, half uurtje. Gel genomen: Dat ging beter!
Pas na 7km werd het zwaarder. Idee om ook 9km te lopen net als vanmorgen, maar dan op betere schoenen, beter weer, meer eten, korte broek.
Tijd: 52:50 Afstand: 9,02 km Gemiddeld tempo: 5:51 min/km
Beoordeling: Goed
Weekoverzicht:
Op maandag 17 juli mocht ik uitfietsen. Gister was zowaar een sportvrije dag, die zelfs ik deze keer maar eens in ere hield! Niet dat ik ergens last van had hoor, alleen een beetje roodbruin geworden van het niet-insmeren, een schuurplekje in de lies en ‘s ochtends een heel kleine beetje stijf – maar dat is met een uurtje bekeken. Blijft het nagenieten nog het langste hangen! Maar maandagavond dus weer op de fiets, geen last meer van schuurplekjes of iets. Ik bracht Vincent op de fiets naar zijn fietstraining en ging alleen verder. Kwam me wel goed uit, ik had geen zin me aan de groep te moeten conformeren: ik wilde over de dijk. Het duurde iets langer voor ik die gevonden had (richtingsgevoel in poort ontbreekt) en toen bleek ik dik wind tegen te hebben.
Je wil wat he! Ik trapte gewoon lekker door: mijn ding, mijn avond, mijn tegenwind, mijn tempo. En dat hoeft niet hoog, niet hard. Ik mocht anderhalf uur, maar ik wilde natuurlijk de 40 kilometer weer halen, dus het werd iets langer (een kwartiertje meer). Daarna ging ik hardlopen. Ik wilde naar de nieuwe heuvel en terug. Eerlijk gezegd was ik vergeten wat het schema me ‘opdroeg’. Ik ging gewoon best lekker: mij bevalt dat lopen na het fietsen eigenlijk best wel. Ik wilde rond d 6 minuten per kilometer. Ik keek even uit over de berg en hobbelde weer terug. 27 Minuten en 4,4 kilometer: ik had geen zin om de 5 ook nog vol te maken: het was leuk geweest voor een avondje!
Dinsdag 18 juli heb ik 4 keer 6 slagen in het buitenbad van het zwembad in de sauna gedaan. Zonder zwembril, zonder zwemkleding. Ik kom beter tot mezelf en tot rust als ik mag bewegen en daarvan zweet dan wanneer ik stil moet zitten om te zweten. Ik zag andere triatleten zwemmen in het buitenwater en hardlooptraining volgen: ik was een beetje jaloers zelfs!
Woensdag 19 juli dan wel buiten zwemmen. Samen met Vincent. Hij vond het spannend en ik ook: zonder wetsuit, met zijn tweetjes:
Vincent nog hoestend en ik onzeker. We moesten er even doorheen, door het koude water, maar toen gingen we schoolslag doen. Ik bleef vlak naast Vincent. “mama, ik zit vast in de planten” “mama, ik kan niets zien onder water” “mama, ik durf niet verder” “uche-uche-uche” “mama, er zitten overal planten!”. Maar met drie borstcrawlslagen haalt hij me in. Toen gingen we een meerkoet ‘vangen’. We zwommen rond achter het beest aan en dan zwemt Vincent zijn moeder er volkomen uit! De meerkoet liet zich echter niet pakken en fladderde weg. Wij fladderden terug naar de kant. Vincent ging spelen en ik zwom op en neer naar het steigertje een kleine stukje verderop. Viel me mee, zwemmen zonder wetsuit aan en alleen in trisuit.
Ik trok mijn zanderige schoenen aan en ging een klein stukje hardlopen. Vincent had al vriendjes gevonden en was in zijn trisuit de bom bij de meiden. Ik liep maar twee kilometer en gaat hardlopen na het fietsen mij goed af, hardlopen na een stukje zwemmen is helemaal lekker! Ik ging op een lekker tempo bij een lage hartslag. En toen het water weer in. Vond ik een beetje spannend: Vincent ging me filmen. Ik zwom onder de brug door en in de schaduw was het koud, het water! Het was gaaf om onder de brug door te gaan en ik ging weer terug: zo’n 325 meter gezwommen. Het was niet veel en ver, maar ik vond het wel een geinige training geweest.
Rupsje nooit-genoeg en ik-moest-gister-ook-al-stilzitten ging ook nog fietsen ‘s avonds. Manuel ging mee, tenminste het eerste deel. We fietsten naar de sluisjes en toen keerden we op tempo terug naar Almere, waar Manuel bijtijds thuis wilde zijn. Ik ging alleen verder langs de plassen richting de dijk. Voor de tweede keer deze week, had ik niet goed gekeken naar het schema. Ik dacht dat ik na anderhalf uur 3×8 minuten in zone4 moest doen, met twee minuten rust. Dat had ik zo uitgeteld om op een half uur uit te komen. Ik kwam na 75 minuten op de dijk en dacht: ik doe ze nu vast, dat is makkelijker
als door de wijken heen. En dan gaat zone4 best hard. Ik kijk alleen maar naar de hartslag en hou die rond de 150, maar ik kwam veel verder als ik had gedacht in die 8 minuten. Ik kwam de Noorderplassen wel rond, hoopte ik. Ook deze keer op de dijk had ik wind tegen. Langs de Noorderplassen kwam ik er niet zo goed in omdat er veel bochten waren en een bruggetje. 4 Minuten na de laatste interval werd mijn route door koeien versperd. Reuze gezellig en het geeft wel een vakantiegevoel. Ik ging de ophaalbrugbrug bij Schateiland over en nam toen nog een interval van 4 minuten mee: wind mee, rechte weg; dat gaat lekker. En toen nog uitfietsen. En tja, dan wil ik toch die 50km halen… In ruim twee uur. Voor mijn doen prima. Achteraf stond er op het schema dat ik zone2, zone3 en zone4 door moest in die acht minuten. Jammer dan. Ik koppelde weer het lopen: op en neer door het park, ik had niet heel veel zin meer, maar het lopen ging wederom van een leien dakje. Ik stampte lekker door en was met 2,6 kilometer en een kwartiertje weer thuis.
donderdag 20 juli stond ‘s avonds de baantraining op het plan. Ik had te laat roerbakgroente gegeten (een half uur van tevoren) en was van kaart omdat de Apple Watch zomaar stuk is gegaan. En omdat die groep zo snel is en ik dat niet ben. J stond voor de ‘langzame’ volwassenen. Ik kwebbelde wel mee deze keer. Na het inlopen gingen we 4 x 800m lopen, waarvan 600m 10-kmtempo en 200m dribbelen en dat aan 1 stuk door. Dat lukt me best, al lijkt het me leuk als mijn 10km tempo onder de 5 minuten ligt. Ik moest naar de WC; dat heb je met laat eten.
Dus ik miste de eerste 400m op 10km-tempo door een drukpauze. Daarna volgde 200m wandel/dribbel waarin ik de uitleg kreeg en 200m sprint, wat ik dus niet kan. Ik kan gewoon niet sprinten en ik weet niet zo goed waarom niet: loopefficiency, durf ik dat niet, kunnen mijn spieren dat niet… Geen idee! Ik mocht de complete serie nog een keer doen. Daarna deden we nog 2 x 800m, met net als de eerste keer 600m 10km-tempo wat mij lukt, dan 100m wandelen en 100m sprinten. Toen was de tijd wel op gelukkig, anders hadden we nog loopscholing gekregen. Rondje uitlopen en toen was ik minstens net zo bezweet als in de warmste sauna.
Vrijdag 21 juli begon voor Vincent dan ook eindelijk de zomervakantie. We gingen naar Hilversum fietsen. Uiteindelijk gingen we pas om half tien weg. Lekker in zone 1 en zonder klikpedalen, zodat ik snel op- en af kan stappen. Prima in de lage zones, want een stukje harder fietsen, leverde een fikse hoestaanval op bij Vincent. Doen we dus niet meer! We kwamen Manuel tegen die aan het hardlopen was. Wij gingen langs de Vaart en het was gezellig samen met Vincent.
We middelden het cirkelbos: mijn stuk rechte weg, zijn stuk langs het water naar de brug. We waren na 54 minuten op de brug. Vincent had de trap genomen, ik fietste om. We pauzeerden eventjes. En toen naar beneden, langs Blaricum en naar Eemnes. Omdat er veel wind tegen was, ging ik voorop. “Je gaat steeds harder mama!” Schreeuwen lukte nog prima. We kwamen bij de A1 en hadden allebei trek: ik in een croissant, Vincent in brood met zoet. We waren er al bijna voor ons idee en het ging best snel eigenlijk. We hebben er ruim anderhalf uur op gefietst. Vincents tempo en dat voor die kleine beentjes. Terwijl Vincent 4 boterhammen verorberde, ging ik hardlopen. Lekker door Anna’s Hoeve: onverhard, heuvel op. Ik ging snel! Zou het de gel zijn? Ik vond het heerlijk: ook de andere heuvel ging ik moeiteloos naar boven. Echter, 1 probleem: het zweet liep in mijn ogen, prikte, deed pijn, waardoor ik een groot deel van de tijd met 1 oog dicht liep. Ze liepen om de beurt ‘onder’. 5 Kilometer binnen
29 minuten: ik vond het best, dribbelde in nog steeds een behoorlijk tempo terug naar 2 croissants en bijkletsen. Het rennen tussen het fietsen door stond natuurlijk ook niet op het schema! Blijkbaar pas ik het anders in qua schema deze week. Toen terugfietsen met zijn beidjes. Wind mee! Dat was nog leuker eigenlijk, nog gemakkelijker. Het begin was wel lastig, want dan zijn de beentjes al een beetje moe. We maakten twee stops nu: de eerste bij het sluisje bij Blaricum en toen de brug over. Nu namen we mijn route langs de nudistencamping en de miniatuur-vliegtuigjes. Daarna over het Vierbruggenpad, waar Vincent mij ervan blijft proberen te overtuigen dat het 5 bruggen zijn. De tweede stop bij de witte brug en de Kemphaan. We namen dezelfde route terug en het werd best een heel eind. Meer dan 60 kilometer fietsen als je 11 bent is best knap. Wat verdien je dan? Drie grote bolletjes vanille-ijs van de IJspressie. We hadden de terugweg iets sneller gedaan zelfs. Ik had wel zin, maar zag geen mogelijkheid om ‘s avonds weer buiten te gaan zwemmen.
Zaterdagochtend de 22ste juli volgt het zwaarste loopmoment van de week: nuchter, lage zone met een hartslagbeperking op de 126 slagen. En het was warm en benauwd: kortom ik genoot NIET.
Ik liep de hele tijd af te remmen, in te houden en inwendig te mopperen en mokken. Ik had trek, ik had pijn in mijn rechterhiel, linkerknie, rechterbovenbeen, linkerhiel. Ik wilde naar huis, naar de AH om eten te halen, in mijn bed liggen en ontbijten. Het was zwaar, vervelend en balen. Het lichtpuntje lag aan het einde bij de AH: bolletjes kopen snel naar huis. 5 Kilometer in 36 minuten. En dan bolletjes eten. En toen viel het best mee en was ik toch een beetje trots dat ik het gedaan had, ondanks alle tegenzin.
‘s Middags ging ik naar het zwembad. Eerst kletsen met de andere ouders en dan in baan2 gaan inzwemmen. Ik moest de kar trekken want R was er
niet. Hmmm. Gelukkig waren het allemaal korte stukken en piramides zwemmen: dan kan ik het uitgeteld krijgen. Ik ging lekker, ik deed alles met pullboui. Telkens verschillende tempo’s. En een hele serie steigerswims. Ik tel me er wel doorheen. We moesten ook verschillend ademen, vond ik leuk en uitdagend. Ik adem 1 op 2 slagen of liever nog 1 op 4. Maar oneven ademen is een uitdaging die nog voor me open ligt. Ik steek nu andersom in, voor mijn gevoel: mijn duim eerst. Dat levert alvast veel extra kracht op. Nu nog leren mijn hand plat neer te leggen, maar ik weet nog niet hoe. Ik zwom een uur en volgens mijn horloge een heel eind ook. Het lijkt erop dat ik mijn trainingsweek met 11uur en drie kwartier wel aardig vol heb gemaakt.











