Ik baal ervan dat Vincent ziek is en niet wil eten. Altijd dat gezeur met eten. Van Kos en Griekenland ga ik niks zien. Het zwembad en de vreetzaal. Daar baal ik van, want ik ben ook graag toerist. Vreten en zuipen kan ik thuis ook. Slapen gaat daar beter. Uiteindelijk ga ik met Vincent een beetje zwemmen: dat kan ik thuis niet! Terwijl ik opdroog besluit ik NU te gaan hardlopen. Eventjes.
In de hitte. Oningesmeerd. Half uurtje. Ik moet toch íéts zien en beleven! Stel dat het bij de trail op 3 juli heet is, dan valt het dan vast mee in vergelijk met de 27 graden hier. Een dikke Duitser met bier in zijn hand buigt me toe. Ik ga het nog ‘ns richting Tigaki proberen. De strandweg onverhard is prettig, maar de bouwwerken op 1 kilometer versperren echt de route. Terug naar de verharde weg dan maar.
Nu nog een stukje verder richting Tigaki. Onder de bomen en tegen de wind in is het heerlijk! Ik loop best door met mijn (losse) natte haren. Ik druppel lekker leeg. Nog een bocht en ik lach om het Nederlandse bord.
Nog 1 bocht en dan keer ik om. Ik fotografeer het bord en kom op een kilometertijd van 6:03. Dat moet beter! De weg terug is zwaarder met de zon en de hitte ind e rug. Zweet druppelt over mijn gezicht. Ik ga precies dezelfde weg terug. Er is niet zoveel verkeer. Kilometertijd 5:50 – fijn. onverhard. Ik vind het eigenlijk goed genoeg geweest, maar op tempo ben ik het snelst terug. Nu wil ik ook 5 kilometer halen.
Ik zie een verlaten rubberboot en de zwemvesten.
Vuurrood en kletsnat kom ik weer op het resort. 5 Kilometer in 31:54. Met deze temperaturen vind ik dat best knap! Dat vindt een andere Nederlandse mevrouw ook. Ik drink het water sneller leeg als de machine het bekertje kan vullen! Van deze kilometertjes voel ik me een stuk beter. Nu heb ik de toetjes verdiend!
Lopen op Kos 3
Lopen op Kos 2
Stilzitten, liggen en zelfs een middagslaapje gisteren, blijken niks voor mij! Bah! Maar ik kan weinig onverhard ontdekken in de buurt. De resorts zijn afgesloten van het strand. Niet zo gek met de vluchtelingen, maar er zijn veel hekken. Ik vul de camelbag, neem een pet mee en vind de 26 graden best te doen omdat het flink (wat zeg ik: heel erg hard) waait voor de verkoeling. Let’s go: ingesmeerd en met geld bij om de vergeten t-shirts voor Vicent bij te kopen nu hij weer beter lijkt te worden en ze nodig zal hebben. GPS-signalen zoeken kost het resort aflopen en ik neem internet mee voor de veiligheid. En voor de kaart. Eerst wind tegen: ik zie een onverhard pad en Off I Go! Na ongeveer 1 kilometer sta ik aan de andere kant van het hek van ons resort tussen de koeien en de geiten. En daar ligt de rauwe werkelijkheid: zwemvesten. Ik loop weer helemaal verloren russen de afgesloten resorts en hun hekken. Ik steek door naar het strand, wat rotsig is. Nog meer zwemvesten. Ik vind het een naar gezicht. Maar de rotsen en het strandzand zijn ook geen makkie en eisen de aandacht op. Ik heb het petje een tijdje vast moeten houden voor de wind,
maar nu zet ik het op en kijk alleen maar omlaag. Ik drink veel. Ik passeer de resorts en blijf dicht bij de kust, dan komt het wel goed. De wind is aflandig. De kilometertijden liggen rond de 7 minuten, maar dat zal me wat! Ik ga straks over de weg terug: laat dat onverhard maar zitten hoor. Ik kom op de weg en even is dat lekker, maar de kustlijn lokt ook.
De opdracht was ‘onverhard’, dus ik ga terug de rotsen op. En dan waait de pet af. Zo de zee in. Sjit. Ik wil ‘m terug. Ik zet het horloge stil, doe sokken en schoenen uit en ga de zee in. Ik had m’n telefoon ook achter moeten laten, want als ik nu van de stenen glij…. Ik sta tot over mijn knieën in de Egeische Zee. Gelukkig struikel ik niet. Nu is mijn pet nat, maar da’s niet erg. Mijn voeten zitten vol zand en dat loopt niet. Schoonmaken in het zand lukt niet. Ik ga op een plankje in de kustlijn zitten, spoel de voeten af en doe de sokken over de natte voeten. Golven he, die spoelen mijn zitplankje net nat! Niet zo erg: dat droogt.
Met een natte pet in de rugzak ga ik na dit kleine avontuurtje verder. Over de weg. Er loopt een mooi fietspad. Ik laat me niet meer tot het strand verleiden, ha! Of… een mooi plankenpad… Toch weer wel dus! Nog één kilometertje mul zand en dan zit ik op 5 en ga ik voorgoed terug naar de weg. Daar zit een winkeltje en ze hebben de prachtigste Kos t-shirts. Ik ben lekker vies bezweet en dolblij met mijn aanwinsten (jaja, 2 zelfs!). Terug over het fietspad met 2 dextro’s en nog wat slokken water. Ik pik een prettig tempo op en haal zelfs iemand in die ook hardloopt! Tijden van rond de 6:45. ‘t Gaat fijn tot het fietspad ‘op’ is.
Langs de weg lopen om half 5 heeft een voordeel wat siësta heet. Ik moet tegen de wind in en dat is heftig!! Een kleine stijging kan er ook nog wel bij. Maar ik ga nu dóór. Rechtsaf richting Tigaki. Dit is erg warm, maar nu wil ik de 10km ook proberen af te maken. Ik denk aan de zwemvesten en dat vind ik lastig, hoe oneerlijk het kan zijn en lopen. Een man zoekt lege flessen en ik haal hem nog in met zijn fiets. Dit land straalt een soort onverschillige armoede uit. Ik krijg het echt best heet nu. De eerste slok water is elke keer zo vies warm. Ik zie het resort in de verte en die laatste kilometer ren ik nu ook nog wel.
Ga ik terug voor een foto van de zwemvesten? Nee, ik ben aardig op en uitgeput van deze kilometers en het is wel goed zo. Precies op het resort zit ik op 10 kilometer. In 1 uur en 7 minuten. Prima. 11 Kilometer volgens de telefoon in 1 uur en 20 minuten. Hoge gemiddelde hartslag. Vuurrood hoofd. Verder niks verbrand, blij, tevreden en dorstig. Ik haal gelijk een welverdiend ijsje! Ze vinden me toch al raar hier… met mijn ijsblokjes die ik drink (in werkelijkheid zijn ze voor onze patiënt) en het kind wat melk wil! Ik smul van de rijst, de 4 kazen tortellini en het chocoladetoetje. En dan pas merk ik dat ik niks geen spierpijn heb en ook mijn voeten voelen oké. Toppie!
Lopen op Kos 1
Ik moest er even op uit, vlak voor het diner. Ik moet het za
ndpad volgen. Ik ga maar even kort, een half uurtje. Of minder. Eventjes het beweegdoel halen! Dat wil ik graag 50 dagen achter elkaar halen en van op een strandbedje liggen, komt dat niet. Het pad is fijn onverhard: zicht op de rotsenkust. Ik zie de boot, eilanden en ja: het is warm. Ik heb echter wind tegen en dat is erg lekker! Dan houdt het pad op: hek, werkzaamheden. In het buitenland neem ik geen risico, dus ik ga terug en pak een ander onverhard pad.
Nu valt de wind weg en wordt het benauwd. Ik kom op de verharde weg. Da’s minder. Dus het eerste het beste onverharde pad naar links is voor mij! Langs huizen, veldjes en dan… schiet er een slang voor me langs!! Jaks!!! Zo’n grote snelle zwarte… Het pad loopt dood op een grasveld naast het resort. Het is vlakbij, maar met die slang in mijn achterhoofd ga ik in dit buitenland niet door hoog gras stappen. Dus ik ga terug. Er zitten pas een drietal kilometer op, maar die grote en op dit moment drukke weg bekoort me niks.
Ik heb het warm genoeg, mijn doelen zijn gehaald op deze vijftigste dat achter elkaar! Ik ben dus binnen 4 kilometer weer op het resort: ready for icecream en de veel te lekkere toetjes! Ik heb nog geen 25 minuten gelopen.
Fietsen, wandelen en rennen!
Afgelopen zondag fietste ik. Tegen de wind in. Over de dijk! Terwijl ik toch wist waar de wind vandaan kwam, want Vincent had tegen die wind in zijn triatlon voltooid. Lekker even zelf doorfietsen. Dat is soms zo nodig en zo prettig!
En toen kwam de wandelvierdaagse. Sloffen. Sjokken. Hobbelen. Herrie. En nog meer traagheid. Ik vind het verschrikkelijk! Zingende, schreeuwende, rennende kinderen. En alsof dat nodig is een pauze op de koop toe. Rob en ik namen extra rondjes om even uit de herrie en de drukte te zijn.Maakt van de 5 kilometer 5,7 kilometer. En op en neer naar school ook lopend. Gelukkig was het goed weer, maar mijn ding wordt het niet! Ik doe het voor een voorop huppelend kind dat luidkeels meezingt en zichtbaar geniet (ook de dag na zijn eerste triathlon)Dinsdag was ik het zo zat dat ik weer ging fietsen. Na die 5 kilometer wandelen die er voor ons 5,5 werden. Met een gemiddelde van 15 minuten per kilometer. Ik hield mijn hartslag bij het fietsen in zone 1 en zone 0. Gewoon lekker een beetje rondtrappen. Niets meer, niets minder.
Woensdag liepen we hetzelfde rondje van 5 kilometer als op maandag, maar dan tegen de klok in. Ik liep lekker te kletsen en we maakten geen extra ommetjes, maar moe word ik daar niet van. 5 Kwartier over 5 kilometer, exclusief de pauze: dat moet toch anders kunnen?!
Dus plak ik de twee rondjes achter elkaar en wil ik die, inclusief onze eigen extra ommetjes over de onverharde paden, graag ook binnen 5 kwartier afronden. Deze keer liet ik me begeleiden door mijn eigen hardloopmuziek. Mijn eigen tempo. Geen posten onderweg, niemand die voor je voeten loopt. Even ontspannen! Nou ja, het hoofd mag even leeg, de benen daarentegen gaan in volle galop! Alle kilometertijden onder de 6 minuten: ik ga het halen binnen 5 kwartier. Makkie.
Tussen kilometer 9 en 10 passeer ik de school. Daar herinneren slechts de vlaggetjes aan de avondvierdaagse. Ik loop de tien kilometer binnen het uur. De laatste kilometer ga ik een stuk langzamer, maar na 1 uur en 7 minuten ben ik echt weer thuis. Mijn gemiddelde tempo van 5:58 per kilometer op meer dan de helft sneller als het gesjok en gewandel van dag 4 met zijn 16:38! Maar ik werd niet begeleid door een drumband…
De Bus Halen!
Ik fietste naar mijn vriendin voor anderhalf uur hardlopen. Eerst drie kwartier zone 1, dan drie kwartier zone 2. En het hoefde lekker niet onverhard! Deze had ik nog tegoed van ooit…. We vertrokken tussen
kwart voor 9 en 9 uur en ik had het wilde idee naar de bushalte van de carpoolplek in Blaricum te rennen en daar bus 156 om 10 uur 36 naar Almere terug te nemen. Een beetje druk kan geen kwaad… En het tempo is niet te hoog… Je had het eerste half uur meer dan genoeg stof tot praten en ik moet zeggen dat ik al die andere hardlopers en voorbij scheurende auto’s niet zo opmerkte. Ook de Vaart waar we langs liepen kon me niet zo bekoren. Het was gelukkig bewolkt, maar dat maakte het niet echt koel. Mijn horloge bleef maar aan het mokken dat ik zone 1 keer op keer verliet. Maar d’r zit nu één keer een grens aan zacht hardlopen hoor.
Ik ken de weg wel zo’n beetje: langs de Vaart, langs de Shell en dan het Cirkelfietspad op. Intussen nam ik het praten over. Ik liep heerlijk! Nergens last van, niet
snel, niet gehaast en volkomen gerust en in goed gezelschap: wat wil je nog meer? Het was wel warm en zweterig, dat was het enige minnetje. We kwamen langs het Gooimeer in de mist uit. Niet dik, maar het uitzicht ontbrak ook een beetje. We moesten een stukje wandelen vanwege een grote grasmaaier en dan is het zo lastig weer te beginnen! We zagen de Stichtse Brug al liggen. Ik voelde de vermoeidheid bij mijn vriendin al een beetje komen: niet omdat ze geen 15 kilometer kan lopen, maar zij had er van de week al zo’n 30 opzitten tegen mijn 17 kilometer. Bleef ik lekker doorkwetteren -klagen en roddelen-.
We namen de trap de brug op. Ik deed dat voornamelijk uit tijdsoverweging, niet dat ik dacht dat we de bus niet zouden halen, maar ik kon moeilijk inschatten hoe ver het óver de brug nog zou zijn. Ik ben nu een keer meer het type van 5 minuten te vroeg, dan te laat. En de volgende bus…. Dan zou ik niet op tijd aan de school verschijnen.
Boven op die brug is toch altijd wel weer een mooie plek: de heiigheid was weg. Die eindeloze herrie van de auto’s en dat water in de diepte… Naar beneden is altijd veel en veel verder als ik dacht. Toen we het sluisje naderden, keek ik toch met een schuin oog naar de klok. Nog twee kilometer in een kwartier, dat zou moeten lukken. Maar die vlakte over is geen cookie en het werd behoorlijk benauwd nu. Ik moest het gekakel helemaal voor mijn rekening nemen en gelukkig had ik nog een onderwerpje over! Ik legde het tempo ietsje hoger. Voor mij fijn te voelen dat dat nog prima ging, maar ik vond het vreselijk dat ik mijn vriendin dat aan moest doen. En toen zag ik bus 156 aan komen rijden! Te vroeg!!
……het zou toch niet……
Gelukkig is de carpoolplaats een tijdhalte waar de bus op zijn preciese vertrektijd wacht en waren we 4 minuten ‘te vroeg’. We stonken lekker naar zweet, maar hebben gepast medelijden naar de buschauffeur getoond. Ik vind op adem komen in de bus tien keer niks, maar voor we de snelweg op draaiden was ik weer bij en trots en tevreden. We moesten een keer overstappen en dat hebben we dribbelend gedaan, zodat ik ook 15 kilometer had gelopen. Gek genoeg waren de onderwerpen nog steeds niet op! Ik zal niet zeggen dat het heel erg simpeltjes ging, maar ik heb geen last meer van mijn linkervoet, rechterbovenbeen of welk ander kwaaltje dan ook. Het enige waar ik wat over de klagen heb is die warmte die niet mijn ding is. De balans komt weer terug. Jammer dat ik een hersenbreker per mail kreeg over mijn werk, maar die kon ik niet langer als een ‘failure’ zien, maar benaderde ik als een puzzeltje. Voor later op de middag dan maar…..
Op je armen lopen
Beste G!
Net ‘afgestudeerd’ als trainer, vond ik het leuk dat ik een keer met je mee mocht! Zeker toen ik hoorde dat de snelle groep een zware kluif voor de boeg had en de snelle mannen daar meegingen. Ik kon lekker lopen kletsen. Je had echt iets bedacht als trainingsonderwerp en dat vind ik zo prettig: dan heb je echt iets aan de training. Het thema van vandaag was: De Arm Inzet. Natuurlijk weten wij allemaal best dat die beentjes getraind moeten zijn, geblesseerd raken en hardlopend het meeste werk moeten verrichten. En ik denk dat we daar ook wel allemaal wisten hoe belangrijk een juiste arm-inzet is, maar eerlijk gezegd staan we daar nog zelden bij stil. Ik tenminste niet! Bedankt voor de reminder….
Je liet ons met de armen stijf langs het lichaam wat loopscholing doen. Wat zagen we er raar uit! Maar het verschil was erg helder. Als je je armen meeneemt en mee laat zwaaien is het hardlopen gemakkelijker! Logisch, maar ik wist echt niet dat het komt omdat je je heupen dan mee kunt draaien tot je het vertelde. Ik heb écht wat geleerd! We mochten de brug oplopen en ik heb even alles geprobeerd: a-ritmisch zwaaien met de armen (heel raar), heel kort zwaaien (en daar komen kortere pasjes van) en een grote uitzwaai en dan ga je dus vanzelf sneller lopen, zonder meer moeite te hoeven leveren! Ik ben ook over het gras gaan lopen en toen viel er langzaam een persoonlijk kwartje. Op het onverharde terrein heb je die arminzet nog veel meer nodig om te balanceren en dan wordt de uitslag wat kleiner. Stappen kleiner, balans lastiger. En toen ging ik aan het combineren: de onbalans die ik voel zou wel eens meer in mijn armen dan in mijn benen of voeten kunnen zitten!
Je gaf ons de opdracht driehoekjes te lopen: 200 meter heel rustig, dan scherp naar links en 100 meter op tempo en nog een keer naar links om een flink tempo op te pakken. Ik had dat driehoekje nog nooit gelopen en vond ‘m wel een grappige variatie op een rondje of een vierkantje. Ik begon echt maar eens heel sloom en voelde mijn bovenbeen rechts wat ‘mopperen’ en trekken. We hoefden niet heel hard te lopen, maar de hartslag ging in de laatste honderd meter toch snel omhoog! Ik was me erg bewust van mijn arm-inzet en gebruikte die ook echt. Ik begon te zoeken waarom ik die disbalans toch voel: ik heb aan twee kanten een horloge om, dus dat zou het niet moeten zijn. Inmiddels liep ik bijna vooraan, maar rustig is bij mij tegenwoordig wel heel erg rustig! Na nog een rondje liet ik de ander voorgaan. Ik begon te denken dat de disbalans aan mijn telefoonhoesje ligt… Die draag ik om mijn linkerarm, zou mijn rechterbovenbeen dat compenseren?! Het klinkt natuurlijk verre van logisch, maar toen ik daar zo liep was het niet zo raar, want bovenarm en bovenbeen zijn wel complementair dezelfde plek. Ik duwde jouw mijn telefoonhoes en telefoon in handen om het nog een driehoekje te proberen en warempel: dat was het! Ik versnelde het laatste stuk door mijn armen stevig uit te zwaaien, maar ook omdat er twee auto’s langskwamen, hahaha.
Tjongejonge, wat was ik veel wijzer geworden van je training zeg. Hoe kan ik je daar voor bedanken?! We mochten op eigen tempo de brug nog 1 keer op. Ik had langzaam kunnen gaan, maar ik liep met L. omhoog en ik dacht: ik ga langzamer, toen L net riep: wij kunnen dit!! Hoe kon ik haar in de steek laten? Dus tegen mijn eigen zin in gingen we keihard omhoog. Toen raakte ik met A aan de kwebbel en ik heb aan heel wat mensen verteld dat ik deze loopclub ga inruilen voor de triathlonvereniging. Beste G, dat ligt absoluut niet aan jóúw training! Dit is één van de zeldzame trainingen dat ik in een uur meer geleerd heb als van diverse ellenlange duurlopen. Dit is één van die trainingen waarbij ik zeggen: ik ging niet ver, nauwelijks hard, maar ik heb een blessure op zijn plek gezet en daarmee overwonnen. Ik begreep waar ik last van had in de disbalans en heb het gecorrigeerd. Zelf had ik nooit bedacht dat ik me zo hobbelig voelde omdat ik mijn armen niet (meer) goed meenam, dus het kwam exact op het juiste moment! Dankjewel. Ik heb het je wel gezegd, maar soms is ‘dankjewel’ net iets meer dan het woord wat we vaak herhalen: deze kwam uit mijn hart.
Groetjes Anke
Een perfecte maand perfect afgesloten
In mei wilde ik graag elke dag alle doelen van de Apple Watch halen. Dat betekent elke dag een aantal bewegingscalorieen verbruiken (ongeveer 350), 30 minuten bewegen en in elk geval 12 keer eens per uur staan. Dat stadoel en beweegdoel is niet zo moeilijk, maar de calorieen vallen niet altijd mee! Wel op de dagen dat ik ga trainen, dan verdubbel ik het doel vaak, maar op de ‘rustdagen’ is het best lastig om 350 actieve calorieen te verbranden. Maar dit is al 30 dagen gelukt, al 4 perfecte weken, en al 37 dagen achter elkaar heb ik het beweegdoel gehaald.
Vandaag is de laatste dag van mei en dus de laatste dag om een perfecte maand te halen. Ik heb het beweegdoel al in de middagwandeling gehaald en het stadoel is om 7 uur binnen. Om 9 uur komt
Manuel me halen voor een fartlek-training. Een wat?! Dit heeft niks te maken met scheten laten onderweg ofzo, maar het is eigenlijk een doe-maar-wat-training. Ga lopen en kijk onderweg waar je versnelt, waar je heen gaat, welke ondergrond je mee kunt pikken. Het was best warm. We liepen eerst even in. En toen gingen we versnellen op het brede grindpad. Heerlijk! Even doorrennen en proberen Manuel bij te houden. Dat lukt natuurlijk voor geen meter, maar ik kon eigenlijk ook al stoppen, want DE PERFECTE MAAND was binnen! Gehaald!!
Geen tijd om te feesten, maar ik heb wel even rust genomen. We namen het volgende grindpad, wat iets korter was en Manuel maande me nog iets harder te lopen. Hij sprint er dan zelf met gemak van door en ik doe mijn uiterste best, maar bijhouden is er niet bij. Toch ga ik behoorlijk hard en ik vind het leuk! Van de toeschouwers aan het einde mag ik eigenlijk niet stoppen, maar ik moet een paar wandelstappen uitpuffen hoor. We hobbelen verder over asfalt en dan gaan we het onverharde speeleiland over. Leuk rondje en Manuel loopt voor me steeds net iets harder. Ik ga er gewoon achteraan! Nou ja, gewoon…. Het kost mij meer moeite, maar ik klaag niet.
De hartslag gaat weer omlaag en over het asfalt gaan we nog even lantaarnpaal snel-lantaarnpaal rustig doen. Mijn verschillen zijn groter dan Manuels verschil tussen hard en zacht. Over het schelpenpad laat ik Manuel even zijn eigen tempo gaan en blijf ik in zone 3 achter hem aanlopen. Na een klein stukje asfalt steken we het bos weer in achter de Seizoenenbuurt. En dan vinden we zomaar een PRACHTIG pad door het bos. Langs water, over balkjes, modder en tussen het groen. Ik raak de weg volledig kwijt en geniet ONWIJS van deze ontdekking! Gelukkig is Manuel erbij, anders was ik ernstig trager gegaan om ervan te genieten.
Geen idee waar we weer uitkwamen, maar we gaan over het gras verder. We zijn al aardig wat kilometers op weg en ik merk dat het iets meer moeite kost, maar het is wel vreselijk leuk zo zonder opdracht, zonder hartslagbeperking. We gaan de Seizoenenbuurt in en als ik me weer wat op adem voel komen, moet Manuel een getal onder de tien roepen.
Bij 7 hoort juli, dus we gaan de Julistraat op tempo door! We lopen over het schoolplein. Het is wel 500 meter de Julistraat door, dus dat is even doorwerken. Dat de foto zo wazig is, ligt ‘natuurlijk’ aan mijn tempo 🙂
Dan over de Evenaar weer langzaam aan terug. Eindelijk tijd om wat te kwebbelen. Maar het laatste stukje van de nieuwe naar de oude Albert Heijn zetten we nog een laatste sprint in. Omdat ik weet dat het de laatste mogelijkheid is om de energie eruit te lopen, let ik nog maar eens even goed op de loophouding en pers ik er nog een flinke versnelling uit. Dan wordt het wat donkerder, maar nog niet echt koeler en dribbelen we terug via Manuels huis tot we op de tien kilometer zitten. Dat kost een paar bochtjes extra, maar… dat hoort zo! Echt leuk, moeten we vaker doen zo’n fartlek-doe-maar-wat-je-leuk-vind-training!
Betreft: Brief aan de Organisatrice van de HarderbosTrail
Betreft: Brief aan de Organisatrice van de HarderbosTrail
Geachte Anke de B.
Vanmorgen heb ik tijd vrijgemaakt om twee uur met u mee te gaan op een fijne trailloop door het Harderbos. U heeft gezorgd voor het vervoer,
de route en enige andere zaken. Daarbij heb ik wel een paar punten die u ter verbetering zou kunnen opnemen:
– Ten eerste liep het een beetje uit: we hebben toch zeker een kwart van de tijd overschreden en waren pas na 2 en een half uur weer terug bij het beginpunt. Ook de afstand voldeed niet helemaal aan de vooraf opgegeven 15 kilometer en liep uit met 2,5 kilometer.
–
Een groot minpunt waren de brandnetels die we onderweg hebben moeten trotseren. Natuurlijk kunt u de brandnetels niet verhelpen, maar de tip om een korte broek aan te doen, was geen goede.
– De route liet regelmatig te wensen over. Zeker een keer of 5 moesten we teruglopen.
Een doolhof is een aardige optie in een trail, maar zou beter in het begin passen dan aan het einde, wanneer de vermoeidheid toeslaat.
– Het tempo lag erg laag. Dit kwam onder andere door de in de route opgenomen trekpontjes en andere obstakels, zoals opgezwollen meren, fluisterschalen en een kudde dieren met jonkies.
Naast deze verbeterpunten wil ik toch ook graag wijzen op het volgende:
– Het was een ontzettend mooi natuurgebied. Naast de schoonheid viel ook de afwisseling tussen water, bos, bruggen en meren op.
– De fotoservice was aardig geregeld. Er zijn vele foto’s gemaakt.
– Het weer was perfect: er is geen regen gevallen! Het had iets minder benauwd kunnen zijn.
– Het was erg gezellig en het gezelschap was een perfecte combinatie.
Het was een fantastische ervaring. 
Deze run was onovertroffen, geweldig, adembenemend, uniek, super, briljant, genieten, avontuurlijk, afwisselend en fantastisch!
Ik hou me van harte aanbevolen voor een volgende keer,
Met vriendelijke groeten en een knipoog,
Joyce W. uit Almere

Friends Around
Deze week (deze dag zelfs) staat een run van 3 uur op het programma. Onhaalbaar. Met werk, vrije schoolmiddag en een druk weekend zit het er niet in. En al helemaal niet onverhard. Na lang mokken en schelden op de trainer heb ik besloten het op te delen. Dus ga ik vandaag een uur en van het weekend ergens twee uur. En dit uur ga ik met Vincent en Joyce sluit zich graag bij ons aan. De stoere kleine vent gaat in zijn trisuit. ‘Met de oude dames mee’, mokt hij maar vast. Maar die oude dames gaan wel lekker door het park en over de brug! Niet heul rap en snel, maar wel
onafgebroken. De kleine man kwebbelt, kwebbelt en kwebbelt. Onafgebroken. Op de brug komen we een kennis tegen die ons alledrie op de foto kan zetten, wat een bonus! Het is warm en soms zelfs wat benauwd, maar ik geniet met volle teugen van mijn gezelschap en het heerlijk lage tempo. Vol trots roepen we: ‘weer een kilometer in 7 minuten!’ We gaan het bos in en dat is voor Vincent even wennen. Dat is nog iets harder werken. Niet dat hij dan stil valt, letterlijk niet en figuurlijk ook niet, want de moppen blijven komen. We ontwijken de enorme stronthopen en gaan over zand en ongelijke paden. Na een kilometer of 3 begint Vincent te mokken dat het bos niks voor hem is. Dat het veel lastiger is. We gaan op zoek naar zijn energiepotje, maar dat blijkt verstopt onder heel veel geklets. Ondertussen loopt hij door en verbazingwekkend genoeg gaan we ook nog iets sneller ook.
Dan komen de herten voorbij. Ik hoopte er al een beetje op, maar het is toch een gelukje als ze voor je oversteken! Voor Vincent moesten we over het fietspad terug, die was het bos meer dan zat. We bewonderden de paarden en Vincent liep nog wel een beetje te mokken hoor. Maar ja, hij liep wel door en door. Ik word er een beetje onzeker van: het joch is nog zo klein, is dit niet te ver? Maar ook Joyce zag dat het hem minstens net zo goed afging als onszelf. Zijn loophouding verandert niet en gaat maar door. Ik kreeg ze niet meer mee het bos in helaas; maar wel begrijpelijk!
Joyce en ik namen nog een ommetje onverhard, terwijl Vincent verhard de brug op liep. Zo kon hij even op ons wachten en uitrusten en konden we elkaar toch in het oog houden. Ik zelf had nergens last van, nergens moeite mee en voelde geen enkel pijntje. Het was me wat benauwd, maar het ging geweldig eigenlijk! We liepen nog de brug over en in ganzenpad het trapje af en weer de wijk in. Vincent telde minuten af, want eigenlijk vond hij een uur wel genoeg geweest.
Wij ‘oude dames’ gingen nog door het park en Vincent nam de straat. Maar mooi niet dat het joch ging wandelen he. Wij natuurlijk ook niet. 9 Kilometer hadden we erop zitten. Alledrie. Vincent heeft me er weer even aan herinnerd dat onverhard rennen toch iets zwaarder is als gewoon asfalt lopen. Ik heb enorm van dit rondje genoten. Het grenst echt aan perfect.
Een Enorme H00p —PruTRuN
Een uurtje rennen tijdens Vincents hardloop-fiets(koppel)training onverhard zat in het vat: verdeeld in drie hartslagzones. Eerst 5 minuten zone 1, dan 5 minuten zone 2 en vervolgens 10 minuten zone 3 en dat dan drie keer. Maakt een uur. Ik had mijn korte broek aangedaan, want het was best warm.
Eerst half verhard inhobbelen richting het Vaartsluisbos en toen ging het al mis: zone 1 was wel onbereikbaar. Zone 2 ging lekker en ik dacht meteen maar het bos te gaan doorcirkelen. 1 Keer rechts, dan 3 keer links was het wilde plan. Zone 3 ging ook prima: geen geneuzel met een piepend horloge en lekker linksaf het zandpad volgen. Maar het zandpad werd smaller en smaller en smaller en smaller. Het gras werd hoger. De distels werden talrijker. De brandnetels hoger én talrijker. Zone 3 ging er aan, want hardlopen werd steeds minder hard. Spijt van de korte broek!!!! In zone 1 ging ik aan het wandelen (en krabben). Ik had weer betere paden gevonden.
Maar nu kwamen de muggen. In mijn oor. In mijn haar. Mijn mond. Oog. Het was reuze mooi in het bos, dat dan weer wel. Dan kan je kiezen: ergeren aan de muggen of maar blijven denken hoe mooi het is. Ik koos de laatste optie. Zone 2 liep ik lekker over het schelpenpad in slakkentempo. Dat is ook onverhard, maar uiterst begaanbaar dan! En vlak voor het sluisje mocht ik voor de tweede keer naar zone 3.
Ik volgde een mooi paadje, maar dat eindigde op de steiger. Terug dus. Not my thing. En toen zag ik weer een ‘uitdagend’ pad. Deze keer ging het niet over in een ondoordringbare gras-netel-distel massa, maar in ondoorploegbaar mul zand. Ik verkoos zelfs een ‘nistel-gretel-das’ pad om van dat zand af te komen! Toen moest ik al een beetje naar de WC. Ik nam gewoon de heuveltjes maar en liep vrolijk langs het meertje. Onderweg kwam ik niemand tegen, dus ik dacht al wel dat ik best het bos in kon duiken, maar het ontbreken van een toiletrol hield me tegen. Zone 1. Nu moest ik echt wandelen. Ik had de slecht-verharde weg kunnen pakken, maar hé, ik moest en zou onverhard! Als de zones dan een beetje in de knoei kwamen; dat kon nog net, maar dan wel zoveel mogelijk onverhard! Ik belde zelfs met Rob in zone 1! Zone 2 was een prima pad, maar toen MOEST ik echt. Echt echt. Echt heel nodig. Dus ik dook tussen brandnetels door het bos in. Ik verkoos mijn onderbroek boven de brandnetels om wat te vegen en vervolgde mijn weg zonder onderbroek aan. (is dat teveel informatie?) Ik liep het bos uit en -tada- 4 andere hardlopers! Ik trok mijn shirt nog maar een beetje extra naar beneden.
Ik heb ze een beetje ontweken eerlijk gezegd. Nog een onverhard heuveltje meepikken, maar ik liet de laatste zone 3 helemaal aan me voorbij gaan. Ik zou al lang blij zijn het uur vol te maken, tempo en hartslag liet ik helemaal voor wat het was. Toen ik er bijna was moedigde Vincent me nog even aan vanaf zijn fiets, maar ik voelde me toch een beetje naakt en vies en bezweet. Niet echt in staat vrolijk met de andere ouders te gaan kletsen die door Vincent waren gealarmeerd.
Ik heb nog nooit zo weinig gelopen in een uur met mijn 7,5 kilometertjes! En ik dook meteen de WC in en niet alleen om water te drinken! En dan sta je na een uur bij de auto en blijkt de telefoon de foto’s die je onderweg hebt gemaakt ook nog eens vergeten te zijn. Nergens meer te zien! Wat doe je dan?
Zonder onderbroek, zonder foto’s, zonder prestatie, met bultjesbenen en de wetenschap dat je zeker moet gaan tanken?
Ik heb KEIHARD gelachen. 😀
Het was namelijk zo mis allemaal dat ik het alleen maar heel erg lollig kon vinden. Want het was onvergetelijk!
ps. Na het tanken en douchen, vond Rob mijn foto’s gelukkig weer terug.




