Ik reed naar mijn vriendin en in mijn hoofd kwam de tekst van een oud liedje in me op:
“I’ve looked at clouds from both sides now
From up and down and still somehow
It’s cloud illusions I recall
I really don’t know clouds at all”
Dat kwam door de prachtige lucht die van rood, roze naar goud en geel kleurde. Onder de mooie warme lucht vertrokken wij voor een Easy Rondje van een Uurtje.
We liepen langzaam de brug over, de zon tegemoet. Het leek me erg koud voor we vertrokken, maar dat viel reuze mee! Dat kwam natuurlijk ook omdat wij elkaar verwarmden met een heleboel woorden, verhalen en een vriendelijk zonnetje ons onder haar hoede nam. Wij namen de schelpenpaden. Best veel modder en plassen onderweg om ons er aan te herinneren dat de zon de laatste dagen niet veel te zien is geweest en dat we haar voor later zelf zullen moeten bewaren.
We liepen niet al te snel rond de 7 minuut per kilometer, maar het was heerlijk. Ik heb weinig last meer van mijn hielspoor. We
gingen weer de Vaart over, vol plannen voor de toekomst. We gaan nog heel wat loopjes samen doen de komende tijd! Het is voor mij raar om van de andere kant onder de hoogspanningsmasten door te lopen.
We namen vooral de onverharde paden, hoe mooi is dat!
Ik was echt blij dat het allemaal heel erg lekker liep. Ik kon me niet herinneren in welke vorm ik het liedje toch herkende:
“Well something’s lost, but something’s gained
In living every day”
Maar het paste erg goed bij mijn stemming. Ik stampte door de modder heen en dan maakt het eigenlijk niet meer zoveel uit. We gingen terug richting de manege.
Iedereen zegt ons vriendelijk gedag. Voorbij de manege betrekt de lucht een beetje. We lopen een stuk over het asfalt, maar kiezen toch weer voor het halfverharde pad langs de snelweg. Ik krijg trek en we hebben het over eten en dieëten. Geen al te beste combi eigenlijk, gezien het feit dat ik ook al een tijdje naar het toilet moet.
Desalniettemin rennen we gewoon lekker door en blijft de regen uit. We nemen het gouden randje van de zon in ons hart mee. Het uurtje werden 70 minuten waarin we een prachtig rondje van 10 kilometer aflegden.
“I’ve looked at life from both sides now
From win and lose and still somehow
It’s life’s illusions I recall
I really don’t know life at all”
Ik ken het lied in de versie van Paul Young met Clannad. Na de toilet, banaan en thee blijkt het te oud voor Spotify en moet ik het de hele dag zelf maar blijven zingen! “I’ve looked at clouds from both sides now”. ‘s Middags regent het. Geen gouden zon meer te zien. Gelukkig heb ik het gouden randje bij me.
About "Clouds on Both Sides"
Onverwacht trainen
Om half vier vroeg het loopmaatje of ik ook naar de training zou komen, maar ik ontkende. Ik had nog geen schema ontvangen, dus ik wist niet of ik wel ‘mocht’ en ik had wat last van mijn hiel. Wat ik niet wist, was dat het schema intussen eigenlijk al in mijn mailbox lag, maar dat ik -en met name mijn telefoon blijkbaar-onbereikbaar was. Toen ik om half 8 naar mijn computer keek, zag ik dat ik een hoop ongelezen mailtjes had en daar zat het schema tussen met als verrassing: ga lekker trainen! In geen tijd had ik mijn sportspullen aan en een half uurtje later stond ik bij het clubje om mee te gaan trainen. Ik had wel meteen bedacht dat ik niet met de snelste groep mee zou gaan vanwege de hiel.
Een trainster en een groep waarin de eerste uitroep was: Wat doe jij hier? namen me mee het fietspad op waarover ik naar het clubgebouw toe gefietst was. Ik vertelde trots van mijn kleine ventje en we bleven maar aan het inlopen. Bijna 2 kilometer verderop was ik ongeveer weer thuis en daar gingen we een drietal steigeruns doen. Ik raakte aan de praat met een dame die ik benijd; omdat ze zich niet alleen heeft opgegeven voor de marathon van Parijs, maar ik zie haar ene na de andere inschrijving voor een trailloop voorbij komen.
Toen we warmgelopen waren, gingen we lantaarnpalen op hoog tempo lopen. Eerst 2, daarna 4 en zo verder tot 10. Op de weg terug mochten we rustig lopen en bijpraten! Ik liep in de straat ongeveer achter mijn huis. Ergens richting de zesde lantaarnpaal begon het te regenen en ik wenste dat ik het schema nog een uurtje langer genegeerd had en thuis aan de warme chocomelk zat. Het was zo gemakkelijk om eventjes naar huis te lopen…Maar dat doe ik natuurlijk niet! Ik maak alleen een foto om te bewijzen dat ik wel erg dichtbij de chocomelk was voor we weer op de weg terug gaan naar de fiets.
Daar loopt een heel lang fietspad en weer gingen we lantaarnpalen tellen. Eerst 10 stuks hard en 5 stuks rustig terug, dan 15 stuks hard en 5 stuks rustig terug en -hoe verrassend- tot slot 20 stuks op tien-kilometertempo. Ik nam het voortouw, want de marathonloopster-in-spé had een haperend horloge en zij heeft gisteren in Egmond gelopen, dus op de lange afstanden kan ze me niet bijhouden in mijn tien-kilometertempo. Ik tel hardop de lantaarnpalen af, maar soms is het de vraag of de paal links of rechts ook meetelt. Ik vind het even heerlijk om tegen de regen en de kou en de wind in te rennen en ik versnel dan ook aanzienlijk. Ik loop tussen de 12 en 14 kilometer per uur. Mijn aandacht is volledig afgeleid door het tellen van lantaarnpalen. Zelfs de pijn in mijn hiel is nauwelijks meer voelbaar, maar die speelt dan ook voornamelijk op als je een tijd stil hebt gezeten (‘s morgens vroeg dus). De zorgen daarover stel ik uit en ik hou me vast aan het idee dat het de vorige keer ook is overgegaan.
We moeten nog één keer tot aan de brug versnellen, maar mijn energie is er een beetje uit en ik merk dat ik even voor half acht nog wat heb gegeten en al een uur gewandeld heb vanavond. De marathonloopster-in-spé mag deze keer ‘winnen’… We lopen nog een groot rondje uit en omdat ik met de trainster loop te kletsen voorop, gaan we iets te hard.
Ik merk dat ik weer soepeler loop en dat ik ook wat minder bezorgd ben. Deze bliksemactie training doet me goed. Ik word er opgewekter van. Na een uurtje zijn we weer binnen en klets ik nog na tot de andere groep ook weer binnen is. Dan fiets ik naar huis en van de extra voedingspunten die ik met de bliksmactie heb ‘gescoord’, mag ik -ondanks het dieet- genieten van een heerlijke warme chocomelk!
‘s Avonds “stress” ik mijn hiel en mijn peesplaat helemaal: nu is de spier opgerekt en doet het allemaal geen pijn en eventuele kalkafzetting kan ik nu wegmasseren. Ik doe er helende spierzalf op en slaap een nachtje goed. ‘s Morgens is mijn voet licht stijf en deze dinsdag is het zaak om de spier kans te geven te genezen. Dat doe ik zoveel mogelijk zittend, wat niet al te gemakkelijk voor me is. Daar mijn enkelspieren ook wat hebben ingeboet aan sterkte en mijn knieën ook weer even moeten wennen aan de kortstondige, hoge belastingspieken die intervallen vragen, valt de pijn in mijn hiel eigenlijk zo goed als weg.
Grote Daden van een Kleine Held
Laat ik meteen met de deur in huis vallen: aan mijn eigen opdracht “drie kwartier in zone 1 lopen” heb ik me niet goed gehouden vandaag. En laat ik ook weer eens aan het einde beginnen: ik heb negen kilometer gelopen. Dat gaat natuurlijk niet in 3 kwartier en al helemaal niet in zone 1, maar daar deden we 54 minuten over. “WE”, dat zijn mijn kleine loopmaatje Vincent en ik. Alle gekheid op een stokje: mijn 9 jarige zoontje heeft dus NEGEN kilometer naast me gerend. Onafgebroken. Nog geen fotootje gemaakt! Dit is ‘by far’ zijn langste afstand ooit. Daarom heb ik toch lekker gelopen, want het was best wel gezellig en ik was natuurlijk hartstikke trots ook! En we zaten onder de modder, terwijl we toch lekker op het fietspad zijn gebleven.
Nog een stapje terug, want het ging ook niet helemaal vanzelf. Deze lange afstand was niet Vincents enige mijlpaal in dit uurtje rennen op zondagmiddag voor de lunch. Vincent was helemaal moe en kapot na 5 kilometer. Hij had het helemaal gehad. Hij liep te huilen. Hij wilde niet meer. Hij wilde in de warme douche en voelde zich leeg. MAAR HIJ DRIBBELDE WEL VERDER.
Hij blééf hardlopen, terwijl ik hem voorzichtig duidelijk maakte dat het volbrengen van een triatlon grotendeels op dit soort wilskracht gebeurt. En ik vertelde hoe blij ik was dat ik nu nog met hem mee mag lopen, want straks is dit een peulschilletje voor hem. En na een kilometer had hij zichzelf weer bij elkaar geraapt en hadden de tranen plaats gemaakt voor trots. Na zes kilometer besloten we samen geen paden dubbel te pakken en een echt rondje te maken. Toen liepen we alweer tijden boven de 6 minuten per kilometer en daarbij kunnen we kletsen en kwebbelen en als we de brug omhoog lopen, heeft Vincent zelfs weer genoeg adem om een mop te vertellen! Ook al doet zijn teen pijn, mijn kleine doorzetter blijft gewoon doorlopen en maakt de voor hem extreem lange duurloop af! Ik vraag me af van wie hij dat heeft 😉
En dan terug naar het begin: de eerste 5 kilometer heeft de kleine man in een moordend tempo afgelegd. De eerste drie kilometer gingen allemaal sneller dan 10 kilometer per uur en ik rekende er al gauw op dat we de 5 kilometer onder de dertig minuten gingen halen. We liepen over het fietspad langs de Oostvaardersplassen en slingerden zoveel mogelijk om de paardenpoep heen. De laatste kilometer was het zwaar het tempo vol te houden voor de kleine jongen en mijn hartslag gaf aan dat zone 1 ver buiten bereik lag, maar uiteindelijk liepen we de 5 kilometer in 28 minuten en 35 seconden. Wat een snelheid! Tenminste als je pas 9 jaar bent.
ik vond echt heel zwaar maar ik heb gelukkig geen spierpijn maar ik ben trots op mama en mij zelf en ik dacht dat we pas 7 kilometer hebben gelopen! maar uit eindelijk hebben we het over een echt leuk onderwerp en raad een wat dat was? triatlon!
over als ik groot ben zeg ik ik ga een rondje oostvaarders lopen en fietsen en dan zegt anke het is half 8!
maar het was heerlijk om even te renen! van vincent
Goede voornemens 2duizend16: als sneeuw voor de zon…
Goed voornemen numero 1 is net als zovelen hebben: Afvallen! Daar ben ik al een paar dagen mee bezig en het gaat behoorlijk goed. Ik ga maar 1 keer per week op de weegschaal staan. Er moet toch zeker 5 kilo af. Hopelijk gaat dat net zo snel als sneeuw smelt in de zon!
Het tweede goede voornemen is om een leuke baan te vinden. Wat dan ook. Teksten, video, organiseren: ik kom er aan!
Goed voornemen 3 is ook net als velen, maar dan anders: hardlopen! Ik ben natuurlijk net geen beginner meer en ik heb een paar doelen staan. Het eerste doel staat voor maart: de halve marathon in Spa. Over het circuit. Daar kijk ik naar uit en dat doel staat nog steeds als een huis. Lekker overzichtelijk.
Een huis met een flinke helling als oprit, dat dan wel. Asfalt in de overtreffende trap. Ik kom er aan en hoop van harte dat de sneeuw die nog moet gaan vallen nu, dan weer gesmolten is in de Ardennen.
Het tweede doel is inmiddels geschrapt: De Almere City Run heeft plaats gemaakt voor een vakantie. Niet verkeerd natuurlijk… maar toch, onverenigbaar. Hier wint de zon het duidelijk van de sneeuw! De ACR komt maar eens in de twee jaar in mijn plannen voor schijnbaar.
Het laatste en grootste doel staat in augustus gepland: een lange trailrun. Onverhard lopen. Door de Ardennen. Inclusief heuvels, modder, rivier-oversteken en bos. Tempo doet er niet zo toe; genieten en leuk-vinden staat
boven de finishtijd. Ik dacht eerst aan een kilometer of 30, maar langzaam aan ben ik vertrouwd geraakt met een dikke marathon-afstand en wil ik rond de 50 kilometer gaan genieten. Vanmorgen is de inschrijving geopend: ik kan kiezen tussen 33 kilometer of 65 kilometer. 33 Kilometer is me nu te weinig, 65 kilometer is me echter veel te veel! Van de drie doelen zijn er nu twee als sneeuw voor de zon……
Over de zon: Na een dag met heel veel regen gister, was het vandaag heerlijk zonnig weer. Met een tuinverbouwing was dit een prima dag om lekker te gaan lopen. Het mocht van de stratenmakers en de man vroeg zelfs belangstellend hoe ver ik dacht te gaan komen! Rond half 11 haalde ik Manuel op voor een uurtje onverhard. Want hoe lang of kort de trail ook wordt, onverhard oefenen is voor mij en voor mijn hielspoor het allerbeste. En vanuit huis kunnen we kilometers lang onverhard lopen door de Almeerse modder, gras en over de ongelijke paden. We kletsen en ik vind het tempo best hoog liggen. Niet dat het niet lukt (integendeel), maar ik
heb het koud en warm en mijn voet is gevoelig en ik ook. Ik wil van alles vertellen, maar heb weinig te zeggen. Ik voel me prima, maar het gaat niet goed. Ik ben blij en heb veel te mopperen. Eigenlijk loop ik lekker, maar het loopt ook weer een beetje saai. Alles is zo bekend, maar wat is het mooi in dit zonnetje! De tijden die voorbij komen horen voor mij eigenlijk niet echt thuis in de categorie ‘rustig aan’, maar het is wel goed! We zien ineens een onbekend pad en natuurlijk gaan we daar door de modder! Zo onbekend is het Kotterbos niet dat ik daar nog kan verdwalen, maar ik wist ook niet dat er nog geheel nieuwe paden waren! Aangename verrassing! Ik vond dat ik na 5 kilometer het tempo mocht gaan bepalen, maar écht veel langzamer gingen we niet. Manuel deed nog wel een verwoede poging op mijn klacht, maar boven de 7 minuten per kilometer kwamen we niet.
De keuze werd: dezelfde weg terug en over het uur heen gaan of over het asfalt terug en netjes een uur rennen. Ik had het niet gedacht, gezien mijn zin en enthousiasme, maar het werd dezelfde langere weg terug! Hoewel ik na een kilometer of negen wel dacht en vroeg: hoe ver is het nog?! Ik weet het antwoord op die vraag precies, maar het gaf vooral aan hoe weinig zin ik nog had. Niet dat stoppen en wandelen ook maar 1 moment in me opkwam en ik had ook geen spijt van de langere weg: ik was het gewoon wat zat. We renden 11 kilometer in 1 uur en 11 minuten.
De zon was er nog, de sneeuw is er nog lang niet en wat ik moet beslissen over de trailwedstrijd? Dat is nog net zo ver weg als de sneeuw bij deze zon! Hopelijk verdwijnen de kilo’s op dezelfde schaal als de goede plannen 🙂
Hé Joyce!
We besloten het jaar samen goed te beginnen en zijn lekker gaan hardlopen. Inmiddels begon het jaar van mijn kant met 4 looploze dagen en dat is niet echt een gewoonte, maar het komt er gewoon niet van. Er moeten heel wat decemberkilo’s gaan verdwijnen, dus een langzame lange duurloop op het programma is voor ons geen overbodige luxe. Niet dat wij nou in de obesitaskliniek welkom zijn, maar toch zou het mooi zijn me ook weer letterlijk wat lichter te voelen! Ik heb aan dat hardlopen ‘onverhard’ toegevoegd en wilde graag de hele route over de Buitenplaatsen van ‘s Graveland doen, die ik een paar maanden geleden gereduceerd had van 17 km naar 2 keer tien kilometer, doordat ik de route niet goed volgde en de route-afkorting naar 10 kilometer volgde in plaats van de volle 17 beloofde kilometers. Jij vond het prima, als ik maar in jouw tempo mee wilde gaan. Maar wat graag! Ik weet dat je langzamer gaat dan ik, maar dat vind ik absoluut geen probleem, integendeel.
Droog, bewolkt, niet al te warm: om een uurtje of tien gingen wij de statige panden langs van Natuurmomumenten. Jij deed je jasje nog even aan en ik had het koud, maar mijn rugzakje hield mijn rug warm. Ik klonk als een kameel met mijn water! Eigenlijk voelde ik me ook een zware, slome kameel. Ik zwaaide nog naar een mevrouw die achter haar PC moest werken. We kletsten onophoudelijk. De hele kerstvakantie werd tot in details doorgenomen. Ik schreef het al eerder: als er iemand is die alles begrijpt dan ben jij het wel! Voor mij was de route best bekend, maar jij bewonderde de bruggetjes, de buitenhuisjes, de ijskelder en de bomen en daardoor was het voor mij ook wel weer nieuw en leuk. We slingerden overal om de modder heen en namen lekker de tijd. Jij merkte het grafje op en daardoor zag jij op de berg dat we in kleine lusjes liepen! Ik liep daar dus voor de derde keer en dat werd me nu pas duidelijk! Shame on me. Ik zeg niet meer snel dat ik een feilloos routegevoel heb. Had ik hier de vorige keer ook al niet…
In het begin zagen we amper iemand en opeens werden we ingehaald door een andere loper en waren er mensen met hondjes en nog meer hardlopers. Ik had net gezegd hoe rustig het was, weet je nog?! We passeerden het 5 kilometer-rondje punt en ik begon het toen al zwaar te vinden. Het komt nog niet in mijn hoofd op om te gaan klagen en dat heb ik ook niet gedaan, maar ik vond je tempo alles behalve relaxed te laag liggen. Mijn hartslag was het daarmee eens en een groot deel van mijn spieren voelden aan alsof ze nog best een paar dagen rust hadden gewild. We kletsten gewoon door over andere zaken die belangrijker zijn dan een beetje spierpijn en dat hield me moeiteloos op de been.
Ergens onderweg vertelde je me iets wat voor mij zoveel dingen duidelijk maakte! Ik wilde je wel een dikke knuffel geven, maar dat is lopend ietwat onhandig. Het is niet zozeer dat we alles hetzelfde doen, maar praten met jouw maakt mij meer duidelijk dan een heel leger psychologen zou kunnen doen! We volgden de gele pijltjes en dat ging meestal heel goed, tot een paar auto’s het zicht versperden. Gelukkig wist ik nog van de vorige keer dat ik af moest slaan. En toen kwamen we op het tien kilometerpunt waar ik de vorige keer fout liep. Nu stond er geen auto voor het pijltje naar de 17 kilometer route. Dt was toch echt wel het doel van de dag! We gingen naar links en staken de weg over. Toen moesten we écht de gele pijltjes gaan volgen, maar dat was geen probleem. Hier en daar was het wel even zoeken naar het gele pijltje; achter het hekje bijvoorbeeld en ik was blij dat jij ze zag. Nu was het mijn beurt om ook van de nieuwe bruggetjes te genieten. En van de smalle paadjes. Ondanks dat ik gevoel had bijna een halve marathon te hebben gerend, zaten we nog niet aan de tien kilometer.
En toen ging het mis. Dat ene gele pijltje, bedoelt die linkslangs of linksom? We gingen linkslangs en vroegen het twee onwetende wandelaars, maar daarna kwamen we een wel heel vaag
paaltje tegen. Terug en linksom proberen en dat klopte. Ik had dat ommetje door de oude moestuin, langs het statige pand en de folley niet willen missen! Er waren heuveltjes en ondanks de dextro energy die ik van je had gekregen kon ik je niet echt goed bijhouden. En zo kwamen we weer terug bij het vage gele paaltje van een paar regels geleden. De twee pijltjes die er op stonden konden alle kanten op wijzen. We gokten eerst de verkeerde kant op en stonden bij een weg tevergeefs naar een ander pijltje te zoeken. De andere kant dan maar op. We kwamen een paard tegen en zwoegden (in mijn geval dan) verder over de onverharde en ongelijke grond. En toen stond er eindelijk weer een zichtbaar pijltje naar links! Lekker het bos in.
We cirkelen een beetje over dezelfde paden als het voetenpad dat om Hilversum heen loopt, maar ik herken er niks van terug. Ik ben wel een beetje beteutert dat we er pas tien kilometer op hebben zitten, maar jouw gezelschap maakt alles meer dan goed. Als ik hier alleen gelopen had, was ik linea recta met de bus terug gegaan. Mijn voet begint meer pijn te doen en ik vind ons tempo hoog liggen, terwijl het rond de 7 minuten per kilometer ligt! Maar ik klaag geen woord, want dan ben ik bang dat je me niet eens gelooft. En dan staan we voor de derde keer bij het vage paaltje.
Ineens is het me duidelijk: deze paal stond ooit los en is bij het opnieuw vastzetten een kwartslag gedraaid! Dat moet door dezelfde Hilversummer zijn gedaan die in zijn stad van de ene op de andere dag de éénrichtingsstraten heeft omgedraaid! We lopen weer een stukje terug over dezelfde paden. Ik geloof dat we nooit door de gespreksstof heen raken. Wel lukt het ons nog een keer om de route bijster te raken. Zou het iets met elkaar te maken hebben?! We komen deze keer op een doodlopend uitzichtpunt uit, maar jij vind gelukkig de route terug en we hebben er weer een lusje op zitten.
We steken de weg weer over en ik heb het idee dat het nu allemaal niet meer zover is. Het idee dat we nog 5 kilometer moeten lopen, heb ik niet, maar ik krijg het gevoel dat me dat nog wel gaat lukken. Ondanks de pijn aan mijn voet. We hadden het over breien, gymles, gezinnen en ik weet niet wat voor fraais allemaal meer. Eindelijk had ik het warm. We kwamen ook al weer erg gauw op het laatste stukje en ik hoopte toch wel dat het meer zou zijn. Vorige keer was het rondje van 10 kilometer ook al minder lang, maar wij zaten pas op 13 kilometer en we kregen het natuurcentrum al in zicht! Over de te lopen tijd hoefde ik me geen zorgen te maken. Ik moest nog een paar rondjes extra lopen over de kinderspeelplaats om ook op de 15 kilometer te komen en toen was het klaar. Qua tijd, qua route, qua zin, qua loopvermogen. Bij jouw, maar zeker ook bij mij.
Het lopen van mijn kant kan dit jaar alleen maar beter gaan. Al snel an het rondje deed mijn voet behoorlijk pijn en dat belooft niet veel goeds. Ik hield als een “volleerd” hardloper mijn mond dicht, want zolang je niks zegt en doet alsof er niks aan de hand is, is er niks toch? Dan is het altijd ‘morgen’ weer over, toch? Tijd voor thee. Dankjewel voor de lekkere muntthee.
Bij de thee en de overheerlijke groentespies bleef er een katterig gevoel achter: hoe konden wij nog een paar kilometer gemist hebben? Waar waren we dan toch de fout in gegaan? We bestudeerden de kaart en dat maakte het er niet beter op: op het verste punt, toen wij eindelijk blij waren een duidelijke pijl naar links te zien, was er nog een lusje naar rechts geweest!
We hadden de siertuinen gemist, potjandorie. Net als de vorige keer stond ik me daar te balen dat de route niet voltooid was! We hadden echt allebei hetzelfde gevoel dat het ‘niet af’ was. Het allergrootste voordeel: we moeten nog een keer terug! En dan trappen we niet in route-afkortingen of gedraaide paaltjes: dan lopen we ALLE lusjes. Allemaal! Maar dan in het voorjaar, afgesproken? Op naar meer trails samen en ik verheug me er NU al op!
ps: mijn voet is nog niet ‘over’, maar het gaat al weer beter een dag later hoor. Dankzij ons loopje had ik mooi extra punten om ‘s avonds te gaan eten en ik kon, vermoeid als ik was, heerlijk slapen. Ik weet niet of het komt door de buitenlucht, de inspanning, het drastisch minderen van de suikerinname of omdat ik me door de gesprekken met jouw een stuk lichter en opgeluchter voel! Op jouw bericht dat je zo fijn hebt gelopen en dat je “rijk bent met een lieve vriendin”, heb ik nauwelijks een antwoord. Want wat ben jij dan wel niet: iemand in de zaal die me kan vertellen wat de overtreffende trap van een ‘lieve vriendin’ is?! Joyce – dat ben jij!
Interview met Vincent over de training van Manuel
Hallo Vincent, wat heb jij gedaan vanmorgen? We hadden een training van Manuel, omdat er nergens anders een training wordt gegeven op oudejaarsdag. En Manuel wilde graag een goed rapportcijfer voor zijn training.
En is dat gelukt, dat rapportcijfer? Ja, maar het bestaat wel uit verschillende onderdelen. Hij deed het heel goed. Het was een heel leuk idee. Daar krijgt hij een 9 voor.
Wat moest je doen dan? We kregen kaartjes en je moest ver lopen of kort en dan moest je nog een ander ding bij doen.
Wat dan? Zoals op je benen staan. Of…. je ging … je moest op 1 been staan. En op het andere. En squatten. En anders moest je ver lopen. Dat was zwaar.
Moest je dan de hele tijd hardlopen? Nee, als we de opdracht zoals squatten of op 1 been staan, dan hoefde dat niet.
Was het duidelijk? Ja het was duidelijk, je kon het heel snel begrijpen.
En deed je elke keer hetzelfde? Nee, je moest kaartjes doorgeven en de ene keer moest je ver rennen en de andere keer kort.
Origineel, vandaar de 9 natuurlijk! En was het ook gezellig? Heel gezellig, ik kon lekker veel kletsen. Daar krijgt hij een 8 voor. En ik liep ze d’r ook even een keertje uit!
Maar daar ging het niet om toch? Nee. Het ging erom dat ik heel wat kilometers heb gelopen en dat het is gelukt!
Hoeveel kilometer dan? Vijf? Het waren er zes! (zegt mama)
Werd je er moe van? Ja! Het was best wel zwaar. Maar ik heb niet opgegeven.
En begon je meteen met de kaartjes? Nee, we deden eerst inlopen om even warm te worden. Daar krijgt Manuel een 7 voor. En na het kaartjes lopen, gingen we ook nog uitlopen. En daarna gingen we ook nog even wat rekken. En daarna mochten we lekker naar huis.
Duurde het te lang? Nee, ik vond het precies een goede tijd.
Deed je ook goed mee? Meestal… Wanneer niet dan? Bij het rekken was ik een beetje stuiterig. En mama, deed die goed mee? Ja, maar die moest de hele tijd lekker ver lopen en ik kon de hele tijd met Manuel meelopen.
Wil je nog iets vertellen over de training? Ik vind wel dat hij goede training geeft, ik vind het goede ideeën. En ik vind het gewoon leuk om een keertje met zijn drieën te trainen en niet met een hele groep waar we de hele tijd op moeten wachten. Verder heb ik eigenlijk niks meer te vertellen.
En wat is het eindoordeel? Welk cijfer krijgt Manuel? Een 9! Heel goed hoor. En ik wil het nog wel een keertje doen!
Het tien kilometer-testrondje voor de vierde keer
Aan het einde van elk jaar loop ik 10 (12 of 15) kilometer op een flink tempo en dan ga ik onder de snelwegen door en laat ik het knallende vuurwerk even achter me voor de champagne openbarst vergezeld van oliebollen, maar dit jaar komt het er niet van. Ik zie het op mijn schema, ik voel het aan mijn voet en ik heb al tien kilometer met post gesjouwd. Dit jaar valt het oudejaarsronde nog voor de dertig in december zit.
‘s Avonds ga ik met Manuel een uur in zone 2 lopen. Ik hou me maar netjes aan het schema, aangezien mijn linkervoet toch echt wat protesteert na een dubbele (laatste) postronde. We gaan de Oostvaardersplassen door. Ik vrees dat ze volgende week het hek sluiten. We doen net alsof het ons niet hindert dat het donker is. Maar ondertussen…. “Hoor jij ook wat links?” “Ik weet niet waar we hier doorheen soppen nu, maar mijn voeten worden nat en het klinkt vies!” “Wat duurt dat fietspad lang in het donker…” Ik heb geen idee hoe hard we eigenlijk gaan. Ik gok zo rond de tien kilometer per uur, maar Manuel zegt dat we iets sneller gaan. Het is stervensdonker en van het uitzicht genieten lukt niet zo goed. Maar toch is het best uniek om hier door het donker te denderen.
Vier jaar geleden liep ik aan het einde van 2012 voor het eerst een eindejaarsronde van 15 kilometer toen. Over de (snelste) 10 kilometer deed ik toen 1 uur en 1 minuut. Mijn gemiddelde hartslag lag netjes op 152, maar ik was toen verkouden en het waaide behoorlijk. In 2013 deed ik een ronde van 12 kilometer en over de snelste 10 kilometer deed ik net geen 59 minuten. Dat was twee weken na de marathon van Spijkenisse en ik deed echt een loop op een flink tempo voor mijn doen op dat moment. De gemiddelde hartslag lag met 157 slagen per minuut ook een stukje hoger. Vorig jaar deden we hetzelfde rondje al op 30 december en toen liep Manuel ook mee. We liepen intervallen, met stukken versnelling. We liepen nog maar 11 kilometer en het snelste stuk 10 kilometer nam maar liefst een uur en 2 minuten in beslag. De gemiddelde hartslag lag wel op de 150. Toen had ik er 177 trainingsmomenten in dat jaar opzitten en bleef de hardloopteller steken op 1708 kilometer. Nu ren ik voor de 199ste keer dit jaar (en geloof me: die 200ste volgt zeer zeker ook nog!) en is de teller de tweeduizend al gepasseerd.
We rennen tot de dijk en keren om. “Zullen we langs de kassen terug gaan?” vroeg ik. “Ja!”, antwoordde Manuel en ik schold ‘m voor de vorm wel uit voor schijtert, maar zelf was ik, als nog grotere schijtert, maar wat blij met het antwoord! De wind hielp ons nu niet meer mee, maar we konden moeiteloos blijven kletsen. De heuveltjes (lees: 2 bruggetjes) op mocht ik lekker in zone 4 doen en dat was geen moeite en een prettige onderbreking. Net als in 2013 deden we over de tien kilometer net geen 59 minuten. 10 Seconden sneller nog! Maar de hartslag van 152 lag precies zoals in 2012, toen ik nog heel wat meer tijd voor de tien kilometer nodig had. Vooral de mate van inspanning wassignificant gedaald! Ik was niet echt doodmoe of kapot en had gewoon het gevoel dat ik prettig tien kilometertjes had gerend. Ik heb niet het gevoel dat ik het uiterste gegeven heb en dat terwijl ik best iets teveel (kerst)kilo’s mee moet slepen. Volgend jaar maar weer kijken hoe het ervoor staat.
3: Derde Kerstdag, Derde x Naardermeer en Top Drie's
Iemand van de loopclub nodigde me uit om mee te lopen in Almere Poort. Maar op mijn schema stond ‘onverhard’ en Poort is saai en verhard. Dus na lang beraad legde ik de uitnodiging naast me neer. Om half 10 kwam Manuel me halen voor een rondje om het Naardermeer. Daar ben ik dit jaar al twee keer eerder geweest, maar dan in het voorjaar! Ik nam mijn gevulde rugzakje mee, lange broek aan en om tien uur gingen we lopen.
We bespraken de kerst met neefjes en nichtjes en na twee kilometer vielen we stil. We hadden weinig meer te vertellen. Dat brengt me op het eerste top-3 lijstje
voor vandaag: De Loopmaatjes. Op de derde plaats staat mijn kleinste loopmaatje, die onafgebroken kwebbelt, maar nog niet echt toe is aan de lange duurlopen: Vincent! Op de tweede plaats staat mijn vriendin aan wie ik werkelijk alles kwijt kan, die een heerlijk duurlooptempo heeft en mijn getuige is: Joyce! En op de eerste plaats staat Manuel. Omdat hij natuurlijk degene is die me door de marathon heen heeft geholpen, de scheldbui heeft moeten ondergaan op de Oostvaardersdijk en die altijd zijn tempo naar beneden aan moet passen voor mij. En voor de foto’s en het openhouden van alle hekjes. En omdat zwijgend voortlopen soms ook gebeurt. Zoals nu, kilometers lang langs het Naardermeer, ieder in gedachten verzonken.
Eigenlijk heb ik overal een beetje last van: ik voel mijn benen zwaar zijn en neig zelfs naar een beetje kramp. Ik heb lichte hoofdpijn, voel me stram en dik. Dat brengt me meteen op de minst prettige top-3 van het jaar: die van blessures. Niet dat ik dit jaar echt grote last van blessures heb gehad, maar er waren toch wel een paar ‘opstoppingen’. Op de derde plaats staat de last die ik nu weer heb van mijn linkerhiel/hak: de oude peesplaatblessure speelt wat op. Dat komt door het rondbrengen van de post en de wat verminderde mentale veerkracht. Zo erg als in 2014 is nog lang niet, maar ik moet wel even opletten. Op de tweede plaats staat de goorste blessure: de bloedbaar die ik in Portugal door een prachtig zee-avontuur opliep. Inmiddels helemaal genezen, maar dat was wel een paar dagen zeker pijnlijk. Op de eerste plaats staat een ‘onzichtbare’ maar hardnekkige, blessure die ervoor zorgt dat de Just Aap Run op een mislukking uitdraaide: de mentale blokkade. Tijdens het rondje Naardermeer zitten ze me ook weer danig in de weg en dat zorgt ook voor mijn zwijgzaamheid tussen kilometer 2 en 6 ongeveer.
Het was hier en daar wat modderig en dan ben ik eigenlijk al snel op het volgende lijstje: Welke trailruns waren nu het leukste in 2015? Eerder kwamen deze trainingen niet voor in het programma en nu kan ik zelfs moeiteloos een top-10 maken! Ik beperk me tot de top-3
hier. Op de derde plaats staat de route die ik alleen deed tussen Rhenen en Veenendaal (12 augustus). Mooi weer, mooie omgeving en veel afwisseling. Op de tweede plaats staat de eerste keer dat ik het traillopen begon te begrijpen: over het ATBpad op de Utrechtse Heuvelrug (9 januari). Ik gooide de tijden overboord en Manuel en ik verdwaalden er vrolijk bij. Op de eerste plaats staat het Voetenpad rondom Hilversum (1 augustus). Wat een eind en wat een afwisselende ondergronden en half bekende omgevingen, deze was heel gezellig.
We gingen over de weg aan het lopen en lieten het modderpad even links liggen (letterlijk zelfs), omdat een beetje modder wel aardig is, maar een modderig koeienspoor toch te ver gaat als er een goed pad langs loopt! En daarmee kom ik op de minst leuke wedstrijden van dit jaar uit: Op de derde plaats staat de Zeebodemloop in Lelystad (6 juni): ik mocht maar voor de helft hard gaan en het was te warm. Op de tweede plaats staat de Halve Marathon in Schoorl (8 februari) die ik samen liep met Zélia en waar ik
veel van leerde, maar niet veel van genoot. Op de eerste plaats komt die modder terug: wat vond ik dat een ellende bij de Pampushoutcross! Toch gingen we nu de modder wel door en we sneden niet af over de weg. De eerste tien stappen glibberen zijn vreselijk, maar dan zijn je schoenen (en tenen en broek) vies en dan maakt het niks meer uit. Ik moest er zelfs om lachen! Dan ineens doet het hele tempo er niks meer toe.
We staken de spoorlijn over en liepen langs het ezeltje. We kwamen eigenlijk al een lange tijd vrijwel niemand meer tegen. Het is echt rustig op deze druilerige derde kerstdag. Door de modder kom ik een beetje uit de lethargie en ik denk er aan om verderop op Manuel te wachten en het ommetje langs Fort Uitermeer te laten voor wat het is. Maar ik geef natuurlijk niet op en ga mee langs de Vecht. Daar heb ik een paar helden voor, die mij ‘lopend’ houden. De derde plaats is een gedeelde plaats voor “de moeders”: De moeder van het schoolplein met 3 kinderen die niet alleen een beetje voor de marathon traint, maar die de hele triatlon voor haar rekening neemt naast het opvoeden én voor de andere moeder die de zevenheuvelenloop binnen anderhalf uur rent naast het hebben van 2 banen (waarvan 1 onregelmatig in de zorg) en 4 kinderen. Een drieling krijgen is nog altijd zwaarder dan een marathon, zegt ze. Op de tweede plaats staat de loper P van de loopclub die letterlijk in het zicht van de finish zijn drie-uursdroom in duigen ziet vallen omdat hij echt niet meer kan lopen. Maar omdat het later in het jaar toch gelukt is, kan hij nu vast tevreden kerst vieren! Op de eerste plaats staat met stip mijn trainer Merijn, omdat die mij écht aan het lopen houdt, ik door zijn ‘toedoen’ hier een beetje door de modder loop te genieten en hij me opnieuw heeft leren hardlopen en genieten en daarbij ook nog steeds probeert het beste in mij boven te halen. Toch krijgt hij me niet door de moddervelden van de koeien waar vorige keer de kluiten ingedroogd al lastig over te komen waren. Er zijn grenzen, zeker als ik het fietspad weet. Dus lopen we heel lang, saai, recht over het geasfalteerde fietspad langs een drukke weg en kom ik er tot overmaat van ramp achter dat ik mijn horloge na de korte foto-eetstop niet heb aangezet en ik dus anderhalve kilometer mis! grmbl.
Deze training breek ik er niet voor af, maar ik herinner me wel de 3 grootste mislukkingen van dit jaar: op de derde plaats staat een training op de brug met de snelle groep mee in de hitte op een veel te hoog tempo. (14 juli) De tweede plaats wordt bezet door een andere training van de loopclub in mijn ‘eigen’ Oostvaardersplassen: ik ging met de langzame groep mee omdat ik die dag al 65 kilometer had gefietst, maar het was zo’n saaie op- en neer-training dat ik er halverwege de brui aan gaf en alleen door het bos terugliep. (16 juli) Op de eerste plaats staat de enige training die ik echt af moest breken omdat het niet meer ging en wat voelde ik me daar rot over, maar wat was het heet in Eindhoven toen ik daar proefliep (29 augustus). Zo heet was het vandaag bij het Naardermeer gelukkig niet en langzaam op het fietspad, verdreven mijn donderwolken en begon ik Manuel zijn top-3’s te vragen.
Nu lijkt het wel een beetje of ik bij de loopclub vooral mislukte trainingen had, maar dat is niet waar! Ik heb namelijk ook een top 3 met leukste groepstrainingen. Op de derde plaats staat een training met 8 snelle heren, een brug die keer op keer beklommen moest worden tegen de storm in en regen. Ik was elke keer strak laatste, maar ik vond het wel leuk! (9 januari) Op de tweede plaats staat een training op het grasveldje met hoedjes, de laatste keer van de liefste trainster van de club het donker in lopen (20 april). Bovenaan deze top prijkt de trailtraining over de Kemphaan, die ik keurig in de kalme zones hield. Dat was toch met dezelfde groep als die kwam opdagen bij de mislukte trainingen! Manuel en ik mogen het fietspad af en gaan weer lekker de zachte ondergrond op. We gaan niet snel en tien kilometer kost dik een uur, maar hier begint het genieten weer!
De top-drie’s brengen gesprekstof met zich mee en we lopen niet langer zwijgend voort. Daar ter plekke vergeten we wel een aantal momenten, maar nu heb ik nog tijd voor de drie leerzaamste trainingen: Op de derde plaats staat Merijns training (4 februari), waar ik leerde over grondcontact en overspoeld werd door zoveel nuttige informatie dat ik het maanden kon verwerken! Op de tweede plaats staat de WoonDoomDoem training (9 februari) waarin ik 18 keer de woondome oprende en leerde hoeveel invloed de mentale gesteldheid heeft op de loopprestatie. Op de eerste plek staat het trainingsrondje om de Oostvaardersplassen met Manuel, waar ik zoveel geleerd heb over voeding en de Man met de Hamer, wat op geen enkele andere manier gelukt was. Wij lopen over de vlondertjes door het Naardermeer naar de vogelkijkhut, maar er is kraai noch kind te bekennen.
De voeten zijn opgedroogd en klaar voor het laatste stukje modder.
Deze keer komen we er kwebbelend doorheen. Ik heb nog een apart lijst van memorabele momenten in het jaar, omdat ze heel bijzonder waren als training of wedstrijd en ze anders onvermeld zouden blijven! Die laten zich niet zomaar vangen in een top drie. Het worden er vijf in dit geval en dan laten we (plaats acht) de run over de Buitenplaatsen (17 september), het hardlopen in de Portugese Algarve (begin mei) over het strand (zevende plek) en de Natuurmarathon met M (3 mei) (op plaats 6) even buiten beschouwing. Op de vijfde plaats prijkt de trainingsloop door het Amsterdamse Bos, waar ik me van mijn meest sociale én snelle kant liet zien. Op de vierde plek staat het rondje met Vincent door de regen op 15 oktober, toen ik net zijn ‘getrouwde’ moeder was. De derde plaats is dan natuurlijk de marathon in 3 dagen (22-24 augustus) en dan met name de 25 kilometer-loop, waarin ik besloot te trouwen. Op de tweede plek komt de Just Aap Run (6 september): waar ik een toptijd liep van 49 minuten, maar ik in mijn hoofd niet eens wilde starten! Datzelfde gevecht vond plaats op 11 oktober voor het lopen van de Marathon van Eindhoven en die ‘blessure’ zorgt ervoor dat het niet mijn mooiste wedstrijd is geworden, ondanks wederom een hele goede tijd en een onwaarschijnlijke vooruitgang. Voor Manuel is de marathon die hij in Lissabon heeft gelopen wel de mooiste wedstrijd van het jaar. Bij mij staat de marathon niet eens in de top drie….
Inmiddels hoeven wij alleen nog maar Bussum door de steken en moeten we wachten voor een trein die passeert op het spoor. Ik heb inmiddels de looptijd wel overschreden en ik vind het ook wel een beetje genoeg. Toch lopen we niet direct terug naar de auto, maar nemen we een klein ommetje om bij het uitzichtpunt te komen, maar op de weg daarheen, na 2 uur en tien minuten, hoeft het extraatje niet meer voor mij. Manuel klokt 18 kilometer af en ik ‘maar’ 16,5. Ik heb twee uur gelopen en Manuel meer, maar dat komt doordat ik mijn horloge tussentijds te lang heb uitgezet. Blijft er nog 1 lijstje over: de
Wedstrijd van het Jaar. Ik doe er toch stiekem weer vijf…. Op de vijfde plaats staat de crosscup in het Kromslootpark (8 november). Ik genoot, hield me het eerste deel in en overwon de mentale blessure. Op de vierde plaats staat de Zevenheuvelenloop (15 november), waarbij ik werkelijk in alles won: snelle tijd, geen zenuwen, geen bijwerkingen en een perfecte wedstrijdindeling. Op de derde plaats staat de enige wedstrijd waarin de indeling en overwinning nog groter waren: de 30 Van Almere (27 september), met de spectaculaire eindsprint in de laatste kilometers. En dan op de tweede plaats (het wordt spannend): de Almere City Run (11 juni), waarbij de spanning ook ontbrak, de genietfactor hoog lag en het tempo zo mogelijk nog hoger met die prachtige eindtijd als gevolg. Op de eerste plaats staat dus niet de marathon, niet de tien-kilometerwedstrijd onder de 50 minuten en niet het PR op de halve marathon. De eerste plaats is met vlag en wimpel voor de Circuitrun over Spa Francorchamps (7 maart). Leuk, zwaar, heuvelig, een belevenis en nog snel ook. Dat moment dat ik het eerste rondje aan de andere kant van het circuit uitkeek over de paddock in de verte in een waterig lentezonnetje was voor mij het hoogtepunt van het hardloopjaar.
Met onze moddervoeten en broeken durfden Manuel en ik niet tussen de keurige derde-kerstdagvierders een kop thee te gaan drinken in het restaurant, dus wij reden naar huis voor een bekertje chocomelk en een schrobbeurt. Er blijft nog 1 lijstje over: 3 keer Naardermeer. Die van vandaag staat op de derde plek: het was aan alle kanten iets te kaal en te somber zo in de winterstemming. Op de tweede plaats staat de andere keer met Manuel dat we dit rondje liepen (17 april): sneller en soepeler voor mijn gevoel. Dus die ene, eerste keer dat ik alleen liep en nog veel slomer was en veel te veel foto’s maakte, dat was de leukste keer. (10 april) Ligt niet aan het gezelschap van het top1-loopmaatje, maar in sommige gevallen is drie keer niet het scheepsrecht en telt de verwondering van de eerste keer hoger mee.
Kerstochtendloopje: moeder en kind
Uitslapen. Wakker worden. Opstaan. Gaan hardlopen. Zone 1. “Vincent, ga je mee?” “Ja, natúúrlijk, mama! Hoe ver?” “Kilometer of 6?” (denkt tien seconden na)”OKÉ”
We gaan langzaam aan, tja, dat is zone 1 he. “Mama, je loopt weer te hard, want je horloge piept in mijn oor. Dat is mijn hoogte, zie je.”
“Zal ik je vertellen hoe mijn boek van Marijn en de Dolfijn gaat, mama?” “Goed jongen” Zeg ik en ik denk erbij: dan lopen we in elk geval niet te hard. Het is een spannend verhaal over blauwe gaten, aardbevingen, vriendinnetjes en heksen in de nacht. Het houdt ons zeker drie kilometer bezig. Ik hoeft niks te zeggen en alleen het tempo te drukken tot zone 1.
Fietsers zonder bel roepen hard “TRINGELING” achter ons. “Zo, jullie zijn sportief bezig“, voegen ze ons toe als ze voorbij gaan. “Jullie gaan ook heel goed hoor!” “Fijne kerstdagen!” Er zijn ook veel andere hardlopers. In twee soorten: joggend ingepakt met muts, handschoenen en warme broeken of in korte broek met een fiks tempo.
“Hier hebben we mijn kinderfeest gevierd, maar nu zijn de ruimteschepen weg.” “Ja, schat, gaat het nog qua tempo?” “Ik word nu wel een beetje moe hoor mama, maar ik denk dat we al twee kilometer hebben gerend of niet?” “Ik ga een foto van je maken en dan moet jij een foto van mij maken.” (ik zeg niks over de 4 kilometer)
We lopen rechtdoor bij het Oostvaarderscentrum in plaats van af te slaan. Mijn kleine metgezel babbelt gewoon door en heeft er vertrouwen in dat ik de weg wel weet. Het is modderig en we komen veel wandelaars tegen op deze eerste kerstdag. “Nu mag ik mama!” Wat?? Mama is een vraagteken. “Goedemorgen mensen, fijn kerstfeest!” O, zo! Dat! “Zo doe je dat he mam, dan is iedereen weer blij”
“Vincent, we komen dadelijk op het intervallen pad en dan heb ik een probleem, want ik weet niet of je intervallen wilt lopen, dat je nog iets harder gaat. We kunnen ook gewoon rechtdoor over het fietspad lopen.” “Echt niet! Mag ik dan harder rennen?! Niet te lang toch? Dat doen we!” Hij jubelt er nog net niet bij. Hij sprint voor me uit! Niet normaal! Ik hou hem gewoon niet bij!! “Mama, ik haal je in!” En ook de drie keer daarna wordt mama er finaal uitgelopen. “Maar ik heb alleen nog maar een banaan gegeten en een bekertje water” luidt mijn (zwakke) excuus. “Ik heb maar 1 bolletje op hoor! Met zoet erop, want jullie waren er niet bij, hihi.” “Nog 1 keer versnellen, dan is het pad voorbij” “Ik haal die laatste paal niet meer sneller, mam. Echt niet. Dat kan mijn hart niet.” “Gewoon proberen lieverd, tot de bocht. Je mag op elk moment stoppen als het je niet meer lukt” Dan kan ik jouw een keer bijhouden, hoop ik; maar dat zeg ik niet. Valse hoop. De kleine sprint het hele stuk. Voor me uit. Doorzetter.
We gaan de heuvel op. Er komt een korte-broek hardloper omhoog. “Ik heb harder gerend als mijn mama, goed he” De andere hardloper (categorie jogger) knikt vermoeid. “Fijne kerstdagen meneer“, is alles wat ik er aan toe te voegen heb. Gelukkig heb ik al een rood koppie van de inspanning. We stoppen voor een foto.
Even de paarden bewonderen en zo kan het jochie ook op adem komen van de intervallen. Daarna dalen we weer af en pikken we het hardlopen weer op. “Mijn hart kan dat niet, zo snel gaan als ik. Daar moet ik van hoesten, omdat mijn hart dan een stukje draait. Snap je, mam?” “Uh, nee… Je hart is ook een spier en die hebben we met de intervallen getraind. Daarom moet je ook rust nemen, dan wordt die spier sterker.” We snappen elkaar even niet. Gelukkig leidt de hardloper die we tegenkomen ons af. Het is er 1 van de categorie korte broek die met zijn camelback heel ver gaat lopen. “Hoe ver denk jij mama?” “Ik denk zo’n kilometer of twintig.” “Dat red ik nog niet, of wel?!” “Nee, kerel, maar de kilometers die jij nu al hebt gedaan, zijn ongeveer hetzelfde voor jouw formaat.” En we zijn nog niet thuis, maar dat weet ik alleen…“Gingen we ook over deze brug daarstraks?” “Nee, nu gaan we de andere brug over” Stilte terwijl we omhoog moeten lopen. “Kijk, daar is de meneer die we op de heuvel zagen, zullen we hem inhalen?” “Nee, mam, dat mag niet van je horloge. Die piept.” “Zullen we het trapje afgaan?” “Waarom?” “Omdat dat onverhard is.“…… “Nee, laat maar. Je bent al een beetje moe nu toch?” “Ja, wel een beetje. Maar ik denk dat we ook bijna 5 kilometer hebben gelopen.” Het moment voor mama om wijselijk haar mond te houden. “We gaan wel door het park.” “Nee, ik wil onze straat.” Mama houdt vol en we gaan door het park. “Hoe lang nog?” “De tijd stond ingesteld op 45 minuten en er zijn er 43 van om.” “Nog twee minuten dus.” “Dan speelt er een leuk muziekje.” “Op je horloge?! Dat moet ik horen!” “Aan het einde van het park stoppen we met rennen.” “Ja, graag!”
We lopen langs ons huis, want er is nog een half minuutje over. We dribbelen op en neer tot het muziekje klinkt. Zes komma negenennegentig kilometer. De laatste 10 meter lopen we er in een paar seconden bij. We hebben dus 7 kilometer gerend! Het kereltje schrikt er even van, maar is alweer op adem. De rekoefeningen zijn stom, maar het moet van mama. Over de vijf kilometer hebben we 31 minuten en 37 seconden gedaan. Een verbetering van zijn record met ruim 2 minuten. Nogal moeiteloos gehaald. De ruzie over de douche is al beslecht: Vincent mag eerst. Met een buiging van (de trotse) mama.
Manuels Trainersstage en mijn 2000ste kilometer
De komende twee weken staan de Just Run trainingen op het programma, maar laat er nu net kerstvakantie zijn! Dus wierp Manuel zich op om mee te gaan als trainer. Op maandag hadden we zo de vrijheid om de training door de slechte weersomstandigheden uit te stellen, dus vond deze training in dit uitzonderlijke geval plaats op dinsdagavond kwart voor 9. En dan nog kan ik er tegenop zien! Ik had namelijk al 12 kilometer gewandeld met post op deze dag en was al een beetje moe en dan is mijn hiel ook wat ‘gevoelig’. Niet gezeurd, gaan met beentjes!
Manuel heeft wat last van een aanstormende blessure, dus die blijft de hele tijd langzaam aan voortdribbelen. We gaan eerst netjes inlopen. Tot zover een zeer goed voor de training! Het tempo ligt niet heel hoog – voor Manuel dan… Ik vind het wel heavy, vooral als we tegen de wind in gaan. En dat gebeurt na een 750 meter al en dan gaat mijn hartslag van zone 1 naar zone 2 toe. De beoordeling vervalt hiermee naar een goed. Als ik aangeef dat ik wel klaar ben voor wat training, mag ik een steigerun doen: het is best ver over 300 meter, maar ik deel het keurig in op basis van mijn hartslag! Goed. Vervolgens mag ik net even bijkomen en dan heeft de trainer-to-be weer iets nieuws verzonnen: 4 lantaarnpalen op tempo heen en dan omdraaien en mee doorhobbelen tot de volgende lantaarnpaal. Prima klusje, maar de training-in-opleiding vergeet dat doordribbelen op 9 km/uur de hartslag niet snel verlaagt en de lantaarnpalen (maximaal 2 stuks) rust zijn daardoor veel te kort. Heeft die trainer mooi geluk dat ik een trouwe uitvoerder ben en niet genoeg adem overheb voor klachten! Oei, dat zijn minpunten en de training-beoordeling is nog net ruim voldoende. Ik tel wel 7 keer 4 lantaarnpalen af en dan moet ik echt even bijkomen en doe ik al lopend mijn best de hartslag wat te verlagen, maar dat duurt een hele tijd. En onder de 145 krijg ik de hartslag nauwelijks! We komen bij de brug naar de Vaart en ik word in hoog tempo naar boven gestuurd. De training is in elk geval heel duidelijk en helder, dus voorlopig blijft het een ruim voldoende. Ik vind het wel leuk om hard tegen de wind in de brug op te rennen! De hartslag gaat hard omhoog en daalt onmiddellijk als ik omdraai, afdaal en wind mee heb. Het is spectaculair om dan van hartslag 173 naar 137 te gaan binnen een minuut! Wat een verschil, die wind! Koud is het niet.
En dan ga ik er overheen: dit jaar heb ik 2000 kilometer hardlopend afgelegd. Tweeduizend! Dat is een eind Europa uit. Ik sta in Bukarest als ik naar het oosten ren of naar Sint Petersburg in het noorden, terwijl ik in het zuiden Valencia voorbij ben.
We komen bij een hofje en daar ga ik een rondje op tempo rennen, terwijl de trainer doorhobbelt. Hij gokt op anderhalve ronde, maar ik weet nu nog niet of dat zelfonderschatting is of dat ie mij overschat, want ik kan best een heel stuk op 13 kilometer per uur rennen, maar als Manuel op 9 kilometer per uur rent, dan duurt het nog een hele tijd voor ik hem bijhaal op dit rondje van 400 meter. Ik doe mijn best en ga echt hard voor mijn doen, maar na 3 rondjes is het wel op en wacht Manuel me op om een foto in het donker te maken. Ik heb dan een kilometer in 4:30 gerend en dat voel ik best! Deze inschattingfout kost toch echt punten en daarmee is het nog maar net een voldoendetje. Eindelijk mag ik van de trainer (die nog niet helemaal op kan voor zijn examen) een stukje lopend bijkomen. We gaan nog een heel eind
uitlopen en dat vind ik wel prima! Gelukkig komen we alleen maar bij de Woondome langs. Het is ietsje te gezellig, waardoor de trainingselementen een beetje in de vergetelheid raken. Dat is leuk en aardig, maar het tast de voldoende toch nog een beetje aan. Ik kan nog even klagen en mopperen en na 10 kilometer zijn we rond. Het was een leuke training, maar ik denk wel dat Manuel nog even moet oefenen voor hij de zaken bij Just Run kan overnemen! Het zal erom spannen of het nog net een voldoende is. Niet slecht voor de eerste keer, maar er is op zijn best wat ruimte voor verbeteringen!





