We besloten het jaar samen goed te beginnen en zijn lekker gaan hardlopen. Inmiddels begon het jaar van mijn kant met 4 looploze dagen en dat is niet echt een gewoonte, maar het komt er gewoon niet van. Er moeten heel wat decemberkilo’s gaan verdwijnen, dus een langzame lange duurloop op het programma is voor ons geen overbodige luxe. Niet dat wij nou in de obesitaskliniek welkom zijn, maar toch zou het mooi zijn me ook weer letterlijk wat lichter te voelen! Ik heb aan dat hardlopen ‘onverhard’ toegevoegd en wilde graag de hele route over de Buitenplaatsen van ‘s Graveland doen, die ik een paar maanden geleden gereduceerd had van 17 km naar 2 keer tien kilometer, doordat ik de route niet goed volgde en de route-afkorting naar 10 kilometer volgde in plaats van de volle 17 beloofde kilometers. Jij vond het prima, als ik maar in jouw tempo mee wilde gaan. Maar wat graag! Ik weet dat je langzamer gaat dan ik, maar dat vind ik absoluut geen probleem, integendeel.
Droog, bewolkt, niet al te warm: om een uurtje of tien gingen wij de statige panden langs van Natuurmomumenten. Jij deed je jasje nog even aan en ik had het koud, maar mijn rugzakje hield mijn rug warm. Ik klonk als een kameel met mijn water! Eigenlijk voelde ik me ook een zware, slome kameel. Ik zwaaide nog naar een mevrouw die achter haar PC moest werken. We kletsten onophoudelijk. De hele kerstvakantie werd tot in details doorgenomen. Ik schreef het al eerder: als er iemand is die alles begrijpt dan ben jij het wel! Voor mij was de route best bekend, maar jij bewonderde de bruggetjes, de buitenhuisjes, de ijskelder en de bomen en daardoor was het voor mij ook wel weer nieuw en leuk. We slingerden overal om de modder heen en namen lekker de tijd. Jij merkte het grafje op en daardoor zag jij op de berg dat we in kleine lusjes liepen! Ik liep daar dus voor de derde keer en dat werd me nu pas duidelijk! Shame on me. Ik zeg niet meer snel dat ik een feilloos routegevoel heb. Had ik hier de vorige keer ook al niet…
In het begin zagen we amper iemand en opeens werden we ingehaald door een andere loper en waren er mensen met hondjes en nog meer hardlopers. Ik had net gezegd hoe rustig het was, weet je nog?! We passeerden het 5 kilometer-rondje punt en ik begon het toen al zwaar te vinden. Het komt nog niet in mijn hoofd op om te gaan klagen en dat heb ik ook niet gedaan, maar ik vond je tempo alles behalve relaxed te laag liggen. Mijn hartslag was het daarmee eens en een groot deel van mijn spieren voelden aan alsof ze nog best een paar dagen rust hadden gewild. We kletsten gewoon door over andere zaken die belangrijker zijn dan een beetje spierpijn en dat hield me moeiteloos op de been.
Ergens onderweg vertelde je me iets wat voor mij zoveel dingen duidelijk maakte! Ik wilde je wel een dikke knuffel geven, maar dat is lopend ietwat onhandig. Het is niet zozeer dat we alles hetzelfde doen, maar praten met jouw maakt mij meer duidelijk dan een heel leger psychologen zou kunnen doen! We volgden de gele pijltjes en dat ging meestal heel goed, tot een paar auto’s het zicht versperden. Gelukkig wist ik nog van de vorige keer dat ik af moest slaan. En toen kwamen we op het tien kilometerpunt waar ik de vorige keer fout liep. Nu stond er geen auto voor het pijltje naar de 17 kilometer route. Dt was toch echt wel het doel van de dag! We gingen naar links en staken de weg over. Toen moesten we écht de gele pijltjes gaan volgen, maar dat was geen probleem. Hier en daar was het wel even zoeken naar het gele pijltje; achter het hekje bijvoorbeeld en ik was blij dat jij ze zag. Nu was het mijn beurt om ook van de nieuwe bruggetjes te genieten. En van de smalle paadjes. Ondanks dat ik gevoel had bijna een halve marathon te hebben gerend, zaten we nog niet aan de tien kilometer.
En toen ging het mis. Dat ene gele pijltje, bedoelt die linkslangs of linksom? We gingen linkslangs en vroegen het twee onwetende wandelaars, maar daarna kwamen we een wel heel vaag
paaltje tegen. Terug en linksom proberen en dat klopte. Ik had dat ommetje door de oude moestuin, langs het statige pand en de folley niet willen missen! Er waren heuveltjes en ondanks de dextro energy die ik van je had gekregen kon ik je niet echt goed bijhouden. En zo kwamen we weer terug bij het vage gele paaltje van een paar regels geleden. De twee pijltjes die er op stonden konden alle kanten op wijzen. We gokten eerst de verkeerde kant op en stonden bij een weg tevergeefs naar een ander pijltje te zoeken. De andere kant dan maar op. We kwamen een paard tegen en zwoegden (in mijn geval dan) verder over de onverharde en ongelijke grond. En toen stond er eindelijk weer een zichtbaar pijltje naar links! Lekker het bos in.
We cirkelen een beetje over dezelfde paden als het voetenpad dat om Hilversum heen loopt, maar ik herken er niks van terug. Ik ben wel een beetje beteutert dat we er pas tien kilometer op hebben zitten, maar jouw gezelschap maakt alles meer dan goed. Als ik hier alleen gelopen had, was ik linea recta met de bus terug gegaan. Mijn voet begint meer pijn te doen en ik vind ons tempo hoog liggen, terwijl het rond de 7 minuten per kilometer ligt! Maar ik klaag geen woord, want dan ben ik bang dat je me niet eens gelooft. En dan staan we voor de derde keer bij het vage paaltje.
Ineens is het me duidelijk: deze paal stond ooit los en is bij het opnieuw vastzetten een kwartslag gedraaid! Dat moet door dezelfde Hilversummer zijn gedaan die in zijn stad van de ene op de andere dag de éénrichtingsstraten heeft omgedraaid! We lopen weer een stukje terug over dezelfde paden. Ik geloof dat we nooit door de gespreksstof heen raken. Wel lukt het ons nog een keer om de route bijster te raken. Zou het iets met elkaar te maken hebben?! We komen deze keer op een doodlopend uitzichtpunt uit, maar jij vind gelukkig de route terug en we hebben er weer een lusje op zitten.
We steken de weg weer over en ik heb het idee dat het nu allemaal niet meer zover is. Het idee dat we nog 5 kilometer moeten lopen, heb ik niet, maar ik krijg het gevoel dat me dat nog wel gaat lukken. Ondanks de pijn aan mijn voet. We hadden het over breien, gymles, gezinnen en ik weet niet wat voor fraais allemaal meer. Eindelijk had ik het warm. We kwamen ook al weer erg gauw op het laatste stukje en ik hoopte toch wel dat het meer zou zijn. Vorige keer was het rondje van 10 kilometer ook al minder lang, maar wij zaten pas op 13 kilometer en we kregen het natuurcentrum al in zicht! Over de te lopen tijd hoefde ik me geen zorgen te maken. Ik moest nog een paar rondjes extra lopen over de kinderspeelplaats om ook op de 15 kilometer te komen en toen was het klaar. Qua tijd, qua route, qua zin, qua loopvermogen. Bij jouw, maar zeker ook bij mij.
Het lopen van mijn kant kan dit jaar alleen maar beter gaan. Al snel an het rondje deed mijn voet behoorlijk pijn en dat belooft niet veel goeds. Ik hield als een “volleerd” hardloper mijn mond dicht, want zolang je niks zegt en doet alsof er niks aan de hand is, is er niks toch? Dan is het altijd ‘morgen’ weer over, toch? Tijd voor thee. Dankjewel voor de lekkere muntthee.
Bij de thee en de overheerlijke groentespies bleef er een katterig gevoel achter: hoe konden wij nog een paar kilometer gemist hebben? Waar waren we dan toch de fout in gegaan? We bestudeerden de kaart en dat maakte het er niet beter op: op het verste punt, toen wij eindelijk blij waren een duidelijke pijl naar links te zien, was er nog een lusje naar rechts geweest!
We hadden de siertuinen gemist, potjandorie. Net als de vorige keer stond ik me daar te balen dat de route niet voltooid was! We hadden echt allebei hetzelfde gevoel dat het ‘niet af’ was. Het allergrootste voordeel: we moeten nog een keer terug! En dan trappen we niet in route-afkortingen of gedraaide paaltjes: dan lopen we ALLE lusjes. Allemaal! Maar dan in het voorjaar, afgesproken? Op naar meer trails samen en ik verheug me er NU al op!
ps: mijn voet is nog niet ‘over’, maar het gaat al weer beter een dag later hoor. Dankzij ons loopje had ik mooi extra punten om ‘s avonds te gaan eten en ik kon, vermoeid als ik was, heerlijk slapen. Ik weet niet of het komt door de buitenlucht, de inspanning, het drastisch minderen van de suikerinname of omdat ik me door de gesprekken met jouw een stuk lichter en opgeluchter voel! Op jouw bericht dat je zo fijn hebt gelopen en dat je “rijk bent met een lieve vriendin”, heb ik nauwelijks een antwoord. Want wat ben jij dan wel niet: iemand in de zaal die me kan vertellen wat de overtreffende trap van een ‘lieve vriendin’ is?! Joyce – dat ben jij!
Hé Joyce!
Interview met Vincent over de training van Manuel
Hallo Vincent, wat heb jij gedaan vanmorgen? We hadden een training van Manuel, omdat er nergens anders een training wordt gegeven op oudejaarsdag. En Manuel wilde graag een goed rapportcijfer voor zijn training.
En is dat gelukt, dat rapportcijfer? Ja, maar het bestaat wel uit verschillende onderdelen. Hij deed het heel goed. Het was een heel leuk idee. Daar krijgt hij een 9 voor.
Wat moest je doen dan? We kregen kaartjes en je moest ver lopen of kort en dan moest je nog een ander ding bij doen.
Wat dan? Zoals op je benen staan. Of…. je ging … je moest op 1 been staan. En op het andere. En squatten. En anders moest je ver lopen. Dat was zwaar.
Moest je dan de hele tijd hardlopen? Nee, als we de opdracht zoals squatten of op 1 been staan, dan hoefde dat niet.
Was het duidelijk? Ja het was duidelijk, je kon het heel snel begrijpen.
En deed je elke keer hetzelfde? Nee, je moest kaartjes doorgeven en de ene keer moest je ver rennen en de andere keer kort.
Origineel, vandaar de 9 natuurlijk! En was het ook gezellig? Heel gezellig, ik kon lekker veel kletsen. Daar krijgt hij een 8 voor. En ik liep ze d’r ook even een keertje uit!
Maar daar ging het niet om toch? Nee. Het ging erom dat ik heel wat kilometers heb gelopen en dat het is gelukt!
Hoeveel kilometer dan? Vijf? Het waren er zes! (zegt mama)
Werd je er moe van? Ja! Het was best wel zwaar. Maar ik heb niet opgegeven.
En begon je meteen met de kaartjes? Nee, we deden eerst inlopen om even warm te worden. Daar krijgt Manuel een 7 voor. En na het kaartjes lopen, gingen we ook nog uitlopen. En daarna gingen we ook nog even wat rekken. En daarna mochten we lekker naar huis.
Duurde het te lang? Nee, ik vond het precies een goede tijd.
Deed je ook goed mee? Meestal… Wanneer niet dan? Bij het rekken was ik een beetje stuiterig. En mama, deed die goed mee? Ja, maar die moest de hele tijd lekker ver lopen en ik kon de hele tijd met Manuel meelopen.
Wil je nog iets vertellen over de training? Ik vind wel dat hij goede training geeft, ik vind het goede ideeën. En ik vind het gewoon leuk om een keertje met zijn drieën te trainen en niet met een hele groep waar we de hele tijd op moeten wachten. Verder heb ik eigenlijk niks meer te vertellen.
En wat is het eindoordeel? Welk cijfer krijgt Manuel? Een 9! Heel goed hoor. En ik wil het nog wel een keertje doen!
Het tien kilometer-testrondje voor de vierde keer
Aan het einde van elk jaar loop ik 10 (12 of 15) kilometer op een flink tempo en dan ga ik onder de snelwegen door en laat ik het knallende vuurwerk even achter me voor de champagne openbarst vergezeld van oliebollen, maar dit jaar komt het er niet van. Ik zie het op mijn schema, ik voel het aan mijn voet en ik heb al tien kilometer met post gesjouwd. Dit jaar valt het oudejaarsronde nog voor de dertig in december zit.
‘s Avonds ga ik met Manuel een uur in zone 2 lopen. Ik hou me maar netjes aan het schema, aangezien mijn linkervoet toch echt wat protesteert na een dubbele (laatste) postronde. We gaan de Oostvaardersplassen door. Ik vrees dat ze volgende week het hek sluiten. We doen net alsof het ons niet hindert dat het donker is. Maar ondertussen…. “Hoor jij ook wat links?” “Ik weet niet waar we hier doorheen soppen nu, maar mijn voeten worden nat en het klinkt vies!” “Wat duurt dat fietspad lang in het donker…” Ik heb geen idee hoe hard we eigenlijk gaan. Ik gok zo rond de tien kilometer per uur, maar Manuel zegt dat we iets sneller gaan. Het is stervensdonker en van het uitzicht genieten lukt niet zo goed. Maar toch is het best uniek om hier door het donker te denderen.
Vier jaar geleden liep ik aan het einde van 2012 voor het eerst een eindejaarsronde van 15 kilometer toen. Over de (snelste) 10 kilometer deed ik toen 1 uur en 1 minuut. Mijn gemiddelde hartslag lag netjes op 152, maar ik was toen verkouden en het waaide behoorlijk. In 2013 deed ik een ronde van 12 kilometer en over de snelste 10 kilometer deed ik net geen 59 minuten. Dat was twee weken na de marathon van Spijkenisse en ik deed echt een loop op een flink tempo voor mijn doen op dat moment. De gemiddelde hartslag lag met 157 slagen per minuut ook een stukje hoger. Vorig jaar deden we hetzelfde rondje al op 30 december en toen liep Manuel ook mee. We liepen intervallen, met stukken versnelling. We liepen nog maar 11 kilometer en het snelste stuk 10 kilometer nam maar liefst een uur en 2 minuten in beslag. De gemiddelde hartslag lag wel op de 150. Toen had ik er 177 trainingsmomenten in dat jaar opzitten en bleef de hardloopteller steken op 1708 kilometer. Nu ren ik voor de 199ste keer dit jaar (en geloof me: die 200ste volgt zeer zeker ook nog!) en is de teller de tweeduizend al gepasseerd.
We rennen tot de dijk en keren om. “Zullen we langs de kassen terug gaan?” vroeg ik. “Ja!”, antwoordde Manuel en ik schold ‘m voor de vorm wel uit voor schijtert, maar zelf was ik, als nog grotere schijtert, maar wat blij met het antwoord! De wind hielp ons nu niet meer mee, maar we konden moeiteloos blijven kletsen. De heuveltjes (lees: 2 bruggetjes) op mocht ik lekker in zone 4 doen en dat was geen moeite en een prettige onderbreking. Net als in 2013 deden we over de tien kilometer net geen 59 minuten. 10 Seconden sneller nog! Maar de hartslag van 152 lag precies zoals in 2012, toen ik nog heel wat meer tijd voor de tien kilometer nodig had. Vooral de mate van inspanning wassignificant gedaald! Ik was niet echt doodmoe of kapot en had gewoon het gevoel dat ik prettig tien kilometertjes had gerend. Ik heb niet het gevoel dat ik het uiterste gegeven heb en dat terwijl ik best iets teveel (kerst)kilo’s mee moet slepen. Volgend jaar maar weer kijken hoe het ervoor staat.
3: Derde Kerstdag, Derde x Naardermeer en Top Drie's
Iemand van de loopclub nodigde me uit om mee te lopen in Almere Poort. Maar op mijn schema stond ‘onverhard’ en Poort is saai en verhard. Dus na lang beraad legde ik de uitnodiging naast me neer. Om half 10 kwam Manuel me halen voor een rondje om het Naardermeer. Daar ben ik dit jaar al twee keer eerder geweest, maar dan in het voorjaar! Ik nam mijn gevulde rugzakje mee, lange broek aan en om tien uur gingen we lopen.
We bespraken de kerst met neefjes en nichtjes en na twee kilometer vielen we stil. We hadden weinig meer te vertellen. Dat brengt me op het eerste top-3 lijstje
voor vandaag: De Loopmaatjes. Op de derde plaats staat mijn kleinste loopmaatje, die onafgebroken kwebbelt, maar nog niet echt toe is aan de lange duurlopen: Vincent! Op de tweede plaats staat mijn vriendin aan wie ik werkelijk alles kwijt kan, die een heerlijk duurlooptempo heeft en mijn getuige is: Joyce! En op de eerste plaats staat Manuel. Omdat hij natuurlijk degene is die me door de marathon heen heeft geholpen, de scheldbui heeft moeten ondergaan op de Oostvaardersdijk en die altijd zijn tempo naar beneden aan moet passen voor mij. En voor de foto’s en het openhouden van alle hekjes. En omdat zwijgend voortlopen soms ook gebeurt. Zoals nu, kilometers lang langs het Naardermeer, ieder in gedachten verzonken.
Eigenlijk heb ik overal een beetje last van: ik voel mijn benen zwaar zijn en neig zelfs naar een beetje kramp. Ik heb lichte hoofdpijn, voel me stram en dik. Dat brengt me meteen op de minst prettige top-3 van het jaar: die van blessures. Niet dat ik dit jaar echt grote last van blessures heb gehad, maar er waren toch wel een paar ‘opstoppingen’. Op de derde plaats staat de last die ik nu weer heb van mijn linkerhiel/hak: de oude peesplaatblessure speelt wat op. Dat komt door het rondbrengen van de post en de wat verminderde mentale veerkracht. Zo erg als in 2014 is nog lang niet, maar ik moet wel even opletten. Op de tweede plaats staat de goorste blessure: de bloedbaar die ik in Portugal door een prachtig zee-avontuur opliep. Inmiddels helemaal genezen, maar dat was wel een paar dagen zeker pijnlijk. Op de eerste plaats staat een ‘onzichtbare’ maar hardnekkige, blessure die ervoor zorgt dat de Just Aap Run op een mislukking uitdraaide: de mentale blokkade. Tijdens het rondje Naardermeer zitten ze me ook weer danig in de weg en dat zorgt ook voor mijn zwijgzaamheid tussen kilometer 2 en 6 ongeveer.
Het was hier en daar wat modderig en dan ben ik eigenlijk al snel op het volgende lijstje: Welke trailruns waren nu het leukste in 2015? Eerder kwamen deze trainingen niet voor in het programma en nu kan ik zelfs moeiteloos een top-10 maken! Ik beperk me tot de top-3
hier. Op de derde plaats staat de route die ik alleen deed tussen Rhenen en Veenendaal (12 augustus). Mooi weer, mooie omgeving en veel afwisseling. Op de tweede plaats staat de eerste keer dat ik het traillopen begon te begrijpen: over het ATBpad op de Utrechtse Heuvelrug (9 januari). Ik gooide de tijden overboord en Manuel en ik verdwaalden er vrolijk bij. Op de eerste plaats staat het Voetenpad rondom Hilversum (1 augustus). Wat een eind en wat een afwisselende ondergronden en half bekende omgevingen, deze was heel gezellig.
We gingen over de weg aan het lopen en lieten het modderpad even links liggen (letterlijk zelfs), omdat een beetje modder wel aardig is, maar een modderig koeienspoor toch te ver gaat als er een goed pad langs loopt! En daarmee kom ik op de minst leuke wedstrijden van dit jaar uit: Op de derde plaats staat de Zeebodemloop in Lelystad (6 juni): ik mocht maar voor de helft hard gaan en het was te warm. Op de tweede plaats staat de Halve Marathon in Schoorl (8 februari) die ik samen liep met Zélia en waar ik
veel van leerde, maar niet veel van genoot. Op de eerste plaats komt die modder terug: wat vond ik dat een ellende bij de Pampushoutcross! Toch gingen we nu de modder wel door en we sneden niet af over de weg. De eerste tien stappen glibberen zijn vreselijk, maar dan zijn je schoenen (en tenen en broek) vies en dan maakt het niks meer uit. Ik moest er zelfs om lachen! Dan ineens doet het hele tempo er niks meer toe.
We staken de spoorlijn over en liepen langs het ezeltje. We kwamen eigenlijk al een lange tijd vrijwel niemand meer tegen. Het is echt rustig op deze druilerige derde kerstdag. Door de modder kom ik een beetje uit de lethargie en ik denk er aan om verderop op Manuel te wachten en het ommetje langs Fort Uitermeer te laten voor wat het is. Maar ik geef natuurlijk niet op en ga mee langs de Vecht. Daar heb ik een paar helden voor, die mij ‘lopend’ houden. De derde plaats is een gedeelde plaats voor “de moeders”: De moeder van het schoolplein met 3 kinderen die niet alleen een beetje voor de marathon traint, maar die de hele triatlon voor haar rekening neemt naast het opvoeden én voor de andere moeder die de zevenheuvelenloop binnen anderhalf uur rent naast het hebben van 2 banen (waarvan 1 onregelmatig in de zorg) en 4 kinderen. Een drieling krijgen is nog altijd zwaarder dan een marathon, zegt ze. Op de tweede plaats staat de loper P van de loopclub die letterlijk in het zicht van de finish zijn drie-uursdroom in duigen ziet vallen omdat hij echt niet meer kan lopen. Maar omdat het later in het jaar toch gelukt is, kan hij nu vast tevreden kerst vieren! Op de eerste plaats staat met stip mijn trainer Merijn, omdat die mij écht aan het lopen houdt, ik door zijn ‘toedoen’ hier een beetje door de modder loop te genieten en hij me opnieuw heeft leren hardlopen en genieten en daarbij ook nog steeds probeert het beste in mij boven te halen. Toch krijgt hij me niet door de moddervelden van de koeien waar vorige keer de kluiten ingedroogd al lastig over te komen waren. Er zijn grenzen, zeker als ik het fietspad weet. Dus lopen we heel lang, saai, recht over het geasfalteerde fietspad langs een drukke weg en kom ik er tot overmaat van ramp achter dat ik mijn horloge na de korte foto-eetstop niet heb aangezet en ik dus anderhalve kilometer mis! grmbl.
Deze training breek ik er niet voor af, maar ik herinner me wel de 3 grootste mislukkingen van dit jaar: op de derde plaats staat een training op de brug met de snelle groep mee in de hitte op een veel te hoog tempo. (14 juli) De tweede plaats wordt bezet door een andere training van de loopclub in mijn ‘eigen’ Oostvaardersplassen: ik ging met de langzame groep mee omdat ik die dag al 65 kilometer had gefietst, maar het was zo’n saaie op- en neer-training dat ik er halverwege de brui aan gaf en alleen door het bos terugliep. (16 juli) Op de eerste plaats staat de enige training die ik echt af moest breken omdat het niet meer ging en wat voelde ik me daar rot over, maar wat was het heet in Eindhoven toen ik daar proefliep (29 augustus). Zo heet was het vandaag bij het Naardermeer gelukkig niet en langzaam op het fietspad, verdreven mijn donderwolken en begon ik Manuel zijn top-3’s te vragen.
Nu lijkt het wel een beetje of ik bij de loopclub vooral mislukte trainingen had, maar dat is niet waar! Ik heb namelijk ook een top 3 met leukste groepstrainingen. Op de derde plaats staat een training met 8 snelle heren, een brug die keer op keer beklommen moest worden tegen de storm in en regen. Ik was elke keer strak laatste, maar ik vond het wel leuk! (9 januari) Op de tweede plaats staat een training op het grasveldje met hoedjes, de laatste keer van de liefste trainster van de club het donker in lopen (20 april). Bovenaan deze top prijkt de trailtraining over de Kemphaan, die ik keurig in de kalme zones hield. Dat was toch met dezelfde groep als die kwam opdagen bij de mislukte trainingen! Manuel en ik mogen het fietspad af en gaan weer lekker de zachte ondergrond op. We gaan niet snel en tien kilometer kost dik een uur, maar hier begint het genieten weer!
De top-drie’s brengen gesprekstof met zich mee en we lopen niet langer zwijgend voort. Daar ter plekke vergeten we wel een aantal momenten, maar nu heb ik nog tijd voor de drie leerzaamste trainingen: Op de derde plaats staat Merijns training (4 februari), waar ik leerde over grondcontact en overspoeld werd door zoveel nuttige informatie dat ik het maanden kon verwerken! Op de tweede plaats staat de WoonDoomDoem training (9 februari) waarin ik 18 keer de woondome oprende en leerde hoeveel invloed de mentale gesteldheid heeft op de loopprestatie. Op de eerste plek staat het trainingsrondje om de Oostvaardersplassen met Manuel, waar ik zoveel geleerd heb over voeding en de Man met de Hamer, wat op geen enkele andere manier gelukt was. Wij lopen over de vlondertjes door het Naardermeer naar de vogelkijkhut, maar er is kraai noch kind te bekennen.
De voeten zijn opgedroogd en klaar voor het laatste stukje modder.
Deze keer komen we er kwebbelend doorheen. Ik heb nog een apart lijst van memorabele momenten in het jaar, omdat ze heel bijzonder waren als training of wedstrijd en ze anders onvermeld zouden blijven! Die laten zich niet zomaar vangen in een top drie. Het worden er vijf in dit geval en dan laten we (plaats acht) de run over de Buitenplaatsen (17 september), het hardlopen in de Portugese Algarve (begin mei) over het strand (zevende plek) en de Natuurmarathon met M (3 mei) (op plaats 6) even buiten beschouwing. Op de vijfde plaats prijkt de trainingsloop door het Amsterdamse Bos, waar ik me van mijn meest sociale én snelle kant liet zien. Op de vierde plek staat het rondje met Vincent door de regen op 15 oktober, toen ik net zijn ‘getrouwde’ moeder was. De derde plaats is dan natuurlijk de marathon in 3 dagen (22-24 augustus) en dan met name de 25 kilometer-loop, waarin ik besloot te trouwen. Op de tweede plek komt de Just Aap Run (6 september): waar ik een toptijd liep van 49 minuten, maar ik in mijn hoofd niet eens wilde starten! Datzelfde gevecht vond plaats op 11 oktober voor het lopen van de Marathon van Eindhoven en die ‘blessure’ zorgt ervoor dat het niet mijn mooiste wedstrijd is geworden, ondanks wederom een hele goede tijd en een onwaarschijnlijke vooruitgang. Voor Manuel is de marathon die hij in Lissabon heeft gelopen wel de mooiste wedstrijd van het jaar. Bij mij staat de marathon niet eens in de top drie….
Inmiddels hoeven wij alleen nog maar Bussum door de steken en moeten we wachten voor een trein die passeert op het spoor. Ik heb inmiddels de looptijd wel overschreden en ik vind het ook wel een beetje genoeg. Toch lopen we niet direct terug naar de auto, maar nemen we een klein ommetje om bij het uitzichtpunt te komen, maar op de weg daarheen, na 2 uur en tien minuten, hoeft het extraatje niet meer voor mij. Manuel klokt 18 kilometer af en ik ‘maar’ 16,5. Ik heb twee uur gelopen en Manuel meer, maar dat komt doordat ik mijn horloge tussentijds te lang heb uitgezet. Blijft er nog 1 lijstje over: de
Wedstrijd van het Jaar. Ik doe er toch stiekem weer vijf…. Op de vijfde plaats staat de crosscup in het Kromslootpark (8 november). Ik genoot, hield me het eerste deel in en overwon de mentale blessure. Op de vierde plaats staat de Zevenheuvelenloop (15 november), waarbij ik werkelijk in alles won: snelle tijd, geen zenuwen, geen bijwerkingen en een perfecte wedstrijdindeling. Op de derde plaats staat de enige wedstrijd waarin de indeling en overwinning nog groter waren: de 30 Van Almere (27 september), met de spectaculaire eindsprint in de laatste kilometers. En dan op de tweede plaats (het wordt spannend): de Almere City Run (11 juni), waarbij de spanning ook ontbrak, de genietfactor hoog lag en het tempo zo mogelijk nog hoger met die prachtige eindtijd als gevolg. Op de eerste plaats staat dus niet de marathon, niet de tien-kilometerwedstrijd onder de 50 minuten en niet het PR op de halve marathon. De eerste plaats is met vlag en wimpel voor de Circuitrun over Spa Francorchamps (7 maart). Leuk, zwaar, heuvelig, een belevenis en nog snel ook. Dat moment dat ik het eerste rondje aan de andere kant van het circuit uitkeek over de paddock in de verte in een waterig lentezonnetje was voor mij het hoogtepunt van het hardloopjaar.
Met onze moddervoeten en broeken durfden Manuel en ik niet tussen de keurige derde-kerstdagvierders een kop thee te gaan drinken in het restaurant, dus wij reden naar huis voor een bekertje chocomelk en een schrobbeurt. Er blijft nog 1 lijstje over: 3 keer Naardermeer. Die van vandaag staat op de derde plek: het was aan alle kanten iets te kaal en te somber zo in de winterstemming. Op de tweede plaats staat de andere keer met Manuel dat we dit rondje liepen (17 april): sneller en soepeler voor mijn gevoel. Dus die ene, eerste keer dat ik alleen liep en nog veel slomer was en veel te veel foto’s maakte, dat was de leukste keer. (10 april) Ligt niet aan het gezelschap van het top1-loopmaatje, maar in sommige gevallen is drie keer niet het scheepsrecht en telt de verwondering van de eerste keer hoger mee.
Kerstochtendloopje: moeder en kind
Uitslapen. Wakker worden. Opstaan. Gaan hardlopen. Zone 1. “Vincent, ga je mee?” “Ja, natúúrlijk, mama! Hoe ver?” “Kilometer of 6?” (denkt tien seconden na)”OKÉ”
We gaan langzaam aan, tja, dat is zone 1 he. “Mama, je loopt weer te hard, want je horloge piept in mijn oor. Dat is mijn hoogte, zie je.”
“Zal ik je vertellen hoe mijn boek van Marijn en de Dolfijn gaat, mama?” “Goed jongen” Zeg ik en ik denk erbij: dan lopen we in elk geval niet te hard. Het is een spannend verhaal over blauwe gaten, aardbevingen, vriendinnetjes en heksen in de nacht. Het houdt ons zeker drie kilometer bezig. Ik hoeft niks te zeggen en alleen het tempo te drukken tot zone 1.
Fietsers zonder bel roepen hard “TRINGELING” achter ons. “Zo, jullie zijn sportief bezig“, voegen ze ons toe als ze voorbij gaan. “Jullie gaan ook heel goed hoor!” “Fijne kerstdagen!” Er zijn ook veel andere hardlopers. In twee soorten: joggend ingepakt met muts, handschoenen en warme broeken of in korte broek met een fiks tempo.
“Hier hebben we mijn kinderfeest gevierd, maar nu zijn de ruimteschepen weg.” “Ja, schat, gaat het nog qua tempo?” “Ik word nu wel een beetje moe hoor mama, maar ik denk dat we al twee kilometer hebben gerend of niet?” “Ik ga een foto van je maken en dan moet jij een foto van mij maken.” (ik zeg niks over de 4 kilometer)
We lopen rechtdoor bij het Oostvaarderscentrum in plaats van af te slaan. Mijn kleine metgezel babbelt gewoon door en heeft er vertrouwen in dat ik de weg wel weet. Het is modderig en we komen veel wandelaars tegen op deze eerste kerstdag. “Nu mag ik mama!” Wat?? Mama is een vraagteken. “Goedemorgen mensen, fijn kerstfeest!” O, zo! Dat! “Zo doe je dat he mam, dan is iedereen weer blij”
“Vincent, we komen dadelijk op het intervallen pad en dan heb ik een probleem, want ik weet niet of je intervallen wilt lopen, dat je nog iets harder gaat. We kunnen ook gewoon rechtdoor over het fietspad lopen.” “Echt niet! Mag ik dan harder rennen?! Niet te lang toch? Dat doen we!” Hij jubelt er nog net niet bij. Hij sprint voor me uit! Niet normaal! Ik hou hem gewoon niet bij!! “Mama, ik haal je in!” En ook de drie keer daarna wordt mama er finaal uitgelopen. “Maar ik heb alleen nog maar een banaan gegeten en een bekertje water” luidt mijn (zwakke) excuus. “Ik heb maar 1 bolletje op hoor! Met zoet erop, want jullie waren er niet bij, hihi.” “Nog 1 keer versnellen, dan is het pad voorbij” “Ik haal die laatste paal niet meer sneller, mam. Echt niet. Dat kan mijn hart niet.” “Gewoon proberen lieverd, tot de bocht. Je mag op elk moment stoppen als het je niet meer lukt” Dan kan ik jouw een keer bijhouden, hoop ik; maar dat zeg ik niet. Valse hoop. De kleine sprint het hele stuk. Voor me uit. Doorzetter.
We gaan de heuvel op. Er komt een korte-broek hardloper omhoog. “Ik heb harder gerend als mijn mama, goed he” De andere hardloper (categorie jogger) knikt vermoeid. “Fijne kerstdagen meneer“, is alles wat ik er aan toe te voegen heb. Gelukkig heb ik al een rood koppie van de inspanning. We stoppen voor een foto.
Even de paarden bewonderen en zo kan het jochie ook op adem komen van de intervallen. Daarna dalen we weer af en pikken we het hardlopen weer op. “Mijn hart kan dat niet, zo snel gaan als ik. Daar moet ik van hoesten, omdat mijn hart dan een stukje draait. Snap je, mam?” “Uh, nee… Je hart is ook een spier en die hebben we met de intervallen getraind. Daarom moet je ook rust nemen, dan wordt die spier sterker.” We snappen elkaar even niet. Gelukkig leidt de hardloper die we tegenkomen ons af. Het is er 1 van de categorie korte broek die met zijn camelback heel ver gaat lopen. “Hoe ver denk jij mama?” “Ik denk zo’n kilometer of twintig.” “Dat red ik nog niet, of wel?!” “Nee, kerel, maar de kilometers die jij nu al hebt gedaan, zijn ongeveer hetzelfde voor jouw formaat.” En we zijn nog niet thuis, maar dat weet ik alleen…“Gingen we ook over deze brug daarstraks?” “Nee, nu gaan we de andere brug over” Stilte terwijl we omhoog moeten lopen. “Kijk, daar is de meneer die we op de heuvel zagen, zullen we hem inhalen?” “Nee, mam, dat mag niet van je horloge. Die piept.” “Zullen we het trapje afgaan?” “Waarom?” “Omdat dat onverhard is.“…… “Nee, laat maar. Je bent al een beetje moe nu toch?” “Ja, wel een beetje. Maar ik denk dat we ook bijna 5 kilometer hebben gelopen.” Het moment voor mama om wijselijk haar mond te houden. “We gaan wel door het park.” “Nee, ik wil onze straat.” Mama houdt vol en we gaan door het park. “Hoe lang nog?” “De tijd stond ingesteld op 45 minuten en er zijn er 43 van om.” “Nog twee minuten dus.” “Dan speelt er een leuk muziekje.” “Op je horloge?! Dat moet ik horen!” “Aan het einde van het park stoppen we met rennen.” “Ja, graag!”
We lopen langs ons huis, want er is nog een half minuutje over. We dribbelen op en neer tot het muziekje klinkt. Zes komma negenennegentig kilometer. De laatste 10 meter lopen we er in een paar seconden bij. We hebben dus 7 kilometer gerend! Het kereltje schrikt er even van, maar is alweer op adem. De rekoefeningen zijn stom, maar het moet van mama. Over de vijf kilometer hebben we 31 minuten en 37 seconden gedaan. Een verbetering van zijn record met ruim 2 minuten. Nogal moeiteloos gehaald. De ruzie over de douche is al beslecht: Vincent mag eerst. Met een buiging van (de trotse) mama.
Manuels Trainersstage en mijn 2000ste kilometer
De komende twee weken staan de Just Run trainingen op het programma, maar laat er nu net kerstvakantie zijn! Dus wierp Manuel zich op om mee te gaan als trainer. Op maandag hadden we zo de vrijheid om de training door de slechte weersomstandigheden uit te stellen, dus vond deze training in dit uitzonderlijke geval plaats op dinsdagavond kwart voor 9. En dan nog kan ik er tegenop zien! Ik had namelijk al 12 kilometer gewandeld met post op deze dag en was al een beetje moe en dan is mijn hiel ook wat ‘gevoelig’. Niet gezeurd, gaan met beentjes!
Manuel heeft wat last van een aanstormende blessure, dus die blijft de hele tijd langzaam aan voortdribbelen. We gaan eerst netjes inlopen. Tot zover een zeer goed voor de training! Het tempo ligt niet heel hoog – voor Manuel dan… Ik vind het wel heavy, vooral als we tegen de wind in gaan. En dat gebeurt na een 750 meter al en dan gaat mijn hartslag van zone 1 naar zone 2 toe. De beoordeling vervalt hiermee naar een goed. Als ik aangeef dat ik wel klaar ben voor wat training, mag ik een steigerun doen: het is best ver over 300 meter, maar ik deel het keurig in op basis van mijn hartslag! Goed. Vervolgens mag ik net even bijkomen en dan heeft de trainer-to-be weer iets nieuws verzonnen: 4 lantaarnpalen op tempo heen en dan omdraaien en mee doorhobbelen tot de volgende lantaarnpaal. Prima klusje, maar de training-in-opleiding vergeet dat doordribbelen op 9 km/uur de hartslag niet snel verlaagt en de lantaarnpalen (maximaal 2 stuks) rust zijn daardoor veel te kort. Heeft die trainer mooi geluk dat ik een trouwe uitvoerder ben en niet genoeg adem overheb voor klachten! Oei, dat zijn minpunten en de training-beoordeling is nog net ruim voldoende. Ik tel wel 7 keer 4 lantaarnpalen af en dan moet ik echt even bijkomen en doe ik al lopend mijn best de hartslag wat te verlagen, maar dat duurt een hele tijd. En onder de 145 krijg ik de hartslag nauwelijks! We komen bij de brug naar de Vaart en ik word in hoog tempo naar boven gestuurd. De training is in elk geval heel duidelijk en helder, dus voorlopig blijft het een ruim voldoende. Ik vind het wel leuk om hard tegen de wind in de brug op te rennen! De hartslag gaat hard omhoog en daalt onmiddellijk als ik omdraai, afdaal en wind mee heb. Het is spectaculair om dan van hartslag 173 naar 137 te gaan binnen een minuut! Wat een verschil, die wind! Koud is het niet.
En dan ga ik er overheen: dit jaar heb ik 2000 kilometer hardlopend afgelegd. Tweeduizend! Dat is een eind Europa uit. Ik sta in Bukarest als ik naar het oosten ren of naar Sint Petersburg in het noorden, terwijl ik in het zuiden Valencia voorbij ben.
We komen bij een hofje en daar ga ik een rondje op tempo rennen, terwijl de trainer doorhobbelt. Hij gokt op anderhalve ronde, maar ik weet nu nog niet of dat zelfonderschatting is of dat ie mij overschat, want ik kan best een heel stuk op 13 kilometer per uur rennen, maar als Manuel op 9 kilometer per uur rent, dan duurt het nog een hele tijd voor ik hem bijhaal op dit rondje van 400 meter. Ik doe mijn best en ga echt hard voor mijn doen, maar na 3 rondjes is het wel op en wacht Manuel me op om een foto in het donker te maken. Ik heb dan een kilometer in 4:30 gerend en dat voel ik best! Deze inschattingfout kost toch echt punten en daarmee is het nog maar net een voldoendetje. Eindelijk mag ik van de trainer (die nog niet helemaal op kan voor zijn examen) een stukje lopend bijkomen. We gaan nog een heel eind
uitlopen en dat vind ik wel prima! Gelukkig komen we alleen maar bij de Woondome langs. Het is ietsje te gezellig, waardoor de trainingselementen een beetje in de vergetelheid raken. Dat is leuk en aardig, maar het tast de voldoende toch nog een beetje aan. Ik kan nog even klagen en mopperen en na 10 kilometer zijn we rond. Het was een leuke training, maar ik denk wel dat Manuel nog even moet oefenen voor hij de zaken bij Just Run kan overnemen! Het zal erom spannen of het nog net een voldoende is. Niet slecht voor de eerste keer, maar er is op zijn best wat ruimte voor verbeteringen!
Terug naar Soesterberg – The Year After….
Vorig jaar liep ik met mijn vriendin en daarna met mijn loopmaatje over de oude vliegbasis van Soesterberg. Dat was een enorme belevenis. Ik was er 6 weken geleden ook om mijn eerste 5 kilometer wedstrijd te lopen en toen besloten mijn mannen om een andere keer terug te keren met drone en zonder al die lopersdrukte. Vandaag. Mooi weer, redelijk windstil (leek het) en een fijn dagje vrij ook. Alle hardlopers die ik zag waren in korte broek, dus ik twijfelde over mijn lange broek. Ik nam mijn rugzakje mee en daar ging ik de asfaltlaag op van de startbaan, terwijl het schema vroeg om onverhard.
Ik wist al dat ik later de onverharde paden wel zou vinden, maar nu eventjes grinnikend over die enorme baan liep en dacht aan vorig jaar, toen het regende en koud was. Dit jaar loop ik heerlijk alleen met slechts mijn eigen rugzakje vol ballast. De mannen bleven achter met de drone (en het bleek minder windstil). Ik zocht snel het gras op, maar op zo’n oude vliegbasis loop je elke keer tegen hekken aan. Ik wilde de wandelroutes nemen, maar toen ik daar was, had ik al bijna drie kilometer gezworven.
Waaronder veel verhard. Ik zocht gewoon een fijn tempo uit en liet me niet beteugelen door hartslag (dat ding klopt vaker niet dan wel de laatste tijd), rondetijden of verplichtingen over de ondergrond. Daardoor voelde ik me al aardig bevrijd. Ik raakte al snel de rode route kwijt, maar vond deze ook weer terug en al snel kwam ik op de onverharde paden. Iets waar ik vorig jaar echt niet aan moest denken, was nu wat ik keihard nodig had: zachte ongelijke ondergrond. Stijginkjes, gras en takken. Ik haalde wandelaars in en even later kon ik vrij ademhalen in het bos. Stilte, rust en kalmte vielen als een dekentje over me heen. Was het vorig jaar een kwestie van de fietspaden volgen, nu was ik echt opgelucht dat de wandeling de fietspaden juist niet volgde.
Ik kwam langs dezelfde munitiedepots als vorig jaar. Dat zijn dan maar kleine stukjes verhard terrein! De fietser moest omdraaien, want even verderop begon de modder: hij niet blij, ikke wel. Het is leuk om door het bos te rennen en onderweg verscholen bunkertjes tegen te komen.
Als je oppervlakkig kijkt is het een bos als elk ander, maar in de verte duikt telkens een depot op of een bunkertje of een onnatuurlijke heuvel. Ik vind die combinatie van menselijk vernuft en natuur geweldig. En toen kwam de zon er door en die voorzag alles van een laagje goud. Ik nam lekker de tijd voor een foto als ik daar zin in had.
Ik voelde me daar prima bij en het kon me niet schelen als ik langzamer zou gaan als vorig jaar, de excuses (onverhard en heuvelig ook) lagen al klaar… De route was prima te volgen. Ik haalde een gezinnetje in en intussen had ik het lekker warm. Ik kwam langs een kunstbunkertje en langs bordjes waar PAD op stond, wat steeds vager werd. Ik voelde de metafoor en toen moest ik weer een stukje vals plat omhoog. Ik kwam weer langs dezelfde munitiedepots en nu wilde ik doorsteken naar de andere route. Ik keek op de kaart en het was duidelijk, maar toen ik op het doorsteekpunt stond, versperde een hek de weg weer. Ik moest een heuveltje op en dat vond ik ook niet erg. Wat zou ik vorig jaar gemopperd hebben… Zo kwam ik bij de radartoren uit.
Ik had nog even de tijd en wilde ook nog de andere route volgen. Ik kwam er toevallig bij uit omdat ik ook een stukje wilde afdalen! Drie kilometertjes over het Land van Palts kon er nog wel bij vond ik. Er waren veel wandelaars en het Landgoed van Paltz is op zijn minst nogal heuvelig merkte ik. Ik liep over een straatje met oude lantaarns ernaast, het leek wel kerst!
De sneeuw ontbrak er maar aan, maar dat is bij 12 graden niet zo gek! Ik liep het bos weer in en de zon kleurde de achterste bomen goud en de dennen op de voorgrond waren diep donkergroen. Ik liep daar door het dennenbos mijn eigen kleine kerstfeestje te vieren en was onwijs blij het weer te kunnen zien. Rob SMSte dat zij ook in de buurt van het museum waren en dat we elkaar daar weer zouden zien. Ik had over de tien kilometer een dik uur gedaan en het kon me niet schelen. Hoeveel kilometer ik nog moest voor het jaartotaal, hoe snel of langzaam ik was, wat ik vandaag aan kilometers ging halen, hoe lang ik volgens het schema zou moeten: al dat soort dingen liet ik weer eens een keertje los en dat beviel me zeer, zeer goed.
Ik stond ineens ‘boven’ met uitzicht op een prachtig groen met gouden stuk natuur en daarachter de radar waarvan ik wist dat Rob en Vincent daar waren.
Was ik vorig jaar diep onder de indruk van de startbaan en de enorme asfaltberg, dit jaar ben ik geëvolueerd tot natuurminnaar met een vleugje vernuft in zicht! Ik steeg nog een beetje hoger op het pad en toen was het laatste stuk lekker afdalen en zag ik het museum alweer liggen. Alleen dat vermaledijde hek! Voor de derde keer stond het me in de weg en waar ik eerst speciaal heen was gelopen omdat het afdaalde moest ik nu weer omhoog lopen, potverdikkie. Bij de speeltuin bij de radar, pakte ik mijn fotocamera weer voor een foto van de vlonders, wat twee wandelaars heel goed begrepen: “het bewijs voor thuis!” gaven ze me mee met een grote glimlach.
Dat waren twee hardlopers, die begrijpen dat je daar met een rugzakje loopt te grijzen van oor tot oor omdat het mooi weer is en je net een leuke route hebt volbracht van 11 kilometer. Beneden bij de vliegtuigen rende Vincent me tegemoet.
Met zijn drietjes liepen we de hele startbaan weer terug en we genoten van dat asfalt en we keken in de bunkertjes en over die 3 kilometer deden we ruim drie kwartier, maar een betere cooking-down was niet denkbaar. We sloten het uitje af bij de Mac; niet om de wedstrijd te vieren, maar soms moet je vieren dat je ineens beter voelt door de kleine ontdekkingen die het leven groots maken!
Met een bordspel en het oplossen van een klein sleutel-mysterie werd het een perfecte droomzondag die nog werd gecompleteerd door de ontdekking dat ik dit jaar een stuk sneller heb gelopen als vorig jaar nog ook! En dat terwijl dit onverhard was!
Miezerig rondje
Ik wilde voor de regen uitgaan, maar dat lukte niet. Want het miezerde al. En van miezer word je nat, kletsnat. In een hele korte tijd. Binnen een kilometer. Gelukkig was het niet koud. Wel nat. Ik ging zone 2 door. Heerlijk tempo, maar vochtig. Ik hield zelf de hartslag in de gaten en die bleef rond de 150 liggen. Bij een tempo van 5:40 niet eens zo slecht! Ik voel me ook bewolkt en miezerig vandaag. De hoogtes in mocht ik op zone 4 doen. En ik zocht dus alle bruggen uit. Want ik ben weer braaf deze week. En inmiddels natgeregend.
Stukje onverhard pad door het Kotterbos en daar is de volgende brug. De hartslagmeter vond het moeilijk te volgen. Die was ook nat inmiddels. Trapje, modder, TBSkliniek (wat ben ik blij dat ik hier vrij rond mag rennen), fietspad, speeltuintje. Natte haren in mijn gezicht. Nog meer bergjes? Die liggen op het Natuurpad. Daarheen dan maar. Ik heb geen enkele andere loper gezien. Hard omhoog, lekker warm en nu word ik ook onder het regenjasje nat. Dan houdt de miezer op. Halverwege de natuurbrug heb ik geen zin meer en wil ik naar huis, dus ga ik over het onverharde pad terug.Ik heb 5 kilometer in 29 minuten gerend (in zone 2) en kilometer 6 gaat lekker sloom, langzaam en rustig aan. Richting de laatste brug. Ik ben nu toch al nat, het had gewoon door kunnen gaan met regenen. Mijn bui klaart niet op en het tempo ligt minder hoog, want ik heb nu wind tegen. Ik weet nog 1 brugje, maar die ligt buiten de gestelde tijd van 45 minuten, dus die doe ik lekker niet in zone 4! Het kan mij niet schelen hoeveel ik ren vandaag. Ik was na 1 kilometer al nat en na 8,8 kilometer ben ik dat ook. Rekken, strekken en dan echt nat worden in een warme douche.
Klassieke Blubber
Door allerlei zaken is het hele schema in het gedrang gekomen vorige week. Dat is een understatement: ik heb van alle voorgestelde trainingen er welgeteld NUL opgevolgd. En dat doet pijn. Letterlijk. Mijn linkerhak is wat pijnlijk. Ik kan de post-rondbrengen de schuld geven, maar het is waarschijnlijker dat 3 keer hard over asfalt hollen een oorzaak is. En wat interne strubbelingen tellen ook mee. De trainer raad me dan ook af om de gemiste hardloopwedstrijd op dit moment in te halen en het bos door te gaan rennen op hoge snelheid. Gewoon even rustig aan de onverharde ondergrond opzoeken voor drie kwartiertjes, was het advies. Ik kon maar niet beslissen waar ik het bos in zou gaan en wanneer. Mijn vriendin kon niet mee, maar misschien was het ook wel even goed om alleen te gaan. Na veel vijven en zessen (en teveel chocoladesnoepjes) werd het een bos in de buurt: het Oostvaardersbos. Als het niet ging, was ik ook zo weer thuis.
Ik ging door het park – onverhard- en naast het fietspad lopen, om maar zo min mogelijk asfalt onder de ‘gevoelige’ hak door te laten gaan. Ik ging rustig aan en ik had weer eens muziek aangezet. Klassieke muziek (je leest het goed). Ik ging zo snel mogelijk het bos in en hoewel ik het gevoel had dat alles overal een béétje pijn deed en mijn gedachten alle kanten op werden geslingerd, werd ik wel iets rustiger. Ik kwam 1 andere mevrouw tegen. De piano van Philip Glass begeleidde me, maar heel stilletjes op de achtergrond. Ik ging het Hertenpad op, in de hoop herten tegen te komen. Maar die waren er niet. Er waren paardjes. Ik vond dat ik niet hard hoefde te gaan en nam lekker een foto onderweg.
Die ontspanning had ik even nodig! En toen kwam de modder. Glibber. De eerste keer probeer je het te ontwijken, maar dan ligt het pad er vol mee en is er geen ontwijken meer aan. Mooie metafoor.
Dwars er doorheen. De schoenen maak ik straks wel weer schoon. Natte voeten. En als je dat dan eenmaal hebt, maakt het niet meer uit. De angstig gladde stukjes doe ik in wandelpas, want ik heb wel mijn telefoon bij me. Langzaam aan begin ik te genieten van de drek. Mijn kilometertijden en afstand zijn weer compleet van ondergeschikt belang en dat voelt goed!

Ik doe een klein rondje en kies dan een groot (lees: niet al te modderig) pad. Het komt uit bij een gesloten hek.
Mooie metafoor II. Ik zie verderop het routebord en de modder verraad sporen van eerdere smokkelaars die over het lage hek geklommen zijn. Met een kleine daad van burgerlijke ongehoorzaamheid voeg ik mijn spoor toe. Ik ga over van de gele paaltjes (het Hertenpad) naar de blauwe paaltjes. En zo kom ik vlak bij huis in een totaal nieuw bos. Helaas heeft het hier ook geregend en dat heeft ook sporen nagelaten in de vorm van modder.
Nu zit de modder toch al tussen mijn tenen… Ik ben het een beetje zat, dat hardlopen door de blubber. Ik wil naar huis. Begeleid door Bachs Ave Maria, ga ik braaf nogmaals naast het fietspad onverhard de brug op lopen (maar nu aan de andere kant) terug naar mijn eigen wijk.
Ik zet de muziek wat harder omdat ik het zo mooi vind: het blijkt toepasselijk TIME te heten. Ik neem nogmaals het pad door het park en dan ben ik 51 minuten na mijn vertrek weer thuis.
Met modder tot mijn knieën, een voornemen om trailschoenen aan te schaffen en ‘nog geeneens’ zeven kilometer op de teller. Nu ga ik lief zijn voor mezelf en mijn voeten een flinke schrobbeurt geven!
Zenuwen wegdribbelen met Vincent
Vanmiddag moet het jongetje optreden met zijn keyboard. Hij heeft veel geoefend en speelt het muziekstuk van The Shadows alsof de Shadows er zelf bij zijn, zo goed. Door dit optreden gaat de Crosscupwedstrijd op het Almeerderstrand aan ons voorbij. Opeens komen de zenuwen opzetten. En wat doe je dan? Hardloopkleertjes aan en naar de Albert Heijn voor broodjes! Met een omweg natuurlijk….
En zo lopen moeder en kind om tien uur door het park te rennen. Kind verteld honderduit over zijn droom, over auto’s en waarom we toch zo ver omlopen naar de Albert Heijn.
Intussen warmen we op en bij het Oostvaarderscentrum kunnen de handschoentjes in mama’s onafscheidelijke rugzakje. Al rennend hebben we tijd voor een run-selfie. En dan trappelen we door de modder over het frans-verapad, waarbij we genieten van de ganzen en het ruime uitzicht. Het jongetje hoopt op een trein, maar die rijden er dit weekend niet veel! We komen een runner tegen in korte broek en t-shirt. Ik wil het jongetje voor het eerst 5 kilometer aan 1 stuk door laten rennen, maar dat weet hij nog niet. Hij rent gewoon verder.
Mijn hartslagmeter slaat op hol. En dan komt die ene stoptrein van het uur voorbij! In zijn hoofd maakt Vincent wel acht foto’s en de beste stuurt hij door naar mij. In gedachten. Met elke stap wordt de stress minder; keyboardspelen komt straks wel weer. Nu gaan we de brug over en we blijven maar hardlopen. Het kleine jongentje versnelt zelfs, want dan is hij eerder boven! Nu komen we een runner tegen die van top tot teen juist ingepakt is! We gaan over het pad met de streepjes en elke meter wordt afgeteld. Bij het tennisveld komen we een hele groep bootcampers tegen die ons geweldig sportief vinden. Ik durf niet te zeggen dat dit kleintje al bijna 5 kilometer heeft gerend… Dan vallen er vast een paar dames flauw van verbazing! Bij de Albert Heijn is het een feit: 5 kilometer binnen 34 minuten. Het geklets is er niks minder om geworden en we kunnen eindelijk de broodjes gaan kopen. We zijn allebei amper moe, maar van zenuwen hebben wij de komende uren ook geen last meer! Met een goede douche en andere kleertjes toveren we het jongetje om tot een prachtig artiest en van een klein atleet wordt het moeiteloos een super muzikant!





