Soms….

Soms….. Heel soms hou ik me niet aan het schema. Soms moet je gewoon even een stuk dribbelen en geen intervallen doen. Soms moet dat gewoon.
Soms…. Loop je de eerste kilometer te gieren van het lachen, omdat het loopmaatje zo grappig uit de hoek kan komen en de hond bijna over het hoofd ziet. En heel soms herhaalt zich dat kilometers later nog een keer: dat lachen, niet de hond. 
Soms… Regent het en stormt het en dan ga je lekker toch rennen, ook al weet je dan dat het niet zo verstandig is met een opkomende keelpijn.
Soms… Kunnen kilometertijden, hartslagen en route niks schelen: we liepen gewoon maar zo’n beetje.
Soms… Is het heerlijk nodig en nuttig om uit te waaien en amper vooruit te komen tegen de storm in, ook al heb je al uren met post gesjouwd.
Soms… Is drie kwartier meer dan genoeg.
Laat dat nou net allemaal in deze ene keer samenkomen. 
En soms kom je er achter dat je het beter niet had kunnen doen, omdat je nog niet uitgerust bent van zevenheuvelen en de keelpijn alle kans geeft door te zetten en om te buigen in een fikse verkoudheid die je vervolgens een paar dagen binnen houdt. Dat risico moet je soms nemen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Soms….

De Zeven Heuvelen Loop

Begin oktober was onze financiële adviseur E er, toen hij hoorde dat ik een marathon ging lopen. Hij loopt zelf ook hard en nodigde mij spontaan uit om deel uit te maken van zijn tien personen tellende team voor de Zevenheuvelenloop. Dat wilde ik wel eens proberen! Een klassieker. Dus vanmorgen reed ik samen met 3 heren richting Nijmegen.

Verzopen katjes wachten vol goede moed op de trein! Links P, rechts F (E maakt de foto)


Op weg naar het station Nijmegen-Lent goot het. Het stormde ook al. Echt mijn weer! Van de trainer mocht ik ‘los’.
Ik had drie doelen voor deze wedstrijd: 1) Ik wilde eens echt ongespaard hard durven 2) Ik wilde de race goed indelen en aan het einde harder gaan als aan het begin. Volgens de trainer kon dat best, omdat het laatste deel heuvel-af is. 3) Ik wilde de zenuwen voor de wedstrijd in bedwang krijgen. Expres had ik de druk hoog liggen met een richttijd van 1:20:30, die E voor mij had opgegeven. Meer dan gniffelen deed ik niet toen E aangaf veel van me te verwachten. Ik voelde amper druk en was simpelweg niet zenuwachtig. Het ontbrak gewoon! Ik voelde me fysiek in staat de scherpe tijd te halen en twijfelde eens een keer niet zoveel. Winst voordat ik überhaupt in de buurt van de startstreep was!
Toen we in Nijmegen naar de verzamellokatie in het ROC liepen, was het droog. En warm. Korte broekenweer! Snel een groepsfoto maken en de 4 snelle jongemannen gingen gauw naar hun startvak om een uur voor ons te starten. Bij de 3 heren die ik al in de auto had ontmoet sloten zich nog een man en zijn vrouw aan. E wilde dat we bij elkaar bleven lopen, maar ik wist dat nog niet zo zeker. Ik hield de mogelijkheid open om met de man F, die elke km in 5 minuten wilde lopen, bij te houden.
Het was een eindje wandelen naar startvak rood en in het vak hebben we ook nog zeker 20 minuten gewacht. Maar van zenuwen geen sprake! E kwetterde meer en meer en dat vond ik grappig. Ik kletste met F en hoorde hoe Jip Vastenburg al finishte. De rest ging nog langs een dixie, maar ik was al drie keer gegaan! Ineens was daar de start. Uit tegengestelde richting kwamen al drommen mensen binnen. Ik schoot weg. Onmiddelijk wist ik: dit is mijn race, dit doe ik alleen; sorry teammates, gedag.
Heel veel gedachten tijdens de race. Dat gaat ongeveer zo: (foto’s volgen)
Wat veel mensen! / Tjeempie die zijn er al daar links, daar kom ik straks ook / Zou loopmaatje er al zijn? / Het gaat alleen maar omlaag, blijft dat zo? / Ik ga hard, maar dit gaat / Nistelrooij staat op haar shirt, fijn tempo, volgen / Enorm veel mensen / Ho, Nistelrooij volgen, daar gaat ze / Ligt het tempo nog goed? Ja, doorgaan / ah! We gaan omhoog, eindelijk / Tjeetje, die loopt er fris bij, waarom is die in rood gestart? / Tjeetje, die loopt er slecht bij, waarom is die in rood gestart? / Nu al een kilometer? Mooie tijd / Gaaf huis / Wat veel mensen / Weer dalen / Het Africa-museum! / Ik blijf mensen inhalen / Loop op de wegrand / Nistelrooij volgen / Ik dacht echt dat het meer stijgen zou zijn / Ik heb wind mee! / Daar loopt P! / Ik ben Nistelrooij kwijt opeens / Zoveel mensen / Tempo zoeken / Ik moest van E van de omgeving genieten; oh mooi dan en door! / 5 km al! 26 minuten? / Doorgaan / Ik blijf maar inhalen / App van loopmaatje, maar ik zie de tijd niet precies / Nog wat stijging / Drinkpost? Leave it! / En dan ineens zijn we boven en hier is het mooi zo rond de golfvelden / Wind mee! / Inhalen / Als het niet goedschiks kan, dan kwaadschiks en gewoon door de waterplas, ik ga er echt niet omheen zeg / Nog een heuvel, dit is de derde pas volgens mij / Aha, zo voelt kramp dus aan, ik ben bijna boven dus ik ga door / Leuk bord voor overstekende golfkarretjes /Kijk eens hoeveel wandelaars, waarom doe je dit dan? / Ik volg de meneer vol tattoeages / Alle straten zijn zo vol / Fotograaf / Bocht. Ik heb geen idee van het parcours / Nu komen er echt heuvels – blijf rennen / We zijn op de helft / Ik ga nog hard / Ik begin er even genoeg van te krijgen / Het is zo druk / Onbelangrijke mail / Ik zie niet waar we heen gaan / Hard doorgaan, dan ben ik er sneller vanaf / Hoe loopt de route? / Tatoeages kwijt / Hier is vast een parkeerplaats, want er is weer publiek / Ik zet de hartslag uit en tel even hoe ver ik al gekomen ben in welke tijd / Lukt niet, ik verwissel een 7 en een 8 denk ik / Oma is van d’r rollator gedonderd, arme oma / Als je wandelt kom je er ook hoor, maar ik doe niet mee, dat laat ik aan veel anderen over / Zou ik de 1:15 halen, wat ga ik hard zeg! / Ach, vandaag mag het! / Meneer met oorbelletje volgen / Leuk hier met dat bos / Jammer dat het zo druk is / Berg en Dal, volgens mij is dit dal alweer / Ik ga gewoon echt zo hard mogelijk naar beneden, hoe kunnen er mensen zijn die zich inhouden? / Bocht! / Welk dom dorp denkt dat Sinterklaas hier vandaag aankomt? / Veel publiek, die staan hier toch maar met dit rotweer / Ik heb het wel heet! / 10 Kilometer in 52 minuten, lijkt me niet snel genoeg / Ik kan nu best een stuk wandelen en de 1:25 halen, maar dat is slechts theoretisch / Oorbelletje ingehaald / Als je mij nu nog inhaalt, dan kun je snel hoor, wat heb je het afgelopen uur dan gedaan? / Als je nu moet wandelen heb je de afstand onderschat / Kom op, het is maar 15 kilometer / Gek genoeg blijf ik wind mee voelen / Ik drink nu wel twee slokken, maar stilstaan doe ik niet / UIT de WEG, welke morron staat er in het midden stil om te drinken?! / Gaat het nu alleen nog naar beneden / Ga ik al versnellen? / Dan zie ik F naast me, hoe is het mogelijk / “Nu blijf ik bij je” zeg ik hem, maar hij zwaait alleen maar vooruit / Hij geeft me energie / Maar dan ben ik hem kwijt / Ik ga nog versnellen, ik weet het zeker: NU / Nog 3 kilometer, da’s niks / Het daalt /  Sjips, ik heb even trek / Doorrennen, dan zijn we er eerder / JUICHKREET: we mogen een stukje onverhard / Brandweer is met de boom bezig en wij mogen onverhard / Nu zet ik pas echt de pas erin en ik jaag hele volksstammen voorbij / Vrijwilliger voor bankje / Nijmegen in / ‘Nog anderhalve kilometer’, roept een vrouw: de trut: het zijn er nog 2,5 en dat scheelt misschien niet als je daar staat, maar als je hier loopt wel / Iemand roept mijn naam! Wat een lieve man / Nu ga ik dieper als ik ooit gegaan ben / Het gaat me lukken / Morgen draag ik de gevolgen wel / Ik herstel snel altijd / Allemaal aan de kant nu voor mij / Begon die kilometertijd nou echt met een 4? Oh Hell / Ik ben alleen maar aan het aftellen / Bocht / Nog een kilometer / Wat is die lang / Hier liep ik daarstraks ook / GODVERDOMME (xcuse me), wat een ontzettend slecht moment voor regen / Nog 500 meter en ik baal als een stekker dat ik nog net nat wordt / Dit is loodzwaar / Loop ik wel aan de goede kant? / Blijven lopen / Hoe ver is het nog??? / De energie raakt op / 1:15 is niet meer haalbaar, 1:16 wordt het / En dan ben ik er / Ik juich heel eventjes en zet mijn horloge uit. (achteraf op de seconde nauwkeurig!)
Ik baal. Het regent steeds harder. Ik loop door. En dan ben ik alleen. Er zijn duizenden mensen om me heen, maar ik voel me in mijn uppie. Ik app naar het loopmaatje en die heren hebben natuurlijk allemaal veel sneller gelopen dan ik. Mijn tijd is 1:16:35 volgens de SMS die ik krijg voor ik de medaille vast heb. AA-drink die ik meteen openmaak. De medaille hang ik om. Ik kijk en zoek anderen, maar er is alleen die regen. Ik koel nu te snel af en moet terug naar het ROC. Maar waarheen is dat nu precies?! Appen lukt niet meer omdat de telefoon nat wordt. Ik ga aan het dribbelen en laat me een uitslover noemen, maar in dit t-shirt en deze korte broek krijg ik het anders te koud. De zenuwen die vooraf ontbreken zijn op dit moment omgeslagen in grote zorgen. Ik vind het ROC natuurlijk best snel en eenmaal binnen is alles goed. Ik zie mensen uit Almere! Naast onze tafel nog wel! In mijn beleving heb ik sloom gelopen als al deze mensen al ruimschoots gedoucht en gefinisht zijn. Ik eet de appel onmiddellijk op en wil omkleden. De rest komt ook. F heeft me tot kilometer 12 gevolgd en toen kon hij mijn versnelling niet meer volgen. Van ons groepje van 6 was ik de snelste. F is in de laatste 3 kilometer een minuut op me verloren! Het doet me helemaal niks. Ik heb gelopen wat ik waard ben. Niet meer en niet minder. Ik ga met de andere vrouw de douche zoeken (een heel karwei) en luister naar haar heldenstory als moeder van 4 kinderen (een drieling!) waarvan er 2 aan topsport doen, met 2 halve banen, waarvan 1 onregelmatig in de zorg als kraamverzorgster en dan nog in 1:20 15 kilometer kunnen lopen op een zondag! Kijk, dan kun je iets. Ik eet een banaan en in het ROC halen we nog een broodje. De drukte neemt af. Eindelijk. Wat een enorme berg hardlopers. We delen ervaringen. Het is gezellig met zijn allen. We halen nog een t-shirt en hoewel E de langzaamste was van ons, heeft hij alweer volop praatjes. Hij heeft zijn tijd van vorig jaar ook met 7 minuten verbeterd! Ik ben moe, maar voel nog niks aan mijn lijf. In de trein. Auto. Ik neem wel en niet deel aan de gesprekken en werk de social media bij. Er zijn toch veel bekenden met langzamere tijden dan ik. Ik ben van de 1235 vrouwen in mijn categorie 110de geworden. En kijk, dan wordt het wat, dan dringt het door: ik kan best hard. Voor een vrouw van 42 loop ik de jonkies eruit en een flink aantal kerels ook! Ik rij naar huis en eet gretig mijn welverdiende heerlijke hamburger op. De teamuitslag komt binnen en dan is het duidelijk: er zijn wel vier heren die sneller hebben gelopen dan ik, maar… als je mijn leeftijd meerekent en meeneemt dat ik een vrouw ben, heb ik relatief de derde plaats gehaald van onze tien deelnemers. Het meest trots ben ik echter niet op de tijd, maar op het feit dat ik elke 5 km sneller ben gaan lopen: de eerste 5 in 26:10; de tweede 5 km in 25:26 en de laatste 5 km in 24:59. Kan het mij schelen dat de laatste kilometers de meeste daling in zich hadden! Kilometer 11 was zelfs de langzaamste. De tijden met 4 minuten klopten ook.
Ik heb alle drie de doelstellingen gehaald: Ik ging gewoon eens lekker ongestraft hard. Omdat er verder niks op de planning staat, kon dat gewoon en ik genoot ervan. Ik heb alle remmen los gegooid en ging gewoon. Nergens heb ik gedacht dat ik het niet zou kunnen. De andere doelstelling om de race goed in te delen is me ook gelukt: steeds sneller lopen. En het laatste doel was veruit het belangrijkste: ik was nauwelijks gespannen. In elk geval was er niks blokkerends of overdreven aan. Dat maakte de hele beleving stukken gemakkelijker. Leuker, lichter. Gemakkelijker.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Zeven Heuvelen Loop

't Ene Rondje is het andere Niet.

En dit was het Rondje Niet. De zon scheen, ‘t loopmaatje ging mee voor de gezelligheid, het regende niet, het stormde niet, de Oostvaardersplassen zijn nog open en het tempo hoefde niet hoog te liggen. Ik was opgewarmd van het post rondbrengen. Mijn rusthartslag is onwijs hoog ‘s morgens, maar ik voel me niet echt ziek. Er was dus geen enkele reden waarom dit rondje het Niet was, maar toch was het zo. Ik was geïrriteerd, kon niet echt van de omgeving genieten en hoewel ‘t loopmaatje dus speciaal meeging voor de gezelligheid, kon hij me ook niet echt opvrolijken. Lag niet aan hem, lag gewoon aan mij. Ik had het Niet vandaag. Dat heb je soms. Meestal wordt het onderweg toch wel ergens Wat, maar deze keer Niet. Het was alleen maar asfalt onderweg en de route is weinig verrassend meer. Het stormde en regende niet hoor, het was de laatste prachtige herfstochtend. Ik had het niet te warm met mijn lange mouwen en lange broek aan en ook niet te koud. Aan het einde bleek dat we eigenlijk op moesten schieten omdat ik toch echt op tijd per auto op school moest zijn. Daarbij was ik ook nog ‘doodverklaard’ door mijn hartslagmeter die er maar helemaal mee stopte. Ik denk tenminste dat die het was, want volgens mij klopte mijn hart nog best wel. Ik kon ook nog een bezorgd telefoontje tijdens het lopen afhandelen zelfs. Het hielp allemaal niks. Dit was het Rondje Niet. Dit was het Rondje Niet van deze week, hopelijk van deze maand en op zijn allerbest van dit jaar. Maar ik kan me er nog meer herinneren. Dit Rondje-Niet is zelfs zo oninteressant dat ik het ook zo weer kan vergeten. Volgende keer beter. Gezelliger. Mooier. Opgewekter. Dertig minuten werden er zevenenvijftig en daarin legde ik dan toch maar weer negen kilometer af. Dat maakt het Niet Beter. Ach; het ene rondje is het andere nou eenmaal niet. Dit was een Vrijdag de Dertiende-Rondje Niet.

Categories: Uncategorized | Comments Off on 't Ene Rondje is het andere Niet.

Buik Spreekt

Buik doet zeer. Maar dat deert niet. Buik moet mee. Anke moet rennen. En Buik dus ook. Buik moet 50 minuten mee. Gelukkig voor Buik hoeft ie niet hard. En toch doet Buik zeer. Buik rammelt. Buik knort. Buik en Darmen zijn dwars. De hele dag al. Toch moeten Buik en Darmen mee. Ze zitten nou eenmaal aan Anke vast. Van binnen. Ook al doen Buik en Darmen pijn. Stomme kleren aan. Paars en Roze. Geen mode. Loopmaatje moet ook mee. Omdat het donker is. Dus gaan Buik en Darmen en Loopmaatje mee.

4 Keer Brug Hard op & af


Horloge piept. Langzamer. Buik doet pijn. Horloge piept. Weer langzamer. Anke praat. Darmen rommelen. Anke doet alsof ze het niet merkt. Loopmaatje kwebbelt. Buik sputtert tegen. Horloge piept ook. Anke rent. Naar de brug. Door het donker. Op de brug moet Anke hard. Buik wil niet. Darmen blazen zich nog verder op. Maakt Anke niet uit. Anke gaat. Horloge piept. Buik piept. Anke lacht. Hard omhoog. Hard omlaag. Minuutje stilstaan. Op adem komen. Buik doet niet meer pijn. Ook niet minder. Nog een keer hard burg op. En brug af. Anke houdt loopmaatje bij. Minuutje stilstaan. Nog twee keer. De laatste keer iets minder snel. Helpt niet tegen buikpijn. Warm. Donker. Uitpuffen. Nog steeds pijn.
Teruglopen naar huis. Met opgeblazen darmen. Lastig. Anke praat door. Anke gaat door. Loopmaatje gaat mee. Buik liever niet. 50 Minuten kan lang zijn. Met Buik en Darmen die niet meedoen. Dat was zo. Maar: we did it!
 
ps. Buikpijn en darmlasten wijken na een goede nachtrust.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Buik Spreekt

Kromslootpark cross: een toptijd.

We gingen op de fiets, Manuel en ik. Door de mist. Ongeveer 3 kwartier fietsen zou het zijn, maar we deden er echt wel langer over! Zodoende waren we maar 5 minuten voor Vincents start in het Kromslootpark. Ik vond het fietsen al vermoeiend! Toen nog een beetje op en neer rennen om mijn dappere kind aan te moedigen en met iedereen kletsen: het leek niet optimaal, maar dat was het wel! Ik was namelijk helemaal niet zenuwachtig, ik voelde een beetje spanning en meer niet. Ik zou de eerste ronde in elk geval met iemand meerennen van de hardloopclub. Zo kon ik aan mijn opdracht ‘een beetje met de handrem erop rennen’ voldoen en zij kon samen even wennen aan het crosslopen. Ik had oude schoenen aan en ging op het laatste moment nog naar ‘t toilet en om 12uur15 kon de moddertrapperij beginnen!
Eerst gras en veel drukte. Ik moet echt leren flink naar voren te duwen, maar nu liep ik met iemand anders mee, al voerde ik haar tempo wel op. Ik kon nog prima praten en ging dwars door de modder heen. Dat ik vuil zou worden wist ik en dat ik uit kon glijden ook, maar ik was daar niet bang voor. Mijn telefoon en mijn horloge zaten diep in de fietstassen en ik was bereid het risico op vuiligheid ten volle te nemen! Glad was het wel, maar dan til je gewoon snel je voeten weer op. Smal was het ook hier en daar en soms moest ik even inhouden omdat ik net niet kon inhalen. Het slootje door ging me dit jaar goed af: ik was snel weer boven. Het gras vond ik persoonlijk minder prettig dit jaar. Ik weet niet precies waarom. We moesten ook een balk over. Ik werd ingehaald door een mevrouw in het zwart die ik vaker zie. Ik richtte me op haar, maar ze was me snel ver voor. Ik hield me in voor mijn loopgenoot, maar ik merkte ook dat zij mij niet zou kunnen volgen als ik voluit ging. Aan het einde van de eerste rond keek ik om naar haar en riep zij me door te gaan op mijn eigen tempo. Fijn dat ik me nu op mezelf kon richten. Heuveltjes op: oppassen voor de wortels en blijven rennen met kleine stapjes! Heuvel af is nog leuker. Gewoon gaan en hopen dat er niemand in de weg loopt of glijdt!
En dan de modder weer. Hét moment om een paar mensen voorbij te steken. Ik was elke ronde opnieuw verrast door de route en de bochtjes. De afzonderlijke stukjes kende ik na verloop van tijd wel, maar de volgorde wat er na elkaar kwam, bleef me verrassen. Er gleed iemand in de modder uit. Er stond nog iemand met een hond langs de kant. Ik zag een kilometertijd van 6:29 voorbij komen dacht ik en dat viel me wat tegen. Door het slootje, over het gras, langs de geweldige vrijwilliger. In de verte zag ik mevrouw-in-het-zwart nog wel, maar het gat dichten was voor latere zorg. Heuveltjes over en ik moest een paar stappen wandelen omdat mijn voorganger stopte. Verder heb ik alles gerend, alles! De speaker meldde dat “Anke de Boer” nog een rondje verder ging. Dat hielp me enorm toen ik in de brandnetels greep bij het omhoog klimmen van het glibberige heuveltje. Bos door, modder over en ik koos eens de andere kant, wat nog beter werkte. Ik begon erg blij te worden dat dit niet het laatste rondje was! Nu maar hopen dat de trainer niet meeleest: ik kon hem wel zoenen dat hij me ertoe had aangezet niet voor de 4 of 6 kilometer te gaan, maar voor de acht! Überhaupt verdient hij wel een flinke klapzoen omdat hij ervoor gezorgd heeft dat ik me hier op dit onverharde terrein inmiddels op mijn gemak voel en de angsten achter me heb gelaten. Ik haalde nog wat dames in, maar dan weet je nog niet of dat 6- of 8-kilometerlopers zijn. Ik ging inlopen op de mevrouw-in-het-zwart. Dit rondje wilde ik nog niet voluit gaan, maar het laatste rondje wel en dan moest ik toch in haar buurt zijn als ik haar voorbij wilde. Op het gras haalde ik diverse mensen in en inmiddels werd ik zelf ook voorbij gestoven door snelle kerels. De winnaar had me allang ingehaald. Ik lifte dan heel eventjes mee. Zo spiekte ik Mo’s route door de modder af en haalde ik zomaar 3 mensen in die langs de kant glibberden!
Op Manuels advies lette ik maar eens op de arminzet en ik voelde nog steeds dat ik hartstikke soepel liep. We moesten een balkje over en ik heb er 4 keer sierlijk overheen gesprongen. Vorig jaar durfde ik dat niet, nu was het een leuke onderbreking. Het zand daarna stemde me ook keer op keer tevreden: even niet glad. Natuurlijk waren er steeds meer mensen binnen, maar ik jubelde in mezelf: ik hoeft nog niet, ik mag nog een rondje. Bij de laatste heuveltjes liep ik vlak achter de mevrouw-in-het-zwart en dan maar hopen dat ze niet voor de 6km gaat. Gelukkig niet en ik haalde haar in en liet haar vervolgens achter me. Het gaf me net een beetje extra energie. Ook het feit dat het parcours nu aanzienlijk leger was, maakte dat dit een soepel lopend rondje werd. En ik mocht van mezelf: ik kon ook nog gemakkelijk versnellen. Lekker nog even door de slurpende modder, tot ik bedacht dat het niet nodig was en ik koos de zijkant: maar die was veel gladder! Ik haalde een meneer in en ging op naar de volgende dame. Hoewel ik nog steeds de bochten niet telde, voelde ik aan dat ik haar ging inhalen op het gras na het slootje. Op het bospad versnelde ik aanzienlijk en het ging ook heerlijk. Ik besefte goed dat mijn benen geen problemen hadden met het tempo, maar dat mijn hoofd amper kon geloven wat er gebeurde: ik zag een kilometertijd van 5:45. En dat was kilometer 8. Dus het was nog een stuk verder ook! Niks hield me tegen en ik haalde de volgende dame ook in. Ik had zelfs nog tijd de vriendelijke vrijwilliger te bedanken en te high-fiven!
Op het laatste stuk gras kreeg ik het wat zwaarder, maar hé: ik geef nu dus niet meer op! Even dacht ik te voelen dat mijn bovenbenen verkrampten, maar het was voorbij voor het echt doordrong. Mijn knie was wat gevoelig, maar meer dan een constatering was dat nou ook weer niet. Voor me liep nog een mevrouw in het lichtblauw en ik moest echt flink aanzetten om haar in te halen. Heuvelop kon ik niet veel harder meer omdat ik de concentratie wat verloor en dan zijn de uitstekende wortels gevaarlijk. Ik haalde de heer tussen ons nog in, maar de mevrouw ging net even voor me over de finish. Ondanks mijn eindsprint die me nog goed afging, omdat ik op techniek liep: hogere knie-inzet en groter aanzetten. Onder de 55 minuten op mijn horloge. 54:54 Maar het was dan ook 9 kilometer! Negen kilometer onverharde grond, modder en een paar heuveltjes en dat met 10 kilometer per uur en een hartslag van 167; wees daar maar trots op! Ik was vooral Happy. Blij. Gelukkig.
Als dit de andere kant van het hardlopen is, dan overtreft het de marathon. Snel een jasje aan en water drinken en ik kon alweer meekwebbelen. Ik stak het vaantje in mijn jaszak. Eén fotograaf maakte een foto van me: ‘jij ziet er zo tevreden uit’, zei hij. Die foto moet meer zeggen dan alle woorden hierboven, want zo voelde ik me precies. Ik straalde van geluk en blijdschap! Ik huppelde er bijna van. De meneer op blote voeten had gewonnen. Terugfietsen ging nu wel wat minder gehaast, maar wederom verdwaalden we in Almere Haven door een omleiding en waren we een uur onderweg. Ik had intussen grote trek en at eerst drie boterhammen. Nee mams, toen waren mijn bemodderde schoenen nog buiten, dus de vloer is nog schoon! Alleen mijn vaantje is niet ongeschonden uit de strijd gekomen: die was niet opgewassen tegen de wasmachine!
Vincent en ik hebben in vergelijking met de anderen geen toptijd gelopen (beide halverwege onze categorie), maar allebei hebben we een toptijd gehad. Hoeveel waardevoller is dat?!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Kromslootpark cross: een toptijd.

Rondje onverhard

Mijn vriendin ging meteen mee toen ik vroeg of ze zin had in een uurtje onverhard. Mooie rem voor mij en geweldig gezelschap! Dat waren de voordelen voor mij. Voor haar was het hopelijk ook het gezelschap en de uitdaging die haar naar het Kotterbos lokte. We gingen echt wel zoveel mogelijk onverhard: door het park, langs de plassen en toen door naar het bos. We waren geen 5 seconden stil! Er was genoeg te klagen en er was veel ongenoegen te delen. Het helpt altijd voortreffelijk: mij tenminste! We liepen lekker door het stille bos, dus er kon niemand meeluisteren. En ondertussen gingen we niet hard en dat was goed voor me. We namen aan het einde lekker de heuveltjes van het MTBpad. Het was flink modderig en we moesten wel rustig aan doen om niet uit te glijden! Ik genoot er enorm van. Daarna sloten we de run af over het asfalt. We moesten thuis meteen de schoenen buiten laten, omdat mijn huis door mijn moeder helemaal brandschoon geboend was.
Hetgeen ik me zorgen over maak voor de cross-wedstrijd op zondag is niet de modder, niet dat ik vuil word (ik laat mijn telefoon thuis), niet dat ik 8 kilometer niet zou halen of dat ik er heen moet fietsen en ook dat ik niet te hard hoeft of mag, dat deert me allemaal niks. Ik ben bang dat ik niet op snelheid heb getraind: ik heb geen lange afstand in de benen en ik vind het weer doodnormaal dat de tijden met 7 minuten beginnen. De afgelopen weken ben ik langzaam geworden denk ik.  We zullen het zien.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Rondje onverhard

Hartslag failure.

Ik ging lekker een klein stukje hardlopen. De bedoeling was drie kwartier. Ik deed weer ‘s een lange broek aan. En ik ging heerlijk aan het dribbelen. Lekker rustig tempo. Ik zocht maar eens het schelpenpad uit. Ik nam gewoon de nét even andere paadjes als ik normaal zou doen. En een aantal bekende routes, want ik moest toch naar de brug over de Vaart toe. Op de brug moest ik hetzelfde doen als vorige week, alleen nu niet alleen in de het omlaag gaan moest ik in zone 4 gaan lopen, maar ook bergop zone 4 zien te bereiken! De eerste 2 kilometers liep ik heel precies strak in hetzelfde tempo van 6minuut22 per kilometer. Ik hield lekker zone 1 aan en dat ging voortreffelijk. Na 3 kilometer was ik bij de brug.

De brug


Ik ging “gewoon” omhoog en loeihard naar beneden. Maar toen ging het mis. Mijn hartslag bleef hangen op 154. Zou dat even mooi zijn! Maar ik was buiten adem en had vet hard gerend, dus dit lag helaas duidelijk aan de hartslagmeter. Nog maar een keer proberen. Ik rende harder dan 15 kilometer per uur en mijn hartslaag dáálde! Bijna waar… Boven op de brug moest ik gauw de boot die onder me door voer fotograferen. Nog maar eens een keer proberen mijn hartslagmeter op orde te krijgen, maar die werkte niet mee. Mijn tempo was hartstikke hoog, mijn hartslag hartstikke laag. Ik word er niet meer warm of koud van (figuurlijk gezien), want ik weet toch wel dat wat ik doe, correct is.
Het bos

het bos 🙂


Ik rende verder de brug af en besloot het bos in te gaan. Daar had ik echt even behoefte aan. Ik telde wel uit dat ik dan iets te ver om zou gaan, maar dat nam ik voor lief. Ik moest en zou even onverhard rennen tussen de prachtige herfstkleuren door. Ik nam een paadje binnendoor en genoot met volle teugen. Helaas moest ik even een telefoontje aannemen voor een nieuwe werkopdracht en daardoor stond ik even later blij weer bij dezelfde brug. Aangezien de hartslagmeter nu prima zijn werk deed, besloot ik er nog een laatste versnelling aan toe te voegen.

rare hartslagpatronen


Ik ging geweldig hard de brug op en het was een lang stuk ook! Ik moest echt even doorpakken om het tempo hoog te houden, maar het lukte me! Mijn hartslagmeter klopte niet meer mee met mijn hart, helaas. Een hartslag onder de 100 terwijl je zwaar op adem moet komen is buitengewoon ongeloofwaardig! Ik ging weer ‘gewoon’ langzaam de brug af en besloot tot thuis lekker een zone-1 tempo aan te houden en niet meer naar de hartslag te kijken.

De boot die onder me door voer.


Soms had ik wel even zoiets van: er zijn drie kwartier voorbij, ik wandel gewoon lekker verder, maar dan krijg je het toch koud als je bezweet bent en duurt het alleen maar langer. Ik wilde doorgaan tot minstens 9 kilometer, om de 1800 kilometer dit jaar te halen. Ik nam wederom de paden die ik nooit eerder had gezien! Gossie, denk je de buurt toch te kennen…
Een ommetje door het park was na 9,5 kilometer alleen maar logisch: als je dan toch de tien kunt halen… Ik deed over de tien kilometer een uur en 7 minuten. Maar ach, tijdens het telefoneren had ik dan ook gewandeld. De gemiddelde hartslag bleef steken op 129, maar dat is volkomen belachelijk. Dat ding gaat onmiddellijk de wasmachine in! En ik kan de warme douche in als ik gezien heb dat ik dit jaar op 1800 kilometer zit. Ga ik de 200 kilometer de komende twee maanden nog halen?!

Categories: Uncategorized | Comments Off on Hartslag failure.

De Duistere Bende van M….

Het is stil in de mist. De kilte kruipt omhoog en de straatlantaarns geven een slechts en vaag schijnsel af. Geluiden klinken gedempt. Het is een avond om veilig binnen te blijven. Het is een avond waarop buiten onheil dreigt en de vriendelijke, warme herfstkleuren in het grijs en zwart van de nacht verdrinken en bedreigen.
Daar komt M met haar bende aan! De lichtjes knipperen en flikkeren vervaarlijk in de donkere nacht. Het geluid van rennende voetstappen vermengd zich met de gedempte stemmen. De angstigsten onder de bevolking verschuilen zich als de Bende op en neer over de straat springt, huppelt en oefent. De auto’s rijden voor de Bende weg. Dit is niet zomaar een groepje willekeurige voorbijgangers, maar dit zijn de Cee-Deetjes van M die op een trainingsmissie zijn. Deze Bende maakt de straten van Almere Buiten op dit uur onveilig voor onschuldige voorbijgangers.
Op deze duistere avond bevond ik mij in hun midden. De verschillen tussen de deelnemers zijn groot. M drijft het tempo tussen de lantaarnpalen op en ik voel me woedend en sacherijnig worden. Het tempo kan ik met deze strijdlustige gevoelens onder controle krijgen en de meeste woede loop ik er  met drie lantaarnpalen uit. Op M na, haal ik iedereen in. Mijn handen zijn ijskoud.
De Bende trekt voorzichtig verder langs de donkere velden waarboven een laagje mist de grond guur maakt. Naast de voetstappen zijn nu ook de woorden weer herkenbaar te beluisteren. Enkel als je dichtbij bent en deel uitmaakt van de Bende, zijn de woorden niet bedreigend. Er worden ronden over de straten gelopen en de laatste wandelaar snelt naar binnen. De jongemannen die buiten na elkaar roepen, houden daar terstond mee op als M ze aanspreekt. M drilt haar troepen door ze rondjes te laten rennen en het tempo omhoog te gooien. Van de eerste ronde hoeft maar de helft op hoge snelheid. Ik ga gewillig mee. De tweede ronde moet voor driekwart op hoog tempo en vanaf nu loop ik voorop over de gladde bladeren door de slechtverlichte straten. Ik loop alsof heel R’s troep achter me aanzit, maar vandaag hoeft ik me niet met zijn bende te meten en mag ik bij M laten zien wat ik kan. De hartslag loopt op. Ook de mist trekt steeds dichter om de Bende heen. In de laatste ronde, die in zijn geheel zo hard mogelijk moet, loopt de hartslag nog verder op. Het tempo is dat van een jager en de hoge hartslag zorgt ervoor dat slechts de ademhaling de stappen overstemt. Na een korte rustpauze, verzamelt M haar bende en vervolgen zij en haar troep de ronde door de straten.
Gewend aan mijn mede-renners, bespreek ik wat gewichtige zaken met een medeloopster. M drijft nogmaals haar tempo op en de bende volgt. Op de brug drilt M haar troepen op armkracht en worden de benen extra aangespannen. De mist trekt op langs het water. De meeste mensen hebben zich teruggetrokken op de bank in hun veilige en warme huis. Hoewel ik het intussen redelijk warm heb, blijven mijn handen ijsklompen. M leidt ons verder door de lege straten en achterafsteegjes en eist van haar team nog een laatste inspanning: twee lantaarnpalen hard heen, één terug. Ik ben gaarne bereid aan haar verzoek te voldoen. Ze wijzigt de opdracht naar drie-om-één en dat bevalt mij nog beter. Ik maak er elke lantaarnpaal een versnelling van om zo het laatste restje woede en ongeduld uit mijn lijf te sprinten. M zelf loopt maar 1 lantaarnpaal verder en op het laatst daagt ze me uit: ze loopt de laatste lantaarnpaal extra hard voor me uit en ik moet mijn tempo tot het uiterste ophogen om haar bij te houden. Maar het lukt me!
M gaat door voor het laatste stukje en maant de snelsten onder de troep nog een laatste krachtsinspanning op zich te nemen. Ik ga die graag aan en loop met een paar heren alle venijn eruit. De jacht op de fietsers voor ons zonder licht wordt genadeloos geopend en voor de stoplichten hebben wij ze ingehaald. Voor we de vijanden kunnen verscheuren roept M ons terug om ons bij de rest van de bende te voegen. Het is maar een oefening.
M snapt wel dat ik met mijn snelheid niet direct in haar bende thuishoor, maar dat het soms heerlijk is om de krachten kort aan te spreken. Ze complimenteert me toch. Zelf heb ik het gevoel door mijn baas in toom gehouden te worden, terwijl dat niet meer nodig is. Komt daar de woede vandaan of is dat het gevolg van een nieuw, straf dieet? Ik hoor liever bij M’s Bende, dan bij R’s bende die zich bij ons voegt nadat de formele training is afgesloten.
In het met TLbuizen verlichtte hoofdkwartier komen de bendes samen en dan blijken de gevaarlijk verlichte, angstaanjagende renners niet meer te zijn dan een groepje ongevaarlijke hardlopers die heerlijk hebben getraind. Al heb ik nog steeds koude handen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on De Duistere Bende van M….

Run4Water

Vijf Kilometer. Hoe moeilijk kan het zijn? Daar kom ik normaal mijn bed niet voor uit… Maar vanmorgen wel! Ik mocht namelijk met PJ mee gaan lopen over de Startbaan in Soesterberg. Voor mij een oefening ‘inhouden en bijblijven’, voor PJ een oefening ‘bijblijven en volhouden’. Ik weet niet wie het meest zenuwachtig was voor zijn/haar eerste 5 kilometerwedstrijd…. Ik had voornamelijk geen zin. Alle tips die ik PJ had gegeven, had ik zelf in de wind geslagen. Dus ik heb patat gegeten gisteravond, vanmorgen anders ontbeten en veel te weinig gedronken. Ik deed mijn sportbroek aan over mijn korte broek en we reden naar Soesterberg. De mist trok weg en het werd heerlijk weer: koel, zonnig en een prachtige omgeving ook!
Het was er al druk en vol vrolijk gekleurde hardlopers. Snel naar de WC, startnummer ophalen, compressiesokken aandoen en even over het asfalt lopen om te kijken of ik het nog kan. We gokken er zo’n 35 minuten over te gaan doen. Ik ga strak naast PJ lopen en helemaal mee in zijn tempo. PJ heeft wel een lange broek aan en ook nog een jasje. Qua starten ben ik inmiddels een routinier, eenmaal in het startvak met 100 anderen is het al klaar met zenuwen voor mij. Heerlijk dat de vrouwen op deze afstand in de meerderheid zijn! Ik loop er vrolijk bij en geniet lekker van de unieke omgeving: het herfstbos tussen de bunkers door. Asfalt in een groene omgeving.
We worden ingehaald en toch gaan we de eerste kilometer nog hard op 6:20. Ik kijk niet meer op mijn horloge. PJ kan het niet laten om elke keer zijn snelheid, hartslag, afstand en ik-weet-al-niet-wat te controleren. Dit is een wedstrijd joh! Hier geef je gewoon all of you en dan kijk je achteraf maar hoe het (fout) ging. Mijn hartslag is nog best hoog. Ik loop te kletsen. Moeilijk om een monoloog te houden, ik weet niet zo snel wat interessant is als je naast mij loopt te zweten en af te zien, terwijl ik bijna huppel. Ik herken de startbaan, maar toen ik hier in december met een vriend(in) liep, was het toch indrukwekkender. Toen was het grootser, nu wordt het uitzicht door gekleurde shirts ‘verpest’.
Het valt me niet mee om rustig te blijven lopen en te accepteren dat we worden ingehaald. Dat we een wandel-ren-wandel dame niet kunnen bijhouden. Ik weet dat ik harder kan als het moet en dit tempo vergt een aanpassing van me die ook mij de tweede kilometer kost om te aanvaarden. Ik laat de tijd dan helemaal voor wat ‘ie is. Het valt me niet mee om te zien dat PJ het best zwaar heeft en peentjes zweet. Ik zou hem graag wat van mijn energie willen geven, een beetje van mijn loopgemak, van mijn opgedane ervaringen de afgelopen jaren. We komen de eerste renners op de weg terug al tegen. En zo zijn we al op de helft. Ik tetter lekker over mijn marathon ervaring.
We lopen langs het museum. Ik maak een paar foto’s. Het is wel een fascinerend gezicht namelijk: al die lopers op de startbaan. Zeker nu de tien kilometer er ook aan komt. Ik heb het al lang niet meer koud. Ik verveel me ook geen moment. Het asfalt vind ik wel een beetje minder. Dat loopt zo lomp! PJ gaat op zijn grens aan het lopen en het tempo gaat nog iets omlaag. Dat vind ik inmiddels niet meer erg. We blijven wel hardlopen en dat is het belangrijkste. Aan het einde van de startbaan zit ons aanmoedigingsteam en Vincent gaat meelopen. Hij loopt ons wel voor de voeten, de oen. Ik daag PJ uit om het laatste stuk te versnellen. Dan weet je echt waar je mogelijkheden liggen en hoe je hartslag reageert.
PJ zet te vroeg en veel te hard in. Van een kilometertijd boven de 7 minuten schiet hij in een sprint naar een 2 minuten tijd. Dat is te hard en te vroeg. Ik kan hem niet bijhouden met zijn lange benen, maar ik versnel ook (km-tijd onder de 4 minuten!) en weet dat ik hem bij de finish weer heb bijgehaald. Hij moet ook inhouden en ik haal hem inderdaad weer bij. Dik respect voor PJ dat hij daar op in is gegaan en bereid is het laatste restje eruit te halen! Grote, grote klasse! PJ is kapot en ik weet vrijwel meteen onze eindtijd omdat mijn horloge klopt met 34:22. Mooi onder de 35 minuten nog! Ik ben niet vermoeid, sorry PJ… Mijn hartslag ligt met een gemiddelde van 140 wat hoog vind ik. Ik hoeft alleen mijn trui erover aan te doen en ik heb zin in de chocolaatjes die ik heb meegenomen. Ik ben vooral trots op PJ dat hij dit bereikt heeft, voor mezelf vind ik het alles behalve bijzonder. PJ heeft met deze 5 kilometer heel wat meer overwonnen dan de eindtijd onder de 35 minuten aangeeft! Ik vond het fijn daarbij te mogen zijn en hem te kunnen steunen.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Run4Water

Een rondje bergaf door het donker

Het was al negen uur geweest toen M mij ophaalde. We gingen drie kwartier / een uur lopen. Eerst rustig in zone 1 en dan 4 keer de brug over de Vaart af in zone 4. Brug AF inderdaad: omlaag. Het was al lang donker. Dus kon ik niet zien in welke hartslag ik zat 🙂 Goed excuus toch?
We kletsten het donker door en misten zelfs de afslag naar de brug, zoveel had ik te melden! 😉
De brug op mocht in zone 2, maar ik geloof dat ik daar ongeveer de hele tijd in liep. De brug af aan de andere kant was me te donker. Dus we keerden om en gingen loeihard naar beneden. Dat is goed voor de heuvel af over een paar weken bij de Zevenheuvelenloop. Ik ging echt goed, grote stappen, hoge kniehef en keurig in zone 4. Beneden mochten we 30 seconden stilstaan alvorens het nog drie keer te herhalen. De derde keer bracht Manuel me zo aan het lachen dat ik moeilijk sneller kon, maar ik hield wel vol. En ik ging mijn eigen tempo echt te boven met zestien kilometer per uur! Misschien maar eventjes, maar het was heerlijk! Ik weet niet of ik M bij moest houden of hij mij!
We gingen de brug af aan de donkere kant en toen over de Trekweg. Het zag er prachtig uit met een laagje mist en de bijna-volle maan, maar ik vond het DOODeng. Zo vlak voor halloween door de mist gaan lopen: in mijn eentje zou ik het nooit durven. We kwamen iemand tegen met een hond en ik duwde M mooi tussen mij en die persoon in, schijtert die ik ben.

anke in aquarel


Zelfs stilstaand kwam mijn hartslag zone 1 niet uit! 🙂 Er kwamen auto’s langs en het tempo kon lekker laag blijven liggen. Het was lekker mysterieus in de mist. En koud. Ik had het koud. De hele route.
We gingen de wijk door en ik vond het wel een beetje zat. Ik bleef in zone 2 hangen. We gingen de Eilandenbuurt door. Intussen waren de drie kwartier lang verstreken. We lachten wat af, namen wat mij betreft wat fijne toekomstbeslissingen en toen rende ik nog een keer of 3 voor ons huis langs; je moet de 10 kilometer toch halen he. Uur en drie minuten. Ik had het nog steeds koud.

Categories: Uncategorized | Comments Off on Een rondje bergaf door het donker